CConstaterende datlaren
Koppel je AI →
Document · PDF

20220629RVSb22 00681%20Zienswijze%20op%20begroting%202023%20en%20resultaatbestemming%202021%20van%20de%20Regio%20Gooi%20en%20Vechtstreek%20BIJLAGE%20jaarstukken

Commissie Bovenlokale Samenwerking 22 juni 2022, gemeente larenBij agendapunt: Zienswijze op begroting 2023 en resultaatbestemming 2021 van de Regio Gooi en Vechtstreek39.677 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 5

Regio G&V

Regio G&V Regio G&V

1.E

Aantal organisaties/gemeenten dat werkt vanuit gedachtegoed positieve gezondheid

25

1.F

Naleving NIX 18 alcoholverstrekkers

75%

1.G

Aantal rookvrije sportverenigingen

60%

Variërend van 29% (sportkantines) tot 100% (ketenslijterijen) 60%

1.H

Aantal scholen dat werkt volgens Gezonde School-aanpak Aantal gezondere sportkantines

50

30

31

Regio G&V

35

35

25

Regio G&V

Aantal adviezen dat aan gemeenten gegeven wordt om gezondheidseffecten mee te wegen bij bestuurlijke beslissingen Aantal (zorg)professionals die het programma Beter in het Groen realiseren Aantal publiekscampagnes Inhoudelijke verantwoording loopt via de veiligheidsregio Medische milieukunde; aantal adviesaanvragen van gemeenten en burgers

25

25

25

Regio G&V

50

50

30

Regio G&V

6 Aristoteles

6 Aristoteles

6 Aristoteles

Regio G&V Regio G&V

50

20

30

Regio G&V

1.I 1.J

1.K

1.L 1.M 1.N

Regio G&V

44

Wat heeft dat gekost?

Realisatie 2020

Begroting 2021

Begroting 2021 na wijziging

Realisatie 2021

Afwijking 2021 realisatie/raming

Lasten Personele lasten Kapitaallasten Materiële lasten Vennootschapsbelasting Overhead primair proces Overhead Regio Totaal lasten

3.578.163 15.543 7.852.004 406.435 263.325 12.115.470

2.200.190 15.317 730.313 10.302 309.828 274.077 3.540.027

2.200.190 15.317 17.230.313 10.302 309.828 274.077 20.040.027

2.854.332 15.415 22.432.791 425.109 286.127 26.013.774

654.142 98 5.202.478 -10.302 115.281 12.050 5.973.747

Baten Gemeentebijdrage Rijksbijdrage Bijdragen derden Overige baten Totaal baten

-1.754.499 -9.802.530 -470.531 -12.027.560

-1.930.988 -1.041.254 -567.785 -3.540.027

-1.930.988 -17.891.254 -217.785 -20.040.027

-1.894.465 -23.449.174 -361.432 -25.755.071

36.523 -5.607.920 -143.647 -5.715.044

Saldo

87.910

-

-

258.703

258.703

Reserves Dotaties Onttrekkingen

29.000 -

-

-

-

-

Saldo

116.910

-

-

258.703

258.703

Gemeentelijke Gezondheidsdienst (GGD)

Toelichting rekeningcijfers Net als in 2020 heeft de GGD volop ingezet op de bestrijding van het COVID-virus. Dit heeft een aantal financiële effecten tot gevolg. De inkomsten op het reizigersspreekuur bleven achter, wat zich vertaalt in lagere overige baten ter hoogte van € 206.353. Tegelijkertijd is een hogere Rijksbijdrage ter hoogte van ongeveer € 5,6 miljoen zichtbaar, wat betrekking heeft op de vergoeding die de Regio heeft ontvangen vanuit het RIVM voor de bestrijding van COVID19. Hierin zijn ook de minder opbrengsten van het reizigersspreekuur meegenomen. In de paragraaf COVID-19 is de verdere toelichting opgenomen. Corona heeft de kwetsbaarheid van de GGD blootgelegd. Duidelijk is dat er meer personele inzet nodig is om de uitvoering van de wettelijke taken te garanderen. In 2021 heeft de GGD de samenwerking verder opgezocht met GGD Flevoland, voor de extra inzet op deze taken. Voor infectieziekten, TBC en het algemene AGZ-deel is een overschrijding van de kosten te zien van ongeveer € 170.000. Hiernaast zijn binnen het team GHOR taken uitgevoerd in het kader van de bestrijding van het COVID-19 virus, die niet onder de meerkostenregeling van het Ministerie van VWS vallen, ter hoogte van € 87.270.

Dit resulteert in een nadelig resultaat van € 258.703 In de resultaatbestemming wordt hierover nog een voorstel gedaan ten aanzien van de volgende mutatie:  Reserve Rampenbestrijding Bij de bestrijding van COVID-19 heeft de Regio meer kosten gemaakt bij de GGD-GHOR dan dat bekostigd wordt vanuit het RIVM. Voorgesteld wordt een bedrag van € 87.270 te onttrekken aan de reserve Rampenbestrijding. Deze reserve wordt aangewend ter dekking van eventuele tekorten bij de rampenbestrijding. Dit resulteert in een negatief saldo van € 171.433.

45

Programma

Regionale Ambulance Voorziening en Meldkamer (RAV)

Onderdelen  Ambulancezorg  Meldkamer Relevante beleidsdocumenten  Beleidsregel Regionale Ambulancevoorziening 2021 NZa  Informatieverstrekking vaststelling budget Regionale Ambulancevoorzieningen NZa  Tijdelijke wet ambulancezorg (Twaz)  Wet Geneeskundige Behandelingsovereenkomst (WGBO)  Wet Beroepen Individuele Gezondheidszorg (BIG)  Wet kwaliteit, klachten en geschillen zorg (Wkkgz) Deelnemende gemeenten Blaricum, Gooise Meren, Hilversum, Huizen, Laren, Weesp en Wijdemeren

Wat wilden we bereiken? Onderdeel

Doel

Wat wilden we bereiken

Ambulancezorg en Meldkamer

1.1

Optimale spreiding en beschikbaarheid

Ambulancezorg en Meldkamer

1.2

Optimale scholing

Ambulancezorg en Meldkamer

1.3

Optimale samenwerking in de acute zorgketen

Ambulancezorg en Meldkamer

2.1

Voortzetten kwaliteit en patiëntveiligheid

Wat hebben we bereikt? In 2021 heeft de RAV 19.470 ritten gereden, een stijging van 11% ten opzichte van het aantal ritten in 2020. Van deze 19.470 ritten waren er 8.323 een A1 rit. Ambulances worden ingezet als A1, A2 of B rit. Bij een A1 rit rijdt de ambulance met spoed naar de melding om er zo snel mogelijk te zijn (over het algemeen binnen 15 minuten). Bij een A2 rit is er geen spoed maar moet de ambulance wel direct gaan rijden om er binnen 30 minuten te zijn. Een B rit is een bestelde rit om bijvoorbeeld patiënten van een ziekenhuis naar een verpleeghuis te rijden (waarbij er dus geen spoed is). In 2021 komt het overschrijdingspercentage op 8,5%. Hiermee voldoet de RAV niet aan de landelijke norm van 5% overschrijdingspercentage voor A1 ritten. De verklaring hiervoor is gelegen in een stijging van het totaal aantal ritten, de vele COVID-19 gerelateerde inzetten en een toename van burenhulpritten voor de regio Utrecht. COVID-19 gerelateerde ritten nemen gemiddeld veel meer tijd in beslag vanwege de voorbereiding (aantrekken persoonlijke beschermingsmiddelen) en het naderhand schoonmaken van de ambulance voordat deze opnieuw kan worden ingezet. De verslechtering van de prestatiecijfers is een landelijke trend. Gelukkig heeft deze overschrijding van de tijd geen gevolgen gehad voor de kwaliteit van de ambulancezorg en de mensen die geholpen moesten worden.

In 2021 zijn voorbereidingen getroffen voor de overgang van Weesp naar de gemeente Amsterdam. Met de RAV Amsterdam Amstelland is een convenant afgesloten waarin is afgesproken dat de RAV Gooi en Vechtstreek per 1 januari 2022 de spoedritten (A1 en A2) in de gemeente Weesp blijft verzorgen. Ook bezet de RAV Gooi en Vechtstreek de ambulancepost Weesp. Het besteld vervoer (B-ritten) wordt door de RAV AA verzorgd. In november 2021 is met de RAV Flevoland een gezamenlijke cliëntenraad opgericht. De cliëntenraad denkt actief mee over wat het beste is voor de patiënten/cliënten van de RAV. Zij kunnen gevraagd en ongevraagd advies geven over het beleid, de prestaties en andere aspecten van de dienstverlening. Verder is de RAV druk met de implementatie van het kwaliteitskader ambulancezorg. Het kwaliteitskader ambulancezorg is erop gericht om de kwaliteit van de ambulancezorg verder te ontwikkelen en te verbeteren. Kwaliteit binnen de ambulancesector is jarenlang uitsluitend beoordeeld op aanrijtijden. Op tijd rijden is zeker een belangrijk aspect bij de dienstverlening, maar kwaliteit van ambulancezorg is veel meer dan dat. In het kwaliteitskader zijn om die reden 26 indicatoren opgenomen die gebaseerd zijn op 7 uitgangspunten van goede zorg. 46

Wat hebben we daarvoor gedaan? Onderdeel

Doel

Ambulancezorg en Meldkamer

1.1

Activiteiten

Ontwikkeling/ Regulier Ontwikkeling

Indicator 1.A

Verder ontwikkelen spreidingsmodule en gezamenlijke Inzet met Flevoland In sept 2020 zijn de meldkamers samengevoegd en wordt gebruik gemaakt van 1 gezamenlijke spreidingsmodule. Ambulancezorg en Meldkamer 1.2 Alle medewerkers zijn voldoende Regulier geschoold en getraind volgens scholingsprogramma Mogelijkheden scholing werden beperkt door geldende COVID-maatregelen. Alternatieven als webinars zijn ingezet. Ambulancezorg en Meldkamer 1.3 Intensivering samenwerking Ontwikkeling ketenpartners acute zorg/mogelijkheden samenwerking op meldkamer Inzet GGZ-triagist op meldkamer. Nauwere samenwerking met meldkamers van Amsterdam en Utrecht, ook i.v.m. inzet voor burenhulp. Ambulancezorg en Meldkamer 2.1 Werken volgens LPA, HKZ Regulier 1.B / Ambulancezorg, patiëntveiligheid en NEN 2.A 7510 Protocollen uit LPA zijn geldend, daarnaast eigen procedures en werkinstructies in systeem Manual Master. Certificaten voor HKZ Ambulancezorg (met module patiëntveiligheid) en NEN 7510 voor informatiebeveiliging zijn verlengd in 2021.

Tabel prestatie-indicator(en)

#

Omschrijving

1.A

Voldoen aan norm aanrijtijden spoedvervoer

2.A

Kwaliteitseis

2.B

Kwaliteitseis

3.A

Patiëntwaarderingsonderzoek COI, cijfer

Streefwaarde 2021 <5% HKZ-certificatie ambulancezorg, patiëntveiligheid Certificaat NEN 7510 informatiebeveiliging >9

Realisatie 2021 91,5%

Realisatie 2020 93,3%

Bron

Behaald

Behaald

KIWA

Behaald

Behaald

KIWA

Reports

N.v.t. N.v.t. (1x per 3 jaar) (1x per 3 jaar)

Nivel

Realisatie 2021 19.470 12 101 (gezamenlijk met FL)

Realisatie 2019 18.012 12 69

Tabel kengetallen

Omschrijving

Bron

Aantal ritten Aantal klachten van patiënten/burgers Aantal incidentmeldingen

RIVM Overzicht Manual Master

Realisatie 2020 17.569 8 132 (gezamenlijk met FL)

47

Wat heeft dat gekost? Regionale Ambulance Voorziening en Meldkamer (RAV) Lasten Personele lasten Kapitaallasten Materiële lasten Overhead primair proces Dotatie voorziening Totaal lasten Baten Gemeentebijdrage Rijksbijdrage Bijdragen derden Overige baten Totaal baten Saldo Reserves Dotaties Onttrekkingen Saldo

Realisatie 2020

Begroting 2021

Begroting 2021 na wijziging

Realisatie 2021

Afwijking 2021 realisatie/raming

6.369.587 579.025 1.477.946 1.298.925 107.175 9.832.658

5.908.088 581.525 1.792.090 1.260.316 120.474 9.662.493

6.558.088 581.525 2.002.090 1.260.316 120.474 10.522.493

6.902.077 480.609 1.746.527 1.013.732 121.186 10.264.131

343.989 -100.916 -255.563 -246.584 712 -258.362

-318.711 -417.823 -9.298.985 -10.035.518

-326.679 -250.000 -9.084.585 -9.661.264

-326.679 -250.000 -9.944.585 -10.521.264

-326.679 -348.486 -10.475.158 -11.150.323

-98.486 -530.572 -629.059

-202.860

1.229

1.229

-886.192

-887.421

-1.229

-1.229

-1.229

-1.229

-

-204.089

-

-

-887.421

-887.421

Toelichting rekeningcijfers De exploitatiekosten 2021 zijn lager dan begroot. De hogere personeelskosten hebben te maken met naleving van de cao Ambulancezorg (zie bijdrage derden). De Zorgverzekeraars (NZa) compenseren deze extra kosten waardoor dit geen gevolgen heeft voor de gemeentelijke bijdragen. De lagere kapitaallasten hebben te maken met een begrote investering met betrekking tot kleding welke is uitgesteld en ICT (Elektronisch Ritformulier) waarbij per jaar een licentie wordt betaald in plaats van dat de software wordt aangeschaft. De lagere materiële kosten worden veroorzaakt doordat de kosten van de Gemeenschappelijke Meldkamer (niet MKA) rechtstreeks betaald worden door het Ministerie van Justitie en Veiligheid in plaats van dat Politie Nederland deze kosten doorbelast aan de afzonderlijke Meldkamers Ambulancezorg en de MKA’s deze vergoed krijgen via de Zorgverzekeraars. Dit resulteert in een voordelig saldo van € 887.421. Hieruit wordt in de resultaatbestemming nog een voorstel gedaan ten aanzien van de volgende mutatie:

Reserve nieuwe meldkamer Ambulancezorg 2025 In 2021 heeft de RAV een vergoeding ter hoogte van € 132.500 ontvangen van Politie Nederland in verband met de vertraging van de Meldkamer Midden Nederland. Voorgesteld wordt om voor dit deel van het resultaat een bestemmingsreserve te vormen ten behoeve van kosten samenhangend met de nieuwe Meldkamer Ambulancezorg en de ontvangen middelen toe te voegen. Reserve Aanvaardbare Kosten (RAK) Daarnaast wordt voorgesteld het restant van het resultaat, € 754.921 toe te voegen aan de reserve aanvaardbare kosten (RAK).

48

Programma

Grondstoffen- en Afvalstoffendienst (GAD)

Onderdelen  Grondstoffen- en afvalstoffendienst Relevante beleidsdocumenten  Wet milieubeheer, hoofdstuk 10  Gemeenschappelijke Regeling Regio Gooi en Vechtstreek d.d. 01-01-2021  Afvalstoffenverordening Regio Gooi en Vechtstreek 2017  Regionaal Uitvoeringsplan huishoudelijk afval 2015-2020  Tussenrapportage Regionaal Uitvoeringsplan huishoudelijk afval 2015-2020  Grondstoffennotitie 2021  Regionale Samenwerkingsagenda Gooi en Vechtstreek 2019-2022  Rijksbreed programma Circulaire Economie, d.d. 14-09-2016  Kaderrichtlijn afvalstoffen 2008/98/EG  LAP 3, afvalbeheerbeleid 2017-2023 Deelnemende gemeenten Blaricum, Gooise Meren, Hilversum, Huizen, Laren, Weesp en Wijdemeren Wat wilden we bereiken? Onderdeel

Doel

Wat wilden we bereiken

Efficiency Meer aandacht op kwaliteit

1.1 1.2

Efficiënte en verantwoorde bedrijfsvoering In 2025 een hogere kwaliteit grondstoffen (PMD, GFT, textiel)

Innovatie grondstoffen

1.3

Meer afvalscheiding

1.4

Ontvlechting samenwerkingsverband Copog Optimaliseren huisvesting Crailo

2.1

Optimaliseren scheidingsstations

2.3

Inzameling, transporteren en lokale sortering met mensen met afstand arbeidsmarkt, arbeidsparticipatie op enkele grondstoffen waar kansen liggen ( parel projecten) In 2021 willen we 75% afvalscheiding van huishoudelijk afval bereiken Optimaliseren papier inzameling in samenwerking met vrijwilligers Een optimale overslag en afvoer van de afval- en grondstofstromen Brede inzet van het mobiele scheidingsstation in de regio en een toekomstvisie voor het scheidingsstation Bussum

2.2

Wat hebben we bereikt? De dienstverlening heeft in 2021 erg onder druk gestaan door COVID-19. Zowel in de uitvoering als op cruciale plekken op kantoor werd de GAD geconfronteerd met veel (langdurige) uitval van medewerkers. Desondanks is het gelukt om de dienstverlening in 2021 te continueren voor onze inwoners. Afgelopen jaar heeft voor een groot gedeelte in het teken gestaan om de begroting van 2022 van de GAD sluitend te krijgen, de nieuwe grondstoffenvisie en het wel of niet door gaan met apart inzamelen van PMD . Door de veranderingen in de grondstoffenmarkt zijn de verwerkingskosten en opbrengsten erg in beweging, wat in zijn algemeenheid resulteert in hogere kosten. Daarnaast zijn de hogere inzamelkosten doorgevoerd in de meerjarenbegroting. Op 8 juli 2021 heeft het algemeen bestuur na uitgebreide consultatie van gemeenteraden een pakket aan bezuinigingsmaatregelen vastgesteld die in de 2022 en verder geïmplementeerd zullen worden. In 2021 zijn hiervan de eerste maatregelen voorbereid en gerealiseerd waaronder optimaliseren inzamelwijze & -frequenties, aanbesteding textielinzameling.

De inzamelfrequenties zijn daarbij aangepast in: - Restafval naar tweewekelijks - Groente-, Fruit- en Tuinafval (GFT) naar tweewekelijks - Plastic-, Metalen- en Drankverpakkingen (PMD) blijft op huidige driewekelijkse frequentie - Oud Papier en Karton (OPK) naar vierwekelijks overdag zonder inzet vrijwilligers 49

Er zijn diverse gesprekken opgestart met verenigingen en stichtingen voor het inventariseren van alternatieve werkzaamheden in plaats van de inzet bij de oud papier inzameling. Op 7 oktober heeft het algemeen bestuur de nieuwe grondstoffenvisie vastgesteld, na een goed doorlopen proces waarbij alle gemeentes unaniem ingestemd hebben met deze visie. Tevens heeft het bestuur in december een zorgvuldige afweging gemaakt ten aanzien van de PMD-inzameling. In 2021 is er verder invulling gegeven aan een aantal verschillende projecten op het gebied van arbeidsparticipatie en circulaire economie, zoals Waardebox en Houtproject. Na het vaststellen van de grondstoffenvisie en de begroting 2022 is er een start gemaakt met het voertuigenvervangingsplan 2021-2024. In de zomer is wagenpark van de afdeling Toezicht & Handhaving vervangen door volledig elektrische voertuigen. De in 2021 gevoerde gesprekken en onderhandelingen met de gemeente Amsterdam hebben geleid tot een DVO voor de GAD-dienstverlening in Weesp voor de periode van drie jaar (gerekend vanaf 1 januari 2022 lopend tot 31 december 2024). Er is 3% minder huishoudelijk afval ingezameld dan in 2020. Het totale afvalscheidingspercentage is met 0,2% toegenomen in vergelijking met dat van 2020; van 67,2% naar 67,4%. Wat hebben we daarvoor gedaan? Onderdeel

Doel

Activiteiten

Ontwikkeling/ Indicator Regulier Efficiency 1.1 Service gericht naar bewoners Ontwikkeling 1.A / 1.B In 2021 is het werkproces voor het maken van afspraken voor het halen van Grof Huishoudelijk Afval geautomatiseerd. Vanaf de zomer is een begin gemaakt met het invoeren van een dynamische inzameling van de ondergrondse verzamelcontainers. Het ISO 14001 certificaat is opnieuw beoordeeld en verlengd. Ook is een start gemaakt met de implementatie van een ISO 9001-2015 certificering. Meer kwaliteit grondstoffen 1.2 Minder restafval, minder afkeur Regulier 1.C / 1.D grondstoffen Er is veel aandacht gegeven aan het voorkomen van afkeur van grondstoffen. Zowel vanuit Nedvang als vanuit de GAD zijn er diverse sorteeranalyses uitgevoerd. Dit heeft geresulteerd in veel inzicht op het gebied van afvalscheidingsgedrag van de inwoners en het logistieke proces van vooral PMD. Dit heeft geleid tot relatief zeer weinig afkeur van ingezamelde grondstoffen. Innovatie grondstoffen 1.3 Realisatie verwerking/inzameling Ontwikkeling 1.C / 1.D parelprojecten Er is afscheid genomen van de oude textielinzamelaars en de implementatie van het nieuwe textielcontract is in het voorjaar gerealiseerd. Alle oude textielcontainers zijn vervangen door een nieuw type handloscontainers die doorlopend geleegd worden met inzet van de medewerkers uit de Regio.

Ontvlechting 2.1 Optimaliseren papier inzameling in Regulier 1.A / 1.D samenwerkingsverband Copog samenwerking met vrijwilligers De ontvlechting van het samenwerkingsverband met Copog is gerealiseerd; het opheffen daarvan is voorzien in voorjaar 2022. Er zijn gesprekken gevoerd met een aantal verenigingen/stichtingen voor het inzetten van hun leden bij alternatieve werkzaamheden. Optimaliseren Crailo 2.2 Logistiek aanpassen Ontwikkeling 1.C / 1.D Ten aanzien van het Crailoo-terrein is er een inrichtingsplan opgesteld voor het gebied rondom de voormalige NS-dienstwoning. Ook is een start gemaakt met een integraal huisvestingplan voor de GAD voor de komende jaren. Optimaliseren scheidingsstations 2.3 Service verlening Ontwikkeling 1.A / 1.C In verband met COVID-19 en de personele bezetting is het mobiele scheidingsstation het grootste deel van het jaar niet ingezet.

50

Tabel prestatie-indicator(en)

#

Omschrijving

1.A

Waardering bewoners

7,7

1.B

Beheersen meldingen en klachten Scheidingspercentage Innovatie grondstoffen

30/1.000 inwoners

1.C 1.D

1.E

Streefwaarde 2021

75% Realisatie aanbestedingen 5 grondstoffen

Hoeveelheid restafval per inwoner

128 kg

Realisatie 2021 7,7 53/1.000 inwoners 67,4% 1 en aantal verlengd 169 kg

Realisatie 2020

Bron nb

55/1.000 inwoners 67,2% Ja

176 kg

Tevredenheidsonderzoek inwoners Afvalris GAD-meter Corsa / Negometrix

Rapportage Grondstoffen 2020

Tabel kengetallen

Omschrijving

Bron

Aangesloten huishoudens Aantal bezoeken Scheidingstations T&H aantal behandelde meldingen T&H aantal onjuist aangeboden huishoudelijk afval

High light rapportages VANG GAD-registratie Jaarverslag Team T&H Jaarverslag Team T&H

Realisatie 2021 73% 634.173 8.309 8.089

Realisatie 2020 72% 640.163 10.366 8.800

Realisatie 2019 69% 653.532 8.000 6.208

Wat heeft dat gekost?

Realisatie 2020

Begroting 2021

Begroting 2021 na wijziging

Realisatie 2021

Afwijking 2021 realisatie/raming

Lasten Personele lasten Kapitaallasten Materiële lasten Vennootschapsbelasting Overhead primair proces Overhead Regio Dotatie voorziening Totaal lasten

8.592.860 2.499.514 14.721.044 916.441 1.837.655 10.000 28.577.514

7.700.834 3.781.698 15.491.300 7.652 868.113 1.966.046 10.000 29.825.643

8.801.693 2.537.815 16.648.274 7.652 868.113 1.966.046 30.829.593

8.915.323 2.511.022 16.495.693 956.853 2.021.574 30.900.465

113.630 -26.793 -152.581 -7.652 88.740 55.528 70.872

Baten Gemeentebijdrage Rijksbijdrage Bijdragen derden Overige baten Totaal baten

-24.142.283 -4.133.675 -28.275.958

-25.022.742 -4.802.901 -29.825.643

-25.022.742 -5.806.851 -30.829.593

-25.022.742 -5.782.674 -30.805.416

24.177 24.177

301.556

-

-

95.049

95.049

-

-

-

-

-

301.556

-

-

95.049

95.049

Grondstoffen- en Afvalstoffendienst (GAD)

Saldo Reserves Dotaties Onttrekkingen Saldo

51

Toelichting rekeningcijfers Ten tijde van het opstellen van de bestuursrapportage 2021 is geen rekening gehouden met de nieuwe cao, waarvoor in januari 2022 een akkoord is bereikt. Conform de gemaakte cao afspraken zijn de salarissen per 1-12 met 1,5% gestegen en heeft iedere medewerker die op 3 november in dienst was naar rato van dienstverband een bonus ontvangen van € 1.200 per FTE. Dit leidt tot een overschrijding van de personele lasten en overheid primair proces. In de bestuursrapportage 2021 is per ongeluk in de kostensoorten een omdraaiing gepresenteerd, als gevolg waarvan de overschrijding op de overhead te verdisconteren is met een gedeelte van het overschot op de materiele kosten. Daarnaast wordt sinds 1 juli 2021 het inwisselen van bovengrondse inzamelmiddelen in eigen beheer uitgevoerd, wat een voordeel van € 52.000 met zich meebrengt. Het resterende voordeel wordt veroorzaakt door iets lagere tonnages over verschillende afvalstromen. Dit is eveneens te zien aan de batenkant, die iets achterblijft ten opzichte van begroot. Dit resulteert in een nadelig saldo van € 95.049.

52

PARAGRAFEN      

Paragraaf weerstandvermogen en risicobeheersing Paragraaf onderhoud kapitaalgoederen Paragraaf financiering Paragraaf bedrijfsvoering Paragraaf verbonden partijen Paragraaf COVID-19

53

Paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing Onder het weerstandsvermogen wordt verstaan het ‘vermogen om incidentele en structurele financiële tegenvallers waarvan tijdstip en omvang onbekend zijn op te kunnen vangen zonder dat dit invloed heeft op de hoogte van de voorzieningenniveaus van de programma’s’. Het weerstandsvermogen bestaat uit de relatie tussen weerstandscapaciteit en risico’s waarvoor geen voorziening en/of verzekering aanwezig is. Artikel 11, lid 2 van het Besluit Begroting en Verantwoording Provincies en gemeenten geeft aan dat de paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing tenminste bevat: a. een inventarisatie van de weerstandscapaciteit; b. een inventarisatie van de risico's; c. het beleid omtrent de weerstandscapaciteit en de risico's; d. een kengetal voor de: 1a netto schuldquote; 1b. netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen; 2. solvabiliteitsratio; 3. grondexploitatie; (niet van toepassing voor Regio) 4 structurele exploitatieruimte; en 5 belastingcapaciteit (niet van toepassing voor Regio). e. een beoordeling van de onderlinge verhouding tussen de kengetallen in relatie tot de financiële positie.

Weerstandscapaciteit Regio Gooi en Vechtstreek wil voorkomen dat elke niet begrote, financiële tegenvaller direct dwingt tot een verhoogde gemeentelijke bijdrage voor gemeenten, zonder dat hiertoe een onnodig hoge, financiële buffer wordt aangehouden. Hiertoe wordt periodiek geïnventariseerd welke majeure financiële risico’s de Regio loopt, waarvoor geen beheersmaatregelen of voorzieningen zijn getroffen en geen verzekering is afgesloten. Op basis hiervan wordt de benodigde weerstandscapaciteit bepaald en afgezet tegen de beschikbare weerstandscapaciteit. Het beleid is erop gericht om de verhouding tussen de beschikbare weerstandscapaciteit en de benodigde weerstandscapaciteit 4 (i.c. het weerstandsvermogen) tenminste 1,0 te laten zijn. De weerstandscapaciteit is te onderscheiden in een incidentele en een structurele component. Onderdeel van de structurele weerstandscapaciteit zijn de posten onbenutte belastingcapaciteit, onvoorzien structureel en structurele begrotingsruimte. Dit zijn posten die voor de Regio niet van toepassing zijn, als gevolg waarvan de Regio rekent met de incidentele weerstandcapaciteit. Tot de incidentele weerstandscapaciteit wordt gerekend:  de algemene reserve;  de stille reserves;  het bedrag voor onvoorzien c.q. nieuwe beleidsruimte;  incidentele begrotingsruimte. 5

Uitgangspunt is dat de bestemmingsreserves niet worden gekwalificeerd als incidentele weerstandscapaciteit . Een bestemmingsreserve is een reserve waar het bestuur een bepaalde bestemming aan heeft gegeven (art. 43 BBV). Het is denkbaar dat onder de bestemmingsreserves zich middelen bevinden waarvan het specifieke bestedingsdoel van algemene aard is of dat de middelen al voor langere tijd beschikbaar zijn zonder dat er zicht is op daadwerkelijke uitvoering van de beoogde bestemming. In die gevallen is een heroverweging tot overheveling van deze middelen naar de algemene reserve te rechtvaardigen. De bestemmingsreserves van de Regio hebben een expliciet karakter. De door het algemeen bestuur gegeven bestemming kan in deze gevallen niet of nauwelijks worden gewijzigd, waardoor deze bestemmingsreserves dan ook niet voor tegenvallers kunnen worden ingezet. Voor de weerstandscapaciteit worden ze dan ook op nihil gesteld.

4

Spelregels In 2016 is door de zeven colleges van burgemeester en wethouders de nota ‘Spelregels weerstandvermogen verbonden partijen’ vastgesteld. In deze nota is een spelregel opgenomen waarin is aangegeven dat de ratio van het weerstandsvermogen minimaal 1,0 dient te zijn. 5

Bron: het Gemeenschappelijk Financieel Toezichtkader (GTK 2020 Gemeenten) is een gezamenlijk product van de 12 provinciale toezichthouders gemeentefinanciën (Gedeputeerde Staten). In het GTK is vastgelegd hoe, binnen het wettelijk kader, invulling wordt gegeven aan het financieel toezicht op gemeenten.

54

Algemene reserve De algemene reserve bestaat uit vrij besteedbaar eigen vermogen en heeft als belangrijkste functie het vormen van een buffer voor financiële tegenvallers, risico’s die geheel niet te kwantificeren zijn en niet meer kunnen worden opgevangen. De stand en het verloop van de algemene reserve is opgenomen in bijlage 2. Stille reserves Indien bezittingen meer waard zijn dan de boekwaarde, is sprake van een stille reserve die niet op de balans tot uitdrukking komt. De Regio beschikt slechts over een beperkt aantal gebouwen, terreinen en installaties die zij in eigendom heeft. Het verschil tussen de (taxatie)waarde en balanswaarde wordt als nihil gesteld op basis van een schatting. Onvoorzien Volgens het Besluit Begroting en Verantwoording Provincies en gemeenten, welke ook voor de Regio van toepassing is, dient er in de begroting een bedrag voor onvoorziene uitgaven te worden opgenomen, ter dekking van lasten die niet in de begroting zijn opgenomen. De in 2016 vastgestelde nota ‘Spelregels weerstandvermogen verbonden partijen’ geeft aan dat voor de post onvoorzien geldt dat de lasten die eruit gedekt mogen worden als onvoorzien, onuitstelbaar en onvermijdelijk gedefinieerd moeten zijn. In deze spelregels wordt geadviseerd als richtlijn voor de bepaling van de hoogte van het budget uit te gaan van 0,4% van de exploitatielasten.

Voor 2021 zou op basis van de actuele exploitatie dat een post onvoorzien ter hoogte van ongeveer € 370.000 met zich meebrengen. De Regio heeft in overleg met de gemeenten vanaf begrotingsjaar 2017 een lager bedrag voor onvoorzien ter hoogte van € 5.000 in de begroting opgenomen. Incidentele begrotingsruimte Als de begroting en de meerjarenraming structureel sluit met een positief saldo, is er sprake van begrotingsruimte die kan worden ingezet voor het opvangen van structurele financiële tegenvallers. Daarmee is deze begrotingsruimte aan te merken als structurele weerstandscapaciteit. De toezichthouder accepteert enkel de positieve begrotingsruimte die zich minimaal in zowel het begrotingsjaar als de meerjarenraming voordoet als structurele weerstandscapaciteit. Eventuele overige ruimte wordt aangemerkt als incidentele begrotingsruimte en kan daarom tot de incidentele weerstandscapaciteit worden gerekend. Daar ook dit niet bij de Regio van toepassing is wordt deze incidentele begrotingsruimte op nihil gezet. Op basis hiervan is de beschikbare incidentele weerstandscapaciteit in meerjarenperspectief: Bedragen x € 1.000

Weerstandscapaciteit Algemene Reserve Onvoorzien Stille reserves Incidentele begrotingsruimte Totaal

2021 1.199 5 1.204

2022 1.199 5 1.204

2023 1.199 5 1.204

2024 1.199 5 1.204

Risico’s Een risico bestaat altijd uit de drie volgende onderdelen: de oorzaak, de risicogebeurtenis en het gevolg. De oorzaak spreekt het meest voor zich: de reden waarom iets verkeerd dreigt te gaan. De risicogebeurtenis is het voorval, kortom wat er fout kan gaan op een bepaalde plaats binnen een bepaald tijdsinterval. Het gevolg is het (ongewenste) resultaat. Onder risico’s worden verstaan alle voorzienbare risico’s waarvoor geen voorzieningen zijn gevormd en die van materiële betekenis kunnen zijn voor de financiële positie van de Regio. Het financiële effect van een risico wordt berekend als de kans van optreden van een gebeurtenis maal de impact die de gebeurtenis heeft. Een grote kans hoeft dus nog geen groot risico te betekenen. Als de kans van een gebeurtenis tamelijk groot is, maar het nadelig effect ervan is heel klein, dan is het risico niet al te groot. Per risico wordt het geschat financieel risico, de kans van voordoen en het financieel effect weergegeven. De risicoparagraaf is geactualiseerd naar de huidige situatie; daar waar risico’s zijn gewijzigd of niet meer van toepassing zijn, zijn zij aangepast.

55

1 ALG

Ontwikkeling loonkosten

Geschat financieel risico € 370.000

Kans op voordoen 20%

Financieel effect € 74.000

Op 27 januari 2022 hebben de VNG, de WSGO, FNV Overheid en FDO-MHA een akkoord voor de Cao Gemeenten en de Cao SGO gesloten. De nieuwe cao SGO loopt van 1 januari 2021 tot en met 31 december 2022. Voor het jaar 2023 is ervoor gekozen om, conform eerdere jaren, de indexatie van de lonen aan te houden zoals deze is opgenomen in de septembercirculaire 2021. Dit komt voor de programmabegroting 2023 - 2026 neer op een indexatie van de lonen van 2,0%. Ook is een correctie gemaakt van 0,1% ten aanzien van verschillen op voorgaande jaren. De gemeentelijke werkgevers willen vanaf 15 september 2022 gaan onderhandelen over de volgende Cao Gemeenten en Cao SGO. De VNG en de WSGO hebben hiervoor het tijdpad al vastgesteld. Het College voor Arbeidszaken (CvA) en het bestuur van de WSGO hebben benadrukt te streven naar een voorspoedig overleg met een tijdige afronding. Mochten er in de nieuwe cao voor 2023 en verder hogere indexatiepercentages worden afgesproken dan zal het niet mogelijk zijn om deze extra toename van de loonkosten op te vangen binnen de begroting. Het risico wordt ingeschat op 1,0% van de kosten, uitgaande van de salariskosten van personeel in dienst van de Regio. Aangezien de partijen nog niet gestart zijn met onderhandelen is het lastig een goede inschatting te doen van de kans op voordoen.

Rekening wordt gehouden met een kans van 20%, waarmee het financieel effect wordt berekend op € 74.000. 2 ALG

Ontwikkeling pensioenkosten

Geschat financieel risico € 200.000

Kans op voordoen 25%

Financieel effect € 50.000

Het bestuur van ABP beziet de premie vanuit een meerjarenperspectief. Vooralsnog wordt uitgegaan van het gelijk blijven van de premie voor 2023, vooral vanuit het perspectief dat enerzijds de geplande premieverhoging gecompenseerd wordt door het vervallen van de VPL-premie (Vut, Prepensioen en Levensloop). Anderzijds hebben de uitkomsten van het grondslagenonderzoek daar aan bijgedragen. Deze uitkomsten (bijv. sterftekansen) leiden tot een daling van de premie. Mocht er in 2023 een hogere premie worden bepaald, zal het niet mogelijk zijn om deze extra toename op te vangen binnen de begroting. De gevolgen ten aanzien van de premie voor het arbeidsongeschiktheidspensioen, waarvan 70% door werkgevers wordt betaald, zijn ook nog niet meegenomen in deze begroting, omdat deze premiewijzigingen nog niet in te schatten zijn. Medio juli 2022 worden de te verwachte premiestijgingen bekend gemaakt door het ABP. Voor de berekening van het geschat financieel risico wordt vooralsnog uitgegaan van een stijging van 2,5%. 3 ALG

Arbeidsgerelateerde kosten

Geschat financieel risico € 250.000

Kans op voordoen 25%

Financieel effect € 62.500

Arbeidsgerelateerde verplichtingen zijn alle vormen van aan de arbeidsrelatie verbonden rechten op uitkeringen tijdens of na het dienstverband. Te denken valt hierbij aan uitkeringen bij ontslag, afkoopsommen, afvloeiingsregelingen, toezeggingen etc. Bij conflicten wordt juridische begeleiding ingeschakeld. Er zijn verscheidene externe en interne omgevingsfactoren die van invloed zijn op de toekomst van de Regioorganisatie. De Regio moet haar organisatie de komende jaren klaarstomen voor de toekomst. Door de wendbaarheid van onze organisatie te vergroten, zijn we in staat om snel en adequaat te reageren op veranderingen in onze omgeving. Dit brengt mogelijk arbeidsgerelateerde kosten met zich mee. In 2022 ziet de Regio zich bijvoorbeeld geconfronteerd met een bezuinigingsopdracht en het wegvallen van de gemeentelijke bijdrage Weesp. Het risico op arbeidsgerelateerde kosten kan in sommige gevallen gemitigeerd worden door een vergoeding voor frictiekosten (zoals bijvoorbeeld voor het vertrek van de gemeente Weesp), of werk-naar-werk trajecten (wnwtraject). Niet in alle gevallen is een frictiekostenvergoeding of wnw-traject van toepassing, als gevolg waarvan dit risico wordt meegenomen. 4 ALG

Ontwikkeling materiële kosten

Geschat financieel risico € 376.000

Kans op voordoen 50%

Financieel effect € 188.000

Op 9 december 2021 hebben de portefeuillehouders Financiën van Blaricum, Gooise Meren, Hilversum, Huizen, Laren, Wijdemeren in een brief aan de leden van het dagelijks en algemeen bestuur van de Regio verzocht, zorgvuldig en kostenefficiënt invulling te geven aan de begroting 2023, waaronder op het gebied van materiële kosten. In de programmabegroting 2023 is ongeveer € 23,5 mln. aan materiële kosten geraamd (excl. beschermd wonen en doelgroepenvervoer). Voor ongeveer 80% van de uitgaven ligt hier een contract aan ten grondslag zoals huurovereenkomsten, onderhoudsovereenkomsten en verwerkingsovereenkomsten. Deze overeenkomsten worden veelal aangepast aan de prijsindex. Hiertoe is op basis van de septembercirculaire 2021 een indexatiepercentage van 1,5% meegenomen. Voor die materiele kosten waar geen contract aan ten grondslag ligt, is in deze begroting geen indexatie meegenomen (resterend in een risico van € 70.500 (1,5% van € 4,7 mln.)). 56

In 2021 is de inflatie gemiddeld uitgekomen op 2,7%. De eerste ontwikkelingen van 2022 laten een hogere inflatie zien (jan: 6,4%, feb: 6,2%). Mocht de inflatie in 2023 hoger uitvallen dan de 1,5%, zal het niet mogelijk zijn om deze extra toename op te vangen binnen de begroting. Op dit moment schat de DNB in dat de inflatie in 2022 op zal lopen naar 6,7%, maar in 2023 weer zal afnemen naar 2,8%. Op basis hiervan wordt het risico ingeschat op 1,3% van de totale materiële kosten (1,3% van € 23,5 mln. - € 305.500). Gezien de economische ontwikkelingen wordt rekening gehouden met een kans op voordoen van 50%. 5 ALG

Opgelegde boete voor een datalek of andere overtredingen van de AVG

Geschat financieel risico € 250.000

Kans op voordoen 30%

Financieel effect € 75.000

De Autoriteit Persoonsgegevens (AP) legt in haar toezichtwerk (t/m 2023) extra nadruk op drie focus-gebieden: datahandel, digitale overheid en artificiële intelligentie en algoritmes. Met name de focus op de digitale overheid is 6 op de Regio van toepassing . De AP kan een boete opleggen voor een datalek, maar ook voor andere overtredingen in lijn met art. 83 AVG (zoals het toegang geven van te veel mensen tot een systeem). Daarnaast kan de Regio aansprakelijk worden gesteld door de betrokkenen van wie persoonsgegevens zijn gelekt. Het is echter lastig de kans en impact daarvan te kwantificeren. De verwachting is dat, met de invoering van Office365, de informatieveiligheid zal toenemen. Ervaring leert daarnaast dat veel datalekken ontstaan door menselijk handelen en in mindere mate door gebrekkige technische maatregelen. Daarom zal er ook in 2023 continu aandacht blijven voor privacy verantwoordelijk handelen van de medewerkers door het aanbieden van training en e-learning. Ook is de Regio voornemens te investeren in een privacy officer, een juridisch adviseur op privacygebied, verantwoordelijk voor het ontwikkelen en bewaken van het privacybeleid. Tevens biedt de privacy officer ondersteuning bij de uitvoering van dit beleid. De privacy officer speelt een grote rol binnen de organisatie, door te fungeren als aanspreekpunt voor privacyvraagstukken die spelen in de organisatie.

Bij de Regio worden meerdere soorten persoonsgegevens verwerkt in de verschillende RVE’s, waarbij zowel met de Algemene verordening gegevensbescherming (AVG) als de Wet politiegegevens (Wpg) rekening moet worden gehouden. Dat maakt dat de organisatie bewust is, van haar verantwoordelijkheid op gebied van de bescherming van persoonsgegevens. 6 ALG

Investeringen vervanging ICT en thuiswerken

Geschat financieel risico € 325.000

Kans op voordoen 40%

Financieel effect € 130.000

De ICT-voorzieningen van de Regio worden deels gestuurd door het oorspronkelijke vervangingsplan, deels door de actualiteit. COVID-19 heeft ook in 2021 de uitvoering van het vervangingsplan vertraagd. Het vervangingsplan moet in een duurzame hybride kantoor-/thuiswerkomgeving ondersteunen. In 2022 is duidelijk dat het percentage thuiswerken ongeveer op 40% blijft liggen. Het huidige vervangingsplan is daarnaast vooral gericht op investeringen die kunnen worden afgeschreven, daar waar er steeds meer sprake is van het afsluiten van abonnementen en licenties. Dit brengt jaarlijkse kosten met zich mee, die hoger liggen dan de afschrijvingskosten van een investering en waarvoor geen dekking is meegenomen in de exploitatie van de Regio. Het geschat financieel risico is hierbij iets naar boven bijgesteld, omdat het aandeel van vervangingsinvesteringen middels Cloud-oplossingen toegenomen is. 7 ALG

Uitval ICT voorzieningen als gevolg van informatiebeveiligingsrisico’s

Geschat financieel risico € 750.000

Kans op voordoen 25%

Financieel effect € 187.500

De ICT-voorzieningen van de Regio kunnen door incidenten (bijvoorbeeld hacking, malware, infra- systeeminbraak, DDoS aanvallen, etcetera) op het gebied van informatiebeveiliging worden verstoord, waardoor een deel of alle kritische bedrijfsprocessen voor kortere of langere duur stil komen te liggen. Naarmate de Regio meer verbonden raakt met inwoners, externe partijen en ketenpartners, neemt de kans op zowel het voordoen als de impact daarvan toe. De exposure neemt toe als gevolg van meer oplossingen in de Cloud, maar tegelijkertijd neemt de Regio maatregelen die de informatieveiligheid vergroten middels de extra gemeentelijke bijdrage ter hoogte van € 250.000. De kans op voordoen kan naar beneden bijgesteld.

https://autoriteitpersoonsgegevens.nl/nl/over-de-autoriteit-persoonsgegevens/focus-ap-2020-2023: “Centrale en lokale overheden, uitvoeringsorganisaties en politie en justitie beschikken over een grote hoeveelheid – vaak gevoelige en bijzondere – persoonsgegevens. De overheid werkt gericht aan het inzetten van persoonsgegevens. Het is van belang dat de overheid verantwoordelijk omgaat met persoonsgegevens, zodat mensen niet onnodig in de knel kunnen komen”. 6

57

8 ALG

Leegstand Burgemeester de Bordesstraat

Geschat financieel risico € 300.000

Kans op voordoen 30%

Financieel effect € 90.000

De Regio treedt, sinds de aankoop van het pand aan de Burgemeester de Bordesstraat, op als verhuurder. De Regio maakt zelf gebruik van 70% van de oppervlakte, de overige 30% wordt verhuurd. Wanneer huurders besluiten de huur op te zeggen, loopt de Regio een risico op gederfde inkomsten, wanneer niet tijdig een nieuwe huurovereenkomst wordt afgesloten. In 2021 heeft een van de huurders de huurovereenkomst per 01-09-2022 opgezegd. In de aanloop naar 2023 is nog een aantal andere overeenkomsten aan verlenging onderhevig. Het voorkomen of beperken van leegstand is bemoeilijkt, omdat de vraag naar kantoorruimte, mede door het thuiswerken, is afgenomen. Daarom is de kans op voordoen naar boven bijgesteld. 9 IC

Uitval systeem (DLP )

Geschat financieel risico € 150.000

Kans op voordoen 10%

Financieel effect €15.000

Via het Digitaal Leefplein (DLP) worden digitale opdrachten tot het leveren van (jeugd)zorg en ondersteuning naar aanbieders verzonden. Vervolgens wordt door aanbieders de geleverde ondersteuning via DLP gedeclareerd, worden de declaraties vrijwel geheel geautomatiseerd gecontroleerd en worden de betaalbestanden voor gemeenten gegenereerd. Indien er problemen zijn met het Digitaal Leefplein heeft dit een directe invloed op de levering van zorg aan de inwoners, de financiële afwikkeling met de aanbieders of de rechtmatigheid van betalingen door gemeenten. Het DLP is in eigendom. In geval van uitval van het systeem door bijvoorbeeld een faillissement van de softwareleverancier zal het onderbrengen bij een andere leverancier tijd en geld kosten. Daarnaast kan het DLP uitvallen wanneer het berichtenverkeer stil komt te liggen door een software fout; dit risico kan zich 1 keer per jaar voordoen na de landelijke update. 10 IC

Mogelijke aanvullende maatregelen vanuit het controleplan of de ISAE3402 certificering van het systeem (DLP)

Geschat financieel risico € 60.000

Kans op voordoen 30%

Financieel effect €18.000

Door toename van de complexiteit van de administratie en daarbij horende processen bestaat de mogelijkheid dat er vanuit de financiële verantwoording sociaal domein aanvullende eisen aan het systeem worden gesteld. Daarnaast kan vanuit de bevindingen binnen de audits voor de jaarlijkse ISAE3402 certificering een noodzaak tot aanvullende maatregelen blijken. 11 GGD

Verlies van arrestantenzorg

Geschat financieel risico €-

Kans op voordoen -

Financieel effect €-

Wie in een politiecel zit, mag om een arts vragen. De GGD-arts komt dan ter plekke. Het komt ook voor dat de politie zelf een arts inschakelt, wanneer er onderzocht moet worden of iemand bijvoorbeeld om medische redenen wel ingesloten mag worden. Met ingang van 2022 is de arrestantenzorg overgegaan naar GGD Flevoland. Dit risico is derhalve niet meer van toepassing. Tegenover het verlies van inkomsten staat dat de kosten van uitvoering bij de Regio ook zijn afgenomen. 12 GAD

Vergoedingen Afvalfonds

Geschat financieel risico € 160.000

Kans op voordoen 25%

Financieel effect € 40.000

Voor een aantal (verpakking)grondstoffen is er met de Stichting Afvalfonds een Raamovereenkomst Verpakkingen 2020-2029 afgesloten. In de overeenkomst zijn vergoedingen vastgelegd voor ingezamelde verpakkingen gedurende de loop van de raamovereenkomst. De feitelijke vergoedingen worden jaarlijks in het eerste kwartaal van het betreffende jaar vastgesteld. Het risico bestaat dat de feitelijke vergoeding lager uitvalt, waardoor de exploitatie van de afvalverwerking niet past binnen de begroting. 13 GAD

Ontwikkeling verwerkingstarieven/ opbrengsten recyclings-componenten

Geschat financieel risico € 1.000.000

Kans op voordoen 45%

Financieel effect € 450.000

De afgelopen twee jaren stonden in het teken van Corona, wat ervoor zorgde dat de Grondstoffenmarkt een volatiel beeld liet zien. Het risico van de wereldwijde marktwerking is in combinatie met de directe gevolgen van de coronacrisis echter niet af te dekken. Daarnaast kunnen na het opstellen van een begroting tot de aanloop van het begrotingsjaar, een periode van een jaar, nog ontwikkelingen plaatsvinden die onvoorzienbaar waren ten tijde van het opstellen van de begroting. Er is in casu sprake van een prijs- en een hoeveelheidsrisico. De opbrengsten van de recyclings-componenten bewegen erg op en neer. Voor de verschillende grondstoffen (OPK, metalen, glas) is de verwachting dat de prijsontwikkeling erg volatiel blijft. Ook kan een achterblijvend scheidingspercentage leiden tot dito lagere opbrengsten voor recyclings-componenten. De risico’s worden zoveel als mogelijk binnen de aanbesteding geminimaliseerd. De macro economische prijsontwikkeling zal zich naar verwachting ook op termijn vertalen in per saldo hogere verwerkingstarieven. 58

14 GAD

Geschat financieel risico € 100.000

Effecten Corona

Kans op voordoen 25%

Financieel effect € 25.000

Corona heeft met zich meegebracht dat de dienstverlening niet altijd conform planning kon worden uitgevoerd, als gevolg van ziekte of quarantaine van medewerkers, in combinatie met de beperkte beschikbaarheid van personeel. Kosten van inhuur ligt over het algemeen hoger, waarvoor geen ruimte is in de exploitatie van de Regio. 15 RBL

Verlies of vermindering van VSV-middelen

Geschat financieel risico € 275.000

Kans op voordoen 20%

Financieel effect € 55.000

Elke vier jaar ontvangt het RBL Rijksmiddelen voor de uitvoering van VSV-projecten. Het bestuurlijk overleg bestaande uit de gemeenten, mbo, UWV en RBL maken een gezamenlijk plan voor de besteding van de middelen. De verdeling van deze middelen onder de ketenpartners kan eind 2024 wijzigen. Het risico bestaat dat het RBL minder financiële middelen ontvangt voor de uitvoering van VSV-projecten; verwachting is dat de kosten van de uitvoering dan ook afnemen. Daarbij is een risico dat het verlies van baten voor het verlies van de kosten uitgaat. Omdat de VSV-middelen semi-structureel zijn, is de kans dat het RBL helemaal geen middelen meer ontvangt zo goed als nihil.

Risicoprofiel Het totale risicoprofiel wordt op basis van bovenstaand bepaald op € 1.460.000.

#

Status

Geschat financieel risico

Risico

Kans op voordoen

Financieel effect

1

G

ALG

Ontwikkeling loonkosten

370.000

20%

74.000

2

G

ALG

Ontwikkeling pensioenkosten

200.000

25%

50.000

3

G

ALG

Arbeidsgerelateerde kosten

250.000

25%

62.500

4

G

ALG

Ontwikkeling materiële kosten

376.000

50%

188.000

5

G

ALG

Opgelegde boete voor een datalek

250.000

30%

75.000

6

G

ALG

Vervangingsinvesteringen ICT

325.000

40%

130.000

7

G

ALG

Uitval ICT voorzieningen agv informatiebeveiligingsrisico’s

750.000

25%

187.500

8

G

ALG

Leegstand Burgemeester de Bordes

300.000

30%

90.000

9

O

IC

Uitval van systemen (DLP)

150.000

10%

15.000

10

O

IC

Mogelijke aanvullende maatregelen controleplan of ISAE3402

60.000

30%

18.000

11

V

GGD

Verlies van arrestantenzorg

12

O

GAD

Vergoedingen Afvalfonds

13

G

GAD

Ontwikkeling verwerkingstarieven recyclingscomponenten

14

N

GAD

Effecten Corona

15

N

RBL

Verlies of vermindering van VSV-middelen Totaal risicoprofiel

-

-

-

160.000

25%

40.000

1.000.000

45%

450.000

100.000

25%

25.000

275.000

20%

55.000 1.460.000

Weerstandsvermogen Nu het risicoprofiel bekend is kan een relatie worden gelegd tussen de gekwantificeerde risico’s en de beschikbare weerstandscapaciteit. Relatie risico’s weerstandscapaciteit en weerstandsvermogen

Risicoprofiel

Beschikbare weerstandscapaciteit

Weerstandsvermogen

59

Het weerstandsvermogen kan gemeten worden als de verhouding tussen de weerstandscapaciteit die de Regio beschikbaar heeft en de verwachte financiële gevolgen van de risico’s. Hij kan weergegeven worden als een ratio: Beschikbare weerstandscapaciteit Risico's (risicoprofiel) Deze wordt voor de Regio als volgt berekend: Bedragen x € 1.000

Omschrijving A Weerstandscapaciteit B Risicoprofiel C Weerstandsvermogen (A-B) D Ratio (A/B)

2021 1.204 1.460 - 256 0,82

Voor de vereiste omvang van de weerstandscapaciteit in relatie tot de risico’s blijken in de praktijk geen harde normen voorhanden. Toch is een normering gewenst. De uitkomst van de vergelijking tussen norm voor weerstandsvermogen en de benodigde weerstandscapaciteit voor risico’s geeft informatie over de minimale omvang van de reservepositie. Voor de normering van het weerstandsvermogen wordt onderstaande waarderingstabel gehanteerd:

A B C D E F

Ratio Weerstandsvermogen >2 1,4 < x < 2 1,0 < x < 1,4 0,8 < x < 1,0 0,6 < x < 0,8 < 0,6

Betekenis Uitstekend Ruim voldoende Voldoende Matig Onvoldoende Ruim onvoldoende

De Regio streeft ernaar dat het weerstandsvermogen tenminste ‘voldoende’ is, zijnde een ratio van minimaal 1,0. Deze ratio is immers ook opgenomen in de nota ‘Spelregels weerstandvermogen verbonden partijen’, zoals deze in 2016 is vastgesteld door de colleges B&W van de zeven gemeenten, als ook in het Gemeenschappelijk Financieel Toezichtkader. Met de hiervoor berekende ratio van het weerstandsvermogen van 0,82 wordt niet aan deze norm voldaan, het weerstandvermogen is op dit moment matig te noemen. In de vergadering van het algemeen bestuur van 8 juli 2021 is de ratio weerstandscapaciteit tijdelijk vastgesteld op 0,75%, waarbij de vastgestelde norm ‘ratio weerstandcapaciteit dient minimaal 1,0 te zijn’ niet wordt nageleefd. Ten opzichte van dat moment laat de ratio een verbetering zien. Door het incidenteel toevoegen van middelen aan de algemene reserve kan de ratio van het weerstandvermogen vergroot worden. Voor 2021 betekent dat, dat er € 256.000 toegevoegd zou moeten worden aan de algemene reserve, om de norm wel weer na te leven. Financiële kengetallen Kengetallen zijn getallen die de verhouding uitdrukken tussen bepaalde onderdelen van de begroting of de balans en kunnen helpen bij de beoordeling van de financiële positie.

Bij besluit van 15 mei 2015 zijn de BBV-voorschriften aangepast en is het verplicht voorgeschreven om in de paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing de volgende kengetallen op te nemen: 1. Netto schuldquote en Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen; 2. De solvabiliteitsratio; 3. Structurele exploitatieruimte; 4. Grondexploitatie; 5. Belastingcapaciteit. De onder 4 en 5 genoemde kengetallen zijn niet van toepassing voor de Regio.

60

Ad 1) Netto schuldquote en Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen De netto schuldquote geeft een indicatie van de druk van de rentelasten en de aflossingen op de exploitatie. Hoe hoger de schuld, hoe hoger de netto schuldquote. De netto schuldquote wordt berekend inclusief en exclusief doorgeleende gelden. Zo kan een hoge schuld worden veroorzaakt, doordat er leningen zijn afgesloten en dat die gelden vervolgens worden doorgeleend aan derden. De berekening is als volgt: Trek de geldelijke bezittingen af van de schulden. Het bedrag dat resteert is de netto schuld. Deel deze netto schuld door de inkomsten. De uitkomst daarvan (in- en exclusief doorgeleende gelden) wordt uitgedrukt in procenten. De netto schuldquote (= netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen) van de Regio is: Bedragen x €1.000

A) Vaste schulden B) Netto-vlottende schulden C) Overlopende passiva D1) Saldo financiële activa tbv netto schuldquote D2) Saldo financiële activa tbv netto schuldquote gecorrigeerd voor alle leningen E) Saldo uitzettingen met een rentetypische looptijd korter dan 1 jaar F) Saldo liquide middelen G) Saldo van overlopende activa H) Gerealiseerde baten Kengetal netto schuldquote (+A+B+C-D1-E-F-G)/H

Realisatie 2020 31.337 12.190 17.219 759 38.750 651 104.473 19,70%

Begroting 2021 30.182 4.884 15.198 9 20.538 650 89.180 32,59%

Realisatie 2021 36.532 5.870 20.003 8.052 52 35.191 658 2.967 121.297 12,81%

Kengetal netto schuldquote gecorrigeerd voor alle leningen (+A+B+C-D2-E-F-G)/H

20,43%

32,60%

19,40%

In vergelijking met de realisatie 2020 is de netto schuldquote gedaald. De Regio heeft in 2021 één lening afgesloten. Normaal ligt de netto schuldquote van een gemeente tussen 0% en 100%. Als de netto schuldquote tussen 100% en 130% ligt, is de schuld hoog (oranje). Als de netto schuldquote boven de 130% uit komt, bevindt men zich in de gevarenzone (rood). De netto schuldquote van de Regio van 12,81% is goed te noemen. Ten opzichte van de begroting is het percentage verbeterd als gevolg van een hoger aantal uitzettingen met tegelijkertijd hogere gerealiseerde baten. Ad 2) De solvabiliteitsratio Onder de solvabiliteitsratio wordt verstaan het eigen vermogen als percentage van het totale vermogen. Deze indicator geeft inzicht in de mate waarin de instelling in staat is aan zijn financiële verplichtingen te voldoen. Hoe hoger de solvabiliteitsratio, hoe groter de weerbaarheid van de instelling. Het eigen vermogen wordt opgevat als de financiële buffer voor het opvangen van risico’s. De solvabiliteit is een graadmeter voor de mate waarin de instelling hiertoe in staat is. Afhankelijk van de directe opbrengstwaarde van de activa is een algemene vuistregel dat de minimumnorm van de waarde tussen de 20% en 45% ligt. Indien de solvabiliteitsratio onder de 20% komt dan heeft de instelling zijn bezit zeer zwaar belast met schuld. Het licht staat dan op rood.

Bij een solvabiliteitsratio tussen de 20% en 30% springt het licht op oranje. De solvabiliteitsratio van de Regio komt uit op: Bedragen x €1.000

Realisatie 2020 Begroting 2021 Realisatie 2021 A) Eigen Vermogen B) Totaal van alle passiva Kengetal solvabiliteitsratio (A/B)

10.966 73.143 14,99%

8.960 60.753 14,75%

12.745 77.517 16,44%

De solvabiliteitsratio van de Regio is laag te noemen. De Regio heeft voorheen primair met het beschikbare eigen vermogen gefinancierd; financiering met vreemd vermogen wordt zoveel mogelijk beperkt conform afspraak met gemeenten. De afgelopen jaren is hierdoor het eigen vermogen van de Regio afgenomen. In 2021 is het niet mogelijk geweest te financieren met eigen vermogen, als gevolg waarvan het vreemd vermogen is toegenomen. De solvabiliteitsratio ligt met een percentage van 16,44% onder de 20% en is daarmee op basis van het percentage risicovol te noemen. De vraag is, in hoeverre dat ook voor de solvabiliteit van de Regio van toepassing is. Over de hoogte van deze ratio zal met de gemeenten overleg worden gepleegd in 2022.

61

Ad 3 Structurele exploitatieruimte De structurele exploitatieruimte geeft aan hoe wendbaar een instelling is. Als de structurele baten hoger zijn dan de structurele lasten is een instelling in staat om (structurele) tegenvallers op te vangen. De structurele exploitatie wordt bepaald door het saldo van de structurele baten en lasten en het saldo van de structurele onttrekkingen en toevoegingen aan reserves, gedeeld door de totale baten, uitgedrukt in een percentage. Voor de Regio is het kengetal: Bedragen x €1.000

Realisatie 2020 Begroting 2021 Realisatie 2021 A. Structurele lasten B. Structurele baten C. Totaal structurele toevoegingen aan de reserves D. Totaal structurele onttrekkingen aan de reserves E. Gerealiseerde baten Kengetal structurele exploitatieruimte ((B-A)+(D-C))/E

102.276 104.473 0 0 104.473 2,10%

87.732 86.797 0 91 86.797 -0,97%

118.990 121.297 0 0 121.297 1.90%

De Regio is in staat geweest om de structurele lasten volledig te dekken vanuit structurele baten. Beoordeling financiële positie De financiële positie van de Regio is matig tot voldoende te noemen. De netto schuldquote (lager dan 90%) is gezond, net als de structurele exploitatieruimte. De solvabiliteitsratio is matig, maar vereist niet direct ingrijpen. De Regio financiert conform afspraken met gemeenten primair met eigen vermogen (wanneer dat mogelijk is) om financiering met vreemd vermogen zoveel mogelijk te beperken. Hierdoor valt de solvabiliteitsratio onder de categorie matig. Het weerstandvermogen is op dit moment onvoldoende te noemen. Bij het zich voordoen van een risico is de Regio niet in staat financiële gevolgen ervan op te vangen.

62

Paragraaf onderhoud kapitaalgoederen Inleiding Kapitaalgoederen zijn aangekochte en/of tot stand gebrachte objecten die gedurende meerdere jaren nut geven, waarvoor langlopende investeringen zijn vereist. Achterstanden in het onderhoud hiervan kunnen, naast kapitaalvernietiging, in het ergste geval leiden tot onveilige situaties. Het is daarom zinvol om op het gebied van het onderhoud van kapitaalgoederen effectief beleid te voeren, en op deze wijze invulling te geven aan de begrippen asset management en risicomanagement. Goed beheer en onderhoud leidt tot een langere levensduur van kapitaalgoederen waardoor die ook op de langere termijn bruikbaar blijven. Het beheer betreft ook het toezien op de staat van onderhoud van het kapitaalgoed, administratie, inspectie, rapporteren binnen de P&C-cyclus, en controles met als doel dat het kwaliteitsniveau van het onderhoud niet zal leiden tot achterstallig onderhoud en/of juridische claims. Beheer en onderhoud is een cyclisch proces. Bouw- en installatiedelen verouderen weer na onderhoudsingrepen, waardoor na verloop van tijd opnieuw onderhoudsingrepen noodzakelijk zijn. Kapitaalgoederen dienen zo lang mogelijk een bijdrage te leveren aan het doel waarvoor zij zijn aangeschaft of vervaardigd.

Voor het beheer en onderhoud van de kapitaalgoederen wordt veelal gebruik gemaakt van beheerssystemen waarin de relevante data van alle objecten zijn ingebracht. Kapitaalgoederen Regio De Regio heeft twee soorten kapitaalgoederen tot haar beschikking: a. Gebouwen, terreinen en installaties b. Bedrijfsvoertuigen

Ad a) Gebouwen, terreinen en installaties  Hoofdkantoor Grondstoffen en Afvalstoffen Dienst – Hooftlaan Bussum;  Scheidingsstation Bussum;  Scheidingsstation Hilversum;  Scheidingsstation Huizen;  Scheidingsstation Weesp;  Overlaadstation Crailo;  Hoofdkantoor Regionale Ambulancevoorziening – Laan van Tergooi 6 Hilversum  Hoofdkantoor Regio Gooi en Vechtstreek, Burgemeester de Bordesstraat  Elektrische brancards RAV

Ad b) Bedrijfsvoertuigen  Grondstoffen en Afvalstoffen Dienst  Regionale Ambulance Voorziening  Veilig Thuis  Gemeentelijke Gezondheidsdienst  Algemeen

42 voertuigen 7 14 voertuigen 2 voertuigen 2 voertuigen 5 voertuigen

Onderhoud gebouwen, terreinen en installaties Voor het onderhoud van de gebouwen, terreinen en installaties wordt onderscheid gemaakt in klein onderhoud, groot/cyclisch onderhoud en (vervangings)investeringen.

7

10 ambulances, 1 Medium Care Ambulance (was Zorgambulance), 1 Rapid Response Ambulance voertuig, 1 Piket voertuig en 1 Les voertuig

63

Burgemeester de Bordesstraat, Bussum Het vastgestelde concept MJOP van het Regiokantoor is in 2020 geactualiseerd, waarbij ook de planningshorizon bijgesteld is naar 35 jaar, in lijn met de afschrijvingstermijn van het pand en zijn de benodigde verdere verduurzamingsinvesteringen in dit meerjarenplan verwerkt. Het plan is op 16 december in 2021 door het algemeen bestuur vastgesteld. De jaarlijkse dotatie voor het Duurzame MJOP kon worden bijgesteld van € 300.000 naar € 270.000. Deze wijziging wordt in 2022 middels een incidentele technische begrotingswijziging doorgevoerd in de bestuursrapportage 2022. De structurele wijziging vanaf 2023 zal worden meegenomen in de Programmabegroting 2023 – 2026. Voor 2021 stond volgens het oude MJOP een totaal van € 154.454 gepland aan onderhoud. In het laatste kwartaal van 2020 zijn de projecten vervanging van tapijt en schilderwerk gestart. Deze zijn afgerond in 2021. Ook is de vervanging van het toegangscontrole systeem en de brandmeldinstallatie uitgevoerd conform planning. Totaal is er € 263.901 ten laste van de voorziening gebracht. Hooftlaan, Bussum Voor het groot/cyclisch onderhoud van de Hooftlaan is in 2015 een meerjarig onderhoudsplan opgesteld. De planningshorizon van dit onderhoudsplan is 15 jaar.

Het onderhoudsplan heeft een voortschrijdend karakter, wordt jaarlijks getoetst op de actualiteit en geeft inzicht in de jaarlijks uit te voeren werkzaamheden en de daarvoor noodzakelijke budgetten. Voor 2021 stond een totaal van € 70.945 gepland aan onderhoud. In 2021 is het buitenschilderwerk uitgevoerd aan het kantoorpand en de remise conform de meerjarig onderhoudsplan. Daarnaast heeft de remise een dieptereiniging gekregen en is er groot onderhoud gepleegd aan de nooduitgang signalering waarbij de meeste armaturen vanwege ouderdom zijn vervangen. Totaal is daartoe € 59.995 bekostigd uit de voorziening. Regionale Ambulance Voorziening, Hilversum In januari 2019 heeft de RAV het nieuwe pand aan de Laan van Tergooi in gebruik genomen. Hiervoor is een meerjarig onderhoudsplan opgesteld, waarbij over 20 jaar een bedrag van € 622.725 aan onderhoud wordt verwacht. Hiervoor is een voorziening getroffen. Jaarlijks wordt € 32.775 gedoteerd aan deze voorziening, met ingang van 2019. Voor 2021 stonden uitgaven vanuit de voorziening gepland ter hoogte van € 10.090. Er is € 5.245 aan onderhoud uitgevoerd. Het onderhoud dat vanuit het MJOP geraamd stond en niet is uitgevoerd voor 2021 is doorgeschoven, omdat het nog niet nodig was.

Elektrische brancards RAV In 2018 is afgesproken met de zorgverzekeraars dat eenmalig een deel (€ 93.885) van de Vrije Marge gedoteerd mocht worden aan een voorziening elektrische brancards (i.v.m. hogere onderhouds- en afschrijvingskosten ten behoeve van de mechanische brancards). Volgens overeengekomen berekening is ook in 2021 € 13.341 onttrokken aan deze voorziening. Onderhoud bedrijfsvoertuigen Het onderhoud van de bedrijfsvoertuigen is uitbesteed. De voertuigen worden jaarlijks onderhouden, maar ook voor incidenteel onderhoud en/of schades worden de voertuigen naar de daartoe gespecialiseerde garagebedrijven gebracht. Voor het onderhoud van de voertuigen zijn budgetten opgenomen in de begroting. De bedrijfsvoertuigen worden vervangen via het autovervangingsplan. Dit autovervangingsplan wordt jaarlijks geactualiseerd. Indien het voertuig economisch is afgeschreven (de afschrijvingstermijn is verlopen) wordt gekeken of het voertuig technisch nog verder kan. Dit geldt niet voor de ambulances – deze worden wel meteen vervangen. Aanschaf en vervanging van de bedrijfsvoertuigen vindt plaats op basis van het investeringsplan. Vanaf 2016 wordt er voor nieuwe ambulances geen onderhoudscontract meer afgesloten. In plaats daarvan wordt er jaarlijks een bedrag toegevoegd aan de “voorziening onderhoud ambulances”. De ambulances hebben een levensduur van zes jaar.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11623323/1