CConstaterende datlaren
Koppel je AI →
Document · PDF

20211124Rvs68 Bestemmingsplan en beeldkwaliteitsplan Ligweide BIJLAGE bijlagen bij de toelichting

Gemeenteraad 24 november 2021, gemeente larenBij agendapunt: Vaststelling bp Ligweide21.513 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Type onderzoek: bureauonderzoek Uitvoerder: RAAP Archeologisch Adviesbureau Datum: 23-11-2012 Resultaat: geen vervolgonderzoek

4631315100

300 meter ten zuidoosten van het plangebied te Eemnes Gemeente Eemnes Coördinaat: 145264/473885

2042352100 (5412)

300 meter ten oosten van het plangebied Eemland Gemeentes Eemnes, Bunschoten, Amersfoort, Baarn en Soest Coördinaat: 152354/470394 400 meter ten westen van het plangebied te Laren Gemeente Laren Coördinaat: 144616/474085 450 meter ten noordoosten van het plangebied te Eemnes Gemeente Eemnes Coördinaat: 145466/474424

4772118100

4744984100

45 Nales, 2018. 46 Visscher, 1991.

Rapport 15591.001 versie 1

Type onderzoek: archeologische begeleiding Uitvoerder: Transect Datum: 12-5-2020 Resultaat: Er is een vlak aangelegd in de top van de C horizont. Op sommige plekken was een restant van de B horizont aanwezig. Deze is laagsgewijs verwijderd en geschaafd om eventuele fragmenten vuursteen op te sporen. Dit is niet aangetroffen. Wel zijn 1 (sub)recente greppel aangetroffen en 9 paalsporen, waarschijnlijk te dateren in de prehistorie. Opvallend is dat de palen een rij lijken te vormen die schuin door de werkput loopt. Onduidelijk of dit bij een structuur hoort, maar de mogelijkheid lijkt aanwezig. Waarschijnlijk echter geen gebouwstructuur, daarvoor zijn de palen te klein en is de afstand te groot. Op ca. 180 cm onder de top van de C-horizont is een duidelijk bruine laag te onderscheiden, bestaande uit matig siltig donkerbruin zand, zeer fijn en goed gesorteerd, met een matig tot sterke humusbijmenging. Mogelijk betreft dit de laag van Usselo of een laag uit het Eemien. Type onderzoek: booronderzoek Uitvoerder: Transect Datum: 6-8-2018 Resultaat: Op basis van het veldonderzoek is vastgesteld dat het plangebied in een dekzandvlakte ligt, waarbinnen weinig reliëf aanwezig is. In de top van het dekzand heeft zich gedurende het Holoceen oorspronkelijk een veldpodzolgrond kunnen ontwikkelen, met daarbovenop een plaggendek.

Het veldonderzoek heeft uitgewezen dat de oorspronkelijke bodemopbouw in delen van het plangebied grotendeels intact is gebleven. In de rest van het plangebied is de top van het dekzand wel verploegd dan wel aangetast geraakt. Karterend booronderzoek geadviseerd.45 Type onderzoek: booronderzoek Uitvoerder: RAAP Archeologisch Adviesbureau Datum: 1-11-1988 Resultaat: grootschalig booronderzoek en oppervlaktekartering, geen vindplaatsen binnen huidige onderzoeksgebied46 Type onderzoek: booronderzoek Uitvoerder: Hamaland Advies vof Datum: 4-3-2020 Resultaat: verstoorde bodem, geen archeologische vindplaats aangetroffen Type onderzoek: booronderzoek Uitvoerder: Transect Datum: 1-10-2019 Resultaat: onbekend in Archis

Bijlage 3

Bewoningsgeschiedenis van Nederland

Als aanvullende informatie wordt hieronder een algemene ontwikkeling van de bewoningsgeschiedenis van Nederland weergegeven. Paleolithicum (tot circa 8800 v. Chr.) De vroegste bewoningssporen in Nederland uit deze periode dateren uit de voorlaatste ijstijd, circa 300.000-130.000 jaar geleden. Waarschijnlijk hebben in de koudste fasen van de ijstijden in Nederland geen mensen geleefd. Daarentegen was bewoning in de warmere perioden wel mogelijk. De mensen die hier toen leefden trokken als jagers/vissers/verzamelaars rond in kleine groepen en maakten gebruik van tijdelijke kampementen. Veranderingen in het klimaat zorgden voor een veranderende flora en fauna. Tijdens de koude perioden bestond het groot wild onder meer uit rendieren, mammoeten, paarden en steppewisenten. Vooral op paarden en rendieren werd in het LaatPaleolithicum intensief jacht gemaakt. Tijdens de warmere perioden werd er onder andere op herten, wilde zwijnen en oerossen gejaagd. Mesolithicum (circa 8800-4900 v. Chr.) Rond de overgang van het Pleistoceen naar het Holoceen (circa 9000 v. Chr.) verbeterde het klimaat voor een langdurige periode. De gemiddelde temperatuur steeg, waardoor de variatie in flora en fauna (o.a. bosontwikkeling) toenam. De mens kreeg nu de mogelijkheid om meer gevarieerd te eten: vruchten en andere eetbare gewassen stonden nu vaker op het menu.

Doordat de temperatuur steeg, trok het groot wild (met name rendieren) naar het noorden, en maakte plaats voor meer territoriumgebonden klein wild, vogels en vissen. Door deze veranderende leefomstandigheden werd de jachttechniek aangepast. De vuursteen bewerkingstechniek hield met deze ontwikkeling gelijke tred. Er werden kleine vuursteenspitsen vervaardigd die als pijl- en harpoenpunt werden gebruikt. Met de stijging van de temperatuur begon het landijs te smelten en de zeespiegel te stijgen. Het tot dan toe droge Noordzee-Bekken kwam onder water te staan. De groepen jagers/vissers/verzamelaars wisselden nog wel van locatie maar exploiteerden kleinere gebieden. In het voorjaar viste men in de rivieren, tijdens de zomer leefde men voornamelijk langs de kust, waar naast vis en schaaldieren ook zeehonden als voedselbron dienden. In de herfst verzamelde men noten en vruchten, terwijl in de winter op onder meer pelsdieren werd gejaagd. Neolithicum (circa 5300-2000 v. Chr.) Aan het begin van deze periode gingen het jagen, vissen en verzamelen een steeds minder belangrijke rol spelen. Men ging nu zelf cultuurgewassen telen en dieren houden bij het kamp.

Uit vondsten valt af te leiden dat het om twee groepen mensen gaat, enerzijds kolonisten met een vrijwel agrarische levenswijze, anderzijds om de autochtone mesolitische bevolking die een halfagrarische levensstijl erop na gaat houden. Deze verandering ging gepaard met enkele technologische en sociale vernieuwingen zoals: het wonen op een vaste plek in een huis, het gebruik van vaatwerk van (gebakken) klei en de introductie van geslepen stenen dissels en bijlen. De bevolking groeide nu gestaag, mede door de productie van overschotten. Uit het Neolithicum zijn verschillende nu nog zichtbare grafmonumenten bekend, te weten grafkelders, hunebedden en grafheuvels. Bronstijd (circa 2000-800 v. Chr.) Het begin van dit tijdvak valt samen met het eerste gebruik van bronzen voorwerpen zoals bijlen. Vuurstenen werktuigen bleven, zij het minder, in gebruik. Het aardewerk uit deze periode is over het algemeen tamelijk zeldzaam. Vuursteenmateriaal uit de Bronstijd is meestal niet goed te onderscheiden van dat uit andere perioden. Lange tijd bleven bronzen voorwerpen zeer schaars binnen Nederlands grondgebied. Door het van nature ontbreken van de benodigde grondstoffen moest het brons worden geïmporteerd en ontstonden er handelscontacten over langere afstanden. Eén en ander had

Rapport 15591.001 versie 1

wel tot gevolg dat er binnen de bevolking grotere verschillen ontstonden door verschillen op basis van bezit. De grafheuveltraditie, die tijdens het Neolithicum haar intrede deed, werd in eerste instantie voortgezet, maar rond 1200 v. Chr. vervangen door begravingen in urnenvelden. Het gaat hier om ingegraven urnen met crematieresten waar overheen kleine heuveltjes werden opgeworpen, omgeven door een greppel. Een Kopertijd voorafgaand aan de Bronstijd wordt in Noordwest-Europa niet onderscheiden, in tegenstelling tot bijvoorbeeld het Middellandse Zeegebied. Wel zijn uit het LaatNeolithicum koperen voorwerpen bekend. IJzertijd (circa 800-12 v. Chr.) In deze periode werden voor het eerst ijzeren voorwerpen vervaardigd. Voor de productie van werktuigen en wapens werd brons vervangen door ijzer. Er ontstond een inheemse ijzerproductie. Het gebruik van vuursteen voor het vervaardigen van werktuigen duurde nog in beperkte mate voort. Ten opzichte van de Bronstijd traden er in de aardewerktraditie geen radicale veranderingen op. Evenals in het Neolithicum en de Bronstijd woonden de mensen in verspreid liggende hoeven ('Einzelhöfe') of in nederzettingen bestaande uit maar enkele huizen; deze werden in een beperkt gebied nogal eens verplaatst. Op de hogere zandgronden ontstonden uitgebreide omwalde akkercomplexen ('Celtic fields').

Opvallend zijn de verschillen in materiële welstand (bezit van metalen voorwerpen), die mogelijk op sociale ongelijkheid duiden. In de zogenaamde vorstengraven uit Zuid Nederland, met daarin luxe, geïmporteerde bijgaven, zijn vermoedelijk lokale of regionale autoriteiten begraven. De meeste begravingen vonden nog immer plaats in urnenvelden. Tijdens de IJzertijd werd het Friese kustgebied gekoloniseerd en ontstonden de eerste terpen. Romeinse tijd (circa 12 v. Chr. - 450 n. Chr.) Met de komst van de Romeinen eindigt de prehistorie en begint de geschreven geschiedenis. Aangezien de schriftelijke bronnen slechts een zeer fragmentarisch beeld schetsen, is men toch nog in belangrijke mate aangewezen op de archeologie als informatiebron. Een tijd lang diende het Nederlandse rivierengebied als uitvalsbasis voor veldtochten in het noorden van Germanië. In 47 n. Chr. werd de Rijn definitief als Romeinse rijksgrens ingesteld. Ter controle en verdediging van deze zogenaamde 'limes' werden langs de Rijn, tot diep in Duitsland, 'castella' (militaire forten) gebouwd. De inheemse manier van leven handhaafde zich nog lange tijd. Wel werd, vooral na de opstand van de Bataven tegen de Romeinse overheersers in 69-70 n. Chr., de Romeinse invloed steeds duidelijker.

In veel inheems-Romeinse nederzettingen was bijvoorbeeld, naast het eigen handgevormde aardewerk, Romeins importaardewerk in gebruik, dat op de draaischijf was vervaardigd. Er werden, vooral in Limburg, grootse villa's (Romeinse herenboerderijen) gebouwd, hetzij nieuw gesticht, hetzij ontwikkeld vanuit een bestaande inheemse nederzetting. De Romeinen legden een voor die tijd al uitgebreide infrastructuur aan, waardoor het gebied steeds beter werd ontsloten. Op verschillende plaatsen ontstonden aanzienlijke nederzettingen, waarvan er enkele met een stedelijk karakter (zoals Nijmegen). De inheemse bevolking, ten noorden van de Limes, werd niet zo sterk beïnvloed door de Romeinse aanwezigheid. Er was wel sprake van handelscontacten en het uitwisselen van geschenken. In de tweede helft van de derde eeuw ontstond, onder meer door invallen van Germaanse stammen, een instabiele situatie die met korte onderbrekingen voortduurde tot in de vijfde eeuw. Uiteindelijk leidde dit in het jaar 406 tot de definitieve ineenstorting van de grensverdediging langs de Rijn. Middeleeuwen (circa 450-1500 n. Chr.) Over de Vroege-Middeleeuwen, vooral over het tijdvak 450-600 n. Chr., is relatief weinig bekend. Zowel historische bronnen als archeologische overblijfselen zijn schaars. De bevolkingsomvang was ten opzichte van de voorafgaande periode sterk afgenomen.

De marktgerichte economie verdween en de mensen vielen terug op zelfvoorziening. De politieke macht was na het wegvallen van de Ro-

Rapport 15591.001 versie 1

meinse staatsorganisatie in handen gekomen van regionale en lokale hoofdlieden. Een gezaghebbende status was nu vooral gebaseerd op militair succes en materiële welstand. Deze instabiele periode wordt ook wel aangeduid als de 'tijd van de volksverhuizingen'. Vanaf de 10e – 11e eeuw wordt een overheersende positie van de al dan niet adellijke grootgrondbezitters waargenomen. Dit vertaalt zich in nieuwe nederzettingsvormen als mottes, kastelen en versterkte hoeven. In verband met de aanhoudende bevolkingsgroei, en mede dankzij gunstige klimatologische omstandigheden, werd een begin gemaakt met het ontginnen van woeste gronden als bos, heide en veen. Veel van de huidige dorpen en steden dateren uit deze periode. Door de aanleg van dijken en kaden werden laaggelegen gebieden beschermd tegen wateroverlast. De heersende rivaliteit tussen de vorsten leidde, in combinatie met een zwak centraal gezag, veelvuldig tot lokaal geweld, waarvan de bevolking vaak het slachtoffer werd. Door het aanleggen van burgen, schansen, landweren en wallen trachtte men zich te beveiligen. Nieuwe tijd (1500-heden) De Nieuwe tijd kenmerkt zich door een groot aantal veranderingen vooral op het gebied van mens- en wereldbeeld. Er is sprake van een Europese overzeese expansie wat leidt tot handelscontacten, handelskapitalisme en het begin van een wereldeconomie.

Er ontstaat een nieuwe wetenschappelijke belangstelling die resulteert in vele uitvindingen. Deze uitvindingen vormen de motor van de industriele revolutie. Er ontstaat een nationale staat die centraal bestuurd wordt. Als gevolg van deze ontwikkelingen neemt het belang en de omvang van steden toe en neemt de macht van adel af. Het grootste deel van de bevolking is niet meer werkzaam en woonachtig op het platteland maar in de steden. In verband met de aanhoudende bevolkingsgroei worden aan het eind van de 19e tot het begin van de 20e eeuw op grote schaal woeste gronden gecultiveerd. Door de industriële revolutie komen steeds meer producten beschikbaar voor steeds meer mensen waardoor de welvaart stijgt. In de Nieuwe tijd vindt er eveneens een hernieuwde oriëntatie op het erfgoed van de klassieke Oudheid plaats, wat zich tot in het begin van de 20e eeuw uit in de kunsten.

Rapport 15591.001 versie 1

Bijlage 4

AMZ-cyclus

Het AMZ-proces Archeologisch onderzoek in Nederland wordt in het algemeen uitgevoerd binnen het kader van de Archeologische Monumentenzorg (AMZ). Het gehele traject van de AMZ omvat een aantal stappen die elkaar kunnen opvolgen, afhankelijk van het resultaat van de voorgaande stappen. Om inhoudelijke, prijs- en planningstechnische redenen kan er soms voor gekozen worden om bepaalde stappen gelijktijdig uit te voeren. Bovendien kan, indien reeds voldoende gegevens bekend zijn, een stap worden overgeslagen. Elke stap eindigt met een rapport met daarin een advies voor de vervolgstappen. Na elke stap wordt er een besluit genomen door de bevoegde overheid, gemeente, provincie of de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, op basis van de resultaten van het archeologisch onderzoek. Indien na een bepaalde stap blijkt dat geen nader vervolgonderzoek nodig is, wordt het archeologisch onderzoek afgesloten. Ook kan de bevoegde overheid besluiten dat een vindplaats van zo groot belang is, dat deze in situ behouden moet worden. Dan dienen de archeologische resten in de grond beschermd te worden door planaanpassing of planinpassing. Het begint met het bepalen van de onderzoeksplicht. Gemeentelijke, provinciale en landelijke archeologische waardenkaarten geven aan of het plangebied in een gebied ligt met een archeologische verwachting.

Indien dit het geval is, dan zal er in het kader van de planprocedure onderzoek verricht moeten worden om te bepalen of er archeologische waarden binnen het plangebied aanwezig zijn. Hiermee start de zogenaamde AMZ-cyclus (zie schema). De eerste fase: Bureauonderzoek Elk archeologisch onderzoek begint met een bureauonderzoek. Dit heeft tot doel het verwerven van informatie, aan de hand van bestaande bronnen, over bekende of verwachte archeologische waarden, binnen het plangebied om tot een gespecificeerd verwachtingsmodel te komen, op basis waarvan een beslissing genomen kan worden ten aanzien van een eventuele vervolgstap. De tweede fase: Inventariserend VeldOnderzoek (IVO) Het doel van een IVO is het aanvullen en toetsen van het gespecificeerde verwachtingsmodel. Het IVO moet informatie geven over de aan- of afwezigheid, de aard, het karakter, de omvang, de datering, de gaafheid, de conservering en de inhoudelijke kwaliteit van de archeologische waarden. Inventariserend Veldonderzoek; Booronderzoek en Veldkartering Door een booronderzoek kan er een goede inschatting gemaakt worden van de kans op archeologische waarden (grondsporen en daarmee samenhangende voorwerpen). Bij het booronderzoek is een onderscheid aangebracht in een verkennende, karterende en waarderende fase.

De verkennende fase heeft tot doel inzicht te krijgen in de vormeenheden van het landschap, voor zover deze van invloed zijn op de locatiekeuze. Op deze manier worden kansarme zones uitgesloten en kansrijke zones geselecteerd voor de volgende fasen. Tijdens de karterende fase wordt het onderzoeksgebied systematisch onderzocht op de aanwezigheid van archeologische vondsten of sporen. De waarderende fase sluit aan op de karterende fase. Het waarnemingsnet kan verdicht worden om de horizontale begrenzing, ligging en omvang van archeologische vindplaatsen vast te stellen. Een veldkartering wordt uitgevoerd wanneer vondsten of sporen aan de oppervlakte worden verwacht en zichtbaar zijn op het moment dat het onderzoek uitgevoerd wordt. Dit type onderzoek bestaat uit het systematisch belopen van het maaiveld van het plangebied.

Rapport 15591.001 versie 1

Inventariserend Veldonderzoek; Proefsleuven Als uit vooronderzoek blijkt dat binnen het plangebied archeologische resten aangetroffen kunnen worden kan de bevoegde overheid beslissen tot een proefsleuvenonderzoek. Proefsleuven zijn lange sleuven van minimaal twee tot vijf meter breed die worden aangelegd in de zones waar in de voorgaande onderzoeksfase aanwijzingen voor vindplaatsen zijn aangetroffen. De KNA schrijft voor dat bij een dergelijk onderzoek minimaal 5% van het te verstoren gebied onderzocht dient te worden. Variant archeologische begeleiding Als het vooronderzoek niet voldoende informatie heeft opgeleverd om de archeologische waarde van de archeologische resten te bepalen en indien proefsleuvenonderzoek door praktische redenen niet uitvoerbaar is, kan besloten worden tot proefsleuven variant archeologische begeleiding van de sloop- of graafwerkzaamheden. Dit betekent dat archeologen bij het graafwerk aanwezig zijn om het werk te volgen en eventuele resten te documenteren. Wanneer tijdens de werkzaamheden vondsten (van hoge archeologische waarde) naar boven komen, die aanleiding geven tot nader onderzoek, kan alsnog besloten worden om tot een opgraving over te gaan.

De derde fase: Opgraven Indien de archeologische resten niet in situ bewaard kunnen blijven, maar wel van belang zijn voor de wetenschap, kan de bevoegde overheid besluiten over te gaan tot een opgraving. Het doel hiervan is volgens de KNA het documenteren van gegevens en het veiligstellen van materiaal van vindplaatsen om daarmee informatie te behouden, die van belang is voor kennisvorming over het verleden. Variant archeologische begeleiding Als het vooronderzoek niet voldoende informatie heeft opgeleverd om de archeologische waarde van de archeologische resten te bepalen, kan besloten worden tot een opgraving variant archeologische begeleiding van de sloop- of graafwerkzaamheden. Dit betekent dat archeologen bij het graafwerk aanwezig zijn om het werk te volgen en eventuele resten te documenteren. Wanneer tijdens de werkzaamheden vondsten (van hoge archeologische waarde) naar boven komen, die aanleiding geven tot nader onderzoek, kan alsnog besloten worden om tot een opgraving over te gaan.

Rapport 15591.001 versie 1

Schema van de Archeologische Monumenten Zorg Vergunningaanvraag/ruimtelijke ontwikkeling ▼ Toetsing aan archeologisch beleid (Gemeente, Provincie, Rijk) ▼ Bureauonderzoek* (verzamelen gegevens en opstellen verwachtingsmodel) ▼ Besluit (door de bevoegde overheid op basis van resultaten) ▼ Inventariserend veldonderzoek* ▼ ▼ Verkennend veldonderzoek ►**** Karterend veldonderzoek Door middel van: Door middel van: - terreininspectie - oppervlaktekartering booronderzoek** - booronderzoek** - proefsleuven*** ▼ ▼***** Besluit (door de bevoegde overheid op basis van resultaten) ▼ Bewezen of hoge kans op de aanwezigheid van archeologie ▼****** Waarderend veldonderzoek door middel van proefsleuven*** (variant begeleiding) ▼ Besluit (door de bevoegde overheid op basis van resultaten) ▼ ▼ Opgraven*** Beschermen Verwijderen van de Bescherming van de archeologische archeologie door resten door archeoplanaanpassing logen (variant begeleiding)

► Vergunningverlening indien geen onderzoek noodzakelijk wordt geacht.

► Bij geen of geringe kans op aanwezigheid van archeologie. Einde onderzoek, vrijgeven voor functie (eventueel met bouwkundige voorwaarden). Ook kan besloten worden over te gaan op het begeleiden van de graafwerkzaamheden door archeologen.***

► Bij geen of geringe kans op aanwezigheid van archeologie. Einde onderzoek, vrijgeven voor functie (eventueel met bouwkundige voorwaarden). Ook kan besloten worden over te gaan op het begeleiden van de graafwerkzaamheden door archeologen.*** ► Bij geen of geringe kans op aanwezigheid van archeologie, wel archeologische waarden aanwezig maar geen vervolgonderzoek noodzakelijk op grond van waardering. Einde onderzoek, vrijgeven voor functie (eventueel met bouwkundige voorwaarden).

* Combinatie bureauonderzoek en IVO verkennende of karterende fase mogelijk, indien een PvA aanwezig is. ** Voorafgaand aan het booronderzoek dient een PvA worden opgesteld, toetsing door de bevoegde overheid. *** Voorafgaand aan het onderzoek dient een PvE en PvA te worden opgesteld, toetsing door de bevoegde overheid. **** Na een verkennend booronderzoek kan de bevoegde overheid besluiten dat een aanvullend karterend bureauonderzoek moet worden uitgevoerd. ***** Een combinatie van bureauonderzoek en IVO karterende en waarderende fase door middel van proefsleuven is mogelijk, indien een PvA en een goedgekeurd PvE aanwezig is en met instemming van de bevoegde overheid. ****** Een combinatie van bureauonderzoek en IVO karterende en waarderende fase door middel van proefsleuven of een IVO karterende en waarderende fase door middel van proefsleuven is mogelijk, indien een PvA en een goedgekeurd PvE aanwezig is en met instemming van de bevoegde overheid.

Rapport 15591.001 versie 1

Bijlage 5

Rapport 15591.001 versie 1

Planontwerp

Bijlage 6

Rapport 15591.001 versie 1

Boorprofielen

Legenda (conform NEN 5104) grind

klei

geur

Grind, siltig

Klei, zwak siltig

Grind, zwak zandig

Klei, matig siltig

Grind, matig zandig

Klei, sterk siltig

Grind, sterk zandig

Klei, uiterst siltig

Grind, uiterst zandig

Klei, zwak zandig

geen geur zwakke geur matige geur sterke geur uiterste geur

olie geen olie-water reactie zwakke olie-water reactie matige olie-water reactie sterke olie-water reactie Klei, matig zandig

Klei, sterk zandig

zand

uiterste olie-water reactie

p.i.d.-waarde >0

Zand, kleiïg

>1 >10 Zand, zwak siltig

>100

leem

>1000

Zand, matig siltig

Leem, zwak zandig

>10000

Zand, sterk siltig

Leem, sterk zandig

monsters geroerd monster

Zand, uiterst siltig

overige toevoegingen zwak humeus

veen Veen, mineraalarm

matig humeus

Veen, zwak kleiïg

sterk humeus

ongeroerd monster volumering

overig bijzonder bestanddeel Gemiddeld hoogste grondwaterstand grondwaterstand

Veen, sterk kleiïg

zwak grindig

Veen, zwak zandig

matig grindig

Veen, sterk zandig

sterk grindig

Gemiddeld laagste grondwaterstand slib

water

Rapport 15591.001 versie 1

bestemmingsplan Ligweide

56

bestemmingsplan Ligweide

Bijlage 2 Bodemonderzoek

57

Verkennend bodemonderzoek aan de Eemnesserweg, ten noorden van 35 te Laren (Ligweide)

Opdrachtgever

:

Gemeente Laren Postbus 71 3755 ZH EEMNES

Contactpersoon : Tel :

Mevrouw N. van Beek 14 035

Projectnummer Datum

BO20218 21 oktober 2020

: :

Milieutechniek ZVS Eemnes BV Noordersingel 22 3755 EZ EEMNES Tel : 035-5387986 E-mail : info@zvs.nl Website : www.zvs.nl

BO20218

Milieutechniek ZVS Eemnes BV

VERKENNEND BODEMONDERZOEK

Projectnummer

:

BO20218

Locatie

:

Eemnesserweg, ten noorden van 35 1251 NB LAREN (NH)

Opgesteld door

:

Milieutechniek ZVS Eemnes BV Noordersingel 22 3755 EZ EEMNES

Rapportstatus

Definitief Naam

Functie

Handtekening

Datum

Opgesteld

Ing. J.M. Heus

Projectleider

21-10-2020

Gecontroleerd

Ing. P.R. van Wieringen

Projectleider

21-10-2020

Vrijgegeven

Drs. A.G. Focke

Bedrijfsleider

21-10-2020

b.a.

21 oktober 2020

2

BO20218

Milieutechniek ZVS Eemnes BV

INHOUD

bladzijde

1

INLEIDING

4

2

VOORONDERZOEK 2.1 Locatiebeschrijving 2.2 Bodeminformatie 2.3 Geohydrologische situatie 2.4 Conclusie vooronderzoek

5 5 5 6 6

3

ONDERZOEKSOPZET

7

4

ONDERZOEKSOPZET 4.1 Veldwerk 4.2 Chemisch laboratoriumonderzoek

8 8 8

5

RESULTATEN 5.1 Toetsingswaarden algemene stoffen 5.2 Toetsingswaarden PFAS 5.3 Zintuiglijk 5.4 Grond 5.5 Grondwater

9 9 9 9 10 10

6

MILIEUHYGIENISCHE KWALITEIT VAN DE BODEM

11

7

CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN

12

BIJLAGEN 1. 2. 3. 4. 5.

Onderzoekslocatie Meetpunten Bodemprofielen Toetsingen Analysecertificaten

21 oktober 2020

3

BO20218

1

Milieutechniek ZVS Eemnes BV

INLEIDING In opdracht van de gemeente Laren heeft Milieutechniek ZVS Eemnes BV in oktober 2020 zorggedragen voor de uitvoering van een verkennend bodemonderzoek aan de Eemnesserweg, ten noorden van 35 te Laren (NH). Dit onderzoek is uitgevoerd in verband met de voorgenomen nieuwbouw en aanvraag van een omgevingsvergunning daarvoor. Doel van het onderzoek is de grond- en grondwaterkwaliteit op de onderzoekslocatie vast te leggen, teneinde inzicht te verkrijgen of er sprake is van bodemverontreiniging en zo ja, met welke parameters grond en grondwater zijn verontreinigd en of dit een belemmering vormt voor de afgifte van de omgevingsvergunning. In tabel 1 is aangegeven welk bedrijf heeft zorggedragen voor de opzet en uitvoering van het onderzoek conform de normen. Tabel 1:

Bedrijf opzet en uitvoering

Norm 1

NEN 5740

NEN 57072

Bedrijf opzet

Protocol

Bedrijf uitvoering (gecertificeerd en erkend )

Milieutechniek ZVS Eemnes BV

2001

Marvin BV Milieutechniek

2002

Milieutechniek ZVS Eemnes BV

2018

Vervallen

Marvin BV Milieutechniek

1

NEN 5740, Bodem - Landbodem - Strategie voor het uitvoeren van verkennend bodemonderzoek - Onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van bodem en grond (april 2016);

2

NEN 5707, Bodem - Inspectie en monsterneming van asbest in bodem en partijen grond (december 2017).

De chemische analyses zijn uitgevoerd in het, door de Raad van Accreditatie geaccrediteerde, milieulaboratorium van Eurofins Analytico BV te Barneveld. Interpretatie van de chemische analyses is gedaan aan de hand van de Wet Bodembescherming, Circulaire bodemsanering per 1 juli 2013 en de Regeling bodemkwaliteit (1 januari 2015). Getoetst is aan de hand van de Bodem Toets en Validatieservice (kortweg: BoToVa). De gehalten aan PFAS worden getoetst aan de voorlopige toepassingsnormen zoals weergegeven in het tijdelijke handelingskader voor hergebruik van PFAShoudende grond en baggerspecie (2 juli 2020). Daarnaast is gestreefd naar een zo groot mogelijke representativiteit van het onderzoek, het blijft echter toch mogelijk dat lokale afwijkingen in de samenstelling van het bodemmateriaal voorkomen. Tevens wordt erop gewezen dat het uitgevoerde bodemonderzoek een momentopname is. Zowel Milieutechniek ZVS Eemnes BV als Marvin BV Milieutechniek verklaart dat de werkzaamheden volledig onafhankelijk zijn uitgevoerd. Zij hebben geen enkel belang bij de uitslag van het bodemonderzoek. In het navolgende hoofdstuk worden ten aanzien van voornoemde locatie de gegevens van het vooronderzoek beschreven. Hoofdstuk 3 omvat de hypothese van het onderzoek. De hieruit volgende bemonsteringsstrategie wordt in hoofdstuk 4 nader toegelicht.

In hoofdstuk 5 worden de analyseresultaten gepresenteerd, welke in het navolgende hoofdstuk worden besproken. Aan de hand van de voorgaande hoofdstukken worden in hoofdstuk 7 uiteindelijk de conclusie(s) en aanbevelingen gegeven omtrent de onderzochte locatie.

21 oktober 2020

4

BO20218

2

Milieutechniek ZVS Eemnes BV

VOORONDERZOEK 2.1

Locatiebeschrijving

De onderzoekslocatie noordelijk van de Eemnesserweg 35 is kadastraal bekend in Laren (NH) onder sectie F en nummer 2292. De regionale situatie is weergegeven in bijlage 1. Het perceel heeft een oppervlak van 6.220 m² en is omschreven als terrein (nieuwbouw wonen). Er zijn geen beperkingen bekend in de Basisregistratie Kadaster of in de Landelijke Voorziening WKPB (bron: Kadaster). De locatie is braakliggend en werd tot voor kort gebruikt als ligweide door het aan de westzijde aanwezige zwembad en sporthal. De opdrachtgever is voornemens om het terrein te ontwikkelen naar woningbouw (10 hofwoningen en 2 of 3 vrijstaande woningen met tuin). 2.2

Bodeminformatie

Bodemfunctie en bodemkwaliteit Volgens de bodemfunctieklassekaart van de gemeente is de locatie gelegen in de functieklasse AW2000. Voor de gemeente Laren is geen bodemkwaliteitskaart beschikbaar. Het gebied waar de onderzoekslocatie in is gelegen, is aangeduid op de asbestverwachtingenkaart. Bodemloket De onderzoekslocatie is niet vermeld op www.bodemloket.nl. Dit betekent dat bij het bodemloket geen informatie bekend is over bodemonderzoek en/of sanering. De volgende percelen in de omgeving staan wel geregistreerd: - Tennishal aan de noordwestijde met een indicatief onderzoek van Acorius uit 2013 (0351011/ab). De locatie heeft geen locatiecode en geen statusinformatie; - Eemnesserweg 35 aan de zuidzijde met een verkennend bodemonderzoek uit 2002 (BO2826) van Milieutechniek ZVS Eemnes BV. De locatie heeft de status ‘voldoende onderzocht’; - Zwembad aan de Schapendrift ong. aan de zuidwestzijde met een verkennend onderzoek van Grontmij uit 2014 (GM-0132046); - Sportcomplex Eemnesserweg met locatiecode AA041700080 en vermelding van een verkennend bodemonderzoek uit 2000 opgesteld door APS-milieu (R00-B238B).

21 oktober 2020

5

BO20218

Milieutechniek ZVS Eemnes BV

Omgevingsdienst Bovenvermelde rapportages zijn opgevraagd bij de omgevingsdienst. Echter, de verstrekte informatie betrof samenvattingen vanwege het ontbreken van rapportages, resumerend: - Het verkennend bodemonderzoek van Grontmij uit 2014 aan de Schapendrift 64 (zwembad) heeft aangetoond dat in de grond resten puin is aangetroffen. Inpandig is niet geboord. Uitpandig bleek de bovengrond licht verontreinigd met PAK. De ondergrond was niet verontreinigd en in het grondwater werd barium in lichte mate vastgesteld; - In 2002 is te behoeve van de bouw en onderkeldering van een berging annex garage bij het woonhuis door Milieutechniek ZVS Eemnes een onderzoek uitgevoerd. Gedurende het onderzoek bleek in de bovengrond een lichte verontreiniging met PAK aanwezig. De ondergrond was niet verontreinigd. In het grondwater werden lichte verhogingen aan cadmium en zink aangetroffen; - Bij het sportcomplex Eemnesserweg is door APS in 2000 geconcludeerd dat de bovengrond licht verontreinigd is met cadmium, zink en EOX. Doch dat deze verhogingen geen belemmering voor de bouw zijn. 2.3

Geohydrologische situatie

De gegevens omtrent de ondergrond zijn verkregen uit eerder uitgevoerde onderzoeken en de Grondwaterkaart van Nederland van de Dienst Grondwater van TNO. De locatie ligt op circa 3,4 meter boven NAP. De schematische voorstelling van de bodemopbouw is weergegeven in tabel 2. Tabel 2:

Schematische voorstelling van de regionale bodemopbouw

Pakket

Diepte (m - NAP)

Samenstelling

Deklaag

Ontbreekt

-

1e en 2e watervoerende pakket

155

Matig fijne tot uiterst grove leem- en grindhoudend zand

scheidende laag

165

Klei

Het grondwater ligt op circa 1,7 m-mv. De stromingsrichting van het freatische grondwater is vermoedelijk zuidoostelijk gericht. De locatie ligt niet in een grondwaterbeschermingsgebied. 2.4

Conclusie vooronderzoek

Gedurende onderzoeken in de omgeving van de onderzoekslocatie blijkt dat in de bovengrond lichte verontreinigingen aan PAK en/of zware metalen kunnen voorkomen. In het grondwater worden lichte verhogingen aan barium, cadmium en/of zink verwacht. Gezien het gebruik als ligweide is bij de aanvang van het onderzoek de locatie als ‘onverdacht’ aangemerkt en voor de NEN 5740 als zodanig onderzocht. Het standaard stoffenpakket wordt aangevuld met analyse van de grond op PFAS vanwege het tijdelijk handelingskader met het oog op mogelijk grondverzet. Hoewel de locatie is gelegen in een gebied waar asbest wordt verwacht (asbestverwachtingenkaart) is de locatie nimmer bebouwd geweest. Een verontreiniging met asbest wordt op basis hiervan niet verwacht. Indien bijmenging met bodemvreemd materiaal wordt aangetroffen welke de bodem asbestverdacht maakt zal een onderzoek naar asbest in de bodem conform de NEN 5707 met strategie ‘onverdacht’ worden uitgevoerd.

21 oktober 2020

6

BO20218

3

Milieutechniek ZVS Eemnes BV

ONDERZOEKSOPZET In tabel 3 staat de onderzoeksopzet weergegeven. Tabel 3:

Onderzoeksopzet

Norm

Inspectiegaten

Boringen tot

(strategie)

30x30x50 cm

0,5 m-mv

NEN 5707 (ONV) NEN 5740 (ONV)

Peilbuizen 2 m-mv

Grond

1)

12 12

3

Analyses Grondwater

2 x asbest in grond 1

2 x standaard pakket

1 x standaard pakket

2 x standaard pakket 1 x PFAS 1) De diepe boringen voor het onderzoek conform de NEN 5707 worden gecombineerd met een verkennend bodemonderzoek conform de NEN 5740. Het standaard pakket grond bestaat uit de volgende stoffen: - minerale olie; - polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK 10 van VROM); - polychloorbifenylen (PCB); - de zware metalen: barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, molybdeen, lood, nikkel en zink. Het standaard pakket grondwater bestaat uit: - minerale olie; - vluchtige aromatische koolwaterstoffen (BTEXN) en styreen; - gechloreerde koolwaterstoffen (CKW) en chloorbenzenen; - de zware metalen: barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, molybdeen, lood, nikkel en zink.

21 oktober 2020

7

BO20218

4

Milieutechniek ZVS Eemnes BV

ONDERZOEKSOPZET 4.1

Veldwerk

Op 6 oktober 2020 zijn door de heren J. Streef en V. Streef van Marvin BV Milieutechniek de volgende werkzaamheden uitgevoerd (conform protocol 2001): - Inspectie terrein; - Het uitvoeren van het veldwerk zoals weergegeven in tabel 3; - Het opgeboorde materiaal bemonsteren per bodemsoort in maximale trajecten van 0,5 m; - Het beschrijven van de bodemprofielen en het zintuiglijk beoordelen van het uitkomende materiaal. Bovendien is in het veld een mengmonster samengesteld voor analyse op PFAS. Afwijkingen onderzoeksopzet Tijdens het veldwerk is geen bijmenging met bodemvreemd materiaal waargenomen welke de bodem asbestverdacht maakt. Hierdoor is het onderzoek conform de NEN 5707 komen te vervallen. Het grondwater is op 13 oktober 2020 door mevrouw A.M. van Baren van Milieutechniek ZVS Eemnes BV gepeild en bemonsterd (conform protocol 2002). Voorts zijn van het grondwater de pH, de troebelheid en elektrische geleidbaarheid in het veld bepaald. De meetpunten zijn weergegeven in bijlage 2. De bodemprofielen staan beschreven in bijlage 3. De grondmonsters zijn afzonderlijk verpakt en geconserveerd, waarna ze naar het laboratorium zijn gebracht. Het samenstellen van de mengmonsters is uitgevoerd door het laboratorium (met uitzondering van de mengmonsters voor analyse op PFAS). 4.2

Chemisch laboratoriumonderzoek

In totaal zijn 5 grond(meng)monsters en is 1 grondwatermonster ter analyse aangeboden aan het laboratorium. Afwijkingen onderzoeksopzet Het onderzoek conform de NEN 5707 (asbest in bodem) is komen te vervallen. Zodoende zijn geen analyses op asbest uitgevoerd. De analyses zoals weergegeven in hoofdstuk 3 zijn uitgevoerd. De analyseresultaten zijn verkregen op certificaatnummers zoals weergegeven in tabel 4. Deze zijn compleet weergegeven in bijlage 5. Tabel 4:

Analysecertificaten

Analysecertificaat

Analyses

2020155614

PFAS, 28 handelingskader (1x)

2020155616

Standaard pakket grond (4x)

2020159769

Standaard pakket grondwater (1x)

21 oktober 2020

8

BO20218

5

Milieutechniek ZVS Eemnes BV

RESULTATEN 5.1

Toetsingswaarden algemene stoffen

Interpretatie van de chemische analyses is gedaan aan de hand van de Wet Bodembescherming, Circulaire bodemsanering per 1 juli 2013 en de Regeling bodemkwaliteit (1 januari 2015). Hierin zijn de hieronder beschreven toetsingswaarden vastgesteld. Getoetst is aan de hand van de Bodem Toets en Validatieservice (kortweg: BoToVa). De toetsing is opgenomen in bijlage 4. Streefwaarde (S) De streefwaarden voor het grondwater geven aan wat het ijkpunt is voor milieukwaliteit op de lange termijn, uitgaande van verwaarloosbare risico’s voor het ecosysteem en gelden als waarde waarboven wel en waaronder geen sprake is van grondwaterverontreiniging. Achtergrondwaarde (AW) De achtergrondwaarden voor grond zijn vastgesteld op basis van gehalten aan stoffen, zoals deze voorkomen in de bodem van natuur- en landbouwgronden in Nederland die niet zijn belast door lokale verontreinigingsbronnen. Grond die voldoet aan de achtergrondwaarden is duurzaam geschikt voor elk bodemgebruik en wordt aangeduid als schone of niet verontreinigde grond. Interventiewaarde (I) De interventiewaarden normen zijn gebaseerd op de kennis over de effecten van stoffen in het milieu en op de mens. Bij overschrijding van de interventiewaarden spreken we van een sterke verontreiniging: de functionele eigenschappen van de bodem voor mens, dier en plant zijn (mogelijk) ernstig verminderd.

Bij overschrijding van deze waarden dient mogelijk een sanering te worden uitgevoerd. De noodzaak tot saneren is afhankelijk van het gehalte, de omvang van de verontreiniging, wanneer deze is ontstaan en van de risico’s die ten gevolge van de verontreiniging aanwezig zijn. Voor een aantal stoffen, zoals zware metalen en organische verbindingen is de toetsing afhankelijk van het gehalte aan organische stof en/of lutum in de bodem. 5.2

Toetsingswaarden PFAS

De gehalten aan PFAS worden getoetst aan de voorlopige toepassingsnormen zoals weergegeven in het tijdelijke handelingskader voor hergebruik van PFAS-houdende grond en baggerspecie. 5.3

Zintuiglijk

De maaiveldinspectie werd bemoeilijkt door aanwezigheid van (hoge) vegetatie. In het veld is in de opgeboorde grond geen bodemvreemd materiaal aangetroffen en zodoende ook geen asbestverdacht (> 20 mm) materiaal. Zintuiglijk zijn geen ongebruikelijke geuren en/of kleuren waargenomen.

21 oktober 2020

9

BO20218

5.4

Milieutechniek ZVS Eemnes BV

Grond

In tabel 5 wordt de monsterselectie gepresenteerd. Tabel 5:

Monsterselectie

Analysemonster

Traject (m -mv)

Deelmonsters

Analysepakket

BG1

0,00 - 0,50

01, 02, 12, 13, 14, 15, 16

Standaardpakket grond incl. LUOS

BG2

0,00 - 0,50

03, 04, 05, 06, 07, 08, 09, 10

Standaardpakket grond

OG1

0,50 - 1,00

01, 02, 03, 04

Standaardpakket grond

OG2

1,50 - 2,00

01, 02, 03, 04

Standaardpakket grond

In tabel 6 staat vermeld voor welke stoffen de achtergrondwaarde of interventiewaarde wordt overschreden. Tabel 6:

Overschrijdingstabel grond

Analysemonster

Traject (m -mv)

> Achtergrondwaarde (+index)

> Interventiewaarde

BBK monster-conclusie

(+index)

(indicatief)

BG1

0,00 - 0,50

-

-

Altijd toepasbaar

BG2

0,00 - 0,50

Lood (0,03) PAK 10 VROM (0,03)

-

Altijd toepasbaar

OG1

0,50 - 1,00

-

-

Altijd toepasbaar

OG2

1,50 - 2,00

-

-

Altijd toepasbaar

-

: Geen overschrijding toetsingswaarden

Index

: (GSSD - AW) / (I - AW)

De gehalten aan PFAS worden getoetst weergegeven in tabel 7. In deze tabel zijn enkel de PFAS weergegeven welke boven de bepalingsgrens zijn aangetroffen. Tabel 7:

Toetsing grond PFAS

PFAS

MM1

PFBA PFOS PFOA

0,2 0,6 0,6

5.5

Toetsingswaarden AW2000 Niet toepasbaar 1,4 3,0 1,4 3,0 1,9 7,0

Toetsing AW2000 AW2000 AW2000 Gehalten in µg/kgds

Grondwater

In tabel 8 worden de veldmetingen bij de grondwaterbemonstering weergegeven. Tabel 8:

Metingen grondwater

Peilbuis

Filterdiepte (m -mv)

Grondwaterstand (m -mv)

pH (-)

EC (µS/cm)

Troebelheid (NTU)

01

2,50 - 3,50

1,71

5,7

194

17 1)

1) De veldmeting geeft aanleiding tot het maken van een opmerking: Het grondwater is troebel van karakter.

21 oktober 2020

10

BO20218

Milieutechniek ZVS Eemnes BV

In tabel 9 staat vermeld welke overschrijdingen zijn geconstateerd in het grondwater. Tabel 9:

> Streefwaarde

> Interventiewaarde

(+index)

(+index)

01-1-1

Cadmium (0,21)

-

Index

6

Overschrijdingstabel grondwater

Watermonster Filterdiepte (m -mv) 2,50 - 3,50

: Geen overschrijding toetsingswaarden : (GSSD - S) / (I - S)

MILIEUHYGIENISCHE KWALITEIT VAN DE BODEM In mengmonster BG1 van de bovengrond komen geen overschrijdingen van de richtwaarden voor de geanalyseerde stoffen voor. In mengmonster BG2 van de bovengrond zijn lood en PAK verhoogd ten opzichte van de achtergrondwaarden vastgesteld. In beide mengmonsters van de ondergrond (OG1 en OG2) zijn geen overschrijdingen van de richtwaarden voor de geanalyseerde stoffen aangetroffen. Het gehalten aan PFAS liggen onder de AW2000 van het tijdelijk handelingskader voor toepassing. In het grondwater wordt de streefwaarde overschreden voor cadmium.

21 oktober 2020

11

BO20218

7

Milieutechniek ZVS Eemnes BV

CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN In opdracht van de gemeente Laren heeft Milieutechniek ZVS Eemnes BV in oktober 2020 zorggedragen voor de uitvoering van een verkennend bodemonderzoek aan de Eemnesserweg, ten noorden van 35 te Laren (NH). Het terrein is braakliggend. De bovengrond is lokaal licht verontreinigd bevonden met PAK. In de ondergrond komen geen verontreinigingen voor. Het grondwater is licht verontreinigd met cadmium. Vanuit het vooronderzoek werden deze componenten in lichte mate verwacht en zijn daarmee geen ongewoon verschijnsel. De troebelheid van het watermonster geeft derhalve geen aanleiding voor herbemonstering. Hoewel door het aantreffen van lichte verontreinigingen in bovengrond en grondwater de hypothese ‘onverdacht’ komt te vervallen, is een nader onderzoek niet noodzakelijk. De gehalten voldoen aan de toekomstige bestemming (i.e. wonen) van het perceel. Er zijn, ons inziens, dan ook geen milieutechnische belemmeringen voor de afgifte van een omgevingsvergunning voor het perceel. Wel dient u rekening te houden met het feit dat de toepassing van (licht verontreinigde) grond aan beperkingen onderhevig is. Indien gedurende nieuwbouw grond vrijkomt en niet op de onderzoekslocatie kan worden verwerkt, dient de grond te worden voorzien van een kwaliteitsverklaring conform het Besluit bodemkwaliteit, dan wel te worden aangeboden aan een erkende verwerker.

Ter voorbereiding is de bovengrond onderzocht op PFAS in navolging van het tijdelijke handelingskader. In de grond liggen de gehalten aan PFAS onder de toepassingswaarden van het tijdelijk handelingskader. Wel zijn gehalten aan PFAS boven de bepalingsgrens van 0,1 µg/kgds aangetroffen. Dit houdt in dat de grond enkel in grondwaterbeschermingsgebieden mag worden toegepast indien de grond voldoet aan de gebiedskwaliteit. Verder zijn er ten aanzien van PFAS geen restricties. Wij adviseren u om onderhavig onderzoeksrapport te voegen bij de aanvraag van de omgevingsvergunning.

21 oktober 2020

12

BIJLAGE 1 - Onderzoekslocatie -

Afbeelding: Regionale situatie

: Onderzoekslocatie

Projectnummer

BO20218

Locatie

Laren, Eemnesserweg noord van 35

BIJLAGE 2 - Meetpunten -

BIJLAGE 3 - Bodemprofielen -

Legenda (conform NEN 5104) grind

klei

geur

Grind, siltig

Klei, zwak siltig

Grind, zwak zandig

Klei, matig siltig

geen geur zwakke geur matige geur sterke geur

Grind, matig zandig

Klei, sterk siltig

Grind, sterk zandig

Klei, uiterst siltig

Grind, uiterst zandig

Klei, zwak zandig

uiterste geur

olie geen olie-water reactie zwakke olie-water reactie matige olie-water reactie sterke olie-water reactie Klei, matig zandig

Klei, sterk zandig

zand

uiterste olie-water reactie

p.i.d.-waarde >0

Zand, kleiïg

>1 >10 Zand, zwak siltig

>100

leem

>1000

Zand, matig siltig

Leem, zwak zandig

>10000

Zand, sterk siltig

Leem, sterk zandig

monsters geroerd monster

Zand, uiterst siltig

overige toevoegingen zwak humeus

veen Veen, mineraalarm

matig humeus

ongeroerd monster volumering

overig bijzonder bestanddeel

Veen, zwak kleiïg

sterk humeus

Gemiddeld hoogste grondwaterstand grondwaterstand

Veen, sterk kleiïg

zwak grindig

Veen, zwak zandig

matig grindig

Veen, sterk zandig

sterk grindig

Gemiddeld laagste grondwaterstand slib

water

peilbuis blinde buis

casing

hoogste grondwaterstand gemiddelde grondwaterstand laagste grondwaterstand

bentoniet afdichting

filter

Projectcode: BO20218 Meetpunt:

01

Meetpunt:

Datum: 6-10-2020

02

Datum: 6-10-2020

0

0

gras

1 50

50

gras Zand, matig fijn, sterk siltig, zwak humeus, bruinbeige, Edelmanboor

1 50

Zand, matig fijn, sterk siltig, zwak humeus, bruinbeige, Edelmanboor

2

0

0

Zand, matig fijn, sterk siltig, zwak humeus, bruinbeige, Edelmanboor

100

2 100

3

3

150

150

150 4

Zand, matig fijn, sterk siltig, zwak humeus, bruinbeige, Edelmanboor

4

200

200

200 5

250 6 300

300

Zand, matig fijn, sterk siltig, zwak humeus, zwak grindig, bruinbeige, Edelmanboor

7 350

350

Meetpunt:

03

Meetpunt:

Datum: 6-10-2020

0

0

gras

50

50

50

50

100

gras Zand, matig fijn, sterk siltig, zwak humeus, bruinbeige, Edelmanboor

1

Zand, matig fijn, sterk siltig, zwak humeus, bruinbeige, Edelmanboor

2

0

0

Zand, matig fijn, sterk siltig, zwak humeus, bruinbeige, Edelmanboor

1

Zand, matig fijn, sterk siltig, zwak humeus, bruinbeige, Edelmanboor

2 100

3

3

150

150 4

4 200

200

Meetpunt:

05

Meetpunt:

0

gras

50

50

0

0

Zand, matig fijn, sterk siltig, zwak humeus, bruinbeige, Edelmanboor

1

50

50

07

gras Zand, matig fijn, sterk siltig, zwak humeus, bruinbeige, Edelmanboor

1

Meetpunt:

Datum: 6-10-2020

08

Datum: 6-10-2020

0

0

06

Datum: 6-10-2020

0

Meetpunt:

200

200

Datum: 6-10-2020

gras

50

Eemnesserweg 35, Laren Projectnaam:

0

0

Zand, matig fijn, sterk siltig, zwak humeus, bruinbeige, Edelmanboor

1 50

04

Datum: 6-10-2020

Zand, matig fijn, sterk siltig, zwak humeus, bruinbeige, Edelmanboor

1 50

gras

50

Projectcode: BO20218 Meetpunt:

09

Meetpunt:

Datum: 6-10-2020

0

0

gras

50

50

Meetpunt:

0

gras

50

50

Meetpunt:

0

gras

50

50

50

50

15

gras Zand, matig fijn, sterk siltig, zwak humeus, bruinbeige, Edelmanboor

1

Meetpunt:

Datum: 6-10-2020

16

Datum: 6-10-2020

0

gras

50

Datum: 6-10-2020

0

gras Zand, matig fijn, sterk siltig, zwak humeus, bruinbeige, Edelmanboor

1 50

Eemnesserweg 35, Laren Projectnaam:

gras Zand, matig fijn, sterk siltig, zwak humeus, bruinbeige, Edelmanboor

1 50

Pfas1

0

0

Zand, matig fijn, sterk siltig, zwak humeus, bruinbeige, Edelmanboor

1

50

0

0

Zand, matig fijn, sterk siltig, zwak humeus, bruinbeige, Edelmanboor

1

0

14

Datum: 6-10-2020

0

Meetpunt:

50

50

13

gras Zand, matig fijn, sterk siltig, zwak humeus, bruinbeige, Edelmanboor

1

Datum: 6-10-2020

50

0

0

Zand, matig fijn, sterk siltig, zwak humeus, bruinbeige, Edelmanboor

1

0

12

Datum: 6-10-2020

0

Meetpunt:

50

50

11

gras Zand, matig fijn, sterk siltig, zwak humeus, bruinbeige, Edelmanboor

1

Datum: 6-10-2020

Meetpunt:

0

0

Zand, matig fijn, sterk siltig, zwak humeus, bruinbeige, Edelmanboor

1

Meetpunt:

10

Datum: 6-10-2020

50

BIJLAGE 4 - Toetsingen -

Tabel 1: Gemeten gehalten in grond met beoordeling conform de Wet Bodembescherming Grondmonster Certificaatcode Boring(en) Traject (m -mv) Humus Lutum Datum van toetsing Monsterconclusie

% ds % ds

BG1 2020155616 01, 02, 12, 13, 14, 15, 16 0,00 - 0,50 2,40 2,00 20-10-2020 Voldoet aan Achtergrondwaarde Meetw GSSD Index

METALEN Barium Cadmium Kobalt Koper Kwik Molybdeen Nikkel Lood Zink

mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds

39 0,23 <3 5,9 0,091 <1,5 <4 19 29

151 (6) 0,39 <7 12,0 0,130 <1,1 <8 30 68

PAK Naftaleen Anthraceen Fenanthreen Fluorantheen Chryseen Benzo(a)anthraceen Benzo(a)pyreen Benzo(k)fluorantheen Indeno-(1,2,3-c,d)pyreen Benzo(g,h,i)peryleen PAK 10 VROM

mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds

<0,05 0,051 0,21 0,32 0,17 0,15 0,14 0,071 0,13 0,11

<0,04 0,051 0,21 0,32 0,17 0,15 0,14 0,071 0,13 0,11 1,40

PCB's

mg/kg ds

<0,020

OVERIG Droge stof Lutum Organische stof (humus) Gloeirest

% m/m % % % (m/m) ds

90 <2 2,4 98

MINERALE OLIE

mg/kg ds

<35

< 8,88 8,88 8,88 6 GSSD Index

: kleiner dan de detectielimiet : <= Achtergrondwaarde : <= Interventiewaarde : > Interventiewaarde : Heeft geen normwaarde : Gestandaardiseerde meetwaarde : (GSSD - AW) / (I - AW) - Getoetst via de BoToVa service, versie 2.0.0 -

Projectcode: BO20218

25 0,21 <3 9,2 0,085 <1,5 <4 41 35

97 (6) 0,35 <7 18,8 0,122 <1,1 <8 64 82

0,053 0,12 0,44 0,58 0,32 0,31 0,29 0,14 0,23 0,2 -0

0,053 0,12 0,44 0,58 0,32 0,31 0,29 0,14 0,23 0,2 2,70

0

<0,020

-0,02 -0,05 -0,19 -0 -0 -0,42 -0,04 -0,12

90 (6)

<102

BG2 2020155616 03, 04, 05, 06, 07, 08, 09, 10 0,00 - 0,50 2,40 2,00 20-10-2020 Voldoet aan Achtergrondwaarde Meetw GSSD Index

87,7

-0,02

<35

<20 <0,2 <3 <5 <0,05 <1,5 <4 <10 <20

<54 (6) <0,2 <7 <7 <0,05 <1,1 <8 <11 <33

-0,03 -0,05 -0,22 -0 -0 -0,42 -0,08 -0,18

<0,05 <0,05 <0,05 <0,05 <0,05 <0,05 <0,05 <0,05 <0,05 <0,05 0,03

<0,04 <0,04 <0,04 <0,04 <0,04 <0,04 <0,04 <0,04 <0,04 <0,04 <0,35

-0,03

0

<0,025

0,01

-0,02 -0,05 -0,14 -0 -0 -0,42 0,03 -0,1

87,7 (6)

<102

OG1 2020155616 01, 02, 03, 04 0,50 - 1,00 2,00 2,00 20-10-2020 Voldoet aan Achtergrondwaarde Meetw GSSD Index

94,3

-0,02

<35

94,3 (6)

<123

-0,01

Tabel 2: Gemeten gehalten in grond met beoordeling conform de Wet Bodembescherming Grondmonster Certificaatcode Boring(en) Traject (m -mv) Humus Lutum Datum van toetsing Monsterconclusie

% ds % ds

OG2 2020155616 01, 02, 03, 04 1,50 - 2,00 2,00 2,00 20-10-2020 Voldoet aan Achtergrondwaarde Meetw GSSD Index

METALEN Barium Cadmium Kobalt Koper Kwik Molybdeen Nikkel Lood Zink

mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds

<20 <0,2 <3 <5 <0,05 <1,5 <4 <10 <20

<54 (6) <0,2 <7 <7 <0,05 <1,1 <8 <11 <33

-0,03 -0,05 -0,22 -0 -0 -0,42 -0,08 -0,18

PAK Naftaleen Anthraceen Fenanthreen Fluorantheen Chryseen Benzo(a)anthraceen Benzo(a)pyreen Benzo(k)fluorantheen Indeno-(1,2,3-c,d)pyreen Benzo(g,h,i)peryleen PAK 10 VROM

mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds

<0,05 <0,05 <0,05 <0,05 <0,05 <0,05 <0,05 <0,05 <0,05 <0,05

<0,04 <0,04 <0,04 <0,04 <0,04 <0,04 <0,04 <0,04 <0,04 <0,04 <0,35

-0,03

PCB's

mg/kg ds

<0,025

0,01

OVERIG Droge stof

% m/m

92,9

MINERALE OLIE

mg/kg ds

<35

92,9 (6) <123

-0,01

Tabel 3: Normwaarden conform de Wet Bodembescherming AW

WO

IND

I

METALEN Cadmium Kobalt Koper Kwik Molybdeen Nikkel Lood Zink

mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds

0,6 15 40 0,15 1,5 35 50 140

1,2 35 54 0,83 88 39 210 200

4,3 190 190 4,8 190 100 530 720

13 190 190 36 190 100 530 720

PAK 10 VROM

mg/kg ds

1,5

6,8

40

40

PCB's

mg/kg ds

0,02

0,04

0,5

1

MINERALE OLEI

mg/kg ds

Projectcode: BO20218

190

190

500

5000

Tabel 4: Gemeten concentraties in grondwater met beoordeling conform de Wet Bodembescherming Watermonster Datum Filterdiepte (m -mv) Datum van toetsing Monsterconclusie

01-1-1 13-10-2020 2,50 - 3,50 20-10-2020 Overschrijding Streefwaarde Meetw GSSD Index

METALEN Barium Cadmium Kobalt Koper Kwik Molybdeen Nikkel Lood Zink

µg/l µg/l µg/l µg/l µg/l µg/l µg/l µg/l µg/l

24 1,6 <2 11 <0,05 <2 <3 <2 31

24 1,6 <1 11 <0,04 <1 <2 <1 31

-0,05 0,21 -0,24 -0,07 -0,04 -0,01 -0,22 -0,23 -0,05

PAK Naftaleen

µg/l

<0,02

<0,01

0

AROMATISCHE VERB. Benzeen Tolueen Ethylbenzeen Xylenen Styreen (Vinylbenzeen) meta-/para-Xyleen (som) ortho-Xyleen BTEX (som)

µg/l µg/l µg/l µg/l µg/l µg/l µg/l µg/l

<0,2 <0,2 <0,2

<0,1 <0,1 <0,1 <0,21 <0,1 <0,1 <0,1

-0 -0,01 -0,03 0 -0,02

GECHLOREERDE KOOLWATERSTOFFEN cis + trans-1,2-Dichlooretheen 1,1-Dichlooretheen cis-1,2-Dichlooretheen trans-1,2-Dichlooretheen Dichloormethaan Trichloormethaan (Chloroform) Tribroommethaan (bromoform) Tetrachloormethaan (Tetra) 1,1-Dichloorethaan 1,2-Dichloorethaan 1,2-Dichloorpropaan 1,1,1-Trichloorethaan 1,1,2-Trichloorethaan Trichlooretheen (Tri) Tetrachlooretheen (Per) Vinylchloride Dichloorpropanen (0,7 som, 1,1+1,2+1,3) Dichloorpropaan 1,3-Dichloorpropaan CKW (som) 1,1-Dichloorpropaan

µg/l µg/l µg/l µg/l µg/l µg/l µg/l µg/l µg/l µg/l µg/l µg/l µg/l µg/l µg/l µg/l µg/l µg/l µg/l µg/l µg/l

<0,14 <0,1 <0,1 <0,1 <0,1 <0,1 <0,1(14) <0,1 <0,1 <0,1 <0,1 <0,1 <0,1 <0,1 <0,1 <0,1

0,01 0,01

MINERALE OLIE

µg/l

< 8,88 8,88 8,88 14 6 GSSD Index

: kleiner dan de detectielimiet : <= Streefwaarde : > Streefwaarde : > Interventiewaarde : Streefwaarde ontbreekt zorgplicht van toepassing : Heeft geen normwaarde : Gestandaardiseerde meetwaarde : (GSSD - S) / (I - S) - Getoetst via de BoToVa service, versie 2.0.0 -

Projectcode: BO20218

<0,2 <0,2 <0,1 <0,9

<0,1 <0,1 <0,1 <0,2 <0,2 <0,2 <0,1 <0,2 <0,2 <0,2 <0,1 <0,1 <0,2 <0,1 <0,1 0,42 <0,2 <1,6 <0,2 <50

<0,42 <0,1

0 -0,01 0,01 -0,01 -0,02 0 0 -0,05 0 0,02 -0

<0,1 <35

-0,03

Tabel 5: Normwaarden conform de Wet Bodembescherming S

S Diep

Indicatief

I

METALEN Barium Cadmium Kobalt Koper Kwik Molybdeen Nikkel Lood Zink

µg/l µg/l µg/l µg/l µg/l µg/l µg/l µg/l µg/l

50 0,4 20 15 0,05 5 15 15 65

PAK Naftaleen

µg/l

0,01

70

AROMATISCHE VERBINDINGEN Benzeen Tolueen Ethylbenzeen Xylenen Styreen (Vinylbenzeen)

µg/l µg/l µg/l µg/l µg/l

0,2 7 4 0,2 6

30 1000 150 70 300

GECHLOREERDE KOOLWATERSTOFFEN cis + trans-1,2-Dichlooretheen 1,1-Dichlooretheen Dichloormethaan Trichloormethaan (Chloroform) Tribroommethaan (bromoform) Tetrachloormethaan (Tetra) 1,1-Dichloorethaan 1,2-Dichloorethaan 1,1,1-Trichloorethaan 1,1,2-Trichloorethaan Trichlooretheen (Tri) Tetrachlooretheen (Per) Vinylchloride Dichloorpropaan

µg/l µg/l µg/l µg/l µg/l µg/l µg/l µg/l µg/l µg/l µg/l µg/l µg/l µg/l

0,01 0,01 0,01 6 0,01 7 7 0,01 0,01 24 0,01 0,01 0,8

20 10 1000 400 630 10 900 400 300 130 500 40 5 80

OVERIGE (ORGANISCHE) VERBINDINGEN Minerale olie

µg/l

50

600

Projectcode: BO20218

200 0,06 0,7 1,3 0,01 3,6 2,1 1,7 24

625 6 100 75 0,3 300 75 75 800

BIJLAGE 5 - Analysecertificaten -

Milieutechniek ZVS Eemnes BV T.a.v. Jolanda Heus Postbus 49 3755 ZG EEMNES

Analysecertificaat Datum: 12-Oct-2020

Hierbij ontvangt u de resultaten van het navolgende laboratoriumonderzoek. Certificaatnummer/Versie Uw project/verslagnummer Uw projectnaam Uw ordernummer Monster(s) ontvangen

2020155614/1 BO20218 Eemnesserweg 35, Laren 06-Oct-2020

Dit certificaat mag uitsluitend in zijn geheel worden gereproduceerd. De analyse resultaten hebben alleen betrekking op het beproefde object. De grondmonsters worden tot 4 weken na datum ontvangst bewaard en watermonsters tot 2 weken na datum ontvangst. Zonder tegenbericht worden de monsters nadien afgevoerd. Indien de monsters langer bewaard dienen te blijven verzoeken wij U dit exemplaar uiterlijk 1 werkdag voor afloop van de standaardbewaarperiode ondertekend aan ons te retourneren. Voor de kosten van het langer bewaren van monsters verwijzen wij naar de prijslijst.

Bewaren tot: Datum:

Naam:

Handtekening:

Wij vertrouwen erop uw opdracht hiermee naar verwachting te hebben uitgevoerd, mocht U naar aanleiding van dit analysecertificaat nog vragen hebben verzoeken wij U contact op te nemen met de afdeling Verkoop en Advies.

Met vriendelijke groet, Eurofins Analytico B.V.

Ing. A. Veldhuizen Technical Manager

Eurofins Analytico B.V. Gildeweg 42-46 3771 NB Barneveld P.O. Box 459 3770 AL Barneveld NL

Tel. +31 (0)34 242 63 00 BNP Paribas S.A. 227 9245 25 Fax +31 (0)34 242 63 99 IBAN: NL71BNPA0227924525 E-mail info-env@eurofins.nl BIC: BNPANL2A Site www.eurofins.nl KvK/CoC No. 09088623 BTW/VAT No. NL 8043.14.883.B01

Eurofins Analytico B.V. is ISO 14001: 2015 gecertificeerd door TÜV en erkend door het Vlaamse Gewest (OVAM en Dep. Omgeving), het Brusselse Gewest (BIM), het Waalse Gewest (DGRNE-OWD) en door de overheid van Luxemburg (MEV).

Analysecertificaat Uw project/verslagnummer Uw projectnaam Uw ordernummer Uw monsternemer

BO20218 Eemnesserweg 35, Laren

Certificaatnummer/Versie Startdatum analyse Datum einde analyse Rapportagedatum Bijlage Pagina

Eenheid

1

% (m/m)

89.9

perfluorbutaanzuur (PFBA)

µg/kg ds

0.2

perfluorpentaanzuur (PFPeA)

µg/kg ds

<0.1

perfluorhexaanzuur (PFHxA)

µg/kg ds

<0.1

perfluorheptaanzuur (PFHpA)

µg/kg ds

<0.1

perfluoroctaanzuur (PFOA) lineair

µg/kg ds

0.6

perfluoroctaanzuur (PFOA) vertakt

µg/kg ds

<0.1

perfluornonaanzuur (PFNA)

µg/kg ds

<0.1

perfluordecaanzuur (PFDA)

µg/kg ds

<0.1

perfluorundecaanzuur (PFUnDA)

µg/kg ds

<0.1

perfluordodecaanzuur (PFDoA)

µg/kg ds

<0.1

perfluortridecaanzuur (PFTrDA)

µg/kg ds

<0.1

perfluortetradecaanzuur (PFTeDA)

µg/kg ds

<0.1

perfluorhexadecaanzuur (PFHxDA)

µg/kg ds

<0.1

perfluoroctadecaanzuur (PFODA)

µg/kg ds

<0.1

perfluorbutaansulfonzuur (PFBS)

µg/kg ds

<0.1

perfluorpentaansulfonzuur (PFPeS)

µg/kg ds

<0.1

perfluorhexaansulfonzuur (PFHxS)

µg/kg ds

0.2

perfluorheptaansulfonzuur (PFHpS)

µg/kg ds

<0.1

perfluoroctaansulfonzuur (PFOS) lineair

µg/kg ds

0.5

perfluoroctaansulfonzuur (PFOS) vertakt

µg/kg ds

0.1

perfluordecaansulfonzuur (PFDS)

µg/kg ds

<0.1

4:2 fluortelomeer sulfonzuur (4:2 FTS)

µg/kg ds

<0.1

6:2 fluortelomeer sulfonzuur (6:2 FTS)

µg/kg ds

<0.1

8:2 fluortelomeer sulfonzuur (8:2 FTS)

µg/kg ds

<0.1

10:2 fluortelomeer sulfonzuur (10:2 FTS)

µg/kg ds

<0.1

N-methylperfluoroctaansulfonamideacetaa µg/kg ds

<0.1

Analyse

2020155614/1 07-Oct-2020 12-Oct-2020 12-Oct-2020/12:19 A,C 1/2

Bodemkundige analyses

Q

Droge stof PerFluorKoolwaterstoffen(PFC)

t(MeFOSAA)

Nr. Uw monsteromschrijving

1

Pfas1 (0-50)

Opgegeven monstermatrix

Monster nr.

Grond / sediment

11620445

Q: door RvA geaccrediteerde verrichting A: AP04 erkende en geaccrediteerde verrichting S: AS SIKB erkende en geaccrediteerde verrichting V: VLAREL erkende verrichting

Eurofins Analytico B.V.

Gildeweg 42-46 3771 NB Barneveld P.O. Box 459 3770 AL Barneveld NL

W: Waals Gewest erkende verrichting

Tel. +31 (0)34 242 63 00 Fax +31 (0)34 242 63 99 E-mail info-env@eurofins.nl Site www.eurofins.nl

Dit certificaat mag uitsluitend in zijn geheel worden gereproduceerd. BNP Paribas S.A. 227 9245 25 Eurofins Analytico B.V. is ISO 14001: 2015 gecertificeerd door TÜV IBAN: NL71BNPA0227924525 en erkend door het Vlaamse Gewest (OVAM en Dep. Omgeving), BIC: BNPANL2A het Brusselse Gewest (BIM), het Waalse Gewest (DGRNE-OWD) KvK/CoC No. 09088623 en door de overheid van Luxemburg (MEV). BTW/VAT No. NL 8043.14.883.B01

TESTEN RvA L010

Analysecertificaat Uw project/verslagnummer Uw projectnaam Uw ordernummer Uw monsternemer

BO20218 Eemnesserweg 35, Laren

Certificaatnummer/Versie Startdatum analyse Datum einde analyse Rapportagedatum Bijlage Pagina

Eenheid

1

N-ethylperfluoroctaansulfonamideacetaat µg/kg ds

<0.1

Analyse

2020155614/1 07-Oct-2020 12-Oct-2020 12-Oct-2020/12:19 A,C 2/2

(EtFOSAA) perfluoroctaansulfonamide (PFOSA)

µg/kg ds

<0.1

N-methylperfluoroctaansulfonamide

µg/kg ds

<0.1

µg/kg ds

<0.1

som PFOA

µg/kg ds

0.6

som PFOS

µg/kg ds

0.6

(MeFOSA) 8:2 fluortelomeerfosfaatdiester (8:2 diPAP)

Nr. Uw monsteromschrijving

1

Pfas1 (0-50)

Opgegeven monstermatrix

Monster nr.

Grond / sediment

11620445

Q: door RvA geaccrediteerde verrichting A: AP04 erkende en geaccrediteerde verrichting S: AS SIKB erkende en geaccrediteerde verrichting V: VLAREL erkende verrichting

Eurofins Analytico B.V.

Gildeweg 42-46 3771 NB Barneveld P.O. Box 459 3770 AL Barneveld NL

W: Waals Gewest erkende verrichting

Tel. +31 (0)34 242 63 00 Fax +31 (0)34 242 63 99 E-mail info-env@eurofins.nl Site www.eurofins.nl

Dit certificaat mag uitsluitend in zijn geheel worden gereproduceerd. BNP Paribas S.A. 227 9245 25 Eurofins Analytico B.V. is ISO 14001: 2015 gecertificeerd door TÜV IBAN: NL71BNPA0227924525 en erkend door het Vlaamse Gewest (OVAM en Dep. Omgeving), BIC: BNPANL2A het Brusselse Gewest (BIM), het Waalse Gewest (DGRNE-OWD) KvK/CoC No. 09088623 en door de overheid van Luxemburg (MEV). BTW/VAT No. NL 8043.14.883.B01

Akkoord Pr.coörd.

VA TESTEN RvA L010

Bijlage (A) met de opgegeven deelmonsterinformatie behorende bij het analysecertificaat. 2020155614/1 Pagina 1/1 Monster nr. Barcode

11620445 0371465AD

Uw monsteromschrijving Boornr

Van

Tot

Uw datum monstername

Monsteromsch./Monstername ID

06-Oct-2020

1

Pfas1 (0-50) Pfas1

0

50

Eurofins Analytico B.V.

Gildeweg 42-46 3771 NB Barneveld P.O. Box 459 3770 AL Barneveld NL

Tel. +31 (0)34 242 63 00 Fax +31 (0)34 242 63 99 E-mail info-env@eurofins.nl Site www.eurofins.nl

BNP Paribas S.A. 227 9245 25 IBAN: NL71BNPA0227924525 BIC: BNPANL2A KvK/CoC No. 09088623 BTW/VAT No. NL 8043.14.883.B01

Eurofins Analytico B.V. is ISO 14001: 2015 gecertificeerd door TÜV en erkend door het Vlaamse Gewest (OVAM en Dep. Omgeving), het Brusselse Gewest (BIM), het Waalse Gewest (DGRNE-OWD) en door de overheid van Luxemburg (MEV).

.

Bijlage (C) met methodeverwijzingen behorende bij analysecertificaat 2020155614/1

Analyse

Methode

Techniek

Methode referentie

W0104

Gravimetrie

NEN-EN 15934 en CMA 2/II/A.1

PFAS (28) Handelingskader

W0323

LC-MSMS

Eigen methode

Som lineair en vertakt PFOS en PFOA

W0323

LC-MSMS

Eigen methode

Pagina 1/1

Bodemkundige analyses

Droge Stof PerFluorKoolwaterstoffen(PFC)

(AS3000 en AP04) grond

Nadere informatie over de toegepaste onderzoeksmethoden alsmede een classificatie van de meetonzekerheid staan vermeld in ons overzicht "Specificaties analysemethoden", versie juni 2020.

Eurofins Analytico B.V.

Gildeweg 42-46 3771 NB Barneveld P.O. Box 459 3770 AL Barneveld NL

Tel. +31 (0)34 242 63 00 Fax +31 (0)34 242 63 99 E-mail info-env@eurofins.nl Site www.eurofins.nl

BNP Paribas S.A. 227 9245 25 IBAN: NL71BNPA0227924525 BIC: BNPANL2A KvK/CoC No. 09088623 BTW/VAT No. NL 8043.14.883.B01

Eurofins Analytico B.V. is ISO 14001: 2015 gecertificeerd door TÜV en erkend door het Vlaamse Gewest (OVAM en Dep. Omgeving), het Brusselse Gewest (BIM), het Waalse Gewest (DGRNE-OWD) en door de overheid van Luxemburg (MEV).

Milieutechniek ZVS Eemnes BV T.a.v. Jolanda Heus Postbus 49 3755 ZG EEMNES

Analysecertificaat Datum: 12-Oct-2020

Hierbij ontvangt u de resultaten van het navolgende laboratoriumonderzoek. Certificaatnummer/Versie Uw project/verslagnummer Uw projectnaam Uw ordernummer Monster(s) ontvangen

2020155616/1 BO20218 Eemnesserweg 35, Laren 06-Oct-2020

Dit certificaat mag uitsluitend in zijn geheel worden gereproduceerd. De analyse resultaten hebben alleen betrekking op het beproefde object. De grondmonsters worden tot 4 weken na datum ontvangst bewaard en watermonsters tot 2 weken na datum ontvangst. Zonder tegenbericht worden de monsters nadien afgevoerd. Indien de monsters langer bewaard dienen te blijven verzoeken wij U dit exemplaar uiterlijk 1 werkdag voor afloop van de standaardbewaarperiode ondertekend aan ons te retourneren. Voor de kosten van het langer bewaren van monsters verwijzen wij naar de prijslijst.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10831922/1