CConstaterende datlaren
Koppel je AI →
Document · PDF

20211124Rvs68 Bestemmingsplan en beeldkwaliteitsplan Ligweide BIJLAGE bijlagen bij de toelichting

Gemeenteraad 24 november 2021, gemeente larenBij agendapunt: Vaststelling bp Ligweide21.513 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

bestemmingsplan Ligweide vastgesteld

bestemmingsplan Bijlagen bij toelichting

Ligweide vastgesteld

bestemmingsplan Ligweide

Inhoudsopgave

Bijlagen bij toelichting

5

Bijlage 1

Archeologisch onderzoek

7

Bijlage 2

Bodemonderzoek

57

Bijlage 3

Ecologische quickscan

103

Bijlage 4

Vleermuizenonderzoek

115

Bijlage 5

Stikstofberekening

125

Bijlage 6

Notitie wegverkeerslawaai

141

Bijlage 7

Akoestisch onderzoek zwembad

149

Bijlage 8

Beeldkwaliteitsplan

205

Bijlage 9

M.e.r. beoordelingsbeslissing

221

3

bestemmingsplan Ligweide

4

bestemmingsplan Ligweide

Bijlagen bij toelichting

5

bestemmingsplan Ligweide

6

bestemmingsplan Ligweide

Bijlage 1 Archeologisch onderzoek

7

ARCHEOLOGISCH BUREAU- EN VERKENNEND BOORONDERZOEK BLARICUMMERTOLLAAN TE LAREN GEMEENTE LAREN

archeologisch bureau- en verkennend booronderzoek Blaricummertollaan te Laren Opdrachtgever

BügelHajema Amersfoort Utrechtseweg 7 3811 NA Amersfoort

Rapportnummer

15591.001

Versienummer1

1

Datum

22 april 2021

Vestiging

Overijssel Wilhelm Röntgenstraat 7a 8013 NE Zwolle 088 - 5001600 zwolle@econsultancy.nl

Opsteller

De heer drs. J. Holl & H.J. Geurts

Paraaf

Kwaliteitscontrole

De heer drs. A.H. Schutte

Paraaf

© Econsultancy bv, Zwolle. Foto’s en tekeningen: Econsultancy bv, tenzij anders vermeld. Niets uit deze uitgave mag worden vermenigvuldigd en/of openbaar gemaakt worden door middel van druk, fotokopie of op welke wijze dan ook zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgevers. Econsultancy aanvaardt geen aansprakelijkheid voor eventuele schade voortvloeiend uit de toepassing van de adviezen of het gebruik van de resultaten van dit onderzoek. ISSN: 2210-8777 (Analoog rapport) ISSN: 2210-8785 (Digitaal rapport E-depot) 1

Versie 1 betreft een rapport waarvan geen beoordeling van de bevoegde overheid is ontvangen, bij versie 2 is het rapport wel beoordeeld door de bevoegde overheid.

Econsultancy Archeologisch Rapport

Administratieve gegevens plangebied Projectcode

15591.001

Toponiem

Blaricummertollaan

Opdrachtgever

BügelHajema Amersfoort

Gemeente

Laren

Plaats

Laren

Provincie

Noord-Holland

Kadastrale gegevens

gemeente Laren, sectie F, nummers 2292 en 2293

Omvang plangebied

circa 6220 m2

Kaartblad

32A (1:25.000)

Coördinaten centrum plangebied

X: 145007/Y: 474243

Bevoegde overheid

Gemeente Laren Postbus 71 3755 ZH Eemnes

Tel. 14-035 Email: info@laren.nl

Deskundige namens de bevoegde overheid

NMF Erfgoedadvies Westerplein 4a 1901 NA Castricum

Mevrouw E. van Rooijen Tel. 0251-674666 Email: info@nmferfgoedadvies.nl

ARCHIS3

5020771100

Onderzoeksmeldingsnummer (OM-nr.)

Archeoregio NOaA

Utrechts-Gelders zandgebied

Beheer en plaats documentatie

Econsultancy, Zwole, Provinciaal Archeologisch Depot Noord-Holland

Uitvoerders

Econsultancy, drs. J. Holl en H.J. Geurts BSc

Kwaliteitszorg Econsultancy is onder meer gecertificeerd voor protocollen 4001, 4002, 4003 en 4004 van de BRL SIKB 4000. Verder is Econsultancy lid van de Nederlandse Vereniging van Archeologische Opgravingsbedrijven (NVAO). De leden van de NVAO bieden kwalitatief hoogstaand archeologisch onderzoek. Het lidmaatschap is een waarborg voor kwaliteit en betrouwbaarheid. Tevens is Econsultancy aangesloten bij de Vereniging van Ondernemers in Archeologie (VOiA). De VOiA behartigt de belangen van meer dan 100 bedrijven in alle takken van de archeologie. Betrouwbaarheid Dit onderzoek is op zorgvuldige wijze uitgevoerd, conform de toepasselijke en van kracht zijnde regelgeving. Een booronderzoek wordt in het algemeen uitgevoerd door het steekproefsgewijs onderzoeken van de bodem, waardoor het, op basis van de resultaten van een booronderzoek, onmogelijk is garanties af te geven ten aanzien van de aan- of afwezigheid van archeologische waarden. In dit kader dient ook opgemerkt te worden dat geraadpleegde bronnen niet altijd zonder fouten en volledig zijn. Daar Econsultancy voor het verkrijgen van historische informatie afhankelijk is van deze bronnen, kan Econsultancy niet instaan voor de juistheid en volledigheid van deze informatie.

Econsultancy Archeologisch Rapport

SAMENVATTING Econsultancy heeft in opdracht van BügelHajema Amersfoort een archeologisch onderzoek uitgevoerd voor een plangebied gelegen aan de Blaricummertollaan te Laren in de gemeente Laren. De initiatiefnemer heeft het plan woningbouw te realiseren. Doel van het bureauonderzoek is een antwoord te vinden op de vraag wat de gespecificeerde archeologische verwachting voor het plangebied is. Het inventariserend veldonderzoek (IVO-overig, verkennende fase) heeft tot doel de in het bureauonderzoek opgestelde gespecificeerde archeologische verwachting aan te vullen en te toetsen door middel van boringen. Archeologische verwachting bureauonderzoek Gezien de vermoede ligging in een gebied met veldpodzolgronden en een relatief hoge grondwatertrap (III) was het plangebied vanaf het Paleolithicum vermoedelijk ongunstig voor bewoning. De hoger gelegen gronden ten westen van het plangebied hadden hoogstwaarschijnlijk een gunstiger ligging. Indien toch aanwezig, kunnen van jagers-verzamelaars kleine jachtkampjes en vuursteenvindplaatsen worden verwacht. Van landbouwers kunnen complextypes als nederzettingsterreinen en huisplaatsen (boerderijplattegronden), grafvelden en afvaldumps worden verwacht. Hiervoor geldt echter een lage verwachting. Het plangebied lag op basis van historische kaarten tot in de 19 e eeuw nog in onontgonnen heidegebied.

Voor de Middeleeuwen en Nieuwe tijd geldt daarom eveneens een lage verwachting. Indien aanwezig, worden archeologische resten direct aan of onder het maaiveld verwacht. Resultaten inventariserend veldonderzoek Tijdens het booronderzoek is op 80 à 130 cm -mv lichtgrijs dekzand aangetroffen. Hierboven bevinden zich verstoorde lagen. Op basis van het booronderzoek is geconcludeerd dat de bodem verstoord is tot in de C-horizont. Aangezien het archeologisch relevante niveau vanaf het maaiveld verwacht werd, kan aangenomen worden dat dit vrijwel geheel verstoord is. Op basis van de waargenomen bodemverstoringen tot in de C-horizont kan worden geconcludeerd dat archeologische waarden niet meer in situ worden verwacht. Advies Op grond van de resultaten van het bureau- en veldonderzoek adviseert Econsultancy om het plangebied vrij te geven. Bovenstaand advies is van Econsultancy. Wij willen de opdrachtgever erop wijzen dat dit advies nog niet betekent dat de bodemverstorende activiteiten of daarop voorbereidende activiteiten kunnen worden ondernomen. De resultaten van dit onderzoek zullen eerst moeten worden beoordeeld door de bevoegde overheid (gemeente Laren), die vervolgens een besluit neemt.

Mochten tijdens de graafwerkzaamheden toch archeologische waarden worden aangetroffen, dan dient hiervan melding te worden gemaakt conform artikel 5.10 van de Erfgoedwet uit juli 2016 bij het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed 2).

2 Infodesk email: info@cultureelerfgoed.nl of tel: 033-4217456.

Rapport 15591.001 versie 1

INHOUDSOPGAVE

1

INLEIDING .................................................................................................................................. 1

2

BUREAUONDERZOEK .............................................................................................................. 1 2.1 2.2 2.3 2.4 2.5 2.6 2.7 2.8 2.9

3

INVENTARISEREND VELDONDERZOEK .............................................................................. 13 3.1 3.2 3.3

4

Doelstelling en onderzoeksvragen ................................................................................... 1 Methoden .......................................................................................................................... 1 Afbakening en huidige situatie van het plangebied .......................................................... 2 Toekomstige situatie ......................................................................................................... 3 Aardwetenschappelijke gegevens .................................................................................... 3 Archeologische waarden .................................................................................................. 6 Beschrijving van het historische gebruik .......................................................................... 7 Gespecificeerd archeologisch verwachtingsmodel ........................................................ 10 Conclusie bureauonderzoek ........................................................................................... 12

Doelstelling en onderzoeksvragen ................................................................................. 13 Methoden ........................................................................................................................ 13 Resultaten ....................................................................................................................... 13

CONCLUSIE EN ADVIES ......................................................................................................... 14

LITERATUUR ...................................................................................................................................... 15 BRONNEN .......................................................................................................................................... 16

Rapport 15591.001 versie 1

LIJST VAN TABELLEN Tabel I. Tabel II. Tabel III. Tabel IV. Tabel V.

Aardwetenschappelijke gegevens plangebied Grondwatertrappenindeling Geraadpleegd historisch kaartmateriaal Gespecificeerde archeologische verwachting Hoofdlijn bodemopbouw

LIJST VAN AFBEELDINGEN Figuur 1. Figuur 2. Figuur 3. Figuur 4. Figuur 5. Figuur 6. Figuur 7. Figuur 8. Figuur 9. Figuur 10. Figuur 11.

Situering van het plangebied binnen Nederland Detailkaart van het plangebied Luchtfoto van het plangebied Situering van het plangebied binnen de archeologische beleidskaart Situering van het plangebied binnen de Geomorfologische kaart Situering van het plangebied binnen het Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN) Situering van het plangebied binnen de Bodemkaart Archeologische Gegevenskaart van het onderzoeksgebied Situering van het plangebied binnen de historische kaarten Situering van het plangebied binnen Militaire topografische kaart uit 1811-1832 Boorpuntenkaart

BIJLAGEN Bijlage 1 Bijlage 2 Bijlage 3 Bijlage 4 Bijlage 5 Bijlage 6

Overzicht geologische en archeologische tijdvakken Onderzoeksmeldingen Bewoningsgeschiedenis van Nederland AMZ-cyclus Planontwerp Boorprofielen

Rapport 15591.001 versie 1

1

INLEIDING

Econsultancy heeft in opdracht van BügelHajema Amersfoort een archeologisch onderzoek uitgevoerd voor een plangebied gelegen aan de Blaricummertollaan te Laren in de gemeente Laren (zie figuur 1). De initiatiefnemer heeft het plan woningbouw te realiseren. Om deze ontwikkeling mogelijk te maken, moet eerst een wijziging van het bestemmingsplan worden doorgevoerd. Hierbij moet ook inzichtelijk te worden gemaakt welke archeologische waarden binnen het plangebied kunnen worden verwacht. De noodzaak tot archeologisch onderzoek vloeit voort uit het Verdrag van Malta (1992) en de Wet ruimtelijke ordening (Wro, 2006). Het archeologisch onderzoek bestaat uit een bureauonderzoek (hoofdstuk 2) en een inventariserend veldonderzoek (IVO-overig, verkennende fase) door middel van boringen (hoofdstuk 0). Op basis van de resultaten van het onderzoek wordt een advies gegeven of vervolgstappen noodzakelijk zijn (hoofdstuk 4). Het archeologisch onderzoek is uitgevoerd in april 2021 door Jasper Holl (Senior KNA Prospector) en Henk-Jan Geurts (stagiair, universiteit Utrecht). Het rapport is gecontroleerd door drs. A.H. Schutte (senior KNA Archeoloog).

2

BUREAUONDERZOEK

2.1

Doelstelling en onderzoeksvragen

Het doel van het bureauonderzoek is het opstellen van een gespecificeerde archeologische verwachting voor het plangebied. Hiervoor wordt een inventarisatie gemaakt van bekende aardwetenschappelijke, archeologische en (cultuur)historische gegevens. Aan de hand van deze inventarisatie wordt het gespecificeerd archeologisch verwachtingsmodel opgesteld. 2.2

Methoden

Het archeologisch onderzoek is uitgevoerd onder certificaat op grond van de BRL SIKB 4000 (KNA, versie 4.1, 24‑05‑2018) en conform de eisen en normen zoals aangegeven in de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA, versie 4.1, 24‑05‑2018), die is vastgesteld door het Centraal College van Deskundigen (CCvD) Archeologie en is ondergebracht bij het SIKB te Gouda. Voor de uitvoering van het bureauonderzoek gelden de specificaties LS01, LS02, LS03, LS04 en LS05. De resultaten van dit onderzoek worden in dit rapport weergegeven conform specificatie LS06. 3 Binnen dit onderzoek zijn de volgende werkzaamheden verricht:      3

afbakening van het plangebied en vaststellen van de consequenties van het mogelijk toekomstige gebruik (LS01); beschrijving van de huidige en toekomstige situatie (LS02); beschrijving van de historische situatie en mogelijke verstoringen (LS03); beschrijving van bekende archeologische en historische waarden en aardwetenschappelijke gegevens (LS04); opstellen van een gespecificeerde verwachting (LS05).

SIKB.

Rapport 15591.001 versie 1

Pagina 1 van 17

Bij het uitvoeren van deze werkzaamheden zijn de volgende bronnen geraadpleegd:            2.3

het Archeologische Informatie Systeem (ARCHIS); de Archeologische Monumenten Kaart (AMK); geologische kaarten, geomorfologische kaarten en bodemkaarten; de centrale toegangspoort tot Data en Informatie van de Nederlandse Ondergrond (DINOLoket); literatuur en historisch kaartmateriaal; bouwhistorische gegevens; de recente topografische kaart (schaal 1:25.000); recente luchtfoto’s; het Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN); de archeologische verwachtingskaarten van de gemeente Laren; plaatselijke (amateur-)archeoloog c.q. heemkundevereniging. Afbakening en huidige situatie van het plangebied

Afbakening Er dient een onderscheid gemaakt te worden tussen het onderzoeksgebied en het plangebied. Het plangebied is het gebied waarbinnen feitelijk de bodemverstorende ingreep gaat plaatsvinden. Het onderzoeksgebied is het gebied waarover informatie is verzameld om een goed beeld te krijgen van de archeologische waarden binnen het plangebied. Dit gebied is groter dan het plangebied. In het huidige onderzoek betreft het onderzoeksgebied het gebied binnen een straal van circa 500 meter rondom het plangebied.4 Het plangebied, circa 6220 m2, ligt aan de Blaricummertollaan, ongeveer 1 kilometer ten oosten van de kern van Laren in de gemeente Laren (zie figuur 1 en figuur 2). Volgens het Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN) bevindt het maaiveld zich op een hoogte van circa 3 tot 4 meter NAP. Het gebied is kadastraal bekend als gemeente Laren, sectie F, nummers 2292 en 2293. Volgens de topografische kaart van Nederland, kaartblad 32A (1:25.000) zijn de coördinaten van het midden van het plangebied X: 145007/Y: 474243. Huidige situatie Voor het bureauonderzoek is het van belang de huidige situatie te onderzoeken. Landgebruik en bebouwing kunnen van invloed zijn op de archeologische verwachting. Hiervoor is gebruik gemaakt van de meest recente gegevens. Het plangebied is momenteel in gebruik als braakliggend terrein (zie figuur 3).

Vigerend beleid Sinds 1 juli 2016 is de Erfgoedwet van kracht. Het doel van deze wet is te voorkomen dat archeologische waarden uit het verleden verloren gaan. In deze wet zijn de gemeenten verantwoordelijk voor het beheer van het bodemarchief binnen hun grondgebied. Voor een goed beheer van dit bodemarchief gebruikt de gemeente een archeologische beleidskaart. De archeologische beleidskaart geeft een gemeente breed overzicht van bekende en te verwachten archeologische waarden. De kaart maakt inzichtelijk waar en bij welke ruimtelijke ingrepen een archeologisch onderzoek verplicht is en wordt als toetsingskader gebruikt voor ruimtelijke procedures.

4

Binnen deze straal wordt geacht dat er voldoende informatie beschikbaar is om een gefundeerde uitspraak te doen over de archeologische verwachting van het plangebied.

Rapport 15591.001 versie 1

Pagina 2 van 17

Het plangebied valt binnen het bestemmingsplan ‘Correctieve herziening, Laren’, vastgesteld op 26 september 2018. Volgens dit bestemmingsplan heeft het plangebied een dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie 3’. Volgens de bijbehorende planregels is archeologisch onderzoek noodzakelijk bij bodemingrepen groter dan 200 m2 en dieper dan 30 cm beneden maaiveld. 5 De dubbelbestemming is afgeleid van de gemeentelijke archeologische beleidskaart.6 Volgens de beleidskaart (Figuur 4) ligt het plangebied in een zone met een hoge archeologische verwachting. Huidig milieuonderzoek Voortijdig aan het archeologisch bureauonderzoek is er voor het plangebied een milieuhygiënisch bodemonderzoek uitgevoerd. Hierbij is vastgesteld dat de bovengrond lokaal licht verontreinigd is met PAK. In de ondergrond komen geen verontreinigingen voor. Het grondwater is licht verontreinigd met cadmium. De aangetoonde verontreinigingen vormen geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling.7 2.4

Toekomstige situatie

Het toekomstige gebruik/inrichting van het plangebied kan gevolgen hebben op het in-/ex-situ behoud van de archeologische waarde. In het plangebied is nieuwbouw van woningen gepland. Hierbij zal een gebied met een oppervlakte van circa 1.000 m2 worden bebouwd. Hieromheen zullen paden, grasland en parkeerplaatsen worden gerealiseerd en bomen geplant. De diepte van verstoring is onbekend (zie bijlage 5). De geplande werkzaamheden kunnen tot gevolg hebben dat eventueel aanwezige archeologische waarden worden verstoord. 2.5

Aardwetenschappelijke gegevens

Het landschap heeft altijd een belangrijke rol gespeeld in het nederzettingspatroon. Bij onderzoek naar archeologische sporen in een bepaald gebied is het van groot belang te weten hoe het landschap er in het verleden heeft uitgezien. Men kan meer te weten komen over dit landschap door de geologische opbouw, de bodem en de hydrologie van een gebied te bestuderen. De volgende aardwetenschappelijke gegevens zijn bekend van het plangebied: Tabel I. Type gegevens

Gegevensomschrijving

Geologie8

Formatie van Boxtel, Laagpakket van Wierden.

Geomorfologie

5

Aardwetenschappelijke gegevens plangebied

9

Gordeldekzandwelvingen (3L52yc) met een mogelijk oud-bouwlanddek.

Bodemkunde10

Laarpodzolgronden in leemarm en zwak lemig fijn zand (cHn21).

Grondwatertrap

III

Portaal voor Ruimtelijke Plannen.

6 Gemeente Laren, 2011. 7 Heus, 2020. 8

TNO, 2010. Wageningen Environmental Research, 2017. 10 Bodemkundig Informatiesysteem (BIS) Nederland. 9

Rapport 15591.001 versie 1

Pagina 3 van 17

Landschappelijke ontwikkeling 11 Voor de ontwikkeling van het landschap ter plaatse van het plangebied zijn de geologische ontwikkelingen vanaf de voorlaatste ijstijd (het Saalien, circa 370.000 tot 130.000 jaar geleden) van belang. In deze ijstijd raakte de noordelijke helft van Nederland met landijs bedekt. Langs het landijsfront werden diepe glaciale bekkens uitgesleten en delen van de ondergrond werden door het landijs opgestuwd tot hoge stuwwallen. De Utrechtse Heuvelrug is een voorbeeld van een dergelijke stuwwal. In iets warmere fasen in het Saalien smolt het landijs. Aan het einde van het Saalien trok het landijs zich definitief terug en begon de zeespiegel weer te stijgen. Er brak een relatief warme periode aan, het Eemien (circa 130.000 tot 115.000 jaar geleden). Vanwege de dichte begroeiing was in deze relatief warme tijd niet of nauwelijks sprake van erosie. Ook vond er weinig sedimentatie plaats binnen het gebied van de gemeente Laren. Tijdens de laatste ijstijd, het Weichselien (115.000 tot 11.700 jaar geleden) bereikte het landijs Nederland niet. Wel heersten, zeker in de tweede helft van deze ijstijd, zeer koude en droge omstandigheden. In de koudste en droogste perioden was de vegetatie vrijwel verdwenen. Door de wind verstoof veel zand, waarbij vooral het fijnere stof over grote afstanden werd verplaatst.

Dit materiaal is afgezet als een deken van fijn, zwak lemig zand afgewisseld met lemige lagen: het Oude Dekzand. Het Laat-Glaciaal wordt gekenmerkt door enkele snel op elkaar volgende klimaatwisselingen. Het laatste millennium van het Weichselien was een zeer koude en droge periode (13.000-11.700 jaar geleden). De begroeiing werd sterk gereduceerd en er ontstonden weer omvangrijke zandverstuivingen. Het zwak lemige stuifzand uit deze periode wordt aangeduid als Jong Dekzand en vormt in uitgestrekte gebieden zwak glooiende ruggen, welvingen en koppen. Rondom de stuwwallen werd een gordel van dekzand afgezet in de vorm van gordeldekzandwelvingen. Het plangebied bevindt zich in een gebied met dergelijke gordeldekzandwelvingen. Het Holoceen begon ongeveer 11.700 jaar geleden en duurt nog steeds voort. Doordat de zeespiegel en hiermee het grondwater sterk steeg, nam de vegetatie weer toe. Door verwaaiing van de dekzanden ontstonden lokaal stuifzandgebieden. Een dergelijk stuifzandgebied bevindt zich volgens de geomorfologische kaart direct ten zuidwesten van het plangebied. DINO12 Het Dinoloket is de centrale toegangspoort tot Data en Informatie van de Nederlandse Ondergrond (DINO). Het DINO-systeem is de centrale opslagplaats voor geowetenschappelijke gegevens over de diepe en ondiepe ondergrond van Nederland.

Het archief omvat diepe en ondiepe boringen, grondwatergegevens, sonderingen, geo-elektrische metingen, resultaten van geologische, geochemische en geomechanische monsteranalyses, boorgatmetingen en seismische gegevens. De site wordt beheerd door TNO. In het Dinoloket zijn enkele boringen bestudeerd. 13 Circa 200 meter ten westen van het plangebied zijn van 0 tot 60 cm -mv fluvioglaciale afzettingen aangetroffen (Formatie van Boxtel) bovenop 4,4 meter dikke grondmorene- en smeltwaterafzettingen (Formatie van Drente). Circa 150 meter ten zuidwesten van het plangebied zijn tot 8 meter diepte grondmorene- en smeltwaterafzettingen aanwezig (Formatie van Drente). Circa 450 meter ten zuidoosten van het plangebied is er van 0 tot 70 cm -mv een pakket dekzand aangetroffen (Formatie van Boxtel). Onder het dekzand bevinden zich tot minstens 4 meter grondmorene- en smeltwaterafzettingen (Formatie van Drente). Circa 150 meter ten 11 De Mulder et al., 2003 / Gemeente Laren, 2011. 12 13

Dinoloket. DINO boornummers B32A1704, B32A1707, B32A0305, B32A1700.

Rapport 15591.001 versie 1

Pagina 4 van 17

oosten van het plangebied is dekzand (Formatie van Boxtel, Laagpakket van Wierden) tot 70 cm -mv aangetroffen. Hieronder liggen tot minstens 2 meter -mv grondmorene- en smeltwaterafzettingen. Geomorfologie De geomorfologische kaart van Nederland (1:50.000) geeft de mate van reliëf en de vormen die in het landschap te onderscheiden zijn weer. Volgens de geomorfologische kaart ligt het plangebied binnen een gebied met gordeldekzandwelvingen (3L52yc; zie figuur 5). Dit zijn zwak golvende gebieden waarvan de afzonderlijke terreinverheffingen niet afzonderlijk zijn aangegeven. Ze liggen als gordels om de stuwwallen heen en op de hogere delen ligt soms een oud bouwlanddek.14 Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN)15 Het Actueel Hoogtebestand Nederland vormt een belangrijke aanvullende informatiebron voor de landschapsanalyse. Dit met behulp van laseraltimetrie verkregen digitale bestand vormt een gedetailleerd beeld van het huidige reliëf in het plangebied. Uitgaande van het AHN ligt het plangebied tussen de 3 en 4 meter boven NAP (zie figuur 6). Aan de randen ligt het plangebied ongeveer 3,4/3,7 meter boven NAP en aan de binnenkant van het plangebied is de hoogte ongeveer 2,9/3,1 meter boven NAP. In het midden en aan de noordelijke rand van het plangebied is een langwerpige verhoging aanwezig met een hoogte van 3,8/4,1 meter boven NAP.

Bodemkunde Volgens de Bodemkaart van Nederland (1:50.000) is het plangebied gekarteerd als laarpodzolgrond (cHn21; zie figuur 7). Op basis van historische kaarten was het plangebied tot halverwege de 19 e eeuw nog in gebruik als heide en hierna is het vooral als grasland in gebruik geweest. De aanwezigheid van een esdek, of oud bouwlanddek, wat een kenmerk is van een laarpodzolgrond is daarom niet waarschijnlijk. Aangezien laarpodzolgronden over het algemeen ontstaan zijn uit veldpodzolgronden die zijn opgehoogd met potstalmest, wordt vermoed dat in het plangebied veldpodzolgronden voorkomen. Dit zijn podzolgronden die over het algemeen ontwikkeld zijn in natte gebieden. Grondwatertrap Grondwatertrappen zijn een indicatie voor de diepte van de grondwaterstand en de seizoensfluctuatie daarvan. De grondwatertrappenindeling is gebaseerd op de gemiddeld hoogste (GHG) en de gemiddeld laagste grondwaterstand (GLG). Hiermee worden de winter- en zomergrondwaterstanden gekarakteriseerd in een jaar met een gemiddelde neerslag en verdamping. In stedelijk gebied zijn geen grondwatertrappen bepaald. Deze worden als ‘witte vlekken’ op de Bodemkaart van Nederland (1:50.000) weergegeven.

14 Maas et al, 2019. 15

AHN.

Rapport 15591.001 versie 1

Pagina 5 van 17

Tabel II geeft een overzicht van de klassengrenzen die worden aangehouden bij de indeling van de grondwatertrappen. De trappen worden vastgesteld op een schaal van I tot VII van respectievelijk extreem nat tot extreem droog. Bij sommige grondwatertrappen is een * weergegeven: het gaat hier om tussenliggende grondwatertrappen die een drogere variant vertegenwoordigen.

Rapport 15591.001 versie 1

Pagina 6 van 17

Grondwatertrappenindeling16

Tabel II. Grondwatertrap

I

II'

III'

IV

V'

VI

VII"

VIII

GHG (cm -mv)

-

<40

<40

>40

<40

40-80

>80

> 140

GLG (cm -mv)

<50

50-80

80-120

80-120

>120

>120

>120

-

') ")

Bij deze grondwatertrappen wordt een droger deel onderscheiden Een met een * achter de code als onderverdeling aangegeven "zeer droog deel" heeft een GHG dieper dan 140 cm beneden maaiveld

Gebiedsdelen met een goede ontwatering (Grondwatertrap VI, VII en VIII) zijn zeer geschikt voor landbouw en vormden mede daarom, vooral in het verleden, een aantrekkelijk vestigingsgebied. Ook is het grondwaterpeil een indicatie voor de conservering van metalen en organische resten, hoe beter de ontwatering hoe slechter de conservering. Het plangebied bevindt zich in een gebied dat wordt gekenmerkt met grondwatertrap III. Zowel laarpodzolgronden als veldpodzolgronden met deze grondwatertrap bieden over het algemeen geringe mogelijkheden voor akkerbouw gezien de natte omstandigheden. Wel bieden deze gronden goede mogelijkheden voor grasland.17 2.6

Archeologische waarden

Voor de uitkomst van het bureauonderzoek is het van belang de bekende archeologische waarden (al dan niet volledig onderzocht) te beschrijven. Een belangrijke informatiebron is het landelijke ARCHeologisch Informatie Systeem (ARCHIS), dat beheerd wordt door de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE).18 In dit systeem worden alle archeologische gegevens verzameld en via internet zijn deze door bevoegden te raadplegen. De bekende archeologische waarden zijn middels kaartmateriaal weergegeven in figuur 8. Hierop staan de in ARCHIS geregistreerde AMK-terreinen, waarnemingen, vondstmeldingen en onderzoeksmeldingen binnen een straal van 500 m weergegeven. Aangezien de gemeentelijke beleidskaart een hoger detailniveau heeft dan de landelijke IKAW (Indicatieve Kaart Archeologische Waarde) is de IKAW voor het onderzoek niet geraadpleegd. Cultuurhistorische Waardenkaart Provincie Noord-Holland De Cultuurhistorische Waardenkaart (CHW) van de provincie Gelderland geeft inzicht in de archeologische, historisch-stedenbouwkundige en de historisch-geografische waarden van de regio. Het plangebied ligt in een archeologisch waardevolle regio: Het Gooi. Verder worden geen bijzonderheden weergegeven over het plangebied. AMK-terreinen binnen het onderzoeksgebied19 De Archeologische Monumentenkaart (AMK) bevat een overzicht van archeologische monumenten/terreinen in Nederland.

De terreinen zijn beoordeeld op verschillende criteria (kwaliteit, zeldzaamheid, representativiteit, ensemblewaarde en belevingswaarde). Op grond daarvan zijn deze ingedeeld in vier categorieën; terreinen met archeologische waarde, een hoge archeologische waarde, een zeer hoge archeologische waarde of een zeer hoge archeologische waarde met een beschermde status. Het plangebied ligt niet binnen een AMK-terrein en binnen het onderzoeksgebied zijn geen AMKterreinen aanwezig (zie figuur 8). 16

Locher & De Bakker, 1990.

17 Stichting voor Bodemkartering, 1966. 18 19

Archeologisch informatiesysteem Archis3, Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE), Amersfoort Archeologisch informatiesysteem Archis3, Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE), Amersfoort

Rapport 15591.001 versie 1

Pagina 7 van 17

In het verleden uitgevoerde archeologische onderzoeken binnen het onderzoeksgebied 20 Binnen het onderzoeksgebied zijn in de afgelopen jaren door verschillende archeologische bedrijven en instellingen in totaal vijf archeologische onderzoeken uitgevoerd. Het gaat daarbij om bureauonderzoeken, booronderzoeken (verkennend/karterend) en een archeologische begeleiding van graafwerkzaamheden (zie bijlage 2 en figuur 8). Tijdens een archeologische begeleiding circa 250 m ten oosten van het plangebied 21 is een rij paalsporen aangetroffen, die mogelijk gerelateerd kunnen worden aan een structuur uit de prehistorie, hoewel de functie onduidelijk is. Tijdens de uitgevoerde booronderzoeken in de omgeving van het plangebied zijn voor zover bekend geen archeologische vindplaatsen aangetroffen.22 In één booronderzoek is wel een vervolgonderzoek geadviseerd, vanwege de intacte podzolbodem die hier is aangetroffen, maar dit onderzoek is niet uitgevoerd.23 Vondstmeldingen binnen het onderzoeksgebied24 In ARCHIS staan alle bekende archeologische vondstmeldingen geregistreerd. Binnen het onderzoeksgebied zijn geen vondstmeldingen geregistreerd. 2.7

Beschrijving van het historische gebruik

In het plangebied kunnen naast archeologische sporen ook historische relicten voorkomen die nog in het landschap zichtbaar zijn. Het gaat hierbij om historisch geografische relicten zoals nederzettingsvormen en wegen- en kavelpatronen. Veel van deze bewaard gebleven historische geografie geeft door de herverkavelingen in de tweede helft van de 20e eeuw een incompleet beeld van het historisch landschap. Historische kaarten van vóór de herverkaveling zijn een goede aanvulling op het huidige incomplete beeld. Korte bewoningsgeschiedenis van de omgeving van Laren25 In deze paragraaf wordt een bespreking van de bewoningsgeschiedenis van de streek gegeven. Een algemene ontwikkeling van de bewoningsgeschiedenis van Nederland wordt weergegeven in bijlage 3. De bewoningsgeschiedenis van de omgeving van het plangebied loopt terug tot in het Paleolithicum. In Laren zijn vuursteenafslagen uit het Midden-Paleolithicum gevonden. Resten van nomadische jagers en verzamelaars uit het Mesolithicum zijn onder andere op de stuwwal ten westen van Laren en op de dekzandrug ten noordoosten van Eemnes gevonden. In het Neolithicum ging men over op landbouw en veeteelt. Bewoning concentreerde zich op de hoger gelegen stuwwallen, de oeverwallen van de Eem en de dekzandruggen. In de Bronstijd verdwijnt het gebruik van vuursteen geleidelijk en doen bronzen werktuigen hun intrede.

Er is steeds meer ruimte nodig voor landbouw, waarvoor bossen gekapt worden. Hierdoor ontstaan zandverstuivingen, onder andere aan de zuidoostzijde van Laren. Sporen van nederzettingen 20

Archeologisch informatiesysteem Archis3, Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE), Amersfoort

21 Archis zaakidentificatie 4843277100. 22 Archis zaakidentificaties 4631315100, 2042352100, 4772118100 & 4744984100. 23 Archis zaakidentificatie 4631315100. 24

Archeologisch informatiesysteem Archis3, Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE), Amersfoort

25 Gemeente Laren, 2011.

Rapport 15591.001 versie 1

Pagina 8 van 17

zijn onder andere gevonden bij de Blaricummerheide. Grafheuvels met daarin crematiegraven uit deze periode zijn onder andere bij de Zeven Bergjes gevonden. In de IJzertijd zette deze traditie door. Op den duur werden geen nieuwe heuvels meer aangelegd, maar werd gebruik gemaakt van bestaande heuvels, of werden de urnen in de grond begraven. Eén van de grootste urnenvelden in Nederland bevindt zich waarschijnlijk in de Westerheide, ten westen van Laren. Over nederzettingen uit de IJzertijd is weinig bekend. Vermoedelijk zijn de mensen in de loop van de IJzertijd weggetrokken van de stuwwallen. Ook van bewoning in de Romeinse tijd is weinig tot niets bekend. Wel zijn losse Romeinse munten gevonden. Gedurende de Vroege-Middeleeuwen zorgden inklinking van de veengrond en overstromingen vanuit de Zuiderzee ervoor dat de mensen vanaf de oeverwallen van de Eem moesten verhuizen naar hogere plaatsen. In het stuwwalgebied bleef de situatie relatief stabiel. Langs vooral de zuidwestrand van de stuwwal in Laren werd grind en klei gewonnen. Laren en Blaricum zijn ontstaan in de Vroege-Middeleeuwen. De eerste boeren vestigden zich, mogelijk al in de 5e eeuw, ten oosten van het Sint Janskerkhof, ten zuidwesten van de A1. Laren en Blaricum zijn vermoedelijk in dezelfde periode ontstaan, waarschijnlijk vanuit een klein cluster hoeven.

Ze liggen allebei op en boven 5 m NAP, op de overgang van de stuwwal naar de middelhoge dekzanden. Vermoedelijk vormde deze zone de overgang tussen bouwland en intensief benut weidegebied. Aan het eind van de 11e eeuw is vermoedelijk een kerk gesticht en vanaf 1260 tot 1586 heeft een stenen kerk op het Sint Janskerkhof gestaan. Vanaf de Late-Middeleeuwen komen Blaricum en Laren tot bloei en ontwikkelen zich tot esdorpen, waar het bouwland bijeen lag in essen of enken. Door middel van plaggenbemesting kwam het maaiveld steeds hoger te liggen. De plaggenmest bestond uit afgestoken heide, vermengd met mest. Rond de esdorpen lagen uitgestrekte heidevelden, waarop schapen graasden. Ter plaatse van het esdorp Laren lag een poel die gebruikt werd als drenkplaats voor vee, de Coeswaerde. Hieromheen vormde zich de brink, een langgerekt, driehoekig plein, omzoomd door boerderijen. De bewoning verplaatste zich geleidelijk vanaf het Sint Janskerkhof richting de Brink. Gedurende de Nieuwe tijd ontwikkelden de bewoningskernen zich verder. Gedurende de 16 e eeuw verdween de eerste nederzetting Laren, bij het Sint Janskerkhof. In 1586 is de hier gelegen kerk gesloopt, maar de locatie bleef in gebruik als bedevaartsoord en begraafplaats. Het kerkhof werd als begraafplaats voor katholieken gebruikt, terwijl de hervormden de kerk in het dorp (gebouwd in 1521) gebruikten.

Het es- of brinkdorp Laren bleef lange tijd een klein dorp. Dat veranderde in de laatste decennia van de 19e eeuw. Stedelingen met geld ontdekten het dorp voor een dagje uit. Ook als verblijfplaats kwam Laren steeds meer in trek. Ondernemers bouwden villa’s langs de Naarderstraat, aan de ingang van het dorp. Ook waren er rijke kunstenaars en intellectuelen die atelierwoningen en villa’s lieten bouwen. Door de bijzondere verkavelingsstructuur kon Laren niet op grote schaal worden uitgebreid, bijvoorbeeld met villaparken of villawijken. De nieuwe woningen en winkels werden tussen de boerderijen gebouwd. Door die mengeling ontstond het karakteristieke gezicht van Laren. Historisch kaartmateriaal De situatie van het plangebied is op verschillende historische kaarten als volgt:

Rapport 15591.001 versie 1

Pagina 9 van 17

Tabel III.

Geraadpleegd historisch kaartmateriaal

Bron

Periode

Schaal

Omschrijving plangebied

Bijzonderheden/directe omgeving

Kaart van Tirion26

1750

1:60.000

Heidegebied

Plangebied ligt in onontgonnen gebied.

Kadastrale minuut27

1811-1832

1:2.500

Heide

Het plangebied is in gebruik als heide met akkergronden in de nabije omgeving.

Kaart van Gooiland, Reinier &

1845

Het plangebied ligt aan de rand van de landbouw ontginningen en is in gebruik als heide.

Josua Otten.28

Militaire topografische kaart29 (nettekening)

1850

1:50.000

In het plangebied is een pad aanwezig, plangebied in gebruik als bos

Akkers ten zuidwesten en oosten van plangebied

Militaire topografische kaart (Bonnekaart)

1880

1:50.000

In het plangebied ligt een pad, de uiterste zuidwestpunt ligt op een akker, in het noordwesten is weiland aanwezig

Direct naast het plangebied liggen akkers en bos.

Militaire topografische kaart (Bonnekaart)

1893-1925

1:50.000

Het plangebied is in gebruik als weiland.

Het plangebied ligt in het buitengebied van laren tussen akkers.

Militaire topografische kaart (Bonnekaart)

1931-1943

1:50.000

Het plangebied is in gebruik als weiland.

De bebouwde kom groeit totdat het plangebied zich aan de rand van de bebouwde kom bevindt.

Topografische kaart

1962

1:25.000

Idem

Idem

Topografische kaart

1975

1:25.000

Het plangebied is braakliggend

Het plangebied ligt aan de rand van de bebouwde kom van Laren.

Topografische kaart

1984-1995

1:25.000

Een waterpartij/zwembad is in het plangebied getekend, de rest van het plangebied is in gebruik als grasland

Ten westen van het plangebied is een sportcomplex gebouwd.

Topografische kaart

1999-2015

1:25.000

Het plangebied is in gebruik als grasland

Het plangebied ligt aan de rand van de bebouwde kom naast een sportcomplex en woningen.

Op basis van het beschikbare gedetailleerde historische kaartmateriaal lag het plangebied in onontgonnen heidegebied tot de tweede helft van de 19e eeuw. Hierna is het in gebruik genomen als grasland (zie figuur 9 en 10). In 1972 is het naastgelegen sportcomplex gebouwd, waarna in het plangebied een zwembad is gerealiseerd en het deel ging uitmaken van het buitenterrein van het sportcomplex.30 Rijks- en gemeentemonumenten binnen attentiegebied Een rijksmonument is in Nederland een zaak (een bouwwerk of object, of het restant daarvan) die van algemeen belang is wegens de schoonheid, de betekenis voor de wetenschap of de cultuurhistorische waarde. Tot 2012 moest een monument 50 jaar of langer geleden zijn vervaardigd om in het kader van de Monumentenwet voor bescherming in aanmerking te komen. Per 1 januari 2012 is dit criterium vervallen. Een gemeente kan besluiten een bijzonder pand op de gemeentelijke monumentenlijst te zetten. Dit gebeurt als een pand geen nationale betekenis heeft, maar wel van plaatselijk of regionaal belang is. De gemeente legt haar monumentenbeleid vast in de gemeentelijke monumentenverordening. 26 27

Historische kaarten Universiteit Utrecht. Beeldbank Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed

28 Historische kaarten Universiteit Utrecht. 29

Kadaster Topotijdreis (bron voor deze kaart en de hierop volgende kaarten in deze tabel).

30 Basisregistraties Adressen en Gebouwen

Rapport 15591.001 versie 1

Pagina 10 van 17

Naast het gemeentelijk monument is er ook nog het Monumenten Inventarisatie Project (MIP). De MIP Gemeentebeschrijvingen vormen een verzameling beschrijvingen van de historisch geografische, sociaaleconomische, architectuurhistorische, bouwhistorische en stedenbouwkundige ontwikkelingen van gemeenten in de periode 1850-1940. Deze beschrijvingen zijn samengesteld in het kader van het Monumenten Inventarisatie Project (MIP). Dit project was een initiatief van het Ministerie van Welzijn, Volksgezondheid en Cultuur om een landelijk overzicht te krijgen van de bouwkunst en stedenbouw uit de periode 1850-1940. Het MIP werd in de periode 1987-1994 uitgevoerd door de provincies en de vier grote steden, in samenwerking met de Rijksdienst voor de Monumentenzorg. Binnen de 50 m attentiezone ligt één rijksmonument dat tevens ook een MIP monument is. Het rijksmonument betreft een boerderij uit 1850 met het rijksmonumentnummer 23938 en het MIPobjectnummer 47782 (Eemnesserweg 35). Bouwhistorische gegevens Het bouwdossier van de gemeente Laren is niet geraadpleegd omdat het plangebied volgens het historisch kaartmateriaal de laatste 200 jaar onbebouwd is geweest. Tweede Wereldoorlog Om vast te stellen of mogelijke archeologische waarden uit de Tweede Wereldoorlog in het plangebied aanwezig zijn, is een aantal publicaties geraadpleegd.

31 Het raadplegen van deze bronnen geeft geen redenen om aan te nemen dat er archeologische waarden uit de Tweede Wereldoorlog in het plangebied te verwachten zijn. Aanvullende informatie Archeologische Werkgemeenschap Nederland, afdeling 13 Voor aanvullende informatie is contact gezocht met de plaatselijke Archeologische Werkgemeenschap Nederland, afdeling 13, (d.d. (april) 2021, contactpersoon de heer S. Koopman), maar dit heeft binnen het tijdsbestek van de uitvoering van dit onderzoek geen aanvullende informatie opgeleverd. 2.8

Gespecificeerd archeologisch verwachtingsmodel

Op grond van de gegevens uit het bureauonderzoek is de volgende gespecificeerde archeologische verwachting opgesteld: Tabel IV.

Gespecificeerde archeologische verwachting

Archeologische periode

Gespecificeerde verwachting

Te verwachten archeologische resten

Relatieve diepte t.o.v. het maaiveld

(Laat-)Paleolithicum

Laag

Kampementen, vuursteenstrooiïngen en vuurstenen gebruiksvoorwerpen

Vanaf het maaiveld

Mesolithicum

Laag

Kampementen, vuursteenstrooiïngen en vuurstenen gebruiksvoorwerpen

Vanaf het maaiveld

Neolithicum

Laag

Akkerlaag en/of nederzettingssporen, grafvelden, rituele plaatsen: kleine fragmenten aardewerk, natuursteen en vuurstenen gebruiksvoorwerpen, houtskool en gebruiksvoorwerpen

Vanaf het maaiveld

Amersfoort & Kamphuis, 1990/Jong, 1969 – 1994/ Indicatieve kaart Militair Erfgoed/VEO Bommenkaart/Ruimingskaart/Klep & Schoenmaker, 1995/Zwanenburg, 1990. 31

Rapport 15591.001 versie 1

Pagina 11 van 17

Archeologische periode

Gespecificeerde verwachting

Te verwachten archeologische resten

Relatieve diepte t.o.v. het maaiveld

Bronstijd

Laag

Akkerlaag en/of nederzettingssporen, grafvelden, rituele plaatsen: kleine fragmenten aardewerk, natuursteen en vuurstenen gebruiksvoorwerpen, metaalresten, houtskool, botresten en gebruiksvoorwerpen

Vanaf het maaiveld

IJzertijd

Laag

Akkerlaag en/of nederzettingssporen, grafvelden, rituele plaatsen: kleine fragmenten aardewerk, natuursteen, metaalresten, glasresten, houtskool, botresten en gebruiksvoorwerpen

Vanaf het maaiveld

Romeinse tijd

Laag

Akkerlaag en/of nederzettingssporen, grafvelden, rituele plaatsen: kleine fragmenten aardewerk, natuursteen, metaalresten, glasresten, houtskool, botresten en gebruiksvoorwerpen

Vanaf het maaiveld

Vroege-Middeleeuwen

Laag

Resten van agrarisch gebruik dat gekoppeld is aan het steken van plaggen en begrazing van de heide.

Vanaf het maaiveld

Late-Middeleeuwen

Laag

Resten van agrarisch gebruik dat gekoppeld is aan het steken van plaggen en begrazing van de heide.

Vanaf het maaiveld

Nieuwe tijd

Laag

Resten van agrarisch gebruik dat gekoppeld is aan het steken van plaggen en begrazing van de heide. Vanaf de 19e eeuw worden resten verwacht gekoppeld aan het in gebruik name als weide en akkerland.

Vanaf het maaiveld

Door archeologisch onderzoek is er een goed beeld van waar de jagers en verzamelaars hun tijdelijke kampementen vestigden. De jagers en verzamelaars waren afhankelijk van een aantal ecologische factoren, zoals het voedselaanbod en de aanwezigheid van grondstoffen in de omgeving van de locatie. Ze leefde van de jacht, visserij en het verzamelen van onder andere noten, vruchten en wortels. Dit soort voedsel was met name te vinden op het overgangsgebied van hoge en droge gronden naar lage en natte gronden, de gradiëntzone, en dichtbij water, zoals vennen en beken. Op dit soort locaties was ook drinkwater bereikbaar.32 Voor de landbouwers zijn andere factoren van belang bij de locatiekeuze. Vanaf het Neolithicum ging men zich vestigen op één locatie. Om te kunnen blijven wonen op één plek werd het kunnen uitvoeren van landbouw een belangrijke factor. Voor akkerbouw is onder andere een vruchtbare bodem en een goede afwatering van belang.33 Gezien de vermoede ligging in een gebied met veldpodzolgronden en een relatief hoge grondwatertrap (III) was het plangebied vanaf het Paleolithicum vermoedelijk ongunstig voor bewoning. De hoger gelegen gronden ten westen van het plangebied hadden hoogstwaarschijnlijk een gunstiger ligging. Indien toch aanwezig, kunnen van jagers-verzamelaars kleine jachtkampjes en vuursteenvindplaatsen worden verwacht.

Van landbouwers kunnen complextypes als nederzettingsterreinen en huisplaatsen (boerderijplattegronden), grafvelden en afvaldumps worden verwacht. Hiervoor geldt echter een lage verwachting.

32 33

Louwe Kooijmans et al., 2005. Louwe Kooijmans et al., 2005.

Rapport 15591.001 versie 1

Pagina 12 van 17

Vanaf de Middeleeuwen zijn schriftelijke bronnen bekend die de bekende locatiekeuzes en archeologische gegevens kunnen aanvullen. Vanaf de 13 e eeuw wordt de locatie langs kruisingen en splitsingen van doorgaande en lokale wegen ook van belang voor de locatiekeuze van een nederzetting. Het plangebied lag op basis van historische kaarten tot in de 19e eeuw nog in onontgonnen heidegebied. Voor de Middeleeuwen en Nieuwe tijd geldt daarom eveneens een lage verwachting. Indien aanwezig, worden archeologische resten direct aan of onder het maaiveld verwacht. De vondstenlaag wordt verwacht in de eerste 30 cm beneden het maaiveld. Archeologische sporen (uitgezonderd diepe paalsporen en waterputten) worden direct beneden het maaiveld verwacht. Deze archeologische resten bestaan hoofdzakelijk uit aardewerk- en/of vuursteenstrooiïngen. Organische resten en metaal zullen door de relatief droge en zure bodemomstandigheden slecht zijn geconserveerd. Het complextype en de omvang kunnen niet nader worden gespecificeerd door de beperkte gegevens. Bodemverstoring Dat een gebied een middelhoge of hoge archeologische verwachting heeft, betekent niet dat eventuele aanwezige archeologische resten behoudenswaardig zijn. De waarde van archeologische vindplaatsen wordt grotendeels bepaald door de mate waarin grondsporen dan wel vondsten in situ bewaard zijn gebleven.

Het plangebied is in het verleden in gebruik geweest als heide en later als weide. Aan het eind van de 20e eeuw heeft het onderdeel uitgemaakt van het buitenterrein van het naastgelegen sportcomplex en is een zwembad gerealiseerd. Bij het uitgraven van het zwembad, evenals door terreininrichting kan het archeologisch relevante niveau mogelijk verstoord zijn geraakt. 2.9

Conclusie bureauonderzoek

Doel van het bureauonderzoek is een antwoord te vinden op de vraag wat de gespecificeerde archeologische verwachting voor het plangebied is. Op basis van het bureauonderzoek geldt een lage verwachting voor alle archeologische perioden, gezien de verwachte ligging in een gebied met veldpodzolen met grondwatertrap III. Resten uit de Middeleeuwen en Nieuwe tijd worden niet verwacht, aangezien het plangebied tot in de 19e eeuw in heidegebied lag. Ondanks deze lage verwachting, wordt, gezien de hoge verwachting op de gemeentelijke verwachtingskaart, aanbevolen deze verwachting te toetsten door middel van veldonderzoek. Het vervolgonderzoek kan het beste worden uitgevoerd in de vorm van een verkennend booronderzoek.

Rapport 15591.001 versie 1

Pagina 13 van 17

3

INVENTARISEREND VELDONDERZOEK

3.1

Doelstelling en onderzoeksvragen

Het inventariserend veldonderzoek (IVO-overig, verkennende fase) heeft tot doel de gespecificeerde archeologische verwachting aan te vullen en te toetsen door middel van boringen. Het veldonderzoek heeft tot doel antwoorden te vinden op wat de bodemopbouw is binnen het plangebied. Tevens dient te worden vastgesteld wat de gevolgen zijn van het in het plangebied aangetroffen bodemprofiel voor de gespecificeerde archeologische verwachting. 3.2

Methoden

Het inventariserend veldonderzoek is uitgevoerd in de vorm van een verkennend booronderzoek, onder certificaat op grond van de BRL SIKB 4000 (KNA, versie 4.1, 24‑05‑2018) en Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA, versie 4.1, 24‑05‑2018), specificatie VS03. Voor het inventariserend veldonderzoek is op 16 april 2021 door Jasper Holl (Senior KNA Prospector) en Henk-Jan Geurts (stagiair universiteit Utrecht) een Plan van aanpak (PvA) opgesteld. Het gehele plangebied was vrij toegankelijk. De boringen zijn verspreid binnen het plangebied gezet. Bij het zetten van de boringen is rekening gehouden met de aanwezige verhardingen en gebouwen. In totaal zijn er met behulp van een edelmanboor (diameter 7 cm) 5 boringen tot maximaal 1,6 m -mv gezet (Figuur 11). De boringen zijn lithologisch conform de Archeologische Standaard Boorbeschrijvingsmethode beschreven. 34 De exacte locatie van de boringen (x-, y- en z-waarden) is vastgelegd met behulp van dGPS. Aan de hand van het opgeboorde materiaal is beoordeeld of er wel, geen of slechts deels sprake is van een gaaf bodemprofiel. Tevens is gekeken naar de aanwezigheid van mogelijke vegetatie- en/of cultuurlagen, die zichtbaar zijn als bodemverkleuringen.

Het opgeboorde materiaal is in het veld door middel van versnijden/verkruimelen geïnspecteerd op het voorkomen van archeologische indicatoren, zoals fragmenten vuursteen, aardewerk, houtskool, verbrand leem en bot. 3.3

Resultaten

Geologie en bodem De resultaten van de boringen zijn opgenomen in de vorm van boorprofielen en worden in bijlage 6 weergegeven. Op basis van deze boorprofielen kunnen de hoofdlijnen van de opbouw van de bodemde bodemopbouw als volgt worden weergegeven. Tabel V. Diepte top

34

Hoofdlijn bodemopbouw Samenstelling

Interpretatie

0 cm

Zand, matig fijn tot matig grof, zwak siltig, matig humeus, donker bruingrijs, gevlekt, soms puinhoudend

Omgewerkte grond

40 à 70 cm -mv (boring 2-4)

Zand, matig grof, zwak siltig, zwak grindig, lichtgrijs tot grijsbruin, veel donkergrijze vlekken.

Omgewerkte grond

90 à 100 cm -mv (boring 4 en 5)

Zand, matig fijn, zwak siltig, (donker-)grijs gevlekt

Verrommelde C-horizont

80 à 130 cm -mv

Zand, matig fijn, zwak siltig, lichtgrijs.

C-horizont (dekzand)

Bosch, 2005.

Rapport 15591.001 versie 1

Pagina 14 van 17

De bodemopbouw kan als volgt worden beschreven: De aangetroffen natuurlijke afzettingen dekzandafzettingen uit het Weichselien (Formatie van Boxtel). Deze afzettingen zijn intact vanaf een diepte van 80 tot 130 cm beneden maaiveld. Bovenop de Chorizont is veelal een omgewerkte C-horizont of omgewerkte grond aanwezig. De top van deze omgewerkte C-horizont (in boring 4 en 5) ligt op een diepte van 90 à 100 cm -mv. In de boringen 2-4 is boven de C-horizont een pakket matig grof, zwak grindig, lichtgrijs tot grijsbruin, sterk gevlekt zand aanwezig. De bovenste 40 à 70 cm is over het algemeen matig humeus en donkerbruingrijs. Uit het booronderzoek blijkt dat het gehele plangebied is verstoord tot in de C-horizont. Volgens de opdrachtgever is de verstoring veroorzaakt door het afgraven en terugstorten van grond binnen het plangebied na de verwijdering van het zwembad. Archeologische indicatoren In geen van de boringen zijn archeologische indicatoren waargenomen. Het gaat hier echter om een verkennend bodemonderzoek, dat zich richt op de bodemopbouw en mogelijke bodemverstoringen die de archeologische trefkans kunnen beïnvloeden en niet zo zeer op het onderzoeken op de aanwezigheid van archeologische vondsten en/of sporen.

4

CONCLUSIE EN ADVIES

Op basis van het bureauonderzoek gold een lage verwachting voor alle perioden, gezien de ligging in een heidegebied met veldpodzolgronden. Om deze verwachting te toetsen is aansluitend een inventariserend veldonderzoek in de vorm van een verkennend booronderzoek uitgevoerd. Tijdens het booronderzoek is op 80 à 130 cm -mv lichtgrijs dekzand aangetroffen. Hierboven bevinden zich verstoorde lagen. Op basis van het booronderzoek is geconcludeerd dat de bodem verstoord is tot in de C-horizont. Aangezien het archeologisch relevante niveau vanaf het maaiveld verwacht werd, kan aangenomen worden dat dit vrijwel geheel verstoord is. Op basis van de waargenomen bodemverstoringen tot in de C-horizont kan worden geconcludeerd dat archeologische waarden niet meer in situ worden verwacht. Op grond van de resultaten van het bureau- en veldonderzoek adviseert Econsultancy om het plangebied vrij te geven. Bovenstaand advies is van Econsultancy. Wij willen de opdrachtgever erop wijzen dat dit advies nog niet betekent dat de bodemverstorende activiteiten of daarop voorbereidende activiteiten kunnen worden ondernomen. De resultaten van dit onderzoek zullen eerst moeten worden beoordeeld door de bevoegde overheid (gemeente Laren), die vervolgens een besluit neemt.

Mochten tijdens de graafwerkzaamheden toch archeologische waarden worden aangetroffen, dan dient hiervan melding te worden gemaakt conform artikel 5.10 van de Erfgoedwet uit juli 2016 bij het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed35).

35 Infodesk email: info@cultureelerfgoed.nl of tel: 033-4217456.

Rapport 15591.001 versie 1

Pagina 15 van 17

LITERATUUR Amersfoort, H. & P.H. Kamphuis, 1990: Mei 1940. De strijd op Nederlands grondgebied. ‘s- Gravenhage. Bosch, J.H.A., 2005: Archeologische Standaard Boorbeschrijvingsmethode, Versie 5.2. Utrecht (TNOrapport, NITG 05-043-A). Gemeente Laren, 2011: Nota archeologiebeleid. Heus, J.M., Verkennend bodemonderzoek aan de Eemnesserweg, ten noorden van 35 te Laren (Ligweide). Eemnes (Milieutechniek ZVS Eemnes Projectnummer BO20218). Jong, L. de, 1969-1994: Het Koninkrijk der Nederlanden in de Tweede Wereldoorlog. ‘s- Gravenhage. Klep C. & B. Schoenmaker, 1995: De Bevrijding Van Nederland 1944-1945 - Oorlog op de flank. Den Haag. Locher, W.P. & H. de Bakker, 1990: Bodemkunde van Nederland. Deel 1: Algemene bodemkunde. Malmberg, Den Bosch. Louwe Kooijmans,. L.P., P.W. van den Broeke, H. Fokkens, A. van Gijn (red.), 2005: Nederland in de prehistorie. Uitgeverij Bert Bakker, Amsterdam. Maas, G.J., W.M. van der Meij, S.P.J. van Delft & A.H. Heidema, 2019: Toelichting bij de legenda Geomorfologische kaart van Nederland 1:50.000 (2019). Wageningen. Mulder, E.F.J. de, M.C. Geluk, I.L. Ritsema, W.E. Westerhoff, T.E. Wong, 2003: De ondergrond van Nederland. Wolters-Noordhoff, Groningen. Nales, T., 2018: Eemnes, Goyergracht Zuid 1Gemeente Eemnes(UT)Archeologisch bureauonderzoekeninventariserendveldonderzoek, verkennende fase. Transect-rapport 1832.

Stichting voor Bodemkartering, 1966: Bodemkaart van Nederland schaal 1:50.000; Toelichting bij de kaartbladen 26 West Harderwijk en 32 West Amersfoort. Wageningen. TNO, 2010: Geologische Overzichtskaart van Nederland, schaal 1:600.000. Visscher, H.C.J., 1991: Eemland, een archeologische kartering, inventarisatie en waardering. Amsterdam (RAAP Rapport 40). Wageningen Environmental Research, 2017: Geomorfologische Kaart van Nederland (2017), schaal 1:50.000. Zwanenburg G.J., 1990: En nooit was het stil - Kroniek van een luchtoorlog. Emmen.

Rapport 15591.001 versie 1

Pagina 16 van 17

BRONNEN AHN; internetsite, april 2021. http://www.ahn.nl Archeologisch informatiesysteem Archis3, Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE), Amersfoort, april 2021. https://archis.cultureelerfgoed.nl Basisregistraties Adressen en Gebouwen (BAG), internetsite, april 2021. http://bagviewer.kadaster.nl Beeldbank Rijksdienst voor het Cultureelerfgoed; internetsite, april 2021 http://www.beeldbank.cultureelerfgoed.nl Data Archiving and Networked Services DANS-Easy; internetsite, april 2021. https://easy.dans.knaw.nl/ui/home Dinoloket; internetsite, april 2021. http://www.dinoloket.nl/ Historische kaarten Universiteit Utrecht; internetsite, april 2021. http://uu.georeferencer.com/api/v1/geosearch Indicatieve kaart Militair Erfgoed; internetsite, april 2021. http://www.ikme.nl/ Kadaster Topotijdreis; internetsite, april 2021. http://www.topotijdreis.nl/ Portaal voor ruimtelijke plannen; internetsite, april 2021. http://www.ruimtelijkeplannen.nl/web-roo/roo/ Provincie Noord-Holland, Informatiekaart Landschap en Cultuurhistorie, internetsite, april 2021. https://maps.noord-holland.nl/GeoWeb51HTML5/index.html?viewer=ilc Publieke Dienstverlening Op de Kaart (PDOK); internetsite, april 2021. https://pdokviewer.pdok.nl Ruimingskaart; internetsite, april 2021. http://www.beobom.nl/ruimingskaart/ SIKB; internetsite, april 2021.

https://www.sikb.nl VEO Bommenkaart; internetsite, april 2021. http://www.explosievenopsporing.nl/veo-bommenkaart/

Rapport 15591.001 versie 1

Pagina 17 van 17

Figuur 1. Situering van het plangebied binnen Nederland

Rapport 15591.001 versie 1

Figuur 2. Detailkaart van het plangebied36

36 Publieke Dienstverlening Op de Kaart (PDOK)

Rapport 15591.001 versie 1

Figuur 3. Luchtfoto van het plangebied37

37 Publieke Dienstverlening Op de Kaart (PDOK)

Rapport 15591.001 versie 1

Figuur 4. Situering van het plangebied binnen de archeologische beleidskaart 38

38

Gemeente Laren, 2011.

Rapport 15591.001 versie 1

Figuur 5. Situering van het plangebied binnen de Geomorfologische kaart 39

39

Wageningen Environmental Research, 2017.

Rapport 15591.001 versie 1

Figuur 6. Situering van het plangebied binnen het Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN) 40

40

AHN

Rapport 15591.001 versie 1

Figuur 7. Situering van het plangebied binnen de Bodemkaart41

41

Publieke Dienstverlening Op de Kaart.

Rapport 15591.001 versie 1

Figuur 8. Archeologische Gegevenskaart van het onderzoeksgebied 42

42

Archeologisch informatiesysteem Archis3, Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE), Amersfoort

Rapport 15591.001 versie 1

Figuur 9. Situering van het plangebied binnen de historische kaarten 43

43 Kadaster Topotijdreis.

Rapport 15591.001 versie 1

Figuur 10. Situering van het plangebied binnen Militaire topografische kaart uit 1811-183244

44

Beeldbank Cultureelerfgoed

Rapport 15591.001 versie 1

Figuur 11. Boorpuntenkaart

Rapport 15591.001 versie 1

Bijlage 1 Ouderdom in jaren

Overzicht geologische en archeologische tijdvakken

Chronostratigrafie

MIS

Holoceen 11.755 12.745 13.675 14.025

LaatWeichselien (LaatGlaciaal)

15.700

1 Late Dryas (koud) Allerød (warm) Vroege Dryas (koud) Bølling (warm)

Lithostratigrafie Formaties: Naaldwijk (marien), Nieuwkoop (veen), Echteld (fluviatiel)

2

LaatPleniglaciaal 29.000

50.000

MiddenWeichselien (Pleniglaciaal)

MiddenPleniglaciaal VroegPleniglaciaal

3

Formatie van Kreftenheye

Formatie van Boxtel

4

75.000

VroegW eichselien (VroegGlaciaal) 115.000 130.000

370.000 410.000

5a 5c 5d

Eemien (warme periode)

5e

Saalien (ijstijd)

6

Holsteinien (warme periode)

Formatie van Beegden

5b

Eem Formatie Formatie van Drente

Formatie van Urk

Elsterien (ijstijd) 475.000

Cromerien (warme periode) 850.000

Pre-Cromerien 2.600.000

Rapport 15591.001 versie 1

Formatie van Sterksel

Formatie van Peelo

Cal. jaren v/n Chr.

14

C jaren

Chronostratigrafie

Pollen zones

0

1950

Vb2

1500

Subatlanticum koeler vochtiger

450 0 12

Vb1 Va

Vegetatie Loofbos eik en hazelaar overheersen haagbeuk veel cultuurplanten rogge, boekweit, korenbloem

Archeologische perioden Nieuwe tijd Middeleeuwen Romeinse tijd IJzertijd

800 815

2650

IVb Subboreaal koeler droger

2000

3755

IVa

5000

4900

5300

7020

8240

Atlanticum warm vochtig

III

Boreaal warmer

II

Preboreaal warmer

I

8000

9000

8800 11.755

10.150

12.745

10.800

13.675

11.800

14.025

12.000

15.700

13.000

LaatWeichselien (LaatGlaciaal)

Late Dryas

LW III

Allerød

LW II

Vroege Dryas LW I Bølling

35.000

Loofbos eik en hazelaar overheersen beuk>1% invloed landbouw (granen)

Bronstijd

Neolithicum

Loofbos eik, els en hazelaar overheersen in zuiden speelt linde een grote rol den overheerst hazelaar, eik, iep, linde, es eerst berk en later den overheersend

Mesolithicum

parklandschap dennen- en berkenbossen open parklandschap open vegetatie met kruiden en berkenbomen

MiddenWeichselien (Pleniglaciaal)

perioden met een poolwoestijn en perioden met een toendra

VroegWeichselien (VroegGlaciaal)

perioden met bos en perioden met een subarctisch open landschap

Laat-Paleolithicum

75.000

115.000 130.000

Eemien (warme periode)

Midden-Paleolithicum loofbos

Saalien (ijstijd) 300.000

Vroeg-Paleolithicum Chronostratigrafie voor Noordwest-Europa volgens Zagwijn (1974), Vandenberghe (1985) en De Mulder et al. (2003). Lithostratigrafie volgens De Mulder et al. (2003). Mariene isotoop stadium (MIS) volgens Bassinot et al. (1994). Atmosferische data volgens Stuiver et al. (1998). Zuurstofisotoop calibratie (OxCal) versie 3.9 Bronk Ramsey (2003), toegepast op het Laat-Weichselien en het Holoceen. Archeologische periode-indeling en ouderdom volgens de Rijksdienst voor het Oudheidkundig Bodemonderzoek (ROB). Vegetatie bewerkt volgens Berendsen (2000). Pollenzones volgens P. Vos & P. Kiden (2005).

Rapport 15591.001 versie 1

Bijlage 2 Zaaknummer (OMnummer) 2390020100 (54713)

4843277100

Onderzoeksmeldingen

Locatie

Aard, uitvoerder en resultaten van het onderzoek

10 meter ten oosten van het plangebied Blaricummertollaan 10 te Laren Gemeente Laren Coördinaat: 145066/474250 250 meter ten oosten van het plangebied te Eemnes Gemeente Eemnes Coördinaat: 145280/474148

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10831922/1