CConstaterende datlaren
Koppel je AI →
Document · PDF

20220629RVSb22 00681 Zienswijze op begroting 2023 en resultaatbestemming 2021 van de Regio Gooi en Vechtstreek BIJLAGE ontw begr

Gemeenteraad 29 juni 2022, gemeente larenBij agendapunt: Zienswijze op begroting 2023 en resultaatbestemming 2021 van de Regio Gooi en Vechtstreek43.269 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 5

6

Spelregels In 2016 is door de zeven colleges van burgemeester en wethouders de nota ‘Spelregels weerstandvermogen verbonden partijen’ vastgesteld. In deze nota is een spelregel opgenomen waarin is aangegeven dat de ratio van het weerstandsvermogen minimaal 1,0 dient te zijn. 7

Bron: het Gemeenschappelijk Financieel Toezichtkader (GTK 2020 Gemeenten) is een gezamenlijk product van de 12 provinciale toezichthouders gemeentefinanciën (Gedeputeerde Staten). In het GTK is vastgelegd hoe, binnen het wettelijk kader, invulling wordt gegeven aan het financieel toezicht op gemeenten.

55

Algemene reserve De algemene reserve bestaat uit vrij besteedbaar eigen vermogen en heeft als belangrijkste functie het vormen van een buffer voor financiële tegenvallers, risico’s die geheel niet te kwantificeren zijn en niet meer kunnen worden opgevangen. De stand en het verloop van de algemene reserve is opgenomen in de bijlage Reserves en Voorzieningen. Stille reserves Indien bezittingen meer waard zijn dan de boekwaarde, is sprake van een stille reserve die niet op de balans tot uitdrukking komt. De regio beschikt slechts over een beperkt aantal gebouwen, terreinen en installaties die zij in eigendom heeft. Het verschil tussen de (taxatie)waarde en balanswaarde wordt als nihil gesteld op basis van een schatting. Onvoorzien Volgens het Besluit Begroting en Verantwoording Provincies en gemeenten, welke ook voor de Regio van toepassing is, dient er in de begroting een bedrag voor onvoorziene uitgaven te worden opgenomen, ter dekking van lasten die niet in de begroting zijn opgenomen. De in 2016 vastgestelde nota ‘Spelregels weerstandvermogen verbonden partijen’ geeft aan dat voor de post onvoorzien geldt dat de lasten die eruit gedekt mogen worden als onvoorzien, onuitstelbaar en onvermijdelijk gedefinieerd moeten zijn. In deze spelregels wordt geadviseerd als richtlijn voor de bepaling van de hoogte van het budget uit te gaan van 0,4% van de exploitatielasten.

Voor 2023 zou dat een post onvoorzien ter hoogte van ongeveer € 370.000 met zich meebrengen. De Regio heeft in overleg met de gemeenten vanaf begrotingsjaar 2017 een lager bedrag voor onvoorzien ter hoogte van € 5.000 in de begroting opgenomen. Incidentele begrotingsruimte Als de begroting en de meerjarenraming structureel sluit met een positief saldo, is er sprake van begrotingsruimte die kan worden ingezet voor het opvangen van structurele financiële tegenvallers. Daarmee is deze begrotingsruimte aan te merken als structurele weerstandscapaciteit. De toezichthouder accepteert enkel de positieve begrotingsruimte die zich minimaal in zowel het begrotingsjaar als de meerjarenraming voordoet als structurele weerstandscapaciteit. Eventuele overige ruimte wordt aangemerkt als incidentele begrotingsruimte en kan daarom tot de incidentele weerstandscapaciteit worden gerekend. Daar ook dit niet bij de Regio van toepassing is wordt deze incidentele begrotingsruimte op nihil gezet. Op basis hiervan is de beschikbare incidentele weerstandscapaciteit in meerjarenperspectief: Bedragen x € 1.000

Weerstandscapaciteit Algemene Reserve Onvoorzien Stille reserves Incidentele begrotingsruimte Totaal

2023 1.199 5 1.204

2024 1.199 5 1.204

2025 1.199 5 1.204

2026 1.199 5 1.204

Risico’s Een risico bestaat altijd uit de drie volgende onderdelen: de oorzaak, de risicogebeurtenis en het gevolg. De oorzaak spreekt het meest voor zich: de reden waarom iets verkeerd dreigt te gaan. De risicogebeurtenis is het voorval, kortom wat er fout kan gaan op een bepaalde plaats binnen een bepaald tijdsinterval. Het gevolg is het (ongewenste) resultaat. Onder risico’s worden verstaan alle voorzienbare risico’s waarvoor geen voorzieningen zijn gevormd en die van materiële betekenis kunnen zijn voor de financiële positie van de Regio. Het financiële effect van een risico wordt berekend als de kans van optreden van een gebeurtenis maal de impact die de gebeurtenis heeft. Een grote kans hoeft dus nog geen groot risico te betekenen. Als de kans van een gebeurtenis tamelijk groot is, maar het nadelig effect ervan is heel klein, dan is het risico niet al te groot. Per risico wordt het geschat financieel risico, de kans van voordoen en het financieel effect weergegeven.

56

1 ALG

Ontwikkeling loonkosten

Geschat risico € 370.000

Kans op voordoen 20%

Financieel effect € 74.000

Op 27 januari 2022 hebben de VNG, de WSGO, FNV Overheid en FDO-MHA een akkoord voor de Cao Gemeenten en de Cao SGO gesloten. De nieuwe cao SGO loopt van 1 januari 2021 tot en met 31 december 2022. Voor het jaar 2023 is ervoor gekozen om, conform eerdere jaren, de indexatie van de lonen aan te houden zoals deze is opgenomen in de septembercirculaire 2021. Dit komt voor de programmabegroting 2023 - 2026 neer op een indexatie van de lonen van 2,0%. Ook is een correctie gemaakt van 0,1% ten aanzien van verschillen op voorgaande jaren. De gemeentelijke werkgevers willen vanaf 15 september 2022 gaan onderhandelen over de volgende Cao Gemeenten en Cao SGO. De VNG en de WSGO hebben hiervoor het tijdpad al vastgesteld. Het College voor Arbeidszaken (CvA) en het bestuur van de WSGO hebben benadrukt te streven naar een voorspoedig overleg met een tijdige afronding. Mochten er in de nieuwe cao voor 2023 en verder hogere indexatiepercentages worden afgesproken dan zal het niet mogelijk zijn om deze extra toename van de loonkosten op te vangen binnen de begroting. Het risico wordt ingeschat op 1,0% van de kosten, uitgaande van de salariskosten van personeel in dienst van de Regio. Aangezien de partijen nog niet gestart zijn met onderhandelen is het lastig een goede inschatting te doen van de kans op voordoen.

Rekening wordt gehouden met een kans van 20%, waarmee het financieel effect wordt berekend op € 74.000. 2 ALG

Ontwikkeling pensioenkosten

Geschat risico € 200.000

Kans op voordoen 25%

Financieel effect € 50.000

Het bestuur van ABP beziet de premie vanuit een meerjarenperspectief. Vooralsnog wordt uitgegaan van het gelijk blijven van de premie voor 2023, vooral vanuit het perspectief dat enerzijds de geplande premieverhoging gecompenseerd wordt door het vervallen van de VPL-premie (Vut, Prepensioen en Levensloop). Anderzijds hebben de uitkomsten van het grondslagenonderzoek daar aan bijgedragen. Deze uitkomsten (bijv. sterftekansen) leiden tot een daling van de premie. Mocht er in 2023 een hogere premie worden bepaald, zal het niet mogelijk zijn om deze extra toename op te vangen binnen de begroting. De gevolgen ten aanzien van de premie voor het arbeidsongeschiktheidspensioen, waarvan 70% door werkgevers wordt betaald, zijn ook nog niet meegenomen in deze begroting, omdat deze premiewijzigingen nog niet in te schatten zijn. Medio juli 2022 worden de te verwachte premiestijgingen bekend gemaakt door het ABP. Voor de berekening van het geschat financieel risico wordt vooralsnog uitgegaan van een stijging van 2,5%. 3 ALG

Arbeidsgerelateerde kosten

Geschat risico € 250.000

Kans op voordoen 25%

Financieel effect € 62.500

Arbeidsgerelateerde verplichtingen zijn alle vormen van aan de arbeidsrelatie verbonden rechten op uitkeringen tijdens of na het dienstverband. Te denken valt hierbij aan uitkeringen bij ontslag, afkoopsommen, afvloeiingsregelingen, toezeggingen etc. Bij conflicten wordt juridische begeleiding ingeschakeld. Er zijn verscheidene externe en interne omgevingsfactoren die van invloed zijn op de toekomst van de Regio-organisatie. De Regio moet haar organisatie de komende jaren klaarstomen voor de toekomst. Door de wendbaarheid van onze organisatie te vergroten, zijn we in staat om snel en adequaat te reageren op veranderingen in onze omgeving. Dit brengt mogelijk arbeidsgerelateerde kosten met zich mee. In 2022 ziet de Regio zich bijvoorbeeld geconfronteerd met een bezuinigingsopdracht en het wegvallen van de gemeentelijke bijdrage Weesp. Het risico op arbeidsgerelateerde kosten kan in sommige gevallen gemitigeerd worden door een vergoeding voor frictiekosten (zoals bijvoorbeeld voor het vertrek van de gemeente Weesp), of werk-naar-werk trajecten (wnw-traject). Niet in alle gevallen is een frictiekostenvergoeding of wnw-traject van toepassing, als gevolg waarvan dit risico wordt meegenomen. 4 ALG

Ontwikkeling materiële kosten

Geschat risico € 376.000

Kans op voordoen 50%

Financieel effect € 188.000

Op 9 december 2021 hebben de portefeuillehouders Financiën van Blaricum, Gooise Meren, Hilversum, Huizen, Laren, Wijdemeren in een brief aan de leden van het dagelijks en algemeen bestuur van de Regio verzocht, zorgvuldig en kostenefficiënt invulling te geven aan de begroting 2023, waaronder op het gebied van materiële kosten. In de programmabegroting 2023 is ongeveer € 23,5 mln. aan materiële kosten geraamd (excl. beschermd wonen en doelgroepenvervoer). Voor ongeveer 80% van de uitgaven ligt hier een contract aan ten grondslag zoals huurovereenkomsten, onderhoudsovereenkomsten en verwerkingsovereenkomsten. Deze overeenkomsten worden veelal aangepast aan de prijsindex. Hiertoe is op basis van de septembercirculaire 2021 een indexatiepercentage van 1,5% meegenomen. Voor die materiele kosten waar geen contract aan ten 57

grondslag ligt, is in deze begroting geen indexatie meegenomen (resterend in een risico van € 70.500 (1,5% van € 4,7 mln.)). In 2021 is de inflatie gemiddeld uitgekomen op 2,7%. De eerste ontwikkelingen van 2022 laten een hogere inflatie zien (jan: 6,4%, feb: 6,2%). Mocht de inflatie in 2023 hoger uitvallen dan de 1,5%, zal het niet mogelijk zijn om deze extra toename op te vangen binnen de begroting. Op dit moment schat de DNB in dat de inflatie in 2022 op zal lopen naar 6,7%, maar in 2023 weer zal afnemen naar 2,8%. Op basis hiervan wordt het risico ingeschat op 1,3% van de totale materiële kosten (1,3% van € 23,5 mln. € 305.500). Gezien de economische ontwikkelingen wordt rekening gehouden met een kans op voordoen van 50%. 5 ALG

Privacy en gegevensbescherming

Geschat risico € 250.000

Kans op voordoen 30%

Financieel effect € 75.000

De Autoriteit Persoonsgegevens (AP) legt in haar toezichtwerk (t/m 2023) extra nadruk op drie focusgebieden: datahandel, digitale overheid en artificiële intelligentie en algoritmes. Met name de focus op 8 de digitale overheid is op de Regio van toepassing . De AP kan een boete opleggen voor een datalek, maar ook voor andere overtredingen in lijn met art. 83 AVG (zoals het toegang geven van te veel mensen tot een systeem). Daarnaast kan de Regio aansprakelijk worden gesteld door de betrokkenen van wie persoonsgegevens zijn gelekt. Het is echter lastig de kans en impact daarvan te kwantificeren. De verwachting is dat, met de invoering van Office365, de informatieveiligheid zal toenemen. Ervaring leert daarnaast dat veel datalekken ontstaan door menselijk handelen en in mindere mate door gebrekkige technische maatregelen. Daarom zal er ook in 2023 continu aandacht blijven voor privacy verantwoordelijk handelen van de medewerkers door het aanbieden van training en e-learning. Ook is de Regio voornemens te investeren in een privacy officer, een juridisch adviseur op privacygebied, verantwoordelijk voor het ontwikkelen en bewaken van het privacybeleid. Tevens biedt de privacy officer ondersteuning bij de uitvoering van dit beleid. De privacy officer speelt een grote rol binnen de organisatie, door te fungeren als aanspreekpunt voor privacyvraagstukken die spelen in de organisatie.

Bij de Regio worden meerdere soorten persoonsgegevens verwerkt in de verschillende RVE’s, waarbij zowel met de Algemene verordening gegevensbescherming (AVG) als de Wet politiegegevens (Wpg) rekening moet worden gehouden. Dat maakt dat de organisatie bewust is, van haar verantwoordelijkheid op gebied van de bescherming van persoonsgegevens. 6 ALG

Investeringen vervanging ICT en thuiswerken

Geschat risico € 325.000

Kans op voordoen 40%

Financieel effect € 130.000

De ICT-voorzieningen van de Regio worden deels gestuurd door het oorspronkelijke vervangingsplan, deels door de actualiteit. COVID-19 heeft ook in 2021 de uitvoering van het vervangingsplan vertraagd. Het vervangingsplan moet in een duurzame hybride kantoor-/thuiswerkomgeving ondersteunen. In 2022 is duidelijk dat het percentage thuiswerken ongeveer op 40% blijft liggen. Het huidige vervangingsplan is daarnaast vooral gericht op investeringen die kunnen worden afgeschreven, daar waar er steeds meer sprake is van het afsluiten van abonnementen en licenties. Dit brengt jaarlijkse kosten met zich mee, die hoger liggen dan de afschrijvingskosten van een investering en waarvoor geen dekking is meegenomen in de exploitatie van de Regio. Het geschat financieel risico is hierbij iets naar boven bijgesteld, omdat het aandeel van vervangingsinvesteringen middels Cloud-oplossingen toegenomen is. 7 ALG

Uitval ICT voorzieningen als gevolg van informatiebeveiligingsrisico’s

Geschat risico € 750.000

Kans op voordoen 25%

Financieel effect € 187.500

De ICT-voorzieningen van de Regio kunnen door incidenten (bijvoorbeeld hacking, malware, infrasysteeminbraak, DDoS aanvallen, etcetera) op het gebied van informatiebeveiliging worden verstoord, waardoor een deel of alle kritische bedrijfsprocessen voor kortere of langere duur stil komen te liggen. Naarmate de Regio meer verbonden raakt met inwoners, externe partijen en ketenpartners, neemt de kans op zowel het voordoen als de impact daarvan toe. De exposure neemt toe als gevolg van meer oplossingen in de Cloud, maar tegelijkertijd neemt de Regio maatregelen die de informatieveiligheid vergroten middels de extra gemeentelijke bijdrage ter hoogte van € 250.000. De kans op voordoen kan naar beneden bijgesteld.

https://autoriteitpersoonsgegevens.nl/nl/over-de-autoriteit-persoonsgegevens/focus-ap-2020-2023: “Centrale en lokale overheden, uitvoeringsorganisaties en politie en justitie beschikken over een grote hoeveelheid – vaak gevoelige en bijzondere – persoonsgegevens. De overheid werkt gericht aan het inzetten van persoonsgegevens. Het is van belang dat de overheid verantwoordelijk omgaat met persoonsgegevens, zodat mensen niet onnodig in de knel kunnen komen”. 8

58

8 ALG

Leegstand huisvesting

Geschat risico € 300.000

Kans op voordoen 30%

Financieel effect € 90.000

De Regio treedt, sinds de aankoop van het pand aan de Burgemeester de Bordesstraat, op als verhuurder. De Regio maakt zelf gebruik van 70% van de oppervlakte, de overige 30% wordt verhuurd. Wanneer huurders besluiten de huur op te zeggen, loopt de Regio een risico op gederfde inkomsten, wanneer niet tijdig een nieuwe huurovereenkomst wordt afgesloten. In 2021 heeft een van de huurders de huurovereenkomst per 01-09-2022 opgezegd. In de aanloop naar 2023 is nog een aantal andere overeenkomsten aan verlenging onderhevig. Het voorkomen of beperken van leegstand is bemoeilijkt, omdat de vraag naar kantoorruimte, mede door het thuiswerken, is afgenomen. Daarom is de kans op voordoen naar boven bijgesteld. 9 ALG

Uitval van systemen (digitaal leefplein)

Geschat risico € 150.000

Kans op voordoen 10%

Financieel effect € 15.000

Via het Digitaal Leefplein (DLP) worden digitale opdrachten tot het leveren van (jeugd)zorg en ondersteuning naar aanbieders verzonden. Vervolgens wordt door aanbieders de geleverde ondersteuning via DLP gedeclareerd, worden de declaraties vrijwel geheel geautomatiseerd gecontroleerd en worden de betaalbestanden voor gemeenten gegenereerd. Indien er problemen zijn met het Digitaal Leefplein heeft dit een directe invloed op de levering van zorg aan de inwoners, de financiële afwikkeling met de aanbieders of de rechtmatigheid van betalingen door gemeenten. Het DLP is in eigendom. In geval van uitval van het systeem door bijvoorbeeld een faillissement van de softwareleverancier zal het onderbrengen bij een andere leverancier tijd en geld kosten. Daarnaast kan het DLP uitvallen wanneer het berichtenverkeer stil komt te liggen door een software fout; dit risico kan zich 1 keer per jaar voordoen na de landelijke update. 10 IC

Aanvullende maatregelen digitaal leefplein

Geschat risico € 60.000

Kans op voordoen 30%

Financieel effect € 18.000

Door toename van de complexiteit van de administratie en daarbij horende processen bestaat de mogelijkheid dat er vanuit de financiële verantwoording sociaal domein aanvullende eisen aan het systeem worden gesteld. Daarnaast kan vanuit de bevindingen binnen de audits voor de jaarlijkse ISAE3402 certificering een noodzaak tot aanvullende maatregelen blijken. 11 GAD

Vergoedingen afvalfonds

Geschat risico € 160.000

Kans op voordoen 25%

Financieel effect € 40.000

Voor een aantal (verpakking)grondstoffen is er met de Stichting Afvalfonds een Raamovereenkomst Verpakkingen 2020-2029 afgesloten. In de overeenkomst zijn vergoedingen vastgelegd voor ingezamelde verpakkingen gedurende de loop van de raamovereenkomst. De feitelijke vergoedingen worden jaarlijks in het eerste kwartaal van het betreffende jaar vastgesteld. Het risico bestaat dat de feitelijke vergoeding lager uitvalt, waardoor de exploitatie van de afvalverwerking niet past binnen de begroting. 12 GAD

Ontwikkeling verwerkingstarieven/ opbrengsten recyclings-componenten

Geschat risico €1.000.000

Kans op voordoen 45%

Financieel effect € 450.000

De afgelopen twee jaren stonden in het teken van Corona, wat ervoor zorgde dat de Grondstoffenmarkt een volatiel beeld liet zien. Het risico van de wereldwijde marktwerking is in combinatie met de directe gevolgen van de coronacrisis echter niet af te dekken. Daarnaast kunnen na het opstellen van een begroting tot de aanloop van het begrotingsjaar, een periode van een jaar, nog ontwikkelingen plaatsvinden die onvoorzienbaar waren ten tijde van het opstellen van de begroting. Er is in casu sprake van een prijs- en een hoeveelheidsrisico. De opbrengsten van de recyclingscomponenten bewegen erg op en neer. Voor de verschillende grondstoffen (OPK, metalen, glas) is de verwachting dat de prijsontwikkeling erg volatiel blijft. Ook kan een achterblijvend scheidingspercentage leiden tot dito lagere opbrengsten voor recyclings-componenten. De risico’s worden zoveel als mogelijk binnen de aanbesteding geminimaliseerd. De macro economische prijsontwikkeling zal zich naar verwachting ook op termijn vertalen in per saldo hogere verwerkingstarieven. 13 GAD

Effecten Corona

Geschat risico € 100.000

Kans op voordoen 25%

Financieel effect € 25.000

Corona heeft met zich meegebracht dat de dienstverlening niet altijd conform planning kon worden uitgevoerd, als gevolg van ziekte of quarantaine van medewerkers, in combinatie met de beperkte beschikbaarheid van personeel. Kosten van inhuur ligt over het algemeen hoger, waarvoor geen ruimte is in de exploitatie van de Regio.

59

14 RBL

Verlies of vermindering van VSV-middelen

Geschat risico € 275.000

Kans op voordoen 20%

Financieel effect € 55.000

Elke vier jaar ontvangt het RBL Rijksmiddelen voor de uitvoering van VSV-projecten. Het bestuurlijk overleg bestaande uit de gemeenten, mbo, UWV en RBL maken een gezamenlijk plan voor de besteding van de middelen. De verdeling van deze middelen onder de ketenpartners kan eind 2024 wijzigen. Het risico bestaat dat het RBL minder financiële middelen ontvangt voor de uitvoering van VSV-projecten; verwachting is dat de kosten van de uitvoering dan ook afnemen. Daarbij is een risico dat het verlies van baten voor het verlies van de kosten uitgaat. Omdat de VSV-middelen semistructureel zijn, is de kans dat het RBL helemaal geen middelen meer ontvangt zo goed als nihil.

Risicoprofiel Het totale risicoprofiel wordt op basis van bovenstaand bepaald op € 1.460.000. #

Status

Geschat financieel risico

Risico

Kans op voordoen

Financieel effect

1

G

ALG

Ontwikkeling loonkosten

370.000

20%

74.000

2

G

ALG

Ontwikkeling pensioenkosten

200.000

25%

50.000

3

G

ALG

Arbeidsgerelateerde kosten

250.000

25%

62.500

4

G

ALG

Ontwikkeling materiële kosten

376.000

50%

188.000

5

G

ALG

Privacy en gegevensbescherming

250.000

30%

75.000

6

G

ALG

Investeringen vervanging ICT en thuiswerken

325.000

40%

130.000

7

G

ALG

Uitval ICT voorzieningen agv informatiebeveiligingsrisico’s

750.000

25%

187.500

8

G

ALG

Leegstand Burgemeester de Bordes

300.000

30%

90.000

9

O

IC

Uitval van systemen (DLP)

150.000

10%

15.000

10

O

IC

Aanvullende maatregelen digitaal leefplein

60.000

30%

18.000

11

O

GAD

Vergoedingen Afvalfonds

160.000

25%

40.000

12

G

GAD

Ontwikkeling verwerkingstarieven recyclingscomponenten

1.000.000

45%

450.000

13

N

GAD

Effecten Corona

100.000

25%

25.000

14

N

RBL

Verlies of vermindering van VSV-middelen

275.000

20%

55.000

Totaal risicoprofiel

1.460.000

Weerstandsvermogen Nu het risicoprofiel bekend is kan een relatie worden gelegd tussen de gekwantificeerde risico’s en de beschikbare weerstandscapaciteit. Relatie risico’s weerstandscapaciteit en weerstandsvermogen Risicoprofiel

Beschikbare weerstandscapacit

Weerstandsvermogen

Het weerstandsvermogen kan gemeten worden als de verhouding tussen de weerstandscapaciteit die de Regio beschikbaar heeft en de verwachte financiële gevolgen van de risico’s. Hij kan weergegeven worden als een ratio: Beschikbare weerstandscapaciteit Risico's (risicoprofiel)

60

Deze wordt voor de Regio als volgt berekend: Bedragen x € 1.000

Omschrijving A Weerstandscapaciteit B Risicoprofiel C Weerstandsvermogen (A-B) D Ratio (A/B)

2023 1.204 1.460 - 256 0,82

Voor de vereiste omvang van de weerstandscapaciteit in relatie tot de risico’s blijken in de praktijk geen harde normen voorhanden. Toch is een normering gewenst. De uitkomst van de vergelijking tussen norm voor weerstandsvermogen en de benodigde weerstandscapaciteit voor risico’s geeft informatie over de minimale omvang van de reservepositie. Voor de normering van het weerstandsvermogen wordt onderstaande waarderingstabel gehanteerd:

A B C D E F

Ratio Weerstandsvermogen >2 1,4 < x < 2 1,0 < x < 1,4 0,8 < x < 1,0 0,6 < x < 0,8 < 0,6

Betekenis Uitstekend Ruim voldoende Voldoende Matig Onvoldoende Ruim onvoldoende

De Regio streeft ernaar dat het weerstandsvermogen tenminste ‘voldoende’ is, zijnde een ratio van minimaal 1,0. Deze ratio is immers ook opgenomen in de nota ‘Spelregels weerstandvermogen verbonden partijen’, zoals deze in 2016 is vastgesteld door de colleges B&W van de zeven gemeenten, als ook in het Gemeenschappelijk Financieel Toezichtkader. Met de hiervoor berekende ratio van het weerstandsvermogen van 0,82 wordt niet aan deze norm voldaan, het weerstandvermogen is op dit moment matig te noemen. In de vergadering van het algemeen bestuur van 8 juli 2021 is de ratio weerstandscapaciteit tijdelijk vastgesteld op 0,75%, waarbij de vastgestelde norm ‘ratio weerstandcapaciteit dient minimaal 1,0 te zijn’ niet wordt nageleefd. Ten opzichte van dat moment laat de ratio een verbetering zien. Door het incidenteel toevoegen van middelen aan de algemene reserve kan de ratio van het weerstandvermogen vergroot worden. Voor 2023 betekent dat, dat er € 256.000 toegevoegd zou moeten worden aan de algemene reserve, om de norm wel weer na te leven.

Kengetallen Kengetallen zijn getallen die de verhouding uitdrukken tussen bepaalde onderdelen van de begroting of de balans en kunnen helpen bij de beoordeling van de financiële positie. Bij besluit van 15 mei 2015 zijn de BBV-voorschriften aangepast en is het verplicht voorgeschreven om in de paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing de volgende kengetallen op te nemen: 1. Netto schuldquote en netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen; 2. De solvabiliteitsratio; 3. Structurele exploitatieruimte; 4. Grondexploitatie; 5. Belastingcapaciteit. De onder 4 en 5 genoemde kengetallen zijn niet van toepassing voor de Regio. Ad 1) Netto schuldquote en netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen De netto schuld betreft de totale schuldlast (aangegane leningen). De schuldlast verminderd met alle doorgeleende/verstrekte leningen leidt tot een gecorrigeerde netto schuld (de schuldlast ten opzichte van eigen middelen). De netto schuldquote wordt berekend inclusief en exclusief doorgeleende gelden. Zo kan een hoge schuld worden veroorzaakt doordat er leningen zijn afgesloten en dat die gelden vervolgens worden doorgeleend aan derden. De netto schuldquote wordt berekend door de geldelijke bezittingen af te trekken van de schulden. Het bedrag dat resteert is de netto schuld.

Door deze netto schuld te delen door de inkomsten wordt de netto schuldquote verkregen (in- en exclusief doorgeleende gelden), uitgedrukt in procenten.

61

De netto schuldquote (= netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen) van de Regio is:

A) Vaste schulden B) Netto-vlottende schulden C) Overlopende passiva D1) Saldo financiële activa t.b.v. netto schuldquote D2) Saldo financiële activa t.b.v. netto schuldquote gecorrigeerd voor alle leningen E) Saldo uitzettingen met een rentetypische looptijd korter dan 1 jaar F) Saldo liquide middelen G) Saldo van overlopende activa H) Gerealiseerde baten Kengetal netto schuldquote (+A+B+C-D1-E-F-G)/H Kengetal netto schuldquote gecorrigeerd voor alle leningen (+A+B+C-D2-E-F-G)/H

prognose 2021

begroting 2022

begroting 2023

begroting 2024

begroting 2025

begroting 2026

36.532 5.870 20.003 8.052 0

40.776 4.884 15.198 5.309 0

40.160 5.870 20.003 4.459 0

38.594 5.870 20.003 3.609 0

37.139 5.870 20.003 2.759 0

33.718 5.870 20.003 2.009 0

35.191

23.511

24.935

27.028

28.796

30.159

658 2.967 121.294 12,81% 19,45%

658 2.967 91.942 30,90% 36,68%

658 2.967 91.443 36,10% 40,98%

658 2.967 91.533 33,00% 36,94%

658 2.967 91.164 30,53% 33,56%

658 2.967 90.968 26,16% 28,37%

De netto schuldquote van de Regio van 36,10% is goed te noemen. Ten opzichte van de programmabegroting 2022-2025 is het percentage iets gewijzigd als gevolg van hogere schulden gecombineerd met een iets hoger aantal uitzettingen en tegelijkertijd iets lagere gerealiseerde baten. Als de netto schuldquote tussen 100% en 130% ligt, is de schuld hoog (oranje). Als de netto schuldquote boven de 130% uit komt, dan bevindt men zich in de gevarenzone (rood). Ad 2) De solvabiliteitsratio Onder de solvabiliteitsratio wordt verstaan het eigen vermogen als percentage van het totale vermogen. Deze indicator geeft inzicht in de mate waarin de Regio in staat is aan zijn financiële verplichtingen te voldoen. Hoe hoger de solvabiliteitsratio, hoe groter de weerbaarheid van de instelling. Het eigen vermogen wordt opgevat als de financiële buffer voor het opvangen van risico’s. De solvabiliteit is een graadmeter voor de mate waarin de instelling hiertoe in staat is. Afhankelijk van de directe opbrengstwaarde van de activa is een algemene vuistregel dat de minimumnorm van de waarde tussen de 20% en 45% ligt. Indien de solvabiliteitsratio onder de 20% komt, heeft de instelling zijn bezit zeer zwaar belast met schuld. Het licht staat dan op rood. Bij een solvabiliteitsratio tussen de 20% en 30% springt het licht op oranje. De solvabiliteitsratio van de Regio komt uit op:

A) Eigen Vermogen B) Totaal van alle passiva Kengetal solvabiliteitsratio (A/B)

prognose 2021 13.675 77.517 17,64%

begroting 2022 10.420 76.584 13,61%

begroting 2023 9.571 80.360 11,91%

begroting 2024 9.479 79.677 11,90%

Bedragen x € 1.000 begroting begroting 2025 2026 9.387 9.386 78.302 76.855 11,99% 12,21%

De geprognotiseerde solvabiliteitsratio van de Regio is laag te noemen. De Regio heeft voorheen primair met het beschikbare eigen vermogen gefinancierd; financiering met vreemd vermogen wordt zoveel mogelijk beperkt conform afspraak met gemeenten. De afgelopen jaren is hierdoor het eigen vermogen van de Regio afgenomen. De solvabiliteitsratio ligt onder de 20% en is daarmee risicovol te noemen. De vraag is, in hoeverre dat ook voor de solvabiliteit van de Regio van toepassing is, gezien het feit dat de Regio een gemeenschappelijke regeling betreft. Over de gewenste hoogte van deze ratio treedt de Regio in overleg met de gemeenten. Ad 3 Structurele exploitatieruimte De structurele exploitatieruimte geeft aan hoe wendbaar een instelling is. Als de structurele baten hoger zijn dan de structurele lasten is een instelling in staat om (structurele) tegenvallers op te vangen. De structurele exploitatie wordt bepaald door het saldo van de structurele baten en lasten en het saldo van de structurele onttrekkingen en toevoegingen aan reserves, gedeeld door de totale baten, uitgedrukt in een percentage.

62

Voor de Regio is het kengetal:

A) Structurele lasten B) Structurele baten C) Totaal structurele toevoegingen aan de reserves D) Totaal structurele onttrekkingen aan de reserves E) Gerealiseerde baten Kengetal structurele exploitatieruimte ((B-A)+(D-C))/E

Bedragen x €1.000

prognose 2021

begroting 2022

begroting 2023

begroting 2024

begroting 2025

begroting 2026

118.990 121.297 0 0 121.297

91.606 91.606 0 0 92.930

91.203 91.203 0 0 92.290

91.533 91.533 0 0 91.533

91.164 91.164 0 0 91.164

90.968 90.968 0 0 90.968

1,90%

0,00%

0,00%

0,00%

0,00%

0,00%

De Regio is in staat haar structurele lasten volledig te dekken vanuit structurele baten.

Financiële positie De financiële positie van de Regio is matig tot voldoende te noemen. De netto schuldquote (lager dan 90%) is gezond, net als de structurele exploitatieruimte. De solvabiliteitsratio is matig, maar vereist niet direct ingrijpen. De Regio financiert conform afspraken met gemeenten primair met eigen vermogen (wanneer dat mogelijk is) om financiering met vreemd vermogen zoveel mogelijk te beperken. Hierdoor valt de solvabiliteitsratio onder de categorie matig. Het weerstandvermogen is op dit moment matig te noemen. Bij het zich voordoen van een risico is de Regio niet in staat financiële gevolgen ervan op te vangen.

63

Onderhoud kapitaalgoederen Onderhoud k apit aal goederen

Inleiding Het kader voor de paragraaf Onderhoud van kapitaalgoederen wordt onder andere gevormd door artikel 12 van het Besluit Begroting en Verantwoording Provincies en gemeenten dat voorschrijft dat de paragraaf minimaal bevat het beleidskader, de uit het beleidskader voortvloeiende financiële consequenties en de vertaling van deze financiële consequenties in de begroting. Daarnaast schrijft de Financiële verordening 2022 in artikel 20 voor dat de paragraaf de voortgang van het geplande onderhoud van werken en gebouwen vermeldt én dat het DB tenminste eens in de vier jaar het AB een onderhoudsplan voor kapitaalgoederen aanbiedt. In het plan is het beoogde onderhoudsniveau, de planning van het onderhoud en de kosten van het onderhoud opgenomen. In 2021 is het onderhoudsplan voor kapitaalgoederen opgesteld en ter instemming voorgelegd aan het AB. In 2022 zal een vernieuwd onderhoudsplan voor kapitaalgoederen worden opgesteld. Kapitaalgoederen zijn aangekochte en/of tot stand gebrachte objecten die gedurende meerdere jaren nut geven. Achterstanden in het onderhoud ervan kunnen leiden tot onveilige situaties en/of kapitaalvernietiging. Het is daarom belangrijk om het onderhoud van kapitaalgoederen goed op orde te hebben.

Kapitaalgoederen Regio De vaste activa van de Regio zijn naar grove inschatting in te delen in de volgende posten: Bedragen x € 1.000

a) gronden en terreinen b) bedrijfsgebouwen c) grond- weg- en waterbouwkundige werken d) machines, apparaten en installaties e) vervoermiddelen f) overig Totaal

aanschafwaarde eind 2023 1.714 18.024 3.600 9.720 11.130 51.386 95.573

boekwaarde eind 2023 1.714 11.756 460 1.160 7.875 21.602 44.566

Locaties De Regio heeft een aantal locaties in eigendom. De aanschafwaarde van deze eigendommen is opgenomen onder gronden en terreinen (a), bedrijfsgebouwen (b), grond-, weg- en waterbouwkundige werken (c) en machines, apparaten en installaties (d). Het betreft de volgende locaties:  Het Regiokantoor aan de Burgemeester de Bordesstraat in Bussum  De locatie van de GAD aan de Hooftlaan in Bussum  De drie scheidingsstations van de GAD in Bussum, Huizen en Weesp Daarnaast heeft de Regio het hoofdkantoor van de RAV aan de Laan van Tergooi in Hilversum in eigendom, de grond ervan is in erfpacht. Van de GAD-locatie in Hilversum, waar het scheidingsstation en het overlaadstation zijn gehuisvest is de grond en het terrein niet in eigendom, ook daar ligt een erfpacht op. De inrichting, opstallen en installaties zijn wel eigendom van de Regio. Onderhoud op locaties In 2021 is het in 2018 vastgestelde meerjarig onderhoudsplan voor het Regiokantoor en de ondergelegen parkeergarage geactualiseerd naar de afschrijvingsperiode (35 jaar). Ook wordt hierin aandacht besteed aan de verdere verduurzaming. De dotatie aan de voorziening is naar beneden bijgesteld naar € 270.000. Voor 2023 staat onderhoud gepland voor een bedrag van € 132.875 (excl.btw).

Voor het onderhoud van het vastgoed op de GAD-locatie wordt ook gewerkt met een onderhoudsplan (2015) en een voorziening groot onderhoud gebouwen GAD, waarvoor de jaarlijkse dotatie op € 10.000 ligt. Dit plan heeft een planningshorizon van 15 jaar. Voor 2023 staat onderhoud gepland voor een bedrag van € 26.045 (excl.btw). De kapitaalgoederen bij het overlaadstation en bij de scheidingsstations zijn opgenomen in schema’s; naar bevind van zaken worden deze onderhouden of vervangen. 64

Het onderhoudsplan voor hoofdkantoor van de RAV aan de Laan van Tergooi in Hilversum is in 2018 opgesteld voor een periode van 20 jaar. De jaarlijkse dotatie ligt op € 31.135 en wordt bekostigd vanuit de bijdragen van de zorgverzekeraar. Voor 2023 staat er onderhoud gepland voor € 6.816 (excl.btw). Vervoermiddelen Begin 2023 heeft de Regio de volgende voertuigen: Veilig Thuis GGD RAV GAD Algemeen

2 voertuigen 2 voertuigen 10 ambulances, 2 Medium Care ambulances, 1 Rapid Response Ambulance en 1 Piket-voertuig 33 inzamelvoertuigen en 8 overige voertuigen 5 voertuigen

Onderhoud vervoermiddelen Het onderhoud van de bedrijfsvoertuigen is uitbesteed. Voor het jaarlijks onderhoud en voor het incidenteel onderhoud en schades worden de voertuigen naar de daartoe gespecialiseerde garagebedrijven gebracht. De RAV heeft een onderhoudscontract met de importeur van de oudste drie ambulances afgesloten. Voor de nieuwere ambulances wordt het onderhoud separaat uitgevoerd. Voor het onderhoud van de voertuigen zijn budgetten opgenomen in de begroting. De bedrijfsvoertuigen worden vervangen via het autovervangingsplan. Dit autovervangingsplan wordt jaarlijks geactualiseerd. Indien het voertuig economisch is afgeschreven (afschrijvingstermijn is verlopen) wordt gekeken of het voertuig technisch nog verder kan. Dit geldt niet voor de ambulances, deze worden na afschrijving vernieuwd. Uitbreiding en/of vervanging van de bedrijfsvoertuigen wordt opgenomen in het investeringsplan in de begroting. Overige vaste activa Ten behoeve van de inzameling van de grondstoffen en afvalstoffen heeft de GAD veel containers in eigendom, bijvoorbeeld de vele boven- en ondergrondse verzamelcontainers in de wijken en de minicontainers bij de particuliere laagbouwwoningen. In het kader van het project Van Afval Naar Grondstof vindt een belangrijke uitbreiding hiervan plaats.

De investeringen betreffen niet alleen de aanschaf van de containers, maar ook de plaatsingskosten van de ondergrondse containers. Hiernaast zijn op de vier scheidingsstations en het overlaadstation grotere containers in gebruik. Voor het onderhoud van alle containers zijn budgetten in de begroting opgenomen. Net als bij alle andere kapitaalgoederen wordt steeds gekeken of onderhoud nog economisch verantwoord is of dat het wellicht voordeliger is tot vervanging over te gaan. Onder de overige vaste activa zijn ook ICTvoorzieningen en meubilair opgenomen.

65

Financiering Financieri ng

Inleiding In het BBV (Besluit Begroting en Verantwoording Provincies en gemeenten) is een paragraaf financiering voorgeschreven voor zowel de begroting als de jaarrekening. Deze dient voor transparantie van de treasuryfunctie (financiering) van decentrale overheden. In deze paragraaf worden zo duidelijk mogelijk de plannen, feiten en visie over financiering uiteengezet.

Doelstellingen De financieringsparagraaf heeft als doel inzicht te geven in de algemene interne en externe ontwikkelingen die van belang zijn voor de treasury en de concrete plannen op het gebied van risicobeheer, financieringspositie en leningen- en uitzettingenportefeuille. De treasuryfunctie van de Regio omvat alle activiteiten die voorzien in de financieringsbehoefte van de Regio. De Regio moet tijdig over voldoende geld beschikken om aan alle verplichtingen te kunnen voldoen (zoals bijvoorbeeld het op tijd betalen van salarissen en facturen van derden) tegen marktconforme condities. Om investeringen mogelijk te maken, trekt de Regio geldleningen aan met een langere looptijd. Het financieringsbeleid is nodig om de rente die de Regio moet betalen op de aangetrokken leningen te beheersen, de renteresultaten te optimaliseren en de daarmee samenhangende (ongewenste) risico’s, zoals renterisico’s, kredietrisico’s, koersrisico’s, liquiditeitenrisico’s en valutarisico’s, te beperken.

Beheersmaatregelen In het treasurystatuut zijn de volgende beheersmaatregelen vermeld: a. Renterisicobeheer Bij het afsluiten van nieuwe leningen loopt de Regio een renterisico. Ook bestaat er een renterisico op het moment van renteherziening bij een lopende lening. Een stijging van de rentetarieven ten opzichte van de begroting leidt namelijk tot hogere rentelasten. Renterisico is het gevaar van ongewenste veranderingen van de financiële resultaten van de Regio Gooi en Vechtstreek als gevolg van dit soort rentewijzigingen. Teneinde deze risico’s zoveel mogelijk te beperken:  worden nieuwe leningen/uitzettingen afgestemd op de bestaande financiële positie en de liquiditeitenplanning;  wordt de rente typische looptijd en het renteniveau van de betreffende lening/uitzetting zo veel mogelijk afgestemd op de actuele rentestand en de rentevisie;  worden de kasgeldlimiet en de renterisiconorm niet overschreden. b. Intern liquiditeitsrisicobeheer Interne liquiditeitsrisico’s zijn risico’s die voortvloeien uit opportuniteitskosten als gevolg van mogelijke wijzigingen in de liquiditeitenplanning en meerjareninvesteringsplanning. Ter beperking van het interne liquiditeitsrisico baseert de Regio Gooi en Vechtstreek haar financiële transacties op een liquiditeitenplanning waarin toekomstige inkomsten en uitgaven zijn gepland.

De Regio stelt een zo betrouwbaar en volledig mogelijke liquiditeitenplanning op, om daarmee de interne liquiditeitsrisco’s zoveel mogelijk te beperken. Essentieel is daarbij de kwaliteit en de tijdigheid van aangeleverde informatie omtrent de activiteiten en de invloed van deze activiteiten op de financiële positie van de Regio. c. Valutarisicobeheer Valutarisico’s zijn bij de Regio Gooi en Vechtstreek uitgesloten, zowel bij de financiële transacties als bij de commerciële transacties. Leningen worden enkel verstrekt, aangegaan of gegarandeerd in euro’s. Er zijn geen lopende transacties of langdurige overeenkomsten die zijn afgesloten in vreemde valuta. d. Financiering De financiering omvat de activiteiten die gericht zijn op het beheersen van de liquiditeitsposities en het voorzien in de benodigde liquiditeiten voor een periode langer dan één jaar. Financiering met vreemd vermogen wordt zoveel mogelijk beperkt door primair het beschikbare eigen vermogen te gebruiken teneinde het renteresultaat te optimaliseren. 66

Bij het aantrekken van financieringen voor een periode van één jaar en langer gelden de volgende uitgangspunten:  Financieringen worden uitsluitend aangetrokken ten behoeve van de uitoefening van de publieke taak;  Financiering met externe financieringsmiddelen wordt zoveel mogelijk beperkt door primair de beschikbare interne financieringsmiddelen te gebruiken, met als doel de renterisico’s te minimaliseren en het renteresultaat te optimaliseren;  Toegestane instrumenten bij het aantrekken van financieringen zijn onderhandse leningen;  De Regio is bij de financiering aangewezen op de Bank Nederlandse Gemeenten omdat andere bancaire instellingen deze publieke rechtsvorm niet vanzelfsprekend toelaten. De Regio heeft om die reden in de praktijk geen mogelijkheid om meer offertes te vragen voordat een financiering wordt aangetrokken. e. Uitzettingen Onder ‘uitzettingen’ wordt verstaan het uitzetten van financiële middelen bij een externe partij voor een periode langer dan één jaar.  Uitzettingen van tijdelijke overtollige financiële middelen uit hoofde van treasury vinden in het kader van het geïntegreerd middelenbeheer uitsluitend plaats bij het Agentschap;  De Regio hanteert bij de tijdelijke uitzettingen, uit hoofde van treasury, de instrumenten die het ministerie van Financiën aanbiedt.

Deze instrumenten zijn: het aanhouden van middelen in rekening courant en het aanhouden van middelen in deposito’s;  Uitzettingen worden afgestemd op de bestaande financiële positie en de liquiditeitenplanning. f. Relatiebeheer Doelstelling van het relatiebeheer is het zorgdragen van een permanente beschikbaarheid van bancaire en financiële diensten tegen vooraf overeengekomen kwaliteit en prijs. Relatiebeheer omvat het onderhouden van relaties met financiële instellingen en het Agentschap. De treasuryfunctie van de Regio beoogt het realiseren van gunstige c.q. marktconforme condities voor af te nemen financiële diensten. De publieke rechtsvorm van de Regio maakt het aangaan van andere relaties dan met de Bank Nederlandse Gemeenten niet vanzelfsprekend. De keuzevrijheid is daardoor in de praktijk niet aanwezig.

Leningverstrekking en garantieverlening De wet Fido geeft aan dat geldleningen slechts mogen worden verstrekt of garant mag worden gestaan, als aantoonbaar is dat dit past in de uitoefening van de publieke taak. Deze wet schrijft voor zo weinig mogelijk risico's te nemen met onder meer leningen en garanties. Tot 2020 gaf de financiële verordening van de Regio geen mogelijkheid tot het verstrekken van leningen aan derden. Voortkomend uit de inbesteding van het doelgroepenvervoer bij Vervoer Gooi en Vechtstreek, ontstond het verzoek om het verstrekken van leningen mogelijk te maken. De financiële verordening is hierop aangepast, waarbij in artikel 15 lid 1 sub b is opgenomen dat een uitzondering gemaakt kan worden wanneer de Regio een lening wil verstrekken aan verzelfstandigde uitvoerende eenheden waarin de Regio Gooi en Vechtstreek met 80% of meer zeggenschap vertegenwoordigt.

Wettelijke normen De Wet financiering decentrale overheden (Wet fido) geeft de wettelijke kaders voor de treasuryfunctie van decentrale overheden. Een belangrijk uitgangspunt van de wet is dat er voorzichtig moet worden omgegaan met publieke middelen. Dit uit zich onder andere in de beheersing van renterisico’s. Hierbij gelden als wettelijke normen de kasgeldlimiet en de renterisiconorm, welke in het treasurystatuut zijn opgenomen. Daarnaast moeten tijdelijk overtollige middelen boven een vastgestelde drempel worden aangehouden in ‘s Rijks schatkist. Kasgeldlimiet De Regio mag haar activiteiten niet onbeperkt met kort geld financieren. In de Wet fido is hiervoor de kasgeldlimiet opgenomen, waarmee een maximum wordt gesteld aan de netto kortlopende schuld. De kasgeldlimiet is gelijk aan 8,5% van het begrotingstotaal van de oorspronkelijke begroting. Voor 2023 betekent dit bij een begrotingsomvang van € 92,2 miljoen een bedrag voor de kasgeldlimiet van € 7,8 miljoen.

67

Renterisiconorm Met het betreden van de kapitaalmarkt dient ook rekening te worden gehouden met de renterisiconorm zoals de Wet fido die stelt. Deze norm heeft als doel het toekomstig renterisico te beperken door de aflossingen en renteherzieningen te spreiden. Voorkomen moet worden dat er in enig jaar een te grote concentratie plaatsvindt van aflossingen en renteherzieningen op lopende leningen. Het renterisicobedrag wordt volgens de Wet fido berekend als de som van de renteherzieningen en de aflossingen. De vraag is welk deel van de portefeuille aan vaste schuld in enig jaar geherfinancierd moet worden uit het aangaan van nieuwe leningen behorend tot de vaste schuld, en voor welk deel van de vaste schuld de geldnemer een wijziging van de rente niet kan beïnvloeden. Het totale renterisicobedrag mag niet groter zijn dan 20% van het begrotingstotaal. Het minimum bedrag voor de ruimte binnen renterisiconorm is € 2.500.000. In volgende tabel is een en ander voor de jaren 2023 tot en met 2026 in kaart gebracht. Bedragen x €1.000

Nr. 1 2 3

Omschrijving Begrotingstotaal Wettelijk percentage Renterisiconorm (1 x 2)

2023 92.239 20% 18.448

2024 91.567 20% 18.313

2025 91.198 20% 18.240

2026 90.905 20% 18.181

4 5 6 7

Renteherzieningen Nieuwe aangetrokken vaste schuld Aflossingen nieuw aangetrokken schuld Aflossingen op vaste opgenomen schuld Bedrag waarover renterisico gelopen wordt (4+6+7) Ruimte onder renterisiconorm (3 - 8)

0 3.500 0 4.126

0 2.900 0 4.476

0 3.300 0 4.766

0 1.700 0 5.096

4.126

4.476

4.766

5.096

14.322

13.837

13.474

13.085

8 9

De bedragen aan langlopende leningen waar de Regio de komende jaren een renterisico over loopt, blijven ruimschoots binnen de wettelijke norm (wet FIDO), zoals uit de tabel blijkt. Schatkistbankieren Op 10 december 2013 heeft de Eerste Kamer met de Wet Houdbare Overheidsfinanciën (wet HOF) en de wijziging van de Wet financiering decentrale overheden vastgesteld. Door de Wet vast te stellen zijn alle decentrale overheden verplicht om met ingang van 1 januari 2014 alle overtollige liquide middelen aan te houden in de schatkist bij het Rijk, om zo de staatsschuld te beperken. Gemeenschappelijke Regelingen zoals de Regio Gooi en Vechtstreek vallen ook onder de Wet financiering decentrale overheden. Het woord overtollig verwijst naar alle middelen die decentrale overheden niet direct nodig hebben voor de uitoefening van hun publieke taak. De bij de schatkist gestalde middelen zijn rentedragend. Het ministerie van Financiën opent bij de schatkist een rekening voor de Regio, bestemd voor het schatkistbeleggen. Hierop vinden alle transacties tussen de Regio en het ministerie plaats. Mutaties tussen de schatkist moeten plaatsvinden met een speciaal hiervoor te openen rekening bij de huisbankier van de Regio. Onze huisbankier, de BNG, heeft voor de Regio een schatkistbeleggingsrekening geopend. Door de centrale overheid is er wel een drempel ingebouwd.

De hoogte van deze drempel is afhankelijk van de financiële omvang. In de beleidsdoorlichting schatkistbankieren van juli 2019 is onder meer geconstateerd dat decentrale overheden kampen met administratieve lasten bij schatkistbankieren. Het kabinet heeft in de beleidsdoorlichting het probleem erkend dat met name decentrale overheden die structureel rood staan en slechts incidenteel overtollige middelen hebben met hogere administratieve lasten te maken hebben dan gewenst is. Met een eventuele verhoging dan wel een andere berekening van het drempelbedrag wilde het kabinet aan deze bezwaren tegemoet komen. Het drempelbedrag dat is vastgelegd in artikel 7 lid 2 van de Regeling schatkistbankieren decentrale overheden is aangepast op onderstaande punten:  een verhoging van de ondergrens van € 250.000 naar € 1 miljoen euro;  een verhoging van het percentage begrotingstotaal t/m € 500 miljoen euro van 0,75% naar 2%. Gelet op de begrotingsomvang van onze organisatie van € 92,2 miljoen gaat het om een bedrag van ongeveer € 1.850.000, dat buiten de schatkist gehouden mag worden. 68

Rente ontwikkelingen De Europese Centrale Bank (ECB) voert het monetaire beleid uit voor het Euro gebied. De belangrijkste taak is het in de hand houden van de Europese inflatie. Hiervoor heeft de Europese Centrale Bank verschillende instrumenten tot zijn beschikking. Een belangrijk instrument is het rente-instrument. De rentevorming op de geldmarkt in de eurozone wordt als het ware ‘bepaald’ door de Europese Centrale Bank (ECB), in tegenstelling tot de rente op de kapitaalmarkt, die niet direct gestuurd wordt door het monetaire beleid van de ECB. Indirect heeft de ECB wel invloed op de kapitaalmarktrente, omdat de kapitaalmarktrente wordt beïnvloed door de geldmarktrente. De rente op de geldmarkt is in het algemeen lager dan de rente op de kapitaalmarkt. Op de kapitaalmarkt wordt het geld voor een langere tijd vastgelegd en daarom is de rente vaak hoger. De rente op de kapitaalmarkt (looptijd vanaf twee jaar) van de eurozone is de afgelopen 30 jaar sterk gedaald. In juni 2019 is de lange rente uiteindelijk zelfs onder 0% gekomen. Inmiddels is deze door de ontwikkelingen in de wereld weer boven de 0%.

De prijs die op de kapitaalmarkt tot stand komt door vraag en aanbod is de kapitaalmarktrente. Daarbij geldt: bij een lage inflatie is men eerder bereid geld uit te lenen. Hierdoor stijgt het aanbod op de kapitaalmarkt, wat de rente doet dalen. De inflatie is jarenlang zeer laag geweest, maar heeft eind 2021 het hoogste niveau in 13 jaar bereikt. Dat heeft te maken met drie belangrijke redenen: onze economie heropent snel, hogere energieprijzen drijven de inflatie op en het ‘basiseffect’, zoals statistici het noemen, ook wel de cijfers van vorig jaar.

De economie Onze economie heropent snel en steeds meer beperkingen zijn opgeheven. Mensen kopen meer en besteden een deel van het geld dat ze niet konden uitgeven tijdens de lockdowns. Dit resulteert in een stijging van de vraag, als gevolg waarvan bedrijven het gemakkelijker vinden om prijzen te verhogen 69

zonder klanten te verliezen. Die vraag blijft echter niet voor altijd zo groot. Echter, door de pandemie zijn ook toeleveringsketens van bedrijven beschadigd, als gevolg waarvan niet elk bedrijf meteen aan de grotere vraag kan voldoen. Wanneer bedrijven het tempo waarin mensen dingen willen kopen niet kunnen bijhouden, stijgen de prijzen: de ‘wet van vraag en aanbod’. De energie Olie, gas en elektriciteit zijn overal in de wereld duurder geworden. Omdat energie een groot deel van de kosten voor mensen en bedrijven uitmaakt, is de prijs van olie, gas en elektriciteit van groot belang voor de totale inflatie: de helft van de recente inflatiestijging is toe te schrijven aan hogere energieprijzen. De cijfers van vorig jaar De inflatie is vandaag hoog omdat ze vorig jaar zo laag was. Om de inflatie te meten, worden de veranderingen in prijzen van jaar tot jaar gemeten. Op het hoogtepunt van de pandemie vorig jaar waren de prijzen uitzonderlijk laag. Als we de hogere prijzen van vandaag met die zeer lage niveaus vergelijken, lijken de verschillen groot. Dit wordt ook wel het basiseffect genoemd. De doelstelling bij de ECB is om de prijzen stabiel te houden, wat betekent dat zij streeft naar een inflatiedoelstelling van 2% op middellange termijn.

Dat komt de inwoners in het eurogebied ten goede: stabiele prijzen zorgen voor vertrouwen in de waarde van ons geld en voor economische groei en banen. De verwachting van de ECB was (tot voor kort) dat de inflatie in de loop van 2022 af gaat nemen. Het aanbod zal de vraag geleidelijk bijbenen, markten verwachten dat de energieprijzen volgend jaar gaan dalen en de basiseffecten zullen uit de jaar-op-jaarvergelijking voor het meten van de inflatie verdwijnen. Omdat monetair beleid met enige vertraging werkt, helpt het niet tegen kortstondige prijsstijgingen. Tijdens de vergadering op 3 februari jl. onderkende ECB-president Lagarde dat de inflatie langer (dan eerder gedacht) op een hoog niveau blijft. Ook in maart heeft de ECB zijn belangrijkste rentetarieven nog niet veranderd, maar wordt het opkopen van obligaties sneller afgebouwd. Als de inflatie op langere termijn boven de 2% uitkomt, neemt de kans op een eerste renteverhoging in 2022 toe. In december 2021 voorzag de ECB een consumentenprijsstijging van 1,8% in 2024. De ontwikkelingen in Oekraïne hebben logischerwijs ook invloed op deze rente ontwikkelingen. De oorlog in Oekraïne zorgt voor een neerwaartse druk op de rente.

Redenen hiervoor zijn onder andere dat verschillende landen economische sancties hebben opgelegd aan agressor Rusland en dat beleggers bij geopolitieke spanningen de voorkeur geven aan relatief veilige investeringen, zoals staatsobligaties, in plaats van risicovollere beleggingen zoals aandelen. De voortzetting van de gesprekken tussen Rusland en Oekraïne over een staakt-het-vuren zorgt voor enig optimisme over een diplomatieke oplossing van de oorlog in Oekraïne. Naast de ontwikkelingen rond Oekraïne kijken beleggers uit naar het rentebesluit van de Federal Reserve in maart. De Amerikaanse centrale bank zal naar verwachting voor het eerst in jaren de rente gaan verhogen om de hard oplopende inflatie af te remmen. Rekenrente Vanaf 2017 is de bepaling van de rekenrente gewijzigd op grond van de nieuwe BBV-regels. De rekenrente wordt bepaald aan de hand van het feitelijke rentepercentage van aangegane leningen. Op basis van de gegevens van de ECB en de BNG heeft de Regio er voor gekozen om voor de rekenrente 1,00% aan te houden. Het bij de begroting gecalculeerde omslagrentepercentage is binnen een marge van 0,5% afgerond, deze was 1,07% en is berekend door de werkelijke toe te rekenen rente (in Euro's) te delen door de boekwaarde van de vaste activa per 1 januari 2022 die integraal zijn gefinancierd.

In de volgende tabel is uitgewerkt hoe de berekening van het renteresultaat tot stand is gekomen.

70

Renteschema a. b.

De externe rentelasten over de korte en lange financiering De externe rentebaten (idem) Saldo rentelasten en rentebaten

c1. c2.

De rente die aan de grondexploitatie moet worden doorberekend De rente van projectfinanciering die aan het betreffende taakveld moet worden toegerekend De rentebaat van doorverstrekte leningen indien daar een specifieke lening voor is aangetrokken (projectfinanciering) die aan het betreffende taakveld moet worden toegerekend Aan taakvelden toe te rekenen externe rente

c3.

328.626 0 -

328.626

d1. d2.

Rente over eigen vermogen Rente over voorzieningen Totaal aan taakvelden toe te rekenen rente

328.626

e.

De aan taakvelden toegerekende rente (renteomslag)

-328.626

f.

Renteresultaat op het taakveld Treasury

€ 0

Prognose financieringsbehoefte Het uitgangspunt is dat financiering met vreemd vermogen zoveel mogelijk wordt beperkt door primair het beschikbare eigen vermogen te gebruiken teneinde het renteresultaat te optimaliseren en het renterisico te beperken. De komende jaren verwachten wij een financieringsbehoefte die wordt veroorzaakt door de doorlopende investeringen, het meerjarig investeringsprogramma en het inzetten van reserves en voorzieningen. Aangezien het eigen vermogen van de Regio beperkt is, moet rekening gehouden worden met het aantrekken van een lening. Het is van belang inzicht te hebben in de planning en de voortgang van de lopende en voorgenomen investeringen om te kunnen anticiperen op de financieringsbehoefte. Wij trachten voortdurend in de rentesfeer te optimaliseren. De rente is nog steeds relatief laag. Echter het afwijken van de planning van de uitvoering van de voorgenomen investeringen blijft ook in 2023 een financieringsrisico. Voor 2023 verwachten we een nieuwe lening aan te gaan voor een bedrag van € 3.500.000 tegen 1% rente. Deze zal worden ingezet ten gunste van de geplande investeringen zoals opgenomen in de bijlage ‘Investeringsoverzicht’.

71

Bedrijfsvoering Bedrijfsvoering

Algemene ontwikkelingen Bedrijfsvoering betreft alle faciliterende activiteiten die de organisatie in staat stelt langdurig te presteren en maatschappelijke waarde te creëren. Denk aan personeelsbeleid, huisvesting, financiën, ICT en inkoop. Een goede bedrijfsvoering is een voorwaarde voor het uitoefenen van en het ‘in control’ zijn over onze primaire taken en bedrijfsprocessen. In 2023 wordt hieraan verder gewerkt. Dit zal gebeuren langs een viertal thema’s    

De informatievoorziening is op orde, veilig en speelt in op vragen en ontwikkelingen Onze financiële bedrijfsvoering is toekomstbestendig, actueel en accuraat De (interne) dienstverlening is servicegericht, efficiënt en duurzaam De HRM instrumenten dragen bij aan een professionele eigentijdse werkomgeving

Binnen het veld van de bedrijfsvoering gaat een aantal zaken permanent door. Van administratieve processen tot meer strategische vraagstukken. In 2023 zal het accent liggen op de digitale transformatie en de uitwerking van de strategische huisvestingsvraagstukken. Binnen de digitale transformatie ligt de nadruk op de informatievoorziening en informatiebeveiliging. In 2022 is de Regio gestart met een strategische heroriëntatie op haar huisvesting. Daarbij wordt met name gekeken naar de gedeelde huisvestingsopgaven van de GAD en het Regiokantoor en aantal andere locaties van de GAD (brenglocaties en het stortstation). Dit mede op verzoek van de gemeente Gooise Meren. Mogelijk dat gedurende dit proces ook de huisvestingsopgaven van Vervoer Gooi en Vechtstreek B.V. en de RAV Tergooi Blaricum worden betrokken. In 2023 willen op basis van die verkenningen in 2022 de eerste concrete stappen gaan zetten. Mede omdat beide trajecten moeten bijdragen aan een efficiency en effectiviteitopbrengsten die nodig zijn om de financiële gevolgen van het vertrek van de gemeente Weesp op te vangen. ICT en Informatievoorziening Digitalisering gaat verder dan digitale dienstverlening aan de organisatie, inwoners en ondernemers. We leven in een periode van wereldwijde digitale transformatie. Ook de Regio organisatie wordt steeds meer data gedreven.

Daarnaast worden de eisen aan beveiliging, openbaarheid en privacy steeds hoger. Dit zorgt voor verder ontwikkelen van onze ICT en informatievoorziening. Zo groeien we toe naar een ICT- en data-infrastructuur die modern, betrouwbaar, veilig, gestandaardiseerd en schaalbaar is. In de komende jaren stellen we een nieuwe informatiseringvisie op en leggen daarbij de focus op het leveren van flexibele informatiehuishouding. Met deze begroting investeren de gemeente structureel in informatiehuishouding en informatiebeveiliging van regionale diensten. In 2023 werken we verder aan de doorontwikkeling van het platform Microsoft 365 als basis voor onze kantoorapplicatie(s). Deze ontwikkeling is gekoppeld aan de uitrol van het nieuwe financiële pakket en het documentmanagementsysteem. Samen vormen deze applicaties de basis van onze interne informatievoorziening. Door te kiezen voor een aantal basis applicaties wordt het applicatielandschap verkleind en wordt ook helder op welke wijze onze datahuishouding is geordend. Dit uiteraard naast de applicaties die per uitvoerende eenheid worden gebruikt voor de uitvoering van de primaire processen. De verwachte investeringen worden uit de bestaande financieringsbronnen gefinancierd.

Dit traject valt samen met de marktbrede transitie, waarin ICT hard- en software minder gekocht wordt via investeringen en meer gehuurd wordt middels abonnementen via exploitatie. Ook daarmee wordt de informatiebeveiliging verbeterd. Financiën De basis van een goede financiële bedrijfsvoering begint bij een betrouwbare financiële administratie, doelmatige processen en proactief advies. De organisatie moet kunnen vertrouwen op een financiële administratie die foutloos is en die overzichtelijke informatie levert. De Regio gaat door met procesverbeteringen en digitalisering van deze processen. Dit gebeurt onder andere door middel van het implementeren van een nieuw financieel pakket in 2022. De afgelopen jaren is gewerkt aan de verbetering van de kwaliteit van de data in het financiële systeem en in de managementinformatie daarover. Met de implementatie van de verplichtingenadministratie en e-facturatie zijn al belangrijke stappen gezet. Het nieuwe financiële pakket zal een belangrijke plek innemen om weer verdere stappen te zetten.

72

Inkoop en aanbesteding Op de juiste wijze inkopen en aanbesteden is voor ons als overheidsorgaan van groot belang. Op basis van een concernbrede inkoopagenda wordt integraal afgewogen welke contracten aflopen en op welke wijze de inkoop zal worden vormgegeven. Het draagt bij aan mogelijke besparingen, geeft een zichtbare verbetering van kwaliteit van opdrachten en/of innovatie. Het rechtmatig zijn van de uitgaven blijft aandachtspunt en prioriteit. We houden ons aan wet- en regelgeving en gaan zo doelmatig en bewust mogelijk om met gemeenschapsgeld. Het recentelijk met gemeenten ontwikkelde en vastgestelde nieuwe inkoopbeleid vormt daarbij het kader. Dienstverlening en huisvesting In 2022 is de Regio gestart met een strategische heroriëntatie op haar huisvesting. De Regio kent in totaal zo’n 20 locaties. Hiervan is een aantal in eigendom, een aantal wordt gehuurd en voor een aantal locaties geldt dat er met gemeenten gebruikersovereenkomsten zijn afgesproken. Voor een groot deel van onze locaties geldt dat een geografische spreiding over de regio gewenst is. Dit vanwege het belang van nabijheid bij inwoners (denk aan de brenglocaties van de GAD en de consultatiebureaus van jeugd en gezin). Voor de strategische heroriëntatie op de huisvesting kijken wij naar de grotere huisvestingsvraagstukken van de GAD en het Regiokantoor.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11651662/1