CConstaterende datLansingerland
Koppel je AI →
Document · PDF

[T25.04908] Motivering BOPA 1e fase Noordeinde 1

Commissie Ruimte 9 september 2025, gemeente LansingerlandBij agendapunt: Verzoek bindend adviesrecht aanvraag en gedeeltelijke ontheffing bindend adviesaanvragen Ruimte-voor-Ruimte woningen Groenzoom30.398 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 4

Conclusie Aanvullend onderzoek en andere aanbevelingen/maatregelen worden in acht genomen op het moment dat werkzaamheden voor het bouwrijp maken van de gronden wordt gestart. Werkzaamheden worden verricht buiten het broedseizoen en met begeleiding van een ecoloog. Gelet op voorgaande wordt geconcludeerd dat het aspect natuur geen belemmering vormt voor de uitvoerbaarheid van het project.

6.17

Omgevingsveiligheid

6.17.1

Kaders Beleidskaders Integraal veiligheidsbeleid 2019-2022 Het Integraal Veiligheidsbeleid (IVB) 2019-2022 van Lansingerland beschrijft de prioriteiten en aanpak van de gemeente op het gebied van veiligheid voor de periode 2019-2022. Het is in samenwerking met diverse stakeholders tot stand gekomen. Onder meer de gemeenteraad, inwoners, politie, Buurttoezicht Lansingerland, winkeliersverenigingen en regionale partners hebben deelgenomen. Er zijn vijf Uitgangspunten voor verbetering van veiligheid vastgesteld:  Integrale aanpak: Veiligheidsthema's worden integraal benaderd, met samenwerking tussen verschillende partijen en beleidsdomeinen.  Verbinding: Goede relaties met interne en externe partners en met inwoners staan centraal.  Preventie: De focus ligt op preventie en gedragsverandering, met handhaving als ondersteunend middel.  Participatie: Inwoners worden betrokken bij het veiligheidsbeleid en worden gestimuleerd om een actieve rol te spelen.  Transparantie: De gemeente communiceert open en duidelijk over haar veiligheidsbeleid en de resultaten. Het Integraal veiligheidsbeleid telt daarnaast acht prioriteitsthema's:  Verbinding: Het versterken van de samenwerking met interne en externe partners en het verbeteren van de communicatie met inwoners.

 High Impact Crimes (HIC): Het terugdringen van criminaliteit met een grote impact op het veiligheidsgevoel, zoals woninginbraken, overvallen en straatroven.  Jeugd: Het aanpakken van jeugdoverlast, het voorkomen van criminaliteit door jongeren en het bevorderen van een veilige omgeving voor jongeren.  Drugsaanpak: Het bestrijden van drugscriminaliteit, het terugdringen van drugsoverlast en het voorkomen van drugsgebruik.

83

 Ondermijning: Het bestrijden van georganiseerde criminaliteit die de legale samenleving ondermijnt, zoals witwassen, drugshandel en mensenhandel.  Verkeersveiligheid: Het verbeteren van de verkeersveiligheid, met name op schoolroutes en in 30km zones.  Overlast: Het terugdringen van overlast in de openbare ruimte, zoals geluidsoverlast, vervuiling en vernielingen.  Flexibele en innovatieve aanpak: Het vermogen om in te spelen op nieuwe ontwikkelingen en flexibel om te gaan met veranderende veiligheidsproblemen. Juridische kaders Het maken van een gezonde en veilige leefomgeving maakt deel uit van de centrale doelstellingen van de Omgevingswet. Veiligheid is een belangrijk thema omdat het bijdraagt aan de volksgezondheid. Het aspect veiligheid valt uiteen in omgevingsveiligheid, hoogwaterveiligheid, brandveiligheid en constructieve veiligheid. Regels over de verschillende veiligheidsaspecten worden opgenomen in het omgevingsplan. Gemeenten zijn verplicht de risico’s van rampen, crises en branden te adresseren door normen ervoor op te nemen in het omgevingsplan. Er is een zorgplicht voor zowel overheden als initiatiefnemers. 6.17.2

Toetsing De aansluiting op de openbare weg wordt zodanig vormgegeven dat deze veilig is in het kader van verkeersveiligheid. De projectlocatie is bereikbaar voor politie en hulpdiensten. Daarmee is de locatie sociaal veilig. Verder worden er met deze ontwikkeling geen risicovolle activiteiten mogelijk gemaakt en is er geen sprake van (noemenswaardige) risico’s op het gebied van hoogwaterveiligheid. Om het gevaar voor niet gesprongen explosieven te beoordelen is de ‘Risicokaart Niet gesprongen explosieven’ van de gemeente Lansingerland geraadpleegd. Het projectgebied is op deze kaart niet als verdacht gebied aangeduid. Geconcludeerd wordt dat op deze locatie een veilige leefomgeving kan worden geboden aan toekomstige bewoners.

6.17.3

Conclusie Het aspect omgevingsveiligheid vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van het project.

6.18

Rotterdam The Hague Airport

6.18.1

Kaders Beleidskaders Het projectgebied ligt in de nabijheid van Rotterdam The Hague Airport. Getoetst wordt of er geen risico’s zijn ten aanzien van veiligheid en geluidshinder. Ook dient getoetst te worden of het voornemen geen verstoring van radarzones en andere apparatuur tot gevolg heeft.

84

6.18.2

Toetsing Volgens de kaart over hoogtebeperkingen en externe veiligheidsrisico's voor luchtvaart12 ligt het besluitgebied in verschillende zones met betrekking tot Rotterdam The Hague Airport en een aantal radars. Navolgende afbeelding toont een uitsnede van deze kaart. De hoogte wordt beperkt door de onderstaande zones.

Uitsnede kaart hoogtebeperkingen en externe veiligheidsrisico’s voor luchtvaart (Bron: hoogtebeperkingen luchtvaart).

Ten aanzien van het laservrijgebied geldt een verbod voor lasers die verstoring kunnen veroorzaken voor luchtvaartverkeer. Ten aanzien van het vogelgebied is er een verbod of meldingsplicht voor projecten waarvan vogels deel uitmaken of die veel vogels aantrekken (voedselindustrie of verwerking afvalstoffen). Voorliggend

12

https://hoogtebeperkingen-luchtvaart.nl/?page=Interactieve-kaart

85

project voorziet in woningbouw. Laser- en vogelbeperkingen zijn niet van toepassing. Tijdelijk materieel zal minder hoog zijn dan de beperkingen. Alle andere zones, zoals van de DVOR/DME, zijn ter plaatse van de ontwikkellocatie niet relevant. 6.18.3

Conclusie De nabijheid van Rotterdam The Hague Airport vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van het project.

6.19

Slagschaduw van windturbines

6.19.1

Kaders Juridische kaders Besluit kwaliteit leefomgeving In paragraaf 5.1.4.4a van het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) zijn instructieregels opgesteld voor de omgang met slagschaduw van windturbines. Deze regels stellen eisen aan het toelaten en beheren van windturbines die slagschaduw veroorzaken in verblijfsruimten van gevoelige gebouwen. De regels zijn van toepassing op windturbines met een rotordiameter van 2 meter of meer die slagschaduw veroorzaken in verblijfsruimten van gevoelige gebouwen, zowel voor de turbines zelf als voor de gebouwen waarin de schaduw valt. Er zijn uitzonderingen voor gebouwen die voor maximaal tien jaar zijn toegelaten en voor windparken waarvoor uiterlijk op 30 juni 2021 een vergunning is verleend en waarvoor geen wijzigingen zijn doorgevoerd. Gevoelige gebouwen omvatten woningen, onderwijsgebouwen, gezondheidszorggebouwen en kinderopvanglocaties, inclusief gebouwen die nog gebouwd mogen worden volgens het omgevingsplan of een vergunning. Het omgevingsplan moet ervoor zorgen dat de slagschaduw aanvaardbaar is en kan regels bevatten die niet gelden voor gebouwen die functioneel verbonden zijn met de betreffende windturbine.

Als een omgevingsplan regels bevat over slagschaduw bij bepaalde activiteiten, zoals in de agrarische sector of op een bedrijventerrein, kan het bepalen dat die regels niet gelden voor gebouwen die eerder functioneel verbonden waren met die activiteit of windturbine. Een aanvaardbare situatie wordt bereikt als een omgevingsplan bepaalt dat slagschaduw gemiddeld zeventien dagen per jaar gedurende niet meer dan twintig minuten per dag kan optreden in verblijfsruimten van gevoelige gebouwen die op een afstand van minder dan twaalf keer de rotordiameter van de windturbine liggen. Deze regels gelden niet voor windparken met 3 of meer windturbines.

86

6.19.2

Toetsing Er zijn geen windmolens in de omgeving van het projectgebied aanwezig. Raadpleging van de Atlas Leefomgeving leert dat de meest nabijgelegen windturbine aan de Radonstraat te Zoetermeer staat. Dit is op 2,5 kilometer afstand. Overlast door slagschaduw is op deze afstand uitgesloten.

6.19.3

Conclusie Het aspect slagschaduw van windturbines vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van het project.

6.20

Stedenbouw, landschap en ruimtelijke kwaliteit

6.20.1

Kaders Beleidskaders De Welstandsnota van de gemeente Lansingerland dient als toetsingskader voor het beoordelen van de architectonische en stedenbouwkundige kwaliteit van het plan. Er wordt in paragraaf 6.3 verder ingegaan op de welstandsnota. Juridische kaders Omgevingswet Onder de Omgevingswet zijn instructieregels opgenomen in het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) in paragraaf 5.1.5: 'Beschermen van landschappelijke of stedenbouwkundige waarden en cultureel erfgoed'. Daarnaast zijn er beleidskaders vastgelegd, zowel in de provinciale omgevingsvisie als in de gemeentelijke bestemmingsplannen. Op basis van deze documenten is een beschermingsregime opgenomen voor het behoud en versterken van kenmerkende landschapsstructuren en cultureel erfgoed. Provinciale omgevingsverordening In § 7.3.7 geeft de provincie instructieregels die gaan over ruimtelijke kwaliteit. In deze paragraaf worden gebieden aangewezen met verschillende beschermingscategorieën. Daarnaast wordt ingegaan op ruimtelijke ontwikkelingen en wordt aangegeven wanneer sprake is van inpassen, aanpassen of transformeren. Daarbij wordt voorgeschreven dat een omgevingsplan een ruimtelijke ontwikkeling alleen toelaat als de ruimtelijke kwaliteit per saldo ten minste gelijk blijft.

In de paragraaf wordt vervolgens nog ingegaan op het borgen van de ruimtelijke kwaliteit, de randvoorwaarden bij ontwikkeling en de motivering van de locatiekeuze. Bij ruimtelijke ontwikkelingen speelt ruimtelijke kwaliteit een belangrijke rol. In § 7.3.8 geeft de provincie instructieregels die gaan over stedelijke ontwikkelingen. In artikel 7.45b is voorgeschreven dat een omgevingsplan, die voorziet in een stedelijke ontwikkeling met de functie wonen, rekening houdt met een zo hoog mogelijke woningdichtheid en dat bijgedragen wordt aan een goede woon- en leefomgeving. Daarnaast worden in het omgevingsplan de mogelijkheden betrokken voor gevarieerde woningtypen.

87

6.20.2

Toetsing De vijf woningen maken deel uit van een groter plan waarin uiteindelijk 42 woningen worden gerealiseerd. Voor dit plan is een stedenbouwkundig raamwerk vastgesteld. De kavels zijn gesitueerd en worden ingericht overeenkomstig het stedenbouwkundig raamwerk. Dit is nader uitgewerkt in paragraaf 2.2. Het stedenbouwkundig raamwerk zorgt ervoor dat er een soepele overgang ontstaat tussen de dorpsbebouwing aan het lint naar de open velden van het buitengebied. Hierdoor ontstaat stedenbouwkundige kwaliteit. Er is in het ontwerp aandacht voor cultuurhistorisch waardevolle structuren, voor groen, voor afwatering en voor sociale veiligheid. Op deze manier voorziet het plan in een hoge ruimtelijke kwaliteit.

6.20.3

Conclusie Er is in het project rekening gehouden met de aspecten, stedenbouw, landschap en ruimtelijke kwaliteit.

6.21

Trillingen

6.21.1

Kaders Juridische kaders Besluit kwaliteit leefomgeving In de instructieregels van het Bkl (paragraaf 5.1.4.4) is bepaald dat in een omgevingsplan rekening gehouden dient te worden met trillingen door activiteiten in trillinggevoelige ruimten van een trillinggevoelig gebouw. Een aanvaardbare situatie wordt in ieder geval gecreëerd als in het omgevingsplan de standaardwaarde van toepassing wordt verklaard voor continue en herhaald voorkomende trillingen. Het omgevingsplan kan ook een lagere waarde bevatten. Het omgevingsplan kan ook een hogere waarde dan de standaardwaarde bevatten, als op basis van een omgevingsvergunning of een maatwerkvoorschrift reeds een hogere waarde gold. Deze waarde is niet hoger dan de grenswaarde. Ook is een hogere waarde mogelijk als het gaat om een activiteit die verricht wordt op een bedrijventerrein dat in het omgevingsplan is aangewezen. Indien sprake is van zwaarwegende economische belangen of zwaarwegende andere maatschappelijke belangen kan dit het rechtvaardigen om in het omgevingsplan een hogere waarde op te nemen dan de standaardwaarde en zelfs hoger dan de grenswaarde. De maximale waarde is de grenswaarde vermenigvuldigd met de factor 1,8.

6.21.2

Toetsing In de omgeving van het projectgebied bevinden zich geen bedrijven of spoorlijnen die een bron van trillingshinder kunnen zijn. Aangezien er in de omgeving sprake is van slecht of niet onderheide woningen zal hier in de uitvoeringsfase extra aandacht voor gevraagd worden.

88

6.21.3

Conclusie Het aspect trillingen vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van het project.

6.22

Water

6.22.1

Kaders Beleidskaders Europees en rijksbeleid voor water Het Nationaal Water Programma 2022-2027 Het Nationaal Water Programma 2022-2027 is vastgesteld op 18 maart 2022. In het Nationaal Water Programma (NWP) 2022-2027 beschrijft de Rijksoverheid de hoofdlijnen van het nationale waterbeleid en de uitvoering ervan in de rijkswateren en -vaarwegen. De ministeries van Infrastructuur en Waterstaat, Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit hadden de gezamenlijke verantwoordelijkheid voor het opstellen van het NWP. Zij ontwikkelden dit samen met medeoverheden, drinkwaterbedrijven, maatschappelijke organisaties en branche- en sectorpartijen. Om de uitdagingen rondom water het hoofd te bieden is samenwerking cruciaal. Op grond van Europese regelgeving en de nationale Waterwet zijn iedere 6 jaar nationale plannen voor water nodig. In het NWP komen het oude Nationaal Waterplan (voor beleid) en het Beheer- en ontwikkelplan voor de rijkswateren (voor beheer) samen. Zo wordt al in de geest van de Omgevingswet gewerkt. Daarnaast zijn het Programma Noordzee, de stroomgebiedbeheerplannen en de overstromingsrisicobeheerplannen onderdeel van het NWP. Hiermee geeft het programma invulling aan de Europese richtlijnen voor water.

Het NWP beschrijft de nationale beleids- en beheerdoelen op het gebied van klimaatadaptatie, waterveiligheid, zoetwater en waterverdeling, waterkwaliteit en natuur scheepvaart en de functies van de rijkswateren. Denk aan het omgaan met droogte, onze dijken, en het borgen van de drinkwatervoorziening en de bevaarbaarheid van onze rivieren en kanalen. Hierbij wordt gekeken naar de raakvlakken binnen en tussen de verschillende waterthema’s, ook in de verschillende ‘water’ gebieden (dit zijn: Noordzee, Zuidwestelijke Delta, Waddengebied, IJsselmeergebied, Rivieren, Kanalen en Rijnmond-Drechtsteden). Dat brengt samenhang in het waterbeleid aan. Daarnaast worden de raakvlakken getoond tussen water en andere thema’s als landbouw, landschap, bodem en het energie- en klimaatbeleid. Het programma biedt daarmee overzicht en inzicht van wat Nederland nu en in de toekomst te wachten staat. Waterwet De Waterwet regelt het beheer van de waterkeringen, het oppervlaktewater en het grondwater, verbetert de samenhang tussen waterbeleid en ruimtelijke ordening en zorgt voor een eenduidige bestuurlijke procedure en daarbij behorende rechtsbe-

89

scherming voor besluiten. De Waterwet dient als paraplu om de Kaderrichtlijn Water (KRW) te implementeren en geeft ruimte voor implementatie van toekomstige Europese richtlijnen. De waterschappen hebben een bevoegdheid voor het verlenen van vergunningen voor grondwateronttrekkingen, bemalingen en infiltraties, met uitzondering van onttrekkingen voor drinkwater, koude en warmteopslag en grote industriële onttrekkingen van meer dan 150.000 m 3/jaar. Gemeenten hebben verdergaande taken en bevoegdheden in het kader van de zorgplicht voor het inzamelen van afvalwater in de riolering en voor hemelwater en grondwater. Nationaal Bestuursakkoord Water In het Nationaal Bestuursakkoord Water (NBW) is het kabinetsstandpunt over het waterbeleid in de 21e eeuw vastgelegd. De hoofddoelstellingen zijn: het waarborgen van het veiligheidsniveau bij overstromingen en het verminderen van wateroverlast. Daarbij wordt de voorkeur gegeven aan ruimtelijke maatregelen boven technische maatregelen. In het NBW is ook de watertoets als procesinstrument opgenomen. De watertoets is het proces van vroegtijdig informeren, adviseren en beoordelen van waterhuishoudkundige aspecten in ruimtelijke plannen en besluiten.

Het doel van dit instrument is waarborgen dat de waterhuishoudkundige doelstellingen expliciet in beschouwing worden genomen als het gaat om waterhuishoudkundige relevante ruimtelijke plannen en besluiten. Uitvoering van de watertoets betekent in feite dat de gemeente en de waterbeheerder samenwerken bij het uitwerken van ruimtelijke plannen, zodat problemen in het gebied zelf en de omgeving worden voorkomen. Kaderrichtlijn water De Europese Kaderrichtlijn Water (KRW) geeft een kader voor de bescherming van de ecologische en chemische kwaliteit van oppervlaktewater en grondwater. Zo dienen alle waterlichamen in 2015 een “goede ecologische toestand” (GET) te hebben bereikt en dienen sterk veranderende c.q. kunstmatige wateren in 2015 een “goed ecologisch potentieel” (GEP) te hebben bereikt. De chemische toestand dient in 2015 voor alle wateren (natuurlijk en kunstmatig) goed te zijn. Waterbeheer 21e eeuw In september 2000 heeft de commissie Waterbeheer 21e eeuw (WB21) advies uitgebracht over het toekomstig waterbeheer in Nederland. Belangrijk onderdeel van WB21 is het uitgangspunt van ruimte voor water. Er mag geen afwenteling plaatshebben; berging moet binnen het stroomgebied plaatshebben. Dit betekent onder andere het aanwijzen en in stand houden van waterbergingsgebieden. Daarnaast wordt verdroging bestreden en worden watertekorten verminderd.

Water en bodem sturend Voldoende en schoon water en een gezonde bodem. Het is van groot belang voor iedereen in ons land. Het kabinet wil bij de inrichting van Nederland meer rekening

90

houden met water en bodem. Dat heeft de ministerraad besloten, op voorstel van het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat (Kamerbrief d.d. 25 november 2022, kenmerk IENW/BSK-2022/283041). Daarom zijn er diverse structurerende keuzes gemaakt. Veel van deze keuzes zijn randvoorwaarden waarmee provincies samen met alle betrokken partijen een gebiedsgerichte aanpak kunnen opstellen. Waterschapsbeleid Hoogheemraadschap van Delfland Waterbeheerprogramma 2022 – 2027 Op 10 maart 2022 heeft het bestuur van het Hoogheemraadschap van Delfland het Waterbeheerprogramma 2022-2027 (WBP6) vastgesteld. Dit is de opvolger van het Waterbeheerplan 2016- 2021. Hiermee geeft Delfland invulling aan de verplichting voor waterschappen onder de Omgevingswet om een waterbeheerprogramma op te stellen. In het Waterbeheerprogramma beschrijft het Hoogheemraadschap van Delfland haar strategie voor de uitvoering van kerntaken voor de aankomende jaren. Het is de leidraad voor het handelen van het hoogheemraadschap in de periode 2022-2027. Daarbij vormt het een uitnodiging aan private, particuliere en publieke partijen om binnen de uitgezette koers met initiatieven te komen. Bij de uitvoering staan de kerntaken vanzelfsprekend voorop: waterveiligheid, waterbeheer en waterzuivering.

Naast een aantal verplichte onderdelen (de Kaderrichtlijn Water, de richtlijn overstromingsrisico’s, de richtlijn zwemwater en Natura 2000), zijn er voor het waterbeheerprogramma geen vormvereisten. Delfland heeft voor het WBP6 gekozen voor een opzet met drie verschillende niveaus: WBP6 op hoofdlijnen, een thematisch overzicht van maatregelen en activiteiten, en een kennisbank. Handreiking watertoets Delfland heeft een Handreiking watertoets voor gemeenten. De handreiking biedt gemeenten, adviesbureaus en projectontwikkelaars handvatten voor de invulling van proces en inhoud van de watertoets voor ruimtelijke plannen op gemeentelijk niveau. De handreiking is gebaseerd op bestaand beleid van Delfland en sluit aan op de Wet ruimtelijke ordening, de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, de Crisis- en herstelwet en de Waterwet. De handreiking bestaat uit een procesdeel en een inhoudelijk deel. Het inhoudelijk deel bevat de vertaling van het actuele beleid van Delfland in ruimtelijke zin. De watertoets is gebaseerd op twee uitgangspunten: 1. Standstill-beginsel: dit houdt in dat de waterhuishouding door ruimtelijke veranderingen in= elk geval niet mag verslechteren. Negatieve effecten van ruimtelijke ontwikkelingen op het watersysteem moeten worden voorkomen; 2. Verbetering: veranderingen in de inrichting van een gebied bieden ook mogelijkheden om het watersysteem te verbeteren.

Kansen die zich voordoen in ruimtelijke ontwikkelingen om bestaande knelpunten in het watersysteem te helpen oplossen worden benut.

91

Standstill-beginsel Conform het standstill-beginsel mag de kans op wateroverlast niet toenemen als gevolg van het ruimtelijk plan. De initiatiefnemer moet ervoor zorgen, dat de negatieve gevolgen van het ruimtelijk plan worden gecompenseerd. Compensatie moet worden gerealiseerd door middel van bergen óf in het onderdeel van de trits vasthouden-bergen-afvoeren, waarin de verslechtering optreedt. Ontwikkelingen waarbij het verhard oppervlak toeneemt, of de vasthoudcapaciteit van een gebied op andere manieren wordt verkleind, zorgen voor een snellere afstroming van hemelwater naar het oppervlaktewater, doordat water niet langer in de bodem kan infiltreren maar oppervlakkig of via (hemelwater)riolering wordt afgevoerd. Dit kan leiden tot wateroverlast, en past dus niet binnen het standstill-beginsel, tenzij ter compensatie extra waterberging wordt gerealiseerd. Waterschapsverordening en legger Aan de randen van het projectgebied ligt een secundaire watergang . De watergang is via een duiker verbonden met de sloot langs de Noordersingel. Deze structuren zijn beschermd. Ze zullen gehandhaafd blijven. Beleidsregel dempen en graven De ‘Beleidsregels Dempen en graven’ geven regels voor de inrichting van watergangen en oevers van alle oppervlaktewateren in het beheersgebied van het Hoogheemraadschap van Delfland.

De beleidsregels zijn van toepassing op  Onderhoudsstroken langs nieuwe wateren;  Het wijzigen van onderhoudstroken langs bestaande wateren. De motivatie achter de regelgeving voor dempen is:  Waarborgen van de bergingscapaciteit;  Garanderen van de aan- en afvoer;  Voorkomen van aantasting van de stabiliteit van dijken. Er kunnen om diverse redenen aanpassingen aan wateren gewenst zijn, waardoor dempen noodzakelijk kan zijn. Om deze aanpassingen mogelijk te maken zijn in deze Beleidsregels Dempen en graven de toetscriteria opgesteld waaronder dempen toegestaan wordt. De toetscriteria hebben als doel het minimaliseren of voorkomen van de negatieve effecten van dempen op de waterberging, de aan- en afvoer en de stabiliteit van waterkeringen. Gemeentelijk beleid Waterplan Lansingerland De gemeente Lansingerland, het Hoogheemraadschap van Delfland en het Hoogheemraadschap van Schieland en de Krimpenerwaard hebben een integraal plan gemaakt voor de waterhuishouding binnen de gemeente Lansingerland. In eht Waterplan Lansingerland wordt de visie op de waterhuishouding tot 2040 en een bijbehorend maatregelenprogramma beschreven. Het doel van het stedelijk waterplan is het maken van afspraken waarmee een robuust, veilig en duurzaam watersysteem gerealiseerd kan worden.

92

De gezamenlijke visie op het waterbeheer in de gemeente Lansingerland luidt als volgt: "Het watersysteem van de gemeente Lansingerland is in 2040 veilig en functioneel, mooi en schoon tegen verantwoorde kosten. Het watersysteem wordt efficiënt beheerd. Hoogheemraadschappen, gemeente, burgers en bedrijven werken samen als waterpartners met ieder eigen taken en verantwoordelijkheden." Om deze visie te realiseren is er een strategie vastgesteld waarbij er efficiënt, planmatig en gefaseerd wordt gewerkt, in goede samenwerking en vanuit een integrale aanpak. Hierbij worden ambities en oplossingsrichtingen per waterthema voorgesteld. Deze ambities worden onverdeeld in twee niveaus waarbij onderscheid wordt gemaakt in: 1 alles wat wettelijke verplicht is of vastgelegd in het bestuursakkoord; 2 oplossen van knelpunten, wensen uitvoeren en intensief samenwerken. Strategische Samenwerkingsagenda Water Het waterplan is overgegaan in de Strategische Samenwerkingsagenda Water (SSAW) welke op 7 juli 2021 is vastgesteld door de gemeente en op 29 juni 2021 door het hoogheemraadschap. De SSAW beoogd een goede samenwerking dat helpt om te komen tot een robuust, klimaatbestendig watersysteem en een hogere kwaliteit van de fysieke leefomgeving in Lansingerland.

Gemeentelijk rioleringsplan 2021-2025 De gemeente is verantwoordelijk voor de inzameling en het transport van afval- en hemelwater en heeft ook een zorgplicht voor het grondwater. Met dit Gemeentelijk Rioleringsplan 2021-2025 legt de gemeente het rioleringsbeleid van Lansingerland voor de komende planperiode vast. Daarnaast wordt een doorkijk gemaakt naar de toekomst. Juridische kaders Besluit kwaliteit leefomgeving Paragraaf 5.1.3 Bkl bevat instructieregels voor het beschermen van de waterbelangen. In het omgevingsplan moet rekening worden gehouden met de gevolgen voor het beheer van watersystemen. De weging van het waterbelang wordt bij het omgevingsplan betrokken (vergelijkbaar met de ‘watertoets’ in bestemmingsplannen). Daarnaast bevat het Bkl instructieregels voor primaire waterkeringen, grote rivieren en specifieke gebieden zoals het IJsselmeergebied. Provinciale omgevingsverordening Paragraaf 7.3.4 van de provinciale omgevingsverordening van Zuid-Holland bevat instructieregels voor waterkeringen die gericht zijn op het waarborgen van de veiligheid en functie van regionale waterkeringen. Om te beginnen moeten omgevingsplannen de functie "regionale waterkering" toekennen aan regionale waterkeringen en "beperkingengebied met betrekking tot een waterkering" aan de locaties van beperkingengebieden ter bescherming van deze waterkeringen.

De legger van de beheerder van de waterkering en de aangewezen beperkingengebieden zijn daarbij leidend.

93

Voor activiteiten in het omgevingsplan die invloed hebben op regionale waterkeringen moet worden gewaarborgd dat er geen belemmeringen ontstaan voor instandhouding, onderhoud of versterking van deze waterkeringen. Advies van de beheerder van de waterkering is hierbij vereist. Daarnaast moet het omgevingsplan het profiel van vrije ruimte voor toekomstige versterking of uitbreiding van waterkeringen in acht nemen. Dit profiel wordt vastgesteld in een waterschapsverordening. 6.22.2

Toetsing Huidige situatie Het deel van het projectgebied waar de ontwikkeling zal plaatsvinden heeft een oppervlakte van circa 10.600 m 2 en ligt ten westen van de Noordersingel en ten zuiden van de Middelweg, achter de woonpercelen Noordersingel 43 tot en met 85. Het bestaat grotendeels uit onbebouwde weidegrond. Het projectgebied wordt in het noorden en westen begrenst door een watergang.

Uitsnede van de Legger (Bron: Waterschap Delfland).

Toekomstige situatie Planontwikkeling Het voornemen bestaat om in het projectgebied vijf woningen te realiseren. Ondanks dat de plannen ten aanzien van deze woningen nog niet concreet zijn, is wel 94

een verkavelingsplan opgesteld. De watergangen die aan de zuid-, west- en noordrand van het projectgebied liggen, blijven behouden en of worden verbreed. Ook worden extra verkavelingssloten aangelegd, zoals beschreven in paragraaf 2.3. Bodem en grondwater Het projectgebied krijgt een woonfunctie. Met het plan is daarmee geen sprake van bodem of grondwater verontreinigende activiteiten. De vloerpeilen van de woningen moeten op -4,45 m NAP worden aangelegd. Het waterpeil ligt op -5,6 m NAP. Hiermee is de drooglegging van de woningen 1,15 meter en voldoet daarmee bijna aan het standaard advies van het Hoogheemraadschap van Delfland voor drooglegging van 1,20 meter. In hoofdstuk 7 van deze motivering en in de omgevingsvergunning(en) (BOPA 1e en 2e fase) wordt dit als voorschrift opgenomen. Waterkwantiteit In het kader van voorliggende ontwikkeling is de watersleutel 13 in overleg met het Hoogheemraadschap ingevuld en als bijlage 8 bij voorliggende motivering gevoegd. Momenteel is een oppervlakte van 930 m2 verhard. In de toekomstige situatie is dat 3.478 m2, een toename van 2.548 m2. Om deze toename te compenseren dient 845 m2 in oppervlaktewater extra te worden gerealiseerd of 343,2 m3 waterberging. In de bijlage is een kaart gevoegd waarop te zien is hoe deze toekomstige wateropgave wordt opgelost.

Waterkwaliteit In voorliggend project wordt niet voorzien in maatregelen die nadelige gevolgen kunnen hebben voor de waterkwaliteit. Zo wordt geen gebruikgemaakt van uitloogbare materialen. In hoofdstuk 7 van deze motivering en in de omgevingsvergunning(en) (BOPA 1e en 2e fase) wordt als voorschrift opgenomen, dat geen gebruikgemaakt mag worden van uitloogbare materialen. Het aanleggen van natuurvriendelijke oevers heeft een positief effect op de waterkwaliteit en biodiversiteit. Veiligheid en waterkeringen Uit de waterlegger van het Hoogheemraadschap van Delfland blijkt dat de beoogde woningen zich niet in de zonering van een waterkering of een primaire watergang bevinden. Afvalwater en riolering De nieuwe woningen worden aangesloten op het bestaande rioleringsstelsel. Voor hemelwater wordt de volgende voorkeursvolgorde aangehouden:  hemelwater vasthouden voor benutting,  (in-)filtratie van afstromend hemelwater,  afstromend hemelwater afvoeren naar oppervlaktewater,  afstromend hemelwater afvoeren naar AWZI.

13

Hoogheemraadschap van Delfland (2025) Watersleutel Noordeinde 1, 3 juni 2025 en Maas&Nienhuis (2025) Waterbalans BRM Noordeinde 1, 3 juni 2025.

95

Onderhoud en bagger Het onderhoud van de secundaire watergangen rondom het projectgebied is de verantwoordelijkheid van de aangrenzende eigenaren. De beoogde woningen grenzen aan watergangen en dragen daarmee verantwoordelijkheid voor het onderhoud. Klimaatadaptatie In de afgelopen jaren is steeds meer aandacht gekomen voor klimaatverandering. Naast de overheid kunnen ook particuliere initiatieven bijdragen aan het klimaatbestendiger inrichten van het terrein door creatieve, simpele en efficiënte oplossingen om water of watervasthoudende maatregelen toe te passen. Hierbij valt te denken aan open verharding ter plekke van parkeerplaatsen of watervasthoudende maatregelen zoals de aanleg van wadi's, groene daken en het afkoppelen van hemelwaterafvoer (regenton). Bij voorliggend project worden de volgende maatregelen genomen:  de strook grenzend aan de watergang ten westen van het projectgebied wordt ingericht als natuurlijke oever met water en oeverbeplanting;  het verhardingspercentage wordt zo laag mogelijk gehouden door een groene invulling met gras, beplanting en bomen. Watervergunning In het kader van voorliggend project is voor het graven van water een watervergunningen nodig. 6.22.3

Conclusie Het aspect water vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van het project.

96

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Lansingerland&id=b9178f24-1938-42f9-ba90-552cac1ccafe