CConstaterende datLansingerland
Koppel je AI →
Document · PDF

[T24.06461] Begroting 2025 - 2028

Gemeenteraad 7 november 2024, gemeente LansingerlandBij agendapunt: Begroting 2025-202843.661 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 5 van 5

Verblijfsbelasting

88

Gemeente Lansingerland

Gemeente Lansingerland heft vanaf 2025 verblijfsbelasting. Verblijfsbelasting wordt betaald als een persoon overnacht in de gemeente Lansingerland terwijl deze persoon niet ingeschreven staat in onze gemeente. De overnachting vindt o.a. plaats in een hotel, pension, (air)B&B, jachthaven, bungalow of een camping. In 2025 is het tarief €1,52 per persoon per nacht.

Kwijtscheldingen In Lansingerland kan kwijtschelding worden verleend voor afvalstoffen- en rioolheffing, als een belastingschuldige (particulier) financieel niet in staat is om de belastingaanslag te betalen. Of een belastingschuldige in aanmerking komt voor gehele of gedeeltelijke kwijtschelding, wordt beoordeeld aan de hand van een inkomens- en vermogenstoets. Deze toets is gebaseerd op door het Rijk vastgestelde normen. De daarbij te hanteren kosten van bestaan (de zogenoemde betalingscapaciteit) worden vastgesteld op 100% van de bijstandsnorm. Aan belastingschuldigen die op 31 december voorafgaand aan het belastingjaar een bijstandsuitkering en minimaal twee jaar gehele kwijtschelding hebben ontvangen, wordt automatisch kwijtschelding verleend. De kosten voor kwijtschelding worden bij de afvalstoffenheffing en de rioolheffing meegenomen in de berekening van de kostendekking. De werkelijke en geraamde lasten van kwijtscheldingen staan in onderstaand overzicht. Bedragen x € 1,Kwijtscheldingen

Realisatie 2023

Begr 2024

Begr 2025

Verschil t.o.v. 2024

Afvalstoffenheffing

156.215

195.000

195.000

0

Rioolheffing

177.808

175.000

175.000

0

0

0

0

0

1.128

500

500

0

358

250

250

0

335.509

370.750

370.750

0

Hondenbelasting OZB woningen OZB (niet-)woningen Totaal

Bedrijven Investeringszones (BIZ) De BIZ-bijdrage is een bestemmingsbelasting die op verzoek van ondernemers wordt geheven. Het biedt ondernemers de mogelijkheid om met hulp van de gemeente aanvullende diensten uit te voeren om de openbare ruimte bij bedrijventerreinen of winkelgebieden schoner, veiliger of goed bereikbaar te maken. In 2025 int de gemeente drie heffingen in de vorm van een BIZ-bijdrage: (1) BIZ Bedrijvenpark Rodenrijs (2) BIZ Centrum Bergschenhoek en (3) BIZ Weg en Land. De ondernemers op het bedrijventerrein De Hoefslag hebben de ambitie om in 2025 een BIZ op te zetten.

Overzicht kostendekkendheid rechten en leges Vanaf de Begroting 2017 moet de gemeente in de paragraaf lokale heffingen een overzicht van baten en lasten opnemen voor de heffingen, waarbij sprake is van het verhalen van kosten. De verplichting is bij besluit van 5 maart 2016 in het Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten (BBV) opgenomen. In artikel 10, onderdeel c van het BBV is vastgelegd dat de paragraaf lokale heffingen in ieder geval bevat: “Een overzicht op hoofdlijnen van de diverse heffingen, waarin inzichtelijk wordt gemaakt hoe bij de berekening van tarieven van heffingen, die hoogstens kostendekkend mogen zijn, wordt bewerkstelligd dat de geraamde baten de ter zake geraamde lasten niet overschrijden, wat de beleidsuitgangspunten zijn die ten grondslag liggen aan deze berekeningen en hoe deze uitgangspunten bij de tariefstelling worden gehanteerd.” Hieronder staat de mate van kostendekkendheid voor de verschillende rechten en leges. Bedragen x € 1.000 Kostendekkendheid tarieven rechten Directe kosten

89

Gemeente Lansingerland

Afvalstoffenheffing

Rioolheffing

Lijkbezorgingsrechten

Marktgelden

6.865

6.136

308

67

Directe inkomsten, exclusief heffingen

740

13

6.125

6.123

308

67

Overhead incl. (omslag)rente

521

785

139

56

BTW

868

849

Totaal toe te rekenen kosten

7.514

7.757

447

123

Opbrengst heffingen

7.514

7.757

240

71

100,00%

100,00%

53,69%

57,72%

Netto directe kosten Toe te rekenen kosten:

Dekking

In de tabel hieronder is de kostendekkendheid op hoofdstukniveau weergegeven. De gepresenteerde kostendekkendheid sluit aan bij de vernieuwde BBV-voorschriften, die sinds de Begroting 2017 van kracht zijn. Deze kostendekkendheid wordt in de komende periode nader bezien. Indien nodig of gewenst worden de tarieven op basis van deze bevindingen aangepast bij de Legesverordening 2025 en bijbehorende tarieventabel. De raad stelt de legesverordening en tarieventabel in december 2024 definitief vast. Bedragen x € 1,-

Onderbouwing kostendekkendheid leges Hfd Omschrijving

Lasten Overhead

Totaal lasten

1.1 Burgerlijke stand

101.229

54.739

155.968

155.617

99,77%

1.2 Reisdocumenten en Nederlandse identiteitskaart

309.711

303.515

613.226

495.030

80,73%

1.3 Rijbewijzen

87.396

85.648

173.044

150.000

86,68%

1.4 Verstrekkingen in het kader van basisregistratie persoonsgegevens

39.836

18.535

58.371

38.871

66,59%

1.5 Bestuursstukken

0

0

0

0

-

1.6 Vastgoedinformatie

0

0

0

0

-

1.7 Overige publiekszaken

0

0

0

0

-

2.018

1.517

3.535

2.676

75,70%

1.8 Gemeentearchief

Baten Kostendekkendheid

1.9 Bijzondere wetten

28.884

25.114

53.998

53.998

100,00%

1.10 Diversen

451.042

326.258

777.300

703.000

90,44%

1.020.116

815.326

1.835.442 1.599.192

87,13%

2.1 Algemene bepalingen

0

0

0

0

2.2 Vooroverleg / beoordelen conceptaanvraag

0

0

0

0

-

2.3 Activiteiten met betrekking tot bouwwerken

3.321.994

0

3.321.994 3.471.994

104,52%

2.4 Activiteiten met betrekking tot cultureel erfgoed en werelderfgoed

0

0

0

0

-

2.5 Milieubelastende activiteiten

0

0

0

0

-

2.6 Reserveren

0

0

0

0

-

2.7 Aanlegactiviteiten

0

0

0

0

-

2.8 Overige activiteiten

0

0

0

0

-

2.9 Reserveren

0

0

0

0

-

2.10 Reserveren

0

0

0

0

-

2.11 Overige activiteiten

0

0

0

0

-

2.12 Modaliteiten

0

0

0

0

-

2.13 Vermindering

0

0

0

0

-

2.14 Teruggaaf

0

0

0

0

-

Subtotaal titel 2

3.321.994

0

3.321.994 3.471.994

104,52%

1+2 Subtotaal titel 1 + 2

4.342.110

815.326

5.157.436 5.071.186

98,33%

1

2

Subtotaal titel 1

3.1 Horeca

-

13.500

9.500

23.000

22.500

97,83%

3.2 Seksbedrijven

0

0

0

0

-

3.3 Winkeltijdenwet

0

0

0

0

-

27.646

21.947

49.593

29.500

59,48%

3.4 Organiseren evenement of markt

90

Gemeente Lansingerland

3.5 Standplaatsen

0

0

0

0

-

3.6 huisvestingswet 2012 en Wet goed verhuurderschap

0

0

0

0

-

3.7 In dit hoofdstuk niet benoemd belsuit

0

0

0

0

-

41.146

31.447

72.593

52.000

71,63%

5.230.029 5.123.186

97,96%

3

Subtotaal titel 3 Totaal legesverordening

4.383.256 846.773

Paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing Inleiding De paragraaf Weerstandsvermogen en Risicobeheersing beschrijft hoe de gemeente Lansingerland financiële risico’s opvangt en de methode voor risicoprofielbepaling. Tevens wordt uiteengezet hoe risicobeheersing geïntegreerd is in de bedrijfsvoering van de gemeente. Door risico’s te identificeren, kunnen passende maatregelen worden genomen om deze te beheersen. Hierbij is een evenwicht nodig tussen de benodigde middelen en het acceptabele risiconiveau voor de organisatie. Daarnaast behandelt de paragraaf de toenemende behoefte aan transparantie over gemeentelijke inzichten en langetermijnperspectieven. Naast de verplichte financiële kengetallen volgens het BBV biedt de paragraaf een kwalitatieve duiding van niet-kwantificeerbare risico’s en ontwikkelingen. Frauderisico's worden besproken in de paragraaf Bedrijfsvoering. De verplichte financiële kengetallen volgens het BBV worden opgenomen in de paragraaf Weerstandsvermogen van de begroting om provinciale staten en de gemeenteraad inzicht te geven in de financiële positie.

Risicobeheersing in de gemeente Lansingerland De nota Risicomanagement en Weerstandsvermogen 2020-2023 beschrijft hoe Lansingerland haar risico’s beheerst en verantwoord. De nota geeft aan welke informatie in de paragraaf Weerstandsvermogen en Risicobeheersing wordt opgenomen. In 2024 zal de nota Risicomanagement en Weerstandsvermogen worden geactualiseerd. Lansingerland loopt haar grootste incidentele financiële risico’s bij de grondexploitaties. Deze risico’s houden verband met de hoge boekwaarde van gedane investeringen en marktomstandigheden. Het risico bestaat dat grond niet, later, of voor een lagere prijs wordt verkocht dan voorzien. Om dit risico te beheersen, moet de gemeente inspelen op marktontwikkelingen en haar onderscheidend vermogen als woon- of vestigingsplaats versterken. Dit is een speerpunt van het college. Om de boekwaarde niet verder te laten oplopen, is de gemeente terughoudend met nieuwe uitgaven en doet deze alleen als ze noodzakelijk zijn om inkomsten te genereren. Waar mogelijk benutten we schaalvoordelen door werkzaamheden te clusteren. De begroting 2025-2028 toont een verwachte daling van de geïnvesteerde bedragen in grondexploitaties, met meer inkomsten dan uitgaven. Voor verdere toelichting op de risico’s van grondexploitaties wordt verwezen naar de paragraaf Grondbeleid.

De grootste risico’s op structurele tegenvallers zijn te vinden in het sociaal domein en de hoogte van de Algemene Uitkering. De lasten in het sociaal domein (WMO, Jeugd en Participatie) zijn in de begroting 2025 -2028 zo realistisch mogelijk geraamd op basis van inzichten medio 2024. Dit domein kent zogenoemde openeinde regelingen zonder een helder financiële plafonds, waardoor kosten snel kunnen stijgen. De hervormingsagenda van de Jeugdwet moet leiden tot een stabilisering van de lasten, los van de bevolkingsgroei. Deze uitgangspunten zijn verwerkt in de meerjarenraming. Het risico bestaat echter dat besparingen niet gerealiseerd worden en er structurele tegenvallers ontstaan. De paragraaf over structurele tegenvallers geeft hier verder cijfermatig inzicht in.

Inventarisatie risico’s

91

Gemeente Lansingerland

Op basis van het risicoprofiel van de gemeente Lansingerland wordt bepaald hoeveel middelen nodig zijn om alle risico’s te kunnen opvangen. Hierbij maken we onderscheid tussen incidentele risico’s en structurele tegenvallers. Incidentele risico’s worden afgedekt door het beschikbare weerstandsvermogen, terwijl structurele risico’s voldoende flexibiliteit in de begroting vereisen. In de paragraaf Weerstandsvermogen schetsen we verschillende scenario’s en de financiële impact hiervan op de saldi van de meerjarenbegroting. De benodigde weerstandscapaciteit wordt berekend op basis van een risicosimulatie, waarbij een statistische benadering wordt gehanteerd. Deze benadering gaat ervan uit dat nooit alle risico’s zich tegelijkertijd en in maximale omvang zullen voordoen. Indien dit wel het geval zou zijn, bedraagt het maximale financiële gevolg van de in beeld gebrachte risico’s, exclusief de gevoeligheidsscenario’s voor grondexploitatie, € 46 miljoen. Dit is als volgt te verdelen over de algemene dienst en de grondexploitaties: • Algemene dienst: € 17 miljoen • Grondexploitaties: € 29 miljoen Top 10 risico’s gemeente Lansingerland De top 10 aan risico’s zijn op basis van hun aandeel in het totaal benodigde weerstandsvermogen: Bedragen x € 1.000 Nr. Risico

Kans

1

Ontwikkeling Wilderszijde o.b.v. bestemmingsplan

2

Fiscale optimalisatie Westpolder wordt niet gerealiseerd.

3

Maximaal bedrag

N.v.t., zie toelichting

36.500

30%

12.500

Ontwikkeling grondexploitatie GR Bleizo

N.v.t., zie toelichting

2.700

4

Lagere dekking Rijk inkomensdeel BUIG

30%

4.000

5

Risico op verkeerde aannames besluitvorming sociaal domein

30%

1.000

6

Ramp en schade aan gemeentehuis dat (deels) niet verzekerd is

10%

3.000

7

Aanspraak op borgstelling gemeente

10%

2.800

8

Afdracht van vrije kavels RvR Groenzoom vertraagd

50%

451

9

Stijging kosten bouwrijp maken RvR Groenzoom

50%

356

10

Extra risico door kosten herverkaveling RvR Groenzoom

30%

501

Toelichting risico’s Uit de voorgaande tabel blijkt dat onze grootste risico’s betrekking hebben op de grondexploitaties, waarvan Oudeland, Westpolder en Wilderszijde de grootste invloed hebben. De genoemde bedragen zijn de mogelijke verdere verliezen op de grondexploitaties als de ontwikkelingen niet lopen zoals we nu inschatten op basis van de huidige marktomstandigheden. Naast bovenstaande incidentele effecten zijn er, als het risico zich voordoet, ook structurele effecten omdat schulden niet of minder snel kunnen worden afgelost. Op basis van de huidige rekenrente grondexploitaties van 0,9% betekent elke € 10 miljoen verdere verlies name op de grondexploitatie een toename van de structurele rentelast op de begroting van € 90.000. Ten opzichte van het laatste P&C-document (jaarrekening 2023) vonden er geen mutaties in de top 10 aan risico’s plaats.

92

Gemeente Lansingerland

Het grootste risicobedrag is gerelateerd aan de gebiedsontwikkeling Wilderszijde (risico nummer 1). Dit betreft het totale risicoprofiel voor Wilderszijde. Gezien de omvang van de ontwikkeling, de looptijd en de huidige economische omstandigheden is het risicobedrag fors. Eind 2021 stelde de gemeenteraad het bestemmingsplan vast en is het hele gebied een ‘actieve’ grondexploitatie geworden. Dit betekent dat we ook een specifieke risicoanalyse maken voor het gebied. De gebiedsspecifieke risico’s tellen op tot een benodigd risicobedrag van circa € 11,5 miljoen. Naast deze risico’s is het financiële resultaat van Wilderszijde ook afhankelijk van algemene ontwikkelingen, zoals de eventuele (snellere) stijging van kosten en ontwikkelingen van vrij op naam (VON)-prijzen. In dat kader zijn heel veel scenario’s mogelijk, zowel in positieve als negatieve zin. Voor het weerstandsvermogen is voor de jaarrekening 2023 een zwaarder weer scenario doorgerekend waarbij de kosten 2% per jaar sneller stijgen dan nu doorgerekend in de gebiedsexploitatie en de grondprijzen/woningprijzen 2% per jaar minder stijgen. Dit scenario levert een circa € 25 miljoen nadeliger resultaat op dan het resultaat op basis van de huidige uitgangspunten. In de herziening MPG 2024 werd voor Wilderszijde slechts een klein positief resultaat verwacht.

In de grondexploitatie zelf is er net als vorig jaar, geen buffer om risico’s op te vangen. Het bedrag dat benodigd is aan weerstandsvermogen is licht gedaald (van € 40 miljoen naar € 36,5 miljoen). Gezien het vroege stadium van het project is het ook wenselijk om nog steeds een robuuste ‘buffer’ aan te houden, wat we met € 36,5 miljoen doen. De abnormale marktomstandigheden van 2022 en 2023 met stijgende prijzen en tekorten aan bouwmaterialen en arbeidskrachten maken dit ook zichtbaar. Als alternatieve (of toetsende) methode is via de methode van de Rekenkamer (zie ook de nota Weerstandsvermogen voor een nadere toelichting hierop) een berekening gemaakt. Uitgaande van 10% van de nog te realiseren opbrengsten en 10% van de boekwaarde per 1/1/2024 is dan een weerstandsvermogen nodig van € 19 miljoen. Gezien de huidige marktomstandigheden en het feit dat we als gemeente een verfijndere methode hanteren stellen we voor in het benodigd weerstandsvermogen rekening te houden met ons ‘eigen’ berekende bedrag, dat veel hoger ligt dan de methode Rekenkamer. Van het Rijk ontvangt de gemeente jaarlijks geld voor de uitvoering van het inkomensdeel van de Participatiewet, de zogenoemde BUIG-uitkering. Indien de werkelijke lasten voor de uitkeringen hoger liggen dan geldt eerst een eigen risico, daarboven kan de gemeente een aanvraag indien voor een aanvullende uitkering.

Met het oog de huidige onzekere economische tijd gaan we in de meerjarenraming uit van een stijging van de uitkeringslasten, maar ook een stijging van de BUIG-uitkering. Mocht deze laatste ontoereikend zijn dan komt een eventueel nadeel tot de drempel voor een aanvullende uitkering ten laste van de gemeente. Het risico baseren we op elk jaar van de meerjarenraming een tekort van maximaal € 1 miljoen. De kans achten we beperkt omdat we enerzijds zelf deels kunnen sturen op het aantal bijstandsgerechtigden, via re-integratie, en anderzijds het Rijk de BUIG laat meebewegen met de macro-economische situatie.

93

Gemeente Lansingerland

Risico’s verbonden partijen De gemeente Lansingerland neemt deel in diverse gemeenschappelijke regelingen en verbonden partijen. In de paragraaf verbonden partijen van deze begroting is een overzicht hiervan opgenomen en is per partij ook inzicht gegeven in de risico’s bij de verbonden partij. Uit de grondexploitatie en risico-inventarisatie die ten grondslag liggen aan de jaarrekening 2023 van de gemeenschappelijke regeling Hoefweg blijkt dat de risico’s die deze partij loopt nog opgevangen kunnen worden binnen de eigen grondexploitatie (de grondexploitatie bevat zelf nog voldoende weerstandscapaciteit). De gemeente zelf hoeft op basis van de huidige inzichten geen weerstandscapaciteit voor Hoefweg aan te houden. Uit de grondexploitatie en risico-inventarisatie die ten grondslag liggen aan de jaarrekening 2023 van de gemeenschappelijke regeling Bleizo is een nieuw beeld naar voren gekomen. Dit is een nieuw risico. De grondexploitatie van de GR Bleizo kent een aantal kansen en risico’s. Deze kansen en risico’s zijn in beeld gebracht met behulp van een Monte Carlo-simulatie. Het laagste resultaat in de bandbreedte van de risicoanalyse komt uit op -/- € 5,4 mln. en uitgaande van een 50/50 verdeling tussen de twee deelnemende gemeenten betekent dat een risico van € 2,7 mln. voor Lansingerland.

Het risicoprofiel van de grondexploitatie van de GR Bleizo is ten opzichte van voorgaand jaar gewijzigd door risico’s met betrekking tot hogere rentelasten en het risico op afwaardering van de gronden bij onvoldoende voortgang in de ontwikkeling. Voor Bleizo-West doen we onderzoek naar een alternatief ontwikkelprogramma. Hiervoor is een eerste stedenbouwkundige verkenning uitgevoerd. De vaststelling van het bestemmingsplan voor Bleizo-West is opgeschort totdat er meer duidelijkheid over de toekomstige ontwikkelingen. Effect van wereld en rijks ontwikkelingen op financiële risico’s gemeente Door zowel de stijgende financieringsrente als de oorlog in Oekraïne kunnen investeerders voorzichtiger worden c.q. investeren bedrijven minder. Dit kan gevolgen hebben voor de nog uit te geven bedrijventerreinen (minder opbrengst, latere opbrengst, etc.). Ook de energiecrisis en hoge inflatie zijn daarvan een gevolg. Gedeeltelijk compenseert het Rijk hiervoor. In zijn algemeenheid geldt dat de risico’s op dit moment wel kwalitatief zijn te duiden, maar nog zeer moeilijk kwantitatief. Deze eerste risico beschouwing is daarom ook vooral kwalitatief van aard en geeft de grootste financiële risico’s weer die het college op dit moment ziet. De lijst is, in willekeurige volgorde, als volgt: Sociaal domein

94

Toename van het aantal bijstandsgerechtigden; als gevolg van stijging energiekosten, hoge inflatie, rentestijgingen en daarbij gepaard gaande onzekerheid krijgt de economie en daarmee de werkgelegenheid forse klappen. In eerste instantie vallen ‘ontslagen’ medewerkers terug op de WW. Afhankelijk van de duur van de WW valt een deel van deze personen uiteindelijk ook terug op de bijstand. Ons huidige bestand is ongeveer 600 bijstandsgerechtigden. Een stijging van dit aantal is een reëel risico, al is de werkeloosheid momenteel laag. We houden in de begrotingscijfers 2025-2028 rekening met een stijging op basis van inwonergroei. Risico is dat zich een nog negatiever scenario voordoet en de lasten sneller gaan stijgen. Het Rijk compenseert deze lasten (op termijn) mogelijk, maar uitgaande van de huidige systematiek voor financiering zal dat veelal met enige vertraging gaan (voordat de Rijksbijdrage omhoog gaat). De stijging van bijstandsgerechtigden betekent ook dat de ambtelijke organisatie meer inzet zal moeten plegen op participatie en rechtmatigheid en dus (tijdelijk) meer formatie nodig heeft.

Toename van het aantal schuldhulpverleningstrajecten; als gevolg van genoemde potentiële crises krijgt de economie en daarmee de werkgelegenheid forse klappen. Ondernemers en (ontslagen) werknemers kunnen in de financiële problemen komen en te maken krijgen met (toenemende) schulden. De gemeente is verantwoordelijk voor de schuldhulpverlening. Dus een toenemend beroep betekent meer werk en meer lasten voor de gemeente. Vanaf de begroting 2020 is reeds rekening gehouden met een stijging van het budget voor formele en informele schulddienstverlening van 5% per jaar tot aan 2025.

Gemeente Lansingerland

Toename beroep op voorzieningen Wmo en Jeugdwet; de Corona crisis legde op veel mensen ook een psychische en fysieke wissel. Met name op ouderen (eenzaamheid) en jongeren (leerlingen/scholieren). Een reëel risico is dat meer mensen uit deze doelgroepen in de problemen gaan komen en er extra hulp of ondersteuning nodig is. De gemeente is, als er geen vangnetten zijn in de eigen omgeving, verantwoordelijk voor deze hulp. Dit betekent een potentiële toename van de lasten in het sociaal domein voor de voorzieningen en ook extra formatie die hier voor nodig is.

Woningmarkt Diverse partijen voorspellen zwaar(der) weer voor de woningmarkt. Op de korte termijn zijn de effecten nog beperkt, maar het valt niet uit te sluiten dat de economische teruggang doorsijpelt naar de woningmarkt. Naast het economische risico is door stikstofwetgeving, Corona en de oorlog in Oekraïne ook een risico dat productieketens voor grond- en hulpstoffen voor de bouw stilvallen. Risico voor de gemeente is dat projecten vertraging oplopen of stilvallen en inkomsten later of niet binnen komen. Denk hierbij aan inkomsten uit grondverkopen en bouwleges. Voor Wilderszijde houden we hier ook rekening mee bij het bepalen van het weerstandsvermogen (zie eerder deze paragraaf). Het college merkt wel op dat de impact van een terugval op de huizenmarkt in financiële zin waarschijnlijk minder impact op Lansingerland zal hebben dan in de vorige crisis. De grondposities van de gemeente zijn fors kleiner, de schuldenlast lager en de rente is ook lager dan destijds (en de gemeente beschikt over eigen geld in de vorm van de opbrengst Eneco). Risico is wel dat, als de risico’s zoals nu in beeld zijn zich voordoen, de algemene reserve kan dalen.

Beschikbare weerstandscapaciteit De beschikbare weerstandscapaciteit betreft de middelen die de gemeente heeft of ter beschikking kan krijgen om de financiële gevolgen van risico’s op te vangen. Het uitgangspunt daarbij is dat structurele risico’s opgevangen moeten worden door structurele ‘weerstandscapaciteit’ en incidentele risico’s opgevangen worden door incidentele ‘weerstandscapaciteit’. Dit onderscheid is ook van belang met het oog op het ‘structureel evenwicht’ in de begroting en het toezicht van de provincie hierop. Incidentele weerstandscapaciteit De gemeente Lansingerland rekent alleen de algemene reserve tot de incidentele weerstandscapaciteit. De overige reserves rekenen wij niet tot de beschikbare weerstandscapaciteit. Dit zijn de bestemmingsreserves en de stille reserves. Bestemmingsreserves worden niet meegenomen, omdat hier al een bestemming aan is toegekend. Stille reserves (ontstaan wanneer de boekwaarde van de activa lager is dan de verkoopwaarde) worden niet meegenomen, omdat deze pas geïncasseerd kunnen worden als de activa verkocht wordt. Echter, als er expliciete besluiten worden genomen om stille reserves te gelden te maken, dan worden deze toegevoegd aan de weerstandscapaciteit. Structurele weerstandscapaciteit De structurele weerstandscapaciteit betreft de flexibiliteit die er in de begroting is.

Dit betreft de mate waarin lasten verder zijn terug te brengen (door bezuinigingen), inkomsten te verhogen en de inzet van de post onvoorzien. Zodoende bestaat structurele weerstandscapaciteit uit: • Onbenutte belastingcapaciteit; • Post onvoorzien; • Bezuinigingspotentieel lastenniveau tot wettelijke taken. De onbenutte belastingcapaciteit is in theorie niet gemaximeerd. Er zijn geen maximumtarieven voor de OZB. Wel zijn er landelijk afspraken over de maximale jaarlijkse stijging van de OZB (macro-norm) en geldt voor het doen van een aanvraag tot artikel 12 dat de OZB boven de drempelpercentages ligt (gebaseerd op 120% van het landelijk gemiddelde OZB-percentage). Ten behoeve van deze begroting is het bezuinigingspotentieel in beeld gebracht indien de gemeente alleen de wettelijke taken zou uitvoeren en op taken met een inspanningsverplichting het minimale zou doen. In dat geval zou de gemeente nog enkele miljoenen kunnen bezuinigen. Dit zou dan wel gepaard gaan met veel maatschappelijke onrust en de bezuinigingen zijn veelal niet direct in het eerstvolgende begrotingsjaar in te voeren. De flexibiliteit op dit punt is beperkt.

95

Gemeente Lansingerland

In de grondexploitaties en kredieten is meestal ook een post ‘onvoorzien’ opgenomen. Binnen de grondexploitaties en projecten zelf is dus ook enige mate van weerstandscapaciteit aanwezig. Bij het bepalen van het weerstandsvermogen op gemeenteniveau houden we geen rekening met deze posten ‘onvoorzien’.

Benodigde weerstandscapaciteit De omvang van alles risico’s is na identificatie ingeschat middels het benoemen van een kans en een gevolg (kwantificering). Op basis van de ingevoerde risico’s is de risicosimulatie uitgevoerd. Op basis van deze simulatie kan (met een zekerheidspercentage van 90%) gesteld worden dat alle risico’s kunnen worden afgedekt met een bedrag van € 54,3 miljoen. De benodigde weerstandscapaciteit is als volgt te verdelen: Algemene dienst € 4,0 miljoen Grondexploitaties € 50,3 miljoen De Rekenkamer Lansingerland gaat als ‘benchmark’ voor de risico’s op grondexploitaties uit van een benodigde weerstandscapaciteit van 10% van de boekwaarde van de grondexploitaties in exploitatie en 10% van de nog te realiseren opbrengsten en kosten. Op basis van de jaarrekening 2023 en de onderliggende grondexploitaties (MPG zoals vastgesteld in de Raad van 4 juli 2024) is dan circa € 33,3 miljoen nodig voor de gemeentelijke grondexploitaties (inclusief Wilderszijde). Voor Hoefweg is dit circa € 3,3 miljoen en voor Bleizo circa € 16,4 miljoen. Totaal dus circa € 53 miljoen. Deze berekeningswijze van de Rekenkamer voor de grondexploitaties is sterk genormeerd en houdt geen rekening met de specifieke omstandigheden. Enige afwijking tussen deze berekening en de eigen berekening is dus logisch.

De eigen berekening van circa € 50,3 miljoen is € 2,7 miljoen lager dan de € 53 miljoen op basis van de methode Rekenkamer. Dit is een beperkt verschil. Op basis hiervan is er geen reden het risicoprofiel van de gemeente bij te stellen voor de bepaling van het weerstandsvermogen. Weerstandsvermogen Het weerstandsvermogen geeft aan of de gemeente in staat is om financiële tegenvallers op te vangen zonder de noodzaak om direct te bezuinigen en/of de lokale lasten te verhogen. Bij het vaststellen van de begroting 2024 besloot uw Raad om de reserve Enecogelden voortaan onderdeel te laten zijn van de beschikbare weerstandscapaciteit (die dan bestaat uit het totaal van de algemene reserve en de reserve Enecogelden). Met een ratio weerstandsvermogen van 2,9 in 2024, aflopend naar 2,6 eind 2028 is Lansingerland in staat om financiële tegenvallers op te vangen. De ratio ligt in 2024 buiten (boven) de bandbreedte van de door de raad gewenste marge (tussen de 1,4 en 2,0) en kan als ‘ruim voldoende’ worden aangemerkt. De raad streeft naar een ratio van 1,7. Opgemerkt wordt dat in de bepaling van de weerstandscapaciteit, conform de nota risicomanagement en weerstandsvermogen, nog geen rekening wordt gehouden met toekomstige positieve resultaten op de grondexploitatie.

Op basis van de cijfers van het MPG 2024 verwachten we de komende jaren nog wel positieve resultaten die op moment van realisatie (bij de jaarstukken) in de algemene reserve worden gestort. De algemene reserve neemt de komende jaren af door de (nu nog) nadelige verwachte saldi van de toekomstige begrotingen, met name in de jaren 2026 en 2027. Uitgaande van het feit dat de gemeente jaarlijks een structureel sluitende begroting aan de Provincie dient aan te bieden zal deze afname zich de komende jaren waarschijnlijk niet voordoen. De beschikbare weerstandscapaciteit bestaat uit het geheel aan middelen dat de organisatie daadwerkelijk beschikbaar heeft om de risico's in financiële zin af te dekken. Op basis van de begroting 2025-2028 ontwikkelt het weerstandsvermogen zich als volgt: Bedragen x € 1.000 Stand per 31 december Algemene reserve

2024

2025

2026

2027

2028

75.825

70.931

61.603

52.111

45.963

Reserve Enecogelden

93.539

93.310

93.310

93.310

93.310

Totale weerstandscapaciteit

169.364

164.241

154.913

145.421

139.273

Benodigde weerstandscapaciteit

58.900

54.300

54.300

54.300

54.300

2,9

3,0

2,9

2,7

2,6

Ratio weerstandsvermogen

96

Gemeente Lansingerland

Scenario’s risico op structurele tegenvallers – mogelijke impact onzekere gebeurtenissen Met ingang van de begroting 2017 geeft de paragraaf weerstandsvermogen inzicht in scenario's (onzekere gebeurtenissen) die zich kunnen voordoen en het mogelijke effect hiervan op het saldo van de begroting. Er zijn vele honderden scenario's/gebeurtenissen denkbaar. De kern van deze paragraaf is vooral te laten zien wat de effecten kunnen zijn van een aantal nadelige scenario's en in welke mate de begroting in staat is deze risico’s op te vangen. Het gaat hier om onzekere ontwikkelingen die zich mogelijk kunnen voordoen. Het zijn dus geen scenario's die we verwachten. Als dat wel het geval was geweest waren deze effecten in de begroting zelf opgenomen. In de nota Risicomanagement en weerstandsvermogen staat dat we deze risico’s in het vervolg uitgebreider toelichten en ook hier een top 10 opnemen. Het blijft hier gaan om risico’s en we ramen deze dan ook op hoofdlijnen. In onderstaande tabel noemen we de top 10. We nemen daarbij geen totaal in de tabel op, omdat het lang niet zeker is dat (al) deze risico’s zich gaan voor doen en al dan niet gelijktijdig. Wel is duidelijk dat sommige risico’s een behoorlijke impact op de saldi van de begroting kunnen hebben, ook risico’s waar we als gemeente niet of nauwelijks invloed op hebben (bijvoorbeeld de hoogte van het gemeentefonds).

De scenario's worden gepresenteerd op basis van de saldi van de vast te stellen begroting 2025-2028. Bedragen x € 1.000.000 Effect op exploitatie saldo

2025

2026

2027

Saldo begroting 2024-2027

0

0

0

0

1. Structureel effect verslechtering grondexploitaties

-0,5

-1

-1,5

-2

2. Risico Vennootschapsbelasting

-0,5

-0,5

-0,5

-0,5

3. Risico van 10% overschrijding op WMO budgetten

-1,4

-1,4

-1,4

-1,4

4. Risico van 10% overschrijding op Jeugd budgetten

-2,7

-2,8

-2,8

-2,8

5. Risico gemeentefonds (AU) - minder snelle groei etc.

-0,3

-0,6

-0,9

-1,2

6. Risico op hogere stijging CAO dan begroot (5,4% i.p.v. 4,4%)

-0,5

-0,5

-0,5

-0,5

7. Rente risico

PM

PM

PM

PM

8. Snellere stijging bijstandsuitkeringen dan begroot

-1,1

-1,1

-1,1

-1,1

9. Hogere inflatie 2024/2025 (10% in plaats van 3,45%)

-1,1

-1,0

-1,0

-1,0

10. Hogere bijdragen verbonden partijen

PM

PM

PM

PM

-8,09

-8,94

-9,73

-10,53

Saldo begroting 2024-2027

2028

Toelichting risico’s op structurele tegenvallers: 1. In het weerstandsvermogen houden we rekening met een risico op de grondexploitaties van rond de € 50 miljoen. Stel dat dit risico (in fasen van € 10 miljoen afboeken per jaar) optreedt, dan moeten we ook rekening houden met een structureel nadeel op de rentelasten (rekenrente 4%) van circa € 500.000 per € 10 miljoen aanvullend tekort op de grondexploitatie. Cumulatief loopt dit dan op naar € 2,0 miljoen structureel. 2. Risico Vennootschapsbelasting. Tot nu toe voldeed ons grondbedrijf niet aan de eisen om door de ‘poort’ te gaan voor wat betreft de belastingplicht voor de Vennootschapsbelasting. Daar liggen een aantal aannames aan ten grondslag. Risico is dat door gewijzigde marktomstandigheden het grondbedrijf alsnog winstgevend wordt en we dan belasting moeten gaan betalen over de resultaten van het grondbedrijf. Grofweg wordt dit risico, net als in voorgaande begrotingen, op € 0,5 miljoen structureel geschat. 3. De afgelopen jaren zien we de WMO uitgaven sneller groeien dan begroot. Ondanks het realistisch ramen blijft het risico bestaan op overschrijdingen van deze budgetten. Deze reeks laat zien wat het risico is van 10% overschrijding van het WMO-budget voor maatwerk en vrij toegankelijke voorzieningen.

97

Gemeente Lansingerland

4. De afgelopen jaren is via de veranderopgave jeugd ingezet op afvlakking van de groei uitgaven aan jeugdhulp. We voeren komende jaren nog maatregelen door in lijn met de landelijke hervormingsagenda, om gebruik, zorgzwaarte en duur van behandelingen waar mogelijk terug te dringen. In de begroting 2024 en meerjarenramingen zijn de verwachte effecten hiervan verwerkt. Het risico bestaat dan deze afvlakking niet doorzet en gebruik meer groeit dan de bevolkingstoename. Deze reeks laat zien wat het risico is van 10% overschrijding van de budgetten voor maatwerkvoorzieningen jeugd (inclusief GRJR). 5. Bij de meerjarenraming van het gemeentefonds baseren we ons op een aantal uitgangspunten, bijvoorbeeld de groei van het aantal inwoners. Als de groei achterblijft heeft dit ook invloed op de hoogte van de algemene uitkering. Door de aanpassing van het verdeelmodel van de Algemene Uitkering (minder maatstaven) is de invloed van de individuele ‘maatstaven’ (zoals het aantal inwoners) groter geworden. Blijft de werkelijke groei achter bij de huidige prognoses voor de komende begrotingsjaren dan ontstaat er een nadeel in de begroting. Per 500 inwoners is dat circa € 300.000 minder Algemene Uitkering. Dus als komende jaren elk jaar de groei per jaar 500 inwoners achterblijft bij de prognose loopt dit bedrag op. 6. De CAO Gemeenten loopt per 1 maart 2025. Er is nog geen nieuwe CAO.

In de begroting rekeningen we met 4,4% CAO-stijging voor de nog af te sluiten CAO 2024. Per procent hogere loonstijging stijgen de loonkosten met circa € 0,5 miljoen. Dus indien de CAO een stijging van 5,4% kent i.p.v. 4,4% stijgen de loonkosten met € 0,5 miljoen. 7. Door de huidige liquiditeitspositie en beperkte voorziene herfinancieringen loopt Lansingerland geen (grote) renterisico’s als de rente gaat stijgen. 8. In de begroting is voor de raming van de bijstandsuitkeringen (BUIG) rekening gehouden met een totale stijging van het aantal bijstandsuitkeringen van 3,5% in 2024. Risico is dat dit scenario te optimistisch is en de uitkeringen sneller gaan stijgen en die stijging de komende jaren ook aanhoudt en de BUIG-uitkering inclusief de aanvullende uitkering niet de hogere lasten (direct) dekken in het begrotingsjaar. Bij de kwantificering van dit risico is uitgaan van 10% van het in de begroting 2025-2028 opgenomen bijstandsbudget. 9. In de begroting 2025-2028 rekenen we met een inflatie van circa 3,45%. Op dit moment ligt de inflatie mogelijk hoger en met name de prijsstijging voor energie (gas) blijven een risico. Risico is dat de inflatie voor langere tijd zo hoog blijft. Per procent inflatie CPI stijgen de inflatie gerelateerde uitgaven met ongeveer € 230.000.

Dus stel dat de inflatie op 10% uitkomt dan nemen de structurele lasten vanaf 2023 met 5,5 x € 230.000 toe is € 1.265.000. 10. Net als de gemeente zullen ook verbonden partijen te maken kunnen krijgen met stijgende CAO-lasten. Deze zullen waarschijnlijk niet direct in 2025 nog worden doorberekend, maar wel vanaf 2026. Vooralsnog zetten we dit risico op PM.

Financiële kengetallen Netto schuldquote De netto schuldquote weerspiegelt het niveau van de schuldenlast van de gemeente ten opzichte van de eigen middelen. De netto schuldquote geeft een indicatie van de druk van de rentelasten en de aflossingen op de exploitatie. Door de ontvangst van de opbrengst die voortvloeit uit de verkoop van de Eneco aandelen in 2020 is onze schuldquote sterk verbeterd. Deze liquide middelen zijn de afgelopen jaren ingezet om onze langlopende schulden af te bouwen. Daarbij realiseren we de aankomende jaren een positieve cashflow vanuit de grondexploitaties, waardoor we verder kunnen werken aan het verbeteren van onze schuldquote. Bedragen x € 1.000 Netto schuldquote

Realisatie 2023

Begr 2024

Begr 2025

Begr 2026

Begr 2027

Begr 2028

A) Vaste schulden (cf. art. 46 BBV)

52.561

40.311

40.311

15.794

24.600

14.572

B) Netto vlottende schuld (cf. art. 48 BBV)

28.200

12.000

27.000

27.000

27.000

27.000

C) Overlopende passiva (cf. art. 49 BBV)

29.314

15.000

15.000

15.000

15.000

15.000

98

Gemeente Lansingerland

D) Financiële activa (cf. art. 36 lid d, e en f) E) Uitzetting < 1 jaar (cf. art. 39 BBV) F) Liquide middelen (cf. art. 40 BBV)

376

376

376

376

376

376

38.343

12.000

19.500

19.500

19.500

19.500

214

1.000

200

200

200

200

G) Overlopende activa (cf. art. 49 BBV)

14.206

3.000

3.000

3.000

3.000

3.000

H) Totale baten (cf. art. 17 lid c BBV)

203.426

233.549

218.675

203.215

193.523

205.640

28%

22%

27%

17%

22%

16%

Netto schuldquote (A+B+C-D-E-F-G)/H x 100%

Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen Omdat er bij leningen onzekerheid kan bestaan of ze allemaal worden terugbetaald, wordt bij de berekening van de netto schuldquote onderscheid gemaakt door het kengetal zowel inclusief als exclusief de doorgeleende gelden te berekenen. Op die manier wordt duidelijk wat het aandeel van de verstrekte leningen in de exploitatie is en wat dat betekent voor de schuldenlast. Bij beide berekeningen worden bij de financiële activa de verstrekte leningen opgenomen. Gezien wij een beperkte hoeveelheid aan uitgezette gelden hebben wijkt dit kengetal zeer beperkt af van de berekende schuldquote. Bedragen x € 1.000 Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen Realisatie 2023 Begr 2024 Begr 2025 Begr 2026 Begr 2027 Begr 2028 A) Vaste schulden (cf. art. 46 BBV)

52.561

40.311

40.311

15.794

24.600

14.572

B) Netto vlottende schuld (cf. art. 48 BBV)

28.200

12.000

27.000

27.000

27.000

27.000

C) Overlopende passiva (cf. art. 49 BBV)

29.314

15.000

15.000

15.000

15.000

15.000

D) Financiële activa (cf. art. 36 lid d, e en f)

2.187

1.227

994

966

937

909

E) Uitzetting < 1 jaar (cf. art. 39 BBV)

38.343

12.000

19.500

19.500

19.500

19.500

F) Liquide middelen (cf. art. 40 BBV)

214

1.000

200

200

200

200

G) Overlopende activa (cf. art. 49 BBV)

14.206

3.000

3.000

3.000

3.000

3.000

H) Totale baten (cf. art. 17 lid c BBV)

203.426

233.549

218.675

203.215

193.523

205.640

27%

21%

27%

17%

22%

16%

Netto schuldquote (A+B+C-D-E-F-G)/H x 100%

Solvabiliteitsratio Dit kengetal geeft inzicht in de mate waarin de gemeente in staat is aan haar financiële verplichtingen te voldoen. Hoe hoger het solvabiliteitsratio, hoe groter de weerbaarheid van de gemeente. Door de ontvangst van de Eneco-gelden in 2020 is ons vermogen toegenomen met ongeveer 137 miljoen. Dit leidt er ook toe dat onze solvabiliteit flink is gestegen en zeer positief is. In de afgelopen jaren zijn wij de ontvangen liquiditeiten met name ingezet om onze schuldpositie af te lossen en daarmee de rentelasten te verlagen. Hierdoor liet het balanstotaal een (forse) daling zien, terwijl de solvabiliteit verder toe is genomen. De algemene reserve, en daarmee het eigen vermogen, neemt de komende jaren af door de (nu nog) nadelige verwachte saldi van de toekomstige begrotingen, met name in de jaren 2026 en 2027. Uitgaande van het feit dat de gemeente jaarlijks een structureel sluitende begroting aan de Provincie dient aan te bieden zal deze afname van het eigen vermogen zich de komende jaren waarschijnlijk niet voordoen. Bedragen x € 1.000 Solvabiliteit

Realisatie 2023

Begr 2024

Begr 2025

Begr 2026

Begr 2027

Begr 2028

A) Eigen vermogen (cf. art. 42 BBV)

252.148

233.315

223.255

210.291

197.129

187.761

B) Balanstotaal

397.370

364.559

345.441

343.421

332.675

341.181

63%

64%

65%

61%

59%

55%

Solvabiliteit (A/B) x 100%

Structurele exploitatieruimte Dit kengetal geeft het structurele en reële evenwicht van de begroting weer. Thans wordt er onderscheid gemaakt tussen structurele en incidentele lasten. Bij incidentele lasten of baten gaat het om eenmalige zaken die zich gedurende maximaal drie jaren voordoen. Voorbeelden van structurele baten zijn de algemene uitkering en eigen belastinginkomsten. Bij structurele lasten zijn dat bijvoorbeeld de personeelslasten, kapitaallasten en bijdragen aan de gemeenschappelijke regelingen.

99

Gemeente Lansingerland

Een begroting waarvan de structurele baten hoger zijn dan de structurele lasten is meer flexibel dan een begroting waarbij structurele baten en lasten in evenwicht zijn. Op basis van deze begroting hebben wij in 2025 een structurele exploitatieruimte van ongeveer 2%. Bedragen x € 1.000 Structurele exploitatieruimte

Realisatie 2023 Begr 2024 Begr 2025 Begr 2026 Begr 2027 Begr 2028

A) Totaal structurele lasten

164.878

167.147

188.942

187.492

180.008

188.425

B) Totaal structurele baten

165.699

167.368

189.034

180.400

171.457

183.077

C) Totaal structurele toevoegingen aan de reserves

0

-2.741

0

0

0

0

D) Totale structurele onttrekkingen aan de reserves

1.502

6.245

3.607

3.688

3.922

3.426

203.426

225.385

218.675

203.215

193.523

205.640

1%

4%

2%

-2%

-2%

-1%

E) Totale baten (cf. art. 17 lid c BBV) Structurele exploitatieruimte ((B-A)+(D-C))/E x 100%

Belastingdruk De belastingcapaciteit van de gemeente geeft de belastingdruk voor een gezin bij een gemiddelde WOZ-waarde ten opzichte van het landelijk gemiddelde (t-1) weer. Een percentage > 100% geeft weer dat de belastingdruk van de gemeente hoger is dan het landelijk gemiddelde. Uit onderstaande overzichten blijkt dat de belastingdruk van de gemeente tot en met 2025 iets hoger ligt dan het landelijk gemiddelde. Dit wordt met name veroorzaakt door de hoge WOZ-waarde van de woningen in onze gemeente. Een nadere toelichting op de belastingtarieven van 2025 is opgenomen in de paragraaf Lokale heffingen. Bedragen x € 1,Woonlasten t.o.v. landelijke gemiddelde jaar ervoor

Realisatie 2023

Begr 2024

Begr 2025

Begr 2026

Begr 2027

Begr 2028

A) OZB-lasten voor gezin bij gemiddelde WOZ-waarde

363,78

431,19

417,98

421,65

427,20

434,01

B) Rioolheffing voor gezin bij gemiddelde WOZ-waarde

259,97

263,22

282,77

289,55

299,54

310,77

C) Afvalstoffenheffing voor een gezin

309,40

269,06

300,00

321,88

319,88

321,92

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

E) Totale woonlasten gezin bij gemiddelde WOZ-waarde (A+B+C-D)

933,15

963,47

1.000,75

1.033,08

1.046,62

1.066,70

F) Woonlasten landelijke gemiddelde voor gezin in het laatst bekende begrotingsjaar

904,00

944,00

944,00

944,00

944,00

944,00

Woonlasten t.o.v. landelijke gemiddelde jaar ervoor (E/F) x 100%

103%

102%

106%

109%

111%

113%

D) Eventuele heffingskorting voor een gezin

Grondexploitatie Dit kengetal geeft een indicatie van de risico’s die verbonden zijn aan de boekwaarde van de bouwgronden in verhouding tot de totale baten van de gemeente. De boekwaarde moet worden terugverdiend via deze baten. Het kengetal drukt de verhouding uit tussen de boekwaarde van de bouwgronden en de totale baten. Een waarde boven de 100% betekent dat de boekwaarde hoger is dan de totale baten, wat een verhoogd risico voor de gemeente inhoudt. De afgelopen jaren heeft Lansingerland aanzienlijk geïnvesteerd in grondexploitaties, waarbij de kosten vaak voorafgingen aan de baten. Dit heeft geresulteerd in een relatief hoge boekwaarde. In deze begrotingsperiode worden de lopende projecten verder afgerond en verkocht, wat leidt tot een dalende boekwaarde van de grondexploitaties. Op basis van de huidige projectportefeuille verwachten wij de komende jaren een positieve kasstroom, waardoor het risico voor de gemeente verder zal afnemen. Bedragen x € 1.000 Grondexploitatie A) Niet in exploitatie genomen gronden (cf. art. 38 lid a punt 1

100

Gemeente Lansingerland

Realisatie 2023

Begr 2024

Begr 2025

Begr 2026

Begr 2027

Begr 2028

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Lansingerland&id=8b1a5fb8-d4d6-49c5-af4d-f7f95f2aacb1