CConstaterende datLansingerland
Koppel je AI →
Document · PDF

[T24.05486] Reglement van orde gemeenteraad en raadscommissies Lansingerland 2025

Gemeenteraad 19 december 2024, gemeente LansingerlandBij agendapunt: Vaststellen Reglement van orde van de gemeenteraad van Lansingerland 202515.491 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

De raad van de gemeente Lansingerland; Gelet op artikel 16 van de Gemeentewet; Besluit vast te stellen het

Reglement van orde gemeenteraad en raadscommissies Lansingerland 2025 Corsanummer T24.05486

Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen Artikel 1. Begripsbepalingen In dit reglement wordt verstaan onder: a. Amendement: een voorstel van een raadslid om iets te veranderen aan een (ontwerp)verordening of (ontwerp)besluit; b. Beeldvormende activiteiten: activiteiten die helpen om in de eerste fase een mening te vormen over een onderwerp. Dit kan bijvoorbeeld zijn: informatie delen, het horen van inwoners, organisaties of bedrijven, een gesprek aan tafel, netwerkbijeenkomsten, excursies of werkbezoeken; c. College: het college van burgemeester en wethouders van Lansingerland; d. Commissielid: een lid van een raadscommissie, zijnde raadsleden en duo-raadsleden; e. Fractievoorzitter: een door een fractie aangewezen lid dat de fractie vertegenwoordigt; f. Griffier: griffier van de raad of diens plaatsvervanger; g. Initiatiefvoorstel: een voorstel dat is ingediend door een raadslid voor een verordening of ander voorstel; h. Interpellatie: vragen van inlichtingen aan het college of de burgemeester over een onderwerp dat niet vermeld staat op de agenda; i. Motie: een verklaring waarin de raad zijn mening of wens uitspreekt, of iets vraagt; j. Raad: de gemeenteraad van Lansingerland; k. Raadscommissie: een commissie zoals bedoeld in artikel 82 van de Gemeentewet; l. Subamendement: een voorstel van een raadslid om een wijziging aan te brengen in een al voorgesteld amendement; m.

Presidium: een groep die bestaat uit de voorzitter van de raad, de griffier en de fractievoorzitters of hun plaatsvervangers. n. Toezenden: het beschikbaar stellen van documenten, ook digitaal. Dit geldt ook voor geheime stukken (artikel 25 van de Gemeentewet) die digitaal beschikbaar worden gesteld; o. Voorzitter: voorzitter van de raad/raadscommissie of diens plaatsvervanger; p. Wet: Gemeentewet.

1/37

Artikel 2. Het presidium 1. Het presidium bestaat uit de fractievoorzitters, de griffier en de voorzitter van de raad (beide als adviseur van de raad). De voorzitter en de griffier hebben geen stemrecht. 2. Als een fractievoorzitter afwezig is, kan hij worden vervangen door een raadslid uit de fractie. Bij een eenmansfractie kan een commissielid de fractievoorzitter vervangen. De griffier kan zich laten vervangen door een door de raad aangewezen plaatsvervangend griffier. 3. Het presidium kan anderen uitnodigen om aan zijn vergaderingen deel te nemen. 4. Het presidium stelt elk jaar het vergaderschema vast voor de raad, de raadscommissies en de beeldvormende activiteiten. 5. Het presidium stelt elk jaar het werkplan vast voor de griffie en de raad. 6. Het presidium doet voorstellen aan de raad over de organisatie en het functioneren van de raad en de raadscommissies. 7. Het presidium stelt de voorlopige agenda vast voor de vergaderingen van de raad, raadscommissies en beeldvormende activiteiten. 8. De vergaderingen van het presidium zijn niet openbaar. 9. Van de vergaderingen van het presidium wordt een openbare actielijst gemaakt, die actief openbaar gemaakt wordt. Artikel 3. De griffier 1. De griffier is aanwezig bij vergaderingen van de raad en het presidium. 2.

Als de griffier niet aanwezig kan zijn, wordt hij vervangen door een plaatsvervanger die door de raad is aangewezen. 3. De griffier kan op uitnodiging van de voorzitter meedoen aan de bespreking tijdens een raadsvergadering. Artikel 4. De plaatsvervangers van de voorzitter van de raad 1. De voorzitters van de raadscommissies zijn de eerste plaatsvervangers van de voorzitter van de raad. 2. Als de voorzitter van de raad verhinderd is, bepalen de griffier en voorzitters van de raadscommissies in overleg wie de voorzitter vervangt.

2/37

Hoofdstuk 2. Toelating van nieuwe raadsleden, wethouders en fracties Artikel 5. Onderzoek geloofsbrieven en beëdiging raadsleden 1. Bij de benoeming van nieuwe raadsleden, stelt de raad een commissie samen van drie raadsleden. 2. Deze commissie onderzoekt de geloofsbrieven en bijbehorende stukken van de nieuw benoemde raadsleden. De commissie adviseert daarna de raad over de toelating van de nieuw benoemde raadsleden. Als er een afwijkende mening is binnen de commissie, wordt dit ook vermeld in het advies. 3. Het onderzoek van het proces-verbaal van het centraal stembureau en de geloofsbrieven gebeurt in de laatste vergadering van de oude raad na de raadsverkiezingen. 4. Na de raadsverkiezing roept de voorzitter de toegelaten raadsleden op om in de eerste vergadering van de nieuwe raad de voorgeschreven eed of belofte af te leggen. 5. Bij het invullen van een tussentijdse vacature roept de voorzitter het nieuw benoemde raadslid op om in de vergadering waarin over zijn/haar toelating wordt beslist, de eed of belofte af te leggen. Artikel 6. Benoeming wethouders 1. Bij de benoeming van een wethouder stelt de raad een commissie in die bestaat uit de leden van het Presidium. 2. De burgemeester geeft, voor de aanvang van iedere ambtstermijn, opdracht om een integriteitsonderzoek te laten doen voor de kandidaat-wethouders.

De burgemeester geeft een verslag van het eindresultaat aan de commissie en de raad. 3. De commissie onderzoekt of de benoeming van de kandidaat-wethouder voldoet aan de regels in de artikelen 36a, 36b, 41b, eerste, derde en vierde lid, en 41c, eerste lid, van de Wet. 4. De commissie adviseert vervolgens de raad over de benoeming van de wethouder en over het wel of niet overnemen van de aanbevelingen uit het integriteitsonderzoek (lid 3). Artikel 7. Fracties 1. Raadsleden die door het centraal stembureau op dezelfde kandidatenlijst verkozen zijn, worden bij aanvang van de nieuwe zittingsperiode als één fractie gezien. 2. Als er boven de kandidatenlijst een naam stond, voert de fractie in de raad deze naam. Als er geen naam was, geeft de fractie in de eerste vergadering van de raad aan welke naam de fractie wil gebruiken. 3. De namen van de fractievoorzitters worden zo snel mogelijk doorgegeven aan de voorzitter. 4. Als één of meer raadsleden van een fractie zelfstandig verder willen gaan of zich willen aansluiten bij een andere fractie, wordt dit zo snel mogelijk schriftelijk gemeld aan de voorzitter. 5. Een nieuwe naam van een fractie moet voldoen aan de regels van artikel G 3 van de Kieswet en wordt gebruikt vanaf de eerstvolgende raadsvergadering na de naamswijziging.

3/37

Hoofdstuk 3. Vergadermodel Artikel 8. Beeldvorming, oordeelsvorming en besluitvorming De gemeenteraad maakt onderscheid in een beeldvormende, oordeelsvormende en besluitvormende behandeling van onderwerpen, het zogenaamde BOB-model. Artikel 9. Beeldvormende activiteiten 1. De beeldvormende behandeling van een onderwerp vindt plaats tijdens een beeldvormende activiteit van de raad. 2. Beeldvormende activiteiten zijn bedoeld als instrument om: a. raadsleden de mogelijkheid te bieden om informatie te verkrijgen die noodzakelijk is om het debat in de raad(scommissies) te kunnen voeren en een politiek standpunt te kunnen bepalen; b. raadsleden technisch toe te lichten over onderwerpen die extra uitleg vereisen; c. inwoners en organisaties te betrekken bij de besluitvorming van de raad; 3. Een beeldvormende activiteit kan plaatsvinden op initiatief van de raad of het college. Artikel 10. Oordeelsvorming Oordeelsvormende behandeling van een onderwerp vindt plaats in een raadscommissie en heeft tot doel de besluitvorming voor te bereiden en door het uitwisselen van en doorvragen op argumenten tot een goede weging te komen van voor- en nadelen van het betreffende voorstel of onderwerp. Zie hoofdstuk 4. Artikel 11. Besluitvorming Besluitvormende behandeling van een onderwerp vindt plaats in een raadsvergadering en heeft tot doel besluiten te nemen over geagendeerde onderwerpen.

Zie hoofdstuk 5.

4/37

Hoofdstuk 4. Raadscommissies Paragraaf 1. Algemeen Artikel 12. Instelling raadscommissies 1. Er is een: a. Raadscommissie Samenleving, waarvan de werkzaamheden de volgende onderwerpen betreffen: i. Sociale Zaken; ii. Maatschappelijke zaken; iii. Welzijn (inclusief sport); iv. Onderwijs; v. Cultuur; vi. Jeugd en ouderen; vii. Volksgezondheid; viii. Wet maatschappelijke ondersteuning (WMO); ix. Kwaliteit Leefomgeving (milieu, geluid, luchthavenbesluit). b. Raadscommissie Ruimte, waarvan de werkzaamheden de volgende onderwerpen betreffen: i. Ruimtelijke ordening; ii. Beheer kapitaalgoederen; iii. Mobiliteit; iv. Omgevingswet; v. Wonen. c. Raadscommissie Algemeen Bestuur, waarvan de werkzaamheden de volgende onderwerpen betreffen: i. Veiligheid; ii. Financiën; iii. Economie; iv. Horti science; v. Circulaire economie/duurzaamheid; vi. Algemene en regionale zaken; vii. Burgerparticipatie; viii. Bestuur, positionering. d. Raadscommissie Begeleiding Accountantscontrole i. Accountant. 2. Als een onderwerp meerdere raadscommissies aangaat, wordt het besproken in de raadscommissie die het meest betrokken is bij het onderwerp. Tenzij het presidium besluit dat er een gezamenlijke vergadering van de raadscommissies wordt gehouden. 3.

Als er een gezamenlijke vergadering van raadscommissies plaatsvindt, neemt de voorzitter van de raadscommissie die het onderwerp het meest aangaat de rol van voorzitter op zich. Artikel 13. Taken 1. Een raadscommissie: a. Brengt advies uit aan de raad over die onderwerpen waarop haar werkzaamheden betrekking hebben. b. Kan advies geven aan de raad over andere onderwerpen dan bedoeld in a. 5/37

c. Voert overleg met het college of de burgemeester over in ieder geval de door hen verstrekte inlichtingen en het gevoerde bestuur ten aanzien van de onderwerpen bedoeld onder a. Artikel 14. Samenstelling en benoeming commissievoorzitter 1. Een raadscommissie bestaat uit maximaal drie leden per fractie. 2. De commissieleden worden op voordracht van de fracties door de raad benoemd en ontslagen. 3. Zowel raadsleden als duo-raadsleden (niet-raadsleden) kunnen lid zijn van een raadscommissie. De artikelen 10, 11, 12,13 en 15 van de wet zijn van overeenkomstige toepassing. Voor commissieleden niet-raadsleden geldt dat deze tijdens de laatste gemeenteraadsverkiezingen op de kandidatenlijst van de desbetreffende fractie hebben gestaan. 4. Duo-raadsleden (niet-raadsleden) die in een raadscommissie zijn benoemd leggen na hun benoeming in de raad de eed of belofte af. 5. Alle commissieleden kunnen hun fractiegenoten vervangen in commissies waarin zij zelf geen lid zijn. 6. Fracties kunnen daarnaast extra plaatsvervangende commissieleden niet-raadsleden aanwijzen. 7. De raad benoemt de voorzitters van de commissies. Artikel 15. Zittingsduur en vacatures 1. De termijn van een commissielid en commissievoorzitter eindigt tegelijk met de termijn van de raad. 2. Een commissielid stopt als lid als hij niet meer voldoet aan de artikelen 10, 11, 12 en 13 van de Wet. 3.

De raad kan een commissielid ontslaan op voorstel van de fractie die het lid heeft voorgedragen. 4. De raad kan de commissievoorzitter ontslaan. 5. Een commissielid of commissievoorzitter kan op elk moment ontslag nemen door dit schriftelijk te melden aan de raad. Het ontslag gaat een maand na de schriftelijke melding in, of eerder als een opvolger is benoemd. 6. Als er door overlijden of ontslag een vacature ontstaat, vult de raad deze zo snel mogelijk in. 7. Als een fractie niet langer in de raad vertegenwoordigd is, vervalt automatisch het lidmaatschap van commissieleden die namens die fractie benoemd zijn. Artikel 16. De commissiegriffier 1. De griffier wijst ter ondersteuning van iedere raadscommissie een op de griffie werkzame ambtenaar aan als commissiegriffier. 2. De commissiegriffier is aanwezig bij vergaderingen of wordt vervangen door een andere griffiemedewerker, aangewezen door de griffier van de raad. 3. Een commissiegriffier kan op uitnodiging van de voorzitter deelnemen aan de bespreking in de vergadering.

6/37

Paragraaf 2. Voorbereidingen Artikel 17. Frequentie 1. De raadscommissie vergadert zo vaak als door het presidium in het vergaderschema is vastgesteld. 2. De raadscommissie vergadert ook als de voorzitter dit nodig vindt, of als minimaal vijf commissieleden dit schriftelijk met redenen verzoeken. Artikel 18. Oproep en agenda 1. De voorzitter stuurt ten minste vijf dagen voor de vergadering een schriftelijke oproep met de voorlopige agenda en de bijbehorende stukken naar de commissieleden. 2. In spoedeisende gevallen kan de voorzitter na het verzenden van de oproep een aanvullende voorlopige agenda opstellen. Zo snel mogelijk, maar uiterlijk 48 uur voor de vergadering, wordt deze met de daarbij behorende stukken aan de commissieleden gestuurd. 3. De agenda wordt bij aanvang van de vergadering door de raadscommissie vastgesteld. Artikel 19. Openbare kennisgeving en publicatie stukken 1. Commissievergaderingen worden aangekondigd op de website/het raadsinformatiesysteem van de gemeente Lansingerland. 2. Stukken ter toelichting van de onderwerpen op de agenda worden tegelijk met de oproep op de website/het raadsinformatiesysteem van de gemeente gepubliceerd. 3. Informatie die geheim is op grond van hoofdstuk Va van de Wet, wordt voor raadsleden en andere bevoegden geplaatst in de besloten omgeving van het digitale vergadersysteem. Paragraaf 3. Ter vergadering Artikel 20.

Presentielijst 1. De commissiegriffier zorgt voor het bijhouden van presentielijsten van commissievergaderingen. 2. Commissieleden tekenen bij binnenkomst in de vergaderzaal de presentielijst. Aan het einde van de vergadering wordt de lijst door de voorzitter ondertekend. 3. Als een commissielid verhinderd is om de vergadering bij te wonen, wordt dit voorafgaand aan de vergadering gemeld aan de voorzitter Artikel 21. Opening vergaderingen en quorum 1. Een commissievergadering wordt pas geopend als uit de presentielijst blijkt dat meer dan de helft van de fracties aanwezig is (dit noemen we het quorum). 2. Als een kwartier na het vastgestelde tijdstip nog niet genoeg fracties aanwezig zijn, belegt de voorzitter een nieuwe vergadering op een tijdstip dat minimaal 24 uur na de oproep ligt. 3. Bij een opnieuw belegde vergadering is het niet nodig dat meer dan de helft van de fracties aanwezig is. De raadscommissie kan echter alleen beraadslagen en besluiten over andere zaken als blijkt dat meer dan de helft van de fracties aanwezig is. Artikel 22. Verslag 1. De commissiegriffier zorgt voor verslagen van de commissievergaderingen. Dit gebeurt door middel van digitale video-opnames. Daarnaast wordt op basis van deze opnames een schriftelijk verslag gemaakt.

7/37

2. De video-opnames van de vergaderingen worden live uitgezonden en zijn later te bekijken via de website/het raadsinformatiesysteem van de gemeente Lansingerland. Ook het schriftelijke verslag is daar te raadplegen. 3. Alle verslagen worden geplaatst op de website/het raadsinformatiesysteem van de gemeente. 4. Als de aard van de besluitvorming dit toestaat, wordt het verslag zo snel mogelijk na de vergadering openbaar gemaakt op de gebruikelijke wijze. 5. Van beeldvormende activiteiten wordt geen verslag gemaakt. Artikel 23. Advies en stemmingen 1. Wanneer de voorzitter vaststelt dat een onderwerp of voorstel voldoende is toegelicht sluit hij de beraadslaging. Nadat de beraadslaging is gesloten, beslist de raadscommissie op voorstel van de voorzitter of er een advies over de wijze van behandeling (hamerstuk dan wel bespreekstuk) aan de raad wordt uitgebracht. 2. Er worden geen stemmingen gehouden in de vergadering, behalve over geheimhouding en de orde van de vergadering. 3. Als er gestemd wordt, dan heeft iedere fractie één stem. Staken de stemmen, dan wordt er hoofdelijk gestemd. Staken de stemmen opnieuw, dan is het voorstel afgewezen. Artikel 24. Aantal spreekrondes 1. De bespreking van onderwerpen of voorstellen vindt plaats in maximaal twee rondes (termijnen), tenzij de commissie anders beslist. 2. De voorzitter sluit de spreekrondes af. 3.

Commissieleden mogen per ronde maar één keer het woord voeren over hetzelfde onderwerp of voorstel. 4. Bij het bepalen hoe vaak een commissielid over hetzelfde onderwerp of voorstel heeft gesproken, telt het spreken over een ordevoorstel niet mee. Artikel 25. Spreekregels 1. De commissieleden, de voorzitter, de burgemeester, de wethouders en de commissiegriffier richten zich tot de voorzitter. 2. Zij mogen pas spreken nadat zij hiervoor toestemming hebben gekregen van de voorzitter. 3. In beide rondes zijn er in principe geen beperkingen op het aantal interrupties, zolang deze het debat bevordert. Dit is ter beoordeling van de voorzitter. Interrupties moeten kort en bondig zijn. 4. De voorzitter kan besluiten minder interrupties toe te staan of de spreektijden aan te passen als hij dit nodig vindt. Artikel 26. Deelname aan de beraadslagingen door anderen De raadscommissie kan besluiten dat anderen mogen deelnemen aan de bespreking. Artikel 27. Spreekrecht (inspreken) 1. Inspreken kan over onderwerpen die op de agenda staan of over andere onderwerpen die de betreffende raadscommissie aangaan. 2. Insprekers moeten zich aanmelden bij de commissiegriffier, met vermelding van het onderwerp waarover zij willen spreken, uiterlijk om 12.00 uur op de dag van de vergadering. 3.

Insprekers die zich hebben aangemeld, krijgen tijdens het agendapunt “Inspreker(s)” de gelegenheid om te spreken.

8/37

4. Er is in totaal 30 minuten beschikbaar voor insprekers. Elke inspreker krijgt maximaal 5 minuten de tijd om het woord te voeren. Als er meer dan 6 sprekers zijn, wordt de spreektijd evenredig verdeeld. 5. De inspreker voert het woord, nadat de voorzitter hem dit heeft verleend. De voorzitter kan de deelnemers aan de vergadering toestaan aan insprekers een korte, verhelderende vraag te stellen. Er vindt geen discussie plaats tussen een inspreker en deelnemers van de vergadering. 6. De voorzitter kan een inspreker het recht om te spreken weigeren als: a. De voorzitter verwacht dat de belangen van derden ernstig worden geschaad zonder redelijk doel. b. De inspreker eerder binnen een jaar de orde van een vergadering heeft verstoord, en verwacht wordt dat dit opnieuw zal gebeuren. c. De inspreker zich, na een waarschuwing, niet houdt aan respectvolle en beleefde taal of gedrag. d. De inspreker een juridisch geschil heeft (gehad) met de gemeente dat direct verband houdt met het onderwerp waarover hij wil inspreken. e. De inspreker het woord wil voeren over benoemingen, keuzen, voordrachten of aanbevelingen van personen. f. De inspreker het woord wil voeren over gedragingen waarover een klacht ex artikel 9:1 van de Algemene wet bestuursrecht kan of kon worden ingediend. Artikel 28. Rondvraag 1.

Elke commissievergadering bevat een rondvraag, tenzij er geen vragen zijn ingediend bij de voorzitter. 2. De vragen moeten gaan over actuele en dringende onderwerpen. De voorzitter beslist, in overleg met de commissiegriffier, of een vraag hieraan voldoet. 3. Een commissielid dat vragen wil stellen, doet dit uiterlijk om 10:00 uur op de dag van de vergadering. De voorzitter kan een vraag weigeren als: a. Het onderwerp niet duidelijk genoeg is aangegeven. b. Het onderwerp tijdens dezelfde commissievergadering wordt besproken. c. Het onderwerp niet voldoet aan de eisen uit lid 2. 4. Indien er meerdere rondvragen zijn, bepaalt de voorzitter de volgorde van de rondvragen. 5. De vragensteller mag zijn vraag aan het college of de burgemeester kort toelichten. 6. Na beantwoording door het college of de burgemeester, kan de vragensteller aanvullende vragen stellen. 7. De voorzitter geeft andere commissieleden, als zij dat wensen, het woord om vragen te stellen over hetzelfde onderwerp. Er vindt geen discussie plaats tussen het college/de burgemeester en de commissieleden. 8. Tijdens de rondvraag worden interrupties niet toegelaten. Artikel 29. Handhaving orde en schorsing 1. De voorzitter handhaaft de orde in de vergadering. 2.

De voorzitter roept sprekers tot de orde als zij beledigende of onbetamelijke taal gebruiken, afwijken van het onderwerp, andere sprekers herhaaldelijk interrumperen, of anderszins de orde verstoren. Sprekers die hier niet naar luisteren, kunnen door hem het woord worden ontnomen over het betreffende onderwerp. 3. De voorzitter kan de vergadering schorsen voor een bepaalde tijd als de orde verstoord wordt. Als de orde na heropening opnieuw wordt verstoord, kan de voorzitter de vergadering sluiten. 9/37

4. De voorzitter kan de commissie voorstellen om een commissielid dat de vergadering verstoort, te laten vertrekken. Er wordt niet over dit voorstel gediscussieerd. Als de commissie akkoord gaat, moet het commissielid de vergadering onmiddellijk verlaten. Zo nodig laat de voorzitter het commissielid verwijderen. Bij herhaling kan het commissielid door de voorzitter voor maximaal drie maanden de toegang tot de vergadering worden ontzegd. Artikel 30. Voorstellen van orde Commissieleden kunnen tijdens een vergadering een voorstel doen over de orde van de vergadering. De commissie beslist hier direct over. Paragraaf 4. Besloten vergadering Artikel 31. Toepassing verordening op besloten vergaderingen Deze verordening is ook van toepassing op besloten vergaderingen, zolang dit niet in strijd is met het besloten karakter van de vergadering. Artikel 32. Verslag besloten vergadering 1. Conceptverslagen van besloten vergaderingen worden voor bevoegden gepubliceerd in de besloten omgeving van het digitale vergadersysteem. 2. Deze verslagen worden zo spoedig mogelijk ter vaststelling aangeboden. Artikel 33.

Opheffing geheimhouding Als de raad op grond van artikel 89, vierde lid, van de wet voornemens is de geheimhouding van aan de raad verstrekte informatie op te heffen, wordt, als de raadscommissie die geheimhouding heeft opgelegd daarom verzoekt, daarover in een besloten vergadering met de raadscommissie overleg gevoerd. Paragraaf 5. Toehoorders en pers Artikel 34. Toehoorders en pers 1. Toehoorders en vertegenwoordigers van de pers mogen openbare vergaderingen alleen bijwonen op de voor hen bestemde plaatsen. 2. Het tonen van goed- of afkeuring of het op een andere manier verstoren van de orde is niet toegestaan. 3. Als toehoorders de orde verstoren, kan de voorzitter hen en zo nodig andere toehoorders uit de raadzaal laten verwijderen. 4. Als toehoorders herhaaldelijk de orde verstoren, kan de voorzitter hen voor maximaal drie maanden de toegang tot vergaderingen ontzeggen. Artikel 35. Geluid- en beeldregistratie 1. Van openbare raadsvergaderingen worden geluid- en beeldopnames gemaakt. Deze opnames worden getoond, uitgezonden en bewaard op internet. Aanwezigen kunnen in beeld komen. 2. Degenen die zelf geluid- of beeldopnames willen maken van een openbare raadsvergadering, moeten dit melden bij de voorzitter en zich houden aan diens aanwijzingen.

10/37

Hoofdstuk 5. Raadsvergaderingen Paragraaf 1. Voorbereiding Artikel 36. Dag, tijdstip en plaats vergaderingen 1. De raadsvergaderingen worden standaard op donderdag gehouden in het gemeentehuis van Lansingerland. 2. In bijzondere gevallen kan de voorzitter, na overleg met het presidium, een andere dag, tijdstip of vergaderlocatie bepalen. 3. Als de dag, het tijdstip of de vergaderplaats wordt aangepast, worden de raadsleden daar zo snel mogelijk van op de hoogte gebracht. Artikel 37. Oproep en voorlopige agenda 1. Het presidium stelt de voorlopige agenda voor de raadsvergaderingen op, op basis van de voorstellen van de raadscommissies. 2. De voorzitter stuurt minimaal zeven dagen voor de vergadering een digitale oproep en voorlopige agenda naar de raadsleden, waarin de dag, het tijdstip en de plaats van de vergadering staan. 3. In spoedeisende gevallen kan de voorzitter, na het versturen van de oproep, een aanvullende voorlopige agenda opstellen. De bijbehorende stukken worden openbaar gemaakt. De aanvullende agenda en bijbehorende stukken worden zo snel mogelijk, maar uiterlijk 48 uur voor aanvang van de vergadering, aan de raadsleden gestuurd. 4. De voorlopige agenda en bijbehorende stukken, behalve geheime stukken zoals genoemd in de wet, worden tegelijk met de oproep in het raadsinformatiesysteem gepubliceerd. 5.

In de oproep staat welke onderwerpen en voorstellen besproken worden, in welke volgorde, en of het een hamerstuk of bespreekpunt is. 6. Bij aanvang van de vergadering stelt de raad de agenda vast. 7. De raad kan besluiten om in spoedeisende gevallen, op voorstel van een raadslid of de voorzitter, onderwerpen die niet in de oproep staan direct te agenderen. Artikel 38. Ter inzage leggen van stukken 1. De voorlopige agenda met bijbehorende stukken, wordt gelijktijdig met het toezenden van de oproep op de website/het raadsinformatiesysteem van de gemeente Lansingerland gepubliceerd. 2. Informatie van de raad of aan de raad verstrekte informatie waaromtrent op grond van hoofdstuk Va van de wet geheimhouding is opgelegd, wordt voor raadsleden, duo-raadsleden en andere bevoegden gepubliceerd in de besloten omgeving van het digitale vergadersysteem. Artikel 39. Openbare kennisgeving Raadsvergaderingen worden aangekondigd op de website/het raadsinformatiesysteem van de gemeente Lansingerland. Paragraaf 2. Ter vergadering Artikel 40. Presentielijst 1. De griffier houdt presentielijsten bij van de raadsvergaderingen. 2. Raadsleden tekenen de presentielijst bij binnenkomst in de vergaderzaal. Aan het einde van de vergadering wordt de lijst door de voorzitter ondertekend. 11/37

3. Een raadslid dat niet aanwezig kan zijn, meldt dit vóór het begin van de vergadering aan de voorzitter. Artikel 41. Zitplaatsen 1. De voorzitter, raadsleden en de griffier hebben vaste zitplaatsen, aangewezen door de voorzitter na overleg met het presidium aan het begin van elke nieuwe raadsperiode. 2. De voorzitter kan de zitplaatsindeling herzien na overleg met het presidium. Artikel 42. Interrupties 1. Er zijn in principe geen beperkingen op het aantal interrupties, zolang deze het debat bevorderen. Dit is ter beoordeling van de voorzitter. Interrupties moeten kort en bondig zijn. 2. De voorzitter kan beslissen om het aantal interrupties te beperken als dat nodig is. Artikel 43. Aantal spreekrondes 1. Discussies over onderwerpen of voorstellen vinden plaats in maximaal twee rondes (termijnen), tenzij de raad anders beslist. 2. De voorzitter sluit de spreekrondes af. 3. Raadsleden mogen per ronde maar één keer het woord voeren over hetzelfde onderwerp of voorstel. 4. Lid 3 geldt niet voor raadsleden die een amendement, subamendement, motie of initiatiefvoorstel hebben ingediend. Zij mogen hierover vaker spreken als de voorzitter dat toestaat 5. Het aantal keren dat een raadslid spreekt over een ordevoorstel wordt niet gerekend als spreekronde/termijn. Artikel 44. Spreekrecht (inspreken) 1.

Inspreken kan over onderwerpen die op de agenda staan of over andere onderwerpen die de inwoners van de gemeente Lansingerland aangaan. 2. Insprekers moeten zich aanmelden bij de griffier, met vermelding van het onderwerp waarover zij willen spreken, uiterlijk om 12.00 uur op de dag van de vergadering. 3. Insprekers die zich hebben aangemeld, krijgen tijdens het agendapunt “Inspreker(s)” de gelegenheid om te spreken. 4. In totaal is er 30 minuten beschikbaar voor insprekers. Elke inspreker krijgt maximaal 5 minuten de tijd om het woord te voeren. Als er meer dan 6 sprekers zijn, wordt de spreektijd evenredig verdeeld. 5. De inspreker voert het woord, nadat de voorzitter hem dit heeft verleend. De voorzitter kan de deelnemers aan de vergadering toestaan aan insprekers een korte, verhelderende vraag te stellen. Er vindt geen discussie plaats tussen een inspreker en deelnemers van de vergadering. 6. De voorzitter kan een spreker het recht om te spreken weigeren als: a. De voorzitter verwacht dat de belangen van derden ernstig worden geschaad zonder redelijk doel. b. De spreker eerder binnen een jaar de orde van een vergadering heeft verstoord, en verwacht wordt dat dit opnieuw zal gebeuren. c. De inspreker zich, na een waarschuwing, niet houdt aan respectvolle en beleefde taal of gedrag. d.

De inspreker een juridisch geschil heeft (gehad) met de gemeente dat direct verband houdt met het onderwerp waarover hij wil inspreken. e. De inspreker het woord wil voeren over benoemingen, keuzen, voordrachten of aanbevelingen van personen. 12/37

f.

De inspreker het woord wil voeren over gedragingen waarover een klacht ex artikel 9:1 van de Algemene wet bestuursrecht kan of kon worden ingediend.

Artikel 45. Deelname aan de beraadslagingen door anderen De raad kan besluiten dat ook anderen mogen deelnemen aan de discussie. Artikel 46. Voorstellen van orde 1. De voorzitter en elk raadslid mogen tijdens de vergadering mondeling een ordevoorstel doen en dit kort toelichten. 2. De raad beslist direct over een ordevoorstel. 3. Als bij de stemming over een ordevoorstel de stemmen staken, wordt het voorstel geacht te zijn verworpen. Paragraaf 3. Stemmingen Artikel 47. Stemverklaring Na de discussie en voordat de raad stemt, mogen raadsleden kort uitleggen hoe zij of hun fractie gaan stemmen. Artikel 48. Beslissing 1. De voorzitter sluit de bespreking als hij vindt dat een onderwerp of voorstel voldoende is besproken, tenzij de raad anders beslist. 2. Voordat de raad stemt, formuleert de voorzitter de te nemen beslissing. Artikel 49. Stemming en procedure hoofdelijke stemming 1. De voorzitter vraagt de raadsleden of ze een stemming willen. Als niemand stemming vraagt, wordt het voorstel zonder stemming (hamerstuk) aangenomen. 2. Als het voorstel zonder stemming wordt aangenomen, kunnen raadsleden vragen om in het verslag te laten aantekenen dat zij geacht willen worden te hebben tegengestemd of zich op grond van artikel 28 van de wet van deelneming aan de stemming te hebben onthouden. 3.

Als een raadslid om een stemming of hoofdelijke stemming vraagt, kondigt de voorzitter dit aan. 4. Een stemming gebeurt met de digitale stemkastjes. Als die niet werken, wordt er gestemd door het opsteken van de hand. 5. Bij hoofdelijke stemming roept de griffier de raadsleden één voor één op om hun stem uit te brengen. De oproep begint bij een raadslid dat via loting is aangewezen, en daarna gebeurt het alfabetisch. 6. Bij hoofdelijke stemming brengen in de vergadering aanwezige raadsleden die zich niet op grond artikel 28 van de wet van deelneming aan de stemming moeten onthouden, hun stem uit door "voor" of "tegen" te zeggen, zonder enige toevoeging. 7. Als een raadslid zich vergist bij het uitbrengen van zijn stem, mag dit worden hersteld zolang de volgende persoon nog niet heeft gestemd. Als het raadslid zijn vergissing later ontdekt, kan hij dit na de bekendmaking van de uitslag melden. Dit verandert de uitslag niet. 8. De voorzitter maakt de uitslag bekend en vertelt het genomen besluit. Artikel 50. Volgorde stemming over amendementen en moties 1. Bij een amendement wordt eerst over het amendement gestemd en daarna over het hele voorstel.

13/37

2. Bij een subamendement wordt eerst over het subamendement gestemd, en daarna over het amendement waarop het betrekking heeft. 3. Als er meerdere amendementen of subamendementen zijn, wordt eerst over het meest ingrijpende amendement of subamendement gestemd. 4. Als er een motie is ingediend, wordt eerst over het voorstel en daarna over de motie gestemd. Artikel 51. Stemming over personen 1. Bij een stemming over personen benoemt de voorzitter drie raadsleden als stembureau. 2. Aanwezige raadsleden zijn verplicht een stembriefje in te leveren, tenzij ze op grond van artikel 28 van de wet niet mogen stemmen. 3. Er wordt voor elke persoon die moet worden benoemd, voorgedragen of aanbevolen apart gestemd. De raad kan op voorstel van de voorzitter beslissen om meerdere stemmingen op één briefje samen te vatten. 4. Bij twijfel over de inhoud van een stembriefje beslist de raad op voorstel van het stembureau. Paragraaf 4. Verslaglegging en ingekomen stukken Artikel 52. Verslag en besluitenlijst 1. De griffier zorgt voor een schriftelijk verslag, waarin de besluiten van de raad opgenomen zijn. Ook worden er digitale video-opnames gemaakt en bewaard. 2. Het verslag is te raadplegen via de website/het raadsinformatiesysteem van de gemeente. 3. Vastgestelde verslagen worden ondertekend door de griffier en de voorzitter. Artikel 53. Ingekomen stukken 1.

Ingekomen stukken (bijvoorbeeld brieven van bewoners of organisaties) worden op een lijst geplaatst die aan de agenda wordt gekoppeld. De raad stelt deze vervolgens vast en bepaalt daarmee hoe de ingekomen stukken worden afgehandeld. 2. De ingekomen stukken worden digitaal aan de raadsleden gegeven en, indien mogelijk, gepubliceerd op de website/het raadsinformatiesysteem van de gemeente. Paragraaf 5. Besloten raadsvergaderingen Artikel 54. Toepassing reglement op besloten vergaderingen Dit reglement is van toepassing op besloten vergaderingen, zolang dit niet in strijd is met het besloten karakter van de vergadering. Artikel 55. Verslag besloten vergadering 1. Conceptverslagen van besloten vergaderingen worden voor bevoegden gepubliceerd in de besloten omgeving van het digitale vergadersysteem. 2. Deze verslagen worden zo snel mogelijk tijdens een raadsvergadering ter vaststelling aangeboden. De raad beslist of het vastgestelde verslag openbaar wordt gemaakt. 3. Het vastgestelde verslag wordt ondertekend door de voorzitter en de griffier.

14/37

Artikel 56. Opheffing geheimhouding Als de raad van plan is de geheimhouding van aan de raad gegeven informatie op te heffen, kan het orgaan dat de geheimhouding heeft opgelegd vragen om hierover in een besloten vergadering overleg te voeren. Paragraaf 6. Toehoorders en pers Artikel 57. Toehoorders en pers 1. Toehoorders en persvertegenwoordigers mogen de openbare raadsvergaderingen bijwonen vanaf de daarvoor bestemde plaatsen. 2. Het geven van tekenen van goed- of afkeuring of het op een andere manier verstoren van de orde is niet toegestaan. Artikel 58. Geluid- en beeldregistratie 1. Geluids- en beeldopnames van openbare raadsvergaderingen worden gemaakt, uitgezonden en bewaard op internet. Aanwezigen kunnen in beeld komen. 2. Mensen die zelf geluids- of beeldopnames willen maken, moeten dit melden bij de voorzitter en zich houden aan diens aanwijzingen.

15/37

Hoofdstuk 6. Bevoegdheden en instrumenten raadsleden Artikel 59. Amendementen en subamendementen 1. Raadsleden dienen amendementen en subamendementen in voordat de bespreking over het voorstel is gesloten. 2. Amendementen worden ingediend bij de voorzitter. 3. Het raadslid dat een amendement indient, geeft een korte uitleg over het doel en de inhoud. 4. De behandeling van een amendement vindt tegelijkertijd plaats met de bespreking van het voorstel waarop het betrekking heeft. 5. Alleen amendementen van raadsleden die aanwezig zijn, worden besproken. 6. Er kunnen geen amendementen worden ingediend op moties of voorstellen om de behandeling van een onderwerp uit te stellen. 7. Een amendement of subamendement kan worden ingetrokken totdat de raad daarover een beslissing heeft genomen. Artikel 60. Moties 1. Raadsleden kunnen tot het einde van de bespreking moties indienen. 2. Moties worden ingediend bij de voorzitter. 3. Het raadslid dat een motie indient, geeft een korte toelichting over het doel en de inhoud. 4. De behandeling van een motie vindt tegelijkertijd plaats met de bespreking van het voorstel waarop het betrekking heeft. 5. Alleen moties van raadsleden die aanwezig zijn, worden besproken. 6. Moties over onderwerpen die niet op de agenda staan, de zogenaamde "moties vreemd aan de orde van de dag", worden behandeld nadat alle agendapunten zijn afgehandeld. 7.

Om te bepalen of een "motie vreemd aan de orde van de dag" kan worden besproken, gelden de volgende criteria: a. Het onderwerp staat niet op de raadsagenda. b. Het onderwerp is actueel en belangrijk. c. Het onderwerp kan niet op korte termijn in de raadscommissie besproken worden. d. Het onderwerp is recent in de raadscommissie besproken, maar heeft geen bevredigende uitkomst opgeleverd. 8. Een motie kan worden ingetrokken totdat de raad daarover een beslissing heeft genomen. Artikel 61. Initiatiefvoorstel 1. Raadsleden kunnen initiatiefvoorstellen indienen bij de voorzitter. Een initiatiefvoorstel gaat over de kaderstellende bevoegdheid van de raad. 2. De voorzitter stuurt het voorstel zo snel mogelijk naar het college. 3. Het college kan binnen 30 dagen na ontvangst van een voorstel zijn wensen en bedenkingen over het initiatiefvoorstel aan de raad kenbaar maken. 4. Nadat het college zijn wensen of bedenkingen schriftelijk aan de raad heeft gestuurd, heeft laten weten dat het dit niet zal doen of wanneer de termijn van 30 dagen is verstreken, wordt het voorstel op de agenda van de eerstvolgende raadsvergadering geplaatst. Als de oproep voor die vergadering al is verstuurd, komt het voorstel op de agenda van de daaropvolgende vergadering.

16/37

Artikel 62. Collegevoorstel 1. Een voorstel van het college dat op de agenda van de raadsvergadering staat, kan niet zonder toestemming van de raad worden ingetrokken. 2. Als de raad vindt dat een voorstel onvoldoende is voorbereid of ongeschikt is voor besluitvorming, kan het voorstel voor advies terug naar het college worden gestuurd. De raad bepaalt wanneer het voorstel opnieuw wordt behandeld. Artikel 63. Interpellatie 1. Raadsleden dienen een verzoek voor een interpellatie schriftelijk in bij de voorzitter. Het verzoek bevat in ieder geval de te stellen vragen en een motivering, waaronder een uitleg over de spoedeisendheid van het onderwerp. 2. De voorzitter informeert de andere raadsleden en wethouders zo snel mogelijk over het verzoek. 3. Als het verzoek minimaal 48 uur voor de raadsvergadering is ingediend of in naar het oordeel van de voorzitter spoedeisende gevallen, wordt er tijdens die vergadering over gestemd. In andere gevallen tijdens de daaropvolgende raadsvergadering. 4. De indiener (interpellant) voert niet meer dan twee keer het woord. Andere raadsleden, de burgemeester en de wethouders niet vaker dan één keer, tenzij de raad hiertoe toestemming geeft. Artikel 64. Vragenhalfuur 1. Aan het begin van elke raadsvergadering is een vragenhalfuur, tenzij er geen vragen zijn ingediend. 2. De vragen moeten gaan over actuele en dringende onderwerpen.

De voorzitter, in overleg met de griffier, beslist of een vraag hieraan voldoet. 3. Het raadslid dat vragen wil stellen, doet dit uiterlijk om 10.00 uur op de dag van de vergadering bij de griffier. De voorzitter kan een vraag weigeren als: a. Het onderwerp niet duidelijk genoeg is aangegeven. b. Het onderwerp tijdens dezelfde raadsvergadering wordt besproken. c. het niet gaat om een urgent of spoedeisend onderwerp zoals genoemd in lid 2. 4. Indien er meerder vragen zijn ingediend, bepaalt de voorzitter de volgorde van de vragen. 5. De vragensteller mag zijn vraag aan het college of de burgemeester kort toelichten. 6. Na beantwoording door het college of de burgemeester, mag de vragensteller aanvullende vragen stellen. 7. De voorzitter geeft andere raadsleden, als zij dat wensen, het woord om vragen te stellen over hetzelfde onderwerp. Er vindt geen discussie plaats tussen het college/de burgemeester en de commissieleden. 8. Tijdens het vragenhalfuur mogen er geen moties worden ingediend en worden interrupties niet toegelaten. Artikel 65. Raadsvragen (politieke vragen) 1. Raadsleden kunnen schriftelijk politieke vragen aan het college of de burgemeester indienen bij de griffier. 2. De vragen moeten duidelijk zijn geformuleerd en kunnen voorzien zijn van een toelichting. 3. De griffier informeert de andere raadsleden en het college over de vragen. 4.

De schriftelijke antwoorden moeten zo snel mogelijk, maar in ieder geval binnen 30 dagen worden gegeven. 5. Als beantwoording binnen 30 dagen niet mogelijk is, moet het college de vragensteller informeren over de reden en de verwachte termijn. 6. De schriftelijke antwoorden van het college of de burgemeester worden door de griffier aan de raadsleden gezonden. 17/37

Artikel 66. Inlichtingen 1. Raadsleden dienen verzoeken om inlichtingen (informatie) als bedoeld in de artikelen 169, derde lid, en 180, derde lid, van de wet schriftelijk in bij de griffier. 2. Het verzoek wordt zo spoedig mogelijk aan de andere raadsleden en het college gestuurd. 3. De gevraagde inlichtingen worden zo snel mogelijk aan de raad gegeven, in ieder geval binnen 10 dagen nadat het verzoek is ingediend.

Hoofdstuk 7. Slotbepalingen Artikel 67. Uitleg reglement In gevallen waarin dit reglement geen oplossing biedt of als er twijfel is over de toepassing ervan, beslist de Raad/raadscommissie op voorstel van de voorzitter. Artikel 68. Intrekking oude reglementen Het Reglement van orde van de raadscommissies van de gemeente Lansingerland 2023 en het Reglement van orde gemeenteraad van Lansingerland 2023, versie 2 worden ingetrokken. Artikel 69. Inwerkingtreding en citeertitel Dit reglement treedt in werking op 1 januari 2025. Dit reglement wordt aangehaald als: "Reglement van orde gemeenteraad en raadscommissies Lansingerland 2025" Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 19 december 2024.

De voorzitter,

De griffier,

18/37

Toelichting Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen Artikel 1. Begripsbepalingen Dit artikel geeft een overzicht van belangrijke woorden die in het reglement gebruikt worden, zodat de betekenis daarvan voor iedereen duidelijk is. De wet bepaalt dat de burgemeester voorzitter is van de raad (artikel 9 van de wet). Artikel 2. Het presidium Het presidium bestaat uit de fractievoorzitters, de griffier en de voorzitter van de raad (beide als adviseur). Het presidium heeft een algemeen adviserende rol en een aantal inhoudelijke taken. Zo stelt het presidium het vergaderschema, de agenda’s van de vergaderingen en het jaarplan van de griffie en raad vast. De vergaderingen van het presidium zijn niet openbaar. Om de transparantie te waarborgen, wordt van deze vergaderingen een openbare actielijst opgesteld. Artikel 3. De griffier De griffier vervult een centrale rol binnen de vergadering van de raad door te zorgen voor een goede ondersteuning en een correcte afhandeling van de vergaderingen. Dit artikel beschrijft de taken van de griffier, waaronder zijn aanwezigheid bij vergaderingen van de raad en het presidium. Bij afwezigheid van de griffier wordt hij vervangen door een plaatsvervanger die door de raad is aangewezen. Daarnaast kan de griffier, op uitnodiging van de voorzitter, deelnemen aan de beraadslagingen om zo nodig advies te geven.

Alle overige taken van de griffier zijn beschreven in de Instructie voor de griffier van de gemeente Lansingerland (T24.06169). Artikel 4. De plaatsvervangers van de voorzitter van de raad Dit artikel regelt de vervanging van de voorzitter van de raad. De voorzitters van de raadscommissies treden op als plaatsvervangers van de voorzitter. Dit waarborgt dat er altijd een bevoegde voorzitter beschikbaar is voor het leiden van de raadsvergadering. Wanneer de voorzitter verhinderd is, bepalen de griffier en de commissievoorzitters in overleg wie als plaatsvervanger zal optreden.

Hoofdstuk 2. Toelating van nieuwe raadsleden, wethouders en fracties Artikel 5. Onderzoek geloofsbrieven en beëdiging raadsleden Met de geloofsbrief geeft de voorzitter van het centraal stembureau aan de benoemde kennis van zijn benoeming (artikel V 1 van de Kieswet). De benoemde meldt schriftelijk aan de raad of hij de benoeming aanneemt (artikel V 2 van de Kieswet). Tegelijk met de mededeling dat hij zijn benoeming aanneemt, legt hij aan de raad stukken over waaruit blijkt dat de benoemde voldoet aan de eisen om als lid van de raad toegelaten te worden. Dit omvat de volgende stukken: een ondertekende verklaring met de openbare betrekkingen die hij bekleedt, een uittreksel uit de basisregistratie personen met zijn woonplaats, geboorteplaats en -datum en (indien niet-Nederlander) stukken waaruit blijkt dat hij voldoet aan de vereisten van artikel 10, tweede lid, van de wet (artikel V 3 van de Kieswet). Het onderzoek van de geloofsbrieven en de beslissing over de toelating moeten in een openbare vergadering gebeuren. Bij het onderzoek zal ook de gedragscode (artikel 15, derde lid, van de wet) betrokken worden. In deze code zijn onder meer bepalingen opgenomen over al dan niet toegestane nevenfuncties. De commissie die de geloofsbrieven onderzoekt, brengt verslag uit. Dit kan zowel mondeling als schriftelijk.

19/37

Eerste en tweede lid De formulering van het eerste lid benadrukt dat de raad en niet de voorzitter een commissie instelt, die het zogenaamde geloofsbrievenonderzoek verricht nadat de voorzitter van het centraal stembureau nieuwe leden heeft benoemd. Derde lid Het onderzoek van het proces-verbaal (onderzoek naar het verloop van de verkiezing of de vaststelling van de uitslag) gebeurt door de oude raad vlak voor de eerste samenkomst van de nieuwe raad na de gemeenteraadsverkiezingen. Het onderzoek van het proces-verbaal strekt zich niet uit tot de geldigheid van de kandidatenlijsten. Het derde lid ziet op de specifieke taak die de raad heeft na de raadsverkiezingen. Na de gemeenteraadsverkiezingen heeft de commissie voor het geloofsbrievenonderzoek een extra taak, zij adviseert de raad ook over het verloop van de verkiezingen (of dit op wettige wijze is gebeurd) en het vaststellen van de uitslag (of deze juist is vastgesteld). Zij doet dit op basis van het proces-verbaal van het centraal stembureau. De raad dient op basis van dit advies een besluit te nemen over het verloop van de verkiezingen en de vaststelling van de uitslag. Dit besluit is van belang omdat de raad de bevoegdheid heeft om te besluiten tot het hertellen van de stemmen en zelfs de bevoegdheid om te besluiten tot een herstemming, beide eventueel in een deel van de gemeente bij een aantal specifieke stembureaus.

Het proces-verbaal vormt de aanleiding tot een besluit tot hertelling of herstemming. Dit dient concrete aanwijzingen te bevatten waarop de raad een dergelijk besluit kan baseren. Op 28 februari 2014 heeft de minister van BZK een circulaire uitgebracht waarin toegelicht wordt wanneer de raad gebruik kan maken van deze bevoegdheid (Gemeenteraadverkiezingen: hertellingen, kenmerk 2014-0000116196, 28 februari 2014, Ministerie van BZK. Zie: https://vng.nl/files/vng/publicatie_bijlagen/2014/20140319-hertelling-gemraadsverk-bzk20140000116196.pdf). Vierde en vijfde lid Ingevolge artikel V 4 van de Kieswet beslist de raad over de toelating van zijn leden. Daarbij is er een verschil in de procedure bij de samenstelling van een nieuwe raad of bij de vervulling van een tussentijdse vacature. Na een raadsverkiezing kunnen de toegelaten raadsleden op de eerste vergadering van de raad in nieuwe samenstelling als bedoeld in artikel 18 van de wet de eed of verklaring en belofte afleggen. De voorzitter zal hen hiervoor oproepen (vierde lid). Bij tussentijdse vacaturevervulling kan de eed of verklaring en belofte aansluitend aan de beslissing van de raad over de toelating van het betrokken raadslid plaatsvinden (vijfde lid). De tekst van de eed of verklaring en belofte die een raadslid bij het aanvaarden van het raadslidmaatschap moet afleggen, is in artikel 14 van de wet vastgelegd. Artikel 6.

Benoeming wethouders Artikel 7 geeft invulling aan een leemte in de wet. Uit de Kieswet vloeit het geloofsbrievenonderzoek van raadsleden voort. Aangezien de wethouder geen gekozen volksvertegenwoordiger is, is hierover niets in de Kieswet geregeld. De wet geeft wel aan welke formele eisen gesteld worden aan een wethouder maar niet op welk moment deze getoetst worden. Het ligt voor de hand om voor het benoemen van wethouders ook een commissie voor het onderzoek naar de geloofsbrieven in te stellen (lid 1). De formele eisen voor het wethouderschap zijn grotendeels vergelijkbaar met de vereisten voor het raadlidmaatschap (artikelen 36a, 36b, 41b en 41c van de wet). Voor wethouders is er de aanvullende verplichting om een verklaring omtrent het gedrag (hierna: VOG) te kunnen overleggen 20/37

(artikel 36a, tweede lid, van de wet). De VOG kent een screeningsprofiel voor politieke ambtsdragers. Na het onderzoek, bedoeld in het vierde lid, brengt de commissie advies uit aan de raad over de benoeming tot wethouder (lid 5). Bij de benoeming van een wethouder wordt een integriteitstoets uitgevoerd (lid 3). De burgemeester krijgt zicht op de volledige rapportage van de risicoanalyse. Zo heeft hij een goed beeld van de kandidaat en kan hij met de kandidaat een gesprek voeren over de uitkomsten. De burgemeester kan ten aanzien van de risicoanalyse en de conclusies geheimhouding opleggen aan de raad. Met de Wet bevorderen integriteit en functioneren decentraal bestuur (artikel 87 van de wet) is de burgemeester hiertoe expliciet bevoegd gemaakt. De burgemeester brengt over de uitkomsten daarvan verslag uit aan de raad. De uitkomsten van het onderzoek en het verslag zijn niet openbaar. Artikel 6 is ook van toepassing als er geen wethouder van buiten maar uit de raad wordt benoemd. De incompatibiliteiten en nevenfuncties dienen dan immers opnieuw beoordeeld te worden. Een raadslid dat benoemd wordt tot wethouder mag raadslid blijven totdat de geloofsbrieven van zijn opvolger zijn goedgekeurd (artikel 36b, tweede lid, van de wet). Artikel 7. Fracties Eerste en tweede lid De Kieswet en de wet kennen het begrip fractie niet.

In artikel 33, tweede lid, van de wet wordt wel uitgegaan van het bestaan van in de raad vertegenwoordigde groeperingen (recht op fractieondersteuning). Vanaf de aanvang van de eerste zitting van de nieuwe raad na de verkiezingen, worden de leden die op dezelfde lijst hebben gestaan als één fractie beschouwd. Is onder een lijstnummer slechts één lid verkozen, dan wordt dit lid als een afzonderlijke fractie beschouwd (eerste lid). De fractie gebruikt in de vergadering van de raad de aanduiding die zij boven de kandidatenlijst had staan. Op deze wijze is de relatie tussen de fractie in de raad en de fractie op de kandidatenlijst voor de burger duidelijk. Het kan echter voorkomen dat een fractie geen aanduiding boven de kandidatenlijst heeft staan. In een dergelijk geval deelt de fractie in de eerste vergadering de aanduiding mee (tweede lid). Vierde lid In de loop van een zittingsperiode kan het voorkomen dat leden de raad verlaten. In een dergelijk geval vindt er een verandering in de samenstelling van de fractie plaats. Als dit het geval is, deelt de fractie dit aan de voorzitter mede (vierde lid). Het is ook mogelijk dat een raadslid zijn lidmaatschap niet opzegt maar uit een fractie stapt. Hij kan als zelfstandige fractie verdergaan of zich aansluiten bij een bestaande fractie. Ook andere wijzigingen zijn mogelijk, bijvoorbeeld een fusie van twee fracties.

Een andere (tijdelijke) wisseling in een fractie kan het gevolg zijn van ziekte of zwangerschap van een raadslid. Voor deze gevallen is in de Kieswet een vervangingsregeling opgenomen. Uitgangspunt van ons kiesstelsel is dat volksvertegenwoordigers op persoonlijke titel worden verkozen en benoemd. Dit uitgangspunt is gebaseerd op artikel 27 van de wet en artikel 129 van de Grondwet, waarin is bepaald dat elk bindend mandaat van een lid van de raad nietig is. De volksvertegenwoordiger handelt naar eigen overtuiging en is bij stemmingen niet gebonden aan een lastgeving. Geen andere persoon of instantie kan hem rechtens bindende instructies opleggen met betrekking tot zijn stemgedrag. Het is de individuele volksvertegenwoordiger die een mandaat van de kiezer heeft gekregen. De volksvertegenwoordiger heeft daardoor ook de mogelijkheid om tussentijds van fractie te veranderen of zelfstandig verder te gaan.

21/37

Ook de Kieswet gaat niet uit van politieke partijen. Een zetel 'hoort' dan ook niet bij een partij, maar is verbonden aan de volksvertegenwoordiger die daardoor ook de mogelijkheid heeft om tussentijds van fractie te veranderen of zelfstandig verder te gaan. Ook kan een fractie besluiten om haar naam te veranderen. Dit staat de fractie vrij om te doen. Op grond van deze bepalingen heeft de raad geen zeggenschap over wijzigingen in de samenstelling, fusies en splitsingen van fracties en de naamvoering. De raad kan hier dus geen besluit over nemen. Een mededeling aan de voorzitter van de raad is voldoende. De raad is gehouden met ingang van de eerstvolgende vergadering nadat hiervan mededeling is gedaan rekening te houden met de nieuwe situatie. Dit betekent ook dat:  kandidaten die van een kandidatenlijst deel uitmaken en binnen die lijst/partij een onderlinge schriftelijke (en soms notariële) afspraak maken, bijvoorbeeld dat men onder bepaalde voorwaarden zal afzien van aanvaarding van het raadslidmaatschap, zich dienen te realiseren dat dergelijke afspraken nietig zijn vanwege strijd met de wet en de Kieswet;  personen die tussentijds van partij veranderen hun raadslidmaatschap niet verliezen;  als men uit een partij stapt en als eigen partij verder gaat, de verlatende partij geen middelen heeft om het raadslid uit de raad te weren.

Fractieafsplitsing en het ontstaan van een nieuwe fractie kan diverse praktische gevolgen hebben. Te denken valt aan: fractievergoedingen en -faciliteiten, fractievoorzitterschap dan wel vertegenwoordiging in het presidium, zo nodig andere zitplaatsen in de raadszaal, bezetting in raadscommissies en eventueel de bezetting in raadscommissies door duo-raadsleden. Als moet worden voorzien in de vacature van een raadslid dat zich heeft afgesplitst, wordt teruggegrepen op de lijst waarop betrokkene oorspronkelijk was gekozen (artikel P 19 van de Kieswet). Vijfde lid De naam van de fractie dient getoetst te worden aan de afwijzingsgronden uit artikel G 3, vierde lid, van de Kieswet. Dit is een logische voorwaarde; deze toetsing vindt immers ook plaats wanneer een politieke groepering zich voor het eerst wil laten registreren. Op grond van artikel G 3, vierde lid, van de Kieswet wordt de naam van de nieuwe fractie onder meer geweigerd als deze in strijd is met de openbare orde of als deze overeenkomt met of erg lijkt op de naam van een politieke groepering die al geregistreerd is voor de Tweede Kamer- of Statenverkiezingen, én daardoor verwarring te duchten is. Voor het overige is de nieuwe fractie vrij in het kiezen van een naam.

Hoofdstuk 3. Vergadermodel Artikel 8. Beeldvorming, oordeelsvorming en besluitvorming De gemeenteraad hanteert het zogenaamde BOB-model (Beeldvorming, Oordeelsvorming, Besluitvorming) om de besluitvormingsprocessen te structureren. In dit artikel wordt toegelicht dat beeldvorming betrekking heeft op het verzamelen van informatie, oordeelsvorming op het wegen van de voor- en nadelen van een voorstel, en besluitvorming op het uiteindelijke besluit van de raad. Het model is erop gericht om zorgvuldig en weloverwogen tot beslissingen te komen, waarbij elke fase bijdraagt aan een goed onderbouwd raadsbesluit. Artikel 9. Beeldvormende activiteiten 22/37

Beeldvormende activiteiten vormen de basis van de meningsvorming binnen de raad. Deze activiteiten bieden raadsleden de mogelijkheid om informatie te verzamelen en zich een goed beeld te vormen van de onderwerpen die in de raad besproken zullen worden. Dit kunnen bijvoorbeeld technische toelichtingen, werkbezoeken en gesprekken met inwoners zijn. Artikel 10. Oordeelsvorming De oordeelsvormende fase vindt plaats in de raadscommissies, waar onderwerpen worden besproken en standpunten worden gewogen. Het doel van deze fase is om alle argumenten te verzamelen en te toetsen om zo tot een weloverwogen oordeel te komen. Artikel 11. Besluitvorming In de besluitvormende fase worden de onderwerpen die in de commissies zijn besproken, aan de raad voorgelegd voor een definitief besluit. Hier kunnen raadsleden hun definitieve politieke standpunt kenbaar maken en worden besluiten genomen.

Hoofdstuk 4. Raadscommissies Paragraaf 1. Algemeen Artikel 12. Instelling raadscommissies Dit artikel legt uit welke raadscommissies er zijn en welke onderwerpen die raadscommissies behandelen. Als een onderwerp meerdere commissies aangaat, bepaalt het presidium in welke commissie het onderwerp wordt besproken. In bijzondere gevallen kan er een gezamenlijke vergadering worden gehouden. Artikel 13. Taken De taken van de raadscommissies zijn vastgelegd in artikel 82, lid 1, van de wet. Raadscommissies bereiden de besluitvorming van de raad voor en overleggen met het college. Ze kunnen ook advies geven over andere onderwerpen. Artikel 14. Samenstelling en benoeming commissievoorzitter De samenstelling van raadscommissies wordt bepaald door de raad. Zowel raadsleden als duo-raadsleden (niet-raadsleden) kunnen zitting nemen in de commissies. Duo-raadsleden zijn geen raadsleden, maar spelen een ondersteunende rol binnen de fracties en kunnen door lid te worden van een raadscommissie deelnemen aan werkzaamheden van de raad. Iedere fractie mag maximaal drie leden per commissie voordragen. De commissieleden worden door de raad benoemd, op voordracht van de fractie. Dit houdt in dat het aan de fracties zelf is om te bepalen wie de betreffende fractie vertegenwoordigen in de verschillende commissies.

Het is enkel mogelijk de benoeming van een voorgedragen lid te weigeren als het een duo-raadslid betreft dat niet voldoet aan bepaalde vereisten van de wet of dit reglement. De voorzitter van de raadscommissie is een raadslid en wordt door de raad benoemd. Artikel 15. Zittingsduur en vacatures Dit artikel beschrijft de zittingsduur van commissieleden en voorzitters, die gelijkloopt met de zittingsperiode van de gemeenteraad. Wanneer er tussentijds een vacature ontstaat door bijvoorbeeld ontslag of overlijden, vult de raad deze vacature zo spoedig mogelijk in. Ook wordt in dit artikel geregeld dat commissieleden ontslag kunnen nemen, en dat de raad een commissielid kan ontslaan op voordracht van de fractie die het commissielid heeft voorgedragen. Het artikel zorgt voor continuïteit in de samenstelling van de commissies en voorziet in een regeling voor tussentijdse wisselingen. 23/37

Artikel 16. De commissiegriffier Voor een goede ondersteuning van de raadscommissies wijst de griffier een ambtenaar aan die als commissiegriffier fungeert. Deze ondersteunt de voorzitter en de commissieleden bij hun werkzaamheden. Bij afwezigheid van de commissiegriffier wordt hij vervangen door een andere medewerker van de griffie. Dit artikel regelt de praktische ondersteuning van de commissies en zorgt ervoor dat de vergaderingen altijd goed worden voorbereid en vastgelegd. Paragraaf 2. Voorbereidingen Artikel 17. Frequentie Dit artikel bepaalt hoe vaak raadscommissies vergaderen. De vergaderfrequentie wordt vastgesteld door het presidium, maar raadscommissies kunnen ook extra vergaderingen beleggen als de voorzitter dit nodig acht of als ten minste vijf commissieleden hierom verzoeken. Door deze flexibiliteit kan de raadscommissie tijdig inspelen op urgente onderwerpen of kwesties die extra aandacht vereisen. Dit waarborgt dat de raadscommissie haar werkzaamheden optimaal kan uitvoeren zonder onnodige vertragingen. Artikel 18. Oproep en agenda Om commissieleden voldoende tijd te geven voor voorbereiding, bepaalt dit artikel dat de voorzitter van de commissie ten minste vijf dagen voor de vergadering een oproep en een voorlopige agenda verstuurt.

Dit zorgt ervoor dat de commissieleden goed voorbereid aan de vergadering kunnen deelnemen en over de juiste informatie beschikken om een constructieve bijdrage te leveren aan de bespreking. In spoedeisende gevallen kan de agenda na de oproep worden aangevuld. Deze aanvullende agenda en de bijbehorende stukken worden zo spoedig mogelijk, maar binnen 48 uur voor aanvang van de vergadering, naar de commissieleden gestuurd. Bij aanvang van de vergadering stelt de commissie de definitieve agenda vast. Dit artikel biedt de flexibiliteit om, indien nodig, nieuwe urgente onderwerpen snel aan de agenda toe te voegen, zonder de voorbereiding van de commissieleden te belemmeren. Artikel 19. Openbare kennisgeving en publicatie stukken Commissievergaderingen worden openbaar aangekondigd op de website/het raadsinformatiesysteem van de gemeente. Alle relevante stukken worden ook gepubliceerd, behalve stukken die geheim moeten blijven. Deze werkwijze zorgt voor transparantie, zodat inwoners weten waarover wordt vergaderd en toegang hebben tot de bijbehorende documenten. Paragraaf 2. Ter vergadering Artikel 20. Presentielijst De commissiegriffier houdt tijdens vergaderingen een presentielijst bij om te registreren welke leden aanwezig zijn. Dit is belangrijk om de rechtsgeldigheid van de vergadering te waarborgen, omdat er een minimum aantal fracties aanwezig moet zijn (quorum).

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Lansingerland&id=22e4e90b-bcab-4ccd-a8f6-56158c5f6f00