CConstaterende datlaren
Koppel je AI →
Document · PDF

A 04 1 BIJLAGE - plantoelichting verleggen gastransportleiding W-500-01

Commissie Ruimte en Infrastructuur 7 februari 2024, gemeente larenBij agendapunt: Raadsinformatiebrief verplaatsing buis voor gastransport-hogedruk aardgasleiding weg over Anna’s Hoeve Laren, bespreking10.898 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Figuur 14 Verplichte en onmisbare onderdelen van de verantwoordingsplicht van het groepsrisico De mogelijkheden voor zelfredzaamheid en mogelijkheden voor hulpverlening zijn identiek aan de bestaande situatie. In onderstaand beeld is een inventarisatie van alle risicobronnen en kwetsbare objecten in de direct omgeving weergegeven. Andere risicobronnen dan de buisleidingen Gasunie zijn de transporten over Rijksweg A27. Het verleggen van de gasleiding is niet van (negatieve) invloed op deze bron. Gasunie draagt 2-maandelijks zorg voor het aanleveren van nieuwe en actuele informatie ten behoeve van de risicokaart, te nieuw aan te leggen leiding is nog niet verwerkt.

‘Bestemmingsplan verleggen W-500-01 te Laren’

Toelichting

29

Figuur 15 Uitsnede risicokaart. 4.8.1

Besluit externe veiligheid Buisleidingen

In de huidige wetgeving op het gebied van externe veiligheid (Bevb) worden de veiligheidsrisico’s uitgedrukt in plaatsgebonden risico (PR) en groepsrisico (GR). Het Bevb regelt onder meer welke veiligheidsafstanden in acht genomen moeten worden voor het transport van gevaarlijke stoffen door buisleidingen. In het Bevb wordt een grenswaarde voor het PR gegeven, terwijl het Groepsrisico een oriënterende waarde kent. 4.8.2

Kwantitatieve risicoanalyse

Om te beoordelen of de nieuwe te leggen leiding voldoet aan het Bevb is een Kwantitatieve risicoanalyse uitgevoerd (QRA). De bijgevoegde QRA is opgesteld aan de hand van de bevolkingsdata van de BAG populatieservice (demis), d.d. 26 juli 2023. De uitkomsten hiervan zijn opgenomen in het rapport ‘QRA leiding W-500-01 welke als bijlage is toegevoegd8. De conclusies uit het rapport wordt in onderstaande kort beschreven. Plaatsgebonden risico Het plaatsgebonden risico van de leiding voldoet in het plangebied aan het Bevb en Revb. De gestelde voorwaarde, dat het PR van deze leiding op een afstand van vier meter gemeten uit het

26 juli 2023, Arcadis, QRA leiding W-500-01, De verlegging van de leiding in de gemeente Laren Gasunie Transport Services B.V., D10061902:7 8

‘Bestemmingsplan verleggen W-500-01 te Laren’

Toelichting

30

hart van de leiding niet hoger is dan 10-6 per jaar. Het niveau van 10-6 wordt niet bereikt waardoor dan tevens voldaan wordt aan de voorwaarde dat er zich geen kwetsbare objecten binnen deze contour bevinden. Groeprisico Het groepsrisico van de kilometer leiding voor het leidinggedeelte waarbinnen zich de voorgenomen leidingverlegging zich afspeelt, is vergeleken met de oriëntatiewaarde voor buisleidingen. Gebleken is dat het Groepsrisico kleiner is dan de in het Bevb gestelde richtwaarde en daarmee voldoet aan de vigerende wetgeving. Verder is de verlegging van de leiding niet van invloed op de zelfredzaamheid, de mogelijkheden tot hulpverlening en is het tijdsaspect niet anders. Zowel het Groepsrisico als het Plaatsgebonden Risico voldoen aan de normen van het Bevb. Het nieuwe tracé heeft dus geen (nadelige) gevolgen voor PR en GR.

4.10 Kabels en Leidingen In de directe omgeving van de aan te leggen gastransportleiding zijn geen andere planologisch relevante transportleidingen gelegen. Uiteraard moet bij de aanleg van de gastransportleiding rekening gehouden worden met eventueel aanwezige andere ondergrondse infrastructuur. In ieder geval zal een Klic-melding worden gedaan om de mogelijke aanwezigheid van andere kabels en leidingen te inventariseren en eventuele maatregelen te treffen in overleg met de leidingbeheerder(s).

4.9

Luchtkwaliteit

Titel 5.2 van de Wet milieubeheer (hierna: Wm) bevat luchtkwaliteitseisen voor luchtkwaliteit. Nieuwe ontwikkelingen kunnen effect hebben op de luchtkwaliteit. De voorgenomen ontwikkeling zal vallen onder de categorie die ‘niet in betekende mate’ bijdraagt aan een verslechtering van de luchtkwaliteit door de zeer beperkte wijziging van het aantal verkeersbewegingen ten opzichte van de bestaande situatie (alleen ten tijde van aanleg). Een project valt in de bovengenoemde categorie wanneer de bijdrage van de activiteit onder 3% blijft van de jaargemiddelde grenswaarde van de concentraties fijn stof en stikstofoxide9. Er kan met zekerheid gesteld worden dat de voorgenomen ontwikkeling onder deze grenswaarde blijft. Een gasleiding is geen gevoelige bestemming. Daarom hoeft de luchtkwaliteit in het kader van een goed woon- en leefklimaat niet te worden beoordeeld.

4.10 Verkeer en parkeren Voor het voorliggende plan geldt er in de definitieve situatie geen wijziging t.a.v. de parkeerdruk aangezien het een onbemande gastransportleiding betreft, evenals in de bestaande situatie. Ten tijde van de aanleg van de leiding zal er een werkterrein worden ingericht waar de werkzaamheden worden uitgevoerd. Personeel zal daar hun vervoersmiddelen parkeren zodat er ook geen tijdelijke extra parkeerdruk ontstaat. Datzelfde geldt voor de verkeerssituatie; in de definitieve situatie heeft de verlegging van de gasleiding hier geen invloed op. De aanleg-/uitvoeringsfase zal tijdelijk wat extra Dit is vergelijkbaar met het aantal verkeersbewegingen bij een kantoorlocatie van 100.000m2 bvo of een woningbouwlocatie van 1.500 woningen. 9

‘Bestemmingsplan verleggen W-500-01 te Laren’

Toelichting

31

verkeersbewegingen met zich meebrengen aangezien materieel en personeel naar de locatie moet komen. Deze bewegingen zijn echter beperkt van aard en gaan volledig op in het bestaande verkeer.

4.11 Geluid, geur, lichthinder en windhinder Het betreft een ondergrondse leiding waarbij de milieuaspecten geluid, geur, lichthinder, en windhinder niet van toepassing zijn.

4.12 Conclusie De hierboven beschreven paragrafen hebben een nadere analyse van het plangebied weergegeven waarin de beknopte conclusies uit enkele relevante onderzoeksrapporten zijn weergegeven. Zoals omschreven zullen bepaalde aspecten bij uitvoering nadere aandacht moeten krijgen om de invloed op de omgeving te beperken. Deze aandacht zal door de opdrachtgever in acht worden genomen, waardoor de werkzaamheden op een verantwoorde wijze zullen worden verricht. De gebiedsaspecten geven dan ook geen aanleiding om de bestemmingsplanprocedure geen verder vervolg te geven.

‘Bestemmingsplan verleggen W-500-01 te Laren’

Toelichting

32

5 Juridische planbeschrijving 5.1

Planmethodiek

De regelgeving, zoals opgenomen in het Besluit ruimtelijke ordening, biedt de gemeente de mogelijkheid tot het opstellen van bestemmingsplannen met een grote mate van flexibiliteit en globaliteit. Planvormen kunnen zodanig worden gekozen dat ingespeeld kan worden op zich wijzigende omstandigheden en op nieuwe maatschappelijke ontwikkelingen, zodat in veel gevallen het bestemmingsplan minder vaak behoeft te worden aangepast. In het huidige plan is ervoor gekozen om de gastransportleiding waarvan het tracé reeds bekend is, exact te bestemmen door middel van een belemmeringenstrook van 2 maal 4 meter ter weerszijden van de hartlijn van de toekomstige leiding. Hiervoor is de standaardtekst van Gasunie t.a.v. het artikel dubbelbestemming ‘Leiding-Gas’ opgenomen.

5.2 Functie van het bestemmingsplan Het bestemmingsplan ‘Verlegging gastransportleiding W-500-01’ regelt de bestemmingen en het gebruik van de gronden voor het betreffende gebied. Gekozen is voor een bestemmingsplan waarin de vigerende bestemmingen uit onderliggende bestemmingen worden overgenomen. Het bestemmingsplan bestaat uit een verbeelding (kaart), regels en een toelichting. De verbeelding en de daarop aangewezen bestemmingen en regels vormen tezamen het juridische plan; - een verbeelding: een digitaal GML-bestand met een specifiek nummer, in dit geval PM - regels: deze regels zijn in de SVBP 2012 zoveel mogelijk gestandaardiseerd (onder andere de volgorde, indeling, benaming, begripsbepalingen, overgangsbepalingen en de slotbepaling). De regels omvatten de omschrijvingen van de in het plan vervatte bestemmingen, waarbij per bestemming het doel of de doeleinden worden aangegeven. Op de verbeelding zijn de bestemmingen van de in het plan begrepen gronden aangegeven, met bijbehorende verklaringen. De verklaringen leggen een verbinding tussen de op de verbeelding aangegeven bestemmingen en de regels. Ook de verbeelding is opgebouwd volgens de richtlijn SVBP 2012. Ook is er een toelichting opgesteld. Dat betreft onderhavig document. De plantoelichting heeft geen rechtskracht.

In de toelichting worden de achtergronden en beweegredenen aangegeven die hebben geleid tot de bestemmingen. Een bestemmingsplan wordt met de daarbij behorende toelichting langs elektronische weg vastgelegd. Het bestemmingsplan wordt in die vorm vastgesteld. Een volledige papieren versie van het bestemmingsplan wordt gelijktijdig vastgesteld. Indien er tussen beide planvormen verschillen in uitleg bestaan dan is de inhoud van het via elektronische weg vastgelegde plan beslissend.

5.3

Bestemmingsregeling

Een bestemmingsplan bestaat uit drie delen: de toelichting, de regels en één of meerdere verbeeldingen. De verbeelding en de daarin aangewezen bestemming(en) en regels vormen tezamen het juridische plan. De toelichting heeft geen rechtskracht. In de toelichting worden de achtergronden en beweegredenen aangegeven die hebben geleid tot de bestemming(en) en onderbouwen waarom de ontwikkeling past binnen een goede ruimtelijke ordening. De regels

‘Bestemmingsplan verleggen W-500-01 te Laren’

Toelichting

33

omvatten de omschrijvingen van de in het plan vervatte bestemmingen, waarbij per bestemming het doel wordt aangegeven. In deze paragraaf wordt ingegaan op de juridische opbouw van het plan. Aan de orde komen onder meer de opbouw van de regels, de relatie tussen regels en kaarten en de beschrijving van de in de regels vastgelegde bestemmingen. 5.3.1

Toelichting op de verbeelding

De analoge verbeelding bestaat uit 1 kaartblad met een bijbehorende legenda. Op de verbeelding hebben alle binnen het plangebied gelegen gronden de dubbelbestemming ‘Leiding-Gas’ gekregen, aangevuld met de hartlijn. Als uitgangspunt geldt daarbij dat de bestemming overeenstemt met het bestaande gebruik van de betreffende gronden. De enkelbestemmingen uit de vigerende bestemmingsplannen zijn zo veel als mogelijk, en waar relevant voor het gedeelte binnen het plangebied, overgenomen in dit bestemmingsplan. Er worden geen nieuwe ontwikkelingen mogelijk gemaakt binnen de enkelbestemmingen ander dan het aanleggen van een gastransportleiding. Ook zijn bestaande dubbelbestemmingen en figuren overgenomen uit vigerende plannen. De verbeelding is opgesteld conform DURP (Digitaal Uitwisselbare Ruimtelijke Plannen). 5.3.2

Toelichting op de regels

De regels bevatten de juridische regeling voor het gebruik van de gronden, bepalingen over de toegelaten bebouwing en een regeling over het gebruik van bebouwing. In dit specifieke geval geen bebouwing maar een gastransportleiding. De regels, die zijn onderverdeeld in paragrafen, worden hierna (indien nodig) toegelicht. Bij de opzet van de regels is aangesloten bij de regels vanuit de vigerende bestemmingsplannen. De artikelen bevatten bepalingen over de specifieke bestemmingen in het plan. De opbouw van deze artikelen is steeds gelijk, conform de eisen van de SVBP2008. Voor een nadere uitleg wordt verwezen naar de SVBP2008, te raadplegen via de website van het Ministerie van IenM, onderdeel standaarden. Hier kan men ook terecht voor een uitgebreidere uitleg over dubbelbestemmingen, voorlopige bestemmingen en aanduidingen. Voor de leesbaarheid en raadpleegbaarheid zijn de regels in hoofdstukken geplaatst. Daarbij is aangesloten bij de SVBP2008, te weten: Hoofdstuk 1 Inleidende regels Begrippen In dit artikel zijn bepalingen (begrippen) opgenomen welke in het algemeen spraakgebruik onvoldoende vastliggen en waarbij verschillen in interpretatie bij toepassing van de planregels mogelijk zijn. Enkele begrippen zijn overgenomen uit de Woningwet/Bouwverordening en SVBP2008/2012. -

wijze van meten

Hierin wordt aangegeven op welke manier hoogte, lengte, breedte, inhoud en oppervlakte van bouwwerken/percelen gemeten moeten worden. Hoofdstuk 2 Bestemmingsregels -

bestemmingen; Natuur en Verkeer

‘Bestemmingsplan verleggen W-500-01 te Laren’

Toelichting

34

-

dubbelbestemming; ‘Leiding-Gas’ en ‘Waarde – Aardkundige waarde’

-

gebiedsaanduidingen; ‘milieuzone-grondwaterbeschermingsgebied’ en ‘milieuzone – bodembeschermingsgebied’

Hoofdstuk 2 van de regels bevat de juridische vertaling van de (dubbel)bestemmingen die in het plangebied voorkomen. De regels zijn onderverdeeld in o.a.: • Bestemmingsomschrijving: omschrijving van de activiteiten die zijn toegestaan: •

Bouwregels: eisen waaraan de bebouwing moet voldoen (bebouwingshoogte, bebouwingspercentage, etc.);

• •

Afwijken van de bouwregels: afwijkingsmogelijkheden ten opzichte van de bouwregels; Specifieke gebruiksregels: opsommingen van afwijkingen die in strijd zijn met de

•

bestemmingsomschrijving. Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werkzaamheden en werken, geen bouwwerken zijnde: opsomming van werkzaamheden en werken waarvoor al dan niet een omgevingsvergunning voor benodigd is.

Hoofdstuk 3 Algemene regels anti-dubbeltelregel Deze regel strekt ertoe te voorkomen dat van ruimte die in een bestemmingsplan voor de realisering van een bepaald gebruik of functie mogelijk is gemaakt, na realisering daarvan, ten gevolge van feitelijke functie- of gebruiksverandering van het gerealiseerde, opnieuw een tweede keer zou kunnen worden gebruik gemaakt. Een bekend voorbeeld van een dergelijke regeling is de zogenaamde rustende boer regeling. Aangesloten is bij de standaard antidubbeltelregel die in het Bro is opgenomen. algemene bouwregels In dit artikel zijn regels opgenomen hoe om te gaan met afwijkende maatvoering bij bestaande bouwwerken en bij onderkeldering van gebouwen. algemene gebruiksregels In dit artikel worden de algemene gebruiksregels beschreven. Deze gaat uit van de gedachte dat het gebruik uitsluitend mag plaatsvinden in overeenstemming met de bestemming. Dit brengt met zich mee dat de bestemmingsomschrijving van de te onderscheiden bestemming helder en duidelijk moet zijn. algemene wijzigingsregels In het plangebied is een deelgebied aangewezen waarvoor burgemeester en wethouders een wijzigingsplan kunnen opstellen en die op de verbeelding is aangeduid als 'wro-zone wijzigingsgebied': -

algemene afwijkingsregels

Het artikel heeft onder meer tot doel enige flexibiliteit in de regels aan te brengen. Via een door burgemeester en wethouders te verlenen omgevingsvergunning kunnen onder meer geringe afwijkingen in de maatvoering voor bouwwerken worden aangebracht en (openbare) nutsvoorzieningen worden gerealiseerd. Hoofdstuk 4 Overgangs- en slotregels -

Overgangsrecht

‘Bestemmingsplan verleggen W-500-01 te Laren’

Toelichting

35

In de overgangsregels is aangegeven wat de juridische consequenties zijn van bestaande situaties die in strijd zijn met dit bestemmingsplan. slotregel In de regels van het bestemmingsplan wordt in de Slotregel aangegeven op welke wijze de regels van het bestemmingsplan kunnen worden aangehaald.

‘Bestemmingsplan verleggen W-500-01 te Laren’

Toelichting

36

6 Uitvoerbaarheid en handhaving 6.1 Maatschappelijke uitvoerbaarheid Omdat de opdrachtgever grote waarde hecht aan overleg met grondeigenaren, direct belanghebbenden en bevoegde gezagen zijn reeds diverse contacten gelegd met beide gemeenten als grondeigenaren. Het voorliggende tracé is dan ook in overleg met eigenaren of rechthebbenden tot stand gekomen en wordt gewerkt aan overeenstemming hierover. Middels vergunningen en rechten van opstal zullen nadere afspraken worden gemaakt tussen initiatiefnemer en het bevoegde gezag, de grondeigenaren en –gebruikers. Overige stakeholders in de directe omgeving zullen worden geïnformeerd tijdens de ter inzage legging van het bestemmingsplan en uiteraard ook worden betrokken indien het project zich meer richting de uitvoeringsfase gaat bevinden. Het ontwerpbestemmingsplan heeft gedurende een periode van 6 weken ter inzage gelegen van PERIODE. Tevens is het ontwerpbestemmingsplan gepubliceerd via www.ruimtelijkeplannen.nl. Er is NR zienswijze ingediend op het plan.

6.2 Economische uitvoerbaarheid Voor de voorgenomen planprocedure zullen de kosten, en alle bijbehorende werkzaamheden en onderzoeken, in eerste instantie volledig voor rekening van Gasunie komen. Het (ver)leggen van de leiding is derhalve geen aangewezen bouwplan als bedoeld in artikel 6.2.1. Bro. Dit betekent dat plankosten niet kunnen worden verhaald middels een exploitatieplan. Wel zal er tussen gemeente Laren en initiatiefnemer Gasunie een anterieure overeenkomst worden gesloten om het kostenverhaal en overige afspraken vast te leggen. Aangezien de kostendekking gegarandeerd kan worden door de verschillende partijen kan het verleggen van de gastransportleiding als economisch uitvoerbaar worden geacht.

6.3 Handhaving Het bestemmingsplan is bindend voor zowel de overheid als de burger. De primaire verantwoordelijkheid voor controle en handhaving ligt bij de gemeente. Handhaving kan worden omschreven als elke handeling die erop gericht is de naleving van regelgeving te bevorderen of een overtreding te beëindigen. Het doel van handhaving is om de duurzame bescherming van mens en omgeving te waarborgen. Binnen het kader van het bestemmingsplan heeft regelgeving met name betrekking op de Wet ruimtelijke ordening (Wro) en de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo). Bij overtreding van deze regelgeving moet gedacht worden aan bouwen zonder omgevingsvergunning, bouwen in afwijking van een verleende omgevingsvergunning, het handelen zonder of in afwijking van een noodzakelijke omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden en het gebruik van gronden en opstallen in strijd met het gebruik van het bestemmingsplan of een afwijking. Handhaving wordt onderscheiden in preventieve en repressieve handhaving. Preventieve handhaving bestaat uit actief toezicht door of namens de gemeente door bijvoorbeeld regelmatige controles op de uitvoering van vergunningen. Voorts bestaat preventieve handhaving uit het opstellen van duidelijke en maatschappelijk geaccepteerde regels en uit communicatie en voorlichting.

Repressieve handhaving bestaat uit de aanwending van publiekrechtelijke middelen

‘Bestemmingsplan verleggen W-500-01 te Laren’

Toelichting

37

bij geconstateerde overtredingen, zoals het opleggen van een dwangsom of het uitoefenen van bestuursdwang. Daarnaast is het mogelijk strafrechtelijke middelen toe te passen en privaatrechtelijke actie te ondernemen bij inbreuk op het eigendomsrecht van de gemeente. Repressieve handhaving heeft als primair doel een einde te maken aan een specifieke overtreding van de Wro of de Wabo.

‘Bestemmingsplan verleggen W-500-01 te Laren’

Toelichting

38

7 Bijlagen 1. 17-07-2023, RAAP Rapport 6545, Plangebied afsluiterschema S-6210 te Laren en Baarn. 2. 29-03-2023, AVG Explosieven Opsporing, Vooronderzoek ontplofbare oorlogsresten, Hilversum S-6210 n S-6365, 143000154-VO-02D 3. 27 juni 2023, WSP, Verkennend en nader bodemonderzoek afsluiterschema’s S-6210 en S-6365 aan de weg over Anna’s Hoeve te Laren, SOL022574MK, versie 3.0 4. 20-06-2023, WSP Nederland B.V., Natuurtoets afsluiterschema’s S-6365 en S-6210, SOL022574FF, definitief 5. 26 juli 2023, Arcadis, QRA leiding W-500-01, De verlegging van de leiding in de gemeente Laren Gasunie Transport Services B.V., D10061902:7 6. MER notitie PM

‘Bestemmingsplan verleggen W-500-01 te Laren’

Toelichting

39

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13787117/1