CConstaterende datLansingerland
Koppel je AI →
Document · PDF

[T25.06210] Bijlage 15 - Toets PGS 37-1

Gemeenteraad 25 september 2025, gemeente LansingerlandBij agendapunt: Bindend adviesrecht aanvraag omgevingsvergunning Munnikenweg (Zonnepark) (mogelijk motie of amendement VOOR Lansingerland)10.948 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

drastisch te kunnen koelen in geval van een incident. Alleen bij

runaway toegevoerd kan worden. De bluswateraansluiting moet op een makkelijk toegankelijke plaats zijn

daarvoor geschikte systemen kan de brandweer er ook voor

gesitueerd tussen 0,50 m en 1 m boven maaiveld. Het water moet binnen de container boven de hoogste energiedrager worden ingebracht.

kiezen om het systeem vol te laten lopen met water. Omdat er dan water voor handen moet zijn, houdt dit alleen voor Typical 2

Indien een energiedragercompartiment onder water gezet kan worden, is een

een bluswatervoorziening in. Deze bluswatervoorziening moet voldoen de eisen in de Handreiking Bluswatervoorziening en

voorziening aanwezig om tijdens of na afloop het compartiment actief te kunnen

Bereikbaarheid.

koelen of te laten leeglopen, bijvoorbeeld d.m.v. een kogelkraan. De bluswateraansluiting is aan de binnenzijde voorzien van een terugslagklep zodat wordt voorkomen dat vuur of rook in geval van brand via de bluswateraansluiting naar buiten kan komen. Een brandblusinstallatie mag ook zo worden uitgevoerd dat deze brandpropagatie zoals bedoeld in de eerste alinea kan voorkomen. Dit moet door de leverancier van het systeem kunnen worden aangetoond d.m.v. certificatie. In dit geval gelden niet de eisen met betrekking tot bestand zijn tegen de hydrostatische druk en waterdichtheid. Voor bestaande EOS'en mag als alternatief een voorziening voor een watersnijsysteem zoals beschreven in Bijlage H worden toegepast.

5,6

M57

Brandbeheerssysteem

Voor een inpandig EOS is in de ruimte waarin het EOS staat opgesteld, een

De UPD-opsteller is gekwalificeerd voor het opstellen van

gecertificeerd brandbeheerssysteem conform het CCV-certificatieschema

uitgangspuntendocumenten en specificaties onder het nieuwe

Installeren VBB-installaties aanwezig.

landelijke CCV-certificatieschema ‘Uitgangspuntendocumenten

Voor typical 5 is deze maatregel altijd van toepassing. Voor typical 6 geldt deze

Brandbeveiliging Opslag Gevaarlijke Stoffen volgens PGS'.

maatregel alleen wanneer niet voldaan wordt aan M55 en wanneer deze ^00 kWh is. Het brandblussysteem: is ontworpen, aangelegd, opgeleverd en onderhouden volgens een uitgangspuntendocument (UPD), M58. wordt jaarlijks op functioneren en onderhoud beoordeeld door een inspectieinstelling met een accreditatie volgens NEN-EN-ISO/IEC 17020 als type A voor het uitvoeren van beoordelingen en inspecties van brandblussystemen.

Niet voor typical 3

Niet van toepassing

5,6

M58

Eisen UPD

Het UPD is de grondslag voor ontwerp, uitvoering, beheer en inspectie van het

Voor het opstellen van een uitgangspuntendocument kan worden Niet voor typical 3

brandbeheerssysteem en omvat de uitgangspunten daarvoor.

gebruikgemaakt van de handreiking voor het opstellen van een

Het UPD bevat:

uitgangspuntendocument (UPD) voor vastopgestelde

de doelstelling of doelstellingen van het brandbeheerssysteem;

brandbeheersings- en brandblussystemen (VBB-systemen).

Niet van toepassing

de beschrijving van de situatie waarvoor het brandbeheerssysteem doeltreffend is ten aanzien van de doelstellingen. De beschrijving omvat: de lijst van gevaarlijke stoffen en/of CMR-stoffen en/of groepen van gevaarlijke stoffen en/of ADR-gevarenklassen waarvoor een vergunning is verleend dan wel wordt aangevraagd en die van belang zijn voor de keuze en werking van het brandblussysteem; de lijst van overige stoffen (aanverwante stoffen, koopmansgoederen en pallets) die kunnen worden opgeslagen en die van belang zijn voor de keuze en werking van het brandblussysteem; de bouwkundige, installatietechnische en organisatorische voorzieningen die noodzakelijk zijn voor de goede werking van het brandblussysteem; de brandscenario's waarvoor het brandblussysteem doeltreffend moet zijn. het gekozen brandbeheerssysteem met verantwoording; de prestatie-eisen te stellen aan het brandbeheerssysteem om de doelstellingen te bereiken; de voor ontwerp, uitvoering, beheer en inspectie toe te passen normen (de ontwerpnorm) met verantwoording van de keuze; de afwijkingen ten opzichte van de ontwerpnorm en/of deze PGS, die het gevolg zijn van: het toepassen van een gelijkwaardig alternatief met verantwoording; het niet van toepassing verklaren van onderdelen van de ontwerpnorm met verantwoording. Beoordeling en goedkeuring UPD: 5,6

M59

Vijfjaarlijkse beoordeling

Het uitgangspuntendocument wordt elke vijf jaar beoordeeld. Deze beoordeling

UPD

wordt uitgevoerd door een inspectie-instelling met een accreditatie volgens NEN-

Niet voor typical 3

Niet van toepassing

Niet voor typical 3

Niet van toepassing

Deze situatie wordt

EN-ISO/IEC 17020 als type A voor het uitvoeren van beoordelingen en inspecties van brandbeveiligingsystemen; gaat over de gebruikte uitgangspunten en normen in relatie tot de beste beschikbare technieken; gaat over wijzigingen in de activiteiten. Bevindingen uit de beoordelingen moeten doorgevoerd worden 5,6

M60

Bewaren gegevens UPD

De volgende documenten of gegevens worden bewaard:

Deze documenten mogen ook in digitale vorm beschikbaar zijn.

het uitgangspuntendocument; de goedkeuring door het bevoegd gezag; de beoordeling door een inspectie-instelling met een accreditatie volgens NENEN-ISO/IEC 17020 als type A voor het uitvoeren van beoordelingen en inspecties van brandbeveiligingsystemen; de jaarlijkse beoordeling van het brandbestrijdingssysteem door die inspectieinstelling; de vijfjaarlijkse beoordeling van het uitgangspuntendocument door die inspectieinstelling. 7.6.4

Noodplan, incidenten en calamiteiten

alle

x

M61

Bereikbaarheid van het EOS

Het EOS moet altijd bereikbaar zijn voor hulpverlenende diensten in

Voorbeeld van een object met een verhoogd risico is een

In een bijlage is een kaart opgenomen

overeenstemming met hoofdstuk 4 van de Handreiking Bluswatervoorziening en

propaantank op bijvoorbeeld een bouwplaats.

waarin de toegangswegen en de overige voorgelegd aan het

bereikbaarheid.

voorzieningen en maatvoeringen tbv de

bevoegd gezag. Op basis

De hulpdiensten moeten te allen tijde toegang kunnen krijgen tot het terrein en

hulpverlenende diensten zijn

van de uitgangspunten is

het EOS. Dit moet duidelijk beschreven zijn in het noodplan (M64).

aangegeven.

het conform de PGS.

Het (tijdelijk) plaatsen van objecten mag de toegang tot het EOS voor de hulpdiensten niet hinderen.

5

M62

Bereikbaarheid -inpandig

De opstellingsruimte van een op maaiveld gelegen EOS moet direct aan een

EOS

buitengevel gesitueerd zijn, tenzij aangetoond kan worden dat in geval van een explosie de integriteit van het gebouw gewaarborgd blijft. Bij een kelderopstelling

een EOS op een hoger gelegen verdieping gelden aanvullende

grenst het EOS direct aan een grondkerende wand met een directe toegang van

eisen.

buiten. Bij een kelderopstelling is de totale capaciteit van de lithiumhoudende

Soms bestaat de grondkerende constructie uit een damwand. Bij

energiedragers maximaal 1 MWh.

het aanbrengen van de damwand is rekening gehouden met de

De voorkeurslocatie van een inpandig EOS is, met het oog op de bereikbaarheid, de begane grond of eventueel een kelder. Voor

Niet voor typical 3

Niet van toepassing

Deze situatie wordt

Bij een kelderopstelling is de toegang aan de buitenzijde begrensd door een constructie van de trap. Het plateau zorgt ervoor dat de plateau van ten minste 2 m2. De trap naar de opstellingsruimte van het EOS is ten toegangsdeur naar buiten kan draaien en er voldoende minste 1 m breed. De trap vormt constructief één geheel met de rest van het gebouw (tegen

bewegingsruimte is om energiedragers doelmatig en veilig naar buiten af te voeren.

zettingsverschillen om de toegang tot het inpandige EOS te waarborgen).

Indien het inregenen en naar binnen stromen van hemelwater

Er zijn maatregelen getroffen om ter hoogte van de toegangsdeur van het EOS

redelijkerwijs niet mogelijk is, zijn maatregelen om hemelwater af te voeren niet noodzakelijk. Voorbeelden zijn de ligging van het

hemelwater doelmatig af te voeren. Deze maatregel is niet van toepassing op bestaande EOS'en.

EOS aan een overdekte straat (tunnelconstructie) of een volledige afscherming van de trapconstructie bij een kelderopstelling. Bij een kelderopstelling verdient het aanbeveling om een verhoging bij de toegang op maaiveld aan te brengen die het naar binnen stromen van hemelwater tijdens een hevige regenbui voorkomt.

2,3

x

M63

Toegankelijheid EOS-park

In verband met de bereikbaarheid van de EOS'en op een EOS-park moet het EOS-

Afhankelijk van de plaatselijke situatie kan worden afgeweken na

In een bijlage is een kaart opgenomen

park via ten minste twee op voldoende uit elkaar gelegen ingangen toegankelijk zijn, conform de Handreiking Bluswatervoorziening en bereikbaarheid.

toestemming van het bevoegd gezag.

waarin de toegangswegen en de overige voorgelegd aan het

Toezicht op toegangen in open toestand kan ook cameratoezicht voorzieningen en maatvoeringen tbv de

bevoegd gezag. Op basis

De externe toegangen moeten in open toestand onder toezicht staan.

zijn.

van de uitgangspunten is het conform de PGS.

hulpverlenende diensten zijn aangegeven.

alle

x

M64

Noodplan

Een actueel noodplan (zie Bijlage E voor een voorbeeld) hoe te handelen bij

In geval van bemande locaties is het de bedoeling om het

incidenten is opgesteld. Onder incident wordt in ieder geval het optreden van een

noodplan af te stemmen op het interne noodplan

Het template van het noodplan conform Aan het bevoegd gezag de PGS 37-1 zal door O&M opgemaakt wordt gevraagd om

thermal runaway en een lekkage van elektrolyt verstaan. De

(bedrijfshulpverlening, ontruiming, opleiding werknemers,enz.).

worden. Dit wordt afgestemd op het

voorafgaand aan de

moment dat de leverancier is gekozen.

realisatie van het project

installatieverantwoordelijke is verantwoordelijk voor het actueel houden en verspreiden van het noodplan.

het noodplan (dat

Het noodplan is gericht op het beperken en beheersen van calamiteiten, ongevallen en het beschermen van werknemers en de leefomgeving. Dit noodplan

afgestemd is op de leverancier) te toetsen.

moet voorhanden zijn bij de installatieverantwoordelijke partij en beheerder van het EOS en de hulpdiensten. Dit noodplan bevat ten minste: contactinformatie van betrokken partijen; een beschrijving van de monitoring; hoe de alarmering geregeld is (24/7); hoe er op de alarmering gereageerd moet worden; scenariobeschrijvingen bij brandmelding; plattegrond waarop bluswatervoorzieningen aangegeven zijn (niet noodzakelijk voor typical 4); informatie over de toegang tot het terrein van het EOS (M63); tekeningen en codering van het EOS; technische informatie van het EOS (vermogen, capaciteit, enz.); wat te doen na een incident (opruimen eventuele lekkages elektrolyt, opruimen bluswater, etc.) alle

x

M65

Noodplan-beproeven

Het noodplan wordt ten minste elke drie jaar beproefd en zo nodig bijgewerkt. Als het noodplan wordt bijgewerkt, wordt rekening gehouden met:

basis van incidentscenario's. Dit kan bestaan uit het testen in de

De driejaarlijkse beoordeling en beproeving zal conform de PGS worden

de veranderingen van technische en organisatorische aard bij de

praktijk, administratief testen (desktopoefening) of een

afgenomen.

hulpverleningsdiensten; de veranderingen in het veiligheidsinzicht die belangrijke gevolgen kunnen

combinatie. Doel is om vast te stellen of het noodplan effectief is. Voor de driejaarlijkse beoordeling en beproeving van het

hebben voor de risico's van ongevallen;

noodplan is aangesloten bij het Arbeidsomstandighedenbesluit.

resultaten beproevingen.

Onder beproeven wordt verstaan het testen van het noodplan op

Dit bepaalt dat het noodplan ten minste eenmaal per drie jaar moet worden beproefd, geëvalueerd en indien nodig gewijzigd. Meer informatie staat in Bijlage D.

Voldoet

7.6.5

Pictogrammen en aanwijzingen

alle

x

M66

Pictogrammen EOS

Aan de buitenzijde van een EOS moeten veiligheidstekens zijn aangebracht. In

Het EOS krijgt pictogrammen die risico's Voldoet

ieder geval betreft dit het openvuur- en rookverbod, zoals vastgelegd in NEN-EN-

en verboden handelingen weergeven.

ISO 7010 onder nummer P003. Aanvullend moeten de volgende waarschuwingspictogrammen zijn aangebracht: elektrocutiegevaar, NEN-EN-ISO 7010, onder nummer W012; waarschuwing opladen batterijen, NEN-EN-ISO 7010, onder nummer W026. De veiligheidstekens moeten altijd, op een goed zichtbare plaats, aan de buitenkant van het EOS zijn aangebracht. alle

x

M67

Markering hybride EOS

Het moet duidelijk zichtbaar zijn dat het een hybride EOS betreft, waarbij met

Indien geen etiketten voorhanden zijn, mag dit ook met tekst

Niet van toepassing om het geen

etiketten aan de buitenzijde wordt aangegeven waar het elektrische en het

worden aangegeven.

hybride EOS is.

brandstof- of elektrolytcompartiment zich bevindt.

Niet van toepassing

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Lansingerland&id=f3712537-4114-4eef-a633-1b4a23f452ba