CConstaterende datlaren
Koppel je AI →
Document · PDF

20210526 transcript raad

Gemeenteraad 30 juni 2021, gemeente larenBij agendapunt: Vaststellen besluitenlijst openbare raadsvergadering d.d. 26 mei 202116.562 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Dus of je gaat je belastingen verhogen waar het gaat om afvalstoffenheffing. Of je probeert samen met de GAD tot betere oplossingen te komen, of een combinatie daarvan. De voorzitter: De heer De Jong heeft nog een opmerking gemaakt over de kwaliteit van dienstverlening. Kunt u daar nog een opmerking, reactie op geven? De heer Stam: Ja in algemeen kan ik daar weinig van zeggen. Ik bedoel er zijn hele tevreden mensen, er zijn ontevreden mensen. Dat geldt ook voor de GAD. De voorzitter: Dan kijk ik nog naar de opmerking van de heer Van der Zwaan om de zienswijze aan te scherpen. Ik kijk naar de heer Calis. De heer Stam: Ja, ik heb daarover gezegd: het lijkt mij het beste om af te wachten wat de grondstoffenvisie gaat doen. Want daar kunnen we heel uitgebreid praten over de manier waarop het hele grondstoffenbeleid tot stand gekomen. Dan kom je op al die vragen van: voorscheiding, nascheiding, diftar et cetera waar we al eerder een discussie over hebben gehad. En ik denk dat dat een moment is voor de raad om daar een uitspraak over te doen. De voorzitter: Helder. En dan nog de heer Calis. De heer Calis: Ik kan er nog aan toevoegen voorzitter dat, in de commissie is dat ook uitgebreid aan de orde geweest, heb ik gerefereerd aan het bezoek van Joost Boermans die als wethouder Wijdemeren de trekker is van de inzichten over GAD.

Joost Boermans heeft toen uitdrukkelijk duidelijk kunnen maken dat als wij afstand nemen van het huidige scheiding van het afval, dus wat mensen zelf doen in plaats van scheiding naderhand, dat dat in elk geval op korte termijn nogmaals uiterst negatieve financiële consequenties zou hebben. De voorzitter: Dank voor de beantwoording van de zijde van het college. Ik kijk naar de heer Van den Berg voor de tweede termijn. De heer Van den Berg: Kort hoor. In de commissie hebben we het er ook over gehad en dit is natuurlijk de gemeenteraad. Het woord subsidie valt hè, de regio zegt we moeten niet een gemeente gaan subsidiëren of een vereniging gaan subsidiëren. Maar ik wil toch graag daarbij benoemen dat als je vijf vrachtwagens iedere maand met twee man vrijwilligers voor drie à vier uur per avond, twaalf maanden lang, zomer winter door op de weg gaat lopen als dus vrijwilligers, want de chauffeurs met de wagens worden aangeleverd door de GAD, Pagina 16 van 25

al dan niet met eigen personeel ‘…’. Als je dat afzet, kan ik me niet voorstellen met een lage papieropbrengst, dat zeg maar voordeliger uit zou pakken als de GAD daar in zou gaan. En dat geldt ook, en dat is dan de vraag aan de wethouder, dit gezegd hebbende, ga ik er wel vanuit gelijke monniken gelijke kappen. Dus op het moment dat de GAD echt doorzet op dat hele papierverhaal om dat weg te halen bij clubs en verenigingen, dat dat dan ook voor alle geldt, en niet alleen segmentarisch voor bijvoorbeeld alleen MCC. Dat Sherpa nog wel oud papier mag ophalen, of dat de voetbalclub, omdat daar een container staat en een andere systematiek is. Dus ik zou graag van de wethouder horen hoe die daar tegenaan kijkt, tegen dat element dat iedereen dan in Laren op een zelfde manier benaderd wordt. De voorzitter: Dat is een heldere vraag. De heer De Jong voor de tweede termijn. Voldoende beantwoord? Nee, de heer Van der Zwaan, nee. De heer Calis. Gelijke monniken gelijke kappen. De heer Calis: Ja dat ben ik niet met de heer Van den Berg eens. Ik denk dat Sherpa op een hele kleinschalige manier ook oud papier inzamelt. Het lijkt mij onterecht om te zeggen als de verenigingen dit niet meer mag doen, en de rest van Laren moet Sherpa ook mee stoppen. Dat is een redenering die ik niet kan volgen. De voorzitter: Dank mijnheer Calis.

Nou in ieder geval kan de heer Van den Berg in het college herkennen in de zienswijze dat het college hard gaat opkomen voor de belangen van de verenigingen die papier inzamelen. Kunnen we het hierbij laten, en overgaan tot besluitvorming? Ik zie van wel, we hebben ook twee termijnen gehad. Dan vraag ik of er iemand stemming wenst over de voorgestelde zienswijzes. Wenst iemand dat? Nee, dat is niet het geval. Dan stel ik alle drie de zienswijzes hierbij in deze vorm vast. 8.6 Jaarstukken 2020 BEL Combinatie De voorzitter: Dan kom ik bij de jaarstukken van de BEL combinatie. Kunnen de fracties die daarover het woord wensen te voeren dit duidelijk kenbaar maken? Ik zie in ieder geval Groen Laren en de VVD. Ik zie ook het CDA. Ik kijk nog even. We kijken allemaal hoopvol naar boven, nee? Nee dat is niet het geval. Dan begin ik bij de heer Van der Zwaan. De heer Van der Zwaan: Dank u wel, voorzitter. We hebben die stukken gehad. In de commissie is uitgebreid gesproken over de zienswijze, dat er in verhouding heel weinig of niets over gezegd wordt, over de processen en de controle op de processen. Daar is heel uitgebreid, en ook is er uitgebreid nog gesproken over het ziekteverzuim, wat toch weer na de zoveel jaar, kan me niet, ik denk dat dat de laatste zeven, acht jaar is, veel te hoog is ten opzichte van andere bedrijven.

En er staat nergens, de actie die nu eens genomen moet worden om dat te onderzoeken wat dat is. Dat zijn de twee punten die toch wel heel erg belangrijk zijn in dit stuk, omdat de punten constant terugkomen. Dat was het. De voorzitter: Dan kijk ik naar de heer Vos. De heer Vos: Ja, dank u wel voorzitter. Ja, aansluitend op de eerste woorden van mijnheer Van der Zwaan. We hebben het inderdaad zeer uitgebreid gehad over met name het ziekteverzuim en het letterlijk en figuurlijk langdurige karakter daarvan, zeer langdurige karakter. In gesprek met de verantwoordelijke wethouder hebben we allebei geconstateerd dat dat buitengewoon zorgwekkend is. En dat mogelijk ook een diepere oorzaak vindt in de manier waarop de combinatie op het algemeen aangestuurd wordt. En als er in een jaarverslag al met woordje ik wordt gesproken, terwijl daar volgens mij toch ook meerdere personen voor verantwoordelijk zijn, hè, dat hebben wij hier ook aan tafel mogen constateren, dan roept dat eigenlijk om een veel dringender diagnose dan alleen maar te constateren: goh, wat zijn die mensen vaak ziek. Volgens mij Pagina 17 van 25

ligt hier een hele mooie taak voor de wethouder, maar ook voor verantwoordelijken binnen de BEL combinatie, om eens heel goed na te denken: hoe is deze organisatie nu gestructureerd? En hoe kan het nu zo zijn dat mensen letterlijk ziek worden. Want dat is een hele slechte zaak. Dit zou een organisatie moeten kunnen zijn waar mensen fluitend naar toe gaan, zoals heel veel mensen fluitend naar hun werk gaan. Ik wil eigenlijk ons als raad oproepen om te vragen aan de wethouder en aan de verantwoordelijken om eens een diepgaand onderzoek te gaan doen: hoe is die organisatie gestructureerd, waar komen die cijfers nou vandaan. En niet genoegen te nemen met alleen maar nou, we hebben wat budgetjes overgeheveld, en nu is de heleboel weer gladgestreken. Want daar worden we niet veel wijzer van en hebben we volgend jaar weer precies hetzelfde verhaal. Moeten we weer uit de reserves gaan putten, en blijft alles eigenlijk nogal treurig en nogal ongezond. En daar wilde ik het even bij laten mijnheer de voorzitter. De voorzitter: Dank de heer Vos. Ik kijk naar de heer De Bondt. De heer De Bondt: Dank u wel voorzitter. Jan van Midden heeft namens de VVD-fractie ook uitgebreid ingegaan op deze materie. Met name ook aandacht gevraagd voor de interne procedures, de verantwoording, de control. En heeft zelfs de mogelijkheid van een amendement overwogen.

Dat laatste, voorzitter, hebben we besloten om dat toch maar even niet te doen. Ondanks, wat ons een beetje tegenviel maar misschien kan de wethouder daar nog iets over zeggen, een weinig enthousiaste reactie van de portefeuillehouder op zijn, op de wijze waarop hij aandacht vroeg voor juist die interne procedures en die verantwoording. Want ook dat zou toch op zijn minst het bestuur van de BEL-organisatie buitengewoon moeten interesseren. Want daar zijn nog wel verbeteringen voor mogelijk. Voorzitter, ik kom niet met een amendement, maar mogelijk dat ik daar in het kader van de kadernota weer op terug kom. Dank u wel. De voorzitter: Dank aan de heer De Bondt. Ik kijk nog even rond, de heer Van den Berg. De heer Van den Berg: Voorzitter dank u wel. Ik haak aan op collega De Bondt, de VVD-fractie. Inderdaad, de heer Jan van Midden heeft een hele goede discussie gevoerd, wij allemaal wel maar hij zeker. En dat amendement waar de voorzitter van de fractie het over heeft, dat hadden wij zonder meer gesteund. En ook in het licht van als die met de kadernota komt zullen we hem steunen. En dat is niet om de boel te pesten, maar wel om toch de zaak wel in die zin op scherp te stellen dat we ook de hand in eigen boezem steken. We zijn als gemeenteraad tenslotte toch eindverantwoordelijk. Die woorden wil ik wel toevoegen aan het betoog van de VVD.

Tegelijkertijd wachten we dus de beantwoording van de wethouder graag af. De voorzitter: Dank u mijnheer Van de Berg. Ik kijk even naar de portefeuillehouder om als eerste te reageren op de vragen. Laat ik dan de beantwoording van de vragen over de ziekteverzuimen even tot mij nemen. De heer Calis. De heer Calis: Dank u wel voorzitter. Ja, op de eerste plaats stemt het natuurlijk uitermate tevreden dat de BEL-organisatie het jaar afsluit met een positief resultaat van bijna 320.000 euro. En op zich zeg ik dan al: dan gaan toch wel een paar dingen goed daar. Naar aanleiding van de toch wel overtuigende argumenten van de heer Van Midden van de VVD, heb ik ook de accountantscontrole en de managementletter er nog eens specifiek op nagelezen. Daar treft het mij toch dat de accountant constateerde dat er geen significante gebreken zijn in de administratieve organisatie. Dat prestatieleveringen beter vastgelegd moeten worden. Dat het bewustzijn over de kwetsbaarheid van de IT ook vergroot mag worden. Maar als we het hebben over process en control, van weet u nu precies waar het bezig is, dan heb ik ook in de commissie gezegd: het hele college, en dat geldt voor wethouder Stam, voor de besteding van de uren en taken in de dienstverleningsovereenkomst; dat geldt voor wethouder Den Dunnen voor de uitgaven van de BEL via de Pagina 18 van 25

HBEL en de regio op het sociaal domein; dat geldt voor het financiële terrein waar we goed controle moeten hebben over facturen en crediteuren, debiteuren, hoe die betaald worden, dat wij daar heel graag verdere verbeteringen in zien. Die verbeteringen zijn ook erkend door de organisatie zelf. Zo is er pas sinds een paar maanden een nieuwe man benoemd die verantwoordelijk is voor het verbeteren van de planning en controlcyclus. Die daar een uitgebreid voorstel voor heeft gemaakt onder de naam duidelijkheid en aandacht. Die daar bovenop zit. Dus het probleem als zodanig wordt zonder meer erkend en er wordt hard aan gewerkt omdat beter te maken. Dus ik heb sterk het idee dat, als we kijken naar de procescontroles, als we kijken naar hoe het toegaat in de BEL, dat kan voor wat betreft financiële controle, hebben wij het altijd graag nog wat eerder en sneller. Gaat het de goede kant op, wijkt het af. En liever minder nauwkeurig maar grote stappen, nou dat is altijd de wens van de bestuurders geweest en van directie. Maar de organisatie daaronder die neemt daar toch heel veel zaken in mee en wordt ook geplaagd door bijvoorbeeld in het sociale domein: declaraties die pas jaren later worden ingediend, wat het moeilijk maakt om al die uitkomsten beheersbaar te kunnen tonen. Dus dat wilde ik zeggen over de interne procedures. Als u zegt ik wil het ziekteverzuim doen.

Ik wil er wel van zeggen, ook in de commissie hebben we dat uitgebreid besproken, naar mijn idee vind ik het een terechte opmerking van de heer Vos: ziekteverzuim in zijn algemeenheid kan gezien worden als een maatstaf voor motivatie van het personeel. Als het personeel enorm gemotiveerd is zal er minder ziekteverzuim zijn. Dat is een wet van Meden en Perzen, maar dat hebben we al meermaals aan de orde gesteld. De directie van de BEL heeft daar toch een adequaat antwoord op dat u waarschijnlijk kan toelichten. De voorzitter: Ik denk dat het heel terecht is dat de heer Vos daar aandacht voor vraagt. Ik denk dat we het ook moeten zien in het licht van het afgelopen jaar. Ook de BEL-organisatie is behoorlijk hard getroffen door corona. Ik als burgemeester word ook door een aantal afdelingen ondersteund. Drie van de mensen met wie ik veel samenwerk, drie jonge moeders, hebben alle drie corona gehad, waarvan er twee nog steeds thuis door longcovid getroffen zijn. We hebben natuurlijk veel jonge medewerkers met jonge gezinnen bij de organisatie. Dus corona heeft daarop een behoorlijke dikke, dik in uitgedeeld. Dus ik ben zelf wel blij dat ik en ik denk ook de overige leden van het college, en ik denk dat dat ook geldt voor de colleges van Blaricum en Eemnes, nog steeds de hele gemotiveerde mensen van op de werkvloer ondersteund worden.

Toen wij met elkaar anderhalf jaar geleden eigenlijk spraken over de toekomst van de BEL, we hebben drie sessies gehad als raden met elkaar om te praten waar liggen nou de ontwikkelopgaven, waar gaat de directie van de BEL nou mee aan de slag? Het was natuurlijk niet het plan dat we zo lang in de coronafase zouden zitten. Maar ik ben wel blij te melden dat het geen processie van Echternach is. Het zijn kleine stapjes maar ze gaan vooruit. En ik ben blij dat we op dit moment een directeur van de BEL-organisatie hebben die heel dicht bij de medewerkers staat. Ik hoop dat ik ook richting u kan uitspreken dat als het gaat over het functioneren van de BEL, spreek dan ook vooral ons aan. Maar laten we als gemeentebesturen vooral trots de medewerkers uitstralen want dat hebben ze echt nodig. Dat zijn ook mensen die elke dag met passie naar hun werk gaan. En dat wij er ook in investeren dat die afstand tussen het politiek bestuur en de organisatie steeds kleiner gaat worden. Ook om u tegemoet te treden hebben wij op 10 juni een sessie voor u die ook gaat over ICT & privacy waardoor de heer Bogaers eerder de aandacht voor is gevraagd. Waar u ook vragen kunt stellen over de staat van de organisatie en de directeur daar ook vragen over kan beantwoorden. Ik denk dat er nog een hoop moet gebeuren maar we blijven stappen de goeie richting opzetten.

En het feit dat we met vacatures te maken hebben dat is iets waar alle gemeenten op dit moment mee te maken hebben. Ik denk dat wij vooral de opgave hebben om de BEL te ontwikkelen naar een organisatie voor de toekomst ook een robuust imago weet neer te zetten zodat mensen denken, hee, daar heb ik zin om bij te gaan werken. En dat we ook de afstand tussen de BEL en onze drie dorpen steeds kleiner weten te maken zodat zij ook die samenwerking weten te zoeken. Dat uw vragen en aandacht stelt voor het ziekteverzuim, dat is meer dan terecht en laten we daar dan ook op 10 juni wat verder

Pagina 19 van 25

op ingaan. Daar moeten we gewoon heel open en transparant met elkaar over zijn. Zijn er nog vragen voor de tweede termijn? Ik kijk rond. De heer Van den Berg. De heer Van den Berg: Kijk, collega Van Midden is een lid in de raadscommissie, zit niet in deze gemeenteraad. Dus dan blijft het toch ook altijd beetje lastig, maar even in gedachten hoe die discussie in de raad ging en daar wil ik toch graag van de wethouder nog wel een reactie op hebben. Kijk die zeggen ik heb de managementletter gelezen, ik heb alles nog eens bekeken en die zegt eigenlijk: prima wat er in de raadscommissie allemaal geventileerd is en opgemerkt is, maar ik zie nog niet direct een aanleiding om het anders te maken. Met andere woorden: hij heeft geen significante afwijkingen gezien. Maar volgens mij ging het in dat overleg ook vooral om de beheersbaarheid. En ergens zegt hij dan verderop wethouder toch van: ja, wij willen allemaal te snel, en teveel, et cetera. Maar toch, lopen we elke keer achter de feiten aan. En daar ging het volgens mij ook in de discussie in de raad over en daar hoop ik dat u dan toch nog een extra antwoord kan geven wat ons wat handvat geeft, dat juist dat ongemak van het niet beheersbaar hebben zoals u dat zelf net zei, dat het daar ook vooral in die discussie in de raadscommissie over ging maar de heer Van Midden ook over sprak maar wij allemaal wel iets van vonden.

Kunt u daar nog, los van dat u zegt van ja in de managementletter et cetera zie ik geen significante afwijkingen, dat u toch enig begrip ergens heeft voor ons, dat wij het gewoon heel erg ongemakkelijk vinden dat we het niet in de hand hebben. Kunt u daar nog iets van zeggen? De voorzitter: Dan kijk ik nog naar de heer Vos en daarna de heer De Bondt. De heer De Bondt: Ja voorzitter, ik … De voorzitter: Het was eerst de heer Vos en dan bent u mijnheer De Bondt. De heer De Bondt: O sorry. De voorzitter: Geen probleem. Gaat uw gang mijnheer Vos. De heer Vos: Ja dank u wel voorzitter. Ja daar zit nog wel een zekere, nee, laat ik eerst zeggen dat ik heel blij ben met uw uitgebreide antwoord hoor. En ook met name natuurlijk wat u zegt over het feit dat het personeel hard werkt en dat ook verdient. Dat is heel duidelijk. U doet de bezwering dat het allemaal goed gaat komen, nou dat hoop ik dan van harte, en dat wil ik ook graag op uw gezag aannemen. Maar zijn daar ook doelstellingen bij geformuleerd? Want het is natuurlijk heel mooi om te zeggen, nou dat gaat helemaal goedkomen. Ja, dat geloof ik graag. Maar dan zou ik toch wel graag als we het toch over cijfers hebben en over control en grip op de zaken. Wat wordt dan uiteindelijk volgend jaar de norm op basis waarvan we kunnen zeggen: nou dat is goed gelukt. Daar hebben we onze doelstellingen bereikt.

En dat 2020 dan een beetje een raar jaar is, nou misschien 2021 ook nog een raar jaar. Maar er moet nog een, ik ga het vreselijke cliché gebruiken, een soort stip aan de horizon zijn en toch een soort ijkpunt waar we op uit zullen komen. En is dat ijkpunt ook gezet? De voorzitter: Heldere vraag. De heer De Bondt. De heer De Bondt: Dank u wel voorzitter. Wij sluiten ons nadrukkelijk aan bij de zienswijze van het college, die positief geformuleerd is zoals het gaat om de organisatie van de BEL. Ik moet ook zeer de wethouder bedanken voor het feit dat hij gezegd heeft: wij erkennen ook de problematiek van de planning- en controlcyclus. Dat wordt op dit moment al aangepakt. Aan de andere kant ben ik het ook wel eens met de Pagina 20 van 25

opmerkingen van de heer Van den Berg die zegt: ja, het is natuurlijk toch een organisatie die op afstand staat en waar we op zich natuurlijk heel veel vertrouwen in moeten kunnen hebben dat de zaken goed gaan en daar waar ze beter zouden moeten gaan, dat ze dat ook binnen afzienbare tijd gaan doen. Dus ja, dank enerzijds voor uw heldere beantwoording. Neemt niet alle aarzelingen bij mijn fractie weg. De voorzitter: U heeft een interruptie van de heer Vos, mijnheer De Bondt. De heer Vos: Ja, mijnheer De Bondt. Ik was afgelopen weken aanwezig bij de commissievergadering. Ik vind uw commentaar naar de wethouder tamelijk opmerkelijk want nu geeft ze hem een compliment, terwijl ik de heer Van Midden toch hele andere dingen heb horen zeggen. En buitengewoon slecht te spreken was over de gang van zaken. En met name heel slecht te spreken was over het feit dat cijfers en documenten, procedures, niet op orde zijn. Terwijl naar zijn mening het toch een tamelijk eenvoudige organisatie is en die zijn zaken redelijk snel op orde zou moeten hebben. Dus ik ben enigszins verbaasd over het feit dat u nu zo tevreden bent over de wethouder terwijl ik de heer Van Midden toch, nou laat ik het aardig zeggen, wat kritischer geluiden heb horen ventileren. De voorzitter: De heer De Bondt.

De heer De Bondt: Voorzitter, ik ben in eerste termijn heb ik met name opgemerkt dat de weinig enthousiaste reactie van de wethouder op de woorden van Jan van Midden bij ons zorgen baarde. Tegelijkertijd constateer ik nu dat hij in zijn eerste termijn daar, met name als het gaat over de planning- en controlcyclus, en daar zat het zwaartepunt van de opmerkingen van de heer Van Midden, dat hij daar heel positief op reageert. Daarnaast heb ik ook aangegeven: de kritiek die de heer Van den Berg in zijn tweede termijn uitte, of ja, zijn gevoelens van enerzijds positief anderzijds toch aarzelingen ten aanzien van de voortgang van een aantal verbeteringen in die organisatie, dat ik die volledig onderschrijf. Bovendien kan ik u natuurlijk ook wel wijzen op het feit dat binnen een fractie ook wel eens een differentiatie van meningen mogelijk is. Dat moet u toch uit eerste hand beter weten dan ik. De voorzitter: Voor de beantwoording van de tweede termijn kijk ik eerst naar de wethouder Calis. De heer Calis: Ja dank u wel voorzitter. Mijnheer Van de Berg zegt ja, die organisatie loopt achter de feiten aan. Per definitie loopt de administratie achter de feiten aan. Want ze administreren wat er gebeurd is. Dus de feiten zijn er al, en dan wordt het geadministreerd. Dus dat is inherent aan het hele proces.

Ik ben met name bij de commissie ingegaan op de bezwaren van de heer Van Midden, waarin hij stelde dat het primaire proces niet op orde was. En met name op die beschuldigingen heb ik de controles van de accountant nog nagekeken en de managementletter. En de accountant verschilt daar principieel van mening. Ik erken wel, en dat is de strekking van de suggestie van de heer Van den Berg en van de VVD: zou u daar op te willen zien, dat de stappen die nu genomen worden, dat die verbeterd worden en dat daar heel duidelijk, klip en klaar, bij de organisatie en bij de directie van de BEL duidelijk is dat een grote wens bestaat bij de drie colleges om die processen en controls te verbeteren. Nou dat zullen we zeker doen. En als u mij toestaat over dat ziekteverzuim, ik ben het volledig eens met de heer Vos als hij zegt oké, dat ziekteverzuim is heel hoog, maar je kan het pas aanpakken door te erkennen. En je erkent het door te zeggen: dit is het nu, dit is hoe we het graag willen zien, en dit zijn de stappen die we gaan nemen om dat te bereiken. Ik denk dat dat een hele goede suggestie is. Dank u wel. De voorzitter: Dank mijnheer Calis. De heer Vos heeft nog een vraag gesteld: wat is nou het ijkpunt? Ik denk, het belangrijkste dat we met elkaar moeten omarmen, dat zegt de heer Calis ook is, we zijn er nog niet. De Pagina 21 van 25

directie heeft een hele lijst met klusjes af te werken, die hebben we met elkaar niet heel lang geleden ook zo vastgesteld. We hebben met elkaar het advies van WagenaarHoes en alles dat daaruit voorkomt ook omarmd. Ik denk dat heel goed is, als u aan mij vraagt: hebben wij kwantificeerbaar gemaakt hoe laag het ziekteverzuim moet zijn voordat we zeggen hier sprake van het succesvolle organisatie, dat is niet het geval. Maar laten we open, want we hebben aan het begin van de evaluatie en de BEL-organisatie ‘…’ gezegd: we zijn er altijd open over. Alles dat niet goed gaat, omdat er ook best wel veel wel goed gaat, daar willen we gewoon open met de raad en ook met de samenleving over praten, dat 10 juni doen. En als u zegt ik wil dat nog eens een keer agenderen voor de commissie, ook in het bijzijn van de directeur van de BEL, dan doen we dat mijnheer Vos. Kunnen we als zodanig het agendapunt afsluiten? Dan ga ik met uw goedvinden kijken of iemand stemming wenst over de gevraagde voorstellen. We hebben wel enige toezegging gedaan, dus ik vraag de griffier om daar zorgvuldig nota van te nemen, dan gaan we die ook zo uitvoeren. En met uw welnemen stel ik dan de stukken en de zienswijze bij dit agendapunt vast. 8.7 Contract accountantsdiensten De voorzitter: Dan kom ik bij het contract voor de accountantsdiensten.

Zijn er fracties die daarover het woord wensen te voeren? Ik kijk naar boven. De heer De Jong, en ik stel met genoegen vast dat al de hele avond geluidsinstallatie het doet. De heer De Jong: Nou we zijn er nog niet voorzitter. De voorzitter: Ja we hebben speciaal voor u een reserveplek ingericht, hè? Dus wie weet kunnen we daar nog gebruik van maken hè? Gaat uw gang mijnheer De Jong. De heer De Jong: Ja. We hebben hier de vraag om het contract met de huidige accountant met twee jaar te verlengen. Dat ligt er nu in mei, en de procedure om dat te doen begreep ik ook in de commissievergadering, daar ben je gauw een jaar mee bezig. Dus als er nu een meerderheid was geweest die gezegd had: joh, wij moeten dat nu doen, dan was het al niet meer mogelijk geweest. Dus wij gaan nu akkoord met dit voorstel, maar zeggen erbij: dan moet de volgende keer, het wordt met twee jaar verlengd, maar moet de procedure wel tijdig opgestart worden zodat er de volgende keer wel een duidelijke afweging gemaakt kan worden en we tot een aanbesteding komen waarin we een keuze kunnen maken. De voorzitter: De heer De Jong vraagt de toezegging van de wethouder. En de heer Van den Berg wenst ook nog het woord te voeren. Gaat uw gang. De heer Van den Berg: Ja voorzitter. In diezelfde commissie de heer is er ook gesproken over een gedachtegang, en die wil ik toch hier wel politiek ook noemen.

Het klinkt allemaal heel leuk om alles maar aan te besteden en elke keer nieuwe accountants te zoeken, maar de heer Van Midden is al vaker genoemd, maar wij waren in die raadscommissie ook wel, sommigen waren van mening en ondergetekende in ieder geval, dat wil je iets consequent verbeteren en je hebt de boel in gang gezet, dat er ook iets voor valt te zeggen om een zelfde accountant te houden. En in dit geval een accountant die ook niet alleen Blaricum en Laren doet maar ook in Huizen actief is. Dus we hebben ook wel gezegd, en dat is het punt wel wat ik wil maken, en daar heeft de wethouder ook van gezegd dat hij dat snapt en dat hij daar ook, volgens mij als ik hem, ik daag hem nu uit, of hij dat ook zo bedoeld heeft, dat we consequentie maar ook continuïteit, dat is eigenlijk het woord, continuïteit bij een accountant ook belangrijk is. En niet altijd alleen maar of iemand weer beter is, of goedkoper is. Maar juist dat de BEL-organisatie misschien gebaat is bij een stukje rust ook op dat front. Nu moeten we dus aanbesteden van Liberaal Laren over twee jaar, en dat zal ook wel moeten volgens de regels. Pagina 22 van 25

Maar ik vind dat bij die regels wel heel nadrukkelijk gekeken moet worden naar ons eigen belang, en dat is niet altijd een andere partij. De voorzitter: Dank mijnheer Van den Berg. Mijn goede vader zegt altijd: gelukkig is de man met een goede timmerman. En volgens mij geldt dat voor gemeentes en een accountant, die ze dan wel hebben. De heer Calis. De heer Calis: Ja, dank u wel voorzitter. We hebben er in de commissie inderdaad uitgebreid over gesproken. En hier gelden geen regels voor, maar een beleid van gemeente Laren, beleid van de BEL. Dat wil zeggen: na zoveel jaar moeten we van accountant wisselen. En daarom staat er ook in het voorstel: in afwijking van het beleid stellen wij u voor om het contract met de accountant te verlengen. Daar zijn argumenten voor, daar zijn argumenten tegen. De voornaamste voordelen zijn zoals die al geschetst zijn door mijnheer Van den Berg dat een accountant hebben voor Blaricum, Eemnes en Laren en Huizen. Ik heb in de commissie ook gezegd: als wij serieus willen wisselen van accountant, dan zal de aanbestedingsprocedure zeker nog dit jaar, eind van dit jaar, moeten gebeuren. Een aanbesteding is tijdrovend. Kost heel veel energie. Kost heel veel moeite. Maar in zijn algemeenheid zorgen aanbestedingen er wel voor dat de prijs een beetje naar beneden gaat.

Maar je kent dan wel een nieuwe partij met mensen die weer niks kennen, die niks weten, die allerlei fouten maken. Dus hoe weegt dat tegen elkaar op? Ik denk dat we daar ook de financiële afdelingen en de ambtenaren graag willen betrekken in hun oordeel. Maar ik heb gezegd ik ben me ervan bewust als we de nieuwe accountant willen contracteren, dan zal de procedure daarvoor dit jaar moeten opgestart worden. De voorzitter: Helder, mijnheer Calis. Voor de tweede termijn ik eerst heer De Jong en dan de heer Van den Berg. De heer De Jong: Even kijken. Ja, een andere accountant, maar de huidige accountant kan het dan ook weer worden als die de beste kwaliteit levert tegen de goeie prijs, dan kan die het ook weer worden. Dus het is niet zeker dat je dan naar een ander gaat. De voorzitter: De heer Van den Berg. De heer Van den Berg: Ja, de wethouder zijn beantwoording, dank daarvoor. Ik wil hem eigenlijk daar eigenlijk nog even bij aanvullen dat volgens mij in de raadscommissie ook is gezegd dat de wereld van accountancy dusdanig is dat de druk op de markt, en dat niet alle accountantskantoren nou staan te juichen om een gemeente te controleren.

En vanuit die gedachtegang is dat volgens mij in de raadscommissie ook nog gezegd, dat er ook veel voor valt zeggen dat je continuïteit bij je eigen accountant hebt omdat, zoals de heer Calis net als wethouder zegt: het is best aardig om te kijken of het goedkoper kan, of beter kan. Je ‘…’ even de markt weer om het ‘…’. Maar de andere kant is dat de wereld van accountancy misschien, dan komen we bedrogen uit. Tenminste, zo heb ik dat begrepen. Ik vraag me eigenlijk af of de wethouder dat nog kan bevestigen, dan wel kan zeggen dat ik dat goed zie. De voorzitter: Volgens mij voeren we weer hetzelfde gesprek in de tweede termijn. Ik kijk naar de wethouder nog voor een beantwoording. De heer Calis: Ja het is misschien een beetje flauw voorzitter, maar correctie op de mededeling van mijnheer De Jong: het is duidelijk niet de bedoeling van een aanbesteding dat dezelfde accountant doorgaat want het beleid zegt juist: we moeten van accountant wisselen. En als mijnheer Van de Berg zegt er is weinig animo in

Pagina 23 van 25

accountantsland om in te schrijven op zo’n aanbesteding, dan heeft hij daar ook gelijk in, maar dat is wat het is. De voorzitter: Volgens mij is het voorstel voldoende besproken, en kijk ik rond of een fractie stemming wenst. Dat is niet het geval. Dan beslissen we conform het hoofdvoorstel en in afwijking van het eigen beleid het contract voor de accountant verdiensten met HZG Accountants & Adviseurs met twee jaar te verlengen. 9.

Moties vreemd aan de orde van de dag De voorzitter: Dan kom ik bij agendapunt negen: moties vreemd aan de orde van de dag. Er is een motie vreemd aan de orde van de dag ingediend met de titel: Zonder geld geen gemeente. Mede in het licht van het actiecomité Raden in Verzet en ondertekend door de zes fracties in verzet. Welke fractievoorzitter in verzet kan ik hiervoor het woord geven, namens de fracties in verzet? De heer De Bondt: Graag, voorzitter. De voorzitter: De heer De Bondt. De heer De Bondt: Voorzitter. De gemeente Laren heeft zich bij Raden in Verzet al in het verleden aangesloten. En misschien is dat ook de reden geweest dat wij goed werden geïnformeerd omtrent de ontwikkelingen die VNG in Den Haag doormaakt. In ieder geval kregen wij tijdig de motie toegezonden die Raden in Verzet op het komend congres van de VNG gaat indienen. En hij heeft ook gevraagd: geef aan of jullie hem willen steunen. Nou dat was voor mij aanleiding om even snel een berichtje te sturen naar mijn collegae, die minstens zo snel reageerden en enthousiast zich daarbij aangesloten. Het is nadrukkelijk dus geen motie van de VVD, maar het is een motie van alle fractievoorzitters. Voorzitter, het vraagt eenvoudigweg aan het college: maak kenbaar dat Laren deze motie onderschrijft. De voorzitter: De wethouder in verzet. De heer Calis: Dank u wel voorzitter, ja met genoegen natuurlijk.

Ik kan u mededelen dat op 19 mei, dus dat is een paar dagen geleden, was er een digitale bijeenkomst van de provincie Noord-Holland, voorgezeten door Zita Pels, dezelfde die het erfgoedfestival opende, en een gedeputeerde Ilse Zaal. Ilse Zaal is met name verantwoordelijk binnen Gedeputeerde Staten voor het toezicht op de financiële huishouding van de gemeente. Daar waren een twintigtal gemeentes uit Noord-Holland. Van Purmerend en Heerhugowaard, en Velsen en Haarlemmermeer en Koggenland geloof ik, die toch voor een groot gedeelte hetzelfde lied zongen. Ze kregen de begroting niet rond. Daar waren grote tekorten, enkele miljoenen. Ombuigingen waren noodzakelijk. En om Jan van Zanen van de VNG te citeren: zonder knaken geen taken. De gemeentes, u heeft dat misschien ook wel kunnen lezen, we pleitten ervoor bij Ilse zaal, de toezichthouder, kunt u niet dat toezicht wat versoepelen? Want wij hebben echt grote moeite om aan uw eis te voldoen om in de komende jaren een sluitende begroting te laten zien. Want we hebben drie jaar, krijgen we dat niet rond. En als dat zo is, dan wordt de begroting niet goedgekeurd door de provincie en komt u onder repressief toezicht. Ja, zegt Ilse Zaal, ik begrijp deze overwegingen, maar aan de regels van het toezicht kunnen wij niets veranderen, dat moeten wij zo uitvoeren.

Maar gezien deze hele avond wil ik u vragen om uw protesten en uw gevoelens zoveel mogelijk in een brief naar ons te uiten. Wij zullen dat bundelen voor alle Noord-Hollandse gemeenten, en wij zullen als provincie dan bij het VNG en bij het IPO, het interprovinciaal overleg, zullen wij nadrukkelijk ons hard gaan maken voor de positie van de gemeenten en in dit geval de gemeenten Noord-Holland. Vandaag hebben wij in het college die brief nog vastgesteld die wij morgen aan het provinciaal bestuur gaan Pagina 24 van 25

sturen. Dus dat sluit naadloos aan bij de motie die u hier heeft uitgebracht. En u vindt natuurlijk deze wethouder volledig aan uw zijde. De voorzitter: Helder. Wenst u de motie nog in stemming te brengen? Hij is overgenomen volgens mij, en breed aanvaard, en hij is aangenomen gewoon toch? Ja, helder. Dan is dat het geval. En de wethouder gaat met de ondersteuning van de overige leden van het college op pad. En dan ben ik tot aan het einde gekomen van deze vergadering, de raadsvergadering. We hebben alle beslispunten vlot doorlopen. We gaan wel de laatste vergadercyclus in van het jaar en er zullen nog hoop zware stukken volgen. Ik voorzie dat wij een hele pittige inhoudelijke laatste cyclus tegemoet gaan. Voordat ik tot de sluiting overga wil ik graag ambtelijke ondersteuning nog bedanken, met name ook van de zijde van de griffie. En geniet er vooral nog even van mevrouw Holtslag, want zij gaat ook de laatste vergadercyclus in voordat wij afscheid van haar gaan nemen natuurlijk. Ik zag nog een vinger, dat is die van wethouder Calis. De heer Calis: Misschien nog een kleine opmerking voorzitter. In de commissievergadering M&F werd gezegd: waarom is er geen klankbordgroep of werkgroep financiën bij elkaar geroepen? In de volgende raadsvergadering staan kadernota en jaarrekening op de agenda. En wij hebben ruimte gemaakt voor de werkgroep.

Ik meen, de griffie heeft daar data voor aangereikt. Dus bij deze wil ik aankondigen dat zo’n datum wordt aangekondigd. En ik wil eenieder oproepen die daar belangstelling voor heeft zodra de stukken gepubliceerd worden en dat zal in de komende tijd gebeuren, om eventuele vragen zo snel mogelijk te formuleren en op te sturen. De voorzitter: Helder, dank. En wij scharen deze mededeling van de heer Calis onder de mededelingen van de zijde van het college. 10. Sluiting De voorzitter: De vergadering is gesloten dames en heren. Wel thuis, houdt u zich nog aan de maatregelen. Mondkapjes op. Dank u.

Pagina 25 van 25

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10345479/1