[T25.00726] Juridische regels omgevingsplan gemeente Lansingerland - Bouwsteen 1 bestaande woonwijken.
Tekst van het document
Maatschappelijke activiteiten - Maatschappelijk religie en levensbeschouwing - functie op locatie - Paragraaf 5.3.12.4; n. Maatschappelijke activiteiten - Maatschappelijk zorgwoning - Paragraaf 5.3.12.4; o. Maatschappelijke activiteiten - Maatschappelijk begraafplaats - Paragraaf 5.3.12.4; p. Recreatie - Recreatie speelplaats - functie op locatie - Paragraaf 5.3.13.2; q. Sport - functie op locatie binnensport - Paragraaf 5.3.15.2; r. Sport - Openbare sportvoorzieningen - Paragraaf 5.3.15.2; s. Wonen - wonen in bestaande woningen - Subparagraaf 5.3.16.1.1; t. Wonen - vergunningplicht nieuwe woningen - Subparagraaf 5.3.16.1.2; u. Bed&breakfast - op bestaande locaties en vergunningplicht voor nieuwe - Subparagraaf 5.3.16.1.3 v. Beroep aan huis - vergunningvrij onder algemene regels - Subparagraaf 5.3.16.1.4; w. Bedrijf aan huis - op bestaande locaties en vergunningplicht voor nieuwe - Subparagraaf 5.3.16.1.5; x. Risicovolle activiteiten - Afdeling 5.3.14. De volgende activiteiten worden niet verricht: a. Het exploiteren van een darkstore; b. Flitsbezorging.
Titel 4.2 Thema's Afdeling 4.2.1 Bouwactiviteiten Artikel 4.10 Toepassingsbereik Deze afdeling gaat over het bouwen en in stand houden van bouwwerken.
Artikel 4.11 Algemene regels bouwactiviteiten Bij het verrichten van bouwactiviteiten wordt voldaan aan Paragraaf 5.4.1.1.
Artikel 4.12 Hoofdgebouwen 33
1 Bij bouwactiviteiten met betrekking tot hoofdgebouwen binnen de werkingsgebieden Woonwijk zonder Wolfend en Wijkcentra wordt voldaan aan Paragraaf 5.4.1.2.
2 Binnen het werkingsgebied Linten binnen woongebied is Paragraaf 5.4.1.2 niet van toepassing.
3 Binnen het werkingsgebied Wolfend is Paragraaf 5.4.1.2 niet van toepassing.
Artikel 4.13 Bijbehorende bouwwerken Bij bouwactiviteiten met betrekking tot bijbehorende bouwwerken wordt voldaan aan Paragraaf 5.4.1.3.
Artikel 4.14 Overige bouwwerken Bij bouwactiviteiten met betrekking tot overige bouwwerken wordt voldaan aan Paragraaf 5.4.1.4.
Afdeling 4.2.2 Milieu Paragraaf 4.2.2.1 Milieubelastende activiteiten Artikel 4.15 Toepassingsbereik Deze paragraaf gaat over het verrichten van milieubelastende activiteiten.
Artikel 4.16 Milieubelastende activiteiten 1 Bij het verrichten van milieubelastende activiteiten wordt voldaan aan Titel 5.5.
2 De volgende activiteiten worden niet verricht: a. Activiteiten die in hoge mate geluid kunnen veroorzaken, die zijn aangewezen in artikel 5.78b, eerste lid, onder b en c Besluit kwaliteit leefomgeving; b. Risicovolle activiteiten Type A anders dan Type A1 zoals aangewezen in Artikel 5.140; c. Risicovolle activiteiten Type B, D en E als bedoeld in Bijlage VII van het Besluit kwaliteit leefomgeving zoals aangewezen in Artikel 5.141.
Paragraaf 4.2.2.2 Restrictiegebied luchtkwaliteit Artikel 4.17 Aanwijzing en geometrische begrenzing Er is een werkingsgebied Restrictiegebied luchtkwaliteit waar de regels van deze paragraaf gelden.
Artikel 4.18 Activiteiten In het werkingsgebied Restrictiegebied luchtkwaliteit worden geen gebouwen in gebruik genomen voor bijeenkomstfuncties voor dagverblijf van personen jonger dan 16 jaar.
34
Afdeling 4.2.3 Uitvoeren van werken en werkzaamheden Artikel 4.19 Toepassingsbereik Deze afdeling gaat over het uitvoeren van werken en werkzaamheden die zijn aangewezen in Titel 5.6.
Artikel 4.20 Uitvoeren van werken en werkzaamheden Bij het verrichten van acitviteiten op of in de bodem wordt voldaan aan Paragraaf 5.6.1.1 en Paragraaf 5.6.1.2.
Afdeling 4.2.4 Externe veiligheid Paragraaf 4.2.4.1 Belemmeringengebied buisleiding gevaarlijke stoffen gas Artikel 4.21 Aanwijzing en geometrische begrenzing Er is een werkingsgebied Belemmeringengebied buisleiding gevaarlijke stoffen gas waar de regels van deze paragraaf gelden.
Artikel 4.22 Activiteiten 1 Binnen het werkingsgebied Belemmeringengebied buisleiding gevaarlijke stoffen gas zijn de volgende activiteiten niet toegestaan: a. zeer kwetsbare gebouwen; b. kwetsbare gebouwen.
2 Het verbod in Artikel 4.22, eerste lid is niet van toepassing op kwetsbare gebouwen die een functionele binding hebben met de buisleiding.
3 Bij het verrichten van activiteiten wordt voldaan aan: a. Bouwen - restrictiegebied leiding of belemmeringengebied leiding - Paragraaf 5.4.1.7; b. Activiteiten op of in de bodem - restrictiegebied leiding of belemmeringengebied leiding - Paragraaf 5.6.1.4.
Paragraaf 4.2.4.2 Belemmeringengebied buisleiding gevaarlijke stoffen brandstof Artikel 4.23 Aanwijzing en geometrische begrenzing Er is een werkingsgebied Belemmeringengebied buisleiding gevaarlijke stoffen brandstof waar de regels van de paragraaf gelden.
Artikel 4.24 Activiteiten 1 Binnen het werkingsgebied Belemmeringengebied buisleiding gevaarlijke stoffen brandstof zijn de volgende activiteiten niet toegestaan: a. zeer kwetsbare gebouwen; b. kwetsbare gebouwen.
35
2 Het verbod in Artikel 4.24, eerste lid is niet van toepassing op kwetsbare gebouwen die een functionele binding hebben met de buisleiding.
3 Bij het verrichten van activiteiten wordt voldaan aan: a. Bouwen - restrictiegebied of belemmeringengebied leiding - Paragraaf 5.4.1.7; b. Activiteiten op of in de bodem - restrictiegebied leiding of belemmeringengebied leiding - Paragraaf 5.6.1.4.
Paragraaf 4.2.4.3 Explosieaandachtsgebied Artikel 4.25 Aanwijzing en geometrische begrenzing Er is een werkingsgebied Explosieaandachtsgebied waar de regels van deze paragraaf gelden.
Artikel 4.26 Activiteiten 1 Binnen het werkingsgebied Explosieaandachtsgebied is het verboden om zeer kwetsbare gebouwen te bouwen of het gebruik van gebouwen te wijzigen zodat een zeer kwetsbaar gebouw ontstaat.
2 Binnen het werkingsgebied Explosieaandachtsgebied geldt voor beperkt kwetsbare of kwetsbare gebouwen en beperkt kwetsbare en kwetsbare locaties het bepaalde in Afdeling 5.3.11.
Paragraaf 4.2.4.4 Brandaandachtsgebied Artikel 4.27 Aanwijzing en geometrische begrenzing Er is een werkingsgebied Brandaandachtsgebied waar de regels van deze paragraaf gelden.
Artikel 4.28 Activiteiten 1 Binnen het werkingsgebied Brandaandachtsgebied is het verboden om zeer kwetsbare gebouwen te bouwen of het gebruik van gebouwen te wijzigen zodat een zeer kwetsbaar gebouw ontstaat.
2 Binnen het werkingsgebied Brandaandachtsgebied geldt voor beperkt kwetsbare of kwetsbare gebouwen en beperkt kwetsbare en kwetsbare locaties het bepaalde in Afdeling 5.3.11.
Afdeling 4.2.5 Geluid door infrastructuur Paragraaf 4.2.5.1 Geluidaandachtsgebied gemeenteweg Artikel 4.29 Aanwijzing en geometrische begrenzing Er is een werkingsgebied Geluidaandachtsgebied gemeenteweg waar de regels van deze paragraaf gelden.
36
Artikel 4.30 Waarden In het werkingsgebied Geluidaandachtsgebied gemeenteweg gelden de waarden van Subparagraaf 5.2.1.5.1.
Artikel 4.31 Activiteiten Bij het verrichten van activiteiten in het werkingsgebied Geluidaandachtsgebied gemeenteweg wordt voldaan aan: a. Gebruiksactiviteiten - Geluidgevoelige gebouwen - Afdeling 5.3.8.
Paragraaf 4.2.5.2 Geluidaandachtsgebied provinciale weg Artikel 4.32 Aanwijzing en geometrische begrenzing Er is een werkingsgebied Geluidaandachtsgebied provinciale weg waar de regels van deze paragraaf gelden.
Artikel 4.33 Waarden In het werkingsgebied Geluidaandachtsgebied provinciale weg gelden de waarden van Subparagraaf 5.2.1.5.3.
Artikel 4.34 Activiteiten Bij het verrichten van activiteiten in het werkingsgebied ‘Geluidaandachtsgebied provinciale weg' wordt voldaan aan: a. Gebruiksactiviteiten - Geluidgevoelige gebouwen - Afdeling 5.3.8.
Paragraaf 4.2.5.3 Geluidaandachtsgebied rijksweg - gereserveerd Paragraaf 4.2.5.4 Geluidaandachtsgebied hoofdspoorweg Artikel 4.35 Aanwijzing en geometrische begrenzing Er is een werkingsgebied Geluidaandachtsgebied hoofdspoorweg waar de regels van deze paragraaf gelden.
Artikel 4.36 Waarden In het werkingsgebied Geluidaandachtsgebied hoofdspoorweg gelden de waarden van Subparagraaf 5.2.1.5.4.
Artikel 4.37 Activiteiten Bij het verrichten van activiteiten in het werkingsgebied Geluidaandachtsgebied hoofdspoorweg wordt voldaan aan: a. Gebruiksactiviteiten - Geluidgevoelige gebouwen - Afdeling 5.3.8.
Paragraaf 4.2.5.5 Geluidaandachtsgebied lokale spoorweg Artikel 4.38 Aanwijzing en geometrische begrenzing Er is een werkingsgebied Geluidaandachtsgebied lokale spoorweg waar de regels van deze paragraaf gelden.
Artikel 4.39 Waarden In het werkingsgebied Geluidaandachtsgebied lokale spoorweg gelden de waarden van Subparagraaf 5.2.1.5.2.
Artikel 4.40 Activiteiten
37
Bij het verrichten van activiteiten in het werkingsgebied Geluidaandachtsgebied lokale spoorweg wordt voldaan aan: Gebruiksactiviteiten - Geluidgevoelige gebouwen - Afdeling 5.3.8.
Afdeling 4.2.6 Cultureel erfgoed Paragraaf 4.2.6.1 Archeologie Artikel 4.41 Toepassingsbereik Deze afdeling gaat over het uitvoeren van werken en werkzaamheden.
Artikel 4.42 Aanwijzing en geometrische begrenzing 1 Er is een werkingsgebied Restrictiegebied archeologie 1 waar de regels uit deze paragraaf gelden.
2 Er is een werkingsgebied Restrictiegebied archeologie 2 waar de regels uit deze paragraaf gelden.
3 Er is een werkingsgebied Restrictiegebied archeologie 3 waar de regels uit deze paragraaf gelden.
4 gereserveerd voor restrictiegebied archeologie 4.
5 Er is een werkingsgebied Restrictiegebied archeologie 5 waar de regels uit deze paragraaf gelden
6 Er is een werkingsgebied Restrictiegebied archeologie 6 waar de regels uit deze paragraaf gelden.
Artikel 4.43 Activiteiten Bij het verrichten van activiteiten wordt voldaan aan de regels van paragraaf Paragraaf 5.6.1.3.
Paragraaf 4.2.6.2 Cultuurhistorisch waardevolle objecten Artikel 4.44 Toepassingsbereik Deze paragraaf gaat over het bouwen en veranderen van bouwwerken.
Artikel 4.45 Aanwijzing en geometrische begrenzing Er is een werkingsgebied Cultuurhistorisch waardevol object waar de regels van deze paragraaf gelden.
Artikel 4.46 Activiteiten 1
38
Bij het verrichten van activiteiten wordt voldaan aan de regels van Paragraaf 5.4.1.6.
2 De volgende subparagrafen gelden niet: a. Subparagraaf 5.4.1.3.1; b. Subparagraaf 5.4.1.4.1.
Paragraaf 4.2.6.3 Gemeentelijke monumenten Artikel 4.47 Toepassingsbereik Deze paragraaf gaat over het bouwen en veranderen van bouwwerken en over het slopen of verstoren van bouwwerken.
Artikel 4.48 Aanwijzing en geometrische begrenzing Er is een werkingsgebied Gemeentelijke monumenten waar de regels van deze paragraaf gelden.
Artikel 4.49 Activiteiten 1 Bij het verrichten van bouwactiviteiten wordt voldaan aan de regels van Paragraaf 5.4.1.5.
2 De volgende subparagrafen gelden niet: a. Subparagraaf 5.4.1.3.1; b. Subparagraaf 5.4.1.4.1.
3 Bij het slopen of verstoren van bouwwerken wordt voldaan aan de regels van Paragraaf 5.4.2.2.
Afdeling 4.2.7 Infrastructuur en voor publiek toegankelijke ruimte Paragraaf 4.2.7.1 Water en groen Subparagraaf 4.2.7.1.1 Beperkingengebied waterkering Artikel 4.50 Aanwijzing en geometrische begrenzing Er is een werkingsgebied Beperkingengebied met betrekking tot een waterkering waar de regels van deze subparagraaf gelden.
Artikel 4.51 Activiteiten Bij het verrichten van activiteiten wordt voldaan aan: a. Bouwen nabij een waterkering - Paragraaf 5.4.1.8; b. Activiteiten op of in de bodem - nabij een waterkering - Paragraaf 5.6.1.5.
Subparagraaf 4.2.7.1.2 Waterkering Artikel 4.52 Aanwijzing en geometrische begrenzing 39
Er is een werkingsgebied Waterkering waar de regels van deze subparagraaf gelden.
Artikel 4.53 Activiteiten Bij het verrichten van activiteiten wordt voldaan aan: a. Bouwen nabij een waterkering - Paragraaf 5.4.1.8; b. Activiteiten op of in de bodem - nabij een waterkering - Paragraaf 5.6.1.5.
Subparagraaf 4.2.7.1.3 Water en groen Artikel 4.54 Aanwijzing en geometrische begrenzing Er is een werkingsgebied Water en groen waar de regels van deze subparagraaf gelden.
Artikel 4.55 Activiteiten Bij het verrichten van activiteiten wordt voldaan aan: a. Bouwen in een aanwijzing groen, water, wegen - Paragraaf 5.4.1.9; b. Activiteiten op of in de bodem groen en water - Paragraaf 5.6.1.9.
Paragraaf 4.2.7.2 Beperkingengebied lokale spoorweg Artikel 4.56 Aanwijzing Er is een werkingsgebied Beperkingengebied lokale spoorweg.
Artikel 4.57 Geometrische begrenzing De regels van deze paragraaf gelden ter plaatse van het werkingsgebied Beperkingengebied lokale spoorweg
Artikel 4.58 Activiteiten Bij het verrichten van activiteiten wordt voldaan aan de regels voor beperkingengebiedactiviteiten als bedoeld in Hoofdstuk 9 van het Besluit activiteiten leefomgeving.
Paragraaf 4.2.7.3 Restrictiegebied leiding Artikel 4.59 Aanwijzing 1 Er is een werkingsgebied Restrictiegebied leiding Gas ontluchtingspunt.
2 Er is een werkingsgebied Restrictiegebied leiding Riool.
3 Er is een werkingsgebied Restrictiegebied leiding Water.
Artikel 4.60 Geometrische begrenzing
40
De regels van deze paragraaf gelden ter plaatse van de volgende werkingsgebieden: ^ Restrictiegebied leiding Gas ontluchtingspunt ^ Restrictiegebied leiding Riool ^ Restrictiegebied leiding Water
Artikel 4.61 Activiteiten Bij het verrichten van activiteiten wordt voldaan aan: a. Bouwen - restrictiegebied leiding of belemmeringengebied leiding - Paragraaf 5.4.1.7; b. Activiteiten op of in de bodem - restrictiegebied leiding of belemmeringengebied leiding - Paragraaf 5.6.1.4.
Paragraaf 4.2.7.4 Wegen Subparagraaf 4.2.7.4.1 Gemeenteweg Artikel 4.62 Aanwijzing en geometrische begrenzing Er is een werkingsgebied Gemeenteweg waar de regels van de subparagraaf gelden.
Artikel 4.63 Activiteiten Bij het verrichten van activiteiten wordt voldaan aan: a. Bouwen in een aanwijzing groen, water en wegen - Paragraaf 5.4.1.9; b. Activiteiten op of in de bodem gemeenteweg - Paragraaf 5.6.1.6.
Subparagraaf 4.2.7.4.2 Provinciale weg Artikel 4.64 Aanwijzing en geometrische begrenzing Er is een werkingsgebied Provinciale weg waar de regels van deze subparagraaf gelden.
Artikel 4.65 Activiteiten Bij het verrichten van activiteiten wordt voldaan aan: a. Bouwen in een aanwijzing groen, water, wegen - Paragraaf 5.4.1.9; b. Activiteiten op of in de bodem provinciale weg - Paragraaf 5.6.1.7.
Subparagraaf 4.2.7.4.3 Rijksweg - gereserveerd Subparagraaf 4.2.7.4.4 Spoorweg Artikel 4.66 Aanwijzing en geometrische begrenzing Er is een werkingsgebied Spoorweg waar de regels van deze subparagraaf gelden.
Artikel 4.67 Activiteiten Bij het verrichten van activiteiten wordt voldaan aan: a. Bouwen in een aanwijzing groen, water, wegen - Paragraaf 5.4.1.9; b. Activiteiten op of in de bodem spoorweg - Paragraaf 5.6.1.8.
Afdeling 4.2.8 Bebouwingscontouren
41
Paragraaf 4.2.8.1 Bebouwingscontour jacht - gereserveerd Artikel 4.68 Aanwijzing en geometrische begrenzing bebouwingscontour jacht Gereserveerd.
Paragraaf 4.2.8.2 Bebouwingscontour houtkap - gereserveerd Artikel 4.69 Aanwijzing en geometrische begrenzing bebouwingscontour houtkap Gereserveerd.
42
Hoofdstuk 5 Activiteiten Titel 5.1 Algemene bepalingen Afdeling 5.1.1 Inleidende bepalingen Paragraaf 5.1.1.1 Algemeen Artikel 5.1 Normadressaat Aan dit hoofdstuk wordt voldaan door degene die de activiteit verricht, tenzij anders is bepaald. Diegene draagt zorg voor de naleving van de regels over de activiteit.
Titel 5.2 Normen met betrekking tot de fysieke leefomgeving Afdeling 5.2.1 Normen met betrekking tot het beheer en de ontwikkeling van de fysieke leefomgeving Paragraaf 5.2.1.1 Algemeen Artikel 5.2 Oogmerken De regels in deze afdeling zijn gesteld met het oog op: a. het bereiken en in stand houden van een goed woon- en leefklimaat; b. het voorkomen of beperken van hinder; c. het beschermen van de gezondheid; d. het beschermen van het milieu; en e. het waarborgen van de veiligheid.
Paragraaf 5.2.1.2 Bodem [gereserveerd] Artikel 5.3 Bodem Gereserveerd.
Paragraaf 5.2.1.3 Externe veiligheid Subparagraaf 5.2.1.3.1 Plaatsgebonden risico Artikel 5.4 Toepassingsbereik Deze subparagraaf gaat over het toestaan van beperkt kwetsbare, kwetsbare en zeer kwetsbare gebouwen en beperkt kwetsbare en kwetsbare locaties binnen het werkingsgebied Risicovolle activiteit type A - tanken LPG PR contouren
Artikel 5.5 Verbod 1 Het is verboden beperkt kwetsbare, kwetsbare en zeer kwetsbare gebouwen te bouwen of het gebruik van gebouwen te wijzigen zodat een beperkt kwetsbaar, kwetsbaar en/of zeer kwetsbaar gebouw ontstaat.
2 Het is verboden om gronden te gebruiken als beperkt kwetsbare of kwetsbare locatie of het gebruik te wijzigen zodat een beperkt kwetsbare of kwetsbare locatie ontstaat.
Artikel 5.6 Functionele binding Het verbod in Artikel 5.5 is niet van toepassing op het plaatsgebonden risico van een activiteit voor beperkt kwetsbare en kwetsbare gebouwen en beperkt kwetsbare en kwetsbare locaties waar een activiteit als bedoeld in bijlage VII van
43
het Besluit kwaliteit leefomgeving wordt verricht of die een functionele binding hebben met een activiteit als bedoeld in die bijlage.
Paragraaf 5.2.1.4 Geluid door activiteiten Subparagraaf 5.2.1.4.1 Geluid door activiteiten - algemeen Artikel 5.7 Toepassingsbereik 1 Paragraaf 5.2.1.4 gaat over het: a. verrichten van een activiteit, anders dan het wonen op een locatie, die geluid veroorzaakt op een geluidgevoelig gebouw dat is toegestaan op grond van het omgevingsplan of een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit; of b. toestaan van een geluidgevoelig gebouw.
2 In afwijking van het eerste lid is Paragraaf 5.2.1.4: a. niet van toepassing op geluidgevoelige gebouwen die geheel of gedeeltelijk zijn gelegen op een industrieterrein waarvoor geluidproductieplafonds als omgevingswaarden zijn vastgesteld; b. niet van toepassing op het geluid op een niet-geluidgevoelige gevel; c. met uitzondering van Artikel 5.8 niet van toepassing op een geluidgevoelig gebouw dat op grond van dit omgevingsplan of een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit is toegestaan voor een duur van niet meer dan tien jaar; d. niet van toepassing op het geluid door activiteiten die worden verricht op een industrieterrein waarvoor geluidproductieplafonds als omgevingswaarden zijn vastgesteld, met uitzondering van windturbines, windparken, civiele buitenschietbanen, militaire buitenschietbanen en militaire springterreinen; e. niet van toepassing op het geluid door spoorvoertuigen op spoorwegemplacementen die onderdeel zijn van een hoofdspoorweg of een bij omgevingsverordening aangewezen lokale spoorweg; en f. niet van toepassing op doorgaand verkeer op wegen, vaarwegen en spoorwegen.
Artikel 5.8 Geluid: meerdere activiteiten beschouwd als één activiteit Voor de toepassing van deze paragraaf wordt als één activiteit beschouwd: a. een activiteit als bedoeld in de afdelingen 3.3 tot en met 3.11 van het Besluit activiteiten leefomgeving; of b. als het gaat om andere activiteiten als bedoeld onder a, meerdere activiteiten die worden verricht op dezelfde locatie en die: 1. rechtstreeks met elkaar samenhangen en met elkaar in technisch verband staan; of 2. elkaar functioneel ondersteunen.
Artikel 5.9 Waar waarden gelden De waarden voor het geluid door een activiteit gelden: a. op de gevel, als het gaat om een geluidgevoelig gebouw; b. op de locatie waar een gevel mag komen, als het gaat om een nieuw te bouwen geluidgevoelig gebouw; c. in afwijking van onder a en b, als het gaat om een woonschip of woonwagen, op de begrenzing van de locatie voor het plaatsen van dat woonschip of die woonwagen; d. in een geluidgevoelige ruimte als het gaat om een geluidgevoelige ruimte; en e. niet voor het geluid op een niet-geluidgevoelige gevel.
44
Artikel 5.10 Geluid: functionele binding De waarden voor geluid zijn niet van toepassing op het geluid door een activiteit op of in een geluidgevoelig gebouw dat een functionele binding heeft met die activiteit.
Artikel 5.11 Geluid: voormalige functionele binding De waarden voor het geluid door een activiteit in de agrarische sector als bedoeld in de artikelen 3.200, 3.205, 3.208, 3.211, 3.215, 3.218, 3.221 of 3.225 van het Besluit activiteiten leefomgeving zijn niet van toepassing op het geluid door die activiteit op of in een geluidgevoelig gebouw dat is toegestaan ter plaatse van het werkingsgebied Voormalige functionele binding.
Artikel 5.12 Geluid: buiten beschouwing laten van geluidsbronnen 1 De waarden die dit omgevingsplan bevat voor geluid door een activiteit op geluidgevoelige gebouwen of in geluidgevoelige ruimten zijn niet van toepassing op: a. het geluid door de inzet van motorvoertuigen of helikopters voor spoedeisende medische hulpverlening, ongevallenbestrijding, brandbestrijding, gladheidbestrijding en het vrijmaken van de weg na een ongeval; en b. onversterkt menselijk stemgeluid, tenzij het muziekgeluid is of daarmee is vermengd.
2 Voor zover dit omgevingsplan naast of in plaats van de waarden regels bevat over geluid, zijn die niet van toepassing op activiteiten als bedoeld in het Artikel 5.12, tweede lid onder a.
Artikel 5.13 Geluid: maatregelen of voorzieningen bij stomen van grond 1 Bij het bepalen van de geluidniveaus, bedoeld in Subparagraaf 5.2.1.4.2 blijft het geluid veroorzaakt door het stomen van grond met een installatie van derden, buiten beschouwing.
2 Bij het stomen van grond met een installatie van derden, worden maatregelen of voorzieningen getroffen die betrekking hebben op: a. de periode waarin het stomen van grond plaatsvindt; b. de locatie waar de installatie wordt opgesteld; en c. het aanbrengen van geluidbeperkende voorzieningen op de locatie waarop de activiteit wordt verricht.
Subparagraaf 5.2.1.4.2 Geluid door activiteiten - standaardwaarden Artikel 5.14 Toepassingsbereik Deze subparagraaf gaat over geluidgevoelige gebouwen en geluidgevoelige ruimten.
Artikel 5.15 Toepassingsbereik - uitzonderingen 1 Deze subparagraaf is niet van toepassing op het geluid op een geluidgevoelig gebouw door activiteiten die worden verricht op een industrieterrein waarvoor geluidproductieplafonds als omgevingswaarden zijn vastgesteld.
45
2 In afwijking van het eerste lid is deze subparagraaf, met uitzondering van Artikel 5.12, niet van toepassing op: a. activiteiten die in hoofdzaak in de openbare buitenruimte worden verricht; b. evenementen: 1. die niet plaatsvinden op een locatie voor evenementen; of 2. die geen festiviteiten als bedoeld in Artikel 22.73 zijn; en c. geluid dat niet representatief is voor een activiteit.
Artikel 5.16 Waarden voor geluid 1 Het geluid door een activiteit (uitgedrukt als het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau LAr,LT) op een geluidgevoelig gebouw bedraagt voor de periode tussen 07.00 uur en 19.00 uur niet meer dan 50 dB(A).
2 Het geluid door een activiteit (uitgedrukt als het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau ĽAr,LT) op een geluidgevoelig gebouw bedraagt voor de periode tussen 19.00 uur en 23.00 uur niet meer dan 45 dB(A).
3 Het geluid door een activiteit (uitgedrukt als het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau LAr,LT) op een geluidgevoelig gebouw bedraagt voor de periode tussen 23.00 uur en 07.00 uur niet meer dan 40 dB(A).
4 Het geluid door aandrijfgeluid van transportmiddelen (uitgedrukt als het maximaal geluidniveau LAmax) op een geluidgevoelig gebouw bedraagt voor de periode tussen 19.00 uur en 07.00 uur niet meer dan 70 dB(A).
5 Het geluid door andere piekgeluiden dan bedoeld in het vierde lid (uitgedrukt als het maximaal geluidniveau La max ) op een geluidgevoelig gebouw bedraagt voor de periode tussen 19.00 uur en 07.00 uur niet meer dan 65 dB(A).
6 Het geluid door een activiteit (uitgedrukt als het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau LAr,LT) in een geluidgevoelige ruimte binnen in- en aanpandige geluidgevoelige gebouwen bedraagt voor de periode tussen 07.00 uur en 19.00 uur niet meer dan 35 dB(A).
7 Het geluid door een activiteit (uitgedrukt als het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau LAr,LT) in een geluidgevoelige ruimte binnen in- en aanpandige geluidgevoelige gebouwen bedraagt voor de periode tussen 19.00 uur en 23.00 uur niet meer dan 30 dB(A).
8
46
Het geluid door een activiteit (uitgedrukt als het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau Lai-,lt) in een geluidgevoelige ruimte binnen in- en aanpandige geluidgevoelige gebouwen bedraagt voor de periode tussen 23.00 uur en 07.00 uur niet meer dan 25 dB(A).
9 Het geluid door aandrijfgeluid van transportmiddelen (uitgedrukt als het maximaal geluidniveau LAmax) in een geluidgevoelige ruimte binnen in- en aanpandige geluidgevoelige gebouwen bedraagt voor de periode tussen 19.00 uur en 07.00 uur niet meer dan 55 dB(A).
10 Het geluid door andere piekgeluiden dan bedoeld in het negende lid (uitgedrukt als het maximaal geluidniveau LAmax) in een geluidgevoelige ruimte binnen in- en aanpandige geluidgevoelige gebouwen bedraagt voor de periode tussen 19.00 uur en 07.00 uur niet meer dan 45 dB(A).
Paragraaf 5.2.1.5 Geluid van infrastructuur en industrie Subparagraaf 5.2.1.5.1 Geluid van wegen - gemeenteweg Artikel 5.17 Toepassingsbereik 1 Deze subparagraaf gaat over het bouwen en veranderen van geluidgevoelige gebouwen en het wijzigen van gebruik naar geluidgevoelige gebouwen binnen het geluidaandachtsgebied van een gemeenteweg.
2 Deze subparagraaf gaat over de volgende activiteiten bij gemeentewegen: a. het verplaatsen van een of meer rijstroken met meer dan 2 m; b. het verhogen of verlagen van de rijstroken met meer dan 1 m; c. verhogen van het aantal rijstroken, niet zijnde voorsorteerstroken en in- en uitvoegstroken; d. het vervangen van een wegdek door een minder stil wegdek; en e. het verwijderen van geluidbeperkende maatregelen bestaande uit werken of bouwwerken langs de weg.
Artikel 5.18 Waar waarden gelden Waarden voor geluid gelden: a. op een geluidgevoelig gebouw, anders dan een woonschip of een woonwagen: op de gevel, als het gaat om een geluidgevoelig gebouw; b. op een geluidgevoelig gebouw, anders dan een woonschip of een woonwagen: op de locatie waar een gevel mag komen, als het gaat om een nieuw te bouwen geluidgevoelig gebouw; c. op de begrenzing van de locatie voor het plaatsen van een woonschip of een woonwagen, als het gaat om een woonschip of woonwagen; en d. in de geluidgevoelige ruimte, als het gaat om een geluidgevoelige ruimte.
Artikel 5.19 Standaardwaarde geluid De standaardwaarde voor geluid op een geluidgevoelig gebouw is niet meer dan 53 Lden.
Artikel 5.20 Grenswaarde geluid 47
De grenswaarde voor geluid op een geluidgevoelig gebouw is niet meer dan 68 Lden.
Subparagraaf 5.2.1.5.2 Geluid van spoorwegen - lokale spoorweg Artikel 5.21 Toepassingsbereik 1 Deze subparagraaf gaat over het bouwen en veranderen van geluidgevoelige gebouwen en het wijzigen van gebruik naar geluidgevoelige gebouwen binnen het Geluidaandachtsgebied lokale spoorweg.
2 Deze subparagraaf gaat over de volgende activiteiten bij of aan lokale spoorwegen: a. het verplaatsen van een of meer sporen met meer dan 2 m; b. het verhogen of verlagen van een of meer sporen met meer dan 1 m; c. een toename van het aantal sporen; d. het vervangen van een spoorconstructie door een minder stille spoorconstructie; of e. het verwijderen van geluidbeperkende maatregelen bestaande uit werken of bouwwerken langs de spoorweg.
Artikel 5.22 Waar waarden gelden Waarden voor geluid gelden: a. op een geluidgevoelig gebouw, anders dan een woonschip of een woonwagen: op de gevel, als het gaat om een geluidgevoelig gebouw; b. op een geluidgevoelig gebouw, anders dan een woonschip of een woonwagen: op de locatie waar een gevel mag komen, als het gaat om een nieuw te bouwen geluidgevoelig gebouw; c. op de begrenzing van de locatie voor het plaatsen van een woonschip of een woonwagen, als het gaat om een woonschip of woonwagen; en d. in de geluidgevoelige ruimte, als het gaat om een geluidgevoelige ruimte.
Artikel 5.23 Standaardwaarde geluid De standaardwaarde voor geluid op een geluidgevoelig gebouw is niet meer dan 55 Lden.
Artikel 5.24 Grenswaarde geluid nieuwe geluidgevoelige gebouwen Voor het bouwen en veranderen van geluidgevoelige gebouwen en het wijzigen van gebruik naar geluidgevoelige gebouwen bedraagt de grenswaarde voor geluid op een geluidgevoelig gebouw niet meer dan 65 Lden.
Artikel 5.25 Grenswaarde geluid aanleggen of wijzigen lokale spoorweg Voor de activiteiten bij of aan lokale spoorwegen die zijn aangewezen in Artikel 5.21, tweede lid, bedraagt de grenswaarde voor geluid op een geluidgevoelig gebouw niet meer dan 70 Lden.
Subparagraaf 5.2.1.5.3 Geluid van wegen - provinciale weg Artikel 5.26 Toepassingsbereik 1 Deze subparagraaf gaat over het bouwen en veranderen van geluidgevoelige gebouwen en het wijzigen van gebruik
48
naar geluidgevoelige gebouwen binnen het geluidaandachtsgebied van een provinciale weg.
2 Deze subparagraaf gaat niet over geluidgevoelige gebouwen en geluidgevoelige locaties die al rechtmatig aanwezig waren voor inwerkingtreding of wijziging van dit omgevingsplan.
Artikel 5.27 Waar waarden gelden Waarden voor geluid gelden: a. op een geluidgevoelig gebouw, anders dan een woonschip of een woonwagen: op de gevel, als het gaat om een geluidgevoelig gebouw; b. op een geluidgevoelig gebouw, anders dan een woonschip of een woonwagen: op de locatie waar een gevel mag komen, als het gaat om een nieuw te bouwen geluidgevoelig gebouw; c. op de begrenzing van de locatie voor het plaatsen van een woonschip of een woonwagen, als het gaat om een woonschip of woonwagen; en d. in de geluidgevoelige ruimte, als het gaat om een geluidgevoelige ruimte.
Artikel 5.28 Standaardwaarde geluid De standaardwaarde voor geluid op een geluidgevoelig gebouw is niet meer dan 50 Lden.
Artikel 5.29 Grenswaarde geluid De grenswaarde voor geluid op een geluidgevoelig gebouw is niet meer dan 60 Lden.
Subparagraaf 5.2.1.5.4 Geluid van spoorwegen - hoofdspoorweg Artikel 5.30 Toepassingsbereik 1 Deze subparagraaf gaat over het bouwen en veranderen van geluidgevoelige gebouwen en het wijzigen van gebruik naar geluidgevoelige gebouwen binnen het geluidaandachtsgebied van een hoofdspoorweg.
2 Deze subparagraaf gaat niet over geluidgevoelige gebouwen en geluidgevoelige locaties die al rechtmatig aanwezig waren voor inwerkingtreding of wijziging van dit omgevingsplan.
Artikel 5.31 Waar waarden gelden Waarden voor geluid gelden: a. op een geluidgevoelig gebouw, anders dan een woonschip of een woonwagen: op de gevel, als het gaat om een geluidgevoelig gebouw; b. op een geluidgevoelig gebouw, anders dan een woonschip of een woonwagen: op de locatie waar een gevel mag komen, als het gaat om een nieuw te bouwen geluidgevoelig gebouw; c. op de begrenzing van de locatie voor het plaatsen van een woonschip of woonwagen, als het gaat om een woonschip of woonwagen; en d. in de geluidgevoelige ruimte, als het gaat om een geluidgevoelige ruimte.
49
Artikel 5.32 Standaardwaarde geluid De standaardwaarde voor geluid op een geluidgevoelig gebouw is niet meer dan 55 Ľden.
Artikel 5.33 Grenswaarde geluid De grenswaarde voor geluid op een geluidgevoelig gebouw is niet meer dan 65 Lden.
Subparagraaf 5.2.1.5.5 Geluid van wegen rijksweg - gereserveerd Subparagraaf 5.2.1.5.6 Geluid van industrie - gereserveerd Paragraaf 5.2.1.6 Geur Subparagraaf 5.2.1.6.1 Geur door activiteiten anders dan geregeld in paragraaf 22.3.6 Artikel 5.34 Toepassingsbereik 1 Subparagraaf 5.2.1.6.1 gaat over: a. het verrichten van een activiteit op een locatie, anders dan het wonen, die geur veroorzaakt op een geurgevoelig gebouw dat is toegestaan op grond van het omgevingsplan of een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit; of b. het toestaan van een geurgevoelig gebouw.
2 In afwijking van het eerste lid is Subparagraaf 5.2.1.6.1, niet van toepassing als het gaat om de geur door een activiteit op een geurgevoelig gebouw dat is toegestaan voor een duur van minder dan tien jaar.
3 Deze subparagraaf gaat over de geur op een geurgevoelig gebouw door activiteiten die zijn aangewezen in Artikel 5.68.
4 Deze subparagraaf gaat niet over de geur door activiteiten waarvoor Paragraaf 22.3.6 van dit omgevingsplan regels bevat.
Artikel 5.35 Functionele binding Deze subparagraaf is niet van toepassing op de geur door een activiteit op een geurgevoelig gebouw dat een functionele binding heeft met die activiteit.
Artikel 5.36 Aanvaardbaarheid geur De geur op gevels van geurgevoelige gebouwen is aanvaardbaar. Bij het bepalen van de aanvaardbaarheid wordt rekening gehouden met: a. provinciaal en gemeentelijk beleid; b. de geurbelasting ter plaatse van geurgevoelige gebouwen; c. de aard, omvang en waardering van de geur die vrijkomt bij de betreffende activiteit; d. de bestaande en verwachte geurhinder van de betreffende activiteit; e. de geursterkte;
50
f. de geurbeleving; g. eventuele cumulatie van geurbronnen.
Paragraaf 5.2.1.7 Parkeren Artikel 5.37 Toepassingsbereik Deze subparagraaf gaat over activiteiten waarvoor een omgevingsvergunning is vereist op grond van Titel 5.3 en Titel 5.4.
Artikel 5.38 Parkeergelegenheid Er wordt voorzien in voldoende parkeergelegenheid voor auto en fiets op eigen terrein. Bij het bepalen van de benodigde parkeergelegenheid wordt rekening gehouden met de Nota Parkeernormen Gemeente Lansingerland van 29 april 2014 of diens rechtsopvolger.
Artikel 5.39 Omgevingsvergunning parkeernorm Met een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van Artikel 5.38, voor zover naar het oordeel van burgemeester en wethouders: a. op andere wijze in voldoende parkeergelegenheid wordt voorzien; of b. het voldoen aan dat artikel door bijzondere omstandigheden op overwegende bezwaren stuit.
Paragraaf 5.2.1.8 Trillingen Subparagraaf 5.2.1.8.1 Trillingen door activiteiten - algemeen Artikel 5.40 Toepassingsbereik 1 Deze paragraaf gaat over: a. het verrichten van een activiteit op een locatie, anders dan het wonen, die trillingen in een frequentie van 1 tot 80 Hz veroorzaakt in een trillinggevoelige ruimte van een trillinggevoelig gebouw, dat is toegestaan op grond van een omgevingsplan of een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit; of b. het toestaan van een trillinggevoelige ruimte in een trillinggevoelig gebouw.
2 In afwijking van het eerste lid is deze paragraaf: a. niet van toepassing op een trillinggevoelige ruimte in een trillinggevoelig gebouw dat geheel of gedeeltelijk is gelegen op een industrieterrein waarvoor geluidproductieplafonds als omgevingswaarden zijn vastgesteld; b. met uitzondering van Artikel 5.42 niet van toepassing op: 1. activiteiten die in hoofdzaak in de openbare buitenruimte worden verricht; 2. evenementen die niet plaatsvinden op een locatie voor evenementen; 3. een trillinggevoelig gebouw dat op grond van het omgevingsplan of een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit is toegelaten voor een duur van niet meer dan tien jaar; c. niet van toepassing op doorgaand verkeer op wegen, vaarwegen en spoorwegen.
Artikel 5.41 Waar waarden gelden 1 Waarden voor trillingen gelden in trillinggevoelige ruimten.
51
2 Bij een trillinggevoelig gebouw gelden de regels op de gevel van dat trillinggevoelig gebouw.
Artikel 5.42 Trillingen: meerdere activiteiten beschouwen als een activiteit Voor de toepassing van deze paragraaf wordt als één activiteit beschouwd: a. een activiteit als bedoeld in de afdelingen 3.3 tot en met 3.11 van het Besluit activiteiten leefomgeving; of b. als het gaat om andere activiteiten dan bedoeld onder a, meerdere activiteiten die worden verricht op dezelfde locatie en die: 1. rechtstreeks met elkaar samenhangen en met elkaar in technisch verband staan; of 2. elkaar functioneel ondersteunen.
Artikel 5.43 Trillingen: functionele binding De waarden voor trillingen zijn niet van toepassing op trillingen door een activiteit in trillinggevoelige ruimten van een trillinggevoelig gebouw dat een functionele binding heeft met die activiteit.
Artikel 5.44 Trillingen: voormalige functionele binding De waarden voor trillingen door een activiteit: a. in de agrarische sector als bedoeld in de artikelen 3.200, 3.205, 3.208, 3.211, 3.215, 3.218, 3.221 of 3.225 van het Besluit activiteiten leefomgeving; b. verricht op een bedrijventerrein; of c. in de horecasector; zijn niet van toepassing op de trilling door die activiteit in trillinggevoelige ruimten van een trillinggevoelig gebouw dat eerder functioneel verbonden was met die activiteit.
Subparagraaf 5.2.1.8.2 Trillingen door activiteiten - standaardwaarden Artikel 5.45 Waarden voor continue trillingen Voor continue trillingen door een activiteit in trillinggevoelige ruimten gelden als waarden de volgende standaardwaarden: Soort
Standaardwaarde
Standaardwaarde
07.00 - 23.00 uur
23.00 - 07.00 uur
A1 trillingssterkte Vmax
0,1
0,1
A2 trillingssterkte Vmax
0,4
0,2
A3 trillingssterkte Vper
0,05
0,05
Artikel 5.46 Waarden voor herhaald voorkomende trillingen Voor herhaald voorkomende trillingen door een activiteit in een trillinggevoelige ruimte gelden de volgende waarden: Soort
A1 trillingssterkte Vmax
Standaardwaarde
Standaardwaarde
07.00 - 23.00 uur
23.00 - 07.00 uur
0,2
0,2
52
A2 trillingssterkte Vmax
0,8
0,4
A3 trillingssterkte Vper
0,1
0,1
Titel 5.3 Gebruiksactiviteiten Afdeling 5.3.1 Algemeen Artikel 5.47 Toepassingsbereik Deze titel gaat over het gebruiken van bouwwerken en gronden.
Artikel 5.48 Specifieke zorgplicht gebruiksactiviteiten 1 Bij het verrichten van gebruiksactiviteiten bedoeld in deze titel is degene die de activiteit uitoefent en die weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat de wijze waarop deze gebruiksactiviteit wordt uitgeoefend tot overlast of hinder voor de omgeving kan zorgen, verplicht om alle maatregelen te treffen die redelijkerwijs van diegene kunnen worden gevraagd om de overlast of hinder te voorkomen of beperken.
2 Het college van burgemeester en wethouders kan ter invulling van deze zorplicht maatwerkvoorschriften stellen.
Artikel 5.49 Aanvraagvereisten 1 Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning als bedoeld in Titel 5.3 worden voor de toetsing aan dit omgevingsplan in ieder geval de volgende gegevens en bescheiden aangeleverd: a. het beoogde en het huidige gebruik van het bouwwerk en de bijbehorende gronden waarop de aanvraag betrekking heeft; b. een opgave van de bruto inhoud in m3 en de bruto vloeroppervlakte in m2 van het deel van het bouwwerk waarop de aanvraag betrekking heeft; c. de verwachte verkeersaantrekkende werking; d. een situatietekening van de bestaande toestand en een situatietekening van de nieuwe toestand met daarop: 1. de afmetingen van het perceel en bebouwd oppervlak; 2. de situering van het bouwwerk waarin de activiteit gaat plaatsvinden ten opzichte van de perceelsgrenzen en de wegzijde; 3. de wijze waarop de locatie wordt ontsloten; en 4. de aangrenzende locaties en de daarop voorkomende bebouwing; e. de inrichting van parkeervoorzieningen op het eigen terrein; f. een parkeeronderbouwing gebaseerd op de Nota Parkeernormen Gemeente Lansingerland van 29 april 2014 of diens rechtsopvolger.
2 Ten behoeve van de toetsing aan dit omgevingsplan worden overige gegevens en bescheiden die samenhangen met die toetsing aangeleverd.
Artikel 5.50 Vergunningvoorschriften Aan een omgevingsvergunning voor gebruiksactiviteiten als bedoeld in Titel 5.3 kunnen voorschriften worden verbonden met het oog op:
53
a. gebruiksmogelijkheden danwel bezonning van het betreffende perceel en de aangrenzende percelen en bouwwerken; b. de verkeersveiligheid; c. de sociale veiligheid; d. parkeren; e. verkeersafwikkeling; f. opslag op open erven en terreinen; g. maatregelen ter bescherming van personen in kwetsbare of beperkt kwetsbare gebouwen of op die locaties of het aantal doorgaans aanwezige personen of de tijd dat die aanwezig zijn in die gebouwen en op die locaties.
Artikel 5.51 Maatwerkvoorschriften 1 Het college van burgemeester en wethouders is bevoegd om maatwerkvoorschriften te stellen over activiteiten die niet vergunningplichtig zijn.
2 De maatwerkvoorschriften bedoeld in Artikel 5.51, eerste lid kunnen betrekking hebben op het parkeren van auto's en fietsen op eigen terrein. Bij het stellen van maatwerkvoorschriften wordt rekening gehouden met de Nota Parkeernormen Gemeente Lansingerland van 29 april 2014 of diens rechtsopvolger.
Afdeling 5.3.2 Activiteiten met betrekking tot open erven en terreinen Artikel 5.52 Aanwezigheid brandgevaarlijke stoffen nabij bouwwerken 1 Op een open erf of terrein nabij een bouwwerk is geen brandgevaarlijke stof als bedoeld in onderstaande tabel aanwezig.
ADR-klasse 1
Toegestane Omschrijving
Verpakkingsgroep maximum hoeveelheid
2 UN 1950
Gassen zoals
spuitbussen propaan, zuurstof, & UN 2037 acetyleen, houders,
aerosolen
klein, gas
(spuitbussen)
n.v.t.
50 kg
II
25 liter
III
50 liter
Brandbare vloeistoffen zoals 3
bepaalde oplosmiddelen en aceton
3 excl. dieselolie, gasolie of lichte stookolie met een vlampunt
Brandbare vloeistoffen zoals terpentine en bepaalde inkten
tussen 6^ C en 100X
54
4.1: brandbare vaste stoffen, zelfontledende vaste stoffen en vaste ontplofbare stoffen in nietexplosieve toestand zoals wrijvingslucifers, zwavel en metaalpoeders 4.2: voor 4.1,4.2, 4.3 zelfontbranding
II en III
50 kg
II en III
50 liter
n.v.t.
1 liter
vatbare stoffen zoals fosfor (wit of geel) en diethylzink 4.3: stoffen die in contact met water brandbare gassen ontwikkelen zoals magnesiumpoeder, natrium en calciumcarbide
Brandbevorderende stoffen zoals
5.1
waterstofperoxide Organische peroxiden zoals 5.2
dicumyl peroxide en di-propionyl peroxide
1 Classificatie volgens de Europese overeenkomst van 30 september 1957 betreffende het internationaal vervoer van
gevaarlijke stoffen over de weg (Trb. 1959, 171).
2 Het eerste lid is niet van toepassing als: a. de in de tabel in het eerste lid aangegeven toegestane hoeveelheid per stof niet wordt overschreden, waarbij de totale toegestane hoeveelheid stoffen 100 kilogram of liter is; b. de stof deugdelijk is verpakt, waarbij: 1. de verpakking tegen normale behandeling bestand is; 2. de verpakking is voorzien van een adequate gevaarsaanduiding; en 3. geen inhoud onvoorzien uit de verpakking kan ontsnappen; en c. de stof wordt gebruikt met inachtneming van de op de verpakking aangegeven gevaarsaanduidingen.
3 Het eerste lid is niet van toepassing op:
55
a. brandstof in het reservoir van een verbrandingsmotor; b. brandstof in een verlichtings-, verwarmings- of ander warmteontwikkelend toestel; c. voor consumptie bestemde alcoholhoudende dranken; d. gasflessen tot een totale waterinhoud van 115 liter; e. dieselolie, gasolie of lichte stookolie met een vlampunt tussen de 61 X en 100 X tot een totale hoeveelheid van 1.000 liter; en f. brandgevaarlijke stoffen voor zover de aanwezigheid daarvan op grond van het Besluit activiteiten leefomgeving of een omgevingsvergunning voor een milieubelastende activiteit is toegestaan.
4 Bij het berekenen van de toegestane hoeveelheid, bedoeld in het tweede lid, onder a, wordt een aangebroken verpakking als een volle meegerekend.
5 In afwijking van het derde lid, aanhef en onder e, is de aanwezigheid van meer dan 1.000 liter van een oliesoort als bedoeld in dat onderdeel toegestaan als die oliesoort op zodanige wijze wordt opgeslagen en gebruikt dat het ontstaan van een brandgevaarlijke situatie en de ontwikkeling van brand voldoende worden voorkomen.
Artikel 5.53 Staat en gebruik open erven en terreinen 1 De eigenaar of degene die uit anderen hoofde bevoegd is tot het treffen van voorzieningen aan het open erf of terrein en weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat de staat van het open erf of terrein tot gevaar voor de gezondheid of de veiligheid kan leiden, is verplicht alle maatregelen te treffen die redelijkerwijs van diegene kunnen worden gevraagd om dat gevaar te voorkomen of niet te laten voortduren.
2 Degene die een open erf of terrein gebruikt en weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat dit gebruik tot gevaar voor de gezondheid of de veiligheid kan leiden, is verplicht alle maatregelen te treffen die redelijkerwijs van diegene kunnen worden gevraagd om dat gevaar te voorkomen of niet te laten voortduren.
3 Degene die weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat zijn handelen of nalaten op een open erf of terrein overlast of hinder veroorzaakt of kan veroorzaken voor de omgeving, is verplicht alle maatregelen te treffen die redelijkerwijs van diegene kunnen worden gevraagd om die overlast of hinder te voorkomen of niet te laten voortduren. Het gaat daarbij in elk geval om overlast of hinder door: a. het op hinderlijke wijze verspreiden van rook, roet, walm, stof, stank, vocht of irriterend materiaal; b. het veroorzaken van overlast door geluid, trilling, dieren of verontreiniging; en c. het nalaten van het normale onderhoud waardoor het open erf of terrein zich niet in een zindelijke staat bevindt.
4 Het is niet toegestaan om gronden of opstallen te gebruiken voor opslag van goederen anders dan in gebouwen, behoudens voor zover het gaat om tijdelijke opslag van bouwmaterialen of andere vormen van tijdelijke opslag in verband met normaal onderhoud.
56
Artikel 5.54 Bouwvalligheid nabijgelegen bouwwerk Met het oog op het waarborgen van de veiligheid wordt een open erf of terrein niet gebruikt als door of namens het bevoegd gezag is medegedeeld dat dit in verband met bouwvalligheid van een in de nabijheid gelegen bouwwerk gevaarlijk is.
Afdeling 5.3.3 Agrarische activiteiten Paragraaf 5.3.3.1 Aanwijzing activiteiten Artikel 5.55 Aanwijzing activiteit: glastuinbouw I Als agrarische activiteit wordt aangewezen het telen van gewassen in kassen met ondersteunend daaraan bedrijfsgebonden kantoren met een oppervlakte van maximaal 1070 van het bedrijfsvloeroppervlak tot een maximum van 750 m2.
Artikel 5.56 Aanwijzing activiteit: telen van gewassen in de openlucht Als agrarische activiteit wordt aangewezen het telen van gewassen in de openlucht.
Artikel 5.57 Aanwijzing activiteit: telen van gewassen in een gebouw Als agrarische activiteit wordt aangewezen het telen van gewassen in een gebouw anders dan in een kas.
Artikel 5.58 Aanwijzing activiteit: agrarisch loonwerkbedrijf Als agrarische activiteit wordt aangewezen het exploiteren van een bedrijf waarbij de bedrijfsactiviteiten zijn gericht op agrarisch gemechaniseerd loonwerk zoals het uitvoeren van cultuurtechnische werken, mestdistributie, grondverzet of soortgelijke dienstverleningen.
Artikel 5.59 Aanwijzing activiteit: bedrijf voor mestbehandeling Als agrarische activiteit wordt aangewezen het behandelen van dierlijke meststoffen en het vergisten van plantaardig materiaal.
Artikel 5.60 Aanwijzing activiteit: weidegang vee Als agrarische activiteit wordt aangewezen: weidegang vee ten behoeve van grondgebonden agrarisch gebruik.
Artikel 5.61 Nevenactiviteiten bij agrarische activiteiten Bij de in deze paragraaf aangewezen activiteiten zijn de volgende nevenactiviteiten toegestaan: a. het bedrijfsmatig vervaardigen, verwerken en/of herstellen van goederen en/of producten afkomstig van het betrokken agrarische bedrijf; b. het verkopen of ter verkoop aanbieden van agrarische producten afkomstig van het betrokken agrarische bedrijf.
Artikel 5.62 Functioneel ondersteunende activiteiten bij agrarische activiteiten Als functioneel ondersteunende activiteiten bij agrarische activiteiten worden aangewezen: centrale sorteerinrichtingen.
Artikel 5.63 Oogmerken
57
De regels in deze afdeling zijn gesteld met het oog op: a. een goed woon- en leefklimaat; b. het beschermen van de gezondheid; c. het doelmatig beheer van afvalwater; d. het voorkomen of beperken van geurhinder; e. het voorkomen van diffuse emissies in de lucht.
Paragraaf 5.3.3.2 Algemene regels Artikel 5.64 Algemene regels functioneel ondersteunende agrarische activiteiten 1 De in Artikel 5.62 aangewezen activiteiten zijn toegestaan bij de volgende hoofdactiviteiten: a. Glastuinbouw 1 - Artikel 5.55 centrale sorteerinrichtingen - voor zover deze gevestigd worden in bedrijfsgebouwen van glastuinbouwbedrijven waar ook wordt geteeld.
2 Gereserveerd.
Paragraaf 5.3.3.3 Functie op locatie Artikel 5.65 Toegestane activiteiten De in Artikel 5.55 aangewezen activiteiten zijn toegestaan in het werkingsgebied Glastuinbouw I.
Afdeling 5.3.4 Bedrijfsmatige activiteiten Paragraaf 5.3.4.1 Aanwijzing activiteiten Artikel 5.66 Aanwijzing activiteit: bedrijf Als bedrijfsmatige activiteit wordt aangewezen een activiteit: a. gericht op het bedrijfsmatig voortbrengen, vervaardigen, bewerken, opslaan, installeren en/of herstellen van goederen dan wel het bedrijfsmatig verlenen van diensten, aan huis verbonden beroepen en bedrijven daaronder niet begrepen; b. met ondersteunend daaraan bedrijfsgebonden kantoren met een oppervlakte van maximaal 4970 van het bedrijfsvloeroppervlak tot een maximum van 3000 m2.
Artikel 5.67 Aanwijzing activiteit: bedrijfswoning Als bedrijfswoning wordt aangewezen het gebruik van een woning in of bij een gebouw of op een terrein, dat slechts is bedoeld voor (het huishouden van) een persoon, die verbonden is aan het ter plaatse gevestigde bedrijf.
Artikel 5.68 Aanwijzing activiteit: geurrelevant bedrijf Als geurrelevant bedrijf wordt aangewezen de activiteiten uit Artikel 5.66 voor zover deze zijn opgenomen in Bijlage IV Geur relevante bedrijven van dit omgevingsplan.
Artikel 5.69 Aanwijzing activiteit: ambachtsbedrijf Als bedrijfsmatige activiteit wordt aangewezen het bedrijfsmatig, geheel of overwegend door middel van handwerk vervaardigen, bewerken of herstellen en het installeren van goederen die verband houden met het ambacht
58
voornamelijk direct ten behoeve van de uiteindelijke gebruiker en/of verbruiker, aan huis verbonden beroepen en bedrijven daaronder niet begrepen.
Artikel 5.70 Aanwijzing activiteit: groothandel Als bedrijfsmatige activiteit wordt aangewezen: het bedrijfsmatig te koop aanbieden, waaronder begrepen uitstalling ten verkoop, verkopen danwel leveren van goederen aan wederverkopers, dan wel aan personen of instellingen ter aanwending in een andere bedrijfsactiviteit.
Artikel 5.71 Aanwijzing activiteit: afhaalpunt functioneel ondersteunend Als bedrijfsmatige activiteit wordt aangewezen het exploiteren van een bedrijf: a. waar consumenten goederen kunnen afhalen die zij via internet of via andere communicatiemiddelen hebben besteld; b. inclusief bijbehorende logistiek en opslag; c. zonder dat sprake is van uitstalling of het te koop aanbieden van goederen; en d. dat een andere activiteit op dezelfde locatie ondersteunt en dat er zonder die kernactiviteit niet zou zijn.
Artikel 5.72 Oogmerken De regels in deze afdeling zijn gesteld met het oog op: a. een goed woon- en leefklimaat; b. het beschermen van het milieu; c. een evenwichtige toedeling van functies aan locaties; d. het bieden van ruimte voor ontwikkeling van economische activiteiten; en e. het beschermen van de gezondheid.
Paragraaf 5.3.4.2 Algemene regels Artikel 5.73 Algemene regels afhaalpunt functioneel ondersteunend Bij het verrichten van de in Artikel 5.71 aangewezen activiteit gelden de volgende regels: a. er wordt niet meer dan 2570 van het bruto vloeroppervlak van de kernactiviteit gebruikt; b. er wordt niet meer dan 40 m2 voor het functioneel ondersteunend afhaalpunt gebruikt; en c. de activiteit vindt alleen plaats als functioneel ondersteunend bij een of meer van de volgende kernactiviteiten: 1. bedrijf als bedoeld in artikel Artikel 5.66; 2. bedrijf als bedoeld in Artikel 5.69; 3. detailhandel als bedoeld in Artikel 5.81; 4. detailhandel als bedoeld in Artikel 5.82; 5. detailhandel als bedoeld in Artikel 5.83; 6. dienstverlening als bedoeld in Artikel 5.91.
Paragraaf 5.3.4.3 Functie op locatie Artikel 5.74 Toegelaten activiteiten 1 De in Artikel 5.66 aangewezen activiteiten zijn toegestaan in het werkingsgebied Bedrijf.
2
59
De in Artikel 5.70 aangewezen activiteiten zijn toegestaan in het werkingsgebied Bedrijf - groothandel.
3 De in Artikel 5.67 aangewezen activiteiten zijn toegelaten in het werkingsgebied Bedrijfswoning.
Paragraaf 5.3.4.4 Vergunningplicht Artikel 5.75 Vergunningplichtige activiteiten 1 Het is verboden om de in Artikel 5.66 aangewezen activiteiten zonder omgevingsvergunning te verrichten.
2 Het is verboden om de in Artikel 5.69 aangewezen activiteiten zonder omgevingsvergunning te verrichten.
3 In aanvulling op Artikel 5.75, eerste lid en Artikel 5.75, tweede lid is het ook verboden om zonder omgevingsvergunning de activiteit als bedoeld in Artikel 5.68 te verrichten.
Artikel 5.76 Beoordelingsregels De omgevingsvergunning als bedoeld in Artikel 5.75 wordt verleend als de activiteit: a. niet in de plaats komt van: 1. een of meerdere bestaande woningen; of 2. maatschappelijke activiteiten; b. in voldoende mate bijdraagt aan de doelstellingen van het gebiedstype waar de aangewezen activiteit wordt verricht; c. plaatsvindt overeenkomstig de geldende waarden uit Afdeling 5.2.1; d. de privacy van omwonenden niet onevenredig aantast; e. inpasbaar is met het oog op de verkeersveiligheid; f. inpasbaar is met het oog op de sociale veiligheid; g. de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden niet onevenredig aantast; h. geen aantasting vormt van het gewenste voorzieningenniveau; i. niet leidt tot het onevenredig aantasten van het het woon- en leefklimaat; j. niet leidt tot onaanvaardbare leegstand.
Afdeling 5.3.5 Biomassa-installatie Artikel 5.77 Aanwijzing activiteit biomassa-installatie Als biomassa-installatie wordt aangewezen een stookinstallatie met als brandstof biomassa.
Artikel 5.78 Verbod biomassa-installatie Het is verboden om een biomassa-installatie in werking te hebben die: a. een totaal nominaal thermisch ingangsvermogen heeft van meer dan 130 kWth; of b. geheel of gedeeltelijk gericht is op levering aan derden.
Artikel 5.79 Omgevingsvergunning biomassa-installatie 60
In afwijking op Artikel 5.78, sub a, is het verboden om zonder omgevingsvergunning een biomassa-installatie met een totaal nominaal thermisch ingangsvermogen van maximaal 1 MWth in werking te hebben.
Artikel 5.80 Beoordelingsregels De omgevingsvergunning als bedoeld in Artikel 5.79 wordt verleend als aangetoond is dat ter plaatse van de perceelsgrens van het terrein waarop de biomassa-installatie is gevestigd toename van de concentraties in de buitenlucht van zowel zwevende deeltjes (PM10) als stikstofdioxide niet de 3%-grens overschrijdt.
Afdeling 5.3.6 Detailhandelsactiviteiten Paragraaf 5.3.6.1 Aanwijzing activiteiten Artikel 5.81 Aanwijzing activiteit: detailhandel voedingsmiddelen en dagelijkse gebruiksartikelen Als detailhandelsactiviteit wordt aangewezen het ter plaatse te koop aanbieden, uitstallen, verkopen en rechtstreeks leveren van goederen aan personen die de goederen kopen of huren voor gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit van voedings- en genotmiddelen (food-sector) alsmede dagelijkse (huishoudelijke) gebruiksartikelen.
Artikel 5.82 Aanwijzing activiteit: detailhandel duurzame en/of semi-duurzame gebruiksgoederen Als detailhandelsactiviteit wordt aangewezen het te koop aanbieden, uitstallen, verkopen en rechtstreeks leveren van goederen aan personen die de goederen kopen of huren voor gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit van duurzame en/of semi-duurzame gebruiksgoederen (nonfoodsector), zoals kleding en schoeisel, woninginrichting, elektrische artikelen, huishoudelijke artikelen, dierbenodigdheden en overige goederen, voor zover geen voedings- en genotmiddelen.
Artikel 5.83 Aanwijzing activiteit: detailhandel grote goederen Als detailhandelsactiviteit wordt aangewezen het te koop aanbieden, uitstallen, verkopen en rechtstreeks leveren van goederen aan personen die de goederen kopen of huren voor gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit van: a. brand- en explosiegevaarlijke goederen; b. zeer volumineuze goederen zoals auto's, motoren, boten, caravans, keukens, badkamers, vloerbedekking, parket, zonwering, tenten, grove bouwmaterialen en landbouwwerktuigen; Onder de aanwijzing vallen in ieder geval: a. tuincentra; b. bouwmarkten; c. grootschalige meubelbedrijven (inclusief in ondergeschikte mate woninginrichting en stoffering) met een bruto vloeroppervlak van minimaal 1.000 m2.
Artikel 5.84 Aanwijzing activiteit: detailhandel verkooppunt motorbrandstoffen Als detailhandelsactiviteit wordt aangewezen het te koop aanbieden van motorbrandstoffen met uitzondering van LPG.
Artikel 5.85 Oogmerken De regels in deze afdeling zijn gesteld met het oog op: a. een goed woon- en leefklimaat;
61
b. het beschermen van de gezondheid; c. een evenwichtige toedeling van functies aan locaties; d. het bevorderen van het voorzieningenniveau; e. een goed vestigingsklimaat; f. het voorkomen of beperken van geluidhinder.
Paragraaf 5.3.6.2 Algemene regels Artikel 5.86 Algemene regels detailhandelsactiviteiten Nieuwvestiging van detailhandelsactiviteiten is verboden als de activiteit in de plaats komt van: a. een of meerdere bestaande woningen; b. maatschappelijke activiteiten.
Paragraaf 5.3.6.3 Functiemenging Artikel 5.87 Toegestane activiteiten 1 De activiteiten die zijn aangewezen in Artikel 5.81 zijn toegestaan.
2 De activiteiten die zijn aangewezen in Artikel 5.82 zijn toegestaan.
Paragraaf 5.3.6.4 Functie op locatie Artikel 5.88 Toegestane activiteiten 1 De activiteiten die zijn aangewezen in Artikel 5.81 zijn toegestaan binnen het werkingsgebied Detailhandel voedingsmiddelen en dagelijkse gebruiksartikelen.
2 De activiteiten die zijn aangewezen in Artikel 5.82 zijn toegestaan binnen het werkingsgebied Detailhandel duurzame en of semi-duurzame gebruiksgoederen.
3 De activiteiten die zijn aangewezen in Artikel 5.84 zijn toegestaan binnen het werkingsgebied Detailhandel verkooppunt motorbrandstoffen zonder LPG.
4 De activiteiten die zijn aangewezen in Artikel 5.83 zijn toegestaan binnen het werkingsgebied Detailhandel grote goederen.
Paragraaf 5.3.6.5 Vergunningplicht Artikel 5.89 Vergunningplichtige activiteiten 1 Het is verboden om de in Artikel 5.81 aangewezen activiteiten zonder omgevingsvergunning te verrichten.
62
2 Het is verboden om de in Artikel 5.82 aangewezen activiteiten zonder omgevingsvergunning te verrichten.
Artikel 5.90 Beoordelingsregels De omgevingsvergunning als bedoeld in Artikel 5.89 wordt verleend als de activiteit: a. niet in de plaats komt van een of meerdere bestaande woningen; b. niet in de plaats komt van maatschappelijke activiteiten; c. in voldoende mate bijdraagt aan de doelstellingen van het gebiedstype waar de aangewezen activiteit wordt verricht; d. plaatsvindt overeenkomstig de geldende waarden uit Afdeling 5.2.1; e. de privacy van omwonenden niet onevenredig aantast; f. inpasbaar is met het oog op de verkeersveiligheid; g. inpasbaar is met het oog op de sociale veiligheid; h. de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden niet onevenredig aantast; i. geen aantasting vormt van het gewenste voorzieningenniveau; j. passend is binnen de regionale behoefte.
Afdeling 5.3.7 Dienstverlening Paragraaf 5.3.7.1 Aanwijzing activiteiten Artikel 5.91 Aanwijzing activiteit: dienstverlening Als dienstverlening wordt aangewezen het bedrijfsmatig verlenen van diensten, waarbij het publiek rechtstreeks (al dan niet via een balie) te woord wordt gestaan en geholpen, waaronder een uitzendbureau, een bankfiliaal, een makelaar, een reisbureau, een kapsalon.
Artikel 5.92 Oogmerken De regels in deze afdeling zijn gesteld met het oog op het beschermen van: a. een goed woon- en leefklimaat; b. een evenwichtige toedeling van functies aan locaties; en c. het versterken van het voorzieningenniveau.
Paragraaf 5.3.7.2 Algemene regels Artikel 5.93 Algemene regels dienstverlening Nieuwvestiging van dienstverlening is verboden als de activiteit in de plaats komt van: a. een of meerdere bestaande woningen; b. maatschappelijke activiteiten.
Paragraaf 5.3.7.3 Functiemenging Artikel 5.94 Toegestane activiteiten De activiteiten die zijn aangewezen in Artikel 5.91 zijn toegestaan.
Paragraaf 5.3.7.4 Functie op locatie Artikel 5.95 Toegestane activiteiten
63
De activiteiten die zijn aangewezen in Artikel 5.91 zijn toegestaan binnen het werkingsgebied Dienstverlening.
Paragraaf 5.3.7.5 Vergunningplicht Artikel 5.96 Vergunningplichtige activiteiten Het is verboden om de in Artikel 5.91 aangewezen activiteiten zonder omgevingsvergunning te verrichten.
Artikel 5.97 Beoordelingsregels De omgevingsvergunning als bedoeld in Artikel 5.96 wordt verleend als de activiteit: a. niet in de plaats komt van een of meerdere bestaande woningen; b. niet in de plaats komt van maatschappelijke activiteiten; c. in voldoende mate bijdraagt aan de doelstellingen van het gebiedstype waar de aangewezen activiteit wordt verricht; d. plaatsvindt overeenkomstig de geldende waarden uit Afdeling 5.2.1; e. de privacy van omwonenden niet onevenredig aantast; f. inpasbaar is met het oog op de verkeersveiligheid; g. inpasbaar is met het oog op de sociale veiligheid; h. de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden niet onevenredig aantast; i. geen aantasting vormt van het gewenste voorzieningenniveau; j. niet in de plaats komt van: een of meerdere bestaande woningen of van maatschappelijke activiteiten.