[T25.00726] Juridische regels omgevingsplan gemeente Lansingerland - Bouwsteen 1 bestaande woonwijken.
Tekst van het document
88
i. er geen sprake is van een significante grondwaterverontreiniging; ii. er sprake is van een significante grondwaterverontreiniging: als aannemelijk is dat een bronaanpak als sanerende maatregel wordt getroffen; of iii. er sprake is van een significante grondwaterverontreiniging die direct aandacht behoeft: als aannemelijk is dat een grondwatersanering overeenkomstig paragraaf 3.4.3 van de Zuid- Hollandse Omgevingsverordening als sanerende maatregel wordt getroffen, voor zover er geen sprake is van een diffuse grondwaterverontreiniging waarbij geen specifieke bron van verontreiniging aanwijsbaar is.
Paragraaf 5.4.1.4 Overige bouwwerken Subparagraaf 5.4.1.4.1 Vergunningvrij bouwen Artikel 5.192 Erf- of perceelsafscheidingen Erf- of perceelsafscheidingen mogen zonder vergunning worden gebouwd, als wordt voldaan aan de volgende eisen: a. de erf- of perceelsafscheiding wordt geplaatst in het achtererfgebied; b. een hoogte van niet meer dan 2 m; c. op een erf of perceel waarop al een gebouw staat waarmee de afscheiding in functionele relatie staat.
Artikel 5.193 Toegangspoorten In een erf- of perceelsafscheiding op het voorerfgebied is het toegestaan om zonder vergunning een toegangspoort te plaatsen, als wordt voldaan aan de volgende eisen: a. de toegangspoort wordt geplaatst op het voorerfgebied bij een vrijstaande woning of bij een tweeaaneengebouwde woning; b. per perceel mag één toegangspoort geplaatst worden; c. de toegangspoort is maximaal 3 m breed; d. direct naast de toegangspoort mag een looppoort worden geplaatst met een breedte van maximaal 1 m; e. de toegangspoort en de looppoort bestaan uit spijlen en zijn voor minimaal 7070 open; f. de toegangspoort en de looppoort zijn niet hoger dan de kolommen en pilaren; g. de kolommen of pilaren zijn maximaal 1,50 m hoog; h. eventuele ornamenten, lantarens of soortgelijke toevoegingen op de kolommen hebben een maximale hoogte van 0,50 m; i. de kolommen of pilaren hebben een breedte en diepte van maximaal 0,75 m; j. de toegangspoort en de looppoort draaien open over het eigen perceel.
Artikel 5.194 Steigers en vlonders Steigers en vlonders mogen zonder vergunning worden gebouwd, als wordt voldaan aan de volgende eisen: a. per perceel mag maximaal één steiger en één vlonder aanwezig zijn; b. de lengte van de steiger bedraagt maximaal 507 van de zijde van het perceel dat aan het water grenst tot een maximum van 6 m; c. de lengte van de vlonder, aan de zijde van het perceel dat aan het water grenst, bedraagt maximaal 6 m; d. de breedte van de steiger is maximaal 12,57 van de breedte van de watergang tot een maximum van 1,50 m; e. de bouwhoogte van steigers en vlonders, gemeten ten opzichte van het waterpeil ter plaatse, mag niet meer bedragen dan 1 m; f. de steiger staat op palen en vanuit de lengterichting gezien is de afstand tussen de palen minimaal 1,50 m; g. de steiger of de vlonder mag aan de zij-, voor- en achterkant niet worden dichtgemaakt; h. op de steiger of de vlonder worden geen hekwerken, relingen of daaraan gelijk te stellen bouwwerken aangebracht; i. een vlonder strekt zich niet uit boven het water; en 89
j. de steiger of vlonder bestaat uit niet-uitlogend hout.
Artikel 5.195 Sport- en speeltoestellen Sport- of speeltoestellen anders dan voor uitsluitend particulier gebruik mogen zonder vergunning worden gebouwd, mits wordt voldaan aan de volgende eisen: a. niet hoger dan 4 m; en b. uitsluitend functionerend met behulp van de zwaartekracht of de fysieke kracht van de mens.
Artikel 5.196 Bouwwerk voor agrarische bedrijfsvoering Een bouwwerk, geen gebouw zijnde voor agrarische bedrijfsvoering mag zonder vergunning worden gebouwd als wordt voldaan aan de volgende eisen: a. het bouwwerk wordt geplaatst in het achtererfgebied; b. het bouwwerk is een silo met een maximale hoogte van 10 m; of c. als het gaat om een ander bouwwerk is dit niet hoger dan 2 m.
Artikel 5.197 Veranderen bouwwerk Een bouwwerk mag zonder vergunning worden veranderd als wordt voldaan aan de volgende eisen: a. geen uitbreiding van de bebouwde oppervlakte; b. geen uitbreiding van het bouwvolume; en c. geen bouwwerk als bedoeld in artikel 2.29, onder b tot en met r, van het Besluit bouwwerken leefomgeving dat niet voldoet aan de voor dat bouwwerk in die onderdelen gestelde eisen.
Artikel 5.198 Warmtepomp voorerf Warmtepompen mogen in het voorerf bij een woning worden geplaatst mits wordt voldaan aan de volgende voorwaarden: a. per hoofdgebouw is maximaal één warmtepomp aanwezig; b. de warmtepomp wordt aangesloten op het afgiftesysteem van het hoofdgebouw, zodat de warmte wordt afgegeven aan het water in de leidingen, de radiotoren en eventuele vloerverwarming; c. de warmtepomp wordt gebruikt om het gehele gebouw te verwarmen; d. de warmtepomp steekt niet meer dan 1 m uit gemeten vanaf de oorspronkelijke voorgevel van het hoofdgebouw; e. de warmtepomp heeft een maximale oppervlakte van 2 m2; f. de hoogte van de warmtepomp bedraagt niet meer dan 1,30 m.
Subparagraaf 5.4.1.4.2 Vergunningplichtige overige bouwwerken Artikel 5.199 Aanwijzing vergunningplicht overige bouwwerken Het is verboden zonder omgevingsvergunning de volgende overige bouwwerken te bouwen of zodanig te wijzigen dat niet wordt voldaan aan de eisen van Subparagraaf 5.4.1.4.1: a. erf- of perceelsafscheidingen; b. steigers; c. vlonders; d. sport- en speeltoestellen anders dan voor particulier gebruik; e. bouwwerken voor agrarische bedrijfsvoering; f. veranderen van bouwwerken.
90
Artikel 5.200 Beoordelingsregels De omgevingsvergunning bedoeld in Artikel 5.199 sub a, d, e en f wordt alleen verleend als: a. dit ruimtelijk inpasbaar is gelet op, voor zover van toepassing: 1. de ruimtelijke kwaliteit van het openbare gebied; 2. de bebouwingsmogelijkheden, gebruiksmogelijkheden en/of bezonning van het betreffende perceel en de aangrenzende percelen en bouwwerken; 3. de functionele, stedenbouwkundige en ruimtelijke structuur, zoals aansluiting op (structurele) groen- en waterelementen; 4. waarbij rekening wordt gehouden met het beeldkwaliteitsplan als dat voor de locatie van toepassing is; en b. het uiterlijk of de plaatsing van het bouwwerk, met uitzondering van een tijdelijk bouwwerk dat geen seizoensgebonden bouwwerk is, zowel op zichzelf beschouwd als in verband met de omgeving of de te verwachten ontwikkeling daarvan, niet in strijd is met redelijke eisen van welstand, beoordeeld volgens de criteria van de beleidsregel, bedoeld in artikel 4.19 van de Omgevingswet.
Artikel 5.201 Beoordelingsregels steigers De omgevingsvergunning bedoeld in Artikel 5.199 sub b wordt alleen verleend als: a. er geen sprake is van een onevenredige aantasting van de waterbelangen. Het college van burgemeester en wethouders vraagt daarover vooraf advies bij het bevoegde waterschap; b. dit ruimtelijk inpasbaar is gelet op: 1. de ruimtelijke kwaliteit van het openbare gebied; 2. de bebouwingsmogelijkheden, gebruiksmogelijkheden van het betreffende perceel en de aangrenzende percelen en bouwwerken; 3. de functionele, stedenbouwkundige en ruimtelijke structuur, zoals aansluiting op (structurele) groen- en waterelementen; 4. waarbij rekening wordt gehouden met het beeldkwaliteitsplan als dat voor de locatie van toepassing is; en c. het uiterlijk of de plaatsing van het bouwwerk, met uitzondering van een tijdelijk bouwwerk dat geen seizoensgebonden bouwwerk is, zowel op zichzelf beschouwd als in verband met de omgeving of de te verwachten ontwikkeling daarvan, niet in strijd is met redelijke eisen van welstand, beoordeeld volgens de criteria van de beleidsregel, bedoeld in artikel 4.19 van de Omgevingswet.
Artikel 5.202 Beoordelingsregels vlonders De omgevingsvergunning bedoeld in Artikel 5.199 sub c wordt alleen verleend als: a. dit ruimtelijk inpasbaar is gelet op, voor zover van toepassing: 1. de ruimtelijke kwaliteit van het openbare gebied; 2. de bebouwingsmogelijkheden, gebruiksmogelijkheden van het betreffende perceel en de aangrenzende percelen en bouwwerken; 3. de functionele, stedenbouwkundige en ruimtelijke structuur, zoals aansluiting op (structurele) groen- en waterelementen; 4. waarbij rekening wordt gehouden met het beeldkwaliteitsplan als dat voor de locatie van toepassing is; en b. het uiterlijk of de plaatsing van het bouwwerk, met uitzondering van een tijdelijk bouwwerk dat geen seizoensgebonden bouwwerk is, zowel op zichzelf beschouwd als in verband met de omgeving of de te verwachten ontwikkeling daarvan, niet in strijd is met redelijke eisen van welstand, beoordeeld volgens de criteria van de beleidsregel, bedoeld in artikel 4.19 van de Omgevingswet.
Paragraaf 5.4.1.5 Gemeentelijke monumenten
91
Artikel 5.203 Toepassingsbereik Deze paragraaf gaat over het verrichten van bouwwerkzaamheden in het werkingsgebied Gemeentelijke monumenten aan een gemeentelijk monument dat is opgenomen in Bijlage III Gemeentelijke monumenten van dit omgevingsplan.
Artikel 5.204 Oogmerken De regels in deze paragraaf zijn gesteld met het oog op het beschermen van: a. de schoonheid; b. betekenis voor de wetenschap; c. architectonische waarden; d. cultuurhistorische waarden; van gemeentelijke monumenten en het bevorderen van het gebruik van monumenten.
Artikel 5.205 Aanwijzing vergunningplicht 1 Het is verboden om zonder omgevingsvergunning bouwwerkzaamheden te verrichten aan gemeentelijke monumenten.
2 De volgende subparagrafen gelden niet: a. Subparagraaf 5.4.1.3.1 - vergunningvrij bouwen bijbehorende bouwwerken; b. Subparagraaf 5.4.1.4.1- vergunningvrij bouwen overige bouwwerken.
3 Het eerste lid is niet van toepassing op: a. de uitvoering van normaal onderhoud, voor zover detaillering, profilering, vormgeving, materiaalsoort en kleur van het monument niet wijzigen; b. inpandige veranderingen van het monument, voor zover het een onderdeel daarvan betreft dat vanuit het oogpunt van monumentenzorg zonder betekenis is.
Artikel 5.206 Beoordelingsregels 1 De vergunning bedoeld in Artikel 5.205 wordt alleen verleend als het belang van de monumentenzorg zich daartegen niet verzet.
2 Bij de beoordeling bedoeld in het eerste lid wordt rekening gehouden met: a. de redenen waarom het monument als monument is aangewezen; b. de specifieke monumentale waarde van het monument of delen van het monument; c. de algemene cultuurhistorische waarde; d. de stedenbouwkundige waarde; e. eventueel aanwezige beeldbepalende ensemblewaarde;
92
f. het bevorderen van het gebruik van monumenten, zo nodig door wijziging van die monumenten, rekening houdend met de monumentale waarden.
3 Bij de beoordeling bedoeld in het eerste lid wordt vooraf schríftelijk advies ingewonnen bij de gemeentelijke commissie ruimtelijke kwaliteit.
Paragraaf 5.4.1.6 Cultuurhistorisch waardevolle objecten Artikel 5.207 Toepassingsbereik Deze paragraaf gaat over het bouwen en veranderen van bouwwerken binnen het werkingsgebied Cultuurhistorisch waardevol object.
Artikel 5.208 Oogmerken De regels in deze paragraaf zijn gesteld met het oog op het beschermen van: a. de cultuurhistorische waarde van een bouwwerk of object; b. de herkenbaarheid van de in het verleden ontstane elementen van het bouwwerk of object; c. de zichtbare relatie van het bouwwerk of object tot de geschiedkundige ontwikkeling van het gebied; d. de architectonische waarde van een bouwwerk of object.
Artikel 5.209 Aanwijzing vergunningplicht 1 Het is verboden om zonder omgevingsvergunning te bouwen of bouwwerken te wijzigen binnen het werkingsgebied Cultuurhistorisch waardevol object.
2 Binnen het werkingsgebied Cultuurhistorisch waardevol object gelden de volgende subparagrafen niet: a. Subparagraaf 5.4.1.3.1 - vergunningvrij bouwen bijbehorende bouwwerken; b. Subparagraaf 5.4.1.4.1 - vergunningvrij bouwen overige bouwwerken.
Artikel 5.210 Beoordelingsregels 1 De omgevingsvergunning bedoeld in Artikel 5.209 kan worden verleend als geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de cultuurhistorische waarde van het gebouw of object.
2 Bij de beoordeling bedoeld in het eerste lid wordt in ieder geval rekening gehouden met: a. de bouwmassa naar hoofdafmeting en onderlinge verhoudingen; b. de dakvorm; c. nokrichting; d. dakhelling; e. dakoverstekken, goot- en daklijsten; f. schoorstenen;
93
g. de gevelindelingen naar ramen, deuren en erkers.
3 Bij de beoordeling bedoeld in het eerste lid wordt vooraf schríftelijk advies ingewonnen bij de gemeentelijke commissie ruimtelijke kwaliteit.
Paragraaf 5.4.1.7 Bouwen in een restrictiegebied leiding of belemmeringengebied buisleiding Artikel 5.211 Toepassingsbereik De regels in deze paragraaf gaan over bouwactiviteiten in de volgende werkingsgebieden: a. Belemmeringengebied buisleiding gevaarlijke stoffen brandstof; b. Belemmeringengebied buisleiding gevaarlijke stoffen gas; c. Restrictiegebied leiding Gas ontluchtingspunt; d. Restrictiegebied leiding Riool; e. Restrictiegebied leiding Water.
Artikel 5.212 Oogmerken De regels in deze paragraaf zijn gesteld met het oog op: a. het behoeden van de staat en werking van infrastructuur; b. het beschermen van de werking van leidingen; c. het voorkomen of beperken van hinder; d. het beschermen van de gezondheid; e. het waarborgen van de veiligheid.
Artikel 5.213 Vergunningplichtige activiteiten 1 Zonder omgevingsvergunning worden geen bouwwerken gebouwd of in stand gelaten.
2 Dit verbod geldt niet voor het in stand laten van bestaande vergunde gebouwen en bouwwerken.
Artikel 5.214 Beoordelingsregels De omgevingsvergunning die is bedoeld in Artikel 5.213 wordt alleen verleend als: a. de activiteit geen onevenredig negatieve gevolgen heeft gelet op de oogmerken in Artikel 5.212; b. de activiteit geen onevenredig negatieve gevolgen heeft voor het veilig, betrouwbaar en duurzaam functioneren van de leiding ten behoeve waarvan het restrictiegebied of belemmeringengebied is aangewezen; c. de veiligheid van de buisleiding niet wordt geschaad; d. de integriteit van de buisleiding niet wordt geschaad; en e. de werking van de buisleiding niet wordt geschaad bij de beoordeling wordt het advies van de beheerder van de leiding betrokken.
Paragraaf 5.4.1.8 Bouwen nabij een waterkering Artikel 5.215 Toepassingsbereik
94
Deze subparagraaf gaat over: a. bouwactiviteiten in Beperkingengebied met betrekking tot een waterkering. b. bouwactiviteiten in Waterkering.
Artikel 5.216 Oogmerken De regels in deze paragraaf zijn gesteld met het oog op: a. het beschermen van de regionale waterkering; b. het beschermen van waterstaatkundige belangen; c. een goede werking en bescherming van het watersysteem.
Artikel 5.217 Vergunningplichtige activiteiten 1 Zonder omgevingsvergunning worden geen bouwwerken gebouwd of in stand gelaten.
2 Dit verbod geldt niet voor het in stand laten van bestaande vergunde gebouwen en bouwwerken.
Artikel 5.218 Beoordelingsregels 1 De omgevingsvergunning die is bedoeld in Artikel 5.217 wordt alleen verleend als de activiteit geen onevenredig negatieve gevolgen heeft voor het watersysteem gelet op de oogmerken bedoeld in Artikel 5.216.
2 Bij de beoordeling in Artikel 5.218, eerste lid wordt het advies van de waterbeheerder betrokken tenzij voor de activiteit een omgevingsvergunning van de waterbeheerder is vereist, die vergunning is verleend of de activiteit onder de algemene regels van de waterbeheerder valt.
Paragraaf 5.4.1.9 Bouwen in een aanwijzing groen, water en wegen Artikel 5.219 Toepassingsbereik De regels in deze paragraaf gaan over bouwactiviteiten binnen een aanwijzing groen, water en wegen.
Artikel 5.220 Oogmerken De regels in deze afdeling zijn gesteld met het oog op: a. het behoeden van de staat en werking van infrastructuur; b. het voorkomen of beperken van hinder; c. het beschermen van de gezondheid; d. een goede werking en bescherming van het watersysteem; e. het waarborgen van de veiligheid; f. het bevorderen en beschermen van biodiversiteit; en g. de ruimtelijke kwaliteit.
Artikel 5.221 Algemene regels 95
Binnen het werkingsgebied Water en groen is het toegestaan om bouwwerken geen gebouwen zijnde zonder vergunning te bouwen, als wordt voldaan aan de volgende eisen: a. er is sprake van een ondersteunend kunstwerk; b. de activiteit wordt verricht door of in opdracht van de waterbeheerder of het college van burgemeester en wethouders; c. de hoogte van het bouwwerk is maximaal 1 meter.
Artikel 5.222 Vergunningplichtige activiteiten 1 Zonder omgevingsvergunning worden geen bouwwerken gebouwd of in stand gelaten.
2 Dit verbod geldt niet voor het in stand laten van bestaande vergunde gebouwen en bouwwerken.
Artikel 5.223 Beoordelingsregels De omgevingsvergunning die is bedoeld in Artikel 5.222 wordt alleen verleend als de activiteit geen onevenredig negatieve gevolgen heeft gelet op de oogmerken in Artikel 5.220.
Paragraaf 5.4.1.10 Bouwen grondwatergevoelig gebouw op een grondwatergevoelige locatie Artikel 5.224 Toepassingsbereik Deze subparagraaf gaat over: a. het bouwen van een grondwatergevoelig gebouw op een grondwatergevoelige locatie; b. deze subparagraaf is niet van toepassing op bouwactiviteiten die vergunningplichtig zijn op grond van Paragraaf 5.4.1.2 of Paragraaf 5.4.1.3; c. deze subparagraaf is niet van toepassing als er wordt gebouwd op een locatie die in het omgevingsplan is aangewezen waar een verdenking van verontreiniging van grondwater redelijkerwijs is uit te sluiten.
Artikel 5.225 Meldplicht Ten minste vier weken voordat een grondwatergevoelig gebouw op een grondwatergevoelige locatie wordt gebouwd wordt hiervan een melding gedaan bij het college van burgemeester en wethouders.
Artikel 5.226 Gegevens en bescheiden De melding bedoeld in Artikel 5.225 wordt ondertekend en bevat ten minste: a. de naam en het adres van degene die de bouwactiviteit verricht; b. het adres waar de bouwactiviteit wordt verricht; c. de dagtekening; d. het voorafgaand onderzoek, bedoeld in Artikel 5.176, vierde lid sub a; e. een risicobeoordeling grondwaterkwaliteit als bedoeld in paragraaf 3.4.2 van de Zuid-Hollandse Omgevingsverordening; f. indien uit de risicobeoordeling grondwaterkwaliteit blijkt dat er sprake is van een significante grondwaterverontreiniging: een afschrift van de melding, bedoeld 4.1236 van het Besluit activiteiten leefomgeving, die aannemelijk maken dat een bronaanpak als sanerende maatregel wordt getroffen; en g. indien uit de risicobeoordeling grondwaterkwaliteit blijkt dat er sprake is van een significante
96
grondwaterverontreiniging die direct aandacht behoeft: een afschrift van de aanvraag om een omgevingsvergunninggrondwatersanering als bedoeld in paragraaf 3.4.3 van de Zuid-Hollandse Omgevingsverordening die aannemelijk maken dat een grondwatersanering als sanerende maatregel wordt getroffen.
Artikel 5.227 Algemene regels grondwaterkwaliteit Het bouwen van een grondwatergevoelig gebouw op een grondwatergevoelige locatie is toegelaten: a. als er geen sprake is van grondwaterverontreiniging; b. als er wordt gebouwd op een locatie die in het omgevingsplan is aangewezen waar een verdenking van verontreiniging van grondwater redelijkerwijs is uit te sluiten; c. als er sprake is van grondwaterverontreiniging: indien voldaan wordt aan de criteria, bedoeld in artikel 7.31, tweede en derde lid van de Zuid-Hollandse Omgevingsverordening, zodat er geen risicobeoordeling grondwaterkwaliteit verricht hoeft te worden; of d. als er sprake is van grondwaterverontreiniging: als na het verrichten van een risicobeoordeling grondwaterkwaliteit blijkt dat er geen sprake is van een significante grondwaterverontreiniging.
Artikel 5.228 Algemene regels bij significante grondwaterverontreiniging Indien sprake is van significante grondwaterverontreiniging als bedoeld in de Zuid-Hollandse Omgevingsverordening is het bouwen alleen toegestaan indien de volgende sanerende maatregelen worden getroffen: a. als aannemelijk is dat een bronaanpak als bedoeld in artikel 4.1242 van het Besluit activiteiten leefomgeving wordt getroffen; b. als aannemelijk is dat een saneringsmaatregel afdekken als bedoeld in artikel 4.1241 van het Besluit activiteiten leefomgeving als sanerende maatregel getroffen wordt en: 1. de afdeklaag bestaat uit een duurzaam aaneengesloten verhardingslaag als bedoeld in 4.1241, derde lid onder a van het Besluit activiteiten leefomgeving; en 2. aannemelijk wordt gemaakt dat de saneringsaanpak leidt tot het beperken of voorkomen van een inbreng van een mobiele verontreiniging vanuit de vaste bodem naar het grondwater. c. een grondwatersanering overeenkomstig de regels in paragraaf 3.4.3 van de Zuid-Hollandse Omgevingsverordening als uit de aan gedeputeerde staten verstrekte gegevens en bescheiden na uitvoering van de risicobeoordeling grondwaterkwaliteit blijkt dat er sprake is van een significante grondwaterverontreiniging die direct aandacht behoeft; d.
het bepaalde onder b is niet van toepassing als er sprake is van een diffuse grondwaterverontreiniging, waarbij geen specifieke bron van verontreiniging aanwijsbaar is.
Afdeling 5.4.2 Slopen en verstoren van bouwwerken Paragraaf 5.4.2.1 Algemeen Artikel 5.229 Toepassingsbereik Deze afdeling gaat over het slopen of verstoren van bouwwerken.
Artikel 5.230 Oogmerken De regels in deze afdeling zijn gesteld met het oog op: a. het waarborgen van de veiligheid; b. het beschermen van de gezondheid; c. de duurzaamheid; en d. het voorkomen van hinder en overlast.
97
Artikel 5.231 Specifieke zorgplicht bescherming omgeving sloopwerkzaamheden Degene die sloopwerkzaamheden verricht en weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat de werkzaamheden kunnen leiden tot beschadiging of belemmering van wegen, van in de weg gelegen bouwwerken en andere wel of niet roerende zaken op een aangrenzend perceel of op een aan het bouwterrein grenzende openbare weg, openbaar water of openbaar groen is verplicht alle maatregelen te treffen die redelijkerwijs van diegene kunnen worden gevraagd om die beschadiging of belemmering te voorkomen of niet te laten voortduren.
Paragraaf 5.4.2.2 Slopen of verstoren van bouwwerken - afweging gemeentelijk monument Artikel 5.232 Toepassingsbereik Deze paragraaf gaat over het slopen, verstoren of op enige manier wijzigen van gemeentelijke monumenten die zijn aangewezen in Bijlage III Gemeentelijke monumenten.
Artikel 5.233 Vergunningplichtige activiteiten Het is verboden om zonder omgevingsvergunning gemeentelijke monumenten te slopen, te verstoren of op enige manier te wijzigen.
Artikel 5.234 Beoordelingsregels a. De vergunning als bedoeld in Artikel 5.233 worden verleend als geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de monumentale waarde van het monument. b. Het college van burgemeester en wethouders betrekt het advies van de Commissie Ruimtelijke Kwaliteit bij de afweging over de vergunningverlening.
Afdeling 5.4.3 Bouwactiviteiten in aandachtsgebieden - [gereserveerd] Paragraaf 5.4.3.1 Brandvoorschriftengebied - [gereserveerd] Artikel 5.235 Brandvoorschriftengebied - [gereserveerd] Gereserveerd.
Paragraaf 5.4.3.2 Explosievoorschriftengebied - [gereserveerd] Artikel 5.236 Explosievoorschriftengebied - [gereserveerd] Gereserveerd.
Titel 5.5 Milieubelastende activiteiten Afdeling 5.5.1 Algemene regels Paragraaf 5.5.1.1 Algemene bepalingen Artikel 5.237 Toepassingsbereik 1 De regels van deze titel gaan over de milieubelastende activiteiten in Titel 5.5.
2 Deze titel is niet van toepassing op: a. wonen;
98
b. het feitelijk verrichten van bouw- en sloopwerkzaamheden aan bouwwerken of het feitelijk verrichten van onderhoudswerkzaamheden aan een bouwwerk of van een terrein; c. een milieubelastende activiteit die in hoofdzaak in de openbare buitenruimte wordt verricht; d. doorgaand verkeer op wegen, vaarwegen en spoorwegen; e. een evenement: 1. dat ergens anders plaatsvindt dan op een locatie voor evenementen; 2. dat geen festiviteit als bedoeld in artikel 5.68 van het Besluit kwaliteit leefomgeving is; of 3. waarover geluidsregels zijn gesteld bij of krachtens een gemeentelijke verordening; f. het verrichten van werkzaamheden met een mobiele installatie op een weiland, akker of bos, die geen verplaatsbaar mijnbouwwerk als bedoeld in artikel 4.1116 van het Besluit activiteiten leefomgeving is; en g. bruggen, viaducten, verkeerstunnels en andere ondergronds gelegen bouwwerken voor het vervoer van personen of goederen en beweegbare waterkeringen.
3 Het tweede lid geldt niet voor milieubelastende activiteiten die bestaan uit het lozen op of in de bodem of de riolering, voor zover het gaat om de gevolgen van het lozen voor de bodem, voor de voorzieningen voor de inzameling en het transport van afvalwater of voor het zuiveringtechnisch werk.
4 Het tweede lid geldt niet voor de activiteiten, bedoeld in Paragraaf 22.3.7 van het omgevingsplan.
Artikel 5.238 Voorrangsbepaling De regels over milieubelastende activiteiten in Hoofdstuk 5 zijn niet van toepassing op een milieubelastende activiteit die als vergunningplichtig is aangewezen in hoofdstuk 3 van het Besluit activiteiten leefomgeving, voor zover voorschriften zijn verbonden aan: a. een voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet onherroepelijke omgevingsvergunning voor een milieubelastende activiteit; b. een omgevingsvergunning voor een milieubelastende activiteit die is aangevraagd voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet en na de inwerkingtreding van die wet onherroepelijk wordt.
Artikel 5.239 Oogmerken De regels voor milieubelastende activiteiten in deze titel zijn gesteld met het oog op: a. het waarborgen van de veiligheid; b. het beschermen van de gezondheid; en c. het beschermen van het milieu, waaronder: 1. het beschermen en verbeteren van de kwaliteit van lucht, bodem en de chemische en ecologische kwaliteit van watersystemen; 2. het doelmatig gebruik van energie en grondstoffen; en 3. een doelmatig beheer van afvalstoffen.
Artikel 5.240 Specifieke zorgplicht 1 Degene die een activiteit verricht en weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat die activiteit nadelige gevolgen kan hebben voor de belangen, bedoeld in Artikel 5.239, is verplicht: a. alle maatregelen te treffen die redelijkerwijs van diegene kunnen worden gevraagd om die gevolgen te 99