CConstaterende datlaren
Koppel je AI →
Document · PDF

20210622Rvs28 Vaststelling bestemmingsplan met MER en beeldkwaliteitplan ‘Buurtschap Crailo’ BIJLAGE natuuronderzoeken deel 2

Commissie Ruimte en Infrastructuur 22 juni 2021, gemeente larenBij agendapunt: Vaststelling bestemmingsplan met MER en beeldkwaliteitplan ‘Buurtschap Crailo’24.362 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Nader onderzoek soortbescherming Crailo Onderzoek voor deelgebieden midden en zuid in het kader van soortbescherming van de Wet natuurbescherming Deelgebieden midden en zuid 9 juli 2020

Kenmerk

R001-1268868JNA-V03-sal-NL

Verantwoording Titel

Nader onderzoek soortbescherming Crailo Onderzoek voor deelgebieden midden en zuid in het kader van soortbescherming van de Wet natuurbescherming

Opdrachtgever

GEM Crailo B.V.

Projectleider

Maurice Tijm MSc.

Auteur(s)

Jeroen Nagtegaal

Tweede lezer

Berto van Dam

Projectnummer

1268868

Aantal pagina’s

32

Datum

9 juli 2020

Handtekening

Ontbreekt in verband met digitale verwerking. Dit rapport is aantoonbaar vrijgegeven.

Colofon Tauw bv Australiëlaan 5 Postbus 3015 3502 GA Utrecht T +31 30 28 24 82 4 E info.utrecht@tauw.com

2/32

Kenmerk

R001-1268868JNA-V03-sal-NL

Inhoud 1

2

Inleiding ..................................................................................................................................... 5 1.1

Aanleiding .......................................................................................................................... 5

1.2

Werkwijze en leeswijzer ..................................................................................................... 5

Huidige situatie en beoogde ontwikkeling ................................................................................. 6 2.1

2.1.1

Deelgebied Midden, ORT terrein ................................................................................ 6

2.1.2

Deelgebied zuid: AZC- en Talpa-terrein...................................................................... 8

2.2 3

4

Huidige situatie................................................................................................................... 6

Beoogde ontwikkeling ........................................................................................................ 9

Methode................................................................................................................................... 10 3.1

Reptielen .......................................................................................................................... 10

3.2

Vaatplanten ...................................................................................................................... 11

3.3

Jaarrond beschermde vogelsoorten................................................................................. 11

3.3.1

Gierzwaluw................................................................................................................ 11

3.3.2

Huismus .................................................................................................................... 12

3.3.3

Kerkuil ....................................................................................................................... 12

3.3.4

Steenuil ..................................................................................................................... 12

3.3.5

Ransuil ...................................................................................................................... 13

3.3.6

Boombroedende dagroofvogels ................................................................................ 13

3.4

Vleermuisonderzoek ........................................................................................................ 14

3.5

Grondgebonden zoogdieren ............................................................................................ 17

3.5.1

Sporenonderzoek ...................................................................................................... 17

3.5.2

Cameravallen ............................................................................................................ 18

Resultaten, effectbepaling en vervolgstappen ........................................................................ 19 4.1

Reptielen .......................................................................................................................... 19

4.2

Vaatplanten ...................................................................................................................... 19

4.3

Jaarrond beschermde vogelsoorten................................................................................. 19

4.3.1

Buizerd ...................................................................................................................... 19

4.3.2

Overige soorten......................................................................................................... 21

4.4

Vleermuizen ..................................................................................................................... 21

4.5

Grondgebonden zoogdieren ............................................................................................ 26

3/32

Kenmerk

5

6

R001-1268868JNA-V03-sal-NL

4.5.1

Boommarter .............................................................................................................. 26

4.5.2

Das ............................................................................................................................ 28

4.5.3

Eekhoorn ................................................................................................................... 28

Conclusie ................................................................................................................................. 29 5.1

Onderzoeksresultaten ...................................................................................................... 29

5.2

Effectbeoordeling en vervolg............................................................................................ 30

Literatuur ................................................................................................................................. 32

Bijlage 1

Overzicht data en omstandigheden uitgevoerde veldbezoeken

4/32

Kenmerk

R001-1268868JNA-V03-sal-NL

1 Inleiding 1.1

Aanleiding

Voor de herontwikkeling van de voormalige kolonel Palmkazerne en omgeving tot woonomgeving Buurtschap Crailo is het nodig om de aanwezige panden en een deel van de bomen te verwijderen. Het plangebied en tevens onderzoeksgebied is in figuur 2.1 weergegeven. Tauw heeft deze plannen in een natuurtoets getoetst aan de Wet natuurbescherming (Tauw, 2018). Uit de natuurtoets blijkt dat negatieve effecten door het plan op (het leefgebied en verblijfplaatsen van) beschermde soorten niet uitgesloten kunnen worden. Daarom is nader onderzoek in het kader van soortbescherming onder de Wet natuurbescherming (hierna: Wnb) uitgevoerd. Dit rapport beschrijft de resultaten van het nader onderzoek.

1.2

Werkwijze en leeswijzer

Hoofdstuk 2 beschrijft de huidige situatie en beoogde ontwikkeling. De onderzoeksmethoden zijn in hoofdstuk 3 beschreven. In hoofdstuk 4 is beschreven welke beschermde functies aanwezig zijn in het gebied. Op basis van de resultaten van het onderzoek is een globale effectbepaling gedaan. Een concrete effectbepaling is nog niet mogelijk omdat een concreet ontwerp nog niet beschikbaar is. Waar mogelijk is aangegeven welke vervolgstappen er nodig zijn om de voorgenomen ontwikkeling binnen de kaders van de Wnb uit te voeren.

5/32

Kenmerk

R001-1268868JNA-V03-sal-NL

2 Huidige situatie en beoogde ontwikkeling 2.1

Huidige situatie

De beschrijving van de huidige situatie is overgenomen uit de natuurtoets (Tauw, 2018). Ten opzichte van het locatiebezoek tijdens de natuurtoets is de situatie niet veranderd. Het plangebied bestaat uit de deelgebieden midden en zuid (figuur 2.1). Deze zijn vanwege hun verschillende karakters separaat beschreven.

Figuur 2.1 Ligging van het plangebied met deelgebieden zuid en midden.

2.1.1 Deelgebied Midden, ORT terrein Hoewel het ORT terrein bestaat uit meerdere oefengebouwen die ontworpen zijn voor het trainen van rampen, branden en andere gevaarlijke situaties, heeft dit deel van het plangebied een natuurlijk karakter. De omgeving van de gebouwen is groen ingericht en wordt relatief extensief gebruikt. Naast de oefengebouwen zijn er een loods met kantoorgebouw, twee stormbanen en twee schietbanen op het terrein aanwezig. Enkele gebouwen hebben een spouwmuur en/of een kelder. De kelders zijn niet afgesloten en gemakkelijk toegankelijk voor verschillende grondgebonden zoogdieren. Tussen de gebouwen zijn zandpaden en verharde wegen aangelegd. In de bermen van de wegen heeft zich een schrale vegetatie ontwikkeld met verschillende algemene soorten als klein tasjeskruid en schapengras.

6/32

Kenmerk

R001-1268868JNA-V03-sal-NL

Verder bestaat de vegetatie op het terrein uit voedselrijkere graslanden met soorten als pinksterbloem en paardenbloem en bosschages met robinia, grove den, zomereik en berk als belangrijkste boomsoorten. Op verschillende plaatsen zijn sporen van dieren aangetroffen. In de stormbaan zijn verschillende nesten van kleine zangvogels aanwezig. Verder zijn er holen van vossen vastgesteld in de zijwand van de schietbaan. In dit deel van het plangebied zijn enkele droge greppels aanwezig. Open water ontbreekt. In figuur 2.2 is een impressie van het plangebied weergegeven.

7/32

Kenmerk

R001-1268868JNA-V03-sal-NL

Figuur 2.2 Impressie van het ORT terrein

2.1.2 Deelgebied zuid: AZC- en Talpa-terrein Het voormalige AZC terrein bestaat net als het ORT terrein uit een verzameling van verschillende gebouwen. Dit deel van het plangebied heeft echter een veel minder natuurlijk karakter dan het ORT terrein. Ook zijn, in tegenstelling tot het ORT terrein, de meeste gebouwen hier bewoond. Hierdoor is er veel menselijke activiteit in dit deel van het plangebied. De gebouwen die niet bewoond zijn, zijn toegankelijk voor grondgebonde zoogdieren, vleermuizen en broedvogels door kapotte ramen of loszittende deuren. Tussen de gebouwen zijn bosschages met fijnspar, berk en beuk aanwezig. Op enkele plaatsen is een schrale vegetatie aanwezig minder algemene plantensoorten als kaal breukkruid. In dit deel van het plangebied zijn geen watergangen aanwezig. In figuur 2.3 is een impressie opgenomen.

8/32

Kenmerk

R001-1268868JNA-V03-sal-NL

Figuur 2.3 Impressie van het AZC terrein

2.2

Beoogde ontwikkeling

Het voornemen om het realiseren van buurtschap Crailo. Dit betekent dat er in de uiteindelijke situatie ruimte komt voor wonen en werken. Momenteel bevindt het proces zich in de ontwerpfase en is er nog geen vastgesteld ontwerp. Veel van de gebouwen zijn sterk verouderd of vervallen. Daarnaast zijn er met name in het deelgebied midden, als gevolg van het gebruikt als oefenrampenterrein, verontreinigingen aanwezig in de bodem die gesaneerd dienen te worden voordat er woningbouw kan worden gerealiseerd. De toetsing van de effectbeoordeling zal in deze rapportage op een globaal detailniveau plaatsvinden. Bij verdere detailuitwerking van het voornemen, al dan niet in deelfases, is mogelijk een nadere toetsing noodzakelijk.

9/32

Kenmerk

R001-1268868JNA-V03-sal-NL

3 Methode Hier is per soort beschreven welke onderzoeksmethoden zijn gebruikt. In bijlage 1 zijn de data en weersomstandigheden van de uitgevoerde veldbezoeken in één tabel verwerkt.

3.1

Reptielen

Om de trefkans van levendbarende hagedis en hazelworm te vergroten, zijn kunstmatige schuilplaatsen gecreëerd door ongeveer 50 tapijttegels uit te leggen in het plangebied. Zie figuur 3.1 voor de locaties. De tapijttegels zijn begin april 2019, een maand voor het eerste veldbezoek, neergelegd. Voor levendbarende hagedis en hazelworm zijn in de periode mei tot en met augustus minimaal vijf controlerondes uitgevoerd. De data en weersomstandigheden staan in tabel 3.1. Tijdens de bezoeken zijn ook de reeds (van nature) aanwezige schuilplekken zoals stoeptegels en dood hout gecontroleerd. Het optimale weer voor bezoeken is zonnig tot half bewolkt met niet te veel wind en niet te hoge temperaturen (12-20°C). Tabel 3.1 Data en weersomstandigheden van de uitgevoerde veldbezoeken Datum bezoek

Tijd

Focus

Weersomstandigheden

9 april 2019

13:00 – 17:00

Uitleggen tapijttegels, exemplaren

Droog, onbewolkt, circa 17

zoeken

graden, winkracht 2

Exemplaren zoeken, tapijttegels

Droog, half bewolkt, circa 20

controleren.

graden. Windkracht 2.

Exemplaren zoeken, tapijttegels

Droog, half bewolkt, circa 24

controleren.

graden, windkracht 2.

Exemplaren zoeken, tapijttegels

Droog, half bewolkt, circa 21

controleren.

graden, winkracht 2

Exemplaren zoeken, tapijttegels

Droog, licht bewolkt, circa 22

controleren.

graden, windkracht 2.

Exemplaren zoeken, tapijttegels

Droog, licht bewolkt, circa 18

controleren en ophalen.

graden, windkracht 2.

6 juni 2019

17 juni 2019

3 juli 2019

29 juli 2019

14 augustus 2019

10:15 – 16:30

10:00 – 17:00

09:30 – 14:30

10:45 – 15:00

7:45 - 10:30

10/32

Kenmerk

R001-1268868JNA-V03-sal-NL

Figuur 3.1 Locaties waar tapijttegels zijn neergelegd ten behoeve van het onderzoek naar reptielen.

3.2

Vaatplanten

Tijdens een verkennend veldbezoek op 2 mei 2019 is het terrein beoordeeld op potentieel geschikte groeiplaatsen voor schubvaren (muren), akkerdoornzaad, korensla, stijve wolfsmelk en dennenorchis. Al deze soorten kennen specifieke groeiplaatsen. Aansluitend zijn in het bloeiseizoen de potentieel geschikte groeiplaatsen van de genoemde soorten bezocht. De potentieel geschikte groeiplaatsen zijn onderzocht op 23 mei 2019, 8 juli 2019 en 4 september 2019.

3.3

Jaarrond beschermde vogelsoorten

3.3.1 Gierzwaluw Nader onderzoek naar de gierzwaluw heeft plaatsgevonden conform het Kennisdocument Gierzwaluw (BIJ12, 2017) en de soortinventarisatieprotocollen van Netwerk Groene Bureaus (NGB, 2017). Om de aan- of afwezigheid van nesten van de gierzwaluw aan te tonen zijn minimaal drie inventarisatiemomenten met een tussenliggende periode van minimaal 10 dagen in de periode 1 juni tot en met 15 juli 2019 (met minimaal 1 inventarisatiemoment in tussen 20 juni en 7 juli) uitgevoerd. Het onderzoek is uitgevoerd door één deskundige en heeft 2 uur voor zonsondergang tot zonsondergang en bij droog weer plaatsgevonden.

11/32

Kenmerk

R001-1268868JNA-V03-sal-NL

Tabel 3.2: Data en weersomstandigheden van de uitgevoerde veldbezoeken voor gierzwaluw. Datum

Tijd

bezoek

Aantal

Focus

Weersomstandigheden

personen

6 juni 2019

20:15 – 22:00

1

Nestlocaties

Droog, half bewolkt, circa 17 graden, windkracht 2

21 juni 2019

20:30 – 22:10

1

Nestlocaties

Droog, licht bewolkt, circa 18 graden, windkracht 2

2 juli 2019

20:30 – 22:05

1

Nestlocaties

Droog, licht bewolkt, circa 19 graden, windkracht 2

3.3.2

Huismus

Nader onderzoek naar de huismus is conform het Kennisdocument Huismus (BIJ12, 2017) en de soortinventarisatieprotocollen van Netwerk Groene Bureaus (NGB, 2017) uitgevoerd. Voor huismussen zijn twee veldbezoeken in de periode 1 april - 20 juni 2019 uitgevoerd, met tussenliggende periode van minimaal 10 dagen. Onderzoek naar de huismus richt zich op het waarnemen van volwassen individuen in broedbiotoop, nesten, en gedrag dat een territorium of nest indiceert. De inventarisatie is tijdens de volgende goede omstandigheden worden uitgevoerd: geluidsluwe momenten en het juiste moment op de dag (tussen 1 à 2 uur na zonsopkomst en 1 à 2 uur voor zonsondergang is de meeste activiteit waar te nemen, met een piek in de ochtend). Het onderzoek wordt uitgevoerd door één deskundige. De data en weersomstandigheden van de uitgevoerde veldbezoeken voor huismus zijn weergegeven in tabel 3.3. Tabel 3.3: Data en weersomstandigheden van de uitgevoerde veldbezoeken voor huismus. Datum

Tijd

bezoek

Aantal

Focus

Weersomstandigheden

personen

9 april 2019

13:00 – 17:00

2

Nestlocaties

Droog, onbewolkt, circa 17 graden, winkracht 2

24 mei 2019

10:00 – 17:00

1

Nestlocaties

Droog, onbewolkt, circa 19 graden, winkracht 2

3.3.3

Kerkuil

De afwezigheid van broedende kerkuilen is tijdens drie gerichte veldbezoeken verspreid in de periode van begin februari tot en met half oktober uitgevoerd. De inventarisatiebezoeken hebben tijdens goede weersomstandigheden plaatsgevonden. De beste momenten om te inventariseren zijn ‘s avonds en ‘s nachts. De kerkuil reageert niet op het afspelen van de baltsroep op een geluidsrecorder en daarom is geen geluid afgespeeld. Er wordt daarom ook overdag inpandig gezocht worden naar sporen die de aanwezigheid van een rust- of nestplek indiceren, zoals braakballen en/of krijtstrepen. De data en weersomstandigheden van de uitgevoerde bezoeken voor kerkuil zijn weergegeven in tabel 3.4. 3.3.4 Steenuil De afwezigheid van broedende steenuilen is onderzocht door twee gerichte veldbezoeken in de periode van 1 februari tot en met 30 april uit te voeren, waarbij er minimaal één maand zit tussen het eerste en het laatste bezoek. Het daadwerkelijke gebruik van het nest kan van begin februari tot en met half juli plaatsvinden. De data en weersomstandigheden van de uitgevoerde bezoeken voor steenuil zijn weergegeven in tabel 3.4.

12/32

Kenmerk

3.3.5

R001-1268868JNA-V03-sal-NL

Ransuil

Ransuil kan in bomen in of nabij het plangebied broeden. De data en weersomstandigheden van de uitgevoerde bezoeken ransuil zijn weergegeven in tabel 3.4. Op 28 maart 2019 is een nestcontrole uitgevoerd. Binnen het te onderzoeken plangebied zijn meerdere bosschages, bomen en struwelen aanwezig. Door het uitvoeren van een nestcontrole zijn de vervolgbezoeken doelgerichter uitgevoerd. Aangetroffen nesten zijn tijdens de daaropvolgende locatiebezoeken gecontroleerd op gebruik door ransuil. Tijdens de overige veldbezoeken is gekeken of en hoe deze ransuil het plangebied gebruikt. Dit onderzoek richt zich op het waarnemen van individuen en paren in broedbiotoop en op gedrag dat een territorium of nest indiceert. Om aan- of afwezigheid van in gebruik zijnde nesten vast te stellen, zijn drie avondbezoeken uitgevoerd. Deze zijn in de balts- en broedperiode van de ransuil (maart - juni) uitgevoerd. De avondbezoeken in juni zijn gecombineerd met het vleermuisonderzoek. 3.3.6

Boombroedende dagroofvogels

Verschillende soorten roofvogels kunnen in bomen in of nabij het plangebied broeden. Het gaat om boomvalk, buizerd, havik, sperwer en wespendief. Het onderzoek is uitgevoerd in de periode die genoemd zijn in de BMP-methode van SOVON. Voor elke soort zijn minimaal drie bezoeken uitgevoerd in de broedperiode van de betreffende soort. De data en weersomstandigheden van de uitgevoerde bezoeken zijn weergegeven in tabel 3.4. Op 28 maart 2019 is een nestcontrole uitgevoerd. Binnen het te onderzoeken plangebied zijn meerdere bosschages, bomen en struwelen aanwezig. Door het uitvoeren van een nestcontrole zijn de vervolgbezoeken doelgerichter uitgevoerd. Aangetroffen nesten zijn tijdens de daaropvolgende locatiebezoeken gecontroleerd op gebruik door jaarrond beschermde vogelsoorten. Tijdens de overige veldbezoeken is gekeken of en hoe deze soorten het plangebied gebruiken. Dit onderzoek richt zich op het waarnemen van individuen en paren in broedbiotoop en op gedrag dat een territorium of nest indiceert. Om aan- of afwezigheid van in gebruik zijnde jaarrond beschermde nesten vast te stellen, zijn minimaal vijf veldbezoeken (overdag) uitgevoerd. Rekening houdend met vroeg- en laatbroedende soorten zijn de veldbezoeken verspreid over de periode maart tot en met half augustus uitgevoerd. Tabel 3.4: Data en weersomstandigheden van de uitgevoerde veldbezoeken voor dagroofvogels en uilen.

Datum bezoek

Tijd

Aantal

Focus

Weersomstandigheden

Kerkuil, steenuil,

Droog, licht bewolkt, circa 7 graden,

ransuil

windkracht 2

Roofvogels

Droog, onbewolkt, circa 16 graden,

personen 27 maart 2019

18:30 – 22:00

1

28 maart 2019

10:30 – 16:30

2

winkracht 1

13/32

Kenmerk

R001-1268868JNA-V03-sal-NL

Datum bezoek

Tijd

Aantal

Focus

Weersomstandigheden

Droog, onbewolkt, circa 17 graden,

personen 9 april 2019

13:00 – 17:00

2

Roofvogels

29 april 2019

20:45 – 00:00

1

Kerkuil, steenuil,

Droog, bewolkt, circa 10 graden,

ransuil

winkracht 2

3 mei 2019

10:00 – 16:00

1

Roofvogels

Droog, half bewolkt, circa 10 graden,

winkracht 2

windkracht 2 24 mei 2019

10:00 – 17:00

1

Roofvogels

Droog, onbewolkt, circa 19 graden, winkracht 2

29 mei 2019

13:00 – 18:00

1

Roofvogels

Droog, half bewolkt, circa 18 graden, windkracht 2

6 juni 2019

10:15 – 16:30

1

Roofvogels

Droog, half bewolkt, circa 20 graden. Windkracht 2.

6 juni 2019

21:55 – 00:30

2

Kerkuil, steenuil,

Droog, half bewolkt, circa 14 graden,

ransuil,

windkracht 2

deelgebied noord 11 juni 2019

02:20 – 05:25

2

Kerkuil, steenuil,

Droog, half bewolkt, circa 14 graden,

ransuil,

windkracht 2

deelgebied zuid 17 juni 2019

10:00 – 17:00

1

Roofvogels,

Droog, half bewolkt, circa 24 graden,

Inspectie

windkracht 2.

gebouwen voor kerk- en steenuil 3 juli 2019

09:30 – 14:30

1

Roofvogels

29 juli 2019

10:45 – 15:00

1

Roofvogels

Droog, half bewolkt, circa 21 graden, winkracht 2 Droog, licht bewolkt, circa 22 graden, windkracht 2.

14 augustus 2019

7:45 - 10:30

1

Roofvogels

Droog, licht bewolkt, circa 18 graden, windkracht 2.

3.4

Vleermuisonderzoek

De aanwezigheid van verblijfplaatsen in bomen en gebouwen, van essentiële vliegroutes en van foerageergebieden is nader onderzocht. Voor het vleermuisonderzoek is uitgegaan van het Vleermuisprotocol 2017 van Netwerk Groene Bureaus (NGB, 2017). Op basis van het protocol zijn vijf gerichte veldbezoeken per deelgebied uitgevoerd. De veldbezoeken zijn als volgt verdeeld: drie bezoeken in het voorjaar en twee bezoeken in het najaar: • Twee avondbezoeken (zonsondergang tot 2 uur en 30 minuten na zonsondergang) in het •

voorjaar (15 mei – 15 juli) Eén ochtendbezoek (3 uur voor zonsopkomst tot zonsopkomst) in het voorjaar (1 juni – 15 juli)

•

Twee avondbezoeken (23:00 tot 02:00) in het najaar (15 augustus – 30 september)

14/32

Kenmerk

R001-1268868JNA-V03-sal-NL

De veldbezoeken zijn uitgevoerd door drie tot vijf ter zake kundige ecologen van Tauw. De onderzoeken zijn lopend uitgevoerd waarbij gebruikt gemaakt is van een bat-detector (Pettersson D240x) en een sterke zaklamp. Aanvullend is gebruik gemaakt van een warmtebeeldcamera. Van moeilijk herkenbare soorten worden in het veld opnames gemaakt die later zijn geanalyseerd. In aanvulling op de nachtelijke veldbezoeken is in het kraamseizoen éénmalig een zolderinspectie uitgevoerd. De aanwezige zolders zijn daarbij gecontroleerd op de aanwezigheid van vleermuizen, vleermuiskeutels en andere sporen zoals vlindervleugels. Een overzicht van de data en weersomstandigheden van de veldbezoeken voor het vleermuisonderzoek is weergegeven in tabel 3.5 Op 28 maart 2019 is ook een holtecontrole uitgevoerd. Binnen het te onderzoeken plangebied zijn meerdere bosschages, bomen en struwelen aanwezig. Door het uitvoeren van een holtecontrole zijn de vervolgbezoeken doelgerichter uitgevoerd. Aangetroffen holtes zijn tijdens de daaropvolgende locatiebezoeken gecontroleerd op gebruik door vleermuizen. Het gebouw A en het KMAR-gebouw (in figuur 3.2 aangegeven als respectievelijk “Midden extra” en “Zuid extra”) zijn apart onderzocht. De data en weeromstandigheden van de uitgevoerde veldbezoeken voor die locaties zijn weergegeven in figuur 3.6.

Tabel 3.5 Data en weersomstandigheden van de uitgevoerde veldbezoeken voor vleermuizen. Datum bezoek

Tijd

Deelgebied

Focus

Aantal

Weersomstandigheden

personen 15 mei 2019

21:30 -

Midden

00:10 17 mei 2019

21:30 -

21:55 –

Zuid

02:20 –

Midden

26 juni 2019

Midden en

17:00

Zuid

02:20 –

Midden

22:00 –

00:00 –

3

Zomer- en

02:00

Droog, half bewolkt, circa 14 graden, windkracht 2

Zolderinspecties

2

Zomer- en

3

Droog, half bewolkt, circa 24 graden, windkracht 2.

Zomer- en

Paar- en

Droog, onbewolkt, circa 20 graden, windkracht 1

3

kraamverblijfplaatsen Zuid

Droog, half bewolkt, circa 14 graden, windkracht 2

3

kraamverblijfplaatsen Zuid

00:30 16 augustus 2019

Zomer- en

Droog, half bewolkt, circa 12 graden, winkracht 2

kraamverblijfplaatsen

10:00 -

05:20 2 juli 2019

2

kraamverblijfplaatsen Zuid

05:25 17 juni 2019

Zomer- en

Droog, half bewolkt, circa 11 graden, winkracht 3

kraamverblijfplaatsen

00:30 11 juni 2019

3

kraamverblijfplaatsen

00:10 6 juni 2019

Zomer- en

Droog, half bewolkt, circa 15 graden, windkracht 2

4

winterverblijfplaatsen

Droog, licht bewolkt, circa 13 graden, windkracht 1

22 augustus 2019

00:00 – 02:15

Midden

Paar- en winterverblijfplaatsen

3

Droog, onbewolkt, circa 14 graden, windstil

15/32

Kenmerk

Datum bezoek

R001-1268868JNA-V03-sal-NL

Tijd

Deelgebied

Focus

Aantal

Weersomstandigheden

personen 4 september 2019

00:00 -

Zuid

02:00 19 september

00:00 -

2019

02:00

Paar- en

4

winterverblijfplaatsen Midden

Paar- en

Droog, half bewolkt, circa 15 graden, windkracht 2

3

winterverblijfplaatsen

Droog, bewolkt, circa 10 graden, winkracht 1

Tabel 3.6 Data en weersomstandigheden van de uitgevoerde veldbezoeken voor vleermuizen bij gebouw A en het KMAR-gebouw (“Midden extra” en “Zuid extra” in figuur 3.2) Datum bezoek

Tijd

Deelgebied

Focus

Aantal

Weersomstandigheden

personen 2 juli 2019

16 augustus 2019

22:00 –

Gebouw A

Zomer- en

00:30

en KMAR

kraamverblijfplaatsen

00:00 –

Gebouw A

Paar- en

02:00

2

Droog, half bewolkt, circa 15 graden, windkracht 2

1

winterverblijfplaatsen

Droog, licht bewolkt, circa 13 graden, windkracht 1

22 augustus 2019

00:00 –

KMAR

02:15 4 september 2019

00:00 -

Paar- en

1

winterverblijfplaatsen Gebouw A

02:00

Paar- en

14 graden, windstil 1

winterverblijfplaatsen

19 september

00:00 -

2019

02:00

KMAR

Paar- en

26 mei 2020

21:40 –

Gebouw A

Zomer- en

00:15

en KMAR

kraamverblijfplaatsen

02:15 –

Gebouw A

Zomer- en

05:21

en KMAR

kraamverblijfplaatsen

Droog, onbewolkt, circa

Droog, half bewolkt, circa 15 graden, windkracht 2

1

winterverblijfplaatsen

Droog, bewolkt, circa 10 graden, winkracht 1

2

Droog, licht bewolkt, circa 18 graden, windkracht 1

26 juni 2020

2

Droog, matig bewolkt, circa 21 graden, windkracht 2

16/32

Kenmerk

R001-1268868JNA-V03-sal-NL

Figuur 3.2 Locaties van de extra deelgebieden ‘Midden Extra’’ en Zuid Extra’.

3.5

Grondgebonden zoogdieren

Het onderzoek naar grondgebonden zoogdieren is uitgevoerd middels cameravalonderzoek én sporenonderzoek. Het onderzoek is gericht op das, boommarter, steenmarter eekhoorn, bunzing, hermelijn en wezel. 3.5.1 Sporenonderzoek Op 28 maart 2019 is een nesten- en holtecontrole uitgevoerd. Binnen het te onderzoeken plangebied zijn meerdere bosschages, bomen en struwelen aanwezig. Door het uitvoeren van een nesten- en holtecontrole zijn de vervolgbezoeken doelgerichter uitgevoerd. Aangetroffen nesten en/of holtes zijn tijdens de daaropvolgende locatiebezoeken gecontroleerd op gebruik door beschermde soorten. Voor het sporenonderzoek is rekening gehouden met actieve periodes en de leefwijze van de soorten. Er zijn verspreid over de periode maart tot en met juni minimaal vier verschillende veldbezoeken uitgevoerd waarbij gelet is op sporen. Bij het eerste bezoek is tevens gelet op nesten en holten die geschikt kunnen zijn als verblijfplaats. Met minimaal vier bezoeken is voldaan aan het kennisdocument voor das (BIJ12, 2017). Voor de andere soorten zijn (nog) geen kennisdocumenten opgesteld. Tijdens dit onderzoek is gericht gelet op de aanwezigheid van potentiele verblijfplaatsen en andere sporen van (een van) de overige soorten. Het gaat hierbij om wissels, prenten, ontlasting, krabsporen en/of prooiresten.

17/32

Kenmerk

3.5.2

R001-1268868JNA-V03-sal-NL

Cameravallen

Aanvullend op het sporenonderzoek is gebruik gemaakt van cameravallen. Het plangebied is circa 30 hectare groot. Ongeveer de helft van het plangebied bestaat uit verharding en is daardoor niet geschikt als leefgebied en/of niet van essentieel belang. Als richtlijn worden de aantallen camera’s overgenomen uit de handreiking kleine marters van Noord-Brabant. In deze handreiking wordt voor wezel en hermelijn het gebruik van één camera in een marterbox per twee hectare voorgesteld. Voor bunzing geldt één camera per vier hectare. Op basis van maximaal 15 hectare geschikt leefgebied komt dat neer op acht marterboxen en vier cameravallen. Na het vaststellen van het onderzoeksprotocol voor kleine marters is de marterbuis ‘struikrover’ ontwikkeld. De trefkans van de marterbuis struikrover is gemiddeld genomen hoger dan bij de marterboxen. Daarnaast kunnen met de struikrover ook bunzing, eekhoorn en das worden vastgesteld. Om de trefkans te verhogen en de nieuwste technieken te gebruiken, zijn voor daarom ook struikrovers ingezet. De camera’s zijn in de eerste helft van mei 2019 geplaatst en zijn na zes weken weer opgehaald (zie tabel 3.7). Om de trefkans te vergroten zijn sardientjes, kattenbrokken en pindakaas als lokmiddelen gebruikt. Tussentijds zijn de camera’s uitgelezen, de batterijen vervangen en is nieuw lokvoer geplaatst.

De camera’s zijn op de meest kansrijke locaties geplaatst die zijn bepaald op basis van de (voorlopige) resultaten van het sporenonderzoek (figuur 3.3). Op basis van voorlopige resultaten zijn tussentijds twee marterboxen vervangen door reguliere camera’s. Aanvullend is één extra camera nabij een bosschage geplaatst nadat hier tijdens het vleermuisonderzoek een marterachtige is gezien. De volgende cameravallen zijn gebruikt: • Vijf struikrovers, hiermee kunnen alle soorten worden onderzocht • •

Vier cameravallen; deze zijn vooral bedoeld voor de grotere soorten zoals bunzing, boommarter, steenmarter, das en eekhoorn Drie marterboxen, deze zijn primair bedoeld voor wezel en hermelijn

•

Aanvullend is één extra camera geplaatst vanwege een zichtwaarneming van een marter

Tabel 3.7 Data en weersomstandigheden van de uitgevoerde veldbezoeken. Datum

Tijd

bezoek

Aantal

10:30 –

2019

16:30

3 mei 2019

10:00 –

2

1

13:00 –

1

18:00 10:00 –

1

17:00 3 juli 2019

Sporenonderzoek

Droog, onbewolkt, circa 16 graden, winkracht 1

16:00

17 juni 2019

Weersomstandigheden

personen

28 maart

29 mei 2019

Focus

09:30 –

1

14:30 14 augustus

7:45 -

2019

10:30

1

Sporenonderzoek, plaatsen

Droog, half bewolkt, circa 10

cameravallen

graden, windkracht 2

Sporenonderzoek, controle

Droog, half bewolkt, circa 18

cameravallen

graden, windkracht 2

Sporenonderzoek, ophalen

Droog, half bewolkt, circa 24

cameravallen

graden, windkracht 2.

Sporenonderzoek, plaatsen

Droog, half bewolkt, circa 21

extra cameraval

graden, winkracht 2

Sporenonderzoek, ophalen

Droog, licht bewolkt, circa 18

extra cameraval

graden, windkracht 2.

18/32

Kenmerk

R001-1268868JNA-V03-sal-NL

Figuur 3.3 Locaties van de cameravallen. Zie tabel 4.3 voor de typen cameravallen.

4 Resultaten, effectbepaling en vervolgstappen 4.1

Reptielen

Er zijn geen reptielen aangetroffen. Door de afwezigheid van reptielen zijn negatieve effecten uitgesloten. Er zijn geen mitigerende maatregelen nodig. Er hoeft geen ontheffing te worden aangevraagd.

4.2

Vaatplanten

Er zijn geen beschermde vaatplanten aangetroffen. Negatieve effecten zijn uitgesloten. Er zijn geen mitigerende maatregelen nodig. Er hoeft geen ontheffing te worden aangevraagd.

4.3

Jaarrond beschermde vogelsoorten

4.3.1

Buizerd

Tijdens alle bezoeken zijn buizerds waargenomen. Er zijn aanwijzingen dat buiten het plangebied zowel ten noorden als ten westen maar buiten de invloedsfeer, meerdere nestlocaties aanwezig zijn.

19/32

Kenmerk

R001-1268868JNA-V03-sal-NL

Er is één nestlocatie in het plangebied vastgesteld (figuur 4.1) waarop in 2019 met zekerheid één of meer jongen zijn grootgebracht. Het kan niet met zekerheid worden uitgesloten dat het nest fysiek wordt aangetast door het kappen van bomen. Ook kan het nest zijn functie (deels) verliezen door verstoring. Bijvoorbeeld door het kappen van bomen rond het nest en binnen het leefgebied. Ook kan zowel in de sloop- en bouwfase als tijdens de gebruiksfase verstoring optreden door een verhoogde aanwezigheid van mensen, verkeer en/of machines. Dit betreft een overtreding van artikel 3.1.2. Het verstoren van buizerd kan ook een overtreding van artikel 3.1.4 tot gevolg hebben. Voor het overtreden van verbodsbepalingen is een ontheffing nodig en/of zijn mitigerende maatregelen nodig om een overtreding te voorkomen dan wel effecten zoveel mogelijk te verzachten. Of verbodsbepalingen worden overtreden moet blijken aan de hand van een nadere toetsing op basis van concrete projectinformatie en ontwerpen. Een ontheffing kan alleen worden verkregen als kan worden onderbouwd dat de verstorende ingreep een wettelijk belang genoemd in de Vogelrichtlijn dient. Voor vogelrichtlijnsoorten is meestal alleen het belang ‘volksgezondheid en openbare veiligheid’ van toepassing.

Ook moet de initiatiefnemer in een alternatievenafweging kunnen aantonen dat er ten aanzien van de locatie, planning, inrichting en werkwijze geen aanpak mogelijk is die gunstiger uitpakt voor beschermde natuurwaarden.

Figuur 4.1 Nestlocatie van buizerd.

20/32

Kenmerk

4.3.2

R001-1268868JNA-V03-sal-NL

Overige soorten

Bij de onderzoeken naar uilen is tijdens het eerste bezoek een ransuil gehoord en gezien. Daarna zijn geen waarnemingen gedaan van ransuil. Een nestlocatie binnen het plangebied is uitgesloten. Waarschijnlijk heeft de soort westelijk van het plangebied en buiten de invloedsfeer van toekomstige werkzaamheden in het plangebied gebroed. Huismus is waargenomen rond de manage net ten noordwesten van het plangebied. Dit deel blijft behouden en hier vinden geen werkzaamheden plaats. Binnen het plangebied zijn geen waarnemingen gedaan van huismus. De aanwezigheid van nesten van huismus is met zekerheid uitgesloten. Het plangebied is evenmin onderdeel van het foerageergebied voor huismus. Het nemen van mitigerende maatregelen voor andere beschermde vogelsoorten met een jaarrond beschermde nestlocatie is niet nodig. De aanwezigheid hiervan is uitgesloten door het ontbreken van (nest indicerende) waarnemingen. Evenmin is de aanvraag van een ontheffing nodig.

4.4

Vleermuizen

Tijdens de holtecheck zijn geen holtes in bomen aangetroffen. Door de omvang van het plangebied kon de afwezigheid van holtes echter niet volledig worden uitgesloten. Tijdens de verschillende veldbezoeken zijn waarnemingen gedaan van met name laatvlieger, rosse vleermuis, ruige dwergvleermuis en gewone dwergvleermuis. Zowel in deelgebied midden als zuid zijn verblijfplaatsen aangetroffen van gewone dwergvleermuis en ruige dwergvleermuis. De resultaten zijn per deelgebied toegelicht in tabel 4.1 en 4.2. De locaties van de verblijfplaatsen zijn weergegeven in figuur 4.2 en 4.3. Er zijn daarnaast geen essentiële foerageergebieden en/of vliegroutes aanwezig. Niet alle locaties van verblijfplaatsen konden exact bepaald worden. Op verschillende locaties binnen het plangebied zijn paarterritoria vastgesteld van ruige- en gewone dwergvleermuis. Hierbij zijn gedurende één of meerdere avonden paarroepende dwergvleermuizen gehoord op steeds dezelfde plek. Het betreft vliegende exemplaren die niet altijd direct aan één verblijfplaats toegewezen kunnen worden. Zekerheidshalve zijn de meest waarschijnlijke locatie(s) aangeduid als verblijfplaats. Gewone dwergvleermuis verblijft in gebouwen en ruige dwergvleermuis in bomen en/of gebouwen.

Binnen het plangebied is één winterverblijfplaats vastgesteld en is in twee panden een kraamverblijfplaats (locaties H en D / O) van gewone dwergvleermuis vastgesteld. Een derde pand (met verblijfplaatsen J t/m N) is vergelijkbaar qua bouw en kan mogelijk op termijn fungeren als tijdelijk of permanent alternatief voor de (kraam)verblijfplaatsen. Daarnaast zijn met name paarverblijfplaatsen aangetroffen en in mindere mate zomerverblijfplaatsen. Hoewel niet vastgesteld is dat de verschillende zomer-, paar- en kraamverblijfplaatsen in gebruik zijn als winterverblijfplaats, dient ervan uit gegaan te worden dat de verblijfplaatsen eveneens een functie kunnen vervullen als winterverblijfplaats.

21/32

Kenmerk

R001-1268868JNA-V03-sal-NL

Er wordt vanuit gegaan dat de verblijfplaatsen deel uitmaken van netwerk van verblijven van dezelfde populatie vleermuizen. Dat de aangetroffen kraamverblijven onderdeel uitmaken van een netwerk van verblijven wordt onderschreven door het feit dat het gebruik van ieder verblijf slechts eenmaal is waargenomen tijdens het veldbezoek in de kraamperiode. Het gebouw A wordt als één kraamverblijf gerekend met twee alternatieven binnen hetzelfde verblijf. Dit wordt onderbouwd door het feit dat de locaties niet tegelijk in gebruik worden genomen door de vleermuizen. Daarnaast zijn de waargenomen aantallen tussen de twee locaties ongeveer hetzelfde. Het lijkt erop dat de populatie de noordelijk georiënteerde gevel gebruikt wanneer de temperaturen wat hoger zijn. Bij het slopen van gebouwen met verblijfplaatsen gaan de aanwezige verblijfplaatsen verloren. Dit betreft een overtreding van artikel 3.5.4. Het verstoren van vleermuizen betreft een overtreding van artikel 3.5.2. Het aanvragen van een ontheffing is noodzakelijk. Vanwege het aantal verblijfplaatsen is een tijdige mitigatie en goede uitvoeringsplanning noodzakelijk. Een ontheffing kan alleen worden verkregen als kan worden onderbouwd dat de verstorende ingreep een wettelijk belang genoemd in de Habitatrichtlijn dient.

Voor vleermuizen zijn de volgende belangen meestal relevant: ‘in het belang van de volksgezondheid, de openbare veiligheid of andere dwingende redenen van groot openbaar belang, met inbegrip van redenen van sociale of economische aard en met inbegrip van voor het milieu wezenlijke gunstige effecten’. Ook moet de initiatiefnemer in een alternatievenafweging kunnen aantonen dat er ten aanzien van de locatie, planning, inrichting en werkwijze geen aanpak mogelijk is die gunstiger uitpakt voor beschermde natuurwaarden.

22/32

Kenmerk

R001-1268868JNA-V03-sal-NL

Figuur 4.2 Aangetroffen verblijfplaatsen van vleermuizen in deelgebied midden.

Tabel 4.1 Details van de aangetroffen verblijfplaatsen in deelgebied midden, elke verblijfplaats is bezet door één exemplaar tenzij anders vermeld. Locatie

Soort

op kaart 1

2

3

4

Aantal en type

Toelichting

verblijfplaats Gewone

1 paar-

Op 22 augustus 2019 vastgesteld als territorium. Een

dwergvleermuis

verblijfplaats

invlieglocatie is niet met zekerheid vastgesteld.

Gewone

1 paar-

Op 22 augustus 2019 vastgesteld als territorium. Een

dwergvleermuis

verblijfplaats

invlieglocatie is niet met zekerheid vastgesteld.

Gewone

1 zomer-

Op 26 juni 2019 vastgestelde zomerverblijfplaats. Aanwezig

dwergvleermuis

verblijfplaats

in een van de kieren van het pand

Gewone

1 paar-

Op 22 augustus 2019 vastgesteld als territorium. Meest

dwergvleermuis

verblijfplaats

waarschijnlijke verblijfplaats betreft één van de panden.

Gewone

2 paar-

Op 22 augustus 2019 vastgesteld als territorium. Vanwege

dwergvleermuis

verblijfplaatsen

de omvang van het territorium wordt zekerheidshalve

Een invlieglocatie is niet vastgesteld. 5

uitgegaan van twee exemplaren. Meest waarschijnlijke verblijfplaats betreft één van de panden. Een invlieglocatie is niet vastgesteld. 6

Gewone

2 paar-

Op 22 augustus 2019 vastgesteld als territorium. Vanwege

dwergvleermuis

verblijfplaatsen

de omvang van het territorium wordt zekerheidshalve

23/32

Kenmerk

Locatie

R001-1268868JNA-V03-sal-NL

Soort

op kaart

Aantal en type

Toelichting

verblijfplaats uitgegaan van twee exemplaren. Meest waarschijnlijke verblijfplaats betreft een van de panden. Een invlieglocatie is niet vastgesteld.

7

Gewone

1 paar-

Op 22 augustus 2019 vastgesteld als territorium. Meest

dwergvleermuis

verblijfplaats

waarschijnlijke verblijfplaats betreft het pand. Een invlieglocatie is niet vastgesteld.

8

Ruige

1 paar-

Op 4 september 2019 vastgesteld als territorium. Exacte

dwergvleermuis

verblijfplaats

locatie in het bosschage niet kunnen vaststellen. Met

Gewone

1 paar-

Op 22 augustus 2019 vastgesteld als territorium. Meest

dwergvleermuis

verblijfplaats

waarschijnlijke verblijfplaats betreft het pand. Een

zekerheid niet in de bomen langs het ‘gebed zonder end’ 9

invlieglocatie is niet vastgesteld.

o

Figuur 4.3 Aangetroffen verblijfplaatsen van vleermuizen in deelgebied zuid.

24/32

Kenmerk

R001-1268868JNA-V03-sal-NL

Tabel 4.2 Details van de aangetroffen verblijfplaatsen in deelgebied zuid, elke verblijfplaats is bezet door één exemplaar tenzij anders vermeld. Locatie

Soort

op kaart A

Aantal en type

Toelichting

verblijfplaats Gewone

winter-

Op 4 september 2019 vastgesteld door zwermgedrag. Tijdens

dwergvleermuis

verblijfplaats,

bezoeken op 16 augustus 2019 én een aanvullend bezoek op

4 exemplaren

19 september 2019 is geen zwermgedrag waargenomen.

1 zomer-

Invliegend waargenomen op 11 juni 2019. Invliegopening

B

Gewone dwergvleermuis

verblijfplaats

onder het meest oostelijke kozijn op de bovenste verdieping.

C

Ruige

1 paar-

Op 16 augustus 2019 vastgesteld als territorium.

dwergvleermuis

verblijfplaats

Verblijfplaats in het pand, de exacte locatie is niet vastgesteld.

D/O

E

Gewone

kraam-

Locatie D vastgesteld 2 juli 2019. Minimaal 30 individuen

dwergvleermuis

verblijfplaats,

uitvliegend. In tweede ventilatievoeg gezien vanaf

30 - 40

zuidoosthoek. Locatie O vastgesteld op 26 juni 2020. 38

exemplaren

exemplaren uitvliegend. Ventilatierooster naast keukenraam.

Gewone

1 paar-

Op 16 augustus 2019 en 4 september 2019 vastgesteld.

dwergvleermuis

verblijfplaats

Paarroepend exemplaar in de spouwmuur aanwezig. Zelfde locatie als bovengenoemde kraamkolonie

F

Gewone

1 zomer- en

Vastgesteld op 2 juli 2019, 16 augustus 2019 en 4 september

dwergvleermuis

paar

2019. Eén exemplaar aanwezig en/of paarroepend.

verblijfplaats

Verblijfplaats aanwezig in een van de open stootvoegen. De exacte locatie is niet vastgesteld

G

Gewone

1 paar-

Vastgesteld op 4 september 2019. Eén exemplaar aanwezig

dwergvleermuis

verblijfplaats

en/of paarroepend. Verblijfplaats aanwezig in een van de

Gewone

kraam-

Eén kraamverblijfplaats, vastgesteld op 2 juli 2019, met twee

dwergvleermuis

verblijfplaats,

in- en uitvliegopeningen. De eerste bevindt zich vanaf de

20 exemplaren

westhoek van het gebouw in de 1e set stootvoegen aan de

open stootvoegen. De exacte locatie is niet vastgesteld H

NW-gevel. De tweede locatie bevindt zicht op de ZW-gevel in de vijfde set stootvoegen. Er vlogen respectievelijk 15 en 5 vleermuizen uit. I

Ruige

1 paar-

Vastgesteld op 4 september 2019. Eén exemplaar aanwezig

dwergvleermuis

verblijfplaats

en/of paarroepend. Verblijfplaats aanwezig in een van de

Gewone

1 zomer-

Vastgesteld op 24 juni 2019. Eén exemplaar invliegend

dwergvleermuis

verblijfplaats

waargenomen bij de tweede regenpijp vanaf de ZO-hoek van

open stootvoegen. De exacte locatie is niet vastgesteld J

het gebouw en/of paarroepend. Het is niet vastgesteld of de verblijfplaats zich onder het dak of in de spouw bevindt K

Ruige

2 paar-

Vastgesteld op 16 augustus 2019. Twee exemplaren

dwergvleermuis

verblijfplaats

aanwezig en/of paarroepend boven het bovenste raamkozijn

25/32

Kenmerk

R001-1268868JNA-V03-sal-NL

Locatie

Soort

Aantal en type

op kaart L

Toelichting

verblijfplaats Ruige

1 paar-

Vastgesteld op 4 september 2019. Eén exemplaar aanwezig

dwergvleermuis

verblijfplaats

en/of paarroepend. Vastgesteld met de warmtebeeldcamera. Aanwezig in een van de ventilatieroosters.

M

Gewone

1 paar-

Vastgesteld op 16 augustus 2019. Eén exemplaar

dwergvleermuis

verblijfplaats

paarroepend aanwezig. Exacte locatie van de verblijfplaats is niet vastgesteld

N

4.5

Gewone

1 paar-

Vastgesteld op 4 september 2019. Eén exemplaar aanwezig

dwergvleermuis

verblijfplaats

en/of paarroepend vanuit de spouwmuur.

Grondgebonden zoogdieren

Middels het cameraval en sporenonderzoek zijn verschillende soorten vastgesteld. In tabel 4.3 is een overzicht weergegeven van de vastgestelde soorten. De locaties van de betreffende camera’s is weergegeven in figuur 3.2. Tabel 4.3 Aangetroffen soorten per cameraval. Cameranummer

Type camera

Deelgebied

Zoogdieren

01

Extra camera

Midden

Huiskat, hond, boom- of steenmarter, ree, vos

09

Marterbox

Midden

Huiskat

12

Camera

Midden

Boommarter, eekhoorn, egel, huiskat, konijn, vos

13

Camera

Midden

Das, hond, huiskat, konijn, ree, vos

25

Struikrover

Midden

Egel, hond, huiskat, konijn, ree, vos

26

Struikrover

Midden

Huiskat, vos

27

Struikrover

Midden

Vos

07

Marterbox / Camera

Zuid

Huiskat, konijn, vos

08

Marterbox / camera

Zuid

10

Camera

Zuid

Boommarter, eekhoorn, egel, huiskat, ree, vos

11

Camera

Zuid

Boommarter, eekhoorn, konijn, ree, vos

23

Struikrover

Zuid

Egel

24

Struikrover

Zuid

Egel, huiskat

4.5.1 Boommarter Op drie camera’s staat met zekerheid boommarter (figuur 4.4). Bij één van de waarnemingen kan niet met zekerheid worden bepaald of het een boom- of steenmarter betreft. Gelet op de andere waarnemingen is het aannemelijk dat dit eveneens boommarter betreft. Hoewel binnen het plangebied geen bomen met holtes zijn vastgesteld, is het door de omvang van het plangebied niet geheel uitgesloten dat er toch ergens een verblijfplaats aanwezig is. Naast verblijfplaatsen in holen worden (oude) nesten van bijvoorbeeld zwarte kraai of buizerd ook als (dag)rustplaats gebruikt. Het is eveneens niet uitgesloten dat het plangebied essentieel onderdeel van het leefgebied van boommarter is. De aanwezige groenstructuren hebben bijvoorbeeld een verbindende functie en worden als foerageergebied gebruikt.

26/32

Kenmerk

R001-1268868JNA-V03-sal-NL

Het kan niet met zekerheid worden uitgesloten dat verblijfplaatsen fysiek worden aangetast door het kappen van bomen. Ook kunnen verblijfplaatsen hun functie (deels) verliezen door verstoring. Bijvoorbeeld door het kappen van bomen rond een verblijfplaats en/of binnen het leefgebied. Ook kan zowel in de sloop- en bouwfase als tijdens de gebruiksfase verstoring optreden door een verhoogde aanwezigheid van mensen, verkeer en/of machines. Dit betreft een overtreding van artikel 3.10.1b. Voor het overtreden van verbodsbepalingen is een ontheffing nodig en/of zijn mitigerende maatregelen nodig om een overtreding te voorkomen dan wel de effecten te verzachten. Of verbodsbepalingen worden overtreden moet blijken aan de hand van een nadere toetsing op basis van concrete projectinformatie en ontwerpen. Voor nationaal beschermde soorten kan een ontheffing in het kader van een ruimtelijke ingreep worden verleend als de gunstige staat van instandhouding niet in het geding is/komt. Ook moet de initiatiefnemer in een alternatievenafweging kunnen aantonen dat er ten aanzien van de locatie, planning, inrichting en werkwijze geen aanpak mogelijk is die gunstiger uitpakt voor beschermde natuurwaarden.

Figuur 4.4 Locaties waar boommarter is waargenomen en essentiële onderdelen van het leefgebied op basis van habitatgeschiktheid.

27/32

Kenmerk

4.5.2

R001-1268868JNA-V03-sal-NL

Das

Bij het sporenonderzoek zijn geen aanwijzingen gevonden voor de aanwezigheid van een dassenburcht of wissel. Op de camera’s is das slechts éénmalig vastgelegd. Op basis van deze bevindingen wordt geconcludeerd dat het een incidentele waarneming betreft. Het nemen van maatregelen en het aanvragen van een ontheffing is niet nodig. Wel kunnen bij de definitieve inrichting ontsnipperingsmaatregelen genomen worden om het plangebied geschikter en toegankelijker te maken als foerageergebied. 4.5.3 Eekhoorn Tijdens de verschillende bezoeken zijn meerdere nesten van eekhoorn vastgesteld (figuur 4.5). Daarnaast is eekhoorn enkele malen verspreid door het plangebied visueel waargenomen én op cameraval vastgelegd. Verder zijn, met name onder grove dennen in de nabijheid van nesten, knaagsporen aangetroffen. Het plangebied bevat een populatie van eekhoorns. Het gaat vermoedelijk om zes tot tien territoria die geheel of deels gebruik maken van het plangebied. Dit aantal is gebaseerd op de aangetroffen nestlocaties, waarnemingen van eekhoorns en de (clustering van) waargenomen sporen. Door de aanwezigheid van klimop, blad aan de bomen en naaldbomen is de controle op nesten niet overal volledig. De bossen hebben niet alleen een functie als leefgebied maar hebben ook een verbindende functie.

Het kan niet met zekerheid worden uitgesloten dat verblijfplaatsen fysiek worden aangetast door het kappen van bomen. Ook kunnen verblijfplaatsen hun functie (deels) verliezen door verstoring. Bijvoorbeeld door het kappen van bomen rond een verblijfplaats en/of binnen het leefgebied. Ook kan zowel in de sloop- en bouwfase als tijdens de gebruiksfase verstoring optreden door een verhoogde aanwezigheid van mensen, verkeer en/of machines. Dit betreft een overtreding van artikel 3.10.1b. Voor het overtreden van verbodsbepalingen een ontheffing nodig en/of zijn mitigerende maatregelen nodig om een overtreding te voorkomen dan wel om effecten zoveel mogelijk te verzachten. Of verbodsbepalingen worden overtreden moet blijken aan de hand van een nadere toetsing op basis van concrete projectinformatie en ontwerpen. Voor nationaal beschermde soorten kan een ontheffing in het kader van soortbescherming worden verleend als de gunstige staat van instandhouding niet in het geding is/komt. Ook moet de initiatiefnemer in een alternatievenafweging kunnen aantonen dat er ten aanzien van de locatie, planning, inrichting en werkwijze geen aanpak mogelijk is die gunstiger uitpakt voor beschermde natuurwaarden

28/32

Kenmerk

R001-1268868JNA-V03-sal-NL

Figuur 4.5 Waarnemingslocaties van nesten van eekhoorns en essentieel leefgebied.

5 Conclusie Voor de ontwikkeling van Buurtschap Crailo is het nodig om de aanwezig panden en een deel van de bomen te verwijderen. Tauw heeft voor deze plannen een natuurtoets in het kader van de Wet natuurbescherming uitgevoerd (Tauw, 2018). Uit de natuurtoets blijkt dat negatieve effecten door het plan op (het leefgebied en verblijfplaatsen van) beschermde soorten niet met zekerheid uitgesloten kunnen worden. Daarom is nader onderzoek uitgevoerd.

5.1

Onderzoeksresultaten

Tijdens het onderzoek zijn verblijfplaatsen en/of essentieel leefgebied vastgesteld van: • • •

Een jaarrond beschermde nestlocatie van buizerd in deelgebied Zuid Essentieel leefgebied van boommarter Meerdere verblijfplaatsen én essentieel leefgebied van eekhoorn

•

Meerdere vleermuisverblijfplaatsen, te weten; 2 kraamverblijfplaatsen van gewone dwergvleermuis in deelgebied Zuid 1 winterverblijfplaats van gewone dwergvleermuis in deelgebied Zuid -

13 paarverblijfplaatsen, 3 zomerverblijfplaatse en 1 paar- en zomerverblijfplaats van gewone dwergvleermuis verspreid over zowel het deelgebied Midden als Zuid

29/32

Kenmerk

-

R001-1268868JNA-V03-sal-NL

6 paarverblijfplaatsen van ruige dwergvleermuis verspreid over zowel het deelgebied Midden als Zuid

De aanwezigheid van verblijfplaatsen of essentieel leefgebied van andere beschermde soorten is uitgesloten.

5.2

Effectbeoordeling en vervolg

De noodzaak tot het treffen van mitigerende maatregelen en/of het aanvragen van een ontheffing betekent niet per definitie dat er geen werkzaamheden mogelijk zijn. Werkzaamheden aan locaties zonder beschermde functies kunnen mogelijk wel plaatsvinden. Geadviseerd wordt om gedurende de gehele voorbereiding- en uitvoeringsfase ecologische projectbegeleiding toe te passen. Hierbij wordt er een ecoloog actief betrokken om te beoordelen of werkzaamheden wel of niet uitgevoerd kunnen worden én of eventueel aanvullende maatregelen noodzakelijk zijn. Ook is het van belang om een nadere effectbeoordeling aan de hand van een concreet plan/ontwerp uit te voeren. Buizerd Het kan niet met zekerheid worden uitgesloten dat het nest fysiek wordt aangetast door het kappen van bomen. Ook kan het nest zijn functie (deels) verliezen door verstoring. Bijvoorbeeld door het kappen van bomen rond het nest en binnen het leefgebied. Ook kan zowel in de sloopen bouwfase als tijdens de gebruiksfase verstoring optreden door een verhoogde aanwezigheid van mensen, verkeer en/of machines. Dit betreft een overtreding van artikel 3.1.2. Het verstoren van buizerd kan ook een overtreding van artikel 3.1.4 tot gevolg hebben.

Voor het overtreden van verbodsbepalingen een ontheffing nodig en/of zijn mitigerende maatregelen nodig om een overtreding te voorkomen dan wel negatieve effecten zoveel mogelijk te verzachten. Of verbodsbepalingen worden overtreden moet blijken aan de hand van een nadere toetsing op basis van concrete projectinformatie en ontwerpen. Een ontheffing kan alleen worden verkregen als kan worden onderbouwd dat de verstorende ingreep een wettelijk belang genoemd in de Vogelrichtlijn dient. Voor vogelrichtlijnsoorten is meestal alleen het belang ‘volksgezondheid en openbare veiligheid’ van toepassing. Ook moet de initiatiefnemer in een alternatievenafweging kunnen aantonen dat er ten aanzien van de locatie, planning, inrichting en werkwijze geen aanpak mogelijk is die gunstiger uitpakt voor beschermde natuurwaarden. Vleermuizen Bij het slopen van gebouwen gaan de aanwezige verblijfplaatsen verloren. Dit betreft een overtreding van artikel 3.5.4. Het verstoren van vleermuizen betreft een overtreding van artikel 3.5.2. Het aanvragen van een ontheffing is noodzakelijk. Vanwege het aantal verblijfplaatsen is een tijdige mitigatie en goede uitvoeringsplanning noodzakelijk.

30/32

Kenmerk

R001-1268868JNA-V03-sal-NL

Een ontheffing kan alleen worden verkregen als kan worden onderbouwd dat de verstorende ingreep een wettelijk belang genoemd in de Vogelrichtlijn dient. Voor vleermuizen zijn de volgende belangen meestal relevant: ‘in het belang van de volksgezondheid, de openbare veiligheid of andere dwingende redenen van groot openbaar belang, met inbegrip van redenen van sociale of economische aard en met inbegrip van voor het milieu wezenlijke gunstige effecten’. Ook moet de initiatiefnemer in een alternatievenafweging kunnen aantonen dat er ten aanzien van de locatie, planning, inrichting en werkwijze geen aanpak mogelijk is die gunstiger uitpakt voor beschermde natuurwaarden. Met betrekking tot vleermuizen zijn de ook volgende vervolgstappen noodzakelijk: •

Het nemen van mitigerende maatregelen zoals het realiseren van alternatieve tijdelijke én permanente verblijfplaatsen. De doorlooptijd voor het realiseren van mitigerende maatregelen kan als gevolg van de wettelijke gewenningsperiode oplopen tot meer dan een jaar.

•

Vanwege het aantal verblijfplaatsen is een tijdige mitigatie voorafgaand aan de uitvoeringsfase is het opstellen van een goede uitvoeringsplanning noodzakelijk. Details over de mitigerende maatregelen en planning moeten worden opgenomen in een

• •

mitigatieplan. Dit mitigatieplan vormt de basis voor een ontheffingsaanvraag. Het aanvragen van een ontheffing op basis van het mitigatieplan. De doorlooptijd van een ontheffingsaanvraag kan bij bevoegd gezag oplopen tot meer dan een half jaar.

Boommarter en eekhoorn Het kan niet met zekerheid worden uitgesloten dat verblijfplaatsen fysiek worden aangetast door het kappen van bomen. Ook kunnen verblijfplaatsen hun functie (deels) verliezen door verstoring. Bijvoorbeeld door het kappen van bomen rond een verblijfplaats en/of binnen het leefgebied. Ook kan zowel in de sloop- en bouwfase als tijdens de gebruiksfase verstoring optreden door een verhoogde aanwezigheid van mensen, verkeer en/of machines. Dit betreft een overtreding van artikel 3.10.1b. Voor het overtreden van verbodsbepalingen een ontheffing nodig en/of zijn mitigerende maatregelen nodig om een overtreding te voorkomen dan wel negatieve effecten zoveel mogelijk te verzachten. Of verbodsbepalingen worden overtreden moet blijken aan de hand van een nadere toetsing op basis van concrete projectinformatie en ontwerpen. Voor nationaal beschermde soorten kan een ontheffing in het kader van soortbescherming worden verleend als de gunstige staat van instandhouding niet in het geding is. Ook moet de initiatiefnemer in een alternatievenafweging kunnen aantonen dat er ten aanzien van de locatie, planning, inrichting en werkwijze geen aanpak mogelijk is die gunstiger uitpakt voor beschermde natuurwaarden.

31/32

Kenmerk

R001-1268868JNA-V03-sal-NL

6 Literatuur BIJ12, 2017a. Kennisdocument Das, versie 1.0. Juli 2017. BIJ12, 2017. Kennisdocument Buizerd, versie 1.0. Juli 2017. BIJ12, 2017. Kennisdocument Steenuil, versie 1.0. Juli 2017. BIJ12, 2017. Kennisdocument Kerkuil, versie 1.0. Juli 2017. BIJ12, 2017. Kennisdocument Huismus, versie 1.0. Juli 2017. BIJ12, 2017. Kennisdocument Levendbarende hagedis, versie 1.0. Juli 2017. Netwerk Groene Bureaus, 2017. Soortinventarisatieprotocollen in het kader van de Wet natuurbescherming (versie juli 2017). Provincie Noord-Brabant, 2017. Handreiking Kleine Marters in relatie tot soortbescherming, d.d. 13 oktober 2017. Provincie Noord-Brabant. Tauw, 2018. Natuurtoets ontwikkeling Kolonel Palmkazerne, ORT en Crailo-zuid. Rapport met kenmerk R001-1264822TVL-V01-agv d.d. 16 mei 2018. Vleermuisvakberaad Netwerk Groene Bureaus, Zoogdiervereniging (2017) Vleermuisprotocol 2017, maart 2017. www.netwerkgroenebureaus.nl en www.zoogdiervereninging.nl.

32/32

Kenmerk

Bijlage 1

R001-1268868JNA-V03-sal-NL

Overzicht data en omstandigheden uitgevoerde veldbezoeken

Kenmerk Datum

R001-1268868JNA-V03-sal-NL

Tijd

Deelgebied

Vogels

Vleermuizen

Zoogdieren

Reptielen

Planten

Weersomstandigheden

27 maart

18:30 –

Beide

Uilen

2019

22:00

28 maart

10:30 –

Beide

Roofvogels

2019

16:30

9 april 2019

13:00 –

Beide

Roofvogels,

Tapijttegels

Droog, onbewolkt, circa 17

huismus

neerleggen

graden, winkracht 2

bezoek

graden, windkracht 2

20:45 –

Sporen

Droog, onbewolkt, circa 16 graden, winkracht 1

17:00 29 april 2019

Droog, licht bewolkt, circa 7

Beide

Uilen

Droog, bewolkt, circa 10 graden,

00:00 2 mei 2019 3 mei 2019

winkracht 2 Beide

10:00 –

Beide

Planten Roofvogels

16:00 15 mei 2019

21:30 -

Midden

Vleermuizen

Zuid

Vleermuizen

Plaatsen

Droog, half bewolkt, circa 10

cameravallen

graden, windkracht 2 Droog, half bewolkt, circa 11

00:10 17 mei 2019

21:30 -

graden, winkracht 3 Droog, half bewolkt, circa 12

00:10 23 mei 2019 24 mei 2019

graden, winkracht 2 Beide

10:00 –

Beide

Roofvogels,

Controle

Droog, onbewolkt, circa 19

huismus

camera’s

graden, winkracht 2

Beide

Roofvogels

Sporen

Droog, half bewolkt, circa 18

Beide

Roofvogels

Beide

Gierzwaluw

17:00 29 mei 2019

13:00 –

Planten

18:00 6 juni 2019

10:15 –

graden, windkracht 2

16:30 6 juni 2019

20:15 – 22:00

Exemplaren

Droog, half bewolkt, circa 20

zoeken

graden. Windkracht 2. Droog, half bewolkt, circa 17 graden, windkracht 2

Kenmerk Datum

R001-1268868JNA-V03-sal-NL

Tijd

Deelgebied

Vogels

Vleermuizen

Zoogdieren

Reptielen

Planten

Weersomstandigheden

21:55 –

Midden

Ransuil

Vleermuizen

Zuid

Ransuil

Vleermuizen

Beide

Roofvogels

Beide

Uilen,

zolder

Droog, half bewolkt, circa 24

gebouwinspectie

inspectie

graden, windkracht 2.

bezoek 6 juni 2019

Droog, half bewolkt, circa 14

00:30 11 juni 2019

02:20 –

graden, windkracht 2 Droog, half bewolkt, circa 14

05:25 17 juni 2019

10:00 –

graden, windkracht 2

17:00 17 juni 2019

10:00 – 17:00

21 juni 2019

20:30 –

Beide

Camera’s

Exemplaren

Droog, half bewolkt, circa 24

ophalen

zoeken

graden, windkracht 2.

Gierzwaluw

Droog, licht bewolkt, circa 18

22:10 26 juni 2019

02:20 –

graden, windkracht 2 Midden

Vleermuizen

Droog, onbewolkt, circa 20

05:20 2 juli 2019

20:30 –

graden, windkracht 1 Beide

Gierzwaluw

Droog, licht bewolkt, circa 19

22:05 2 juli 2019

3 juli 2019

graden, windkracht 2

22:00 –

Zuid, KMAR,

00:30

gebouw A

09:30 –

Beide

Vleermuizen

graden, windkracht 2 Roofvogels

14:30 8 juli 2019 29 juli 2019

Droog, half bewolkt, circa 15

Plaatsen extra

Exemplaren

Droog, half bewolkt, circa 21

camera

zoeken

graden, winkracht 2

Beide 10:45 –

Beide

Planten Roofvogels

Exemplaren

Droog, licht bewolkt, circa 22

zoeken

graden, windkracht 2.

Extra camera

Ophalen

Droog, licht bewolkt, circa 18

ophalen

tapijttegels

graden, windkracht 2.

15:00 14 augustus

7:45 -

2019

10:30

16 augustus

00:00 –

2019

02:00

Beide

Zuid, gebouw A

Roofvogels

Vleermuizen

Droog, licht bewolkt, circa 13 graden, windkracht 1

Kenmerk Datum

R001-1268868JNA-V03-sal-NL

Tijd

Deelgebied

22 augustus

00:00 –

Midden, KMAR

2019

02:15

Vogels

Vleermuizen

Zoogdieren

Reptielen

Planten

Weersomstandigheden

bezoek

4 september

Vleermuizen

Droog, onbewolkt, circa 14 graden, windstil

Beide

Planten

2019 4 september

00:00 -

2019

02:00

19

00:00 -

september

02:00

Zuid, gebouw A

Vleermuizen

Midden, KMAR

Vleermuizen

Droog, half bewolkt, circa 15 graden, windkracht 2 Droog, bewolkt, circa 10 graden, winkracht 1

2019 20 mei 2020

26 juni 2020

21:40 –

Gebouw A en

00:15

KMAR

02:15 –

Gebouw A en

05:21

KMAR

Vleermuizen

Droog, licht bewolkt, circa 18 graden, windkracht 1

Vleermuizen

Droog, matig bewolkt, circa 21 graden, windkracht 2

Activiteitenplan Wnb ontheffingsaanvraag gebouwen Crailo Midden-Zuid 15 juli 2020

Kenmerk

R001-1272659MFO-V02-mwl-NL

Verantwoording Titel

Activiteitenplan Wnb ontheffingsaanvraag gebouwen Crailo Midden-Zuid

Opdrachtgever

GEM Crailo B.V.

Projectleider

Maurice Tijm

Auteurs

Martin van Oosterhout

Kwaliteitscontrole

Rob Jansen

Projectnummer

1272659

Aantal pagina’s

43 (exclusief bijlagen)

Datum

15 juli 2020

Handtekening

Ontbreekt in verband met digitale verwerking. Dit rapport is aantoonbaar vrijgegeven.

Colofon Tauw bv Australiëlaan 5 Postbus 3015 3502 GA Utrecht T +31 30 28 24 82 4 E info.utrecht@tauw.com

2/43

Kenmerk

R001-1272659MFO-V02-mwl-NL

Inhoud 1

2

Inleiding ..................................................................................................................................... 6 1.1

Aanleiding .......................................................................................................................... 6

1.2

Leeswijzer .......................................................................................................................... 8

Beschrijving initiatief .................................................................................................................. 9 2.1

3

4

Locatiebeschrijving............................................................................................................. 9

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10309237/1