[T24.00954] BP Westersingel 82-94 Regels en Toelichting
Tekst van het document
Voor Lansingerland komt de schatting neer op een bedrag van 587 miljoen euro tot 2050 in het scenario met minimale klimaat verandering ten opzichte van het huidige klimaat. Klimaatadaptatie is dan ook essentieel om te zorgen dat Lansingerland een veilige, groene, leefbare en aantrekkelijke gemeente blijft. In het kort wordt hier toegelicht welke klimaatproblemen er zullen ontstaan wanneer woonwijken niet nu al klimaatadaptief ingericht worden: -
Droogte: leidt tot een verhoogde watervraag en toenemende watertekorten. Dit heeft een langdurig effect op grond- en oppervlakte-waterstanden. In stedelijke gebieden kan dit leiden tot bijvoorbeeld schade aan funderingen, verdroging van groen, een slechtere oppervlaktewater kwaliteit, versnelde bodemdaling. Voor Lansingerland kan dit ook betekenen dat er gietwatertekorten ontstaan in de glastuinbouw;
-
-
-
Wateroverlast: door klimaatverandering zullen er vaker piekbuien vallen. Tegelijkertijd kan water slechter worden afgevoerd door de toevoeging van stenig materiaal (bebouwing, verharding etc.) wat wateroverlast tot gevolg zal hebben. Om dit scenario tegen te gaan moet er voldoen de buffercapaciteit gecreëerd worden om de kans op wateroverlast te verkleinen; Hittestress: Door verdereverandering van het klimaat zullen periodes met hitte vaker voorkomen. Ook hier wordt dit risico versterkt door toevoeging van stenig materiaal in dit gebied. Om een prettig leefmilieu op de lange termijn te waar borgen dienen voldoende maatregelen op het gebied van klimaatadaptatie te worden genomen, bijvoorbeeld door het toepassen van voldoende groen, wadi’s, de juiste materiaalkeuze (gebruik van lichtgekleurde materialen) en open (stromend)water; Biodiversiteit: door verstedelijking worden ecosystemen steeds kleiner, gevolg hiervan is dat de biodiversiteit afneemt. Op de lange termijn zal dit zorgen voor het uit sterven van bepaalde soorten. Om dit te voorkomen dient er natuur inclusief gebouwd te worden.
Om bovenstaande scenario’s te voorkomen dienen de randvoorwaarden de Ruimtelijke Adaptatiestrategie en het Convenant Klimaat adaptief bouwen aangehouden te worden.
Afbeelding 6: Uitsnede van de HitteStressKaart (bron: kaartviewer klimaatadaptatie)
18
Nota van Uitgangspunten Klein Berkeloo, Westersingel 82-94, Berkel en Rodenrijs Water en klimaat Voor wat betreft het onderwerp wateroverlast, een van de thema’s van klimaatadaptatie, zijn er een aantal aandachtspunten. Berekeningen tonen aan dat er bij een bui van 70 mm in 24 uur waterdieptes kunnen ontstaan oplopend tot 31 centimeter. Daarbij moet uiteraard de kanttekening gemaakt worden dat het om de huidige situatie gaat zonder bebou wing en zonder ophoging. Als we daarnaast kijken naar waar die wateroverlast vandaan komt dan valt op dat het gebied laag ligt. In de klimaatatlas van de Provincie Zuid-HoUand is te zien dat, door de stroombanen in het gebied, er water afstroomt vanuit de omringende gebieden het gebied Klein Berkeloo in. Als een plangebied opgehoogd wordt, zal dit wellicht ook gevolgen hebben voor de omringende gebieden, waar dan mogelijk wateroverlast kan ontstaan.
Afbeelding 7: Wateroverlast (Bron: Kaartviewer gemeentelijke stresstest)
Daarnaast verslechtert de situatie t.o.v. onbebouwd terrein doordat er verharding wordt toegevoegd. Het is belangrijkvoldoende ruimte te reserveren voor het vasthouden en bergen van water. Enerzijds moet de toename van verhard oppervlak worden gecompenseerd, daarnaast is het belangrijk dat voldoende geanticipeerd wordt op een toekomst met klimaatverandering. Bodemsamenstelling en grondwaterdiepte bepalen wat wel/niet kan. Het is belangrijk dat water volwaardig in het ontwerpproces wordt meegenomen, door een
eerste toets voor compensatie door Hoogheemraadschap van Delfland, zodra er een eerste ruimtelijke studie op tafel ligt (met indicatie van m2 bebouwd, m^ ontsluiting en m2 parkeren). Bodem Er zijn mogelijk toekomstige problemen die kunnen ontstaan door voortschrijdende bodem daling en/of inklinking. Integraal ophogen kan bijdragen aan voortschrijdende bodemdaling en/of inklinking. Door toekomstgericht bouwen en/of toepassing van andere technieken dan integraal ophogen van het plangebied kan dit voorkomen, of beperkt worden. Het is aan te raden niet alleen voor het gebouwontwerp geofysisch bodemonderzoek uit te voeren, maar ookvoor het ontwerp van de groen/ blauwe structuur in de openbare ruimte: waar kan wat, gegeven de ondergrond. Duurzame mobiliteit In de mobiliteitsvisie geven wij aan voorrang te geven aan duurzame vormen van mobiliteit zoals lopen of fietsen en kwalitatief openbaar vervoer. Waar dit niet toereikend is, zijn elektrische voertuigen en deelsystemen aan te raden. Het doel is om bewoners opties te bieden die net zo goed of beter zijn dan traditionele auto’s die rijden op duurzame brandstoffen i.p.v. fossiele brandstoffen. Er zijn kansen om in te zetten op duurzame mobiliteits-systemen, zoals deelsystemen en elektrische laadpunten.
Om dit te bereiken zullen elektrische laadpunten worden toege past voor auto’s en fietsen op gebouwniveau en in de openbare ruimte, met een goede infras tructuur van laadpalen. Het verlagen van de parkeernorm kan hieraan bijdragen. Ook dient het gebruikvan de fiets aantrekkelijk gemaakt te worden door de uitbreiding van een snel, veilig, mooi fietsroutenetwerk. Minder verhar den is altijd beter vanuit het perspectief van water en klimaat. In die zin ligt er een directe relatie met de parkeernorm, maar ook met levensloopbestendig bouwen en mobiliteitsdeelsystemen. Duurzame (deel)mobiliteit en ruimtebeslag zouden met elkaar in verband gebracht moeten worden. Zeker als dit ook nog eens de mobiliteit van de nieuwe bewoners naar de 21^‘® eeuw haalt.
19
Nota van Uitgangspunten Klein Berkeloo, Westersingel 82-94, Berkel en Rodenrijs Energie De gevolgen van klimaatverandering, de grondstoffen schaarste en de luchtkwaliteit zorgen wereldwijd, en zo ook in Nederland, voor een transitie naar het gebruik van duurzame en hernieuwbare bronnen voor het opwekken van energie. De invulling voor onze elektriciteitsvraag, verwarming en mobiliteit vraagt om een radicaal andere energievoorziening. Fossiele brandstoffen zullen op grote schaal uit gefaseerd worden om het uiteindelijke doel zoals beschreven in onze Duurzaamheidsvisie te behalen: een C02-neutrale energievoorziening in 2050. Er wordt overgestapt op duurzame energie bronnen zoals zon, wind, duurzame biomassa, geothermie, thermische energie uit opper vlaktewater (TEO), waterstof en er wordt gebruik gemaakt van warmte uit reststromen van de industrie. Nieuwbouw is het meest kostenefficiënte moment om energiebespa rende maatregelen toe te passen. De gemeente heeft vastgesteld dat de behoefte aan energetisch neutrale woningen groot is, ook als daar een hogere koopprijs tegenover staat.
-
-
Circulaire economie Lansingerland wilt in 2050 een circulaire economie zijn, in lijn met onze doelstellingen uit de Duurzaamheidsvisie. Dit is een economie waarin zoveel mogelijk duurzame hernieuwbare grondstoffen worden gebruikt, producten en grondstoffen worden hergebruikt en waarin afval niet bestaat. Het kader DGO van Lansingerland geeft voor het thema circulaire grondstoffen 4 sub-thema’s (Milieu Prestatie Gebouw, Hergebruikvan Materialen, Milieu belasting materialen en circulariteit) waaraan voldaan dient te worden. En verder: -
Nieuw te bouwen gebouwen/woningen dienen aan de volgende eisen te voldoen: -
-
-
Er wordt voldaan aan het verbeterde aanvullende niveau uit kader Duurzame Gebiedsontwikkeling (hierna: DGO); Het kader DGO geeft voor het sub-thema energieprestatie een EPC van 0,0 als norm. Dit betekent de volgende BENG (Bijna Energie Neutraal Gebouwd)-normen: o BENG 2 (het maximale primair fossiel energiegebruik, eveneens in kWh per m^ gebruiksoppervlak per jaar) wordt maximaal 0 kWh/m^xj o BENG 3 (het aandeel hernieuwbare energie) wordt minimaal 100%; Uitgangspunt is Nul-op-de-meterwoningen (ook na invoering van de BENG-norm). Elke woning wekt op jaarbasis tenminste even veel energie op als er wordt gebruikt. Het gebouw gebonden energiegebruik en het gebruiks-gebonden energiegebruik wordt meegeteld;
Het gebruik van restwarmte mag beschouwd worden als “eigen” warmte. Hierbij wordt rekening gehouden met passieve zonne-energie, met direct gebruik van zonlicht om een ruimte te verlichten en verwarmen; Benut eventuele duurzame warmtebronnen en de kans op het ontwikkelen van een duurzaam warmtenet.
-
-
Reststromen bij sloop van gebouwen en verharding leiden zoveel mogelijk tot hergebruikvan materialen. Bij nieuwbouw wordt het materialenpaspoort verplicht, met hergebruik van minimaal 90% van de materialen in de toekomst. Ook bij sloop van bestaande bebouwing en verharding wordt gestreefd naar 90% hergebruik; Wegen en bruggen worden gebouwd met duurzame materialen. Bruggen zijn circulair en demontabel ontworpen. Voor aanbestedingen is circulariteit, duurzaam heid en demontabel bouwen een gunningscriterium. Optioneel kan het duurzaamheidsinstrument Gemeentelijke Praktijk Richtlijn (hierna: GPR Gebouw) worden gehanteerd; GPR gebouw (versie 4.3) met een minimaal gecombineerde score DPG van 8,0; Bij indiening van een bouwaanvraag wordt een door een erkende GPR Gebouw Expert of Assessor gecontroleerde en gevalideerde GPR Gebouw-berekening van het betreffen de te realiseren gebouw overhandigd.
20
Nota van Uitgangspunten Klein Berkeloo, Westersingel 82-94, Berkel en Rodenrijs Deze waarden zijn gebaseerd op de normen van 2020. Wanneer normen, wetgeving, berekeningssystematieken e.d. wijzigen, blijft het de doelstelling om bovengemiddelde duurzame nieuwbouw te creëren. In 2022 gaan we het college voorstellen het nieuwe Manifest Maatschappelijk Verantwoord Inkopen 2022 - 2025 te ondertekenen. Hierin staan de 17 duurzaamheidsdoelen van de VN centraal, met name die voor klimaat, circulaire economie, toepassing van bio-based grondstof fen, bescherming biodiversiteit en sociaal rendement. In het actieplan dat opgesteld gaat worden, worden de doelen geconcretiseerd voor Lansingerland. Natuur inclusief bouwen De gemeente Lansingerland wil een groene, aantrekkelijke gemeente zijn om in te wonen, te werken en te recreëren. In de Nota Groen structuur Lansingerland 2016-2026 is de groenstructuur uitgewerkt als belangrijke drager van de ruimtelijke kwaliteit. Daarin is veel aandacht voor de ecologie. Verder zijn uitgangspunten voor natuurindusief bouwen opgenomen in de DIOR, de Visie Lansingerland Duurzaam en het convenant Klimaatadaptief Bouwen. In de beantwoording van raadsvragen (U20.02838) is aangegeven dat natuurindusief bouwen wordt opgenomen in de Omgevingsvisie en het Omgevingsplan. Natuurindusief bouwen is zodanig bouwen dat (ook) de natuur er baat bij heeft.
Het is een verzamelterm voor tal van maatregelen om natuur te integreren in gebiedsontwikkeling
zoals nieuwbouw of renovatie van woningen, bedrijfspanden, gebouwde objecten en de gebouwde omgeving. Zonder deze maatregelen hebben dier- en plantensoorten nog maar weinig mogelijkheden om zich in onze stedelijke omgeving in stand te houden. Natuurindusief bouwen gaat over het aanbrengen van ruimtes en groen, waardoor flora en fauna meer kans krijgen zich te vestigen, met als resultaat een grotere biodiversiteit. We verlangen van de ontwikke laar hierop een visie. Voor het openbaar gebied zijn de minimale eisen opgenomen in het DIOR. Ook in het privédomein (woningen en tuinen) dient sprake te zijn van natuurindusief bouwen. Wat betreft natuurindusief bouwen in het privédomein worden er maatregelen opgenomen in het omgevingsplan. Aandachtspunten ten aanzien van ecologie en waterkwaliteit: -
-
Nieuwbouw voldoet aan de richtlijnen voor natuurindusief bouwen afkomstig uit het DIOR en het Convenant klimaat adaptief bouwen van de Provincie Zuid-HoUand; Inzetten op het groene karakter van tuinen, erven en waar mogelijk daken; Voor materiaalkeuze geldt dat uitlogende materialen en metalen, zoals niet-gecoat zink, niet toegepast mogen worden vanwege de milieubelasting die dit veroorzaakt, zie ook het Kader Duurzame Gebiedsontwikke ling van de gemeente.
21
Nota van Uitgangspunten Klein Berkeloo, Westersingel 82-94, Berkel en Rodenrijs
Milieu en Externe veiligheid Bij woningbouw op de locatie Klein Berkeloo moet rekening worden gehouden met tal van randvoorwaarden op het gebied van milieu en externe veiligheid. Door de initiatiefnemer is een quick-scan uitgevoerd op onder andere de omgevingsaspecten; externe veiligheid, geluid, natuur, bodem en archeologie. Daaruit blijkt alleen dat archeologie een aandachtspunt is. Nader archeologisch onderzoek is noodzakelijk bij de voorgenomen ontwikkeling.
22
Nota van Uitgangspunten Klein Berkeloo, Westersingel 82-94, Berkel en Rodenrijs BIJLAGEN:
I.
Logboekcommunicatie en participatie (T22.02414)
23
bestemmingsplan Westersingel 82 - 94
Bijlage 2
80
Stikstofdepositieberekening
Toelichting (vastgesteld)
225546 v1 Milieu en Ruimte
Het resultaat Projectnummer: 225546 Onderzoekslocatie: Berkel en Rodenrijs
14 februari 2023
De uitkomsten
Vervolg
Voor het planvoornemen is een analyse en een berekening uitgevoerd naar de stikstof emissie en mogelijke stikstofdepositie op de omliggen de Natura 2000gebieden. Hieruit blijkt dat door het plan sprake is van een maximale emissie van 93,3 kg/J NOx in de aanlegfase en 12,6 kg/J NOx in de gebruiksfase. Uit de berekening blijkt echter dat er geen sprake is van depositie.
Het planvoornemen kan gerealiseerd worden zonder dat er sprake is van stikstofdepositie op een Natura 2000-gebied. Voor het planvoornemen is dan ook geen vergunning noodzakelijk in het kader van de Wet natuurbescherming.
Thomas Eeken
Daltonstraat 30D 3316 GD Dordrecht 06-46728558 Thomas.Eeken@equipe-adviseurs.nl www.equipe-adviseurs.nl
Controleur: Klaas Romiin
EQ.UIPE
blad 3 van 10
Inhoudsopgave
pagina
1.
Inleiding.................................................................................................................................................................................................................... 4
1.1
Wettelijke kader..................................................................................................................................................................................................4
2.
Natura 2000-gebieden................................................................................................................................................................................. 6
2.1
Afstand tot Natura 2000-gebieden..................................................................................................................................................... 6
2.2
Uitgangspunten..................................................................................................................................................................................................6
3.
Gebruiksfase......................................................................................................................................................................................................... 7
3.1.1
Verwarming............................................................................................................................................................................................................ 7
3.1.2
Verkeersaantrekkende werking..............................................................................................................................................................7
4.
Aanlegfase............................................................................................................................................................................................................. 8
5.
Conclusie................................................................................................................................................................................................................. 9
EaUlPE
ADVISEUR! by b k
blad 4 van 10
1.
Inleiding
Aan de Westersingel te Berkel en Rodenrijs wordt de projectlocatie 'klein Berkeloo' gerealiseerd. Het planvoornemen bestaat uit het realiseren van 21 woningen. Onderstaand is de locatie van het plangebied weergegeven.
Figuur 1: projectgebied, plan- en onderzoeksgebied, bron: google maps 2022
Gevraagd is om een nadere onderbouwing met betrekking tot de stikstofdepositie van het project op de omliggende Natura 2000-gebieden.
Leeswijzer Onderstaand wordt het wettelijk kader geschetst. In hoofdstuk 2 wordt de afstand van het planvoornemen tot de Natura 2000-gebieden beschreven. In hoofdstuk 3 wordt onderzocht en beschreven wat de stikstofuitstoot is in de gebruiksfase. In hoofdstuk 4 wordt in gegaan op de bouwfase Hoofdstuk 5 gaat in op de conclusies.
1.1
Wettelijke kader
Voor 2019 werd mogelijke stikstofdepositie beoordeeld op grond van het Programma Aanpak Stikstof (PAS). Daarbij moest berekend worden of nieuwe (bouw)activiteit leidde tot een significante toename van stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden.
In het Programma Aanpak Stikstof waren drempel- en grenswaarden opgenomen die bepaalden of de extra stikstofdepositie op het Natura-2000 gebied significant was. In het rekenprogramma AERIUS Calculator waren deze drempel- en grenswaarde reeds verwerkt. Daaruit volgend kon ook afgeleid worden of sprake was van een meldings- of een vergunningplicht. Als sprake was van een meldingsplicht, kon het plan gebruik maken van de beschikbare ontwikkelingsruimte die voor een Natura 2000-gebied aanwezig was.
De Raad van State heeft in haar uitspraak van 29 mei 2019 bepaald dat het PAS niet gebruikt kan worden als toestemmingskader voor ontwikkelingen die leiden tot een toename van stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden.
EaUlPE
ADVISEUR! by b k
blad 5 van 10
De drempel- en grenswaarden van het Programma Aanpak Stikstok zijn door deze uitspraak niet meer te gebruiken en niet meer toepasbaar. Projecten met een minimale depositietoename van 0,01 mol/ha/jaar moeten hierdoor een vergunning aanvragen in het kader van de Wet natuurbescherming (artikel 2.7 en 2.8 Wnb). Ook kleine projecten moeten getoetst of sprake is van mogelijke stikstofdepositie.
Bij een uitkomst van stikstofdepositie boven 0,00 mol/ha/j'r. zal verder bepaald moeten worden welke opties er zijn voor de realisatie van het project.
Disclaimer_________________________________________________________________________________ De analyse is op dinsdag 14 februari 2023 uitgevoerd.
Ondanks dat dit rapport met de juiste zorg is opgesteld, geldt dat de berekeningen en conclusies met betrekking tot de stikstofdepositie zijn gebaseerd op aangeleverde informatie, praktijkervaringen en rekenkundige benaderingen zoals deze nu bekend zijn. Toekomstige politieke besluiten, gerechtelijke uitspraken in deze en wijzigingen in de rekenmethodiek, zorgen ervoor dat de berekening overnieuw of aangepast moeten worden, waarbij een andere uitkomst mogelijk kan zijn.
EaUlPE
ADVISEUR! by b k
blad 6 van 10
2.
Nature 2000-gebieden
Nieuwe plannen moeten beoordeeld worden op de mogelijke stikstofdepositie op de nabijgelegen Natura 2000-gebieden. Relevant in dit kader is de afstand van het planvoornemen tot Natura 2000-gebieden.
2.1
Afstand tot Natura 2000-gebieden
In onderstaande afbeelding, zijn de nabij gelegen Natura 2000-gebieden weergegeven. De volgende gebieden zijn in de directe omgeving van het planvoornemen gelegen: -
De Wilck, op circa 13.500 m;
-
Meijendel & Berkheide, op circa 16.050 m;
-
Boezems Kinderdijk, op circa 16200.
Overigens wordt in de AERIUS-berekening de invloed op alle stikstofgevoelige Natura-2000 gebieden beschouwd / berekend.
,— t
..
Ooflkse laagten
Kindcrdiik
I
' Sfcm
I
CHide Maas
Figuur 2: Afstand Natura 2000-gebied tot het planvoornemen (bron: www.aerius.nl)
2.2
Uitgangspunten
Voor het berekenen van de stikstofdepositie op de relevante Natura 2000-gebieden in de omgeving van het plangebied, is gebruik gemaakt van AERIUS Calculator versie 2022. In de berekeningen zijn de emissies van NOx en NH3 van de relevante bronnen meegenomen. Het gaat hierbij om de verkeersgeneratie ten gevolge van de nieuwe situatie (en eventuele andere relevante bronnen).
EaUlPE
ADVISEUR! by b k
blad 7 van 10
3.
Gebruiksfase
In de toekomstige situatie wordt de locatie ontwikkeld voor wonen. Om de toekomstige stikstofdepositie te bepalen is onderstaand weergegeven welke NOx uitstoot (stikstofoxiden) te verwachten is door de realisatie van het planvoornemen.
3.1.1
Verwarming
Aangezien het project aardgasloos wordt uitgevoerd, kan gesteld worden er geen NOx uitstoot wordt veroorzaakt door CV-installatie's. Daarnaast zijn op dit moment in de schetsontwerpen, geen open haarden, hout- of palletskachels toegepast.
3.1.2
Verkeersaantrekkende werking
Voor het bepalen van de rittenberekening is gebruik gemaakt van de CROW ASVV 2021 publicatie, hierin zijn kentallen opgenomen voor de verkeersgeneratie per activiteit. Voor de toekomstige situatie is paragraaf 6.3 gebruikt, waarbij de categorie matig stedelijk, centrum is gehanteerd. Onderstaand zijn deze kentallen vertaald naar daadwerkelijke ritten per dag.
Type woningen
Aantal
Verkeersaantrekkende
Aantal
wooneenheden
werking conform CROW
bewegingen
Type voertuigen
ASVV
Vrijstaand
10
8,1 ritten per woning
81
Licht verkeer
Tussen/hoek
6
7,2 ritten per woning
43,2
Licht verkeer
Appartement - soc.
5
3,6 ritten per woning
18
Licht verkeer
TOTAAL
21
woning
142,2
Bovenstaande is ingevoerd in de Aerius Calculator. Waarbij gekozen is om de verkeersontsluiting te modeleren tot de Klapwijkseweg. De volledige route en de locatie van de ontsluitingswegen is opgenomen in de PDF-bijlage van de Aerius-berekening. AERIUS Calculator berekent zelf de emissie op basis van de ingetekende rijlijnen. Het wegverkeer is gemodelleerd als 'verkeer binnen de bebouwde kom', zonder geluidschermen of tunnelfactor.
Bovenstaande is opgenomen in de Aerius calculator, hieruit blijkt dat er in de gebruiksfase een NOx uitstoot optreedt van 12,6 kg per jaar.
EaUlPE
ADVISEUR! by b k
blad 8 van 10
4.
Aanlegfase
Om het planvoornemen te kunnen realiseren zijn er bouwwerkzaamheden noodzakelijk. Daarbij wordt gebruik gemaakt van machines en zal er de nodige verkeersaantrekkende werking zijn van het bouwverkeer. Daarmee is de aanlegfase aan te merken als stikstofbron voor de omgeving en de omliggende Natura-2000 gebieden voor een periode van circa 1 jaar.
Vanuit een worst-case benadering is de aanlegfase doorgerekend. Hierbij is uitgegaan van de gegevens in bijlage 1. Deze gegevens en uitgangspunten zijn gebaseerd op de volgende bronnen en/of uitgangspunten: »
de Invoerinstructie Aerius 2021 versie 1.1;
»
het brandstofverbruik is afgeleid op basis van het onderzoek van Ligterink et al, 20211;
»
het vermogen en bouwjaar is gebaseerd op expert judgement van de specialisten van Equipe Adviseurs en de aangeleverde gegevens van de opdrachtgever.
»
gemiddelde belasting van de mobiele machines bedraagt 35%.
De emissies van de mobiele werktuigen zijn gemodelleerd als een oppervlaktebron met de contouren van het projectgebied. Het totaal aan vrachtwagen- en personenbus bewegingen (gemiddeld 10 resp. 20 bewegingen per dag uitgaande van een bouwfase van 1 jaar) zijn in AERIUS als wegverkeer gemodelleerd totdat deze "opgaan in het heersend verkeersbeeld”.
Volledigheidshalve wordt voor vrachtverkeer een stagnatielijn ingetekend met 100% file voor het aankomende vrachtverkeer. Vertrekkend vrachtverkeer kan onbelemmerd vertrekken en heeft geen stagnatie.
Bovenstaande is opgenomen in de Aerius berekening, hieruit blijkt volgens Aerius calculator dat er een NOx uitstoot optreedt van 93,3 kg.
' https:yyrepository.tno.nlyislandorayobjectyuuid:1f164e7f-2749-4ace-b107-bb0c5905b5f6
EaUlPE
ADVISEUR! by b k
blad 9 van 10
5.
Conclusie
In de vorige hoofdstukken is een analyse uitgevoerd naar de stikstofdepositie. Hieruit blijkt dat de NOx uitstoot in de toekomstige gebruiksfase 12,6 kg bedraagt. De berekening met de Aerius calculator laat zien dat in gebruiksfase geen sprake is van stikstofdepositie op de Natura 2000-gebieden. Ook voor de aanlegfase is er geen depositie berekend. Er zijn namelijk geen rekenresultaten, hoger dan 0,00 mol/ha/j.
EaUlPE
ADVISEUR! by b k
Dit rapport is opgesteld in opdracht: Mees Ruimte S Milieu Postbus 854 2700 AW Zoetermeer Projectnummer: 225546 Opsteller: T.C (Thomas) Eeken Controleur: K.W. (Klaas) Romijn
Equipe Adviseurs B.V. Daltonstraat 30D 3316 GD Dordrecht
Postbus 3064 3301 DB Dordrecht
088 078 1100 info@equipe-adviseurs.nl www.equipe-adviseurs.nl
BANK NL45ABNA0586840729 KVK 24459961 BTW NL820721141B01
7
Tabel 1: Overzicht inzet bouwmachines
Onderdeel
Aantal
Aantal
Gemiddelde inzet
Vermogens
eenheden
dagen
per dag
klasse
Vermogen
Bouwjaar
Verbruik per uur
Diesel
Totaal inzet in
Adblue verbruik
verbruik l/j
uren
l/j
Heistelling - fundering
1
12,1
7,0
Stage IV
340
2015
32,98
2.798
85
168
Bouwkraan
1
28,0
6,0
Stage IV
280
2015
27,25
4.578
168
275
Mobiele kraan
1
10,0
4,0
Stage IV
280
2015
27,25
1.090
40
65
Graafmachine
1
18,0
6,0
Stage IV
120
2015
11,99
1.295
108
78
Shovel
1
20,0
6,0
Stage IV
120
2015
11,99
1.439
120
86
Betonpomp
1
8,0
7,0
Stage IV
60
2015
6,26
351
56
21
Hoogwerkers
1
22,0
6,0
Stage IV
60
2015
6,26
826
132
50
Overige machines
1
40,0
6,0
Stage IV
100
2015
10,01
2.402
240
144
14.779
949
887
Totaal verbruik
A
AERIUS^
Projectberekening
CALCULATOR
Dit document geeft een overzicht van de invoer en rekenresultaten van een Projectberekening met AERIUS Calculator. De berekening is uitgevoerd binnen stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden,op rekenpunten die overlappen met habitattypen en/of leefgebieden die aangewezen zijn in het kader van de Wet natuurbescherming, gekoppeld aan een aangewezen soort, of nog onbekend maar mogelijk wel relevant, en waar tevens sprake is van een overbelaste of bijna overbelaste situatie voor stikstof.
" Overzicht " Samenvatting situaties " "
Resultaten Détailgegevens per emissiebron
Deze PDF Is een digitaal bestand dat weer In te lezen Is In AERIUS. Meer toelichting over deze PDF kunt u vinden In een bijbehorende leeswijzer. Deze leeswijzer en overige documentatie Is te raadplegen via:
www.aerius.nl/handleidingen-en-leeswijzers
Projectberekening
AERIUS^ CALCULATOR
Contactgegevens Rechtspersoon
Equipe Adviseurs
Inrichtingslocatie
Westersingel, - Berkelen Rodenrijs
Activiteit Omschrijving
225546
Toelichting
Bouwfase
Berekening AERIUS kenmerk
RNPDNSneYr4K
Datum berekening
14 februari 2023,11:47
Rekenconfiguratie
Wnb-rekengrid
Totale emissie
Rekenjaar
Emissie NHs
Emissie NO
Situatie 1 - Beoogd
2023
3,8 kg/j
93,3 kg/j
Hexagon
Gebied
Resultaten
Hoogste bijdrage
Situatie 1 - Beoogd
-
Gekarteerd oppervlak met toename (ha)
-
Gekarteerd oppervlak met afname (ha)
-
Grootste toename van depositie
-
Grootste afname van depositie
-
RNPDNSneYr4K (14 februari 2023)
2/7
Projectberekening
AERIUS^ CALCULATOR
Situatie 1 (Beoogd), rekenjaar2023
Emissiebronnen
^
Emissie NHs
Emissie NOx
Mobiele werktuigen ļ Consumenten mobiele werktuigen ļ Bouwfase
3,5 kg/j
84,4 kg/j
Verkeersnetwerk
0,2 kg/j
8,8 kg/j
RNPDNSneYr4K (14 februari 2023)
3/7
Projectberekening
A
AERIUS^ CALCULATOR
I
I Habitatrichtlijn
I I Vogelrichtlijn I I Vogelrichtlijn, Habitatrichtlijn I I Niet bepaald
f f
Grootste afname van depositie
Grootste toename van depositie
Hoogste totale depositie
De bronnen op de kaart horen bij de Beoogde situatie.
RNPDNSneYr4K (14 februari 2023)
4/7
Projectberekening
AERIUS^ CALCULATOR
Resultaten stìkstofgevoelìge Natura 2000 gebieden situatie "Situatie 1" (Beoogd) incL saldering e/o referentie
Berekend (ha
Hoogste totale
Met toename
Grootste
Met afname (ha
Grootste
gekarteerd)
depositie (mol
(ha gekarteerd)
toename (mol
gekarteerd)
afname (mol
N/ha/jr) Totaal
RNPDNSneYr4K (14 februari 2023)
N/ha/jr) -
-
N/ha/jr) -
-
-
5/7
Projectberekening
A
AERIUS^ CALCULATOR
Situatie 1, Rekenjaar2023 ^9 Mobiele werktuigen ļ Consumenten mobiele werktuigen Naam
Bouwfase
NOx
84,4 kgy
Locatie
X:92478,38
NH3
3,5 kgy
Y:445681,33 Oppervlakte Naam
0,47 ha Brandstofverbruik
Stageklasse
Draaiuren
AdBlue
Stof
Emissie
NOx
15,5
verbruik Heistelling
Stage-iV, 2014-2018,75-560 kW, diesel.
2798 1/j
85U/Ĵ
168 1/j
kg/j
SCR:ja NH3
0,7 kg/j
Bouw kraan
Stage-iV, 2014-2018,75-560 kW, diesel.
4578 1/j
168 u/j
275 1/j
NOx
25,4 kg/j
SCR:ja NH3
1,1 kg/j
Mobiele kraan
Stage-iV, 2014-2018,75-560 kW, diesel.
1090 1/j
40U/Ĵ
65 1/j
NOx
6,3 kg/j
SCR:ja NH3
0,3 kg/j
Graafmachine
Stage-iV, 2014-2018,75-560 kW, diesel.
1295 1/j
108 u/j
78 1/j
NOx
7,4 kg/j
SCR:ja NH3
0,3 kg/j
Shovel
Stage-iV, 2014-2018,75-560 kW, diesel.
1439 1/j
120 u/j
861/j
NOx
8,5 kg/j
SCR:ja NH3
0,3 kg/j
Beton pomp
Stage-iV, 2014-2018,75-560 kW, diesel.
3511/j
56 u/j
211/j
NOx
2,2 kg/j
SCR:ja NH3
84,2
NOx
4,9
g/j Hoogwerkers
Stage-iV, 2014-2018,75-560 kW, diesel.
8261/j
132 u/j
50 1/j
kg/j
SCR:ja NH3
0,2 kg/j
Overige
Stage-iV, 2014-2018,75-560 kW, diesel.
machines
SCR:ja
2402 1/j
240 u/j
1441/j
NOx
14,2 kg/j
NH3
0,6 kg/j
Naam
Bouwverkeer
Links Rechts NO^
8,5 kg/j
Locatie
X:92076,97Y:445686,06
Type scherm
NO2
2,4 kg/j
Lengte
1.014,76 m
Hoogte
NHs
0,2 kg/j
Wegtype
Binnen bebouwde kom (doorstromend)
Afstand tot de weg
Rijrichting
Beide richtingen
Tunnelfactor
1
Typehoogteligging
Normaal
Verkeer
Max. snelheid
Aantal voertuigen
In file
Licht verkeer
Voorgeschreven factoren
4000 p/jaar
0,00/0
Middelzwaar vrachtverkeer
Voorgeschreven factoren
0 p/jaar
0,00/0
Zwaar vrachtverkeer
Voorgeschreven factoren
2000 p/jaar
0,00/0
Busverkeer
Voorgeschreven factoren
0 p/jaar
0,00/0
RNPDNSneYr4K (14 februari 2023)
6/7
Projectberekening
A
AERIUS^ CALCULATOR
3 Naam
Stagnatielijn
Locatie
X:92436,79Y:445676,47
Lengte Wegtype
Links Rechts NO.
0,3 kg/j
Type scherm
NO2
77,5 g/j
45,34 m
Hoogte
NHb
3,4 g/j
Binnen bebouwde kom (doorstromend)
Afstand tot de weg
Rijrichting
Beide richtingen
Tunnelfactor
1
Typehoogteligging
Normaal
Weghoogte
Om
Verkeer
Max. snelheid
Aantal voertuigen
In file
Licht verkeer
Voorgeschreven factoren
0 p/jaar
0,00/0
Middelzwaar vrachtverkeer
Voorgeschreven factoren
0 p/jaar
Zwaar vrachtverkeer
Voorgeschreven factoren
1000 p/jaar
Busverkeer
Voorgeschreven factoren
0 p/jaar
0,00/0 100,00/0 0,00/0
Disclaimer Hoewel verstrekte gegevens kunnen dienen ter onderbouwing van een vergunningaanvraag, kunnen er geen rechten aan worden ontleend. De eigenaar van AERIUS aanvaardt geen aansprakelijkheid voor de Ínhoud van de door de gebruiker aangeboden informatie. Bovenstaande gegevens zijn enkel bruikbaar tot er een nieuwe versie van AERIUS beschikbaar is. AERIUS is een geregistreerd handelsmerk in Europa. Alle rechten die niet expliciet worden verleend, zijn voorbehouden.
Rekenbasis Deze berekening is tot stand gekomen op basis van AERIUS versie
2022_20230126_290cbff6e8
Database versie
2022_290cbff6e8
Voor meer informatie over de gebruikte methodieken data zie: https://www.aerius.nl/
RNPDNSneYr4K (14 februari 2023)
7/7
A
AERIUS^
Projectberekening
CALCULATOR
Dit document geeft een overzicht van de invoer en rekenresultaten van een Projectberekening met AERIUS Calculator. De berekening is uitgevoerd binnen stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden,op rekenpunten die overlappen met habitattypen en/of leefgebieden die aangewezen zijn in het kader van de Wet natuurbescherming, gekoppeld aan een aangewezen soort, of nog onbekend maar mogelijk wel relevant, en waar tevens sprake is van een overbelaste of bijna overbelaste situatie voor stikstof.
" Overzicht " Samenvatting situaties " "
Resultaten Détailgegevens per emissiebron
Deze PDF Is een digitaal bestand dat weer In te lezen Is In AERIUS. Meer toelichting over deze PDF kunt u vinden In een bijbehorende leeswijzer. Deze leeswijzer en overige documentatie Is te raadplegen via:
www.aerius.nl/handleidingen-en-leeswijzers
Projectberekening
AERIUS^ CALCULATOR
Contactgegevens Rechtspersoon
Equipe Adviseurs
Inrichtingslocatie
Westersingel, - Berkelen Rodenrijs
Activiteit Omschrijving
225546
Toelichting
Gebruiksfase
Berekening AERIUS kenmerk
RREHbbyWLzye
Datum berekening
14 februari 2023,12:01
Rekenconfiguratie
Wnb-rekengrid
Totale emissie
Rekenjaar
Emissie NHs
Emissie NO
Situatie 1 - Beoogd
2023
0,9 kg/j
12,6 kg/j
Hexagon
Gebied
Resultaten
Hoogste bijdrage
Situatie 1 - Beoogd
-
Gekarteerd oppervlak met toename (ha)
-
Gekarteerd oppervlak met afname (ha)
-
Grootste toename van depositie
-
Grootste afname van depositie
-
RREHbbyWLzy6 (14 februari 2023)
2/6