CConstaterende datLansingerland
Koppel je AI →
Document · PDF

[T24.02806] Voorjaarsnota 2024 Rijksoverheid

Commissie Algemeen Bestuur 19 juni 2024, gemeente LansingerlandBij agendapunt: Kaderbrief 202540.549 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 5

Extrapolatie Ter invoeging van een nieuw begrotingsjaar in de meerjarige begrotingsperiode z^n de begrotingstanden 2028 geëxtrapoleerd naar 2029. 22. Eindejaarsmarge De eindejaarsmarges worden toegevoegd aan de begrotingen. 23. In=uittaakstelling Als tegenhanger van de eindejaarsmarge wordt een in=uittaakstelling geboekt op de Aanvullende Post. De gedachte achter de in=uittaakstelling is dat aan het einde van dit jaar weer in dezelfde mate als in 2023 sprake zal z^n van onderbesteding. Door hiervoor alvast een in=uittaakstelling in te boeken zorgt het uitkeren van de eindejaarsmarge niet voor een belasting van het uitgavenplafond in 2024. 24. Diversen Dit betreft onder andere de amendementen Grinwis om geld beschikbaar te stellen voor het spoorknooppunt Meppel en het project OV-hub station Ede-Wageningen. Deze uitgaven worden gedekt uit de indexatie van de Lelyl^n op de Aanvullende Post.

Tweede Kamer, vergaderjaar 2023-2024, 36 550, nr. 1

47

Monitor Investeringen Figuur 5 Horizontale ontwikkeling investeringsplafond Horizontale ontwikkeling investeringsplafond (prijzen 2022) 40,0

2022 B Stand VJN 2024

2023

2024

B Stand VJN 2022

2025 B Gerealiseerd

2026

2027

B Verwachte onderuitputting

Figuur 3 geeft het totaal aan investeringen weer onder het investerings­ plafond bü de Voorjaarsnota (VJN) 2024. Het kabinet Rutte IV investeert historisch veel. Deze investeringen zün voor een groot deel in 2022 en 2023 toegevoegd aan de investeringsfondsen. De grüze staven geven de verwachting weer bü VJN 2022 voor de jaren 2022 tot en met 2027. De blauwe staven geven de realisatie weer in 2022 en 2023. De oranje staven geven de verwachting weer bü VJN 2024 voor de jaren 2024 tot en met 2027. De gele blokjes tonen de verwachte onderuitputting bü VJN 2022 en bü VJN 2024. Deze verwachte onderuitputting (in=uittaakstelling) is de tegenhanger van de eindejaarsmarge. De eindejaarsmarge is de onderuitputting van jaar t-1 die wordt toegevoegd aan de begroting in jaar t. Het opboeken van de eindejaarsmarge zorgt in eerste instantie voor een belasting van het uitgavenplafond. Echter is elk jaar de verwachting dat er opnieuw onderuitputting optreedt op het investeringsplafond door vertragingen. Door de tegenboeking van de verwachte onderuitputting (in=uittaakstelling) heeft de eindejaarsmarge geen effect op het uitgavenplafond. De cüfers zün allemaal in prüspeil 2022 om het verloop van de investeringsuitgaven te tonen zonder prüseffecten. In de grafiek is te zien dat de verwachte uitgaven in 2022 en 2023 hoger waren dan de realisaties.

Met name in 2023 is veel minder gerealiseerd dan werd verwacht bü VJN 2022 (ruim 6 miljard euro, - 28%). Ook in 2024 en 2025 worden bü VJN 2024 minder uitgaven verwacht dan bü VJN 2022. De verwachting is dat pas in 2026 voor het eerst meer budget wordt uitgegeven dan bü VJN 2022 werd verwacht. Dit komt omdat projecten wel tot uitvoering komen, maar niet in het oorspronkelük beoogde ritme. Lagere uitgaven in de eerdere jaren vallen niet vrü, maar worden door middel van kasschuiven en de 100% eindejaarsmarge (dit geldt alleen voor het investeringsplafond) naar latere jaren geschoven. De groei in gerealiseerde uitgaven van 2022 naar 2023 wordt geschat op 2,7 miljard euro. Voor 2024 staat gepland om 27,8 miljard euro uit te geven. Dit houdt in dat er in het huidige jaar een stüging van 11,2 miljard euro (+68% versus realisatie 2023) verwacht wordt door de departementen. Een deel van deze stüging wordt veronderstelt niet te realiseren wat zich uit in de verwachte onderuitputting van 2,8 miljard euro in 2024. De ambities van het kabinet blüven echter overeind en departementen zullen zich blüven inspannen om deze ambities te realiseren. Het blüft onzeker

Tweede Kamer, vergaderjaar 2023-2024, 36 550, nr. 1

48

of deze middelen in dit ambitieuze ritme uitgegeven kunnen worden. Miljoenennota is het volgende moment om te bezien of de huidige uitgaven­ raming aanpassing behoeft. De belangr^kste oorzaken voor vertraging op de investeringsfondsen worden hieronder toegelicht. Mobiliteitsfonds en Deltafonds In het coalitieakkoord van Rutte IV z^n veel middelen toegevoegd aan het Mobiliteitsfonds en Deltafonds, onder andere voor instandhouding en aanleg van nieuwe infrastructuur en de ontsluiting van nieuwe woonw^ken. Deze investeringen z^n ambitieus en blaken niet te kunnen worden waargemaakt in het oorspronkel^k beoogde ritme. Dit komt onder andere door vertragingen b^ werkzaamheden als gevolg van een krappe arbeidsmarkt. Ook hebben projecten te maken met flinke vertraging door de gevolgen van stikstofproblematiek. Dit heeft geleid tot significante kasschuiven op het Mobiliteitsfonds: in 2023 is 850 miljoen euro wegge­ schoven en in 2024 is 819 miljoen euro weggeschoven uit het jaar 2024. De grootste verschuivingen in 2024 vinden plaats op de programmering van de ViA15 en op de middelen voor de ontsluiting van woningbouwprojecten. Door de uitspraak van de Raad van State schuift de reservering voor de ViA15 door naar 2026. Ook de middelen voor de ontsluiting van woning­ bouwprojecten worden naar achter geschoven. Met deze kasschuiven wordt de begroting in een realistischer ritme geplaatst.

Ook op het Deltafonds z^n niet alle middelen tot besteding gekomen. Onder andere in verband met uitdagingen in de uitvoering b^ het Hoogwaterbeschermingsprogramma wordt minder budget weggezet dan werd verwacht en waren zowel vorig jaar als dit jaar daarom kasschuiven nodig: in 2023 is 287 miljoen euro weggeschoven en in 2024 is 660 miljoen euro weggeschoven uit het jaar 2024. Met deze kasschuiven wordt de begroting in een realistischer ritme geplaatst. Defensiematerieelbegrotingsfonds Het kabinet heeft met het coalitieakkoord Rutte IV en de Voorjaarsnota 2022 structureel 5 miljard euro beschikbaar gesteld voor Defensie. Toegenomen geopolitieke onrust leidt tot spanning in de mondiale defensiemarkt. Dit, in combinatie met krapte op de arbeidsmarkt, zorgt dat het tempo van de geplande investeringen van Defensie onder druk staat. Op basis van recente ramingen heeft het kabinet besloten om de defensie-investeringen in een ritme te plaatsen dat beter aansluit b^ het moment waarop Defensie deze middelen ook verwacht uit te kunnen geven. De geplande investerings­ middelen bleven uiteraard beschikbaar voor Defensie en kunnen op een zo ambitieus mogel^k tempo worden voortgezet. Hiermee is een eerste stap gezet om de structureel toegekende middelen in een realistischer ingroeipad te plaatsen en wordt de NAVO-doelstelling van minimaal 2% exclusief Oekraïnesteun in 2026 behaald.4

4 De NAVO hanteert een andere nominale berekeningswÿze dan Nederland. De NAVO rekent de cÿfers die Nederland aanlevert terug naar prÿspeil 2015, en hanteert daarbÿ een andere correctie voor de teller dan voor de noemer. Hiermee ontstaat een andere uitkomst dan wanneer het in de begroting gerapporteerde Nederlandse defensiebudget door het Nederlandse BBP wordt gedeeld. In 2023 rapporteerde de NAVO een NAVO-percentage van 1,63% van het BBP en Nederland van 1,50% van het BBFÎ Op basis van de berekeningswÿze van de NAVO komt Nederland naar verwachting vanaf 2024 opnieuw hoger uit dan de nationale berekingswÿze.

Tweede Kamer, vergaderjaar 2023-2024, 36 550, nr. 1

49

Tabel 14 Defensie-uitgaven 2024

2025

2026

2027

2028

2029

Defensie-uitgaven (excl. OEK)

1,84%

1,85%

2,00%

1,87%

1,85%

1,79%

Defensie-uitgaven (incl. OEK)

2,16%

2,05%

2,22%

1,90%

1,90%

1,80%

De vertragingen op het Mobiliteitsfonds, Deltafonds en Defensiematerieelbegrotingsfonds worden ook visueel weergegeven in Figuur 4. De drie verschillende l^nen weerspiegelen de begrote stand b^ Voorjaarsnota 2024 (voor 2022 tot en met 2027) ten opzichte van de begrote stand b^ Voorjaarsnota 2022 (voor 2022 tot en met 2027). De l^n Ratio 100% toont een theoretische stand b^ Voorjaarsnota 2024 die gel^k is aan die van Voorjaarsnota 2022. Als de l^n onder de l^n Ratio 100% ligt, betekent dit dat de verwachting is dat minder budget wordt uitgegeven dan b^ VJN 2022 werd verwacht. De grafiek toont aan dat de verwachtingen b^ VJN 2022 te ambitieus bleken tot en met 2025. Deze c^fers z^n allemaal in pr^speil 2022 om het verloop van de investeringsuitgaven te tonen zonder pr^seffecten. Figuur 6 Relatieve ontwikkeling investeringsplafond

4.2 Oekraïne Op 24 februari 2024 was het twee jaar geleden dat Rusland de grootschalige invasie van Oekraïne startte. De oorlog is een ongekende daad van agressie tegen een democratisch Europees land met vresel^ke gevolgen voor alle Oekraïners. Het kabinet bl^ft Oekraïne steunen, in Oekraïne en in Nederland. Internationale steun In internationaal verband ondersteunt het kabinet Oekraïne op militair gebied, draagt het kabinet b^ aan humanitaire ondersteuning en biedt het hulp by de acute wederopbouw en herstelwerkzaamheden. Ook biedt Nederland op verschillende manieren financiële ondersteuning aan Oekraïne.

Tweede Kamer, vergaderjaar 2023-2024, 36 550, nr. 1

50

Tabel 15 Uitgaven internationale steun Oekraïne in miljoenen euro

2024

2025

2026

Stand Miljoenennota 2024

1.356

670

Militaire ondersteuning

1.146

536

210

Besluitvorming Militaire ondersteuning

2027

2028

2029

432

86

402

80

296

- 16

441

80

135

137

102

- 39

0

2.959

2.352

2.359

196

111

3

2.021

1.748

2.025

38

70

0

938

604

334

158

41

3

Stand Voorjaarsnota 2024

4.315

3.023

2.791

282

513

84

Militaire ondersteuning

3.166

2.284

2.321

22

511

80

Niet-militaire steun

1.148

738

470

260

2

3

Niet-militaire steun

Niet-militaire steun

Militaire steun Bovenop de 2 miljard euro die voor 2024 is aangekondigd5 aan militaire steun, heeft het kabinet besloten om voor de periode 2024-2026 aanvullend 4 miljard euro beschikbaar te stellen. Daarmee ondersteunt Nederland sinds het uitbreken van de oorlog Oekraïne met circa 10 miljard euro.6 Niet-militaire steun Nederland levert niet-militaire steun zowel in bilateraal verband als via de Europese Unie (EU) en via internationale financiële instellingen als de Wereldbank en het Internationaal Monetair Fonds (IMF). Zo heeft de Europese Raad begin 2024 ingestemd met de oprichting van een Oekraïnefaciliteit. Dit betreft een pakket van 50 miljard euro voor 2024-2027, bestaande uit leningen en niet-terugbetaalbare steun, gericht op liquiditeitssteun, herstel, wederopbouw en hervormingen in het licht van het EU-toetredingsproces. De financiële gevolgen van de Oekraïnefaciliteit voor de Nederlandse begroting z^n in Incidentele Suppletoire Begrotingen (ISB's) van het ministerie van Financiën en het ministerie van Buitenlandse Zaken verwerkt. Eind november 2023 heeft het kabinet bekendgemaakt middelen beschikbaar te maken voor waarheidsvinding en gerechtigheid voor Oekraïne (accountability).

De structurele kosten hiervan, onder meer voor de toekomstige huisvesting van een speciaal Oekraïne-tribunaal, worden b^ deze Voorjaarsnota gedekt door middel van evenredige bedragen van de verschillende departementale begrotingen. In de Voorjaarsnota van 2023 is opgenomen dat het kabinet tot eind 2024 voor internationale steunverzoeken vanuit Oekraïne aanvullend budget beschikbaar kan stellen vanuit de generale middelen (de Oekraïneregeling). Het kabinet kent met deze Voorjaarsnota 148 miljoen euro (2024) en 252 miljoen euro (2025) vanuit de generale middelen toe aan de BHOS-begroting voor niet-militaire steun aan Oekraïne. Deze bedragen worden door middel van een plafondcorrectie aan de BHOS-begroting toegevoegd en z^n limitatief. Via de reguliere begrotingsmomenten wordt de invulling van deze middelen aan de Kamer voorgelegd.

5 Kamerstuk 36045, nr. 171 - Situatie in Oekraïne | Tweede Kamer der Staten-Generaal 6 Militaire steun aan Oekraïne telt op basis van de huidige richtlün (d.d. 2018) niet mee voor het NAVO-percentage. Niet alle landen maken in hun begroting onderscheid tussen deze uitgaven.

Tweede Kamer, vergaderjaar 2023-2024, 36 550, nr. 1

51

Met bovengenoemde steun heeft dit kabinet voor zowel militair als nietmilitair middelen toegevoegd aan de begrotingen van BHOS en Defensie. Eventuele aanvullende Oekraïnesteun volgt de reguliere begrotingssyste­ matiek en is aan een volgend kabinet. Daarmee wordt de Oekraïneregeling uit de Voorjaarsnota 2023 beëindigd. Binnenlandse regelingen Ook in 2024 bl^ft het kabinet zich inzetten voor de opvang van Oekraïense ontheemden en het aanbieden van de juiste voorzieningen. Hierb^ ligt de focus op het vergroten van participatie en zelfredzaamheid. Voor de uitgavenraming van de binnenlandse regelingen in deze Voorjaarsnota is een nieuwe prognose van het aantal Oekraïense ontheemden in Nederland opgesteld. Deze gaat uit van gemiddeld 122.500 Oekraïense ontheemden in 2024. Dit volgt uit de bezetting begin van 2024 en de verwachting dat wekel^ks gemiddeld 540 ontheemden meer zullen instromen dan de opvang zullen verlaten. Indien nodig, stelt het kabinet de prognose op een later moment b^. Het kabinet raamt de uitgaven tot 4 maart 2026. Hiermee is budget beschikbaar voor één jaar na de huidige loopt^d van de Europese Richtl^n T^del^ke Bescherming (RTB). 1 Tabel 16 Uitgaven binnenlandse regelingen Oekraïne

1

in miljoenen euro

2024

2025

2026

2027

2028

2029

Stand Miljoenennota 2024

3.377

1.214

100

Opvang ontheemden

3.114

1.214

100

-

-

-

Zorg

166

-

-

-

-

-

Onderwÿs

97

-

-

-

-

-

Sociale Zekerheid en Werkgelegenheid

-

-

-

-

-

-

Besluitvorming

473

2.700

717

-

-

-

Opvang ontheemden

422

2.453

621

-

-

-

Zorg

51

247

96

-

-

-

Onderwÿs

-

-

-

-

-

-

Sociale Zekerheid en Werkgelegenheid

-

-

-

-

-

-

Stand Voorjaarsnota 2024

3.850

3.913

817

-

-

-

Opvang ontheemden

3.536

3.666

721

-

-

-

Zorg

217

247

96

-

-

-

Onderwÿs

97

-

-

-

-

-

Sociale Zekerheid en Werkgelegenheid

-

-

-

-

-

-

Het bestellen van de ramingen aan de hand van de nieuwe prognoses leidt tot 473 miljoen euro hogere uitgaven in 2024 dan b^ Miljoenennota geraamd. In 2025 nemen de uitgaven naar verwachting met 2,7 miljard euro toe. In 2026 is de toename 717 miljoen euro. De staging van de uitgaven in 2024 wordt voornamel^k veroorzaakt doordat het gemiddeld aantal ontheemden in 2024 hoger is dan b^ Miljoenennota 2024 werd verwacht. In 2025 en 2026 z^n de uitgaven hoger, omdat in Miljoenennota 2024 de uitgaven z^n geraamd tot en met 2024 met voor opvang ontheemden een beperkte doorwerking naar 2025 en 2026. Leveringszekerheid Om de leveringszekerheid van aardgas te versterken heeft Energie Beheer Nederland (EBN) de afgelopen jaren op aanw^zen van de Staat gas opgeslagen in de gasberging in Bergermeer. Omdat EBN ook in het

Tweede Kamer, vergaderjaar 2023-2024, 36 550, nr. 1

52

vulseizoen 2025/2026 wordt aangewezen om gas op te slaan in de gasberging in Bergermeer wordt daarvoor budget vr^gemaakt. Voor de kosten van deze nieuw besloten vulmaatregel wordt ook de ontvangsten­ raming b^gesteld. Tabel 17 Uitgaven leveringszekerheid in miljoenen euro

2024

2025

2026

2027

2028

2029

Stand Miljoenennota 2024

340

105

- 148

- 148

- 148

Leveringszekerheid

340

105

- 148

- 148

- 148

-

Besluitvorming

- 240

148

60

60

60

- 88

Leveringszekerheid

- 240

148

60

60

60

- 88

Stand Voorjaarsnota 2024

100

254

- 88

- 88

- 88

- 88

Leveringszekerheid

100

254

- 88

- 88

- 88

- 88

De kosten voor de vulmaatregelen worden via een opslag op de transporttarieven van Gasunie Transport Services (GTS) doorbelast aan gasgebruikers in binnen- en buitenland. De kosten van de vulmaatregelen waren het afgelopen jaar nul. Daarom worden ook de ontvangsten uit de heffing naar beneden b^gesteld. Daarnaast worden de inkomsten doorgeschoven naar latere jaren omdat de heffing op z^n vroegst in 2026 in werking kan treden. 4.3 Klimaatbesluitvorming Parellel aan de besluitvorming over deze Voorjaarsnota heeft ook besluit­ vorming plaatsgevonden over klimaatmaatregelen. Vanwege de demissio­ naire status van het kabinet, betreft dit met name besluiten over de nadere invulling en uitwerking van reeds voorgenomen beleid. De klimaatbesluit­ vorming is volledig in de Voorjaarsnota verwerkt, met uitzondering van de ETS2 opt-in. Aangezien dit vanaf 2027 inkomsten gaat genereren, is de budgettaire verwerking van deze middelen overgelaten aan het nieuwe kabinet. Voor wat betreft overhevelingen uit het Klimaatfonds z^n alle maatregelen die in het Ontwerp-Meerjarenplan 2025 z^n toegekend, en waar aan alle voorwaarden is voldaan, overgeheveld naar de departe­ mentale begrotingen. De minister voor Klimaat en Energie informeert de Kamer nader over de uitkomst van deze besluitvorming.

Het kabinet geeft daarnaast opdracht tot een Interdepartementaal Beleids­ onderzoek (IBO) Bekostiging elektriciteitsinfrastructuur. Het doel is om meer inzicht in en grip te kragen op de omvang van de investeringen in de elektriciteitsinfrastructuur op de lange termen en de bekostiging ervan. De taakopdracht is opgenomen in de b^lage. 4.4 Houdbaarheid zorg Het kabinet maakt werk van kwaliteit en toegankel^kheid van de zorg met oog voor betaalbaarheid. Hoe om te gaan met een toenemende vraag aan zorg terw^l de personele capaciteit niet toeneemt, is een groot, complex en urgent vraagstuk. Het is bovendien een proces van lange adem. Daarom heeft het kabinet een aantal maatregelen genomen om de personele en financiële houdbaarheid van de zorg verbeteren. Met het integraal zorgakkoord (IZA) en het programma wonen, zorg en onder­ steuning voor ouderen (WOZO) is hier samen met part^en in de zorg een belangr^ke invulling aan gegeven. Tabel 18 bevat een overzicht van de

Tweede Kamer, vergaderjaar 2023-2024, 36 550, nr. 1

53

maatregelen die nog concrete acties vragen van het kabinet en/of Tweede en Eerste Kamer. Het kabinet hecht eraan uitvoering te bleven geven aan deze maatregelen, zodat de zorg ook in de toekomst betaalbaar, beschikbaar en bereikbaar bl^ft. Tabel 18 Kabinetsmaatregelen houdbaarheid zorg in miljoenen euro, + is saldobelastend, in actueel prÿspeil 2024

2025

2026

2027

2028

2029 struc

struc in

Passende Zorg

0

- 23

- 70

- 117

- 187

- 233

- 1.206

2037

Vormgeving eigen risico

0

- 200

- 200

- 200

- 200

- 200

- 200

2025

Stimulering 1,5-lÿnszorg

0

0

0

- 50

- 50

- 50

- 50

2027

Standaardisatie gegevensuitwisseling

0

0

0

- 113

- 227

- 340

- 340

2029

Maatregelen niet-IZA

0

- 65

- 145

- 145

- 145

- 145

- 145

2026

Geneesmiddelen-vergoedingssysteem

0

- 140

- 140

- 140

- 140

- 140

- 140

2025

Normerende tarieven

0

- 70

- 74

- 74

- 74

- 74

- 74

2026

Scheiden wonen en zorg

- 43

- 130

- 173

- 217

- 257

- 297

- 1.200

2052

Doorontwikkeling kwaliteitskader

0

- 200

- 350

- 350

- 350

- 350

- 350

2026

Behandeling Wlz

0

- 170

- 170

- 170

- 170

- 170

- 170

2024

Meerjarig contracteren

0

- 245

- 135

- 135

- 135

- 135

- 135

2026

Maatwerk PGB

0

- 30

- 60

- 110

- 110

- 110

- 110

2027

Inkomensafhankelÿke eigen bÿdrage Wmo

0

0

- 225

- 225

- 225

- 225

- 225

2026

Besparing jeugdzorg

0

- 500

- 500

- 511

- 511

- 511

- 511

2027

- 43

- 1.773

- 2.242

- 2.557

- 2.781

- 2.980

- 4.856

Totaal

Passende Zorg In het coalitieakkoord van Rutte IV is ingezet op het stimuleren van passende zorg, onder andere door het verbeteren en verbreden van de toetsing voor de opname van zorg in het basispakket. Daarb^ is het van belang dat de onderzoeksresultaten naar de praktik kunnen worden gebracht zodat passende zorg gerealiseerd gaat worden. Voor effectiviteitsonderzoek is nog 68 miljoen euro op de Aanvullende Post beschikbaar, waar de inhoudel^ke plannen nog voor worden uitgewerkt. De middelen dienen om een ingeboekte besparing van structureel 1,2 miljard euro te realiseren in 2037 Vormgeving eigen risico Het ontwerpbesluit tot een maximum eigen risico per diagnose-behandelcombinatie (dbc) in de medisch-specialistische zorg is controversieel verklaard. Het kabinet zal het ontwerpbesluit opnieuw voorhangen b^ de Tweede Kamer. Daarnaast zal het kabinet het ontwerpbesluit voor advies aanhangig maken b^ de Afdeling Advisering van de Raad van State. Hiermee streeft het kabinet ernaar om de w^zigingen per 1 januari 2025 in werking te laten treden. Indien de Tweede Kamer hier niet mee instemt, zal een besparingsverlies van 200 miljoen euro ontstaan. Stimulering anderhalvelųnszorg In het coalitieakkoord is ingezet op een verschuiving van complexe medischspecialistische zorg (msz) naar de 'basis-msz' (anderhalvelųnszorg).

Onderdeel van de invulling zUn de afspraken die zUn gemaakt in het IZA over het breder implementeren van goede voorbeelden van zorg op het

Tweede Kamer, vergaderjaar 2023-2024, 36 550, nr. 1

54

sn^vlak van de eerste en tweede l^n. Het borgen en opschalen van goede voorbeelden en daarmee invulling aan deze taakstelling, vraagt nog verdere inzet en afstemming met onder andere de Nederlandse Zorgautoriteit. Standaardisatie Gegevensuitwisseling Op de Aanvullende Post z^n middelen beschikbaar voor de coalitieakkoord maatregel Standaardisatie gegevensuitwisseling. Met deze middelen dient een ingeboekte besparing van structureel 340 miljoen euro vanaf 2029 te worden gerealiseerd. Hiertoe wordt van de beschikbare middelen in 2024 65 miljoen euro overgeheveld naar de begroting van VWS. De resterende middelen voor gegevensuitwisseling bleven op de aanvullende post. Hiervoor zal een definitief bestedingsplan worden opgesteld ten behoeve van de augustusbesluitvorming. Maatregelen niet-IZA B^ Voorjaarsnota 2023 is besloten om een taakstelling in te boeken voor sectoren die niet deelnemen aan de zorgakkoorden. Structurele dekking van deze taakstelling van 145 miljoen euro wordt gevonden met maatregelen op de begroting van VWS. Taakstelling Geneesmiddelenvergoedingssysteem (GVS) B^ Voorjaarsnota 2023 is het voornemen teruggedraaid om de vergoedingslimieten voor geclusterde geneesmiddelen in het Geneesmiddelenvergoe­ dingssysteem (GVS) te her^ken.

De taakstelling die hierdoor ontstaat, wordt ingevuld door uitname van codeïne uit het basispakket (13 miljoen euro structureel) en een deel van de opbrengst van een aanpassing van de mitigerende maatregel in de Wet geneesmiddelenpr^zen (165,5 miljoen euro structureel). Sturing op doelmatigheid via tarieven (Normerende tarieven) In het coalitieakkoord is een besparing opgenomen door sturing op doelma­ tigheid via de tarieven. Naar aanleiding van advies van de NZa heeft het kabinet besloten deze maatregel niet uit te voeren. Dit besparingsverlies wordt opgevangen met maatregelen op de begroting van VWS. Scheiden wonen en zorg Het kabinet stuurt middels het programma Wonen, Ondersteuning en zorg voor Ouderen (WOZO) erop dat ouderen langer thuis kunnen bleven wonen. Het zorgkantoor faciliteert dit door b^ de inkoop te sturen op extramurale leveringsvormen. Dit sluit aan b^ de behoefte van ouderen om zo lang mogel^k in de eigen omgeving te bleven wonen. Om in 2052 de structurele besparing van 1,2 miljard euro te behalen is het noodzakel^k dat toegang tot ouderenzorg met verbluf binnen de Wet langdurige zorg (Wlz) wordt aangepast. Het Zorginstituut onderzoekt of, en zo ja hoe, hiervoor criteria z^n vast te stellen. Doorontwikkeling kwaliteitskader Onder de regie van het Zorginstituut vindt de doorontwikkeling van het kwaliteitskader verpleeghuiszorg plaats.

Het Zorginstituut heeft recent besloten om doorzettingsmacht te gebruiken om het kompas in de praktik te brengen en een implementatieplan op te leveren. De verwachting is dat het beleidskompas uiterl^k 1 juli 2024 staat ingeschreven. Behandeling Wlz In het coalitieakkoord is besloten om behandeling en geneesmiddelen uit de Wlz over te hevelen naar de Zorgverzekeringswet (Zvw). Een overheveling is echter op korte termen niet haalbaar gebleken. Per 2025 zal de b^behorende

Tweede Kamer, vergaderjaar 2023-2024, 36 550, nr. 1

55

besparing in de tarieven worden verwerkt. Het kabinet zal dit op korte termen aan de Kamer voorhangen. Indien de Tweede Kamer hier niet mee instemt, zal een besparingsverlies van 170 miljoen euro ontstaan. Meerjarig contracteren Meerjarige financiering biedt zorgaanbieders meer financiële zekerheid, waardoor ze gemakkel^ker investeringen of innovaties door kunnen voeren. Het wetsvoorstel domein overst^gende samenwerking regelt de wettel^ke basis voor meerjarig contracteren.7 Dit wetsvoorstel is momenteel in behandeling b^ de Tweede Kamer. Indien het niet mogel^k bl^kt om het wetsvoorstel voor de tariefstelling t^dig te implementeren, zal een bespa­ ringsverlies van 245 miljoen euro ontstaan. Maatwerk PGB B^ Voorjaarsnota 2023 is besloten dat vanaf 1 januari 2025 alle pgb-houders binnen de Wlz een pgb op maat kragen toegekend. Op dit moment wordt de invoering uitgewerkt en voorbereid. Inkomensafhankelųke eigen bųdrage Wmo B^ Voorjaarsnota 2023 is besloten dat vanaf 1 januari 2026 voor alle maatwerkvoorzieningen binnen de Wmo een inkomensafhankelųke eigen bUdrage zal gaan gelden. De besparing als gevolg van deze maatregel is structureel verwerkt. De realisatie is afhankelUk van een tUdig wetgevingsen uitvoeringstraject.

Besparingsopgave Jeugdzorg In het coalitieakkoord Rutte IV is een aanvullende besparing in het kader van Jeugdzorg (wat zowel jeugdhulp als jeugdbescherming en jeugdreclas­ sering omvat) van structureel 511 miljoen euro opgenomen. Het kabinet komt in augustus met een wetsvoorstel voor een eigen bUdrage met als beoogde inwerkingtreding 1 januari 2026. Het ministerie van VWS start parallel de internetconsultatie en uitvoeringstoetsen, die voor het einde van het jaar afgerond zullen zUn. Daarmee zUn de mogelUke voorbereidingen getroffen waarmee een besluit genomen kan worden. Voor 2025 wordt het besparingsverlies ingevuld met diverse besparingsmaatregelen op de begroting van VWS. 4.5 Herstel- en Veerkrachtplan Door middel van het Herstel- en Veerkrachtplan (HVP) maakt Nederland aanspraak op 5,4 miljard euro aan middelen uit de Europese Herstel­ en Veerkrachtfaciliteit (HVF). Het HVP is een rUksbreed programma met hervormingen en investeringen.8 De HVF is zo opgebouwd dat uitbetaling conditioneel is aan het behalen van hervormingen en investeringen. De middelen worden in vUf tranches uitgekeerd als de vastgelegde mUlpalen en doelstellingen zUn behaald. Stand van zaken De implementatie van veel mUlpalen verloopt voorspoedig.

TegelUkertUd zUn er bU de uitvoering van het HVP ook uitdagingen om te voldoen aan de strikte vereisten uit de HVF-verordening en bU de Europese verantwoording van de besteding van de HVF-middelen. Meer specifiek gaat het dan om het risico dat wettelUk vastgelegde mUlpalen en doelstellingen die gekoppeld

7 Kamerstuk 36 486, nr. 2 8 Nederlands Herstel en veerkrachtplan | Herstel en Veerkrachtplan | Rüksoverheid.nl

Tweede Kamer, vergaderjaar 2023-2024, 36 550, nr. 1

56

z^n aan de investeringen en hervormingen van het HVP niet (t^dig) behaald zullen worden. De Kamer zal eind april uitgebreid worden geïnformeerd over de voortgang van het HVP door middel van het Nationaal Hervormings­ programma. Betaalverzoek 1 De voorbereidingen voor het eerste betaalverzoek (1,3 miljard euro) z^n in vergevorderd stadium. Het kabinet verwacht het eerste betaalverzoek eind mei in te kunnen dienen. Na indiening heeft de Europese Commissie twee maanden de t^d om het verzoek te beoordelen. Daarb^ zal de Europese Commissie beoordelen of alle m^lpalen en doelstellingen z^n behaald en of de besteding van de HVF-middelen volgens de Europese vereisten z^n verantwoord. Richting betaalverzoek 2 en 3 Gel^kt^dig met het de voorbereidingen van het eerste betaalverzoek z^n de implementatie en de verantwoording van m^lpalen en doelstellingen die verder in de t^d liggen ook in volle gang. In het tweede (beoogde indiening vierde kwartaal van 2024) en derde betaalverzoek (beoogde indiening tweede kwartaal van 2025) zit een aantal belangr^ke hervormingen. Om uiteenlopende redenen is er een aannemel^k risico ontstaan dat de m^lpalen over een aantal hervormingen niet (t^dig) zal worden behaald. Voor het tweede betaalverzoek dreigt de Wet Versterking regie volkshuis­ vesting niet voor de indiening van het betaalverzoek in werking te z^n getreden.

Dit is afhankel^k van parlementaire behandeling. Voor het derde betaalverzoek staat het kabinet voor een aantal uitdagingen. Het betreft hier ten eerste de hervorming die ziet op het afschaffen van een aantal vrųstellingen in de energiebelasting. Deze m^lpaal wordt zonder nieuwe wetgeving niet behaald. Dit is onder meer op 14 februari jl. aan de Tweede Kamer gemeld.9 Ten tweede is het Wetsvoorstel Plan van Aanpak Witwassen door de Tweede Kamer controversieel verklaard. Dat heeft gevolgen voor de uitvoering van de hervorming die een limiet op contante betalingen bevat. Daarnaast is er een aannemel^k risico ontstaan dat de m^lpalen voor het in het Staatsblad publiceren van wetsvoorstellen voor twee hervormingen van de arbeidsmarkt niet t^dig kunnen worden behaald. Het betreft hier de voorgenomen wetgeving voor een verplichte arbeidsongeschiktheidsverze­ kering voor zelfstandigen en de Wet Verduidelųking Beoordeling Arbeidsre­ laties en Rechtsvermoeden (VBAR). Mogelüke gevolgen Gedurende de loopt^d van de HVF (tot maximaal eind 2026) kan het voorkomen dat bepaalde m^lpalen en doelstellingen niet haalbaar blaken. In een dergel^k geval kan een EU-lidstaat een verzoek tot w^ziging van z^n HVP indienen b^ de Europese Commissie.

Conform artikel 21 van de HVF-verordening is een dergel^ke w^ziging echter alleen mogel^k als er sprake is van onvoorziene objectieve omstandigheden die het t^dig en volledig behalen van de m^lpaal of doelstelling niet langer mogel^k maken. Indien m^lpalen en doelstellingen uit het HVP niet (volledig en t^dig) worden behaald, en niet kunnen worden gew^zigd op grond van onvoorziene objectieve omstandigheden, zal dit financiële gevolgen hebben in de vorm van een korting op de te ontvangen middelen. Deze korting kan van miljoenen euro's oplopen tot aan 600 miljoen euro per niet

9 https://www.tweedekamer.nl/kamerstukken/brieven_regering/detail?id=2024Z02397&di

Tweede Kamer, vergaderjaar 2023-2024, 36 550, nr. 1

57

(volledig en t^dig) behaalde m^lpaal of doelstelling, afhankel^k van het belang dat de Europese Commissie aan de tekortkoming hecht. De Europese Commissie volgt hierb^ de kortingsmethodiek waarover de Tweede Kamer onder meer b^ de Miljoenennota 2024 is geïnformeerd.10 In comitologie zal uiteindel^k worden besloten over het concept uitvoeringsbesluit waarin de Commissie aangeeft welke m^lpalen en doelstellingen z^n behaald en wat de hoogte is van de uitbetaling.11 Daarnaast is het mogel^k dat het Nederlandse plan b^ uitbl^ven van hervor­ mingen of belangr^ke investeringen niet meer voldoet aan de strikte eisen die wettel^k z^n vastgelegd in de HVF-verordening. Het gaat dan met name om de eis dat een significant deel van de relevante landspecifiek e aanbevelingen (LSA) adequaat dient te z^n geadresseerd. Dit geldt voor Nederland voor maatregelen op het gebied van onder andere de arbeidsen woningmarkt, digitalisering en klimaat. Als deze maatregelen, zoals b^voorbeeld 'Regie op de aanbodsz^de van de woningmarkt' of 'AOV ZZP' en 'Aanpak sch^nzelfstandigheid', niet worden doorgevoerd, is het vr^wel zeker dat de desbetreffende LSA niet adequaat gedekt wordt en het Nederlandse HVP niet meer aan de Europese vereisten zou voldoen.

In een dergel^k situatie staat of de gehele voor Nederland gereserveerde 5,4 miljard euro onder druk of zal er een toereikend alternatief moeten worden ingediend in de vorm van een aanpassing van het HVP waardoor de LSA opnieuw adequaat wordt afgedekt. Het kabinet is aanhoudend gemotiveerd om samen het r^ksbrede programma van hervormingen en investeringen in het Nederlandse HVP volledig uit te voeren en zo de volledige 5,4 miljard euro aan EU-middelen in te kunnen zetten voor belangr^ke investeringen in Nederland. Zoals afgesproken zal de Tweede Kamer over de implementatie van het HVP worden geïnformeerd b^ het indienen van een betaalverzoek en ieder voorjaar en najaar over de algemene voortgang. 4.6 Fondsen Scenario analyse: effect rente op fondsen. In de algemene beschouwingen 2023 met de Eerste Kamer is een toezegging aan de heer Schalk van de fractie van de SGP gedaan12 om een scenario-analyse te maken met betrekking tot de gevolgen van rentelasten en inflatie voor de fondsen. Hiervoor is het nuttig om eerst in te gaan op hoe de fondsensystematiek zich verhoudt tot de R^ksbegroting. Onderscheid begroting en begrotingsfonds In de formatie van kabinet-Rutte IV is besloten om het nog op te richten Klimaatfonds en Transitiefonds als begrotingsfonds in te richten en deze onder het investeringsplafond te plaatsen.

Het kabinet besloot deze fondsen als begrotingsfonds met b^behorend begrotingshoofdstuk in te richten. Eind 2022 z^n de ontwerp Instellingswetten voor het T^del^ke

10 2.6.4 Herstel- en Veerkrachtplan | Ministerie van Financiën - Rüksoverheid (rüksfinancien.nl) 11 Comitologie verwÿst naar de procedure waarin de Commissie haar concept uitvoeringsbesluit voorlegt aan het comitologiecomité. Dit comité bestaat uit vertegenwoordigers van de lidstaten en wordt voorgezeten door de Commissie. In dit geval brengt het comité advies uit over het concept uitvoeringsbesluit en besluit zÿ per gekwalificeerde meerderheid. Indien het advies positief is wordt het uitvoeringsbesluit vastgesteld. Indien het advies negatief is kan de Commissie het uitvoeringsbesluit niet vaststellen, zÿ kan dan binnen twee maanden een geamen­ deerde versie bÿ hetzelfde comité indienen. 12 Verwÿzing T03691

Tweede Kamer, vergaderjaar 2023-2024, 36 550, nr. 1

58

wet Klimaatfonds en de T^del^ke wet Transitiefonds landel^k gebied en natuur ter behandeling b^ de Tweede Kamer ingediend. De wetsvoor­ stellen regelen onder meer de doelstellingen, beheerders en de aard van de uitgaven ten laste van de begrotingsfondsen. Voor het Klimaat­ fonds is de instellingswet aangenomen, voor het Stikstoffonds loopt de behandeling nog. Ongeacht of de middelen in deze fondsen op een begrotingshoofdstuk staan of in een begrotingsfonds, als het gaat om de effecten van inflatie en rente z^n deze budgetten niet anders dan reguliere uitgaven op de begroting. Deze worden hieronder toegelicht. Rente Voor de rente geldt dat net zoals b^ andere uitgaven ook voor de begrotings­ fondsen pas geld geleend wordt als het geld wordt uitgegeven. Het is dus niet zo dat b^ het instellen van het begrotingsfonds in één keer het bedrag op de kapitaalmarkt wordt opgehaald. Dit is niet hoe de R^ksbegroting werkt en het stallen van deze middelen zou bovendien ook kosten met zich meebrengen. Algemeen gesteld brengt een ambitieuze investeringsagenda en daarmee samenhangende uitgaven wel extra geraamde rentelasten met zich mee, ongeacht of deze uitgaven via een begrotingsfonds of via de reguliere begrotingshoofdstukken worden gebudgetteerd.

Als de rente st^gt t^dens de loopduur van het fonds en de totale rentelasten hoger blaken dan voorzien, betekent dit een generale tegenvaller op de rentelasten. Het kabinet voorziet dit van budgettaire dekking, zoals afgelopen voorjaar. Deze dekking kan uit alle begrotingen komen. Inflatie Net als voor reguliere uitgaven worden de budgetten in lopende prezen op de begroting gezet. Deze budgetten worden jaarl^ks geïndexeerd voor inflatie aan de hand van de CEP-ramingen van het CPB. Dat wil zeggen dat inflatie het geld op de fondsen niet uitholt, de reële waarde bl^ft gel^k. Er z^n verschillende pr^scodes voor verschillende typen uitgaven, dus de indexatie kan zo nauwkeurig mogel^k gedaan worden wanneer de middelen in de fondsen daadwerkel^k gekoppeld z^n aan beleidsmaatregelen. Veruit het grootste deel van het Transitiefonds staat b^voorbeeld nu nog op de Aanvullende Post (AP) van Financiën, hier wordt elk jaar LPO voor berekend. Het Transitiefonds wordt geïndexeerd volgens het indexatiec^fer voor pr^sontwikkelingen van particuliere consumptie. 4.7 Medeoverheden Nieuwe fìnancieringssystematiek In het coalitieakkoord heeft het kabinet een nieuwe financieringssyste­ matiek voor medeoverheden aangekondigd. Met als doel een stabiele(re) financiering en meer autonomie voor medeoverheden.

In de Voorjaarsnota 2023 is besloten om het Gemeente- en Provinciefonds (GF en PF) vanaf 2027 te indexeren op basis van de ontwikkeling van het bruto binnenlands product. De doorwerking van de bbp-systematiek naar de fondsen (GF en PF) is b^ de Miljoenennota 2024 gedaan. De gekozen vorm van indexatie levert door de vormgeving op twee componenten de gewenste stabiliteit op. Uitgangspunt is dat de fondsen (GF en PF) meerjarig de ontwikkeling van het nominaal bruto binnenlands product volgen. De indexatie wordt gesplitst in een volumedeel en een pr^sdeel. De volumeontwikkeling van de fondsen wordt gebaseerd op een

Tweede Kamer, vergaderjaar 2023-2024, 36 550, nr. 1

59

8-jaars (t-9 t/m t-2) historisch gemiddelde van de ontwikkeling van het bbp, waardoor het fonds minder schommelt. De indexatie voor inflatie volgt de pr^s bbp van het lopende jaar, waardoor de fondsen reëel 'op niveau' bleven. Het betreft een generieke indexatie die naar eigen inzicht van een individuele gemeenten of provincie kan worden ingezet. Proces in het voorjaar en meicirculaire De Kamer, gemeenten en provincies worden jaarl^ks b^ Voorjaarsnota en daaropvolgend de meicirculaire geïnformeerd over de hoogte van de indexatie, op basis van de gegevens in het CEP. In het voorjaar wordt het accres van het huidige jaar definitief gemaakt. Besluit tot het schrappen van de oploop van de opschalingskorting en het vervroegd invoeren van de nieuwe fìnancieringssystematiek. Het demissionaire kabinet heeft per Kamerbrief aangegeven dat de oploop van de opschalingskorting die vanaf 2026 weer in de boeken staat dit voorjaar op tafel ligt. In constructief overleg met de Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG) en het Interprovincial Overleg (IPO) - in gewaardeerde aanwezigheid van de Unie van Waterschappen (UvW) - is besloten over te gaan tot het schrappen van de oploop van deze korting in combinatie met het vervroegd invoeren van de nieuwe financieringssystematiek in 2024. Vervroegde invoering van deze systematiek is in l^n met het advies van de Raad van State.

Dit biedt gemeenten en provincies een stabiele inkomstenbron en duidel^kheid over de w^ze waarop het gemeente- en provinciefonds zich in de toekomst ontwikkelen. Het besluit tot het vervroegd invoeren van de nieuwe financieringssyste­ matiek heeft invloed op de lopende begroting van gemeenten en provincies. Om die reden is besloten de impact hiervan volledig (2024) en deels (2025) te dempen. Ook voor 2026 tot en met 2029 vindt compensatie plaats. Deze is zodanig dat dit per saldo voor de periode 2026 tot en met 2029 resulteert in een plus van 675 miljoen euro voor gemeenten en 44 miljoen euro voor provincies. Aanvullende afspraken Als onderdeel van het hierboven beschreven en met de VNG en het IPO overeengekomen besluit is ook gesproken over enkele inhoudel^ke (budgettaire) thema's. Dit heeft geleid tot enkele concrete afspraken. Wet maatschappelųke ontwikkeling (Wmo) Het is een gedeelde verantwoordel^kheid van r^k en gemeenten om samen aan de balans tussen ambities, taken, middelen en uitvoeringskracht te werken. Vanwege de houdbaarheid en beheersbaarheid van de Wmo gaat het er nadrukkel^k om, om de financiële aspecten (inclusief de financieringsvorm), de uitvoeringsprakt^k, de inhoudel^ke sturing (incl. beleids­ opties) en de rolneming door zowel R^k als gemeenten in samenhang te bespreken (art 108 Gemeentewet).

Indien deze samenhangende aanpak in combinatie met monitoring goed wordt uitgevoerd werken r^k en gemeenten gezamenl^k aan de beheersbaarheid van de uitgaven van gemeenten en hun wettel^ke zorgtaken Wmo. R^k en gemeenten werken er gezamenl^k aan om het openeinde-deel van de regeling te beëindigen. Afgesproken is dat in de toekomst (een nader te bepalen deel van de) Wmo niet langer via de algemene uitkering van het gemeentefonds gaat, maar via een aparte financiering. Qua financieringsvormen zal in ieder geval worden gekeken naar de opties van een B^zondere Fonds Uitkering en een constructie als de BUIG (bestand) met daarb^ oog

Tweede Kamer, vergaderjaar 2023-2024, 36 550, nr. 1

60

voor de verantwoordel^kheidsverdeling tussen R^k en gemeenten. de uitwerking van de financieringsvarianten zullen de inzichten worden benut die z^n en worden opgedaan b^ de ontwikkeling van financieringsvarianten voor jeugd die momenteel plaatsvindt door een werkgroep van VWS, BZK, Fin en de VNG. Afhankel^k van de gekozen bekostigingsvorm wordt een passende geobjec­ tiveerde indexering onderzocht (die aansluit b^ de raming die het CPB doet in het kader van het houdbaarheidsonderzoek) en daardoor ook rekening houdt met kostenontwikkeling en demografie/vergr^zing. Het R^k treft vooruitlopende op de uitwerking een reservering voor een aanvullende indexering voor demografie bovenop de bbp-systematiek. Uitgaande van de demografie raming van het CPB voor de Wlz van 1,7 procent en de actuele CBS-realisatie reserveert het R^k op de Aanvullende Post vanaf 2026 een jaarl^kse tranche van circa 75 miljoen euro additioneel oplopend tot 300 miljoen euro in 2029 voor gemeenten. Het streven is dat er met ingang van 2026 nadere afspraken z^n. Op het BOFv van juni zal er een voorstel worden besproken op welke w^ze boven­ genoemde uitgangspunten verder worden uitgewerkt, ook in samenhang met het houdbaarheidsonderzoek. Met bovenstaande afspraken werken gemeenten en R^k aan een goede balans van taken en middelen en daarmee een voor gemeenten rechtvaardige risicoverdeling.

Fysiek domein (infrastructuur, natuur en openbaar vervoer) Op het fysiek terrein spelen een aantal fundamentele ontwikkelingen die veel van overheden vragen en financieel grote gevolgen kunnen hebben. Het openbaar vervoer staat voor meerdere uitdagingen: verduurzamen van de exploitatie, onzekerheid op de aanbestedingsmarkt, behoud van sociale veiligheid, innoveren voor een betere aansluiting op de mobiliteits­ behoeften. Recent is vanuit de motie Bikker (2023) structureel 300 miljoen euro beschikbaar gesteld voor het (regionaal) OV. Dit mede in het licht van voorgenoemde ontwikkeling. Er is geen volledig kwantitatief inzicht in de kostenontwikkeling beschikbaar gebleken. Het is van belang een volledig beeld te hebben op de impact van deze vraagstukken op de exploitatie van het openbaar vervoer door provincies. Vervangingsinvesteringen en onderhoud van bestaande infrastructuur vormen naast de grote opgaven voor nieuwe aanleg van infrastructuur een aanzienl^ke uitdaging voor gemeenten, provincies en het r^k. Het is van belang om een compleet beeld te hebben van de financiële impact van de benodigde vervangingsinvesteringen en onderhoudskosten. De natuuropgave van de provincies is groot en uitdagend. Daarb^ spelen onder andere vragen rondom structurele beheertaken.

Op dit moment is er geen volledig kwantitatief inzicht in de kostenontwikkelingen Kabinet en IPO erkennen dat er onderzoek nodig is naar de vraag of de bbp-systematiek evenredig meebeweegt met de ontwikkeling van de kosten op deze drie beleidsterreinen openbaar vervoer, infrastructuur en natuur. Daarb^ dient goed gekeken te worden naar uitvoeringscapaciteit, trends, ontwikkelingen en prognoses, juridische en financiële obstakels. Waarb^ dit ook in het licht van de gehele overheidsfinanciën wordt bekeken.

Tweede Kamer, vergaderjaar 2023-2024, 36 550, nr. 1

61

Op deze dossiers is daarom in het kader van de Voorjaarsnota 2024 afgesproken dat in voorbereiding op het BOFv van juni 2024 de concrete vraagstukken nader worden uitgewerkt. Het gaat het om de balans tussen ambitie, taken, middelen en uitvoeringskracht. Voor deze drie beleidsterreinen zal in samenspraak met de betrokken beleidsverantwoordel^ke departementen tot een verdere concretisering van de handelingsperspectieven en oplossingsrichtingen worden gekomen. Streven is om door de verdere uitwerking, indien mogel^k, zo snel mogel^k een meer compleet beeld te hebben van aard en omvang en mogel^ke maatregelen. Daarb^ zal zowel gekeken worden naar de financiële aspecten, de inhoudel^ke sturing als de rolneming door zowel R^k als medeover­ heden. Reservering AP compensatie provincie opcenten Tussen 2026 en 2030 wordt een nieuwe tariefkorting (40 procent in 2026 aflopend naar 30 procent in 2030) in de motorr^tuigenbelasting geïntro­ duceerd voor emissievr^e personenauto's. Dit leidt voor provincies tot lagere inkomsten uit de opcenten. Ter compensatie wordt een budget van 656 miljoen euro op de Aanvullende Post gereserveerd. De compensatie zal, na goedkeuring van het parlement, via het provinciefonds worden uitgekeerd. De aanschafsubsidie voor tweedehands elektrische personen­ auto's (SEPP) vervalt na 2024. De vorig jaar aangekondigde verlenging gaat niet door.

Tabel 19 Budgettaire uitwerking Gemeentefonds In miljoenen euro (ten opzichte van CEP24*)

2024

2025

2026

2027

2028

2029

1. Accres GF bbp vanaf 2024

- 719

- 1.324

- 136

- 109

- 88

- 63

2. Schrappen oploop opschalingskorting GF

0

0

675

675

675

675

3. Incidentele compensatie GF in grondslag

719

649

136

109

88

63

Totaal effect op GF

0

- 675

675

675

675

675

4. Indexatie Wmo demografie op AP

0

0

75

150

225

300

Totaal effect

0

- 675

750

825

900

975

*De basis stand waarmee gerekend is betreft de stand Miljoenennota 2024 en verwerking van de macroraming van het CEP24 (LPO en bbp)

Tabel 20 Budgettaire uitwerking Provinciefonds In miljoenen euro (ten opzichte van CEP24*)

2024

2025

2026

2027

2028

2029

1. Accres PF bbp vanaf 2024**

- 176

- 228

- 13

- 13

- 10

-8

0

0

40

40

40

40

176

188

17

18

17

17

0

- 40

44

45

47

49

2. Schrappen oploop opschalingskorting PF 3. Incidentele compensatie PF Totaal effect op PF 4. Reservering AP compensatie provinciale opcenten*** Totaal effect

0

0

96

117

141

149

-0

- 40

140

162

188

198

*De basis stand waarmee gerekend is betreft de stand Miljoenennota 2024 en verwerking van de macroraming van het CEP24 (LPO en bbp) **Het effect van 2024 en 2025 voor het PF is gebaseerd op het ARU% bų de Miljoenennota 2024. 2030 worden de provincies nog eenmalig gecompenseerd voor in totaal 153 miljoen euro waarna deze compensatie vervalt.»

inzet specifieke uitkeringen De afgelopen jaren is het aantal specifieke uitkeringen (Spuks) en de daaraan verbonden uitgaven sterk gestegen (stand najaar 2023: 137 Spuks, totaalbedrag 12,5 miljard euro). Dit is onwensel^k vanwege het uitgangspunt dat financiële middelen vanuit het R^k aan medeoverheden b^ voorkeur bestedingsvr^ en zonder oormerk ter beschikking gesteld worden. Bovendien z^n aan specifieke uitkeringen hoge verantwoordingsen controlelasten verbonden. De gezamenl^ke inzet van R^k, VNG en IPO is

Tweede Kamer, vergaderjaar 2023-2024, 36 550, nr. 1

62

daarom gericht op een beperking van het aantal specifieke uitkeringen en het verminderen van de verantwoordingslasten. Naast de lopende inspan­ ningen om de Financiële verhoudingswet aan te passen en daarmee het uitkeringsstelsel te vernieuwen, zal een plan worden uitgewerkt om te komen tot doorlichting en waar mogel^k het verminderen van het aantal (nieuwe) specifieke uitkeringen. Bestaande specifieke uitkeringen zullen daarb^ tegen het licht worden gehouden met de vraag of ze op korte termen al kunnen worden opgenomen in het Gemeentefonds en Provinciefonds. Nog voor de zomer maken we afspraken over de verdere uitwerking hiervan met de medeoverheden. Regioparagraaf Conform verzoek van de Eerste Kamer naar aanleiding van een motie van lid Van der Goot is deze voorjaarsnota een regioparagraaf opgenomen. In het rapport 'Elke regio telt!' dat op 23 maart 2023 verscheen is namel^k geconstateerd dat welvaart en welz^n op een aantal plekken in Nederland achterlopen. In reactie hierop heeft het kabinet aangegeven dat het 'anders en beter moet' en dat het hiermee aan de slag gaat. Er is hierb^ aangekondigd een voorstel voor een aanpak neer te leggen voor een volgend kabinet.

De Tweede Kamer wordt rond de zomer van 2024 geïnformeerd over de bouwstenen die het kabinet voorziet voor de uitwerking van de adviezen van het rapport.13 Uit onderzoek van PON&Telos bl^kt dat het overal steeds beter gaat met de brede welvaart in Nederland, al z^n er ook regio's die ondanks de positieve trend een relatieve achterstand hebben. Om de verschillen in brede welvaart te beperken heeft het kabinet reeds meerdere programma's lopen. Doel van het kabinet hierb^ is om de onderscheidende krachten van alle delen van Nederland aan te spreken. Zo wordt aan de grootste ruimtel^ke opgaven gewerkt in de NOVEXgebieden en staan de gebieden met de grootste transitieopgave in het landel^k gebied centraal in het Nationaal Programma Landel^k Gebied. Daarnaast wordt ook via het Nationaal Programma Leefbaarheid en Veiligheid gewerkt in twintig stedel^ke focusgebieden aan het verbeteren van de kwaliteit van wonen, werken en leven en het bieden van perspectief voor inwoners van deze gebieden. Op het gebied van woningbouw wordt samengewerkt in het kader van het Nationaal Programma Woningbouw. Naast deze programma's lopen ook de Regio Deals waar de kwaliteit van wonen, werken en leven centraal staat. Ook loopt het programma Regio's aan de Grens waarb^ het kabinet specifiek inzet op het verbeteren van de grensregio's.

Naast de programma's wordt er ook binnen het kabinet werk verzet voor het verbeteren van de regio's. Zo wordt er b^ lenW onderzoek gedaan naar bereikbaarheidsdoelen en werkt VWS aan nieuwe normen voor toegankel^kheid en kwaliteit van acute zorg. Ook is VWS bezig met regioplannen om de juiste zorg op de juiste plek te kragen. OCW heeft het regionale perspectief gebruikt in de toekomstverkenning, zo wordt er nagedacht over een aanpassing van de mbo-bekostiging die op de lange termen moet zorgen voor toegankel^k mbo in alle regio's. Ook in de visie voor de toekomstige ontwikkeling van Nederland van EZK is oog voor de regio. Zo is onder de p^ler 'welvaart' expliciet aandacht voor het benutten van het regionaal economisch potentieel van alle regio's. De hier benoemde

13 Vervolg uitwerking aanpak Elke Regio Telt!

Tweede Kamer, vergaderjaar 2023-2024, 36 550, nr. 1

63

voorbeelden van werkzaamheden z^n slechts een aantal voorbeelden, in werkel Ikheid spelen er nog veel meer processen om de brede welvaart in de regio's te stimuleren. Om daarnaast waar nodig verdere stappen te zetten wordt een reeks dialogen gevoerd met 10 specifieke regio's. De keuze voor deze regio's is mede gebaseerd op onderzoek van PON&Telos. Ook wordt er in een werkgroep met vertegenwoordiging vanuit het R^k en medeoverheden gewerkt aan een voorstel voor het vormen van een gezamenl^ke visie over beleids- en investeringslogica. Alle informatie die de komende maanden wordt opgedaan wordt gebundeld om samen met alle betrokken part^en met bouwstenen voor een programmatische aanpak te komen. Het mogel^k veranderen van beleid vraagt echter om het maken van beleidsmatige en financiële keuzes binnen de bestaande financiële kaders; niet alles kan en een keuze voor het ene heeft gevolgen voor het ander. Met de te ontwikkelen bouwstenen kan een volgend kabinet verder inhoud en richting aan de uitwerking geven.

Tweede Kamer, vergaderjaar 2023-2024, 36 550, nr. 1

64

5 INKOMSTEN 5.1 Inkomstenkader Besluitvorming Het inkomstenkader zorgt voor stabiliteit van de lastendruk voor huishoudens en bedreven en helpt b^ het beheersen van de overheidsfi­ nanciën. De manier om dit te doen is het compenseren van beleidsaanpas­ singen met gevolgen voor de inkomsten van het R^k. Dit voorjaar is een gedekt pakket afgesproken. De onderstaande tabel bevat een overzicht van de derving die aan de inkomstenkant is ontstaan sinds de Miljoenennota 2024. Deze is met name het gevolg van de stemmingen in de Eerste Kamer over het wetsvoorstel Wet fiscale klimaatmaatregelen industrie en elektri­ citeit (FKIE) en het wetsvoorstel afschaffen salderingsregeling. Doordat de wetsvoorstellen z^n verworpen, bleven vr^stellingen in de energiebelasting en de salderingsregeling in stand. Dit zorgt voor minder inkomsten voor het R^k en daarmee voor een derving. Voor de aangenomen amendementen en moties vanuit de Kamer uit het najaar van 2023, die samen met uitgaven­ maatregelen een pakket vormen, is het kader gecorrigeerd. Hier is derhalve geen compensatie voor afgesproken. Voor de derving is een technische invulling opgenomen als dekking (maatregel 3,4,6 en 7 in tabel 21). Een technische invulling betekent dat is afgesproken dat er een tweede wegingsmoment komt in augustus, waarb^ de dekking kan worden vervangen door een andere dekkingsbron.

Voorbeelden van alternatieve dekkingsbronnen waar richting augustus meer duidel^kheid over kan ontstaan z^n een aanpassing van de vr^stelling energiebelasting metallurgische en mineralogische procedés (op basis van de impactanalyse die nog wordt uitgevoerd), mogel^ke overdekking uit andere trajecten of een aanpassing van de salderingsregeling. Indien er geen heroverweging plaatsvindt wordt de technische invulling uitgevoerd. De maatregelen die vallen onder de technische invulling z^n het verhogen van de hogere schaven binnen de energiebelasting en afschaffen van de vr^stelling voor duaal verbuik van kolen, als dekking voor de maatregelen in de industrie. Voor het behoud van de salderingsregeling wordt het aangr^pingspunt voor het toptarief minder verhoogd dan voorgenomen en de mkb-winstvr^stelling verminderd. In het inkomstenkader z^n ook enkele koopkrachtreparaties opgenomen die volgen uit de Miljoenennota 2024, maatregelen die volgen uit de klimaatbesluitvorming van dit voorjaar en maatregelen met budgettaire gevolgen die in het Belastingplan opgenomen kunnen worden. Daarnaast is sprake van reguliere inkomstenmutaties, waaronder de budgettaire gevolgen van her^kingen en de doorwerking van de zorguitgaven via de premies.

In het kader van de klimaatbesluitvorming is afgesproken dat er binnen de motorr^tuigenbelasting een tariefkorting komt voor emissievr^e personen­ auto's van 40% tussen 2026 en 2028, 35% in 2029 en 30% in 2030. Na 2030 loopt de t^del^ke korting af. De reeds bestaande tariefkorting in de motorr^tuigenbelasting loopt per 1 januari 2026 af. Deze maatregel is bedoeld om de stagnatie van de ingroei van elektrische voertuigen in het wagenpark te voorkomen. Zonder tariefkorting zou de motorr^tuigenbelasting voor emissievr^e personenauto's hoger z^n (als gevolg van het meergewicht door het accupakket) dan voor vergel^kbare benzineauto's. In het kader van de klimaatbesluitvorming is daarnaast een verlaagd tarief voor waterstof in de energiebelasting afgesproken.

Tweede Kamer, vergaderjaar 2023-2024, 36 550, nr. 1

65

Onder de tabel 21 is per voorgenomen maatregel een korte toelichting te vinden. In augustus zal - naast het definitief sluiten van het inkomstenkader - ook de koopkrachtbesluitvorming plaatsvinden op basis van het meest actuele c^ferbeeld. Tabel 21 Inkomstenbesluitvorming voorjaar 2024 #

In mln./ - is saldoverslechterend/lastenverlichting

2024

2025

2026

2027

2028

2029

2030

Struc.

Verwerping afbouwen vrÿstelling energiebelasting (EB) 1a metallurgische en mineralogische procedés

0

- 166

- 160

- 162

- 166

- 174

- 182

- 196

1b Verwerpen afbouwen vrÿstelling kolenbelasting duaal verbruik

0

0

0

- 84

- 84

- 84

- 46

-5

Terugdraaien verhoging CO2-hef^ing glastuinbouw conform motie Grinwis

0

- 45

- 46

- 47

- 45

- 43

- 42

- 31

Afschaffen vrÿstelling kolenbelasting duaal en non3 energetisch verbruik

0

0

0

84

84

84

46

5

Verhogen tarief 3e, 4e en 5e schÿf EB aardgas met 22,4% per 2025 4 en 2,7% extra per 2030

0

211

209

198

187

188

227

227

0

- 245

- 259

- 328

- 362

- 421

- 484

- 717

Derving verwerpen wetsvoorstel Wet fiscale klimaatmaatregelen industrie en elektriciteit

2

Technische invulling derving wetsvoorstel Wet fiscale klimaatmaatregelen industrie en elektriciteit

Derving salderingsregeling 5

Verwerping afschaffing salderingsregeling Technische invulling derving salderingsregeling

6

Verlaging aangrÿpingspunt toptarief inkomstenbelasting met C 557

0

217

217

217

217

217

217

217

7

Verlagen MKB-winstvrÿstelling naar 12,03%

0

93

93

93

93

93

93

93

8

Tariefkorting mrb personenauto's

- 337

- 377

- 342

- 361

- 107

Maatregelen mobiliteit 0

0

- 319

Aanpassen bpm voor plug-in hybride personenauto's naar 9 aanleiding van nieuwe Europese testmethode CO2-uitstoot

0

- 15

-2

61

124

124

124

124

10 Envelop grondslagerosie

0

0

0

112

202

242

271

271

11

0

80

80

98

120

150

0

0

Kadercorrectie: middelen SEPP 2025-2029 Pakket reparaties koopkracht

Aanpassing van de grens voor kwÿtschelding van 12 (o.a.) Rÿksbelastingen

- 16

- 22

- 22

- 22

- 22

- 22

- 22

- 22

13 Maatregelen eenverdienersproblematiek

0

0

0

0

- 34

- 30

- 25

0

Terugdraaien doorwerking verhoging wettelÿk minimumloon op 14 de arbeidskorting

0

46

47

47

46

43

40

25

15 Zorgpremie ontwikkeling n.a.v. Zvw-uitgaven

0

- 167

235

249

245

259

259

259

16 Doorwerking zorgpremies op zorgtoeslag

0

33

- 46

- 49

- 49

- 51

- 51

- 51

Compensatie zorgpremies via TES (voor nominale premie en 17 werknemersdeel IAB)

0

80

- 112

- 119

- 117

- 123

- 123

- 123

18 Compensatie zorgpremies via AOF (voor werkgeversdeel lAB)

0

54

- 76

- 81

- 80

- 84

- 84

- 84

19 Herÿking: Beperken tabelcorrectiefactor IB

-4

-4

-4

-4

-4

-4

-4

-4

20 Herÿking: Overige maatregelen BOR/DSR

1

2

38

38

33

26

27

28

- 12

0

0

0

0

0

0

0

22 Maatregelen pakket BES-eilanden 2025

2

3

4

4

4

4

4

4

Stroomlÿnen fiscale definities voertuigen met kentekenregister in de belasting voor personenauto's en motorrÿwielen (bpm) en de 23 motorrÿtuigenbelasting (mrb)

0

-1

-1

-1

-1

-1

-1

-1

24 Eindhef^ing bestelauto corrigeren voor inflatie

0

4

4

4

4

4

4

4

Invoeren aftrekherziening btw op onroerende investeringsdiensten 25 (kortdurende verhuurconstructies)

0

0

98

98

98

98

98

98

Vaststellen belastingvrÿe som en aanpassen schÿventarief IB 26 Caribisch Nederland

0

-3

-6

-9

- 12

- 15

- 15

- 15

Overig inkomstenkader

21 Uitstel pensioen bedrag ineens

Tweede Kamer, vergaderjaar 2023-2024, 36 550, nr. 1

66

#

2024

2025

2026

Aanpassen kwÿtscheldingswinstmaatregel i.v.m. samenloop 27 met verliesverrekeningsmaatregel

In mln./ - is saldoverslechterend/lastenverlichting

0

-3

-3

-3

-3

28 Tegenvaller front-loading ETS1

0

0

0

- 81

- 84

29 Verlaagd energiebelastingtarief waterstof

0

0

-2

-3

-3

-4

Tariefverhoging van de 4e en 5e schÿf aardgas als dekking verlaagd 30 tarief waterstof

2027

2028

2029

2030

Struc.

-3

-3

-3

- 87

- 90

0

-5

-5

0

0

2

3

3

4

5

5

31 Verlaging budgetreserve Vamil

- 75

0

0

0

0

0

0

0

32 Verhoging budgetreserve MIA

75

0

0

0

0

0

0

0

Verhogen tarief eerste schÿf (TES) ter dekking van 33 hogere huurtoeslag

0

66

66

66

66

66

66

66

Kadercorrectiev voor verhogen tarief eerste schÿf (TES) ter dekking 34 van hogere huurtoeslag

0

- 66

- 66

- 66

- 66

- 66

- 66

- 66

35 Verhogen AWf-premie ter dekking van de Wpc-uitgaven

0

0

0

96

96

96

96

96

Kadercorrectie: verhogen AWf-premie ter dekking van de Wpc36 uitgaven

0

0

0

- 96

- 96

- 96

- 96

Totaal

- 29

152

- 32

- 24

- 96 18

47

- 124

-5

Toelichting maatregelen 1a & 1b. Verwerpen van het wetsvoorstel Wet fiscale klimaatmaatregelen industrie en elektriciteit Dit levert een derving op van 201 miljoen euro structureel en incidenteel 1,3 miljard euro t/m 2030. De wet is weggestemd vanwege de effecten van het afschaffen van de vr^stelling voor metallurgisch en mineralogische procedés. De kritiek leek niet (of in veel mindere mate) toe te zien op de andere twee voorstellen: het afschaffen van de vr^stelling in de kolenbe­ lasting en de ophoging van het tarief van de CO2 minimumpr^s. 2. Terugdraaien verhoging CO2-hef^ing glastuinbouw conform motie Grinwis Conform het amendement van het lid Grinwis wordt het verlaagd tarief voor de glastuinbouw binnen de energiebelasting langzamer afgebouwd. Deze derving is binnen het amendement gedekt door verhoging van het tarief van de CO2-heffing. In de toelichting is aangegeven dat hiermee tegel^kert^d de eerder aangekondigde verhoging van de CO2-heffing wordt teruggedraaid, die was opgenomen als dekking in een nota van w^ziging over de inputvr^stelling warmte-kracht-koppelingen (wkk's). 3. Afschaffen vrųstelling kolenbelasting duaal verbruik Er wordt opnieuw voorgesteld om de vrųstelling voor duaal en nonenergetisch verbruik kolen per 2027 af te schaffen.

Het afschaffen van deze vrUstelling was onderdeel van het wetsvoorstel fiscale klimaatmaatregelen industrie en elektriciteit, dat is verworpen door de Eerste Kamer. 4. Verhogen tarief 3e, 4e en 5e sch^'f EB aardgas met 22,4% per 2025 en 2,7% extra per 2030 Met deze maatregel worden de tarieven in de derde, vierde en vUfde schUf voor aardgas in de energiebelasting per 2025 verhoogd met 22,4%. Om ook tot een structurele dekking te komen worden de tarieven in 2030 met een extra 2,7% verhoogd. 5. Verwerping afschaffing salderingsregeling Op 13 februari heeft de Eerste Kamer het wetsvoorstel om de salderings­ regeling af te schaffen verworpen. De budgettaire derving loopt op van 245 miljoen euro in 2025 tot 717 miljoen euro structureel (vanaf 2031).

Tweede Kamer, vergaderjaar 2023-2024, 36 550, nr. 1

67

6. Verlaging aangrųpingspunt toptarief In 2025 wordt het aangr^pingspunt verlaagd met 557 euro ten opzichte van het basispad. In het basispad wordt het aangr^pingspunt toptarief tot en met 2031 jaarl^ks met ongeveer 1.000 à 1.100 euro verhoogd, als gevolg van eerdere besluiten. Dit z^n verhogingen bovenop de jaarl^kse indexatie van de sch^fgrens. Per saldo bl^ft er een beleidsmatige verhoging over. 7. Verlagen MKB-winstvrŲstelling naar İ2,03X Door het Belastingplan 2024 zou de MKB-winstvr^stelling per 1 januari 2025 op 12,7% worden gesteld. Met deze maatregel wordt de MKB-winstvr^stelling in de inkomstenbelasting met ingang van 2025 verder verlaagd van 12,7% naar 12,03%. 8. Tariefkorting mrb personenauto's Met de maatregel wordt er een nieuwe t^del^ke tariefkorting binnen de motorr^tuigenbelasting ingevoerd voor emissievr^e personenauto's van 40% tussen 2026 en 2028, 35% in 2029 en 30% in 2030. Na 2030 vervalt de t^del^ke korting. Alle andere emissievr^e voertuigen, zoals de EV-bestelauto's en EV-autobussen, z^n vanaf 2026 uitgezonderd van deze mrb-korting (deze voertuigen ontvangen nu wel dezelfde korting als personenauto's). 9. Aanpassen bpm voor plug-in hybride personenauto's naar aanleiding van nieuwe Europese testmethode CO2-uitstoot In de bpm geldt een aparte tarieftabel voor plug-in hybride aangedreven personenauto's (hierna: PHEV's).

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Lansingerland&id=ec95a8ea-e7aa-4315-a009-eacce5b69556