20211222Rvs85 Transitievisie Warmte Laren BIJLAGE transitievisie
Tekst van het document
Gemeente
Laren
TRANSITIEVISIE WARMTE Op weg naar aardgasvrij
Transitievisie Warmte Gemeente Laren
Gemeente Laren
Voorwoord Een goede basis voor een aardgasvrij Laren Zoals alle gemeenten in Nederland, hebben we ook in Laren gewerkt aan een visie voor een aardgasvrije gemeente. In deze visie, de Transitievisie Warmte (TVW), staat op hoofdlijnen hoe we willen overgaan naar een duurzame warmtevoorziening zonder aardgas in Laren. De Rijksoverheid geeft gemeenten tot eind van 2021 de tijd om een visie te maken.
warmtevisie gaan herijken. Als dan blijkt dat er betaalbare warmteoplossingen beschikbaar zijn, dan zullen we daar natuurlijk onze plannen op af gaan stemmen.
In dit document kunt u lezen dat de meest geschikte warmteoplossing voor het grootste deel van Laren nu nog een onzekere uitkomst heeft. Er is meer onderzoek nodig, dat de komende periode wordt uitgevoerd. In Laren gaan we dan ook de komende jaren nog geen woningen van het aardgas halen. Voorlopig wijzen wij nog geen buurt aan waar nadere verkenningen worden gestart.
Een aardgasvrij Laren begint met het goed isoleren van de woningen en gebouwen. We willen onze inwoners daar zo goed mogelijk bij helpen.
De focus in Laren komt te liggen op het goed isoleren van onze woningen en gebouwen. Voorlichting hierover is van belang en daar zullen we meer op in gaan zetten. Dat doen we samen met onze partners, zoals energiecoöperatie i.o. Hut van Mie en de woningcorporatie Gooi&Omstreken. Deze stappen kunnen we alleen zetten met betrokkenheid van onze inwoners. Alleen door samen te werken kunnen we straks een overstap maken naar aardgasvrij. In mei 2021 haalden we de mening van bewoners
op via een digitale gemeentebrede vragenlijst en we organiseerden in juni 2021 een digitale informatiebijeenkomst voor bewoners. Naast gesprekken met inwoners, voeren we ook veel overleg met onze partners. We zijn als gemeente dan ook erg blij met de inzet van betrokken partijen, zoals energiecoöperatie i.o. Hut van Mie, Duurzaam Bouwloket, netbeheerder Liander en de woningcorporatie. Verder blijven wij kennis en informatie uitwisselen met de buurgemeenten en stakeholders in de regio Gooi en Vechtstreek. Kortom, we nemen geen overhaaste besluiten en we gaan zorgvuldig over naar een aardgasvrije gemeente. Daarvoor is nog nader onderzoek nodig naar mogelijke warmteoplossingen. In de tussentijd gaan we wel aan de slag en motiveren we onze bewoners in het verduurzamen van hun huizen. In 2026 zullen wij opnieuw onze
Wethouder Stam
3 | Transitievisie Warmte Gemeente Laren
Gemeente Laren
Transitievisie Warmte Gemeente Laren
Samenvatting
Inhoudsopgave
De gemeente Laren wil in 2050 aardgasvrij zijn. De Transitievisie Warmte (TVW) beschrijft deze route tot een aardgasvrije gemeente.
Voorwoord
3
Samenvatting
4
Hoofdstuk 1 – inleiding
6
Hoofdstuk 2 – huidige situatie en opgave
9
Transitievisie Warmte opgesteld samen met stakeholders
Deze Transitievisie is tot stand gekomen in afstemming met de gemeenten in de regio Gooi en Vechtstreek en in samenwerking met betrokken stakeholders in de gemeente, waaronder woningcorporatie Gooi en Omstreken, Energiecoöperatie Hut van Mie, netbeheerder Liander, hoogheemraadschap AGV en drinkwaterbedrijf PWN. Bewoners zijn geïnformeerd over (het proces van) de warmtetransitie en de te maken keuzes. Daarbij is gelegenheid geboden om actief de voorkeuren, wensen en eventuele zorgen uit te spreken over de warmtetransitie. Deze wensen en zorgen zijn expliciet meegenomen in deze TVW.
Aardgasvrij onder randvoorwaarden
De gemeente kan én wil in de huidige fase van de warmtetransitie inwoners niet dwingen tot het aardgasvrij maken van hun woning. Bij het nemen van verdere stappen zijn haalbaarheid en betaalbaarheid, een wijkgerichte aanpak en het betrekken van belanghebbenden zoals bewoners de leidende uitgangspunten. Deze komen ook naar voren uit gesprekken met stakeholders en enquêtes die bij onze inwoners zijn uitgezet. Ook stellen we een aantal randvoorwaarden, zoals financiële vergoeding vanuit de Rijksoverheid. Momenteel wordt nog niet voldaan aan deze randvoorwaarden. Knelpunten zijn vooral de betaalbaarheid van aardgasvrije oplossingen voor bewoners en het tekort aan uitvoeringscapaciteit bij de gemeente.
4 | Transitievisie Warmte Gemeente Laren
Mogelijke warmteoplossingen
In deze TVW zijn de mogelijke duurzame warmteoplossingen voor Laren in beeld gebracht. Op basis van de laagste nationale kosten (de kosten voor de maatschappij als geheel) en eindgebruikerskosten is een voorkeursoplossing bepaald. Soms is er een duidelijk kostenverschil met de opeen-na goedkoopste optie. Dan heet dit een waarschijnlijke voorkeuroplossing voor die buurt. Als het verschil kleiner is, heet dit een onzekere voorkeursoplossing. Alle aardgasvrije opties zijn op dit moment nog duurder (zowel voor de samenleving als geheel als voor de bewoner) dan de huidige warmtevoorziening op aardgas. In Figuur 1 zijn de uitkomsten van deze analyse te zien. Voor het grootste deel van Laren geldt dat de voorkeursoplossing een combinatie is van hernieuwbaar gas en/of all-electric. Voor wat betreft hernieuwbaar gas geldt dat dit nog een onzekere uitkomst is. Dit komt omdat er pas vanaf 2030 meer duidelijk wordt over de mogelijke inzet van hernieuwbaar gas voor woningen. Het alternatief voor deze oplossing is een elektrische warmtepomp (all-electric). Voor de buurt Postiljon geldt dat de voorkeuroplossing ‘all-electric’ is.
Gemeente wijst geen verkenningsbuurten en startbuurten aan, maar gaat wel aan de slag met isoleren
Logischerwijs zou een volgende stap na deze Transitievisie Warmte zijn: het starten van Wijkuitvoeringsplannen. Op basis van de bovenstaande informatie kiest de gemeente Laren er voor om voorlopig nog geen buurt aan te wijzen waar gestart wordt met het opstellen van een Wijkuitvoeringsplan. Er is bovendien niet één buurt die duidelijk naar voren komt als meest interessante buurt om te starten met een verkenning op dit
Figuur 1 – Voorkeursoplossing voor warmtetechnieken, inclusief onderzoeksgebied voor nader onderzoek naar de potentie van een warmtenet.
moment. Wel is de gemeente voornemens om een isolatie-aanpak op te zetten voor haar inwoners. Ook blijft de gemeente Laren kennis en informatie uitwisselen met de buurgemeenten en stakeholders in de regio Gooi en Vechtstreek. In Laren is al een aantal bestaande activiteiten gaande op het gebied van energiebesparing. Onder andere door woningeigenaren een voucher aan te bieden van maximaal € 70,- waarmee energiebesparende producten aanschaft kunnen worden. Aanvullend wordt gekeken hoe de informatie uit deze TVW kan worden gekoppeld aan de adviezen van de Energiecoöperatie Hut van Mie en het Duurzaam Bouwloket en of er een specifieke aanpak voor energiebesparing en isolatie per wijk kan worden opgestart.
1.1 Waarom gaan we over op duurzame warmte? 1.2 Wat is de transitievisie warmte? 1.3 Hoe is deze visie tot stand gekomen? 1.4 Voor wie is deze visie bedoeld? 1.5 Leeswijzer
6 6 7 8 8
2.1 Warmtevraag voor de buurten in laren 2.2 Mogelijke warmtebronnen 2.3 De opgave
9 10 11
Hoofdstuk 3 – uitgangspunten voor de warmtetransitie
12
3.1 Uitgangspunten 3.2 Randvoorwaarden
12 14
Hoofdstuk 4 – route naar 2050
15
4.1 Stap 1 – Inzicht in de warmteoplossing per buurt 4.2 Stap 2 – Nader onderzoek naar warmteoplossingen en een gemeentebrede strategie (2022 – 2025) 4.3 Stap 3 – Opstellen wijkuitvoeringsplannen (vanaf 2026) 4.4 Stap 4 – Uitvoeren wijkuitvoeringsplannen (vanaf 2028) 4.5 Buurten die in een natuurlijk tempo volledig overgaan (2022 – 2050)
15 16 17 17 18
Hoofdstuk 5 – uitvoeringsstrategie
19
Bijlagen
24
5.1 De wijkaanpak langs drie pijlers 5.2 De buurtgerichte aanpak 5.3 Kennisontwikkeling en onderzoek naar hernieuwbaar gas: groen gas en waterstof 5.4 Kennisontwikkeling en onderzoek naar collectieve oplossingen 5.5 Kennisontwikkeling en onderzoek naar aquathermie 5.6 Beleid rondom de rol van hybride warmtepompen vaststellen 5.7 Communicatie
Begrippenlijst Procesverloop en totstandkoming Data-analyse Warmteoplossingen en uitleg technieken Stappenplan wijkuitvoeringsplan (WUP) Wat kunnen bewoners van gemeente Laren nu al doen in de warmtetransitie?
19 20 21 22 23 23 23
24 25 26 31 33 34
5 | Transitievisie Warmte Gemeente Laren
Gemeente Laren
Transitievisie Warmte Gemeente Laren
Hoofdstuk 1 – Inleiding In deze Transitievisie Warmte beschrijft de gemeente Laren hoe de transitie naar een aardgasvrije gebouwde omgeving er volgens de huidige inzichten uit komt te zien. In dit hoofdstuk beschrijven we waarom we overgaan op duurzame warmte (1.1). Vervolgens beschrijven we wat een Transitievisie Warmte is (1.2), hoe de visie tot stand is gekomen (1.3) en voor welke doelgroepen deze geschreven is (1.4).
1.1 Waarom gaan we over op duurzame warmte?
Nederland staat aan de vooravond van een grootscheepse verbouwing. Zorgen om het klimaat, luchtkwaliteit en de schaarste van grondstoffen maken het noodzakelijk om heel Nederland te voorzien van een duurzame energie-infrastructuur. In het Klimaatakkoord (2019) staat dat van gemeenten wordt verwacht dat zij plannen maken om in 2030 1,5 miljoen bestaande woningen verduurzaamd te hebben. Vervolgens is het de bedoeling dat in 2050 de gehele gebouwde omgeving van het aardgas af is. Al deze gebouwen gaan in de loop van de tijd over op duurzame warmte in plaats van aardgas. Deze grote verbouwing noemen wij de warmtetransitie. Belangrijke voorwaarden voor het nemen van maatregelen zijn haalbaarheid en betaalbaarheid. Deze worden door vrijwel alle betrokkenen, zowel ondernemers als inwoners van Laren, genoemd. Dat deze betaalbaarheid ook vanuit het Rijk belangrijk is, blijkt onder andere uit de Kamerbrief van de minister over dit onderwerp1 . Eerder is in het Klimaatakkoord afgesproken dat het streven is om de warmtetransitie woonlastenneutraal uit te voeren. Dat wil zeggen dat de maandelijkse
kosten van een bewoner aan de woning (zoals energie, onderhoud, huur of aflossing van de hypotheek) in de nieuwe situatie ongeveer gelijk blijven. Momenteel is het verduurzamen van woningen nog niet woonlastenneutraal. We hopen en verwachten dat het Rijk met maatregelen komt om dit wel te bereiken. We willen de doelen van het Klimaatakkoord beter laten aansluiten op het gemeentelijk beleid op het gebied van duurzaamheid. In het verlengde hiervan stellen we voor om het uiteindelijk doel van het Klimaatakkoord, CO2-neutraal in 2050, ook aan de Larense transitievisie warmte te koppelen. Dit betekent dat we breder gaan kijken dan Laren energieneutraal in 20402. In Laren ligt bij verduurzaming de nadruk op een buurtgerichte objectgerelateerde aanpak en het verduurzamen van maatschappelijk vastgoed als voorbeeld voor inwoners die hun eigen woning willen of kunnen verduurzamen2. In navolging van de landelijke doelstellingen werken we aan het aardgasvrij maken van onze gemeente.
1.2 Wat is de Transitievisie Warmte?
De Transitievisie Warmte bevat de visie van de gemeente om in 2050 al haar woningen en andere gebouwen aardgasvrij te krijgen. Hierin staan beleidskeuzes die wij met de inzichten van nu nemen om technische, financiële en sociale uitdagingen aan te gaan. De Transitievisie Warmte wordt elke vijf jaar herijkt, zodat nieuwe kennis en inzichten worden ingezet bij het doorlopen van de warmtetransitie. Klimaatakkoord Gemeenten zijn door het Rijk aangewezen als regisseurs van de warmtetransitie voor de gebouwde omgeving. In het Klimaatakkoord is hierover het volgende afgesproken: “Gemeenten maken met betrokkenheid van stakeholders uiterlijk eind 2021 een Transitievisie Warmte. Hierin leggen ze het tijdpad vast voor een (stapsgewijze) aanpak richting aardgasvrij (waarbij isoleren een stap kan zijn, mits onderdeel van de wijkgerichte aanpak naar aardgasvrij). Voor wijken waarvan de transitie voor 2030 is gepland, maken zij ook de potentiële alternatieve energie-infrastructuren bekend en bieden zij inzicht in de maatschappelijke kosten en baten en de integrale kosten voor eindverbruikers hiervan. Bij de Transitievisies Warmte programmeren gemeenten zoveel als mogelijk op basis van de laagste maatschappelijke kosten en kosten voor de eindgebruiker.”
1 Via https://www.rijksoverheid.nl/ministeries/ministerie-van-binnenlandse-zaken-en-koninkrijksrelaties/documenten/kamerstukken/2021/07/06/kamerbrief-overbetaalbaarheid-van-de-energietransitie-in-de-gebouwde-omgeving 2. https://www.laren.nl/inwoners/Bouwen/Duurzaam_Laren De gemeente Laren heeft in 2018 de ambitie gesteld om in 2040 energieneutraal te zijn. Dit is vastgelegd in het Klimaatbeleidsplan Laren 2018-2022, samen met andere duurzaamheidsambities op het vlak van onder andere circulaire economie en mobiliteit.
6 | Transitievisie Warmte Gemeente Laren
WAT IS EEN VERKENNINGSBUURT? Een verkenningsbuurt is een buurt waar wij samen met inwoners en belanghebbenden de mogelijkheden in de warmtetransitie gaan verkennen. Er ligt nog niks vast. Wel zien wij in deze buurt een kans voor een collectief warmtenet. In een verkenningsbuurt sluiten wij aan bij lopende initiatieven en roepen wij iedereen op mee te doen. Samen verkennen wij: •D e betrokkenheid en het draagvlak; • T echnische mogelijkheden van verschillende alternatieven voor aardgas. •D e kosten van deze transitie en hoe deze betaald kan worden.
Transitievisie Warmte Deze Transitievisie Warmte wordt vastgesteld door de gemeenteraad. De Transitievisie Warmte wordt, zo stelt het Klimaatakkoord voor, vormgegeven als onderdeel van de gemeentelijke omgevingsvisie en daarmee samenhangende uitvoeringsprogramma’s en omgevingsplannen (zie hoofdstuk 5). Deze visie wordt voor het eerst in 2021 opgesteld en iedere 5 jaar geactualiseerd. Wijkuitvoeringsplannen Samen met de betrokken stakeholders bepaalt de gemeente vervolgens de planning van de (stapsgewijze) aanpak richting aardgasvrij en op welke datum daadwerkelijk de toelevering van aardgas wordt beëindigd. Dit wordt vastgelegd in Wijkuitvoeringsplannen (WUP) op buurtniveau. Van TVW naar Verkenningsbuurt en Wijkuitvoeringsplan (WUP) De Transitievisie Warmte beschrijft de start naar een aardgasvrij Laren. Het is geen definitief besluit voor warmteoplossingen of jaartallen waarop het aardgas wordt afgesloten. De keuze voor de voorlopige aardgasvrije variant is immers niet bindend.
• F inancieringsmogelijkheden en subsidies. • Wat iedereen nu al kan doen. In een verkenningsbuurt werken wij aan de voorwaarden / kaders om voor 2030 minimaal één Wijkuitvoeringsplan op te starten. De gemeenteraad besluit welke buurt dit wordt.
De definitieve variant, en de definitieve uitfasering van het aardgas, wordt vastgelegd in de Wijkuitvoeringsplannen voor alle buurten. Deze plannen zullen we in de komende jaren in Laren nog niet gaan opstellen. Voor alle buurten geldt dat in ieder geval werk wordt gemaakt van doelgerichte energiebesparing, waaronder isolatie: enerzijds omdat er door isolatie minder duurzame warmte hoeft worden opgewekt, en anderzijds omdat het inwoners helpt om geld te besparen op hun energieverbruik. De begrippen die in deze visie worden gebruikt, worden uitgelegd in Bijlage 1.
1.3 Hoe is deze visie tot stand gekomen?
In de Gooi en Vechtstreek werken vijf gemeenten samen om voor elke gemeente een Transitievisie Warmte op te stellen. De gemeenten Blaricum, Gooise Meren, Huizen, Laren en Wijdemeren doorlopen dit proces gezamenlijk, vanwege de efficiëntieen synergievoordelen en de toegevoegde waarde van het samen ontwikkelen en kennis delen. Gedurende het proces is de gemeenteraad enkele keren geïnformeerd om richting te kunnen geven aan de inhoud
WAT IS EEN WIJKUITVOERINGSPLAN? Een Wijkuitvoeringsplan is, net als de Transitievisie Warmte, één van de voorstellen uit het Klimaatakkoord. Een Wijkuitvoeringsplan wordt samen met de buurt en belanghebbenden opgesteld om de wijze van uitvoering vast te leggen voor de overstap op duurzame warmte. Hierin wordt concreet gemaakt per buurt: •W at de nieuwe warmteoplossing wordt; •W at er moet gebeuren aan alle gebouwen om deze geschikt te maken voor de warmte-oplossing (zoals isolatie); • In het geval van een collectieve warmteoplossing: waar deze komt te liggen en hoe deze (gefaseerd) wordt aangelegd; elke partijen een rol krijgen in de •W warmtetransitie van de buurt en hoe deze partijen worden gevonden (bijvoorbeeld door middel van een aanbesteding); •H oe dit alles wordt gefinancierd en wie welk deel betaalt. Wanneer het plan klaar is, kan de gemeenteraad het plan vaststellen door akkoord te gaan met een wijziging in het Omgevingsplan. Na deze vaststelling kan men van start met de uitvoering. van deze visie. In het traject zijn ook stakeholders en bewoners betrokken. Bewoners zijn geïnformeerd over (het proces van) de warmtetransitie en de te maken keuzes. Daarbij is gelegenheid geboden om actief de voorkeuren, wensen en eventuele zorgen uit te spreken over de
7 | Transitievisie Warmte Gemeente Laren
Gemeente Laren
Transitievisie Warmte Gemeente Laren
warmtetransitie. In mei 2021 is een digitale vragenlijst uitgezet bij het inwonerspanel van de gemeente. Niet-panelleden van de gemeente Laren kregen de mogelijkheid om via een open link de vragenlijst online in te vullen. De uitkomsten zijn gepresenteerd tijdens een (online) bijeenkomst op 7 juni 2021. De bijeenkomst is terug te bekijken via www.laren.nl/duurzaam. Tijdens deze bijeenkomst was ook gelegenheid voor het stellen van vragen over het proces van de Transitievisie. Ook waren het Duurzaam Bouwloket en de Energiecooperatie Hut van Mie online beschikbaar voor het beantwoorden van vragen over isolatiemaatregelen en individuele warmte oplossingen. De gemeenteraad is geïnformeerd via (digitale) regiopodia en een gemeentelijke informatiebijeenkomst. Via vaststelling van de bestuurlijke kadernotitie heeft de raad richting gegeven aan de inhoud van deze visie. Een nadere toelichting op het doorlopen proces wordt gegeven in Bijlage 2.
1.4 Voor wie is deze visie bedoeld?
De Transitievisie Warmte is een visiedocument van de gemeente, bedoeld voor vier doelgroepen: 1. Voor de gemeenteraad om een besluit te nemen over in welke buurten we beginnen met welke warmteoplossing als alternatief voor aardgas.
TVW
TVW
2. Voor bewoners om een beeld te geven wat de gemeente van plan is voor hun buurt in het kader van de warmtetransitie. Aanvullend op deze visie wordt daarom voor bewoners ook een Online Storymap ontwikkeld waar de belangrijkste inhoud van de visie in staat. Bewoners weten na het bekijken van deze Storymap op hoofdlijnen wat zij zelf kunnen doen en wie ze daarbij kan helpen. 3. Voor ondernemers om te weten wat de warmtetransitie betekent voor specifieke buurten of terreinen waar zij mee te maken hebben. Ook ondernemers weten wat ze zelf kunnen doen en waar ze terecht kunnen met vragen. 4. Voor betrokken stakeholders om informatie te krijgen over de plannen voor het aardgasvrij maken van buurten. Zo biedt de TVW bijvoorbeeld voor de netbeheerder en warmteaanbieders een indicatie van de mogelijke alternatieve warmteoplossingen, de energieinfrastructuur die daarvoor nodig is en de termijn waarbinnen ze deze mogelijk moeten realiseren.
1.5 Leeswijzer
Voor u ligt de Transitievisie Warmte van de gemeente Laren. Dit document zal door volksvertegenwoordigers, belanghebbenden en inwoners worden gelezen. De leeswijzer geeft kort weer wat in welk hoofdstuk aan de orde komt.
UPDATE TVW
In het inleidende hoofdstuk hebben we uitgelegd waarom we van het aardgas af gaan, wat een Transitievisie Warmte is, hoe deze tot stand is gekomen en aan wie deze is gericht. In hoofdstuk 2 beschrijven we de belangrijkste uitgangspunten en randvoorwaarden voor de gemeente Laren, haar bewoners, en betrokken stakeholders in de warmtetransitie. In hoofdstuk 3 beschrijven we de huidige situatie en de opgave van de gemeente in de warmtetransitie. Een technische (warmte-)analyse ligt hieraan ten grondslag. In dit hoofdstuk wordt antwoord gegeven op de vraag welke warmtebronnen er beschikbaar zijn en wat de warmtetransitie oplevert. In hoofdstuk 4 is beschreven hoe de route richting aardgasvrij in 2050 eruit ziet, wanneer we in welke buurt starten en op basis van welke criteria daartoe besloten is. Deze route wordt in een volgende Transitievisie Warmte opnieuw bekeken en herijkt. In hoofdstuk 5 beschrijven we wat er gebeurt na de vaststelling van deze Transitievisie Warmte in de gemeenteraad. Dit noemen we de uitvoeringsstrategie. Het document bevat tenslotte een aantal bijlagen.
UPDATE TVW
WUP 1
ISOLEREN
WUP 2
VERKENNING
PLAN WIJK 1
ISOLEREN
VERKENNING
WUP 3
PLAN WIJK 2
ISOLEREN
VERKENNING
2021
2022
2023
2024
2025
2026
2027
2028
2029
2030
2031
2032
2033
Hoofdstuk 2 – Hoe maken we keuzes We willen in Laren in 2050 aardgasvrij zijn. Dit betekent dat we op bepaalde momenten keuzes gaan maken. In welke buurten gaan we starten en waarom? En voor welke warmtetechnieken kiezen we? Om deze beslissingen goed te maken, benoemen we in deze transitievisie een aantal belangrijke uitgangspunten. Deze uitgangspunten zijn tot stand gekomen met input van bewoners en stakeholders. Deze input is verzameld en is verwerkt in de totstandkoming van de ‘algemene uitgangspunten’ voor de warmtetransitie en in de criteria voor het bepalen van de verkenningsbuurten. Voor deze transitievisie hanteren we drie soorten uitgangspunten die in de paragrafen hieronder verder worden besproken: 1. Algemene uitgangspunten voor de warmtetransitie; 2. Criteria voor het bepalen van de verkenningsbuurten; 3. Afwegingskader voor het kiezen van aardgasvrije technieken.
2.1 Algemene uitgangspunten voor de warmtetransitie
Er is een levende maatschappelijke discussie over de energietransitie, bijvoorbeeld over windturbines, zonneweides, het gebruik van aardgas in andere landen et cetera. Deze discussie raakt aan de warmtetransitie en hiermee aan de Transitievisie Warmte. De gehouden enquête onder Larense bewoners laat zien dat ook in Laren het sentiment ten aanzien van de energietransitie een gevarieerd beeld geeft. Hoe groot de urgentie ook is, in de huidige fase van de warmtetransitie kan én wil de gemeente Laren inwoners niet verplichten tot het nemen van maatregelen. Wijkuitvoeringsplannen zullen ontwikkeld worden met draagvlak als centraal principe. Bewoners zullen in die fase van de transitie daarom intensief worden betrokken.
PARTICIPATIE MET BEWONERS Bewoners zijn geïnformeerd over (het proces van) de warmtetransitie en de te maken keuzes. In mei 2021 is een digitale vragenlijst uitgezet bij het inwonerspanel van de gemeente. Niet-panelleden van de gemeente Laren hebben tevens de mogelijkheid gekregen om via de open link de vragenlijst online in te vullen. Op 7 juni is gelegenheid geboden om tijdens een online bijeenkomst actief de voorkeuren, wensen en eventuele zorgen uit te spreken over de warmtetransitie. De uitkomsten van de digitale vragenlijst zijn ook gepresenteerd tijdens deze bijeenkomst.
PARTICIPATIE MET STAKEHOLDERS Er hebben meerdere gesprekken met stakeholders plaatsgevonden, waaronder de woningcorporatie(s), netbeheerder, waterschap en drinkwaterbedrijven. Op verschillende momenten in het proces zijn met deze stakeholders de keuzes over de warmteoplossingen en de fasering van de aanpak van de buurtvolgorde besproken. Uiteindelijk kiest de gemeente zelf – met inachtneming van de gegeven input – de warmteoplossing en de buurtprioritering.
Om draagvlak te verkrijgen, is het noodzakelijk dat aan een aantal belangrijke uitgangspunten voor een toekomstige warmtevoorziening wordt voldaan. Dit is benoemd in de bestuurlijke kadernotitie, die in het voorjaar van 2021 is vastgesteld door de raad. We hanteren vier kernachtige uitgangspunten in Laren:
UITGANGSPUNT 1: BETAALBAARHEID We streven naar de laagste totale kosten voor de warmteoplossingen, We kijken daarbij zowel naar nationale kosten als naar individuele kosten voor eigenaren. Landelijke ontwikkelingen op het gebied van betaalbaarheid en aandacht voor energiearmoede (waarbij een (te) groot deel van de woonlasten opgaan aan energielasten) worden nauwlettend gevolgd, bijvoorbeeld ontwikkelingen ten aanzien van aanbod- en vraagbundeling en (nieuwe) financieringsvormen. Specifiek voor collectieve warmteoplossingen is het noodzakelijk dat er duidelijkheid komt over de Wet collectieve warmtevoorziening en hoe bewoners worden beschermd tegen te hoge tarieven.
UITGANGSPUNT 2: HAALBAARHEID Haalbaarheid betekent dat de beoogde warmteoplossing realistisch moet zijn. Dit houdt bijvoorbeeld in dat er bij een oplossing als een warmtenet duidelijkheid moet zijn over de aanwezigheid van een geschikte bron, dat het warmtenet ruimtelijk inpasbaar moet zijn en dat het wettelijke instrumentarium (de Wet collectieve warmtevoorziening) bekend is.
Figuur: De Transitievisie Warmte iedere 5 jaar updaten en opstellen wijkuitvoeringsplannen
8 | Transitievisie Warmte Gemeente Laren
9 | Transitievisie Warmte Gemeente Laren
Gemeente Laren
Transitievisie Warmte Gemeente Laren
In de bewonersenquête van mei 2021 werd de vraag gesteld:
“Wat zijn uw belangrijkste zorgen, wensen en vragen rondom aardgasvrij wonen?” 50% van de respondenten antwoordde dat ze betaalbaarheid het belangrijkste vinden. Daarnaast uitte 24% hun zorgen over hoe je mee kunt doen, ook als je het niet kunt betalen. Gevolgd door de zorgen rondom de kosten van de verduurzaming van een oud huis.
UITGANGSPUNT 3: IEDEREEN MOET MEE KUNNEN DOEN Voor de gemeente Laren is het uitgangspunt dat iedereen in de gemeente mee moet kunnen doen met de warmtetransitie. Warmte moet voor iedereen beschikbaar zijn.
UITGANGSPUNT 4: SAMENWERKEN Door vroegtijdig samen te werken met alle stakeholders zorgen we ervoor dat de energie-infrastructuur op tijd wordt aangepast, tegen zo laag mogelijke (maatschappelijke) kosten.
UITGANGSPUNT 5: DRAAGVLAK In elk geval tot 2030 gaan we alleen over tot uitvoering als er breed draagvlak is. Bij het verduurzamen van een woning of gebouw maakt elke eigenaar een eigen afweging. Tegelijkertijd is deze keuze afhankelijk van de collectieve keuze voor een warmtealternatief en de keuze om op een bepaalde datum het gasnet af te sluiten.
Het is randvoorwaardelijk dat in de eerste buurten bewoners en gebouweigenaren positief staan tegenover het plan voor verduurzaming. Alleen dan kunnen we daarna verder versnellen. Daarom peilen we hoeveel draagvlak er is. Als dat er niet is, moet er een beter plan komen of is er meer tijd nodig.
2.2 Criteria voor het bepalen van de verkenningsbuurten In deze transitievisie benoemen we nog geen ‘verkenningsbuurten’. Dit zijn buurten waar de gemeente kansen ziet om vóór 2030 te starten met een verdere verkenning van de mogelijkheden. Vanaf 2026 zullen we opnieuw bekijken of we in verkenningsbuurten kunnen gaan onderzoeken op de haalbaarheid en draagvlak van warmteoplossingen.
De volgende principes zijn daarbij van belang: • E indgebruikerskosten De optie dient betaalbaar te zijn voor de bewoners, anders is er ook geen draagvlak. •C ollectief Het aansluiten op een collectieve warmteoptie heeft vooral meerwaarde wanneer zoveel mogelijk mensen kunnen aansluiten. Als je niet vroegtijdig de kansen van collectieve oplossingen verder uitwerkt, hebben mensen al geld besteed aan individuele oplossingen. Dan is een collectieve oplossing niet meer haalbaar of minder betaalbaar voor de minder draagkrachtigen die geen maatregelen kunnen nemen. •M eekoppelkansen Bij het prioriteren van buurten letten we ook op de aanwezigheid van meekoppelkansen. Dit zijn momenten in de planning van andere activiteiten in buurten (bijvoorbeeld investeringen in de infrastructuur). Het kan gunstig zijn om de warmtetransitie te beginnen in buurten waar meekoppelkansen zijn. Bij geplande werkzaamheden, bijvoorbeeld aan de riolering of het gasnet, kunnen we dan alvast ruimte vrijhouden voor een warmtenet. •C ontracteerbaarheid Dit criterium is met name benoemd door woningcorporaties en energiebedrijven, vanuit verschillende visies.
2.3. Afwegingskader voor het kiezen van aardgasvrije technieken Bij de keuze van een aardgasvrije warmtevoorziening voor een specifieke buurt wegen allerlei aspecten mee. Denk aan kosten, duurzaamheid, betrouwbaarheid van de techniek en draagvlak onder bewoners en bedrijven.
Maar ook de betaalbaarheid, hoeveel overlast het geeft om de techniek aan te leggen, wat de ruimtelijke impact is en hoe het draagvlak in de buurt is voor een oplossing.
Het afwegingskader dat we gebruiken om op buurtniveau tot een keuze te komen voor een warmteoplossing bestaat uit vier pijlers: duurzame, sociale, economische en technologische.
DUURZAAMHEID/MILIEU
ECONOMISCH
SOCIAAL
TECHNOLOGISCH
• Benodigde hoeveelheid primaire energie •C O2-uitstoot •O mgevingsimpact •K waliteit lucht, water en bodem •D uurzaamheid in de keten
• Draagvlak • Inpasbaarheid ezondheid, welzijn en •G leefbaarheid •O verlast
• Nationale kosten • Kosten voor de eindgebruiker • Kwaliteit business case • Onzekerheid in prijsstelling • Juridisch kader
• Beschikbaarheid bronnen • Onzekerheid in prestatie • Veiligheid • Robuustheid en continuïteit • Meekoppelkansen
In de bewonersenquête van mei 2021 werd de vraag gesteld:
“Wat zou u ervan vinden als uw wijk voor 2035 van het aardgas af zou gaan?” Drie op de tien (30%) respondenten is van mening dat het te vroeg is om voor 2035 van het aardgas af te gaan, omdat de techniek nog niet zover is en oplossingen nog te duur zijn. Een nagenoeg even groot aandeel (29%) zou het prima vinden om voor 2035 van het aardgas af te gaan als er maar wel goede ondersteuning is en voldoende informatie over de kosten en wat het verder betekent.
10 | Transitievisie Warmte Gemeente Laren
11 | Transitievisie Warmte Gemeente Laren
Gemeente Laren
Transitievisie Warmte Gemeente Laren
Hoofdstuk 3 – Huidige situatie en opgave Een volledig aardgasvrije gemeente: hoe ziet dit eruit? Momenteel zijn vrijwel alle gebouwen in Laren nog voorzien van een aardgasaansluiting. Voor al die gebouwen moeten we een oplossing zien te vinden. Dat kan een collectieve oplossing zijn in de vorm van een aansluiting op een warmtenet of op een duurzaam gasnet. Het kan ook een individuele oplossing zijn waarbij gebouwen in hun eigen warmtebehoefte gaan voorzien, bijvoorbeeld met een warmtepomp. Voor elke buurt hebben we uitgezocht wat de beste warmteoplossing volgens de huidige inzichten lijkt te zijn.
Figuur 2 – Energielabels in Laren 3
Deze oplossingen zijn niet voor iedere buurt in Laren hetzelfde. Dat heeft bijvoorbeeld te maken met hoe oud de woningen zijn, hoe goed geïsoleerd ze zijn en hoe ver de gebouwen uit elkaar staan. Dit hoofdstuk beschrijft hoeveel warmte de verschillende buurten in Laren nodig hebben (2.1) en waar deze warmte vandaan kan komen (2.2).
3.1 Warmtevraag voor de buurten in Laren
De gemeente Laren heeft 10 buurten. De totale warmtevraag van de gebouwde omgeving in de gemeente Laren is ongeveer 519 TJ per jaar (bron klimaatmonitor). Sinds 2010 is het energieverbruik in de gemeente al langzaam gedaald. Bewoners isoleren hun huizen en sommige woningen worden al aardgasvrij verwarmd. Tussen 2015 en 2019 is het totale energieverbruik van woningen in de gemeente Laren (aardgas en elektriciteit) vrijwel gelijk gebleven. Daarnaast worden nieuwbouwwoningen energiezuinig gebouwd, en sinds 2020 bijna uitsluitend aardgasvrij opgeleverd.
Een ‘terajoule’ (TJ) is een hoeveelheid energie. 1 TJ is gelijk aan de energie van ongeveer 31.600 m3 aardgas. Ofwel, 1 TJ is gelijk aan het jaarlijks aardgasverbruik van 21 gemiddelde woningen.
3 De data is afkomstig van RVO (peildatum: 01-06-2020). De labels zijn op basis van de methodiek voor 2021, voor meer uitleg zie kader in 3.2.2. Indien beschikbaar wordt het definitieve label weergegeven, anders het voorlopige label.
12 | Transitievisie Warmte Gemeente Laren
Het Planbureau voor de Leefomgeving verwacht dat de deze trend van dalend gasverbruik zich in lichte mate zal blijven doorzetten tot 2030. Over heel Nederland wordt een gemiddelde daling verwacht van 16%. In deze Transitievisie kijken we hoe deze resterende warmtevraag verder gereduceerd kan worden door energiebesparende maatregelen en hoe de warmtevraag kan worden ingevuld met duurzame warmtetechnieken. De huidige warmtevraag wordt deels bepaald door de isolatiegraad van de woningen. Figuur 2 geeft de energielabels van de gebouwen in Laren weer. Deze energielabels geven een indicatie van de isolatiegraad. Laren heeft veel diversiteit in de energielabels van gebouwen. Vooral in Laren Centrum zijn er grote verschillen. Zevenend heeft ook veel verschillende energielabels, maar in deze buurt is dat wat meer verdeeld in blokken, waarbij sommige blokken een laag label hebben en andere blokken een beter label. Postiljon is een uitzondering: dit is een kleine nieuwbouwbuurt met enkel woningen met energielabel A. In figuur 3 is de warmtevraag per m2 voor de woningen in Laren weergegeven. Over het algemeen geldt dat hoe hoger de warmtevraag, hoe meer er mogelijk is op het gebied van energiebesparing. Een cluster met een hoge warmtevraag is hiernaast mogelijk interessant voor een collectieve warmte-oplossing, zoals een warmtenet.
Figuur 3 – Warmtevraag (uitgedrukt in gasvraag per m2) bron: DEGO-viewer (VNG)
Figuur 4 – Woningen in bouwjaren bron: DEGO-viewer (VNG)
In figuur 4 zien we dat in het Laren centrum (en rondom) veel vooroorlogse woningen zitten. Deze woningen en monumenten zijn over het algemeen slecht geïsoleerd. Ten tijde van de bouw golden er bijna geen bouwvoorschriften voor isolatie. Deze vooroorlogse woningen met energielabel G of F en een bouwjaar van voor 1940 hebben daarnaast beperkte isolatiemogelijkheden, waardoor ook in de toekomst waarschijnlijk een warmtevoorziening met hogere
13 | Transitievisie Warmte Gemeente Laren
Gemeente Laren
temperatuur nodig blijft. Bij matige isolatie zijn temperaturen van circa 70°C (of hoger) nodig. Bij redelijke isolatie kunnen afgiftetemperaturen onder de 70°C afdoende zijn. Aardgasvrije technieken die typisch hogere temperatuur leveren zijn: biomassa, groengas (biogas of waterstof) en een hoge temperatuur warmtenet. Tevens zijn er hoge temperatuur warmtepompen die met een redelijk rendement hogere temperatuur warmte kunnen maken.
3.2 Mogelijke warmtebronnen
In deze paragaaf verleggen we de focus naar mogelijke warmtebronnen en de daarbij behorende warmteoplossing. We onderscheiden de volgende mogelijkheden: • Individuele oplossingen: Warmtepompen • Collectieve oplossingen: Warmtenet in combinatie met geothermie / aquathermie • Duurzaam gas: Groen gas, waterstof De huidige warmtevraag wordt nu nog voor het grootste deel ingevuld door aardgas. Om dit volledig aardgasvrij in te vullen, is het nodig om gebruik te maken van duurzame warmtebronnen. Op basis van een onderzoek (zie ook bijlage 3) dat wij ter voorbereiding van deze visie hebben laten doen, lijken voor Laren de volgende bronnen het meest beschikbaar en toepasbaar: geothermie en warmte uit lucht en bodem voor de inzet van individuele warmtepompen. Ten slotte komt er mogelijk in de toekomst ook hernieuwbaar gas (groengas of waterstof) beschikbaar voor de gemeente Laren.
14 | Transitievisie Warmte Gemeente Laren
Transitievisie Warmte Gemeente Laren
Geothermie Geothermie is warmte die via boringen uit diepe aardlagen wordt verkregen. Het gaat hierbij om warmte van ongeveer 70 °C. Er wordt momenteel onderzoek verricht naar de kansen voor geothermie in onze regio door Energie Beheer Nederland (EBN) en TNO via de Seismische Campagne Aardwarmte Nederland (SCAN-programma, zie www.scanaardwarmte.nl). Daarnaast is door de firma Larderel Energy een opsporingsvergunning aangevraagd voor onze regio voor geothermie. Deze aanvraag maakt onderdeel uit van een onderzoek naar de mogelijkheden van een warmtenet op hogere temperaturen (>70 °C) vanuit meerdere geothermiebronnen, die ook dieper gaan dan reguliere geothermiebronnen (zogenaamde ultradiepe geothermie). Larderel kijkt hiervoor allereerst naar Eemnes, maar als de resultaten gunstig zijn, komt uitbreiding naar de regio Gooi en Vechtstreek in beeld. Omdat de potentie van dit warmtenet nu nog onzeker is, is geothermie in combinatie met een regionaal warmtenet nog niet als concrete kans (tot 2030) in deze Transitievisie Warmte meegenomen. Op langere termijn kan deze optie niettemin interessant zijn. De uitkomsten van zowel het SCAN-programma als het onderzoek door Larderel worden dan ook met belangstelling gevolgd.
Individuele warmtepompen Warmtepompen gebruiken warmte uit de lucht of de ondiepe bodem om de woning te verwarmen. Deze warmte wordt via elektriciteit geschikt gemaakt voor verwarming. Warmte uit de lucht en ondiepe bodem zijn altijd aanwezig en de elektriciteit komt uit het nationale elektriciteitsnet. Wanneer veel woningen gebruik maken van elektrische warmtepompen, moet het elektriciteitsnet mogelijk worden verzwaard. Om deze reden is netbeheerder Liander betrokken bij het opstellen van deze visie. Groengas en waterstof Een hr-ketel en hybride warmtepomp gebruiken gas als warmtebron. Nu is dat nog aardgas, maar om duurzaam te worden, stappen we in de toekomst mogelijk over naar hernieuwbaar gas, zoals groengas en waterstof. Tot en met 2030 is het nog erg onzeker hoeveel hernieuwbaar gas er beschikbaar zal zijn en voor wie. Op de korte termijn is hernieuwbaar gas daarom nog niet beschikbaar als duurzame warmtebron. Zie hierover ook nog Bijlage 4.
Hoofdstuk 4 - Route naar 2050 Volgens de in Hoofdstuk 2 benoemde uitgangspunten en met de verwachting dat de randvoorwaarden tijdig worden ingevuld, gaan we in Laren aan de slag zodat in 2050 uiteindelijk alle gebouwen in de gemeente gebruik maken van volledig duurzame energie om te koken en verwarmen. Dit hoofdstuk beschrijft de route waarlangs we dit voor elkaar willen krijgen. Tot aan 2030 voorzien we dat nog er geen volledige buurten van het aardgas af worden gesloten. Dat ligt in het verlengde van het uitgangspunt dat we ook nog niet mensen willen verplichten om maatregelen te treffen. Deze jaren zullen dus eerst in het teken staan van verdere verkenningen in buurten die interessant lijken om als eerste aan de slag te gaan. Daarnaast gaan we aan de slag met verdere energiebesparing en het stimuleren van onze inwoners om zelf al maatregelen te treffen op natuurlijke momenten. Ondanks dat is vastgesteld om pas vanaf 2026 te starten met de verkenningsbuurten en mogelijk al te beginnen met het maken van Wijkuitvoeringsplannen, willen we in de visie wel laten zien wat volgens de inzichten -op dit moment in de tijd- de meest waarschijnlijke manier is waarop buurten zonder aardgas verwarmd kunnen worden. Deze analyse wordt in paragraaf 4.2. gepresenteerd. In 2026 zal een herijking van deze inzichten plaatsvinden.
Paragraaf 4.1 bevat de daadwerkelijke opgave: hoe ziet de gemeente Laren de opgave tot aan 2050?
wel het geval zal zijn. Dan hebben we meer ervaring opgedaan, zijn technieken verder ontwikkeld en is er meer duidelijk over de kosten en baten van alle oplossingen. We gaan daarom in Laren uit van een tijdspad waarin we de komende jaren nog geen woningen van het aardgas halen en hierna gaandeweg steeds verder versnellen om uiteindelijk het doel van 2050 aardgasvrij te halen.
In de kadernotie is vastgesteld dat gemeente Laren niet uitgaat van een ‘snelle start’, maar voor een exponentieel tijdspad. Hieronder in figuur 5 is het exponentieel tijdspad uitgebeeld voor het aantal woningen voor Laren.
4.1 De opgave
De gemeente Laren heeft als doelstelling om in 2050 aardgasvrij te zijn, conform landelijk beleid. De gemeente Laren kent ongeveer 5.300 woningen en 700 utiliteitsgebouwen. Dat betekent dat er vanaf nu ieder jaar zo’n 190 woningen en 25 utiliteitsgebouwen over moeten op volledig schone energie om deze doelstelling te behalen. Dit tempo is in de komende jaren nog niet haalbaar. Wij gaan er in deze visie van uit dat het later
Figuur 5 – Aantal woningen over op schone energie
15 | Transitievisie Warmte Gemeente Laren
Gemeente Laren
Transitievisie Warmte Gemeente Laren
Figuur 6 – Voorkeursoplossing Laren
Afhankelijk van de uiteindelijke warmtetechnieken zullen woningeigenaren hun woning zo moeten isoleren dat zij hun woning kunnen verwarmen met water van 50 graden (zodat zij gebruik kunnen maken van een elektrische warmtepomp) of isoleren waar mogelijk op natuurlijke momenten indien zij kunnen blijven vertrouwen op hun gasaansluiting. Los van deze oplossing levert dit voor deze buurten in Laren een besparing op de warmtevraag van 34-38%.7
Verduurzamen
Isoleren
leren
Hybride warmtepomp
De piek van het aardgasvrij maken zal rond de tweede helft van 2040 liggen met ruim 1500 woningen die dat jaar van het aardgas af zullen gaan4. Tot en met 2030 zal jaarlijks een handjevol woningen aardgasvrij gemaakt worden, na 2032 wordt de opgave het grootst. Dan zullen jaarlijks een paar honderd woningen van het aardgas af moeten gaan. Het zwaartepunt van de opgave ligt in het tweede helft van de jaren 2030.
Zonnepanelen
warmteoplossing per buurt is een veelheid aan data gebruikt. Deze data is afkomstig uit het rekenmodel van het Planbureau voor de Leefomgeving (de Startanalyse (https:// themasites.pbl.nl/leidraad-warmte/2020/), aangevuld met lokale gegevens en inzichten.5
De warmteoplossingen zijn zeker nog niet definitief. Het is een voorlopig eindbeeld van 2050. Het voorlopige beeld van restwarmte, de warmteoplossing noemen we de Ondanks dat dit figuur een ideaal beeld Geothermie, industriële voorkeursoplossing. schetst, en dat het niet vaststaat dat in de lokale restwarmte, aquathermie Hierbij is rekening gehouden met de eigenschappen van de praktijk de woningen volgens deze curve woningen (isolatieniveau en warmtevraag) aardgasvrij worden gerealiseerd, geeft het en welke warmtebronnen op dit moment wel een goede indicatie van de opgave. beschikbaar zijn. De voorkeursoplossingen Stel, we gaan in 2031 starten met een worden pas definitief na uitvoerig en collectieve oplossing voor een bepaalde specifiek onderzoek per wijk, buurt, of wijk, dan zullen in de jaren daarvoor de gebied, en in nauwe samenspraak met wijkuitvoeringsplannen gereed moeten zijn. bewoners.
Warmtenetten
4.2 Kansrijke warmtevoorziening per buurt Als eerste stap in onze route naar 2050 is een analyse uitgevoerd naar de mogelijke warmteoplossingen per buurt. Alle woningen en gebouwen moeten voor 2050 op enig moment de overstap maken naar een duurzame warmteoplossing met het bijpassende isolatieniveau. Er is onderzocht welke combinatie van warmteoplossing en isolatieniveau geschikt is in iedere buurt. Voor het vaststellen van de
De warmteoplossing die we laten zien op buurtniveau is een gemiddelde van de buurt. Het kan dus bijvoorbeeld zijn dat de warmteoplossing van woningen of straten afwijkt van de rest van de buurt. Dit is voor de huidige fase niet bezwaarlijk omdat het voor nu gaat over de oplossingsrichting voor de grote meerderheid per buurt. In figuur 6 worden de resultaten weergegeven van de voorkeursoplossing op buurtniveau6 in de gemeente Laren.
4 Zie bijlage 7 voor een overzicht van het aantal woningen per jaar. 5 Zie bijlage 3 voor de uitgevoerde data analyse, 6 De buurten volgen de CBS-indeling van 2019. 16 | Transitievisie Warmte Gemeente Laren
Buurten met all-electric als voorkeursoplossing Buurten met hernieuwbaar gas als voorkeursoplossing
Aardgasvrij Voor de buurten: Zwarte Berg, Steenbergen, Omloop, Laren-Centrum, Rijksweg-Noord, Zevenend, Rijksweg-Zuid wordt hernieuwbaar gas als voorlopige Groengas eindoplossing gezien. De komst hiervan is of waterstof nog wel zeer onzeker. Indien hernieuwbaar gas beschikbaar komt, zal dit mogelijk ook niet voor alle wijken in Figuur 6 beschikbaar komen. Mocht in de toekomst geen hernieuwbaar gas beschikbaar komen, dan is een individuele elektrische warmtepomp nu het beschikbare alternatief om aardgasvrij te worden. Gelet op de aanwezige woningisolatie (vaak matig) en (daardoor) de hoge kosten is een individuele warmtepomp op dit moment voor veel woningen in deze buurten niet aantrekkelijk. Tussenoplossingen, zoals hybride warmtepompen en isolatie, zijn mogelijk wel interessant. In hoofdstuk 5 wordt nader ingegaan hoe Laren haar inwoners hierbij wil ondersteunen.
Hernieuwbaar gas
All-electric
In de buurt Postiljon lijkt een all-electric warmteoplossing voorlopig de meest logische voorkeursoplossing. De woningen moeten hiervoor goed worden geïsoleerd. Voor een warmtepomp is een goed isolatieniveau nodig zodat de woning verwarmd kan worden met water van maximaal 50 graden. Gemiddeld levert dit voor deze buurt een besparing op de warmtevraag van 23% (PBL, 2020). In hoofdstuk 5 wordt nader ingegaan hoe Laren haar inwoners hierbij wil ondersteunen.
Luchtwarmtepomp of bodembron Afgezien van bovenstaande voorkeursoplossingen houdt de gemeente Laren in goede samenwerking met de buurgemeente Eemnes ook de recente initiatieven van Larderel Energy rondom geothermie nauwlettend in de gaten. Indien uit een toekomstige proefboring de potentie van geothermie wordt vastgesteld dan zou een warmtenet ook tot de mogelijkheden behoren.
Nader onderzoek naar warmteoplossingen en een gemeentebrede strategie (2022 – 2025)
Met bovenstaande ontwikkelingen in het achterhoofd gaan wij op dit moment nog geen buurten aanwijzen waar we starten met de warmtetransitie. Hiermee zal er voor 2030 geen wijk in Laren volledig van het aardgas zal zijn afgesloten. Bovenstaande oplossingen zijn dan ook indicatief en kunnen mogelijk anders zijn bij de herijking van deze Transitievisie Warmte over vijf jaar. Wel zet de gemeente in op nader onderzoek naar de warmteoplossingen, en de gevolgen van de energietransitie. Ook starten we een gemeentebrede strategie gericht op isolatie. Deze strategie wordt verder toegelicht in Hoofdstuk 5.
Hybride war
Start verkenningsbuurten en opstellen Wijkuitvoeringsplannen (vanaf 2026)
Warmtenett
Geothermie, industriële lokale restwarmte, aq
Vanwege alle eerder genoemde onzekerheden starten wij tot aan de volgende Transitievisie Warmte (in 2026) nog niet met de verkenningsbuurten en Wijkuitvoeringsplannen. Omdat het einddoel van 2050 wel dichterbij komt, zal dit vanaf 2026 wel noodzakelijk zijn. Vanaf dit jaar beginnen we daarom met plannen maken om buurten volledig over te laten stappen op duurzame alternatieven voor aardgas.
Buurten zonder uitkomst De buurt Laren Natuurgebied zijn zeer weinig woningen. Om deze reden valt er op buurtniveau nog geen conclusie te trekken wat voor deze woningen de beoogde voorkeursoplossing is.
7 De getallen voor de besparing op de warmtevraag komen uit de Startanalyse van het PBL (PBL, 2020). In Bijlage 6 is een overzicht opgenomen van welke stappen bewoners van Laren kunnen zetten om deze energiebesparing te realiseren. 17 | Transitievisie Warmte Gemeente Laren
Gemeente Laren
Transitievisie Warmte Gemeente Laren
Tabel 1 – Overzicht van de fasering van de buurten in Laren
BUURT
WARMTEOPLOSSING
VERKENNINGSBUURT / WIJKUITVOERINGSPLAN
Laren-Centrum Omloop Oostereng Postiljon Rijksweg-Noord Rijksweg-Zuid Zevenend Zwarte Berg Laren-Natuurgebied
Groengas of All-electric √ Groengas of All-electric √ Groengas of All-electric √ All-electric Groengas of All-electric √ Groengas of All-electric √ Groengas of All-electric √ Groengas of All-electric √ Te weinig woningen
Buurten die in een natuurlijk tempo volledig overgaan (2022 – 2050)
NATUURLIJK TEMPO
Hoofdstuk 5 – Uitvoeringsstrategie Uit de voorgaande hoofdstukken blijkt dat er verschillende aanpakken en planningen zijn voor de buurten in Laren. Hoe we de komende jaren te werk gaan, beschrijven we in de uitvoeringsstrategie.
√
In de buurten waar een all-electric oplossing waarschijnlijk is, stimuleren wij de woning te isoleren en het gasverbruik te verlagen. Op basis van de huidige inzichten geldt dit voor de buurt Postiljon. Op natuurlijk momenten, zoals bij renovatie, het vervangen van de cv-ketel of een verhuizing kan het interessant zijn om van het aardgas af te stappen of als tussenoplossing een hybride warmtepomp te installeren, waarmee op korte termijn al veel aardgas kan worden bespaard.
Dit hoofdstuk is afgestemd op de kansen en ontwikkelingen die zich voordoen in de verschillende buurten. De uitvoeringsstrategie is opgesplitst in de volgende onderdelen: 1. De wijkaanpak langs drie pijlers 2. Aanpak buurten met natuurlijk tempo 3. Kennisontwikkeling en onderzoek naar hernieuwbaar gas 4. Kennisontwikkeling en onderzoek naar warmtenetten 5. Kennisontwikkeling en onderzoek naar aquathermie 6. Beleid rondom de rol van hybride warmtepompen vaststellen 7. Communicatie
5.1 De wijkaanpak langs drie pijlers
In iedere buurt is het uiteindelijke doel om langs drie pijlers de buurten aardgasvrij te maken. Deze zijn als volgt: 1. Warmtevraag beperken De energievraag gaan we in de gebouwde omgeving omlaag brengen door te isoleren. Ook beperken we de energievraag door over te stappen op zuinige, elektrische apparaten. 2. Bronnen verduurzamen We bieden ruimte voor de productie van duurzame elektriciteit en warmte uit duurzame bronnen voor de gebouwde omgeving. Het verbruik van bestaande fossiele brandstoffen vervangen we door duurzame bronnen. 3. Infrastructuur aanpassen In een aantal buurten vraagt het aanpassen naar andere manieren van verwarmen om aanpassingen van de energieinfrastructuur. Denk hierbij aan zowel de aanleg van
18 | Transitievisie Warmte Gemeente Laren
hybride en / of nieuwe systemen alsmede het afbouwen van het aardgasnet. Aanpassing of uitbreiding van de infrastructuur is afhankelijk van de warmteoplossing in een buurt en gaat over: • Verzwaring van het elektriciteitsnet. Dit is het geval als (een deel van) een buurt elektrisch gaat verwarmen met individuele warmtepompen of een centraal laagtemperatuurnet. • Aanleg van een collectief warmtenet. Dit kan een lokaal warmtenet zijn op buurt of wijkniveau met gebruik van een lokale
warmtebron en / of uitbreiding van het bestaande stadsverwarmingsnet. • Aanpassing van het gasnet om gebruik te kunnen maken van groen gas en / of waterstof.
19 | Transitievisie Warmte Gemeente Laren
Gemeente Laren
Wanneer een buurt in aanmerking komt voor een Wijkuitvoeringsplan (WUP), worden de drie pijlers geïntegreerd in een aanpak. Indien een buurt nog niet zo ver is voor een WUP, dan wordt de focus gelegd op de eerste pijler, het beperken van de warmtevraag.
5.2 De buurtgerichte aanpak
Voor buurten waar bewoners aangewezen zijn op een individuele oplossing, zoals all electric, willen we woningeigenaren helpen optimaal gebruik te maken van logische momenten die aansluiten op benodigd onderhoud of wijzigingen in de woonsituatie. Denk aan verhuizing, vervanging van de CV-ketel en grote verbouwingen. Dit zijn goede momenten om woningen klaar te maken voor een toekomst zonder aardgas.
Transitievisie Warmte Gemeente Laren
De energiecoöperaties hebben als belangrijke taak de vraagkant te activeren door onder andere: • bewustwording bij en participatie van huiseigenaren te bevorderen; • daarvoor activiteiten te organiseren zoals bewonersavonden; • energiecoaches op te leiden en energiecoachgesprekken te voeren met huiseigenaren; • collectieve inkoopacties te organiseren. Als er sprake is van maatwerkadvies dan zullen energiecoöperaties voor technische advisering en ondersteuning doorverwijzen naar het Duurzaam Bouwloket. Lokale afspraken tussen gemeente en de energiecoöperatie ondersteunen deze rolverdeling en ketensamenwerking.
Aan de vraagkant is de energiecoöperatie en het Duurzaam Bouwloket het startpunt voor huiseigenaren voor vragen over duurzaamheidsmaatregelen. Het Energiedienstenbedrijf stimuleert en optimaliseert de ketensamenwerking. Ook organiseert zij de aanbodkant samen met regionale bouw- en installatiebedrijven. Dat gebeurt in de vorm van bouwcoalities die specifieke totaal concepten ontwikkelen voor het verduurzamen van woningen, inclusief energieprestatiegarantie.
Er zijn meerdere faciliteiten ter ondersteuning beschikbaar: • Duurzaam Bouwloket Energieloket voor advies en vragen. Dit is een algemeen loket waar bewoners en VVE’s terecht kunnen met vragen, en waar initiatieven zich kunnen melden die hier ondersteuning bij willen. Bewoners kunnen hier telefonisch of online terecht voor advies over gunstige oplossingen voor hun woning en om meer te weten te komen over financiering-/ subsidiemogelijkheden.
Wethouder Stam gaf, samen met woningbouwcorporatie het Gooi en Omstreken, in september 2020 het startsein voor verduurzaming sociale woningen.
• Beperken warmtevraag: Gerichte aanpak vooroorlogse woningen In samenwerking met Duurzaam Bouwloket en energiecoöperatie de Hut van Mie wordt eind 2021 en begin 2022 een doelgroepenaanpak uitgevoerd. Het gaat hier om bewoners van een vooroorlogse woning in Laren (< jaren 50) die hun warmtevraag willen gaan beperken. Voor de woningen uit deze bouwperiode wordt een speciaal stappenplan ontwikkeld die door de bewoners als leidraad kan worden aangehouden bij het energiezuinig, comfortabel en aardgasvrij maken van hun
20 | Transitievisie Warmte Gemeente Laren
woning. Dit stappenplan wordt op maat gemaakt, naar de look-and-feel van de gemeente, met afbeeldingen van lokale woningen. Dit stappenplan wordt vervolgens gepresenteerd aan de bewoners tijdens een informatieavond (digitaal of fysiek) en in brochurevorm (op de projectpagina van Duurzaam Bouwloket). Na afloop van de avond kunnen bewoners zich inschrijven voor een adviesgesprek aan huis of telefonisch, waarin de adviseurs van Duurzaam Bouwloket en/of Hut van Mie maatwerkadvies geven gericht op de woonsituatie van de bewoners. Om ervoor te zorgen dat bewoners aan de slag gaan nadat zij geïnformeerd zijn, wordt tevens een inkoopactie georganiseerd. • S pecifieke aanpak voor monumenten Laren kent veel monumentale woningen en andere historisch beschermde objecten. Het is ingewikkeld deze vergaand te verduurzamen en over te stappen op een nieuwe warmtevoorziening, zonder afbreuk te doen aan de monumentale en cultuurhistorische waarde. Samen met de organisatie Groene Grachten is een typische referentie woning ontwikkeld die veel voorkomt in de regio Gooi en Vechtstreek. Monumenteneigenaren kunnen naar de website http:// degroenemenukaart.nl /landelijk/villa gaan om inzicht te krijgen in de te nemen maatregelen. • S limme verwijzingen Er zijn nog veel meer informatiepunten, zoals landelijke en regionale online energieloketten en informatieservices.
Denk aan milieucentraal.nl, JouwHuisSlimmer.nl, etc.
5.3. Kennisontwikkeling en onderzoek naar hernieuwbaar gas: groen gas en waterstof
Uit de kaart met voorkeursoplossingen is gebleken dat in Laren hernieuwbaar gas als een van de warmteoplossingen naar voren komt. Gas dat wordt opgewekt uit hernieuwbare bronnen noemen we hernieuwbare gassen. Hernieuwbare bronnen zijn natuurlijke bronnen die constant worden aangevuld. Voorbeelden zijn: wind, waterkracht, zon, bodem, buitenluchtwarmte en biogrondstoffen. Anders dan fossiele brandstoffen raken deze hernieuwbare grondstoffen niet op. e potentie van groen gas en waterstof D vaststellen voor de gebouwde omgeving Groen gas kan een duurzaam alternatief zijn voor aardgas. De productie van groen gas is alleen nu nog klein om de gebouwde omgeving te voorzien van voldoende leveringen. Volgens het ExpertiseCentrum Warmte (ECW) is de productie de laatste jaren minder gegroeid dan verwacht, omdat projecten moeilijk tot stand komen. De groengassector is de komende jaren afhankelijk van de mate waarin nieuwe technologieën ook daadwerkelijk commercieel opgeschaald kunnen worden. Routekaart Groen Gas monitoren Om de potentie van groen gas vast te stellen zullen we de routekaart van groen gas blijven monitoren. Op 30 maart 2020 heeft de toenmalige minister Wiebes van Economische Zaken en Klimaat de Routekaart Groen Gas gepresenteerd. Hierin beschreef Wiebes nut en noodzaak van de opschaling van de groengasproductie om de klimaatdoelstellingen te halen.
Voor het behalen van de ambitie om de productie van groen gas op te schalen van ca. 144 miljoen m3 in 2020 naar 2 BCM groen gas in 2030 speelt innovatie een sleutelrol; nog niet alle innovaties zijn zo ver ontwikkeld en/of geïmplementeerd dat de benodigde opschaling mogelijk is en de kostprijs van
GROEN GAS Groen gas is (bio)gas dat kan worden geproduceerd uit organische reststoffen zoals groente- fruit- en tuinafval (GFT) of mest. Zodra dat het geval is wordt het groen gas genoemd. Het is dan droog, ontdaan van verontreinigingen en bestaat dan voor zo’n 90% uit methaan. Groen gas kan via het aardgasnet worden getransporteerd. Het groene gas moet wel aan bepaalde eisen voldoen om aan ons gasnet geleverd te mogen worden.
(GROENE) WATERSTOF Ook zonder biogrondstoffen kan hernieuwbaar gas gemaakt worden, de energie komt dan uit groene elektriciteit van bijvoorbeeld wind- en zonneparken. Een electrolyser gebruikt elektriciteit om water te splitsen in zuurstof en waterstof. Als de gebruikte elektriciteit groen is mag het waterstof ook groen genoemd worden.
groen gas kan dalen. Wiebes benoemt een aantal beleidsmaatregelen en focuspunten om deze opschaling te faciliteren: •H et Rijk gaat de opschaling van de productie van groen gas met een financieel stimuleringspakket stimuleren (om zo de onrendabele top op te vangen); • Vergunbare locaties voor productie en opslag van groen gas (en waterstof) zijn een probleem. Er zal een onderzoek worden verricht naar geschikte locaties, waarbij naast de aardgasinfrastructuur ook de rioolwaterzuiveringen (rwzi’s) van de waterschappen worden betrokken; • Er wordt vooral ingezet op innovaties (superkritische vergassing), vergisting en op landelijke arrangementen, zoals invoeding van het groen gas in het hoofdnet met mogelijke bijmengverplichting.
Kabinetsvisie Waterstof monitoren De kabinetsvisie uit 2020 meldt dat CO2vrije gassen, waaronder waterstof essentieel zijn voor een duurzaam energiesysteem dat betrouwbaar, schoon, betaalbaar, veilig, en ruimtelijk inpasbaar is. De visie wijst op de unieke uitgangspositie van Nederland alhier en de stevige ambitie voor waterstof in het Klimaatakkoord. Waterstof schept nieuwe banen, verbetert de luchtkwaliteit en is essentieel voor de energietransitie. Het kabinet wil toewerken naar een gezamenlijke publieke private samenwerking die past in de recente Groeistrategie voor Nederland en met prioriteit voor de industrie. De kabinetsvisie geeft het belang van waterstof door een beleidsagenda te presenteren en randvoorwaarden te scheppen om zo projecten van de grond te krijgen. Echter, het is nog zeer de vraag of de toekomstige (groene) waterstof beschikbaar zal worden gesteld aan de gebouwde omgeving. Als er al waterstof voor ruimteverwarming zal wordt gebruikt, dan uitsluitend voor woningen en gebouwen waar andere opties niet toepasbaar zijn. Veel maatschappelijke organisaties en kennis instellingen pleiten voor een beperking van het aantal experimenten met
21 | Transitievisie Warmte Gemeente Laren
Gemeente Laren
Transitievisie Warmte Gemeente Laren
of de ontwikkeling van een zonthermieveld haalbaar is.
waterstof of groengas tot enkel de wijken waar een warmtenet of elektrificatie echt geen optie is. De komende jaren worden de acties en pilotprojecten rondom waterstof en groen gas nauwlettend gevolgd. In de volgende TVW (2026) zal een update worden gegeven over de inzetbaarheid van waterstof en groengas na 2030.
5.4. Kennisontwikkeling en onderzoek naar collectieve oplossingen
Uit de kaart met voorkeursoplossingen is gebleken dat in Laren een collectieve warmteoplossing, zoals een warmtenet, niet als een van de vooraanstaande opties naar voren komt. In lijn met de visie wordt wel naar de mogelijkheden van een warmtenet onderzoek gedaan. Hieraan gekoppeld is uiteraard het onderzoek naar warmtebronnen als geothermie en de ontwikkeling van een eigen zonthermieveld. Om kennis te ontwikkelen op het gebied van warmtenetten en inzicht te krijgen in de potentie, wordt in deze periode van de Transitievisie Warmte ingezet op de volgende activiteiten: 1. Kennisontwikkeling warmtenetten en Warmtewet In algemene zin is het noodzakelijk om technische en juridische kennis over warmtenetten en de toekomstige nieuwe Warmtewet 2.0 te ontwikkelen. Dit is een nieuwe taak voor de gemeente. 2. Positie gemeente bij warmtenetten bepalen Het aanleggen en exploiteren van warmtenetten ligt als taak en verantwoordelijkheid bij een warmtebedrijf. Van warmtebedrijven mag worden verwacht dat zij draagvlak organiseren voor de door hen aangeboden oplossing. Er zijn momenteel geen warmtebedrijven in Laren actief (de gemeente kent nog