CConstaterende datlaren
Koppel je AI →
Document · PDF

20211124 Transcript raad

Gemeenteraad 24 november 2021, gemeente larenBij agendapunt: Opening en vaststelling agenda28.963 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

Wij hebben als raadsleden uitgebreid over de GAD gediscussieerd. Er is veel gezegd over keuzes maar eigenlijk kwam bij ons via raadslid Bellaart van Gooise Meren die uitgebreid onderzoek heeft gedaan en zilver heeft onderzocht over hoe dat nou precies zit met die afvalverwerking en die kwam eigenlijk op dat tekort van 3,2 miljoen wat eigenlijk al sluipende weg aanwezig was maar niet tijdig aan de raden en open en transparant is gecommuniceerd. Dat kan niet dat is eigenlijk gewoon heel duidelijk. De strekking is gewoon heel duidelijk: laat de raad meer in control zijn. Los van of dat realiseerbaar is en op welke termijn want dat zal ongetwijfeld te maken hebben met hoe je het een en ander verder gaat organiseren. Moet het signaal gewoon heel duidelijk zijn dat het niet zo kan zijn dat een organisatie allerlei dingen verzint om vervolgens dingen glad te strijken en te zeggen: het gaat allemaal goed maar we moeten iets meer betalen en we doen het zo en zo. Helder, open, transparant, keuzes en de beslismomenten bij de raad en de informatie daar ligt bij de raad. Dus dat is de adstructie op wat de heer Faas daarnet heel keurig heeft gezegd en we kunnen het eigenlijk nog wel wat feller zeggen maar ik denk dat dit in andere raden ook wel gebeurd zou zijn. Het moge duidelijk zijn waarom wij deze motie samen indienen.

De heer Nanning: Ik kijk eerst nog even naar het college voor reactie. Dan kunnen de overige partijen dat meenemen in hun reactie. De heer Stam.

De heer Stam: Dank u wel mijnheer de voorzitter. Het is inderdaad iets wat in een aantal raden inmiddels aan de orde is gekomen. Reactie van het college is dat het in principe een sympathieke motie is. Beleid en kaders zijn zoals mijnheer Faas ook zegt van de raden, dat is ook zo. Beleid ligt bij de raad en de AB en de regio gaan over de uitvoering. Maar het kan, en daar wil ik nog wel eens even op wijzen, nog wel een motie zijn die verdergaande consequenties kan hebben want je bent daarbij sterk afhankelijk van lokale keuzes die gemaakt gaan worden. De verwachting is dat, het is maar een hypothese natuurlijk, als de gemeenten verschillende beleidskeuzen gaan maken dat dat nogal wat gevolgen kan hebben voor de uitvoeringskosten. De motie heeft een financieel vertrekpunt en of je daarmee goedkoper wordt is nog maar de vraag. Steker nog, het is een bekend gegeven dat de regio’s die veel maatwerk moeten leveren ook wel duurder worden. Dat neemt niet weg dat het zoals ik begon te zeggen, een sympathieke motie is. Wat ons voorstel zou zijn om dit mee te nemen als positief signaal in de richting van de regio omdat we in de loop van het komend jaar en misschien wel in het voorjaar van komend jaar een herziening willen doen van de gemeenschappelijke regeling van Gooi en Vechtstreek. De aanpassing die nu voorligt in de raad gaat eigenlijk alleen maar over het vertrek van Weesp.

Wat dat betreft zou je die nieuwe aanpassing in die planning kunnen opnemen waarbij je natuurlijk wel zou kunnen zeggen: op dit moment is de bedoeling dat op tien februari de heer Broertjes samen met de heer Mol langs alle zalen zal gaan. Die twee zullen ons bezoeken op tien februari om nog eens even met elkaar praten over de manier waarop er door hen beiden wordt aangekeken tegen deze zaak. Eigenlijk zo sympathiek als die is zou ik op zichzelf het niet verkeerd vinden, maar ik laat dat aan de raad over, om die motie in die zin aan te houden dat we aan het begin van volgend jaar hoe wij daar tegenover staan ook nadat de heer Broertjes en mijnheer Mol in een wat andere rol ons hebben meegenomen in de manier waarop zij daar tegenaan kijken. Dus nogmaals ik als college vind het een sympathieke motie. Ik zou zelf het liefst zien dat we dat in het begin van volgend jaar aan de hand van de planning die dan ligt en de mogelijkheden die ook de heren Broertjes en Mol hebben om ons nog eens mee te nemen in de manier van gedachten die daarover de ronde kunnen doen. Om dat dan vervolgens opnieuw in de commissie in te brengen en daar een definitief besluit over te nemen. Dat zou ik u willen meegeven maar het is uiteindelijk aan de raad om daar een besluit over te nemen. De heer Nanning: Dat van de zijde van het college als reactie op de motie. Ik kijk naar de overige fracties.

Ik zie de heer Wegter. De heer Wegter: Dank u wel voorzitter. De overweging is zoals hier weergegeven, sluiten wij honderd procent aan bij onze opvattingen. Er is een manco in de communicatie tussen de raden aan de ene kant en de Gooi en Vechtstreek aan de andere kant zoals ook een structureel probleem is als het gaat over de verbindingen tussen MRA bijvoorbeeld en de raad. Dat zijn cruciale onderwerpen waar niet voldoende aandacht aan wordt geschonken. De voorbeelden die genoemd worden waarin wordt gezegd dat we plotseling worden geconfronteerd met een deficit van meer dan drie miljoen. Daar heeft de heer Loeff gelijk in dat kan niet gebeuren. Dat is iets dat door het college in haar zak moet steken want het college is natuurlijk het eerste aanspreekpunt in dit geval die wordt geacht tot portefeuillehouder hierbij te zitten en ons dus te informeren. Kortom er is meer dan voldoende reden om grondig verder na te denken hoe we de governance, in dit geval van de Gooi en Vechtstreek, beter kunnen organiseren. Honderd procent eens. Dus lijkt het erg verstandig om het idee van het college over te nemen en nu eerst eens even af te wachten wat nu de commissie Mol gaat opleveren die precies dit thema aan de orde stelt. Als u die overwegingen vervolgens met een verzoek aan het college completeert dan wordt de zaak gecompliceerd en schiet u uw doel voorbij ben ik bang.

De heer Faas kan wel zeggen: het is niet de bedoeling dat iedere gemeente zijn eigen afvalpolitiek gaat volgen. Maar het is allemaal nog maar de vraag of dat gaat gebeuren. Zoals hier geformuleerd staat is dat een risico wat niet gering is, daar kunnen gevolgen aan vastzitten die mogelijk niet bedoeld zijn maar die ook niet worden

uitgesloten als je dit dictum letterlijk neemt. Dus ik ben bang dat het dictum in eigenlijk de goede bedoelingen die uit overweging spreken zullen verminderen, daar afruk aan doen. Vanuit die optiek zou ik inderdaad willen vragen, eigenlijk in aanvulling op wat het college zegt, om dat dictum eigenlijk op dit moment te vergeten en het college op te dragen om de overweging mee te nemen en af te wachten wat vervolgens aan de orde komt in dit onderzoek wat gaat plaatsvinden. Dan kunnen we tot besluitvorming komen. Dank u wel. De heer Nanning: De heer Van den Berg namens de fractie van het CDA. De heer Van den Berg: Voorzitter dank u wel. Blijdschap en verwondering aan deze zijde van de tafel. Allereerst even de reactie van het college dat … Ik heb toch iets te veel sympathieke motie gehoord. Als dat vier keer gezegd moet worden dan denk ik dat er eigenlijk gezegd wordt: we ontraden hem. De wethouder raakt ook nog wat aan het speculeren en dat mocht ik straks niet doen dus dat noem ik nu maar even ook speculeren of wat er mogelijk achter deze motie of amendement wegkomt. Maar aan de andere kant ook blijdschap dat het college wel standvastig is want nog niet zo lang geleden in de laatste begrotingsvergadering maar ook in vergaderingen daarvoor, hebben wij regelmatig wel eens een pleidooi gehouden om nog eens heel goed na te denken over het oud papier ophalen.

Nu wordt dat ook als voorbeeld genoemd door de heer Faas in deze toelichting als onderwerp. Ik heb eigenlijk een vraag aan de beide fracties: dat als deze motie nu aangenomen wordt, waarin wel degelijk staat dat wij dus als Laren op een eigen koers kunnen gaan varen. Waarom enerzijds deze bij de fracties dan destijds niet mee hebben gegaan om onze college de opdracht te geven het oud papier in Laren toch door de vereniging op te laten halen, dat is vraag één. Aan de andere kant als deze motie wordt aangenomen of daar dan nog enige kans op herstel daarin is. Dat noem ik als praktijkvoorbeeld want anders als je dat niet beoogt en het zou allemaal wat meer alleen maar op lange afstand moeten en je verandert werkelijk niets, dan ben ik het wel met de heer Wegter weer eens. Dan is deze motie eigenlijk een beetje voor de bühne want dan zijn de overwegingen van het college, buiten dat ik net wat scherpe opmerkingen maakte over te veel sympathiek gehoord en we speculeren, kan ik mij wel voorstellen dat het college in ieder geval standvastig is. Dus ik zou graag van de inbrengers horen hoe zij daar tegenaan kijken tegen de verdediging met het oud papier argument in relatie tot het aannemen van deze motie als dat gebeurt, of dat dan teruggedraaid wordt of niet.

Twee is ook graag een reactie van de beide indieners op de overwegingen van het college waarbij ik gewoon eigenlijk ontraden hoor. De heer Nanning: Ik kijk naar de andere fracties. Ik zie de heer De Jong naar voren buigen. De heer De Jong: Wij staan achter deze motie. Wij vinden het een heel duidelijk signaal wat ook gegeven moet worden. Hoe het dan daarna ingevuld moet worden dat zal nog blijken en dat zal dan die commissie nog met zaken komen maar we vinden het als signaal uitermate nuttig om dit nu af te geven. De heer Nanning: Ik kijk even naar de heer Vos. De heer Vos: Dank u wel voorzitter. Elke vergadering gaat we het over oud papier hebben dat verbaast me wel. Ik vind het wel een kunst mijnheer Van den Berg hoe u iedere keer weer met oud papier op de proppen komt. De heer Van den Berg: Ik begin er niet over hoor. De heer Vos: Wat zei je? De heer Van den Berg: Ik begin er niet over.

De heer Nanning: Ho, ho, ho. Mijnheer Vos. De heer Vos: Ik begrijp het ongenoegen. Dat ben ik ook wel mee eens maar ik vind het verzoek aan het college zo algemeen. Er staat eigenlijk: doe er eens wat aan. Dat begrijp ik doe er eens wat aan, maar wat dan? Het is wel een beetje een hele algemene oproep. Doe er eens wat aan, dat kan iedereen wel onderschrijven, dat vindt iedereen sympathiek en leuk. Maar ik vermoed dat we daar niet zoveel mee opschieten als het niet iets meer geconcretiseerd kan worden en dat was eigenlijk mijn vraag aan de opstellers van deze motie. Kunt u dan mij een richting noemen waarin ik dan zou moeten denken wat het college dan gaat opperen bij het GAD. Dat we niet allemaal een vuilnismannetje gaan inhuren dat begrijp ik ook wel. Maar wat gaat er dan gebeuren? Dat is eigenlijk mijn vraag. De heer Nanning: Ik hoor een paar vragen en een paar opmerkingen. Ik kijk nog even naar de indieners van de motie want daar ligt het uiteindelijk. Het advies van het college is duidelijk geweest. Ik kijk eerst naar de zijde van de VVD. De heer Faas: Dank u wel voorzitter. Ik meen dat het afgelopen zaterdag was toen kwam de sinterklaasoptocht bij mij langs mijn huis. Dat vond ik buitengewoon attent.

Voorafgegaan door MCC en toen moest ik even aan mijnheer Van den Berg denken en ook even aan het ophalen van het oud papier, want de opbrengsten van het oude papier komen in Laren als ik het goed heb begrepen aan hun ten goede. Op dat moment dacht ik: misschien hadden we wat meer steun moeten geven indertijd toen dit aan de orde was. Een beetje flauw mijnheer Van den Berg, ik heb dit als een van de vele voorbeelden die ik zou kunnen noemen dat wij niet aan de bal zijn en dat wij indirect en te laat geïnformeerd worden. Dat staat natuurlijk helemaal los of wij een aantal maanden geleden voor of tegen een motie dienaangaande hebben gestemd. Dus ik hoop dat u hiermee genoegen kunt nemen met deze opmerking. Er was nog een vraag van mijnheer Vos maar die is mij even ontschoten. Kunt u die alstublieft nog een keer herhalen. De heer Nanning: De heer Vos ter duiding. De heer Vos: Ja hoor geen probleem mijnheer Faas. Mijn vraag is eigenlijk heel simpel: zou u mij een voorbeeld kunnen noemen waarmee u dan graag het college op pad zou willen sturen waarvan u zegt: dat is nou echt een concreet verbeterpunt, daar zouden we blij van worden. Dat neemt onze zorgen weg. De heer Faas: Dat is natuurlijk aan het college. Deze opdracht aan het college die zullen zij inhoud, handen en voeten moeten geven. Maar ik kan daar zelf wel iets bij bedenken.

Je zou kunnen zeggen wij gaan met de regio afspreken dat er minimale informatietermijnen moeten zijn. Je zou kunnen afspreken dat er bij majeure beslissingen in ieder geval de raad nog een keer geraadpleegd dient te worden. Enfin in deze sfeer moet u het zoeken en in ieder geval willen we de touwtjes aanhalen en meer grip krijgen op de situatie en alles wat daarbij dienstbaar is dat is bespreekbaar en dat kan daarin meegenomen worden. De heer Nanning: Ik ga een poging wagen. Want ten grondslag aan deze motie ligt veel onvrede. Er ligt een concreet voorstel op tafel om er iets met die ‘…’ te doen. De werkgroep waar een aantal keren aan gerefereerd is, is ook voortgekomen uit geuite onvrede onder een aantal raadsleden en raden. Waaronder de besluitvorming rondom het doelgroepenvervoer die door een aantal raadsleden uit deze regio echt is ervaren als een bestuurlijke tangverlossing. Zo zijn er meer voorbeelden van besluitvorming waarbij door de regio bestuurlijke regie wordt gemist. Dat is ook eigenlijk waar de betreffende werkgroep betrekking op heeft gehad. Ik vraag mij af of het de bedoeling is van de indieners van de motie om als wij onvrede hebben over besluitvorming over een onderwerp vanuit de regio dat we dat uit de regio halen. Ik zie het als concrete

suggestie maar volgens mij doet u ook de oproep aan het college om vooral ook het gesprek te hebben met de regio en concreet te kijken naar een wijziging van de gemeenschappelijke regeling waarin in beter recht wordt gedaan aan de input en de inhoudelijke wens op de bestuurlijke regie en strategie en koers van de regio. Kan ik hem zo ook als interpretatie van de motie verwoorden? Ik zie dat de indieners als zodanig knikken. Ik kijk naar de heer Van den Berg. De heer Van den Berg: Voorzitter. Uiteraard complimenten om een poging om de motie bij te buigen maar wat ik wel met de heer Wegter eens ben, en wat het college volgens mij net portefeuillehouder ook heeft gezegd, er staat toch wel degelijk dat bij de herziening van de gemeenschappelijke regeling regio Gooi en Vechtstreek een voorstel in te brengen om de beleidstaken in de verordening bevoegdheid ten aanzien van de afval bij de gemeenteraden te leggen, in casu onze gemeenteraad. U brengt een verzachtende manoeuvre aan. Ik zou dan willen vragen aan de beide voorzitters: ze hebben hun punt gemaakt maar laat de motie liggen en dat het college gehoord hebbende deze discussie het inbrengt.

Want dan steun ik toch eigenlijk het college daarin voorzitter, dat het ook gewoon een standvastige lijn is om eerst nu het college in de uitvoering aan zet te laten en niet nu ons opeens in allerlei mooie bewoordingen motie wel of niet aan te nemen. De tekst is anders als dat u hem samenvat. Ik zou de credits willen geven aan het college, geef hun de kracht gehoord hebbende deze discussie de motie intrekken en wij gaan door en we letten in de nieuwe commissie, hoe heet die ook alweer mijnheer De Bondt? De woensdagavondcommissie straks gaan wij het hier als eerste over hebben. De heer Nanning: De bonte woensdagavondcommissie. De heer Stam: Ik heb niet zoveel eraan toe te voegen. Ik heb heel duidelijk gemaakt volgens mij dat het beleid en de kaders zijn van de raden dat is denk ik als ik het zo mag noemen, commissie Mol, heeft duidelijk aangegeven en u gaf dat net in andere bewoordingen nog eens aan, er is onvrede bij de raden over de manier waarop de regio bepaalde taken op zich heeft genomen zonder dat daar raden bij worden ingeschakeld dus ik heb ook al in mijn inleiding gezegd: beleid en de kaders zijn van de raden. In die zin ben ik het ook helemaal eens. Ik vind het dus in die zin, maar ik mag het geloof ik niet meer zeggen, een sympathieke motie.

Maar dat neemt niet weg dat dat het voorstel wat ik heb gedaan, en dan sluit aan bij degene wat de voorzitter ook heeft gezegd: geef de boodschap aan ons mee, ga er wat mee doen. Wacht even af hoe het bezoek van de heer Broertjes en Mol hier zal worden beleefd en neem vervolgens de boodschap die u vandaag aan ons heeft meegegeven mee in de uitwerking van de manier waarop de gemeenschappelijke regeling zal moeten worden aangepast in de lijn, zoals mijnheer Mol ook al eerder heeft gezegd, dat die zal moeten gebeuren. Dus mijn verzoek vanuit het college is eigenlijk toch nog steeds: prima, ik begrijp heel goed waar de gedachte vandaan komt. Mijnheer Mol zegt het eigenlijk ook al, of de voorzitter zegt het ook al. Hou hem even aan in afwachting wat het bezoek van de heer Broertjes en de burgemeester. Ga dan vervolgens een besluit nemen hoe je daarmee verder gaat en kom tot een standvastig besluit. Daar doet of we dat vandaag besluiten gaan nemen of niet, niks aan af. De heer Nanning: Volgens mij voldoende overwegingen. De indieners van de moties daar ligt nu het initiatief. De heer Faas. De heer Faas: Dank u wel voorzitter. Ten eerste wil ik even aangeven dat in ieder geval voor wat betreft mijn fractie uw duiding die u zojuist heeft gegeven dat wij ons daar zeer in kunnen vinden. Dus zo mag de motie wat ons betreft uitgelegd worden.

Verder hebben wij de indruk, als ik naar de wethouder luister, hij heeft wederom gezegd dat het een sympathieke motie is. Ik ervaar dat als buitengewoon positief en als steun voor onze motie maar mijnheer van het CDA denkt daar wellicht iets anders over. Ik zou er toch voor zijn om de

motie in stemming te brengen. Waarom? Omdat als we nu zeggen: we houden hem aan en dan wachten we eerst eens tot mijnheer Broertjes op bezoek is geweest en daar een verhaal heeft gehouden en dan gaan we daarna weer een keer een RNI agenderen en dan gaan we hem daarna aannemen. Dan krijg ik toch persoonlijk een ernstig mosterd na de maaltijd-gehalte. Ik heb ook aangegeven in mijn eerste inleiding dat we behoefte hadden om sterk signaal af te geven en ik denk dat een sterk signaal nu afgegeven moet worden want anders heeft het geen zin. Dus als het aan mij ligt, maar ik kijk even naar de overkant naar mijn mede-indiener, wat mij betreft zou ik het graag in stemming brengen. De heer Nanning: Helder we gaan een besluit nemen. De Heer Loeff gaat uw gang. De heer Loeff: Voorzitter. We hebben hem samen ingediend dus onze mede-indiener die keek naar de overkant. Mee eens. Het gaat om een signaal. Uw opmerking is volstrekt helder dat u zegt: we gaan kijken hoe we daar verder mee omgaan in de besluitvorming. Het is een beetje een kip en een ei verhaal. De strekking is denk ik heel helder, het signaal is denk ik heel helder. Mochten er goede redenen zijn om op een andere manier de besluitvorming bij de raden te leggen dan is dat de uitkomst van deze motie en dan is dat ook prima.

Dus in die zin gaat het met name om: hoe ga je om met elkaar? Dat signaal is denk ik door de voorzitter, door u, heel duidelijk gegeven dat u daar volop aandacht aan besteed. Dus ter adstructie van uw werkzaamheden om nog meer transparantie te betrachten bij de lokale besluitvorming binnen de regio. De heer Nanning: De heer Van den Berg een stemverklaring? De heer Van den Berg: Ja. De heer Nanning: Gaat uw gang. De heer Van den Berg: De sympathieke motie heeft een andere tekst dan dat er nu uitgelegd wordt. Uw uitleg kan ik geheel onderschrijven maar ik volg toch ook gewoon het advies van de wethouder. Dat weegt toch altijd zwaar dat ik tegen de motie stem, onder de opmerking dat wij wel degelijk snappen dat dat goed is dat de raden aan zet blijven maar dat heeft de wethouder in casu u als voorzitter, voldoende toegelicht en daar is deze motie die een andere tekst heeft geen aanvulling op. De heer Nanning: Helder. De heer Wegter nog een stemverklaring? Dan gaan we een potje besluiten nemen. De heer Wegter. De heer Wegter: Als u het goed vindt. Ik ben het helemaal eens met de heer Van den Berg. Nogmaals wij hebben ook sympathie. Ik heb gezegd de overweging om het volledig te kunnen ondersteunen alleen de dictum doet afbreuk aan de ratio die bij de overweging wordt weergegeven. Dat lijkt mij een contraproductieve conclusie de dictum.

U moet openlaten, u wacht af wat die overwegingen waard zijn in het kader van de verdere overwegingen die komende maanden aan de orde zijn. Het is echt contraproductief om nu te insisteren op het dictum. Want u kunt wel zeggen via de uitleg van de voorzitter: het is allemaal niet zo precies bedoelt en zo maar het staat er wel. Maakt u dan een andere tekst van de dictum zodat ik er wél mee kan leven? Maar als u blijft bij het dictum zoals hier staat, daar heb ik echt fundamenteel bezwaar tegen. De heer Nanning: Oké. De heer Wegter: Dus zal ik tegenstemmen.

De heer Nanning: Voordat er stemming plaatsvindt. Het college heeft gevraagd om een schorsing dus gaan wij even schorsen, één minuut. Dames en heren de vergadering wordt hervat. Het is overigens een hele interessante avond. We verkennen aan alle kanten onze rol en taakopvatting. Van de zijde van het college geeft de heer Stam nog even de standpunten van het college weer. De heer Stam: Het college heeft uitgebreid vergaderd en het college moet ik zeggen raadt de motie af maar zal mak al leven met het besluit wat de raad zal nemen. De heer Nanning: De motie wordt in stemming gebracht. Kunnen de fracties die de motie steunen dit kenbaar maken? Dat zijn de fracties van de VVD, van Liberaal Laren en van Larens Behoud. Kunnen de fracties die tegen de motie stemmen dit kenbaar maken? Dat zijn de fracties van Groen Laren, D66 en het CDA daarmee is de motie aangenomen. Dan komen we bij de laatste motie van de avond, de motie vreemd aan de orde van de dag. Geagendeerd door de fractie van het CDA. En het woord is aan de fractievoorzitter van het CDA de heer Erwin van den Berg om de motie toe te lichten. De heer Van den Berg: Dank u wel. We hebben natuurlijk in Laren steeds over betaalbare woningen en de excessieve ontploffingen van de prijzen in dit mooie dorp. Maar dat is niet alleen in Laren dat is ook op andere plekken.

In dat verband heb ik, zoals anderen misschien ook hebben kunnen zien in de krant kunnen lezen hoe, ik ben ondertussen mijn computer weer aan het opstarten want die valt wel eens uit, excuses. De raadsvergadering. Een artikel gebruikt om daarin een appel te doen op mijn collega’s want soms denken we dat we nergens over gaan maar kunnen we toch wel degelijk een verschil maken. Daarvoor hebben wij een motie aan vreemd aan de orde van de dag en die gaat over het volgende. Overwegende de uitspraken van de oud-wethouders in de Volkskrant van negentien november jongstleden: een ander moet niet aan de haal gaan met de opbrengst van gemeentebeleid volgens een D66-wethouder, sorry een oud-wethouder wonen van Gemeentebelangen in Vught. Een wethouder uit diezelfde gemeente tegenwoordig van D66 zegt: een nieuwe woning is bij oplevering meteen een kwart meer waard. Ik denk dat dat voorbeelden zijn die ons hier bekend zijn. Dan voorts overwegende dat meer dan 130 gemeenten met een zelfbewoningsplicht willen voorkomen dat huizen in handen vallen van beleggers en vastgoedhandelaren. Overwegende dat 222 van de 352 Nederlandse gemeenten een enquête hebben ingevuld waaruit blijkt dat zestig procent van hen gebruik maakt van een zelfbewoningsplicht voor nieuwbouwhuizen.

Vaak daarbij een grens getrokken wordt voor sociale koop tot tweehonderdduizend euro, bij ons is dat 260 of de nationale hypotheekgarantie van 320 duizend euro. Overwegende dat vooral in de Randstad omliggende gemeentes gebruik wordt gemaakt van zelfbewoningsplicht. Overwegende dat gemeentes nadrukkelijk erover nadenken om na één januari 2022 de opkoopbescherming tegen beleggers van bestaande woningen in te voeren. De gemeente waaronder nabij Laren gelegen Amsterdam deze beleggersblokkade zo groot mogelijk wil gaan invoeren slechts 25 kilometer verder. Dat ook de gemeente Utrecht, waar we niet ver vandaan liggen, tot die gemeentes behoort die de teugels aan willen halen om mogelijk al voor de aanstaande gemeenteraadsverkiezingen daartoe besluitvorming voor te bereiden. Dat we in die oude prijscategorie van woningen tot vier ton tot voor kort nog gewoon aangeduid als middelduur in een gewilde woongemeente als Laren al voor een gewoon huis al snel vier ton betaald. In die overwegingen dat soms na aankoop door een vastgoedhandelaar, projectontwikkelaar en doorverkoop voor een ton tot anderhalve ton meer of soms in Laren nog meer verschil. Dat die beschermingsmaatregelen ook niet zaligmakend zijn voorzitter. Maar ons als gemeenteraad, als college van burgemeester en wethouders, wel tot nadenken moet stemmen en te bedenken wat wij als Laren willen bouwen.

Dat wij overwegende geen woningen moeten willen bouwen van drie ton die eigenlijk vier ton waard zijn of in ons geval woningen bouwen van vier ton op de Ligweide die straks voor vijf en een half doorverkocht worden naar een aantal jaren waarbij dan weliswaar meer opbrengst terugvloeit in de kas maar nooit meer

bereikbaar wordt voor mensen die drie vier ton voor een woning kunnen betalen. Gelet op die overwegingen, bestaande woningen die opgekocht worden dus tot vier tot zes ton waar zijn voor zeven tot negen ton worden verkocht in die overwegingen verzoeken wij het college in deze motie te onderzoeken, nadrukkelijk te onderzoeken, een uit te werkende voorstel van de gemeenteraad om na één januari 2022 de opkoopbescherming tegen beleggers van nieuwbouwwoningen schuine streep appartementen op te rekken naar 650 tot 950 duizend euro. Het zijn Larense bedragen. Te onderzoeken en uit te werken een voorstel aan de gemeenteraad om na één januari 2022 de opkoopbescherming tegen beleggers van bestaande woningen tot 850 duizend euro in te voeren en te onderzoeken en uit te werken een voorstel aan de gemeenteraad om meer kleinere betaalbare woningen te bouwen voorzien van een opkoopbescherming op Larense maat. Deze drie verzoeken tot onderzoeken brengen wij in en gaan wij over tot de orde van de dag voorzitter. De heer Nanning: Een buitengewoon actueel thema. Ik kijk eerst naar het college voor een reactie op de motie. De heer Stam. De heer Stam: Ik zal het woord sympathiek hoor ik al niet meer gebruiken. Maar ik moet er wel bij zeggen dit is een tamelijk ingewikkelde motie die natuurlijk ons laat heeft bereikt. Dat is altijd lastig met dit soort want er staat nogal wat tekst in.

Een korte reactie is dat wij natuurlijk, ik kijk toch maar even naar de Ligweide die we vanavond ook even aan de orde hebben gehad. Daar zijn wij zeker van plan, altijd geweest en dat hebben we ook uitgevoerd, net zoals we dat met Houtzagerij hebben gedaan, om te proberen juist die effecten waar mijnheer Van den Berg op wijst, tegen te gaan. Met andere woorden, we hebben daar met antispeculatie bedingen, met mogelijk de tegengang van doorverhuur, je moet er zelf wonen, het verbieden om woningen door te breken et cetera. Hebben wij een vrij vol pakket ingesteld om te zorgen dat die speculatie juist niet plaatsvindt. Als je kijkt naar de Houtzagerij: eerste vijf jaar is de prijs überhaupt niet te realiseren op een hoger niveau dan waarvoor je het hebt gekocht en in de tweede vijf jaar wordt dat afgebouwd naar nul. Dus in die zin zijn we wel degelijk bezig om dat ook met elkaar op te lossen. Ook op de Ligweide hebben we een policy met elkaar afgesproken waarbij we juist op een niveau wel eens waar hoger dan misschien een jaar geleden of een half jaar geleden gedacht werd, op een niveau willen zitten van rond de vier ton, wat eronder wat erboven, in die hofjeswoning.

Maar tegelijkertijd als je op dit moment kijkt, ik heb dat ook wel eens eerder gezegd, naar de markt dan zie je dat die prijs die we daar willen handhaven eigenlijk tegemoet komt aan juist die behoefte die in het dorp aanwezig is. Ik vind eigenlijk dat op dit moment datgene wat we van plan zijn te doen en wat we ook in uitvoering brengen, ook goed geborgd is. Als de raad meent dat dat nog nader moet worden onderzocht, dan vind ik toch dat de termijn van één januari 22 veel te kort is en zou ik eerst eens met de raad in uitgebreide zin ook wat uitgebreider dan de anderhalf uur die mij nu gegeven is om even hierop te reageren. Datgene willen blijven doen wat we op dit moment doen op de Ligweide wat we ook gedaan hebben bij de Houtzagerij. Als de raad van plan is om nog eens een keer fundamenteel hierover te praten dat we dat eens een keer agenderen op een moment dat daar geschikt voor is. Dus ik vind zelf ook gelet op de korte tijd die het college gegeven is, we hebben dat ook zelf in het college niet eens kunnen bespreken. Dat datgene wat we nu op de Ligweide uitvoeren heel sterk tegemoet komt aan datgene wat de strekking van de motie is.

Maar op dit moment zou ik het toch willen aanraden om op deze verstrekkende manier nu al besluiten te nemen en pas in een later stadium in een wat meer gestructureerde vorm, anders dan in een motie die ons anderhalf uur van tevoren bereikt, om dit zo fundamentele punt zo even te gaan besluiten. Dat is mijn reactie. De heer Nanning: Ik kijk even naar de ogen van de fracties. Ik zie in ieder geval de fractie van de VVD. De heer Faas.

De heer Faas: Dank u wel voorzitter. Wij hebben een beetje dezelfde problemen als de wethouder. We hebben de motie zeer recent ontvangen, hebben nog niet echt tijd gehad om het te bestuderen. Als je hem dan leest dan, ik heb hem nu twee keer gelezen en ik heb hem nog niet helemaal door moet ik zeggen. Het is een stapeling van argumenten en beweringen. Als ik dat dan bij elkaar optel het maakt op mij een toch wat warrige indruk. Ik durf natuurlijk ook niet te zeggen dat het verder wel sympathiek overkomt. Maar we hebben daar absoluut meer tijd voor nodig dus ik volg het college of wij volgen het college, dat we dat nu niet moeten doen. Al er een keer initiatief komt om daar met zijn allen een keer een heel goed gesprek over te hebben en om te kijken hoe we met dit soort problematiek om moeten gaan, dan willen we daar heel graag aan meewerken. Maar om dit er nu even doorheen te jassen dat gaat ons toch echt eventjes te ver. Dus wij zullen het niet steunen. De heer Nanning: De heer Wegter van de fractie van D66. De heer Wegter: Het is frappant. De heer Faas, heeft u voor de derde keer het gras voor de voeten van mij weggewaaid? Maar goed ik wil er nog iets aan toevoegen. De heer Nanning: Mijnheer Wegter u hebt bij uw nieuwe woning helemaal geen gras meer. Gaat u verder. De heer Wegter: Dat is waar. Maar nog even dit misschien.

Ik realiseer me het is een heel verstrekkend grondig probleem waar ook grondig over na moeten denken. Ik realiseer me dat we aan het einde zijn vandaag van dit college bij deze raad. Dan komt in de nieuwe raad ongetwijfeld ook een nieuwe bouwnota aan de orde. Want de huidige bouwnota hebben we eigenlijk uitgevoerd nu min of meer. Ik zou eigenlijk willen zeggen dat dit punt typisch een onderwerp zou moeten zijn wat in het kader van de toekomstige bouwintenties aan de orde moet komen. We hebben op korte termijn geen groot project meer wat daar voor in aanmerking komt. Dus het lijkt mij erg verstandig om nu nota te nemen van de zorgen die terecht zijn uitgesproken door de CDA. Maar dat we met elkaar besluiten om dit als boodschap mee te geven aan onze opvolgers. De heer Nanning: De heer De Jong. De heer Wegter: Dank u wel. De heer De Jong: Wij vinden ook dat we hier iets mee moeten. Niet op dit moment maar zeker ook met de bestaande woningen en dat we dit uitgebreid met elkaar zullen moeten bespreken op een toekomstig moment. De heer Nanning: De heer Loeff. De heer Loeff: Dank u voorzitter. Ik heb een beetje hetzelfde gevoel als de heer Faas. Als je de motie leest dan denk je: goh, goed initiatief want we zijn allemaal tegen speculatie en aan de haal gaan met de opbrengsten. Dat willen we niet, zeker als de gemeente het initiatief neemt.

Maar in deze motie worden heel veel dingen op elkaar gestapeld. Het gaat ervan uit dat er gemeentebeleid is met meerdere woningen, er wordt een suggestie gedaan dat hier mensen in het dorp lopen die woningen kopen om ze vervolgens door te verhuren of in massa rijtjes voor veel meer te gaan verkopen. Ik zie dat niet gebeuren. Ik zie wel waardestijgingen, ik zie ook commerciële huurprijzen maar om nou te zeggen dat in Laren enorme hoeveelheden beleggers azen op hele straten. Dat is in Amsterdam misschien wel aan de orde, in Utrecht in Rotterdam waar hele volkswoningbouwwijken worden afgestoten en vervolgens van alles wordt opgekocht door grote partijen die

in Amerika aan de beurs genoteerd zijn. Dat is een ander verhaal. We zitten hier in een dorp daar is inderdaad waardevermindering. Ik vind het ook heel lastig om dan te zeggen naar 650 tot 850, ik snap hem niet. Van 650 tot 850 kortom: veel vragen. Goed om daar een keer over te debatteren. Heel graag een keer in de commissie R en I dan wel financiën want het is eigenlijk een beetje een raakvlak op beide terreinen. Het gaat hierover opbrengst, winst bij gemeenten of het gaat om ruimtelijke ordening en een koopbescherming. Wat er al gebeurt door het college bij de Ligweide is een heel duidelijk signaal dat we als gemeente in ieder geval zeggen: wij gaan tegen speculatie hier maatregelen op nemen. Die toezegging is door de wethouder in de commissie heel duidelijk gedaan bij de Ligweide daarom hebben we hem ook in deze raad niet verder aan de orde gesteld. Dus eigenlijk het verzoek om de motie in te trekken en laten we via het presidium dit een keer in de commissie behandelen als een onderwerp waarbij we ook met deskundigen kunnen praten: goh, moeten wij hier iets aandoen, onderkennen we het probleem? Zien we het probleem ook in het dorp en wat is dan een passende maatregel die we zouden kunnen invoeren als we dat signaleren met elkaar? De heer Nanning: Dank de heer Loeff. Nog de heer Vos. De heer Vos: Dank u wel voorzitter. Er moeten mij twee dingen van het hart.

Ik ben maar een eenvoudige ziel maar als ik deze bedragen zie dat noemen wij dan Larense bedragen, mijn hemel. Waar hebben we het over? Ik geloof niet dat ik een huis in die prijscategorie kan betalen en toch ben ik niet armlastig. Dus het is wel echt een substantieel probleem. Eigenlijk vind ik het ook heel erg dat ik dat moet constateren, maar goed, de cirkel van invloed en zo. Maar dat is mijn eerste opmerking. Het tweede en daar heeft mijnheer Loeff mij een beetje aan het denken gezet: beleggers hoeven niet per se de straat op te kopen, dat doen ze ook gewoon soms per pand. Daar weet ik van in mijn directe nabijheid drie panden die gekocht zijn, gestript, beetje opgeleukt voor echt een forse prijsstijging daarna doorverkocht. Dat vind ik eigenlijk niet zo gepast. Dat vind ik ook niet zo plezierig want het gaat niet over een huis op de Houtweg wat daarna voor twee miljoen gekocht is. Het gaat om gewoon normale huizen die wel bereikbaar zouden zijn voor mensen met een gewone fatsoenlijke portemonnee. Dus het is wel degelijk volgens mij een probleem wat speelt en wat ik zie. Ik weet niet of de suggestie die mijnheer Van den Berg nu doet of die ons gaat helpen daarin. Dat kan ik niet beoordelen want daar ontbreekt mij hier op deze korte termijn de kennis. Maar het is natuurlijk wel gegeven dat we hier inderdaad op korte termijn ook iets mee moeten.

Want het probleem zal zich niet oplossen als we zeggen: weet je wat, dan gaan we er in de R en I nog eens een keertje over praten en dan kijken we wel wat we er daarna mee kunnen doen. Ik zou heel erg de oproep van mijnheer Van den Berg ondersteunen om de wethouder inderdaad onderzoek te laten doen: wat kunnen we hiermee? Wat is de gang van zaken? Wat gebeurt er op dit moment? We komen er niet mee weg om te denken: het valt allemaal wel mee want we hebben hier geen grote beleggers en zo. Dus ik zou het voorstel van mijnheer Van den Berg van harte willen ondersteunen. De heer Nanning: Ik kijk naar de heer Van den Berg. U heeft de reactie van uw collega’s inderdaad gehoord. Wat gaat u doen? De heer Van den Berg: Met dank overigens voor de complimenten dat iedereen het eigenlijk wel ziet maar het toch ingewikkeld vindt. We hebben net wat andere moties en amendementen gehad dan staat er iets volstrekt anders en dan kan het uitgelegd worden als dat dat wel accepteerbaar is om daar voor te stemmen en dan nemen we het allemaal indachtig mee met een kwinkslag. Deze motie is inderdaad wat laat aangeleverd, wij kregen hem tot voor kort ook nog wel eens wat stukken laat aangeleverd maar dan was het altijd mea culpa want het is druk en het kan niet anders. De intentie van deze motie, daarom heb ik benadrukt in deze motie staat uiteindelijk eens keer gewoon het woord: te onderzoeken.

Dan gaan we nu terugkomen op

het woordje na één januari. Er staat niet met ingang van januari maar wel zou gauw als mogelijk daarna dit te gaan onderzoeken. Ik denk dat de heer Vos goed geluisterd heeft in de vorige rondes. Dit moet gelezen worden als niet iets van daar gaan we het wel een keer over hebben maar hier moeten wij nu iets van vinden. Deze motie beoogt datgene om te onderzoeken. Want zoals we allemaal weten, hebben we straks bij het Raadhuis ook gehoord: we onderzoeken van alles maar we nemen nog geen besluit. Ik vind het ook een beetje jammer dat de wethouder dan dit framed als dat we nu vanavond maar zo een beslissing nemen die nooit meer terug te draaien valt. Want de intentie is om dit te onderzoeken en met een voorstel aan de gemeenteraad te komen. Anders kan ik het niet formuleren. In die overwegingen daarvoor dat kan je warrig noemen of veel, allemaal waar. De heer Nanning: Eén moment hoor. Dan kunnen de fracties nog even aandachtig luisteren naar hun collega. De heer Van den Berg. De heer Van den Berg: Het geeft ook genoeg aan. Maar dat maakt ook gewoon dat deze motie aannemen zoals we dat straks ook gehoord hebben ook een signaal is aan onszelf dat we nu niet alleen maar over blijven praten en ons afvragen hoe het toch allemaal komt.

Want de voorbeelden die mijnheer Bart Vos noemt van Groen Laren, dat gebeurt wel degelijk in uw dorp en ik vind het ook een beetje flauw dat men dat hier niet bekend is. Alleen gaat het hier niet soms alleen over woningen van drie tot vier ton, hier worden soms zelfs huizen van een miljoen of 1,2 miljoen binnen anderhalf jaar voor drie en een half miljoen doorverkocht of te koop gezet. Dus deze motie daar staat te onderzoeken, en niks meer als dat. Met een aantal overwegingen en in die overwegingen worden bedragen genoemd. Maar in die motie staat gewoon te onderzoeken om ons op spoor te brengen om erover door te praten. Als ik nou nog het idee had: we brengen hem volgende maand in en dan wordt er voorgestemd omdat we dan een dag langer hebben kunnen lezen dan zou ik dat nog overwegen. Aan de andere kant vind ik het dermate belangrijk omdat het een signaal is naar onze bevolking dat wij als gemeenteraad ons terdege van bewust zijn dat wij onder de rook van Amsterdam en Utrecht leven en de wereld hier niet helemaal kunnen regelen en organiseren. Dat staat ook in de motie en in de overwegingen. Maar dat wij wel dit punt gewoon willen maken dat we hier op eerdaags gewoon vanuit het college met een stuk eronder over kunnen verder spreken. Dat is wat de motie bedoelt. De heer Nanning: Helder. De heer Stam.

De heer Stam: Kort, wat betreft de sociale woningbouw hebben we een duidelijke afspraak gemaakt. De afspraken die we gemaakt hebben met Gooi en Om, dat er niet verkocht zal worden. Dat proberen we ook stevig vast te houden voortdurend. Wat ik graag nog even wil zeggen: wat wij nu van plan zijn te doen is … Mijnheer Van den Berg zegt: ik wil dit helemaal nu niet daar kunnen we eens rustig over praten. Maar hij verzoekt het college om te onderzoeken en uit te werken om na één januari 22 de opkoopbescherming op te rekken. Met andere woorden: we moeten in een paar weken tijd dat voor elkaar zien te krijgen. Mijn pleidooi is nou juist: laten we nou even de tijd voor nemen. Ik heb elke keer opnieuw als ik probeer ook nu op de Ligweide prijzen vast te houden dan liggen die prijzen altijd nog onder, alhoewel ze behoorlijk omhoog zijn gegaan zoals ik begin van de avond heb uitgelegd, de gemiddelde minimumprijs die op dit moment gangbaar is. Dus we proberen van de kant van het bestuur in ieder geval van B en W om dat op niveau te houden. Ik zou echt een pleidooi willen houden in de richting van mijnheer Van den Berg. Laten we zoals anderen ook hebben gepleit eens rustig dit hele ingewikkelde vraagstuk op ons af laten komen. Dat vooral met elkaar behoorlijk bediscussiëren en daar de tijd voor nemen.

Nogmaals, ik neem mijnheer Van den Berg dat verder niet kwalijk maar als we anderhalf uur voor de tijd hier dit moeten behandelen dan zeg ik: laten we ons even vasthouden aan datgene wat we nu op de Ligweide van plan zijn te doen. Heb ik echt mijn best voor gedaan om dat, en dat

doen we ook met elkaar om die prijzen op een goeie manier vast te houden en de antispeculatie ‘…’ op los te laten. Laten we in de wat bredere context dit vraagstuk aan de orde hebben. De heer Nanning: Wat adviseert het college in die zin? Aanhouden en agenderen voor de eerste komende commissie wonen ruimte groen? De heer Stam: Dat zou ik niet doen maar ik zou om te beginnen … We lopen langzamerhand in een spagaat natuurlijk want we hebben nog een paar raadsvergaderingen. Ik vind het ook een onderwerp waar, niet dat ik er van wegloop want als u erop aandringt blijf ik gewoon nog vier jaar zitten. Maar ik zou wel proberen eens na te gaan dat we niet dit soort dingen die toch vrij ingrijpend zijn eventjes in januari er bij fietsen want het moet nog even behandeld worden. Ik zou het echt serieus in de komende maanden goed bestuderen. Ik wil ook wel serieus ernaar kijken maar laten we dan de tijd nemen om eens dit soort ingrijpende zaken toch eens goed met elkaar te bediscussiëren en niet in ander halfuur een besluit te nemen. De heer Nanning: Mijnheer Van den Berg u bent de indiener van de motie. De heer Van den Berg: Als ik alles gehoord heb. Ik vind het gewoon bijzonder jammer dat het erg in de hoek gedrukt wordt dat wij een terug ontkoombaar besluit nemen met een toelichting daar nog eens op dat die datum één januari genoemd is ook in verband met andere gemeentes.

Maar dat daar best wat rek in zit. Maar vooral benadrukt de tekst van het onderzoeken en niet alleen van de nieuwbouwwoning maar ook van bestaande woningen. Mede omdat, dat kijkt ook naar de heer Vos die mij bijviel, om toch in de lucht wil houden mits hij daar ook in meegaat, het punt te maken want ik vind het toch wel een beetje laf en zwak dat wij nu dit heel zwaar uitleggen dat dit allemaal niet kan. Terwijl we morgen gaan vertellen dat de betaalbare woningen in Laren gebouwd moeten worden terwijl we gewoon de betaalbare woningen voortdurend uit onze handen laten glippen. Dus ik handhaaf de motie voorzitter vooral omdat er ook geen bereidheid is om hem eventueel in een volgende vergadering te agenderen en iets aan te scherpen. Dat hoor ik allemaal niet dus we handhaven hem gewoon en we komen erop terug. De heer Nanning: We gaan de motie in stemming brengen. Kunnen de fracties die de motie steunen dit kenbaar maken? Dat zijn de fracties van het CDA en van Groen Laren. Kunnen de fracties die tegen de motie zijn dit kenbaar maken? Dat zijn de fracties van Larens Behoud, Liberaal Laren, D66 en de VVD. Daarmee is de motie verworpen. 9.

Sluiting

De heer Nanning: Komen wij tot een sluiting van de vergadering van deze gemeenteraad. De volgende vergadering is de decembervergadering en daarmee komen we naar de laatste drie raadsvergaderingen van deze raadsperiode. Dus er komt nog best wel wat op u af. Ik wens u allen wel thuis, doet u vooral voorzichtig, drukt u uw naasten ook op voorzichtig te zijn want er wachten ons pittige weken in het licht van de stijgende besmettingen. Dank aan de bodes, dank aan ons griffier, dank aan de ambtelijke ondersteuning, onze gemeentesecretaris. Ik wens u wel thuis. De vergadering is gesloten.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10993004/2