CConstaterende datLansingerland
Koppel je AI →
Document · PDF

[T26.00370] Rekenkamerrapport 'Zicht op Wmo-ondersteuning'

Gemeenteraad 26 februari 2026, gemeente LansingerlandBij agendapunt: Rekenkamerrapport 'Zicht op Wmo-ondersteuning' (mogelijk amendement CU)23.862 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

zicht op Wmo-ondersteuning onderzoek naar het zicht op de kwaliteit en resultaten

o

Rekenkamer Lansingerland

zicht op Wmo-ondersteuning onderzoek naar het zicht op de kwaliteit en resultaten

Rekenkamer Lansingerland

Rekenkamer

Lansingerland

samenvatting

Gemeenten zijn op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo 2015) verantwoordelijk voor het ondersteunen van kwetsbare inwoners, bijvoorbeeld met hulp bij het huishouden of woningaanpassingen. Het doel is dat mensen zo lang mogelijk zelfstandig thuis kunnen blijven wonen en actief blijven deelnemen aan de maatschappij. Gemeenten moeten ook toezicht houden op de kwaliteit van de geleverde Wmo-dienstverlening. Daarnaast is het wenselijk dat gemeenten voldoende zicht hebben op de uitvoering van de Wmo, zodat ze de passendheid van voorzieningen en het beleid kunnen monitoren. Daarom onderzocht de rekenkamer in hoeverre de gemeente Lansingerland zicht heeft op de kwaliteit en de resultaten van de uitvoering van de Wmo. De rekenkamer constateert dat de gemeente Lansingerland weliswaar een goede structuur heeft opgezet om zicht te houden op de kwaliteit en resultaten van de uitvoering van de Wmo, maar dat deze structuur in de praktijk nog onvoldoende werkt. De gemeente spreekt aanbieders niet structureel en haalt signalen van cliënten niet proactief op. Bovendien zijn beleidsdoelen niet geoperationaliseerd, is de monitoring van de Wmo vooral gericht op financiën en is de informatie aan de gemeenteraad over de Wmo voor een groot deel financieel van aard. Ten slotte zijn de afspraken over kwaliteit en verantwoording met aanbieders van Wmo-voorzieningen te beperkt.

De rekenkamer formuleert twee groepen aanbevelingen. Allereerst minimaal noodzakelijke verbeteringen: 1 Haal signalen proactief op a Haal proactief signalen op bij gebruikers van voorzieningen. b Voer een gesprekkencyclus in waarbij de gemeente minimaal jaarlijks in gesprek gaat met aanbieders. 2 Geef inzicht in resultaten a Operationaliseer beleidsdoelen zodat monitoringsinformatie gebruikt kan worden om te reflecteren op de resultaten van de Wmo-voorzieningen. b Besteed in de informatie aan de raad niet alleen aandacht aan financiën, maar ook aan de beleidsdoelen en de resultaten van de Wmo. Daarnaast formuleert de rekenkamer een aantal verbeteropties. Deze bieden kansen om het contractmanagement naar een hoger niveau te brengen. De gemeenteraad moet bepalen welke ambitie zij nastreeft en welke investeringen zij wil doen in het contractmanagement: 3 Ontwikkel een afwegingskader waarmee de gemeenteraad geld en capaciteit kan afwegen tegen het realiseren van beleidsdoelen. 4 Besteed in dat afwegingskader aandacht aan:

Rekenkamer

Lansingerland a Professionalisering van informatie- en registratiesystemen. b Duidelijke kwaliteitsafspraken met aanbieders van algemene voorzieningen. c Duidelijke verantwoordingsafspraken met aanbieders van maatwerkvoorzieningen.

4

Zicht op de kwaliteit en resultaten Wmo-ondersteuning

n

Rekenkamer Lansingerland

samenvatting

3

bestuurlijke nota

7

1

inleiding

9

2

bestuurlijke conclusies

11

' -. hoofdconclusie 2 -2 deelconclusies

11 11

3

aanbevelingen

14

4

bestuurlijke reactie

17

5

nawoord

21

nota van bevindingen

22

inleiding

23

aanleiding doel en vraagstelling doelstelling centrale vraag en deelvragen afbakening aanpak leeswijzer

23 23 23 24 24 24 25

1 -1 i 2 1-2-1 I -2-2 2-2 l-l J-.ī

2

context 2-1 inleiding 2 2 landelijk beleid en ontwikkelingen 2 - 2 -'! decentralisaties sociaal domein 2-2-2 uitgangspunten en verantwoordelijkheden 2-2-5 maatwerkvoorzieningen en algemene voorzieningen 2-2-1 zorg in natura of persoonsgebonden budget (pbg) 2-3 lokale inrichting en uitvoering van de Wmo 2 - 2 -1 vrije beleidsruimte voor gemeenten 2-5-2 beleidsstructuur sociaal domein gemeente Lansingerland 2- 3-5 toegang tot Wmo-voorzieningen 3- 3-1 maatwerkvoorzieningen en contractvormen 2-1 toezicht en kwaliteitsverantwoordelijkheid binnen de Wmo 2-3 -1 de gemeentelijke kwaliteitsverantwoordelijkheid 2-' -2 wettelijk Wmo-toezicht 2-1-5 gemeentelijke zicht op kwaliteit

3 5

kwaliteitsafspraken en kaders

Zicht op de kwaliteit en resultaten Wmo-ondersteuning

27 27 27 27 27 28 28 29 29 29 30 31 34 34 34 34 35

n

Rekenkamer Lansingerland

3-5

inleiding 35 algemeen kwaliteitskader 35 wettelijke kwaliteitseisen voor aanbieders 35 kwaliteitseisen maatschappelijke ondersteuning door gemeente 36 Het opstellen van kwaliteitsafspraken 36 kwaliteitsafspraken met aanbieders van maatwerkvoorzieningen 37 afspraken in alle overeenkomsten 37 individuele begeleiding, dagbesteding en kortdurend verblijf 38 begeleiding mantelzorgers 41 Hulp bij het huishouden 42 vervoer 43 hulpmiddelen 45 woningaanpassingen (trapliften) 46 kwaliteitsafspraken met aanbieders van algemene voorzieningen 48 sociaal medische advisering 48 samenvatting 49

4

gemeentelijk zicht op de uitvoering

51

t- j -7'-1 -7-7 .-7 7-7-' -7-7' 7-7-7 7-1

inleiding organisatiestructuur contractmanagement functies en overlegstructuur gemeentelijke zicht op de uitvoering overeenkomst uitvoering evaluatie samenvatting

51 51 51 53 55 55 56 59 60

3-1 3-2 3-2-1 3-2-2 3-2-3 3-3 3-3-1 3-3-2 3-3-3 3-3-4 3-3-5 3-3-6 3-3-7 3-4

3-4-1

5 gemeentelijk zicht op resultaten 5-! 5-7 5-3 5-3-1 .7-7-2 .7-1 .7-7

inleiding operationalisering beleidsdoelen monitoring resultaten kwantitatieve monitoring kwalitatieve monitoring Wmo-toezicht samenvatting

6 bestuurlijke doorwerking en rol van de gemeenteraad 6-'!

6-7 6-7--1 6-3

biilcge 7 b i7.:fįe 7 -

6

61 61 61 62 62 63 63 63 64

inleiding informatievoorziening naar de raad observaties, bevindingen en meldingen sturing vanuit raad samenvatting

64 64 65 66 66

bijlagen

67

onderzoeksverantwoording geraadpleegde bronnen :ill:o[l||ľe||

68 73 75

Zicht op de kwaliteit en resultaten Wmo-ondersteuning

bestuurlijke nota

n

Rekenkamer Lansingerland

1 inleiding Op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo 2015) zijn gemeenten verantwoordelijk voor het ondersteunen van kwetsbare inwoners. Het gaat hierbij bijvoorbeeld om ondersteuning thuis, zoals hulp bij huishouden of woningaanpassingen. Het doel van deze ondersteuning is dat mensen zo lang mogelijk thuis kunnen blijven wonen en deel kunnen nemen aan de maatschappij.1 Gemeenten zijn naast de uitvoering van de Wmo, ook verantwoordelijk voor het toezicht op de ondersteuning die aanbieders leveren. Daarnaast is het wenselijk dat gemeenten voldoende zicht hebben op de uitvoering van de Wmo om de passendheid van beleid en regelingen te monitoren. Er zijn echter landelijk zorgen over de kwaliteit van de Wmo. Cliëntenorganisatie Ieder(in) schreef in 2022 in een brief aan de Tweede Kamer dat het toezicht op de uitvoering van de Wmo in veel gemeenten onvoldoende is. 2 Ook de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd constateert dat de kwaliteit van het Wmo-toezicht achterblijft.3 Dit onderzoek gaat over het zicht dat de gemeente Lansingerland heeft op de kwaliteit en de resultaten van de Wmo. Het richt zich daarbinnen op drie aspecten: ^ De mate waarin de gemeente Lansingerland kwaliteitseisen heeft gesteld aan Wmoaanbieders. • In hoeverre de gemeente Lansingerland zicht heeft op de uitvoering en resultaten van de Wmo (gedurende de uitvoering alsmede bij evaluatie).

^ De wijze waarop bevindingen uit eigen onderzoek, vanuit wettelijk Wmo-toezicht en vanuit evaluaties doorwerking vinden in beleid en uitvoering (inrichting kwaliteitscyclus). Deze bestuurlijke nota bevat de conclusies en aanbevelingen die volgen uit het onderzoek. In de nota van bevindingen staan de feitelijke bevindingen uit het onderzoek die als basis dienen voor de conclusies in de bestuurlijke nota. Samen vormen de bestuurlijke nota en de nota van bevindingen het rekenkamerrapport.

1 Rijksoverheid. "Wet maatschappelijke ondersteuning." Geraadpleegd op 26 januari 2025. https://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/zorg-enondersteuning-thuis/wmo-2015. 2 Ieder(in). Inbreng voor Commissiedebat Wmo 31 maart. Den Haag: Ieder(in), 2022. https://iederin.nl/wp-content/uploads/2022/03/220331-InbrengIederin-voor-Commissiedebat-Wmo-31-maart-2022.pdf. 3 Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd. *Rapport Wmo-toezicht 2023*. Geraadpleegd op 16 oktober 2024. https://www.igj.nl/publicaties/rapporten/2024/10/16/wmo-toezicht-2023. 9

Zicht op de kwaliteit en resultaten Wmo-ondersteuning

n

Rekenkamer

Lansingerland

bestuurlijke conclusies

2-1

hoofdconclusie hoofdvraag De centrale vraag van dit onderzoek luidt als volgt: In hoeverre heeft de gemeente Lansingerland zicht op de kwaliteit en resultaten van de uitvoering van de Wmo? hoofdconclusie De gemeente Lansingerland heeft in opzet een goede structuur om zicht te houden op de kwaliteit, uitvoering en resultaten van de Wmo. Tegelijkertijd stelt de gemeente beperkte rapportage-eisen aan aanbieders binnen de Wmo. Verder slaagt ze er niet in om voldoende zicht te houden op de kwaliteit en resultaten.

2-2 2-2-1

deelconclusies de gemeente Lansingerland heeft in opzet een goede structuur om zicht te houden op de kwaliteit, uitvoering en resultaten van de Wmo. het zicht op de kwaliteit van de uitvoering van algemene voorzieningen, maatwerkvoorzieningen en voorzieningen vanuit pgb is binnen de gemeente Lansingerland helder belegd.

Het contractmanagement van de algemene voorzieningen is uitsluitend belegd bij de beleidsadviseur. Voor de maatwerkvoorzieningen ligt deze verantwoordelijkheid bij zowel de beleidsadviseur als de contractmanager. De beleidsadviseur is verantwoordelijk voor de overeenkomst en de evaluatie. De contractmanager is verantwoordelijk tijdens de uitvoering. Bij voorzieningen die worden gefinancierd vanuit een persoonsgebonden budget (pgb), is de cliënt zelf verantwoordelijk voor het opstellen van en toezien op het contract. De gemeente toetst in deze gevallen de pgbvaardigheid van de cliënt. Daarnaast worden aanbieders getoetst op rechtmatigheid en vindt er steekproefsgewijs kwaliteitscontrole plaats door de gemeente. signalen uit de uitvoering en de praktijk komen op één plek samen.

De coördinator Wmo speelt een centrale rol in het bundelen van signalen uit de praktijk. Vanuit deze positie komen signalen van consulenten, aanbieders en cliënten op één plek samen. De coördinator zorgt voor afstemming over signalen binnen de organisatie met de contractmanager en beleidsadviseur. Die zorgen voor een analyse en een (beleids)doorvertaling van de signalen. 2-2-2

11

de afspraken over kwaliteit en verantwoording met aanbieders van Wmovoorzieningen zijn te beperkt.

Zicht op de kwaliteit en resultaten Wmo-ondersteuning

Rekenkamer Lansingerland

uoor de algemene voorzieningen geldt dat de afspraken over verantwoording helder zijn en worden nageleefd, maar dat de prestatieafspraken voor een groot deel gericht zijn op productie en niet op kwaliteit.

De afspraken over de verantwoording van de inzet van algemene voorzieningen zijn helder en worden nageleefd door zowel de gemeente als de betrokken aanbieders. Periodieke rapportages worden volgens afspraak aangeleverd en de gemeente verwerkt deze informatie binnen de bestaande monitoringsstructuur. De prestatieafspraken die de gemeente Lansingerland met aanbieders van algemene voorzieningen maakt, zijn echter voor een groot deel gericht op productie en niet op de kwaliteit van de ondersteuning. In de afspraken ligt de nadruk op kwantitatieve aspecten, zoals het aantal te leveren diensten of bereikcijfers. Kwaliteitscriteria zoals klanttevredenheid, effectiviteit en professionalisering van personeel zijn slechts beperkt uitgewerkt. voor de maatwerkvoorzieningen geldt dat er uitgebreide kwaliteitseisen zijn opgenomen in de contracten, maar dat de afspraken over verantwoording beperkt zijn en vaak niet worden

nagekomen.

De gemeente Lansingerland heeft in de contracten met aanbieders van maatwerkvoorzieningen uitgebreide kwaliteitseisen opgenomen. De afspraken die de gemeente Lansingerland met aanbieders van maatwerkvoorzieningen maakt, gaan onder meer over de inzet van gekwalificeerd personeel, bereikbaarheid, dienstverlening en continuïteit. Voor alle aanbieders die zich inschrijven op de contracten, wordt nagegaan of ze aan een aantal van de kwaliteitseisen voldoen. Daarnaast worden afspraken gemaakt over de kwaliteit, die worden ondertekend door de aanbieders. De gemeente gaat er vervolgens vanuit dat ze worden nageleefd, maar heeft daar weinig zicht op. Uit het onderzoek blijkt dat de gemeente geen heldere afspraken maakt over verantwoording en onvoldoende capaciteit heeft om actief op de afspraken te sturen. Rapportages worden niet systematisch opgevraagd of beoordeeld, en kwaliteitsgesprekken met aanbieders van maatwerkvoorzieningen vinden slechts beperkt plaats. De informatie is wel beschikbaar, maar omdat de gemeente er niet op stuurt, worden de rapportages niet geleverd. 2-2-3

het zicht van de gemeente op de kwaliteit van de Wmo-voorzieningen is onvoldoende. de gemeente spreekt aanbieders van maatwerkvoorzieningen niet structureel.

Zoals gezegd in conclusie 2-2-2 vinden kwaliteitsgesprekken met aanbieders van maatwerkvoorzieningen slechts beperkt plaats, terwijl dit het leeuwendeel van de aanbieders is. De gemeente voert eigenlijk pas gesprekken met deze aanbieders op het moment dat er signalen binnenkomen dat iets niet goed loopt. Zowel de gemeente als de aanbieders van maatwerkvoorzieningen geven aan behoefte te hebben aan meer doorlopende gesprekken over de kwaliteit van de voorzieningen om hier beter zicht op te houden. Dit is echter moeilijk te verwezenlijken door een gebrek aan capaciteit bij de gemeente. Er is binnen het samenwerkingsverband Toekomst Sociaal Domein (TSD) geëxperimenteerd met open-tafel-gesprekken om aanbieders te betrekken bij de evaluatie. Dit waren gesprekken waar alle aanbieders binnen het contract bij aanwezig waren om te spreken over het verloop van het contract. Dit is volgens de gemeente een efficiënte manier om te evalueren. Een bijkomend voordeel is dat de gemeente alle aanbieders spreekt en de aanbieders elkaar beter leren kennen. De ambitie van de gemeente is om dit soort open-tafel-gesprekken ook binnen andere contracten te organiseren.

12

Zicht op de kwaliteit en resultaten Wmo-ondersteuning

Rekenkamer Lansingerland

de gemeente haalt signalen van cliënten niet proactief op.

De gemeente voert pas gesprekken met een groot deel van de aanbieders op het moment dat er signalen zijn die daar aanleiding toe geven. Zoals gezegd in conclusie 2-2-1 worden signalen verzameld door de coördinator van de Wmo-consulenten. Die deelt ze intern met de contractmanager en beleidsadviseur. Signalen worden echter niet proactief opgehaald bij cliënten. De gemeente gaat uit van mondige cliënten en mantelzorgers. 2-2-4

het zicht van de gemeente op de resultaten van de Wmo-voorzieningen is onvoldoende. beleidsdoelen zijn (nog) niet geoperationaliseerd.

De doelen in het beleidsplan Vitaal en waardig ouder worden zijn kwalitatief geformuleerd, zoals “de gemeente faciliteert actieve deelname aan de samenleving” De beleidsdoelen zijn niet gekwantificeerd of geoperationaliseerd. Daarom is het niet mogelijk om de voortgang van de doelen te meten. De gemeente heeft aangegeven de beleidsdoelen van alle beleidsplannen nog te gaan operationaliseren bij het opstellen van de geplande uitvoeringsplannen. de monitoring van de Wmo is vooral gericht op het proces en financiën.

Er worden binnen de gemeente Lansingerland veel kwantitatieve data verzameld, bijvoorbeeld over gebruik, facturatie en uitstroom. Deze data worden vooral gebruikt om financieel in controle te blijven. Daarnaast gebruikt de gemeente de data om de uitvoering bij te sturen. De data worden niet gebruikt om te reflecteren op de beleidsdoelen. Omdat de beleidsdoelen niet zijn geoperationaliseerd, is dat ook lastig. De gemeente Lansingerland verzameld naast deze data, ook informatie via klanttevredenheidsonderzoeken. Deze onderzoeken geven een globaal overzicht van de tevredenheid van verschillende cliënten (kinderen, volwassen en ouderen) in het sociaal domein. Deze gegevens worden door de gemeente niet systematisch gebruikt om te monitoren hoe de kwaliteit van de Wmo-voorzieningen wordt beoordeeld. Ze geeft aan dat ze op basis van de onderzoeken wel zou merken als cliënten die gebruik maken van de Wmo (vooral ouderen) ontevreden zijn. de informatie aan de gemeenteraad over de Wmo is voor een groot deel financieel van aard

of gericht op incidenten.

De raad is de afgelopen jaren tussentijds geïnformeerd over de Wmo. De informatie die met de raad werd gedeeld, was voor een groot deel financieel. Er werd ook een aantal keer informatie gedeeld over de nieuwe aanbieder van vervoer, dit was naar aanleiding van incidenten. De raad heeft direct om deze informatie gevraagd. De afgelopen tijd heeft de gemeente Lansingerland gewerkt aan nieuw beleid voor het gehele sociaal domein. De Wmo is hier onderdeel van. Het beleidsplan dat zich specifiek richt op ouderen, is reeds vastgesteld. In dit beleidsplan zijn afspraken opgenomen over rapportage aan de raad. Deze afspraken zijn helder en omvangrijk, maar worden nog niet uitgevoerd. Ze gaan voor een groot deel van start met de begroting van 2026.

13

Zicht op de kwaliteit en resultaten Wmo-ondersteuning

n

Rekenkamer Lansingerland

aanbevelingen

Uit dit onderzoek blijkt dat de gemeente Lansingerland in opzet een goede structuur heeft om zicht te houden op de kwaliteit, uitvoering en resultaten van de Wmo. Tegelijkertijd slaagt de gemeente er in de praktijk niet in om voldoende zicht te houden én zijn er mogelijkheden om het contractmanagement verder te ontwikkelen. We doen hieronder een reeks aanbevelingen. Met de eerste aanbevelingen, onder paragraaf 3-1 en 3-2, schetsen wij wat volgens ons nog minimaal nodig is om voldoende zicht te houden op de kwaliteit en resultaten van de Wmo. Met de laatste aanbevelingen, onder paragraaf 3-3, schetsen we mogelijkheden om het contractmanagement naar een hoger niveau te brengen. Voor deze laatste aanbevelingen geldt dat de gemeenteraad moet beslissen wat haar ambitie is en wat zij in het contractmanagement wil investeren.

3-1

haal signalen proactief op Signalen over de kwaliteit van de uitvoering van de Wmo komen bij de gemeente Lansingerland op één plek samen. Er wordt gehandeld op het moment dat er zorgwekkende signalen zijn. Dan gaat de contractmanager in gesprek met de betreffende aanbieder. In opzet is dit een efficiënte manier om zicht te houden op de kwaliteit van de uitvoering van Wmo-voorzieningen. De signalen worden echter door de gemeente Lansingerland niet proactief bij cliënten opgehaald. Daarmee gaat een deel van de signalen en de doeltreffendheid van de werkwijze verloren.

14

3-1-1

haal proactief signalen op over de kwaliteit van de uitvoering van voorzieningen bij gebruikers van die voorzieningen. Op dit moment ontvangt de gemeente signalen van cliënten hoofdzakelijk op reactieve wijze, bijvoorbeeld via klachten of contacten met consulenten. Een structurele aanpak om ervaringen van cliënten breder en proactief op te halen ontbreekt, waaronder ook het gestructureerd verwerken van cliënttevredenheidsonderzoeken uitgevoerd door aanbieders. Om beter zicht te krijgen op de kwaliteit van de geleverde voorzieningen is het raadzaam om periodiek cliëntervaringen op te halen via methoden zoals interviews, groepsgesprekken, cliëntenpanels of korte belevingsonderzoeken. Deze kwalitatieve informatie biedt waardevolle aanvullingen op de bestaande kwantitatieve monitoring en draagt bij aan een lerende uitvoeringspraktijk waarin de stem van verschillende typen cliënten expliciet wordt meegewogen in evaluatie en bijsturing van beleid.

3-1-2

zorg voor een inrichting van de gesprekkencyclus waarbij de gemeente ten minste eens per jaar met verschillende aanbieders per type ondersteuning spreekt, maak hiervoor eventueel gebruik van open-tafel-gesprekken. De huidige contractuele gespreksstructuur is beperkt en vindt niet altijd plaats met alle aanbieders, noch op vaste momenten. Om structureel zicht te houden op de uitvoering én om de relatie met aanbieders te versterken, is het van belang een vaste jaarlijkse gesprekkencyclus in te richten. De gemeente kan ervoor kiezen om hiervoor tenminste eenmaal per jaar een open-tafel-gesprek met verschillende aanbieders per

Zicht op de kwaliteit en resultaten Wmo-ondersteuning

Rekenkamer

Lansingerland type ondersteuning te organiseren, waarin naast financiën en productie ook aandacht is voor kwaliteit, signalen uit de praktijk en gezamenlijke verbeterpunten. Deze gesprekken dragen bij aan transparantie, zicht, onderling vertrouwen en het cyclisch verbeteren van de dienstverlening binnen de Wmo. De rekenkamer ziet de open-tafelgesprekken als een onderdeel van de werkwijze van de gemeente om het zicht op de kwaliteit van de uitvoering te verbeteren. De open-tafel-gesprekken zijn geen vervanging van de aparte verantwoording die van iedere aanbieder wordt gevraagd.

3-2

geef inzicht in resultaten Er is binnen de gemeente Lansingerland veel kwantitatieve informatie beschikbaar. Deze informatie, aangevuld met meer kwalitatieve informatie, kan een goed beeld geven van de effectiviteit van Wmo-voorzieningen. De informatie wordt echter niet afgezet tegen de doelen van de gemeente. Het ontbreekt daarmee aan zicht op de doeltreffendheid van de inzet van de gemeente.

3-2-1

operationaliseer de beleidsdoelen uit de plannen Kansrijk opgroeien, Grip op het leven en Vitaal en waardig ouder worden zodat monitoringsinformatie gebruikt kan worden om te reflecteren op de doelen en de resultaten van de Wmo. De beleidsdoelen in bovengenoemde plannen zijn op dit moment abstract en moeilijk meetbaar, waardoor het voor de gemeente lastig is om te beoordelen of de ingezette ondersteuning daadwerkelijk bijdraagt aan de overkoepelende beleidsdoelen. Door deze doelen te vertalen naar concrete, meetbare indicatoren ontstaat de mogelijkheid om monitoring niet alleen in te zetten voor proces- en financiële sturing, maar ook voor inhoudelijke reflectie. Denk bijvoorbeeld aan indicatoren over participatie, zelfredzaamheid of cliënttevredenheid per doelgroep. Deze indicatoren kunnen worden opgenomen in het uitvoeringsplan, het dashboard en de P&C-documenten, zodat voortgang inzichtelijk en bespreekbaar wordt binnen zowel de ambtelijke organisatie als het bestuur. Dit draagt bij aan een lerende beleidscyclus waarin sturing op resultaten mogelijk wordt.

3-2-2

besteed in de informatie aan de raad niet alleen aandacht aan financiën, maar ook aan de beleidsdoelen en de resultaten van de Wmo. De huidige informatievoorziening aan de raad is sterk financieel georiënteerd en geeft weinig inzicht in de inhoudelijke voortgang van de Wmo-doelstellingen. Hierdoor beschikt de raad niet over de benodigde informatie om goed invulling te geven aan zijn kaderstellende en controlerende rol. Door in reguliere rapportages (zoals voortgangsrapportages en jaarstukken) expliciet aandacht te besteden aan de voortgang op beleidsdoelen, onderbouwd met relevante kwalitatieve en kwantitatieve gegevens, ontstaat een meer evenwichtig beeld van de prestaties binnen het sociaal domein. Dit versterkt de sturingsmogelijkheden van de raad en draagt bij aan de transparantie en publieke verantwoording over het gevoerde beleid.

3-3

maak een afwegingskader zodat de gemeenteraad geld en capaciteit kan afwegen tegen het beter realiseren van beleidsdoelen. Zoals gezegd acht de rekenkamer de aanbevelingen onder 3-1 en 3-2 noodzakelijk om voldoende zicht te houden op de kwaliteit en resultaten van de Wmo. Met de laatste aanbevelingen onder 3-3 schetsen we mogelijkheden om het contractmanagement verder te ontwikkelen. Dat kost geld, maar zal ongetwijfeld ook betere resultaten opleveren. Het is aan de gemeenteraad om de inzet van geld en capaciteit af te wegen tegen het beter realiseren van de beleidsdoelen. Daarvoor is een afwegingskader nodig

15

Zicht op de kwaliteit en resultaten Wmo-ondersteuning

Rekenkamer Lansingerland

waarin de kosten en opbrengsten van mogelijke investeringen voor beter contractmanagement op een rijtje worden gezet. 3-4

16

besteed in het afwegingskader waar aanbeveling 3.3 om vraagt in ieder geval aandacht aan onderstaande suggesties:

3-4-1

professionaliseer de registratie van beschikbare informatie (door middel van betere contractregistratie) en voldoe daarmee aan de eigen informatie-eisen. Er is op dit moment bij de gemeente Lansingerland geen contractmanagementsysteem. Dit is kwetsbaar, omdat de organisatie afhankelijk is van de kennis en alertheid van de contractmanager. Door de registratie te professionaliseren met behulp van een contractmanagementsysteem kan de gemeente automatisch informatie actueel houden, controleren en monitoren. Dit zorgt voor een hogere efficiëntie en minder foutgevoeligheid. Met behulp van een contractmanagementsysteem kan de gemeente daarmee ook voldoen aan de eigen informatie-eisen én beschikbare kennis beter benutten. Zo kan ze controleren of aanbieders van voorzieningen de nodige rapportages hebben ingediend, zonder dat dit meer personele capaciteit vraagt.

3-4-2

maak ook met aanbieders van algemene voorzieningen duidelijk afspraken over de kwaliteit, leg deze vast en controleer aan de voorkant of een aanbieder hieraan kan voldoen. In de huidige praktijk zijn de afspraken met aanbieders van algemene voorzieningen voornamelijk gericht op productie (zoals bereik of aantal contacten), terwijl inhoudelijke kwaliteitseisen beperkt zijn uitgewerkt. Dit belemmert het zicht op de feitelijke waarde van deze voorzieningen voor inwoners. Door ook voor algemene voorzieningen expliciete kwaliteitscriteria te formuleren, bijvoorbeeld rond deskundigheid, toegankelijkheid, bereikbaarheid en klanttevredenheid, ontstaat meer grip op de inhoudelijke prestaties van aanbieders. Leg deze eisen vast in contracten of subsidieregelingen en toets vooraf of aanbieders aantoonbaar aan deze voorwaarden kunnen voldoen. Daarmee wordt geborgd dat niet alleen volume, maar ook inhoudelijke kwaliteit centraal staat bij de inzet van algemene voorzieningen.

3-4-3

maak ook met aanbieders maatwerkvoorzieningen duidelijke en realistische afspraken over monitoring en verantwoording, leg deze vast en controleer of aanbieders de verantwoordingsafspraken nakomen, investeer hiervoor in een beheersysteem. Hoewel in contracten met aanbieders van maatwerkvoorzieningen vaak kwaliteitseisen zijn opgenomen, zijn afspraken over monitoring en verantwoording daarvan beperkt en worden ze in de praktijk onvoldoende nageleefd. Dit beperkt het zicht op de uitvoering en de mogelijkheid om bij te sturen. Formuleer daarom samen met aanbieders duidelijke en haalbare afspraken over welke informatie wanneer wordt aangeleverd en hoe die wordt gebruikt. Leg deze afspraken vast in de contracten, en zorg voor structurele toetsing op naleving. Investeer daarbij in een beheersysteem waarin verantwoordingsinformatie per aanbieder kan worden geborgd en opgevolgd. Dit versterkt zowel de transparantie als de professionele relatie tussen gemeente en aanbieders, en maakt systematische kwaliteitsbewaking mogelijk.

Zicht op de kwaliteit en resultaten Wmo-ondersteuning

n

Rekenkamer Lansingerland

4 bestuurlijke reactie Wij waarderen het grondige onderzoek dat Rekenkamer Lansingerland heeft verricht naar de kwaliteit en resultaten van onze Wmo-ondersteuning. Wij herkennen ons in de uitkomsten van het onderzoek. Het bevat waardevolle inzichten en aanbevelingen die we graag gebruiken bij het verbeteren van ons beleid en onze interne processen. Zo hopen we meer zicht te krijgen op de kwaliteit en resultaten van de Wmoondersteuning die wij aan onze inwoners bieden. Ook zien we uitdagingen in het overnemen van een aantal aanbevelingen, omdat wij voor de uitwerking hiervan gebonden zijn aan de beschikbare capaciteit binnen de organisatie. Ambtelijk wederhoor Wij waarderen de mogelijkheid waarmee wij in juni 2025 een ambtelijk wederhoor konden geven op feitelijke onvolkomenheden in de conceptnota. We constateren dat de rekenkamer het merendeel van de door onze organisatie aangegeven opmerkingen heeft overgenomen in uw rapport. Daarvoor danken wij u. Bestuurlijke reactie op aanbevelingen uit het rekenkamerrapport ‘Zicht op kwaliteit en resultaten Wmo-ondersteuning’ 3-1 Haal proactief signalen op 3-1-1 Haal proactief signalen op over de kwaliteit van de uitvoering van voorzieningen bij gebruikers van die voorzieningen.

Wij nemen deze aanbeveling over. We verwachten dat het proactief ophalen ons meer inzicht in de kwaliteit van de uitvoering geeft en wij zo ook beter ons beleid kunnen bijsturen. Deze aanbeveling doet, afhankelijk van de uitwerking ervan, wel een beroep op onze uitvoering. Het voeren van (groeps)gesprekken of het afnemen van interviews vraagt om capaciteit die er momenteel niet is. Tijdens het schrijven van deze bestuurlijke reactie zijn er wachtlijsten voor het behandelen van Wmo-meldingen. De prioriteit is om alle inwoners die zich melden op tijd te helpen met hun ondersteuningsvraag. Daarnaast vinden wij het belangrijk om te benoemen dat door de grote omvang van het aantal Wmo-gebruikers en nieuwe indicaties die we jaarlijks afgeven, het niet realistisch is om al deze inwoners proactief te benaderen. Wij geloven dat inwoners ook zelf in staat zijn om aan te geven wanneer de geboden ondersteuning niet meer passend is, of dat nu in de vorm van een algemene- of maatwerkvoorziening is. Bij intensieve ondersteuningstrajecten, bijvoorbeeld individuele begeleiding bij complexe problematiek, blijft een Wmo-consulent betrokken. Ook gedurende de looptijd van de indicatie vinden er in dat geval gesprekken plaats met de aanbieder en inwoner, om de ondersteuning te evalueren en waar nodig bij te stellen.

17

Zicht op de kwaliteit en resultaten Wmo-ondersteuning

Rekenkamer Lansingerland

Om deze aanbeveling goed over te kunnen nemen, zien we ook een belangrijke rol voor aanbieders, omdat zij verantwoordelijk zijn voor het afnemen van klanttevredenheids-onderzoeken. Wij zijn voornemens om de uitvraag naar deze onderzoeken beter te structureren en aanbieders actiever te benaderen om deze gegevens bij ons aan te leveren (zie ook aanbevelingen 3-1-2 en 3-4-1). Aanbieders hebben daarnaast een signalerende functie tijdens de looptijd van een contract en kunnen tijdens de looptijd van een indicatie een terugkoppeling geven over de geboden ondersteuning, zodat die eventueel bijgesteld kan worden. Bij indicaties met een oneindige looptijd, heeft de consulent om de 3 jaar een gesprek met de inwoner om de ondersteuning te evalueren. Het doel hiervan is om te onderzoeken of de ondersteuning nog past bij de behoefte van de inwoners of dat er een wijziging van de indicatie nodig is. Dergelijke indicaties geven wij nog geen 3 jaar af, wat betekent dat Wmo-consulenten pas binnenkort voor het eerst deze gesprekken voeren. Indicaties die wel een einddatum hebben evalueren we bij een eventuele verlenging. 3-1-2 Zorg voor een inrichting van de gesprekkencycĩus waarbij de gemeente ten minste eens per jaar met verschillende aanbieders per type ondersteuning spreekt, maak hiervoor

eventueel gebruik van open-tafel-gesprekken.

Wij nemen deze aanbeveling over. We erkennen dat bij een aantal contracten, zoals Hulp bij Huishouden, structuur ontbreekt in het voeren van gesprekken met de aanbieder over kwaliteit en signalen uit de praktijk en zijn voornemens om hier meer structuur in aan te brengen. Bij het contract Hulpmiddelen is dit wel goed georganiseerd en spreken we de aanbieder al structureel. We gaan binnen al onze maatwerkcontracten alle aanbieders eens per jaar spreken. Bij contracten met meerdere (kleinere) aanbieders doen we dit in de vorm van jaarlijkse open­ tafelgesprekken. We zien de open-tafelgesprekken als instrument om de aanbieders met elkaar in contact te brengen zodat zij van elkaar kunnen leren en zo de kwaliteit van de ondersteuning te verbeteren. Daarnaast leveren de gesprekken waardevolle informatie op over hoe de verschillende aanbieders de ondersteuning organiseren en met welke uitdagingen zij te maken hebben. Deze input gebruiken wij om ons beleid bij te sturen. Binnen Toekomst Sociaal Domein (TSD), de gezamenlijke inkoop van begeleiding, dagbesteding en kortdurend verblijf, zijn we gestart met een zogenaamde ‘administratietafel'. Hierin spreekt de gemeente 1 keer per jaar met alle aanbieders waar wij zorg afnemen. Momenteel richt dit overleg zich nog vooral op de informatievoorziening richting de aanbieders.

We ontwikkelen dit verder zodat we hier meer input kunnen ophalen over de kwaliteit en de resultaten van deze maatwerkvoorzieningen. Ook zijn wij recent gestart met het ‘samenwerkings- en innovatieplatform'. Hierbij zetten we in op betere samenwerking tussen aanbieders om de ondersteuning te verbeteren. We zijn ten slotte voornemens om, na de implementatie van een contractbeheersysteem, een structurele uitvraag te doen bij aanbieders naar documenten als gedragsverklaringen, waar dit momenteel alleen nog gebeurt bij aanvang van de overeenkomst. 3-2 Geef inzicht in resultaten

18

Zicht op de kwaliteit en resultaten Wmo-ondersteuning

Rekenkamer Lansingerland

3-2-1 Operationaliseer de beleidsdoelen uit de plannen Kansrijk opgroeien, Grip op het leven en Vitaal en waardig ouder worden zodat monitoringsinformatie gebruikt kan worden om te

reflecteren op de doelen en de resultaten van de Wmo.

Wij nemen deze aanbeveling over. De uitvoeringsplannen werken we tijdens het schrijven van deze bestuurlijke reactie verder uit. De planning is dat we het uitvoeringsplan Vitaal en waardig ouder worden eind oktober 2025 operationeel wordt. Hierin maken wij concreet hoe wij werken aan de prioriteiten in ons beleidsplan en welke resultaten we hiermee hopen te behalen. Ook de overige beleidsen uitvoeringsplannen voor volwassenen en jeugd stellen we komende maanden vast. Uitvoeringsplannen zijn een concrete vertaling van de doelen van onze beleidsplannen en voorzien ons ook van monitoringsinformatie om zo zicht te houden op of we deze doelen daadwerkelijk behalen. Waar nodig stellen we onze plannen op basis van deze informatie bij. 3-2-2 Besteed in informatie aan de raad niet alleen aandacht aan financiën, maar ook aan de beleidsdoelen en de resultaten van de Wmo.

We nemen deze aanbeveling over. We zijn van mening zijn dat dit momenteel al onderdeel is van de informatie richting de raad. In de producten die onderdeel uitmaken van de P&C-cyclus, analyseren we kengetallen die volgens ons inzicht geven in de resultaten en de kwaliteit van onze Wmo-ondersteuning. De kengetallen die we gebruiken, halen we uit de verschillende beleidsplannen en sluiten aan bij onze beleidsdoelen. De producten zijn voorzien van een toelichtingen die ook kwalitatieve gegevens voor de raad inzichtelijk maken. Jaarlijks stellen we een monitor van de samenlevingsvisie op. De monitor delen we samen met de jaarrekening met de raad. In de monitor blikken we terug naar het voorgaande jaar en blikken we vooruit naar het komende jaar. In 2025 doen we dit voor het eerst en blikken we terug op het jaar 2024. De monitor biedt ons de gelegenheid om ons beleid bij te sturen op basis van kwalitatieve gegevens en dit met de raad te communiceren. Van de prioriteiten uit de verschillende beleidsplannen evalueren we of deze zijn behaald, en hoe we in het komende jaar hier verder aan werken. De beleidsplannen evalueren we na 4 jaar. 3-3 Maak een afwegingskader zodat de gemeenteraad geld en capaciteit kan afwegen tegen het beter realiseren van beleidsdoelen. Wij nemen deze aanbeveling over.

Zoals omschreven in de beantwoording op aanbeveling 3-1-1 vraagt de extra informatie-opvraag en een andere inrichting van onze systemen om financiële ruimte. Het structureel uitvoeren van interviews, groepsgesprekken, cliëntenpanels en belevings-onderzoeken maken momenteel geen onderdeel uit van onze werkprocessen. Het is aan de raad om een keuze te maken in hoeverre zij bereid zijn investeringen te doen die uiteindelijk de kwaliteit en de resultaten van onze Wmo-ondersteuning ten goede komen. 3-4 Besteed in het afwegingskader waar aanbeveling 3-3 om vraagt in ieder geval aandacht aan onderstaande suggesties:

19

Zicht op de kwaliteit en resultaten Wmo-ondersteuning

Rekenkamer Lansingerland

3-4-1 Professionaliseer de registratie van beschikbare informatie (door middel van betere contractregistratie) en voldoe daarmee aan de eigen informatie-eisen.

Wij nemen deze aanbeveling over. Deze aanbeveling sluit aan op onze (interne) ontwikkeling. Wij zien de meerwaarde van een contractbeheersysteem en de mogelijkheid om op deze manier meer inzicht te hebben in de informatie-eisen van de gemeente. De verwachting is dat we in 2026 beginnen met de implementatie van een contractbeheersysteem. 3-4-2 Maak ook met aanbieders van algemene voorzieningen duidelijk afspraken over de

kwaliteit, leg deze vast en controleer aan de voorkant of een aanbieder hieraan kan voldoen.

Wij nemen deze aanbeveling over. Met de grotere subsidiepartijen zijn afsprakengemaakt over het uitvoeren van klanttevredenheidsonderzoeken. De uitkomsten hiervan ontvangen wij bij de evaluatie of aanvraag tot vaststelling. De accounthouder bespreekt inhoudelijk de uitkomsten met de betreffende partij en gebruikt deze informatie bij het opstellen van nieuwe prestatieafspraken. We zien een mogelijkheid om te verbeteren door structurele uitvraag te doen bij de aanbieders van algemene voorzieningen naar de uitkomsten van klanttevredenheidsonderzoeken. Ook is er volgens ons nog winst te behalen in het verwerken van de uitkomsten van de onderzoeken, bijvoorbeeld door deze beter te laten terugkomen in prestatieafspraken voor het komende jaar. 3-4-3 Maak ook met aanbieders van maatwerkvoorzieningen duidelijke en realistische

afspraken over monitoring en verantwoording, leg deze vast en controleer of aanbieders de verantwoordingsafspraken nakomen, investeer hiervoor in een beheersysteem.

We nemen deze aanbeveling over. We zijn voornemens om bij aanbieders van Wmovoorzieningen structureel te vragen om naast de verplichte jaarrekening ook een jaarverslag aan te leveren. Momenteel zijn er al een aantal aanbieders die dit structureel doen, maar van groot aantal ontvangen wij enkel de jaarrekening. In combinatie met het contractbeheer- systeem (zie aanbeveling 3-4-1) geeft dit ons, naast de kwantitatieve inzichten, ook inzicht in de uitdagingen waar aanbieders tegen aanlopen, hoe zij zich voorbereiden op ontwikkelingen en trends en hoe ze hun ondersteuning kwalitatief op orde houden. Wel houden we er rekening mee dat we geen onrealistische administratieve lasten willen opleggen bij kleinere organisaties, omdat dit ten koste zou kunnen gaan van de geboden ondersteuning. Ten slotte We danken u voor uw conclusies en aanbevelingen voortkomend uit uw onderzoek naar het zicht op kwaliteit en resultaten van Wmo-ondersteuning.

20

Zicht op de kwaliteit en resultaten Wmo-ondersteuning

n

Rekenkamer Lansingerland

5 nawoord Op 9 oktober 2025 ontving de rekenkamer de bestuurlijke reactie van het college op dit rapport. De rekenkamer dankt het college voor de positieve reactie en is verheugd te zien dat het college de conclusie onderschrijft en alle aanbevelingen overneemt. De rekenkamer wil de gemeenteraad twee aandachtspunten meegeven bij de reactie: Het college schrijft aanbeveling 3-1-1 weliswaar over te nemen, maar benadrukt tegelijkertijd dat de gemeente onvoldoende capaciteit heeft proactief signalen op te halen bij cliënten. Het voeren van de driejaarsgesprekken door de Wmo-consulenten en het versterken van de klanttevredenheidsonderzoeken kan hiertoe zeker een middel zijn. Dit kan beiden helpen om meer inzicht te krijgen in de kwaliteit van de Wmo-voorzieningen. Daarnaast onderschrijft het college aanbeveling 3-2-2. Het college meent echter tegelijkertijd dat de huidige informatie aan de raad al voldoende inzicht biedt. De huidige begroting en meest recente monitor van de samenlevingsvisie geven geen inzicht in de doelen en bereikte kwaliteit van de ondersteuning en beperken zich tot algemene kengetallen. Daarom dringen wij er bij uw raad op aan om afspraken te maken voor de informatievoorziening over zowel het inzicht in signalen van cliënten, als bereikte doelen en daarbij horende resultaten.

21

Zicht op de kwaliteit en resultaten Wmo-ondersteuning

nota van bevindingen

n

Rekenkamer Lansingerland

inleiding

1-1

aanleiding Eind 2024 heeft de rekenkamer in de gemeente Lansingerland input opgehaald bij diverse fracties en mogelijke onderzoeksonderwerpen besproken in het presidium. Hieruit bleek een behoefte naar een onderzoek binnen het zorgdomein. De rekenkamer heeft besloten om dit onderwerp nader af te bakenen en te focussen op het zicht van de gemeente op de kwaliteit en resultaten binnen de Wmo. Op 20 december 2024 heeft de rekenkamer de gemeenteraad laten weten dit onderzoek uit te gaan voeren. Op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo 2015) zijn gemeenten verantwoordelijk voor het ondersteunen van kwetsbare inwoners. Het gaat hierbij bijvoorbeeld om ondersteuning thuis, zoals hulp bij huishouden of woningaanpassingen. Het doel van deze ondersteuning is dat mensen zo lang mogelijk thuis kunnen blijven wonen en deel kunnen nemen aan de maatschappij.4 Gemeenten zijn naast de uitvoering van de Wmo, ook verantwoordelijk voor het toezicht op de kwaliteit die aanbieders leveren. Daarnaast is het wenselijk dat gemeente voldoende zicht hebben op de uitvoering van de Wmo om de passendheid van beleid en regelingen te monitoren. Er zijn echter landelijk zorgen over de kwaliteit van de Wmo. Cliëntenorganisatie Ieder(in) schreef in 2022 in een brief aan de Tweede Kamer dat het toezicht op de uitvoering van de Wmo in veel gemeenten onvoldoende is.

5 Ook de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd constateert dat de kwaliteit van het Wmo-toezicht achterblijft.6 In 2022 publiceerde de rekenkamer al een onderzoek naar kostenbeheersing in de Wmo.7 Waar dat onderzoek zich richtte op de financiële component van de Wmo, kijkt de rekenkamer in dit onderzoek naar de mate waarin de gemeente Lansingerland zicht heeft op de kwaliteit en de resultaten van de Wmo.

1-2 1-2-1

doel en vraagstelling doelstelling Het onderzoek gaat over het zicht op de kwaliteit en de resultaten van de Wmo. Het richt zich daarbinnen op drie aspecten:

4 Rijksoverheid. "Wet maatschappelijke ondersteuning." Geraadpleegd op 26 januari 2025. https://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/zorg-enondersteuning-thuis/wmo-2015. 5 Ieder(in). Inbreng voor Commissiedebat Wmo 31 maart. Den Haag: Ieder(in), 2022. https://iederin.nl/wp-content/uploads/2022/03/220331-InbrengIederin-voor-Commissiedebat-Wmo-31-maart-2022.pdf. 6 Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd. *Rapport Wmo-toezicht 2023*. Geraadpleegd op 16 oktober 2024. https://www.igj.nl/publicaties/rapporten/2024/10/16/wmo-toezicht-2023. 7 Rekenkamer Lansingerland, Zorg om kosten: onderzoek kostenbeheersing Wmo, (Rotterdam: Rekenkamer Lansingerland, 2022), https://rekenkamer.rotterdam.nl/wp-content/uploads/2022/12/LO2109-Zorg-om-kosten.pdf.

23

Zicht op de kwaliteit en resultaten Wmo-ondersteuning

Rekenkamer Lansingerland

^ De mate waarin de gemeente Lansingerland eisen heeft gesteld aan Wmoaanbieders. ^ In hoeverre de gemeente Lansingerland zicht heeft op de uitvoering en resultaten van de Wmo (gedurende de uitvoering alsmede bij evaluatie). ^ De wijze waarop bevindingen uit eigen onderzoek, vanuit wettelijk Wmo-toezicht en vanuit evaluaties doorwerking vinden in beleid en uitvoering (inrichting kwaliteitscyclus). 1-2-2

centrale vraag en deelvragen De centrale vraag van het onderzoek luidt als volgt: In hoeverre heeft de gemeente Lansingerland zicht op de kwaliteit en resultaten van de uitvoering van de Wmo? De centrale vraag is uitgewerkt in de volgende deelvragen: 1 In hoeverre heeft de gemeente Lansingerland kwaliteitsafspraken gemaakt in de verordening of contracten met aanbieders van Wmo-voorzieningen? 2 Op welke manier houdt de gemeente Lansingerland zicht op de uitvoering van Wmo door gecontracteerde partners en pgb-zorgaanbieders? 3 In welke mate zijn de resultaten van (de inzet van voorzieningen in) de Wmo in beeld? 4 Op welke wijze vinden evaluaties en toezicht op kwaliteit van de Wmo doorwerking binnen de gemeentelijke beleids- en kwaliteitscyclus? 5 In hoeverre wordt de gemeenteraad van Lansingerland meegenomen in de resultaten van de Wmo en heeft de raad voldoende sturingsmogelijkheden?

1-3

afbakening In de afbakening van dit onderzoek moet met de volgende aspecten rekening worden gehouden: • Het onderzoek gaat over het zicht van de gemeente op de kwaliteit en resultaten van de Wmo. Met zicht op de kwaliteit en resultaten wordt bedoeld inzicht in de mate waarin kwaliteitsafspraken worden nageleefd en inzicht in de daadwerkelijke resultaten die de Wmo oplevert. De rekenkamer spreekt in dit onderzoek geen oordeel uit over de kwaliteit van de uitvoering van de Wmo en voert daarom ook zelf geen ervaringsonderzoek uit onder cliënten. ^ Het onderzoek gaat uitdrukkelijk niet over het functioneren van de uitvoering van Wmo-toezicht. Dit is een wettelijke taak die door de gemeente Lansingerland is belegd bij de GGD Haaglanden en is gericht op het voldoen aan wet- en regelgeving. De GGD verricht preventief onderzoek, signaalonderzoek en onderzoekt calamiteiten, geweldsincidenten en overige meldingen. De invulling van de toezichtsrol door de GGD Haaglanden valt buiten de scope van het onderzoek. Wel wordt er gekeken hoe de gemeente omgaat met signalen die door de toezichthouder worden afgegeven en hoe de kwaliteitsstandaarden van de GGD Haaglanden worden toegepast.

1-4

aanpak In het kader van het onderzoek heeft de rekenkamer beleidsstukken, gemeentelijke en externe rapportages, contracten, aanbestedingsdocumenten en verantwoordingsdocumenten bekeken. Ook heeft de rekenkamer gekeken naar de kwaliteit van de operationalisering van doelen, contracten geëvalueerd en interviews gehouden met betrokkenen. Meer informatie over de uitvoering van het onderzoek is te vinden in bijlage 1.

24

Zicht op de kwaliteit en resultaten Wmo-ondersteuning

Rekenkamer Lansingerland

1-5

leeswijzer In hoofdstuk 2 van de nota van bevindingen wordt het landelijk beleid en de lokale inrichting van de Wmo besproken, evenals de verantwoordelijkheid die de gemeente draagt met betrekking tot het zicht op de kwaliteit van de uitvoering van de Wmovoorzieningen. In hoofdstuk 3 worden de kwaliteitsafspraken binnen de gemeente Lansingerland besproken. In hoofdstuk 4 komt het zicht van de gemeente Lansingerland op de uitvoering van de Wmo-voorzieningen aan bod. In hoofdstuk 5 wordt ingegaan op het zicht van de gemeente op de resultaten. Ten slotte wordt in hoofdstuk 6 de informatievoorziening aan de raad besproken.

25

Zicht op de kwaliteit en resultaten Wmo-ondersteuning

n

Rekenkamer

Lansingerland

context

2-1

inleiding Om de nota van bevindingen in perspectief te kunnen plaatsen, beschrijft dit hoofdstuk de kaders en inrichting van de Wmo op landelijk en lokaal niveau. Er wordt ingegaan op de verantwoordelijkheden, taken en doelstellingen van de Wmo. Allereerst beschrijft paragaaf 2.2 het landelijke beleid en de ontwikkelingen hierop. Paragraaf 2.3 beschrijft de lokale inrichting en uitvoering van de Wmo in Lansingerland en paragraaf 2.4 beschrijft de gemeentelijke verantwoordelijkheid van toezicht en kwaliteitsverantwoordelijkheid binnen de Wmo.

2-2 2-2-1

landelijk beleid en ontwikkelingen decentralisaties sociaal domein Met de invoering van de nieuwe Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo), de Jeugdwet en de Participatiewet in 2015, is een groot aantal verantwoordelijkheden binnen het sociaal domein verlegd van het rijk of de provincie naar de gemeenten. Het idee was dat gemeente dichter bij de inwoners stonden en daarmee sneller problemen zouden signaleren.

2-2-2

uitgangspunten en verantwoordelijkheden De Wmo 2015 verplicht gemeenten om burgers die niet zelfredzaam zijn te ondersteunen, zodat zij zo lang mogelijk zelfstandig kunnen blijven wonen en deel kunnen nemen aan de samenleving.8 Hoewel de Wmo 2015 op een aantal punten afwijkt van de Wmo 2007, blijven de uitgangspunten ongewijzigd. Een belangrijke wijziging ten opzichte van de Wmo 2007 is dat gemeenten de verantwoordelijkheid hebben gekregen voor een groter aantal vormen van ondersteuning. Waar zij onder de Wmo 2007 nog enkel verantwoordelijk waren voor het bieden van hulp bij huishouden, hulpmiddelen en diensten en maatschappelijke opvang, zijn daar per 2015 ook taken bijgekomen voor begeleiding, persoonlijke verzorging, dagbesteding en beschermd wonen. In vergelijking met de Wmo 2007, legt de Wmo 2015 ook meer nadruk op de begrippen ‘zelfredzaamheid' en ‘participatie'. Dit betekent dat inwoners eerst zoveel mogelijk zelf dienen te regelen, eventueel met behulp van hun sociale netwerk, voordat zij aanspraak maken op ondersteuning vanuit de gemeente.9

8 Rijksoverheid. Wet maatschappelijke ondersteuning. Verkregen op 26 januari 2025 van https://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/zorg-enondersteuning-thuis/wmo-2015.

9 Van der Ham, L., Den Draak, M., Mensink, W., Schyns, P. & Van den berg, E., 'De Wmo 2015 in praktijk. De lokale uitvoering van de Wet maatschappelijke ondersteuning.' Den Haag: Sociaal en Cultureel Planbureau, januari 2018; Van Houten, G., Tuynman, M., & Gilsing, R., 'De invoering van de Wmo: gemeentelijk beleid in 2007.' Den Haag: Sociaal en Cultureel Planbureau, augustus 2008.

27

Zicht op de kwaliteit en resultaten Wmo-ondersteuning

Rekenkamer Lansingerland

2-2-3

maatwerkvoorzieningen en algemene voorzieningen Vanuit de Wmo 2015 worden algemene voorzieningen en maatwerkvoorzieningen aangeboden10. Algemene voorzieningen zijn voor alle inwoners toegankelijk, zonder dat een onderzoek naar de hulpvraag van een inwoner nodig is. Voorbeelden van algemene voorzieningen zijn een maaltijdvoorziening, sociaal vervoer, informele buurtzorg, sociaal-culturele voorzieningen of een klussendienst. Ook kunnen algemene voorzieningen in meer algemene zin betrekking hebben op de toegankelijkheid van gebouwen en voorzieningen en voorlichting. Het verschilt per gemeente welke algemene voorzieningen worden aangeboden. In de Wmo 2015 wordt nog meer dan onder de Wmo 2007 ingezet op lichte vormen van ondersteuning.

Daarom worden gemeenten onder de Wmo 2015 aangespoord om sterk in te zetten op de ontwikkeling en gebruik van dit soort algemene voorzieningen.11 Maatwerkvoorzieningen zijn vormen van ondersteuning die zijn afgestemd op de individuele omstandigheden en mogelijkheden van de aanvrager.12 Voorbeelden van dit soort voorzieningen zijn hulp bij huishouden (bijvoorbeeld schoonmaken), hulpmiddelen (bijvoorbeeld een scootmobiel), woningaanpassingen (bijvoorbeeld een traplift) of dagbesteding.13 Maatwerkvoorzieningen worden pas ingezet als blijkt dat de eigen mogelijkheden van inwoners en hun sociale netwerk of algemene voorzieningen onvoldoende ondersteuning bieden. Voorafgaand aan het toekennen van een maatwerkvoorziening door de gemeente dient dan ook een onderzoek naar de hulpvraag en omstandigheden van de aanvrager te worden uitgevoerd. Dit onderzoek moet ervoor zorgen dat met de geboden ondersteuning via een maatwerkvoorziening daadwerkelijk ‘maatwerk' wordt geleverd.14

2-2-4

zorg in natura of persoonsgebonden budget (pbg) Na een beschikking van de gemeente vanuit de Wmo zijn er twee opties om ondersteuning te ontvangen: via zorg in natura of via pgb. Bij zorg in natura krijgt een inwoner ondersteuning via een aanbieder die door de gemeente is gecontracteerd. Vaak is het mogelijk om een voorkeursaanbieder te kiezen. De administratie, facturatie en afspraken over kwaliteit worden door de gemeente geregeld. Bij een persoonsgebonden budget (pgb) koopt de ontvanger zelf ondersteuning in, sluit de ontvanger zelf contracten af met de aanbieder en stuurt de ontvanger zelf de hulpverleners aan. Het regelen van ondersteuning via een pgb kent enkele

10 Rijksoverheid. Wet maatschappelijke ondersteuning. Verkregen op 26 januari 2025 van https://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/zorg-enondersteuning-thuis/wmo-2015.

11 Tweede Kamer, degels inzake de gemeentelijke ondersteuning op het gebied van zelfredzaamheid, participatie, beschermd wonen en opvang (Wet maatschappelijke ondersteuning 2015). Memorie van toelichting', vergaderjaar 2013/2014, 33841, nr. 3: p. 35; Van der Ham, L., Den Draak, M., Mensink, W., Schyns, P. & Van den berg, E, 'De Wmo 2015 in praktijk. De lokale uitvoering van de Wet maatschappelijke ondersteuning'. Den Haag: Sociaal en Cultureel Planbureau, januari 2018.

12 Tweede Kamer, 'Regels inzake de gemeentelijke ondersteuning op het gebied van zelfredzaamheid, participatie, beschermd wonen en opvang (Wet maatschappelijke ondersteuning 2015). Memorie van toelichting', vergaderjaar 2013/2014, 33841, nr. 3: p. 35.

13 Van der Ham, L., Den Draak, M., Mensink, W., Schyns, P. & Van den berg, E, 'De Wmo 2015 in praktijk. De lokale uitvoering van de Wet maatschappelijke ondersteuning'. Den Haag: Sociaal en Cultureel Planbureau, januari 2018; Van Houten, G., Tuynman, M., & Gilsing, R., 'De invoering van de Wmo: gemeentelijk beleid in 2007.' Den Haag: Sociaal en Cultureel Planbureau, augustus 2008.

14 Van der Ham, L., Den Draak, M., Mensink, W., Schyns, P. & Van den berg, E., 'De Wmo 2015 in praktijk. De lokale uitvoering van de Wet maatschappelijke ondersteuning'. Den Haag: Sociaal en Cultureel Planbureau, januari 2018; Van Houten, G., Tuynman, M., & Gilsing, R., 'De invoering van de Wmo: gemeentelijk beleid in 2007.' Den Haag: Sociaal en Cultureel Planbureau, augustus 2008.

28

Zicht op de kwaliteit en resultaten Wmo-ondersteuning

Rekenkamer Lansingerland

voorwaarden. Zo moet een ontvanger ‘pgb-vaardig' zijn15 en moet gemotiveerd worden waarom zorg in natura niet geschikt is.16

2-3 2-3-1

lokale inrichting en uitvoering van de Wmo vrij e beleidsruimte voor gemeenten De Wmo 2015 is een kaderwet. Dit houdt in dat de wet alleen de grenzen en uitgangspunten van het beleid aangeeft. Binnen de Wmo 2015 hebben gemeenten dan ook de vrijheid om het lokale beleid zelf in te vullen, zolang aan de wetgeving en richtlijnen wordt voldaan. Die beleidsruimte kunnen gemeenten gebruiken om het beleid af te stemmen op de lokale situatie en behoeften.17 In deze paragraaf wordt het voor dit onderzoek relevante lokale beleid van de gemeente Lansingerland kort toegelicht.

2-3-2

beleidsstructuur sociaal domein gemeente Lansingerland Het Wmo-beleid van de gemeente Lansingerland was vastgelegd in een breder beleidsplan voor het gehele sociaal domein. Dit beleidsplan ‘Versterken van veerkracht' richtte zich op preventie en ondersteuning op individueel niveau in de vorm van maatwerkvoorzieningen vanuit de Jeugdwet, Participatiewet en Wmo 2015. Het beleidsplan liep tot 2022 en is sindsdien niet geactualiseerd.18 In 2023 is de Samenlevingsvisie gepresenteerd. Dit document bouwt voort op ‘Versterken veerkracht', maar verbreedt de blik van preventie en ondersteuning op individueel niveau naar de samenleving in zijn geheel. Het legt de nadruk op de “samenleving als vangnet”.19 De Samenlevingsvisie is niet bedoeld als nieuw beleidsplan, maar als kompas en afwegingskader voor nieuw beleid in het sociaal domein. Aan Versterken van Veerkracht en de Samenlevingsvisie ligt de Lansingerlandse Standaard ten grondslag. De Lansingerlandse Standaard bestaat uit vier elementen: 1 samen bouwen aan de samenleving; 2 de touwtjes zelf in handen; 3 op tijd erbij; 4 passende hulp en ondersteuning.

nieuw (doelgroepgericht) beleid Vanuit de ‘Samenlevingsvisie' zijn drie nieuwe beleidstukken opgesteld. Ook deze beleidsstukken richten zich op het gehele sociaal beleid, maar elk stuk richt zich op één specifieke doelgroep: Het gaat om de volgende beleidsstukken: ^ Kansrijk opgroeien (gericht op jongeren); ^ Grip op het leven (gericht op volwassenen); ^ Vitaal en waardig ouder worden (gericht op ouderen).

15 Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, '10 punten pgb-vaardigheid'. 16 Rijksoverheid. Wet maatschappelijke ondersteuning. Verkregen op 26 januari 2025 van https://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/zorg-enondersteuning-thuis/wmo-2015.

17 Van der Ham, L., Den Draak, M., Mensink, W., Schyns, P. & Van den Berg, E., ADe Wmo 2015 in praktijk. De lokale uitvoering van de Wet maatschappelijke ondersteuning'. Den Haag: Sociaal en Cultureel Planbureau, januari 2018; Van Houten, G., Tuynman, M., & Gilsing, R., ADe invoering van de Wmo: gemeentelijk beleid in 2007.' Den Haag: Sociaal en Cultureel Planbureau, augustus 2008.

18 Gemeente Lansingerland, Versterken van veerkracht, 2018. 19 Gemeente Lansingerland, Samenlevingsvisie Lansingerland, 2023, 16. 29

Zicht op de kwaliteit en resultaten Wmo-ondersteuning

n

Rekenkamer Lansingerland

De beleidsplannen Kansrijk opgroeien en Vitaal en waardig ouder worden zijn in februari 2025 vastgesteld door de raad.20 Voor het beleidsplan Grip op het leven is in 2025 een uitgangspuntennotitie gepresenteerd. Dit plan moet in september 20255 vastgesteld worden.21

verordening en beleidsregels De gemeente Lansingerland heeft naast de beleidsplannen een ‘Verordening sociaal domein' met bijbehorende beleidsregels. In de verordening is de toegang tot alle ondersteuning in het sociaal domein uitgewerkt. Er is een specifieke paragraaf opgenomen met betrekking tot de maatschappelijke ondersteuning waarin de procedure en kwaliteitseisen van de ondersteuning zijn opgenomen en de voorwaarden die gelden voor de verschillende maatwerkvoorzieningen. In de beleidsregels zijn de maatwerkvoorzieningen verder uitgewerkt en wordt ingegaan op de beoogde resultaten, het afwegingskader en de wijze van verstrekken.22 In onderstaand overzicht is de beleidsstructuur op gestructureerde wijze weergegeven. Figuur 2-1 Beleidsstructuur gemeente Lansingerland

Samenlevingsvisie gemeente Lansingerland * Verordening Sociaal Domein gemeente Lansingerland 2023 * Beleidsregels Sociaal Domein gemeente Lansingerland 2023

Vitaal en waardig ouder worden in Lansingerland

Uitvoeringsprogramma (nog in ontwikkeling) Grip op het leven

Uitvoeringsplannen per beleidsveld (nog in ontwikkeling) Kansrijk opgroeien Integraal veiligheidsbeleid

2-3-3

toegang tot Wmo-voorzieningen De algemene Wmo-voorzieningen van de gemeente Lansingerland zijn rechtstreeks toegankelijk zonder voorafgaand onderzoek. De toegang tot maatwerkvoorzieningen is in de gemeente Lansingerland geregeld via het zogenaamde toegangsmodel.23 Het

20 https:^lansingerland.bestuurlijkeinformatie.nyReports^ocumenty3582c584-bcb7-46ec-94aa-7261f4d5ba9a?document^9c3d8d58-d229-45e48be4-20017370411d

21 Toevoeging vanuit ambtelijk wederhoor. 22 Gemeente Lansingerland, "Verordening Sociaal Domein gemeente Lansingerland 2023," https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR738776/. 23 Gemeente Lansingerland, "Verordening Sociaal Domein." 30

Zicht op de kwaliteit en resultaten Wmo-ondersteuning

Rekenkamer Lansingerland

toegangsmodel houdt in dat inwoners hun hulpvraag vormvrij kunnen stellen bij de gemeente of één van de aangewezen toegangspartijen. Toegangspartijen zijn organisaties die via een subsidie de opdracht hebben gekregen om specifieke inwoners door te verwijzen naar ondersteuning. De toegangspartijen die deze opdracht hebben gekregen zijn het Centrum Jeugd & Gezin (gericht op gezinnen met kinderen), Stichting Kwadraad (gericht op volwassenen) en Welzijn Lansingerland (gericht op ouderen). De toegangspartijen verwijzen inwoners door met behulp van een ondersteuningsplan. In het ondersteuningsplan staat de hulpvraag, bijbehorende knelpunten en mogelijke oplossingen waar de inwoners gebruik van kan maken. Wmo-voorzieningen zijn hier onderdeel van. Het ondersteuningsplan wordt voor akkoord naar de cliënten gestuurd en het ondertekende ondersteuningsplan gaat vervolgens naar de gemeente. De rest van het proces loopt via de gemeente. Het is ook mogelijk om het gehele proces met de gemeente te doorlopen.24 Een aanvraag is nodig om een beschikking voor een maatwerkvoorziening te krijgen. Inwoners kunnen voorzieningen aanvragen via de daarvoor bestemde formulieren. Inwoners kunnen hier hulp bij krijgen van Stichting Kwadraad en Stichting Mee. Stichting Mee is een onafhankelijke cliëntondersteuner.

Een Wmo-consulent van de gemeente bepaald binnen een termijn van acht weken na ontvangst van de aanvraag of de maatwerkvoorziening wordt afgegeven. Daarnaast is er een spoedprocedure mogelijk. De gemeente bepaalt naar welke aanbieder een inwoner wordt doorverwezen voor ondersteuning. Als er meerdere aanbieders zijn dan is de voorkeur van de inwoner leidend., Wanneer een inwoners zorg in natura wil, moet het wel een gecontracteerde aanbieder zijn.25

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Lansingerland&id=5ee2f663-9cf6-4367-a52f-ec77f8f645e7