CConstaterende datlaren
Koppel je AI →
Document · PDF

20220126RVSb22 00018 Bestemmingsplan en Beeldkwaliteitsplan voormalige Rabobank BIJLAGE aangepaste bijlagen 5

Gemeenteraad 26 januari 2022, gemeente larenBij agendapunt: Bestemmingsplan en Beeldkwaliteitsplan voormalige Rabobank21.145 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Daarom zijn er hoogstwaarschijnlijk geen archeologische resten meer aanwezig op de onderzoekslocatie. Geconcludeerd is dat voor de onderzoekslocatie sprake is van een zeer lage archeologische verwachting. Gezien de zeer lage archeologische verwachting is geadviseerd de onderzoekslocatie vrij te geven. Afgezien van het feit dat de het archeologisch niveau zeer waarschijnlijk is verdwenen, is ook de wetenschappelijke meerwaarde van een vervolgonderzoek op 40 cm beperkt.

Pagina 13 van 29

2330891100 (46935)

200 meter ten noordoosten

Type onderzoek: bureau- en booronderzoek Toponiem: Laren Uitvoerder: De Steekproef, Archeologisch Onderzoeks- en Adviesbureau Datum: 2-6-2011 Resultaat: Tijdens het veldonderzoek is gebleken dat de bodem tot minimaal 85 centimeter onder het maaiveld is verstoord. Hieronder is in drie boringen nog een restant van een BC-horizont aangetroffen, in de overige boringen bestaat de bodem uit een verstoorde laag, gevolgd door het gele zand oftewel de C-horizont. In het 0,05 hectare grote plangebied zijn zes boringen geplaatst genoeg voor zowel een verkennende als karterende fase van een inventariserend archeologisch booronderzoek. Tijdens het onderzoek zijn geen archeologische indicatoren aangetroffen. Nader archeologisch onderzoek is niet nodig.

2221151100 (31857)

250 meter ten noordoosten

Type onderzoek: bureauonderzoek Toponiem: Naardenstraat 28 Laren Uitvoerder: ADC ArcheoProjecten Datum: 29-10-2008 Resultaat: Het bureauonderzoek heeft uitgewezen dat er mogelijk een archeologische vindplaats aanwezig is in het gebied uit de Late-Middeleeuwen of Nieuwe tijd, te weten de resten van een deel van een gebouw dat op de minuutplan uit 1825 staat aangegeven. Gezien het feit dat slechts in een gedeelte van het plangebied volledige verstoring zal optreden door de aanleg van de funderingssleuven en in de rest van het plangebied beperkte verstoring zal optreden door de verandering in de waterhuishouding, is geadviseerd van verder onderzoek af te zien.

2316732100 (45066)

250 meter ten zuidoosten

Type onderzoek: bureau- en booronderzoek Toponiem: Laren Uitvoerder: Vestigia BV Datum: 16-2-2011 Resultaat: Het plangebied heeft op basis van de gemeentelijke beleidskaart een hoge verwachting. Deze verhoogde verwachting werd op basis van het bureauonderzoek ondersteund, gezien de ligging nabij de historische kern van Laren, en het feit dat het plangebied in principe vanaf het Neolithicum geschikt was voor bewoning en het bedrijven van akkerbouw. Tijdens het veldonderzoek is echter gebleken dat het plangebied deels tot in de C-horizont is verstoord, en dat deels mogelijk nog een rest van een B-horizont aanwezig is. Om uitsluitsel te krijgen omtrent de mogelijke aanwezigheid van archeologische resten zijn extra karterende boringen gezet om de kans op de vondst van archeologische indicatoren zoveel mogelijk te vergroten. Het veldonderzoek heeft ondanks de zeer hoge boordichtheid (omgerekend circa 100 boringen/ha) geen archeologische indicatoren opgeleverd. Gezien het beperkte oppervlak van het plangebied, de mate van de plaatselijke verstoring, en het ontbreken van archeologische indicatoren, is op basis van dit archeologische vooronderzoek geadviseerd de archeologische verwachting naar beneden bij te stellen tot laag. Op basis van de onderzoeksresultaten is geadviseerd geen nader archeologisch onderzoek te laten uitvoeren.

2319535100 (45419) en 2330397100 (46863)

250 meter ten noorden

Type onderzoek: bureau- en booronderzoek Toponiem: Naarderstraat 39 Laren Uitvoerder: RAAP Archeologisch Adviesbureau Datum: 22-2-2011 en 25-5-2011 Resultaat: Tijdens het onderzoek zijn geen archeologische indicatoren aangetroffen. Geadviseerd is geen vervolgonderzoek te laten uitvoeren/de locatie vrij te geven voor de voorgenomen bodemingrepen.

2469759100 (64937) en 2465538100 (64393)

250 meter ten noorden

Type onderzoek: bureau- en booronderzoek Toponiem: Plangebied Singer Laren Uitvoerder: Econsultancy BV Datum: 9-12-2014 en 27-1-2015 Resultaat: De ligging van het plangebied op de flank van een stuwwal in het westen en een dal in het oosten maakt het een van oudsher geschikte locatie voor menselijk gebruik. De gespecificeerde archeologische verwachting is voor de periodes Laat-Paleolithicum en Mesolithicum middelhoog en voor het Neolithicum tot en met de Nieuwe tijd hoog. Op basis van de waargenomen bodemprofielen en de sterke overeenkomst met de bodemprofielen van het gebied ten oosten van het plangebied is geconcludeerd dat er archeologische waarden in het plangebied kunnen worden verwacht. Op grond van de resultaten van het bureau- en veldonderzoek is geadviseerd om het plangebied nader te onderzoeken door middel van een IVO karterende en waarderende fase, proefsleuven (IVO-P).

2478782100 (66100)

250 meter ten noorden

Type onderzoek: proefsleuvenonderzoek, naar aanleiding van de resultaten van het eerder uitgevoerde bureau- en booronderzoek (zie Zaakidentificatie (OM-

Rapport 4185.002 versie 2

Pagina 14 van 29

nummer) 2445003100 (61764) en 2444989100 (61761)) Toponiem: Plangebied Singer Te Laren Uitvoerder: Econsultancy BV Datum: 24-4-2015 Resultaat: De aangetroffen bodemopbouw is binnen een groot deel van het plangebied nog intact. Beperkte verstoringen waargenomen binnen werkput 1 zijn veroorzaakt door de aanleg van kabels en leidingen. De bodemopbouw bestaat uit een plaggendek, gevolgd door een oude akkerlaag, nog een dun restant van het van nature gevormde holtpodzolprofiel en vervolgens de C-horizont. Het holtpodzolprofiel heeft zich gevormd in gestuwde afzettingen. In werkput 2 komen in noordelijke richting meer verstoringen voor, maar deze beperken zich tot het plaggendek. Deze verstoringen zijn waarschijnlijk te relateren aan graafwerkzaamheden die zijn uitgevoerd voor de aanleg van een vijver. Deze vijver heeft ten noorden van werkput 2 gelegen, voordat een verbindingsgang werd gebouwd tussen het huidige theater en het museum. Ondanks de beperkingen tijdens de uitvoering van de werkzaamheden kan worden geconcludeerd dat er geen behoudenswaarde archeologische vindplaats aanwezig is ter plaatse van het terrein waar de ondergrondse gang zal worden aangelegd, dat tegenwoordig nog deel uitmaakt van de beeldentuin. Het beperkte vondstmateriaal is aangetroffen in het plaggendek en de onderliggende oude akkerlaag.

Op basis van het verder ontbreken van sporen worden het vondstmateriaal beschouwd als bemestingsresten die in de middeleeuwse akkerlaag dan wel het bovenliggende plaggendek terecht zijn gekomen. Het geeft wel aan dat in de omgeving een archeologische vindplaats te verwachten is (nederzettingsterrein, huisplattegronden van boerderijen), maar dat binnen het plangebied zelf dus geen sprake is van een archeologische vindplaats. Het advies is daarom dan ook om geen vervolgonderzoek uit te voeren en het plangebied vrij te geven voor verdere ontwikkeling. 2386839100 (54298)

300 meter ten zuidoosten

Type onderzoek: bureau- en booronderzoek Toponiem: Nieuweweg 11 Laren Uitvoerder: IDDS Archeologie B.V. Datum: 29-10-2012 Resultaat: Het onderzoek heeft uitgewezen dat het plangebied ligt op de stuwwal, waarschijnlijk onderaan de helling. Op de stuwwal en het aangrenzende dekzandgebied is het mogelijk om resten aan te treffen vanaf het Laat Paleolithicum. Vanaf de Middeleeuwen is de nederzetting van Laren ontstaan en uitgegroeid naar het huidig formaat. Op basis van aangetroffen resten en kaartmateriaal kan worden nagegaan dat het plangebied bewoond was vanaf de 18e eeuw en wellicht al eerder. Resten van deze bewoning kunnen worden aangetroffen in het bovenste (humeuze) pakket. Tijdens het onderzoek is geconstateerd dat het plangebied een niveau bevat tussen 0,5 en 1,6 m -mv waarin archeologische resten uit de Nieuwe tijd aanwezig kunnen zijn. Indien de geplande graafwerkzaamheden dieper reiken dan 0,5 m -mv is het mogelijk dat deze resten verstoord worden. De waarde van archeologische resten uit de Nieuwe tijd is niet vastgesteld in de gemeente Laren, maar landelijk gezien wordt aan deze resten over het algemeen weinig waarde toegekend. Afhankelijk van het waardeoordeel en de diepte van de geplande graafwerkzaamheden is het mogelijk om de locatie af te schrijven voor archeologische waarden.

Indien alsnog een vervolgonderzoek nodig wordt geacht, is de meest geschikte methode hiervoor een proefsleuvenonderzoek na de sloop van de huidige bebouwing.

2445003100 (61764) en 2444989100 (61761)

300 meter ten noorden

Type onderzoek: bureau- en booronderzoek Toponiem: Oude Drift 1 Laren Uitvoerder: Econsultancy BV Datum: 5-6-2014 Resultaat: De ligging van het plangebied op de flank van een stuwwal in het westen en een dal in het oosten maakt het een van oudsher geschikte locatie voor menselijk gebruik. De gespecificeerde archeologische verwachting is voor de periodes Laat-Paleolithicum en Mesolithicum middelhoog en voor het Neolithicum tot en met de Nieuwe tijd hoog. Op basis van de waargenomen bodemprofielen en de aanwezigheid van een archeologische indicator in één van de boringen is geconcludeerd dat er archeologische waarden in het plangebied kunnen worden verwacht. Geadviseerd is om het plangebied nader te onderzoeken door middel van een IVO karterende en waarderende fase, proefsleuven (IVO-P).

2208970100 (30175)

350 meter ten oosten

Type onderzoek: bureau-en booronderzoek Toponiem: Warrekam, Brink 29 Laren Uitvoerder: RAAP Archeologisch Adviesbureau Datum: 7-8-2008 Resultaat: Aanbevolen is om vervolgonderzoek te laten plaatsvinden in de vorm van een inventariserend veldonderzoek (IVO) karterende fase, bestaande uit een

Rapport 4185.002 versie 2

Pagina 15 van 29

proefsleuvenonderzoek. Doel hiervan is om mogelijk aanwezige vindplaatsen uit de periode Mesolithicum-IJzertijd op te sporen. Met betrekking tot mogelijk aanwezige (funderings)resten van de voormalige Sint-Janskerk kan - indien de gemeente deze behoudenswaardig vindt - eveneens een proefsleuf worden aangelegd. 2231374100 (33277)

350 meter ten oosten

Type onderzoek: proefsleuvenonderzoek, naar aanleiding van de resultaten van het eerder uitgevoerde bureau- en booronderzoek (zie Zaakidentificatie (OMnummer) 2208970100 (30175)) Toponiem: Brink 29, De Warrekam Laren Uitvoerder: RAAP Archeologisch Adviesbureau Datum: 10-2-2009 Resultaat: Het karterend en waarderend onderzoek in de vorm van proefsleuven had tot doel de mogelijk aanwezige vindplaatsen uit de periode Mesolithicum t/m IJzertijd op te sporen. Tevens werd een sleuf aangelegd om eventuele funderingsresten van de Sint Janskerk in kaart te brengen. In beide proefsleuven zijn twee opgravingsvlakken aangelegd. In het geval van sleuf 1 is het eerste vlak aangelegd in de begraven podzolbodem direct onder de verstoorde bovengrond. Vanaf het eerste vlak zijn 6 vakken van 50x50 uitgezeefd tot in de C-horizont. Het doel hiervan was het opsporen van vuursteen of aardewerkconcentraties. Aangezien hierin geen vondsten werden aangetroffen is het vlak in zijn geheel verdiept tot in de schone C-horizont, om zo eventuele sporen in kaart te brengen. Op dit niveau werd een recente kuil aangetroffen. In sleuf 1 zijn afgezien van recent bouwpuin geen vondsten aangetroffen. In sleuf 2 is het eerste vlak aangelegd in een puinlaag onder het opgebrachte bouwzand. Afgezien van een uitbraaksleufje zijn op dit vlak geen sporen waargenomen.

Het tweede vlak is aangelegd in de top van de Chorizont. Op dit niveau zijn twee sporen aangetroffen. 1. Puinconcentraties met veel bakstenen en mortel. 2. Een rechthoekig spoor, dat op basis van de informatie van de pastoor van de Sint Jansbasiliek geïnterpreteerd is als de locatie van een oude olietank. In de proefsleuf zijn dus geen funderingen van de voormalige Sint Janskerk aangetroffen. Vermoedelijk bevond de achterkant van de kerk zich net buiten de sleuf. Het onderzoek heeft geen aanwijzingen opgeleverd voor de aanwezigheid van waardevolle archeologische resten in het onderzoeksgebied. Derhalve is geen vervolgonderzoek aanbevolen.

2329400100 (46718)

350 meter ten oosten

Type onderzoek: bureau- en booronderzoek Toponiem: Brink 37 Laren Uitvoerder: RAAP Archeologisch Adviesbureau Datum: 18-5-2011 Resultaat: Op basis van de resultaten van het onderzoek is aanbevolen aanvullende archeologische maatregelen te treffen. Er bestaat namelijk een gerede kans dat archeologische waarden verstoord zullen worden wanneer graafwerkzaamheden in het plangebied worden uitgevoerd. Of en in hoeverre een vindplaats in het plangebied aanwezig is, kan middels aanvullend onderzoek worden aangetoond, aangezien op basis van het gemeentelijk beleid voor het gebied geen vrijstellingsgrens bestaat. Op basis van de door de opdrachtgever geleverde tekeningen kan dit onderzoek zich beperken tot de te vergraven gebiedsdelen waar de bouw plaats gaat vinden. Het onderzoek zal zich daarbij met name richten op de historische boerenplaats die op deze plek heeft gestaan.

2159966100 (23119)

400 meter ten oosten

Type onderzoek: bureau- en booronderzoek Toponiem: Onbekend Uitvoerder: ADC ArcheoProjecten Datum: 25-6-2007 Resultaat: Tijdens het onderzoek zijn geen archeologische indicatoren aangetroffen. Geadviseerd is geen vervolgonderzoek te laten uitvoeren/de locatie vrij te geven voor de voorgenomen bodemingrepen.

2288204100 (41231)

400 meter ten noordoosten

Type onderzoek: bureauonderzoek Toponiem: Oosterend 5 Laren Uitvoerder: De Steekproef, Archeologisch Onderzoeks- en Adviesbureau Datum: 1-6-2010 Resultaat: Uit het onderzoeksgebied en uit het aangrenzende gebied zijn geen vindplaatsen bekend. Door de bouw van de schuur in het plangebied zal de bodem reeds zijn aangetast. Gezien het beperkte oppervlak (28 m2) zal het wetenschappelijke belang van de (resterende) archeologische waarde zeer beperkt zijn. Op grond hiervan is geadviseerd om geen archeologisch vervolgonderzoek te laten uitvoeren.

Rapport 4185.002 versie 2

Pagina 16 van 29

2316740100 (45067)

400 meter ten oosten

Type onderzoek: bureauonderzoek Toponiem: Eemnesserweg Laren Uitvoerder: RAAP Archeologisch Adviesbureau Datum: 2-2-2011 Resultaat: De resultaten van het onderzoek worden niet vermeld in ARCHIS.

2475655100 (65671)

500 meter ten zuidoosten

Type onderzoek: bureau- en booronderzoek Toponiem: Zijtak Laren Uitvoerder: IDDS Archeologie B.V. Datum: 19-3-2015 Resultaat: Tijdens het veldwerk is geconstateerd dat in het plangebied de overgang van het humeuze dek naar het (lemige) zand grotendeels is verstoord. Plaatselijk is het bodemprofiel echter nog intact, waardoor het mogelijk is dat archeologische resten in de ondergrond aanwezig zijn. Op basis van de hoge verwachting voor resten uit de prehistorie is geadviseerd een karterend booronderzoek uit te voeren in het plangebied.

2358059100 (50573)

700 meter ten noorden

Type onderzoek: bureau- en booronderzoek Toponiem: Noolseweg 1 Laren Uitvoerder: RAAP Archeologisch Adviesbureau Datum: 23-2-2012 Resultaat: Voorafgaande aan het veldwerk gold er voor het plangebied een middelhoge archeologische verwachting voor de aanwezigheid van archeologische resten uit de periode Neolithicum tot en met de IJzertijd; - In het plangebied is de bodem veelal tot in de BC-horizont dan wel tot in de C-horizont verstoord. De bovenkant van de bodem (minimaal 50 cm) is in het plangebied vergraven waarschijnlijk om de huisplaats van het huidige huis op te hogen. Onder het huis kunnen nog wel onverstoorde bodems worden aangetroffen maar dit zal maar een klein oppervlak zijn omdat grondwerkzaamheden ten behoeve van de aanleg van het huidige woonhuis met bijgebouwen (vooral het zwembad), er voor hebben gezorgd dat de ondergrond grotendeels verstoord is. Voor het plangebied is er maar geringe kans op het aantreffen van archeologische resten in situ. Verder blijkt uit het booronderzoek dat het plangebied oorspronkelijk heeft bestaan uit arme, droge gronden die zullen zijn gemeden in de prehistorie. Er zullen geen akkercomplexen of nederzettingen uit het Neolithicum tot en met de IJzertijd in het plangebied voorkomen. In het plangebied kunnen in de onverstoorde bodem nog grondsporen van grafheuvels worden aangetroffen.

Vanwege het voorkomen van arme, droge gronden die zullen zijn gemeden in het Neolithicum tot en met de IJzertijd en de bodemverstoringen die zijn veroorzaakt door de aanleg van het huidige huis, geldt er voor het plangebied na het veldwerk een lage archeologische verwachting op het aantreffen van archeologische resten. Er kunnen nog wel grondsporen van grafheuvels in de onverstoorde bodem worden aangetroffen maar de kans hierop is zeer klein. Op basis van de resultaten van dit onderzoek is in het plangebied in het kader van de voorgenomen bodemingrepen geen archeologisch vervolgonderzoek aanbevolen.

3300777100

700 meter ten oosten

Type onderzoek: bureau- en booronderzoek Toponiem: Laren Uitvoerder: IDDS Archeologie B.V. Datum: 21-9-2015 Resultaat: In het plangebied was oorspronkelijk nog een intacte bodem aanwezig, zoals in boring 3. Deze bodemvorming vindt over een lange tijd plaats. Dit houdt in dat eventuele archeologische resten hier nog intact kunnen zijn. Dit geldt echter uitsluitend voor het gebied rondom boring 3. De overige boringen zijn diep verstoord, een verstoring die vermoedelijk te relateren is aan de aanleg van de bebouwing in het plangebied. Het is aannemelijk dat de delen bij de bebouwing rondom boring 3 ook verstoord zijn. Naar verwachting is de zone met de intacte bodem niet groter dan 100 m2. De verstoringen in de rest van het plangebied reiken tot onder het archeologisch niveau, dat ligt op de overgang van de oude bodem naar het pakket schoon dekzand. Hierdoor is de verwachting op archeologische resten in het grootste deel van het plangebied laag. Geadviseerd is geen vervolgonderzoek te laten uitvoeren.

Rapport 4185.002 versie 2

Pagina 17 van 29

Vondsten en/of grondsporen binnen het onderzoeksgebied In ARCHIS staan alle bekende archeologische vondsten en grondsporen geregistreerd. Binnen het plangebied zijn geen vondsten en/of grondsporen geregistreerd. Binnen het onderzoeksgebied staan twee vondsten en/of grondsporen geregistreerd (zie tabel VII en figuur 15). Tabel VII.

Overzicht ARCHIS-vondsten

Vondstnummer (Waarnemingsnr.)

Locatie t.o.v. plangebied

Datering

2898524100

450 meter ten zuidoosten

Bronstijd: paalgaten, Drakenstein aardewerk, huttenleem/verbrande leem en houtskool

2898484100

650 meter ten zuidoosten

Mesolithicum - Bronstijd: kuilen, houtskool, huisplattegronden, trechterbekeraardewerk, TRB-kommen/schalen, TRB-bakplaten, trechterbeker, TRB-emmers, TRB-kruiken, TRB-terrinnes, ringen, bijlen, afval, klingen, spitsen, afslagen, schrabbers, brokken, klopstenen, maalstenen, slijpstenen en bekers

3.8

Aanvullende informatie

Archeologische Werkgemeenschap Nederland, afdeling 13 Voor aanvullende informatie is contact gezocht met de Archeologische plaatselijke Werkgemeenschap Nederland, afdeling 13 Naerdincklant (contactpersoon de heer A. Cruysheer). De AWN heeft aangegeven dat in 2013 op een akker circa 1 kilometer ten zuiden van het plangebied een Merovingische fibula uit de periode 550-625 en een Karolingische sleutel uit de periode 800-1000 zijn gevon18 den. 3.9

Gespecificeerd archeologisch verwachtingsmodel

Op grond van het bureauonderzoek is de volgende gespecificeerde archeologische verwachting opgesteld: Tabel VIII.

18

Gespecificeerde archeologische verwachting

Archeologische periode

Gespecificeerde verwachting

Te verwachten resten en/of sporen

Relatieve diepte t.o.v. het maaiveld

(Laat-)Paleolithicum Midden-Neolithicum (Jagers-Verzamelaars)

Hoog

Vuursteenstrooiïngen en vuurstenen gebruiksvoorwerpen

Onder het plaggendek en in de top van de met dekzand bedekte daluitspoelingswaaierafzettingen (sneeuwsmeltwaterafzettingen).

Laat-Neolithicum (Landbouwers)

Hoog

Akkerlaag en/of nederzettingssporen, grafvelden, rituele plaatsen: kleine fragmenten aardewerk, natuursteen en vuurstenen gebruiksvoorwerpen, houtskool en gebruiksvoorwerpen

Onder het plaggendek en in de top van de met dekzand bedekte daluitspoelingswaaierafzettingen (sneeuwsmeltwaterafzettingen).

Bronstijd - Romeinse tijd (Landbouwers)

Hoog

Akkerlaag en/of nederzettingssporen, grafvelden, rituele plaatsen: kleine fragmenten aardewerk, natuursteen en vuurstenen gebruiksvoorwerpen, houtskool en gebruiksvoorwerpen

Onder het plaggendek en in de top van de met dekzand bedekte daluitspoelingswaaierafzettingen (sneeuwsmeltwaterafzettingen).

Middeleeuwen

Hoog

Bewoningssporen van een (boeren)erf: kleine fragmenten aardewerk, metaalresten, glasresten, houtskool, botresten, organische resten en gebruiksvoorwerpen. -Grafresten

-Onder het plaggendek en in de top van de met dekzand bedekte daluitspoelingswaaierafzettingen (sneeuwsmeltwaterafzettingen). -Direct onder het maaiveld en dieper doorlopend, afhankelijk van of graven bovenop elkaar zijn geplaatst

Cruysheer en Van der Tuuk, 2014

Rapport 4185.002 versie 2

Pagina 18 van 29

Nieuwe tijd

Zeer hoog voor de zuidoosthoek en het centrale deel van het plangebied

-Bewoningssporen van een (boeren)erf: ondergrondse restanten van muurwerk/funderingsresten, kleine fragmenten aardewerk, metaalresten, glasresten, houtskool, botresten, organische resten en gebruiksvoorwerpen -Grafresten

-Onder het maaiveld/in het plaggendek en in de top van de met dekzand bedekte daluitspoelingswaaierafzettingen (sneeuwsmeltwaterafzettingen). Ondergrondse restanten van muurwerk/funderingsresten kunnen tot grotere diepte doorlopen -Direct onder het maaiveld en dieper doorlopend, afhankelijk van of graven bovenop elkaar zijn geplaatst

Uit de landschappelijke ligging binnen een smeltwaterwaaier, als overgangsgebied tussen en hooggelegen stuwwal in het westen naar een lager gelegen vlakte in het oosten, blijkt dat het plangebied een gunstige ligging had voor Jagers-Verzamelaars (Laat-Paleolithicum t/m Vroeg-Neolithicum) als tijdelijke nederzettingslocatie (jachtkampementen). Ook voor Landbouwers waren de stuwwallen gunstige bewoningslocaties. Het stuwwalgebied vormde voldoende areaal aan goed ontwaterde gronden voor landbouw. Uit de archeologische gegevens die verzameld zijn uit het onderzoeksgebied blijkt dat er in de omgeving van het plangebied sporen en resten van menselijke activiteit zijn waargenomen uit de perioden Mesolithicum t/m Bronstijd, waarbij vuurstenen werktuigen, Trechterbeker-aardewerk en Drakenstein-aardewerk zijn aangetroffen. De resten zijn voornamelijk aangetroffen op de lager gelegen flanken van het stuwwallengebied, binnen de daluitspoelingswaaiers/smeltwaterwaaiers. Op basis van de ligging van het plangebied ten opzichte van de bekende archeologische waarden, wordt de kans op aanwezigheid van resten uit de periode (Laat-)Paleolithicum t/m Middeleeuwen hoog geacht (zie tabel IX). Voor de periode Nieuwe tijd wordt de verwachting zeer hoog geacht, vooral voor de zuidoosthoek en het centrale deel van het plangebied.

Geraadpleegd historisch kaartmateriaal geeft e aan dat ter plaatse historische huislocaties (boerenerven) aanwezig zijn geweest die uit de 19 eeuw dateren of ouder en tot de historische dorpskern van Laren hebben behoord. Het oostelijke deel van het plangebied wordt gerekend tot de historische dorpskern van Laren, wat aangewezen is als een AMK-terrein en als een archeologisch terrein op de archeologische waarden- en verwachtingenkaart van de gemeente Laren. Tevens staat ten noordoosten van het plangebied de huidige protestantse kerk en waar een veel oudere voorganger heeft gestaan. Rondom deze voorganger heeft wellicht een begraafplaats gelegen. Het is vaak niet goed in te schatten hoe omvangrijk de begraafplaats (indien aanwezig) is geweest. Archeologische resten worden verwacht in het te verwachten (dikke) plaggendek (Aa-horizont) en in top van de daluitspoelingswaaierafzettingen (top van (oorspronkelijke) holtpodzolgronden). De vondstenlaag is opgenomen onderin het plaggendek; hier wordt ook wel van ‘cultuurlaag’ gesproken: een doorwerkte oude bodem tussen het plaggendek en de ongeroerde ondergrond met kleine fragmenten aardewerk, natuursteen, vuursteen en houtskool. Archeologische sporen (uitgezonderd diepe paalsporen en waterputten) zullen zich bevinden tot ongeveer 25 cm in de top van de C-horizont.

De diepteligging van de vondstenlaag is afhankelijk van de dikte van het plaggendek. Tevens zorgt de aanwezigheid van een (dik) plaggendek voor een betere bescherming en conservering van archeologische resten, en daardoor van de archeologische vindplaats, ten opzichte van een terrein, met een vergelijkbare landschappelijke ligging als onderhavig plangebied, waar geen plaggendek aanwezig is. Uit de perioden Laat-Paleolithicum t/m Vroeg-Neolithicum kunnen complextypes als kleine jachtkampjes en vuursteenvindplaatsen worden verwacht. Uit de perioden vanaf het Midden-Neolithicum kunnen complextypes als nederzettingsterreinen en huisplaatsen (boerderijplattegronden), grafvelden en afvaldumps worden verwacht.

Rapport 4185.002 versie 2

Pagina 19 van 29

Uit de periode Middeleeuwen tot aan Nieuwe tijd kunnen resten en sporen van een (boeren)erf gevonden worden. Specifiek voor de zuidoosthoek en het centrale deel van het plangebied kan van de historische huislocatie nog ondergrondse restanten (muurwerk/funderingen) aanwezig zijn en vonde sten die te relateren zijn aan 19 -eeuwse of oudere (boeren)erven. Voor het plangebied dient tevens rekening te worden gehouden met de aanwezigheid van grafresten, daar waar geen historische bebouwing heeft gestaan en buiten de begrenzing van de bestaande bebouwing binnen het plangebied. Wel wordt verwacht wordt dat organische resten en bot slecht zijn geconserveerd, vanwege de diepe heersende grondwaterstanden. Bodemverstoring Als gevolg van bodemingrepen kunnen vindplaatsen geheel of gedeeltelijk verstoord zijn. De waarde van archeologische vindplaatsen wordt mede bepaald door de mate waarin vondsten in situ bewaard zijn gebleven in de bodem en/of grondsporen intact zijn. Het pand van de Rabobank is volledig onderkelderd is tot een diepte van circa 350 cm -mv. Aan de westzijde van het pand is tevens een in-/uitrit aangelegd die schuin afloopt tot deze diepte. Ter plaatse zullen in ieder geval diepgaande verstoringen zijn uitgevoerd, waarmee het oorspronkelijke zal zijn vergraven.

Voor het uitgraven van een diepe bouwput om een onderkeldering te realiseren zal er ook een strook rond het bestaande pand zijn vergraven (afgraven in talud). Er zijn daarmee binnen een groot deel van het plangebied als diepgaande diepere bodemverstorende ingrepen uitgevoerd, waardoor in het verleden eventueel aanwezige archeologische resten niet meer aanwezig zijn of in een verstoorde context kunnen voorkomen. De terreindelen rondom het pand van de Rabobank zijn verder in gericht als siertuin/groenstrook en deels voorzien van een klinker- of tegelverharding. waren de terreindelen rondom de voormalige villa in gebruik als siertuin en waarschijnlijk ook deels voorzien van verhardingen (klinkers/tegels/grind). De inrichting van al deze terreindelen heeft wellicht ook geleid tot een verstoring van het oorspronkelijke bodemprofiel. In welke mate is echter niet bekend. Verder is er op het centraal-zuidelijke deel van het plangebied een sanering uitgevoerd. Waar een drietal ondergrondse tanks hebben gelegen zijn graafwerkzaamheden uitgevoerd tot maximaal 2,6 m -mv. Ter plaatse hebben dus al diepgaande verstoringen plaatsgevonden en zullen dus geen archeologische resten meer in situ voorkomen, echter de oppervlakte is zeer beperkt. In het overige zuidwestelijke terreindeel lijkt alleen de bouwvoor (30 cm) te zijn ontgraven.

De verwachting is vooralsnog dat de graafwerkzaamheden beperkt zijn geweest en dat archeologische resten en zeker het archeologisch sporenniveau nog intact bewaard zal zijn gebleven, indien ter plaatse geen andere diepgaande bodemverstorende ingrepen hebben plaatsgevonden.

Rapport 4185.002 versie 2

Pagina 20 van 29

3.10 Beantwoording onderzoeksvragen bureauonderzoek Voor het bureauonderzoek is een drietal onderzoeksvragen opgesteld. Hieronder worden deze vragen beantwoord voor zover het bureauonderzoek de daarvoor benodigde gegevens hebben opgeleverd. 

Wat is er bekend over bodemverstorende ingrepen binnen het plangebied uit het verleden? Is er bijvoorbeeld informatie bekend over vroegere ontgrondingen, bodemsaneringen, egalisaties, diepploegen of landinrichting? Het pand van de Rabobank is volledig onderkelderd is tot een diepte van circa 350 cm -mv. Aan de westzijde van het pand is tevens een in-/uitrit aangelegd die schuin afloopt tot deze diepte. Ter plaatse zullen in ieder geval diepgaande verstoringen zijn uitgevoerd, waarmee het oorspronkelijke zal zijn vergraven. Voor het uitgraven van een diepe bouwput om een onderkeldering te realiseren zal er ook een strook rond het bestaande pand zijn vergraven (afgraven in talud). Er zijn daarmee binnen een groot deel van het plangebied als diepgaande diepere bodemverstorende ingrepen uitgevoerd, waardoor in het verleden eventueel aanwezige archeologische resten niet meer aanwezig zijn of in een verstoorde context kunnen voorkomen. De terreindelen rondom het pand van de Rabobank zijn verder in gericht als siertuin/groenstrook en deels voorzien van een klinker- of tegelverharding. waren de terreindelen rondom de voormalige villa in gebruik als siertuin en waarschijnlijk ook deels voorzien van verhardingen (klinkers/tegels/grind). De inrichting van al deze terreindelen heeft wellicht ook geleid tot een verstoring van het oorspronkelijke bodemprofiel.

In welke mate is echter niet bekend. Verder is er op het centraal-zuidelijke deel van het plangebied een sanering uitgevoerd. Waar een drietal ondergrondse tanks hebben gelegen zijn graafwerkzaamheden uitgevoerd tot maximaal 2,6 m -mv. Ter plaatse hebben dus al diepgaande verstoringen plaatsgevonden en zullen dus geen archeologische resten meer in situ voorkomen, echter de oppervlakte is zeer beperkt. In het overige zuidwestelijke terreindeel lijkt alleen de bouwvoor (30 cm) te zijn ontgraven. De verwachting is vooralsnog dat de graafwerkzaamheden beperkt zijn geweest en dat archeologische resten en zeker het archeologisch sporenniveau nog intact bewaard zal zijn gebleven, indien ter plaatse geen andere diepgaande bodemverstorende ingrepen hebben plaatsgevonden.

Ligt het plangebied binnen een landschappelijke eenheid die vanuit archeologisch oogpunt een specifieke aandachtslocatie kan betreffen (zoals een relatief hoge dekzandkop of -rug, nabij een veengebied of een beekdal)? Uit de landschappelijke ligging binnen een smeltwaterwaaier, als overgangsgebied tussen en hooggelegen stuwwal in het westen naar een lager gelegen vlakte in het oosten, blijkt dat het plangebied een gunstige ligging had voor Jagers-Verzamelaars (Laat-Paleolithicum t/m Vroeg-Neolithicum) als tijdelijke nederzettingslocatie (jachtkampementen). Ook voor Landbouwers waren de stuwwallen gunstige bewoningslocaties. Het stuwwalgebied vormde voldoende areaal aan goed ontwaterde gronden voor landbouw. Uit de archeologische gegevens die verzameld zijn uit het onderzoeksgebied blijkt dat er in de omgeving van het plangebied sporen en resten van menselijke activiteit zijn waargenomen uit de perioden Mesolithicum t/m Bronstijd, waarbij vuurstenen werktuigen, Trechterbeker-aardewerk en Drakensteinaardewerk zijn aangetroffen. De resten zijn voornamelijk aangetroffen op de lager gelegen flanken van het stuwwallengebied, binnen de daluitspoelingswaaiers/smeltwaterwaaiers.

Rapport 4185.002 versie 2

Pagina 21 van 29

Geraadpleegd historisch kaartmateriaal geeft aan dat ter plaatse historische huislocaties e (boerenerven) aanwezig zijn geweest die uit de 19 eeuw dateren of ouder en tot de historische dorpskern van Laren hebben behoord. Het oostelijke deel van het plangebied wordt gerekend tot de historische dorpskern van Laren, wat aangewezen is als een AMK-terrein en als een archeologisch terrein op de archeologische waarden- en verwachtingenkaart van de gemeente Laren. Tevens staat ten noordoosten van het plangebied de huidige protestantse kerk en waar een veel oudere voorganger heeft gestaan. Rondom deze voorganger heeft wellicht een begraafplaats gelegen. Het is vaak niet goed in te schatten hoe omvangrijk de begraafplaats (indien aanwezig) is geweest. 

Wat is de gespecificeerde archeologische verwachting van het plangebied? Op basis van de ligging van het plangebied ten opzichte van de bekende archeologische waarden, wordt de kans op aanwezigheid van resten uit de perioden (Laat-)Paleolithicum t/m Middeleeuwen hoog geacht. Voor de periode Nieuwe tijd wordt de verwachting zeer hoog geacht, vooral voor de zuidoosthoek en het centrale deel van het plangebied. Archeologische resten worden verwacht in het te verwachten (dikke) plaggendek (Aa-horizont) en in top van de daluitspoelingswaaierafzettingen (top van (oorspronkelijke) holtpodzolgronden). Uit de perioden Laat-Paleolithicum t/m Vroeg-Neolithicum kunnen complextypes als kleine jachtkampjes en vuursteenvindplaatsen worden verwacht. Uit de perioden vanaf het Midden-Neolithicum kunnen complextypes als nederzettingsterreinen en huisplaatsen (boerderijplattegronden), grafvelden en afvaldumps worden verwacht. Uit de periode Middeleeuwen tot aan Nieuwe tijd kunnen resten en sporen van een (boeren)erf gevonden worden. Specifiek voor de zuidoosthoek en het centrale deel van het plangebied kan van de historische huislocatie nog ondergrondse restanten (muurwerk/funderingen) aanwezig zijn en vondsten die te relateren e zijn aan 19 -eeuwse of oudere (boeren)erven.

Voor het plangebied dient tevens rekening te worden gehouden met de aanwezigheid van grafresten, daar waar geen historische bebouwing heeft gestaan en buiten de begrenzing van de bestaande bebouwing binnen het plangebied. Wel wordt verwacht wordt dat organische resten en bot slecht zijn geconserveerd, vanwege de diepe heersende grondwaterstanden.

3.11 Aanbevolen onderzoeksmethode Gezien de in dit bureauonderzoek opgestelde archeologische verwachting is binnen het plangebied vervolgonderzoek noodzakelijk om deze te toetsen. Het vervolgonderzoek kan het beste worden uitgevoerd in de vorm van verkennend booronderzoek. Gezien de omvang van het plangebied en de diverse recente bouw- en inrichtingswerkzaamheden die hebben plaatsgevonden ten behoeve van het realiseren van de bestaande situatie binnen het plangebied (bouwen van het pand van de Rabobank en inrichting van omliggende terreindelen), is in dit stadium de meest geschikte onderzoeksmethode een verkennend booronderzoek. Verspreid in het plangebied dienen boringen te worden gezet met een om inzicht te krijgen in de toestand van het bodemprofiel. Tevens dient gekeken te worden naar de aanwezigheid van mogelijke vegetatie- en/of cultuurlagen, die zichtbaar zijn als bodemverkleuringen. Door middel van het verkennend booronderzoek dient te worden vastgesteld of er binnen het plangebied archeologische resten in situ te verwachten zijn.

Rapport 4185.002 versie 2

Pagina 22 van 29

4

INVENTARISEREND VELDONDERZOEK

4.1

Methoden

Het inventariserend veldonderzoek is uitgevoerd in de vorm van een archeologisch verkennend booronderzoek, conform de eisen van de BRL SIKB 4000 (versie 4.0, 07-06-2016) en KNA, versie 4.0, specificatie VS03. Voor het inventariserend veldonderzoek is op 14 juli 2017 door ir. E.M. ten Broeke (senior prospector) een Plan van aanpak (PvA) opgesteld. In totaal zijn er tien verkennende boringen gezet, gelijkmatig verspreid binnen het plangebied en rekening houdend met de aanwezige bebouwing (zie figuur 18). Er is geboord tot een diepte van maximaal 320 cm -mv met een Edelmanboor met een diameter van 10 cm. De boringen zijn lithologisch 19 conform de Archeologische Standaard Boorbeschrijvingsmethode beschreven. De boringen zijn met meetlinten en een meetwiel ingemeten (x- en y-waarden). Van alle boringen is de maaiveldhoogte afgeleid van het Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN). In Bijlage 5 worden overzichtsfoto’s van het plangebied en foto’s van de opgeboorde profielen weergegeven. Aan de hand van het opgeboorde materiaal is beoordeeld of er wel, niet of deels sprake is van een gaaf bodemprofiel. Tevens is gekeken naar de aanwezigheid van mogelijke vegetatie- en/of cultuurlagen, die zichtbaar zijn als bodemverkleuringen.

Het opgeboorde materiaal is vervolgens geïnspecteerd op het voorkomen van archeologische indicatoren, zoals fragmenten vuursteen, aardewerk, houtskool, verbrande leem, bot et cetera. 4.2

Resultaten

Geologie en bodem De resultaten van de boringen zijn opgenomen in de vorm van boorprofielen en worden in bijlage 6 weergegeven. De hoofdlijn van de opbouw van de bodem kan als volgt worden weergegeven: Tabel IX.

Algemene bodemopbouw plangebied Diepte (cm -mv)

Samenstelling

Interpretatie

Vanaf maaiveld tot minimaal 140 en maximaal 280

Variërend van lichtgrijs tot donkergrijsbruin gekleurd (gevlekt), deels zwak tot matig humeus, zwak grindig, zwak siltig, matig fijn tot matig grof zand, plaatselijk vermengd met resten beton-/bouwpuin en plastic

Geroerde/verstoorde lagen, aangebrachte grond, deels cunet-/stabilisatiezand

Vanaf minimaal 140 dan wel dieper

Lichtgeel gekleurd, zwak grindig, zwak siltig, matig fijn tot zeer grof zand, slecht gesorteerd

C-horizont, gestuwde afzettingen

Op basis van de gezette boringen is binnen het merendeel van het plangebied sprake van een sterk verstoorde bodemopbouw. Variërend tussen minimaal 140 tot maximaal 280 cm -mv komen geroerde/verstoorde lagen voor, bestaande uit lichtgrijs tot donkergrijsbruin gekleurd (sterk gevlekt), deels zwak tot matig humeus, zwak grindig, zwak siltig, matig fijn tot matig grof zand. Veelal was er een vermenging met resten beton-/bouwpuin en plastic zichtbaar in het opgeboorde materiaal. Deze verstoringen zullen vooral zijn veroorzaakt tijdens de bouw van het bestaande pand van de Rabobank. De onverstoorde bodem betreft direct de C-horizont, in de vorm van lichtgeel gekleurd, zwak grindig, zwak siltig, matig fijn tot zeer grof zand. Deze slecht gesorteerde en grindhoudende zanden betreffen gestuwde afzettingen. 19

Bosch, 2005

Rapport 4185.002 versie 2

Pagina 23 van 29

e

Boring 1 is gezet daar waar vanaf het begin van de tweede helft van de 20 eeuw een metaalbewerkingsbedrijf/smederij heeft gestaan. Ook ter plaatse is de bodem dus diep geroerd. Boring 4 is gezet daar waar een sanering van een verontreiniging met minerale olie is uitgevoerd, in het centraalzuidelijke deel van het plangebied. Op basis van gegevens van het bodemloket was de verwachting dat buiten de locaties waar een drietal ondergrondse tanks hebben gelegen graafwerkzaamheden zich hebben beperkt tot de bouwvoor/bovengrond. Het lijkt er echter op dat binnen het centraalzuidelijke deel van het plangebied over een groter oppervlak diepere ontgravingen hebben plaatsgevonden. Tevens is er op de overgang naar het ongeroerde deel van de bodemopbouw een plastic doek aanwezig, als scheidende laag tussen eventueel nog aanwezige restverontreiniging en de bovenliggende schone grond, waardoor gebruik als siertuin/groenstrook mogelijk is. De boringen 5 en 10 zijn gestaakt op een massieve verharding, waarschijnlijk beton. Ter plaatse van boring 5 is deze verharding aanwezig op een diepte van circa 260 cm -mv, waarbij waarschijnlijk een onderkelderd deel van het pand van de Rabobank is geraakt.

Ook ter plaatse van de boringen 6 en 7, in het zuidoostelijke deel van het plangebied, waar volgens geraadpleegd kaartmateriaal historische bebouwing heeft gestaan, hebben diepgaande recente verstoringen plaatsgevonden, met tevens in het geroerde deel van de bodemopbouw resten beton-/bouwpuin en plastic. Het wordt dan ook zeer onwaarschijnlijk geacht dat er ter plaatse nog restanten van ondergrondse historische bebouwing (muurwerk/funderingsresten) aanwezig zullen zijn. Een intacte bodemopbouw is alleen aangetroffen ter plaatse van boring 2, in het zuidwestelijke deel van het plangebied. Het betreft dan ook een beperkt terreindeel. Hier komt onder de aanwezige laag cunet-/stabilisatiezand met bovenliggende klinkerverharding tussen 15 en 40 cm -mv een dun plaggendek voor, bestaande uit donkergrijszwart gekleurd, matig humeus, zwak grindig, zwak siltig, matig grof zand. Hieronder is nog het merendeel van het van nature gevormde holtpodzolprofiel aanwezig, bestaande uit een verwerings-Bws- en vervolgens een overgangs-BC-horizont. Doordat de gestuwde afzettingen mineralogisch vrij rijk is (veel gemakkelijk afbreekbare mineralen) komen vooral verweringsprocessen op gang en niet zozeer podzolisatie als bodemvormend proces. Holtpodzolgronden worden ook wel aangeduid als bruine bosgronden.

De oorspronkelijke minerale bovenlaag (Ahphorizont) zal zijn opgenomen in het aangebrachte plaggendek. Ter plaatse van boring 3 is nog een deels intacte natuurlijke bodembouw aanwezig, vanaf een restant van de Bws-horizont. Boring 3 staat echter in een groenstrook aangrenzend ten noorden van de toegang tot de parkeerkelder van het pand van de Rabobank, waardoor het terreindeel met een deels intacte bodemopbouw in het centraal noordelijke deel van het plangebied zeer beperkt zal zijn. Archeologie Het opgeboorde materiaal is geïnspecteerd op archeologische resten. Alleen in het verstoorde deel van de bodemopbouw zijn recent daterende resten beton- en baksteenpuin en plastic aangetroffen en worden als niet archeologisch relevant beschouwd. Er zijn in het onverstoorde deel van de bodemopbouw geen archeologisch relevante indicatoren waargenomen. Er dient wel gemeld te worden te worden dat het inventariserend veldonderzoek een verkennend booronderzoek betreft, dat zich richt op de bodemopbouw en mogelijke bodemverstoringen die de archeologische trefkans kunnen beïnvloeden en niet zo zeer op het onderzoeken op de aanwezigheid van archeologische vondsten en/of sporen.

Rapport 4185.002 versie 2

Pagina 24 van 29

4.3

Beantwoording onderzoeksvragen veldonderzoek

Voor het veldonderzoek is een aantal onderzoeksvragen opgesteld. Hieronder worden deze vragen beantwoord voor zover het veldonderzoek de daarvoor benodigde gegevens heeft opgeleverd; 

Wat is de bodemopbouw binnen het plangebied? Binnen het merendeel van het plangebied sprake van een sterk verstoorde bodemopbouw, waarbij tot verschillende diepten bodemverstorende ingrepen uitgevoerd, tot minimaal 140 en maximaal 280 cm -mv. Dit geroerde deel van de bodemopbouw bevat veelal beton-/bouwpuin en plastic. De onverstoorde bodem betreft direct de C-horizont, in de vorm van lichtgeel gekleurd, zwak grindig, zwak siltig, matig fijn tot zeer grof zand. Deze slecht gesorteerde en grindhoudende zanden betreffen gestuwde afzettingen. De waargenomen verstoringen zullen vooral zijn veroorzaakt tijdens de bouw van het bestaande pand van de Rabobank als tijdens e diverse bouwwerkzaamheden die vooral in de tweede helft van de 20 eeuw hebben plaatsgevonden. Zelfs ter plaatse van de boringen in het zuidoostelijke deel van het plangebied is sprake van diepgaande recente verstoringen, met tevens in het geroerde deel van de bodemopbouw resten beton-/bouwpuin en plastic. Het wordt dan ook zeer onwaarschijnlijk geacht dat er ter plaatse nog restanten van ondergrondse historische bebouwing (muurwerk/funderingsresten) aanwezig zullen zijn.

Slechts bij één boring in het zuidwestelijke deel van het plangebied is een intact bodemprofiel waargenomen onder de aanwezige klinkerverharding met cunet-/stabilisatiezand, bestaande uit een dun plaggendek met hieronder een intact holtpodzolprofiel (bruine bosgrond). Vanwege de beperkte dikte van het plaggendek betreft het aanwezige bodemprofiel hooguit een laarpodzolgrond. Het terreindeel waar sprake van een intact bodemprofiel is dan ook beperkt. In het opgeboorde materiaal zijn verder geen archeologisch relevante indicatoren waargenomen.

Is het bodemprofiel binnen het plangebied intact of (geheel of gedeeltelijk) verstoord en indien verstoord, tot welke diepte gaat deze verstoring? Zie de beantwoording bovenstaande onderzoeksvraag.

Wat zijn de gevolgen van het in het plangebied aangetroffen bodemprofiel voor de gespecificeerde archeologische verwachting van het plangebied. Op basis van het bureauonderzoek geldt een hoge verwachting voor de perioden Laat-Paleolithicum t/m Midden-Neolithicum (Jagers-Verzamelaars) als voor de perioden vanaf het LaatNeolithicum (vroege Landbouwers). Voor de periode Nieuwe tijd geldt een zeer hoge verwachting, vooral voor de zuidoosthoek en het centrale deel van het plangebied, omdat ter plaatse historische bebouwing heeft gestaan dat behoord heeft tot de historische kern van Laren. Binnen het merendeel van het plangebied is echter sprake van een diepgaande en recent verstoorde bodemopbouw, waarbij in het geroerde/verstoorde deel van de bodemopbouw vaak resten beton-/bouwpuin en plastic zichtbaar waren, ook ter plaatse van de boringen waar in de directe nabijheid historische bebouwing moet hebben gestaan. De waargenomen verstoringen zijn zeer waarschijnlijk het resultaten van de bouw van het bestaande pand van de Rabobank als diverse bouwwerkzaamheden die in de loop van de tweede helft e van de 20 eeuw hebben plaatsgevonden. Verder heeft inspectie van het opgeboorde materiaal niet geresulteerd in het aantreffen van archeologisch relevante resten.

Voor het plangebied dient de hoge verwachting voor de perioden vanaf het Laat-Paleolithicum dan ook bijgesteld te worden naar een lage archeologische verwachting.

Rapport 4185.002 versie 2

Pagina 25 van 29

5 5.1

CONCLUSIE EN ADVIES Conclusie

Op basis van het archeologisch bureauonderzoek heeft het plangebied een hoge verwachting op het voorkomen van archeologische resten uit de perioden Laat-Paleolithicum t/m Midden-Neolithicum (Jagers-Verzamelaars) als voor de perioden vanaf het Laat-Neolithicum (vroege Landbouwers). Het plangebied heeft namelijk een landschappelijke ligging binnen een smeltwaterwaaier, als overgangsgebied tussen en hooggelegen stuwwal in het westen naar een lager gelegen vlakte in het oosten. Deze gebieden hadden een gunstige ligging voor als (tijdelijke) bewoningslocatie voor Jagers-Verzamelaars en Landbouwers. In de omgeving van het plangebied zijn al sporen en resten van menselijke activiteit waargenomen uit de perioden Mesolithicum t/m Bronstijd, waarbij vuurstenen werktuigen, Trechterbeker-aardewerk en Drakenstein-aardewerk zijn aangetroffen. Voor de periode Nieuwe tijd geldt een zeer hoge verwachting, vooral voor de zuidoosthoek en het centrale deel van het plangebied. Geraadpleegd historisch kaartmateriaal geeft aan dat ter plaatse historische huislocaties (boee renerven) aanwezig zijn geweest die uit de 19 eeuw dateren of ouder en tot de historische dorpskern van Laren hebben behoord. Het oostelijke deel van het plangebied wordt gerekend tot de historische dorpskern van Laren, welke is aangewezen als AMK-terrein van hoge archeologische waarde.

Tevens staat ten noordoosten van het plangebied de huidige protestantse kerk en waar een veel oudere voorganger heeft gestaan. Rondom deze voorganger heeft wellicht een begraafplaats gelegen. Het is vaak niet goed in te schatten hoe omvangrijk de begraafplaats (indien aanwezig) is geweest. De aangetroffen bodemopbouw laat echter zien dat binnen het merendeel van het plangebied sprake is van een sterk verstoorde bodemopbouw, waarbij verstoringsdieptes reiken tot minimaal 140 en maximaal 280 cm -mv. Dit geroerde deel van de bodemopbouw bevat veelal beton-/bouwpuin en plastic. De onverstoorde bodem betreft direct de C-horizont, in de vorm van lichtgeel gekleurd, zwak grindig, zwak siltig, matig fijn tot zeer grof zand. Deze slecht gesorteerde en grindhoudende zanden betreffen gestuwde afzettingen. De waargenomen verstoringen zullen vooral zijn veroorzaakt tijdens de bouw van het bestaande pand van de Rabobank als tijdens diverse bouwwerkzaamheden die e vooral in de tweede helft van de 20 eeuw hebben plaatsgevonden. Zelfs ter plaatse van de boringen in het zuidoostelijke deel van het plangebied is sprake van diepgaande recente verstoringen, met tevens in het geroerde deel van de bodemopbouw resten beton-/bouwpuin en plastic.

Het wordt dan ook zeer onwaarschijnlijk geacht dat er ter plaatse nog restanten van ondergrondse historische bebouwing (muurwerk/funderingsresten) aanwezig zullen zijn. Slechts bij één boring in het zuidwestelijke deel van het plangebied is een intact bodemprofiel waargenomen onder de aanwezige klinkerverharding met cunet-/stabilisatiezand, bestaande uit een dun plaggendek met hieronder een intact holtpodzolprofiel (bruine bosgrond). Vanwege de beperkte dikte van het plaggendek betreft het aanwezige bodemprofiel hooguit een laarpodzolgrond. Het terreindeel waar sprake van een intact bodemprofiel is dan ook beperkt. In het opgeboorde materiaal zijn verder geen archeologisch relevante indicatoren waargenomen. Geconcludeerd wordt dat er binnen het merendeel van het plangebied reeds grootschalige recente bodemingrepen hebben plaatsgevonden, waardoor het natuurlijk bodemprofiel grootschalig vergraven/aangetast is tot een diepte voorbij de oorspronkelijke top van de C-horizont. Daarbij is ook het archeologisch niveau (het niveau waarin archeologische resten kunnen worden verwacht en/of sporen zichtbaar kunnen worden aangetroffen) binnen het merendeel van het plangebied verstoord.

In het geroerde/verstoorde deel van de bodemopbouw waren vaak resten beton-/bouwpuin en plastic zichtbaar, ook ter plaatse van de boringen waar in de directe nabijheid historische bebouwing moet hebben gestaan. Verder heeft inspectie van het opgeboorde materiaal niet geresulteerd in het aantreffen van archeologisch relevante resten.

Rapport 4185.002 versie 2

Pagina 26 van 29

Voor het plangebied dient de hoge verwachting voor de perioden vanaf het Laat-Paleolithicum dan ook bijgesteld te worden naar een lage archeologische verwachting. De geplande bodemverstorende ingrepen zullen niet resulteren in verstoringen van archeologische waarden, aangezien deze in situ niet meer worden verwacht. 5.2

Advies

Op grond van de resultaten van het bureau- en veldonderzoek wordt door Econsultancy de aanbeveling gedaan om geen vervolgonderzoek te laten uitvoeren. Voor het merendeel van het plangebied blijkt dat de natuurlijke bodemopbouw recent en diepgaand verstoord is, tot voorbij de oorspronkelijke top van de C-horizont, waarbij in het geroerde deel van de bodemopbouw vaak resten beton-/bouwpuin en plastic aanwezig is. Archeologisch relevante indicatoren zijn verder niet aangetroffen. De geplande bodemverstorende ingrepen zullen niet resulteren in verstoringen van archeologische waarden, aangezien deze in situ niet meer worden verwacht. Econsultancy wil de opdrachtgever erop wijzen dat dit advies nog niet betekent dat de bodemverstorende activiteiten of daarop voorbereidende activiteiten kunnen worden ondernomen. De resultaten van dit onderzoek zullen eerst moeten worden beoordeeld door het bevoegd gezag (gemeente Laren) die vervolgens een selectiebesluit neemt.

Wel dient te allen tijde bij het afgeven van een omgevingsvergunning de wettelijke meldingsplicht (5.10 van de Erfgoedwet uit juli 2016) kenbaar te worden gemaakt om het documenteren van toevalsvondsten te garanderen: Degene die anders dan bij het doen van opgravingen een zaak vindt waarvan hij weet dan wel redelijkerwijs moet vermoeden dat het een monument is (in roerende of onroerende zin), meldt die zaak zo spoedig mogelijk bij Onze minister. Deze aangifte dient te gebeuren bij de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed in Amersfoort. Het verdient aanbeveling ook de verantwoordelijk ambtenaar van de gemeente Laren (mevrouw E. Ruizeveld) en diens adviseur (NMF Erfgoedadvies) hiervan per direct in kennis te stellen.

Econsultancy Doetinchem, 26 september 2017

Rapport 4185.002 versie 2

Pagina 27 van 29

LITERATUUR Alterra, 2003: Digitale Geomorfologische kaart van Nederland, schaal 1:25.000 Amersfoort, H. & P.H. Kamphuis, 1990: Mei 1940. De strijd op Nederlands grondgebied. ‘s- Gravenhage. Berendsen, H.J.A. 2008: Fysische Geografie van Nederland, deel 1: De vorming van het land. Inleiding in de geologie en de geomorfologie. Van Gorcum, Assen. Berendsen, H.J.A. 2005: Fysische Geografie van Nederland, deel 4: Landschappelijk Nederland. De fysisch-geografische regio's. Van Gorcum, Assen. Berkel, G. van & K. Samplonius, 1995: Nederlandse plaatsnamen: De herkomst en betekenis van onze plaatsnamen. Meppel. Bosch, J.H.A., 2005: Archeologische Standaard Boorbeschrijvingsmethode, Versie 5.2. Utrecht (TNOrapport, NITG 05-043-A). Doesburg, J. van, Boer, M. de, Deeben, J., Groenewoudt, B.J. & Groot, T. de (red.), 2007: Essen in zicht. Essen en plaggendekken in Nederland: onderzoek en beleid. NAR (Nederlandse Archeologische Rapporten) 34, Amersfoort. Cruysheer, A. & L. van der Tuuk, 2014: Vroegmiddeleeuwse vondsten uit Laren. Kwartaalbericht 127, Historische Kring Laren. Jong, L. de, 1969-1994: Het Koninkrijk der Nederlanden in de Tweede Wereldoorlog. ‘s- Gravenhage. Klep C. & B. Schoenmaker, 1995: De Bevrijding Van Nederland 1944-1945 - Oorlog op de flank. Den Haag. Locher, W.P. & Bakker, H. de, 1990: Bodemkunde van Nederland. Deel 1: Algemene bodemkunde. e Malmberg Den Bosch, 2 druk.

Mulder, E.F.J. de, Geluk, M.C., Ritsema, I.L., Westerhoff, W.E., Wong, T.E. 2003: De ondergrond van Nederland. Wolters-Noordhoff, Groningen. Stichting voor Bodemkartering, 1963: Bodemkaart van Nederland, schaal 1:50.000, blad 32 West/Amersfoort. Zwanenburg G.J., 1990: En nooit was het stil - Kroniek van een luchtoorlog. Emmen.

Rapport 4185.002 versie 2

Pagina 28 van 29

BRONNEN AHN; internetsite, juli 2017. http://www.ahn.nl Archeologisch informatiesysteem Archis3, Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE), Amersfoort, juli 2017. https://archis.cultureelerfgoed.nl Bodemloket, internetsite, juli 2017. http://www.bodemloket.nl Beeldbank Cultureelerfgoed; internetsite, juli 2017. http://www.beeldbank.cultureelerfgoed.nl Dinoloket; internetsite, juli 2017. http://www.dinoloket.nl/ Gemeente Laren; internetsite, juli 2017. http://www.laren.nl Indicatieve kaart Militair Erfgoed; internetsite, juli 2017. http://www.ikme.nl/ Kadaster Topotijdreis; internetsite, juli 2017. http://www.topotijdreis.nl/ SIKB; internetsite, mei juli 2017. http://www.sikb.nl

Rapport 4185.002 versie 2

Pagina 29 van 29

Figuur 1.

Situering van het plangebied binnen Nederland

Laren (gemeente Laren) – Burgemeester van Nispen van Sevenaerstraat 6 Situering van het plangebied binnen Nederland (bron: http://gis.kademo.nl/gs2/wms) Legenda Plangebied

Rapport 4185.002 versie 2

Figuur 2.

Detailkaart van het plangebied

Laren (gemeente Laren) – Burgemeester van Nispen van Sevenaerstraat 6 Detailkaart van het plangebied (bron: http://gis.kademo.nl/gs2/wms) Legenda Plangebied

Rapport 4185.002 versie 2

Figuur 3.

Luchtfoto van het plangebied

Laren (gemeente Laren) – Burgemeester van Nispen van Sevenaerstraat 6 Luchtfoto van het plangebied (bron: gspot:LUFO_2014) Legenda Plangebied

Rapport 4185.002 versie 2

Figuur 4.

Situering van het plangebied binnen de Kadastrale kaart uit 1825 (Minuutplan)

Laren (gemeente Laren) – Burgemeester van Nispen van Sevenaerstraat 6 Situering van het plangebied binnen de Kadastrale kaart uit 1825 (Minuutplan) (bron: beeldbank.cultureelerfgoed.nl) Legenda Plangebied

Rapport 4185.002 versie 2

Figuur 5.

Situering van het plangebied binnen de Militaire topografische kaart uit 1873 (Bonneblad)

Laren (gemeente Laren) – Burgemeester van Nispen van Sevenaerstraat 6 Situering van het plangebied binnen de Militaire topografische kaart uit 1873 (Bonneblad) (bron:www.topotijdreis.nl) Legenda Plangebied

Rapport 4185.002 versie 2

Figuur 6.

Situering van het plangebied binnen de Militaire topografische kaart uit 1890 (Bonneblad)

Laren (gemeente Laren) – Burgemeester van Nispen van Sevenaerstraat 6 Situering van het plangebied binnen de Militaire topografische kaart uit 1890 (Bonneblad) (bron:www.topotijdreis.nl) Legenda Plangebied

Rapport 4185.002 versie 2

Figuur 7.

Situering van het plangebied binnen de Militaire topografische kaart uit 1910 (Bonneblad)

Laren (gemeente Laren) – Burgemeester van Nispen van Sevenaerstraat 6 Situering van het plangebied binnen de Militaire topografische kaart uit 1910 (Bonneblad) (bron:www.topotijdreis.nl) Legenda Plangebied

Rapport 4185.002 versie 2

Figuur 8.

Situering van het plangebied binnen de Militaire topografische kaart uit 1932 (Bonneblad)

Laren (gemeente Laren) – Burgemeester van Nispen van Sevenaerstraat 6 Situering van het plangebied binnen de Militaire topografische kaart uit 1932 (Bonneblad) (bron:www.topotijdreis.nl) Legenda Plangebied

Rapport 4185.002 versie 2

Figuur 9.

Situering van het plangebied binnen de Topografische kaart uit 1952

Laren (gemeente Laren) – Burgemeester van Nispen van Sevenaerstraat 6 Situering van het plangebied binnen de Topografische kaart uit 1952 (bron:www.topotijdreis.nl) Legenda Plangebied

Rapport 4185.002 versie 2

Figuur 10.

Situering van het plangebied binnen de Topografische kaart uit 1974

Laren (gemeente Laren) – Burgemeester van Nispen van Sevenaerstraat 6 Situering van het plangebied binnen de Topografische kaart uit 1974 (bron:www.topotijdreis.nl) Legenda Plangebied

Rapport 4185.002 versie 2

Figuur 11.

Situering van het plangebied binnen de Topografische kaart uit 1989

Laren (gemeente Laren) – Burgemeester van Nispen van Sevenaerstraat 6 Situering van het plangebied binnen de Topografische kaart uit 1989 (bron:www.topotijdreis.nl) Legenda Plangebied

Rapport 4185.002 versie 2

Figuur 12.

Situering van het plangebied binnen de Geomorfologische kaart van Nederland

Laren (gemeente Laren) – Burgemeester van Nispen van Sevenaerstraat 6 Situering van het plangebied binnen de Geomorfologische kaart van Nederland Legenda Plangebied

Rapport 4185.002 versie 2

Figuur 13.

Situering van het plangebied binnen het Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN)

Laren (gemeente Laren) – Burgemeester van Nispen van Sevenaerstraat 6 Situering van het plangebied binnen het Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN) Legenda Plangebied

Rapport 4185.002 versie 2

Figuur 14.

Situering van het plangebied binnen de Bodemkaart van Nederland

Laren (gemeente Laren) – Burgemeester van Nispen van Sevenaerstraat 6 Situering van het plangebied binnen de Bodemkaart van Nederland Legenda Plangebied

Rapport 4185.002 versie 2

Figuur 15.

Archeologische Gegevenskaart van het onderzoeksgebied

Laren (gemeente Laren) – Burgemeester van Nispen van Sevenaerstraat 6 Archeologische Gegevenskaart van het onderzoeksgebied (bron: Archeologisch informatiesysteem Archis3)

Rapport 4185.002 versie 2

Figuur 16.

Situering van het plangebied binnen de archeologische waarden- en verwachtingenkaart gemeente Laren

Laren (gemeente Laren) – Burgemeester van Nispen van Sevenaerstraat 6 Situering van het plangebied binnen de archeologische waarden- en verwachtingenkaart gemeente Laren Legenda zie volgende bladzijde Plangebied

Rapport 4185.002 versie 2

Rapport 4185.002 versie 2

Figuur 17.

Situering van het plangebied binnen de beleidskaart gemeente Laren

Laren (gemeente Laren) – Burgemeester van Nispen van Sevenaerstraat 6 Situering van het plangebied binnen de beleidskaart gemeente Laren Legenda zie volgende bladzijde Plangebied

Rapport 4185.002 versie 2

Rapport 4185.002 versie 2

Figuur 18.

Boorpuntenkaart van het plangebied met als achtergrond de luchtfoto

Laren (gemeente Laren) – Burgemeester van Nispen van Sevenaerstraat 6 Boorpuntenkaart van het plangebied met als achtergrond de luchtfoto (bron: gspot:LUFO_2014) Legenda Plangebied

Rapport 4185.002 versie 2

Bijlage 1 Ouderdom in jaren

Overzicht geologische en archeologische tijdvakken Chronostratigrafie

MIS

Holoceen 11.755 12.745 13.675 14.025

LaatWeichselien (LaatGlaciaal)

15.700

1 Late Dryas (koud) Allerød (warm) Vroege Dryas (koud) Bølling (warm)

Lithostratigrafie Formaties: Naaldwijk (marien), Nieuwkoop (veen), Echteld (fluviatiel)

2

LaatPleniglaciaal 29.000

50.000

MiddenWeichselien (Pleniglaciaal)

MiddenPleniglaciaal VroegPleniglaciaal

3

Formatie van Kreftenheye

Formatie van Boxtel

4

75.000

VroegW eichselien (VroegGlaciaal) 115.000 130.000

370.000 410.000

5a 5c 5d

Eemien (warme periode)

5e

Saalien (ijstijd)

6

Holsteinien (warme periode)

Formatie van Beegden

5b

Eem Formatie Formatie van Drente

Formatie van Urk

Elsterien (ijstijd) 475.000

Cromerien (warme periode) 850.000

Pre-Cromerien 2.600.000

Rapport 4185.002 versie 2

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11077762/1