CConstaterende datlaren
Koppel je AI →
Document · PDF

A.14.1 BIJLAGE - Afwegingskader “Het in behandeling nemen van initiatieven” – juli 2024

Gemeenteraad 25 september 2024, gemeente larenBij agendapunt: Vaststellen lijst ingekomen stukken9.913 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Afwegingskader Het in behandeling nemen van initiatieven Juli 2024

Project

Omgevingsplannen BEL gemeenten

Titel document

Afwegingskader initiatieven

Auteur(s)

Daniëlle Best Manouk van der Wulp Anouk Peek Jan van de Beek Huub de Jong (In samenwerking met Marc Roza)

Versie

Datum

Status

Concept Concept 2 Definitief V01 Definitief

13 December 2023 21 December 2023 23 Februari 2024 30 juli 2024

Afgerond Afgerond Afgerond Afgerond

-2-

Inhoud 1.

2.

3.

4.

5

Inleiding afwegingskader...............................................................................................- 5 1.1

Inleiding..................................................................................................................- 5 -

1.2

Doelstelling ............................................................................................................- 5 -

1.3

Inhoud afwegingskader ..........................................................................................- 5 -

1.4

Leeswijzer ..............................................................................................................- 5 -

Toelichting opties ..........................................................................................................- 7 2.1

Opties in beeld .......................................................................................................- 7 -

2.2

Omgevingsplanactiviteit (OPA) ..............................................................................- 7 -

2.3

Buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA).......................................................- 7 -

2.4

Planwijziging omgevingsplan - STOP/TPOD .........................................................- 8 -

2.5

Planwijziging omgevingsplan - TAM-IMRO............................................................- 8 -

Afwegingskaders .........................................................................................................- 10 3.1

Principeverzoek ...................................................................................................- 10 -

3.2

Afwegingskader instrumenten Omgevingswet .....................................................- 10 -

Processen en procedure .............................................................................................- 13 4.1

Inleiding................................................................................................................- 13 -

4.2

Voorbereidingsproces ..........................................................................................- 13 -

4.3

Procedure BOPA .................................................................................................- 17 -

4.4

Procedure planwijziging omgevingsplan ..............................................................- 19 -

4.5

Procedure TAM-IMRO .........................................................................................- 20 -

Inhoudelijke- en indieningseisen .................................................................................- 21 5.1

Inleiding................................................................................................................- 21 -

5.2

Voorbereidingsproces ..........................................................................................- 21 -

5.3

Motivering ............................................................................................................- 21 -

5.4

Aanvullende eisen BOPA.....................................................................................- 23 -

5.5

Aanvullende eisen planwijziging omgevingsplan .................................................- 24 -

5.6

Aanvullende eisen TAM-IMRO ............................................................................- 25 -

Bijlage 1 Gevallen bindend Adviesrecht .............................................................................- 26 Bijlage 2 Toelichting toetsingskader BOPA ........................................................................- 27 Bijlage 3 Toelichting voorbereidingsproces ........................................................................- 29 -

-3-

-4-

1. Inleiding afwegingskader 1.1 Inleiding Met de inwerkingtreding van de Omgevingswet zijn er drie instrumenten voor het behandelen van een initiatief met een vergunningplichtige activiteit: 1. Binnenplanse omgevingsplan activiteit (in het vervolg OPA), 2. Buitenplanse omgevingsplan activiteit (in het vervolg BOPA), 3. Wijziging van het omgevingsplan (in het vervolg planwijziging): ➢ Via STOP/TPOD (staat voor: Standaard voor officiële publicaties en Toepassingsprofielen omgevingsdocumenten). ➢ Via TAM-IMRO (optie beschikbaar tot 2025) (staat voor Tijdelijke Alternatieve Maatregel Informatiemodel Ruimtelijke Ordening). Per initiatief maken de gemeenten in de BEL Combinatie de afweging welk instrument wordt ingezet om het plan mogelijk te maken. Daarbij wordt ook inzichtelijk gemaakt welk proces wordt doorlopen en hoe gaandeweg dit proces verschillende zaken getoetst en behandeld worden. Voorliggend document bevat dit afwegingskader. Dit document is opgesteld in overleg en samenwerking met de teams Vergunningen en Ruimtelijke Ontwikkeling,

1.2 Doelstelling Dit document maakt inzichtelijk hoe initiatieven onder de Omgevingswet worden gefaciliteerd. Het document geeft de volgende aspecten weer: • Afweging mogelijk maken initiatieven, • Processen mogelijk maken initiatieven, • Inhoudelijk toetsing initiatieven.

1.3 Inhoud afwegingskader Voorliggend afwegingskader beschrijft het proces van ‘ontvangst principeverzoek – keuze procedure – afhandeling procedure’ voor de gemeenten Blaricum, Eemnes en Laren (hierna BEL-gemeenten). In dit document wordt ingegaan op het mogelijk maken van initiatieven die niet passend zijn in het omgevingsplan.

1.4 Leeswijzer Hoofdstuk 1: Inleiding Dit hoofdstuk bevat de algemene inleiding en toelichting op het afwegingskader om initiatieven in behandeling te nemen. Hoofdstuk 2: Toelichting opties Dit hoofdstuk beschrijft de opties voor het mogelijk maken van vergunningplichtige activiteiten. Hoofdstuk 3: Afwegingskader Dit hoofdstuk bevat de afwegingskaders die de BEL-gemeenten gebruiken voor het bepalen welk instrument ingezet wordt voor het mogelijk maken van een initiatief. Hoofdstuk 4: Processen en procedures Dit hoofdstuk licht de processen toe die een ontwikkeling doorloopt. Te beginnen met de intake- en omgevingstafel (voorbereiding mogelijk maken initiatief), gevolgd door de procedures. Daarbij wordt aangegeven welke zaken inhoudelijk aan bod komen per stap. In hoofdstuk 5 wordt hier uitgebreider op ingegaan.

-5-

Hoofdstuk 5: Inhoud In dit hoofdstuk worden de (inhoudelijke) indieningseisen voor de aanvraag omgevingsvergunning BOPA en planwijziging omgevingsplan toegelicht. Daarnaast worden ook de indieningseisen voor de motivering (BOPA en planwijziging omgevingsplan) behandeld. Daarbij wordt ingegaan wat het verschil is tussen wat wettelijk verplicht is en wat de gemeenten daaraan toevoegen. In dit hoofdstuk wordt op hoofdlijnen ook ingegaan op de onderdelen participatie en publicatie.

-6-

2. Toelichting opties 2.1 Opties in beeld In onderstaand schema zijn de opties, die ook in paragraaf 1.1 zijn benoemd, voor het mogelijk maken van een initiatief in beeld gebracht.

Afbeelding opties faciliteren initiatief

2.2 Omgevingsplanactiviteit (OPA) Bij een omgevingsplanactiviteit (hierna OPA) past de activiteit binnen de voorwaarden die zijn opgenomen in de vergunningplicht van het omgevingsplan op de betreffende locatie. Dat betekent dat er niet hoeft te worden afgeweken van het omgevingsplan en er ook geen planwijziging noodzakelijk is. De beoordelingsregels en aanvraagvereisten staan in het omgevingsplan. Voor een omgevingsvergunning voor een OPA geldt de reguliere procedure. In dit document wordt de OPA niet uitgebreid behandeld. De reden hiervoor is dat deze vergunning (veelal) geen nadere afweging vraagt op de intake- en omgevingstafel. En de procedure is standaard de reguliere procedure met een beslissingstermijn van 8 weken Bestaande uitwerkingsplichten en wijzigingsbevoegdheden In een aantal van de huidige bestemmingsplannen (opgenomen in het tijdelijk deel omgevingsplan) zijn uitwerkingsplichten en wijzigingsbevoegdheden opgenomen. College van burgemeester en wethouders is het bevoegd gezag voor het toepassen van deze instrumenten. Per 1 januari 2024 komen de planinstrumenten wijzigingsplan en uitwerkingsplan te vervallen, als het plan nog niet als ontwerp ter visie is gelegd. De Omgevingswet kent alleen de instrumenten omgevingsvergunning en omgevingsplan.

In de bruidsschat1 is een bepaling opgenomen dat de wijzigingsbevoegdheden en uitwerkingsplichten nog inzetbaar zijn door middel van een OPA. Verlening van de OPA is uitsluitend mogelijk indien: • wordt voldaan aan de voorwaarden zoals opgenomen bij de wijzigingsbevoegdheid of uitwerkingsplicht; en • de bevoegdheden betrekking hebben op bouwactiviteiten.

2.3 Buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA) Een buitenplanse omgevingsplanactiviteit (hierna BOPA) is één van de mogelijke instrumenten voor een activiteit die niet voldoet aan de regels van het (tijdelijke) omgevingsplan en niet vergunningsvrij voor het bouwen is. Er zijn twee varianten:

1 Met de inwerkingtreding van de Omgevingswet is een aantal rijksregels vervallen. Deze regels zijn verhuisd

naar het tijdelijk deel van het omgevingsplan.

-7-

1. een activiteit waarvoor het omgevingsplan bepaalt dat een vergunning nodig is, maar waarbij het plan niet voldoet aan de voorwaarden van deze vergunning2; of 2. een andere activiteit die in strijd is met het omgevingsplan. Voor een niet-concreet en / of onvoldoende afgebakend (bouw)plan kan overigens géén BOPA worden verleend. Dit wordt in hoofdstuk 3 nader toegelicht. Adviesrecht gemeenteraad Voor sommige aanvragen van een BOPA is bindend adviesrecht van de gemeenteraad nodig. De gemeenteraad heeft door middel van het besluit Advies en Recht de gevallen aangewezen waarvoor het college van burgemeester en wethouders verplicht is bindend advies aan te vragen. Deze lijst is als bijlage 1 toegevoegd. Het aanvragen van bindend advies kan zowel voorafgaand aan de wettelijke procedure als tijdens de wettelijke procedure. Dit wordt in hoofdstuk 4 toegelicht.

2.4 Planwijziging omgevingsplan - STOP/TPOD Een planwijziging omgevingsplan is één van de mogelijke instrumenten voor een activiteit die niet voldoet aan de regels van het (tijdelijke) omgevingsplan en niet vergunningsvrij voor het bouwen is. Het instrument planwijziging wordt ingezet als: 1. De wijziging van de onderliggende regels in het omgevingsplan noodzakelijk of wenselijk is. Bij het inzetten van het instrument BOPA is de wijziging van regels niet mogelijk. 2. Een onvoldoende concreet en/of afgebakend (bouw)plan beschikbaar is. 3. Er behoefte is aan een zekere mate van flexibiliteit. Bij het opstellen van een planwijziging omgevingsplan moet worden voldaan aan de bepalingen van de Omgevingswet. Het omgevingsplan moet digitaal raadpleegbaar zijn in het Digitaal Stelsel Omgevingswet – Landelijke Voorziening (DSO-lV). Om het omgevingsplan in het DSO-LV te kunnen uploaden en/of digitaal te kunnen raadplegen, moet het omgevingsplan aan de digitaliseringsstandaarden voldoen. Dit betreft de Standaard officiële publicaties en Toepassingsprofielen voor omgevingsdocumenten (STOP/TPOD)3.

2.5 Planwijziging omgevingsplan - TAM-IMRO Als het inzetten van een instrument zoals genoemd in voorgaande paragrafen niet mogelijk is, dan is er een alternatief beschikbaar. Het instrument tijdelijke alternatief maatregel (hierna TAM-IMRO) is een optie voor gemeenten die nog niet in staat zijn om een omgevingsplan in STOP/TPOD op te stellen, te wijzigen of kunnen publiceren. Dit kan bijvoorbeeld het geval zijn als het omgevingsplan in de basis nog onvoldoende gereed is om te gebruiken voor een planwijziging, omdat er nog geen inhoudsopgave en basisregels zijn vastgesteld. Een TAM-IMRO plan heeft de volgende kenmerken: • Inzetbaar (uitsluitend) in de periode 2024-2025; • Het TAM-IMRO plan wordt onderdeel van het tijdelijk deel omgevingsplan; • Bevoegd gezag is de gemeenteraad; • Bedoeld voor gebiedsgerichte wijzigingen; • Geen alternatieve software benodigd; o Publicatie via ruimtelijkeplannen.nl; o Het plan is raadpleegbaar in het DSO, maar de weergave van de IMRO-objecten ziet er anders uit.

• Er dient rekening te worden gehouden met de Omgevingswet (instructieregels en bruidsschat); o Moet voldoen aan een evenwichtige toedeling van functies aan locaties; o Per plan moet worden bepaald hoe dit kan worden bereikt; Voor de zogeheten kruimelgevallen wordt het gemeentelijk beleid uit 2011 gehanteerd totdat dit beleid is geïntegreerd in de planregels van het permanente omgevingsplan. Dit beleid is in 2023 aangevuld. 3 https://iplo.nl/digitaal-stelsel/aansluiten/standaarden/stop-tpod-imop/ 2

-8-

• •

Uitgebreide procedure van toepassing; Geen wettelijke beperking van toepassing instrument.

Het gebruik van de TAM-IMRO ten opzichte van STOP/TPOD heeft de volgende voordelen: • Gebiedsontwikkeling lopen niet / nauwelijks vertraging op. • TAM-IMRO vraagt niet om alternatieve software ten opzichte van nu. o Met de RO-standaarden van 2012 kan gepubliceerd worden via Ruimtelijkeplannen.nl; o Een extern bureau kan een dataset leveren hiervoor; • Er hoeft nog niet voldaan te worden aan de STOP/TPOD; • Op later stadium kan het TAM-IMRO plan gemuteerd worden naar een omgevingsplan; • Er mogen ook functies (bij IMRO2012 de enkelbestemmingen) worden gestapeld (validatie is aangepast waardoor dit mogelijk is). Het gebruik van de TAM-IMRO heeft de volgende nadelen: • TAM-IMRO omgevingsplan wordt onderdeel van het tijdelijke deel van het omgevingsplan. Het is technisch gezien een IMRO2012 – plan; • Er kunnen geen annotaties worden opgenomen. Het heeft daarmee hetzelfde gebruikersgemak en beperkingen zoals nu ook het geval is bij een bestemmingsplan. Dit betekent ook dat het technisch onmogelijk is om vragenbomen in het DSO te koppelen aan een IMRO-omgevingsplan; • De pons-functie4 is niet mogelijk omdat dit plan technisch gezien in het tijdelijk deel valt. Dit betekent dat de ruimtelijke regels van onder meer het TAM-IMRO uiteindelijk omgezet moeten worden naar het nieuwe deel van het omgevingsplan. Daarvoor wordt de Pons gebruikt.

De Pons zorgt ervoor dat de ruimtelijke regels die zijn omgezet voor de gekozen locatie niet meer zichtbaar zijn in het DSO. Zo zien initiatiefnemers op die locatie alleen de regels uit het nieuwe deel van het omgevingsplan; • Het niveau van dienstverlening is lager; • Op een later moment moet het plan alsnog omgezet worden naar de STOP/TPOD. Daar is tot 1 januari 2032 tijd voor.

Met het wijzigingsbesluit (voor een planwijziging van het omgevingsplan) kan voor ruimtelijke plannen een “pons” worden meegegeven. Daarmee wordt voor ruimtelijke plannen op een specifieke locatie de (oude) inhoud van ruimtelijke plannen niet meer getoond in het DSO. 4

-9-

3. Afwegingskaders In dit hoofdstuk worden handreikingen geboden om de afweging te maken welk instrument ingezet kan worden om initiatieven te faciliteren onder de Omgevingswet. Dit hoofdstuk beschrijft het afwegingskader voor de keuze tussen een BOPA of een planwijziging. Daarnaast is een afwegingskader opgenomen voor de keuze van het soort planwijziging (STOP/TPOD of TAM-IMRO).

3.1 Principeverzoek Het proces begint met het indienen en behandelen van het principeverzoek. Indien het verzoek kansrijk is, wordt het voorbereidingsproces gestart (zie hoofdstuk 4). Uitgangspunt is dat eerst een afweging gemaakt wordt en getoetst wordt of het initiatief kansrijk, wenselijk en passend is. Pas daarna vindt de afweging plaats op welke wijze dit wordt gedaan, zie hiervoor de volgende paragrafen.

3.2 Afwegingskader instrumenten Omgevingswet Als het principeverzoek kansrijk is (uitkomst selectieoverleg), wordt getoetst of het plan passend is in het omgevingsplan. Als het plan past in het omgevingsplan, kan de aanvraag door het team Vergunningen worden afgedaan. Als dit niet het geval is, wordt getoetst of het plan afgehandeld kan worden op grond van een binnenplanse OPA in het omgevingsplan. In dat geval kan wederom het team Vergunningen het verzoek afhandelen en de procedure voor de OPA verder doorlopen. Dit geldt overigens niet voor OPA omgevingsvergunningen die worden verleend op grond van uitwerkingsplichten en wijzigingsbevoegdheden in het tijdelijk deel van het omgevingsplan. Indien het initiatief afwijkt van het omgevingsplan dan wordt bepaald welk instrument ingezet wordt. Het is in principe gebruikelijk dat de initiatiefnemer zelf bepaalt welk proces wordt gevolgd. In het vooroverleg kan de betreffende gemeente aansturen op een keuze voor een BOPA of planwijziging (of de variant TAM-IMRO). De voorkeur in de BEL-gemeenten is, in elk geval voor 2024, het zo veel mogelijk gebruiken van een BOPA. De voorkeur gaat uit naar het instrument BOPA, zodat gedurende het nog opstellen van het (permanente) omgevingsplan gebiedsontwikkelingen doorgang kunnen vinden zonder dat deze (teveel) afhankelijk zijn van het parallelle proces opstellen omgevingsplan.

Voor de projecten waar het instrument BOPA niet inzetbaar is moet een nadere keuze worden gemaakt tussen de instrumenten TAM-IMRO en planwijziging. De verwachting is dat in 2024 ook het instrument TAM-IMRO ingezet gaat worden in verband met het traject voor het opstellen van permanente omgevingsplan. In de tabel is een selectie van de gemeentelijke projecten benoemd die in 2024 worden verwacht. Ook is benoemd of er al een keuze voor een instrument is gemaakt. Projecten Gemeente Keuze instrument al gemaakt? Zuidpolder kavel 474 Eemnes Wakkerendijk (4 woningen) Eemnes Zuidpolder fase 4.1* Eemnes Ocriet Eemnes Ja – planwijziging omgevingsplan Oude Renbaan Blaricum Zuidpolder Zuid Eemnes Ja – planwijziging omgevingsplan Ziekenhuis Ter Gooi Blaricum Ja – planwijziging omgevingsplan Caliskamp (38 woningen) Laren Ja – planwijziging omgevingsplan Smeekweg/Elleboogstraat/Erfgooiersdwars Laren *Voor dit initiatief wordt een OPA verleend op grond van een uitwerkingsplicht in het tijdelijk deel van het omgevingsplan.

- 10 -

3.2.1 Toelichting afwegingskaders In onderstaand schema staan de stappen voor de afweging welk instrument wordt ingezet. Het toetsingsschema BOPA in subparagraaf 3.2.2 licht toe wanneer een BOPA toegepast wordt. Indien blijkt dat een BOPA niet kan of niet wenselijk is, kan het initiatief gefaciliteerd worden met een planwijziging. In subparagraaf 3.2.3 is de afweging uiteengezet voor de keuzes binnen de planwijziging.

*Planwijziging mogelijk?, zie subparagraaf 3.2.3 **Nadere toelichting keuze TAM-IMRO, zie subparagraaf 3.2.3 Uitzondering Naast dat bovenstaand stappenplan doorlopen kan worden, kan er ook (vooraf) gekozen worden voor een planwijziging, ook al is een BOPA mogelijk. Een planwijziging moet in ieder geval toegepast worden als de regels van het omgevingsplan gewijzigd moeten worden voor het initiatief. Bijvoorbeeld in geval van een functiewijziging waarbij de bestaande functie moet worden geschrapt en het niet wenselijk als beide functies op de locaties van toepassing blijven. In dat geval hoeft bovenstaand stappenplan niet doorlopen te worden om tot een keuze te komen. Ook een uitzondering betreft de eerder in paragraaf 2.2 aangegeven uitwerkingsplichten en wijzigingsbevoegdheden in het tijdelijk deel van het omgevingsplan. Indien deze bevoegdheid van toepassing is moet eerst worden bepaald of de inzetbaarheid van het instrument OPA mogelijk is en of aan de voorwaarden van de betreffende bevoegdheid wordt voldaan. Indien dat niet mogelijk is dan moet de keuze worden gemaakt tussen de BOPA en planwijziging.

3.2.2 Toetsingskader BOPA of planwijziging Indien vooraf nog niet duidelijk is welk instrument ingezet kan worden of als de keuze vooraf nog niet gemaakt is, dan moet eerst onderstaand toetsingskader BOPA worden doorlopen.

- 11 -

Bovenstaand toetsingskader maakt inzichtelijk welke initiatieven met een BOPA kunnen worden gefaciliteerd en welke initiatieven met een planwijziging omgevingsplan gefaciliteerd moeten worden. In bijlage 2 is de toelichting op bovenstaand toetsingskader opgenomen.

3.2.3 Afwegingskader planwijziging omgevingsplan STOP/TPOD vs. TAM-IMRO Als uit het toetsingskader BOPA of uit een eerdere overweging volgt dat een planwijziging noodzakelijk is dan zijn er tot en met 2025 twee opties: de planwijziging opstellen in STOP/TPOD of in TAM-IMRO. Om deze keuze te maken moeten een aantal zaken worden overwogen. • Voor het publiceren van STOP/TPOD moeten de gemeenten ontsloten / gereed zijn om te publiceren is in het DSO. • Voor een planwijziging STOP/TPOD is het van belang dat een gemeente de basisregeling of een inhoudsopgave omgevingsplan heeft waarin het initiatief verwerkt kan worden. • Voor initiatieven van beperkte omvang die op korte termijn (in bijvoorbeeld 2024) afgehandeld moeten worden is het inzetten van de TAM-IMRO het beste middel (en daarmee niet afhankelijk van procedure opstellen omgevingsplan). • Voor een planwijziging voor het gehele ambtsgebied van de betreffende gemeente is de STOP/TPOD standaard verplicht. • Als de BEL-gemeenten in de periode 2024-2025 gereed zijn om te publiceren (en te werken met) met STOP/TPOD, is het verstandig en logisch de STOP/TPOD standaard te gebruiken.

- 12 -

4. Processen en procedure 4.1 Inleiding Bij de ontvangst van een principeverzoek begint de voorbereidende fase van de ontwikkeling. In deze fase gaat het verzoek na het selectieoverleg, langs de intake- en omgevingstafel en wordt de keuze voor de te volgen (planologische) procedure gemaakt.

4.2 Voorbereidingsproces In de BEL-gemeenten gaat een principeverzoek in de voorbereidende fase langs het selectieoverleg, de intaketafel en de omgevingstafel. Voor de officiële aanvragen omgevingsvergunningen en overige initiatieven die via het loket worden ingediend, wordt door team vergunningen een schifting gemaakt tussen initiatieven die wel naar een intake-tafel moeten en initiatieven en aanvragen omgevingsvergunning die door team vergunningen zelf worden afgedaan. Hiervoor vindt selectieoverleg plaats binnen team vergunningen.

4.2.1 Proces intake- en omgevingstafel Het proces van de intake- en omgevingstafel is onderdeel van het voortraject dat zich afspeelt voorafgaand aan de aanvraag omgevingsvergunning / planwijziging. Er is geen wettelijk bepaald termijn voor dit proces. Ook is er geen wettelijk bepaalde termijn voor de behandeling van een project op de intake- of omgevingstafel. In het stappenplan is de doorlooptijd per stap bepaald. In onderstaande afbeelding is het proces van de intake- en omgevingstafel van de BEL-combinatie schematisch verbeeld5.

Proces intake- en omgevingstafel Toelichting stappen voorbereidingstraject BEL-gemeenten De stappen genoemd in het processchema intake- en omgevingstafel worden onderstaand beknopt toegelicht. Hierin wordt aangegeven wat de rol is van de initiatiefnemer en van de gemeente per stap. Ook wordt de tijdsduur per stap toegelicht. De rol van de gemeente kan daarbij tweevoudig zijn: de gemeente kan opsteller zijn van een planwijziging (of aanvraag BOPA) en de gemeente is de begeleidende instantie voor een toets van een initiatief. In het onderstaande wordt daarom gesproken over de ‘initiatiefnemer’. Dit kan elke stakeholder zijn, inclusief de gemeente zelf. De volledige uitleg van elke stap staat in bijlage 3 en in hoofdstuk 5 zijn de verschillende op te leveren inhoudelijke producten / stukken nadere toegelicht, inclusief bijbehorende eisen en participatie.

Het interne werkproces, inclusief de rolverdeling, is toegelicht in het document Werkwijze omgevingstafels en de rol van een casemanager bij de BEL Combinatie. 5

- 13 -

Stappenplan voorbereiding – intake- en omgevingstafel Stap Rol initiatiefnemer 1 De initiatiefnemer dient het principeverzoek in. De eisen van het principeverzoek staan in hoofdstuk 5. 2

Toetsende rol gemeente (in de BEL-combinatie) Principeverzoek in behandeling nemen Het principeverzoek wordt behandeld in het selectieoverleg (door vergunningen): kansrijk ja of nee?

Tijdsduur stap Maximaal 2 weken. Het selectieoverleg vindt iedere 2 weken plaats. Van selectieoverleg tot intaketafel = 2 weken.

Resultaat: • Afwijzen principeverzoek. • Verder in behandeling nemen principeverzoek: Besluit of het principeverzoek afgehandeld wordt door team vergunningen* of naar de intaketafel deel 1 gaat. *Indien het verzoek door team vergunningen wordt afgehandeld stopt de algemene voorbereiding. Een aanvraag OPA die betrekking heeft op uitwerkingsplichten en wijzigingsbevoegdheden in het tijdelijk deel wordt wel behandeld op de intaketafel. Het principeverzoek wordt behandeld op intaketafel 1.

2a

Beoordeling complexiteit planvoornemen door RO en Vergunningen

3

Aanlevering onderbouwing of het initiatief past in het beleid of daarop aansluit.

Resultaat: De intaketafel (deel 1) weegt af of het verzoek complex is of niet. De geconstateerde mate van complexiteit bepaalt of het initiatief binnen RO of Vergunningen afgehandeld wordt of naar de intaketafel deel 2 gaat (integrale afweging). Indien het principeverzoek als niet complex wordt beoordeeld dan wordt het plan afgehandeld binnen team Vergunningen en stopt het voorbereidingsproces. Principeverzoek (complexe initiatieven) naar de intaketafel deel 2 (team ruimtelijke ordening en vergunningen). • Afwegen kansrijkheid • Bepalen (eerste) randvoorwaarden

Van intaketafels tot afweging kansrijkheid = 4 weken

•

Bepalen onderzoeken / onderbouwingen die nodig zijn voor verdere afweging.

Resultaat: De intaketafel (deel 2) weegt (integraal) of het initiatief in eerste instantie in voldoende mate kansrijk is of niet. De geconstateerde mate van kansrijkheid bepaalt of het initiatief enkelvoudig afgedaan wordt of naar de omgevingstafel gaat. Of het initiatief langs de omgevingstafel gaat wordt ook bepaald door eventueel benodigd extern advies en het adviesrecht van de raad. Ook kan het initiatief alsnog worden afgewezen.

3a 3b 3c

Optioneel overleg en aanleveren stukken voor de omgevingstafel (= bepaald op de intaketafel)

Aandachtspunt waar nodig worden de uitvoeringafspraken met de regio Utrecht of Noord-Holland betrokken, zie bijlage 4. De intaketafel wijst een casemanager (vanuit vergunningen of vanuit ruimtelijke ordening) aan. De casemanager legt het verzoek voor aan de wethouder/het college met de conclusie dat het verzoek onder voorwaarden kansrijk is. Behandeling (indien noodzakelijk) in het college van burgemeester en wethouders Optioneel verzorgen overleg en toetsen compleetheid stukken.

Binnen 2 weken na de intaketafel Binnen 4 weken na de intaketafel Van intaketafel naar omgevingstafel = 4 tot 8 weken

Optioneel start participatie 4

Indien nodig aanleveren onderzoeken / aanvullingen van het planvoornemen (samenhang met stap 3c).

Begeleiding participatie Het principeverzoek gaat naar de omgevingstafel. Ter behandelen op de omgevingstafel: Onderzoeken en/of aanvullingen van het planvoornemen. Of nader advies van gemeentelijk of externe adviseurs. Ook wordt bepaald, indien medewerking kan worden verleend aan het initiatief, welke vervolgprocedure (BOPA of planwijziging / TAM-IMRO) wordt gevolgd.

- 15 -

Als stap 4: behandeling omgevingstafel = 3 weken, in samenhang met (informeel advies raad, zie stap 4a).

Het is mogelijk dat het initiatief meerdere keren op de omgevingstafel komt.

4a

5 5a

Resultaat: Besluit of meegewerkt kan worden aan het initiatief en onder welke voorwaarden. Dit wordt gedaan door middel van advies van interne disciplines en externe adviezen van bijvoorbeeld ketenpartners en onderzoeksbureaus. Ook worden er randvoorwaarden en uitgangspunten geformuleerd voor het vervolgtraject. Optioneel: Het initiatief staat op de lijst voor bindend adviesrecht van de raad. Het initiatief wordt behandeld in de raadscommissie en raad.

De casemanager geeft op basis van de uitkomsten omgevingstafel en bindend advies van de raad een advies aan het college van burgemeester en wethouders. Resultaat: Positief of negatief advies aan het college over meewerken met het initiatief. Ook in samenhang met het eerdere advies gegeven na de intaketafel. Bij positief advies wordt er een kaderstellende anterieure overeenkomst voorgelegd aan het college om te gebruiken bij de aanvraag omgevingsvergunning of de voorbereiding van de planwijziging omgevingsplan. Bij negatief advies stopt het proces intake- en omgevingstafel.

- 16 -

Als stap 4a van toepassing is: van omgevingstafel tot informeel informeren raad = 6 weken Van advies college naar indienen aanvraag = 4 weken

De stukken die gaandeweg het voorbereidingsproces worden aangeleverd en behandeld, bijvoorbeeld onderzoeken, nadere onderbouwingen planvoornemen, randvoorwaarden en uitgangspunten komen ook terug in de in de motivering voor de aanvraag BOPA / wijziging omgevingsplan. Zie hiervoor hoofdstuk 5. Het is daarnaast noodzakelijk om in de voorbereidingsfase te bepalen of het plan milieueffectrapportage (m.e.r.)-(beoordelings)plichtig is. Een milieueffectrapportage is een onderzoek naar de mogelijke milieugevolgen van bepaalde activiteiten of ingrepen. Na afronding van bovengenoemde stappen wordt de formele procedure voorbereid. Gedurende de voorbereiding wordt besloten welke procedure gevolgd gaat worden.

Aanvulling stappenplan - planwijziging omgevingsplan Als gedurende het voorbereidingsproces blijkt dat een planwijziging omgevingsplan de te volgen weg is, dan wordt in dit proces (vanaf stap 4), ook gewerkt aan het voorbereiden van de planwijziging. Hiervoor worden de uitgangspunten geformuleerd voor de planwijziging en worden de concept motivering en te wijzigen regels opgesteld. Ook wordt bepaald welke onderdelen van de geometrie moeten worden gewijzigd. Hierbij wordt bepaald wie (initiatiefnemer of gemeente) welk onderdeel oppakt. Zie voor een nadere toelichting op de planwijziging omgevingsplan het handleiding omgevingsplan (nog op te stellen).

4.3 Procedure BOPA Na de afronding van het voorbereidingsproces wordt de wettelijke procedure gestart. Deze paragraaf gaat nader in op de procedure BOPA. Daarbij dient eerst te worden bepaald of de reguliere (8 weken) of uitgebreide procedure (26 weken) gevolgd wordt.

4.3.1 Reguliere of uitgebreide procedure De reguliere procedure is het uitgangspunt in de Omgevingswet. De beslistermijn voor deze procedure is maximaal 8 weken. Daarna is er nog bezwaar en beroep mogelijk. In artikel 3.10 van de Algemene wet bestuursrecht staat dat het bevoegd gezag de uitgebreide procedure van toepassing mag verklaren bij een omgevingsvergunning aanvraag. Er zijn 2 gevallen waarin dit mag: 1. In bepaalde gevallen bij een aanvraag omgevingsvergunning voor een BOPA (artikel 16.65, lid 4, Omgevingswet): a. als het gaat om een activiteit die aanzienlijke gevolgen heeft of kan hebben voor de fysieke leefomgeving, en b. waartegen naar verwachting verschillende belanghebbenden bedenkingen zullen hebben. 2. De aanvrager heeft verzocht om, of ingestemd met, het toepassen van de uitgebreide procedure (artikel 16.65, lid 1, onder a, Omgevingswet). Het bevoegd gezag mag beleidsregels opstellen over hoe zij de wettelijke criteria van artikel 16.65, Omgevingswet uitlegt. De BEL-gemeenten hebben besloten dat het kader voor de uitgebreide procedure wordt gevormd door de gevallen waarvoor ook bindend adviesrecht van de raad van toepassing is. Bij de uitgebreide procedure heeft het bevoegd gezag 26 weken de tijd na ontvangst van de aanvraag om een beslissing te nemen. Dit is eventueel verlengbaar met 6 weken. Tijdens de uitgebreide

procedure maakt het bestuursorgaan een ontwerpbesluit bekend waarover zienswijzen openstaan. Nadat het besluit is genomen, is er nog beroep bij de rechtbank mogelijk. Ongeacht de procedure moet in elk geval bindend advies aan de gemeenteraad worden aangevraagd voor de in het besluit Adviesrecht en Delegatie aangewezen gevallen (zie bijlage 1).

4.3.2 Reguliere BOPA procedure (geen bindend advies raad nodig) Als de reguliere BOPA procedure van toepassing, worden de volgende procedurestappen doorlopen:

*Het vooroverleg betreft de intake- en omgevingstafel Voor de reguliere procedure geldt hoofdstuk 4 van de Algemene wet bestuursrecht: 1. Indienen principeverzoek 2. Behandelen principeverzoek 3. Besluit principeverzoek 4. Indienen aanvraag 5. Kennisgeving (publicatie) aanvraag omgevingsvergunning 6. Behandelen / beoordeling omgevingsvergunning 7. Uitvoeren participatie 8. Besluit omgevingsvergunning 9. Publicatie besluit omgevingsvergunning 10. Inwerkingtreding omgevingsvergunning 11. Bezwaar en Beroep Gedurende de 8 weken dient ook de verplichte participatie te worden doorlopen. Dit is niet noodzakelijk als participatie voldoende is doorlopen in het voorbereidingsproces. En indien van toepassing moet gedurende deze procedure ook het bindend adviesrecht van de gemeenteraad worden verkregen. Dit in samenhang met het informeel advies dat is opgevraagd in de voorbereidingsfase.

4.3.3 Uitgebreide BOPA procedure (bindend advies van de raad nodig) Als de uitgebreide BOPA procedure van toepassing, worden de volgende procedurestappen doorlopen:

*Het vooroverleg betreft de intake- en omgevingstafel Voor de uitgebreide procedure geldt afdeling 3.4 van de van de Algemene wet bestuursrecht: 1. Indienen principeverzoek 2. Behandelen principeverzoek 3. Besluit principeverzoek 4. Bindend advies van de raad 5. Indienen aanvraag 6. Kennisgeving (publicatie) aanvraag omgevingsvergunning 7. Opstellen ontwerp besluit 8. Uitvoeren participatie procedure 9. Opstellen ontwerp besluit 10. Vrijgeven ontwerp besluit 11. Ontwerp besluit publicatie 12. Mededeling in gemeenteblad

- 18 -

13. Terinzagelegging ontwerpbesluit 14. Behandelen zienswijzen 15. Besluit omgevingsvergunning 16. Publicatie besluit omgevingsvergunning 17. Inwerkingtreding omgevingsvergunning 18. Bezwaar en beroep Gedurende de 26 weken dient ook de verplichte participatie te worden doorlopen. Dit is niet noodzakelijk als participatie voldoende is doorlopen in het voorbereidingsproces. En indien van toepassing moet gedurende deze procedure ook het bindend adviesrecht van de gemeenteraad worden verkregen. Dit in samenhang met het informeel advies dat is opgevraagd in de voorbereidingsfase.

4.4 Procedure planwijziging omgevingsplan Na de afronding van het voorbereidingsproces wordt de wettelijke procedure gestart. In deze paragraaf worden het proces en de procedure voor de planwijziging met STOP/TPOD beschreven. De planwijziging faciliteren met de TAM-IMRO wordt uiteengezet in paragraaf 4.5.

Op grond van artikel 2.4 Omgevingswet (Ow) stelt de gemeenteraad de planwijziging vast. Het omgevingsplan wordt voorbereid aan de hand van de uniforme openbare voorbereidingsprocedure (Afdeling 3.4 Algemene wet bestuursrecht, hierna: Awb). De gemeenteraad heeft de mogelijkheid om het vaststellen van delen van het omgevingsplan te delegeren aan het college van burgemeester en wethouders (artikel 2.8 Ow).De volgende gevallen zijn gedelegeerd naar de colleges van de BEL-gemeenten: Nr. 1. 2. 3. 4. 5.

Integratie van regels in gemeentelijke verordeningen Redactionele wijziging planregels zoals begripsbepalingen Inpassing buitenplanse Omgevingswet activiteiten OPA’s (binnen 5 jaar) Stellen van maatwerkregels Stellen van exploitatieregels (kostenverhaal bij aangewezen bouwactiviteiten)

De planwijziging van het omgevingsplan doorloopt de volgende procedure: Voorafgaand aan het ontwerp 1.

Kennisgeving voornemen planwijziging6;

Ontwerp-omgevingsplan ter kennisgeving, ter inzage en zienswijzen inbrengen 2. 3. 4. 5. 6. 7. 8.

Opstellen (concept) ontwerp planwijziging Vrijgeven concept ontwerp planwijziging Uitvoeren participatie Opstellen ontwerp planwijziging Vrijgeven ontwerp planwijziging Ontwerp planwijziging publiceren in het DSO Terinzagelegging ontwerpbesluit

Vaststelling planwijziging 9.

Opstellen raadsvoorstel planwijziging (indien niet gedelegeerd, zie bovenstaand)

De gemeente geeft in het gemeenteblad via het LVBB kennis van het voornemen om een omgevingsplan te wijzigen (artikel 16.29 Omgevingswet en artikel 3:12, Awb). 6

- 19 -

10. 11. 12. 13. 14. 15. 16. 17.

Behandeling raadsvoorstel in college Bespreken voorstel planwijziging Indienen amendementen Vaststellen planwijziging Bekendmaking, kennisgeving, terinzagelegging (publiceren) Mededeling van het besluit Inwerkingtreding7 Beroep

Beroep (Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (ABRvS). De vastgestelde planwijziging treedt in werking vier weken nadat het de vastgestelde planwijziging ter inzage is gelegd op grond van artikel 3:44 lid 1 sub a Awb (artikel 16.78 lid 1 Ow). In deze periode kan beroep worden ingediend.

4.5 Procedure TAM-IMRO Indien in de voorbereidingsprocedure is gekozen om een planwijziging mogelijk te maken door middel van de TAM-IMRO dient eveneens de uniforme openbare voorbereidingsprocedure (artikel 16.30 Ow jo. Afdeling 3.4 Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb)) gevolgd te worden zoals uiteengezet is in paragraaf 4.4.

Een wijziging van een omgevingsplan treedt in werking op de dag waarop 4 weken zijn verstreken sinds de dag waarop de gemeente het besluit bekend heeft gemaakt. De gemeente kan een later tijdstip van inwerkingtreding in het omgevingsplan opnemen 7

- 20 -

5 Inhoudelijke- en indieningseisen 5.1 Inleiding Nadat duidelijk is welke procedure bij het initiatief wordt doorlopen, dient ook duidelijk te zijn aan welke eisen voldaan moet worden bij de procedure. Dit hoofdstuk bevat deze inhoudelijke en indieningseisen.

5.2 Voorbereidingsproces 5.2.1 Inhoudelijke eisen voorbereiding In hoofdstuk 4 is toegelicht dat in het voorbereidingsproces verschillende stappen worden doorlopen. In elke stap vindt ook een (eerste) inhoudelijke toetsing en afweging plaats. Onderstaand wordt nader ingegaan op de inhoudelijke toetsing van een aantal stappen. Principeverzoek Het principe verzoek moet: • begrijpelijk en leesbaar zijn; • onderbouwd zijn, bij voorkeur ook in relatie tot gemeentelijk beleid; o Wat is de initiatiefnemer van plan? Waarom is gekozen voor deze locatie? • een schets van de situatie of kaartmateriaal (op schaal) bevatten; • een omschrijving bevatten van de omgeving van het plangebied; • informatie bevatten over wie de eigenaar is; Intake tafel Indien nodig, afhankelijk van de aangeleverde stukken bij het principeverzoek, kan de initiatiefnemer worden verzocht een extra onderbouwing aan te leveren waarom het initiatief past in het gemeentelijk beleid. Of aansluit op het gemeentelijk beleid. Of er zijn nadere stukken ter beoordeling van het verzoek. Omgevingstafel Indien uit de intaketafel volgt dat er nadere stukken of onderbouwingen/onderzoeken geleverd moeten worden dan gebeurt dat voorafgaand aan de omgevingstafel. Dit kan bijvoorbeeld een onderzoek zijn waarin de behoefte wordt onderzocht. Of een quickscan flora en fauna.

Ook kan gevraagd worden om te starten met het participatietraject om de kansrijkheid en uitvoerbaarheid van het plan van in relatie tot belanghebbenden te toetsen. Indien het initiatief kansrijk is en er kan worden meegewerkt kunnen in navolging of in samenhang met de omgevingstafel aanvullende randvoorwaarden, uitgangspunten of aandachtspunten worden meegegeven voor de vervolgprocedure van BOPA of planwijziging. Bijvoorbeeld uitgangspunten voor de wijziging van de planregels van het omgevingsplan. Deze voorwaarden of uitgangspunten of aandachtspunten kunnen ook volgen uit (informeel) advies van de raad of uit participatie.

5.3 Motivering De toelichting een initiatief wordt nader uitgewerkt in de motivering. De input uit het voorbereidingstraject kan worden verwerkt in deze motivering. De motivering moet tezamen met de aanvraag omgevingsvergunning BOPA of aanvraag planwijziging worden opgesteld en ingediend. De Omgevingswet zelf bevat geen bepalingen ten aanzien van de inhoud van deze motivering. Samengevat is de motivering de inhoudelijke onderbouwing van het initiatief. Dit betreft tevens de motivering als bedoeld in artikel 3.46 van de Algemene wet bestuursrecht8. 8

Algemene wet bestuursrecht, artikel 3:46; een besluit dient te berusten op een deugdelijke motivering

- 21 -

In de motivering wordt aangegeven op welke wijze gevolg is gegeven aan de toepasselijke instructieregels en instructies van provincie en Rij. Waarbij kan worden verwezen naar relevant beleid van het eigen dan wel een ander bevoegd gezag9. Ook moet worden gemotiveerd om welke redenen het besluit bijdraagt aan een evenwichtige toedeling van functies aan locaties dan wel hoe de regels over activiteiten bijdragen aan het bereiken van de doelen van de Omgevingswet. Hierin kan, in geval van een planwijziging, ook beschreven worden op welke onderdelen het omgevingsplan wordt aangepast en waarom. Ter ondersteuning van de motivering kunnen een of meer bijlagen, bijvoorbeeld in de vorm van rapporten met onderzoeksgegevens en bescheiden, worden toegevoegd. De motivering moet dus voldoende informatie bevatten om het wijzigingsbesluit te kunnen dragen. Een nadere onderbouwing of uitwerking van de doelen kunnen hiervan onderdeel uitmaken. Alle gewijzigde planregels van het omgevingsplan (of afwijking van de regels) zijn vatbaar voor beroep. Ook dit vraagt om een goede motivering. De motivering is te vinden op officielebekendmakingen.nl, maar niet in de regelingenbank op overheid.nl en niet in DSO-LV 1011.

Gemeentelijke eisen De motivering van een initiatief (voor zowel de BOPA als een planwijziging) in de BEL-gemeenten bevat in hoofdlijnen de volgende inhoudsopgave en bestaat uit minimaal 10 pagina’s: • Beschrijving van het initiatief en de planologische afwijking; • Participatie en belangenafweging; • Motivering dat het plan voldoet aan Besluit kwaliteit leefomgeving; • Motivering dat het plan voldoet aan instructie(regels) provincie; • De verhouding van het initiatiefplan ten opzichte van de omgevingsvisie van Rijk, provincie en gemeente; • De verhouding van het initiatiefplan t.o.v. programma’s (indien van toepassing); • Motivering om welke redenen het wijzigingsbesluit voorziet in een evenwichtige toedeling van functies aan locaties; • Onderzoek verplichtingen; • Uitvoerbaarheid. Als een plan niet binnen het beleid past, moet gemotiveerd worden waarom het plan toch gerealiseerd kan worden. De input hiervoor volgt ook uit voorbereidingstraject. Afhankelijk van de grootte en impact van het plan kunnen aanvullende eisen worden gesteld over de omvang van het document en de te behandelden onderwerpen. Dit kan bijvoorbeeld gelden voor een planwijziging omgevingsplan waarbij in de motivering ook moeten worden toegelicht welke regels worden gewijzigd. In sommige gevallen moet bij de aanvraag ook een milieueffectrapportage of Plan MER worden toegevoegd.

Plan MER Bij de voorbereiding van planwijziging moet een plan-MER worden gemaakt als: • Een passende beoordeling van de gevolgen voor een Natura 2000-gebied moet worden gemaakt. • Het omgevingsplan een kader vormt voor projecten die zijn aangewezen in bijlage V bij het Omgevingsbesluit. Als dit zo is, gelden in de voorbereidingsprocedure de aanvullende regels voor MER, voor plannen en programma's van paragraaf 16.4.1, Omgevingswet, en afdeling 11.1, Omgevingsbesluit.

Dit is enigszins vergelijkbaar met de onderbouwing van een goede ruimtelijke ordening onder de Wabo. Behalve dat de motivering gaat over de gehele fysieke leefomgeving en niet sec een goede ruimtelijke ordening. 10 Het wijzigen van het omgevingsplan, Supplement 2021-2, Leergang Op dezelfde leest, concept 29-11-2021 11 Geonovum, ‘Toepassingsprofiel omgevingsplan, STandaard Officiële Publicaties met Toepassingsprofielen voor Omgevingsdocumenten (stop/tpod)’ (versie 2.0.0), https://www.geonovum.nl/geo-standaarden/omgevings-wet/TPOD-A. 9

- 22 -

In de voorbereidingsfase moet gestart worden met de milieueffectrapportage indien dit van toepassing is. Indien de MER niet van toepassing kan de planwijziging of aanvraag BOPA nog wel m.e.r. beoordeling plichtig zijn. De motivering moet zowel voor een BOPA als voor een planwijziging omgevingsplan worden opgesteld. Naast deze motivering geldt voor de indiening van een BOPA (5.4) andere (en aanvullende) eisen dan voor de indiening van een planwijziging (5.5).

5.4 Aanvullende eisen BOPA 5.4.1 Beoordeling stukken aanvraag In artikel 7.207b lid 2 van de Omgevingsregeling zijn de specifieke aanvraagvereisten voor de BOPA opgenomen. Dit artikel bepaalt dat bij een aanvraag voor een BOPA-omgevingsvergunning de gegevens en bescheiden worden verstrekt die nodig zijn om de gevolgen van die activiteit te beoordelen voor: 1. Een evenwichtige toedeling van functies aan locaties; 2. Instructieregels van het rijk/provincie. De BEL-gemeenten hebben deze geformuleerde aanvraagvereiste voor de BOPA verder geconcretiseerd door een goede onderbouwing voor de fysieke leefomgeving (GoFlo) te eisen bij een aanvraag om een BOPA. Daarin worden alle relevante gevolgen van de aangevraagde activiteit voor de fysieke leefomgeving uiteengezet en onderbouwd dat de activiteit in overeenstemming is met een evenwichtige toedeling van functies aan locaties plaatsvindt en dat de activiteit ook uitvoerbaar is. Dat betekent dat aan de aanvraagvereisten kan worden voldaan door het overleggen van een motivering (zie paragraaf 5.3). In deze motivering van de BOPA wordt dan tenminste opgenomen: 1. een omschrijving van de aanvraag, dit betreft de afwijking(en) van het omgevingsplan 2. een toetsing van die afwijking(en) aan evenwichtige toedeling van functies aan locaties (aan de hand van de gemeentelijke vereisten genoemd in paragraaf 5.3).

Ook moeten bij de aanvraag eventuele aanpassingen worden overlegd die zijn doorgevoerd naar aanleiding van het voorbereidingsproces. Aanvraagvereisten voor een BOPA kunnen daarnaast nog ook voortvloeien uit een omgevingsplan, omgevingsvisie of gemeentelijke beleidsstukken waarin eisen zijn gesteld over omgevingskwaliteiten. Zie ook onderstaand overzicht. Overzicht aanvraagvereisten Er gelden verschillende aanvraagvereisten voor een omgevingsvergunning voor een BOPA. Aanvraagvereisten algemeen • artikel 7.3 en 7.4 Omgevingsregeling. Aanvraagvereisten omgevingsvergunning • artikel 16.49 Omgevingswet; paragrafen 7.2.1, 7.2.2, r. 7.2.12, 7.2.8a.1, 7.2.8a.2 en 7.2.9 Omgevingsregeling; • artikelen 22.35, 22.274 en 22.283 bruidsschat en paragrafen 22.3.36 en 22.5.2 bruidsschat; omgevingsplan Aanvraagvereisten BOPA • artikel 7.207b Omgevingsregeling. Aanvraagvereisten overig • omgevingsplan; • omgevingsvisie; • gemeentelijke beleidstukken

- 23 -

5.4.2 Participatie De initiatiefnemer moet bij het aanvragen van een omgevingsvergunning aangeven of participatie is doorlopen (bijvoorbeeld in het voorbereidingstraject) of niet en wat hiervan de resultaten zijn (artikel 7.4 Omgevingsregeling). In de gemeenten van de BEL Combinatie is participatie verplicht voor alle aanvragen van een BOPA. Over de wijze waarop geparticipeerd moet worden, wordt verwezen naar het (nog op te stellen) gemeentelijk participatiebeleid. Als de aanvrager bij zo’n aangewezen geval de participatie niet of onvoldoende gedaan heeft, kan het college de aanvraag buiten behandeling laten. Het college moet de aanvrager wel de gelegenheid geven het gebrek te herstellen (artikel 4:5, AWB).

5.4.3 Publicatie De bekendmaking van een kennisgeving omgevingsvergunning voor een BOPA wordt gedaan via DROP (Decentrale Regelgeving en Officiële Publicaties). Het bevoegd gezag publiceert (handmatig of geautomatiseerd) de kennisgeving van de vergunning voor een BOPA, inclusief het werkingsgebied (in GML-Formaat) op DROP. DROP is gekoppeld aan de LVBB (landelijke voorziening bekend maken en beschikbaar stellen). Daardoor is de kennisgeving met de geometrie ook te zien in het onderdeel Regels op de kaart (DSO). De vergunning zelf is niet te zien (pas als deze is verwerkt in het omgevingsplan). De kennisgeving van een verleende BOPA gebeurt door het vaststellingsbesluit aan de plancontour (locatie/werkingsgebied) te koppelen. Kennisgeving van het ontwerpbesluit in de LVBB is niet verplicht. Het is uiteindelijk dus de bedoeling dat een werkingsgebied voor een BOPA (om aan te geven dat een vergunning verleend is) gepubliceerd wordt op het DSO (Digitaal Stelsel Omgevingswet). Dit gebeurt dan vanuit het zaaksysteem (publicatie via Open Wave) van de gemeente. De gemeente kan ervoor kiezen deze locaties zelf in te tekenen op basis van de aanvraag, of uit te zetten bij derden.

5.5 Aanvullende eisen planwijziging omgevingsplan 5.5.1 Beoordeling stukken planwijziging Bij het nemen van een besluit op een aanvraag van een planwijziging gelden in ieder geval de volgende criteria: • de doelen van de Omgevingswet (zie artikel 1.3 en 2.1, lid 1, Omgevingswet); • de evenwichtige toedeling van functies aan locaties (zie artikel 4.2, Omgevingswet en paragraaf 5.3 van dit document inzake de motivering); • de instructieregels over het omgevingsplan uit hoofdstuk 5 van het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl); • de instructieregels over het omgevingsplan uit de omgevingsverordening; • de instructies (instructiebesluiten) van Rijk en provincies over het omgevingsplan; • de planwijziging moet worden opgesteld volgens de STOP‐TPOD standaarden; • indien van toepassing, opstellen en aanleveren milieueffectrapportage. Bij elk wijzigingsbesluit moeten de gewijzigde regeling van het omgevingsplan en de motivering van de wijziging worden aangeleverd. En optioneel een aanvulling op de algemene toelichting12. Een nadere beschrijving over welke eisen er gelden ten aanzien van de uitgangspunten van de planwijziging en wat er aangeleverd moet worden, wordt toegelicht in de handleiding planwijziging omgevingsplan (nog op te stellen).

5.5.2 Participatie Participatie is verplicht bij het vaststellen van een planwijziging. In het vaststellingsbesluit van de gemeente moet beschreven staan hoe de gemeente burgers, bedrijven, maatschappelijke Bij het omgevingsplan kan een algemene toelichting bij het omgevingsplan worden opgesteld. Uiteindelijk bestaat het omgevingsplan uit de regeling en juridische planbeschrijving en optioneel uit een algemene toelichting. 12

- 24 -

organisaties en andere bestuursorganen bij de voorbereiding betrokken heeft. Het bevoegd gezag is verplicht om een planwijziging voor te bereiden met participatie, zij kan ook met de initiatiefnemer afspreken dat deze zorg draagt voor de uitvoering van de participatie. Over de wijze waarop geparticipeerd moet worden, wordt verwezen naar het (nog op te stellen) gemeentelijk participatiebeleid.

5.5.3 Publicatie Als een initiatief met een planwijziging mogelijk wordt gemaakt, zijn er (tot en met 31 december 2025) twee keuzes voor de publicatie van het omgevingsplan. Publiceren in het DSO met STOP/TPOD, of publiceren volgens de IMRO-standaard in ruimtelijke plannen (TAM-IMRO). De digitale vereisten worden nader toegelicht in de handleiding planwijziging omgevingsplan (nog op te stellen). De publicatie TAM-IMRO wordt in de volgende paragraaf toegelicht.

5.6 Aanvullende eisen TAM-IMRO 5.6.1 Aanvullende eisen voorbereiding plan TAM-IMRO Er zijn vele varianten mogelijk voor een TAM-IMRO-plan. De eenvoudigste is een basisvariant, deze sluit zo dicht mogelijk aan op de IMRO-standaarden zoals nu toegepast worden bij bestemmingsplannen. De meest uitgebreide variant benadert zoveel mogelijk het omgevingsplan (inclusief voorbereiding op annoteren). Daarmee wordt het TAM-IMRO ook beter zichtbaar in het DSO (als onderdeel van het weergeven van het tijdelijk deel omgevingsplan). Deze variant lijkt op een Crisis- en herstelwet bestemmingsplan (bestemmingsplan verbrede reikwijdte). Indien een TAM-IMRO wordt gemaakt is het eerst nodig om te bepalen wat voor TAM-IMRO-plan wordt gemaakt en wat daarbij hoort. Daarvoor is een plan van aanpak met uitgangspunten nodig. In dit afwegingskader kunnen nog geen ‘’standaard’’ eisen worden meegegeven voor een TAM-IMROplan, omdat dit project en tijd (wanneer wordt het instrument ingezet in relatie tot het omgevingsplan zelf) afhankelijk is.

5.6.2 Participatie Participatie is verplicht bij het vaststellen van een planwijziging. In het vaststellingsbesluit van de gemeente moet beschreven staan hoe de gemeente burgers, bedrijven, maatschappelijke organisaties en andere bestuursorganen bij de voorbereiding betrokken heeft. Het bevoegd gezag is verplicht om een planwijziging voor te bereiden met participatie, zij kan ook met de initiatiefnemer afspreken dat deze zorg draagt voor de uitvoering van de participatie. Over de wijze waarop geparticipeerd moet worden, wordt verwezen naar het (nog op te stellen) gemeentelijk participatiebeleid. Dit geldt ook voor een TAM-IMRO-plan.

5.6.3 Publicatie Publicatie van een TAM-IMRO-plan gebeurt via de ruimtelijke plannen. Bij het toepassen van dit instrument wordt bepaald, per plan, in hoeverre wordt aangesloten op de STOP/TPOD-standaarden en in hoeverre daarmee het TAM-IMRO ook zichtbaar is in het DSO. Dit kan bijvoorbeeld worden bereikt door te werken met een ‘’overige zone – bouwvlak’’. Een dergelijk (werking)gebied is ook zichtbaar in het DSO terwijl alleen de aanduiding bouwvlak niet zichtbaar is in het DSO. In een plan van aanpak voor het TAM-IMRO-plan worden inzake de publicatie uitgangspunten vastgelegd.

- 25 -

Bijlage 1 Gevallen bindend Adviesrecht Lijst waarin zijn opgenomen de gevallen waarin het bindend Adviesrecht gemeenteraad van toepassing is: Functie Woningbouw binnen de bebouwde kom/bestaand bebouwd gebied

Initiatieven De toevoeging van één of meerdere nieuwe woningen, behalve bij: a. het realiseren van woningen in een bestaand gebouw waarbij alleen de bestemming wijzigt er geen toename is van bebouwd oppervlak b. het realiseren van huisvesting in verband met mantelzorg.

Bijbehorend bouwwerk buiten de bebouwde kom

Een bijbehorend bouwwerk of uitbreiding daarvan buiten de bebouwde kom dat: a. hoger is dan 5 meter, of 2 b. een oppervlakte heeft van meer dan 150 m . Een gebouw voor een infrastructurele of openbare voorziening dat: a. hoger is dan 5 meter, of b. een oppervlakte heeft van meer dan 50 m². Een antenne-installatie hoger dan 40 meter. Een bouwwerk, geen gebouw zijnde, of een gedeelte van een dergelijk bouwwerk dat: a. hoger is dan 10 meter, of b. een oppervlakte heeft van meer dan 50 m2.

Infrastructurele of openbare voorziening

Antenne-installatie Bouwwerk geen gebouw zijnde

Bouwwerken en milieubelasting

Het gebruiken van bouwwerken en/of bij die bouwwerken aansluitend terrein voor activiteiten die qua milieubelasting gelijk gesteld kunnen worden aan milieucategorie 3 of hoger.

Detailhandel/Kantoren/Horeca

Wijziging van gebruik van onbebouwde gronden of gebouwen binnen de bebouwde kom voor detailhandel, kantoren en horeca vanaf 500 m² bvo. Permanente verruiming of wijziging van gebruik van onbebouwde gronden of gebouwen binnen de bebouwde kom voor bedrijfsmatige en maatschappelijke functies vanaf 1.000 m² bvo. Het permanent gebruiken van bouwwerken en van bij die bouwwerken aansluitend terrein buiten de bebouwde kom, zulks met uitzondering van: a. een logiesfunctie voor werknemers; b. de opvang van asielzoekers of andere categorieën vreemdelingen (idem) c. het omzetten van een (agrarische) bedrijfswoning in een burgerwoning.

Bedrijven en kantoren

Gebruik bouwwerken buiten de bebouwde kom

(nieuwe) natuur Recreatiewoningen

Herinrichting openbaar gebied

wijziging van gebruik van onbebouwde gronden buiten de bebouwde kom vanaf 1 hectare. Het gebruiken van een recreatiewoning voor permanente bewoning, tenzij wordt voldaan aan de volgende eisen: a. de bewoner had op 31-10-2003 de recreatiewoning in gebruik en bewoont deze sedertdien onafgebroken, en b. de bewoner was op 31-10-2003 meerderjarig. Het gebruiken van gronden voor een ingrijpende permanente herinrichting van openbaar gebied.

- 26 -

Bijlage 2 Toelichting toetsingskader BOPA 1. Dwingt een instructieregel tot wijziging van het omgevingsplan? Instructieregelregels van het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl)* kunnen er toe dwingen om initiatieven te faciliteren via het wijzigen van het omgevingsplan. Als dat het geval is kan het bevoegd gezag geen BOPA toepassen. *Dit betreft artikel 5.14 Besluit kwaliteit leefomgeving (aandachtsgebieden en brand- en explosievoorschriftengebieden). Er zijn geen andere instructieregels die dwingen tot een planwijziging. Toelichting artikel 5.14 lid 3 Besluit kwaliteit leefomgeving Als een initiatief bestaat uit het op een locatie toelaten van een milieubelastende activiteit als bedoeld in bijlage VII Besluit kwaliteit leefomgeving, dan moet in het omgevingsplan in principe een brandvoorschriftengebied en/of explosievoorschriftengebied worden aangewezen. Artikel 5.14 lid 3 Besluit kwaliteit leefomgeving maakt het mogelijk om af te zien van de aanwijzing van zo’n voorschriftengebied, maar die uitzondering geldt niet voor een locatie in een brand- of explosieaandachtsgebied waar een zeer kwetsbaar gebouw is toegelaten of aanwezig is. Als dat laatste het geval is, moet er dus gewerkt worden met een wijziging van het omgevingsplan. In Rijswijk is bijvoorbeeld een aardgasbuisleiding aanwezig.

Binnen het aandachtsgebied van deze leiding zijn er zeer kwetsbare objecten of worden deze voorzien De reden dat dit artikel dus dwingt tot planwijziging is dat het voorschriftengebied dat op grond van dit artikel moet worden vastgesteld, ook beperkingen oplegt aan activiteiten van derden en dat die beperkingen niet met een ander instrument vast gelegd kunnen worden, dan met een omgevingsplanwijziging. Daarbij werkt deze instructieregel ook twee kanten op. Een omgevingsplanwijziging is nodig als het toestaan van een nieuwe milieubelastende activiteit ertoe leidt dat een bestaand zeer kwetsbaar object in een aandachtsgebied/voorschriftengebied komt te liggen en omgekeerd als een nieuw zeer kwetsbaar object in een aandachtgebied van een bestaande milieubelastende activiteit komt te liggen. De paragrafen 5.1.2.2 tot en met 5.1.2.6 in het Besluit kwaliteit leefomgeving zijn daarmee van toepassing op het toelaten van beperkt kwetsbare, kwetsbare en zeer kwetsbare gebouwen en beperkt kwetsbare en kwetsbare locaties in verband met het externe veiligheidsrisico van een activiteit die op een locatie is toegelaten op grond van een omgevingsplan of een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit (artikel 5.3 toepassingsbereik gebouwen en locaties). 2.

Zijn er alleen beperkingen nodig voor de initiatiefnemer binnen de locatie van de aanvraag? Om een initiatief te faciliteren moeten vaak beperkingen worden opgelegd aan de initiatiefnemer zelf of aan de omgeving (zoals buurpercelen), om te zorgen voor een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Een beperking voor de initiatiefnemer zelf is bijvoorbeeld het limiteren van de bouwhoogte vanwege bezonning op de buurpercelen, of het voorschrijven van groen of waterberging vanwege klimaatadaptatie. Een beperking die aan buurpercelen moet worden opgelegd is bijvoorbeeld het limiteren van de geluidsproductie of het verplaatsen van een opslag van gevaarlijke stoffen vanwege externe veiligheid. Een BOPA biedt uitkomst op het moment dat de beperkingen alleen voor de initiatiefnemer gelden. In de BOPA kunnen voorschriften worden opgenomen waarin die beperkingen worden vastgelegd. Deze voorschriften behorend bij de BOPA kunnen er ook toe strekken dat bijvoorbeeld bestaande bouw- of gebruiksmogelijkheden uit het tijdelijke deel van het omgevingsplan op het betreffende perceel niet meer mogen worden gebruikt. Hiermee wordt dus met de BOPA vastgelegd dat de regels uit tijdelijk deel niet meer toegepast kunnen worden en dat in de plaats daarvan de voorschriften behorend bij de verleende BOPA van toepassing zijn.

- 27 -

Het veranderen van de (spel)regels voor toekomstige activiteiten kan dus niet met een BOPA. Dat kan alleen door het omgevingsplan te wijzigen. Met een BOPA kunnen geen regels voor en rechten van derden gewijzigd worden. In dat geval is een wijziging van het omgevingsplan de te volgen weg. 3. Kunnen die beperkingen worden opgelegd via andere instrumenten? Als het nodig is om ook beperkingen buiten de locatie van het initiatief op te leggen (dus niet aan de initiatiefnemer maar aan buurpercelen, zoals het hiervoor genoemde voorbeeld van geluidsproductiebeperkingen of het verplaatsen van opslag van gevaarlijke stoffen) dan kan de BOPA niet worden gebruikt om die beperkingen op te leggen. Een BOPA geldt immers alleen voor de aanvrager. Bekijk in dat geval of andere instrumenten kunnen worden gebruikt om die beperkingen, tegelijk met het verlenen van de BOPA, op te leggen. Hierbij valt te denken aan: het opleggen van maatwerkvoorschriften op grond van het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) of de bruidsschat. Zowel het Besluit activiteiten leefomgeving (artikel 2.13) als het milieudeel van de bruidsschat (artikel 22.45) bieden een ruime bevoegdheid tot het stellen van maatwerkvoorschriften. Die maatwerkvoorschriften kunnen ambtshalve worden opgelegd aan milieubelastende activiteiten rond het initiatief, bijvoorbeeld om cumulatie van geluid, geur of trillingen te beperken.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14565657/2