20211118 Transcript M&F
Tekst van het document
Als je die anderhalvelijnszorg wil, een medisch maatschappelijk centrum wil maken, dan zul je er iemand, en mijnheer Calis zei dat ook al, dan zul je er iemand bij moeten halen, die er echt verstand van heeft, die er echt voor gaan. Die bereid is te investeren in dat pand, op wat voor manieren dan ook. Of het nou isolatie is of echt in de infrastructuur of in de inhoud van het centrum. Tegen iemand te zeggen: als u het nou huurt, maar dan moet u er wel een miljoen of anderhalf miljoen in investeren. Lijkt mij op zichzelf een businesscase die niet erg aantrekkelijk is in de markt en dat is in het rapport van Cushman & Wakefield ook heel duidelijk verwoord. Dus wat dat betreft zou ik ervoor willen pleiten in de richting van de commissie om het in de volgende raadsvergadering ons de kans te geven om dat nader uit te werken. De voorzitter: Ik zag tijdens uw antwoord dat de heer Jong er wilde interrumperen. Die had daar nog een vraag over? De heer De Jong: Nee, nee, ik heb geen behoefte meer. De voorzitter: Dank u wel. Ik denk dat het goed is om dit af te ronden en het door te leiden naar de raad en het daar als bespreekpunt te behandelen, want ik denk, als ik de tweede ronde zie, zijn er heel weinig nieuwe gezichtspunten geweest. Dus ik denk dat in een derde ronde dat niet zal doen, dus ik stel voor dit naar de raad door te leiden.
a.
Wijziging APV Vuurwerkverbod
De voorzitter: Dan wil ik naar 5.2, wijziging APV Vuurwerkverbod. De portefeuillehouder is de heer Mol en de behandelende ambtenaar zijn de heer Van Gulik en mevrouw Speken. Als u naar voren … De heer Mol, wilt u … De heer Mol: Voorzitter, zeker, dank u wel. Overigens, u heeft al aangekondigd wie er mede aanschuiven, maar ik vind het toch ook erg fijn om nog even te kunnen vertellen dat Dieuwke Spekken en Maurits van Gulik mij bij dit agendapunt ondersteunen. Ook omdat het goed is om ze een keertje te zien, de mensen die ons op de moeilijke terreinen van openbare orde en handhaving altijd heel deskundig ondersteunen. Daar mogen wij ons met de kleine gemeente die we zijn, onszelf heel rijk meerekenen. Ook omdat zij binnen de regio in hoog aanzien staan. De wijze waarop wij in de BEL op deze terreinen ondersteund worden en ook heel vaak, zelfs vanuit Hilversum een beroep wordt gedaan op de kennis die wij op dit gebied in de BEL hebben. U hebt vorig jaar een motie aangenomen, die het college verzocht om een voorstel tot het organiseren van een lokaal vuurwerkverbod voor te bereiden. Vanavond, in deze commissie hebben wij eigenlijk onze reactie, leggen wij onze reactie op die motie aan u voor.
Eigenlijk komt er het op neer om even af te wachten wat daar de komende jaarwisseling gaat gebeuren, in het licht van de reeds aangescherpte verboden op af te steken vuurwerk en die jaarwisseling te evalueren. Dat is de korte toelichting. Daar wil ik als burgemeester wel het volgende aan toevoegen. Ik ben een hartstochtelijk voorstander van een vuurwerkverbod. Het onderwerp dat wij vanavond hier bespreken, kan niet actueler zijn dan vandaag, omdat vandaag bekend is geworden dat het OMT het kabinet heeft geadviseerd om deze jaarwisseling niet te komen tot een landelijk vuurwerkverbod, omdat de verwachting is dat de slachtoffers van eventueel af te steken vuurwerk waarschijnlijk geen extra ICcapaciteit vragen. Het kabinet omarmt waarschijnlijk ook dat advies en ik weet niet wie vanavond het zes uur journaal heeft gezien. Daar zei de journalist meteen dat de verwachting is dat de burgemeesters wel volop het orgel zullen gaan daarvoor. De toelichting van de journalist was, omdat de burgemeesters bang zijn om dat allemaal zelf te moeten doen. Dat is niet de correcte toelichting. Waarom pleiten burgemeesters voor een landelijk vuurwerkverbod, omdat het gewoon simpelweg bijna niet te handhaven is, als wij in kleine en middelgrote gemeenten een lokaal vuurwerkverbod afkondigen, maar het bij de buurgemeente wel gewoon te koop is in de winkel en er geen vuurwerkverbod geldt.
Wij hebben dus als gemeenten in het Gooi het volgende met elkaar afgesproken: voor deze jaarwisseling vindt er sowieso al een aanscherping plaats van het vuurwerk wat afgestoken mag worden. Dat is een verbod op de totale categorie F3 en op een deel op de categorie F2. Wat het precies behelst, kan Maurits zo meteen even precies vertellen, want dan weten we ook welk vuurwerk er wel kan en welk vuurwerk er niet kan. Wij hebben als burgemeesters in het Gooi de volgende gedachtelijn omarmd. Laten we even kijken hoe het deze jaarwisseling gaat, die evalueren en dan begin volgend jaar als gemeenten in het Gooi te besluiten of ij collectief als burgemeesters onze gemeenteraden voorstellen willen doen tot een totaal vuurwerkverbod, want inmiddels is in de gemeente Gooische Meren ook een motie aangenomen met dezelfde strekking als in Laren en is er ook wel motivatie bij de overige burgemeesters in het Gooi om, als we het al doen, om het dan met elkaar te doen. Elk jaar rond december ontvangen wij natuurlijk ook een hoop signalen van mensen uit het dorp, met huisdieren of met een geitenweitje. Kan ik mij ook alles bij voorstellen. Of bepaalde plekken waar veel overlast is. De meeste overlast van vuurwerk wordt ervaren voorafgaand aan oud en nieuw. De week voorafgaand aan oud en nieuw, dat er illegaal vuurwerk door onverlaten op verlaten plekjes in het dorp wordt afgestoken.
Daar helpt een vuurwerkverbod niet tegen, want dan mag het al niet. Dus we moeten ons ook erg goed rekenschap geven van welk probleem we met welke maatregel willen oplossen. Nogmaals, ik ben een groot voorstander van een vuurwerkverbod. Alleen ik vind wel dat wij als gemeentebestuur eerlijk moeten zijn naar onze inwoners, dat als wij een besluit nemen, dat we dat ook moeten kunnen handhaven en dat we het ook waar moeten kunnen
maken. Eigenlijk met deze feiten wilden wij het voorstel aan u voorleggen en ik kijk nog even links van mij naar Dieuwke en naar Maurits of ik volledig ben geweest en of zij nog kunnen aanvullen. Ik vraag sowieso Maurits om nog eventjes wat geur en kleur te geven aan de categorie F2 en F3. Wat mag er nou wel op dit moment en wat mag er nou niet? Het knopje zit aan de zijkant, Maurits. Ja. Harder, langer in… Ja, heel goed. De heer Van Gulik: Dank, burgemeester. Ja, we hebben categorieën F1 tot en met F4 in Nederland. Vrij eenvoudig komt het erop neer dat alle categorieën boven F3 al verboden waren. F3 is ook verboden en eigenlijk komt het erop neer dat alle categorieën waar het alleen nog maar gaat om klein siervuurwerk, geluidsarm siervuurwerk, dat dat nog is toegestaan. Dus denkt u dan aan Romeinse kaarsen en van die mooie grondtolletjes met kleurtjes, sterretjes. Dat zijn de categorieën die sowieso al het hele jaar al is toegestaan is. Als u ergens een feestje viert in de horeca en u krijgt een mooi siervuurwerk in uw toetje, dan is dat het hele jaar door toegestaan. Dus alle vuurpijlen en al het knalvuurwerk is verboden al. ‘…’ Nee, vuurpijlen zijn verboden. De voorzitter: Dat was uw toelichting? Dan gaan we naar VVD, mevrouw Niekus. Mevrouw Niekus: Ja, dank u, voorzitter. Ik wil de burgemeester bedanken inderdaad voor het uitvoerig betoog.
Ik zat eigenlijk helemaal op dezelfde lijn. Ik heb vorig jaar ook de petitie getekend. Voor de huisdieren en voor de dieren is het echt een vreselijk moment. Mijn collega hiernaast, die is wel voor vuurwerk, ja, we zijn nog verdeeld in de VVD. We wachten inderdaad het landelijke beleid daar graag op af. Dat we inderdaad de evaluatie kunnen zien en dan gaan we besluiten hoe wij daar over gaan denken. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. De heer Wegter De heer Wegter: Ik heb zelden een lid van het college zo overtuigend een voorstel zien toelichten dan vanavond. Ik ben totaal overrompeld en steun van harte dit voorstel. De voorzitter: De heer Jacobse. Oh, pardon. De heer Wegter: Dat inderdaad ook de andere gemeentes dezelfde lijn volgen voor deze komende jaarwisseling. Daar ga ik vanuit. Dank u wel. De voorzitter: De heer Jacobse. De heer Jacobse: Ja, wij steunen dit ook. Idem onder de indruk. Niet onbelangrijk en niet onvermeld mag blijven dat wij in ons mooie dorp nogal wat rieten kappen hebben. Het gaat natuurlijk niet alleen over de vrolijke geitjes en de haan die van de leg is, maar het gaat ook over de risico’s met kappen. Als ik het goed begrepen heb, komt dat risico al niet meer aan de orde, want het spul mag niet omhoog. Dus het blijft bij de sorbet met de sterretjes en zo. Nou, als dat het dan is. De praktijk is wat grilliger vrees ik, maar we gaan het zien.
De voorzitter: Dank u wel. Liberaal Laren. De heer Snoek: Ja, verleden jaar hebben we die motie aangenomen en hadden we toch wel verwacht dat daarna die evaluatie gelijk zou komen. Nu wordt in het rapport gesproken over omzetverlies, want ja, dat hebben ze nu. Dus dat kan nu niet. Het lijkt ons nu dan verstandig … De kans is groot dat dat dan nu aangenomen gaat worden en we zijn het er volledig mee eens om dat vuurwerkverbod te krijgen. Dat we dat
dan direct na de jaarwisseling die evaluatie gaan doen, zodat de ondernemers op tijd weten dat ze geen nieuw vuurwerk aan moeten schaffen, omdat het volgend jaar een verbod zal zijn. Dat op die manier, dat wij anticiperen daarop. Vandaar dat wij daar nu verder mee eens kunnen zijn. De voorzitter: Dank u wel. CDA, de heer Van den Berg. De heer Van den Berg: Nou, een mooie inbreng van onze burgemeester. Ja, wij hebben als ik het goed heb vorig jaar ook niet mee gestemd, of voor gestemd. Wij zijn ook niet tegen een lokaal vuurwerkverbod. We houden eigenlijk de lijn aan dat het, wat landelijk mag, moet lokaal ook kunnen en dat kan ook lokaal, want we zijn niet voor niks zelfstandig gebleven. Dus we mogen daar zelf over beslissen. We zijn immers niet zelfstandig gebleven om alleen maar te doen wat de andere gemeentes willen. Er werd net even wat uitleg gegeven over formule 1, formule 2, formule 3 en formule 4, maar ik begrijp dat F3 en F4 allang verboden zijn. Dus daar hebben we het ook niet over dan, want dat is wettelijk landelijk verboden. Ja, er wordt geknikt nu. Dan houden we het over F1 en F2, maar ik hoorde de burgemeester zeggen dat F2 dan ook verboden zou worden. Dat gaat gewoon even puur om het punt. F3 is dus al verboden, dus dat is helemaal niet aan de orde, maar als F2 nou ook verboden wordt, dan hoop ik toch nog graag exact te horen wat nou F2 dan wel of niet is.
En tegelijkertijd, hebben we dat afgelopen jaar ook gedaan, maar de handhaving liep niet helemaal goed, want als je voor je huis stond, kon je nog prachtig genieten van vuurwerk. Ik ben overigens ook blij dat de toekomstige lijsttrekker van de VVD datzelfde standpunt een beetje na hangt, want als ik ook nog lijsttrekker wordt, mijnheer Van Midden, dan vindt u mij aan uw zij. Ik ben dus gewoon ook niet tegen een algeheel verbod. Dat nog aan toevoegen, dat … Wat ik vervelend vind, en dat is wel vaker zo, dat wij met legale zaken, die dus wettelijk en landelijk mogen, doordat eigenlijk te framen dat dat allemaal fout is, eigenlijk het een soort criminaliseren. Daar heb ik toch ook gewoon wel wat moeite mee. Kijk, het kan best een mening zijn hier dat we zo meteen in een meerderheid hier een keer gaan beslissen om dat we helemaal geen vuurwerk meer mogen, maar dat houdt dus niet in dat we daarmee puur fout zijn, maar dat we dan kennelijk zelf ons heel veel regels opleggen. Dat laatste dat vind ik eigenlijk gewoon nu ook gewoon geen goed argument. We zeggen dan dat we dat dus gebruiken om dan toch nu lokaal iets meer te gaan doen als dat we niet lokaal doen. Om maar even een parallel te trekken. Landelijk wordt vaak verweten dat wij veel strengere regels maken als dat in Europa werkelijk nodig is. Waarom zouden wij dan lokaal veel strengere regels maken als dat landelijk.
We leven in Nederland, we betalen belasting in Nederland en dat kleine beetje geluk dat sommige jongens en meisjes nog, en ouderen, nog hebben aan vuurwerk met die lichte knalletjes. Laat dat geluk gewoon blijven. Dus ik denk dat hiermee … Maar de belangrijkste vraag is dus nog even, voorzitter, dat F2, wat dat dan wel of niet precies is en waarom dat dan ook verboden moet worden. Dat vind ik dan eigenlijk een belangrijk punt en toch nog wel even een reactie van de burgemeester horen op dat je iets wat gewoon mag, dan toch een beetje in het hoekje zet. Ik noem het dan criminaliseren, maar goed, in ieder geval in het verdachte hoekje zet. Hoe die daar tegenaan kijkt. De voorzitter: De heer Mol, wilt u hierop antwoorden? De heer Mol: Dank uiteraard. Overigens, ik heb niet gezegd dat F2 verboden is. Delen van F2 zijn niet toegestaan. F3 is sinds een paar jaar verboden en delen van F2 zijn verboden, maar ik vraag Maurits met heel exact de opsomming te noemen. Dat u echt precies weet wat er wel en niet mag en als er dan echt nog behoefte is. Overigens, de kans is natuurlijk levensgroot dat u gewoon vrolijk de lucht in ziet gaan op oud en nieuw, vuurwerk uit de niet toegestane delen, maar het is toch wel fijn als we er even secuur met elkaar over zijn. Overigens zijn er ook burgemeesters die denken, heb je Mol weer met zijn vuurwerkverbod.
Dus weet dat ik mijn best heb gedaan de lobby namens, na uw motie nog te voeren. Over wat betreft criminalisering. Ik
snap heel goed hoor, het betoog van de heer Van den Berg. U moet weten dat toen ik nog lang geen burgemeester van Laren was, maar wel voor de eerste keer het dorp binnenreed, toen dacht ik: goh, wat mooi, een rieten kap en nog een rieten kap en nog een rieten kap en nog een rieten kap en nog een rieten kap en nog een rieten kap. Mijn lichaamstemperatuur een hartslag naar mij toe, dacht ik: jeetje, als ik hier toch burgemeester wordt, dan is dat toch wel spannend qua brandveiligheid met al die rieten kappen. Nou, ik heb in mijn eerste twee jaar al behoorlijk wat meegemaakt, inclusief een hele ferme rieten kapbrand. In dat licht met een dorp waar veel woningen dicht op elkaar staan, veel … Wij hebben hier overigens niet heel lang geleden de risico-inventarisatie van de regio met elkaar besproken, vanuit de veiligheidsregio. Wat zijn nou de grootste risico’s in dit gebied? Nou, een heel belangrijk risico binnen het Gooi is dat we veel oude bebouwing dicht op elkaar hebben staan. Dus dat is met een heel ander risicoprofiel dan bijvoorbeeld Flevoland. Dus ik snap heel goed dat de heer Van den Berg het als een bezwaar ziet dat als je iets wat landelijk is toegestaan dat je daar lokaal een verbod oplegt. Tegelijkertijd heb ik ook begrip voor inwoners die daarin meewegen, de specifieke fysieke omstandigheid van dit dorp, die misschien andere risico’s met zich meebrengt.
Daarbij, de raad heeft vorig jaar ook een motie aangenomen, waar wij natuurlijk op een goede manier ook invulling aan willen geven. Ik steun ook het betoog van heel veel andere burgemeesters die daarin meegaan. De voorzitter: We krijgen eerst een uitleg over F2. De heer Van den Berg: Ja, en dan twee kleine korte aanvullende vragen of ik het goed begrepen heb. De heer Van Gulik: De categorieën waar ik het zojuist over had, categorieën F1 tot en met F4 zijn risicocategorieën. Die zijn in vrij algemene termen omschreven, vandaar dat er delen van de categorie verboden kunnen worden. Kort samengevat. Categorie F4 levert veel gevaar op en is alleen bestemd voor personen die gespecialiseerde kennis hebben van vuurwerk. Dus dan hebben we het echt over het zeer professionele vuurwerk met luide klappen, et cetera. Per definitie verboden voor consumenten. Categorie drie, middelmatig gevaarlijk vuurwerk, hoge geluidsniveau. Dat zijn de mooie vuurpijlen die u ook bij vuurwerkshows ziet. Ook verboden voor consumenten. Dan krijgen we de categorie F2 en de categorie F2 wordt als volgt omschreven: vuurwerk dat weinig gevaar oplevert en heeft een laag geluidsniveau, bestemd voor buitenshuis en op een afgebakende plaats. Van die categorie is alles wat herrie maakt verboden en alles wat de lucht in gaat verboden.
Dus vuurpijlen die nog onder die categorie vallen, omdat ze matig risico hebben, zijn dus verboden en alles wat herrie maakt is verboden. Dat is even de korte samenvatting. En categorie F1 … De heer Van den Berg: Als dat mag. Zijn die boxen dan ook verboden? Die grote boxen die … De heer Van Gulik: Ja. De heer Van den Berg: Oh. De heer Van Gulik: Het is in detail uitgewerkt. We hebben hier een heel boekwerk waarbij wel en niet is aangegeven van wat maakt wel herrie en wat maakt geen herrie. Daar zitten natuurlijk wat arbitraire keuzes in van hoeveel herrie maakt het en maakt het niet iets meer herrie dan dat het gecertificeerd is, hè. We hebben net een hele discussie gehad over welk label iets heeft. Nou, daar kunnen wij eeuwige discussie over hebben, maar gemiddeld genomen is de keuze gemaakt om te zeggen van alles wat veel herrie maakt, dan wel alles wat hoog de lucht in gaat, dat gaat er in principe uit. De voorzitter: Mijnheer Van den Berg had nog één vraag.
De heer Van den Berg: Nou ja, ik dacht net van, toen de burgemeester zei toen hij voor het eerste dorp binnenkwam. Nou, daar zijn we natuurlijk heel verheugd over dat u dat überhaupt heeft gedaan en dat wij dan ook nog zo verstandig waren om hem tot burgemeester te benoemen, maar ik waag … Kijk, er wordt nu een verband gelegd met rieten kapbranden en vuurpijlen, maar ik ben ernstig benieuwd wanneer de laatste boerderij in de brand is gegaan vanwege een vuurpijl in de oudejaarsnacht. Als dat al ooit een keer is gebeurd. Tegelijkertijd, als dat dan zo gezegd wordt, brengt dat mij eigenlijk op, waarom staan wij überhaupt toe dat in dit dorp waar dan authentieke boerderijen met rieten kappen staan, om ieder huis op te vrolijken met een pannendak veranderen in een rieten kap, waardoor er meerdere rieten kappen naast elkaar staan. Dat is een hele andere discussie, maar die raakt ook wel onze veiligheid. Als het dan inderdaad gaat om oude gebouwen en cultuurhistorie met rieten kappen, dan denk ik van dan moeten we eigenlijk dus gewoon helemaal niet toestaan dat we riet toevoegen aan ons dorp en al helemaal niet als er gewoon een pannendak op ligt. Kan de burgemeester op die twee punten nog reageren? De voorzitter: Heel kort de heer Mol, want het is buiten deze vergadering. De heer Mol: Zeker, maar ik snap de vraag van de heer Van den Berg heel goed.
Kijk, ik denk dat een hoge aanwezigheid van rieten kappen een maatschappelijk sentiment met zich meebrengt tegen vuurwerk. Ik denk dat de heer Van den Berg heel terecht de vraag stelt, wanneer is de laatste keer dat een rieten kap in de brand is gevlogen door een vuurpijl. Ik vind het heel spannend om die vraag te beantwoorden, omdat ik het lot ook niet wil tarten en tegelijkertijd er dan zomaar in de krant hebt staan burgermeester zegt: ja, maar er gaat helemaal nooit een rieten kap in de brand door vuurpijl. Je zult het toch maar zien dat het gebeurt, maar ik kijk nog eventjes links van mij, naar mijn belangrijkste adviseur op dit punt, die iets kan toelichten over de aanwezigheid van rieten kappen en brandgevaar door vuurpijlen. De heer Van Gulik: In principe is er altijd een risico dat een rieten kap in vuur en vlam opgaat. Dat is ook wat de brandweer zegt. Dat is ook de reden waarom we ooit in de APV iets stond over afstand houden tot rieten kappen. Tegelijkertijd is dat ook weer een wat ouder artikel en zien we dat, met het impregneren van bepaalde rieten kappen, et cetera, dat het risico, brandrisico daarop aanzienlijk minder is geworden.
Er zijn ook tests mee gedaan en dan zie je ook dat … Nou ja, je moet behoorlijk je best doen, wil je het alsnog in de fik krijgen, maar uiteindelijk, wat de heer Van den Berg ook zegt, is het met een pannendak toch iets moeilijker een fikkie stoken dan met een rieten kap. De heer Van den Berg: Maar er mogen toch geen vuurpijlen meer de lucht in, hoorde ik net? Dus dan is dat risico toch nog minder? De heer Van Gulik: Correct. De voorzitter: Goed. De heer …: Voorzitter, dit is nou precies de reden waarom we zeggen: laten we even deze jaarwisseling afwachten, dan evalueren en dan opnieuw samenkomen over dit onderwerp. Dank u. De voorzitter: Goed. Ik wil dit onderwerp door leiden naar de raad volgende week en als hamerstuk, omdat we toch binnen zes weken een evaluatie krijgen. Dan wil ik de heer Van Gulik en mevrouw Spekken bedanken voor hun steun aan de portefeuillehouder.
b.
Begrotingswijziging subsidieconvenant Singer
De voorzitter: Dan wil ik naar 5.3, begrotingswijziging subsidieconvenant Singer. Portefeuillehouder is de heer Calis en de heer Van Waveren is de behandelende ambtenaar in dit stuk. Mijnheer Wegter, heeft u … Pardon. Ja, nee. Wilt u dit nog toelichten, de heer Calis? De heer Calis: Nou, nauwelijks eigenlijk, voorzitter, want we daar ook in de behandeling van de begroting al bij stilgestaan. Wij hopen op 30 november de nieuwe overeenkomst te tekenen met Singer. Wij hebben gezamenlijk een onafhankelijk ingenieursbureau, Sweco, opdracht gegeven om nog eens heel zorgvuldig en kritisch naar de meerjaren onderhoudsplanning te kijken. Dat hebben ze voor tien jaar gedaan en de uitkomst van dat onderzoek is dat de subsidie, de contractuele bijdrage van de gemeente Laren, aan het onderhoud van de gebouwen, theater en museum en de installaties en kassen, et cetera, dat dat met vijftigduizend euro verlaagd kon worden. Dus daar zijn we zowel Singer, als Laren erg blij mee. De voorzitter: Dank u wel. De heer Wegter. De heer Wegter: Wij hebben hier een raadsinformatiebrief over gekregen. Ik heb ook nog met de wethouder mogen spreken hierover. Ik ben geheel overtuigd van de aanpak. Ik heb alleen nog één vraag. We krijgen straks dus nog een de Nardinc vleugel erbij. Daar zal op termijn ook onderhoud aan vast zitten.
Dat is nog niet verdisconteerd, neem ik aan, in de berekeningen die aan de orde zijn? De heer Calis: Dat is zeker wel verdisconteerd, in die mate dat deze geweldige gift van mevrouw Blokker, is inclusief het onderhoud van de nieuwe vleugel. De heer Wegter: Is dat zo? De heer Calis: Ja. De heer Wegter: Ah bon. Oké. Nou, ik ben het hartgrondig mee eens. Het is pijnlijk dat het moet gebeuren dat we de subsidie moeten verlagen, maar dat is vorig jaar uitvoerig aan de orde geweest. Ik ben het daar helemaal mee eens. Ik begrijp ook dat we bij het Brinkhuis in principe dezelfde methodiek toepassen. Ook daar hebben we naar aanleiding van het feit dat we vorig jaar, in het kader van de pandemie met extra geld op tafel kwamen. Dat we daar tegenover hebben gesteld dat er een verlaging moest komen in de komende jaren. Nu moeten we consequent zijn en ik ben het dus daar geheel mee eens. Dank u wel. De voorzitter: De heer Jacobse. De heer Jacobse: Dank u wel, voorzitter. Wij zijn het ermee eens. Dus laat dat duidelijk zijn. Ik vind overigens helemaal niet vervelend om mevrouw Blokker nogmaals vanaf deze plek te danken. Niet alleen voor haar ongelofelijke gift, maar ook voor de consequenties daarvan. Dat zijn geen grapjes. Als dat een langjarig onderhoud is, wat ik gehoord heb dat het is, dan is dat onze dank dubbel en dwars waard. Dank u wel. De voorzitter: Liberaal Laren.
De heer De Jong: Wij kunnen helemaal eens zijn met dit stuk. De voorzitter: CDA, de heer Van den Berg.
De heer Van den Berg: Voorzitter, prima begrotingswijziging en inderdaad invulling geven aan een stap die hopelijk over een aantal jaren nog eens een keer weer volgt op een andere stap, zodat we het nog beter voor ons financieel kunnen gaan organiseren. Dus goed en zal ook onze instemming hebben. De voorzitter: De heer Van Midden. De heer Van Midden: Ook geen vragen, mijnheer de voorzitter, prima zo. De voorzitter: Dank u wel. Dan wil ik voorstellen dit stuk door te leiden naar de raad, als hamerstuk. c.
Rapport Rekenkamercommissie Inkoop
De voorzitter: Dan komen we aan punt 5, 4. Rapport Rekenkamercommissie Inkoop. Hiervoor is aanwezig de heer Lemmens van de Rekenkamercommissie. Als u hier wilt plaatsnemen, naast de heer … Welkom. Wilt u een inleiding houden? Ja. De heer Lemmens: Nou, ik hoef op zich geen echte inleiding te geven. Ik hoop dat u het rapport tot u heeft kunnen nemen en we hebben de vorige week voor raadsleden ook de gelegenheid gehad om de technische kant, waarbij ook de onderzoekers aanwezig waren, vragen te stellen. Nog een eventuele toelichting te krijgen. Dus ik wou het gewoon daar even kort bij laten. Als er nog technische vragen zijn, alsnog, dan hoor ik dat graag. De voorzitter: Dan gaan we een rondje maken. De heer Jacobse. De heer Jacobse: Ja, ik had één, maar dat is een beetje een flauwe. Onder puntje 7, pagina 2, aan het college aan te bevelen. Het is belangrijk dat we er iets van vinden. Het is tevens belangrijk dat we het college aanbevelen. Ik hoop dan ook dat het college die aanbevelingen ter harte neemt, als het ware, want anders is het een zinloos rondje geweest. Dank u wel. De voorzitter: De heer De Jong. De heer De Jong: Wij vinden dit een goed stuk. Zeer uitgebreid, waarin staat wat er moet staan. We hebben … Ik kom zo nog even terug op de aanbeveling. Daar heb ik toch nog wat moeite mee.
Er wordt ook duidelijk gesproken dat de BEL toch op bepaalde punten aan het verbeteren is, maar er staat ook in dat de doelstellingen nog niet echt concreet zijn. Dat er onvoldoende sturingsinformatie is. Dat de waarborgen ontbreken. Dat de kennis van Inkoop het aanbestedingsbeleid onvoldoende is, maar dat er wel verbeteringen geconstateerd zijn. Ja, daar hebben wij toch wat moeite mee, want dan zeggen we die BEL is twaalf jaar geleden opgericht en in die twaalf jaar is dus die BEL-organisatie kennelijk niet in de staat geweest om dit op een hele adequate manier ingevuld te krijgen in al die jaren. Ja, dat vinden wij toch wel jammer. Wij doen nu sociale zaken samen met Huizen, we hebben nu belastingbeleid uitbesteed en ja, ik hoop niet dat we dit straks ook zouden moeten gaan uitbesteden. Dan komen we op de aanbevelingen. Het college van B en W zou moeten gaan sturen en de raden en de B en W zouden met elkaar in gesprek moeten hierover. Ja, dan denken we: ja, dat kunnen wij niet volgen. Wij vinden gewoon dat de BEL, aan wie wij alles uitbesteed hebben, dat die zelf moeten zorgen dat dit op orde is. Dat wij niet met de colleges met allerlei aanbevelingen moet komen van joh dat en dat moet je gaan doen. Wij vinden dat de BEL-organisatie dat uit zichzelf moet gaan oppakken.
Niet dat wij hier als raden en als college daar mee aan de slag moeten, maar ik hoor graag of ik het goed zie of dat ik het fout zie.
De voorzitter: De heer Van den Berg. De heer Van den Berg: Dank voor het aanschuiven van de heer Lemmens aan deze tafel. Als ik het wel heb, is dat volgens mij wel een van de laatste keren, maar misschien zit ik ernaast en is dat een ander lid van de Rekenkamer dat ons gaat verlaten. De Rekenkamer is belangrijk en wat erg fijn is om te lezen en dat mag ook gezegd worden, naast dat je als je kritiek hebt of in ieder geval ergens fundamenteel anders over denkt, dat wij die verbeterslagen die de Rekenkamer heeft geconstateerd, en die wij ook zelf hebben kunnen constateren doordat de accountant afgelopen jaar zei dat onze situatie … En ik knik nu naar de heer Calis om hem daar ook een compliment mee te geven. De accountant ook heeft gezegd dat we onze zaken toch beter op orde hebben met betrekking tot de aanbesteding, want dat was natuurlijk niet zo. Dus in die zin heeft de heer De Jong wel gelijk van Liberaal Laren, maar er zit een verbeterslag in. Laten we ook deze weg door gaan en het college niet verder dan zeg maar lastig vallen met allerlei details, maar vooral dat de nieuwe BEL-directeur met een menselijk hoofd gewoon vol gas geeft om deze aanbesteding nog beter te doen, want het zou natuurlijk inderdaad sneu zijn als wij onze aanbesteding moeten gaan uitbesteden aan Huizen. Hoewel het wel een leuke gedachte is, maar complimenten vanuit onze kant.
Dat er toch verbeterslag is gemaakt en dat dat gelukkig bevestigd wordt in, met weliswaar wat aanbevelingen vanuit de Rekenkamer. Als inbreng op dit punt, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel. Uw microfoon. De heer Van den Berg: Excuus. De voorzitter: De heer Van Midden. De heer Van Midden: Dank u wel, mijnheer de voorzitter. Dank u wel, de heer Lemmens dat u hierbij aanwezig bent. Ik heb het stuk gelezen. Ik kan op zich de aanbevelingen volgen. De enige eigenlijk grote vraag die ik heb, is wat nou de achterliggende governance is. Die is mij niet duidelijk, want uiteindelijk de maatregelen die u voorstelt, die moet voortvloeien uit de zeg maar onderliggende, of bovenliggende, governance, waarin je duidelijk omschrijft wie uiteindelijk voor wat verantwoordelijk is. Wie welke mandaten heeft, et cetera, et cetera. Om het even wat handen en voeten te geven. Kijk, uiteindelijk is de BEL-organisatie is operationeel verantwoordelijk voor de inbedding van het inkoopbeleid en haar processen. Ze maakt de processen, definieert de controles, richt managementrapportages en dat soort dingen in. Nou, u schrijft ook in uw stuk wat de verantwoordelijkheid van de raad zal zijn. Dus die formuleert de doelstellingen. Dat kunnen circulaire doelstellingen zijn, dat kunnen doelstellingen zijn op het gebied van lokale mkb, zag ik ook terug in allerlei dingen.
Maar wat ik nou een beetje mis, is zeg maar uiteindelijk, die ‘…’ vertalen en dan ook de rol van B en W daarin. Wat ik al zeg. Kijk, deze maatregelen zijn herkenbaar en moeten gebeuren, maar uiteindelijk wordt dat gestuurd vanuit een achterliggende governance en die zie ik niet. Bovendien ben ik ook benieuwd naar, ook weer vanuit die governance gezien, naar de verhouding tussen de verschillende raden en B en W’s, want het kan zijn, in het uiterste geval, dat de ene raad de doelstelling naar links oplegt en de ander naar rechts. Uiteindelijk komt het allemaal bij elkaar, bij die operationele organisatie die dat moet gaan managen. Hetzelfde geldt voor B en W. Het geldt ook voor de voorstellen zoals ze nu liggen. Ik begrijp dat ze aan alle drie de raden voorgelegd worden, maar stel nu dat de één zegt: joh, ik ben het eens met a, b en c en de rest doe ik niet. De ander zegt: nou, ik ben het eens met d, e en f en de rest doe ik niet. Nou ja, ga zo maar door. Dan komt het vervolgens terug bij de BEL-organisatie met de mededeling: nou, dit is besloten door de raden, ga er maar mee aan de slag. Nou, ik zie het al voor mij hoe je daar uiteindelijk invulling aan moet geven. Maar goed, dat is eigenlijk, de allerbelangrijkste vraag is, kunt u mij uitleggen hoe die governance dan eruit ziet.
Of verwijzen naar een governance stuk wat uiteindelijk zeg maar de basis moet zijn van deze voorstellen.
De voorzitter: De heer Wegter. De heer Wegter: Ook van onze kant een compliment voor een uitstekend stuk, waarin ook nog eens een keer het belang wordt onderstreept om een betere betrokkenheid tot stand te brengen tussen de beleidsvoerders en de raden, maar zoals de heer Van Midden gelijk heeft. Er zijn drie raden aan de orde in dit geval en de hoop is wel dat die alle drie dezelfde richting sturen, maar dat is natuurlijk een zaak die ook weer aan de BEL is om daar de consistentie te bewaren. Dat kan de rekenkamercommissie natuurlijk niet oplossen. We hebben een structuur die aanleiding geeft tot dit soort fricties, maar het is te hopen dat we daar over een congruent beleid kunnen voeren, maar ik moet toegeven, de ervaring leert ondertussen dat dat geen garantie biedt. Als Eemnes regelmatig de andere kant op fietst, dan zal dat ook bij dit kunnen gebeuren. Maar goed, de benefits of the doubt is tenminste van onze kant aan de orde. Wij roepen met klem de colleges op om uitvoering te geven aan de aanbevelingen zoals geformuleerd. Dank u wel. De voorzitter: De heer Calis, wilt u eerst … De heer Calis: Ja, dank u wel, voorzitter. Ik denk dat we twee aspecten moeten onderscheiden bij Inkoop. Dat wordt ook aangeduid met governance.
Dan gaat het natuurlijk om, en ik denk dat de rekenkamer daar terecht ook heel goed naar gekeken heeft, gebeurt de inkoop binnen de kaders die daarvoor gelden volgens het inkoopbeleid? Worden waar relevant Europese aanbestedingsregels gevolgd? Zijn de aanbestedingen rechtmatig binnen de budgetten die daarvoor zijn goedgekeurd? Dat zijn, ik noem dat hygiënemaatregelen, maar aan de andere kant geldt natuurlijk ook, gekoppeld aan het inkoopbeleid, management. Het management is de verplicht in de administratie, contractbeheer, het veel duidelijker terugkoppelen van het controleren van een prestatieafspraak voor levering van een dienst of een product. Wat wel aanwezig is, maar waar ik mij bij de aanbeveling van de rekenkamer heel goed kan vinden dat daar nog wel een slag te winnen is. Ja, mijnheer Van den Berg zegt: moeten wij daar nou mee aan de gang? Ik kan u verzekeren dat … Het aardige feit doet zich voor dat in het algemeen bestuur van de BEL-combinatie zitten drie financiële wethouders, die daar zeer gelijkluidend over denken. Ook in de discussie met de BEL en in de discussie met de financiële afdelingen hier duidelijk proberen richting te geven en mee te helpen om de adviezen die hier gegeven zijn door de rekenkamercommissie, om die ook te implementeren. Dank u wel.
De voorzitter: De heer Lemmens, wilt u … De heer Lemmens: Ja, ik had het niet beter dan de heer Calis kunnen uitleggen over de hygiënemaatregelen en de governance ook. In die zin is het natuurlijk wel zo dat als het gaat over de kaders die de raad stelt, dat is eigenlijk in elke gemeente, kan zijn eigen kaders daarin stellen. Dan is het natuurlijk in het gesprek met het college en uitvoerder, de BEL-combinatie, is het natuurlijk dan de kwestie van hoe gaan we dat uitvoeren? Als dat heel divergeren de eisen zijn, dan zal dat zonder meer kosten en uitvoeringsproblemen, of in ieder geval vraagstukken, opleveren. Dus maar dat moet dan in de governance met elkaar afgesproken worden hoe dat opgelost gaat worden. Maar ik denk dat, zoals we het ook hebben gesteld, elke raad natuurlijk zijn eigen kaders kan stellen op basis van inkoop en daar ook prestatie-indicatoren kan afspreken, waarop gestuurd kan worden. Dat is dan aan de, in het governance-model aan de colleges die de BEL-combinatie moeten gaan aansturen. Dus ik denk dat dat, daar komt het dan samen. Ik hoop dat ik daarmee ook het verhaal van de heer Calis heb ondersteund. Of het de laatste keer is, wat de heer Van den Berg zegt, dat is nog de vraag, want op zich heb ik nog een termijn van een half jaar. Het is een ander lid dat om gezondheidsredenen de volgende week aftreedt, helaas.
De heer Van den Berg: Dan ben ik dan heel blij om dat u nog in ieder geval een half jaar blijft en misschien daarna nog wel een periode. De voorzitter: Iemand de behoefte aan een tweede ronde? Denk dat alle vragen meteen geantwoord … De heer Van Midden: Ja, nou ik heb nog even, mijnheer de voorzitter, nog vragen naar aanleiding van de heer Lemmens. Betekent het, mijnheer, dus dat het governance-model nog in ontwikkeling is om het zo maar even te zeggen? En uiteindelijk wel op papier komt te staan, of niet? De heer Lemmens: Ik denk dat met de BEL-combinatie is er om governance afspraken aangaande, in ieder geval wat betreft de aansturing hoe dat vanuit de colleges wordt aangestuurd en gemeentesecretarissen. Dus dat zal toch zonder meer allang afgesproken zijn. De heer Van Midden: Oké. Oké. Helder. Ja, dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. De heer Lemmens, bedankt voor deze toelichtingen. We zullen dit agendapunt doorrijden naar de raad. Gezien de vragen, denk ik dat dit ook een, stel ik voor, een hamerstuk in de raad kan zijn. Dank u wel. d.
Samenwerkingsafspraken MRA
De voorzitter: Dan gaan we naar 5.5, samenwerkingsafspraken MRA. De samenwerkingsafspraken vast te stellen. Portefeuillehouder is de heer Calis. Wilt u nog een inleiding houden? De heer Calis: Ja, een korte inleiding, voorzitter. Vandaag was er een zogenaamde heidag voor het algemeen bestuur van de regio Gooi en Vechtstreek. De discussie daarin ook ging over de governance en de betrokkenheid van de raden bij de besluitvorming binnen de regio. Eigenlijk het belangrijkste is, en dat hebben we al een tijdje moeten ontberen, die regiopodia die niet gehouden kunnen worden, maar als je elkaar kent en als je elkaar vertrouwd, dan kan je beter samenwerken. In de hele discussie rond de MRA is er toch wel enige sprake geweest van argwaan, wantrouwen. Worden wij hier niet als hele kleine gemeente onder de voet gelopen? En ik wil er juist voor pleiten dat de stukken die u hiervoor u ziet, die zijn natuurlijk al eens een keer langs geweest. De afspraken over de samenwerking, de zienswijze daarop zijn door de regio gebundeld en regionaal ingebracht, zijn ook grotendeels overgenomen, maar het pleidooi wat ik wil houden, is: een voorbeeld voor de kracht van de MRA voor de gemeente Laren is zoals u weet, speelt al heel lang de wens van Laren om de A1 ondertunneld te krijgen. Dat is natuurlijk een geweldig, gigantisch project, want aan de horizon vele miljarden zal vergen.
Daar is door de MRA, en met name in de verstedelijkingsstrategie, is daar nu stevig aan onderbouwd. Niet alleen de hele MRA, maar vanuit de MRA ook met het achterland van Utrecht en Amersfoort, is daar een lobby op gang gekomen richting het rijk, richting Rijkswaterstaat, richting de betrokken partijen, om hier nu serieus invulling aan te geven. Wat ons natuurlijk alleen maar tot voordeel kan brengen, omdat er zo’n grote massa veel meer gewicht in de schaal legt, dan alleen de gemeente Laren. Dus ik zou ervoor willen pleiten om … Wij moeten zelf vinden dat het goed is noodzakelijk om met elkaar te overleggen. Een negatieve benadering is wel eens: als je niet aan tafel zit, dan sta je op het menu. Zover wil ik niet gaan, maar wij zitten wel degelijk als Laren aan tafel, in de regio, als regio bij de MRA. In de MRA wordt met enige jaloezie gekeken naar de regio waarin de gemeente is het goed met elkaar vinden en ook gezamenlijk standpunten naar voren kunnen brengen. Ik ben ervan overtuigd dat wat goed is voor de regio, goed is voor de gemeente Laren. Waar de regio zich kan aansluiten aan de MRA, zal dat ongetwijfeld ook goed
zijn voor de regio. Deze afspraken, denk ik, benadrukken vooral toch dat het de voordelen van het overleg en de samenwerking en benadrukken ook de blijvende autonomie van de gemeente. Dank u wel. De voorzitter: De heer De Jong, mag ik het rondje bij u beginnen? De heer De Jong: Ja, zeker. Nou, er liggen hier duidelijk de samenwerkingsafspraken en de plannen die er zijn met de MRA. We hebben eigenlijk maar één punt, want er wordt op een gegeven moment genoemd: ja, de nota volgt. Er wordt niet concreet gezegd wat het allemaal gaat kosten, maar dat gaat nog uitgerekend worden. Wij hebben toch het gevoel, als we het hier dus goedkeuren, dat er straks gewoon bij de Gooische gemeenten een forse nota komt: nou ja, we hebben zoveel plannen en dat gaat zo veel meer kosten, dus tekent u maar bij het, u heeft al getekend bij het kruisje en we gaan het de gemeentes in rekening brengen. Ik weet niet of wij het juist zien, dus we zouden graag horen van de wethouder of bij het zo goed zien of dat er al een concreet bedrag ligt en dat we weten waar we aan toe zijn hier in het Gooi. De voorzitter: Dank u wel. De heer Van den Berg. De heer Van den Berg: Ja, voorzitter, dank u wel. Helder verhaal.
Vooral met de toelichting van de wethouder erbij met betrekking tot die ondertunneling van die A1 en dat brengt mij er eigenlijk meteen toe om nog eens een keer onder de aandacht te brengen dat ze ondertunneling eigenlijk ook vergezeld moet gaan van een hoogwaardig openbaar vervoer, wat mij betreft een metro. Dat zou een prachtig mooie verbindingsslag zijn. Tegelijkertijd zie ik ook meteen kansen, al is het maar op langere termijn, dat wij dan toch ook nog een stukje verstedelijking boven die A1 kunnen gaan bewerkstelligen. Dus ik ben erg blij met die mededelingen, vooral die mededeling en dat de wethouder ook benadrukt dat wij er goed aan doen om dit te omarmen. Dank u wel. De voorzitter: VVD, de heer Van Midden. De heer Van Midden: Ja, dank u wel, mijnheer de voorzitter. Ja, ik ben heel erg blij met het betoog van de wethouder, waarin hij zegt dat we de MRA moeten omarmen. Binnen die omarming ook onze eigen ambities moeten formuleren. Dat betekent ook dat we die MRA met een zeker ondernemerschap tegemoet moeten treden, vooral om te kijken hoe kunnen we nou zelf optimaal gebruik maken van die samenwerking, zoals die nu gemaakt wordt. Ik zie ook staan op een van de laatste pagina’s dat elke deelregio ook de gelegenheid krijgt om zijn eigen ambities te formuleren in een deel van de regionale agenda.
Dus ik denk dat dit ook inderdaad een uitgelezen kans is om ook vanuit ons, binnen onze deelregio Gooi en Vechtstreek, onze eigen ambities naar voren te brengen, waaronder die ondertunneling van de snelweg. Ik weet niet of we daar inmiddels al mee begonnen zijn, want uiteindelijk is dit zeg maar de structuur zoals die ligt en gaat die waarschijnlijk volgend jaar zeg maar verder geïmplementeerd worden. Zullen ook de regionale ambities geformuleerd gaan worden of … Ik weet niet, misschien kan de wethouder wat toelichting geven over het proces zoals dit verder gevolgd zal worden. Voor zover niet de boel in elkaar stort. De voorzitter: De heer Wegter. De heer Wegter: Ja, dus de vlag kan uit, vind ik, want al snel een belangrijk punt is, dan is het dit punt van deze agenda. Dat we nu met elkaar vaststellen dat we inderdaad meer kunnen bereiken wanneer we het samen gaan doen. Dat is mij uit het hart gegrepen. Dit onderwerp heeft ons al een tijdje bezig gehouden. We hebben in het voor jaar hier ook over gesproken en wij zijn een hartgrondig voorstander van een verdere verdieping van de samenwerking op regionaal niveau en dus ook op het niveau van de metropoolregio. Ik vind het een klein beetje vermetel, dat woord mag ik misschien gebruiken, als de wethouder meteen alweer een soort
lokmiddel aanwijst van die ondertunneling. Natuurlijk zijn we een hartgrondig voorstander van, maar ga nu niet te veel de indruk wekken alsof we hier, als we dit voor elkaar krijgen vandaag, dan komt die ondertunneling wel. Wat we wel kunnen vaststellen is, als we niet met elkaar ervoor gaan, dat in ieder geval die ondertunneling niet krijgen. Dat is zeker, maar om nou het tegenovergestelde al zo positief voor te stellen, zoals misschien geïnterpreteerd door de heer Van den Berg, dat lijkt mij opnieuw ook enigszins vermetel. Dat gezegd zijnde, het is van essentieel belang dat we dit gaan aanpakken. Het is, als u de structuur ziet, zoals men die nou ziet, dan is aan de ene kant geprobeerd de efficiency van het geheel te vergroten. Het lijkt me goed een nieuwe structuur die ze daarvoor geschapen hebben, maar aan de andere kant te proberen om ook de betrokkenheid van de raden te versterken. Daarvoor is die data voor dan bedoeld. Vele raden, onder andere deze, hebben dagtekening voorkeur uitgesproken om daar twee raadsleden in te zetten. Dat is om een aantal redenen afgewezen. Daar kan ik mee leven, maar het essentieel denk ik in de komende tijd zal zijn, dat we niet alleen de structuur hebben, maar dat ook op een integere wijze interpreteren, implementeren.
Dat wil dus zeggen, dat degene die straks wordt afgevaardigd namens de raad, voor die data voor, dat hij meer moet doen dan een ambassadeursfunctie, zoals dat vroeger aan de orde was. Dat betekent dus dat die betrokkene raadsvertegenwoordiger instructies krijgen van de raad met betrekking tot het onderwerp waar hij over gaat spreken bij de raadtafel. Dat betekent dus een zeer nauwe betrokkenheid van de raad bij die raadtafel. Alleen dan kan die betrokkene vertegenwoordiger van de raad kan ook wat doen, anders heeft hij geen mandaat, weet hij niet wat er van de raad verwacht wordt. Dus dat betekent vooraf, voordat er agenda bij de raadtafel aan de orde is, zal dat ook bij de raad hier aan de orde moeten komen, zodat de betrokkene de vertegenwoordiger van de raad weet wat hem te doen staat, wanneer hij erover gaat spreken in de raadtafel. Dat betekent dan de andere kant natuurlijk dat er een zeer nauwe samenwerking moet komen tussen die vertegenwoordiger van de raad en de portefeuillehouders, die ieder op hun beurt daarbij natuurlijk betrokken zijn. Dus dat vergt in de praktijk een hele nieuwe aanpak. Het risico zit er zeker in dat we op een of andere manier in een bureaucratie verdwijnen, maar het kan alleen functioneren wanneer de raad zelf hier dit serieus gaat nemen. Als dat het uitgangspunt is, ben ik uitermate blij met deze vernieuwing die hier is afgesproken. Dank u wel.
De voorzitter: De heer … De heer Wegter: Mag ik nog één opmerking, als het mag? U hebt het nu over die ondertunneling die op termijn dan mogelijk aan de orde is, maar misschien op korte termijn … Nederland is het enige land wat in Brussel nog niet heeft aangemeld wat ze willen gaan doen met die zevenenhalf miljard die in principe aan dit land is toegezegd. Dat gaat hopelijk, als er een nieuw kabinet is, snel gebeuren, maar dan is het tijdstip ook aangebroken denk ik dat er binnen Nederland nagedacht moet worden, wie gaat wat krijgen? Welke prioriteiten zijn aan de orde? Of daar de ondertunneling bij is dat weet ik niet, maar dat er op vrij korte termijn al een hoop geld te verdelen valt in Nederland staat vast. Daar moet de MRA een essentiële rol in gaan vullen. Dus, wethouders, portefeuillehouders, maak de borst maar nat. Dank u wel. De voorzitter: De heer Jacobse. De heer Jacobse: Dank u wel, voorzitter. Het weinige resultaat wat we hebben gekregen van de vorige ambassadeurs richting de MRA bevestigt eigenlijk de opmerkingen van de heer Wegter. Als we dit verhaal serieus nemen, en ik verklap u maar vast dat mijn fractie best een worsteling doorgemaakt, maar we gaan dit serieus nemen en we gaan dit ook gewoon goed doen. Dan moeten we het ook goed organiseren. De heer Wegter heeft daar volledig gelijk in.
Het kan niet waar zijn, sterker nog, wij nemen onszelf niet serieus, op het moment dat we dit weer een beetje laten waaien en dat we hier niet de juiste functionaris voor kunnen
vinden, die we vervolgens niet laden met onze snode plannen, die we vervolgens niet langs het college sturen om dat allemaal af te dekken. Dat zou onnozel zijn. Ik heb nog een opmerking. Over een aantal maanden staan wij met elkaar op de markt, als we geluk hebben in een voorjaarszonnetje en als we pech hebben in een slagregen. Ik wil heel graag dat MRA verhaal, zoals de wethouder dat pakkend weet naar voren te brengen, kunnen vertellen aan de mensen in het dorp. Ik moet eerlijk zeggen, ik heb het op een rij gezet en nu mag er hard om lachen. Het zal allemaal best, maar als ik moet uitleggen wat het regio perspectief en de verstedelijkingsstrategie van de Metropool Regio Amsterdam zijn, dan komt de vraag boven heb je even? Hoe en wat en waar gaat dat dan over? Dan haak ik vlotter aan bij wat de wethouder zegt. Als het dan over die ondertunneling van die A1 mag gaan, dan hebben we een verhaal. Zo zou ik nog wel een paar verhalen willen hebben, waarbij we met en voor die MRA goede dingen doen. Overigens, wij zijn er erg voor, en nog steeds, om dat met twee afgevaardigden te doen, zoals letterlijk wat jij zei, Nico. Is even niet gelukt. Mijn vrouw zit in de kinderopvangsituatie. Hou er goed rekening mee dat daar niemand de deur in- of uitkomt als er geen vier ogenbeleid is. Dat betekent het openen van de deur. Probeer het even symbolisch te zien in MRA verband.
Dat betekent het openen van de deur en dat betekent het sluiten van de deur aan het eind van de dag. Niet uit wantrouwen, of uit dat we elkaar de capaciteiten niet gunnen, maar simpelweg omdat je het beter en fijner met elkaar kunnen doen. Het zou mij helemaal niet storen als we nog eventjes daaraan zouden schudden. Wat ik overigens goed begrijp, is als je 34 participanten hebt en je doet dat maal twee, dan zijn het er 70 en dan wordt het een Poolse landdag en/of de Derde Kamer en dat wordt hem natuurlijk ook niet. Dus ik snap het allemaal best, maar dat is wel wat wij ervan vinden. Wij vinden nog iets en dat is een concrete vraag. Misschien moeten we dat via een motie doen op de een of andere manier. Wij zouden het graag zien dat, als we vanuit de gemeente een raadslid en/of een vervangend raadslid mogen aanwijzen, dat dat ook een beëdigd commissielid kan zijn. Zou je zeggen, waar ben je nou weer mee bezig? Nou, heel eenvoudig, ook dat verbreedt de scope om deskundige, waardevolle mensen die wij in onze gelederen hebben in de gelegenheid te stellen om daar een rol te spelen. Die rol spelen ze dan in de commissie al, die delen we hier met elkaar. Die rol spelen ze mogelijk in de raad, maar wat ik veel belangrijker vind, laat ze die rol alsjeblieft spelen in de omgeving van de MRA.
Dus mijn vraag is eigenlijk, zouden we, op het moment dat we een vervangend raadslid aanbieden, zou dat ook kunnen en mogen, een beëdigd commissielid zijn? We moeten even bedenken hoe we dat gaan doen, maar dat zou best wel een motie kunnen misschien volgende week. Ja, belangrijk en ja, natuurlijk vanzelfsprekend. Dank u wel. De voorzitter: De heer Calis. De heer Calis: Ja, dank u wel, voorzitter. Ik denk dat de inbreng van de raad, zoals hier ook al geschetst werd en verwezen werd naar ambassadeurs, dat dat aanmerkelijk zal verbeteren door de instelling van de bovenlokale aangelegenhedencommissie, die zich specifiek met de regio en met de metropoolregio zal bezighouden. Door die commissie, net zoals ik dat ook bij R&I en M&F zie, zie ik een toch als bijna vanzelfsprekende koppeling met de raad en de raadsvergaderingen, waarbij we in commissieverband dieper in kunnen gaan op de ideeën, overwegingen, doelstellingen, die wij als Laren hebben voor deze samenwerkingsverbanden. De vraag van de heer De Jong van wat gaat dat kosten. De bijdrage aan de MRA is vastgesteld en dat is vorig jaar, ik meen zelfs twee jaar geleden, is bevroren op € 1,53 per inwoner. Daarnaast, in dit nieuwe model vaardigt de regio zogenaamde trekkers af in de platforms. Dat is bijvoorbeeld Annet Wolders van Hilversum, die zit namens de regio in het platform mobiliteit.
Ik meen dat Alexander Luyten zit in het platform wonen. Gerard Kuipers uit Hilversum in het platform economie, meen ik. Maar dat zijn in ieder geval drie vertegenwoordigers van de Gooische gemeenten, die op het niveau van de MRA daarin mee gaan spelen. De overweging is dat die drie wethouders, die hebben daarbij ambtelijke ondersteuning nodig, die de stukken voorbereiden, die de stukken lezen. Afijn, dat wordt geraamd op een half fte per wethouder. Tot nu
toe werd er uitgegaan van het feit dat, nou, dat moet hij wethouder maar in zijn eigen gemeente voor elkaar zien te krijgen, maar ondertussen is in het bestuur van de regio toch het besef doorgedrongen dat is niet helemaal correct. Laten we als Gooische gemeenten gezamenlijk deze ondersteuning dragen en als mijnheer De Jong dan vraagt: waar komt dat neer? Dan denk ik ja, ongeveer anderhalf fte, wat zal dat zijn? Honderd, honderdtwintig duizend euro. Laren heeft meestal vier à vijf procent van de regio. Dus dat betekent voor Laren zesduizend euro, even grofweg benaderd. Dus dat is wat de regio, met de MRA aan Laren voor kosten leidt. De voorzitter: De heer Van den Berg. De heer Van den Berg: Ja, nog even een korte opmerking. Niet zozeer naar de wethouder toe, maar eigenlijk naar mijn collega van D66. Dan zeg ik, begin ik maar te zeggen: man, het is niet goed of het deugt niet. Nu hebben we eindelijk de wethouder van onze lokale dorpspartij, die het nut en noodzaak van de MRA ziet en dan gebruikt de heer Wegter het woordje vermetel. Dat is dan eigenlijk heel erg dapper of bijna overmoedig, maar toen dacht ik: nou, daar mogen we toch eigenlijk blij mee zijn dat onze wethouder heel erg dapper is en ondergetekende onderschrijft dat.
Vervolgens, en daar wil ik eigenlijk de heer Wegter even op na vragen, noemt hij zelf zevenenhalf miljard waarop we moeten letten, want die is binnenkort binnen te hengelen. Dat kan je ook als dan het woord vermetel gebruiken, maar waar haalt u dat vandaan en breng dan even concreet op tafel hoe we dat hier kunnen zien? De voorzitter: Gaat uw gang, mijnheer Wegter. De heer Wegter: Dat is heel vriendelijk. Kijk, vermetel daar bedoel ik niet in negatieve zin. Dat is moedig, dat is moedig. Maar ik wil ervoor waken dat we verwachtingen wekken dat, wanneer we dit doen, dat dan ook die ondertunneling komt. Dat is het enige wat ik voor wil waken, maar als we niet in die MRA mee gaan draaien, dan kunt u het in ieder geval vergeten. Nu even over die zevenenhalf miljard. U weet, er bestaat een Europese Unie. Dat weet u wellicht. Die hebben nu, in het kader van het herstelfonds, zoals dat heet. Dat is een nieuwe aanpak, die nieuwe dynamiek moet geven aan de economie in Europa. Worden er gelden verdeeld en dat betekent in het geval van Nederland dat er zevenenhalf miljard, als ik goed ben, in principe beschikbaar komt. Zoals in andere landen misschien wel twintig miljard of nog meer komt, want het gaat over een heel groot bedrag.
Nu, Nederland is het enige land tot op heden die nog niet heeft aangemeld wat zij met die zevenenhalf miljard gaan doen en dat heeft te maken, onder andere, met de kabinetsformatie. Er zijn nog meer redenen, maar die zal ik u besparen. Maar daar gaat het om en dus is het in die zin van belang dat we zo snel mogelijk handelen om die handelingsbekwaamheid van de MRA te bevorderen, want het gaat in de komende jaren over heel veel geld. Dat is het enige wat ik wil zeggen. Dank u wel. De voorzitter: De heer Wegter, bedankt voor deze toelichting. Ik denk dat we dit punt door kunnen leiden naar de raad. ‘…’ De heer Wegter vraagt dit punt als bespreekpunt. Ik herhaal het, omdat uw microfoon uit stond. De heer …: Akkoord. De voorzitter: Ja? Bespreekpunt. Dan komen we aan de rondvraag. De heer Jacobse. De heer Snoek. De heer De Jong. De heer De Jong: Ja, even kijken waar ik het heb staan. Oh ja. Wij gaan verkoop van BKR-kunst. Wij hebben op de radio vernomen dat dat meer gaat kosten dan het oplevert. Klopt dat? En hoe gaan we dat verkopen? Op welke manier gaan wij die zaken die wij willen verkopen aan de man brengen, of aan de vrouw brengen?
De voorzitter: De heer Mol. De heer Mol: Voorzitter, dank, goede vraag van de heer De Jong. Overigens bent u reeds eerder per raadsinformatiebrief hierover geïnformeerd, over deze voorgenomen verkoop en de wijze waarop dit gaat plaatsvinden. Ja, we moeten even zien. Het zou natuurlijk heel vreemd zijn als de … Maar niet uitgesloten dat de verkoop meer gaat kosten dan dat het gaat opleveren. Wij zijn natuurlijk wel heel trots op deze uitzonderlijke grote collectie BKR-werken, waarvan we natuurlijk geen kans onbenut laten om de kwaliteit daarvan en de meerwaarde voor de samenleving onder de aandacht te brengen van potentiële kopers. Je weet natuurlijk niet hoe dat het uiteindelijk bij de verkoop gaat. Hoe de verkoop uiteindelijk technisch plaats gaat vinden, daar zal ik de commissie dan schriftelijk even over informeren en eventuele vervolgstappen nadat de aankondiging in de Staatscourant heeft plaatsgevonden. Overigens mogen we ook op dit vlak ons rijk rekenen met hele goede, vrijwillige ondersteuning vanuit de commissie, waar onder andere Emke Razen in zit, voormalig conservator van Singer die dit hele proces begeleidt. We komen hier schriftelijk nog op terug, mijnheer De Jong. De voorzitter: De heer Van den Berg.
De heer Van den Berg: Ja, voorzitter, in de begrotingsvergadering, die we nu niet over gaan doen, hebben we wat vragen gesteld over datgene wat in het Larens journaal werd gepubliceerd en wat er in de jaarrekening, begroting et cetera stond, die we toegestuurd hadden gekregen. Dat bracht mij eigenlijk afgelopen week, want ik ben er naderhand nog een beetje druk mee geweest, mijnheer Calis, om her en der wat uit te leggen hoe het nou toch allemaal in elkaar zat, of het niet een aardig idee is om in een eerstvolgend Larens journaal, zo gauw als mogelijk, de juiste versie neer te zetten? En enerzijds om daarmee de boel plat te slaan en anderzijds ook gewoon om daarmee invulling te geven naar het dorp dat er dan wellicht een foutje is gemaakt, maar dat dat gewoon verder ordentelijk wordt gepresenteerd. Dus dat is eigenlijk de vraag aan de voorzitter, aan de wethouder, voorzitter. De voorzitter: De heer Calis. De heer Calis: Naar aanleiding van die vragen in de begrotingsvergadering hebben we daar meteen naar gekeken en het verschil zat hem vooral in het overzicht van de inkomsten. Dat hebben we proberen terdege geanalyseerd. Het verschil zat hem in de rubricering van overige inkomsten. Het punt is dat de indeling van de inkomsten, die volgt niet automatisch uit de begroting, omdat dat in totaal andere posten is opgedeeld.
Mij werd verzekerd dat die informatie al meteen naar het CDA zou gaan en ook CDA steunfractie die zich daar hard voor had gemaakt. Als het nog niet is gebeurd, dan kunnen we … Denk ik dat dat een heel goede suggestie is om een update van die twee tabellen in het Larens journaal te publiceren, waarin we laten zien dat de opleidingen kloppen en hoe de gemeente er nu voorstaat met de nieuwe begroting. Dank u wel. Kan als een toezegging genoteerd worden. De voorzitter: Mevrouw Niekus. Mevrouw Niekus: Dank u, voorzitter. Een poosje geleden hebben we het gehad over het betalen van hondenbelasting. Er zijn inwoners die hondenbelasting betalen en er zijn inwoners die helemaal nog niet weten dat je hondenbelasting zou moeten betalen in Laren. Er zijn veel coronahonden zijn erbij gekomen en onlangs zag ik ook weer in het Larens Journaal … Wat het Larens journaal dus allemaal brengt. Dat er een oproep stond naar de inwoners toe om toch hun hond aan te geven en belasting te betalen. Het is belangrijk dat die belasting betaald wordt, want daar betalen we weer de bakken van, de poepzakjes die er overal
hangen en het wordt ook steeds leeggehaald. Dus als de mensen die nu een hond hebben en geen hondenbelasting betalen, zou het toch wel heel fijn zijn. Ik wilde reactie horen van de wethouder of er al reacties van inwoners geweest zijn en dat ze daadwerkelijk hun hond al aangegeven hebben voor hondenbelasting. De voorzitter: De heer wethouder, de heer Calis. De heer Calis: Ik kan mevrouw Niekus melden dat de publicatie in het Larens Journaal wel degelijk gevolgen heeft gehad en dat er een behoorlijke aanwas is geweest van honden die zijn aangemeld. Er werd gesteld, we gaan binnenkort controleren of u een hond heeft. Dat moet ik nog zien dat dat gaat gebeuren, maar ik kan wel iedereen vragen als die een hond ziet lopen met een eigenaar die die kent, dat mag die dan naar mij doorgeven en dan vraag ik aan de gemeentelijke organisatie of die hond ook geregistreerd, bekend staat. Dank u wel. De voorzitter: De heer Van Midden. De heer Wegter. Het is nu tien over tien. De heer Mol: We zullen trouwens inwoners die bellen met klachten over vuurwerkoverlast niet meteen inspecteur langs sturen om te kijken of ze een hond hebben. 6.
Sluiting De voorzitter: Het is tien over tien. Ik sluit de vergadering. Dank u wel, wel thuis.