CConstaterende datLansingerland
Koppel je AI →
Document · PDF

[T24.03350] Nota vooroverleg bouwsteen 1

Commissie Ruimte 24 juni 2025, gemeente LansingerlandBij agendapunt: Vaststellen wijziging omgevingsplan - bouwsteen 1 bestaande woonwijken9.621 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

22

Conclusie In deze reactie hebben we geen aanleiding gevonden om de concept wijziging van omgevingsplan aan te passen. 13. ProRail (I24.16025) Samenvatting ProRail verzoekt de gemeente om bij het invullen van het omgevingsplan rekening te houden met reeds uitgevoerde archeologische onderzoeken en de hoogteligging van het spoortracé ten opzichte van oorspronkelijk maaiveld en deze te verwerken bij het bepalen van de restrictie. Hiermee wordt voorkomen dat er onnodige restricties ten aanzien van archeologie op het spoortracé komen te liggen. ProRail verzoekt daarnaast de gemeente om bij de uitwerking van het omgevingsplan er rekening mee te houden dat er geen gelijkvloerse spoorwegkruisingen worden ontworpen. Reactie Uit de inspraak reactie van ProRail maken wij op dat deze vooral is gericht op regels die nieuwe ontwikkelingen mogelijke maken of belemmeren. Echter, de regels zoals die nu zijn opgevat beogen alleen de beoogde situatie vast te leggen en te continueren. Wijzigingen of nieuwe ontwikkelingen kunnen daarom alleen via een buitenplanse omgevingsvergunning of een wijziging van het omgevingsplan worden gerealiseerd. Indien dat aan de orde is, kunnen de opmerkingen van ProRail een rol spelen in de belangenafweging. Conclusie In deze reactie hebben we geen aanleiding gevonden om de concept wijziging van omgevingsplan aan te passen. 14.

Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (T24.06656) Samenvatting De Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (hierna RCE) is om advies gevraagd vanwege de aanwezigheid van een aantal rijksmonumenten in het omgevingsplan. Artikel 5.130 Bkl verplicht gemeente om de omgeving van een rijksmonument te beschermen in het omgevingsplan. De RCE heeft de volgende punten voor het omgevingsplan: 1. Artikel 5.130 Bkl kan de prioritering helpen van het erfgoed ten opzichte van andere ruimtelijke belangen. Het omgevingswetstelsel maakt het mogelijk de relatief kwetsbare erfgoedwaarden te positioneren boven pragmatische en getalsmatige belangen die ook op de leefomgeving drukken. In het Omgevingsplan is die prioritering aan te brengen. Dit vergt naast de juridische borging ook een heldere communicatie binnen de gemeente en met belanghebbenden. 2. In bouwsteen is sprake van een soepel sloopbeleid voor elementen in de omgeving van monumenten. Hier zien wij gevaren voor monumenten die waarde ontlenen aan de omgeving of de landschappelijke/ stedenbouwkundige structuur waarin een monument staat. Voorstel is om de sloop voorwaardelijk te maken door middel van een onderzoek of onafhankelijk advies, dan wel te koppelen aan de kwaliteiten van een plan.

Hierbij is ook aandacht gewenst voor het amoveren van bijvoorbeeld bomen, hoogteverschillen, bijzondere infrastructuur, die niet direct met een functiewijziging of bouw-

23

activiteit te maken hebben. In contact met andere gemeenten blijkt dat er juist wel een regime op sloop wenselijk is. De RCE heeft voorbeeldregels opgesteld voor erfgoed in het omgevingsplan. Daarnaast verwijst de RCE naar de handreiking van het Gelders Genootschap, die gemeenten handvatten biedt voor het beleid van de omgeving van het monument. Vanuit de aangedragen systematiek raadt de RCE aan een specifieke studie te (laten) verrichten naar de omgeving van de belangrijkste monumenten van Lansingerland. Daarnaast geeft de RCE aan dat het belangrijk is dat de monumenten goed te zien zijn op het kaartbeeld. Reactie In het plangebied komen een aantal rijksmonumenten voor. Op basis van de redengevende omschrijving in combinatie met de situatie in de directe omgeving zijn we tot de conclusie gekomen, dat voor deze specifieke monumenten geen aanleiding bestaat om extra restricties op te nemen over bouwen en slopen. Daarbij hebben wij er rekening mee gehouden dat volgens de gekozen plansystematiek bouwen slechts zeer beperkt mogelijk is. Als er toch redenen bestaan om extra restricties op te leggen op percelen waar de rijksmonumenten aanwezig zijn ontvangen wij graag concrete gegeven over welke monumenten, welke restricties en de reden waarom deze opgelegd moeten worden.

Conclusie In deze reactie hebben we geen aanleiding gevonden om de concept wijziging van omgevingsplan aan te passen. 2.2 Eindconclusie De volgende reacties van de ketenpartners hebben geleid tot aanpassing van de conceptwijziging van het omgevingsplan (bouwsteen 1). Ketenpartner

Aanpassing conceptwijziging

Provincie

De parkeernormen voor sociale huur uit de Zuid-Hollandse provinciale omgevingsverordening zijn expliciet opgenomen in de beoordelingsregels behorend bij de vergunningplicht voor het toevoegen van woningen (gebruik). Naar aanleiding van deze reactie is gekeken of de bouwhoogtes in het omgevingsplan niet in strijd zijn met luchthavenbesluit voor Rotterdam The Hague Airport. De bouwhoogtes zijn hiermee in lijn gebracht.  Wat betreft het milieuaspect geur is de afgesproken aanpak voor de bestaande woonwijken verwerkt in de conceptwijziging van het omgevingsplan;  Het advies over omgevingsveiligheid heeft geleid tot aanpassingen in de regels van bouwsteen, deze zijn doorgevoerd.  Voor bodem is gekozen om aan te sluiten bij de geadviseerde aanpak van DCMR om dit milieuaspect thematisch te verwerken voor het gehele grondgebied;

Luchtverkeersleiding NL/CNSRadioapparatuur

DCMR

24

 

Hoogheemraadschappen

25

Voor geluid van infrastructuur zijn de geadviseerde geluidwaardes overgenomen in het omgevingsplan; De artikelen over energie, afkomstig uit de bruidsschat, zijn uit de conceptwijziging van het omgevingsplan gehaald, zoals geadviseerd door de DCMR. Ter bescherming van de waterkeringen die in het gebied liggen van de conceptwijziging zijn hier regels voor opgenomen. Deze regels zien op beperkingen voor het bouwen en werken of werkzaamheden op of in de bodem; Aan de beoordelingsregels voor de omgevingsvergunninglicht voor het bouwen van hoofdgebouwen is toegevoegd dat de begane grond van het hoofdgebouw 1,2 meter boven het waterpeil moet liggen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Lansingerland&id=bb251b99-6137-4146-8e33-1bef3b58a999