A.14.1 BIJLAGE - Afwegingskader “Het in behandeling nemen van initiatieven” – juli 2024
Tekst van het document
Als het gaat om een nabijgelegen milieubelastende activiteit die vergunningsplichtig is op grond van hoofdstuk 3 van het Besluit activiteiten leefomgeving , kan het bevoegd gezag die omgevingsvergunning ambtshalve wijzigen en de voorschriften van de omgevingsvergunning aanscherpen om het initiatief mogelijk te maken. De grondslag hiervoor is artikel 8.99 Besluit kwaliteit leefomgeving. Het opleggen van nadere eisen op grond van het tijdelijke deel van het omgevingsplan (een voormalig bestemmingsplan). Soms bevatten de voormalige bestemmingsplannen mogelijkheden om strengere eisen aan bouwen of gebruik te stellen via een nadere eis. Deze mogelijkheden worden op grond van artikel 22.11 Omgevingswet gelijkgesteld met de bevoegdheid om een maatwerkvoorschrift te stellen. Als het mogelijk is om beperkingen op te leggen via andere instrumenten voor de locaties buiten de aanvraag, biedt de BOPA in combinatie met die instrumenten uitkomst voor het faciliteren van de aanvraag van de initiatiefnemer. De gemeente kan de BOPA aan de initiatiefnemer verlenen nadat het maatwerkvoorschrift voor het buurperceel is gesteld (zie 1 of 3) of de ambtshalve aanscherping van de omgevingsvergunning voor de milieubelastende activiteit van het buurperceel heeft plaatsgevonden (zie 2).
Pas vanaf dat moment kan de gemeente immers onderbouwen dat het initiatief leidt tot een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. 4. Betreft de aanvraag een concreet initiatief onder behoud van een uitgewerkt plan? Een BOPA kan goed worden gebruik als het initiatief is uitgewerkt tot een definitief ontwerp (DO), omdat dan een volledige afweging kan worden gemaakt over de voorschriften waaronder het initiatief kan worden toegestaan. 5. Kan de uitwerking van het initiatief via vergunningvoorschriften worden geregeld? Als er nog geen definitief ontwerp is en de initiatiefnemer behoefte heeft aan flexibiliteit bij de verdere uitwerking van het ontwerp, dan kan de gemeente bekijken of het mogelijk is om die flexibiliteit in te bouwen in de voorschriften van de BOPA in de vorm van nadere afwegingsmomenten. Dat kan bijvoorbeeld door in de BOPA te bepalen dat de initiatiefnemer alsnog een definitief ontwerp bij het bevoegd gezag moet aanleveren, en dat (delen van) het initiatief pas mogen worden gestart nadat het bevoegd gezag met het definitieve ontwerp heeft ingestemd. In het milieurecht wordt een dergelijke fasering van de vergunningverlening al geruime tijd gebruikt.
Let op dat de instemming van het bevoegd gezag met het definitief ontwerp opnieuw een besluit in de zin van de Algemene wet bestuursrecht oplevert, en dat eventuele belanghebbenden moeten worden gehoord voordat het besluit wordt genomen. Als het niet lukt om de gewenste flexibiliteit via de vergunningvoorschriften bij de BOPA vorm te geven, dan moet het initiatief alsnog via een wijziging van het omgevingsplan worden gefaciliteerd.
- 28 -
Bijlage 3 Toelichting voorbereidingsproces Toelichting voorbereidingsproces BEL gemeenten Stap 1 Indienen principeverzoek: De initiatiefnemer dient het principeverzoek voor een omgevingsvergunning in. Stap 2 Selectieoverleg: Het principeverzoek wordt behandeld op het selectieoverleg. Daar wordt besloten of dit verzoek afgehandeld wordt door Vergunningen of naar de intaketafel gaat. Het selectieoverleg vindt eens in de 2 weken plaats. Ook vindt in deze stap, indien nodig, een afwijzing plaats van het principeverzoek. De volgende verzoeken worden afgehandeld door Vergunningen: • alle OPA’s met uitzondering van uitwerkingsplicht en wijzigingsbevoegdheid; en • reguliere BOPA’s tot en met de (bestaande) kruimelgevallen (in het tijdelijk deel omgevingsplan). De volgende verzoeken worden doorgestuurd naar de intaketafel: • verzoeken in relatie tot uitwerkingsplicht en wijzigingsbevoegdheid; • alles wat niet binnenplans vergund kan worden en dus geen OPA is; o bijvoorbeeld alle BOPA’s met uitgebreide procedure. Stap 2a Intaketafel 1: Beoordeling complexiteit. De intaketafel (RO) weegt of het initiatief in eerste instantie complex is of niet. Dit is een eerste scan van het initiatief en geeft aandachtspunten aan. Een aantal plannen kunnen binnen RO worden afgehandeld en worden daar uitgezet. Denk aan opbouwen, uitbouwen of bijbehorende bijgebouwen die niet passen binnen de regels.
Hier zijn niet veel verschillende vakdisciplines bij betrokken. De geconstateerde mate van complexiteit bepaalt of het initiatief binnen ruimtelijke ordening afgehandeld wordt of naar de intaketafel deel 2 (integrale beoordeling) gaat. Criteria complex Meerdere belangen Functiewijziging Omvang Gronden van de gemeente Politiek gevoelig
Criteria niet complex Eén belang Passend binnen afwijkingsregels Beperkte omvang Gronden van derden Passend binnen kruimelregeling
Indien het principeverzoek als niet complex wordt beoordeeld dan wordt het plan afgehandeld binnen team ruimtelijke ordening en stopt het voorbereidingsproces. Stap 3 Intaketafel 213: Als het principeverzoek naar de intaketafel deel 2 gaat worden de volgende eisen extra toegevoegd. De initiatiefnemer krijgt de tijd om de gevraagde stukken aan te leveren. De casemanager (vanuit vergunningen of ruimtelijke ordening) wordt bij de intaketafel aangewezen zodra de documenten / het project bekend is. De intaketafel weegt (integraal) of het initiatief in eerste instantie voldoende mate kansrijk is of niet. Omdat dit het belangrijkste onderdeel van de intaketafel is, wordt dit verder toegelicht in stap 3.
Ter informatie, het document ‘Afspraken meervoudige vergunningen uitvoeringsafspraken vergunningverlening en omgevingsoverleg’(25 oktober 2023), geeft aan dat de ketenpartners maximaal 2 dagen na deze stap om advies gevraagd moeten worden. Zij geven dan binnen 2 dagen advies. 13
- 29 -
Kansrijkheid bepalen De geconstateerde mate van kansrijkheid bepaalt of het initiatief enkelvoudig afgedaan wordt of naar de omgevingstafel gaat. Of het initiatief langs de omgevingstafel wordt ook bepaald door eventueel benodigd extern advies en het adviesrecht van de raad. Zie onderstaande tabel: Kansrijkheid initiatief Volledig kansrijk Totaal niet kansrijk Mogelijk kansrijk Aspecten extern advies nodig Wel naar de raad Niet naar de raad
Vervolg Enkelvoudig afdoen Enkelvoudig afdoen Omgevingstafel Omgevingstafel Omgevingstafel Enkelvoudig afdoen
Het kan zijn dat een initiatief volgens de tabel én enkelvoudig afgedaan kan worden, én naar de omgevingstafel moet. In deze gevallen moet het initiatief naar de omgevingstafel en kan deze niet enkelvoudig worden afgedaan. Het adviesvragen formulier voor de ketenpartners wordt daarbij ook ingevuld en opgestuurd door de gemeente. Hier komt binnen 2 dagen antwoord op. 3a Bespreking wethouder / college De casemanager legt het verzoek voor aan de wethouder/het college met de conclusie dat het verzoek onder voorwaarden kansrijk is. 3b Bespreking college De casemanager legt het verzoek voor aan de wethouder/het college met de conclusie dat het verzoek onder voorwaarden kansrijk is. Indien noodzakelijk wordt het advies behandeld als collegestuk in de eerst mogelijke collegevergadering van burgemeester en wethouders. Stap 3c Optioneel overleg en aanlevering stukken: Het is mogelijk dat een overleg nodig is voordat de omgevingstafel start. Dit overleg wordt gecoördineerd door de casemanager. Ook is het mogelijk dat in deze stap stukken moeten aangeleverd ten behoeve van de omgevingstafel. En dat in deze stap gestart wordt met het participatietraject. Dit alles ten behoeve van de voorbereiding van het toetsen van de kansrijkheid en haalbaarheid van het initiatief op de omgevingstafel.
Stap 4 Omgevingstafel: Als het initiatief naar de omgevingstafel gaat, wordt er verder getoetst of meegewerkt kan worden aan het initiatief. Dit wordt gedaan door middel van advies van interne disciplines en externe adviezen van bijvoorbeeld ketenpartners en onderzoeksbureaus. Deze omgevingstafel kan bestaan uit (onder meer) medewerkers ruimtelijke ordening, Vergunningen, Verkeer, Wonen, Milieu/Omgevingsdienst, Maatschappelijke Ontwikkeling, GGD, Groen, Brandweer. Het verder toetsen van het initiatief kan in meerdere rondes omgevingstafel gaan, afhankelijk of extern advies en (nieuwe) onderzoeken benodigd zijn. Tijdens de omgevingstafel worden géén complete stukken behandeld, wat wél behandeld wordt zijn de conclusies van de stukken. Bijvoorbeeld; er is een nieuw onderzoek gereed. De medewerker met de expertise van het onderzoek leest het stuk voorafgaand aan de omgevingstafel. Op de omgevingstafel geeft de medewerker de bevindingen door en de conclusie voor het initiatief. De omgevingstafel hoeft geen fysieke tafel te zijn, de overleggen / adviezen kunnen ook digitaal besproken worden. Wanneer er een nieuw extern advies of onderzoek gereed is, wordt er een nieuwe sessie van de omgevingstafel ingepland. Het inplannen van de omgevingstafels is aan de casemanager van het initiatief.
- 30 -
De omgevingstafel heeft als doel om ervoor te zorgen dat het initiatief aan kwaliteit wint en de kans rijkheid voldoende lijkt tot slagen. Stap 4a Optioneel informeel langs de raad: Het is mogelijk dat het initiatief is aangewezen voor bindend adviesrecht van de raad. In dat geval wordt, na het besluit op de omgevingstafel, de raad (raadscommissie) geïnformeerd over het initiatief. Op deze manier is de raad vooraf op de hoogte gebracht over een mogelijke aanvraag omgevingsvergunning waar zij bindend advies op moeten uitbrengen. Stap 5 Advies aan college: Indien het advies vanuit de omgevingstafel positief is dan wordt het verzoek eerst voorgelegd aan B&W (opinierend). Als de uitkomsten van de omgevingstafel positief zijn, wordt daarna een kader stellende anterieure overeenkomst opgesteld met daarin de voorwaarden en voorgelegd aan het college. Als de uitkomsten van de omgevingstafel negatief zijn, wordt een negatief advies gegeven aan het college en stopt het proces. De initiatiefnemer kan alsnog een aanvraag omgevingsvergunning indienen, maar dit zal geen grote kans van slagen hebben.
- 31 -
- 32 -