[T24.02806] Voorjaarsnota 2024 Rijksoverheid
Tekst van het document
181,1
187,1
Uitgavenniveau reguliere uitgaven
177,1
187,8
Over-7onderschrüding Voorjaarsnota 2024
- 3,9
0,7
Over- 7 onderschrüding Miljoenennota 2024
- 3,5
2,5
Uitgavenplafond reguliere uitgaven
107,6
116,2
Uitgavenniveau reguliere uitgaven
108,5
114,6
Over-7onderschrüding Voorjaarsnota 2024
1,0
- 1,6
Over- 7 onderschrüding Miljoenennota 2024
1,9
- 0,8
Uitgavenplafond reguliere uitgaven
97,8
102,2
Uitgavenniveau reguliere uitgaven
97,0
101,8
Over-7onderschrüding Voorjaarsnota 2024
- 0,8
- 0,4
Over- 7 onderschrüding Miljoenennota 2024
0,1
- 0,2
Uitgavenplafond reguliere uitgaven
24,7
30,5
Uitgavenniveau reguliere uitgaven
25,5
30,6
Over-7onderschrüding Voorjaarsnota 2024
0,8
0,1
Over- 7 onderschrüding Miljoenennota 2024
0,8
0,0
2026
2027
2028
2029
462,8
479,7
501,5
522,7
196,1
202,1
211,8
219,4
121,7
128,5
134,4
141,0
107,5
113,2
119,3
125,1
37,5
35,8
36,0
37,2
Totaal uitgavenplafond reguliere uitgaven
RÜksbegroting reguliere uitgaven
Sociale zekerheid reguliere uitgaven
Zorg reguliere uitgaven
Investeringen reguliere uitgaven
De verwachting is dat het totale uitgavenplafond in 2024 met 3,0 miljard euro wordt onderschreden, waar dat b^ Miljoenennota 2024 nog 0,7 miljard euro was. Alleen op het deelplafond Investeringen is de overschr^ding ongeveer gel^k gebleven. Op het deelplafond R^ksbegroting is de onderschr^ding toegenomen en op het deelplafond Sociale zekerheid is de overschr^ding afgenomen. B^ Miljoenennota 2024 werd er nog een overschr^ding verwacht op het deelplafond Zorg van 0,1 miljard euro, in deze Voorjaarsnota wordt een onderschr^ding verwacht van 0,8 miljard euro. Voor 2025 wordt het totale uitgavenplafond onderschreden met 1,3 miljard euro. B^ Miljoenennota 2024 was hier nog sprake van een overschr^ding van 1,5 miljard euro. Dit komt met name door een staging van de onderschr^ding op deelplafond Sociale zekerheid en een daling van de overschr^ding op deelplafond R^ksbegroting.
Tweede Kamer, vergaderjaar 2023-2024, 36 550, nr. 1
26
Figuur 4 Ontwikkeling per plafond (in miljarden euro) 750
-|
500
250
0 2024 M Rijksbegroting
2025
2026
M Sociale Zekerheid
2027
2028
2029
M Zorg
M Investeringen
4.1.1 Plafondtoets Rüksbegroting Tabel 10 Plafondtoets Rüksbegroting (in miljoenen euro, min = onderschrÿding) 1 Uitgavenplafond bü Miljoenennota 2024
2024
2025
179.669
186.747
2026
2027
2028
2029
Aanpassingen van het uitgavenplafond naar aanleiding van: 2 Amendementen APB en AFB
185
367
217
231
237
334
3 Loon en Prÿsontwikkeling
190
- 520
- 1.288
- 1.665
- 1.856
- 2.010
4 Oekraïne
563
328
11
0
0
0
5 Oekraïne EU-afdrachten
294
294
0
0
0
0
6 Ontmanteling Dodewaard
- 185
0
0
0
0
0
263
- 30
- 30
-8
0
0
8 Bÿstelling uitgaven Norg-akkoord
- 218
70
0
0
0
0
9 Koopkrachtcorrectie huurtoeslag
0
66
66
66
66
66
10 Aanschafsubsidie tweedehands elektrische personenauto's
0
- 80
- 80
- 98
- 120
- 150
11 HGIS bÿstelling n.a.v. BNI-prÿs en BBP-prÿs
61
50
51
49
63
74
12 Rente ontvangsten TenneT
- 259
- 704
- 912
- 912
- 912
- 912
13 Rente na kabinetsperiode
0
0
- 374
- 275
- 293
- 434
14 Extrapolatie (incl. accres)
0
0
0
0
0
219.043
480
407
418
410
371
368
11
90
-9
- 13
- 21
- 10
17 Uitgavenplafond bü Voorjaarsnota 2024 (=1 t/m 16)
181.054
187.086
18 Reguliere uitgaven bü Miljoenennota 2024
176.177
189.215
195.255
202.721
213.910
1.386
339
- 1.930
- 2.215
- 2.465
7 Energiepakket
15 Overboekingen met Sociale Zekerheid, Zorg en Investeringen 16 Diversen
Uitgavenmutaties met aanpassing van het uitgavenplafond: 19 Totaal aanpassingen uitgavenplafond (2 t/m 16)
216.368
Uitgavenmutaties met beslag op budgettaire ruimte: 20 HGIS BNI-volume bÿstelling 21 EU-afdrachten 22 Dividenden staatsdeelnemingen 23 Renteontvangsten studiefinanciering 24 Rente-uitgaven
17
51
51
51
51
51
- 2.010
38
1.501
979
174
142
- 193
98
14
45
5
0
43
47
18
- 17
- 56
- 94
- 113
- 467
0
0
0
0
25 Gasbaten (incl. Norg)
652
801
594
360
187
148
26 Boeten en transacties
- 41
- 105
- 38
-5
-6
- 35
27 Toeslagen Herstel
426
880
631
414
28
0
28 Groningen schade en versterken
- 67
526
302
- 47
132
107
29 Asiel 30 Prognosemodel Justitiële Ketens
874
549
562
0
0
0
- 108
- 41
- 19
21
39
46
Tweede Kamer, vergaderjaar 2023-2024, 36 550, nr. 1
27
2024
2025
2026
2027
2028
31 SPUK inburgering
(in miljoenen euro, min = onderschrÿding)
- 104
- 48
-7
-3
-1
0
32 Huurtoeslag
- 39
- 167
- 138
- 98
- 83
- 83
33 Studiefinanciering
6
- 228
- 223
- 220
- 270
- 294
34 Referentieraming OCW
24
- 409
- 531
- 543
- 481
- 500
35 Nieuwkomers PO en VO
47
85
79
66
66
66
36 Besparingsverlies Jeugd
0
500
0
0
0
0
37 Ramingsbÿstellingen VWS
- 142
- 137
- 138
- 128
- 119
- 124
38 Ombuiging loon- en prÿsbÿstelling VWS
- 67
- 46
- 67
- 48
- 56
- 45
39 Investeringen in Nederlandse halfgeleidersector (microchipsector)
- 31
78
134
113
109
98
- 1.732
- 1.331
- 873
- 402
Vrÿval subsidie Stimulering Duurzame Energieproductie (SDE, SDE+, 40 SDE++) 40
2029
0
0
41 Compensatie Elektriciteitskosten
186
0
0
0
0
0
42 Vulmaatregelen leveringszekerheid
0
0
175
- 58
- 58
- 58
43 PAS-melders
150
50
50
0
0
0
44 LBV (Landelÿke beëindigingsregeling veehouderÿ)
215
0
0
0
0
0
0
0
0
0
8
100
45 Renovatie Binnenhof 46 Ontmanteling Dodewaard
145
0
0
0
0
0
0
- 225
0
0
0
0
48 Vrüval TEM
- 191
- 325
- 125
0
0
0
49 Ramingsbÿstelling belasting- en invorderingsrente
- 200
- 130
- 90
0
- 70
- 50
50 Medeoverheden (incl. BCF-effect)
- 77
- 874
800
804
810
815
51 Afrekening Btw-compensatiefonds
247
0
0
0
0
0
52 Compensatie provincies opcenten
0
0
96
117
141
149
47 Vrÿval domeinoverstÿgende risico's
53 Wmo
0
0
75
150
225
300
54 Herÿking kasritme AP PEGA
- 50
- 300
- 50
- 50
- 50
0
55 Wÿziging kasritme HVP
1.185
- 1.185
0
0
0
0
56 Kasschuiven
- 763
- 977
522
639
424
155
57 Eindejaarsmarge
2.129
0
0
0
0
0
58 In=uittaakstelling
- 2.129
0
0
0
0
0
- 453
192
303
306
159
147
60 Reguliere uitgaven bü Voorjaarsnota 2023 (= 18 t/m 59)
177.131
187.784
196.074
202.023
211.881
219.397
61 Over/onderschrüding uitgavenplafond bü Miljoenennota 2023 1=18-1)
- 3.492
2.468
62 Over/onderschrüding uitgavenplafond bü Voorjaarsnota 2024 1=60-17)
- 3.923
698
431
309
-3
- 72
31
- 12
177.562
188.093
196.070
201.951
211.912
219.385
59 Diversen
63 Uitgavenniveau corona bü VJN 2024 64 Totale uitgaven bü Voorjaarsnota 2024 1=60+63)
De toets op het deelplafond R^ksbegroting laat een onderschr^ding van het plafond zien van 3,9 miljard euro in 2024 en een overschr^ding van het plafond van 0,7 miljard euro in 2025. Aanpassingen van het uitgavenplafond naar aanleiding van: 2. Amendementen APB en AFB T^dens de APB en AFB z^n diversen amendementen en moties aangenomen. Deze amendenemten z^n verwerkt met een plafondcorrectie aangezien deze deels gedekt z^n aan de lastenkant. 3. Loon- en prųsontwikkeling De loon- en prųsontwikkeling voor de komende jaren is structureel neerwaarts bUgesteld ten opzichte van de Miljoenennota 2024. Deze bUstelling volgt uit het Centraal Economisch Plan 2024 (CEP). Dit effect volgt grotendeels vanuit de loonontwikkeling. 4. Oekraïne De opgenomen reeks betreft de plafondcorrecties voor aanvullende uitgaven aan Oekraïne. De grootste posten hierin zUn de ophoging van de Europese Vredesfaciliteit (301 miljoen euro in 2024) en aanvullende
Tweede Kamer, vergaderjaar 2023-2024, 36 550, nr. 1
28
uitgaven voor niet militaire steun in 2024 (250 miljoen euro) en 2025 (252 miljoen euro). De totale uitgaven aan Oekraïne worden toegelicht in hoofdstuk 4.2. 5. Oekraïne EU-afdrachten De Europese Raad heeft begin 2024 ingestemd met de oprichting van een Oekraïnefaciliteit. Dit betreft een pakket van 50 miljard euro voor 2024-2027, bestaande uit leningen en niet-terugbetaalbare steun, gericht op liquiditeitssteun, herstel, wederopbouw en hervormingen in het licht van het EU-toetredingsproces. De financiële gevolgen van de Oekraïnefaciliteit voor de Nederlandse begroting z^n middels Incidentele Suppletoire Begrotingen (ISB's) van het ministerie van Financiën en het ministerie van Buitenlandse Zaken verwerkt. Voor 2024 en 2025 is dit effect met een plafondcorrectie verwerkt op de begroting van Buitenlandse Zaken. 6. Ontmanteling Dodewaard Om de middelen voor de overname van GKN in 2040 te kunnen zetten is een plafondcorrectie nodig van 185 miljoen euro. Daarnaast z^n er diverse overhevelingen naar andere begrotingen via een plafondcorrectie. 7. Energiepakket De ramingen van verschillende maatregelen van het energiepakket, namel^k het pr^splafond, de tegemoetkoming blokaansluitingen en de tegemoetkoming energiekosten mkb, worden b^gesteld op basis van de laatste realisatiec^fers.
Om rust in het begrotingsproces te brengen is b^ Voorjaarsnota 2023 besloten om op basis van het CEP 2023 de precieze dekkingsopgave voor het energiepakket vast te zetten. De bestellingen sinds de Voorjaarsnota 2023 worden om die reden verwerkt als een correctie van het uitgavenplafond. 8. Bustelling uitgaven Norg-akkoord Het Norg-akkoord is een akkoord tussen de Staat en NAM waarbe de Staat jaarleks een vergoeding betaalt voor de gewezigde inzet van de gasberging in Norg. Hierdoor kon de gaswinning uit het Groningenveld eerder naar nul worden teruggebracht. Door de lagere gaspresraming van het CPB worden de uitgaven aan het Norg-akkoord naar beneden begesteld. 9. Koopkrachtcorrectie huurtoeslag De huurtoeslag is in de augustusbesluitvorming 2023 verhoogd ten behoeve van koopkrachtbehoud. Er is een fout ontdekt die leidt tot de neerwaartse bestelling van de koopkrachtcefers voor een deel van de huurtoeslag ontvangers, voornamelek mensen in de bestand. Er wordt vanaf 2025 structureel 66 miljoen euro middels een plafondcorrectie toegevoegd aan de begroting van BZK om dit te herstellen. 10. Aanschafsubsidie tweedehands elektrische personenauto's Op de Aanvlullende Post stond tot en met 2029 in totaal 528 miljoen euro gereserveerd voor de verlenging van de aanschafsubsidie voor tweedehands elektrische personenauto's (SEPP).
De verlenging van de regeling gaat echter niet door, omdat een nieuwe tariefkorting voor emissievree personenauto's in de motorrëtëgenbelasting wordt ingevoerd. De gereserveerde middelen voor de SEPP worden ter dekking van de tariefkorting binnen het uitgavenkader afgeboekt en binnen het inkomsten kader opgeboekt.
Tweede Kamer, vergaderjaar 2023-2024, 36 550, nr. 1
29
11. HGIS bųstelling n.a.v. BNI-prųs en BBP-prųs De ODA-middelen (official development assistance) binnen de Homogene Groep Internationale Samenwerking (HGIS) z^n, conform reguliere systematiek, b^gesteld op basis van de groeiverwachting van het BNI en BBP in het CEP 12. Rente ontvangsten TenneT Het r^k ontvangt een marktconforme rente over de verstrekte lening aan TenneT met additionele vergoedingen. De rentekosten van de lening lopen mee via de reguliere schuld. Indien TenneT Duitsland verkocht wordt, wordt de lening eerder beëindigd en worden de opbrengsten gebruikt om de lening af te lossen. 13. Rente na kabinetsperiode De rente is in de laatste macro-economische raming van het CPB (CEP) neerwaarts aangepast wat zorgt voor een structurele meevaller. Gezien de behandeling van de rente afgelopen Miljoenennota, waarb^ de meerjaarige tegenvaller op de rente-uitgaven buiten de kabinetsperiode ten laste van het saldo is gekomen, valt de meevaller vanaf 2026 spiegelbeeldig ten gunste van het EMU-saldo. 14. Extrapolatie (incl. accres) Ter invoeging van een nieuw begrotingsjaar in de meerjarige begrotingsperiode z^n de begrotingstanden 2028 geëxtrapoleerd naar 2029. 15. Overboekingen met Sociale Zekerheid, Zorg en Investeringen Per saldo worden er middelen overgeheveld van de andere deelplafonds Sociale Zekerheid, Zorg en Investeringen. In 2024 betreft dit 480 miljoen euro. 16.
Diversen De post diversen bestaat uit meerdere onderdelen, waaronder een reservering op de Aanvullende Post voor de Grondbank (72 miljoen euro in 2025) en zowel uitgaven als ontvangsten voor het grootschalige woning bouwproject ZuiderC (per saldo 10 miljoen euro). Uitgavenmutaties met beslag op budgettaire ruimte 20. HGIS BNI-volume b^'stelling De ODA-middelen (official development assistance) binnen de Homogene Groep Internationale Samenwerking (HGIS) z^n, conform reguliere systematiek, b^gesteld op basis van de groeiverwachting van het BNI in het CEP 21. EU-afdrachten Dit is een saldo van verschillende mutaties. Ten eerste is de nacalcu latie en laatste Draft Amending Budget 4 (DAB4) van 2023 verwerkt. Ten tweede is op basis van de nieuwe commissiec^fers de verwachte onderuitputting onder het uitgavenplafond van de EU-begroting verwerkt in de afdrachten. Ten derde is het effect van de herziening (Mid Term Review) van het Meerjarig Financieel Kader (MFK; de Europese begroting) en de oprichting van de Oekraïne-faciliteit verwerkt. Ten vierde betreft deze post de verrekening met de EU van verschillende casussen over onder voorbehoud afgedragen traditionele eigen middelen (TEM). En ten slotte is de met de invoerrechten samenhangende perceptiekostenver goeding geactualiseerd.
Tweede Kamer, vergaderjaar 2023-2024, 36 550, nr. 1
30
22. Dividenden staatsdeelnemingen De dividendraming wordt aangepast naar de meest recente informatie over het verwachte dividend van de reguliere staatsdeelnemingen, als gevolg van de huidige marktomstandigheden. Er worden hogere autonome ontvangsten verwacht, daartegenover staan lagere ontvangsten vanwege w^zigingen in het dividendbeleid. 23. Renteontvangsten studiefinanciering De renteontvangsten groeien langzamer in dan verwacht, waardoor er in de eerste jaren een tegenvaller is. Structureel doet zich een meevaller voor van 94 miljoen euro, omdat de verwachting is dat de rente langere t^d positief zal z^n dan eerder rekening mee werd gehouden. 24. Rente-uitgaven De rentemeevaller als gevolg van de lagere rente komt voor 2024 en 2025 conform de begrotingsregels ten gunste van het uitgavenplafond. 25. Gasbaten (incl. Norg) Het CPB raamt voor de komende jaren lagere gaspr^zen. Hierdoor dalen ook de geraamde gasbaten. Verder is de geraamde aardgaswinning in 2024 t/m 2026 naar beneden b^gesteld. 26. Boeten en transacties De raming voor ontvangsten uit boetes en transacties laat een staging zien. Hierdoor is er sprake van een meerjarige meevaller. 27. Toeslagen Herstel Programma DG Herstel en DG Toeslagen/Uitvoering Hersteloperatie Toeslagen (UHT) hebben een her^king van de meerjarige raming voor toeslagenherstel opgesteld (huidige budget: 7,2 miljard euro).
Uit deze her^king bl^kt dat er meer budget benodigd is ter hoogte van ruim 900 miljoen euro. Deze tegenvaller wordt onder andere veroorzaakt door een hoger aantal aanmeldingen, een staging van het aantal bezwaren en beroepen en een vooralsnog lagere productiviteitsst^ging in het bezwaaren beroepsproces. Tot en met 2025 wordt er circa 500 miljoen euro toegevoegd aan de begroting van Financiën. Daarnaast wordt de onderuit putting op de programmamiddelen voor de Hersteloperatie Toeslagen in 2023 (233 miljoen euro) toegevoegd aan de budgetten in 2024 en 2025. Voor 2026 en 2027 worden de middelen (circa 400 miljoen euro) op de Aanvullende Post geplaatst. Daarnaast is er voor de compensatie van aanvullende schade (SGH-route) op de aanvullende post in totaal 1,2 miljard euro tot en met 2027 gereserveerd. Deze staging wordt veroorzaakt door de verbreding van de aanvullende schaderoutes na de IB. Deze raming wordt nader geconcretiseerd n.a.v. de uitkomsten van de evaluatie van de pilot SGH-route. Vanwege onzekerheid in de raming is dit bedrag (voorlopig) op de AP gereserveerd. 28. Groningen schade en versterken Voor Groningen worden jaarl^ks b^ de Voorjaarsnota zowel de uitgaven en ontvangsten van de reguliere schade- en versterkingsraming als ook de bedrage aan EBN (voorheen kapitaalinjectie EBN genoemd) geactuali seerd.
De bestelling voor de uitgaven wordt onder andere veroorzaakt door hogere bouwkosten en vertraging in het voorgaande jaar. Be de bestelling op de ontvangsten zen ook de ontvangsten meegenomen die in 2023 niet zen binnengekomen, maar wel 2024 verwacht worden. Daarnaast heeft het kabinet, in reactie op het rapport van de parlemen taire enquêtecommissie aardgaswinning Groningen (PEGA), aangegeven
Tweede Kamer, vergaderjaar 2023-2024, 36 550, nr. 1
31
de schadeafhandeling fundamenteel te willen verbeteren. In overleg met het Instituut M^nbouwschade Groningen (IMG) is inmiddels een nieuwe aanpak voor de afhandeling van schades uitgewerkt (waar de 60k-maatregel onderdeel van is). Deze uitwerking is beschreven in de Kamerbrief van 6 oktober 2023. Dest^ds werd op basis van een eerste inschatting van het IMG verwacht dat dit tot circa 1,4 miljard euro hogere uitgaven leidt ten opzichte van een status quo scenario. Deze uitgaven z^n verwerkt middels een bestelling op zowel de uit te keren schadevergoedingen als de uitvoeringskosten van het IMG. 29. Asiel Uit de meest recente Meerjaren Productie Prognose (MPP) 2024-I volgt meerjarig een hogere asielinstroom dan waar in de huidige begroting rekening mee is gehouden. Voor de budgettaire verwerking is het medio scenario uit de MPP 2024-I als uitgangspunt gehanteerd. De asielraming wordt incidenteel in de periode 2024 tot en met 2026 verwerkt. Het betreft mutaties voor het Centraal Orgaan Opvang Asielzoekers (COA), de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND), het Nidos, de Raad voor de rechtspraak, en Identificatie- en Registratiestraten. Daarnaast wordt er door een gebrek aan reguliere opvangplekken aanvullende uitgaven gedaan voor (crisis)noodopvang in 2024 en 2025.
Ook z^n er mutaties voor de afrekening COA en IND, de Hotel- en Accommodatieregeling, de Landel^ke Vreemde lingen Voorziening, Vluchtelingenwerk Nederland, en dwangsommen be de IND. Tot slot bevat deze post ook de eerder verwerkte 2de Nota van Weziging op de JenV-begroting waarbe 600 miljoen euro in 2024 beschikbaar is gesteld aan het COA voor (crisis)noodopvang. 30. Prognosemodel Justitiële Ketens Het prognosemodel Justitiële Ketens raamt de capaciteitsbehoefte voor de organisaties binnen de justitiële keten. De financiële consequenties van de capaciteitsramingen zen binnen de JenV-begroting ingepast. De grootste mutaties doen zich voor binnen de forensische zorg. Be de Dienst Justiele Inrichtingen (DJI) zen namelek meer tbs-plekken nodig. Daarnaast is er sprake van aanvullende capaciteitsbehoefte be de Raad voor de rechtspraak (Rvdr) en het OM. Be de RvdR en het OM zen de reeksen anders verwerkt in de JenV-begroting dan de PMJ-capaciteitsramingen omdat rekening wordt gehouden met een teruglopend aantal Mulderzaken door nieuwe regelgeving voor proceskostenvergoeding. Ook is de oploop in de reeks voor de rechtsbestand gestabiliseerd op het niveau van 2027. 31. SPUK inburgering De uitgaven aan de SPUK inburgeringsvoorziening zen meerjarig naar beneden begesteld.
Deze bestelling volgt uit het feit dat er in 2023 minder inburgeringsplichtige statushouders zen gehuisvest dan vooraf gedacht. Dit resulteert in een meevaller in 2024. Het aantal inburgeringstrajecten voor het lopende jaar wordt gebaseerd op de Huisvestingtaakstelling (HVT). Een inburgeringstraject duurt drie jaar waardoor de effecten van de HVT 2024 ook in 2025 en 2026 meegenomen worden in de raming. De instroom van het eerste jaar van het aantal inburgeringstrajecten in de jaren 2025 en 2026 wordt gebaseerd op de Meerjarige Productie Prognose (MPP). De cefers uit de MPP-1 2024 zen t.o.v. de MPP-1 2023 lager. Dit leidt tot neerwaartse budgettaire bestellingen voor de periode 2024 tot en met 2026.
Tweede Kamer, vergaderjaar 2023-2024, 36 550, nr. 1
32
32. Huurtoeslag De huurtoeslagraming is mede b^gesteld op basis van de raming van het CEP (Centraal Economisch Plan). Vanaf 2024 wordt de raming structureel verlaagd omdat minder mensen in de huurtoeslag instromen dan eerder werd verwacht. 33. Studiefinanciering Er doet zich een meevaller voor op de relevante studiefinancieringsraming van structureel 294 miljoen euro. 34. Referentieraming OCW Er doet zich structureel een meevaller van 500 miljoen euro voor op de leerling- en studentenraming (Referentieraming). 35. Nieuwkomers PO en VO Er is een structurele tegenvaller op de nieuwkomersbekostiging in het primair onderwas (PO) en een meevaller in het voortgezet onderwas (VO). Dit leidt tot een structurele tegenvaller van per saldo 66 miljoen euro. 36. Besparingsverlies Jeugd In het coalitieakkoord Rutte IV is een aanvullende besparing in het kader van Jeugdzorg (wat zowel jeugdhulp als jeugdbescherming en jeugdreclas sering omvat) van structureel 511 miljoen euro opgenomen. Het kabinet komt in augustus met een wetsvoorstel voor een eigen bedrage met als beoogde inwerkingtreding 1 januari 2026. Het ministerie van VWS start parallel de internetconsultatie en uitvoeringstoetsen, die voor het einde van het jaar afgerond zullen z^n. Daarmee z^n de mogel^ke voorbereidingen getroffen waarmee een besluit genomen kan worden.
Voor 2025 wordt het besparingsverlies ingevuld met diverse besparingsmaatregelen op de begroting van VWS. 37. Ramingsbųstellingen VWS Op verschillende beleidsartikelen aan de uitgavenkant wordt omgebogen om de onderuitputting te verminderen (structureel 105,4 miljoen euro). Ook wordt de ontvangstenraming structureel met 18,5 miljoen euro verlaagd. 38. Ombuiging loon- en prųsbųstelling VWS Een gedeelte van de loonb^stelling (15 miljoen euro tot en met 2028) en prųsbųstelling (44,9 miljoen euro structureel) wordt omgebogen ten behoeve van het budgettaire beeld van VWS. 39. Investeringen in Nederlandse halfgeleidersector (microchipssector) Het kabinet heeft in het voorjaar middelen ter beschikking gesteld om knelpunten aan te pakken in de Nederlandse halfgeleidersector (microchipsector), ter bevordering van het ondernemingsklimaat, en ter bevordering van het duurzaam verdienvermogen en de economische veiligheid van Nederland. De middelen zUn bestemd voor verschillende maatregelen op het gebied van woningbouw, infrastructuur en onderwUs in de regio Eindhoven. Dekking komt voor een deel van de departementale begrotingen van OCW, EZK, BZK en het mobiliteitsfonds. Het merendeel van de dekking komt uit het Nationaal Groeifonds (NGF).
Tweede Kamer, vergaderjaar 2023-2024, 36 550, nr. 1
33
40. Vrųvai subsidie Stimulering Duurzame Energieproductie (SDE, SDE+, SDE++) Doordat energiepr^zen meerjarig hoger uitvallen is er in 2026-2029 minder budget benodigd voor de subsidieregelingen Stimulering Duurzame Energieproductie en klimaattransitie (SDE). De SDE-kasraming wordt hierop aangepast. Deze ruimte komt ten goede van het r^ksbrede beeld. 41. Compensatie Elektriciteitskosten Vanwege de gestegen energiekosten en ten behoeve van een level playing field voor de industrie wordt de subsidieregeling voor compensatie van bedreven voor hun indirecte ETS kosten (IKC-ETS) met één jaar verlengd. Deze regeling zal in 2024 worden opengesteld en compensatie uitkeren over de indirecte kosten in 2023. Dekking voor deze regeling is gevonden binnen de subsidie Stimulering Duurzame Energieproductie en klimaattransitie (SDE). 42. Vulmaatregelen leveringszekerheid Voor de kosten van nieuw besloten vulmaatregelen in het vulseizoen 2025/2026 wordt zowel in de uitgavenraming als in de ontvangstenraming budget toegevoegd. 43. PAS-melders Voor het legaliseren van PAS-melders is aanvullend budget benodigd. Hiervoor wordt 250 miljoen euro vr^gemaakt, zodat samen met provincies maatregelen genomen kunnen worden. 44. LBV (Landelųke beëindigingsregeling veehouder^) In 2023 is 215 miljoen euro dat bestemd was voor het legaliseren van PAS-melders niet tot besteding gekomen.
Dit budget is opnieuw aan de LNV-begroting toegevoegd voor het ophogen van het budget voor de uitkoopregeling Landel^ke beëindigingsregeling veehouder^ (LBV). Dat was nodig omdat het aantal aanvragen hoger bleek dan vooraf gedacht. 45. Renovatie Binnenhof Op basis van nieuwe inzichten is de huidige prognose dat langjarig extra middelen nodig z^n voor de huisvesting van de bewoners van het Binnenhof. Om de contracten af te kunnen sluiten wordt in 2028 5,3 miljoen euro en vanaf 2029 structureel 63,1 miljoen euro aan de begroting toegevoegd. B^ de voorjaarsbesluitvorming 2024 z^n alleen middelen aan de begroting toegevoegd voor zover deze daadwerkel^k tot de voorjaarsbesluitvorming 2025 nodig z^n om verplichtingen aan te kunnen gaan. Daarnaast z^n op de aanvullende post middelen gereserveerd voor verplichtingen die na deze periode worden aangegaan en voor mogel^ke tegenvallers als gevolg van marktspanning. Het betreft 3 miljoen euro in 2028 en structureel 36,7 miljoen euro vanaf 2029. In de 11e voortgangsrap portage Binnenhof renovatie wordt de Kamer nader geïnformeerd over de opbouw en oorzaken van deze tegenvaller. 46. Ontmanteling Dodewaard In de B.V. GKN, vergunninghouder van de Kerncentrale Dodewaard (KCD), z^n onvoldoende middelen beschikbaar om de beheer- en ontmanteling van de KCD te bekostigen.
Om te borgen dat er b^ de aanvang van de ontman teling in 2040 voldoende middelen beschikbaar z^n, heeft de Staat besloten de aandelen GKN van NEA over te nemen. De benodigde aanvullende middelen worden generaal vr^gemaakt en gereserveerd voor 2040. Een uitgebreide toelichting op de overname van GKN wordt gegeven in de Kamerbrief van 15 maart 2024 (Kamerstukken 28165, nr. 418).
Tweede Kamer, vergaderjaar 2023-2024, 36 550, nr. 1
34
47. Vrųvai domeinoverstųgende risico's De domeinoverst^gende risico's is een risicoreservering op de Aanvullende Post voor onvoorziene uitgaven. Deze wordt voor 2025 met 225 miljoen euro naar beneden b^gesteld. 48. Vrųvai TEM In de Startnota van het kabinet Rutte IV is een voorziening op de Aanvullende Post gecreëerd ter dekking van de verschuldigde TEMbedragen (Traditionele Eigen Middelen) en de hiermee samenhangende vertragingsrente (VR). De douane heeft in de constructieve dialoog met de Europese Commissie de meeste dossiers afgerond. Daarmee valt het deel dat was gereserveerd voor eventuele nabetalingen samenhangend met deze dossiers vr^. 49. RamingsbųsteHing belasting- en invorderingsrente De raming van de niet-belastingontvangsten (belasting- en invorderings rente, doorbelasten kosten vervolging en boetes) wordt b^gesteld naar aanleiding van realisaties in 2023, een hogere meerjarige belasting grondslag en de recente renteramingen uit het CEP Dit leidt per saldo tot een meevaller. 50. Medeoverheden (incl. BCF-effect) Het kabinet heeft in samenspraak met de koepels van de medeover heden besloten om de oploop van de opschalingskorting te schrappen vanaf 2026 en tegel^kert^d de nieuwe financieringssystematiek op basis van bbp vervroegd vanaf 2024 in te voeren.
Gemeenten en provincies worden incidenteel grotendeels gecompenseerd voor de overgang naar de nieuwe bbp-systematiek. 51. Afrekening Btw-compensatiefonds Gemeenten en provincies hebben in 2023 minder middelen uit het Btwcompensatiefonds geclaimd dan mogel^k was onder het plafond. Dit leidt tot een afrekening van 247 miljoen euro en is b^ deze Voorjaarsnota overgeboekt naar het Gemeente- en Provinciefonds. 52. Compensatie provincies opcenten Er wordt voor emissievr^e personenauto's in de motorr^tuigenbelasting een nieuwe tariefkorting van 40% tussen 2026 - 2028, 35% in 2029 en 30% in 2030 geïntroduceerd. Na 2030 loopt de t^del^ke korting af. Dit leidt voor provincies tot lagere inkomsten uit de opcenten. Ter compensatie worden middelen op de Aanvullende Post gereserveerd. 53. Wmo Het kabinet heeft in samenspraak met de koepels van de medeoverheden afgesproken dat de Wmo (nader te bepalen deel) in de toekomst niet langer via de algemene uitkering van het Gemeentefonds gaat, maar via een aparte financiering. Afhankel^k van de gekozen bekostigingsvorm wordt een passende indexering onderzocht. Het R^k treft vooruitlopend op de uitwerking een reservering op de Aanvullende Post voor een aanvullende indexering voor demografie bovenop de bbp-systematiek. 54.
Her^'king kasritme AP PEGA Op de Aanvullende Post worden middelen voor PEGA naar achteren geschoven om deze in een beter ritme te zetten. De generatielange betrok kenheid start in 2026 en loopt t/m 2055, middels deze her^king wordt het kasritme hierop afgestemd. Ook voor de N33 geldt dat middels een her^king de reeks in een beter ritme wordt gezet.
Tweede Kamer, vergaderjaar 2023-2024, 36 550, nr. 1
35
55. Wijziging kasritme Herstel- en Veerkrachtplan Dit betreft een w^ziging van de kasreeks voor de ontvangsten van het Herstel en Veerkrachtplan (HVP). Tot en met 2026 maakt Nederland aanspraak op 5,4 miljard euro uit de Herstel- en Veerkrachtfaciliteit. Volgens planning dient Nederland in het najaar 2024 het tweede betaalverzoek in. Uitbetaling geschiedt pas na goedkeuring door de Europese Raad op basis van een beoordeling door de Europese Commissie. Naar verwachting ontvangt Nederland dit deel van de middelen pas begin 2025. 56. Kasschuiven Per saldo wordt 763 miljoen euro uit 2024 en 977 miljoen euro uit 2025 naar latere jaren geschoven. Grote kasschuiven z^n onder andere een kasschuif voor het kw^tschelden van publieke schulden door medeoverheden op de BZK-begroting (140 miljoen euro uit 2024) en een kasschuif voor IPCEI ME2 op de EZK-begroting (102 miljoen euro uit 2024). De kasschuiven per departement worden nader toegelicht in de Verticale Toelichting (b^lage 2). 57. Eindejaarsmarge Departementen kunnen een deel van de middelen die in 2023 niet z^n besteed via de eindejaarsmarge meenemen naar 2024. B^ deze Voorjaarsnota wordt de eindejaarsmarge toegevoegd aan de departe mentale begrotingen. 58. In=uittaakstelling Als tegenhanger van de eindejaarsmarge is ook een in=uittaakstelling geboekt op de aanvullende post.
Het inboeken van een in=uittaakstelling voorkomt dat het uitkeren van de eindejaarsmarge leidt tot belasting van het uitgavenplafond. De gedachte achter de in=uittaakstelling is dat er aan het einde van dit jaar naar verwachting weer in min of meer dezelfde mate als het voorgaande jaar sprake zal z^n van onderbesteding op de begrotingen. 59. Diversen Deze post bevat de overige uitgaven onder deelplafond R^ksbegroting. 4.1.2 Plafondtoets Sociale Zekerheid Tabel 11 Plafondtoets Sociale Zekerheid (in miljoenen euro, min = onderschrÿding)
2024
2025
107.014
116.022
2026
2027
2028
- 101 0
- 151
- 153
- 142
- 142
- 139
0
0
0
0
143.346
4 Nominale ontwikkeling 5 Niet-beleidsmatige mutaties WW en Bÿstand
- 22
- 607
- 1.368
- 1.692
- 1.981
- 2.245
- 182
- 347
- 250
- 167
- 168
6 Verhoging WML
- 162
345
811
814
824
825
838
7 Verhoging uurprÿzen kinderopvangtoeslag
250
275
301
433
481
508
8 Intensivering Algemene Kinderbÿslagwet
250
250
250
250
250
250
1
- 35
- 35
- 37
- 37
- 36
10 Uitgavenplafond bü Voorjaarsnota 2024 (= 1 t/m 9)
107.555
116.218
11 Reguliere uitgaven bü Miljoenennota 2024
108.881
115.226
123.014
130.243
136.541
541
196
- 440
- 532
- 772
142.361
- 183
- 293
- 397
- 476
- 533
- 570
1 Uitgavenplafond bü Miljoenennota 2024
2029
Aanpassingen van het uitgavenplafond naar aanleiding van: 2 Overboekingen met andere uitgavenplafonds 3 Extrapolatie
9 Overige plafondcorrecties
Uitgavenmutaties met aanpassing van het uitgavenplafond: Totaal aanpassingen uitgavenplafond Uitgavenmutaties met beslag op budgettaire ruimte: 12 Algemene Ouderdomswet (AOW)
Tweede Kamer, vergaderjaar 2023-2024, 36 550, nr. 1
36
2024
2025
2026
2027
2028
2029
13 Verlofregelingen
(in miljoenen euro, min = onderschreding)
- 174
- 248
- 272
- 265
- 250
- 234 - 476
14 Kinderopvangtoeslag (KOT)
- 100
- 101
- 85
- 309
- 426
15 Wet Kindgebonden Budget (WKB)
- 174
- 38
51
- 37
- 93
- 117
16 Algemene Kinderbeslag Wet (AKW)
- 22
- 40
- 59
- 80
- 101
- 123
56
53
52
52
52
51
Compensatie transitievergoeding langdurige arbeidsongeschiktheid (CRTV7 LAO)
17
18 Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (WIA)
- 107
- 74
- 66
- 22
48
90
19 Diversen
- 199
- 88
- 113
- 62
- 35
21
108.520
114.591
121.687
128.511
134.431
141.003
21 Over/onderschrüding uitgavenplafond bü MJN 2024 1=11-1)
1.867
- 797
22 Over/onderschrüding uitgavenplafond bü VJN 2024 1=20-10)
- 965
1.626
23 Uitgavenniveau corona bü VJN 2024
1.167
7
-1
-1
0
0
24 Totale uitgaven bü VJN 2024 (= 20+23)
109.687
114.598
121.685
128.510
134.431
141.003
20 Reguliere uitgaven bü Voorjaarsnota 2024 (= 11 t/m 19)
De toets op het deelplafond Sociale Zekerheid laat een onderschr^ding van het plafond zien van 1,0 miljard euro in 2024 en een overschr^ding van het plafond van 1,6 miljard euro in 2025. Uitgavenmutaties met aanpassing van het uitgavenplafond 2. Overboekingen met andere uitgavenplafonds Overboekingen met andere plafonds leiden tot een neerwaartse bestelling van de uitgaven met 101 miljoen euro in 2024 van het plafond Sociale Zekerheid. Het betreft hoofdzakel^k overboekingen van hoofdstuk 15. 3. Extrapolatie Ter invoeging van een nieuw begrotingsjaar in de meerjarige begrotingsperiode z^n de begrotingstanden 2028 geëxtrapoleerd naar 2029. 4. Nominale ontwikkeling De raming van de nominale ontwikkeling (verwachte indexatie van de uitke ringsregelingen onder uitgavenplafond Sociale Zekerheid aan de loon- en presontwikkeling) is geactualiseerd op basis van de recente economische raming van het CPB. Dit leidt tot een opwaartse bestelling van de nominale ontwikkeling ten opzichte van de Miljoenennota 2024. 5. Niet-beleidsmatige mutaties WW en Bųstand Enerzeds wordt het uitgavenplafond gecorrigeerd voor conjuncturele mutaties in de WW. Op basis van uitvoeringsinformatie van het UWV en op basis van de recente economische raming van het CPB is de raming van de WW-uitgaven per saldo neerwaarts begesteld ten opzichte van de Miljoenennota 2023.
De meevaller wordt met name verklaard door de neerwaartse bestelling van de werkloze beroepsbevolking. Anderzeds worden ook de uitgaven aan de bestand neerwaarts begesteld. Dit wordt voornamelek veroorzaakt door minder bestandsuitkeringen, die deels tenietgedaan wordt door een hogere bestandsuitkering, en een lagere gemiddelde hoogte van de loonkostensubsidie, die deels tenietgedaan wordt door een hoger aantal toekenningen van loonkostensubsidie. 6. Verhoging WML De verhoging van het Wettelek minimumloon (Wml) met 1,2% per 1 juli 2024 cf. amendement Van der Lee (36410-XV-7) leidt tot een verhoging van de uitgaven aan een groot aantal regelingen die gekoppeld zen aan het Wml. De verhoging van het Wml zorgt voor een bestelling van de uitgaven van de uitkeringsregelingen op de begrotingen van Sociale Zaken
Tweede Kamer, vergaderjaar 2023-2024, 36 550, nr. 1
37
en Werkgelegenheid met in totaal 838 miljoen euro in 2029. Deze middelen z^n verdeeld naar de uitkeringsregelingen gekoppeld aan het Wml op Hoofdstuk 15 (102 miljoen euro in 2029), Hoofdstuk 40 (596 miljoen euro in 2029) en Hoofdstuk 83 (141 miljoen euro in 2029). De dekking ligt aan de inkomstenkant, vandaar dat er een plafondcorrectie plaatsvindt. 7. Verhoging uurprijzen kinderopvangtoeslag T^dens de begrotingsbehandeling van SZW is het amendement Van der Lee c.s. aangenomen door de Tweede Kamer. Het amendement betreft een extra verhoging van maximumuurpr^zen (MUP) van de kinderopvang toeslag vanaf 2024. Voor deze verhoging is structureel 508 miljoen euro beschikbaar. De dekking ligt aan de inkomstenkant, vandaar dat er een plafondcorrectie plaatsvindt. 8. Intensivering Algemene Kinderbjslagwet T^dens de Algemene Politieke Beschouwingen is de motie Stoffer c.s. aangenomen door de Tweede Kamer. De motie roept om de kinderb^slag (AKW) te verhogen. Voor deze verhoging is middels een Nota van W^ziging structureel 250 miljoen euro beschikbaar gesteld, waarvan 2,5 miljoen euro is gereserveerd voor Caribisch Nederland. De dekking ligt aan de inkomstenkant, vandaar dat er een plafondcorrectie plaatsvindt. 9. Overige plafondcorrecties De post bevat onder andere uitgaven voor de uitvoering van het aangenomen amendement Ceder c.s. voor de verhoging van het Wml op Caribisch Nederland.
Er worden ook middelen afgeboekt die eerder gereserveerd stonden voor hogere uitgaven aan de zorgtoeslag vanwege de verhoging van het minimumloon per 1 juli 2024. Deze middelen worden met een plafondcorrectie geboekt om de middelen over te hevelen van de uitgaven- naar de inkomstenkant. Tevens worden er middelen afgeboekt (oplopend tot 6 miljoen euro in 2029) voor de dekking van het amendement Bikker c.s. voor het verbeteren van de beschikbaarheid en betaalbaarheid van het openbaar vervoer in de provincies en vervoersregio's. Deze middelen worden met een plafondcorrectie geboekt omdat de uitgaven op plafond R^ksbegroting plaatsvinden, terw^l de dekking is gevonden op plafond Sociale Zekerheid. Uitgaven met beslag op budgettaire ruimte 12. Algemene Ouderdomswet (AOW) Op basis van de nieuwe CBS-bevolkingsprognose heeft de SVB een nieuwe prognose gemaakt van de AOW. Voor de komende jaren betekent dit een neerwaartse bestelling. Uit de laatste bevolkingsprognose van het CBS bl^kt namel^k dat de levensverwachting toeneemt, maar een volledig herstel naar de trend van voor de coronapandemie wordt niet meer verwacht. 13. Verlofregelingen Er is sprake van een meerjarige meevaller op de uitgaven voor de verlof regelingen door het lagere geraamde aantal geboortes in de nieuwe CBSgeboorteprognose. 14.
Kinderopvangtoeslag (^OT) De uitgaven aan de KOT z^n meerjarig naar beneden b^gesteld, oplopend tot 476 miljoen euro in 2029. Dit komt voor een groot deel doordat het CBS de prognose van het aantal geboortes sterk naar beneden heeft b^gesteld. Dit effect (oplopend tot circa 600 miljoen euro in 2029) wordt iets gedempt door het inlopen van wachtl^sten be kinderopvangorganisaties (oplopend tot circa 100 miljoen euro in 2029). Ook neemt het aantal werklozen de
Tweede Kamer, vergaderjaar 2023-2024, 36 550, nr. 1
38
komende jaren minder hard toe dan eerder werd verwacht, wat leidt tot een hoger gebruik van kinderopvang (oplopend tot circa 40 miljoen euro in 2029). Per saldo bl^ft het gebruik van kinderopvang in 2024 en 2025 vr^ stabiel en is sprake van een toenemende daling in latere jaren. De relatief sterke inkomensontwikkeling waar Dienst Toeslagen vanuit gaat (voor de bevoorschotting) leidt in 2024 tot lagere uitgaven en werkt ook nog door in 2025. Daarnaast z^n er in 2024 minder nabetalingen. 15. Wet Kindgebonden Budget (WKB) De uitgaven aan de WKB z^n meerjarig neerwaarts b^gesteld (117 miljoen euro in 2029). De neerwaartse bestelling komt voornamel^k doordat het CBS de prognose van het aantal geboortes naar beneden heeft b^gesteld. Verder nemen de uitgaven aan de WKB meerjarig af, doordat de geschatte inkomensontwikkeling van huishoudens met kinderen naar boven is begesteld en de gemiddelde toeslag daarmee lager uitvalt. 16. Algemene Kinderb^'slag Wet (AKW) De uitgaven aan de AKW zen meerjarig neerwaarts begesteld door een lagere bevolkingsprognose voor het aantal kinderen tussen 0 en 17 jaar. Deze bestelling loopt meerjarig op tot 123 miljoen euro in 2029. Daarnaast neemt het aantal kinderen dat recht heeft op DKIZ (dubbele kinderbeslag intensieve zorg) en AKW-plus meerjarig toe. 17.
Compensatie transitievergoeding langdurige arbeidsongeschiktheid (CRTV-LAO) Er zen in 2023 meer aanvragen binnengekomen voor de compensatierege lingen transitievergoeding. Deze staging, ruim 50 miljoen euro, is verwerkt in de ramingen voor 2024 en verder. 18. Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (WIA) Dit betreft een per saldo tegenvaller die bestaat uit een aflopende meevaller (van 167 miljoen euro in 2024 naar 82 miljoen euro in 2029) in de regeling Werkhervatting Gedeeltelik Arbeidsgeschikten (WGA) en een oplopende tegenvaller (van 60 miljoen euro in 2024 naar 172 miljoen euro in 2029) in de regeling Inkomensvoorziening Volledig Arbeidsongeschikten (IVA). De tegenvaller in de IVA wordt veroorzaakt door een hogere verwachte instroom en een hogere doorstroom vanuit de WGA naar de IVA. De meevaller in de WGA wordt veroorzaakt door een bestelling van de te hoge indexatie in de raming van de uitkeringslasten en de hogere doorstroom van de WGA naar de IVA. 19. Diversen Deze post omvat onder andere een meevaller volgend op voorlopige realisatiecefers van de (jeugd-) lage-inkomensvoordeel ((J)-LIV), een meevaller op basis van een bestelling van de boeteraming door de Nederlandse Arbeidsinspectie (NLA) en een meevaller volgend op uitvoeringsinformatie van de Wet Inkomensvoorziening oudere en gedeeltelek arbeidsonge schikte gewezen zelfstandigen (IOAZ).
Tweede Kamer, vergaderjaar 2023-2024, 36 550, nr. 1
39
4.1.3 Plafondtoets Zorg Tabel 12 Plafondtoets Zorg (in miljoenen euro, min = onderschrÿding) 1 Uitgavenplafond bü Miljoenennota 2024
2024
2025
97.631
102.684
2026
2027
2028
2029
Aanpassingen van het uitgavenplafond naar aanleiding van: 2 Overboekingen met Rÿksbegroting 3 Nominale ontwikkeling
- 75
- 48
- 36
- 36
- 35
- 35
25
- 437
- 1.266
- 1.738
- 1.351
- 1.767
0
0
0
0
0
126.862
195
0
0
-6
-6
-6
6 Uitgavenplafond bü Voorjaarsnota 2024 (= 1 t/m 5)
97.775
102.199
7 Reguliere uitgaven bü Miljoenennota 2024
97.752
102.528
108.721
114.902
120.553
144
- 485
- 1.302
- 1.780
- 1.392
4 Extrapolatie 5 Uitvoering amendementen
Uitgavenmutaties met aanpassing van het uitgavenplafond 8 Totaal aanpassing van het uitgavenplafond (2 t/m 5)
125.055
Uitgavenmutaties met beslag op budgettaire ruimte 9 Geneesmiddelenvergoedingssysteem 10 Aanpassing Wet Geneesmiddelenprÿzen
0
140
140
140
140
140
- 41
- 166
- 166
- 166
- 166
- 166
11 Pakketmaatregel codeïne
0
- 13
- 13
- 13
- 13
- 13
12 Taakstelling non-IZA sectoren
0
65
145
145
145
145
13 Sturing doelmatigheid via tarieven
0
70
74
74
74
74
14 Transformatiemiddelen IZA
0
- 200
0
0
0
0
15 Ramingsbÿstelling Wmo
0
- 30
- 30
- 30
- 30
- 30
16 Besparing RS vaccin
0
- 16
- 16
- 16
- 16
- 16
17 Compensatie vervallen ouderentoeslag
0
0
- 16
- 25
- 34
- 34
18 Herÿken beschikbaarheidsbÿdrage acute verloskunde
0
-5
-5
-5
-5
-5
19 Actualisatie Q4 2023 Zvw-uitgaven
- 143
- 43
12
22
17
32
20 Meevaller apotheekzorg
- 220
- 60
0
0
0
0
21 Actualisatie Wlz-kader
- 310
- 77
- 77
- 77
- 77
- 77
22 Actualisatie eigen bÿdrage Wlz
- 33
- 40
- 60
- 80
- 86
- 92
23 Actualisatie eigen risico
0
63
62
65
67
66
24 Actualisatie Wlz (buiten contracteerruimte)
5
5
0
0
0
0
25 Verlenging voorwaardelÿke toelating paramedische herstelzorg
0
10
0
0
0
0
26 Bÿstelling voorwaardelÿke toelating
0
- 10
0
0
0
0
27 Zorguitgaven BES-eilanden
23
23
0
0
0
0
28 Pakketadviezen fysiotherapie
0
4
2
2
1
1
29 Medische producten Gaza
2
0
0
0
0
0
30 Pandemische paraatheid
- 12
-8
0
0
0
0
31 VIPP5
-5
0
0
0
0
0
- 232
0
77
77
77
0
33 Negatieve eindejaarsmarge
28
0
0
0
0
0
34 Technisch
0
0
0
0
0
0
96.958
101.756
107.548
113.236
119.256
125.080
36 Over-Zonderschrüding uitgavenplafond bü Miljoenennota (= 7 - 1)
121
- 156
37 Over-Zonderschrüding uitgavenplafond bü Voorjaarsnota (= 35 - 6)
- 817
- 442
32 Kasschuif gegevensuitwisseling op AP
35 Reguliere uitgaven bü Voorjaarsnota 2024 (= 8 t/m 34)
De toets op het deelplafond Zorg laat een overschr^ding zien b^ Miljoe nennota 2024 van 0,1 miljard euro in 2024. B^ Voorjaarsnota is deze overschr^ding omgeslagen naar een onderschr^ding van 0,8 miljard euro. De totale netto zorguitgaven bedragen 97 miljard euro in 2024 en lopen op tot 125 miljard euro in 2029.
Tweede Kamer, vergaderjaar 2023-2024, 36 550, nr. 1
40
2. Overboekingen met Rųksbegroting Dit betreft diverse overboekingen met het plafond R^ksbegroting. Het gaat onder andere om een overheveling van de middelen voor gegevens uitwisseling (-57,8 miljoen euro in 2024), de bedrage aan accountability Oekraïne (-12,7 miljoen euro structureel) en counseling 20-weken echo (-12,5 miljoen euro). 3. Nominale ontwikkeling Op basis van actuele macro-economische inzichten uit de het Centraal Planbureau (CEP 2024) z^n de ramingen van de loon- en pr^sontwikkeling, volumegroei en de ontwikkeling van de eigen betalingen b^gesteld. 4. Extrapolatie Ter invoeging van een nieuw begrotingsjaar in de meerjarige begrotingsperiode z^n de begrotingstanden 2028 geëxtrapoleerd naar 2029. 5. Uitvoering amendementen Voor de uitvoering van het amendement Dobbe (TK 36410 XVI, nr. 36) voor het ongedaan maken van besparingen in de Wlz wordt in 2024 193 miljoen euro overgeboekt naar het Uitgavenplafond Zorg (193 miljoen euro in 2024). Voor de uitvoering van het amendement Westerveld (TK 36410 XVI, nr. 39) over de vergoeding van spraakcomputers wordt in 2024 1,8 miljoen euro overgeheveld naar het Uitgavenplafond Zorg. Uitgavenmutaties met budgettair beslag 9. Geneesmiddelenvergoedingssysteem Het afstel van de maatregel modernisering Geneesmiddelenvergoedings systeem (GVS) leidt tot 140 miljoen euro structureel hogere uitgaven voor apotheekzorg. 10.
Aanpassing Wet Geneesmiddelenprųzen De t^del^ke beleidsregel b^ de Wet Geneesmiddelenprųzen wordt aangepast zodat deze beter wordt gericht op de onderkant van de genees middelenmarkt. Omdat er minder geneesmiddelen zullen zUn waarvoor een verhoogde maximumprUs zal gelden, levert dit een besparing op. 11. Pakketmaatregel codeïne Het Zorginstituut heeft op basis van het eind 2023 ontwikkelde afwegings kader noodzakelųk te verzekeren zorg een pakketadvies over codeïne in voorbereiding. Met de (gedeeltelUke) uitname van codeïne uit het verzekerde pakket wordt naar verwachting vanaf 2025 een besparing van 13 miljoen euro gerealiseerd. 12. Taakstelling non-IZA sectoren Bų Voorjaarsnota 2023 is besloten tot een taakstelling op niet-IZA-sectoren. In deze Voorjaarsnota wordt structurele dekking van deze taakstelling van 145 miljoen euro gevonden met diverse maatregelen op de begroting van VWS. 13. Sturing doelmatigheid via tarieven In het Coalitieakkoord is een maatregel opgenomen om doelmatigheid te bevorderen in de tariefstelling, door normatieve elementen toe te voegen in sectoren waar vaste of maximumtarieven worden gehanteerd. Naar aanleiding van het NZa-advies over deze maatregel (TK 29689, nr. 1239) heeft het kabinet besloten deze maatregel niet uit te voeren. Dit leidt tot een besparingsverlies van 73,5 miljoen euro.
Tweede Kamer, vergaderjaar 2023-2024, 36 550, nr. 1
41
14. Transformatiemiddelen IZA De raming voor de transformatiemiddelen IZA in 2025 wordt in 2025 met C 200 miljoen verlaagd. Tegenover deze verlaging wordt in de jaren 2024-2027 ruimte voor loon- en pr^sb^stelling gealloceerd naar de transfor matiemiddelen IZA. 15. Ramingsbųstelling Wmo Er vindt een bestelling van 30 miljoen euro structureel plaats vanaf 2025 op de nog onverdeelde groeiruimte Wmo. 16. Besparing RS vaccin Door opname van het RS vaccin in het R^ksvaccinatieprogramma ontstaat een besparing van 8 miljoen euro in het kader apotheekzorg en 8 miljoen in het kader medisch-specialistische zorg. 17. Compensatie vervallen ouderentoeslag De compensatie vervallen ouderentoeslag (CVO) en de extra vermogensvr^stelling niet-AOW'ers z^n vermogensvr^stellingen binnen de eigen bedragen Wlz en beschermd wonen Wmo 2015. Beide vermogensvrestellingen worden afgeschaft (de CVO over een periode van drie jaar), omdat vanwege ontwikkelingen in zowel de fiscaliteit als de eigen bedragen de beleidsdoelen van deze vermogensvrestellingen inmiddels zen behaald. De maatregelen leveren gezamenlek structureel 34 miljoen euro op. 18. Herųken beschikbaarheidsbųdrage acute verloskunde De NZa is voornemens de beschikbaarheidsbedrage acute verloskunde te hereken. De verwachte opbrengst bedraagt structureel 4,5 miljoen euro. 19.
Actualisatie Q4 2023 Zvw-uitgaven Op basis van gegevens uit de vierde kwartaalrapportage 2023 van het Zorginstituut zen de Zvw-uitgaven geactualiseerd. De meest omvangreke meevallers deden zich voor be de sectoren beschikbaarheidsbedragen opleidingen (150 miljoen euro in 2024 en 15 miljoen euro structureel) en apotheekzorg (47 miljoen euro structureel. De meest omvangreke tegen vallers deden zich voor in de sectoren overige curatieve zorg (34,3 miljoen euro structureel), fysiotherapie (19,0 miljoen euro structureel) en hulpmid delen (16,2 miljoen euro structureel). Be de IZA-sectoren bepalen de in het IZA overeengekomen kaders de hoogte van de geraamde uitgaven onder het Uitgavenplafond Zorg en vindt op dit moment geen actualisatie plaats. 20. Meevaller apotheekzorg De doorwerking van de inflatie in de presontwikkeling be apotheekzorg verloopt trager dan eerder be de compensatie voor de presontwikkeling is verondersteld. Dit leidt tot een bestelling van 220 miljoen euro in 2024 en 60 miljoen euro in 2025. 21. Actualisatie Wlz-kader Op basis van de februaribrief van de NZa is de raming voor het Wlz-kader begesteld. Dit betreft een neerwaartse bestelling van 310 miljoen euro in 2024. Hiervan heeft 233 miljoen euro een incidenteel karakter en werkt 77 miljoen euro door naar 2025 en latere jaren.
Tweede Kamer, vergaderjaar 2023-2024, 36 550, nr. 1
42
22. Actualisatie eigen bijdrage Wlz Op basis van de offers uit de vierde kwartaalrapportage van het Zorginstituut is de raming van de eigen bedrage Wlz geactualiseerd met structureel 92 miljoen euro. 23. Actualisatie eigen risico Jaarl^ks levert de Erasmus School of Health & Policy Management de nieuwste kostenverdeling van de zorguitgaven over kostenklassen. Dit jaar betreft het de realisatiegegevens over 2021. De kostenverdelingen beschreven per sector hoe de kosten verdeeld z^n over de populatie. Op basis daarvan her^kt VWS het eigen risico-model en de raming. 24. Actualisatie Wlz (buiten contracteerruimte) Op basis van gegevens uit de vierde kwartaalrapportage 2023 van het Zorginstituut z^n de uitgaven voor opleidingen in de Wlz in 2024 en 2025 met 5 miljoen euro opwaarts b^gesteld. 25. Verlenging voorwaardeljke toelating paramedische herstelzorg In afwachting van het onderzoek naar de effectiviteit van paramedische herstelzorg wordt 10 miljoen euro gereserveerd voor mogel^ke verlenging van de voorwaardeljke toelating in 2025. 26. Bjstelling voorwaardeljke toelating De geraamde totale uitgaven voor voorwaardeljke toelating (VT) vallen in 2025 10 miljoen euro lager uit. 27.
Zorguitgaven BES-eilanden De raming van zorg op declaratiebasis op Bonaire, Sint Eustatius en Saba wordt opwaarts bjgesteld op basis van de meest recente uitvoeringcjfers (10,9 miljoen euro in 2024 en 10 miljoen euro in 2025). Daarnaast wordt er aanvullende financiering beschikbaar gesteld voor het Fundashion Mariadal ziekenhuis op Bonaire (12,5 miljoen euro in 2024 en 2025). 28. Pakketadviezen fysiotherapie De aanspraak voor paramedisch zorg in het basispakket wordt gewjzigd (1,1 miljoen euro structureel). Het maximumaantal behandelingen voor gesuperviseerde oefentherapie bj COPD komt te vervallen. De aanspraak wordt daarnaast uitgebreid met langdurige gepersonaliseerde gesuper viseerde actieve oefentherapie bj reumatoïde artritis met ernstige functionele beperkingen. 29. Medische producten Gaza Voor hulp aan slachtoffers uit Gaza in Egypte wordt 1,5 miljoen euro beschikbaar gesteld voor het inkopen van medische hulpmiddelen bj leveranciers in de geografische regio van Egypte. 30. Pandemische paraatheid Dit betreft een meevaller op de beschikbare middelen voor vervoer pandemische paraatheid van 5,6 miljoen euro in 2024 en 4,4 miljoen euro in 2025. Daarnaast is er een meevaller op de beschikbare middelen voor zorgcoördinatie van 6,1 miljoen euro in 2024 en 3,9 miljoen euro in 2025. 31.
VIPP5 De uitgaven voor het Versnellingsprogramma voor Informatie-uitwisseling tussen Patiënt en Professional Medisch Specialistische Zorg en audiologische centra (VIPP5) zjn in 2024 5,3 miljoen euro lager, doordat in 2023 voorschotten zjn betaald die werden geraamd voor 2024.
Tweede Kamer, vergaderjaar 2023-2024, 36 550, nr. 1
43
32. Kasschuif gegevensuitwisseling op AP De resterende middelen op de aanvullende post voor standaardisatie gegevensuitwisseling in 2024 worden verschoven naar latere jaren. 33. Negatieve eindejaarsmarge Dit betreft de in=uit taakstelling op het begrotingsgefinancierde deel van kader Z. Er vond in 2023 een overschr^ding plaats, wat resulteert in een negatieve eindejaarsmarge op het Uitgavenplafond Zorg van 28 miljoen euro. Deze in=uit taakstelling vormt de tegenboeking van de negatieve eindejaarsmarge. De in=uittaakstelling is een boekhoudkundige (technische) mutatie om te voorkomen dat de verwerking van de eindejaars marge leidt tot overschr^ding van of ruimte onder het uitgavenplafond. 34. Technisch Er z^n enkele budget neutrale schuiven verwerkt, waaronder de uitdeling van de loon- en pr^s-indexatie. 4.1.4 Plafondtoets Investeringen Tabel 13 Plafondtoets Investeringen (in miljoenen euro, min = onderschrÿding)
2024
2025
29.448
33.691
2 Amendementen AFB en APB
- 57
3 Loon- en Prÿsbÿstelling
- 101
4 Oekraïne-uitgaven 5 Valuta ontwikkeling Defensie-uitgaven
1 Uitgavenplafond bü Miljoenennota 2024
2026
2027
2028
2029
- 62
- 185
- 257
- 1.462
- 139
- 88
- 409
- 671
- 776
- 871
200
75
75
80
70
0
- 34
- 44
- 39
- 73
- 86
- 57
Aanpassingen van het uitgavenplafond naar aanleiding van:
6 Kasschuif Defensiematerieelbegrotingsfonds
- 2.100
- 900
1.400
600
500
500
7 Kasschuif Mobiliteitsfonds
- 819
- 770
117
105
201
- 442
8 Kasschuif Deltafonds
- 461
- 183
12
236
- 53
- 112
9 Kasschuif Klimaatfonds
- 172
- 923
1.129
- 198
- 466
- 574
10 Overige kasschuiven investeringsplafond
- 892
- 54
- 67
- 162
- 109
208
11 Overboekingen met plafonds Rÿksbegroting, Sociale Zekerheid en Zorg
- 304
- 208
- 229
- 231
- 194
- 194
28
35
59
0
12 Diversen
0
0
13 Uitgavenplafond bü Voorjaarsnota 2024 (= 1 t/m 12)
24.707
30.533
14 Reguliere uitgaven bü Miljoenennota 2024
30.287
33.654
36.872
36.384
37.707
- 4.741
- 3.158
1.833
- 536
- 2.315
Uitgavenmutaties met aanpassing van het uitgavenplafond: 15 Totaal aanpassingen uitgavenplafond (2 t/m 12)
- 1.680
Uitgavenmutaties met beslag op budgettaire ruimte: 16 Intensivering munitie en luchtverdediging 17 Investeringen in Nederlandse halfgeleidersector (microchipsector)
0
0
0
0
500
0
- 685
- 395
- 176
28
109
139
18 Koploperprojecten PPLG's
195
87
152
0
0
0
19 Dekking uit AP overheveling Transitiefonds
-9
-8
- 452
- 33
- 53
-3
20 Kasschuiven
372
490
- 782
- 56
- 12
- 12
21 Extrapolatie
0
0
0
0
0
6.617
22 Eindejaarsmarge
2.823
0
0
0
0
0
23 In=uittaakstelling
- 2.823
0
0
0
0
0
43
- 26
11
12
24
- 47
37.458
35.799
35.960
37.188
24 Diversen 25 Reguliere uitgaven bü Voorjaarsnota 2024 (= 14 t/m 24)
25.462
30.644
26 Over/onderschrüding uitgavenplafond bü Miljoenennota 2024 (=14-1)
839
- 38
27 Over/onderschrüding uitgavenplafond bü Voorjaarsnota 2024 (=25-13)
755
111
28 Uitgavenniveau corona bü Voorjaarsnota 2024 29 Totale uitgaven bü Voorjaarsnota 2024 (=25 + 28)
0
0
0
0
0
0
25.462
30.644
37.458
35.799
35.960
37.188
Tweede Kamer, vergaderjaar 2023-2024, 36 550, nr. 1
44
Totaaloverzicht plafond Investeringen De toets op het deelplafond Investeringen laat een overschr^ding van het plafond zien van 0,8 miljard euro in 2024 en van 0,1 miljard euro in 2025. 2. Amendementen AFB en APB B^ de APB en AFB z^n meerdere amendementen aangenomen. Het gaat o.a. om amendement Bikker (Kamerstukken 36410 XII, nr. 11), waarmee 300 miljoen euro structureel beschikbaar wordt gesteld voor het verbeteren van de beschikbaarheid en betaalbaarheid van het regionaal openbaar vervoer. Een deel van de incidentele dekking wordt gevonden in de uitgekeerde LPO over de reservering van het Transitiefonds. Daarnaast is amendement Erkens aangenomen (Kamerstukken 36418, nr. 42), waarmee de Tweede Kamer heeft ingestemd om de acc^ns op benzine, diesel en LPG per 1 januari 2024 niet te verhogen. Ter dekking voor dit plan is 1,2 miljard euro uit het Nationaal Groeifonds (NGF) onttrokken. 3. Loon- en prųsontwikkeling De uitgavenraming voor de loon- en prųsontwikkeling is geactualiseerd op basis van de economische ramingen van het CPB. 4. Oekraïne-uitgaven Dit betreft de toevoeging van in totaal 500 miljoen euro aan het Defensiematerieelbegrotingsfonds voor de vervanging van aan Oekraïne geleverde eigen voorraad. Dit maakt deel uit van het militaire steunpakket van 2 miljard euro voor Oekraïne dat is aangeboden met een nota van wUziging op de Ontwerpbegroting 2024. 5.
Valuta ontwikkeling Defensie-uitgaven Jaarlųks worden op basis van het Centraal Economisch Plan van het Centraal Planbureau de verwachte effecten van de wisselkoersmutaties verwerkt op de begroting van Defensie. Defensie is met name gevoelig voor schommelingen in wisselkoersen bU aanschaf en in mindere mate bU instandhouding van materieel. Ontwikkelingen in de wisselkoersen van US Dollars en Zweedse Kronen leiden tot lagere benodigde compensatie. 6. Kasschuif Defensiematerieelbegrotingsfonds Toegenomen geopolitieke onrust leidt tot spanning in de mondiale defensiemarkt. Dit, in combinatie met krapte op de arbeidsmarkt, zorgt dat het tempo van de geplande investeringen van Defensie onder druk staat. Op basis van recente ramingen heeft het kabinet besloten om de defensieinvesteringen in een ritme te plaatsen dat beter aansluit bU het moment waarop Defensie deze middelen verwacht uit te kunnen geven. De geplande investeringsmiddelen blUven beschikbaar voor Defensie en kunnen op een zo ambitieus mogelUk tempo worden voortgezet. Hiermee is een eerste stap gezet om de investeringsmiddelen van defensie in een realistischer groeipad te plaatsen. Van de kasschuif wordt 500 miljoen euro in 2029 toegevoegd. Deze middelen worden na de meerjarenperiode structureel in de begroting verwerkt ten behoeve van munitie en luchtverdediging. 7.
Kasschuif Mobiliteitsfonds Binnen het Mobiliteitsfonds wordt 819 miljoen euro uit 2024 en 770 miljoen euro uit 2025 weggeschoven naar latere jaren. De grootste verschuivingen naar achteren vinden plaats op de programmering van de ViA15 en op de middelen voor de ontsluiting van woningbouwprojecten. Door de uitspraak van de Raad van State is het niet mogelUk om in 2025 een DBFMconversie door te voeren en worden de middelen naar 2026 verschoven. De reservering voor de ViA15 schuift daarmee door naar latere jaren. Voor
Tweede Kamer, vergaderjaar 2023-2024, 36 550, nr. 1
45
de middelen voor de ontsluiting van woningbouwprojecten gaat het om een realistische raming op de projecten Ringen draaiende houden WoMo (woningbouwmiddelen) waardoor ruim 200 miljoen euro verschuift uit de jaren 2024-2027. Verder worden enkele reserveringen naar latere jaren geschoven. Daarnaast wordt de budgettaire reeks vanaf 2031 realistischer gemaakt. Ieder jaar heeft een even hoog kasbudget in de periode 2031 t/m 2037. Dit is gedaan zodat eventuele budgettaire veranderingen goed te volgen z^n voor de Kamer. 8. Kasschuif Deltafonds In de jaren 2024 en 2025 wordt in totaal ongeveer 650 miljoen euro verplaatst naar latere jaren. Met name budget van het Hoogwaterbeschermingsprogramma wordt verschoven naar latere jaren in verband met uitdagingen in de uitvoering. In het jaar 2027 is extra kasbudget nodig voor de uitvoering van de Kaderrichtl^n Water. 9. Kasschuif Klimaatfonds Op de Aanvullende Post vindt op het Klimaatfonds een kasschuif plaatst van de jaren 2024 en 2025 naar latere jaren. De kasschuif zorgt ervoor dat deze middelen in het juiste ritme worden gezet. De grootste kasschuiven vinden plaats op de percelen Kernenergie en Vroege Fase Opschaling van 2025 naar latere jaren. De reden is dat het niet is voorzien dat deze middelen in 2024 en 2025 tot besteding zullen komen. Nadere toelichting is te vinden in het Meerjarenprogramma Klimaatfonds 2025. 10.
Overige kasschuiven investeringsplafond Deze post betreft de overige kasschuiven naar latere jaren op het investe ringsplafond, waaronder andere de kasschuif om de CA-middelen voor Beekdalen in het juiste rimte te zetten (199 miljoen euro). De kasschuiven naar latere jaren op het investeringplafond worden met een plafondcorrectie verwerkt. 11. Overboekingen met plafonds Rųksbegroting, Sociale Zekerheid en Zorg Per saldo worden er middelen overgeheveld van plafond Investeringen naar plafond Rųksbegroting (304 miljoen euro). Dit wordt onder andere veroorzaakt door een BCF afdracht Woningbouwmiddelen korte termUn (77 miljoen euro) en een overboeking van het Mobiliteitsfonds naar Infra structuur en Waterstaat ter dekking van motie Bikker (75 miljoen euro). 12. Diversen Dit betreft de overige plafondcorrecties, waaronder de plafondcorrecties voor de grondbank. Uitgavenmutaties met beslag op budgettaire ruimte 16. Intensivering munitie en luchtverdediging Het kabinet stelt in 2028 incidenteel 500 miljoen euro beschikbaar voor versterking van de luchtverdediging en voor munitie voor de eigen krUgsmacht. 17.
Investeringen in Nederlandse halfgeleidersector (microchipsector) Het kabinet heeft in het voorjaar middelen ter beschikking gesteld om knelpunten aan te pakken in de Nederlandse halfgeleidersector (microchip sector), ter bevordering van het ondernemingsklimaat, en ter bevordering van het duurzaam verdienvermogen en de economische veiligheid van Nederland. De middelen zUn bestemd voor verschillende maatregelen op het gebied van woningbouw, infrastructuur en onderwUs in de regio Eindhoven. Het merendeel van de dekking van deze uitgaven komt uit
Tweede Kamer, vergaderjaar 2023-2024, 36 550, nr. 1
46
het Nationaal Groeifonds (NGF), daarnaast komt een deel van de depar tementale begrotingen van OCW, EZK, BZK en het Mobiliteitsfonds De opgenomen reeks betreft de dekking uit het NGF en het Mobiliteitsfonds en de uitgaven die op het Mobiliteitsfonds worden gedaan. 18. Koploperprojecten PPLG's Dit betreft budget dat is vr^gemaakt voor provincies, voor maatregelen die z^ hebben ingediend in het kader van hun Provinciaal Programma Landel^k Gebied (PPLG). Voor de maatregelen die in de periode 2024 - 2026 genomen kunnen worden én die door Wageningen Economic Research (WEcR) potentieel zinvol worden geacht in het kader van de transitie in het landel^k gebied is budget gereserveerd. Dit wordt overgeheveld naar de provincies na een integrale toetsing door het R^k. 19. Dekking uit AP overheveling Transitiefonds Dit betreft budget uit het Transitiefonds dat wordt ingezet voor verschillende maatregelen in het kader van het Nationaal Programma Landel^k Gebied. 20. Kasschuiven Dit betreft kasschuiven naar eerdere jaren op het investeringsplafond. Deze kasschuiven moeten worden ingepast binnen het plafond. Het wordt grotendeels veroorzaakt door een kasschuif op de financiering van maatregelen voor koploperprojecten. Er wordt 633 miljoen euro aan uitgaven van 2026 naar 2024 en 2025 geschoven. 21.