20211124 Transcript raad
Tekst van het document
TRANSCRIPT VAN DE GEMEENTERAAD VAN GEMEENTE LAREN d.d. 24 november 2021
1.
Opening en vaststelling agenda De voorzitter: Leden van de gemeenteraad, wilt u uw plekken op gaan zoeken? We gaan beginnen, het is 20:00 uur. Ook de leden van de VVD-fractie. Meestal de meest mobiele fractie, dat zien we dan weer. Leden van de gemeenteraad, ik heb goed nieuws voor u: Sinterklaas is ook in Laren aangekomen, afgelopen zaterdag. En dat is extra bijzonder. Want zoals u weet, hebben alle publieke evenementen hele bijzondere regels in deze tijd, in het licht van het toenemend aantal corona-besmettingen. En binnen die regels is het Laren toch gelukt om Sinterklaas te ontvangen. En hem de kans te geven alle kinderen te begroeten. De kinderen hebben hem ook allemaal kunnen ontvangen. En daarvoor zijn we dank verschuldigd aan de politie, boa’s en verkeersregelaars die de route hebben begeleid. Alle vrijwilligers die hebben meegeholpen. En op de eerste plaats natuurlijk de leden van het Oranje-comité, die dit mogelijk hebben gemaakt. Onder het voorzitterschap van niemand minder dan onze eigen Erwin van den Berg. Dus namens het gemeentebestuur wil ik hen bedanken dat dit weer mogelijk is geweest. En in het licht van het vlot stijgend aantal besmettingen zou het zomaar eens kunnen zijn dat dit ook voorlopig het laatste is wat we hebben meegemaakt in het dorp. Er komt een vervroegde persconferentie aanstaande vrijdagavond.
Houd u rekening met een aanscherping van de maatregelen. En zorgt u ook goed voor uzelf. Want volgens mij kennen we inmiddels allemaal in onze privéomgeving mensen die besmet zijn. Dus houdt u ook vanavond, in deze vergadering, de maatregelen goed in acht. Als u loopt, een mondkapje op. En verder hetzelfde. Dan wil ik hierbij de vergadering openen. En wilde ik de agenda vaststellen. Met de mededeling dat er twee moties vreemd aan de orde zijn ontvangen. De motie Bevoegdheden afvalverwerking en de motie Woonplicht koper. Ik wil deze voorstellen toevoegen als agendapunt 9.1 en 9.2 bij het agendapunt Moties vreemd aan de orde. En in de commissievergadering van 18 november heeft Larens Behoud aangegeven een motie te overwegen om commissieleden te benoemen als vertegenwoordiger van de raad aan de bestuurstafels van de MRA. Die motie is niet meer ingediend. En dan zou ik u daarom willen voorstellen om agendapunt 8.6 De samenwerkingsafspraken MRA alsnog af te handelen als hamerstuk. Kunt u daarmee instemmen? De heer Wegter. De heer Wegter: Ja, ik wil niet lastig doen, maar we hebben het in de commissie besproken. En we vonden het van dermate belang dat het belang daarvan ook nog eens onderlijnd moest worden bij deze gelegenheid. Maar wanneer we dat nu met elkaar vaststellen dat dat een heel belangrijk onderwerp inderdaad is, waar we nog gelukkig overeenstemming over bereikt hebben.
Dan ben ik bereid om vanavond te zeggen: alsnog het hamerstuk. De voorzitter: Kunnen we met elkaar beslissen dat dit een héél belangrijk hamerstuk is? Ja, dat is het geval. De heer Wegter: Belangrijk is dat we daar nu unanimiteit over gekregen hebben. De voorzitter: Zeker! Maar dan zullen we dat bij het vaststellen van het hamerstuk nogmaals benadrukken. De heer Wegter: Het politieke belang van de unanimiteit acht ik van groot belang, ja. De voorzitter: Ja, helder. Kunnen we dan als zodanig de agenda vaststellen? De heer Van der Zwaan.
De heer Van der Zwaan: Ja, voorzitter, dank u wel. We hebben op punt 6 staan Vaststellen lijst ingekomen stukken. We hebben inderdaad ook vorige week een lijst van toezeggingen gekregen. Waar kunnen we die bespreken? Of moeten die onderwerpen terug naar de commissie? En hoe gaan we dat doen? De voorzitter: Als er een punt is op de lijst van toezeggingen die u besproken wilt hebben, brengt u dit graag via de griffier onder de aandacht van het presidium. Dan agenderen we dat punt bij de commissie. Dan kunt u in de commissie het college vragen over een punt op de lijst van toezeggingen. Ja? De heer Van der Zwaan: Dank u wel. De voorzitter: Dan hebben we dat hierbij zo besproken. En dan weet de griffier dat hij ook een mailtje van de heer Van der Zwaan kan ontvangen. Kunnen we dan zo de agenda vaststellen? Dat is het geval. 2.
Mededelingen De voorzitter: Dan kom ik bij agendapunt 2, de mededelingen. Ik weet in ieder geval dat wethouder Den Dunnen een mededeling wil doen. Het woord is aan de wethouder. De heer Den Dunnen: Ja, er zit nog een agendapunt voor, mijnheer de voorzitter. En dat zijn de vragen van de VVD. De voorzitter: Ik heb hier bij agendapunt 2 Mededelingen. En bij agendapunt 3 de beantwoording van vragen. De heer Den Dunnen: Oké. De voorzitter: Ik zou zeggen: pak uw kans. De heer Den Dunnen: Ja. Ik heb vanmiddag een interview gehad met de Gooi- en Eemlander, over de huishoudelijke hulp. U zult ongetwijfeld gelezen hebben dat in Wijdemeren men niet zover gekomen is als dat wij gekomen zijn. Naar aanleiding daarvan heeft de Gooi- en Eemlander een interview met mij gehad. En wat ik daaruit kan zeggen, is dat de dalende trend -zoals we die bij de laatste presentatie van het dashboard hebben gehad- die dalende trend zit er nog steeds in. Intussen is er ambtelijk contact geweest met het Ministerie van VWS. Die hebben gevraagd van: wat zijn de motieven van de raad geweest? Hoe ziet dat raadsbesluit eruit? En eind deze maand is er een gesprek met onze gemeentesecretaris. En die zal zich laten vertegenwoordigen … En ook een jurist van de VNG zal daarbij zijn, bij dat gesprek.
En de verwachting is dat dan vervolgens de bestuurders aan de beurt komen om hun verantwoording af te leggen waarom men dit besluit heeft genomen. Dus daar zit vanuit het ministerie wel druk op. Maar goed, wij geven hun gewoon antwoord zoals het gebeurd is. En op dit moment loopt het goed. En ik denk ook dat de besparingen -die zitten nu rond de twaalfduizend euro- dat de 27 die we gedacht hadden, dat we daar een heel end mee komen. Het tweede, mijnheer de voorzitter, waren de vragen van de VVD. De voorzitter: Ja, dat is het volgende agendapunt. Maar als er nog andere mededelingen … De heer Calis eerst nog. Mijnheer Den Dunnen, u moet eventjes uw adem nog inhouden. Mijnheer Calis, gaat uw gang. De heer Calis: Een eenvoudige mededeling, voorzitter. Bij de begroting is er een zogenaamd taartdiagram gepresenteerd, onder andere in het Larens Journaal. Tot mijn grote spijt zat daar een rekenfoutje in. Dat hebben we nu gecorrigeerd. En we hebben ook meegenomen de verbetering die tot stand is gekomen door de
septembercirculaire. Door aan te geven hoe het resultaat van 2022 verbetert. En dat nieuwe taartdiagram zal in het komende Larens Journaal gepresenteerd worden. De voorzitter: Helder! Dank, mijnheer Calis. Overigens, voordat ik naar het volgende agendapunt ga: ik ben iets vergeten. Wij kunnen niet borrelen na afloop van de vergadering van de gemeenteraad. In verband met de corona-regels, maar mede op verzoek van het presidium -waar volgens mij de heer Vos dit heeft ingebracht- is er op alle tafels fris. Staat er voor u ter beschikking. En de griffier heeft mij bijzonder verzocht te demonstreren hoe u die kunt openen. Er zit een pennetje in, dat u dat ziet. Helder. En zo meteen worden er ook nog warme snacks geserveerd. Zodat u het nog langer volhoudt. Mijnheer Wegter. De heer Wegter: Min of meer normaal krijgen we kopieën van de moties en amendementen, op papier. Nu vanavond ligt er niks. Ik zou het toch heel erg op prijs stellen, dat we die alsnog krijgen, eerlijk gezegd. De voorzitter: De griffier heeft aangegeven dat het een en ander zó laat is ontvangen, dat het niet meer mogelijk was het te printen. Maar als er een nadrukkelijk verzoek is om het alsnog ter beschikking te stellen, dan gaan we dat doen. De heer Wegter: Ik zou dat zeer op prijs stellen. De voorzitter: Zeker! Mijnheer Van den Berg.
De heer Van den Berg: Het is inderdaad wat, onder andere door ondergetekende, laat aangeleverd. Maar ik zag dat het keurig in iBabs staat. Dus als iedereen zijn computer of laptop aan heeft, kan je het gewoon lezen. De voorzitter: Het is digitaal beschikbaar in iBabs. En als u een printje wilt, dan: u bent het hoogste orgaan. Daar kunnen we niet omheen. We gaan door met de agenda. 3.
Beantwoording vragen De voorzitter: Ik kom bij de beantwoording van vragen. Mevrouw Niekus van de VVD heeft vragen gesteld over het regiovervoer. Mevrouw Niekus, wilt u de vraag nog even toelichten, of volstaat beantwoording rechtstreeks door het college? Ik kijk naar de heer Den Dunnen. Misschien dat hij even kan helpen met een inleidinkje. De heer Den Dunnen: Ja, dank u wel. Mevrouw Niekus heeft vragen gesteld over het Wmo-vervoer. In het voorstel -dat ging over het voorstel over de kostenberekening van de overgang van zonetarief naar kilometertarief- was Laren niet meegenomen. De berekeningen daar konden niet gemaakt worden, omdat wij natuurlijk bij de Latax zaten en we pas vanaf 1 juli mee zijn gaan doen in het Wmo-vervoer. En bovendien in de coronatijd is de informatie die daarvoor voorhanden begint te komen onvoldoende om daar iets zinnigs over te zeggen. Er wordt gesproken over een rolstoeltoeslag van 35 procent. Hoeveel inwoners van Laren worden hiermee geconfronteerd? De gemeente betaalt. En wat is het geschatte kostenplaatje? Daar moet ik het hetzelfde antwoord op geven. Want bij de Latax hadden we dit niet. Dit heeft wel altijd voor de andere gemeentes in de tarieven gezeten. En de gemeentes betaalden dat ook. Mij is gezegd dat de Latax in het verleden subsidie heeft gekregen voor het aanschaffen van een rolstoelbusje.
En als mensen met een rolstoel zich aanboden om vervoerd te worden, dan zette Latax dat rolstoelbusje in. En dat ging tegen dezelfde taxibonnen. En ik kan me niet herinneren dat wij ook ooit een rekening gehad hebben, extra. Dat was met die subsidie die gegeven is voor die rolstoelbus, was daarmee ook de langdurige kosten afgekocht. In het Wmo-
vervoer … Even kijken hoor, wat was uw volgende vraag? Het vervoer van de Gooi- en Vechtstreek gaat vanuit de Wmo-vervoer Laren met kilometerbekostiging uitvoeren. Kan dat binnen de bestaande begroting? En daar staat bij: wij gaan ervan uit dat dat zo is. Op welke aanname is dat gebaseerd? Nou, dat is eigenlijk gebaseerd op de beperkte gegevens die we nu hebben, van drie maanden. En dat denken we dat dat ruimschoots voldoende is op dit moment. Omdat er heel weinig Wmo-vervoer plaatsvindt. Dus ja, eigenlijk komen uw vragen iets te vroeg. We kunnen er nog weinig van zeggen. Er is wel toegezegd dat na het vierde kwartaal een volledig overzicht zal worden gegeven van Wmo-vervoer van Laren. Dus wacht u januari af, dan krijgt u de eerste voorzichtige cijfers. De voorzitter: Mevrouw Niekus, u heeft een toezegging. Is die voldoende? Ik zie dat de VVD-fractie tevreden is met uw beantwoording. 4.
Mededelingen Portefeuillehouders m.b.t. Gemeenschappelijke Regelingen De voorzitter: Dan kunnen we naar het volgende agendapunt. Dat zijn de meldingen van portefeuillehouder met betrekking tot gemeenschappelijke regelingen. Ik kijk eventjes naar de portefeuillehouder. De heer Calis. De heer Calis: Ja, dank u wel, voorzitter. Ik mag een heuglijke mededeling doen. Want vanmiddag is er een vergadering geweest van het algemeen bestuur van de Gemeenschappelijke Regeling Gooyergracht en vijzelgemaal Eemmeer. Dat is een gemeenschappelijke regeling tussen Laren en Blaricum met betrekking tot de Gooyergracht, een uitermate langslepend verhaal. Dat speelt al van 2007, 2008. Ik zal u niet vermoeien met alle details van deze zaak. Maar het algemeen bestuur heeft vanmiddag besloten tot het aangaan van een intentieovereenkomst met het waterschap AGV, Amstel Gooi en Vecht. Waarin de eigendommen en verantwoordelijkheden voor de Gooyergracht -het beheer daarvan, van de stuwen, het gemaal en ook het baggeren van het slib- overgedragen wordt naar de waterschap. En de gemeenschappelijke regeling die draagt alleen nog maar verantwoordelijkheid voor de vastgestelde achterstallige onderhoud, voor 50 procent. In de komende maanden en begin van volgend jaar zullen al die verschillende stappen worden uitgewerkt en een plan van aanpak wordt dan gepresenteerd.
Maar het lijkt dat er eindelijk schot in is gekomen. De tweede mededeling is de regio. Het algemeen bestuur van de regio heeft vorige week donderdag een heidag gehad. En het voornaamste onderwerp van gesprek op de heidag was: hoe kunnen wij bevorderen dat de raden meer betrokken zijn bij de besluitvorming in de regio? Het stuk dat voorlag dat kent u. Dat is het advies van de commissie Mol, zoals dat heet. In aanvulling op die discussie en dat document zullen Pieter Broertjes -de voorzitter van de regio- en Nanning Mol een rondje maken langs de raden, om het nog in detail met u te bespreken. Dank u wel. De voorzitter: In aanvulling op deze mededeling inderdaad ook wenken vanuit de raden ophalen voor de volgende ronde van het algemeen bestuur en de inrichting van de regio, precies. Ah, de griffier meldt mij zojuist dat in het presidium zal worden voorgesteld om het gesprek met de heer Broertjes te agenderen voor 10 februari, in de commissie. Ik zie een non-verbale wenk van wethouder Den Dunnen. De heer Den Dunnen: Ja, het algemeen bestuur van het Tomin, mijnheer de voorzitter, heeft het bedrijfsplan goedgekeurd. En de raad kan zeer binnenkort een raadsinformatiebrief daarover ontvangen. De voorzitter: Heel goed, dank. Zijn er nog andere meldingen? Nee? Oké, we hebben ze eigenlijk allemaal al gehad, hè, de gemeenschappelijke regelingen.
5.
Vaststellen besluitenlijst openbare raadsvergadering d.d. 27 oktober en 5 november 2021 De voorzitter: Dan kom ik bij het vaststellen van de besluitenlijst van de openbare raadsvergadering van 27 oktober jongstleden en van 5 november jongstleden, waarbij wij de begroting hebben behandeld. Kunnen we deze besluitenlijst vaststellen? Is dat … Ja, dat is het geval. Wenst niemand stemming? Dan is hij hierbij vastgesteld.
6.
Vaststellen lijst ingekomen stukken De voorzitter: Dan kom ik bij het vaststellen van de lijst van ingekomen stukken. Waarbij nadrukkelijk is verzocht de lijst van toezeggingen nog te agenderen voor het presidium. Kunnen wij de lijst met ingekomen stukken vaststellen? Dat is het geval.
7.
Bekrachtigen geheimhouding De voorzitter: Dan kom ik bij agendapunt 7, de bekrachtiging van geheimhouding. Voor dit agendapunt zijn geen voorstellen ontvangen. Proost, de heer Loef. Dan passeert dit agendapunt.
8.
Raadsvoorstellen De voorzitter: En dan kom ik bij de raadsvoorstellen en beginnen wij bij de hamerstukken. 8.1 Wijziging APV Vuurwerkverbod De voorzitter: Dan kom ik als eerste bij agendapunt 8.1, de wijziging van de algemene plaatselijke verordening in het licht van een aangenomen motie rondom een vuurwerkverbod. Is uitgebreid besproken in de commissievergadering. Besproken is dat we het gaan evalueren na de jaarwisseling. Maar we zijn inmiddels ingehaald door de werkelijkheid dat er weer een algeheel vuurwerkverbod zal gelden bij deze jaarwisseling. Kan ik het voorstel als zodanig vaststellen? De heer Vos. De heer Vos: Ja, heel graag, voorzitter. Dat er weer een landelijk besluit genomen is, houdt dat in dat er dus pas over een jaar weer geëvalueerd wordt? Of tillen we het dan evengoed naar aanstaande februari? De voorzitter: De gemeenten in de regio hebben de wens uitgesproken in februari 2022 het vuurwerkverbod te evalueren. Dus u kunt erop rekenen dat begin volgend jaar alsnog een stuk tot u komt over een volgend vuurwerkverbod. De heer Vos: Oké, het heeft dus geen opschortende werking, begrijp ik. De voorzitter: Nee, nee. De heer Van den Berg. De heer Van den Berg: Maar ik zou het wel gewoon graag in stemming willen brengen. Want anders moet ik een voorbehoud gaan maken.
De voorzitter: De commissie heeft aangegeven dat het een hamerstuk is, hè! De heer Van den Berg: Dat is over de keuze, toch? Dan moet ik … Maar ik ben niet voor. Want er staat namelijk in de tekst dat het nu opgehangen wordt …
De voorzitter: Ik ga vanavond heel pragmatisch zijn. We gaan ook niet wisselen in agendapunten. We gaan stemmen over de algemene plaatselijke verordening, de wijziging ten aanzien van het vuurwerkverbod. Kunnen de fracties die het voorstel steunen, dit kenbaar maken? Ja, ja, ja. Dat zijn de fracties van Groen Laren, de VVD, Liberaal Laren en Larens Behoud. En D66, uiteraard. Kunnen fracties die tegen zijn dit kenbaar maken? Dat is de fractie van het CDA. Daarmee is het voorstel aangenomen. De voorzitter: En gaan we nu echt door met hamerstukken. Kom ik bij de begrotingswijziging van het subsidieconvenant Singer. Dat kan ik als zodanig vaststellen. De heer Vos heeft een stemverklaring? De heer Vos: Nou ja, het is verklaard tot hamerstuk. Ik was helaas verhinderd tijdens de commissievergadering. Ik zou daar toch wat over willen zeggen, als dat mag. De voorzitter: Ja, dan had u toch echt bij de commissievergadering moeten zijn. Of iemand moeten afvaardigen. Maar … De heer Vos: Nou, dat is wel heel erg lastig, mijnheer de voorzitter. Ik weet niet hoe u dat voor zich ziet, maar dan zou ik mezelf moeten klonen, of een deel af moeten splitsen. Dat is wel een héle lastige in mijn geval. De voorzitter: Mijnheer Vos, geeft u een stemverklaring. De heer Vos: Nee, ik wil geen stemverklaring. Ik wou er iets over zeggen.
De voorzitter: Wilt u dat dit hamerstuk een bespreekstuk wordt? Dat mag. De heer Vos: Dat zou ik dan graag willen. De voorzitter: Oké, dan gaat de begrotingswijziging subsidieconvenant Singer naar het eerste bespreekpunt toe. 8.3 Rapport Rekenkamercommissie Inkoop De voorzitter: Dan kom ik bij het rapport van de Rekenkamer voor de inkoop. Kunnen alle fracties daarmee instemmen, met een hamerstuk? Dat stel ik hierbij vast. 8.6 Samenwerkingsafspraken MRA De voorzitter: Dan kom ik bij de samenwerkingsafspraken Metropoolregio Amsterdam. Die heel belangrijk zijn. Waar we zéér manifest over hebben gesproken in de commissievergadering. Maar waar unanimiteit over bestond. Dus die we hebben geagendeerd voor de gemeenteraad al hamerstuk. Kan ik dat als hamerstuk vaststellen? Dat is het geval. Zijn we volledig tegemoet gekomen aan de wensen van D66. 8.2 Begrotingswijziging subsidieconvenant Singer De voorzitter: En kom ik bij het eerste bespreekstuk. Dat is de begrotingswijziging subsidieconvenant Singer. En geef ik als eerste het woord aan de fractie van Groen Laren. De heer Vos: Ja, dank u wel, voorzitter. Ja, het was mij onmogelijk om mijn mening af te geven. Kijk, ik begrijp dat er een contractuele verplichting ligt. En ik begrijp ook dat er betaald moet worden. En laat ik één ding
vooropstellen: ik heb zeer veel respect voor het Singer. Dat doen ze buitengewoon goed. Dat doen ze buitengewoon mooi. Daar valt helemaal niks van te zeggen. Maar -en nu komt hij en dat zit meestal dan in die ‘maar’ verstopt- laten we voor het gemak even zeggen: drie ton per jaar gaat er naar toe. Als ik even kijk naar de functie die zogenaamd Singer wordt toebedacht: “Een magneet voor de economie. Een magneet voor het dorp. Er komen allemaal mensen hier naartoe.” En er wordt altijd hoog opgegeven van de werking van het Singer. En waar we allemaal zoveel profijt van zouden kunnen hebben. Of, zouden hebben, moet ik zelfs zeggen. Dan zit ik toch met twee hele grote kanttekeningen. En ik begrijp ook dat ik moeilijk de wethouder kan zeggen: nou, stop dan maar met de subsidie. Maar ik zou wel willen meegeven dat er wel twee hele belangrijke punten aan vastzitten, als er opnieuw gepraat gaat worden over het toekennen van die subsidie. En dat is ten eerste natuurlijk de verkeersdruk die het oplevert voor het dorp. Nou, dat is evident. Ik denk dat ik dat niet hoeft te herhalen aan deze tafel. Maar er zit een tweede punt. En dat is toch misschien wel wat zwaarwegender, volgens mij. Als je de jaarverslagen bekijkt van het Singer, dan is daar een mooie sluitende begroting. Hartstikke leuk. En daar mogen wij aan bijdragen.
En in het licht van het bijdragen aan de Larense economie en voor de winkeliers en voor de horeca, dan lees ik in 2019 -ik heb even voor het gemak de laatste twee coronajaren maar even overgeslagen, want die zijn natuurlijk niet representatief- dan blijkt dat zowel in het winkeltje, als in de horeca zelf van het Singer 1,8 miljoen euro opgehaald wordt. Dat vind ik een behoorlijk hoog bedrag. En dat mag, want het is legitiem. Je mag namelijk geld verdienen. Maar het is wel een beetje een gekke dat wij dus bezig zijn om eigenlijk een puur commerciële organisatie in die zin -want het Singer pretendeert dan wel zelfstandig te zijn en particulier te zijn- maar wij stoppen dus drie ton in de subsidiëring van een concurrent. Van onze gewone horeca, van onze gewone winkeltjes. En ja, laat ik maar even een rare vergelijking maken: in het Bonte paard hangen ook schilderijtjes. En die zijn hartstikke leuk in elkaar gefröbel franst. En die kun je ook voor weinig kopen. En daar kun je ook een drankje doen.
Maar stel je voor dat nou de kastelein van Bonte Paard naar ons toekomt en zegt: nou, zou u een beetje bij willen dragen in de exploitatie van mijn café? Dan zeggen we: ben je nou helemaal gek geworden? Wat is dit? En aan de andere kant hebben wij dus een rondborstige, volbloedige, buitengewoon commerciële uitbater van een museum die wij eigenlijk gewoon elk jaar minimaal drie ton toeschuiven. Ik vind dat toch een beetje raar. Ik vind het een beetje meten met twee maten. En ik wil niet dat we het Singer gaan zeggen: nou, je mag niet meer verkopen. Of: je mag geen koffie meer schenken. Maar, ik vind wel dat bij een volgend overleg als het gaat over subsidie, dit een punt is wat ter tafel moet komen. Want er zijn ook gewoon winkeliers in het dorp die het buitengewoon lastig gehad hebben, maar ook gewoon zelfstandig werken. Niet beroep kunnen doen op de algemene middelen. En misschien niet zo’n goeie lobby hebben hier aan tafel. Maar op geen enkele manier gesteund worden door de mensen hier aan tafel. En ik wil de wethouder dus vragen om dit mee te nemen -en dat zal waarschijnlijk een andere wethouder worden- maar om dit eventjes ter sprake te brengen bij het college van beheer van het Singer. Want het is wel een beetje een gekke. En daar wou ik het graag bij laten. Dus dank u wel voor het feit dat ik het even mocht zeggen, mijnheer de voorzitter. De voorzitter: Ja, mijnheer Vos.
En overigens mijn excuus, want u had niemand kunnen afvaardigen. U kunt geen commissieleden benoemen, namelijk, tussentijds. Dus mijn excuus daarvoor. Ik kijk nog even, want wij hebben gewoon een eerste termijn. Zijn er andere fracties die willen reageren? Nee, dan kijk ik naar het college. Er is een vraag gesteld. Misschien heeft u nog behoefte om even te reageren op de eerste termijn van de fractie van Groen Laren. De heer Calis: Ja, dank u wel, voorzitter. De overeenkomst die op de agenda staat om op 30 november aanstaande getekend te worden, kent een duur van vier jaar. En ik zal de suggestie van de heer Vos dus over vier jaar agenderen.
De voorzitter: Ik kijk even nog naar de fractie van Groen Laren. De heer Vos: Ja, daar wil ik best wel op reageren, mijnheer de voorzitter. Kijk, ik begrijp dat u denkt: ik kan het met deze kwinkslag wel afdoen. Maar het heeft natuurlijk wel een hele principiële werking, hè? Dat wij hier aan tafel besluiten om concurrenten te subsidiëren en andere bedrijven níet te helpen. En ik begrijp uw kwinkslag en ik begrijp ook dat u daarmee geholpen bent. En u heeft formeel ook gelijk. Maar ik wil het hier toch ter tafel brengen, want ik vind het geen eerlijke gang van zaken. De voorzitter: Ik kijk nog een keer naar het college. De heer Calis. De heer Calis: Ja, dat is toch een misverstand, voorzitter. Dat is absoluut geen kwinkslag, maar de realiteit. De overeenkomst wordt voor vier jaar aangegaan. U kunt wellicht ook begrijpen dat ik het totaal niet eens ben met de vergelijking die getrokken wordt door Groen Laren tussen het Bonte paard en het Singer. Het Singer is echt als museum, heeft steeds meer en meer een regionale en zelfs nationale uitstraling. Die uitermate belangrijk is voor de gemeente Laren. En dus de subsidie waartoe we ook contractueel verplicht zijn, denk ik dat dat een hele goeie zaak is. En ik ben blij dat die overeenkomst weer voor vier jaar gaat gelden. En na die vier jaar kunnen we dan de gevoelens van de heer Vos meenemen. De voorzitter: Helder.
De fracties kunnen nu hun steun kenbaar maken voor het voorstel voor de begrotingswijziging voor het subsidieconvenant. Kunnen de fracties die het voorstel steunen dit kenbaar maken? Dat zijn de fracties van de VVD, D66, Liberaal Laren, het CDA en Larens Behoud. Kunnen de fracties die het voorstel niet steunen dit kenbaar maken? Dat is de fractie van Groen Laren. Daarmee is de begrotingswijziging aangenomen. De heer Van der Zwaan: Mijnheer de voorzitter? De voorzitter: De heer Van der Zwaan. De heer Van der Zwaan: Kunt u in de notulen meenemen dat er niet vijftien maar veertien leden stemmen? De voorzitter: Dat is inderdaad het geval. Er is geen lege plaats. Maar inderdaad, mevrouw Timmerman is afwezig. Zij is ziek. Dus daar doe ik hierbij nog mededeling van. En dat nemen we dus ook mee in de notulen. En ik kreeg nog een wenk over het rapport van de Rekenkamercommissie Inkoop. Dat is een hamerstuk. En volgens mij heb ik dat als zodanig ook vastgesteld. Toch? Ja, helder. Dan ga ik weer terug naar -ja, we rommelen er even doorheen, hoor- maar wij houden toch een flux tempo met elkaar vast. 8.4 Principebesluit huisvesting gemeentebestuur De voorzitter: Dan kom ik bij het bespreekstuk Principebesluit huisvesting gemeentebestuur. Ik neem aan dat alle fracties hierover het woord wensen te voeren. Ik begin links, bij de fractie van Larens Behoud.
De heer Jacobse: Voorzitter, dank u wel. Ik ben geneigd te zeggen dat mijn gezondheid met sprongen vooruit gaat in deze vergadering. Dus ik hoop het einde van mijn betoogje te halen. Na een verbeten … De voorzitter: Bij klachten thuis blijven, hè? De heer Jacobse: Ja.
De voorzitter: Is het advies. De heer Jacobse: Nog geen klachten, integendeel. De voorzitter: Heel goed. De heer Jacobse: Grote vreugde en inspiratie. Na onze verbeten strijd om dit prachtige dorp zelfstandig te houden, zou het betrekkelijk bijzonder zijn als mijn fractie zou concluderen dat wij ons niet in dit dorp wensen te vestigen met bestuur, raad, commissie en van … Maar goed, dat is niet helemaal uw vraag. Ik loop even door uw verhaal heen. De voorkeur uit te spreken: a. De raadsvergaderingen voorlopig in het BEL-kantoor te laten plaatsen. Ik wil graag de nadruk op ‘voorlopig’ daar hebben. Dat dat woordje niet toevallig in de coulissen verdwijnt. Daar gaan we mee akkoord. b. De huisvesting van college en staf in het Brinkhuis in te passen. Het is fijn dat ons dat gevraagd wordt, maar dat mag het college zelf bedenken. We kunnen het hooguit met het principe eens zijn. En omdat dit type besluit wordt gevraagd. Dus antwoord: ja! c. De griffie ook in het Brinkhuis te vestigen. Ik heb begrepen dat de griffie zelf heeft aangegeven dat graag te willen. Secretariaat is al automatisch; gaat met u mee. Dus we gaan met het hele spul naar het Brinkhuis. Daar zijn wij het mee eens. Even kijken. Daartoe de business case nader uit te laten werken in samenhang met de verkoop. Kijk, daar wordt het nou interessant, wat ons betreft.
Wij hebben de neiging om een splitsing te maken in dat geheel. Dus niet zozeer die koppelingen te leggen. Maar om bijvoorbeeld te zeggen: als we nou de business case aan het raadhuis hangen. En we zouden zeggen -daar op termijn, want we praten over een principe- we gaan dat verkopen of verhuren. Maar we gaan daar in ieder geval mee aan de gang om daar het maatschappelijk medisch centrum te bedenken, zoals de wethouder dat heeft toegelicht, of zo. Dan zou dat een prachtig uitgangspunt zijn voor een business case. Waar ook plus en min in aangegeven wordt. Waarbij we ook vaststellen wat dat kost. Vooral wat het niet kost. En hoe wij daar dan in onze gemeenschap een prachtig college van krijgen. Die businesscase zouden wij dus willen isoleren op het raadhuis. Dan blijft over het Brinkhuis. Daar zouden we eigenlijk gewoon een exploitatieverhaal van willen maken. We weten dat Brinkhuis verlieslatend is. We leveren daar geld voor, en bij. Het is een goeie zet en een goed voorstel om met ons bestuur naar het Brinkhuis te gaan, denk ik. Dat maakt het allemaal een stuk vrolijker. Daar hoeft wat ons betreft geen businesscase-verhaal op losgelaten te worden. Dat is een kwestie van goed rekenen en vooral goed plannen. En kijken waar we dan dat allemaal gaan doen.
Dat daar tienduizend euro voor beschikbaar moet zijn om iemand dat te laten voorbereiden en die case te laten maken, dat is voor ons duidelijk. Kortom, wij zijn het met uw principe wel eens. Als het woord ‘voorlopig’ maar onderstreept wordt. Dank u wel. De voorzitter: Dank. Dan steek ik over naar de fractie van D66. De heer Wegter: Voorzitter, eerst graag een verduidelijking aan collega van Larens Behoud. U wilt een amendement, blijkbaar. Dat betekent het voorstel. Maar u vindt dat de businesscase uitdrukkelijk alleen betrekking moet hebben op het raadhuis. Terwijl hier iets anders staat, hè. Hier staat dat de businesscase betrekking moet hebben op de verschillende elementen die aan de orde zijn. En dus als u uw stemming wilt vasthouden, dan moet u een amendement indienen. Dit begrijp ik. Maar goed, afgezien daarvan, dat is de procedure. Nu met betrekking tot de inhoud. De voorzitter: Wacht even, hoor. Mijnheer Wegter, had u een interruptie ten aanzien van de fractie van Larens Behoud? En wenst u daarop een antwoord? Want dan is dit een interruptie. En dan pas krijgt u het woord voor uw termijn. De heer Wegter: Oké, laten we eerst … Ik wou graag …
De voorzitter: De heer Jacobse, reactie. De heer Jacobse: In de eerste termijn wil ik het graag als een vraag aan de wethouder stellen. De voorzitter: Ja, daar moet u het mee doen, mijnheer Wegter. Gaat uw gang, voor úw termijn. De heer Wegter: Dank u zeer. De voorzitter: En neemt u meteen uw amendement mee. De heer Wegter: Ja, dat … dank u. We hebben dit in de commissie uitvoerig behandeld. En daar werd dus gezegd dus dat het principebesluit een principebesluit is wat nog niet definitief is dus. Dat hangt af, zegt het college, van de verdere uitwerking en de businesscase die er nog op moet volgen. En dat dus we ons niet zorgen hoeven te maken dat we hiermee een stap hebben gezet die onomkeerbaar is. Toen hebben wij gezegd: maar als die stap niet onomkeerbaar is, wat is dan het nut van deze stap? Wat voegt deze stap toe, wanneer we nog niet zeker weten wat we uiteindelijk gaan doen? Want we hebben drie elementen waar we over moeten spreken. We moeten spreken over de mogelijke verkoop van het raadhuis. Over de toekomstige huisvesting van college, staf en griffie. En de toekomstige locatie van de zittingen van de raad en de commissies. Dat is één cluster van problemen die in een onderlinge samenhang moet worden beoordeeld, naar onze opvatting.
En dat betekent dus, zoals ook in het voorstel staat, dat er een businesscase moet komen om die verschillende varianten tegen elkaar af te wegen. En dan uiteindelijk tot conclusies te komen. En wij achten dus prematuur om één van die elementen eruit te halen, daar een principebesluit aan te verbinden die toch enige werking heeft, neem ik aan; anders hoef je het niet te doen- en dat lijkt ons dus de verkeerde weg. We zullen het netjes moeten houden. We hebben nog geen enkel besluit genomen. Ik kan u zeggen: ik sluit helemaal niet uit dat uiteindelijk uit zal komen wat Larens Behoud zou willen. Dat is zeker niet iets wat voor ons onbespreekbaar is, integendeel. Maar ik vind dat we de verschillende elementen moeten vasthouden in het kader van die businesscase. En die businesscase heeft dus niet alleen betrekking op het raadhuis, heeft ook betrekking op het Brinkhuis. En die heeft ook betrekking op de vraag of wij hier gaan zitten als raad en commissie. Het geheel moet worden beoordeeld. En dus hebben wij een voorstel ingediend om de punten 2 en 3, om die dus te veranderen, zodanig. En het voorstel als titel ook te veranderen, om tot uitdrukking te brengen dat we het prematuur achten dat we nu spreken van een principebesluit met betrekking tot de plaatsing van het bestuur in het Brinkhuis. En u kunt in het amendement lezen wat dat betekent. Dank u zeer, voorzitter.
De voorzitter: Mijnheer Wegter, u heeft ook nog in uw amendement, vraagt u om de uitwerking van meer varianten, hè. Wilt u dat nog toelichten? De heer Wegter: Dank u. We hebben een informerende zitting gehad -ik meen zelfs twee keer- waar een aantal varianten aan de orde zijn geweest. En waarbij uiteindelijk, als ik het goed begrepen heb, toen de conclusie is getrokken dat het college een verdere studie zou doen. Verder zou nadenken over varianten 2, 3 en 4, zoals die toentertijd in die bijlage aan de orde waren. En ik neem aan dat toen -we hebben het natuurlijk in het presidium besproken- dat toen is gezegd: laten we tegelijkertijd mogelijk het eerdere voorstel van het college met betrekking tot de Brink, laten we dat opnieuw op tafel leggen. Dat op tafel leggen heb ik geen probleem mee. Ik wil dat ook graag behandelen. Maar ik wil uitdrukkelijk mij verzetten tegen de poging om hier een principebesluit te nemen met betrekking tot één specifiek onderdeel van dit probleem. Dank u wel.
De voorzitter: Ja. Dan ga ik wel -voordat we verdergaan, even- kijk ik naar de griffier en de gemeentesecretaris. Want het stuk waarin die varianten zijn uitgewerkt dat ligt hier niet ter besluitvorming voor. Dus als in dit amendement verwezen wordt naar de varianten 2, 3 en 4, weet niemand meer in de verre toekomst wat die drie varianten waren. Dus dan moeten we uiteindelijk wel goed benoemen in het argument wat die varianten waren. En wat u eigenlijk vraagt, is deze varianten toe te voegen via het amendement. De heer Wegter: Dit is in feite een bijlage. Die zitten in de bijlage. De voorzitter: Ja, ja, ja. Helder. De heer Wegter: Die zitten in de bijlage, dus dat is duidelijk. De voorzitter: Ja, maar ik vraag de griffier dit wel even voor de besluitvorming helder uit te werken. Zodat ze zo meteen een zorgvuldig besluit nemen. Dat was het einde van uw eerste termijn? Helder! Dan steek ik over naar de fractie van het CDA. De heer Van den Berg: Een nieuwe vorm van zigzaggen over de vergadertafel. Nou, het gemeentehuis, het Brinkhuis en ons BEL-kantoor waar wij nu vergaderen. We hebben er al genoeg samen over gepraat. Dat heeft de heer Wegter ook al gememoreerd.
Als ik gewoon de punten afloop die u net -dat is wel helder denk ik voor de vergaderorde- dan is het zo dat wij nadrukkelijk zeggen op punt 1a: de raadsvergaderingen/commissievergaderingen -of welke vergaderingen dan ook- voorlopig in het BEL-kantoor te laten plaatsvinden. Daar zou wat ons betreft het woordje ‘voorlopig’ wel tussen haakjes kunnen komen, dan wel weggelaten kunnen worden. Omdat genoeg samen is gebleken dat we hier prima kunnen vergaderen. En met onze democratische gelegenheid in Laren geen enkele manier tekort doet. Maar het staat zoals het er staat. Dus als er hier zo staat ’voorlopig’ gaan we ermee akkoord, maar wees ervan overtuigd dat wij als CDA vinden dat dit prima voor altijd mag. Dan komen we eigenlijk bij het punt terecht wat de heer Wegter al aansnijdt. Daar heeft het in de commissie ook over gegaan. Daar ging het over de huisvesting van college en staf in het Brinkhuis in te passen. Die vooringenomenheid die steunen wij niet. Hetzelfde is met de griffie. Dat is daarin meegenomen. Als het college en staf in het Brinkhuis gaan zitten, de griffie ook. We begrijpen dat de griffie bij het college moet en wil zitten -en dat is ook goed- maar ook c kan niet naar onze mening, omdat b ook niet kan. En dan komen we bij de businesscase en daar wordt het al iets diffuser.
Wij hadden een businesscase verwacht waarin je toch gewoon alle opties nog eens op een rij zet en ook voors en tegens tegen elkaar wegstreept. Het is zoals de heer Wegter zegt: het zit allemaal wel in bijlages en verstopt. Maar mede doordat het college -en dat is ook in de commissie duidelijk uitgesproken door het college- gewoon eigenlijk de voorkeur heeft om het gemeentehuis te verkopen en in het Brinkhuis te gaan zitten. Maakt het ook wel erg ingewikkeld om op basis van punt 2 dan eigenlijk voor een businesscase te stemmen die maar ten dele bevat wat je eigenlijk zou willen onderzoeken. En dan is al meteen een vraag aan de fractie van D66 -want er wordt inderdaad verwezen naar de punten 2, 3 en 4- maar in mijn overtuiging zit daar dan niet handhaven van het college in een deel van het huidige gemeentehuis in. Dus als dat zo is -maar dat moet de heer Wegter maar even toelichten- dan zou het zelfs helaas nog zo kunnen zijn dat het amendement ook niet door ons gesteund kan worden. Hoewel het amendement wel de juiste intentie heeft om de zaak open en bloot op tafel te leggen. Ja, en dan het budget. Daar kan ik verder niet zoveel over zeggen. Dat zal vast nagegaan zijn dat dat kan. Alhoewel ik me kan voorstellen als er meer scenario’s onderzocht moeten worden, of businesscases uitgewerkt moeten worden, dat tienduizend euro te weinig is.
Ik vind tienduizend euro overigens ook een schijntje als het over zoiets belangrijks gaat. Dan nog een puur politieke reden, of opmerking. Inmiddels is bekend dat, het bestuur van Hart voor Laren was afgetreden. Nou, in de directie hebben ook wisselingen plaatsgehad. Er is een kwartiermaker. En ik vind het toch wel goed om hier op te merken dat we kunnen
constateren dat in ieder geval de kwartiermaker -die mij voor een belangrijk deel ook van uit het Brinkhuis opteert en werkt- ook op de ledenlijst van een van onze partijen is terechtgekomen. En ik wil daar toch wel over opmerken dat me dat toch in dit verband nu ook net -zo op het einde van het jaar- met dit ingewikkelde onderwerp toch wel enigszins zwaar valt. Ik ga verder geen namen noemen. Maar die opmerking wil ik wel gemaakt hebben. Nou, dat samenvattend, voorzitter, in de eerste termijn. Ik denk dat ik duidelijk genoeg ben. De voorzitter: Dank, heer Van den Berg. Dan kijk ik naar de fractie van de VVD. De heer De Bondt. De heer De Bondt: Dank u wel, mijnheer de voorzitter. Het is niet bepaald -in onze ogen althans- een luxevoorstel. De financiële positie van de gemeente is belabberd. De reserves zijn min of meer uitgeput. En de structurele uitgaven liggen hoger dan wenselijk is. En ja, dan komt er ook nog de herijking. Die ons misschien wel een miljoen gaat kosten, structureel. Laren leeft, wat ons betreft, op een te grote voet. Denk ik niet alleen aan het raadhuis en het Brinkhuis, maar ook de Biezem bijvoorbeeld en Singer. Wat ons ook klappen geld kost. Daarnaast zie je dat -zowel het college als de raad- steeds nieuwe ambities heeft zonder dat het principe ‘oud voor nieuw’ steeds wordt toegepast.
Dat mag het college zich aantrekken, maar evenzeer de gemeenteraad zelf. Ja, voorzitter, er is een structureel tekort zowel op het Brinkhuis als op het raadhuis. Voorzitter, mijn fractie was zeer onder de indruk van uw betoog. En later ook door dat van andere leden van het college, om in het raadhuis de medische functie uit te breiden en daar een medisch centrum van te maken. Zeker als we bedenken dat de vestiging Blaricum van het Tergooi binnen niet al te lange tijd gaat verdwijnen. Ik denk dat de inwoners van Laren die daar dan gebruik van zullen maken, daar uitermate plezierig over zullen denken. Heel veel Laarders zullen dat waarderen. Voorzitter, mijn fractie zou het zeer waarderen als het college een schets kan geven van de mogelijkheden die er zijn om dat idee ook, niet alleen te bevorderen, maar ook op een zeker moment te kunnen borgen. Voorzitter, het Brinkhuis -ik zei het al- heeft een matige functie op dit moment. En vergt structureel veel subsidie. Die precaire financiële situatie van Laren vormt in feite de grootste bedreiging voor de zelfstandigheid. Dat was vorige verkiezingen, was dat het belangrijkste item waar het om ging. En waar in ieder geval de coalitiepartijen zich in hebben kunnen vinden. Wat gebeurt er als we nou eens niks doen? Voorzitter, ik denk dat we dan geconfronteerd worden met forse belastingverhoging.
Of forse bezuinigingen, respectievelijk het afstoten van grote en belangrijke dingen. Of een fusie. Geen zelfstandig Laren meer. Dat betekent voor mijn fractie dat we alles op alles moeten zetten om juist die financiële positie de komende tijd te versterken. Het voorstel dat op tafel ligt, sluit daar wat ons betreft goed op aan. Het lijkt ook forse structurele bezuinigingen op te leveren. Én een verbetering van de reservepositie. En ook dat vinden wij een belangrijk punt. Niet dat dit voorstel wat ons betreft het ei van Columbus is, want daarmee los je niet alle problemen op. Maar het geeft wel een aardige aanzet. En het zal zeker ook helpen. Voorzitter, er zijn ook ja, vooral van nostalgische aard, zou ik haast zeggen- ook bezwaren hiertegen. Het raadhuis afstoten zal voor sommige mensen toch even slikken zijn. En daarom vraagt deze problematiek een serieuze afweging. Wij kunnen ons vinden in het voorstel om via verschillende businesscases in beeld te brengen wat de verschillende voor- en nadelen zijn. En met name ook in financieel opzicht. Niet alleen -want daarin kan ik mijn vrienden van Larens Behoud niet bijvallen- niet alleen van het raadhuis, maar evenzeer -en dan sluit ik bij een andere vriend aan in deze vergadering- evenzeer ook van andere mogelijkheden.
Voorzitter, dan blijft ook nog het vraagstuk van: waar moet dan de raad en de commissie vergaderen? In het BEL-kantoor, of in het Brinkhuis? Ook dat heeft financiële aspecten. En ik ga er ook vanuit dat ook dat in de businesscase wordt meegenomen. Ergo, voorzitter, mijn fractie stemt in met het bedrag van tienduizend euro voor het maken van die businesscases. Wij zijn ook het eens met het voorlopig doorgaan van het vergaderen in het BEL-kantoor. Overigens hebben we niet veel keuze. Maar goed, onze ervaringen zijn wat dat betreft uitstekend. En wij willen graag op zakelijke gronden tot een afgewogen keuze komen, rekening houdend ook met emotionele argumenten. Sterker nog, voorzitter, volgens mij heeft de raad het nog nooít zo lastig gehad in deze periode als met dit voorstel. En dat
is dus heel verstandig om even te wachten tot we alle punten, argumenten, voors en tegens op een rij hebben staan. Dank u wel. De voorzitter: Dank aan de VVD-fractie. Het woord is aan de heer Sakkers van Liberaal Laren. Of de heer De Jong. De heer De Jong: Ja, voorzitter, wij kunnen het eens zijn met het amendement van D66 om hun eerste besluit, het Voorstel principebesluit huisvesting gemeentebestuur, te veranderen. Maar dan staat er Voorstel toekomstige huisvesting gemeentebestuur. Wij denken dat dat niet de hele lading dekt. En dat wijzigen in “toekomstige huisvesting gemeentebestuur” dat dat vervangen zou moeten worden door “onderzoek businesscase”. Als we dan dadelijk die businesscase gaan doen, dan stellen wij voor om met een zeer uitgebreide financiële onderbouwing te komen. En goede stukken -uitgebreider als tot nu toe gebeurd iswaarin alle elementen en alle kostenposten die er zijn ook daadwerkelijk meegenomen worden. En dat die ook nog minstens over de vijf komende jaren gaan. En waarom zeggen wij dit? Ervaring uit het verleden leert dat er stukken komen en dan uiteindelijk blijkt dat kosten niet meegenomen zijn, te laag ingeschat zijn, sommigen misschien zelfs te hoog, maar dat zal niet gauw gebeuren. Zodat we … Er moet écht helemaal de toekomst toegerekend worden, want wij kunnen ons geen missers permitteren.
En alles moet meegenomen worden om op die manier tot een weloverwogen afweging te komen. En dan zou het best nog wel eens kunnen zijn dat er wat anders uitkomt dan dat wij nu hier met elkaar bedenken. De huisvesting van het college. Ja, er staat dus om dat naar het Brinkhuis -dat is het voorstel, om dat te doen- principebesluit. Ja, wij vinden dat het Brinkhuis dan een en al kantoor wordt. Want alle zalen worden door de gemeente ingenomen als het gemeentebestuur verhuist. De bibliotheek, hebben we gelezen, wordt gehalveerd. Dat betekent dus dat de helft van de boeken weggaan. Dat betekent ook dat een aantal mensen die nu voor de bibliotheek komen, naar de uitgebreidere bibliotheek in Eemnes zullen gaan. Of naar onze centrale bibliotheek in Huizen. Dat gebeurt nu al, omdat ze toch te weinig vinden in Laren. En dat wordt dus minder. En zo zal dus het Brinkhuis minder een buurthuis worden. En is eigenlijk door dit te doen -activiteiten verkleinen, allerlei cursussen, dingen die nu gegeven worden verdwijnen- omdat het gemeentebestuur er komt. Dus we gaan eigenlijk inzetten op deze manier op de neergang van het Brinkhuis. Wij vinden het kortzichtig om de voorkeur uit te spreken om het gemeentebestuur te verhuizen naar het Brinkhuis. En de griffie daar naartoe te verhuizen. En weer fors te gaan investeren.
Terwijl we ook nu nog jarenlang de afschrijving, op de investeringen die we acht jaar geleden gedaan hebben in het raadhuis, moeten blijven betalen. We gaan gewoon de kosten betalen, jarenlang. Dat heb ik nergens nog teruggevonden. Dus dat is nog niet eens nu in de stukken meegenomen. Dus neem alsjeblieft alles mee! Want dat zou financieel duidelijk kunnen maken dat we iets anders moeten doen. Dus dat betekent dat een goede financiële onderbouwing uiteindelijk moet zorgen voor de juiste keuze. En dat we die ook echt met mekaar kunnen maken. De voorzitter: Dat was uw termijn? Oh, goed, helder. Het woord is aan de heer Vos van Groen Laren. De heer Vos: Dank u wel, voorzitter. Ik was misschien niet bij de vergadering aanwezig, maar ik mocht wel genieten van het verslag. En kon dus geen mededelingen doen, maar ik kon wel de mededelingen horen. Dus dat is heel handig, vind ik. En als je -ik was ziek, hè- als je ziek bent, dan ga je heel veel domme dingen zitten kijken. En dan ga je heel erg zitten bingewatchen. En ik denk dat ik zo langzamerhand een expert ben op allerlei detectiveseries van The Killing, The Bridge, Follow the money. En ik wou dat graag ook handhaven. Maar een nadeel daarvan is, als je naar die detectives kijkt, dat je op een gegeven moment een neus gaat ontwikkelen dat je denkt: die man die deugt niet. Die komt in beeld en die doet dingen; dat kan niet.
Of een vrouw die doet dingen waarvan je denkt: daar moet ik goed opletten, want dat is vast de dader. En dat gevoel
bekroop mij ook een beetje toen ik zat te luisteren naar het verslag over het Brinkhuis. Daar was een trojka van wethouders die allemaal gingen vertellen hoe verstandig besluit dat zou zijn. En ik heb daar toch met gemengde gevoelens naar zitten luisteren. Allereerst -mijnheer Stam zei er niet zoveel over- maar mijnheer Den Dunnen zei hele interessante dingen. Dat een medische invulling van het raadhuis buitengewoon interessant zou zijn. Een klein hospitaaltje, noemde hij dat. Zeker in het licht van het verdwijnen van Tergooi, zou dat heel handig zijn. Nou klinkt dat natuurlijk heel aardig, maar wie gaat zo’n klein hospitaaltje dan exploiteren? Dat zal toch niet zo zijn dat er straks weer de gemeente Laren naast een openbaar vervoerbedrijf ook nog een hospitaaltje gaat genereren. Dat hoop ik niet. Dus dan zal het wel weer een Bergman-kliniek of zoiets worden. Want daar is natuurlijk wel dringend behoefte aan in dit dorp, om allerlei dingen te doen. Ik heb daar een beetje moeite mee, ik vind dat heel gek. Om te gaan schermen met het idee dat daar een hospitaaltje zou moeten komen voor kleine ingreepjes. Ik weet niet wat ik daar moet. Ik heb eens even gekeken, ik heb eens even gezocht. In Laren zitten wij binnen vijf kilometer op 1,4 ziekenhuis. En in NoordHolland zit op 3,7 kilometer van een ziekenhuis. Dat vind ik niet zo ver, eerlijk gezegd.
Want als ik dat bijvoorbeeld afzet tegen de prachtige provincie Drenthe -een hartstikke mooie provincie- dan zitten ze bijna acht kilometer van een ziekenhuis af. En dan zitten wij te piepen van: “Ja, het ziekenhuis gaat weg. Wij moeten een hospitaaltje hebben.” Ik vind het een beetje een gezocht argument, eerlijk gezegd. Ik denk dat als ik bij de uiterste grens van de gemeente Laren -en dat is net om de hoek bij ons mooie crematorium- … De voorzitter: Mijnheer Vos? De heer Vos: Ja? De voorzitter: Ik snap dat u er aandacht voor vraagt. Maar primair hebben we het vanavond over de huisvesting van het gemeentebestuur, hè? De heer Vos: Ja, maar ik kom er zo direct op. De voorzitter: De bestemming van het raadhuis is een andere discussie. Oké. De heer Vos: Nou, maar dat zit er wel aan vast, mijnheer de voorzitter. Want volgens mij wordt het in één adem genoemd. En er staat hier van een, twee en drie. En er wordt hier niet aangegeven dat ik het alleen maar over een mag hebben, of over een mag hebben. Want gek genoeg heeft het college besloten om ze in één adem te noemen. Ja, dan is het niet zo gek dat ik ook op alle drie de dingen inga, lijkt mij eerlijk gezegd. De voorzitter: Nee, dat snap ik. Maar gebruikt u dan ook uw termijn om op alle dingen in te gaan. De heer Vos: Dat doe ik ook, dat doe ik ook. Maakt u zich maar geen zorgen. Want ik was bij de eerste wethouder gebleven.
Nou, daar had ik een beetje moeite mee. De tweede wethouder ben ik eigenlijk een beetje geschrokken. En ik zal het u vertellen waarom. Want er wordt geschermd met financiële voordelen. En die financiële voordelen daar is wel wat op aan te merken. Allereerst werd er gezegd: ja, maar er zit zoveel achterstallig onderhoud in dat raadhuis. En er komen allemaal kosten ‘en met leraren liggen’ klaar en zo, wordt allemaal gezegd. Ik heb in een rapport van Cushman en Wakefield gelezen, dat het zo’n hartstikke goed pand is. Dat het wel meeviel. Dus ik begrijp niet zo goed welke waarheid ik dan moet geloven. En er wordt daarna gezegd: ja, dan gaan we de exploitatie van het Brinkhuis versterken. Ja, dat denk ik. Ik weet niet in hoeverre we daar echt mee geholpen zijn. Het gaat in ieder geval niet heel bruisend worden in het Brinkhuis, volgens mij. Op de plattegronden zie ik vooral werken en vergaderen. Ik weet niet hoe bijzonder dat is. Maar het meest wonderlijke -en mijn collega de heer De Bondt die was er heel erg enthousiast over- maar de
verkoop van het Brinkhuis levert helemaal geen voordeel op in de solvabiliteit, integendeel. Daar werd mee geschermd … Mijnheer, ik maak even mijn verhaal af. Dan mag u mij daarna … De heer De Bondt: Nee, maar u zegt nou Brinkhuis. Maar ik had het over het raadhuis. De heer Vos: Het raadhuis, oké. Nou, goed, blijft u me verbeteren, mijnheer De Bondt. De verkoop van het raadhuis levert helemaal geen betere solvabiliteit op. Integendeel! Zelfs een leerling in 4 HAVO weet míj te vertellen: het omzetten van activa in liquide middelen levert geen verschil op in solvabiliteit. Er gaan wél dingen veranderen als ik daarna die liquide middelen aanwend. Bijvoorbeeld het aflossen van mijn schulden. Maar daar heb ik de wethouder niet over gehoord. Integendeel, want hij gaat het besteden aan het aanpassen van het Brinkhuis. Dus die zogenaamde financiële voordelen die voorgespiegeld worden, die zijn er helemaal niet. Sterker nog, het wordt alleen maar erger. Want als we dat daarna gaan aanwenden voor verbouwingen, dan mogen die ook weer afschrijven, mijnheer De Jong. Dus houdt u het in de gaten, dat we dan nog tien jaar aan die afschrijvingen vastzitten. Twintig, nog erger. Dus dat financiële voordeel dat kan ook de prullenbak in. En als we het dan over financiële voordeeltjes hebben, of we willen geld gaan verdienen, dan moeten we natuurlijk niet ons tafelzilver gaan versjacheren.
Maar dan moeten we dat tafelzilver, moeten we gaan upgraden en daar gewoon een mooi kroonjuweel van maken. Ik heb volgens mij die woorden ook gehoord in die vergadering. Want een kroonjuweel -huisvesting, of iets anders- dat kunnen we namelijk verhuren. En dan krijgen we namelijk inkomstenstroom over een aantal jaar. Misschien wel twintig jaar, mijnheer De Jong. Dat zou wel heel mooi zijn. Dan kunnen we allerlei afschrijvingen terugverdienen en zijn we heel veel verstandiger bezig, volgens mij. En volgens mij -ik weet niet of ik het te lang gemaakt heb, mijnheer de voorzitter- ik wou het er graag bij laten. Ik denk dat we voorlopig hier zitten. Maar het loskoppelen van het verkopen van het raadhuis, van die voorstellen, lijkt me buítengewoon verstandig. Want de argumenten die hier gebracht zijn, zijn mijns inziens buitengewoon ónverstandig. De voorzitter: Dank aan de eerste termijn van de zijde van de raad. Het woord is aan het college. Ik kijk naar de wethouder Huisvesting, de heer Stam. De heer Stam: Ja, dank u wel, mijnheer de voorzitter. Ja, er is nogal wat besproken, ook in de commissie uiteraard. En dan nu vandaag zijn er een aantal vragen gekomen en opmerkingen. Laat ik om te beginnen zeggen dat het komt zo dadelijk wel aan de orde. Dat op zichzelf het amendement -of is het een motie, van D66- met ons zeer goed bespreekbaar zou zijn.
Want het gaat ons natuurlijk niet om de al te formele aanpak, maar het gaat ons om de materialiteit. Wat kunnen we met elkaar bereiken? En daar valt denk ik vanuit het college zeer goed over te bespreken en over na te denken. Wij hebben -en ik heb dat vorige keer geprobeerd in de commissie ook te doen- een volgorde van dingen die -ik hoor mijnheer Vos achteraan beginnen- maar wij doen het ook niet in één adem. Wij doen dat juist op een zorgvuldige manier, van boven naar beneden. En we zeggen: als we om te beginnen -zoals mijnheer De Bondt ook zegt- voorlopig eens even in de BEL blijven vergaderen. Dat zullen we toch wel moeten doen. Dan hebben we in de tweede plaats aan de orde de vraag “Gaat het college nou naar het Brinkhuis, samen met de staf en de griffie?”. En wat gebeurt er dan vervolgens met de raad en de commissies? In de varianten die al eens een keer aan de orde zijn geweest en die ook bij de bijlagen zitten, zie ik voor me dat het een aantal varianten betreft waarbij je kunt zeggen: je gaat met beide raad en commissies- naar het Brinkhuis, je gaat met beide naar de BEL. Je gaat varianten hebben dat de raad hier kan vergaderen en de commissies daar. Nou, die varianten behoren te worden uitgewerkt. En als mijnheer De Jong zegt “Dat moet zorgvuldig gebeuren en uitgebreid.”, dan ben ik het daar met hem over eens. En dat moet serieus gebeuren.
En dat is ook een pleidooi wat mijnheer De Bondt houdt. Dus wat dat betreft is dan wat ons betreft de bedoeling dat we dat in de komende -als vanavond de raad zou instemmen óf met het
collegevoorstel en/of met het amendement dat D66 naar voren zal brengen- dan zullen wij als college proberen in de komende weken het zodanig uit te werken, op een serieuze en analytische, goeie manier- dat we in januari dat in de commissie en de raad kunnen bediscussiëren. En uiteindelijk wat ons betreft tot een besluit kunnen komen. Dus wat dat betreft kan ik niet duidelijk genoeg zijn. En dan pas komt ook in januari de vraag aan de orde -daarom is het ook niet aus einem Guss, mijnheer Vos- maar daarna komt pas de vraag aan de orde: wat ga je doen met het raadhuis? Een beetje flauw van u om over dat hospitaaltje te beginnen. Dat is wellicht een gebruik van een woord wat je op die manier niet zo, dat kun je verkeerd verstaan. Maar ook in de commissie is uitgelicht dat bedoeld is dat we de anderhalvelijnszorg -die u natuurlijk ook heel goed heeft bestudeerd- dat je die wil ontwikkelen. En dat is in het Cushman en Wakefield-rapport -wat u zelf ook uitvoerig heeft bestudeerd, zoals u net aangaf- wordt dat ook heel behoorlijk uiteengezet. En dat betekent dat je probeert -samen met de huisartsen, de artsen, de fysiotherapeuten die daar zitten- te komen tot een versterking van hun eerstelijnsfunctie en dat doe je door een bepaalde aantal functies aan toe te voegen. Dat zie je ook in de medisch maatschappelijke centra in het land. Daar zijn een heleboel bekende voorbeelden van.
Ik zal er niet al te uitgebreid op ingaan. Maar dan zie je dat dermatologische specialisten, of orthopedische specialisten -al of niet in combinatie met een röntgenologische steun- in staat zijn om die eerstelijnspraktijk beter te ondersteunen. En dat is op zichzelf een hele moderne manier van kijken. Het is niet een kwestie dus van: gaat u maar op uw brommer 5,4 kilometer naar het ziekenhuis rijden. Nee, het is juist om te voorkomen dat u 5,4 kilometer naar het ziekenhuis hoeft. Zodat in die anderhalvelijnszorg juist die problemen daar kunnen worden opgelost. Dat is zowel financieel als qua gezondheidszorg een buitengewoon goeie ontwikkeling. En die zouden wij ook graag willen versterken. En je ziet ook in het Cushman en Wakefieldrapport, is juist de vraag die we ze hebben gesteld, is juist: beoordeel nou eens wat als we naar de markt zouden gaan met de mogelijke verkoop van het raadhuis, beoordeel dat dan eens aan de hand van de mogelijkheid dat we het invullen als een medisch maatschappelijk centrum. Het is niet zo dat we hebben gezegd: gaat u eens even kijken wat we er allemaal mee kan doen. Maak er allemaal appartementen van, of … Nee, we willen graag in het dorp -als doel ook voor het dorp, om het dorp beter te kunnen bedienen- dat op die manier invullen. En dan, ik denk dat mijnheer Calis wel in wil gaan op solvabiliteit.
Daar wil ik ook het een en ander over zeggen, maar ik denk dat als je twee miljoen meer opbrengst hebt dan je op dit moment in de boeken hebt staan, dan heb je volgens mij iets toegevoegd. En dat is volgens mij wat er dan aan de hand is. En dat is een rekensom die ik ook nog wel eens aan hbo’ers dreig uit te leggen. Dan het punt -en dan houd ik daarmee wat mij betreft even op- het punt van Larens Behoud. Ik zou het heel jammer vinden als de businesscase -maar misschien bedoelt Larens Behoud het niet op die manier- maar ik zou het jammer vinden als de businesscase zich zou beperken tot het raadhuis. Want ik denk juist dat het college ook in de commissie heel duidelijk heeft proberen uit te leggen: laten we nou die verschillende varianten goed doorrekenen. Doe dat, heb ik al gezegd, zo serieus mogelijk, analytisch mogelijk en inderdaad op basis van een aantal jaren vooruit. En kom dan terug in de commissie en de raad om daar verstandig oordelen over te vellen. En ik zou dus ook nog eens aan Larens Behoud willen vragen om in ieder geval die uitbreiding van datgene wat is gezegd toch mee te nemen. Alle businesscases op de varianten, die ook al een keer aan de orde zijn geweest, ook te kunnen bestuderen. Dan heb ik denk ik mijn deel wel gezegd. En nog even kijken of ik nog wat had.
Ja, misschien toch nog -daar kan misschien mijnheer Calis ook nog op ingaan- wat mijnheer De Jong zegt. De boeken worden voor de helft verwijderd en het wordt een en al kantoor. En alle zalen zijn weg. En de ingang van het raadhuis. Ja, ik vind het een nogal pessimistische kijk op de werkelijkheid. Wij zullen, als we naar het raadhuis gaan, we zullen dat natuurlijk zorgvuldig nog eens op een rijtje zetten. Maar dan gaan we misschien de bovenste verdieping in beslag nemen en nog een stukje erbij. En er is nog zat gelegenheid om op een andere manier die Brinkhuis in te vullen. Zoals het ook bedoeld is, als een gemeenschapshuis. En wat dat betreft voegt dan het college zich bij de gemeenschap. En dat is op zichzelf toch ook een mooie gedachte. Dat was, mijnheer de voorzitter, mijn ‘geluid afgebroken’.
De voorzitter: Dank, mijnheer Stam. Voordat we naar de tweede termijn gaan. Even voor de helderheid … Oh, de heer Calis. De heer Calis: Ja, dank u wel, voorzitter. Nog een paar dingen zou ik er aan toe willen voegen. En laat ik het positief insteken. Ik denk dat het pleidooi van de heer Vos juist duidelijk maakt dat er behoefte is aan een businesscase waarin die financiële argumenten geduid worden en onderbouwd. Zodat we allemaal weten waar we het over hebben en waarop het gebaseerd is. Ik reageer ook even op de opmerking van mijnheer De Jong dat de afschrijvingen van het raadhuis door zouden gaan. Ja, als je het raadhuis verkoopt, dan zal hij het met mij eens zijn dat de afschrijvingen dan ook stoppen. Want je kan niet afschrijven op iets wat je al verkocht hebt. Tenminste, niet in mijn boeken. En dan reageer ik ook nog … De voorzitter: Een interruptie van mijnheer De Jong, op de heer Calis. Ga uw gang, mijnheer De Jong. De heer De Jong: Dat zul je dan op dat moment in een keer moeten nemen. En dat gaat dan uit de winst. Dus dit ben je dan in één keer kwijt. De voorzitter: Mijnheer Calis. De heer Calis: Nee, dat is het verschil tussen opbrengst en boekwaarde. Dat weet iedereen. Ik sla ook nog aan op de opmerking van de heer Van den Berg, over de kwartiermaker en interim-directeur van het Brinkhuis. En het ruikt naar een vraagteken bij de integriteit van het college.