[T24.02153] Vast te stellen bestemmingsplan "Berkel Centrum Oost"
Tekst van het document
5.2
Onderzoek
Huidige situatie Bodem en grondwater Volgens de Bodemkaart van Nederland ligt het plangebied tussen gebieden met grondwatertrap III en IV. Dat wil zeggen dat de gemiddelde hoogste grondwaterstand fluctueert tussen minder dan 0,4 m en meer dan 0,4 m beneden maaiveld en dat de gemiddelde laagste grondwaterstand varieert tussen 0,8 en 1,2 m beneden maaiveld.
Bestemmingsplan “Berkel Centrum Oost" Toelichting Vast te stellen - 23 april 2024
42
Waterkwantiteit Het plangebied ligt in peilgebied Polder Berkel, met een vastgesteld peil van -5,92 m NAP. Cen traal in de Hergerborchlocatie is een peilafwijking aanwezig. Hier bedraagt het vastgesteld peil 5.57 m NAP. In het plangebied is oppervlaktewater aanwezig, ter hoogte van de Hergerborchlocatie. Het be treft een primaire watergang langs de oostrand van het plangebied. Deze kent een tweetal aftak kingen richting het westen, die zijn aangemerkt als secundaire watergangen. Een loopt langs de Raadhuislaan en buigt af richting de binnenplaats van de Hergerborchlocatie. Hier is tevens een vaste stuw aanwezig met een kruinhoogte van -5,7 m NAP, ten behoeve van de overgang van de primaire watergang naar de waterpartij met afwijkend peil. De andere vertakking loopt ten zuiden langs de begraafplaats, en valt maar deels binnen het plangebied. Afbeelding 5.2 toont een uitsnede van de leggerkaart van het Hoogheemraadschap van Delfand. Het plangebied is in de huidige situatie voor het grootste gedeelte verhard, met name door be staande bebouwing en bestrating. Rondom de bestaande bebouwing op de Hergerborchlocatie zijn de gronden voor een deel onverhard en voorzien van groen en water.
Bestemmingsplan “Berkel Centrum Oost' Toelichting Vast te stellen - 23 april 2024
43
Afbeelding 5.2: uitsnede Legger Wateren Hoogheemraadschap van Delfland.
Waterkwaliteit In het plangebied zijn geen KRW-waterlichamen aanwezig. Veiligheid en waterkeringen Binnen het plangebied is geen regionale waterkering aanwezig. Uit afbeelding 5.2 blijkt dat alleen ten westen en buiten het plangebied een beschermingszone van een regionale waterkering ligt. Aan de oostkant van het plangebied is het Berkelsdijkje aangeduid als overige waterkering in de vorm van een landscheiding (middenkruinlijn). In het vigerende bestemmingsplan ‘Annie M.G. Schmidtpark’ is hiervoor ook de dubbelbestemming ‘Waterstaat - Waterkering’ opgenomen.
Toekomstige situatie Waterkwantiteit Het voorliggende bestemmingsplan voorziet in de herontwikkeling van een woongebied, verleg ging van een weg en aanleg van parkeervoorzieningen. Bij een herontwikkeling dient er voor gezorgd te worden dat de waterhuishouding en met name de hemelwaterafvoer (HWA) toekomst gericht en duurzaam is. Algemene uitgangspunten hierbij zijn: - Het realiseren van extra waterberging voor een toename van het verhard en bebouwd op pervlak in het plangebied, waarbij de omvang wordt bepaald met de watersleutel die door het waterschap ter beschikking is gesteld. - De rioolaansluitingen van de woningen voor HWA gescheiden wordt, van die van de vuilwaterrioolaansluiting (DWA). - Retentie van hemelwater op locatie, middels de extra benodigde waterberging, met een geleidelijke afvoer vanuit de waterberging naar open water. Met de geleidelijke afvoer wor den pieken en dalen in de HWA zo veel mogelijk afgevlakt. De bestaande primaire watergang langs de westrand van het plangebied blijft in de toekomstige situatie grotendeels behouden. Daar waar deze binnen het plangebied valt, ter hoogte van de
Bestemmingsplan “Berkel Centrum Oost' Toelichting Vast te stellen - 23 april 2024
44
bocht van de nieuwe weg, zal deze deels door de weg worden overkluisd. De vertakking van de watergang langs de Raadhuislaan wordt verder richting het westen doorgetrokken, waardoor de nieuwe bebouwing aan het water komt te liggen. Het oppervlaktewater op het binnenterrein van de Hergerborchlocatie zal worden gedempt; ter compensatie wordt de watergang aan de zuidkant vergroot. Het plangebied is verder in de huidige situatie voor een aanzienlijk deel verhard. Met de beoogde herontwikkelingen worden enerzijds verhardingen toegevoegd, met name in de vorm van de nieuwe bebouwing en de doortrekking van de Raadhuislaan / Molenwerfstraat. Anderzijds wordt met de herinrichting van de openbare ruimte ook meer groen toegevoegd, en worden de nieuwe parkeerplaatsen deels uitgevoerd in halfverharding. Om het effect te bepalen van de beoogde ontwikkelingen, zijn de verharde en onverharde opper vlakten in de huidige en toekomstige situatie tegen elkaar afgezet. Afbeeldingen 5.3 en 5.4 geven deze oppervlakten weer, tabel 5.1 toont hiervan een overzicht. De bebouwing in de huidige situatie bestaat uit de twee gebouwen in het noordwesten van de Hergerborchlocatie en het voormalige KPN-gebouw aan de Terpstraat, en beslaat in totaal 2.617 m2. In de toekomstige situatie wordt de bebouwing van Hergerborch aan de Raadhuislaan en het voormalige KPN-gebouw gesloopt.
Daarvoor in de plaats komen de nieuwe appartementenge bouwen op de Hergerborchlocatie. In de nieuwe situatie is 2.197 m2 bebouwd. Het verhard op pervlak door wegen, paden et cetera neemt in de toekomstige situatie toe van 14.192 m2 tot 15.727 m2, met name vanwege het doortrekken van de Raadhuislaan / Molenwerfstraat. De hui dige parkeerplaatsen in het gebied zijn geheel verhard, en beslaan circa 4.615 m2. Het aantal parkeerplaatsen neemt in de nieuwe situatie toe, maar een aanzienlijk deel daarvan wordt uitge voerd in halfverharding. Van het oppervlak van 5.184 m2 kan dan ook 50% als verhard worden beschouwd. Het binnenterrein bij de nieuwe bebouwing op de Hergerborchlocatie wordt nog na der ingericht. In ieder geval zijn hier parkeerplaatsen in halfverharding voorzien, met daaromheen ruimte voor groenvoorzieningen. Deze gronden (bestemming ‘Wonen’ buiten bouwvlak) worden qua verharding daarom voor 50% meegeteld. Onverharde oppervlakten zoals groenstroken, plantsoenen et cetera beslaan in de huidige situatie circa 11.753 m2, in de toekomstige situatie 6.448 m2. Het oppervlaktewater in het plangebied neemt in oppervlakte toe. De bestaande vijver op het binnenterrein wordt gedempt, maar dit wordt direct gecompenseerd door het uitbreiden van de watergang aan de zuid- en oostkant van het plangebied. Het wateroppervlak binnen het plangebied neemt daarmee met circa 178 m2 toe.
Het totale verharde oppervlak in het gehele plangebied neemt toe met circa 813,5 m2. Ontwikkeling verharding van bestaande naar toekomstige situatie Ruimtegebruik
Bestaande situatie (m2) Nieuwe situatie (m2)
Plangebied
35.578 m2
35.578 m2
Ontwikkeling (m2) -
Bebouwing
2.617 m2
2.197 m2
- 420 m2
Wegen, paden, trottoirs etc.
14.192 m2
15.727 m2
+ 1.535 m2
Parkeerplaatsen verhard
4.615 m2
0 m2
- 4.615 m2
Halfverharding
520 m2
5.184 m2
+ 4.664 m2
[verharding: 50%]
[260 m2]
[2.592 m2]
[+ 2.332 m2]
Groenstroken, plantsoenen etc.
11.753 m2
6.448 m2
- 5.305 m2
Water
1.881 m2
2.059 m2
+ 178 m2
-
3.963 m2
+ 3.963 m2
[1.981,5 m2]
[+ 1.981,5 m2]
22.497,5 m2
+ 813,5 m2
Binnenterrein Hergerborch nieuwe situatie (bestemming ‘Wonen’ excl. bebouwing) [verharding: 50%] Totaal verharding
21.684 m2
Tabel 5.1: Overzicht verharding in de bestaande en nieuwe situatie.
Bestemmingsplan “Berkel Centrum Oost' Toelichting Vast te stellen - 23 april 2024
45
Afbeelding 5.3: Overzicht oppervlakten in de bestaande situatie.
Afbeelding 5.4: Overzicht oppervlakten in de nieuwe situatie (alle nieuwe parkeerplaatsen in halfverharding).
Bestemmingsplan “Berkel Centrum Oost' Toelichting Vast te stellen - 23 april 2024
46
Het plangebied valt binnen het werkingsgebied van twee waterschappen. Het grootste deel ligt in het gebied van het Hoogheemraadschap van Delfland (HHD), een klein deel ten oosten van de landscheiding valt onder het Hoogheemraadschap van Schieland en de Krimpenerwaard (HHSK). Tabel 5.2 toont een overzicht van oppervlakten in de bestaande en nieuwe situatie on derverdeeld naar waterschap. Ontwikkeling verharding van bestaande naar toekomstige situatie Ruimtegebruik Plangebied - grondgebied HHSK
Bestaande situatie (m2) Nieuwe situatie (m2) 3.122 m2
3.122 m2
Verhard terrein
705 m2
1.836 m2
Onverhard terrein
2.361 m2
1.230 m2
Water
56 m2
56 m2
Totaal verharding (HHSK)
705 m2
1.836 m2
Plangebied - grondgebied HHD
32.456 m2
32.456 m2
Verhard terrein
20.979 m2
20.661,5 m2
Onverhard terrein
9.652 m2
9.791,5 m2
Water
1.825 m2
2.003 m2
Totaal verharding (HHD)
20.979 m2
20.661,5 m2
Totaal verharding
21.684 m2
22.497,5 m2
Tabel 5.2: Overzicht verharding bestaande en nieuwe situatie, onderverdeeld naar grondgebied hoogheemraadschappen.
Uit de berekening in tabel 5.2, blijkt dat in het gebied van HHD de totale verharding afneemt van 20.979 tot circa 20.661,5 m2. Met deze gegevens voor het gebied van HHD is de watersleutel ingevuld (zie afbeelding 5.5). Hieruit volgt een wateropgave van 529 m2 extra te realiseren op pervlaktewater, vanwege de gehanteerde klimaatopgave. Bij waterberging in m3 bedraagt de wa teropgave 245,3 m3. Realisatie van de wateropgave in oppervlaktewater heeft de voorkeur van HHD. Met het plan neemt het wateroppervlak in het plangebied toe met 178 m2. Daarmee wordt het dempen van de vijver al gecompenseerd (conform de beleidsregels ‘Dempen is graven’ van HHD), en een deel van de wateropgave die volgt uit de watersleutel. Dan resteert er nog een opgave van 529 - 178 = 351 m2.
Bestemmingsplan “Berkel Centrum Oost' Toelichting Vast te stellen - 23 april 2024
47
Afbeelding 5.5: Watersleutel Hoogheemraadschap van Delfland.
Met het oog op deze resterende wateropgave is onderzocht welke mogelijkheden er in de directe omgeving van het plangebied zijn voor het realiseren van extra oppervlaktewater. Afbeelding 5.6 toont hiervan een overzicht. Hierin geven de donkerblauwe locaties en bijbehorende m2 het extra te realiseren wateroppervlak ten opzichte van de bestaande situatie aan. Gezamenlijk resulteren deze locaties in circa 795 m2 extra wateroppervlak (binnen en buiten het plangebied), waarmee er voldoende mogelijkheden zijn om de resterende wateropgave van 351 m2 in te vullen. Op het grondgebied van HHSK, neemt de verharding zoals blijkt uit tabel 5.2 met 1.131 m2 toe. Dit wordt met name veroorzaakt door de aanleg van de nieuwe weg aan de oostkant van het plangebied. HHSK hanteert als uitgangspunt dat voor een toename in verharding boven 500 m2 compensatie nodig is. Bij middelgrote plannen past HHSK daarvoor een gestandaardiseerde be rekeningsmethode toe, die per gebied kan verschillen. Bij een ontwikkeling op korte afstand ten zuiden van het plangebied (wijzigingsplan ‘Annie M.G. Schmidtpark, Happy Italy’, vastgesteld januari 2019) werd voor het peilgebied een compensatie-eis van 14% aangegeven. Een derge lijke eis zou hier een compensatieopgave van (1.131 - 500) * 0,14 = 88,34 m2 opleveren.
Zoals blijkt uit afbeelding 5.6 zijn er in de directe omgeving voldoende locaties (hoewel merendeels op het grondgebied van HHD) beschikbaar om ook dit extra wateroppervlak te realiseren. Daarnaast heeft het HHSK in het kader van het hierboven genoemde wijzigingsplan beoordeeld dat een opgave van 227 m2 voor de ontwikkeling aldaar niet nodig was omdat in het Annie M.G. Schmidt park al voldoende oppervlaktewater aanwezig is om de toename in de waterberging op te vangen. De benodigde watercompensatie is tijdens het vooroverleg afgestemd met HHSK.
Bestemmingsplan “Berkel Centrum Oost' Toelichting Vast te stellen - 23 april 2024
48
Afbeelding 5.6: Mogelijke waterbergingslocaties in en om het plangebied (bron: Stijlgroep, april 2023).
Deze waterparagraaf en berekening van de watercompensatie is voorgelegd aan het Hoogheem raadschap van Delfland en het Hoogheemraadschap van Schieland en de Krimpenerwaard. Veiligheid Het plangebied ligt niet in een gebied met een specifiek overstromingsrisico. Zoals blijkt uit af beelding 5.2 bevindt zich aan de oostzijde van het plangebied een waterkering, de landscheiding ter hoogte van het Berkelsdijkje. Deze landscheiding is op de leggerkaart aangeduid als overige waterkering. Direct ten westen hiervan ligt een primaire watergang. Daarnaast bevindt de water kering zich op de grens van twee beheergebieden: voor de watergang en de rest van het plange bied ten westen daarvan is het Hoogheemraadschap van Delfland bevoegd gezag, de landschei ding valt grotendeels binnen het gebied van het Hoogheemraadschap van Schieland en de Krim penerwaard. Ter bescherming van de waterkering is ter plaatse de dubbelbestemming ‘Water staat - Waterkering’ uit het vigerende bestemmingsplan onverminderd overgenomen.
Bestemmingsplan “Berkel Centrum Oost' Toelichting Vast te stellen - 23 april 2024
49
Ter plaatse van de landscheiding en het Berkelsdijkje is de verlegging van de Raadhuislaan I Molenwerfstraat voorzien. De nieuw aan te leggen weg loopt dus gedeeltelijk over de landschei ding, in het beheergebied van twee hoogheemraadschappen. Zoals geconstateerd in de studie naar de wegverlegging door Witteveen+Bos (zie bijlage 1), hebben de eisen van beide water schappen geleid tot aanpassing van het schetsontwerp. Zo wordt onder meer een weg met duiker over de watergang nu als brug uitgevoerd, om te voorkomen dat het stroomprofiel wordt verkleind. In het kader van het definitieve ontwerp en de benodigde werkzaamheden zal nadere afstemming plaatsvinden met beide hoogheemraadschappen. Afvalwaterketen en riolering Bij ruimtelijke ontwikkelingen is het uitgangspunt dat de waterhuishoudkundige situatie niet mag verslechteren. Dit betekent bijvoorbeeld dat de waterhuishouding kan worden verbeterd door het afkoppelen van schoon verhard oppervlak. Hiermee wordt voorkomen dat schoon hemelwater wordt afgevoerd naar de rioolwaterzuiveringsinstallatie. Dit betekent ook dat toename van het verharde oppervlak en/of dempingen binnen het gebied moeten worden gecompenseerd. Ook combinaties met andere functies zoals groen en recreatie liggen voor de hand. Door de aanleg van natuurvriendelijke en ecologische oevers wordt bijvoorbeeld meer waterberging gerealiseerd.
Daarnaast is het van belang om bij eventuele ontwikkeling diffuse verontreinigingen te voorkomen door het gebruik van duurzame, niet-uitloogbare materialen (geen zink, lood, koper en PAK'shoudende materialen), zowel gedurende de bouw- als de gebruiksfase. In het plangebied wordt het huishoudelijk afvalwater (droogweerafvoer; DWA) aangesloten op het bestaande (druk)rioleringssysteem van de gemeente Lansingerland. Hemelwater dat op daken, wegen en parkeerverharding valt, wordt gescheiden afgekoppeld van het DWA en afgevoerd naar het oppervlaktewater. In het plangebied is een gescheiden rioleringsstelsel aanwezig. De afvoermogelijkheden in het plangebied voor het verwerken van hemelwater in voorkeursvolgorde zijn: 1. hemelwater vasthouden voor benutting; 2. (in-)filtratie van afstromend hemelwater; 3. afstromend hemelwater afvoeren naar oppervlaktewater; De lozer dient er voor te zorgen dat het hemelwater bij de afstroming niet onnodig vervuild en indien nodig maatregelen te treffen om dit te voorkomen. Volksgezondheid Door het afkoppelen van hemelwater van de DWA worden vuilwateroverstorten (in de omgeving) tegengegaan. De risico’s van watergerelateerde ziekten en plagen worden hierdoor geminimali seerd. Waterkwaliteit Het toepassen van niet-uitloogbare bouwmaterialen voorkomt dat het hemelwater, dat wordt af gekoppeld naar het oppervlaktewater, wordt vervuild.
In verband hiermee worden eisen gesteld aan de bij de daken, goten en leidingen te gebruiken materialen. Er mogen geen (sterk) uitloogbare materialen zoals koper, lood, zink, teerhoudende dakbedekking of geïmpregneerde be schoeiingen gebruikt worden op delen die met hemelwater in contact komen, zoals de dakbedek king, goten en pijpen of er moet voorkomen worden dat deze materialen kunnen uitlogen (bijvoor beeld door het coaten van loodslabben). Afkoppeling van hemelwater zorgt ervoor dat het aantal riooloverstorten laag is. Ook dit komt de waterkwaliteit (in de omgeving) ten goede. Natuurvriendelijke oevers In het plangebied worden voor een deel natuurvriendelijke oevers aangelegd. In het masterplan Berkel Centrum Oost (vastgesteld op 3 maart 2022) zijn de beoogde natuurvriendelijke oevers ingetekend (pagina 15). Natuurvriendelijke oevers zijn voorzien aan de oostzijde van het opper vlaktewater ten oosten van de Hergerborchlocatie. Beheer en onderhoud Het hoogheemraadschap is de beheerder van het totale watersysteem en van de waterkering.
Bestemmingsplan “Berkel Centrum Oost' Toelichting Vast te stellen - 23 april 2024
50
Het onderhoud van de waterkering en hoofd- en boezemwatergangen is tevens de verantwoor delijkheid van het hoogheemraadschap. Het onderhoud van de overige watergangen ligt bij par ticulieren, de gemeente en andere instanties. Het beheer en onderhoud van het gemeentelijke inzamelings- en transportstelsel ligt bij de ge meente tot aan het eindgemaal Bleiswijk dat in beheer is van het Hoogheemraadschap van Delf land. Het Hoogheemraadschap is verantwoordelijk voor het transport vanuit het eindgemaal tot en met afvalwaterzuiveringsinstallatie en voor de zuivering. De gemeentelijke riolering moet be reikbaar zijn voor beheer en onderhoud. Klimaatadaptatie In de afgelopen jaren is steeds meer aandacht gekomen voor klimaatverandering, en onderwer pen als hitte, droogte en wateroverlast. Naast de overheid kunnen ook particuliere initiatieven bijdragen aan het klimaatbestendiger inrichten van het terrein door creatieve, simpele en efficiente oplossingen om waterbergende of -vasthoudende maatregelen toe te passen. Hierbij valt te denken aan open of halfverharding bij parkeerplaatsen of watervasthoudende maatregelen zoals de aanleg van wadi’s, groene daken en het afkoppelen van hemelwaterafvoer (regentonnen). In paragraaf 7.9 wordt het Convenant klimaatadaptief bouwen nader benoemd en toegelicht.
5.3
Conclusie Het aspect water vormt geen belemmering voor dit bestemmingsplan en de voorgenomen ont wikkelingen. Het bestemmingsplan is voor advies voorgelegd aan het Hoogheemraadschap van Delfland en het Hoogheemraadschap van Schieland en de Krimpenerwaard.
Bestemmingsplan “Berkel Centrum Oost' Toelichting Vast te stellen - 23 april 2024
51
6
Archeologie en cultuurhistorie
6.1
Archeologie
6.1.1 Kader
Erfgoedwet De Monumentenwet 1988 is op 1 juli 2016 overgegaan in de Erfgoedwet. De Erfgoedwet bundelt de bestaande wet- en regelgeving voor behoud en beheer van het cultureel erfgoed in Nederland. Bovendien zijn aan de Erfgoedwet een aantal nieuwe bepalingen toegevoegd. Het beschermings niveau zoals deze in de oude wetten en regelingen gold, blijft gehandhaafd. In de Erfgoedwet is vastgelegd hoe met ons erfgoed wordt omgegaan, wie welke verantwoorde lijkheden daarbij heeft en hoe het toezicht daarop wordt uitgeoefend. Overbodige regels zijn ge schrapt en de verantwoordelijkheid voor de bescherming van het cultureel erfgoed ligt waar mo gelijk bij het erfgoedveld zelf. Onderdelen van de Monumentenwet die de fysieke leefomgeving betreffen, worden overgeheveld naar de Omgevingswet die, naar verwachting in 2022 van kracht wordt. Voor deze onderdelen is een overgangsregeling in de Erfgoedwet opgenomen voor de periode 2016-2022. Het gaat daarbij om de volgende zaken: ^ Vergunningen tot wijziging, sloop of verwijdering van rijksmonumenten; ^ Verordeningen, bestemmingsplannen, vergunningen en ontheffingen op het gebied van archeologie; ^ Bescherming van stads- en dorpsgezichten. Meldingsplicht De algemene meldingsplicht bij het aantreffen van oudheden is altijd van toepassing.
Op basis van paragraaf 5.4 van de Erfgoedwet moet iedereen die, anders dan bij het doen van archeolo gisch onderzoek, iets vindt waarvan hij/zij weet of kan vermoeden dat het een (roerend of onroe rend) monument betreft, dit melden bij de minister van OCW (of in deze, bij de gemeente Lansingerland, of bij diens archeologisch adviseur Archeologie Delft via tel. nr. 14 010). Indien het be voegd gezag van mening is dat dit noodzakelijk is, moet er tijd en ruimte geboden worden de resten te onderzoeken, documenteren en eventueel veilig te stellen. Het niet melden van het aantreffen van oudheden is een overtreding van de Erfgoedwet en daarmee een strafbaar feit. Consequenties die hieraan verbonden kunnen worden, zijn het intrekken van de verleende omgevingsvergunning of het opleggen van een geldboete.
Gemeentelijk archeologiebeleid Op 7 maart 2017 is de geactualiseerde Beleidsnota Archeologie Lansingerland in werking getre den. De gemeente beschikt al sinds maart 2013 over eigen archeologisch beleid. Daarmee heeft de gemeente Lansingerland invulling gegeven aan haar archeologische taak en de daarbij ho rende verantwoordelijkheden. Dit beleid is bij de actualisatie op enkele punten herzien. Vooral wat betreft de archeologische beleidskaart was deregulering mogelijk. Teveel gebieden hadden een hoge archeologische verwachting, terwijl uit archeologisch onderzoek bleek dat deze ver wachting naar laag of afwezig kon worden bijgesteld. Op basis van deze geactualiseerde nota en beleidskaart kan worden bepaald wat de verwachtingswaarde van een bepaald gebied is.
6.1.2 Onderzoek In de vigerende bestemmingsplannen ‘Centrum Berkel en Rodenrijs’ en ‘Gemeentehuislocatie’ is voor de gronden aan de west- en noordkant van het plangebied de dubbelbestemming ‘Waarde - Archeologie 3/2’ opgenomen. In de bijbehorende regeling is een onderzoeksplicht opgenomen
Bestemmingsplan “Berkel Centrum Oost' Toelichting Vast te stellen - 23 april 2024
52
voor ingrepen groter dan 50 m2 en een verstoringsdiepte van dieper dan 0,3 m -mv. Voor een kleinere strook ten zuiden daarvan en de gronden rond de begraafplaats geldt de dubbelbestemming ‘Waarde - Archeologie 2/1’, met een vrijstellingsgrens van 100 m2 en 0,5 m -mv. Archeologisch bureauonderzoek (2020) Voor het centrale deel van het plangebied - de Hergerborchlocatie en het parkeerterrein aan de Molenwerfstraat - heeft Vestigia een archeologisch bureauonderzoek uitgevoerd. Doel van dit was vast te stellen of er in het plangebied sprake is (of kan zijn) van archeologische resten die door de ingrepen verstoord dreigen te worden en, indien mogelijk, uitspraken te doen over de waarde hiervan in termen van fysieke en inhoudelijke kwaliteit zoals zeldzaamheid en gaafheid. De volledige rapportage is opgenomen in bijlage 5. Uit het bureauonderzoek blijkt dat aan het grootste deel van het onderzoeksgebied op basis van het landschap een lage archeologische verwachting kan worden toegekend. Het gebied valt bin nen (laaggelegen) wadvlakten die in principe nooit geschikt zijn geweest voor bewoning. Van het bovenliggende veenpakket is weinig over en wat er is overgebleven is sterk verstoord waardoor het veenpakket een lage archeologische verwachting heeft.
Eerder gold op basis van de nabijheid van het historische centrum van Berkel in het westen van het onderzoeksgebied een hoge tot middelhoge verwachting op het aantreffen van resten uit de Late Middeleeuwen en Nieuwe Tijd; op basis van voortschrijdend inzicht kan de archeologische verwachting in deze zones echter worden bijgesteld tot ‘laag’. Bronnen hiervoor zijn de eerder uitgevoerde archeologische onderzoeken binnen en ten noorden van het onderzoeksgebied, en de inventarisatie uitgevoerd in het kader van de actualisatie van de verwachtings- en beleidsadvieskaart (2016). De huidige historisch-cartografische studie geeft geen aanleiding om onder grondse bouwhistorische waarden binnen het onderzoeksgebied te verwachten. Het oostelijke deel van het onderzoeksgebied heeft een hoge archeologische verwachting. Dit betreft de historische ‘Landscheiding’, een kade die de grens vormde tussen Delfland en Schieland. De landscheiding bevat, gezien de hogere ligging ten opzichte van de omgeving, een strook restveen die mogelijk bewoningssporen bevat uit de periode vanaf de ontginning in de Middel eeuwen (10e-13e eeuw). Op de Cultuurhistorische atlas van de provincie Zuid-Holland is deze Landscheiding als een historisch landschappelijke lijn van hoge waarde weergegeven.
Op basis van de resultaten van het onderzoek is de archeologische verwachting voor het noor delijke, westelijke en centrale deel van het plangebied ‘laag’, en adviseert Vestigia dan ook geen vervolgstappen in het kader van de Archeologische Monumentenzorg (AMZ). Bij bodemverstorende werkzaamheden vanaf maaiveld (zoals de aanleg van een weg) in het oostelijk deel van het plangebied (aan/rond het Berkelsdijkje) wordt een inventariserend veldonderzoek in de vorm van verkennende boringen geadviseerd, om de archeologische verwachting te toetsen en te be palen of vervolgonderzoek benodigd is. Aanvullend bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (2021/2023) Sinds het bureauonderzoek uit 2020 is het plangebied uitgebreid, en worden ook de gronden rondom de Terpstraat meegenomen. Gezien de aangepaste plangrens, en de resultaten uit het eerdere bureauonderzoek (2020), heeft Vestigia daarom een gecombineerd aanvullend bureau onderzoek, en een inventariserend veldonderzoek door middel van verkennende boringen uitge voerd (2021). Dit onderzoek is vervolgens in 2023 nog geactualiseerd, op basis van de actuele verbeelding van het bestemmingsplan. Dit onderzoek is opgenomen in bijlage 6. Op basis van de resultaten van dit bureauonderzoek kan aan het grootste (centrale) deel van plangebied op basis van het landschap een lage archeologische verwachting worden toegekend.
Het plangebied valt binnen (laaggelegen) wadvlakten die in principe nooit geschikt zijn geweest voor bewoning. Van het bovenliggende veenpakket is weinig over en wat er is overgebleven is sterk verstoord waardoor het veenpakket een lage archeologische verwachting heeft. Eerder gold
Bestemmingsplan “Berkel Centrum Oost' Toelichting Vast te stellen - 23 april 2024
53
op basis van de nabijheid van het historische centrum van Berkel in het centrale deel van het plangebied een hoge tot middelhoge verwachting op het aantreffen van resten uit de Late Mid deleeuwen en Nieuwe Tijd; op basis van voortschrijdend inzicht kan de archeologische verwach ting in deze zones echter worden bijgesteld tot “laag”. Bronnen hiervoor zijn de eerder uitgevoerde archeologische onderzoeken binnen en ten noorden van het plangebied, en de inventarisatie uit gevoerd in het kader van de actualisatie van de verwachtings- en beleidsadvieskaart (2016). De huidige historisch-cartografische studie geeft geen aanleiding om ondergrondse bouwhistorische waarden binnen het centrale deel van het plangebied te verwachten. Het westelijk deel van het plangebied (omgeving Terpstraat) valt gedeeltelijk binnen het histori sche centrum van Berkel. Hier kunnen vanaf maaiveld resten worden aangetroffen (van activitei ten) gerelateerd aan de (post)Middeleeuwse bewoning en bijbehorende erven. De historisch-car tografische studie laat zien dat ook concrete ondergrondse bouwhistorische waarden binnen het westelijk deel van het plangebied te verwachten zijn: het betreft de “koepel en kerk”, behorende tot de remonstrantse kerk, zoals zichtbaar op de kadastrale minuut en op topografische kaarten tot 1900.
Vanwege de op historische kaarten zichtbare historische bebouwing en erven geldt de hoge archeologische verwachting voor het noordwestelijke deel van het plangebied, met de op merking dat hier ook delen zijn afgegraven geweest voor de waterhuishouding, zoals op basis huidige historisch-cartografische studie kan worden geconcludeerd. Het oostelijke deel van het plangebied heeft een hoge archeologische verwachting. Dit betreft de historische “Landscheiding”, een kade die de grens vormde tussen Delfland en Schieland. De “Landscheiding” bevat, gezien de hogere ligging ten opzichte van de omgeving, een strook restveen die mogelijk bewoningssporen bevat uit de periode vanaf de ontginning in de Middeleeuwen (10e-13e eeuw). Op de Cultuurhistorische atlas van de provincie Zuid-Holland is deze Landschei ding als een historisch-landschappelijke lijn van hoge waarde weergegeven. Om het archeologisch verwachtingsmodel te toetsen, is in augustus 2021 een verkennend booronderzoek uitgevoerd - op basis van de ingrepen zoals die op dat moment waren voorzien. In het oostelijk deel van het plangebied kan op basis van de boringen de archeologische verwach ting naar beneden worden bijgesteld vanwege de aangetoonde bodemopbouw en verstoringen. Er is daarom geen reden tot vervolgonderzoek binnen dit deel van het plangebied.
Bij het weste lijke deel van het plangebied werd geconstateerd dat hier eventuele archeologische waarden vergraven zullen zijn geraakt, zodat de verwachting hier naar laag kan worden bijgesteld. Uitzon dering vormt een klein gedeelte van het westelijke plangebied waarvoor de betredingstoestemming ontbrak. Opgemerkt dient te worden dat op basis van de gemeentelijke archeologische beleidskaart hier deels nog een onderzoeksplicht op ligt. Er zijn hier echter geen ingrepen meer gepland, zodat verder vervolgonderzoek in het kader van het bestemmingsplan hier niet aan de orde is. Op basis van de resultaten van het bureauonderzoek is de archeologische verwachting voor het centrale deel van het plangebied ‘laag’, en adviseert Vestigia dan ook geen vervolgstappen in het kader van de AMZ. Op basis van de huidige verbeelding bestemmingsplan en het vigerende archeologiebeleid, is hier ook geen onderzoek noodzakelijk. Voor het oostelijk deel en vrijwel het gehele westelijk deel van het plangebied is de archeolo gische verwachting op basis van het inventariserend veldonderzoek eveneens bij te stellen naar laag. Vestigia adviseert daarom ook voor deze delen van het plangebied om geen vervolgstappen uit te voeren in het kader van de AMZ.
Een deel van het westelijke plangebied was niet toegankelijk ten tijde van het booronderzoek in 2021; hier blijft de archeologische verwachting/ dubbelbestemming in stand. Indien hier ingrepen plaatsvinden met een oppervlakte van meer dan 50 m2 en dieper dan 30 cm dient hier nog aan vullend onderzoek te worden verricht. Met de voorgenomen ontwikkelingen zullen hier echter
Bestemmingsplan “Berkel Centrum Oost' Toelichting Vast te stellen - 23 april 2024
54
geen ingrepen plaatsvinden, zodat verder onderzoek in het kader van dit bestemmingsplan niet meer noodzakelijk.
6.1.3 Conclusie Op basis van archeologisch onderzoek is voor vrijwel het gehele plangebied de archeologische verwachting laag, en vervolgonderzoek niet benodigd. Voor een klein deel aan de westkant van het plangebied blijft de archeologische verwachting / dubbelbestemming in stand. Het aspect ar cheologie vormt geen belemmering voor dit bestemmingsplan.
6.2
Cultuurhistorie
6.2.1 Kader
Cultuurhistorische Hoofdstructuur Zuid-Holland De provincie Zuid-Holland hanteert het beleidsinstrument “Cultuurhistorische Hoofdstructuur Zuid-Holland (CHS)”. De CHS dient als informatiebron voor beleid op het gebied van erfgoed en ruimtelijke ontwikkeling, van zowel de provincie als de gemeenten. Daarmee wil de provincie stimuleren dat cultuurhistorie behouden of ingepast wordt bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen. Deze cultuurhistorische kaart van Zuid-Holland, in de vorm van een digitale atlas, geeft een over zicht van cultuurhistorische kenmerken en waarden in de provincie. Het is een overzicht op hoofd lijnen, bijvoorbeeld van waardevolle verkavelingspatronen of cultuurlandschappen, historische verdedigingslinies, gebieden met een archeologische verwachtingswaarde of monumentale boerderijlinten. Dit is het schaalniveau waarop de provincie beleid voert. De CHS kent drie verschil lende thema's: archeologie, historische stedenbouw en historisch landschap.
Gebiedsprofielen (Kwaliteitskaart provincie Zuid-Holland) De voormalige Regioprofielen Cultuurhistorie zijn opgegaan in de gebiedsprofielen, die een regi onale doorvertaling zijn van de kwaliteitskaart van de provincie Zuid-Holland. De gebiedsprofielen beschrijven en visualiseren kenmerkende ruimtelijke elementen die van bovenregionaal belang zijn, en bevatten in die hoedanigheid ook cultuurhistorische elementen. Als onderdeel van het omgevingsbeleid van de provincie is dit reeds in paragraaf 3.2 besproken. Voorliggend plange bied maakt geen deel uit van een specifiek gebiedsprofiel.
Nota Cultuurhistorie Plus - Lansingerland De gemeente Lansingerland heeft de ambitie om uit te groeien tot een aantrekkelijke parkstad waarin het goed wonen, werken en recreëren is. Om die ambitie te verwezenlijken voert de ge meente een uitgesproken ruimtelijk kwaliteitsbeleid. Als onderdeel van het ruimtelijk kwaliteitsbe leid is de Nota Cultuurhistorie Plus (vastgesteld d.d. 26 april 2012) opgesteld.
6.2.2 Onderzoek Cultuurhistorische hoofdstructuur Op basis van de cultuurhistorische hoofdstructuur van de provincie Zuid-Holland bevindt zich ten oosten van het plangebied een historisch-landschappelijke lijn (zie afbeelding 6.2). Dit betreft de landscheiding / het Berkelsdijkje langs de oostrand van het plangebied, die is gekenmerkt als historisch-landschappelijke lijn (poldergrens) met een hoge waarde. Binnen deze landschappe lijke lijn wordt in de toekomstige situatie de Raadhuislaan doorgetrokken richting de Molenwerfstraat. In het ontwerp wordt rekening gehouden met de waarde van deze landschappelijke lijn. De nieuwe weg zal evenwijdig lopen aan het Berkelsdijkje en het bestaande fietspad. Ook blijft
Bestemmingsplan “Berkel Centrum Oost' Toelichting Vast te stellen - 23 april 2024
55
de naastgelegen watergang behouden, en wordt de weg groen ingericht en begeleid door een bomenrij. Zodoende blijft de landschappelijke lijn intact en herkenbaar.
Afbeelding 6.2: Uitsnede van de provinciale culturele verwachtingskaart.
Nota Cultuurhistorie Plus In de nota wordt het centrum van Berkel en Rodenrijs gekwalificeerd als ‘historische kern’. De kern lijkt op een voorstraatdorp, een nederzettingstype waarbij een loodrecht op de kerk staande voorstraat de kerk met bebouwing rondom, de kerkring, verbindt met een haven. Historische kaar ten laten zien dat lange tijd alleen langs de Kerkstraat aaneengesloten bebouwing heeft gestaan. Dit was dan ook de belangrijkste straat, waar de notabelen woonden. Rond de kern lag hier een ringgracht. Een deel ervan werd gevormd door een natuurlijk watertje, De Wildert en andere wa terlopen, die aan de oostkant van het dorp doorliepen tot aan de direct achter Berkel en Rodenrijs gelegen Landscheiding. Hier stond lange tijd een tolgebouwtje. Vanaf de jaren ’60 is de meeste bebouwing in de oude dorpskern van Berkel en Rodenrijs gesloopt en door nieuwbouw vervan gen. Berkel en Rodenrijs veranderde steeds meer in het voorzieningen- en winkelgebied voor een groter verzorgingsgebied. In de kern van Berkel en Rodenrijs is het beleid gericht op het verder ontwikkelen van het kernwinkelgebied, maar dan op een eigentijdse manier. De ruimtelijke en functionele structuur en het verblijfsklimaat moeten daarbij wel verbeterd en versterkt worden.
Verder moet de bestaande kwaliteit van het kernwinkelgebied met dorpse karakteristiek worden versterkt en moeten goede parkeervoorzieningen worden aangelegd. Binnen het plangebied van dit bestemmingsplan bevinden zich geen Rijks- of andere monumen ten, en zijn geen karakteristieke panden en/of objecten aanwezig. In het bestemmingsplan zijn, met het oog op het gemeentelijke beleid en aansluitend bij de be bouwing in de omgeving, de maximale afmetingen van alle bebouwing vastgelegd. Ook is de ringgracht - voor zover nog aanwezig en binnen het plangebied - bestemd als water. Verder is
Bestemmingsplan “Berkel Centrum Oost' Toelichting Vast te stellen - 23 april 2024
56
in de Nota Cultuurhistorie Plus aangegeven dat het bovenland niet afgegraven en niet verhoogd mag worden, en dat er daartoe in het bestemmingsplan een vergunningstelsel opgenomen moet worden. In het noordwestelijk deel van het plangebied is sprake van bovenland, namelijk de his torische dorpskern rondom de kerk. Hiertoe is de gebiedsaanduiding ‘bovenland’ overgenomen uit het vigerende bestemmingsplan, waarbij een regeling geldt die ziet op het verkrijgen van een vergunning voor de activiteiten afgraven en/of verhogen. Daarnaast levert de beoogde herinrichting van de openbare ruimte een bijdrage aan een toekomstbestendig (oostelijk) centrumgebied. Zo wordt de ruimtelijke kwaliteit verhoogd met meer ruimte voor groen en langzaam verkeer, en de verkeers- en parkeersituatie in het gebied verbe terd. Hoewel op grond van vigerende bestemmingsplannen al deels mogelijk, voorziet dit bestem mingsplan in de integrale herontwikkeling van Berkel Centrum Oost.
6.2.3 Conclusie Het aspect cultuurhistorie vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van dit bestemmings plan.
Bestemmingsplan “Berkel Centrum Oost" Toelichting Vast te stellen - 23 april 2024
57
7
Milieu
7.1
Algemeen In dit hoofdstuk worden de ruimtelijke (on)mogelijkheden vanuit diverse milieuaspecten inzichte lijk gemaakt. Waar nodig moet een vertaling plaatsvinden naar de juridische regeling. Het uit gangspunt hierbij is dat de juridische regeling zowel de ruimtelijke kwaliteit als de milieukwaliteit voldoende dient te borgen.
7.2
M.e.r.-beoordeling Het voorkomen van aantasting van het milieu is van groot maatschappelijk belang. Het is daarom zaak om het milieubelang volwaardig in de besluitvorming te betrekken. Om hier in de praktijk vorm aan te geven is het instrument milieueffectrapportage (m.e.r.) ontwikkeld. De m.e.r.-beoor deling is een instrument met als hoofddoel het milieubelang volwaardig te laten meewegen bij de voorbereiding en vaststelling van plannen en besluiten. Dit bestemmingsplan voorziet in de herontwikkeling van het oostelijk centrumgebied van Berkel: de realisatie van 80 woningen op de Hergerborchlocatie, het verleggen van de Molenwerfstraat en het realiseren van 110 extra parkeerplaatsen. Deze ontwikkeling kan worden aangemerkt als een stedelijk ontwikkelingsproject zoals voorkomend in de eerste kolom van de D-lijst horende bij het Besluit m.e.r. (categorie 11.2). De verschillende drempelwaardes (kolom 2) worden niet over schreden, waardoor het plan niet m.e.r.-plichtig is. De drempelwaarden zijn echter indicatieve waarden. Dit betekent concreet dat het bevoegd ge zag dient na te gaan of de beoogde activiteit daadwerkelijk geen belangrijke nadelige milieuge volgen kan hebben. Op grond van artikel 2 lid 5 van het Besluit m.e.r. is daarom wel een vormvrije m.e.r.-beoordeling nodig.
Als blijkt dat er mogelijk belangrijke milieugevolgen zijn, is alsnog een uitgebreide m.e.r.-beoordeling of MER noodzakelijk. Het bevoegd gezag moet, op basis van artikel 7.19 van de Wet milieubeheer een m.e.r.-beoordelingsbesluit nemen, zo vroeg mogelijk en in ieder geval voorafgaand aan de tervisielegging van het ontwerpbestemmingsplan. Hiertoe dienen de milieueffecten van de ontwikkeling te worden beschreven in een vormvrije m.e.r-beoordeling, op te nemen in de toelichting van dit plan. Deze m.e.r.-beoordeling moet wor den uitgevoerd aan de hand van de criteria van bijlage III van de Europese richtlijn 2011/92/EU: 1. Kenmerken van het project; 2. Plaats van het project; 3. Kenmerken van het potentiële effect. Kenmerken van het project Het gehele plangebied kent een omvang van circa 35.000 m2. De voorgenomen ontwikkeling bestaat uit de realisatie van 80 sociale huurappartementen. De woningen worden verdeeld over vier appartementengebouwen die twee-aan-twee verbonden zijn, bestaande uit 4 à 5 bouwlagen. Ter plaatse bevindt zich deels een bestaand gebouw van het voormalige woonzorgcentrum Hergerborch, dat zal worden gesloopt. Naast en in samenhang met deze ontwikkeling wordt het oostelijk centrumgebied van Berkel her ingericht.
De meest prominente ingreep is de aanleg van een nieuwe weg over het Berkelsdijkje aan de oostkant van het plangebied, die een nieuwe verbinding tussen de Raadhuislaan en Mo lenwerfstraat vormt. Daarmee wordt de ontsluiting en bereikbaarheid van het centrum in zuidelijke richting verbeterd. Daarnaast worden er 110 extra parkeerplaatsen in het gebied toegevoegd.
Bestemmingsplan “Berkel Centrum Oost' Toelichting Vast te stellen - 23 april 2024
58
Deze komen met name terecht op het centrale parkeerterrein aan de Molenwerfstraat, aan het Raadhuishof en rondom de Terpstraat. Samen met de nieuwe verkeers- en parkeerstructuur wordt de openbare ruimte van een kwaliteitsverbetering voorzien, onder meer door toevoeging van meer groen. Ook komt er meer ruimte voor langzaam verkeer, door inrichting van een deel van het centrumgebied als autoluw I 'shared space’ en een verbeterde oost-westverbinding tus sen het centrum en het Annie M.G. Schmidtpark. Plaats van het project Het plangebied omvat het oostelijk centrumgebied van Berkel. Het bevindt zich globaal tussen westelijk deel van het centrum en het Annie M.G. Schmidtpark, en ten zuiden van de Dorpskerk. Ten oosten van het plangebied bevindt zich een groene zone waar een landscheiding en het Berkelsdijkje lopen. De woningbouwontwikkeling vindt plaats aan de zuidoostkant van het plangebied. Het betreft de locatie van het voormalige woonzorgcentrum Hergerborch. De ontwikkeling vindt plaats aan de west- en zuidzijde van het terrein; de bestaande bebouwing aan de noord- en oostkant blijft be houden. Verder omvat het plangebied alle gronden waar wijzigingen in de openbare ruimte zijn voorzien. Het betreft in ieder geval een deel van het Berkelsdijkje ten oosten van de Hergerborchlocatie, waar de nieuwe wegverbinding is voorzien.
Daarnaast maken het parkeerterrein aan de Molen werfstraat en de Terpstraat deel uit van het plangebied. De overige gronden bestaan met name uit de omliggende wegen en openbare ruimten, en strekken zich globaal tussen de Dominee van Koetsveldstraat aan de noordoostkant tot het einde van de Terpstraat aan de westkant. De tus senliggende Dorpskerk, begraafplaats en andere bebouwing zijn geen onderdeel van de herontwikkelingen en daarmee niet in het plangebied opgenomen. Kenmerken van het potentiële effect Voor de beoogde herontwikkelingen zijn in het kader van dit bestemmingsplan alle milieu- en omgevingsaspecten uitvoerig onderzocht en beoordeeld. De afweging vindt impliciet plaats in de voorgaande hoofdstukken en volgende paragrafen. Hieruit blijkt dat hooguit in beperkte mate sprake is van nadelige effecten op het milieu, en dat er mogelijk ook positieve effecten zijn. Indien nadelige gevolgen optreden, zijn deze te compenseren. Maatregelen zullen worden uitgevoerd om negatieve effecten te beperken en positieve effecten te stimuleren. Zodoende zal geen sprake zijn van significante nadelige milieugevolgen. De geïnventariseerde effecten maken het opstellen van een MER of m.e.r.-beoordeling niet noodzakelijk. Het m.e.r.-beoordelingsbesluit is opgeno men in bijlage 14 bij deze toelichting.
7.3
Bodemkwaliteit
7.3.1 Kader
Wet bodembescherming De Wet bodembescherming (Wbb) voorziet in maatregelen indien sprake is van ernstige bodem verontreiniging. Het doel van de Wbb is in de eerste plaats het beschermen van de (land- of water-) bodem zodat deze kan worden benut door mens, dier en plant, nu en in de toekomst. Via de Wbb heeft de Rijksoverheid de mogelijkheid algemene regels te stellen voor de uitvoering van werken, het transport van stoffen en het toevoegen van stoffen aan de bodem. Ontwikkelingen kunnen pas plaatsvinden als de bodem, waarop deze ontwikkelingen gaan plaatsvinden, geschikt is of geschikt is gemaakt voor het beoogde doel. Bij nieuwbouwactiviteiten dient de bodemkwaliteit door middel van onderzoek in beeld te zijn gebracht. In het algemeen
Bestemmingsplan “Berkel Centrum Oost' Toelichting Vast te stellen - 23 april 2024
59
geldt dat nieuwe bestemmingen bij voorkeur op een schone bodem dienen te worden gereali seerd.
Besluit bodemkwaliteit Het doel van het Besluit bodemkwaliteit (2008) is de bodem beter te beschermen en meer ruimte te bieden voor nieuwe bouwprojecten. Ook geeft het besluit gemeenten en provincies meer ver antwoordelijkheid om de bodem te beheren. Het Bouwstoffenbesluit (Bsb) is opgenomen in het Besluit bodemkwaliteit.
Relatie Wabo, Wbb en Woningwet (Ww) De inwerkingtreding van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo, 1 oktober 2010) heeft effect op de Wbb en de Woningwet (Ww): in de Wabo is aangegeven dat in de plaats van de aanhoudingsgrond (uit de Ww) een afstemmingsregeling wordt opgesteld waarbij de inwer kingtreding van de omgevingsvergunning wordt afgestemd op de acties ten aanzien van de bo demverontreiniging. Voorts geldt ten aanzien van de bodem dat de Woningwet gemeenten ver plicht in hun bouwverordening voorschriften omtrent het tegengaan van bouwen op verontrei nigde bodem op te nemen. Die voorschriften dienen in elk geval betrekking te hebben op het verrichten van onderzoek naar aard en mate van verontreiniging van de bodem, op de aard en omvang van dat onderzoek en op inrichting van het op te stellen onderzoeksrapport.
Gemeentelijk bodembeleid De gemeentelijke Bodemkwaliteitskaart geeft een beeld van de diffuse bodemkwaliteit (ook wel achtergrondkwaliteit genoemd) van de gemeente. In het daaraan gekoppelde Bodembeheerplan is aangegeven welke regels gelden met betrekking tot grondverzet binnen de gemeente. Ook moet in dat kader rekening worden gehouden met de door gemeente Lansingerland vastgestelde bodembeleidsnotitie, als het gaat om grensoverschrijdend grondverzet.
7.3.2 Onderzoek Milieukundig (water)bodemonderzoek (juli 2020) ABO-Milieuconsult heeft in juli 2020 voor het centrale deel van het plangebied, de Hergerborchlocatie en het parkeerterrein aan de Molenwerfstraat, een verkennend (water)bodemonderzoek uitgevoerd. Het rapport is opgenomen in bijlage 7, de bevindingen zijn hieronder samengevat. Conclusies - Tijdens het zintuiglijk onderzoek van de grond zijn verschillende bodemvreemde en/of op verontreiniging duidende kenmerken waargenomen. Ter plaatse van de geplande parkeerlocatie is in de bovengrond puin en repac aangetoond. In de ondergrond is puin, repac en baksteen aangetoond. Ter plaatse van de geplande woningbouw is in zowel de boven- als ondergrond baksteenresten aangetoond. - Verkennend bodemonderzoek geplande woningbouwlocatie: o In de grondmengmonsters M03, M04, M06, M07 (bovengrond 0,00-0,50 m-mv) overschrijden de gehalten kwik, lood, zink en PAK de betreffende achtergrondwaarden. De gehalten van de overige geanalyseerde parameters zijn alle lager dan de betreffende achtergrondwaarden. o In de grondmengmonsters M10 t/m M16 (ondergrond, 1,00-2,00 m-mv) over schrijden de gehalten kwik, lood, molybdeen, PCB en PAK de betreffende achtergrondwaarden. De gehalten van de overige geanalyseerde parameters zijn alle lager dan de betreffende achtergrondwaarden.
- Grondwater verkennend bodemonderzoek geplande woningbouwlocatie: o In het grondwater uit de peilbuizen 29, 32, 57 en 63 overschrijden de concentra ties arseen en/of barium de betreffende streefwaarden. De concentraties van de overige geanalyseerde parameters zijn alle lager dan de betreffende streefwaar den. - Grond verkennend bodemonderzoek geplande openbare parkeerlocatie:
Bestemmingsplan “Berkel Centrum Oost' Toelichting Vast te stellen - 23 april 2024
60
In de grondmengmonsters M17 en M18 (bovengrond, 0,00-0,50 m-mv) zijn de gehalten van alle geanalyseerde parameters lager dan de betreffende achtergrondwaarden. o In de grondmengmonsters M19 en M23 t/m M27 (ondergrond, 0,50-5,40 m-mv) overschrijden de gehalten kobalt, koper, kwik, lood, zink, molybdeen, minerale olie PAK en PCB de betreffende achtergrondwaarden. o In grondmengmonsters M28 en M29 (ondergrond, 4,50-9,00 m-mv) zijn de ge halten van alle geanalyseerde parameters lager dan de betreffende achtergrond waarden. PFAS geplande openbare parkeerlocatie: o De gehalten PFOA en PFOS in grondmengmonster M20, afkomstig van de par keerplaats, voldoen aan de achtergrondwaarden. Grondwater verkennend bodemonderzoek geplande openbare parkeerlocatie: o In het grondwater uit peilbuis 11 overschrijden de concentraties arseen en barium de betreffende streefwaarden. De concentraties van de overige geanalyseerde parameters zijn alle lager dan de betreffende streefwaarden. Verkennend waterbodemonderzoek huidige vijver: o De aanwezige baggerspecie (M21) is niet toepasbaar op of in de landbodem, is wel toepasbaar als klasse A in oppervlakte water en is verspreidbaar op aan grenzend perceel. De onderliggende bodemlaag (M22) is altijd toepasbaar op of in landbodem, altijd toepasbaar in oppervlaktewater en is verspreidbaar op aan grenzend perceel.
PFAS waterbodemonderzoek: De gehalten PFOA en PFOS in mengmonster M21 afkomstig van de sliblaag van o de vijver zijn verhoogd aangetoond, maar voldoen aan de achtergrondwaarden. De gehalten PFOA en PFOS in mengmonster M22, afkomstig van de onderlig gende laag van de vijver, voldoen aan de achtergrondwaarden. o De hypothese "De onderzoekslocatie is verdacht" dient op basis van de aange toonde waarden in de grond, het grondwater en de waterbodem aangenomen te worden. o
-
-
-
-
Aanbevelingen De licht verhoogde waarden in zowel de boven- als ondergrond (geplande woningbouw en par keerlocatie) zijn dermate gering dat de resultaten hiervan geen aanleiding geven tot het uitvoeren van een nader bodemonderzoek. Geadviseerd wordt, indien om civieltechnische redenen slib uit de vijver verwijderd dient te wor den, de baggerspecie af te voeren naar een daartoe erkende verwerker. De vastgestelde bodemkwaliteit vormt geen belemmering voor de aanvraag van de omgevingsvergunning en het toekomstige gebruik. Aanbevolen wordt om bij graafwerkzaamheden vrijko mende grond zo veel mogelijk op de locatie te verwerken. Tijdens het bodemonderzoek zijn puin, repac en baksteenresten aangetroffen en dient formeel een asbest bodemonderzoek conform de NEN 5707 en NEN 5897 uitgevoerd te worden om aan te tonen of er sprake is van asbest op de onderzoekslocatie. (Verkennend) asbestonderzoek (juli 2021) Tijdens het zintuiglijk onderzoek van de grond zijn verschillende bodemvreemde en/of op veront reiniging duidende kenmerken waargenomen. Om aan te tonen of sprake is van asbest op de onderzoekslocatie heeft ABO-Milieuconsult daarom in juli 2021 een asbest bodemonderzoek uit gevoerd. De bijbehorende rapportage is opgenomen in bijlage 8.
Op basis van het onderzoek worden de volgende conclusies getrokken: - In geen van de boringen is in de grove fractie (> 20mm) asbestverdacht plaatmateriaal aangetroffen; - In geen van de ruimtelijke eenheden, met betrekking tot het menggranulaat, is in de grove(> 20mm) en fijne fractie(< 20mm) asbestverdacht materiaal aangetoond;
Bestemmingsplan “Berkel Centrum Oost' Toelichting Vast te stellen - 23 april 2024
61
- In mengmonster ASB08 (AMM07 veen met resten baksteen) is een concentratie asbest (gewogen concentratie) van 9,0 mg/kg.ds aangetroffen. Vermoedelijk betreft het verweerd plaatmateriaal (isolatieasbest met 30-60% chrysotiel), waarin het bindmiddel is opgelost, waardoor de concentratie is verhoogd. Dit heeft tevens de gebondenheid beïnvloed (van hecht naar niet hechtgebonden door het oplossen van het bindmiddel); - In mengmonster ASB07 (AMM06 klei baksteen+grind) is een concentratie asbest (gewogen concentratie) van 2,9 mg/kg.ds aangetroffen. Dit betreft hechtgebonden vlakke plaat met 10-15% chrysotiel; - In de overige mengmonsters van de grond met bijmengingen van baksteen of puin en het brekerzand is visueel en analytisch geen asbest aangetoond. Daarnaast worden de volgende aanbevelingen gedaan: - In de veenlaag ter plaatse van boringen 3b1 (traject 1,50 - 3,50 m-mv) en 3b2 (traject 1,40 - 2,20 m-mv) is niet hechtgebonden chrysothiel asbest aangetroffen. In dit monster zijn losse asbestvezels aangetroffen, die niet meegenomen zijn in de berekening. Nader onder zoek lijkt door de geringe concentratie niet noodzakelijk. Doordat losse vezels zijn aange troffen wordt wel aanbevolen het asbesthoudende veen te ontgraven en af te laten voeren naar een erkend verwerker.
Let erop dat bij verwerking en afvoer van het asbesthoudende veen rekening moet worden gehouden met de verplichtingen uit de CROW 400. - In de kleilaag met bijmengingen van baksteen en grind ter plaatse van boringen 6a1 en 6a2 (traject van 0,00 - 1,00 m-mv) is hechtgebonden chrysothiel asbest aangetroffen. Dit betreft een gering gehalte waardoor geen risico is op blootstelling aan asbest, ongeacht de bewer kingen die worden uitgevoerd (afgraven/omspitten enz.). Ook wanneer bij werkzaamheden de stukjes asbestcement daadwerkelijk worden gebroken is geen risico op blootstelling aan asbest. - In het menggranulaat, de grond met bijmengingen van baksteen of puin en het brekerzand is visueel en analytisch geen asbest aangetoond. Aanvullend onderzoek is niet noodzake lijk. Verkennend bodem- en asbestonderzoek (juli 2021) Sinds het verkennend (water)bodemonderzoek uit 2020 is het plangebied uitgebreid, waardoor een tweetal locaties nog niet was onderzocht. Naar aanleiding daarvan heeft ABO-Milieuconsult in aanvulling op het eerdere onderzoek, in juni-juli 2021 een vooronderzoek, verkennend bodem onderzoek (conform NEN 5725 en NEN 5740) en verkennend asbestonderzoek (afgeleid van NEN 5707) uitgevoerd.
In aanvulling op het verkennend (water)bodemonderzoek van juli 2020 zijn hierin twee deellocaties onderzocht: de westelijke locatie rondom de Terpstraat (circa 5.080 m^), en de oostelijke locatie ter hoogte van het Raadhuishof (circa 8.750 m^). De rapportage van het onderzoek is opgenomen in bijlage 9. Samengevat worden op basis van de onderzoeksresultaten de volgende conclusies getrokken en aanbevelingen gedaan. Conclusies - In de opgeboorde grond van deellocatie 1 (Terpstraat e.o.) en 2 (Raadhuislaan e.o.) zijn verschillende bodemvreemde materialen aangetroffen (puin, baksteen of plastic). - De boven- en ondergrond ter plaatse van deellocatie 1 is plaatselijk maximaal licht veront reinigd met minerale olie, zink, cadmium, kwik, lood en PAK. - Het grondwater ter plaatse van deellocatie 1 is licht verontreinigd met xylenen. - Ter plaatse van deellocatie 1 is in het veen met bijmengingen van baksteen (traject 0,8 1,5 m-mv), analytisch niet hecht gebonden asbest aangetoond. Het criterium voor nader asbestonderzoek (50 mg/kg.ds) wordt niet overschreden. Vermoedelijk betreft het verweerd chrysotiel plaatmateriaal (asbest-koord met 60-100% asbest), waarin het bindmiddel is op gelost, waardoor de aangetroffen concentratie is verhoogd.
- Ter plaatse van deellocatie 2 is in de grondmengmonsters M2.01 (bovengrond) en M2.04 (ondergrond) een lichte verontreiniging met de parameter kwik, lood of molybdeen aange toond. In grondmengmonsters M2.02 (bovengrond) en M2.03 (ondergrond) zijn geen ver hoogde gehalten ten opzichte van de achtergrondwaarden en/of de detectiegrens aange toond.
Bestemmingsplan “Berkel Centrum Oost' Toelichting Vast te stellen - 23 april 2024
62
- In de mengmonsters van de klei met sporen baksteen (deellocatie 2) is zowel in de boven als in de ondergrond, analytisch geen asbest aangetoond. - In de klei met sporen puin (traject 0,5 - 1,0 m-mv; deellocatie 2), is analytisch asbest aan getoond. Dit betreft hechtgebonden vlakke plaat met 10-15% chrysotiel. Het criterium voor nader asbestonderzoek (50 mg/kg.ds) wordt niet overschreden. - In de bodem van deellocatie 1 en 2 zijn geen verhoogde waardes van de parameter arseen aangetroffen. - Op het maaiveld van deellocatie 2 (gras of plantsoen) is middels een maaiveldinspectie geen asbestverdacht materiaal aangetroffen op de locaties waar een asbestverdachte bij menging in de bovengrond voorkomt. - De hypothese "De onderzoekslocatie is onverdacht" dient op basis van de licht verhoogde gehalten aan minerale olie, zink, cadmium, kwik, lood en PAK in de boven- en ondergrond en de licht verhoogde concentraties aan xylenen, barium of naftaleen in het grondwater, verworpen te worden. Aanbevelingen - De licht verhoogde gehalten aan minerale olie, zink, cadmium, kwik, lood, molybdeen en PAK in de boven en ondergrond en de licht verhoogde concentraties aan barium en nafta leen in het grondwater zijn dermate gering dat de resultaten hiervan geen aanleiding geven tot het uitvoeren van een nader bodemonderzoek ter plaatse van deellocatie 1 en 2.
- Aanvullend onderzoek naar de gedempte sloten is vermoedelijk niet noodzakelijk. Demping lijkt te hebben plaatsgevonden met gebiedseigen materiaal. - Ter plaatse van deellocatie 1: Terpstraat is sprake van een plaatselijk lichte verontreiniging met asbest in de veenlaag ter plaatse van boring 1.01 (traject 0,80 - 1,50 m-mv). In deze veenlaag is niet hechtgebonden chrysothiel asbest aangetroffen. Nader onderzoek lijkt door de geringe concentratie niet noodzakelijk. Doordat niet hechtgebonden vezels zijn aange troffen wordt wel aanbevolen het asbesthoudende veen te ontgraven en af te laten voeren naar een erkend verwerker. Let erop dat bij verwerking en afvoer van het asbesthoudende veen rekening moet worden gehouden met de verplichtingen uit de CROW 400. - Ter plaatse van deellocatie 2: Raadhuislaan en omstreken is sprake van een plaatselijk lichte verontreiniging met asbest in het klei ter plaatse van boring 2.06 (traject 0,50 - 1,00 m-mv). Het criterium voor nader asbestonderzoek (50 mg/kg.ds) wordt niet overschreden, aanvullend onderzoek is niet noodzakelijk. - De vastgestelde bodemkwaliteit ter plaatse van beide deellocaties vormt vermoedelijk geen belemmering voor de aanvraag van de omgevingsvergunning (activiteit bouwen). Aanbe volen wordt om bij graafwerkzaamheden vrijkomende grond zo veel mogelijk op de locatie te verwerken.
7.3.3 Conclusie Op basis van een verkennend (water)bodemonderzoek voor het centrale deel van het plangebied wordt geconcludeerd dat aangetroffen licht verhoogde waarden in boven- en ondergrond geen aanleiding geven tot nader bodemonderzoek. De vastgestelde bodemkwaliteit vormt geen belem mering voor de aanvraag van de omgevingsvergunning en het toekomstige gebruik. Ook met betrekking tot de later onderzochte westelijke en oostelijke deellocatie wordt geconcludeerd dat er geen aanleiding is voor nader bodemonderzoek, en de vastgestelde bodemkwaliteit vermoe delijk geen belemmering vormt voor de aanvraag van de omgevingsvergunning (activiteit bou wen). Aanbevolen wordt om bij graafwerkzaamheden vrijkomende grond zo veel mogelijk op de locatie te verwerken, en baggerspecie uit de vijver af te voeren naar een erkend verwerker. Naar aanleiding van waargenomen bodemvreemde en/of op verontreiniging duidende kenmerken is een asbest bodemonderzoek uitgevoerd. De aangetroffen gehalten geven geen aanleiding tot nader onderzoek of blootstelling. Aanbevolen wordt het asbesthoudende veen te ontgraven en af te laten voeren naar een erkend verwerker.
Bestemmingsplan “Berkel Centrum Oost' Toelichting Vast te stellen - 23 april 2024
63
7.4
Geluid
7.4.1 Kader De Wet geluidhinder verlangt inzicht in de akoestische effecten bij de realisatie van nieuwe geluidsgevoelige objecten, zoals woningen. Onderzoekszone Behalve langs 30 km/uur-wegen en woonerven, bevindt zich volgens artikel 74 van de Wet geluid hinder (Wgh) aan weerszijden van iedere weg een zone waarbinnen akoestisch onderzoek moet worden uitgevoerd. Voordat nieuwe woningen binnen deze zone kunnen worden geprojecteerd dient te worden onderzocht of aan de normen van de Wgh wordt voldaan. De zonebreedte is af hankelijk van het aantal rijstroken en van de aard van de omgeving (stedelijk of buitenstedelijk ge bied). De definities van stedelijk en buitenstedelijk gebied zijn opgenomen in artikel 1 Wgh. Deze definities luiden: - stedelijk gebied: het gebied binnen de bebouwde kom (bepaald door komgrensborden) met uitzondering van het gebied binnen de zone van een autoweg of autosnelweg; - buitenstedelijk gebied: het gebied buiten de bebouwde kom en het gebied binnen de be bouwde kom, dat is gelegen binnen de zone van een autoweg of autosnelweg. Normstelling Wanneer er nieuwe woningen worden gerealiseerd binnen een zone van een weg, mag de geluids belasting niet meer bedragen dan de voorkeurswaarde. Indien de geluidsbelasting hoger is dan de voorkeurswaarde moeten er maatregelen worden getroffen om hieraan alsnog te kunnen voldoen.