CConstaterende datLansingerland
Koppel je AI →
Document · PDF

[T24.02153] Vast te stellen bestemmingsplan "Berkel Centrum Oost"

Commissie Ruimte 25 juni 2024, gemeente LansingerlandBij agendapunt: Vaststelling bestemmingsplan "Berkel Centrum Oost"34.070 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 4

Blijkt dat niet mogelijk of op overwegende bezwaren te stuiten van stedenbouwkundige, verkeers­ kundige, landschappelijke of financiële aard, dan is het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Lansingerland bevoegd tot het vaststellen van hogere waarden. Hogere waardenbeleid gemeente Lansingerland In de situatie dat woningen een geluidsbelasting ondervinden die hoger is dan de voorkeursgrens­ waarde moet worden getoetst aan de voorwaarden die zijn neergelegd in de gemeentelijke geluidsnota ‘Beleidsnota Hogere Waarden’. De Wgh schrijft een aantal onderzoeksverplichtingen voor: - Er moet een akoestisch onderzoek worden ingesteld naar de geluidsbelasting. Indien van toepassing wordt tevens de doeltreffendheid van de benodigde maatregelen onderzocht; - De voorkeurswaarde moet in acht worden genomen; - Wanneer de voorkeursgrenswaarde wordt overschreden, moeten maatregelen worden on­ derzocht waarmee deze waarde alsnog kan worden bereikt. Bij het vaststellen van een hogere waarde wordt op grond van artikel 110a Wgh rekening gehouden met cumulatie van geluid. In het beleid is aangegeven dat de cumulatieve geluidsbelasting per aan­ vraag wordt beoordeeld.

7.4.2 Onderzoek In het kader van de voorgenomen ontwikkelingen binnen dit bestemmingsplan heeft KuiperCompagnons een akoestisch onderzoek uitgevoerd. De volledige rapportage is opgenomen in bijlage 10. De nieuwe woningen liggen binnen de in de Wgh vastgelegde onderzoekszone van de N472 en de HSL, zodat op grond van de Wgh akoestisch onderzoek noodzakelijk is. In het kader van een goede ruimtelijke ordening zijn tevens de omliggende 30 km/uur wegen meegenomen in het onderzoek. De locatie Hergerborch ligt niet binnen de onderzoekszone van een gezoneerd

Bestemmingsplan “Berkel Centrum Oost' Toelichting Vast te stellen - 23 april 2024

64

industrieterrein. Akoestisch onderzoek in het kader van industrielawaai is dan ook niet benodigd. Door de nieuw aan te leggen weg wordt het parkeerterrein Molenwerfstraat ontsloten richting de N472. In de huidige situatie wordt dit parkeerterrein ontsloten via de Molenwerfstraat en Raad­ huislaan. In het kader van een goede ruimtelijke ordening is de geluidbelasting van de nieuwe weg op de omliggende nieuwe en bestaande woningen beoordeeld. Tevens is het akoestisch effect van de gewijzigde verkeersstromen op de bestaande woningen beoordeeld. Uit het onderzoek blijkt dat de voorkeursgrenswaarde alleen wordt overschreden door het verkeer op de omliggende 30 km-wegen. Bij de beoordeling van de karakteristieke geluidwering (aan­ vraag bouwvergunning) wordt ook de hogere geluidsbelasting door het verkeer op deze 30 kmwegen betrokken. Aangezien de wegen een maximale snelheid hebben van 30 km/uur, is het niet mogelijk om hogere waarden aan te vragen. De nieuwe appartementen hebben een geluidluwe gevel voor zover één van de gevels van de appartementen is georiënteerd op de zijde waar de voorkeursgrenswaarde niet wordt overschre­ den. Bij de verdere uitwerking van de bouwplannen moet hiermee rekening worden gehouden. Voor enkele woningen langs de Raadhuislaan/Laan van Romen is sprake van een geluidsbelas­ ting van hoger dan 53 dB op de buitenruimte.

Door het toepassen van een asfalt- of stille elemen­ tenverharding op de Raadhuislaan en een deel van de Laan van Romen, of door de toepassing van bouwkundige maatregelen in de vorm van een gesloten borstwering van circa 1,2 m al dan niet in combinatie met de toepassing van absorptie tegen het plafond van de balkons, kan deze buitenruimte passend worden gemaakt in het geluidbeleid. Op een aantal woningen vindt een overschrijding van de voorkeursgrenswaarde plaats door het verkeer op de nieuw aan te leggen 30 km-weg. Door het toepassen ven een asfalt- of stille ele­ mentenverharding, wordt de geluidbelasting met circa 2 dB gereduceerd, waardoor op minder woningen een overschrijding van de grenswaarde plaatsvindt. Voor deze woningen dient onder­ zoek plaats te vinden naar de geluidwering van de gevels. Aangezien de weg een 30 km/uur weg betreft kan geen hogere waarde worden vastgesteld. Vanwege de hierboven beschreven ontwikkelingen vindt een verandering plaats van de verkeers­ stromen op de 30 km/uur wegen in en rond het plangebied. Dit leidt op diverse plaatsen in het plan tot een significante verhoging van de geluidbelasting. Door het aanleggen van een asfaltverharding of stille elementenverharding kan dit aantal worden gereduceerd.

Voor de woningen waar na maatregelen nog steeds sprake is van een toename van de geluidsbelasting van 1,5 dB dient onderzoek plaats te vinden naar de geluidwering van de gevels.

7.4.3 Conclusie Uit akoestisch onderzoek blijkt dat de voorkeursgrenswaarde alleen wordt overschreden door verkeer op omliggende 30 km-wegen. Bij de verdere uitwerking van de bouwplannen moet reke­ ning gehouden worden met geluidluwe gevels. Door toepassing van bron- en/of bouwkundige maatregelen kunnen de buitenruimtes passend worden gemaakt in het geluidbeleid. Het verkeer op de nieuwe weg veroorzaakt een overschrijding van de voorkeursgrenswaarde op een aantal woningen, waarvoor onderzoek naar de geluidwering van de gevels nodig is. Daarnaast leiden de veranderde verkeersstromen als gevolg van de ontwikkelingen in het plan op een aantal plek­ ken tot significante verhoging van de geluidbelasting; voor woningen waar na toepassing van maatregelen nog sprake is van een toename van 1,5 dB is ook onderzoek nodig naar geluidwering van de gevels.

Bestemmingsplan “Berkel Centrum Oost' Toelichting Vast te stellen - 23 april 2024

65

7.5

Luchtkwaliteit

7.5.1 Kader Het onderzoek naar luchtkwaliteit wordt uitgevoerd op grond van hoofdstuk 5, titel 5.2 ‘Luchtkwa­ liteitseisen’ van de Wet milieubeheer. De titel 5.2 ‘Luchtkwaliteitseisen’ is beter bekend als de Wet luchtkwaliteit. De kern van de Wet luchtkwaliteit is het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL). Het NSL is een bundeling maatregelen op regionaal, nationaal en internationaal niveau die de luchtkwaliteit verbeteren en waarin alle ruimtelijke ontwikkelingen/projecten zijn opgeno­ men die de luchtkwaliteit in belangrijke mate verslechteren. Het doel van de NSL is om overal in Nederland te voldoen aan de Europese normen voor de luchtverontreinigende stoffen. Voor wegverkeer zijn stikstofdioxide (NO2), fijnstof (PM10) en zeer fijnstof (PM2,5) de belangrijkste stoffen. De in de Wet luchtkwaliteit gestelde norm voor NO2 en PM10 jaargemiddelde grenswaarde is voor beide stoffen 40 pg/m3. Daarnaast mag de PM10 24 uurgemiddelde grenswaarde van 50 pg/m3 maximaal 35 keer per jaar worden overschreden. De jaargemiddelde grenswaarde voor zeer fijnstof (PM2,5) bedraagt 25 pg/m3. Met het van kracht worden van het NSL zijn de tijdstippen waarop moet worden voldaan aan de jaargemiddelde grenswaarden NO2 en PM10 aangepast. Voor PM10 is dat 11 juni 2011 en 1 januari 2015 voor NO2. De grenswaarde voor PM2,5 is vanaf 1 januari 2015 van toepassing.

Naast de introductie van het NSL is het begrip ‘niet in betekenende mate bijdragen’ (NIBM) een belangrijk onderdeel van de Wet luchtkwaliteit. Een project draagt NIBM bij aan de verslechtering van de luchtkwaliteit als de NO2 en PM10 jaargemiddelde concentraties niet meer toenemen dan 1,2 pg/m3. In dat geval is de ontwikkeling als NIBM te beschouwen. Een ruimtelijke ontwikkeling vindt volgens de Wet luchtkwaliteit doorgang als ten minste aan één van de volgende voorwaarden is voldaan: - de ontwikkeling is opgenomen in het NSL; - de ontwikkeling aangemerkt wordt als een NIBM-project; - de gestelde grenswaarden in bijlage 2 van de Wet luchtkwaliteit niet worden overschreden; - projectsaldering kan worden toegepast. Voor zover de ruimtelijke ontwikkeling is opgenomen in het NSL of de ontwikkeling kan worden aangemerkt als NIBM-project is toetsing aan de grenswaarden van de Wet luchtkwaliteit niet no­ dig.

7.5.2 Onderzoek In de regeling NIBM is aangegeven dat een woningbouwlocatie met maximaal 1.500 woningen aan één ontsluitingsweg is aan te merken als een ontwikkeling die ‘niet in betekenende mate’ bijdraagt aan de verslechtering van de luchtkwaliteit. De realisatie van 80 woningen blijft ruim­ schoots onder deze grenswaarde. De ontwikkeling kan zodoende worden aangemerkt als ‘niet in betekenende mate’ bijdragend aan verslechtering van de luchtkwaliteit. Onderzoek op grond van de Wet luchtkwaliteit is daarom niet benodigd. In het kader van een goede ruimtelijke ordening is daarnaast wel aandacht besteed aan de concentraties luchtverontreinigende stoffen nabij het plangebied. Goede ruimtelijke ordening (NSL-monitoringstool) In het kader van een goede ruimtelijke ordening zijn de jaargemiddelde concentraties luchtver­ ontreinigende stoffen beschouwd ter plaatse van het plangebied. In de NSL-monitoringstool zijn langs de belangrijkste wegen (Dominee Van Koetsveldstraat, Molenwerfstraat, Raadhuislaan,

Bestemmingsplan “Berkel Centrum Oost' Toelichting Vast te stellen - 23 april 2024

66

Laan van Romen, Herenstraat) de jaargemiddelde concentraties NO2, PM10 en PM2,5 bepaald. In afbeelding 7.1 zijn deze concentraties weergegeven voor het peiljaar 2021. Uit de afbeelding blijkt dat de jaargemiddelde concentraties NO2, PM10 en PM2,5 ter plaatse van het projectgebied de jaargemiddelde grenswaarde van 40 pg/m3 (voor NO2 en PM10) en 25 pg/m3 (voor PM2,5) niet overschrijden. Daarnaast is de trend dat in de toekomst de emissies en de achtergrondconcentraties van deze stoffen zullen dalen, waardoor geen overschrijdingen van de grenswaarden zijn te verwachten. N "Q ïfr z'

Modus Monitoring Anwė M.C. Schņiidtpark

polygon

Mcnltonn9sron<l<

Focus op luľisdictie

Alleen toetspunten

3S pg/mS Reken punten

# N02 pg/mS

PMIO pg/mS

33 3S.3

PM2.5MgZm3

15959S73 15959575 1.397760ft 15972725 159(50279 13960730 15972611 15972610 15972004 I.3973fi63 16009490 15957912 1.39.39590 15960415 15960414 13960417 15972609

Wegvakken

Afbeelding 7.1: Overzicht concentraties NO2, PM10 en PM2,5, peiljaar 2021 (opgehchte punten zijn opgenomen in de tabel) (bron: NSL-monitoringstool).

7.5.3 Conclusie Het aspect luchtkwaliteit vormt geen belemmering voor dit bestemmingsplan.

7.6

Milieuzonering

7.6.1 Kader Voor het behoud en de verbetering van de kwaliteit van de woon- en leefomgeving is een juiste afstemming tussen de verschillende voorkomende functies noodzakelijk. Daarbij kan gebruik wor­ den gemaakt van een milieuzonering die uitgaat van richtinggevende afstanden tussen hinderlijke functies (in de vorm van gevaar, geluid, geur, stof) en gevoelige functies. In de brochure “Bedrij­ ven en Milieuzonering” van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) (versie 2009) zijn deze richtafstanden opgenomen. Van deze richtafstanden kan gemotiveerd worden afgeweken.

Bestemmingsplan “Berkel Centrum Oost' Toelichting Vast te stellen - 23 april 2024

67

mìlìeucâtegorie

richtafstand tot omgevingstvpe rustige woonwijk

richtafstand tot omgovingstype gemengd gebied

1

10 m

0 m

2

30 m

10 m

3.1

Sū m

3Ū m

3.2

100 m

50 m

4.1

200 m

100 m

A.2

3ŪŪ m

200 m

S.1

Sūū m

3ŪŪ m

S.2

700 rm

500 m

S.3

1.000 m

700 m

6

l.SŪO m

1.000 m

Afbeelding 7.2: Richtafstanden VNG-brochure.

7.6.2 Onderzoek Bij een bestemmingsplan dient voor nieuwe situaties rekening te worden gehouden met de richt­ afstanden van de VNG-handreiking. Dit bestemmingsplan maakt de realisatie van 80 nieuwe wo­ ningen mogelijk, wat geldt als gevoelige functie. Daarnaast worden in de nabijheid van de nieuwe en bestaande woningen in het gebied nieuwe parkeerplaatsen gerealiseerd. In de omgeving van het plangebied zijn, naast woningen, verschillende bedrijven/inrichtingen aanwezig en/of bestemd in het vigerende bestemmingsplan. Daardoor is het gebied aan te mer­ ken als ‘gemengd gebied’. Voor een dergelijk gebied mogen de VNG-richtafstanden, zoals ge­ noemd in de VNG-publicatie, worden gereduceerd (dat wil zeggen: één stap terug in de richtafstand). In dit kader heeft KuiperCompagnons in 2020 een quickscan uitgevoerd met betrekking tot het aspect bedrijven en milieuzonering. De bevindingen zijn samengevat in een notitie, die is opge­ nomen in bijlage 11. Omliggende bedrijven / bestemmingen In de omgeving van het plangebied bevinden zich drie relevante vigerende bestemmingen: ‘Maat­ schappelijk’ en ‘Kantoor’ ten westen en ‘Bedrijf’ ten zuiden van de nieuwe woningen (Hergerborchlocatie). De bedrijven / bestemmingen en de bijbehorende richtafstanden zijn in de notitie afzonderlijk behandeld.

Hierbij wordt geconcludeerd dat deze functies geen belemmering vormen voor de voorgenomen ontwikkeling. De richtafstanden reiken niet tot de nieuwe woningen. Parkeerplaatsen Molenwerfstraat De voorgenomen ontwikkeling voorziet in een herinrichting en uitbreiding van het parkeerterrein aan de Molenwerfstraat. Het realiseren van deze parkeerplaatsen is in beginsel al mogelijk binnen de vigerende verkeersbestemming. In de quickscan zijn hiervoor verschillende varianten onder­ zocht. Voor een parkeerterrein geldt op basis van de VNG-publicatie een richtafstand van 10 meter in een gemengd gebied. Uit het onderzoek blijkt dat de nieuwe woningen deels binnen een afstand van 10 m van het toekomstige parkeerterrein (in de gekozen variant) zijn voorzien. Ook blijkt dat het nieuwe parkeerterrein dichter bij de nieuwe woningen komt te liggen dan het huidige parkeer­ terrein. Nu de richtafstand tussen de verkeersbestemming en de nieuwe gevoelige objecten niet geheel wordt gerespecteerd, is in beginsel een nadere beschouwing (akoestisch onderzoek) noodzakelijk. Omdat de overschrijding van de richtafstand en de wijzingen ten opzichte van de vigerende pla­ nologische situatie echter beperkt zijn kan worden volstaan met een beknopte nadere beschou­ wing / onderbouwing.

Om het akoestisch effect van de uitbreiding / wijziging van de parkeerplaat­ sen en rijroutes inzichtelijk te maken, is in het akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai ook het parkeerterrein aan de Molenwerfstraat betrokken. Daarbij is eveneens de geluidbelasting ter

Bestemmingsplan “Berkel Centrum Oost' Toelichting Vast te stellen - 23 april 2024

68

plaatse van de (bepalende) bestaande woningen beschouwd en een vergelijking gemaakt met de huidige situatie. De resultaten daarvan zijn beschreven in paragraaf 7.4. Bij het gebruik van de parkeerplaatsen zullen verder ook piekgeluiden (maximale geluidsniveaus) optreden, bijvoor­ beeld door het dichtslaan van portieren. Omdat deze in de vigerende situatie ook al optreden is geen sprake is van een verslechtering van het akoestisch woon- en leefklimaat. 7.6.3 Conclusie Omliggende bedrijven/bestemmingen vormen geen belemmering voor de voorgenomen ontwik­ keling. Voor het parkeerterrein aan de Molenwerfstraat wordt niet geheel aan de richtafstand tot de nieuwe woningen voldaan; het effect van het parkeerterrein op bestaande en nieuwe woningen is daarom in het akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai betrokken (zie paragraaf 7.4).

7.7

Externe veiligheid

7.7.1 Kader Externe veiligheid richt zich op het beheersen van activiteiten die een risico voor de omgeving kunnen opleveren. Bij de (her)inrichting van een gebied bepaalt de externe veiligheidssituatie mede de ruimtelijke (on)mogelijkheden. In het kader van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) gelezen in samenhang met de regels om­ trent externe veiligheid moet worden onderzocht of er sprake is van aanwezigheid van risicobronnen in de nabijheid van de locatie waarop het Wro besluit betrekking heeft en dienen het plaats­ gebonden risico (PR) en het groepsrisico (GR), en de eventuele toename hiervan, beoordeeld te worden. Plaatsgebonden risico Het PR is de kans per jaar dat een persoon op een bepaalde plaats overlijdt als rechtstreeks gevolg van een ongeval met gevaarlijke stoffen, indien hij onafgebroken en onbeschermd op die plaats zou verblijven. Het PR wordt weergegeven met risicocontouren rondom een inrichting of langs een vervoersas. De normstelling heeft de status van een grenswaarde die niet overschre­ den mag worden. Voor kwetsbare objecten wordt in zowel bestaande als nieuwe situaties het niveau van 10-6 per jaar als grenswaarde gehanteerd. Nieuwe beperkt kwetsbare objecten zijn alleen toegestaan onder een gewichtige motivering. Bestaande beperkt kwetsbare objecten zijn toegestaan binnen de PR 10-6 contour.

Groepsrisico Het GR kan worden beschouwd als de maat van maatschappelijke ontwrichting in geval van een calamiteit (en drukt dus de kans per jaar uit dat een groep mensen van minimaal 10 personen overlijdt als rechtstreeks gevolg van een calamiteit). De normstelling heeft de status van een oriënterende waarde. Deze waarde is geen vastgestelde wettelijke norm. Voor het bevoegd ge­ zag geldt met betrekking tot het GR wel een verantwoordingsverplichting. Verantwoording groepsrisico Binnen het invloedsgebied geldt dat voor ieder ruimtelijk plan groepsrisicoverantwoording ver­ plicht is. Een verantwoording is een kwalitatieve beschrijving over de waarde van het groepsri­ sico, maatregelen, zelfredzaamheid en bestrijdbaarheid. Het advies van de veiligheidsregio speelt hierbij een belangrijke rol. Bij complexe projecten ligt doorgaans een proces van overleg met veiligheidsdeskundigen ten grondslag. Regelgeving transport van gevaarlijke stoffen via buisleidingen Het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb) regelt onder andere welke veiligheidsafstanden moeten worden aangehouden rond buisleidingen met gevaarlijke stoffen. De normstelling is in lijn met het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi). Daarmee zijn nieuwe kwetsbare ob­ jecten binnen de PR 10-6 contour niet toegestaan. Ook is vastgesteld dat wanneer binnen het

Bestemmingsplan “Berkel Centrum Oost' Toelichting Vast te stellen - 23 april 2024

69

invloedsgebied van een buisleiding een ruimtelijk besluit wordt genomen, de verantwoordings­ plicht van toepassing is. Het Bevb gaat uit van een belemmerde strook van 4 of 5 meter, afhankelijk van de werkdruk en stof. Voor deze strook geldt een bouwverbod en een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerken zijnde, of van werkzaamheden. Net als bij het Bevi worden de risicoafstanden en rekenmethodiek die volgen uit het Bevb opgenomen in een regeling, de Re­ geling externe veiligheid buisleidingen (Revb). Regelgeving transport van gevaarlijke stoffen over wegen, water en spoor Het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt) hanteert een vaste afstand van 200 meter, gemeten vanaf de buitenrand van de transportroute, voor het verantwoordingsgebied. Binnen dit gebied dient de hoogte van het GR inzichtelijk te worden gemaakt. Het invloedsgebied is afhan­ kelijk van de afstand van de 1% letaliteitsgrens van de verschillende stoffen over de transport­ route. Voor de meest bepalende stofcategorie GF3 (zoals LPG) is dat 355 meter, gemeten vanaf de as van de transportroute. Binnen het invloedsgebied dient een motivering te worden opgesteld over de zelfredzaamheid en bestrijdbaarheid. Ten aanzien van de verantwoordingsplicht GR wordt, net als in het Bevb, onderscheid gemaakt tussen een volledige verantwoording en een beperkte verantwoording van het GR.

7.7.2 Onderzoek In de nabijheid van het plangebied zijn geen risicobronnen aanwezig waarnaar onderzoek beno­ digd is. Vanuit het aspect externe veiligheid zijn er zodoende geen belemmeringen voor de be­ oogde ontwikkelingen.

7.7.3 Conclusie Het aspect externe veiligheid vormt geen belemmering voor de ontwikkelingen in dit bestem­ mingsplan. In het kader van het wettelijk vooroverleg wordt het bestemmingsplan voor advies voorgelegd aan de veiligheidsregio Rotterdam-Rijnmond.

7.8

Overige belemmeringen Naast de hiervoor beschreven milieuaspecten kunnen er nog andere belemmeringen in of nabij het plangebied aanwezig zijn die van invloed kunnen zijn op de planvorming. Het gaat bijvoor­ beeld om de aanwezigheid van straalpaden, planologisch relevante kabels en leidingen (zoals waterleidingen of rioleringsleidingen), beschermingszones en dergelijke.

Kabels en leidingen Binnen het plangebied zijn enkele relevante kabels en leidingen aanwezig, met name aan de oostkant. Langs de oostrand van het plangebied loopt in de ondergrond een waterleiding. Het betreft een persleiding van de gemeente Lansingerland. In het bestemmingsplan ‘Annie M.G. Schmidtpark’ is hiervoor de dubbelbestemming ‘Leiding - Water’ opgenomen. Daarnaast ligt onder de beoogde nieuwe weg een hoge druk gasleiding van Stedin. Ook bevinden zich in de bocht waar het oppervlaktewater wordt doorbroken een middenspanningskabel van Stedin en een aantal datakabels van verschillende beheerders. In de variantenstudie voor de wegverlegging van Witteveen+Bos (2020, zie bijlage 1) zijn deze kabels en leidingen als aan­ dachtspunt gemarkeerd. Daarbij wordt geconcludeerd dat de aanwezigheid van deze kabels en leidingen de realisatie van de wegverlegging niet in de weg hoeven te staan. Wel dienen hierover

Bestemmingsplan “Berkel Centrum Oost' Toelichting Vast te stellen - 23 april 2024

70

nadere afspraken gemaakt te worden met de netbeheerders. In het ontwerp van de weg en de bruggen wordt rekening gehouden met de aanwezige kabels en leidingen.

Toetsingsvlakken Luchtverkeersleiding Nederland Ten behoeve van de luchtverkeersbeveiliging van luchthaven “Rotterdam The Hague Airport” zijn technische installaties en systemen op en in de omgeving van het luchtvaartterrein aanwezig. Deze zogenaamde Communicatie, Navigatie en Surveillance (CNS)-infrastructuur maakt gebruik van radiogolven die uitgezonden en/of ontvangen worden door antennesystemen. Obstakels, zo­ wel vast (gebouwen, windmolens, et cetera) als mobiel (bouwkranen, heistellingen, et cetera) vormen in potentie een bedreiging voor de goede werking van de apparatuur omdat ze de uitge­ zonden radiosignalen kunnen verstoren. Verstoring van de apparatuur maakt de CNS apparatuur minder betrouwbaar of zelfs geheel on­ bruikbaar waardoor direct de veiligheid van het luchtverkeer wordt beïnvloed. Het is daarom in het belang van de veiligheid van de luchtvaart alles in het werk te stellen om de diverse systemen tegen verstorende obstakels te beschermen. Aan de hand van de internationale burgerluchtvaartcriteria dient beoordeeld te worden of de voorgenomen bouwplannen en werktuigen van invloed zijn op de correcte werking van CNS-hulpmiddelen. Het plangebied bevindt zich binnen het toetsingsvlak van 30-40 m (afbeelding 7.4). Met dit be­ stemmingsplan wordt geen bebouwing mogelijk gemaakt van 30 m of hoger. De maximale bebouwingshoogte van de nieuwbouw bedraagt 15 m.

De ontwikkeling vormt dan ook geen belem­ mering voor de toetsingsvlakken luchtverkeer.

ilfgauw

fe ļpīeiSwljk

,

Berkęl

z

Beŕošċtónhòök

Î2ļp Ro^nrij Oudet.è«de

Tęjŗbre^è

Afbeelding 7.4: toetsingsvlakken ILS 24.

Bestemmingsplan “Berkel Centrum Oost' Toelichting Vast te stellen - 23 april 2024

71

Akoestiek Bij de luchthaven “Rotterdam The Hague Airport” speelt ook het aspect ‘akoestiek’ een rol. De maatgevende contour, waarbinnen geen geluidgevoelige bebouwing (zoals woningen) mag wor­ den gerealiseerd, is weergegeven middels de zogenaamde 35 KE-contour. Voorliggend plange­ bied is gelegen buiten de geluidszones van de luchthaven. Er gelden ten aanzien van geluidhin­ der als gevolg van de luchthaven binnen voorliggend plangebied geen restricties.

VOR/DME Het plangebied bevindt zich nabij het toetsingsvlak behorende bij de VOR/DME RTM (Rotter­ dam). Een VOR (VHF Omni-Directional Radiorange) geeft een vliegtuig koersinformatie en een DME (Distance Measuring Equipment) geeft een vliegtuig afstandsinformatie. Het toetsingsvlak van de VOR/DME kent een 600 m vrije straal gemeten vanaf de basis van de antenne op maaiveldhoogte. Binnen deze straal van 600 m geldt een toetsingshoogte van 0 m; elk op te richten object kan verstoring veroorzaken. Vanaf het 0 meter vlak loopt het toetsingsvlak trechtervormig omhoog tot een hoogte van 46,07 m (NAP) op een afstand van 3 km (zie onderstaande afbeelding 7.5). Het plangebied ligt grotendeels binnen de zone met een toetsingshoogte van 20-30 m. De maximale bouwhoogte binnen het bestemmingsplan bedraagt 15 m. De beoogde ontwikkelingen vormen zodoende geen belemmering. Er is om die reden ook geen vrijwaringszone opgenomen op de verbeelding.

Bestemmingsplan “Berkel Centrum Oost' Toelichting Vast te stellen - 23 april 2024

72

Afbeelding 7.5: toetsingsvlak VOR/DME.

Invliegfunnel Bij de luchthaven “Rotterdam The Hague Airport” hoort een aanvliegroute (invliegfunnel). In ver­ band met de vliegveiligheid geldt er binnen de aanvliegroute een hoogtebeperking voor gebou­ wen en andere bouwwerken tot de aangegeven hoogtes. De maximale bouwhoogte binnen dit bestemmingsplan bedraagt 15 m. Zoals blijkt uit afbeelding 7.6 wordt de toetsingshoogte ter plaatse van het plangebied daarmee niet overschreden. Het is daarom niet nodig dat er voor de invliegfunnel een beschermende regeling in het plan wordt opgenomen.

Bestemmingsplan “Berkel Centrum Oost' Toelichting Vast te stellen - 23 april 2024

73

Afbeelding 7.6: uitsnede kaart hoogtebeperkingen invliegfunnel Rotterdam The Hague Airport.

7.9

Duurzaamheid

7.9.1 Kader

Nationaal klimaatbeleid In 2013 zijn er in het ‘Energieakkoord voor duurzame groei’ reeds afspraken gemaakt over ener­ giebesparing, stimuleren van duurzame energie en werkgelegenheid tussen de overheid, vak­ bonden, werkgevers en milieuorganisaties. Tijdens de klimaattop in Parijs in 2016 hebben 197 landen, waaronder Nederland, zich gecommitteerd aan het terugdringen van de uitstoot van broeikasgassen en de opwarming van de aarde te beperken tot maximaal 2 graden met 1,5 graad als streefwaarde. In de Klimaatwet (2019) is vastgelegd dat broeikasgasuitstoot (ten opzicht van 1990) met respectievelijk 49 procent in 2030 en 95 procent in 2050 verminderd moeten worden. Daarnaast moeten er in 2050 een volledig CO2-neutrale elektriciteitsproductie zijn. In het Klimaatakkoord dat op 26 juni 2019 door het kabinet is gepresenteerd staan afspraken met verschillende sectoren om de uitstoot van broeikasgassen tegen te gaan en de doelen uit de Klimaatwet te kunnen halen. Deze afspraken zijn ingedeeld per sector: elektriciteit, gebouwde omgeving, indu­ strie, landbouw en landgebruik, en mobiliteit. Zo is voor de gebouwde omgeving afgesproken dat in 2030 1,5 miljoen bestaande woningen verduurzaamd zijn, en in 2050 7 miljoen woningen en 1 miljoen gebouwen van het aardgas af zijn. Hierbij is een centrale rol weggelegd voor gemeentes, en wordt een wijkgerichte aanpak gehanteerd.

Wet Voortgang Energie Transitie Op 1 juli 2018 is de Wet Voortgang Energie Transitie (VET) in werking getreden. Deze Wijzigings­ wet heeft een aantal aanpassingen doorgevoerd in de Gaswet en de Elektriciteitswet. Door de wijziging van de Gaswet mag een netbeheerder geen aardgasaansluiting meer verzorgen voor nieuwbouw. De aansluitplicht is dus vervallen, waarmee nieuwbouw niet meer aangesloten kan worden op het aardgasnet. Een belangrijk aandachtspunt is dat dit alleen geldt voor kleinverbrui­ kers. Kleinverbruikers hebben een gasmeter tot en met G25 (een doorlaat-waarde tot en met 40 m^ per uur). Veel grotere kantoorpanden en bedrijven hebben een grotere aansluiting en hebben dus nog steeds recht op een aardgasaansluiting. Daarnaast biedt de Wet VET het college de ruimte om gebieden aan te wijzen waar netbeheerders geen nieuwe aardgasaansluitingen meer mogen verzorgen. Van deze bevoegdheid mag alleen gebruik worden gemaakt als er is voorzien

Bestemmingsplan “Berkel Centrum Oost' Toelichting Vast te stellen - 23 april 2024

74

in alternatieve voorzieningen. Dit heeft echter alleen invloed op kleingebruikers. Voor grootver­ bruikers vervalt het recht op een gasaansluiting hiermee dus niet. De wetgeving biedt ook ruimte aan het college van B&W om bij zwaarwegende redenen van algemeen belang uitzonderingen te maken en toch in een gasaansluiting te voorzien.

BENG Voor alle nieuwbouw, zowel woningbouw als utiliteitsbouw, geldt dat vergunningaanvragen vanaf 1 januari 2021 moeten voldoen aan de eisen voor Bijna Energieneutrale Gebouwen (BENG). Die eisen vloeien voort uit het Energieakkoord voor duurzame groei en uit de Europese Energy Per­ formance of Buildings Directive (EPBD). De energieprestatie bij BENG wordt bepaald aan de hand van 3 individueel te behalen eisen: 1. de maximale energiebehoefte in kWh per m2 gebruiksoppervlak per jaar (kWh/m2.jr); 2. het maximale primair fossiel energiegebruik, eveneens in kWh per m2 gebruiksoppervlak per jaar (kWh/m2.jr); 3. het minimale aandeel hernieuwbare energie in procenten (%).

Convenant klimaatadaptief bouwen Zuid Holland In oktober 2018 heeft een groot aantal partijen in Zuid-Holland het Convenant Klimaatadaptief Bouwen ondertekend, waaronder provincie, gemeenten, waterschappen, bouwbedrijven, maat­ schappelijke organisaties, financiers en projectontwikkelaars. Het doel van het convenant is het verminderen van wateroverlast, hittestress, droogte en bodemdaling en het vergroten van de bio­ diversiteit. Met het convenant is de ambitie vastgelegd dat nieuwbouwlocaties in Zuid-Holland zoveel mogelijk klimaatadaptief worden gebouwd, zodat ze bestand zijn tegen de gevolgen van klimaatverandering. De urgentie hiervan is ingegeven door het Deltaprogramma in combinatie met de grote bouwopgave in Zuid-Holland. Klimaatverandering heeft grote impact op de leefom­ geving en het aantal weersextremen neemt toe. Zuid-Holland staat daarnaast voor een grote woningbouwopgave, tot 2025 zijn er in de provincie 100.000 nieuwe woningen nodig. De procesafspraken uit het convenant zijn vervolgens vertaald in een ‘Minimaal Programma van Eisen’, dat op 13 september 2019 aan de Deltacommissaris is overhandigd. Dit programma dient als voorlopige maatregel, totdat een instrumentarium ontwikkeld is waarmee de klimaat-bestendigheid van nieuwbouwprojecten kan worden beoordeeld.

Het programma biedt praktische en concrete eisen die partijen in Zuid-Holland kunnen gebruiken om op korte termijn nieuwbouwplannen klimaatbestendig te ontwikkelen. Het is bedoeld om vooraf ruimtelijke plannen en ont­ werpen aan te toetsen. De eisen zijn ingedeeld in zes thema’s: - Wateroverlast; - Droogte; - Hitte; - Bodemdaling; - Biodiversiteit; - Overstromingen. Hierbij is eveneens een Leidraad klimaatadaptief bouwen opgesteld. Dit dient als hulpmiddel ter ondersteuning bij het concretiseren van de klimaatambities en het beoordelen van de gebiedsontwikkeling op de zes klimaatthema’s. In de leidraad worden de thema’s inhoudelijk uitgewerkt. De thema’s zijn verbonden door de vaste stappen in het proces. De leidraad bestaat uit twee delen. Het eerste deel beschrijft per thema welke stappen genomen moeten worden om de am­ bities vast te leggen in eisen en te beoordelen. Het tweede geeft meer context aan en toelichting op het geheel.

Lansingerland Duurzaam (Duurzaamheidsvisie) De gemeente Lansingerland heeft de ambitie vastgesteld om in 2050 een CO2-neutrale gemeente te zijn. Hiertoe is de duurzaamheidsvisie ‘Lansingerland duurzaam’ opgesteld, die op 18 juli 2019 door de gemeenteraad is vastgesteld. Door een inzet op de thema’s energietransitie, circulaire economie en klimaatadaptatie wil de gemeente ook voor de toekomst de kwaliteit van wonen en

Bestemmingsplan “Berkel Centrum Oost' Toelichting Vast te stellen - 23 april 2024

75

onze aantrekkelijke leefomgeving behouden en de impact op het milieu en het klimaat te minima­ liseren. Dat betekent de overgang van fossiele bronnen naar energie uit her- nieuwbare bronnen, gesloten grondstofkringlopen met een zo hoog mogelijk behoud van waar- de en de aanpassing aan klimaatverandering om de negatieve effecten hiervan op te vangen, zodat een zekere mate van klimaatbestendigheid ontstaat. Daarbij geeft de gemeente zelf het goede voorbeeld, maar vraagt de gemeente ook iets van andere partijen.

Lansingerland Duurzaam - Uitvoeringsagenda 2019-2022 Als praktische uitwerking van de duurzaamheidsvisie ‘Lansingerland duurzaam’, heeft de ge­ meenteraad van Lansingerland op 30 januari 2020 de Uitvoeringsagenda 2019-2022 vastgesteld. Deze uitvoeringsagenda geeft voor de periode tot en met 2022 aan welke keuzes de gemeente maakt en met welke projecten ze aan de slag is en nog gaat om de doelen in de visie te behalen. De uitvoeringsagenda bestaat uit een groot aantal concrete initiatieven die op de korte en lange termijn bijdragen aan het realiseren van de visie ‘Lansingerland Duurzaam’. De gemeente kan en wil dit niet alleen doen, maar samen met inwoners, bedrijven en andere overheden. Het doel van het document is om de inhoud en aansturing van de initiatieven transparant te maken voor de raad, inwoners, bedrijven en andere betrokkenen binnen en buiten Lansingerland. Met de uitvoeringsagenda wordt een uitwerking gegeven van de hoofdthema’s uit de visie: Energietransitie, Circulaire economie en Klimaatadaptie. Het thema Energietransitie staat voor de transitie naar het gebruik van duurzame en hernieuwbare bronnen voor het opwekken van ener­ gie ter vervanging van fossiele bronnen.

Circulaire economie betreft het optimaal sluiten van grondstoffen kringlopen, met een zo hoog mogelijk behoud van waarde, waarbij ingezet wordt op nieuwe vormen van consumptie zoals de ‘deeleconomie’. Klimaatadaptatie tenslotte gaat over de aanpassing aan klimaatverandering met als doel negatieve effecten hiervan op te vangen en zo een zekere mate van klimaatbestendigheid te bereiken. Per thema worden de verschillende ini­ tiatieven benoemd, tot welk domein deze behoren, of het een project, beleid of activiteit betreft, en of er toekomstige besluitvorming aan gekoppeld is. Energietransitie - Beleid f activiteit: Duurzame woningbouw Voor het thema Energietransitie wordt onder meer duurzame woningbouw als beleid / activiteit benoemd. De gemeente Lansingerland heeft een grote woningbouwopgave. Deze woningbouw leidt nog vrijwel altijd tot een toename van de CO2-uitstoot, meer verharding en minder groen en nieuw materiaalgebruik. Voor gemeente Lansingerland is het de uitdaging om duurzaam te groeien in lijn met duurzaamheidsambities van CO2-neutraliteit, klimaatadaptie en een circulaire economie. In 2018 en 2019 zijn het Kader Duurzame Gebiedsontwikkeling (kader DGO, zie hier­ onder) en de Leidraad Duurzame Inrichting Openbare Ruimte (DIOR) vastgesteld. In 2019 is het convenant klimaatadaptief bouwen ondertekend, zoals reeds beschreven in deze paragraaf.

Deze beleidstukken past de gemeente doorlopend toe bij haar woningbouwprojecten en de in­ richting van de openbare ruimte bij die woningen. Deze vormen de basis voor de onderwerpen duurzame energie, circulaire economie en klimaatadaptatie.

Kader Duurzame Gebiedsontwikkeling In het Kader Duurzame Gebiedsontwikkeling (DGO) zijn de richtlijnen aangegeven voor alle ruim­ telijke nieuwbouwprojecten, op de drie focusthema’s energie, circulaire grondstoffen en klimaat­ adaptatie. Per thema zijn de minimale criteria voor de te realiseren duurzaamheidsprestaties aan­ gegeven. Daarbij is een ‘aanvullend niveau’ en ‘verbeterd aanvullend niveau’ aangegeven. Hoe­ wel het gaat om een richtlijn, dient per ontwikkelingsproject te worden bekeken (in de planontwikkeling of bijvoorbeeld een anterieure overeenkomst) hoe wordt aangesloten bij de in het DGO genoemde criteria en duurzaamheidsmaatregelen. Daarbij dient het ‘verbeterd aanvullend ni­ veau’ het streven te zijn, maar tenminste op het minimale niveau tel worden ontwikkeld.

Bestemmingsplan “Berkel Centrum Oost' Toelichting Vast te stellen - 23 april 2024

76

7.9.2 Onderzoek en conclusie Voor wat betreft de nieuwe woningen wordt in ieder geval toepassing gegeven aan de wettelijke verplichtingen op het gebied van duurzaamheid. Zo zullen de woningen onder meer zonder gas­ aansluiting worden gerealiseerd en voldoen aan de BENG-eisen. Daarnaast zal in het definitieve ontwerp van de nieuwe woning rekening gehouden worden met het gemeentelijk duurzaamheidsbeleid zoals uiteengezet in deze paragraaf. In de openbare ruimte wordt daarnaast rekening gehouden met klimaatadaptatie. Zo wordt meer groen aan het - momenteel sterk versteende - gebied toegevoegd, onder andere in de vorm van nieuwe bomen. Dit draagt bij aan de ruimtelijke kwaliteit, maar zorgt ook voor het tegengaan van hittestress, wateropvang en CO2-opslag. Ook worden veel van de nieuwe parkeerplaatsen uitge­ voerd in halfverharding (grasbetontegels). Dit biedt meer ruimte biedt voor het opvangen en ver­ werken van (toenemende hoeveelheden) hemelwater, en draagt zo bij aan de klimaatbestendigheid van de openbare ruimte.

Bestemmingsplan “Berkel Centrum Oost" Toelichting Vast te stellen - 23 april 2024

77

8

Uitvoerbaarheid

8.1

Economische uitvoerbaarheid Bij de voorbereiding van een bestemmingsplan dient op grond van artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) in de plantoelichting minimaal inzicht te worden gegeven in de econo­ mische uitvoerbaarheid van het plan. Tevens is met de inwerkingtreding van de Wet ruimtelijke ordening de verplichting ontstaan om, indien sprake is van ontwikkelingen waarvoor de gemeente redelijkerwijs kosten moet maken, bijvoorbeeld voor de aanleg van voorzieningen van openbaar nut, en de plankosten, deze moeten worden verhaald op de initiatiefnemer c.q. ontwikkelaar. Een en ander dient te worden vastgelegd in privaatrechtelijke overeenkomsten met iedere grondeige­ naar. Als er met een grondeigenaar geen overeenkomst is gesloten en het kostenverhaal niet anderszins is verzekerd, dient een exploitatieplan te worden opgesteld die tegelijkertijd met het bestemmingsplan moet worden vastgesteld. De herinrichting van de openbare ruimte voert de gemeente zelf uit. Met betrekking tot de ontwik­ keling op de Hergerborchlocatie wordt door de gemeente en de initiatiefnemer een anterieure overeenkomst gesloten. Het kostenverhaal is hiermee anderszins verzekerd en het opstellen van exploitatieplan is niet noodzakelijk. De economische uitvoerbaarheid van het plan wordt zo­ doende voldoende gewaarborgd geacht.

8.2

Maatschappelijke uitvoerbaarheid Met dit bestemmingsplan wordt voorzien in de herontwikkeling van de Hergerborchlocatie naar 80 nieuwe sociale huurwoningen. Dit wordt gecombineerd met een herinrichting van de openbare ruimte van het oostelijk centrumgebied van Berkel, met een verlegging van de Raadhuislaan / Molenwerfstraat en aanleg van extra parkeerplaatsen. Het nieuwbouwplan geeft een nieuwe in­ vulling aan de locatie van het voormalige woonzorgcentrum Hergerborch. Daarmee wordt voor­ zien in een omvangrijke woningbehoefte. Qua maat, schaal en ontwerp wordt de nieuwe bebou­ wing ingepast in de omgeving. De herinrichting van Berkel Centrum Oost levert daarnaast een bijdrage aan een toekomstbestendig centrumgebied. De nieuwe verkeersstructuur zorgt voor ver­ mindering van de verkeersdruk, en verbetering van de bereikbaarheid en veiligheid in het gebied. De extra parkeerplaatsen zorgen voor een verlichting van de bestaande parkeerdruk. Daarnaast wordt met de herinrichting de ruimtelijke kwaliteit in het gebied vergroot, onder andere door de toevoeging van meer groen en meer ruimte voor langzaam verkeer in het gebied. In het kader van het masterplan heeft de afgelopen jaren een uitgebreid participatietraject plaats­ gevonden. Met de klankbordgroep is veelvuldig gesproken en voor omwonenden is een webinar georganiseerd.

Gezien het bovenstaande wordt de maatschappelijke uitvoerbaarheid van het plan voldoende gewaarborgd geacht. Los daarvan wordt in de bestemmingsplanprocedure de mogelijkheid ge­ boden om zienswijzen in te dienen (zie ook hoofdstuk 9 van deze toelichting).

8.3

Handhavingsaspecten Het bestemmingsplan is bindend voor zowel de overheid als de burger. De primaire verantwoor­ delijkheid voor controle en handhaving ligt bij de gemeente. Handhaving kan worden omschreven als elke handeling die erop gericht is de naleving van regelgeving te bevorderen of een overtre­ ding te beëindigen. Het doel van handhaving is om de duurzame bescherming van mens en om­ geving te waarborgen. Binnen het kader van het bestemmingsplan heeft regelgeving met name betrekking op de Wet ruimtelijke ordening en de Woningwet. Bij overtreding van deze regelgeving

Bestemmingsplan “Berkel Centrum Oost' Toelichting Vast te stellen - 23 april 2024

78

moet gedacht worden aan bouwen zonder omgevingsvergunning voor het bouwen, bouwen in afwijking van een verleende vergunning, het handelen zonder of in afwijking van een noodzake­ lijke vergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerken zijnde, en voor werkzaamhe­ den (de vroegere aanlegvergunning) en het gebruik van gronden en opstallen in strijd met de gebruiksregels van het bestemmingsplan of een afwijking. Er zijn twee vormen handhaving te onderscheiden: preventieve en repressieve handhaving. De handhaafbaarheid van een wijzigingsplan is met name afhankelijk van het draagvlak van de re­ gels onder de burgers en van de duidelijkheid van de regels. Vertaling naar bestemmingsregeling Door middel van het opnemen van flexibiliteitsbepalingen (binnen de bestemmingen en door mid­ del van (algemene) afwijkings- en wijzigingsregels) wordt ingespeeld op de toekomstige ontwik­ kelingen. De verbeelding, de regels en de toelichting zijn, tot slot, zodanig op elkaar afgestemd dat interpretatieproblemen en problemen met betrekking tot de uitvoering zo veel mogelijk worden voorkomen.

Bestemmingsplan “Berkel Centrum Oost" Toelichting Vast te stellen - 23 april 2024

79

9

Procedure

9.1

Voorbereidingsfase

Inspraak Het voorontwerpbestemmingsplan heeft in het kader van de gemeentelijke inspraakverordening met ingang van 22 juni 2023 vier weken ter inzage gelegen. Gedurende deze termijn werd een­ ieder in de gelegenheid gesteld schriftelijke inspraakreacties op het voorontwerpbestemmings­ plan in te dienen. In het kader van de inspraakprocedure zijn geen reacties binnengekomen.

Overleg Conform artikel 3.1.1 van het Bro dienen burgemeester en wethouders bij de voorbereiding van een bestemmingsplan overleg te plegen met de besturen van betrokken gemeenten en water­ schappen en met de rijks- en provinciale diensten die betrokken zijn bij de zorg voor de ruimtelijke ordening of belast zijn met de behartiging van belangen die in het plan in het geding zijn. In dit kader is het vooroverlegbestemmingsplan voor advies toegezonden aan de verschillende belanghebbende instanties. Van elf instanties is een inhoudelijke reactie binnengekomen. De ontvangen overlegreacties zijn samengevat en beantwoord in een Nota inspraak en overleg, die als bijlage 13 bij deze toelichting zal worden gevoegd. In de nota is gemotiveerd aangegeven welke punten al dan niet tot aanpassing van het bestemmingsplan hebben geleid. Daarnaast is in de nota aangegeven welke ambtshalve wijzigingen in het voorontwerpbestemmingsplan zijn doorgevoerd.

9.2

Ontwerpfase Na afronding van het vooroverleg is de formele bestemmingsplanprocedure gestart. De aanpas­ singen en/of aanvullingen volgend uit de overlegreacties zijn verwerkt in het ontwerpbestemmingsplan, evenals enkele ambtshalve wijzigingen. Op de voorbereiding van een bestemmingsplan is artikel 3.8 Wro (gelezen in samenhang met afdeling 3.4 Awb) van toepassing. De kennisgeving van het ontwerpbesluit tot vaststelling van het bestemmingsplan wordt in de Staatscourant geplaatst en zal ook via elektronische weg ge­ beuren. Tevens dient de kennisgeving te worden toegezonden aan die diensten van Rijk en pro­ vincie die belast zijn met de behartiging van belangen die in het plan in het geding zijn, het wa­ terschap en belanghebbende gemeenten. Het ontwerpbestemmingsplan heeft van 7 december 2023 tot en met 17 januari 2024 gedurende zes weken ter inzage gelegen. Binnen deze termijn is eenieder in de gelegenheid gesteld schrif­ telijk en/of mondeling een zienswijze op het plan in te dienen. Ook zijn de stukken met de ken­ nisgeving aan de eerder genoemde diensten en instanties toegezonden (artikel 3:13 Awb), en is aangegeven waar de (digitale) stukken te vinden zijn (elektronische kennisgeving). Gedurende deze periode zijn zeven zienswijzen op het ontwerpbestemmingsplan ingediend.

De ontvangen zienswijzen zijn samengevat en van een gemeentelijke reactie voorzien in de Nota zienswijzen en staat van wijzigingen, die is opgenomen als bijlage 15 bij deze toelichting. In een conclusie is aangegeven of in en in hoeverre het bestemmingsplan naar aanleiding van de zienswijzen is gewijzigd.

Bestemmingsplan “Berkel Centrum Oost' Toelichting Vast te stellen - 23 april 2024

80

9.3

Vaststellingsfase De eventuele aanpassingen die volgen uit de zienswijzen zijn doorgevoerd, evenals enkele ambtshalve wijzigingen. Binnen twaalf weken na de termijn van terinzagelegging dient de ge­ meenteraad te beslissen omtrent de vaststelling van het bestemmingsplan. Tegen een besluit omtrent vaststelling staat rechtsreeks beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (ABRvS). De termijn om beroep in te dienen bij de ABRvS vangt aan met ingang van de dag nadat het vaststellingsbesluit ter inzage is gelegd. Direct na de beroepstermijn treedt, indien tijdens de beroepstermijn geen verzoek om voorlopige voorziening is ingediend, het plan in werking en kunnen vergunningen worden afgegeven.

Bestemmingsplan “Berkel Centrum Oost" Toelichting Vast te stellen - 23 april 2024

REGELS

Berkel Centrum Oost

2

Inhoudsopgave

Regels

3

Hoofdstuk 1 Artikel 1 Artikel 2

Inleidende regels Begrippen Wijze van meten

5 5 14

Hoofdstuk 2 Artikel 3 Artikel 4 Artikel 5 Artikel 6 Artikel 7 Artikel 8 Artikel 9

Bestemmingsregels Groen Verkeer Water Wonen Leiding - Water Waarde - Archeologie 2 Waterstaat - Waterkering

15 15 16 17 19 23 25 27

Hoofdstuk 3 Artikel 10 Artikel 11 Artikel 12 Artikel 13 Artikel 14 Artikel 15 Artikel 16

Algemene regels Anti-dubbeltelregel Algemene bouwregels Algemene aanduidingsregels Algemene gebruiksregels Algemene afwijkingsregels Algemene wijzigingsregels Algemene procedureregels

29 29 30 32 33 35 37 39

Hoofdstuk 4 Artikel 17 Artikel 18

Overgangs- en slotregels Overgangsrecht Slotregel

40 40 41

Bestemmingsplan “Berkel Centrum Oost Regels Vast te stellen - 23 april 2024

3

Regels

Bestemmingsplan “Berkel Centrum Oost Regels Vast te stellen - 23 april 2024

4

Bestemmingsplan “Berkel Centrum Oost" Regels Vast te stellen - 23 april 2024

5

Hoofdstuk 1 Artikel 1 1.1

Inleidende regels

Begrippen

Plan:

het bestemmingsplan "Berkel Centrum Oost" van de gemeente Lansingerland. 1.2

Bestemmingsplan:

de geometrisch bepaalde planobjecten als vervat in het GML-bestand NL.IMRO.1621.BP0218-VAST met de bijbehorende regels en bijlagen. 1.3

Aan- en uitbouw:

een uitbreiding van het hoofdgebouw die qua afmetingen ondergeschikt is aan het hoofdgebouw en in functioneel opzicht deel uitmaakt van het hoofdgebouw. 1.4

Aanduiding:

een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden. 1.5

Aanduidingsgrens:

de grens van een aanduiding indien het een vlak betreft. 1.6

Achtergevel:

de van de weg gekeerde gevel van een gebouw, exclusief aangebouwde bijbehorende bouwwerken, die parallel of nagenoeg parallel loopt aan de voorgevel. 1.7

Achtergevelrooilijn:

de lijn waarin de achtergevel van een gebouw is gelegen alsmede het verlengde daarvan. 1.8 1.

2.

Ambachtelijk en/of verzorgend bedrijf: een bedrijf voor de uitoefening van producerende en/of verzorgende ambachten, met uitzondering van detailhandelsambachten, garagebedrijven en andere autoverzorgende bedrijven, waar - voor een belangrijk deel in handwerk - goederen worden vervaardigd, verwerkt, bewerkt, geïnstalleerd of hersteld, voornamelijk direct ten behoeve van de uiteindelijke gebruiker en/of verbruiker en welke wordt gekenmerkt door hetgeen is vermeld onder 2; een bedrijf waarvan de uitoefening plaats heeft onder (één van) de volgende omstandigheden: » het productieproces, wordt grotendeels "met de hand" of althans niet in hoofdzaak geautomatiseerd, of met behulp van werktuigen die door energiebronnen buiten de menselijke arbeidskracht worden aangedreven, uitgevoerd; » voor zover van laatstbedoelde werktuigen gebruik wordt gemaakt zijn deze als ondergeschikt te beschouwen aan de menselijke handvaardigheid.

Bedrijven welke zich richten op persoonlijke of zakelijke dienstverlening zoals wasserettes, kantoren al dan niet met baliefunctie, worden hieronder niet begrepen. 1.9

Ander bouwwerk:

een bouwwerk, geen gebouw zijnde. Bestemmingsplan “Berkel Centrum Oost Regels Vast te stellen - 23 april 2024

kapsalons,

6

1.10

Antennedrager:

een antennemast of andere constructie bedoeld voor de bevestiging van een antenne. 1.11

Antenne-installatie:

een installatie bestaande uit een antenne, een antennedrager, de bedrading en de al dan niet in een techniekkast opgenomen apparatuur, met de daarbij behorende bevestigingsconstructie. 1.12

Archeologische waarde:

de aan een gebied toegerekende waarde in verband met de kennis en de studie van de in dat gebied voorkomende overblijfselen van menselijke aanwezigheid of activiteit uit het verleden. 1.13

Automatenhal

een bedrijf dat in hoofdzaak bestaat uit het bieden van gelegenheid voor het spelen met gokkasten en spelletjesautomaten. 1.14

Bebouwing:

één of meer gebouwen en/of bouwwerken geen gebouwen zijnde. 1.15

Bedrijf aan huis:

het, onder voorwaarden, uitoefenen van bedrijfsmatige activiteiten aan huis: »

» »

die in de als bijlage 1 bij deze regels opgenomen Staat van Bedrijfsactiviteiten zijn aangeduid als milieucategorie 1, voor zover de bedrijven in de bedoelde lijst niet zijn doorgehaald, of daarmee gelijk kunnen worden gesteld wat betreft de gevolgen voor de omgeving; en geen horeca of detailhandel zijnde; en geen sterke publieksaantrekkend werking hebben

in de woning en de daarbij behorende aan- en uitbouwen en bijgebouwen, met behoud van de woonfunctie. 1.16

Bedrijfsgebonden kantoor:

het gedeelte van een bedrijf waarbinnen administratieve en bedrijfsactiviteiten ten behoeve van dat bedrijf worden uitgeoefend. 1.17

daarmee

gelijk

te

stellen

Bedrijfsgebouw:

een gebouw, geen kas zijnde, dat blijkens zijn indeling en inrichting kennelijk is bestemd om te worden gebruikt als bedrijfsruimte voor de uitoefening van een of meer bedrijfsactiviteiten. 1.18

Bedrijfsmatige activiteiten:

een activiteit, gericht op het bedrijfsmatig voortbrengen, vervaardigen, bewerken, opslaan, installeren en/of herstellen van goederen dan wel het bedrijfsmatig verlenen van diensten, aan huis verbonden beroepen daaronder niet begrepen.

Bestemmingsplan “Berkel Centrum Oost Regels Vast te stellen - 23 april 2024

7

1.19

Bedrijfsmatige werkruimte:

een werkruimte waarbinnen beroeps- of bedrijfsmatig diensten worden verleend - geen dienstverlenend bedrijf zijnde - en ambachtelijke en/of verzorgende bedrijvigheid plaatsvindt, overwegend door middel van handwerk, waarbij de aard (qua milieuplanologische hinder) en omvang van de bedrijfsactiviteiten zodanig is dat deze activiteiten in een woning kunnen worden uitgeoefend en de activiteiten geen onevenredige afbreuk doen aan het woon- en leefmilieu in de directe omgeving. 1.20

Bedrijfsvloeroppervlakte:

de totale oppervlakte van alle bouwlagen van kantoren, winkels en/of bedrijven met inbegrip van de daartoe behorende magazijnen en overige dienstruimten, zoals werkkasten, kantine, toiletten en douches. 1.21

Bedrijfswoning:

een woning in of bij een bedrijf(sgebouw) of op dan wel bij een bedrijfsterrein bestemd voor één huishouden waarvan huisvesting daar, gelet op de aard, inrichting en omvang van het betreffende bedrijf, noodzakelijk is. 1.22

Beroep aan huis:

het beroepsmatig uitoefenen van in hoofdzaak niet publieksaantrekkende en kleinschalige activiteiten op administratief, juridisch, medisch, therapeutisch, educatief, kunstzinnig, ontwerptechnisch, maatschappelijk of daarmee gelijk te stellen gebied, in de woning en de daarbij behorende aan- en uitbouwen en bijgebouwen, met behoud van de woonfunctie. 1.23

Beroepsmatige activiteiten:

het beroepsmatig verlenen van diensten op administratief, juridisch, medisch, therapeutisch, educatief, kunstzinnig, ontwerptechnisch, maatschappelijk of hiermee gelijk te stellen gebied, die door de aard (qua milieuplanologische hinder) en de omvang in een woning en daarbij behorende gebouwen, met behoud van de woonfunctie kunnen worden uitgeoefend en de activiteiten geen onevenredige afbreuk doen aan het woon- en leefmilieu in de directe omgeving. 1.24

Beroepsmatige werkruimte:

een werkruimte waarbinnen beroepsmatig diensten worden verricht op administratief, juridisch, medisch, therapeutisch, educatief, kunstzinnig, ontwerptechnisch, maatschappelijk of hiermede naar de aard gelijk te stellen beroep dat door zijn aard en omvang zodanig is dat deze activiteiten in een woning kunnen worden uitgeoefend en de activiteiten geen onevenredige afbreuk doen aan het woon- en leefmilieu in de directe omgeving. 1.25

Bestaand bouwwerk:

een bouwwerk dat op het moment van inwerkingtreding van het plan bestaat of wordt gebouwd, dan wel nadien kan worden gebouwd krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen, waarvoor de aanvraag voor het tijdstip van inwerkingtreding is ingediend, tenzij in de regels anders is bepaald. 1.26

Bestaand gebruik:

het gebruik dat op het moment van de inwerkingtreding van het bestemmingsplan bestaat en in overeenstemming is met het voorheen geldend planologische regime.

Bestemmingsplan “Berkel Centrum Oost Regels Vast te stellen - 23 april 2024

8

1.27

Bestemmingsgrens:

de grens van een bestemmingsvlak. 1.28

Bestemmingsvlak:

een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming. 1.29

Bijgebouw:

een al dan niet vrijstaand, niet voor bewoning bestemd gebouw, dat in functioneel opzicht en qua afmeting ondergeschikt is aan een op hetzelfde bouwperceel gelegen hoofdgebouw. 1.30

Bijzondere woonvoorzieningen:

een (gedeelte van een) gebouw dat dient om te voorzien in een aangepaste woonbehoefte bijvoorbeeld ten behoeve van personen voor wie de normale woonvoorzieningen niet passend of toereikend zijn, zoals gehandicapten, of anderszins verzorgingsbehoevende. 1.31

Bouwen:

het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk, alsmede het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen van een standplaats. 1.32

Bouwgrens:

de grens van een bouwvlak. 1.33

Bouwlaag, laag:

de begane grond of een verdieping van een gebouw, een onderhuis en een zolder worden hier niet onder begrepen. 1.34

Bouwperceel:

een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten. 1.35

Bouwperceelsgrens:

de grens van een bouwperceel. 1.36

Bouwvlak:

een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken geen gebouwen zijnde zijn toegelaten. 1.37

Bouwwerk:

elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, die hetzij direct hetzij indirect met de grond is verbonden, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond. 1.38

Community center:

een multifunctioneel centrum waarin verschillende welzijns-, sport- en gezondheidsvoorzieningen met ondergeschikte horeca zijn samengebracht.

Bestemmingsplan “Berkel Centrum Oost Regels Vast te stellen - 23 april 2024

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Lansingerland&id=6422bee2-9221-4131-97ee-7fccb5a54a92