20201208 R&I transcript
Tekst van het document
nog eens mag zeggen, ik mag het nu wel zeggen zo langzamerhand met het oog op mijn eigen leeftijd, ik vind dat er nogal badinerend en gemakkelijk wordt gepraat over senioren. Je hebt natuurlijk verschrikkelijk veel senioren die best in zo’n woning willen wonen, maar die nog buitengewoon vitaal zijn. Die heel goed kunnen wandelen, die nog een potje tennissen van mijn part, die ook het fijn vinden om naar het dorp te wandelen als het zonnetje schijnt. Na zo’n seniorenwoning komt er misschien wel een moment dat je 95 bent en echt gebrekkig wordt, dan moet je misschien het laatste stapje maken. Ik ben niet zo overtuigd van … Mijn lieve echtgenote zegt altijd: niet te snel de traplift, maar zorg gewoon dat mensen de trap blijven gebruiken zo lang mogelijk. Zo kijk ik ook tegen senior aan. We mogen ze wel als eerste vaccineren, maar zo zielig zijn ze nou ook weer niet. Dan die tennishal, vind ik wel een interessant punt, zoals u die noemt met variant A, want dat is inderdaad nogal vooruitkijken. Maar ook dat is een beetje speculeren en dat ga ik maar niet ... Op zichzelf is de gedachte wel interessant dat als je variant A kiest, dan geeft je dat meer ruimte in de toekomst, dat is zeker waar. U vraagt: wilt u er vlot mee doorgaan? Wat mij betreft graag.
Het vervelende is als ik daar nog een derde collegeperiode voor nodig heb, want ik had net bedacht dat ik daar eens over zou gaan nadenken. Maar goed, we zullen zien. De voorzitter: Het woord is aan de heer Van Goozen. De heer Van Goozen heeft het woord. De heer Van Goozen: Dank u wel, voorzitter. Als je als laatste aan het woord bent dan is al het gras voor je voeten weggemaaid. Wat wij bij Larens Behoud heel jammer vinden is dat het hele sociale-woningbouwaspect weg is. De laatste participatieavond hadden we het nog over Knarrenhofjes en de jeugd erbij en nu hebben we het over betaalbare woningen. Betaalbare woningen in Laren dat weten we allemaal die zullen toch wel op een bepaald niveau komen dat het niet voor starters en sociale-woningenbouw-prijzen weggaat. Dat is even een ding. Wij willen eigenlijk wel de garantie van u dat mochten we voor, zeg maar, betaalbare prijzen gaan verkopen dat er dan toch een soort beding is dat je minimaal een huurwoning of iets sociaals achterlaat in Laren. Daar willen we eigenlijk wel een garantie hebben, want u gaat uw best doen, dat doet u altijd, begrijp ik. Maar misschien is iets meer garantie wel op zijn plaats. De variant als het dan zo belangrijk moet zijn, dan zou het variant A zijn voor ons. De voorzitter: Dank u zeer. Wethouder. Wethouder. De heer Stam: Ja, ja, ja, ik zoek mijn handje.
Misschien goed om nog daar even op in te gaan op wat mijnheer Van Goozen zegt. Het is natuurlijk terecht op zichzelf. De sociale woningbouw, in de Bouwnota hebben we met elkaar afgesproken en heeft de raad ook in meerderheid geaccepteerd en ik heb dat vele malen ook aangeven dat we proberen om in de tijd die mij gegeven is, even de collegeperiode, ten minste een derde sociaal te bouwen en daar zijn we volgens mij ook mee bezig. Ik heb vaak gezegd dat ik verwacht dat ik dat ook waar kan maken, maar dat betekent dat je ook en dat geeft de Woningbouwnota ook aan, en volgens mij heeft uw partij daar ook voorgestemd, om die woningen in het middensegment ook een plek te geven. Het bijzondere is als kijkt bijvoorbeeld naar De Houtzagerij, daar hebben we geprobeerd de woningen vast te zetten op 250, 260 duizend euro. Door sommigen werd dat gezien als een vrij dure betaalbare woning. Daar waren, geloof ik, 200 gegadigden die daar een huis wilden kopen, om aan te geven dat het een enorme vraag is in dat segment van die markt. Die betaalbaarheid, ik ga proberen zonder dat ik nou keihard tegen u kan zeggen dat dat het gaat worden, maar ik ga proberen deze woningen ergens tussen de 3 en 3,5 ton vast te houden, dat is voor heel veel mensen nog net betaalbaar. Daar moet je natuurlijk wel een zekere inkomen voor hebben, maar dat is wel een middensegment wat in Laren een hele goede kans heeft.
Probeer maar eens een huis te kopen of je nou jong of oud bent of er tussenin zit voor dit soort bedragen. Die zijn er gewoon niet. Als je ziet dat er op dit moment op de Gooyergracht huizen worden verkocht voor 4,5 - 5 ton. Dat is natuurlijk
Pagina 34 van 50
waanzinnig, maar ik heb die markt niet in de hand. Dat heb ik op De Houtzagerij ook geprobeerd en nu ook weer zal ik dat proberen op de Ligweide die betaalbaarheid overeind te houden. De mate waarin wij, ik kan u geen garantie geven helaas, het enige wat ik kan doen om zoveel mogelijk Larense mensen een plek te geven is dat ik met zachte hand daar een zekere sturing aan te geven, maar ik mag juridisch niet een voorkeurspositie in de voorwaarden opnemen. Dat mocht ik niet op De Houtzagerij, dat mag ik ook niet dadelijk op de Ligweide. Ik weet niet of mijnheer De Jong nog aanwezig is, die kan daar misschien nog iets van zeggen. Het is misschien wel goed om daar nog nader op in te gaan. De voorzitter: Mijnheer De Jong, het woord is aan u. De heer De Jong: Ton, wil je de vraag heel even herhalen? De heer Stam: De vraag die mijnheer Van Goozen stelde in hoeverre wij garantie kunnen geven om zoveel mogelijk aan Larense mensen die eventueel zelf nog een sociale woning achterlaten om dat mogelijk te maken. Daarvan heb ik gezegd dat het juridisch niet mag en de vraag is of jij dat nog even wil toelichten. De heer De Jong: Het antwoord, wat u gegeven heeft, klopt. We mogen wettelijk geen voorwaarde stellen als we koopwoningen op de markt brengen aan wie de woningen worden verkocht.
We kunnen er wel alles aan doen om Laarders eerder te informeren, maar als het koopwoningen worden, wordt het wel juridisch gezien in ieder geval lastig. Geen garanties, dat kan gewoon niet, maar het college kan wel zijn best doen. De voorzitter: Oké. Duidelijk, geen garantie, maar u kunt wel uw best doen. Het woord is aan mevrouw Klingenberg, die kennelijk nog een tweede ronde wenst, althans en dat geldt ook nog voor de heer Grunwald, althans hij heeft zijn handje nog op. Zullen we afspreken dat dat de laatste twee interventies zijn en dat we daarmee dit punt kunnen afsluiten, omdat het natuurlijk als bespreekpunt terugkomt in de raad. Het woord is aan mevrouw Klingenberg kort en aan de heer Grunwald. Mevrouw Klingenberg. Mevrouw Klingenberg-Klinkhamer: Heb ik het goed begrepen dat deze woningen 350.000 euro gaan kosten? Zei u dat nou? Dat is een vraag aan de wethouder. De voorzitter: Dit is een vraag aan de wethouder. Wethouder. De heer Stam: Ik heb gezegd dat ik dat natuurlijk niet weet, want we zullen dat gewoon aan de hand van natuurlijk, als we eenmaal weten het bestemmingsplan, het beeldkwaliteitsplan en we gaan tenderen dan pas weten we wat we willen. Ik hoop alleen, dat heb ik gezegd, dat ik die koopwoningen tussen de 3 en de 3,5 ton zou kunnen vastzetten. Dat zou mijn uitgangspunt voorlopig zijn.
Dan spreek ik op dit moment op persoonlijke titel, maar het is wel mijn inzet. Omdat ik vind dat in dat segment, in dat middensegment, als je dat het middensegment noemt, als je met Hilversum praat, vinden die dat helemaal niet het middensegment, die vinden dat het topsegment. Maar als je in Laren praat dan zit je bijna aan de onderkant van de huizenmarkt, terwijl je daar toch hele fatsoenlijke huizen kunt bouwen en op die manier mensen de gelegenheid kunt geven ook daar hun intrek in te nemen. Daar ligt mijn gedachte op dit moment. Mevrouw Klingenberg-Klinkhamer: Voorzitter, Voorzitter. De voorzitter: Ja.
Pagina 35 van 50
Mevrouw Klingenberg-Klinkhamer: Voorzitter, dan heb ik toch een vervolgvraag. Want hoe wil de wethouder nou gaan sturen als u het helemaal uit handen geeft? Hoe wil u dan gaan sturen op de prijs? Dat wordt dan wel een hele lastige exercitie. De voorzitter: Wethouder. De heer Stam: Ik kan niet van mezelf zeggen dat ik competent ben, dat doet mijnheer Wegter alleen maar, maar ik ga natuurlijk mijn uiterste best doen. De voorwaarde die wij gaan stellen aan het tenderen, aan een veiling van zo’n project, zal zijn dat daar beeldkwaliteitseisen, groeneisen, landschappelijke eisen en we zullen kwaliteitseisen stellen aan het seniorenhofje en we zullen zeggen u moet het bouwen voor een verkoopprijs die ons aan staat. Dan denk ik aan 3 ton - 3,5 ton. Ik kan natuurlijk zeggen ik ga het voor 5 ton in de markt zetten, of 4,5 ton zal het misschien ook wel weggaan. Maar de vraag is of ik dan de klanten die daarvoor geïnteresseerd zijn wel goed bedien. Dat zal misschien een opbrengst verminderend effect hebben, maar de raad moet er dadelijk ook nog wat van gaan vinden. Ik zou zelf dat een interessante opgave vinden om het mogelijk te maken dan misschien ietsje minder opbrengst, maar dan nog steeds blijft er een hele mooie opbrengst in mijn rekensom over, maar dan heb je wel iets gedaan wat aan een segment in de markt voldoet. De voorzitter: Het woord is aan de heer Grunwald als laatste.
De heer Grunwald. De heer Grunwald: Dank u wel, voorzitter. Gaandeweg deze discussie komen er toch een paar ideeën bij me boven die ik de wethouder heel graag aan de hand wil doen. Er is wel al betoogd, dat sturing moeilijk is, maar goed, ik wil het niet voor mezelf houden, omdat ik vind dat toch wel een leuke denkrichting is. Wat we hier aan de hand hebben is dat we voor ouderen en jongeren willen bouwen. Het is dus ook in het belang dat zo te houden, dat die woningen ook minimaal 20 jaar ook door jongeren en ouderen bewoond worden. De markt is momenteel zo dat de dreiging bestaat dat die woningen heel snel weer dichtslibben met mensen die alsmaar in Laren kunnen wonen en ook klein willen gaan wonen. Dat zie ik om mij heen ook. Die woningen, waar ik in woon, zijn klein, ze zijn goedkoop geweest en ze worden nu voor geweldige prijzen opgekocht en helemaal verbouwd. Dus opeens is zo’n huis een half miljoen waard, dat had je nooit gedacht. Maar dat gebeurt met die huizen natuurlijk ooit. Er zullen mensen zijn die kopen dus dat voor een aardige prijs, 3,5 ton en vervolgens wordt daar dus 5 ton voor geboden, dan gaan ze dus weer graag eruit, denk ik. Dus daar moet iets aan gebeuren.
Wat ik nou zo bedenk ‘…’, ik weet niet of het kan, ik wilde het alleen genoemd hebben, zou je nou bijvoorbeeld bij zo’n project een soort VvE kunnen oprichten waarbij je dus meteen meegeeft dat A er een soort ballotagecommissie is die erop moet toezien dat die huizen ook evenredig bewoond worden door starters en door ouderen wellicht en in het verlengde daarvan wellicht dat ook die jongeren misschien een taak krijgen, alhoewel je ze daar ook niet toe kunt verplichten om in voorkomende gevallen ook voor de ouderen een beetje mee te zorgen in deze. Dan zou het dus een hele sociale dimensie kunnen krijgen. Ik wil het u alleen maar meegeven. U hoeft daar nu niet direct op te antwoorden of dat ja of niet mogelijk is, maar het is, denk ik, wel een overweging waard. Dank u wel, voorzitter. De voorzitter: Dank u zeer. Wethouder. De heer Stam: Een kleine behoefte nog om daarop te reageren. Even nog over die ouderen en die jongeren en het snel doorslibben, misschien heb ik me dan onvoldoende duidelijk gemaakt, mijnheer Grunwald. Wat ik heb gezegd is dat als je voor dit soort prijzen de markt opgaat dan hebben we een anti-speculatiebeding in huis plus een aantal andere instrumenten om te voorkomen dat in de komende 5 jaar of 10 jaar zo’n huis eventjes verkocht wordt met winst.
Dat uiteindelijk er iemand in zit die het misschien met winst zou kunnen verkopen, dat weten we overigens niet, maar dat zou heel goed kunnen, dat is part of the deal. Maar we willen in eerste Pagina 36 van 50
instantie een grote hoeveelheid jaren willen we zekeren. Het is niet zo, ik zit erin en er koopt iemand een huisje en gaat er na een jaartje met de winst vandoor. Dat kan niet. Als je ziet het anti-speculatiebeding op De Houtzagerij daar hebben we de eerste vijf jaar mag je het niet verkopen, je mag het wel verkopen, maar dan krijg je geen euro winst en dat loopt naarmate de 10 jaar nadert, krijg je daar wat meer toegang toe. Dat zou je zelfs kunnen oprekken. Ik heb net al aangegeven dat ik best bereid ben om dat nog wat strenger te maken. Dus in die zin kom ik u wel tegemoet, maar dat is de manier waarop het zou moeten gaan. De voorzitter: Oké. Ik stel voor dat we het punt hiermee afsluiten. Onder dankzegging uiteraard aan de heer Bullens in de eerste plaats dat hij hier zijn avond voor vrij wilde maken, een voortreffelijke presentatie overigens. Maar ook natuurlijk mevrouw van Beek zeer bijzonder dank voor haar vrijwilligheid hier te zijn. We hebben daar een goede discussie gehad hebben en het met enig optimisme dit als bespreekpunt kunnen beschouwen voor de aanstaande raad. Ik denk dat ik me dan zachtjes heb uitgedrukt en als ik dat mag doen wil ik bij deze al de competente wethouder feliciteren met de voortreffelijke voorbereiding van de aanstaande raadsdiscussie. Dank u zeer.
7.3 Derde tussenstand koersdocument regio Gooi en Vechtstreek De voorzitter: Dan komen we nu bij punt 7.3 van de agenda, te weten de derde tussenstand Koersdocument regio Gooi en Vechtstreek. Wij worden geacht de derde tussenstand voor kennisgeving aan te nemen en te besluiten wensen en bedenkingen te uiten. Daar gaat het om. De raad wordt geacht daarover een standpunt in te nemen, waarbij wij worden geacht dit voor te bereiden. Ik begrijp dat de wethouder in dit geval wordt ondersteund door Marjolein Van der Marel van de BEL Combinatie en Christiaan Van Zanten van de regio Gooi en Vechtstreek die ik bij deze van harte welkom heet. Ik geef het woord aan de wethouder. Ik wijs u er overigens op dat het 22:30 uur is. Het woord is aan de wethouder. De heer Stam: Belangrijk voor ons is op dit moment, maar Christiaan Van Zanten zal dat ongetwijfeld kunnen aanvullen of Marjolein, is dat hier een Koersdocument ligt, omdat nou eenmaal in de regio, omdat het niet echt een juridische entiteit is natuurlijk, het mag dan geen visie heten. Ik denk dat het goed is dat alle raden en dat geldt in dit geval ook voor de raad van Laren eens commentaar geven op datgene wat u bent tegengekomen.
De tijd heb ik niet in de hand, maar ik denk dat het goed is dat vragenderwijs in de richting van mijnheer Van Zanten te doen en dan kunnen we daar uiteindelijk een soort zienswijzenota van gaan produceren in overleg met de raad om tegen de regio te kunnen zeggen voordat wij toegaan naar een eventuele eigen Omgevingsvisie in Laren hebben we dadelijk een nationale visie, we hebben een provinciale visie, er is een Koersdocument al dan niet bijgesteld en dan gaan we op weg naar onze eigen visie die weer de toekomst van Laren in de komende de jaren vast gaat zetten. Ik denk dat dat een beetje de opgave is die aan u gesteld is. Wat geeft u ons voor bagage mee en mijnheer Van Zanten voor bagage mee, om daar nog een beter document van te maken dan het nu al is? De voorzitter: Het woord is aan de heer Van Zanten. De heer Van Zanten: Dank u, voorzitter. Ik heb eigenlijk aan het proces niet zoveel toe te voegen dan wethouder heeft verteld. Het is wel goed om te benadrukken: dit Koersdocument krijgt niet de status van een Omgevingsvisie. De wet kent geen Omgevingsvisie op regionaal schaalniveau en dit is ook niet zo bedoeld. Het is inderdaad een document wat de raden kunnen benutten bij het formuleren van hun eigen Omgevingsvisie. Het heeft dus geen bindende status of iets in die geest.
Verder zijn we dus op dit stadium nu om op deze tussenstand om eventueel wensen of bedenkingen op te halen haar, zoals de wethouder al zei.
Pagina 37 van 50
De voorzitter: Oké. Duidelijk. Ik zie de hand van de heer De Bondt, die ik vanavond nog niet veel heb gehoord. Het woord is aan de heer De Bondt. U bent van harte welkom. De heer De Bondt: Dank u zeer. U heeft mij zelfs helemaal niet gehoord. De voorzitter: Nee, inderdaad, bij deze. De heer De Bondt: Dat komt omdat bij ons in de fractie de taken goed verdeeld zijn. De voorzitter: Dat mag je wel zeggen. Mijn complimenten. Met zo’n talrijke fractie is dat niet eenvoudig. De heer De Bondt: Nee. Het Koersdocument is toch niet helemaal onbelangrijk. Het bindt in ieder geval de regio zelf. Er wordt toch ook verondersteld dat gemeentebesturen belangrijke punten daaruit voor zover mogelijk ook meenemen in hun eigen gemeentelijke visie. Dat vallen mij nog een paar dingen op. Nee, laat ik eerst constateren dat er nog veel punten uit te werken zijn. Dat je daarover dus alle voorbehoud in acht neemt. Wat mij opvalt in de nota is dat er een heel sterk pleidooi zit voor het versterken van de groenblauwe kwaliteit. Het wordt zelfs genoemd de bakermat van de natuurbescherming. Mijnheer de voorzitter, dat is zeker niet niks en zeker ook niet als je nog zegt dat is een unique selling point voor de regio. Tegelijkertijd zie ik allerlei pleidooien om de toegankelijkheid van de natuur, de ontsluiting te verbeteren. Dat geldt ook voor de recreatieve locaties.
Dat betekent ook en dat staat ook in de nota dat het landschap gekoppeld moet worden aan de stad. Voorzitter, dat zal de druk op de natuur enorm vergroten en dat is voor mij wel een zorgpunt. Zeker als het zo verwoord staat zoals het in deze nota staat. Daarbij komt en dat valt mij ook op dat zo ongeveer en dan moet je naar het kaartbeeld kijken dat ongeveer alles wat groen is daarvan wordt gezegd dat de naaldbomen, dennenbomen dat die gekapt moeten worden en vervangen moeten worden door loofbomen. Eén van de aardige dingen nu van onze natuur en onze omgeving is nou juist dat het gemengd is, dat er een gemengd bos is. Waarom zouden we dat dan doen? Ik herken dat stokpaardje overigens ook op de Veluwe daar krijg ik ook zulke pleidooien te horen. Maar dat wordt dan gekoppeld aan het feit dat loofbomen meer CO2 opnemen, dat mogen dan misschien ook wel zo zijn, maar de prijs die je daarvoor betaalt, het unieke van het Gooi is in mijn ogen en ik zou zeker in de zienswijze van de gemeente Laren aandacht willen vragen voor eerder meer bescherming van de natuur dan een ontsluiting. Het tweede is om die rare, in mijn ogen een rare opmerking over het kappen van de dennenbossen eruit te halen.
Het tweede wat ik daarover wil opmerken, want ik beperk me niet alleen tot het Larens grondgebied waarop zich niet zo vreselijk veel gaat gebeuren, een beetje versterken van het centrum staat er dan ergens vaag in, maar wat er ook in staat is dat wij op de stuwwal nogal veel water kwijtraken aan het lagergelegen veenweidegebied en dan denk ik met name aan de Horstermeer. Al jaren zijn we bezig om daar wat aan te doen, maar het stuit vooral op verzet van de gemeente Wijdemeren. En dan zeggen wij, dat vind ik wel leuk: we moeten zoveel mogelijk water laten gaan infiltreren. Ja, dat is Laren Regenklaar ten voeten uit. Daar zeggen we het water vasthouden, daar zeggen we het water infiltreren. Dus wat dat betreft vind ik dat wel een uitstekende passage in de Structuurvisie. Wat mij een beetje tegenvalt, is dat op het gebied van infrastructuur er niet een veel warmer pleidooi wordt gehouden voor de metroverbinding Almere-Amsterdam, immers dat zal ook een ontlasting betekenen van de A1. Over de A1 wordt gezegd dat op termijn een capaciteitsvergroting van de A1 nodig zal zijn. Maar men zwijgt over de tunnel. Ik zal u zeggen dat in ieder geval wat mijn fractie betreft geen enkele medewerking zou moeten worden verleend aan het verbreden, de capaciteitsvergroting van de A1 op Larens grondgebied anders dan in een tunnelvariant. Dat zijn wat opmerkingen. Dank u wel, voorzitter.
De voorzitter: Bijzonder interessant. Het woord is aan de wethouder.
Pagina 38 van 50
De heer Stam: Ik wou in ieder geval Christiaan graag het woord geven. Ik wou op dat punt van die metroverbinding Almere-Amsterdam dat is natuurlijk in het MIRT wordt dat uitgebreid aan de orde gesteld. Op dit moment wordt sterk ingezet op de mogelijkheid om de verbinding Amsterdam-Almere al dan niet via een tunnel onder het IJmeer, geloof ik, mogelijk te maken en daarmee ook weer een verbinding te maken via de A27 richting Utrecht. Maar uw punt van de A1 dat deel ik, zoals u weet, maar of dat past in deze Koersdocument, ik vind dat prima. Maar de vraag is het een document wat natuurlijk met 6, 7 wethouders tot stand is gekomen en ik ben er niet in geslaagd in ieder geval dat in een paragraaf voor elkaar te krijgen. Ik denk wat het overige betreft misschien Christiaan als eerste een poging kan wagen om een antwoord te geven. De voorzitter: De heer Van Zanten heeft het woord. De heer Van Zanten. De heer Van Zanten: Dank u. Op het laatste terug te komen, we hebben natuurlijk wel als regio eerder een standpunt ingenomen, in het MIRT Oostkant Amsterdam. Daar kwam dit wel in terug van die tunnel, de verdiepte ligging. Dus daar kan ik me wel iets bij voorstellen.
Op de andere vragen over de naaldbomen, die tekening daar zijn allerlei icoontjes in geplaatst voor maatregelen die indicatief zijn, maar daarmee is niet beoogd dat het hele gebied wat hetzelfde kleurtje heeft overal de naaldbomen worden gekapt. Het is wel zo dat vanuit met name de klimaatverandering wordt voorzien dat het zou helpen als je een deel van de naaldbomen vervangt door loofbomen, omdat die gewoon minder water nodig hebben en een deel van de naaldbomen, ik denk niet dat het op Larens grondgebied zo speelt, maar een deel van de naaldpercelen in het Gooi zijn echt ooit aangeplant voor de mijnbouw en die eindigen gewoon hun levensduur, zal ik maar zeggen. Dus daar moet je tijdig wat aan doen. Het is in ieder geval niet beoogd om alle naaldpercelen, en zeker niet waar die van nature gegroeid zijn om dat allemaal te kappen. Dat zeker niet. Ik denk dat u terecht schetst hoe het met het watersysteem zit. Wij hebben inderdaad dus ook tot uitdrukking proberen te brengen dat ook voor de waterhuishouding in het Gooi het belangrijk is dat er in de Vechtstreek maatregelen genomen worden en dat het dus meer de dimensie heeft dan alleen maar in de Hostermeerpolder zelf, bijvoorbeeld. Ten slotte de groenblauwe kwaliteit, ik kan me voorstellen dat is meer een politieke vraag in hoeverre je wil dat de natuur ook recreatief gebruikt kan worden.
Wat wij wel tot uitdrukking hebben proberen te brengen is dat wij gewoon voorzien dat door de groei van het aantal inwoners, die er gewoon autonoom komt, dat die mensen behoefte hebben om ook te kunnen recreëren en daar zou je dus twee dingen voor moeten doen. De natuur die er is, zal in ieder geval robuuster moeten worden, zodat hij dat ook aankan. En je zou misschien kunnen denken aan gebieden die nu nog geen natuurgebied zijn, het kan ook weiland zijn dat je die ontsluit voor recreatie. Maar dit is wel een punt wat ik ook uit de participatie heb meegekregen van de natuurverenigingen die zeggen: je zou misschien moeten zoneren of daar terughoudend in moeten zijn. Dat is uiteindelijk een politieke vraag en die kan ik dan niet beantwoorden. De voorzitter: Het woord is aan de heer Loeff. De heer Loeff: Dank u, voorzitter. Interessant document. Ik heb begrepen dat dat aanvankelijk een beetje was ingezet als de regionale Omgevingsvisie. Nou maakt het wel heel erg lastig dat we een NOVI hebben met een bepaalde richtlijn straks, een provinciale Omgevingsvisie, een gemeentelijke Omgevingsvisie en daar zit dan nog een regionale Omgevingsvisie bij. Op zich natuurlijk goed dat er regionale doelen worden gesteld. Eigenlijk kan ik me aansluiten bij een paar punten. Uit het MIRT Oost bleek niet dat er mogelijk een verdiepte A1 zou zijn, maar dat was gewoon heel duidelijk een uitkomst.
Ik zou het heel jammer vinden als dat zou sneuvelen in dit Koersdocument. Laten we dat gewoon echt op de kaart houden en ook echt als een uitgangspunt formuleren, want er wordt wel iets gezegd over een mogelijkheid bij de A27 om die te verbreden, maar voor
Pagina 39 van 50
de A1 wordt eigenlijk gezwegen. Dus ik zou het MIRT-rapport gewoon keihard op tafel willen hebben daarin. Het andere wat mij opvalt, is dat er wordt gesproken over landschap en cultuurhistorie en dan gaat het eigenlijk over het buiten stedelijk gebied om het zo maar te zeggen. Maar als je kijkt naar de kernen dan wordt er maar op één plaats iets gezegd, met name over die kleine kernen. Eigenlijk de hele tijd is het landschap en de stad, en de stad is eigenlijk het dorp Hilversum wat verstedelijkt, maar als je kijkt naar die kernen dan staat er een stukje over kwaliteit en dat er wel iets mee zou kunnen. Ik zou eigenlijk veel meer de nadruk willen leggen op de hele hoge kwaliteit van de dorpen en een aantal wijken, want die is voor deze regio in vergelijking tot andere regio’s in den lande gewoon heel bijzonder op het gebied van identiteit, cultuurhistorie maar ook ruimtelijke ordening, hoe het er uitziet en dat zou echt een uitgangspunt moeten zijn als voorwaarde voor doorontwikkeling. Ik wil ook graag verwijzen naar de inspraakreactie vanuit de Vrienden van het Gooi, meen ik, en Tussen Vecht en Eem die daar een brief over hebben geschreven en die een aantal concrete punten hebben genoemd om ook die cultuurhistorie sterker op te nemen in dit Koersdocument. Ik zou het echt als een punt willen aandragen ook voor onze zienswijze. Dat was het, voorzitter.
De voorzitter: Wethouder, het woord is aan u. Of de heer Van Zanten. De heer Stam: Ik zal even beginnen. Ik vind dat punt van de A1, dat is door de heer De Bondt al gezegd, ik denk dat het goed zou zijn dat we in de zienswijze nog eens opnemen in de richting van de regio dat we graag die A1, niet alleen graag maar dat we die zeker in de tekst terug zouden willen zien. Ik vind het punt van mijnheer Loeff, kan mijnheer Van Zanten ook iets over zeggen, vind ik wel een interessant punt. Ik kan me wel voorstellen dat je inderdaad, er is een zekere natuurlijke neiging om te zeggen we hebben landschap en we hebben steden in dit gebied, of zoals mijnheer Loeff het dorp Hilversum, maar goed, het begint toch een beetje stads te worden als je niet uitkijkt, maar dat we inderdaad in een paragraaf wat uitvoeriger aandacht zouden kunnen besteden aan de kleine kernen, met name waar het de relatie identiteit, cultuurhistorie en ruimtelijke ordeningsontwikkeling betreft. Misschien zou Christiaan daar nog iets van willen zeggen. Ik zou daar wel een groot voorstander van zijn. De voorzitter: De heer Van Zanten. De heer Van Zanten: Jazeker, op het laatste. Ik kan wel enigszins … Laat ik vooropstellen dat niet is beoogd om die balans in het Koersdocument te laten doorslaan naar alleen voor aandacht voor de stad. Laat ik daarmee beginnen.
Wij hebben dat ook uitdrukkelijk zo bedoeld dat die balans er moet zijn. Als dat onvoldoende is dan verdient dat meer aandacht. Ik kan wel enigszins toelichten hoe dat deels kan ontstaan zijn. Wij hebben bij cultuurhistorie ook heel erg gekeken van wat is nou het regionale schaalniveau en dan kom je al gauw uit bij cultuurhistorie die gerelateerd is aan het landschap. Om een voorbeeld te geven hoe je lokaal omgaat met het beschermd stadsgezicht, met monumenten, dat is echt een autonome bevoegdheid van de gemeente wat ook niet zoveel invloed heeft op de rest van de regio en een grootschaliger landschap daar kan dat wel zo zijn. Dat is de reden dat er misschien minder staat over de beschermde gezichten en dergelijke, maar als het belang daarvan om dat wel op een verantwoorde manier te doen onvoldoende tot stand komt, is dat zeker de moeite van het aanvullen waard. Dat lijkt me ook geen enkel probleem. Ten slotte ik heb eventjes gauw het document gescand over de A1. Daar staat in het hoofdstuk over landschap, dan lees ik het even voor: als toch wordt besloten bestaande infrastructuur uit te breiden, gaat de voorkeur uit naar de A27 en vervolgens een goed ingepaste A1. Hierbij moet worden gedacht aan een verdiepte ligging en/of tunnels. Maar klaarblijkelijk vindt u dat niet afdoende terug. Dus misschien moet ik dat bij ‘mobiliteit’ ook gewoon opschrijven.
Het is in ieder geval dus wel geagendeerd. De voorzitter: Oké. Het punt is nu voor mevrouw Timmerman. Mevrouw Timmerman. Pagina 40 van 50
Mevrouw Timmerman-Hamers: Dank u wel, voorzitter. Er is al heel veel gezegd. Het kenmerk, het karakter en identiteit van Gooi en Vechtstreek, van de groenblauwe kwaliteiten dat die behouden moeten blijven, daar staan wij natuurlijk helemaal achter. Wat wij daarbij misten en dat is net ook al gezegd dat is de aandacht voor de cultuurhistorie in de kleinere kernen. Dat moet eigenlijk ook opgenomen worden. Daarnaast, mijnheer De Bondt heeft dat al gezegd, het omvormen naar dennenbossen, dat staat er inderdaad wel heel specifiek. Daar wordt dan het klimaat bij gehaald, maar als je nagaat dat naaldbomen door een hogere LAI in de winter veel effectiever zijn in het afvangen van stof en CO2, loofbomen die verliezen hun bladeren en die produceren ook nog een keertje in het najaar heel veel CO2, omdat ze bladeren die aan het rotten zijn, laten vallen. Dus daar is nog heel veel discussie over. Ik zou daar toch heel voorzichtig mee zijn. Het allerbeste kun je inderdaad gewoon gemengde bossen hebben. Daarnaast inderdaad de A1, die hebben wij hier ook staan, want wat ik op pagina 20 alleen maar vond, was de betere doorstroming van de A27 en de A1 als het over de doorstroming gaat. Wij hebben hier ook staan in zienswijze opnemen de ondertunneling, ook al komt die hier niet aan de orde, maar misschien dat we daar toch nog een keertje aandacht voor moeten vragen.
Voor de rest hebben wij eigenlijk geen rare afwijkingen of dergelijke tegengekomen, maar een herkenbare beschrijving van de situatie zoals het nu is. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Wethouder, heeft u een toevoeging? De heer Stam: Nee, ik denk dat mevrouw Timmerman een goede samenvatting geeft van datgene wat ook door anderen al naar voren is gebracht. Ik denk dat we die punten als we zo dadelijk bij de samenvatting komen nog eens even tegen elkaar moeten uitspreken om dat daar een mooie zienswijze van gemaakt zou kunnen worden. De voorzitter: Oké. Het woord is aan de heer Van den Berg. Ik wijs u erop … Ja, gaat uw gang. De heer Van den Berg: Als je zo aan het einde komt, kan je het steeds korter maken. De voorzitter: Prima. De heer Van den Berg: Sorry, voorzitter. De voorzitter: Gaat uw gang. De heer Van den Berg: Ik wilde grote complimenten maken aan de inbreng van de VVD-voorman en Larens Behoud-voorman. Ik denk dat zij een hele mooie aftrap hebben gegeven. Zo mooi dat mevrouw Timmerman hem net zo mooi kon samenvatten. Ik me daarbij aansluit als CDA. Een paar details er nog uitlichten. Wat je ziet in die discussie, die de heer De Bondt aansnijdt, het kappen van naaldhout is dat dat soms een gedaante krijgt van het rücksichtslos kappen en niet kijken naar wat er op dat moment aan houtproductie staat.
Een mooi voorbeeld daarvan is langs de Hilversumseweg waar mooie percelen met douglassparren stonden die hadden makkelijk nog 10 of 15 jaar kunnen staan en dan hadden zijn nog meer mooiere opbrengst gegeven, maar die moeten dan weg omdat het zogenaamd exoten zijn. Dat is een discussie die voor een bosbouwer gruwelijk is. Dus ik sluit me daar van harte bij aan, mijnheer De Bondt. Ik meen dat ook echt serieus, de aftrap die u heeft gegeven en ook voor de heer Loeff en ik begrijp van mevrouw Timmerman ook dat we daar eenduidig in zijn, dat we echt die zienswijze fors gaan aanzetten, niet om het u moeilijk te maken, wethouder, maar vooral omdat ik hier een heel grote eenduidigheid bespeur. Met betrekking tot de A1 zou ik één warm pleidooi erbij willen toevoegen. Christiaan Van Zanten gaf net al aan onder ‘landschap’ staat het wel, niet onder ‘mobiliteit’. Ik denk dat hij gelijk heeft. Het moet zeker onder ‘mobiliteit’, want als het onder ‘landschap’ Pagina 41 van 50
blijft staan, kan daar zomaar de suggestie gaan dat het ons in het mooie Gooi alleen maar om de schone verschijning gaat en dat we iets niet willen zien wat er wel is, maar het gaat ons wel degelijk gewoon om een ontsluiting. Bij ‘mobiliteit’ zou ik dan ook graag willen noemen, heel ver vooruitstrevend, de heer De Bondt noemde de metro tussen Almere en Amsterdam, maar ik wil toch ook wel een warm pleidooi houden dat wij in de hele verre toekomst een metroverbinding Amersfoort-Amsterdam ook denkbaar moet zijn. Soms kan je niet vroeg genoeg beginnen met dingen te noemen, want het aquaduct bij Weesp en Muiden is in de jaren ‘80 genoemd en het is pas een paar jaar geleden erin gekomen. Ik zou het warme pleidooi, en ik hoop dat andere partijen daarin meegaan, ook in de zienswijze meenemen. Het is er nog lang niet, maar laten we maar een stukje visie in dit Koersdocument aangeven. Tot zover. De voorzitter: Dank u wel, zeer duidelijk. Wethouder. De heer Stam: Ja, ik heb daar weinig aan toe te voegen. Ik denk dat … Of ik hoor graag van anderen of al vergezichten tot 3000 ook moeten meenemen. Dat is natuurlijk wel heel ver weg, metro’s van Amsterdam naar Amersfoort. Samen met Rutte houd ik wel van visie, maar het moet ook niet te ver vooruitgaan. De toekomst is ook niet meer wat het geweest is, wat dat betreft.
Maar goed, als u vindt dat het moet worden opgenomen, zullen we daar een pleidooi voor houden. Natuurlijk. De voorzitter: Als laatste is aan het woord de heer Grunwald. De heer Grunwald. De heer Grunwald: Dank u wel, voorzitter. Ik zal geen dubbele vragen meer stellen, maar aanvullende vragen. Allereerst er is bij ons de vraag Weesp wordt nog veelvuldig genoemd in het document. Als Weesp te zijner tijd geen deel meer uitmaakt van deze regio, wat bijna al zover is, wat gebeurt er dan met het document en de inhoud daarvan. Dat is één vraag. Ik heb nog één opmerking in ieder geval. In het document staan er allerhande grootschalige uitdagingen beschreven die we willen realiseren en men komt op bladzijde 19 zo’n beetje tot de vraag: moeten we dan een spoorcorridor realiseren of kiezen we voor een centrumstad Hilversum? De oplossing is natuurlijk om alles een stuk makkelijker te realiseren van het creëren van één regiogemeente. Dus bedankt, voorzitter. De voorzitter: Dank u zeer. Ja, wethouder, wat vindt u daar nou van, zo laat in de avond? De heer Stam: Het is een consistent D66-verhaal, laat ik er dat van zeggen in ieder geval. De voorzitter: Dat is al op zich waardevol. De heer Stam: Ik begrijp dat de heer Grunwald u overtuigd heeft. Ik denk zelf als ik het zo mag inschatten dat het niet in de zienswijze gedeeld door de meerderheid van de raad terecht zal komen.
Ja, voor de rest, de positie van Weesp waarnaar gevraagd wordt, dat is duidelijk. Die zullen zich uiteindelijk afscheiden van de Gooi en Vechtstreek. Alhoewel ze wel op een aantal onderdelen toch deel blijven nemen aan een aantal gezamenlijke activiteiten, maar tegelijkertijd zal Weesp, hebben wij evengoed met de MRA natuurlijk nog steeds met Amsterdam te maken, want die bepaalt natuurlijk toch voor een belangrijk deel niet alleen ons lot, maar het hele lot in de hele MRA. Het hele punt wat er aan de hand is op dit moment, waar ik al eerder op inzoomde, het punt van Almere. Almere is één van de grote groeikernen nog steeds in Nederland en daar wil men natuurlijk een enorme uitbreiding doen en de verbinding met Amsterdam voorrang geven en dat doet men blijkbaar door de A1 daarachter aan te laten sluiten. Dan zijn wij wat dat betreft toch een kleine speler die betrekkelijk weinig lobby in de melk te brokkelen heeft. Mijn conclusie zou zijn: laten we in ieder geval een zienswijze maken waarin we nog eens aandacht vragen voor de cultuurhistorische kant van de kleine kernen. Pagina 42 van 50
Dat we proberen die A1 niet alleen landschappelijk, maar ook qua mobiliteit nog te benadrukken. Dat we aandacht vragen voor het evenwicht tussen naaldbomen en loofbomen en dat we nog eens kijken naar de spanning die er bestaat tussen landschap en de stad, waar het gaat om ontsluiting, waar mijnheer De Bondt op wees. Ik weet niet, Christiaan, of het de bedoeling is dat wij die zienswijze indienen of dat jij zegt nou die zienswijze neem ik wel mee onder mijn arm en ik maak er een mooi verhaal van. Hoe zie jij het voor je? De voorzitter: De heer Van Zanten. De heer Stam: Want ik wil er nog één keer mee naar de raad, natuurlijk. De voorzitter: Mijnheer Van Zanten, kunt u daar … De heer Van Zanten: Ik kan daarop antwoorden, voorzitter. We hebben regionaal afgesproken dat de raad zich moet uiten door hun wensen en bedenkingen in te dienen en dat zou feitelijk nu moeten. Het raadsvoorstel is, uit m’n hoofd, ‘geen wensen en bedenkingen’ en dan zou u gevraagd worden om een amendement in te dienen wat dan luidt ‘wel wensen en bedenkingen’ in te dienen en dan te weten, en dan het lijstje wat de wethouder net gaf. Dat komt voort uit de aanbevelingen die door de raadswerkgroep, die heeft nagedacht over de verbetering van de regionale processen onder leiding van uw burgemeester is gedaan, namelijk dat het in iedere raad op dezelfde manier bij zo’n regionaal proces gedaan wordt.
Vandaar dat in dit geval de meest formele weg eruit gekomen is. Maar goed, ik ben natuurlijk niet het hoofd en uw ambtenaar ook niet. Dus als wij weten wat er aankomt, kunnen wij natuurlijk alvast aan de gang gaan en nadenken hoe wij dat gaan verwerken. De heer Stam: Zullen we het volgende afspreken, mijnheer de voorzitter, als u het goedvindt? De voorzitter: Ja. De heer Stam: Dat wij binnen Laren met ambtenaren zal overleggen, Marjolein die hier ook is, in hoeverre wij wensen en bedenkingen kunnen samenstellen in een nota en dat nog één keer met de raad zullen communiceren om het vervolgens aan te bieden aan de regio. De voorzitter: Voortreffelijk. Maar dat betekent dat volgende week in de raad, de raad die kan dan, neem ik aan, een besluit nemen hangende een kennisname van het resumé wat u ook net gemaakt hebt. De heer Stam: Ja, dat wil zeggen … De voorzitter: Ik wil het graag volgende week in de raad besluiten. De heer Stam: Dat begrijp ik, maar u moet mij even de gelegenheid geven om dat ambtelijk even te overleggen, daar zal ik met mevrouw Van der Marel even moeten praten of zij in staat is dat de komende dagen te doen. Mocht dat lukken dan zal ik proberen dat op tijd aan de raad aan te leveren. U moet mij even die gelegenheid geven om dat te onderzoeken. De voorzitter: Oké.
Mocht dat niet lukken, begrijp ik, dan moeten we eventueel volgende week bij de raad besluiten om dat aan te houden tot de volgende maand bijvoorbeeld. Maar kan dat? De heer Van den Berg: Voorzitter, ik hoorde mijnheer Van Zanten, dacht ik toch net iets anders zeggen. Ik dacht dat hij zei dat wij volgende week dan in een amendement kunnen aangeven dat wij nog met een aantal, Pagina 43 van 50
ik noem dat maar even voorstellen of visies of opmerkingen komen, maar dat hij dan nog niet op dat moment helemaal uitgewerkt hoeft te zijn, maar als we dat op die manier doen wij voldoende duidelijk maken dat hij nog aan de slag moet. Maar misschien moet hijzelf zeggen of ik dat goed heb geïnterpreteerd. De voorzitter: Prima. Maar is dat aanvaardbaar voor de wethouder respectievelijk voor de heer Van Zanten? De heer Van den Berg: Ik meen gehoord te hebben dat de heer Van Zanten zei: als u volgende week via een amendement aangeeft dat u een aantal zaken gaat oppakken dan hoeft … De voorzitter: Prima. Ik heb geen enkel probleem … De heer Stam: Laten we even voor de duidelijk vaststellen wat de heer Van Zanten precies bedoelt, als dat inderdaad is een amendement, dan ben ik het er helemaal mee eens. Prima. Dan zijn het wensen en bedenkingen vervat in een amendement. Dat kan heel goed. De voorzitter: Oké. De heer Stam: Is dat de bedoeling, Christiaan? De heer Van Zanten: Dat is precies de bedoeling. Want het raadsvoorstel is nu ‘geen wensen en bedenkingen indienen’. Dat is niet het raadsvoorstel wat u wenst. Dus dan moet u van dat besluit maken ‘wel wensen en bedenkingen indienen’ en dan moet de inhoud er ook wel gelijk bij. U kunt natuurlijk wel aangeven … en u geeft natuurlijk de wethouder dat mee.
U hoeft niet exacte tekstvoorstellen of zo te doen hoe het in het koersdocument moet. We hebben natuurlijk goed geluisterd en uw wethouder ook, dat zullen wij gewoon adequaat doen, tenzij u natuurlijk wel precies een tekst wil dan moet u dat wel uit. De voorzitter: Nee, duidelijk. De heer Stam: Nogmaals, dat is mij duidelijk. Ik ga proberen om voor de raad van komende week dat nog voor elkaar te krijgen en daar heb ik wat ambtelijke steun voor nodig en dat ga ik proberen zo snel mogelijk te regelen. De voorzitter: Oké. Maar dan begrijp ik dus dat volgende week … De heer …: ‘…’ (buiten microfoon). De voorzitter: Mag ik even. Ik begrijp nu uit het geheel dat gepoogd zal worden door de wethouder om in de komende dagen in overleg met de ambtenaren nog een papier op tafel te leggen wat er uiteindelijk toe zal leiden dat de raad volgende week zal besluiten om te besluiten wel wensen en bedenkingen in te dienen en dat dus de raad besluit in die zin. Heb ik dat goed begrepen? De heer Stam: Ja, wat mij betreft wel. De heer Van den Berg: Voorzitter. De voorzitter: Mijnheer Van den Berg nog even.
Pagina 44 van 50
De heer Van den Berg: Voor de formele kant, voorzitter, zijn volgens mij wij als politieke fracties in de raad aan zet om het amendement, zeg maar, formeel in te brengen. Ik stel mij zo voor dat alle partijen die daaraan mee willen doen na gaan denken over dat amendement, misschien wel een aantal teksten alvast. Het is goed dat de wethouder met de ambtenaren een flink stuk van de uitvoering op zich neemt, maar ik denk dat we hier ook heel goed en duidelijk is dat we vanuit een paar fracties, die feitelijk hetzelfde willen, ook even meedenken en misschien wat teksten aanleveren, zodat het ook echt van de gemeenteraad wordt, zodat de wethouder daarmee zich ook extra gesteund voelt. ‘…’ (buiten microfoon). De voorzitter: Nu moet ik toch echt even duidelijkheid hebben. Ik begrijp dat het college gehoord hebbende de discussie vanavond met een tekst zal komen die beoogt tot een soort amendement te komen. Dat wordt vervolgens uitgedrukt in de uitdrukking ‘te besluiten wensen en bedenkingen te uiten’. Die bedenkingen betekenen dus in feite de ‘…’ van het college. Als we nu van beide kanten gaan werken, lijkt me dat niet noodzakelijk een verduidelijking worden. Mijnheer De Bondt, u schudt en u krijgt het woord, mijnheer De Bondt. Mevrouw Timmerman-Hamers: Voorzitter. De voorzitter: Nee, mijnheer De Bondt krijgt dadelijk het woord.
Als we nu vaststellen dat het college gehoord heeft de opmerkingen van de raad en het college gaat in het licht daarvan een document samenstellen wat ons in staat stelt volgende week daar een akkoord aan te geven. Dan is er toch geen probleem. De heer De Bondt. De heer De Bondt: In de eerste plaats, het raadsvoorstel waarin nu staat dat wij geen zienswijze … De voorzitter: Dat verandert dus. De heer De Bondt: Dat kan op twee manieren. Het college kan het wijzigen in een vervolgvoorstel. Het kan ook via een amendement door de fracties worden ingebracht. De voorzitter: Prima, allebei goed. De heer De Bondt: Dat is één, dat moet gebeuren. Twee is dat er door verschillende fracties in grote overeenstemming op het plan een aantal punten zijn ingediend die als zienswijze moeten ‘…’. Ik kan me voorstellen dat we beide doen. In de eerste plaats wordt deze discussie nu al ambtelijk meegenomen naar de regio en kunnen wij, dat kan ook best in januari onze zienswijze vaststellen in de gemeenteraad, want het is wel heel erg kort dag om binnen pakweg vijf werkdagen een zienswijze te formuleren die ook nog een wervend karakter heeft naar andere gemeenten. De voorzitter: Dus uw laatste voorstel is in feite om daarmee het raadsbesluit uit te stellen tot januari. De heer De Bondt: Ja. Nee, het raadsbesluit wijzigen we. ‘…’. Dat is het raadsbesluit.
Dan kunnen wij die zienswijze best wat later vaststellen. De voorzitter: Oké. Prima, als dat kan, ik heb er geen problemen mee. Is dat aanvaardbaar voor de heer Van Zanten? Werkbaar, bedoel ik. De heer Van Zanten.
Pagina 45 van 50
De heer Van Zanten: Uiteindelijk gaat uw raad over uw eigen agenda en wanneer u een besluit neemt. Ik kan alleen zeggen wat nu in de planning staat en dat is wel het idee dat we in ieder geval in december op inhoud zodanig veel van de raden weten en het liefst natuurlijk met vastgestelde wensen en bedenkingen dat wij in januari in het portefeuillehouders overleg een discussie over kunnen houden. Dat is wat ik kan meegeven vanuit de planning. Gelet op de grote eenduidigheid kan ik wel een tussenvorm voorstellen, maar dat wil ik dan aan de wethouder laten. Mevrouw Timmerman-Hamers: Voorzitter. De voorzitter: Goed. Mevrouw Timmerman. Mevrouw Timmerman-Hamers: Ja, zouden we het niet zo kunnen doen dat we inderdaad het voorstel amenderen van niet een zienswijze naar wel een zienswijze en dan die zienswijze pro forma erbij, gewoon drie of vier puntjes waar we het dan over gaan hebben en dan kunnen we dat later aanleveren. Dan is de inhoud al bekend … De voorzitter: Dat bedoel ik, dat is wat ik eerder bedoelde te zeggen. We hebben een raadsbesluit genomen. We hebben alleen nog een zienswijze aangekondigd. Prima, geen problemen. Daarmee blijft het raadsvoorstel op de agenda van volgende week. Daar gaat het om. Wij gaan het raadsvoorstel behandelen. Ja, oké. De heer Stam: Mag ik nog even proberen heel praktisch te zijn.
Ik begrijp uit wat de heer De Bondt en mevrouw Timmerman zegt, wij dienen een amendement in om geen zienswijze te schrappen en over te gaan tot een zienswijze. Ik ben bereid, dat zeg ik nu tegen de raad om u gehoord hebbende en mevrouw Van der Marel heeft ook goed geluisterd, om de komende dagen een voorstel naar de raad te doen toegaan, dat is helemaal niet ongebruikelijk natuurlijk. Het is misschien wel niet zo dualistisch, maar dat is toch niet ongebruikelijk. Aan u een voorstel te doen hoe wij nou kijken, de discussie gehoord hebbende en dan kunt u er wat van vinden en kunt u op tijd aanleveren voor de raad, dat is nou precies wat wij bedoeld hebben dan zegt u dat is fijn, stuurt u die zienswijze maar naar de regio. En als u vindt dat het nog niet helemaal compleet is, kunt u er altijd nog op corrigeren. Dan kan mijnheer Van Zanten verder met zijn nobele werk en kunnen wij in januari of februari verder met het maken van een nog betere contourennota. De voorzitter: Duidelijk. Helemaal helder. We zijn het erover eens. Dan kunnen we dit punt afsluiten. De heer Stam: Mag de heer Van Zanten weg, want die kan wel weg, hè? De voorzitter: Ja, Oké. Goed. Mag ik de heer Van Zanten bijzonder dankzeggen dat hij ook op later tijdstip nog steeds uitermate helder heeft bijgedragen aan deze discussie. Mijn complimenten ook aan u. Dank u zeer, mijnheer Van Zanten, voor uw bijdrage.
7.4 Grondbeleid 2021-2031 De voorzitter: Dan komen wij bij het een-na-laatste punt van de agenda, te weten het Grondbeleid 2021-2031. Wetende dat 10 jaar geleden ook een notitie was, is het college gehouden een actualisering daarvan te maken. Die ligt nu op tafel. Wij worden geacht daar een mening over te hebben, wetende dat het punt mogelijkerwijs ook in de raad nog weer aan de orde zou kunnen komen als bespreekpunt. Maar het is aan u. Zullen we rekening houden ook met de tijd, het is tien over elf, om op een straffe wijze te werk te gaan om nog even hier iets over te zeggen. Het woord is aan mevrouw Timmerman. Pagina 46 van 50
Mevrouw Timmerman-Hamers: Dank u wel, voorzitter. In januari hebben wij een presentatie gekregen, een PowerPointpresentatie over de beginselen van het grondbeleid, dat was als voorbereiding eigenlijk hiervoor. Tenminste dat neem ik aan. Er werd toen ook gezegd, ik hoor mezelf echoën, dat de raadsleden nader geïnformeerd zouden worden en kunnen aangeven welke aandachtspunten ze daarin wilden hebben. Wij hebben daarna eigenlijk niets meer gehoord. Nu krijgen we … Dat ging eigenlijk over een Nota Grondbeleid 2020-2023. Nu krijgen we een, ik ben ook een beetje in de war eigenlijk een Grondbeleid ‘21 – ‘31 voor 10 jaar. Het is ook niet van het bureau dat destijds de presentatie gaf, want ik zie alleen maar de gemeente erop staan. Er is destijds gezegd: de oude hoeft alleen maar geüpdatet te worden. Mijn vraag is eigenlijk: is dit nu een update van de oude van 2008 met oog op nieuwe wet- en regelgeving en dergelijke of is dit een hele nieuwe? Want die uit 2008 toen was het nog niet digitaal, die hebben we er natuurlijk niet bij. Dus dat is eigenlijk mijn vraag. De voorzitter: Oké. Wethouder, hoe zit met de status van dit document? De heer Stam: Ik denk dat het goed is als mijnheer De Jong, die is er nog geloof ik, dat even toelicht. Het begint met het feit dat de accountant ons verplicht om met een nieuw geüpdatet grondbeleid te komen.
Het is in die zin een beperkt beleid omdat we eigenlijk helemaal geen grond hebben van enige omvang. Als je Almere bent dan is grondbeleid wel een heel ander ding dan in Laren. Maar het is denk ik goed als Huub nog nader toelicht hoe dat tot stand is gekomen. De voorzitter: Mijnheer De Jong. De heer De Jong: Laat ik vooropstellen dat het overgrote deel van dit document is geschreven door het bureau wat we ingehuurd hebben. Ja, een update, het is wel gewoon een nieuwe tekst. We hebben dus niet de oude nota gepakt en daar een paar woorden veranderd, maar we hebben gewoon gezegd: we willen wel een volledig nieuwe tekst, omdat er ook wetgeving is veranderd en het coalitieakkoord is veranderd et cetera, et cetera. Het zijn gewoon aanpassingen. Inhoudelijk gaat u geen nieuwe koers varen. Dat is het belangrijkste, want ook het oude Grondbeleid uit 2008, wat dus eigenlijk meer dan 10 jaar gegolden heeft, ging uit van situationeel grondbeleid. Eenvoudig gezegd komt het erop neer dat afhankelijk van de situatie wordt er iets uit gereedschapskist van het Grondbeleid gehaald om de doelen van de gemeente te bereiken. In veel gevallen, omdat de gemeente geen grond heeft en ook vaak geen grond koopt, zal de gemeente de doelen proberen te bereiken door afspraken te maken met ontwikkelaars. Vaak gaat dat over kosten en het gaat soms ook over bijdragen in woningbouw et cetera.
Als de gemeente … De voorzitter: Nu hoor ik niks meer. Nu hoor ik niks meer. De heer Van den Berg: De heer De Jong valt stil. Het beeld valt stil. De voorzitter: Mijnheer De Jong, u bent even onbereikbaar. Misschien kan de wethouder het even overnemen in afwachting dat mijnheer De Jong weer aansluiting zoekt? De heer Stam: Wat ik even zal proberen om even een appje te sturen om te kijken wat er aan de hand is. Als u misschien mij even de kans geeft om dat te doen. De heer …: Het beeld is bevroren. De heer Stam: Ik hoop mijnheer de Jong niet. Pagina 47 van 50
‘…’ (buiten microfoon). De voorzitter: Ik wijs er wel op dat het kwart over elf is. De heer Stam: Hij is er uitgegooid. Hier is hij weer. De heer De Jong: Ja, ik ben er weer. De heer Stam: Je was net een vurig pleidooi aan het houden. De heer De Jong: Er wordt voorgesteld dat in bepaalde situaties kan het college kiezen om een bepaald instrument te gebruiken en als ze dat instrument gaan gebruiken, zullen ze altijd in overleg treden met de gemeenteraad om dat instrument te gebruiken. Een goed voorbeeld daarvan is, is grondaankoop. Gaat de gemeente grond aankopen of niet? Dat doen ze alleen in uiterste situaties, uiterste noodzaak als de gemeenteraad vindt dat er een bepaald belang op een ander manier niet gerealiseerd kan worden. De voorzitter: Dat is duidelijk. Wilt u nog meer zeggen, mijnheer De Jong? U bent weer weg. We hebben allemaal het document gelezen, hoor. De heer De Jong: Misschien was het iets te uitgebreid wat ik zei. De voorzitter: Nee, nee, prima. U was uitstekend. De heer De Jong: De twee nota’s komen dus eigenlijk overeen met elkaar. De voorzitter: Ja, oké. Er zit geen essentieel verschil in de benadering van 2008 en die van vandaag. Oké. Wethouder, wilt u nog verder iets toevoegen, wethouder? De heer Stam: Ik denk dat het nu verder aan de raad is of de commissie om het woord te voeren. De voorzitter: Wij zijn nu bij de heer Grunwald.
De heer Grunwald: Dank u wel, voorzitter. Ik zal het kort houden. Technisch gesproken hebben wij daar geen vragen of opmerkingen over. Prima. Beleidsmatig wordt wel gerefereerd aan afspraken die op bestuurlijk niveau zijn gemaakt bij de vorming van het college, dat die richtinggevend zijn en dan komt naar voren termen als ‘zelfstandig’ en ‘kwalitatief dicht bij de burger’, waarbij wij natuurlijk moeite hebben met de term ‘zelfstandig’. Want je kunt betere resultaten boeken als je dat samen met anderen doet, in die zin. Dat blijft gewoon. Kwalitatief dicht bij de burger, dat is in dit kader heel nietszeggend. Waar gaat het dan over? Maar goed, technisch gesproken is het wel in orde wat ons betreft. Dank u wel. De voorzitter: Het woord is aan de heer Van den Berg, begrijp ik die wil ook nog een steen bijdragen. De heer Van den Berg. De heer Van den Berg: Ja, dank, overigens aan de heer De Jong voor zijn toelichting, dat er eigenlijk niet zoveel verandert. Ik denk dat we alleen moeten nadenken dat het woord grondbeleid een beetje, zeg maar, ons op een verkeerd been kan zetten, want het heet Grondbeleid. We hebben inderdaad geen grond, zegt de wethouder. Dat klopt. We hebben wel wat grond, maar daar zullen we weinig mee doen. Harmen Vosweg, de locaties die er allemaal genoemd worden, allemaal helder. Ik begrijp hieruit dat de wethouder zegt: ik heb Pagina 48 van 50
prima met dat oude beleid uit de voeten gekund. De link wordt nu gelegd naar de Omgevingswet. Maar waar ik eigenlijk aan denk is veel meer ook en dat is de vraag ook meteen is eigenlijk in het stedelijke. Ik noemde net de sporthallen. Maar zo kun je toch ook denken aan de voormalige locatie van het Chinese restaurant, maar bijvoorbeeld ook aan college de Brink. Grondbeleid is ook eigenlijk een vorm van hoe ga je plannen ontwikkelen en heb je dan voldoende instrumenten ter hand. Dus ik zou graag willen weten of het in het Larense geval, juist dat, dat binnenstedelijke, vind ik een raar woord voor een dorp, juist dat voldoende aangescherpt is. Want hoe je het ook wendt of keert, daar weten we gewoon uit de praktijk dat daar de projectontwikkelaars rondlopen. Hier worden geen weilanden volgebouwd in Laren, maar hier worden panden herontwikkeld. Dus ons grondbeleid moet vooral gericht zijn op het gebouwde vastgoed en daar zou ik graag van de wethouder, schuine streep, van de heer De Jong of dat ook voldoende is meegenomen in deze notitie, in dit grondbeleid. De voorzitter: Wethouder, wethouder. De heer Stam: Mijnheer De Jong zie ik nu niet. Maar hij is er nog wel. De vraag met dit soort zaken, dat is natuurlijk waar. Maar tegelijkertijd weten we ook dat het voor de gemeente, we hebben niet alleen weinig grond, maar we hebben ook geen enorm gevulde kassen.
Dus om zelf nou even de Rabobank te kopen of dit soort dingen uit te halen, dat kunnen we natuurlijk best overwegen. Dat kunnen we natuurlijk alleen maar doen als we dat met de raad zouden doen en we zouden het pas kunnen doen als we echt bereid zijn bedragen op tafel te leggen die blijkbaar de ronde doen als je over dit soort projecten praat. Dus ik weet niet in hoeverre Huub het gevoel heeft dat daar voldoende mogelijkheden in de nota voor zitten. De voorzitter: De heer De Jong nog. De heer De Jong: Kijk die mogelijkheden die zitten allemaal in de nota. Alleen de wethouder geeft precies aan waar de schoen wringt. De gemeente moet als de gemeenteraad daartoe besluit, kan de gemeente op zicht wel actief worden in het aankopen van panden en daar een bepaalde bestemming aan toekennen en zelf ook ontwikkelen. Mogelijkheden zijn er wel en die staan ook de Nota Grondbeleid. De gemeenteraad zal daar dan een besluit over moeten nemen, maar de mogelijkheden in Laren zijn beperkt en zeker gelet op de financiële positie van de gemeentes zijn die mogelijkheden beperkt. De voorzitter: Oké. Ik denk dat het helder is. Mag ik besluiten om dit als een bespreekpunt door te sturen naar de raad? Of wilt u daar een hamerstuk van maken? Ik neem aan een bespreekpunt, want het is toch een belangrijk onderwerp wat we misschien even politiek een bespreekpunt maken. Oké, dan zijn we het daarover eens.
Dan dank ik de heer De Jong die iedere keer die trap opliep. Ik denk hij gaat nu naar bed, maar iedere keer kwam hij weer terug. De heer De Jong: Nee, ik bleef erbij. De voorzitter: Even goed. Wij zijn u zeer erkentelijk voor uw uithoudingsvermogen. De heer De Jong: Maar nu ga ik wel weg. 8.
Rondvraag De voorzitter: Dat begrijp ik, maar wij nog niet, want we hebben nog de rondvraag. Wie waagt het nog om aan de rondvraag deel te nemen? Dat is blijkbaar niet het geval. Pagina 49 van 50
9.
Sluiting De voorzitter: Dan mag ik de commissieleden bedanken voor hun voortreffelijke constructieve discussie van deze avond en zeker voor hun uithoudingvermogen. De wethouder is u uitermate dankbaar dat u zo gedisciplineerd bent opgetreden. Dank u zeer. De vergadering is bij deze gesloten. Goedenavond.
Pagina 50 van 50