20220928RBSb22 01028 Aanpassing verordening voorzieningen huisvesting onderwijs
Tekst van het document
c . tegemoetkoming in eerste inrichting leer- en hulpmiddelen en meubilair voor een school voor
voortgezet onderwijs als gevolg van een inpandige aanpassing waarbij algemene of specifieke
ruimte wordt omgezet in specifieke of werkplaatsruimte bedraagt het verschil tussen de vergoeding voor eerste inrichting van de bestaande ruimte en de vergoeding voor eerste inrichting van de te creëren ruimte.
d . herstel van constructiefouten en herstel van schade aan het gebouw, onderwijsleerpakket, en
meubilair in geval van bijzondere omstandigheden wordt bepaald door de activiteiten die minimaal noodzakelijk zijn voor de voortgang van het onderwijs. C . 4 Lokalen bewegingsonderwijs
1 . De omvang van de goedgekeurde voorziening nieuwbouw, vervangende nieuwbouw en uitbreiding van een lokaal bewegingsonderwijs wordt:
a . voor een school voor basisonderwijs vastgesteld op het verschil tussen de overeenkomstig
bijlage III, deel A, vastgestelde capaciteit en het overeenkomstig B.2, eerste lid, vastgestelde ruimtebehoefte, en
b . voor een school voor voortgezet onderwijs vastgesteld op de overeenkomstig B.2, tweede lid,
vastgestelde ruimtebehoefte als de uitbreiding groter of gelijk is dan tien procent van de overeenkomstig deel A vastgestelde capaciteit.
2 . De omvang van de goedgekeurde voorziening uitbreiden van een lokaal bewegingsonderwijs Pagina 21 van 31
van een school voor basisonderwijs wordt vastgesteld op de minimaal noodzakelijke aanvullende vloeroppervlakte om te kunnen voldoen aan de minimumnormen, bedoeld in bijlage III deel D, onder D.3.
3 . De omvang van de goedgekeurde voorziening terrein, of uitbreiding van het terrein, voor een
lokaal bewegingsonderwijs wordt vastgesteld op de minimaal noodzakelijke terreinoppervlakte om het lokaal, of de uitbreiding van het lokaal te realiseren.
4 . De omvang van de goedgekeurde voorziening aanvulling op de eerste aanschaf van het
meubilair wordt overeenkomstig bijlage IV bepaald als een lokaal bewegingsonderwijs in gebruik
wordt genomen door andere leerlingen dan waarvoor het lokaal oorspronkelijk is bedoeld of wordt uitgebreid.
5 . De omvang van de goedgekeurde voorziening herstel van constructiefouten en het herstel van
schade aan gebouw, onderwijsleerpakket en meubilair in geval van bijzondere omstandigheden,
wordt bepaald door de feitelijke kosten voor de activiteiten die minimaal noodzakelijk zijn voor de voortgang van het onderwijs.
Deel D – Minimumnormen bij het realiseren van nieuwe voorzieningen D . 1 Terreinoppervlakte
Voor een school voor basisonderwijs geldt voor het verharde gedeelte (speelplaats) een minimum terreinoppervlakte van 3 vierkante meter per leerling, met een minimum van 300 vierkant meter netto. Vanaf 200 leerlingen kan worden volstaan met 600 vierkante meter netto. D . 2 Speellokaal
Een speellokaal heeft een minimum van 90 vierkante meter netto. D . 3 Lokaal bewegingsonderwijs
1 . De netto vloeroppervlakte van een lokaal bewegingsonderwijs is minstens 252 vierkante meter
netto en de hoogte minstens 5 meter.
2 . Een lokaal bewegingsonderwijs bevat minstens twee kleedruimten met een was- of
douchegelegenheid.
Deel E – Meetinstructie voor het vaststellen van de bruto vloeroppervlakte van schoolgebouwen E . 1 Meetinstructie voor schoolgebouwen
De bruto vloeroppervlakte van een schoolgebouw wordt vastgesteld volgens NEN 2580. E . 2 Aanvulling op de meetinstructie voor de schoolgebouwen E . 2 . 1 Basisonderwijs
1 . De in- en aangebouwde fietsenstallingen en bergingen die uitsluitend van buitenaf bereikbaar
zijn, worden niet tot de bruto vloeroppervlakte gerekend.
2 . De oppervlakte van verbindende ruimten tussen in- of aanpandige lokalen bewegingsonderwijs
wordt toegekend aan het lesgebouw.
3 . Bij scheidingswanden tussen lesgebouwen en in- of aanpandige lokalen bewegingsonderwijs
wordt de bruto vloeroppervlakte gerekend tot het hart van de scheidingsconstructie. E . 2 . 2 Voortgezet onderwijs
De bruto oppervlakte van een gebouw is de som van de bruto vloeroppervlakte van alle tot het gebouw behorende beloopbare binnenruimten. De bruto vloeroppervlakte wordt gemeten op
vloerniveau langs de buitenomtrek van de opgaande buitenconstructies die de ruimten omhullen. Tot de bruto oppervlakte behoren eveneens:
a . de oppervlakte van trapgaten, liftschachten, en leidingschachten op elk vloerniveau, en
b . de oppervlakte van vrijstaande uitwendige kolommen, voor zover groter dan 0,5 vierkante
meter.
Pagina 22 van 31
E . 2 . 3 Uitzonderingen
1 . De oppervlakten van overdekte niet door vaste buitenbegrenzingen omsloten ruimten worden
niet tot de bruto vloeroppervlakte gerekend, ongeacht de vloerconstructie of wijze van verharding. Dit betreft in ieder geval luifels, dakoverstekken, de ruimte onder op kolommen staande verdiepingen, fietsenstallingen.
2 . Open brand-of vluchttrappen aan de buitenzijde van een gebouw worden bij de bepaling van de
bruto oppervlakte niet meegerekend.
3 . Niet beloopbare kelders en zolders worden niet meegerekend.
Bijlage IV Normbedragen voor vergoeding en indexering Deel A – Indexering
De normbedragen in deel B worden jaarlijks aangepast in overeenstemming met de onderstaande systematiek van prijsbijstelling:
A . 1 Nieuwbouw en uitbreiding 1
Prijsindexcijfer van de
MEV , jaar t+1, bruto
woningen, jaar t, tweede kwartaal
bedrijven in woningen
bouwkosten van nieuwe
investeringen door
(bron: CBS, kerncijfers,
(bron: CPB, Middelen en
bouwnijverheid, inclusief btw) ---------------------------------------
*
bestedingen)
----------------------------
*
------------
MEV , jaar t, bruto
Prijsindexcijfer van de
bedrijven in woningen
woningen, jaar t-1, tweede
investeringen door
--------------------------------------1
bouwkosten van nieuwe
(bron: CPB, Middelen en
kwartaal (bron: CBS, kerncijfers,
bestedingen)
bouwnijverheid, inclusief btw)
A . 2 Eerste inrichting onderwijsleerpakket en meubilair 1
Consumentenprijsindex , alle
MEV , jaar t+1 prijsmutatie
(bron: CBS, Kerncijfers, cijfer
overheidsconsumptie (bron:
huishoudens, jaar t, per 1 juli
netto materiële
van de maand juni jaar t) ---------------------------------------
*
---------------------------------------
MEV , jaar t, prijsmutatie
Consumentenprijsindex , alle
overheidsconsumptie
juli (bron: CBS, Kerncijfers,
netto materiële
(bron: CPB, Kerngegevens collectieve sector)
huishoudens, jaar t-1, per 1
cijfer van de maand juni jaar t1)
Pagina 23 van 31
CPB, Kerngegevens collectieve sector) *
--------------------------------------1
Deel B – Normbedragen
Weergegeven zijn de normbedragen voor 2022.
Alle in dit deel genoemde bedragen zijn inclusief BTW. A . Nieuwbouw met permanente bouwaard A . 1 Kostencomponenten nieuwbouw
1 . De financiële normering voor nieuwbouw valt uiteen in de volgende kostencomponenten: a . kosten voor terrein; b . bouwkosten ;
c . toeslag voor verhuiskosten bij vervangende bouw;
d . als het een school voor voortgezet onderwijs betreft, toeslag paalfundering;
2 . Als vervangende nieuwbouw wordt gecombineerd met het uitbreiden van een gebouw ter vervanging van een ander gebouw, gelden de bedragen bedoeld in paragraaf B. A . 2 Kosten voor terreinen
Het benodigde bouwrijpe terrein wordt door de gemeente, eventueel na aankoop, om niet aan het
schoolbestuur beschikbaar gesteld en het juridisch eigendom wordt aan hen overgedragen. De
kosten van een terrein worden opgenomen op het programma, zowel bij aankoop van een terrein
als in de situatie dat de gemeente een terrein beschikbaar stelt. De kosten voor het terrein worden
bepaald op de in de gemeente gangbare wijze van waardevaststelling van terreinen. Bij vervangende nieuwbouw behoren de kosten voor het slopen van het oude gebouw tot de kosten voor terreinen. A . 3 . 1 Bouwkosten
1 . Tot de bouwkosten behoren:
a . de bouwkosten van het gebouw, inclusief fundering, en
b . de kosten van de aanleg en inrichting van het schoolterrein.
2 . De vergoeding bestaat uit een startbedrag, inclusief een aantal vierkante meters, en een bedrag
per vierkante meter bruto vloeroppervlakte. Met deze vergoedingsbedragen moet de in
overeenkomstig bijlage III, deel C, vastgestelde aanvullende ruimtebehoefte worden gerealiseerd. A . 3 . 2 Bouwkosten school voor basisonderwijs
De vergoeding voor een basisschool wordt vastgesteld op basis van de volgende bedragen: Startbedrag voor de realisatie van de eerste 350 m2 bvo
€ 1.338.114
€ 2.290
Voor elke volgende m2 bvo
( Onder m 2 bvo wordt hier en verder verstaan: vierkante meter bruto vloeroppervlakte.) A.3.3. Bouwkosten school voor voortgezet onderwijs
1. Er is geen onderscheid in de normbedragen tussen nieuwbouw en uitbreiding. 2. De vergoeding voor een school voor voortgezet onderwijs bestaat uit: a. een vaste voet, afhankelijk van de omvang van de voorziening;
b. een werkplaatstoeslag, afhankelijk van het profiel in het VMBO, overeenkomstig bijlage III deel C;
c. een m² bedrag afhankelijk van het totaal aantal vierkante meters van het gehele project dat varieert afhankelijk van de vastgestelde ruimtesoort, overeenkomstig bijlage III, deel C. Pagina 24 van 31
Leerlingafhankelijke ruimtevergoeding /m² Ruimte / Projectomvang
< 460m²
>460 < 2500m²
>2.500m²
Werkplaatsen
€ 3.499
€ 2.831
€ 2.831
Algemene en specifieke Ruimte
€ 3.583
€ 2.126
€ 4.249
Werkplaatsen consumptief
€ 3.580
€ 2.075 € 3.580
Sectieafhankelijke, vaste voet Algemene Ruimte
€0
€ 669.770
Werkplaatsen (toeslag)
€0
€ 82.045
€ 845.586
3. Tot de algemene en specifieke ruimte behoren: a
(uiterlijke) verzorging/mode en commercie: huishoudkunde, gezondheidskunde, uiterlijke
b
handel/verkoop/administratie: verkooppraktijk, kantoorpraktijk, etaleren.
verzorging, mode en commercie, en
4. Tot de werkplaatsen behoren: a
techniek algemeen:
1°. Bouwtechniek;
2°. Machinale houtbewerking; 3°. Meten;
4°. Elektrotechniek;
5°. installatietechniek; 6°. Lasserij; 7°. Metaal;
8°. Motorvoertuigentechniek, en 9°. Mechanische techniek;
b. consumptief: werkplaats consumptieve techniek;
c. grafische techniek: werkplaats grafische techniek, en d. landbouw: groen-praktijk.
5 . De overige ruimten behoren tot de categorie algemene ruimte.
A . 3 . 6 Toeslag paalfundering school voor voortgezet onderwijs
1 . Voor de school voor voortgezet onderwijs is het bedrag van de normkosten gebaseerd op een
standaardlocatie. Voor de volgende aanvullende investeringskosten wordt, indien noodzakelijk, een aanvullend bedrag beschikbaar gesteld: a . paalfundering b . bemaling .
2 . De aanvullende vergoeding is afhankelijk van de benodigde paallengte in relatie met de omvang
van de bouw in bruto vloeroppervlakte en wordt bepaald op basis van de volgende formules:
Nieuwbouw en uitbreiding < 1000 m2
Paallengte 1 tot 15 meter
Paallengte 15 tot 20 meter
€ 7.016
Paallengte 20 meter of langer
Uitbreiding >= 1000 m2
€ 6.590 € 7.833
+ (€ 35 * A)
+ (€ 58 * A)
+ (€ 105 * A)
Pagina 25 van 31
Paallengte 1 tot 15 meter
Paallengte 15 tot 20 meter
€ 8.047
+ (€
€ 15.939
+ (€ 64 * A)
€ 10.496
Paallengte 20 meter of langer
+ (€ 31 * A)
12 * A)
3. Als de grondwaterstand minder dan 1 meter onder het maaiveld ligt, is bemaling noodzakelijk en wordt een aanvullend bedrag per vierkante meter goedgekeurde terreinoppervlakte toegekend. De vergoeding bedraagt € 22,- per vierkante meter terrein.
A . 3 . 7 Toeslag voor verhuiskosten bij vervangende nieuwbouw
1 . Als een school tijdens de realisatie van vervangende nieuwbouw gebruik kan blijven maken van
het bestaande schoolgebouw, bestaat aanspraak op bekostiging van de verhuiskosten voor één verhuizing.
2 . Als een school tijdens de realisatie van vervangende nieuwbouw tijdelijk op een andere locatie
moet worden gehuisvest, bestaat aanspraak op bekostiging van de verhuiskosten voor twee verhuizingen.
3 . De vergoeding wordt vastgesteld op feitelijke kosten.
B . Uitbreiding met permanente bouwaard B . 1 Reikwijdte
Deze paragraaf is van toepassing op de uitbreiding van de huisvesting in permanente bouwaard van een school voor basisonderwijs tot 1035 vierkante meter bruto vloeroppervlakte. Op overige uitbreidingen is paragraaf A overeenkomstig van toepassing. B . 2 Kosten terrein
Als uitbreiding van het terrein noodzakelijk is, is het bepaalde in A.2 overeenkomstig van toepassing op het vaststellen van de kosten voor het voor uitbreiding benodigde terrein. B . 3 . 1 Bouwkosten
1 . Tot de bouwkosten behoren:
a . de bouwkosten van het gebouw, en
b . kosten voor extra aanleg en inrichting van een deel van het schoolterrein.
2 . De vergoeding bestaat uit een startbedrag, inclusief een aantal vierkante meters, en een bedrag
per vierkante meter. Met deze vergoedingsbedragen moet de overeenkomstig bijlage III, deel C, vastgestelde aanvullende ruimtebehoefte worden gerealiseerd. B . 3 . 2 Bouwkosten school voor basisonderwijs
De vergoeding voor een basisschool wordt bepaald op basis van de volgende bedragen: Startbedrag bij uitbreidingen van 115 m2 bvo of groter
€ 195.953
Startbedrag bij uitbreidingen van 55 tot 115 m2 bvo
€ 130.636
Naast het startbedrag voor elke m2 bvo
€ 2.610
B . 3 . 5 Toeslag paalfundering school voor voortgezet onderwijs
Het bepaalde in A.3.6 is overeenkomstig van toepassing op het bepalen van de omvang van de vergoeding voor paalfundering en bemaling bij uitbreiding. C . Tijdelijke voorziening
C . 1 Vergoedingsbedragen tijdelijke voorzieningen
1 . De vergoedingsbedragen voor tijdelijke voorzieningen zijn afgestemd op de investeringslasten
van voor tijdelijk gebruik bestemde voorzieningen. Hierbij is onderscheid gemaakt tussen: a . nieuwbouw van een voor tijdelijk gebruik bestemd gebouw als hoofdlocatie;
b . uitbreiding van een permanente hoofdlocatie met een voor tijdelijk gebruik bestemd gebouw, en Pagina 26 van 31
c . uitbreiding van bestaande voor tijdelijk gebruik bestemde gebouwen.
2 . In aanvulling op het eerste lid wordt rekening gehouden met het bekostigen van een tijdelijke
voorziening door middel van huur van een voor tijdelijk gebruik bestemd gebouw. C . 2 Kosten voor terreinen
Als een tijdelijke voorziening niet gerealiseerd kan worden op het aanwezige terrein, worden de kosten voor het benodigde terrein bepaald overeenkomstig A.2.
C . 3 . 1 Nieuwbouw als hoofdlocatie/uitbreiding van permanente hoofdlocatie
De vergoeding voor een tijdelijke voorziening bestaat uit een startbedrag en een bedrag per
vierkante meter. In deze bedragen zijn begrepen de bouwkosten, de kosten van herstel en inrichting van terreinen, de kosten van paalfundering en de eenmalige aansluitkosten op nutsvoorzieningen. C . 3 . 2 Vergoeding basisschool
De vergoeding voor een basisschool wordt vastgesteld op basis van de volgende bedragen: Startbedrag bij nieuwbouw van 80 m2 bvo of groter
€ 76.203
Startbedrag bij nieuwbouw van 40 tot 80 m2 bvo
€ 50.802
Naast het startbedrag voor elke m2 bvo
€ 1.873
C . 3 . 4 Vergoeding school voor voortgezet onderwijs
De vergoeding voor een school voor voortgezet onderwijs wordt bepaald op basis van de
vergoedingsformule € 1.140 * A + € 78.377, waarbij A het overeenkomstig bijlage III, deel C, bepaalde aantal vierkante meter bruto vloeroppervlakte aan tijdelijke huisvesting is.] C . 4 . 2 Vergoeding basisschool
De vergoeding voor een basisschool wordt vastgesteld op basis van de volgende bedragen: Startbedrag bij uitbreiding van 80 m2 bvo of groter
€ 42.835
Startbedrag bij uitbreiding van 40 tot 80 m2 bvo
€ 28.556
Naast het startbedrag voor elke m2 bvo
€ 1.962
C . 5 Huur van voor tijdelijk gebruik bestemde gebouwen
Huur van een voor tijdelijk gebruik bestemde voorziening en huur van een bestaand gebouw worden vergoed op basis van de werkelijke kosten. D . Eerste inrichting
D . 1 . 1 Uitbreiding onderwijsleerpakket en meubilair
Het bedrag van de vergoeding voor onderwijsleerpakket en meubilair wordt bepaald aan de hand
van het verschil tussen de al toegekende investeringsbedragen en de nieuw berekende vergoeding. D . 1 . 2 Vergoeding basisschool
De vergoeding voor een basisschool wordt vastgesteld op basis van de volgende bedragen: Startbedrag, incl. 200 m2 bvo
€ 42.563
Voor elke volgende m2 bvo
€ 149
D . 2 School voor voortgezet onderwijs
1 . De vergoeding voor eerste inrichting leer- en hulpmiddelen en meubilair is gekoppeld aan de toe te kennen voorziening nieuwbouw, niet zijnde vervangende nieuwbouw, uitbreiding en
ingebruikneming, niet zijnde ingebruikneming ter vervanging van een bestaand gebouw. Aanspraak op deze vergoeding bestaat als de eerste inrichting nog niet eerder door het rijk of de gemeente is
bekostigd. De hoogte van de vergoeding wordt berekend door vast te stellen het verschil tussen de Pagina 27 van 31
al toegekende vergoeding en de vergoeding die is vastgesteld op basis van de te realiseren bruto vloeroppervlakte per ruimtetype. De hoogte van de vergoeding per ruimtetype wordt bepaald op basis van de volgende bedragen:
Onderwijssoort Praktijkonderwijs VMBO Theoretische leerweg (TLW) VMBO Theoretische leerwegondersteunend onderwijs (TLWLWOO) VMBO- Profiel Bouwen, Wonen en Interieur (BWI) VMBO- Profiel Produceren, Installeren en Energie (PIE) VMBO- Profiel Mobiliteit en Transport (M&T) VMBO- Profiel Maritiem en Techniek (MaT) VMBO- Profiel Media, Vormgeving en ICT (MVI) VMBO- Profiel Economie en Ondernemen (E&O) VMBO- Profiel Horeca, Bakkerij en Recreatie (HBR) VMBO- Profiel Zorg-Welzijn (Z&W) VMBO- Profiel Groen VMBO- Profiel Dienstverlening en Producten (D&P) HAVO VWO
per m2 bvo € 337 € 176 € 176 € 431 € 431 € 431 € 431 € 251 € 251 € 834 € 411 € 431 € 176 € 176 € 176
2 . Als in plaats van uitbreiding van het schoolgebouw medegebruik van een voor een school
bestemd gebouw wordt gevorderd, wordt inventaris slechts toegekend als de inventaris in de voor medegebruik aangewezen ruimte ontbreekt of niet geschikt is. E . Lokalen bewegingsonderwijs E.1. Bouwkosten nieuwbouw
1. De vergoeding van de bouwkosten voor nieuwbouw van een lokaal bewegingsonderwijs met een
netto speeloppervlakte van 252 vierkante meter bedraagt € 1.406.696 als deze op het schoolterrein gerealiseerd kan worden, of € 1.435.147 als deze op een afzonderlijk terrein gerealiseerd wordt. In deze vergoeding zijn opgenomen de kosten van fundering op staal en inrichting van het terrein.
2. Als paalfundering noodzakelijk is wordt een toeslag gegeven op basis van de volgende bedragen: Paallengte
Vergoeding
Vergoeding bij ruimten LG en MG
1<15m
€ 28.294
€ 35.675
15<20m
€ 39.005
€ 49.407
>20m
€ 54.781
€ 71.105
E.2. Uitbreiding
Het bepaalde in E.1, eerste lid, is overeenkomstig van toepassing op het bepalen van de hoogte van de vergoeding voor uitbreiding van een lokaal bewegingsonderwijs. Bij lokalen bewegingsonderwijs met een oefenvloer van 140 vierkante meter netto speeloppervlakte of minder, kan de oefenvloer
worden uitgebreid tot een oppervlakte van 252 vierkante meter. De hoogte van de vergoeding wordt bepaald op basis van de volgende bedragen: Uitbreiding
Normbedrag
Paallengte Pagina 28 van 31
1 < 15
15 < 20
> 20 meter
meter
meter
112 t/m 120 m2
€ 326.828
€ 12.667
€ 21.940
€ 35.869
121 t/m 150 m2
€ 397.304
€ 15.839
€ 27.417
€ 44.836
E.3.1. OLP/meubilair school voor basisonderwijs
De vergoeding voor de eerste inrichting met onderwijsleerpakket of meubilair voor een lokaal bewegingsonderwijs voor een basisschool bedraagt € 57.021.
[E.3.2. Meubilair/leer- en hulpmiddelen school voor voortgezet onderwijs
De vergoeding voor de eerste inrichting meubilair of leer- en hulpmiddelen voor een lokaal bewegingsonderwijs voor een school voor voortgezet onderwijs wordt bepaald op basis van de volgende bedragen: Meubilair Leer- en hulpmiddelen Totaal Eerste lokaal € 1.204 € 71.813 € 73.017 Tweede lokaal € 1.204 € 56.020 € 57.224 Derde lokaal € 1.204 € 24.355 € 25.559 Oefenplaats 1 € 0,00 € 15.860 Oefenplaats 2 € 0,00 € 1.831 E . 4 Medegebruik/huur van een niet-eigen voorziening
Naast bewegingsonderwijs in een eigen lokaal van de school is ook bewegingsonderwijs mogelijk in een bestaand lokaal bewegingsonderwijs door middel van:
a . medegebruik van een gebouw van een andere school of de gemeente, of b . huur van een gebouw van een commerciële exploitant.
F. Verhoging vergoedingen
F . 1 Verhoging normbedragen
De normbedragen als bedoeld in artikel 4, eerste lid, kunnen door burgemeester en wethouders
worden verhoogd met een toeslag van ten hoogste 10% als de voorziening zonder deze verhoging door bijzondere lokale omstandigheden in redelijkheid niet kan worden gerealiseerd. F . 2 Verhoging feitelijke kosten
De vergoeding van de feitelijke kosten als bedoeld in artikel 4, tweede lid, wordt gebaseerd op de door het college goedgekeurde offerte en verhoogd 8 procent voor de kosten van technische advisering, voor zover het een voorziening betreft als bedoeld in artikel 2, onder b en c. G . Huur sportvelden
1. Een school voor voortgezet onderwijs maakt aanspraak op een vergoeding van de huur van een sportveld voor maximaal 8 weken per jaar. De vergoeding voor deze kosten bedraagt voor de periode van 8 weken € 23 per klokuur.
2. Aanspraak op vergoeding als bedoeld in het eerste lid bestaat uitsluitend als de school voor voortgezet onderwijs niet beschikt over een eigen sportveld en geen gebruik maakt van een sportveld dat door de gemeente is gefinancierd.
Bijlage V Criteria voor het vaststellen van de prioriteit van de aangevraagde voorziening 1 . Algemeen
Prioriteiten worden vastgesteld als het overeenkomstig artikel 11 vastgestelde bekostigingsplafond Pagina 29 van 31
onvoldoende is om alle aangevraagde voorzieningen die in aanmerking komen om te worden
opgenomen op het programma te honoreren. Op basis van de gestelde prioriteiten wordt een
rangorde vastgesteld van de voorzieningen waarvan is vastgesteld dat die voor bekostiging in
aanmerking komen. Daarna wordt vastgesteld voor welke voorzieningen het bekostigingsplafond
voldoende is en deze voorzieningen worden opgenomen op het programma. De voorzieningen die niet worden opgenomen op het programma worden op het overzicht geplaatst. 2 . Onderscheid voorzieningen
1 . Bij het stellen van de prioriteiten wordt onderscheid gemaakt in voorzieningen die noodzakelijk
zijn:
a . om capaciteitstekorten op te heffen, en b . om een adequaat niveau te handhaven.
2 . Voorzieningen als bedoeld in het eerste lid, onder a, vallen onder hoofdprioriteit 1. Het betreft
de volgende voorzieningen:
a . nieuwbouw , inclusief terrein;
b . uitbreiding , indien van toepassing, inclusief terrein;
c . in gebruik nemen bestaand gebouw, indien van toepassing, inclusief terrein; d . verplaatsen tijdelijke gebouwen;
e . eerste inrichting met onderwijsleerpakket of meubilair of leer- en hulpmiddelen;
f . uitbreiding eerste inrichting met onderwijsleerpakket en meubilair of leer- en hulpmiddelen, en g . medegebruik .
3 . Voorzieningen als bedoeld in het eerste lid, onder b, vallen onder hoofdprioriteit 2. Het betreft
de volgende voorzieningen:
a . vervangende nieuwbouw, indien van toepassing, inclusief terrein; b . herstel van een constructiefout, en
c . herstel en vervanging in verband met schade.
4 . De onder hoofdprioriteit 2 opgenomen voorziening vervangende nieuwbouw valt onder
hoofdprioriteit 1 op het moment dat deze voorziening gecombineerd wordt met een uitbreiding van de capaciteit en de vervangende nieuwbouw noodzakelijk is omdat wordt voldaan aan het criterium genoemd onder in bijlage I, deel A, onder A.2. 3 . Hoofd - en subprioriteit
1 . Om te komen tot het vaststellen van de prioriteit wordt een onderverdeling gemaakt in
hoofdprioriteit en subprioriteit.
2 . Voor het vaststellen van de prioriteiten wordt voor de onder 2, eerste lid, onder a, genoemde
voorzieningen de ruimtebehoefte vastgesteld overeenkomstig bijlage III, deel C. Deze voorzieningen omvatten zowel de schoolgebouwen als de lokalen bewegingsonderwijs.
3 . Nadat de onderverdeling naar hoofdprioriteiten heeft plaatsgevonden moet worden vastgesteld
welke voorzieningen in aanmerking komen om op het programma te worden geplaatst. Dit vindt plaats op basis van het vaststellen van de subprioriteit. Bij hoofdprioriteit 1 worden de volgende uitgangspunten gehanteerd om vast te stellen welke voorzieningen voor het plaatsen op het programma in aanmerking komen:
a . als eerste die voorziening die relatief gezien een zo groot mogelijk kwantitatief tekort opheft in
een situatie met herschikking van schoolgebouwen;
b . vervolgens die voorziening die relatief gezien een zo groot mogelijk kwantitatief tekort opheft
in een situatie zonder herschikking van schoolgebouwen, en
c . vervolgens die voorziening die relatief gezien een zo groot mogelijk kwantitatief tekort aan Pagina 30 van 31
lokalen bewegingsonderwijs en sportterreinen opheft.
Vastgesteld door de raad in zijn openbare vergadering van 28 september 2022.
mw. C.J.E. Holtslag griffier (plv)
dhr. drs. N. Mol voorzitter
Pagina 31 van 31