20211222Rvs85 Transitievisie Warmte Laren BIJLAGE transitievisie
Tekst van het document
22 | Transitievisie Warmte Gemeente Laren
Foto: Larderel Energy Artist Impression van de centrale voor ultradiepe geothermie. De centrale produceert energie en functioneert als een informatiecentrum. geen warmtenetten). De gemeente kan verschillende rollen en posities innemen bij de ontwikkeling en realisatie van warmtenetten. Duidelijkheid hierover is wenselijk, voordat in de toekomst een Wijkuitvoeringsplan wordt ontwikkeld. Mogelijke rollen zijn: • Faciliterend: de markt wordt vrijgelaten en alleen toestemming/vergunning wordt verleend aan warmtebedrijven. • Eigen regie: de oprichting van een eigen warmtebedrijf. Dit zou kunnen via de oprichting van een aparte rechtspersoon waarin de gemeente in voorkomend geval de aandelen houdt en toezicht houdt op het beleid van deze entiteit. • Publiek-private samenwerking: daarbij gaat het om een geïnstitutionaliseerde vorm van samenwerking tussen een gemeente en een marktpartij voor de aanleg en exploitatie van een warmtenet, bijvoorbeeld middels de oprichting van een gezamenlijke vennootschap (‘joint venture’) waarin beide partijen deelnemen. • Coöperatief: waarbij inwoners eigenaar worden. De gemeente ondersteunt de lokale Energiecoöperatie waarbij het initiatief bij de inwoners ligt voor de oprichting van een warmtenet en of warmtebedrijf. 3.
Onderzoeksresultaten geothermie interpreteren In de komende jaren ontstaat naar verwachting meer duidelijkheid over de potentie van geothermie via het
overheidsonderzoek naar de potentie van geothermie (https://scanaardwarmte.nl/) en het opsporingsonderzoek voor ultradiepe geothermie door de private partij Larderel Energy. De uitkomsten van beide onderzoeken worden in elk geval meegenomen in een volgende versie van de Transitievisie Warmte (voor de periode na 2026). Het is ook denkbaar dat de resultaten al gevolgen hebben voor de periode tot 2026. Dan zal daarop (moeten) worden ingespeeld. 4. Onderzoek naar de ontwikkeling van een eigen zonthermie centrale In 2020 heeft bureau Overmorgen de optie besproken voor gemeente Blaricum van de ontwikkeling van een zonneveld met panelen, die zowel elektriciteit als warmte produceren. Zonthermie is het produceren van warm water met zonne-energie voor warmtenetten en de procesindustrie. De warmte, die met het zonneveld wordt gegenereerd kan als bron dienen voor een wijkwarmtepomp. In het buitenland wordt zonthermie wel grootschalig ingezet. In Denemarken bijvoorbeeld vind je velden met zonnecollectoren die naastgelegen woonwijken van warmte voorzien. Dat zou een oplossing kunnen zijn voor buiten stedelijke gebieden, zoals Laren, die moeilijk bereikbaar zijn voor warmte-hoofdleidingen. Ook voor gemeente Laren kan deze optie nader verkend worden. Uit een nadere haalbaarheidsonderzoek zal moeten blijken
5. Informatiesysteem wijkdata Voor elk toekomstige Wijkuitvoeringsplan, en ook voor toekomstige Transitievisies Warmte, is een veelheid aan data nodig per wijk. Deze data is gedeeltelijk beschikbaar op regionaal niveau via de ‘energiekansenkaart’. Nu de warmtetransitie van visie naar uitvoering gaat, is het wenselijk dat deze data op gemeentelijk niveau wordt verzameld en up-to date gehouden, zodat deze data kan worden ontsloten bij het maken van nieuwe plannen.
5.5 Kennisontwikkeling en onderzoek naar aquathermie
De potentie van aquathermiebronnen in de gemeente Laren is beperkt. Oppervlaktewater is nauwelijks aanwezig waardoor de potentie van thermische energie uit oppervlaktewater (TEO) zeer gering is. De potentie van thermische energie uit afvalwater (TEA) zal nader onderzocht moeten worden. Mogelijk kan uit het gemeentelijk rioolstelsel lage temperatuur warmte worden onttrokken en middels warmtepompen worden opgewaardeerd voor verwarming
van de gebouwde omgeving. De inschatting is dat hiermee geen grote hoeveelheden woningen kunnen worden verwarmd. Een mogelijk interessante bron die nader onderzocht kan worden is de effluentleiding van de RWZI Hilversum, deze loopt aan de oostkant van Laren en loost op de Goyergracht (zie figuur 7). Uit effluent (gezuiverd afvalwater) kan relatief eenvoudig lage temperatuur warmte worden teruggewonnen die middels warmtepompen kan worden opgewaardeerd voor verwarming van de gebouwde omgeving. Hiervoor is dan wel een warmtenet nodig. Er zit in potentie voldoende warmte in het effluent om circa 2.000 woningen van warmte te voorzien. Het is nog niet duidelijk of de gemeente Hilversum deze warmte wil of kan inzetten voor Hilversumse woningen. Mocht dat niet het geval zijn dan is het vooral de vraag of de woningvoorraad in Laren geschikt is voor een warmtenet met als bron de RWZI. Dit zal nader onderzocht moeten worden.
de gemeente gebruik van het energieloket van Duurzaam Bouwloket. Via Duurzaam Bouwloket kunnen inwoners een objectief energieadvies ontvangen. Het is digitaal en telefonisch bereikbaar. Het is belangrijk dat bewoners de weg weten te vinden naar het energieloket. In de afgelopen jaren is dat steeds meer het geval. Ook in de komende jaren werkt de gemeente aan de bekendheid en vindbaarheid van het loket.
5.6 Beleid rondom de rol van hybride warmtepompen vaststellen
Storymap Een publieksversie van deze Transitievisie Warmte wordt sowieso als ‘storymap’ beschikbaar gesteld via de website van de gemeente. Via een storymap wordt de Transitievisie Warmte beeldend verteld om het inzichtelijk te maken voor bewoners.
Hybride warmtepompen vormen een logische stap in het verduurzamen van de gebouwde omgeving. Voor alle warmteoplossingen, behalve een ‘warmtenet, geldt dat hybride warmtepompen een logische spijtvrije tussenoplossing kunnen zijn in de route naar aardgasvrij, en de eindoplossing zijn voor buurten met ‘duurzaam gas’. Echter, omdat Laren ook mogelijk de ontwikkelingen rondom geothermie (en een mogelijke warmtenet) op de voet volgt, wil ze 2022 en 2023 gebruiken om haar beleid rondom hybride warmtepompen vast te stellen.
5.7 Communicatie
Figuur 7 – Effluentleiding (paarse lijn) RWZI Hilversum Bron: Waternet
Op onze website, www.laren.nl/ duurzaam is veel informatie te vinden over verduurzamingsmogelijkheden. Ook staat er informatie over subsidiemogelijkheden om woningbezitters te stimuleren om maatregelen toe te passen. Verder maakt
Het Duurzaam Bouwloket heeft op woningniveau een online stappenplan voor het verduurzamen van de woning: van isoleren/ventileren via duurzaam opwekken tot de laatste stap, te weten het duurzaam verwarmen zonder aardgas. Het is wenselijk dat dit stappenplan (met name de laatste stap) is toegespitst op de voorkeursoplossingen die in deze Transitievisie Warmte staan. De mogelijkheden worden onderzocht om dit te realiseren.
Hut van Mie De gemeente staat open voor bewoners of organisaties die actief willen bijdragen aan de energietransitie. De Hut van Mie, opgericht door bewoners, verstrekt op vrijwillige basis energieadvies aan huis. Het is belangrijk dat de activiteiten van alle partijen, bijvoorbeeld bijeenkomsten en inkoopacties, goed op elkaar aansluiten. De gemeente heeft daarom regelmatig overleg, ook om alle activiteiten onder de aandacht te brengen bij de inwoners. Bij dit overleg speelt ook het regionale energiedienstenbedrijf een rol, die als doel heeft om de samenwerking tussen partijen in de keten te versterken.
23 | Transitievisie Warmte Gemeente Laren
Gemeente Laren
Transitievisie Warmte Gemeente Laren
Bijlagen Bijlage 1 - Begrippenlijst
In deze TVW passeert een aantal begrippen de revue. De volgende begrippen zijn belangrijk om te kennen: • Buurten: In deze TVW spreken we steevast van ‘buurten’ als aanduiding van een geografisch afgebakend gebied dat als onderwerp dient voor de warmtetransitie in dit gebied. Voor sommige gebieden dekt dit begrip wellicht niet de lading en kan er beter ‘wijk’ of ‘dorp’ gelezen worden. Voor de eenduidigheid is besloten om consequent wel de term ‘buurt’ te gebruiken. • Wijkuitvoeringsplan (WUP): In een Wijkuitvoeringsplan wordt vastgelegd op welke manier een buurt aardgasvrij gemaakt gaat worden. Daar moet in ieder geval in komen te staan: a. De planning waarop de buurt (stapsgewijs) aardgasvrij wordt; b. Wanneer de toelevering van aardgas wordt beëindigd; c. Welk alternatief voor aardgas wordt gekozen; d. Welke concrete fysieke maatregelen daarvoor nodig zijn in de openbare ruimte en in de gebouwen;
24 | Transitievisie Warmte Gemeente Laren
elke investeringen er door wie e. W gedaan moeten worden; f. Welke keuzeruimte er is voor individuele bewoners (bijvoorbeeld om niet mee te gaan in collectieve maatregelen); g. Hoe de participatie heeft plaatsgevonden en welke partijen betrokken zijn bij deze planning en keuze voor aardgasvrij alternatief; h. Op welke wijze de keuze is gemaakt om voor deze strategie te gaan (met o.a. motivatie als er niet voor de variant met de laagste maatschappelijke kosten is gekozen). Met de WUP’s worden gestart na het vaststellen van de TVW. De WUP’s vormen geen onderdeel van dit project. • Het Rijk ondersteunt gemeenten bij het opstellen van de TVW’s o.a. door middel van een Leidraad die zij hebben opgesteld. Deze Leidraad is ontwikkeld door het Expertisecentrum Warmte (ECW) en bestaat uit: a. De Startanalyse Deze analyse is door het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) gemaakt met het model Vesta MAIS. De
Startanalyse is gemaakt op basis van landelijke data en biedt op buurtniveau voor vijf warmtestrategieën een eerste beeld van de technisch-economische gevolgen (zoals nationale kosten, energievraag, CO2-reductie). Deze Startanalyse wordt met enige regelmaat geüpdatet op basis van de meest recente inzichten. b. De Handreiking voor Lokale Analyse Dit is een handreiking met tips en richtlijnen om gemeenten en modelmakers te ondersteunen bij het verrijken van de Startanalyse met lokale data - afkomstig van de gemeente en (lokale) stakeholders. Daarmee kan de gemeente recht doen aan de lokale situatie. Daarnaast is door het Programma Aardgasvrije Wijken een stappenplan opgesteld dat bestaat uit zeven fasen die gemeenten kunnen doorlopen om tot een Transitievisie Warmte te komen. Dit stappenplan wordt gebruikt als handvat voor de aanpak in de Gooi- en Vechtstreek.
Bijlage 2 - Procesverloop en totstandkoming In de regio Gooi en Vechtstreek werken vijf gemeenten samen om voor elke gemeente een Transitievisie Warmte op te stellen. De gemeenten Blaricum, Gooise Meren, Huizen, Laren en Wijdemeren doorlopen dit proces gezamenlijk, vanwege de efficiëntieen synergievoordelen en de toegevoegde waarde van het onderling samen leren ontwikkelen en kennis delen. Gedurende het proces is de gemeenteraad enkele keren geïnformeerd om richting te kunnen geven aan de inhoud van deze visie. In het traject zijn ook stakeholders en bewoners betrokken. Stakeholders De Transitievisie Warmte is opgesteld in samenwerking met betrokken stakeholders in de gemeente, waaronder de woningcorporatie(s), netbeheerder, waterschap en drinkwaterbedrijven. Op verschillende momenten in het proces zijn met deze stakeholders de keuzes over de warmteoplossingen en de buurtvolgorde besproken. Uiteindelijk kiest de gemeente zelf – met inachtneming van de gegeven input – de warmteoplossing en de buurtprioritering. Door de inhoudelijke toetsing bij de stakeholders met ervaring en kennis komt een gedragen TVW tot stand. De betrokken stakeholders spelen tevens een grote rol in de uitvoering van de warmtetransitie, dus is het belangrijk om ze goed en tijdig te informeren. Het proces in het kort was als volgt:
Figuur 8 – Geothermiepotentieel 1. We zijn begonnen om samen met de stakeholders tot een startdocument te komen: de bestuurlijke kadernotitie. In deze notitie staat beschreven wat de ambitie van de gemeente is en welke criteria zijn meegegeven om te komen tot warmteoplossingen en een prioritering van de buurten. Deze bestuurlijke kadernotitie is in het eerste kwartaal van 2021 door de raad vastgesteld; 2. Op basis van de landelijke modelberekeningen van het Planbureau voor de Leefomgeving is de concept keuze voor de warmteoplossingen per buurt bepaald; 3. Deze analyse is aangevuld met lokale kennis over warmtebronnen, lokale initiatieven en onderzoeken, en een analyse op de eindgebruikerskosten per warmteoplossing en buurt;
4. Verschillende criteria vormen samen het afwegingskader waarop buurten worden gescoord. Hieruit volgt een buurtvolgorde die vertelt – als de gemeente buurten aanwijst als startbuurten – welke buurten als eerste aan de beurt zijn voor het opstarten van een Wijkuitvoeringsplan. Bewoners Bewoners zijn geïnformeerd over (het proces van) de warmtetransitie en de te maken keuzes. Daarbij is gelegenheid geboden om actief de voorkeuren, wensen en eventuele zorgen uit te spreken over de warmtetransitie. In april 2021 is een digitale vragenlijst uitgezet bij het inwonerspanel van de gemeente. Niet-panelleden van de gemeente Laren hebben tevens de mogelijkheid gekregen om via de open link de vragenlijst online in te vullen. De uitkomsten zijn gepresenteerd tijdens een (online) bijeenkomst op 7 juni 2021.
25 | Transitievisie Warmte Gemeente Laren
Gemeente Laren
Bijlage 3 - Data-analyse
Inleiding Voor iedere warmteoplossing is een warmtebron nodig: een warmteoplossing is alleen mogelijk als er ook een warmtebron beschikbaar is. Dit geldt met neme voor warmtenetten. Toekomstige
Transitievisie Warmte Gemeente Laren
warmtenetten mogen niet worden verwarmd met aardgas, en de regio Gooi en Vechtstreek wil ook geen warmtenetten realiseren die verwarmd worden door het verbranden van biomassa. Andere mogelijkheden voor warmtebronnen zijn geothermie
(warmte uit de diepere ondergrond), restwarmte (vanuit bijvoorbeeld datacenters, koelhuizen en supermarkten), of aquathermie. Meer informatie over deze warmtebronnen is te vinden op de website van het Expertisecentrum Warmte. In het kader van de transitievisie is er regionaal onderzoek gedaan naar de beschikbare bronnen in de regio Gooi en Vechtstreek. In dit hoofdstuk staan de bevindingen van dit onderzoek. Er is gekozen voor een regionale analyse, zodat er per gemeente ook goed gekeken kan worden naar kansen buiten de eigen gemeentegrenzen. Aan het eind van het hoofdstuk wordt voor de gemeente een samenvatting gegeven van de analyse van warmtebronnen. In deze analyse kijken we achtereenvolgens naar geothermie, restwarmte en aquathermie.
Figuur 9 – Boringsvrije zones
Figuur 10 – Aardkundige monumenten en waarden
26 | Transitievisie Warmte Gemeente Laren
Geothermie Geothermie is de benutting van warmte uit de ondergrond op een diepte van circa 1 a 2 kilometer. Het temperatuurniveau is meestal rond de 70°C. In onderstaande kaart is het technisch potentieel voor geothermie weergegeven op basis van ThermoGIS versie 2.1, het meest recente publieke informatiesysteem voor geothermie van TNO. In het oosten van de regio geldt een potentieel van > 5 MWth, dit is voldoende voor ongeveer 3.000 woningen. In de westelijke helft van de regio is het potentieel voor geothermie nog onbekend. Momenteel is er aanvullend onderzoek gaande, SCAN (Seismische Campagne Aardwarmte Nederland), in opdracht van EZK. Het doel van het SCAN programma is om de gebieden met onbekend potentieel verder in te kleuren. De resultaten van dit onderzoek zijn naar verwachting eind 2021 beschikbaar. De verwachting is dat over drie
jaar duidelijk is of deze bron haalbaar is. Ook de beoogde proefboring van Larderel Energy in Eemnes zal nieuwe inzichten opleveren over de potentie van geothermie in de bredere regio. Er loopt nog een vergunningsaanvraag voor een opsporingsvergunning in het Gooi. Larderel Energy zet in op ultradiepe geothermie (UDG), dat warmte met een hoge temperatuur uit de diepe bodem haalt. Doordat de boringskosten van UDG naar verwachting hoger liggen dan van reguliere (diepe) geothermie, wordt verwacht dat er voor UDG grotere volumes nodig zijn om het rendabel te maken. Hoe kansrijk dit is in deze regio, moet blijken uit de verdere ontwikkelingen. Figuur 11 – Restwarmtebronnen in het warmtedataregister, peildatum 1 januari 2020. Uitsluitingsgebieden voor bodemenergie Voor bodemenergie gelden beperkingen. Er zijn grondwater-beschermingsgebieden en waterwin-gebieden waar boringen voor WKO, TEO (wat in combinatie is met WKO) en geothermie niet mogelijk zijn. Deze zijn weergegeven op onderstaande kaart. Ook kunnen aardkundige waarden als beperking gelden. In onderstaande kaart zijn de aardkundige waarden en monumenten uit de provinciale omgevingsverordening weergegeven. Dit beleid is inmiddels opgegaan in de Omgevingsvisie NH2020, en de Omgevingsverordening NH2020. Hierbij zijn de gebieden met aardkundige waarden komen te vervallen.
De aardkundige monumenten zijn vervolgens in de omgevingsvisie omgedoopt in ‘aardkundige waarden’, en opgenomen in de Omgevingsverordening NH2020 als kernkwaliteit van de omschreven Bijzonder Provinciale landschappen (BPL). De kernkwaliteiten, waaronder de aardkundige waarden van alle BPL’en zijn beschreven in het document ‘Bijzonder Provinciaal Landschap’ (noord-holland.nl). Het is uit de teksten van het BPL niet volledig duidelijk of er beperkingen gelden voor
NAAM
PLAATS
Nijenhuis Supermarkt Supermarkt Ton Blaricum BV Albert Heijn BV Albert Heijn BV Albert Heijn BV BV Nettorama Verbruikersmarkten Deen Winkels BV Kwakman Savened BV VOMAR Voordeelmarkt BV Albert Heijn BV Albert Heijn BV ASP4All Hosting BV Bakkerij Kruijmer BV Boni-Markten BV Coop Supermarkten BV F. & B. VOF Jan Veerman Vis BV Jumbo Supermarkten BV LIDL Nederland GmbH AH Landwaart Kortenhoef BV Jumbo Supermarkten BV Boni-Markten BV Golff Van Kommer Hilversum BV Supermarkt gebroeders Van de Bunt BV Albert Heijn BV Albert Heijn BV Albert Heijn BV F. & B. VOF Meetingselect BV Supermarkt Holts BV Albert Heijn BV
Blaricum Blaricum Bussum Bussum Bussum Bussum Bussum Bussum Bussum Bussum Huizen Huizen Huizen Huizen Huizen Huizen Huizen Huizen Huizen Huizen Kortenhoef Kortenhoef Loosdrecht Loosdrecht Loosdrecht Muiden Naarden Naarden Naarden Naarden Naarden Nederhorst den berg
Tabel – Condenswarmte 27 | Transitievisie Warmte Gemeente Laren
Gemeente Laren
Transitievisie Warmte Gemeente Laren
Tabel 2 – Grote industrie
BEDRIJFSNAAM
GEMEENTE
DOELGROEP
Alpha-Fry Technlogies BV BN International BV Givaudan Nederland BV (Naarden) RWZI Horstermeer
Naarden Huizen Naarden Wijdemeren
Overige industrie Overige industrie Chemische Industrie Riolering en waterzuiveringsinstallaties
geothermieboringen: “Ruimtelijke ontwikkelingen zijn mogelijk in BPL, zolang ze de kernkwaliteiten niet aantasten. Denk aan fietspaden, energievoorzieningen, kleinschalige woningbouw (tot 11 woningen) of bouwwerken met een oppervlak van minder dan 500 m2. Plannen voor ontwikkelingen die hier buiten vallen, tasten het bijzondere landschap aan. Uitvoering van die plannen kan alleen als het van groot openbaar belang is en als er kan worden aangetoond dat er geen andere mogelijkheden zijn. De schade aan het landschap moet dan worden gecompenseerd”. Hoewel de oppervlakte van een geothermieboring kleiner is dan 500m2, is het verstandig om bij geplande geothermieboringen in BPL tijdig contact te zoeken met de provincie Noord Holland over de mogelijke beperkingen. Gezien deze onduidelijkheid zijn deze beperkingen niet opgenomen als harde beperking in de overzichtskaart (Figuur 10).
Restwarmte Het warmtedataregister van de provincie Noord-Holland8 bevat het meest actuele overzicht van warmtebronnen. De huidige peildatum is 1 januari 2020. In het warmtedataregister zijn de volgende type restwarmtebronnen opgenomen: • Condenswarmte • Datacenters • Grote industrie • Overige warmtebronnen • Restwarmtelozingen Rijkswaterstaat • Bedrijf met lozingsvergunning In Figuur 10 is de locatie van deze bronnen weergegeven op de kaart. Condenswarmte Condenswarmte is restwarmte die ontstaat bij koelprocessen. Het gaat typisch om lagetemperatuurwarmte die mogelijk lokaal gebruikt zou kunnen worden. In onderstaande tabel zijn de bedrijven met condenswarmte opgenomen, die in de gemeenten Gooise Meren, Laren, Blaricum, Huizen en Wijdemeren aanwezig zijn. Het zijn voor het merendeel supermarkten en bakkerijen. Of de warmte in de praktijk gebruikt kan worden, moet nog onderzocht worden.
Tabel 3 – Restwarmtelozingen Rijkswaterstaat
BEDRIJF
ADRES
GEMEENTE
Endusol BV
Havenstraat 68, 1271AG
Huizen
Tabel 4 – Bedrijf met lozingsvergunning
NAAM
PLAATS
BRANCH
Teeuwissen Rioolreiniging Huizen B.V. Givaudan Nederland B.V.
Huizen Naarden
Afvalsector Voedingssector
8 https://maps.noord-holland.nl/warmtebronnenregister/
28 | Transitievisie Warmte Gemeente Laren
Datacenters Er zijn geen datacenters in de gemeenten Gooise Meren, Laren, Blaricum, Huizen en Wijdemeren. Enkel in Hilversum komt een datacenter voor, maar als deze warmte beschikbaar heeft ligt het meer voor de hand dat deze in Hilversum gebruikt wordt. Grote industrie Bij de grote industrie is mogelijk hogetemperatuurwarmte beschikbaar. In onderstaande tabel staan de verschillende industrieën die aanwezig zijn in de vijf gemeenten. Er zijn door deze bedrijven nog geen toezeggingen gedaan over de kansrijkheid of beschikbaarheid van restwarmte. Voor het bedrijf BN International geeft de gemeente Huizen aan dat door ontwikkelingen rond de locatie van BN International mogelijke restwarmtelevering door het bedrijf niet voor de hand ligt. Restwarmtelozingen Rijkswaterstaat Er staat 1 locatie in het warmte-dataregister van de Provincie aangegeven als ‘Restwarmtelozing Rijkswaterstaat’. Deze staat in Huizen. Het is niet bekend of deze locatie daadwerkelijk restwarmte loost. Aangezien het om een klein bedrijf gaat dat zonnecollectoren verkoopt, lijkt het onwaarschijnlijk dat dit bedrijf in de praktijk restwarmte beschikbaar heeft. Bedrijf met lozingsvergunning In onderstaande tabel staan de bedrijven met een lozingsvergunning voor het lozen van warm water in de regio. In de praktijk kunnen de geloosde hoeveelheden afwijken van wat er in de vergunning is opgenomen.
Regionale hogetemparatuur restwarmtebronnen Warmte uit hoge temperatuur warmtebronnen kan ook getransporteerd worden, indien er voldoende capaciteit beschikbaar is. Net buiten de regio staat de Diemen centrale. Echter de Diemen centrale levert al warmte aan Almere en Diemen en daarmee is de capaciteit zo goed als volledig benut. De mogelijkheden hiervan zijn dus zeer beperkt. In het Grand Design Warmte MRA is geen scenario opgenomen waar de Diemencentrale of andere grootschalige bronnen warmte leveren aan deze regio. Verder zijn geen grote hoge temperatuur warmtebronnen aanwezig net buiten de regio. Aquathermie Bij aquathermie wordt thermische energie gewonnen uit water. De gewonnen energie kan worden ingezet voor koude- of warmtevoorziening via een warmtenet. Deze warmte heeft een lage temperatuur (<30 °C), maar kan met warmtepompen naar hogere temperatuurniveaus worden omgezet. Een actueel overzicht van de energetische potentie kan worden ingezien op www.omgevingswarmte.nl/waternet.
Figuur 12 – Potentieel voor TEO
Thermische Energie uit Oppervlaktewater (TEO) In het warmtedataregister van de provincie Noord-Holland is het potentieel voor TEO opgenomen. Dit potentieel is onderzocht door STOWA en gelijk aan de gemeentelijke kaarten. Het potentieel is is weergegeven in het figuur. De kaart geeft per waterdeel weer hoeveel energie jaarlijks uit het water onttrokken kan worden. Vooral voor de gemeenten met grote meren en langs de Vecht is er significant potentieel (Wijdemeren, Gooise Meren, Huizen). Ook het IJmeer en Gooimeer bieden potentieel voor TEO. Echter, vanwege de gebieden van Natuurnetwerk Nederland (NNN) en Natura 2000 moet verder onderzocht worden of
Figuur 13 – Potentieel voor TEA warmtewinning uit oppervlaktewater en opslag in de bodem mogelijk is. Thermische Energie uit Afvalwater (TEA) Ook potentiële bronnen voor TEA zijn opgenomen in het warmtedataregister van de provincie Noord-Holland. Deze bronnen zijn rioolwaterzuiveringsinstallaties (RWZI), rioolgemalen en rioolleidingen
(influentleidingen en effluentleidingen). Op de grens van Laren en Eemnes loopt een effluentleiding vanuit de RWZI Hilversum die mogelijk benut kan worden voor TEA (niet goed zichtbaar op onderstaande kaart). In Figuur 13 zijn enkel de locaties aangegeven; het daadwerkelijke potentieel aan energielevering moet verder onderzocht worden.
29 | Transitievisie Warmte Gemeente Laren
Gemeente Laren
Transitievisie Warmte Gemeente Laren
Bijlage 4 - Warmteoplossingen en uitleg technieken Er zijn verschillende oplossingen om duurzaam te verwarmen. In Figuur 13 staan de belangrijkste oplossingen weergegeven.
Warmteoplossingen hebben verschillende eigenschappen. Allereerst is er een onderscheid tussen individuele en collectieve opties: • Individuele opties zijn warmteoplossingen die een enkele woning of gebouw verwarmen. Individuele opties zijn vooral geschikt voor buurten waar woningen of gebouwen verder uit elkaar staan. • Collectieve opties zijn warmtenetten. Een warmtenet vervoert warmte van een warmtebron (zie beschrijving van beschikbare bronnen in de vorige paragraaf) naar de afnemer (woning, flat of gebouw). Een warmtenet is kostbaar om aan te leggen. Het is dan
Figuur 14 – Duurzame(re) warmteoplossingen Thermische Energie uit Drinkwater (TED) In deze regio is een aantal drinkwaterwingebieden aanwezig. Uit grote drinkwaterleidingen is het soms mogelijk om ’s zomers warmte te winnen zoals ook bij oppervlaktewater. Van de drinkwaterleidingen is echter geen informatie beschikbaar over de potentie. Bij Waternet zal nog geverifieerd worden of deze gegevens toch niet ook beschikbaar zijn.
groen gas – waarvan de potentie en beschikbaarheid nog onbekend zijn – zijn de lokale en bovengemeentelijke warmtebronnen veelal van lage temperatuur. Om de warmte op te waarderen en/of de gebouwde omgeving all-electric te kunnen verwarmen is er verzwaring van het elektriciteitsnet nodig. De komende jaren moet er een strategie gemaakt worden met de netbeheerders over welke verzwaring nodig is en hoe deze gerealiseerd kan worden.
Regionale warmtekansen vanuit de RES In de RES Noord-Holland Zuid staat ook een analyse naar de warmtekansen in de gehele RES-regio, zo ook voor de regio Gooi en Vechtstreek. Hierin staat dat er op dit moment niet veel zicht is op bestaande specifieke bovengemeentelijke warmtebronnen in de regio. De gemeenten zullen naar verwachting voornamelijk lokale warmtebronnen benutten. De RSW komt niet met aanvullende kansen voor de gemeenten in de regio Gooi en Vechtstreek. Wel wordt aangegeven dat het belangrijk gaat zijn om in de toekomst na te denken over de gevolgen van de energietransitie op het elektriciteitsnet. Het gebrek aan zicht op de inzet van bovengemeentelijke warmtebronnen vraagt lokale oplossingen. Met uitzondering van geothermie en
Conclusies voor gemeente Laren Er zijn geen grote industriële restwarmtebronnen in (de omgeving) van gemeente Laren. Uit dit onderzoek blijkt dat er enkel kansen liggen voor geothermie en een kleine kans voor aquathermie in de gemeente Laren. Hieronder gaan we nader in op deze warmtebron. Geothermie is een warmtebron op middentemperatuur (ongeveer 70 °C). Er wordt momenteel onderzoek gedaan naar kansen voor geothermie in deze regio. Hiernaast is Larderel Energy bezig met het onderzoeken van de mogelijkheden van een warmtenet op hogere temperaturen (>70C) vanuit meerdere geothermiebronnen, die ook dieper gaan dan reguliere geothermiebronnen (zogenaamde ultradiepe geothermie). Larderel kijkt hiervoor allereerst naar Eemnes, maar als de resultaten gunstig zijn, kan deze uitbreiden naar Laren. De gemeen-
30 | Transitievisie Warmte Gemeente Laren
ook vooral geschikt in gebieden waar de bebouwingsdichtheid hoog is zoals in gebieden met veel flats; op deze manier wordt het netwerk beter benut.
Hieronder volgt een beschrijving van de warmteoplossingen die zijn meegenomen in deze Transitievisie Warmte. Voor een uitgebreidere toelichting op deze warmteoplossingen verwijzen wij graag naar de website van het expertisecentrum warmte. Collectief warmtenet Gebouwen worden verwarmd met een warmtenet dat wordt gevoed door lokale of regionale warmtebronnen. We onderscheiden warmtenetten op basis van temperatuurniveau:
• Hoge temperatuur (HT): boven de 75°C • Midden temperatuur (MT): tussen 55°C en 75°C • Lage temperatuur (LT): tussen 30°C en 55°C • Zeer lage temperatuur (ZLT): tussen 10 en 30°C In Laren zijn enkel kansen voor een warmtenet gevoed door geothermie. Dit zijn veelal warmtenetten op middentemperatuur. Mogelijk dat Larderel Energy een warmtenet wil realiseren op hoge temperatuur. Op zeer lage temperatuur is het eventueel nog mogelijk om een warmtenet te realiseren door individuele bodemenergiebronnen aan elkaar te koppelen. Hiervoor moeten woningen echter goed zijn geïsoleerd, en dat is momenteel in Laren nog niet het geval.
WATERSTOF EN GROENGAS SPELEN VOORLOPIGE GEEN SIGNIFICANTE ROL BIJ VERDUURZAMEN GEBOUWDE OMGEVING Groengas en waterstof zijn energiedragers die op termijn aardgas kunnen vervangen als brandstof voor de warmtevoorziening in de gebouwde omgeving. Groengas en waterstof zullen zeker tot 2030 echter geen significante rol kunnen spelen in de verduurzaming van de gebouwde omgeving. Ook is de toekomstige beschikbaarheid en prijs van deze gassen is zeer onzeker, waardoor waterstof en groengas ook na 2030 voor de gebouwde omgeving naar verwachting alleen een logische optie zijn als er geen andere reële warmte¬alternatieven voorhanden zijn (MinBZK, 2021a).
te stelt zich op als constructieve gesprekspartner richting Larderel voor de mogelijke ontwikkeling van dit net. Vanwege de onzekerheid over de aanwezige potentie van dit warmtenet, is dit regionale warmtenet niet in het verdere onderzoek als concrete kans meegenomen. Op de grens van Laren en Eemnes loopt een effluentleiding vanuit de RWZI Hilversum die mogelijk benut kan worden voor energie uit afvalwater. Mogelijk kan dit voor de buurt Zevenend een bron zijn. Omdat uit de analyses vanuit de PBL Startanalyse een LT-warmtenet niet als interessante warmteoptie naar voren komt voor de buurten in Laren, is aquathermie in deze analyse niet verder uitgewerkt.
Groengas De potentiële groengasproductie in de regio, maar ook de (inter)nationale potentie, ligt ver onder de huidige aardgasvraag. In het Klimaatakkoord heeft de groengassector het streven uitgesproken om in Nederland 70 PJ groengas te produceren in 2030. Dit is ongeveer 6% van de huidige aardgasvraag. Het is nog onbekend of deze ambitie gehaald wordt, maar groengas zal sowieso een schaars product blijven. Daarnaast is het lastig om al toekomstbestendig groengas te alloceren aan bepaalde wijken. In lijn met de Routekaart Groen Gas ligt het daarom voor de hand om de warmtetransitie niet te beginnen met het inzetten van groengas (MinBZK, 2021a). Waterstof Waterstof komt niet op grote schaal als molecuul in de natuur voor, maar kan worden geproduceerd uit aardgas, waarbij CO2 vrijkomt, maar kan ook klimaatneutraal zijn. Dit kan door CO2 af te vangen en op te slaan (‘blauwe waterstof’) of door waterstof direct te produceren uit duurzame elektriciteit of vergassing van biomassa (‘groene waterstof’). Waterstof opgewekt uit duurzame elektriciteit heeft in Nederland een beperkt productiepotentieel. De ambitie is om in 2030 250-350 kton aan waterstof te produceren. Dit is 30-40% van de hoeveelheid waterstof die nu in Nederland wordt gemaakt uit aardgas voor gebruik in de industrie.
De Rijksoverheid (2020a) en natuurorganisatie Natuur en Milieu hebben aangegeven waar waterstof het meest zinvol kan worden ingezet. Dit is allereerst in de industrie en voor het zwaar transport omdat hiervoor geen goede alternatieven voorhanden zijn.
31 | Transitievisie Warmte Gemeente Laren
Gemeente Laren
Transitievisie Warmte Gemeente Laren
Bijlage 5 - Stappenplan Wijkuitvoeringsplan (WUP) Het Programma Aardgasvrije Wijken (PAW) van de Rijksoverheid onderscheidt vier stappen om te komen tot een gedegen uitvoeringsplan, zie Figuur 15. We sluiten aan bij dit stappenplan. In deze paragraaf beschrijven we de verschillende stappen op hoofdlijnen en laten we per stap zien welke keuzes nog door de gemeente gemaakt moeten worden.
Figuur 15 – Stappenplan om te komen tot een uitvoeringsplan Bron: Programma Aardgasvrije Wijken, sd
All-electric De verwarming van het gebouw gebeurt met een elektrische warmtepomp voorzien van een buffervat. De luchtwarmtepomp en de bodemwarmtepomp zijn de bekendste typen warmtepomp. De warmtebron is in dit geval warmte uit de lucht of de bodem, waarvan de temperatuur met behulp van elektriciteit wordt verhoogd. De duurzaamheid van de bron van de elektriciteit is bepalend voor de duurzaamheid van de warmtepomp. Voor deze manier van verwarmen is verregaande woningisolatie nodig (om de woning te kunnen verwarmen op 50 graden) en moeten de radiatoren worden vervangen door een lagetemperatuur (LT)afgiftesysteem zoals vloerverwarming of LT-radiatoren. Afhankelijk van de warmteen koudevraag kan in sommige gebouwen warmte-koudeopslag (wko) in combinatie met warmtepompen worden ingezet. Dit is vooral relevant voor bedrijven en andere utiliteitsgebouwen met voldoende koudevraag.
32 | Transitievisie Warmte Gemeente Laren
Hybride warmtepomp De hybride warmtepomp combineert een elektrische warmtepomp met een hrketel op gas. De elektrische warmtepomp kan voor ongeveer de helft van de warmtevraag zorgen. Dit gaat zeer efficiënt, omdat de warmtepomp energie haalt uit de buitenlucht of ventilatielucht. De energie wordt gebruikt voor ruimteverwarming en/ of warmtapwaterbereiding. Ongeveer een vijfde van de tijd springt de hr-ketel bij op momenten dat de warmtepomp niet voldoende warmte kan leveren, bijvoorbeeld wanneer het buiten koud is en/of er (veel) warmtapwater nodig is. Hoe hoger het isolatieniveau van de woning, hoe minder vaak de hr-ketel hoeft bij te springen, en hoe groter de vermindering van het (aard)gasverbruik. Momenteel gebruikt een hybride warmtepomp nog aardgas, maar dit kan in de toekomst mogelijk vervangen worden door groengas of waterstof. Het aardgasnet blijft hierbij in gebruik. De hernieuwbare gassen, waterstof en groengas, zijn echter
voorlopig (in ieder geval tot 2030) niet beschikbaar voor het verduurzamen van gebouwen (zie kader). Ook na 2030 zijn deze gassen voor de gebouwde omgeving waarschijnlijk alleen een logische optie als andere warmtetechnieken niet toepasbaar of erg duur zijn.
VOORBEELD INHOUDSOPGAVE VAN EEN WIJKUITVOERINGSPLAN 1. Inleiding (Waarom schrijven we dit Wijkuitvoeringsplan? Hoe is dit plan tot stand gekomen?) 2. Buurtafbakening 3. Voorkeuren van bewoners 4. Warmteoplossing 5. Aanpassingen aan de gebouwen 6. A anpassingen aan de Openbare Ruimte 7. Marktbenadering 8. Planning 9. Kosten en financiering
Stap 1: Buurtanalyse De eerste stap bestaat uit een analyse van de fysieke en sociale kenmerken in de betreffende buurt, en een financieel-economische analyse van de alternatieven voor aardgas. Deze stap geeft inzicht in of de buurt geschikt is om te verduurzamen en welke aandachtspunten er zijn. Veel van de benodigde gegevens zijn al verzameld tijdens het proces om te komen tot de warmtevisie, maar er zullen aanvullende gegevens nodig zijn. Ook kunnen er tijdens de analyse nieuwe onderzoeksvragen naar voren komen. Daarnaast kijken we naar andere plannen die in de wijk spelen op verschillende gebieden, waar we mogelijk mee kunnen combineren of waar we in ieder geval van op de hoogte moeten zijn.
Stap 2: Opstellen projectplan Zodra er een bestuurlijke opdracht is om in een buurt met aardgasvrij aan de slag te gaan, stellen we een projectplan op. Vanaf het begin doen we alles in overleg met de bewoners en gebouweigenaren. De belangrijkste voorwaarde voor de succesvolle realisatie van een aardgasvrije buurt, is dat de gebouweigenaren mee willen doen. Zonder hen gaat het niet. Tenslotte gaan zij over hun eigen woning(en) en over hun eigen geld en hoe dat te besteden. Daarom starten we deze stap met het uitnodigen van bewoners om deel te nemen aan een bewonerswerkgroep en mee te denken over: • De ontwikkeling van het projectplan • De ontwikkeling van het uitvoeringsplan • De communicatie met en informatievoorziening naar de buurt Vervolgens schrijven we in overleg met bewoners en belanghebbenden het projectplan. Hierin leggen we het proces vast om te komen tot een uitvoeringsplan, en beschrijven we de ambities, afbakening en randvoorwaarden. Dit projectplan wordt ter besluitvorming aan de raad voorgelegd.
Stap 3: Opstellen uitvoeringsplan Na goedkeuring van het projectplan door de raad, gaan we in nauw overleg met de bewonerswerkgroep aan de slag met het opstellen van het uitvoeringsplan. In het uitvoeringsplan maken we keuzes op verschillende onderdelen: bestuurlijk, juridisch, ruimtelijk, communicatie en participatie, technisch en financieel. Stap 4: Vaststelling uitvoeringsplan De laatste stap is de vaststelling van het uitvoeringsplan door het college van B en W en de verankering als programma onder de Omgevingswet. De inhoud van het uitvoeringsplan vormt een belangrijke basis voor de regels die in het omgevingsplan worden vastgelegd. Een uitvoeringsplan wordt onder de Omgevingswet beschouwd als een vrijwillig programma en moet dus worden vastgesteld door het college van B en W. De gemeenteraad stelt het gewijzigde omgevingsplan vast. Daarom betrekken we ook de raad vroegtijdig bij het opstellen van de uitvoeringsplannen. Om deze vier stappen te doorlopen gaan we ervan uit dat, zeker voor de eerste startbuurten, dit een proces is wat twee tot vier jaar kan duren. Na de vaststelling van het Uitvoeringsplan kan overgegaan worden tot de uitvoering.
HUIDIG RIJKSBELEID MET BETREKKING TOT ISOLATIE Het isolatieniveau kan op verschillende manieren worden weergegeven: energielabels en een warmtevraag per vierkante meter (kWh/m2). De energielabels zijn voor veel mensen bekend en hier zijn veel gegevens over beschikbaar. Toch kan het energielabel soms een vertekend beeld geven van het isolatieniveau, omdat bijvoorbeeld het plaatsen van zonnepanelen ook zorgt voor een beter label. Daarom wordt steeds vaker de warmtevraag per vierkante meter gebruikt. Een hoog getal betekent dat de woning veel warmte vraagt, een laag getal vice versa. Sinds 1 januari 2021 is er een nieuwe bepalingsmethode voor de energieprestatie van woningen: de NTA8800. Hiermee is ook de wijze waarop energielabels worden bepaald gewijzigd. Aangezien over de periode tot 2021 alleen gegevens beschikbaar zijn van de ‘oude labels’ gaan we daarvanuit in deze Transitievisie Warmte. De Rijksoverheid heeft voor het wenselijke isolatieniveau een Standaard opgesteld, die los staat van de warmteoplossing in de woning. De Standaard heeft grofweg twee categorieën: een voor vooroorlogse woningen (verwarmen is mogelijk op 70 graden), deze is vergelijkbaar met label D (zonder pv-panelen). En een standaard voor naoorlogse woningen (verwarmen is mogelijk op 50 graden), deze is vergelijkbaar met een woning van label A of B (zonder pv-panelen).
Op alle energielabels die vanaf 2021 zijn afgegeven staat aangegeven of de woning voldoet aan deze standaard.
33 | Transitievisie Warmte Gemeente Laren
Gemeente Laren
Transitievisie Warmte Gemeente Laren
Bijlage 6 - Wat kunnen bewoners van gemeente Laren nu al doen in de warmtetransitie? Om het aardgasverbruik te verminderen is het allereerst van belang dat we energie besparen. Alle energie die we niet gebruiken hoeft immers ook niet duurzaam opgewekt te worden. Door middel van isolatie ontsnapt er minder warmte uit de woning of het gebouw, wat zorgt voor minder energieverbruik en meer comfort. Mogelijkheden voor isolatie zijn onder andere vloer-, dak- en spouwmuurisolatie en beter isolerend glas (HR++ of triple glas) . Welke isolatiestappen er nodig zijn hangt af van het type woning en de warmteoplossing. Oudere woningen zijn vaak minder goed geïsoleerd dan recentere of gerenoveerde woningen. Ook hangt dit af van de warmteoplossing: oplossingen die op hoge temperatuur verwarmen (zoals een gasketel) hebben minder isolatie nodig dan oplossingen die op lage temperatuur verwarmen (zoals een elektrische warmtepomp). In hoofdstuk 4 van deze transitievisie staat beschreven welke oplossingsrichting we voorzien op buurtniveau, om zo uiterlijk voor 2050 een aardgasvrije warmtevoorziening te realiseren. De gemeente selecteert op dit moment nog geen buurt waar zij een plan voor op gaat stellen om de buurt aardgasvrij te maken. Dit betekent echter niet dat bewoners in deze buurten tot die tijd moeten wachten. Hieronder volgt een beschrijving van dingen die bewoners al kunnen doen.
Sommige mogelijkheden zijn algemeen en gelden voor alle buurten, andere mogelijkheden sorteren alvast voor op de voorkeursoplossing en zorgen ervoor dat bewoners zich alvast kunnen voorbereiden op de toekomst. In hoofdstuk 5 van deze transitievisie staat beschreven hoe de gemeente bewoners hierin verder kan ondersteunen.
34 | Transitievisie Warmte Gemeente Laren
Voor alle bewoners geldt dat degenen die nu nog koken op aardgas kunnen overschakelen op elektrisch koken. Ook eenvoudige energiebesparende maatregelen, zoals tochtstrips, een slimme meter, een waterbesparende douchekop of het slim inregelen van de thermosstaat, zijn mogelijkheden die iedereen kan toepassen. Ook het opwekken van duurzame elektriciteit, bijvoorbeeld door het plaatsen van pv-panelen op daken, is een mogelijkheid om te verduurzamen.
Naast deze Transitievisie Warmte wordt er ook een storymap opgesteld speciaal voor bewoners. In de viewer wordt onderstaande informatie op een toegankelijke manier weergegeven. De viewer is hier te vinden. All-electric In Laren komt de buurt Postiljon als all-electric buurt naar voren. De buurt Postiljon is recent gebouwd en bestaat voor bijna 100 procent uit gebouwen met label A. Voor deze woningen zijn geen extra isolatiestappen nodig om over te stappen op een all-electric oplossing. Voor deze woningen is het mogelijk om nu al zelfstandig over te stappen op een warmtepomp. Hernieuwbaar gas of all-electric In Laren zien we dat de bebouwingsdichtheid niet erg hoog ligt en dat de energielabels erg variëren. De kosten van een warmtenet in deze buurten liggen hoog, wat betekent dat een individuele oplossing op dit moment het meest voor de hand ligt. Op korte termijn (tot 2030) is de beschikbaarheid van hernieuwbaar gas nog onzeker. Het is dus niet mogelijk om op korte termijn hernieuwbaar gas te kiezen als duurzame warmteoplossing. Op termijn zal er meer bekend worden over de hoeveel hernieuwbaar gas er beschikbaar zal zijn en voor wie. Voor buurten waar
hernieuwbaar gas als voorkeursoplossing geldt, is all-electric het eerstvolgende alternatief met de laagste kosten. Indien blijkt dat hernieuwbaar gas niet (voldoende) beschikbaar is, zal all-electric de eerstvolgende voorkeursoplossing zijn. Gezien de onzekerheid rondom de beschikbaarheid, adviseert de gemeente om toch nu al te starten met isolatie en te kijken naar de mogelijkheden voor een hybride warmtepomp:
• Z oals genoemd zijn isolerende maatregelen van belang. Juist in minder goed geïsoleerde woningen en gebouwen zijn maatregelen essentieel om het gasverbruik te verminderen en het comfort te verhogen. In de Standaard (zie bovenstaand kader) staat beschreven wat het uiteindelijke gewenste isolatieniveau is per woningtype. • E en tweede mogelijkheid is de installatie van een hybride warmtepomp. Een hybride warmtepomp is vaak ook mogelijk in minder goed geïsoleerde woningen, maar is efficiënter in woningen die al enigszins geïsoleerd zijn. Isolatie is daarom altijd de eerste stap voor woningeigenaren om naar te kijken. In de volgende Transitievisie Warmte zal er mogelijk meer bekend zijn over de beschikbaarheid van hernieuwbaar gas en de voortgang rondom het onderzoek naar de mogelijkheden van geothermie in de regio.
35 | Transitievisie Warmte Gemeente Laren
Gemeente
Laren