CConstaterende datLansingerland
Koppel je AI →
Document · PDF

[T24.00954] BP Westersingel 82-94 Regels en Toelichting

Commissie Ruimte 14 mei 2024, gemeente LansingerlandBij agendapunt: Vaststelling bestemmingsplan "Westersingel 82-94 DEELS NIEUWE EN GEWIJZIGDE STUKKEN30.587 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

bestemmingsplan Westersingel 82 - 94

»

plaatsgebonden risico (PR). Dit is de kans per jaar dat één persoon overlijdt door een ongeluk met een gevaarlijke stof. In theorie zou die persoon zich onafgebroken en onbeschermd op één bepaalde plaats moeten bevinden. Deze kans mag niet groter zijn dan 1 op de miljoen. Het PR wordt 'vertaald' als een risicocontour rondom een risicovolle activiteit, waarbinnen geen kwetsbare objecten (bijvoorbeeld woningen) mogen liggen. Groepsrisico (GR): Het groepsrisico legt een relatie tussen de kans op een ramp en het aantal mogelijke slachtoffers en is een maatstaf voor de verwachte omvang van een ramp. Rondom een risicobron wordt een invloedsgebied gedefinieerd, waarbinnen grenzen worden gesteld aan het maximaal aanvaardbaar aantal personen, de zogenaamde oriëntatiewaarde (OW). Dit is een richtwaarde, waarvan het bevoegd gezag, mits afdoende gemotiveerd door middel van een gedegen verantwoording, kan afwijken. Dit betreft de zogeheten verantwoordingsplicht. De verantwoordingsplicht geldt voor elke toename van het GR.

Het Ipo (Interprovinciaal overleg) heeft een risicokaart ontwikkeld waarop verschillende risicobronnen inclusief bijbehorende relevante gegevens zijn weergegeven. De risicokaart vormt een hulpmiddel bij het beoordelen van het aspect externe veiligheid bij ruimtelijke ontwikkelingen. Daarnaast kan ook het risicoregister worden geraadpleegd.

7.6.2

Onderzoek

Op grond van de risicokaart kan geconcludeerd worden dat het plangebied niet binnen het invloedsgebied van een Bevi-inrichting is gelegen, noch binnen binnen de veiligheidsafstanden van andere stationaire risicobronnen of buisleidingen. De afstand tot de buisleidingen zoals weergegeven op onderstaande figuur betreft namelijk respectievelijk 760 en 850 meter. Tevens kan geconcludeerd worden dat het plangebied niet binnen het invloedsgebied van een nabijgelegen transportroute is gelegen. Figuur 7.4: Uitsnede risicokaart, plangebied bij benadering met ster weergegeven.

In het plan zelf worden geen risicobronnen mogelijk gemaakt. Het aspect externe veiligheid levert dan ook geen belemmering op voor de voorgenomen ontwikkeling.

Toelichting (vastgesteld)

49

bestemmingsplan Westersingel 82 - 94

7.7

Luchtkwaliteit

7.7.1

Kader

In bijlage 2 van de Wet milieubeheer zijn de luchtkwaliteitseisen opgenomen. Daarnaast zijn er luchtkwaliteitseisen opgenomen in het Besluit niet in betekende mate bijdragen (Besluit NIBM) en de bijbehorende ministeriële Regeling niet in betekende mate bijdragen (Regeling NIBM). In het Besluit NIBM en de Regeling NIBM zijn de uitvoeringsregels vastgelegd die betrekking hebben op het begrip NIBM. In de Regeling NIBM is een lijst met categorieën van gevallen (inrichtingen, kantoor- en woningbouwlocaties) opgenomen die niet in betekenende mate bijdragen aan de luchtverontreiniging. Deze gevallen kunnen zonder toetsing aan de grenswaarden voor het aspect luchtkwaliteit uitgevoerd worden. Ook als het bevoegd gezag op een andere wijze, bijvoorbeeld door berekeningen, aannemelijk kan maken dat het geplande project niet in betekenende mate bijdraagt, kan toetsing van de luchtkwaliteit achterwege blijven. De definitie van 'niet in betekenende mate' is 3% van de grenswaarde voor NO2 en PM10. De 3% komt overeen met 1,2 microgram/m3 (pg/m3). Als een project voor één stof de 3%-grens overschrijdt, dan verslechtert het project 'in betekenende mate' de luchtkwaliteit. De 3%-norm is in de Regeling NIBM uitgewerkt in concrete voorbeelden, waaronder: »

woningbouw: 1.500 woningen netto bij één ontsluitende weg en 3.000 woningen bij twee ontsluitende wegen;

»

kantoorlocaties: 100.000 m2 brutovloeroppervlak bij één ontsluitende weg en 200.000 m2 brutovloeroppervlak bij twee ontsluitende wegen.

7.7.2

Onderzoek

Afgaande op de grootte van de projectlocatie en bovenstaande voorbeelden, mag geconcludeerd worden dat de ontwikkeling niet in betekenende mate bijdraagt. Zekerheidshalve is de NIBM-tool ingevuld. Hierbij is aansluiting gezocht bij de worst-case verkeersgeneratie zoals ook beschreven in paragraaf 4.2.2 van voorliggende toelichting. Onderstaand figuur betreft een uitsnede van de NIBM-tool. Figuur 7.5: Uitsnede NIBM-tool.

Worst-case berekening voor de bijdrage van het extra verkeer als gevolg van een plan op de luchtkwaliteit, GCN2022 Jaar van planrealisatie

2023

Extra voertuigbewegingen [weekdaggemiddelde)

143

Aandeel vrachtverkeer

10,0^0

NO2 in pg.^m^

0,23

PMļū in pg.^m^

0,03

Extra verkeer als gevolg van het plan

Maximale bijdrage extra verkeer

Grens voor "Niet In Betekenende Mate" in pg.^m^

12

Conclusie De bijdrage van het extra verkeer is niet-in-betekenende-mate; geen nader onderzoek nodig In het kader van een goede ruimtelijke ordening dient een goed woon- en leefklimaat te worden gewaarborgd. Op basis van de CIMLK kan worden beoordeeld wat de huidige grootschalige achtergrondconcentratie voor een bepaald jaar is ter plaatse van een specifieke locatie. Aan de hand daarvan kan worden beoordeeld of sprake is van een goed woon- en leefklimaat ter plaatse van de projectlocatie. De grenswaarden voor toetsing van deze jaargemiddelde concentraties zijn: 40 pg/m3 voor stikstofdioxide NO2, 40 pg/m3 voor fijnstof PM10 en 25 pg/m3 voor fijnstof PM2,5. Onderstaande tabel toont de grootschalige achtergrondconcentraties ter plaatse van het dichtstbijzijnde

50

Toelichting (vastgesteld)

bestemmingsplan Westersingel 82 - 94

rekenpunt nabij het plangebied. Tabel 7.2: Achtergrondconcentraties nabij plangebied. rekenpunt 159557918.

Jaar

GCN-achtergrondconcentratie, rekenpunt 159557918 NO2 (pg/m3)

PM10 (pg/m3)

PM2,5 (pg/m3)

2020

20,102

18,179

10,851

2030

14,539

16,0855

8,939

40

25

Grenswaarden 40

Indien de bijdrage als gevolg van de verkeersgeneratie hierbij wordt opgesteld, kan geconcludeerd worden dat de grenswaarden bij lange na niet overschreden worden.

7.7.3

Conclusie

Het milieuaspect luchtkwaliteit vormt geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling van het plangebied.

7.8

Overige belemmeringen

Luchthaven Rotterdam The Hague Airport Ten zuidwesten van van het plangebied is Rotterdam The Hague Airport gelegen. Ten behoeve van de luchtverkeersbeveiliging van deze luchthaven zijn technische installaties en systemen op en in de omgeving van het luchtvaartterrein aanwezig. Deze zogenaamde Communicatie, Navigatie en Surveillance (CNS) infrastructuur maakt gebruik van radiogolven die uitgezonden en/of ontvangen worden door antennesystemen. Obstakels, zowel vast (gebouwen, windmolens, et cetera) als mobiel (bouwkranen, heistellingen, et cetera) vormen in potentie een bedreiging voor de goede werking van de apparatuur omdat ze de uitgezonden radiosignalen kunnen verstoren. Op grond van het vigerende bestemmingsplan wordt geconcludeerd dat het plangebied is gelegen binnen de zones 45, 55 en 65 meter van de aanvliegroute van Rotterdam The Hague Airport. Deze hoogtes moeten worden gerelateerd aan de referentiehoogte van de luchthaven: 4,40 m-NAP. In verband met de vliegveiligheid geldt er binnen de aanvliegroute een hoogtebeperking voor gebouwen en andere bouwwerken tot de aangegeven hoogtes. Binnen het plangebied worden dergelijke bouwhoogtes niet toegestaan en derhalve vormt dit geen belemmering.

Kabels en leidingen In de nabijheid van het bestemmingsplan zijn geen relevante (planologische) kabels of leidingen gelegen.

7.9

Strategische m.e.r.-beoordeling

7.9.1

Kader

De centrale doelstelling van het instrument milieueffectrapportage is het milieubelang een volwaardige plaats te geven in de besluitvorming over activiteiten met mogelijke belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu. De basis van de milieueffectrapportage wordt gevormd door de EU-richtlijn m.e.r. Deze richtlijn is in Nederland geïmplementeerd in de Wet milieubeheer en het Besluit m.e.r. In het Besluit m.e.r. bestaat een belangrijk onderscheid tussen bijlage C en bijlage D. Voor activiteiten die voldoen aan de diverse criteria uit bijlage C geldt een m.e.r.-plicht. In bijlage D staan de activiteiten benoemd waarvoor een m.e.r.-beoordelingsplicht geldt: er moet beoordeeld worden of sprake is van (mogelijke) belangrijke nadelige milieugevolgen. Als deze niet uitgesloten kunnen worden, geldt een m.e.r.-plicht. Kunnen deze belangrijke nadelige milieugevolgen wel uitgesloten worden, dan is een m.e.r. niet noodzakelijk. De voorgenomen ontwikkeling kan gezien worden als een stedelijk ontwikkelingsproject. Tabel 5.2: relevant onderdeel D. Activiteiten, plannen en besluiten, ten aanzien waarvan de procedure als bedoeld in de artikelen 7.16 t/m 7.20 van de wet van toepassing is.

Toelichting (vastgesteld)

51

bestemmingsplan Westersingel 82 - 94

D 11.2

Kolom 1 Activiteiten De aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontvifikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen.

Kolom 2 Gevallen In gevallen waarin de activiteit betrekking heeft op: 1^. een oppervlakte van 100 hectare of meer, 2". een aaneengesloten gebied en 2000 of meer woningen omvat, of 3". Een bedrijfsvloeroppervlakte van 200.DOO of meer.

Kolom 3 Plannen De structuurvisie, bedoeld in de artikelen 2.1,2.2 en 2.3 van de Wet ruimtelijke ordening, en het plan, bedoeld in artikel 3.1, eerste lid, van die wet.

Kolom 4 Besluiten De vaststelling van het plan, bedoeld in artikel 3.õ, eerste lid, onderdelen a en b, van de Wet ruimtelijke ordening dan wel bij het ontbreken daarvan van het plan, bedoeld in artikel 3.1, eerste lid, van die wet.

De beoogde ontwikkeling valt niet binnen de richtwaarden van het Besluit m.e.r. ten aanzien van projecten waarbij milieusignificantie een rol speelt (kolom 2). De aard en omvang van de voorgenomen woningbouwontwikkeling is beperkt t.o.v. de richtwaarden van het Besluit m.e.r. Voor elk besluit of plan dat betrekking heeft op activiteit(en) die voorkomen op de D-lijst die beneden de drempelwaarden vallen, dient een toets uitgevoerd te worden of belangrijke nadelige milieugevolgen kunnen worden uitgesloten. Voor deze toets wordt de term vormvrije m.e.r.-beoordeling gehanteerd.

7.9.2

Onderzoek

Omdat sprake is van een vormvrije m.e.r.-beoordeling is een aanmeldnotitieopgesteld (zie bijlage 10) en ingediend bij het bevoegd gezag. Uitkomst van de aanmeldnotitie is dat belangrijke nadelige gevolgen in het kader van het Besluit m.e.r. voor het milieu niet te verwachten zijn (zie tevens de in deze toelichting beschreven milieu-aspecten). Het bevoegd gezag heeft hierover op 4 oktober 2023 een besluit genomen. Het besluit is opgenomen als bijlage 11 bij deze toelichting.

52

Toelichting (vastgesteld)

bestemmingsplan Westersingel 82 - 94

Hoofdstuk 8

Uitvoerbaarheid

8.1

Financiële uitvoerbaarheid

8.1.1

Grondexploitatie (artikel 6.12 Wro)

Op grond van het bepaalde in artikel 6.12 lid 1 Wet ruimtelijke ordening is de gemeenteraad verplicht bij de vaststelling van een bestemmingsplan een exploitatieplan vast te stellen voor gronden waarop een bij algemene maatregel van bestuur aangewezen bouwplan is voorgenomen. In het onderhavige bestemmingsplan is een bouwplan als bedoeld in artikel 6.2.1 van het Besluit ruimtelijke ordening voorzien. In afwijking van het bepaalde in artikel 6.12, lid 1 Wet ruimtelijke ordening bepaalt lid 2 van dit artikel dat de gemeenteraad kan besluiten bij de vaststelling van het bestemmingsplan geen exploitatieplan vast te stellen indien: 1. 2. 3.

het verhaal van kosten van de grondexploitatie anderszins is verzekerd (bijvoorbeeld via gronduitgifte, een anterieure overeenkomst over grondexploitatie); het niet noodzakelijk is een tijdvak voor de exploitatie, dan wel een fasering in de uitvoering van werken, werkzaamheden, maatregelen en bouwplannen vast te stellen; het stellen van eisen voor de werken en werkzaamheden voor het bouwrijpmaken van het exploitatiegebied, de aanleg van nutsvoorzieningen en het inrichten van de openbare ruimte in het exploitatiegebied, dan wel het stellen van regels omtrent het uitvoeren van die werkzaamheden, dan wel een uitwerking van de regels met betrekking tot de uitvoerbaarheid niet nodig is.

De gronden waarop in het onderhavige bestemmingsplan een bouwplan, als bedoeld in artikel 6.2.1 Besluit ruimtelijke ordening, is voorgenomen, zijn in eigendom bij de gemeente. Het verhaal van kosten van grondexploitatie is hierdoor anderszins verzekerd via de gronduitgifte. Indien er een noodzaak bestaat om locatie-eisen of een fasering vast te stellen, dan zal dit eveneens worden gedaan via de gronduitgifte.

8.1.2

Economische uitvoerbaarheid

Op grond van het bepaalde in artikel 3.1.6 onder f. van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) dient in deze toelichting inzicht te worden gegeven in de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan. Deze uitvoerbaarheid heeft in het bijzonder betrekking op de financieel economische uitvoerbaarheid. In dat verband is hiernaar onderzoek verricht. De initiatiefnemer is bereid het woningbouwprogramma te realiseren en is daarmee verantwoordelijk voor de financieel economische uitvoerbaarheid. Hiermee is de economische uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan aangetoond. Door het sluiten van een anterieure overeenkomst zijn de gemeentelijke kosten gedekt, en zijn de planning en uitvoering vastgelegd. Ten behoeve van het bestemmingsplan hoeft geen exploitatieplan te worden vastgesteld.

8.2

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

Bestuurlijk vooroverleg Het concept ontwerp-bestemmingsplan is op grond van artikel 3.1.1 Bro opgestuurd naar verschillende overheden en instanties. De vooroverleg reacties zijn verwerkt in een nota van vooroverleg. Deze nota is toegevoegd als bijlage 12 bij voorliggende toelichting. Hierin is beschreven welke wijzigingen zijn doorgevoerd als gevolg van de binnengekomen vooroverlegreacties. Zienswijzen Het ontwerpbestemmingsplan Westersingel 82-94 is met ingang van 23 november 2023 voor zes weken ter inzage gelegd. Gedurende deze termijn is een ieder in de gelegenheid gesteld zienswijzen op het genoemde ontwerpbestemmingsplan in te dienen. Gedurende de inzagetermijn zijn vier zienswijzen ontvangen. Alle zienswijzen zijn ingediend binnen eerdergenoemde termijn en vanuit deze overweging dus ontvankelijk. De zienswijzen zijn samengevat en beantwoord in de nota van zienswijzen, die als bijlage 13 bij de toelichting is gevoegd. Participatie

Toelichting (vastgesteld)

53

bestemmingsplan Westersingel 82 - 94

De gemeente Lansingerland hecht belang aan de inbreng van bewoners. Voor dit project is de participatiegraad ‘informeren en raadplegen’ leidend: de gemeente wil de buurt van goede informatie voorzien en ook gelijk de gedachten van de bewoners over het plan meenemen. Er wordt een logboek bijgehouden voor dit initiatief. In juni 2021 heeft initiatiefnemer namens de grondeigenaar een brief gestuurd naar direct aangrenzende bewoners en ondernemers (circa 100 adressen) om hun initiatief voor woningbouw kenbaar te maken. In februari 2022 is er een brief verstuurd door de gemeente met daarin de uitnodiging om naar de buurtbijeenkomst met uitleg over het proces en het initiatief te komen die op 15 februari 2022 heeft plaatsgevonden. Hiermee is het participatie proces opgestart. Contactmomenten met belanghebbenden die via email, telefoon of in buurtbijeenkomsten plaatsvinden worden vastgelegd in dit logboek. Het doel is om de gemeenteraad een goed beeld te geven welke communicatie en participatie er heeft plaatsgevonden en wat de strekking ervan is geweest. Het logboek is bij de Nota van Uitgangspunten, zie Bijlage 1, is als bijlage meegezonden.

54

Toelichting (vastgesteld)

bestemmingsplan Westersingel 82 - 94

Bijlagen

Toelichting (vastgesteld)

55

bestemmingsplan Westersingel 82 - 94

Bijlage 1

56

Nota van Uitgangspunten

Toelichting (vastgesteld)

GEMEENTE

Lansingerland

Nota van Uitgangspunten Klein Berkeloo Westersingel 82-94, Berkel en Rodenrijs

Vast te stellen door de gemeenteraad Opgesteld door: afdeling RES ŭ GO Corsanummer: T21.07112 Mei2022

Nota van Uitgangspunten Klein Berkeloo, Westersingel 82-94, Berkel en Rodenrijs

Inhoudsopgave Inleiding......................................................................................................................................................... 3 Participatie.................................................................................................................................................... 5 Ontwikkelperspectief.................................................................................................................................... 7 Stedenbouw en landschap............................................................................................................................ 9 Wonen............................................................................................................................................................14 Verkeer.......................................................................................................................................................... 15 Duurzaamheid.............................................................................................................................................. 17 Milieu en Externe veiligheid....................................................................................................................... 22

2

Nota van Uitgangspunten Klein Berkeloo, Westersingel 82-94, Berkel en Rodenrijs

Inleiding Deze nota beschouwt het ruimtelijke kader voor de locatie Westersingel 82 - 94. Aanleiding De aanleiding voor de nota is het initiatief van Kieboom ŭ Van Wezel de locatie te willen ontwikkelen voor woningbouw. Kieboom ŭ Van Wezel vertegenwoordigen de grondeigenaar. De locatie Klein Berkeloo was eerder bekend als het ‘schapenweitje’. Het gebied bedraagt ca 7.000 m2. De locatie heeft nu een agrarische bestemming: o.a. zijn er agrarische grondgebonden bedrijven c.q. agrarische grondgebonden bedrijfsactiviteiten met een maximale bouwhoogte van (voeder)silo's en hooibergen van 10 meter toegestaan.

De ontwikkeling past niet binnen het huidige bestemmingsplan en is daarom integraal besproken met disciplines uit verschillende teams, zoals: verkeer, wonen, duurzaamheid, groen, civieltechniek en stedenbouw. De aandachtspunten die zijn opgehaald zijn meegenomen in de analyse en vertaald naar de ruimtelijke randvoorwaarden en richtlijnen die voor de herontwikkeling van de Westersingel 82 - 94 (afbeelding 1) van toepassing zijn.

Afbeelding 1: Locatie Westersingel 82-94 Het gaat om randvoorwaarden met ruimtelijke implicaties zoals stedenbouw, verkeer, woningbouwprogramma en duurzaamheid. Woningbouw op deze locatie past binnen de planologische kaders van de Omgevingsvisie (2022) en is in een breder perspectief passend binnen de koers van de planologische kaders.

De randvoorwaarden zijn kader stellend voor de opdracht aan de ambtelijk organisatie en waar deze, als opdrachtgever richting initiatief­ nemer, op kan sturen en monitoren.

3

Nota van Uitgangspunten Klein Berkeloo, Westersingel 82-94, Berkel en Rodenrijs Nota van Uitgangspunten Door het vaststellen van de Nota van Uitgangspunten door de raad worden er vanuit de gemeente kaders voor herontwikkeling gesteld. Private initiatieven - zoals de locatie Westersingel 82-94 - worden aan de landelijke, regionale en gemeentelijke regels en beleids­ kaders getoetst. De gemeentelijke en provinciale ambities zijn gericht op verant­ woorde woningbouwontwikkeling die past bij de bevolkingsontwikkeling, bestaande landschappelijke structuren en voorzieningen. In lijn met het gedachtegoed van de Omgevingswet, zijn de uitgangspunten als kwalitatieve ambities en doelstellingen verwoord in deze Nota van Uitgangspunten. Dit zonder bindende uitspraken te doen over de wijze waarop dit een plek dient te krijgen in de woningbouwontwikkeling. Daar waar uitgangs­ punten opgeschreven zijn geldt dit als ambitie. Via het op te stellen omgevingsplan (voorheen bestemmingsplan) wordt ook gewaarborgd dat bij de toetsing van bouwplannen steeds het actuele gemeentelijk beleid leidend is. De meest recente van toepasbare beleidskaders en wet- en regelgeving zijn van toepassing.

Als er tussentijds een beleidskader wordt vastgesteld die het voorgaande kader vervangt dan wordt het nieuwe kader gevolgd. Tenzij dat niet meer mogelijk is doordat de plan­ vorming te ver is gevorderd met als gevolg dat implementatie redelijkerwijs niet meer haalbaar is. Grondbeleid De gemeente stelt de kaders voor de ontwikkelrichting en doorloopt de benodigde publiek­ rechtelijke procedures. De gemeente is verplicht de plankosten (inspanningen en investeringen gerelateerd aan de particuliere ontwikkeling) te verhalen op de initiatiefnemer(s). In de anterieure overeenkomst, na vaststelling van deze nota van uitgangspunten in de gemeenteraad, zullen afspraken tussen ontwikkelaar en gemeente vorm krijgen. Leeswijzer In deze Nota van Uitgangspunten wordt eerst de participatie en het ontwikkelperspectief voor het plangebied beschreven. De ambities voor ontwikkeling zijn vervolgens vertaald voor de volgende thema’s: wonen, stedenbouw ŭ landschap, verkeer, duurzaamheid, water en ecologie, milieu en externe veiligheid.

4

Nota van Uitgangspunten Klein Berkeloo, Westersingel 82-94, Berkel en Rodenrijs

Participatie Participatie De gemeente Lansingerland hecht belang aan de inbreng van bewoners. Daarnaast wordt de Omgevingswet van kracht. Een belangrijk doel van de Omgevingswet is het bereiken en in stand houden van een veilige en gezonde fysieke leefomgeving en een goede omgevings­ kwaliteit. De nieuwe wet zorgt voor een samenhangende aanpak van de leefomgeving, ruimte voor lokaal maatwerk en betere en snellere besluitvorming. Daarnaast wordt participatie bevorderd. De wet brengt nieuwe instrumenten voor de gemeente met zich mee. Kort gezegd is de structuurvisie vervangen door de omgevingsvisie en wordt het bestemmingsplan vervangen door het omgevingsplan. De Omgevingswet stimuleert vroegtijdige participatie om tijdig belangen, meningen en creativiteit op tafel te krijgen. Met participatie willen we inwoners betrekken bij gemeentelijk beleid en besluit­ vorming. Het gaat hierbij om de inbreng van inwoners bij zowel het vormen van uitgangs­ punten binnen bestaande kaders en bij wette­ lijke procedures voor het nemen van een besluit zoals een omgevingsplan. De gemeente is verantwoordelijkvoor het organiseren van participatie tot en met de ruimtelijke proce­ dure (omgevingsplan). De initiatiefnemer is verantwoordelijkvoor de participatie van belanghebbenden bij het ontwerp, in het kader van de omgevingsvergunning.

Bij de Nota van Uitgangspunten en nieuwe bestemmingsplannen die worden vastgesteld door de gemeenteraad, willen we belang­ hebbenden vanuit de gemeente vooraf informeren en/of raadplegen. De opgehaalde informatie, zorgen en suggesties van omwonenden en/of andere belanghebbenden, worden door de gemeente meegenomen en afgewogen tegen het algemeen belang. Het algemeen belang omvat verschillende aspecten zoals op het gebied van wonen, duurzaamheid, milieu, verkeer, stedenbouw, het belang van de nieuwe bewoners en vastgesteld gemeentelijk beleid. Er is dus altijd sprake van een belan­ genafweging. Op sommige punten wordt er

overeenstemming bereikt met omwonenden en/of andere belanghebbenden en op sommige punten niet. Het resultaat van de belangen­ afweging wordt teruggekoppeld aan de belanghebbenden. Communicatie en participatieproces Voor dit project is de participatiegraad ‘informeren en raadplegen’ leidend: we willen de buurt van goede informatie voorzien en ook gelijk de gedachten van de bewoners over het plan meenemen. Er wordt een logboek bijgehouden voor dit initiatief Klein Berkeloo. Contactmomenten met belanghebbenden die via email, telefoon of in buurtbijeenkomsten plaatsvinden worden vastgelegd in dit logboek. Het doel is om de gemeenteraad een goed beeld te geven welke communicatie en participatie er heeft plaatsgevonden en wat de strekking ervan is geweest. Het logboekwordt bij dit document als bijlage meegezonden. In juni 2021 heeft de woningbouwontwikkelaar Kieboom ŭ Van Wezel namens de grond­ eigenaar een brief gestuurd naar direct aan­ grenzende bewoners en ondernemers (circa 100 adressen) om hun initiatief voor woningbouw kenbaar te maken. In februari 2022 is er een brief verstuurd door de gemeente met daarin de uitnodiging om naar de buurtbijeenkomst met uitleg over het proces en het initiatief te komen die op 15 februari 2022 heeft plaats­ gevonden.

De gemeente verkent het initiatief van de ontwikkelaars op haalbaarheid en legt deze verkenning (deze Nota van Uitgangspun­ ten) voor aan de gemeenteraad. De gemeente­ raad beslist of zij, in principe, medewerking wil verlenen tot het wijzigen van het bestemmings­ plan. Hiermee is het participatie proces opgestart. Resultaten buurtbijeenkomst Verreweg de meeste bewoners die zijn langs­ gekomen op de buurtbijeenkomst d.d. 15 februari 2022 geven aan het liefst helemaal geen bebouwing op het grasveld te willen. Als er dan toch woningbouw plaats gaat vinden dan willen zij geen hoogbouw, bij voorkeur vrij­ staande woningen, bungalows en 2 onder 1 kap woningen. Waarbij er ruimte blijft voor veel

5

Nota van Uitgangspunten Klein Berkeloo, Westersingel 82-94, Berkel en Rodenrijs groene ruimte. Daarnaast worden door verschil­ lende buurtbewoners groene ruimtes en speel­ ruimtes gemist, alsmede honden-uitlaatlocaties in de wijk. Bewoners vinden het zonde om dit stukje groen ook voor bebouwing op te offeren. De bewoners aan de Noordeindseweg hebben een ontsluitingsweg aan de Westersingel, deze dient gehandhaafd te blijven. Een enkeling geeft aan geen bezwaar te hebben tegen woningbouw. De buurtbewoners met oude huizen gebouwd ‘op staal’ maken zich zorgen over de heiwerkzaamheden van de eventuele nieuwe woningen. Omdat deze huizen geen

fundering hebben bestaat er het risico op verzakkingen/scheuren in de huizen. Naastgelegen, bij de bouw van Berkel Centrum West is dit door de aannemer aldaar zorgvuldig begeleid. Zorgvuldigheid en expertise in dit gebied is een vereiste bij de eventuele bouw. Wat opviel dat bewoners die er al lang wonen wisten te vertellen dat er al langer gedachten zijn voor de bebouwing van deze locatie, voor nieuwere bewoners is dit initiatief een verrassing.

6

Nota van Uitgangspunten Klein Berkeloo, Westersingel 82-94, Berkel en Rodenrijs

Ontwikkelperspectief Eigen karakter van Berkel en Rodenrijs Berkel en Rodenrijs heeft een breed aanbod aan groene woonwijken en een winkelcentrum met een bovenlokaal voorzieningenniveau. Door het voornamelijk sub-urbane karakter van de uitbreidingswijken is er een verschil in de ruimtelijke structuur van de oudere en nieuwe wijken. Ondanks de verschillen kenmerken alle woongebieden zich door een groene en ruime opzet in de nabijheid van recreatieve groen­ voorzieningen als de Groenzoom en het Annie M.G. Schmidtpark. Het centrumgebied van Berkel en Rodenrijs ligt opgespannen tussen het Annie M.G. Schmidt­ park aan de oostzijde en de Berkelse plas aan de westzijde. Het zogenaamde ‘haltermodel’ bestaat uit een historisch deel aan de oostzijde en een nieuw deel aan de westzijde. Beide zijden kenmerken zich door een kleinschalige dorpse, groene en sfeervolle uitstraling met een levendig winkelgebied waar wonen, winkelen en recreëren samengaan. Met de Dorpskerk aan de oostzijde en het lint (Westersingel) aan de westzijde karakteriseert het centrum zich als een gebied dat sterk verbonden is met de historische kern van Berkel en Rodenrijs. Het groene en historische karakter is een belangrijk vertrekpunt voor de ontwikkeling van deze locatie.

Woningbouwbehoefte in Berkel en Rodenrijs Berkel en Rodenrijs heeft door de VINEXopgaven een enorme groei doorgemaakt waarbij er in een relatief korte periode veel eengezinswoningen in de koopsector zijn gebouwd. Veel tweeverdieners uit de regio hebben in Berkel en Rodenrijs een rustige, groene woonplek gevonden op korte reisafstand van werk en stedelijke voorzieningen. Het aandeel eengezinswoningen is daardoor groot maar betekent ook dat er weinig diversiteit is binnen de woningvoorraad. Ondertussen zijn de tweeverdieners van toen ouder en hun kinderen zijn starters op de woningmarkt. Als gevolg daarvan is er een grote vraag naar gelijkvloerse woningen en betaalbare woningen. Deze en andere demografische ontwikkelingen maken dat er in Berkel en Rodenrijs een grote

behoefte is aan woningen die bijdragen aan de variatie in het woningaanbod. Variatie in het woningaanbod dient niet alleen een huisvestingsvraagstuk maar draagt ook bij aan het behouden en versterken van de sociaal maatschappelijke structuur van Berkel en Rodenrijs. WoonmiHeu ‘Samen Wonen’ In Berkel en Rodenrijs zijn, door de tuindersbedrijven en veiling, wonen en werken altijd nauw met elkaar verbonden geweest. Een dorp van ondernemers en arbeiders. Mede door de groenteveiling en het spoor heeft Berkel en Rodenrijs - van de drie kernen in Lansingerlandde sterkste binding met ‘de stad’. Uit het succes van de E-lijn blijkt dat de sterke binding met de stedelijke regio Rotterdam - Den Haag vandaag de dag nog steeds een feit is. Berkel en Rodenrijs is een aantrekkelijke woonplek voor een gemêleerde doelgroep die gesteld is op de nabijheid van de stad. Deze sterke kant van de bestaande woonmilieus wordt gekoesterd en daarnaast willen we meer variatie in het woonmilieu aanbrengen. Daarvoor zijn naast geschikte en betaalbare woningen ook toekomstbestendige woonmilieus nodig. Deze locatie biedt de kans bij te dragen aan een woonmilieu dat niet gericht is op het gezin als eenheid van samenwonen maar nieuwe vormen van ‘samen wonen’, passend bij de identiteit van de historische kern. Een duur­ zaam leef-en woonmilieu waar men zich in herkent en thuis voelt.

Het gaat erom de identiteit van de locatie zo vorm te geven dat bewoners en omwonenden zich ermee verbon­ den voelen. Het gaat hierbij ook om sociale duurzaamheid. Sociale duurzaamheid wordt vaak uitgedrukt in termen als identiteit, aantrekkelijkheid, betrokkenheid, diversiteit, flexibiliteit, bereikbaarheid, gezondheid en veiligheid. Stuk voor stuk zijn dat waarden die een sociale én een ruimtelijke kant kennen, waarden kortom die elkaar wederzijds kunnen versterken. Uitgangspunt daarbij is dat het niet alleen een verzameling van woningen is, maar ook een geheel van mensen, interacties en sociale processen. Het gaat dan om voorzie­ ningen en een zodanige inrichting van de 7

Nota van Uitgangspunten Klein Berkeloo, Westersingel 82-94, Berkel en Rodenrijs openbare en semiopenbare ruimte dat de mensen die er wonen of werken zich eraan kunnen hechten en zich ermee kunnen identificeren. Naast aandacht voor duurzame techniek en innovatie in de woningen ook vooral aandacht voor de ruimtelijke inrichting van de locatie om sociale processen kunnen versterken. Zo bouwen we op de locatie Klein Berkeloo aan een duurzame gemeenschap. Sámenleven met kernwaarden als saamhorig­ heid en collectiviteit. Dit kan tot uitdrukking worden gebracht in collectieve woonvormen maar ook in collectieve vormen van energie en mobiliteit of het gezamenlijk beheren van groen of gemeenschappelijke voorzieningen. De ambitie is een sociaal duurzaam woonmilieu te ontwikkelen. Duurzaamheid betekent energiezuinige woningen, maar ook dat de inrichting van de ontwikkeling een bewuste levensstijl stimuleert waar oplossingen voor

klimaat zichtbaar zijn. Groen en water dragen bij aan een aantrekkelijk beeld en aan het tijdelijk vasthouden van regenwater en tegen­ gaan van hittestress en verhogen van de biodiversiteit. Ontwikkeling van de locatie Er zijn voor deze opgave een aantal belangrijke punten: 1. Ruimte voor nieuwe vormen van ‘samen wonen’; 2. Respecteert stedenbouwkundige karakteristieken; 3. Gezond leefklimaat waarbij groen en water bijdragen aan een aantrekkelijke leef­ omgeving. 4. Diversiteit in woningen; naast duurdere woningen ook betaalbare woningen. Naast de klassieke eengezinswoningen ook gelijkvloerse woningen.

8

Nota van Uitgangspunten Klein Berkeloo, Westersingel 82-94, Berkel en Rodenrijs

Stedenbouw en landschep Inleiding locatie De locatie Westersingel 82 - 94 bevindt zich in het dubbellint van Berkel en Rodenrijs: tussen de Westersingel en de Rodenrijseweg - Heren­ straat - Noordeindseweg. Het is een groene weide ten noorden van de uitbreiding van Berkel Centrum West (BCW) en grenst aan het parkeerterrein aan de Westersingel (locatie ABB Westersingel). De locatie wordt begrensd door: » »

»

»

Een smalle watergang aan de Westersingel (noordwestzijde); Een groene oprijlaan naar Westersingel 86 en 88, deze bebouwing presenteert zich aan de Noordeindseweg (noordoostzijde); Een ontsluitingsweg (achter ontsluiting) voor een 9-tal woningen aan de Noordeindseweg, de nummers 1, 3, 3a, 3b, 3c, 5, 5a, 5b en 5c (zuidoostzijde); Een verbindingsweg (Westerwater) tussen de Westersingel en de ontsluitingsweg van de woningen aan de Noordeindseweg (zuidwestzijde).

De locatie is, samen met het parkeerterrein, een open plek aan de Westersingel. De open ruimte biedt zicht op de achterkanten van de bebouwing aan het hoger gelegen dijkprofiel van de Noordeindseweg. De Noordeindseweg is deel van het ‘Berkelse lint’ en vormt samen met de Westersingel het ‘dubbellint’. Het profiel van de Westersingel bestaat uit een smalle weg met aan weerszijden een groen­ structuur met bomen, parkeerhavens en een fietspad. Aan de oostzijde ligt een smalle watergang. De voor- en zijtuinen dragen bij aan de groene uitstraling van de Westersingel. De afstand van de bebouwing tot aan de weg varieert door een wisselende rooilijn.

Evenals het type bebouwing waarin een grote variatie te zien is in architectuurstijl, vorm, kleur en kapvorm. Het profiel van de Westersingel ten noorden van het centrum heeft daardoor een informele inrichting. Dit deel van de Westersingel is een dynamische plek. Met de uitbreiding van het winkelcentrum van Berkel en Rodenrijs (het Westerwater) in 1998 hebben de veranderingen een grote vlucht genomen: zowel aan de Heerenstraat als aan de Westersingel werd oude bebouwing vervangen voor nieuwe bebouwing. Ter hoogte van het Westerwater maakten boerderijen, schuren en kassen plaats voor woningen en winkels. Ten noorden van het centrum staan nog afwisselend arbeiders- en tuinderswoningen. De kleine bebouwingskorrel is nog steeds herkenbaar. Verder van de kern af, naar het noorden toe, verandert het bebouwingsbeeld in woonvilla’s van de laatste decennia. Aan de westzijde zijn deze onderdeel van de Vinex-ontwikkeling Meerpolder (2000) in de gelijknamige polder. De bouw van deze wijk is voelbaar op de Westersingel daar waar de Boerhavenstraat op de Westersingel aansluit. Via deze weg wordt het verkeer tussen het centrum en de Oudelandselaan ontsloten. Het deel van de Westersingel ten zuiden van de locatie tot aan de Gemeentewerf maakt momenteel een grote transformatie door, omdat het onderdeel is van de centrumuitbreiding. Klein Berkeloo maakt geen deel uit van de centrumuitbreiding.

De naastgelegen ABBlocatie blijft noodzakelijk als parkeerterrein voor BCW en blijft daarom wel in het perspec­ tief staan van de ontwikkeling van BCW.

Afbeelding 2: Beeld van Klein Berkeloo met aan de zuidzijde de ABB-locatie/ parkeerterrein

9

Nota van Uitgangspunten Klein Berkeloo, Westersingel 82-94, Berkel en Rodenrijs Ruimtelijke analyse De locatie Westersingel 82 - 94 bevindt zich op een strategische plek in de ruimtelijke struc­ tuur van Lansingerland: onderdeel van de historische lintstructuur en dicht bij de oorspronkelijke kern van Berkel en Rodenrijs. Vanaf de ontwikkeling (11de eeuw) van Berkel en Rodenrijs langs het polderlint, verdicht de bebouwing zich rond de kerk op de donk. De plek waar nu de dorpskerk staat (Kerksingel 1). Het gebied rond de donk kreeg een ringgracht en eigen polderpeil en vormt het huidige winkelcentrum van Berkel en Rodenrijs. Een restant van de ringgracht is nog te vinden bij de Centrumpassage in het winkelcentrum. Het lint vindt haar oorsprong in de ontginningsas van waaruit het veengebied werd ontwaterd. De ontginningsbasis, of het polderlint, functio­ neert tegelijkertijd als weg, waarlangs in de 12de en 13de eeuw boerderijen werden gebouwd. De Westersingel is ontstaan tussen 1910 en 1930 en dient als ‘onderweg’ van het polderlint om achter de tuinderijen te komen en het transport van landbouwproducten te bespoedigen. De bebouwing in het lint ligt ‘op de eerste rij’, de tuinderijen (later onder glas) liggen daarachter en soms ertussen. De huizen aan de Vogelaarstraat tussen Westersingel en Noordeindseweg werden in dezelfde tijd gebouwd.

Het is een van de eerste uitbreidin­ gen van Berkel en in de polder. Aan het lint ontstaat een divers beeld van functies en bebouwing wat in contrast staat met het beeld van de tuinderserven met de repeterende maat van de akkers en kassen die een sterke eenheid vormen en een meer formele inrichting kent. In 1993 wordt Berkel en Rodenrijs aangewezen als VINEX-locatie. Ruimtelijke ontwikkelingen volgen elkaar dan in een rap tempo op. De locatie Westersingel 82 - 94 blijft nog tot in de járen tachtig in gebruik als tuinderij. In het verleden graasden er af en toe schapen en is het een van de laatste overgebleven landelijke elementen in de polderstructuur van het Berkelse lint en de onderweg. De locatie markeert de scheiding van waar de meer aaneengesloten bebouwing van het centrumwinkelgebied overgaat naar de karakteristieke losse bebouwing in het lint.

Planologische kaders Vanuit ruimtelijk perspectief zijn bij de ontwikkeling van de locatie Westersingel 82 94 de volgende planologische kaders van belang. Deze worden in deze Nota van Uitgangspunten niet nader behandeld. Het gaat om: » Omgevingsvisie Lansingerland; » Nota Cultuurhistorie Plus; » Bestemmingsplan Centrum Berkel en Rodenrijs; » Groenstructuur Lansingerland 2016 - 2026; » Ontwerp Openbare ruimte Berkel Centrum West - mei 2018; » Duurzame Inrichting Openbare Ruimte (DIOR). Uitgangspunten: breed perspectief Uit de verschillende beleidskaders blijkt dat ontwikkeling van de locatie, met haar specifieke ligging in het dubbellint, vanuit een breed perspectief dient te worden ontworpen. De transformatie van het gebied is immers een middel om bij te dragen aan verbetering van de stedenbouwkundige kwaliteit van het lint en voegt ruimtelijke kwaliteit toe die recht doet aan de cultuurhistorische waarde. Ruimtelijk gezien heeft het daarom de voorkeur een totaalplan te ontwikkelen voor het gebied van de zuidzijde van het achterom tot aan de noordrand van het gebied dat grenst aan het pad haaks op de Westersingel dat de nummers 86 en 88 aan de Noordeindseweg ontsluit. Formeel gezien beperkt het gebied zich tot het kadastrale perceel A6672 en A6106 en blijft de ABB-locatie bestemd als parkeeroplossing voor BCW. Vanuit het brede perspec­ tief gelden de volgende uitgangspunten: »

»

De Westersingel is nadrukkelijk geïnte­ greerd als ruimtelijke identiteitsdrager van de ontwikkeling: bebouwing staat als gevarieerde losse korrel aan het lint, geschakelde bebouwing aan het lint is ook denkbaar; De ontwikkeling in het ‘tussengebied’, tussen Westersingel en Noordeindseweg, heeft een sterk repeterend karakter en vormt een sterke eenheid, en staat in contrast met de bebouwing aan het lint;

10

Nota van Uitgangspunten Klein Berkeloo, Westersingel 82-94, Berkel en Rodenrijs »

»

Het hoger gelegen dijkprofiel van de Noordeindseweg (achterkanten van de bebouwing) blijft zichtbaar; De ontwikkeling is complementair aan (maar niet in conflict met) de ontwikkeling BCW: in plaats van ‘klein stedelijk’ streven we hier een dorpse uitstraling na.

Afbeelding 3: Plangebied (rood) en het perspectief waarbinnen de opgave ruimtelijk moet worden beschouwd (groen) Landschappelijke inpassing » Voor het behoud en versterken van de historische lintstructuur wordt de boomstructuur langs de Westersingel (openbaar gebied) hersteld en verder ontwikkeld; » Zoveel mogelijk bomen aan de kant van de Noordeindseweg (terrein van ontwikkelaar) worden behouden; » De watergang aan de oostzijde van de Westersingel wordt aan beide zijden begeleid door een groene berm en bomen; » De ontwerpopgave voor groen en water dienen in gemeenschappelijkheid te worden opgepakt om de resultaten voor klimaatadaptatie alsook het landelijke karakter te versterken; » Het groene open karakter in dit deel van het lint is complementair aan de aaneengesloten bebouwing van het centrumwinkelgebied; » Er is minimaal één doorzicht van de Westersingel naar de Noordeindseweg. Het

doorzicht heeft een groen karakter en een minimale breedte van 20 meter (hierin past het profiel voor een ontsluitingsstraat met water, groen en bomen). Het doorzicht biedt zicht op de bebouwing aan de hoger gelegen Noordeindseweg (vice versa vanaf de Noordeindseweg een blik op de lager gelegen polder). Hetverdient de voorkeur dit doorzicht samen te laten val­ len met de ontsluiting van de huisnummers 1, Iden 3 t/m 5c aan de Noordeindseweg. De relatie met het Berkelse lint manifes­ teert zich ook ter plaatse van de ontsluiting voor de Noordeindseweg nummer 86 - 88. Deze toegang (hekwerk) dient op een heldere manier te worden ingepast. Zichtbaar water » Water verwijst naar het polderlandschap, het maakt deel uit van een zichtlijn of is een landschappelijke erfgrens van de woonpercelen; » De watergang aan de Westersingel heeft een landschappelijk karakter, eventuele tuinafscheidingen bestaan uit beplanting (grenzend aan het water) en de oevers zijn ecologisch aangelegd; Hekwerken, tuinmuurtjes, schuttingen en beschoeiingen zijn niet toegestaan; » Aan de watergang langs de Westersingel grenzen royale voortuinen; » De percelen aan de Westersingel worden ontsloten met een brug of duiker. Per brug worden maximaal 2 percelen ontsloten. Onderscheiding ruimtelijke elementen ‘Westersingel’ en ‘de tuinderij’ Het gebied onderscheiden we in twee ruimtelijke elementen.

De Westersingel maakt onderdeel uit van het cultuurhistorische lintstructuur. Het binnen-gebied ‘de tuinderij’ kenmerkt zich door een lagere bebouwingshoogte en voegt zich aan de lintstructuur. De Westersingel als identiteitsdrager » De ontwikkeling sluit aan bij de schaal en maat van het cultuurhistorisch karakter van het dorpslint en functioneert als een ‘rand’;

11

Nota van Uitgangspunten Klein Berkeloo, Westersingel 82-94, Berkel en Rodenrijs »

»

» » »

De bebouwing kenmerkt zich door indivi­ dueel herkenbare woningen met variatie in beukmaat, bouwhoogte en kapvorm en is complementair aan de aaneengesloten en hogere bebouwing in het centrum; De diversiteit van de bebouwing draagt in vorm en beeld bij aan de dynamiek in het lint; De voorgevel ligt parallel aan de straat, georiënteerd op de Westersingel; De woningen worden vanaf de Westersingel ontsloten; De maximale bouwhoogte is 11 meter.

Beeldkwaliteit aan de Westersingel » De bebouwing is gevarieerd in stijl, grootte, kaprichting en/ of dakvorm; » De bebouwing kent een hoog niveau van detaillering; » Aan de voorzijde gaan de tuinen op een natuurlijke wijze over in de oever van de watergang; » De voortuinen zijn groen en bij voorkeur maximaal 30% verhard; » Aanbevolen wordt om de ruimte rondom de woning in te richtten met inheemse soorten en nectar- en drachtplanten die de biodiversiteit stimuleren. Zie ook

hoofdstuk duurzaamheid, natuurinclusief bouwen. De sfeer van de tuinderij » De ontwikkeling in het ‘tussengebied’ is complementair aan de bebouwingsstructuur in het lint; » De bebouwing wordt gekenmerkt door repetitie en vormt een eenheid; » De bebouwing sluit in maat en schaal aan op de woningen aan de Vogelaarstraat; » De bebouwing is georiënteerd op de openbare of buitenruimte en draagt bij aan een bepaalde vorm van gemeen­ schappelijkheid; » De voor- of achtertuinen vormen een geheel met het (openbare) gemeen­ schappelijke groen; » De maximale bouwhoogte is 8 meter.

Beeldkwaliteit van de ‘tuinderij’

» »

De bebouwing heeft een seriematige opbouw, maar verfijnd; De bebouwing is in hoogte onder­ geschikt aan de bebouwing aan de Westersingel en de Noordeindseweg.

WoonmiHeu ‘Samen Wonen’ De locatie biedt ruimte voor nieuwe vormen van samen wonen. Het geeft tegengewicht aan de veelal eenzijdige programmering in de VINEX locaties. Het is een relatief kleiner perceel waarbij er op een natuurlijke manier gemakke­ lijk geëxperimenteerd kan worden met het concept ‘samen wonen’: de schaalgrootte leent zich daarvoor. Waarbij het niet perse gaat om alle voorzieningen samen te delen zoals in een woongroep. Iedere bewoner heeft namelijkeen eigen zelfstandige woning waarbij zijn/haar privacy is gewaarborgd. De ruimtelijke structuur van de woonomgeving is gericht op ontmoeting en het samen wonen, maar het is zeker geen verplichting. De bebouwingsstructuur omvat de gemeenschappelijke buiten­ ruimte. De gemeenschappelijke ruimte is aaneengesloten en is groen inricht. Parkeren is zoveel als mogelijk aan de buitenrand van de locatie geclusterd zodat de gemeenschappe­ lijke groene ruimte het hart vormt. De woon­ omgeving heeft een semi-open structuur (geen hekwerken of afgesloten binnentuin), waarbij de positionering van de voordeuren en de looplijnen in de buitenruimte erop gericht zijn elkaar te ontmoeten. De inrichting van de buitenruimte stimuleert de ontmoeting door zitgelegenheid en een aangenaam uitzicht. De woonlocatie blijft openbaar toegankelijk (op privaat of openbaar terrein).

Het samen wonen gericht op verbinding helpt tegen eenzaamheid en verhoogt het woongeluk. Het samen wonen draagt daarmee een steentje bij aan de grote woonopgave maar ook aan de uitdagingen in het sociale domein. Een bekend voorbeeld van het woonmilieu ‘Samen Wonen’ zijn de zoge­ naamde ‘hofjeswoningen’ waar woningen met hun voordeur veelal rond een gemeenschappe­ lijke groene tuin zijn gesitueerd. Als er lokale initiatieven in de gemeente bestaan waarbij een groep (oudere) mensen graag samen willen wonen, dan is de ambitie om deze lokale behoefte in kaart te brengen en

12

Nota van Uitgangspunten Klein Berkeloo, Westersingel 82-94, Berkel en Rodenrijs te onderzoeken of dit mogelijk gemaakt kan worden op deze locatie.

13

Nota van Uitgangspunten Klein Berkeloo, Westersingel 82-94, Berkel en Rodenrijs

Wonen Woonvisie 2021 -2025 Lansingerland wil een plek bieden aan iedereen, werken aan fijn en toekomstbestendig wonen en wonen zien in verbonden­ heid. Concreet betekent dit dat er aandacht is voor meer betaalbare en gelijkvloerse woningen en bijzondere doelgroepen. Maar dat wij ook de kwaliteiten van onze bestaande woonmilieus benutten. Verder moet wonen bijdragen aan verbondenheid in de wijken, en vinden wij het belangrijk dat we met veel partijen werken aan de woonopgaven. Aanbrengen diversiteit woningvoorraad Als gemeente Lansingerland willen wij meer diversiteit binnen de woningvoorraad. Het toevoegen van eengezinswoningen in de koopsector - als kenmerkend woningtype binnen de gemeente - volstaat niet meer om in de verschillende behoeften te voorzien. Aandacht voor woningtypen die in de behoefte voorzien van de groeiende groep ouderen, starters, lage (midden)inkomens en/of bijzondere doelgroepen is daarom belangrijker dan ooit. Voor deze locatie zijn het toevoegen van gelijkvloerse en betaalbare woningen dan ook noodzakelijk. Betaalbaarheid woningen belangrijk Het is belangrijk dat zoveel mogelijk inkomensgroepen een plek kunnen krijgen. Ca. 50% van de woningen zou daarom als betaalbaar moeten worden aangeboden, waarvan 25% sociale huur is, zoals is gedefinieerd in de Woonvisie 2021 -2025.

Locatie biedt kansen voor ouderen Kijken we naar de locatie dan is het vanwege de ligging tussen het (winkel)centrum en het Sint Franciscus Gasthuis Berkel kansrijk om de ontwikkeling te koppelen aan de behoefte van ouderen met al dan wel of niet een zorgvraag­ stuk. Voor deze doelgroep zijn gelijkvloerse woningen in verschillende prijscategorieën wenselijk. Dit type woonproduct kan ook aantrekkelijk zijn voor jongeren of starters. Aangezien er in de nabije omgeving onvoldoen­ de aanbod is voor deze groep, zou het redelijk zijn deze doelgroep in de ontwikkeling mee te nemen. Zo ontstaat er ook een mix van groepen op een klein schaalniveau die elkaar kunnen versterken. De locatie nabij het winkelcentrum versterkt de koppeling met de ouderen doelgroep. Deze groep wil namelijk zo lang mogelijk zelfstandig in hun behoefte kunnen voorzien. De nabijheid van het winkelcentrum maakt dat mogelijk. Het Sint Franciscus Gasthuis Berkel als zorg­ voorziening direct in de buurt vergroot de aantrekkelijkheid van een ontwikkeling op de locatie voor ouderen. Kortom, de locatie biedt potentie om ouderen nog zo lang mogelijk zelfstandig te laten wonen. Die zelfstandigheid hangt ook af van de woning zelf. Het complex en/of woningen dienen dan ook levensloopbestendig te worden gereali­ seerd volgens de definitie in de Woonvisie 2021-2025.

14

Nota van Uitgangspunten Klein Berkeloo, Westersingel 82-94, Berkel en Rodenrijs

Verkeer Inleiding Een goede ontsluiting moet op juiste manier plaatsvinden met verkeerstechnisch onderzoek. Bij de ontwikkeling van de locatie gaat het uitsluitend om woningbouw op het betreffende kavel, zonder dat deze eventueel breder wordt getrokken, in relatie tot bijvoorbeeld het (ABB­ ) parkeerterrein ten zuiden van de ontwikkellocatie of mogelijke uitbreiding (apparte­ menten) van bestaande winkelpanden Westerwater (ABB). Voor de ontwikkelmogelijkheden van Klein Berkeloo wordt echter wel gekeken naar aspecten die van algemeen belang zijn en waarmee rekening moet worden gehouden. Voor het beleidsveld mobiliteit/ verkeer gaat het vooral om aspecten zoals: parkeren, fiets- en bevoorradingsroutes. Alsmede verkeersveiligheid op het direct omliggend wegennet waar de ontsluiting van de beoogde ontwikkeling op aangewezen is. Ontsluiting De ontwikkellocatie ligt direct aan de Westersingel en wordt verder ingeklemd door niet openbare wegen ten behoeve van de autobereikbaarheid van de panden Noordeindseweg 1 tot en met 5c en Westersingel 86 en 88. De autobereikbaarheid van deze percelen moet via een te handhaven dan wel een alternatieve - verbinding met de Westersingel geborgd blijven. Autoverkeer van en naar Klein Berkeloo kan alleen worden ontsloten via de Westersingel.

Vanwege de functie van de Westersingel als hoofdfietsroute is het niet wenselijk dat de ontsluiting van de ontwikkeling op meerdere plaatsen aansluit op de Westersingel. Hiermee wordt een te veel aan kruisende verkeers­ bewegingen gemeden. Het te verwachten mogelijk aantal te bouwen woningen lijkt beperkt genoeg om uit te gaan van één ontsluiting (entree, zowel in- als uitgaand) voor het autoverkeer. Door het beperkt aantal verkeersbewegingen voor de woningen direct liggend aan de Westersingel zijn gecom­ bineerde opritten mogelijk, mits deze verkeers­ veilig ingepast worden. De ontsluiting van Klein Berkeloo moet ten zuiden van de te handhaven knip (afsluiting) Westersingel worden geprojec­

teerd, zodat het verkeer kan afwikkelen via de Boerhaavestraat. De Boerhaavestraat maakt weliswaar onderdeel uit van een schoolroute, maar wordt niet zo zwaarbelast dat het aantal extra verkeers­ bewegingen van en naar Klein Berkeloo onverantwoord zou zijn. Bij de planvorming moet rekening worden gehouden met een alternatieve ontsluiting, geschikt voor autoverkeer, in geval van calamiteiten. Dit kan in combinatie met een reguliere langzaam-verkeerverbinding. De te handhaven knip in de Westersingel mag in geen enkel geval in de reguliere (verkeer-) situatie via nieuwe verkeersinfrastructuur via de Klein Berkeloo te passeren zijn voor het autoverkeer. Verbinding Klein Berkeloo met Noordeindseweg In het verleden is gekeken naar de mogelijkheid voor het afronden van de zogenoemde parkeerring Berkel-centrum. De ontwikkeling van Klein Berkeloo was de aanleiding om het idee van een parkeerring opnieuw tegen het licht te houden. De impact van een autoverbinding tussen de Westersingel en de Noordeindseweg (tegenover de Oranjestraat) via Klein Berkeloo is niet alleen groot voor de ontwikkellocatie. Ook de extra verkeersbewegingen in de Boerhaavestraat en de Oranjestraat zijn ongewenst.

Nog afgezien van de mogelijkheden voor de aankoop en het amoveren van (ten minste) één woning aan de Noordeindseweg, die geen onderdeel uitmaakt van de ontwikkel­ locatie, wordt afgezien van verder onderzoek naar de mogelijkheden voor een parkeerring. Een directe(re) verbinding voor het langzaam verkeer blijft wel een wens die niet onmogelijk gemaakt moet worden door de ontwikkeling van Klein Berkeloo. In de uitwerking van de plannen moet daarom rekening gehouden worden met de mogelijkheid tot een fietsroute door/langs Klein Berkeloo. Deze kan gecom­ bineerd worden met de ontsluiting van de erven van de woningen Noordeindseweg 1 tot en met 5c. Wanneer in de toekomst eventueel ooit een van deze woningen beschikbaar komt om eventueel plaats te maken voor een fiets15

Nota van Uitgangspunten Klein Berkeloo, Westersingel 82-94, Berkel en Rodenrijs verbinding, kan een fietsroute tussen de Noordeindseweg en Westersingel op termijn alsnog gerealiseerd worden. Het onderzoeken van deze fietsverbinding valt buiten deze nota. Parkeeropgave De parkeereis voor het parkeren voor bewoners (inclusief bezoekers parkeren van bewoners) dient volledig binnen de grenzen van het plan­ gebied te worden ingevuld. Zo dicht bij het winkelcentrum is het wenselijk om het parkeren voor de bewoners niet open­ baar uit te voeren. Een duidelijk onderscheid tussen openbaar- en privaat parkeren voorkomt parkeerhinder en ongewenst zoekverkeer (van externe parkeerders) in het project Klein Berkeloo. Deelmobiliteit De parkeeropgave kan mogelijk minder groot worden, wanneer een concept voor deel­ mobiliteit onderdeel uitmaakt van de ontwikke­ ling. Mogelijk dat woningbouw voor specifieke doelgroepen een kans biedt om deelauto’s aan te bieden. Openbaar vervoer Op loopafstand van de ontwikkellocatie halteren de bussen op de Oudelandselaan ter hoogte van de Boerhaavestraat. Klein Berkeloo wordt daardoor ontsloten via de reguliere lijnbussen waardoor bestemmingen binnen Lansingerland en (zo nodig via overstappunten) daar buiten bereikbaar zijn met het OV. De kwaliteit van de busverbindingen is niet van een niveau dat het aannemelijk is dat het OV

een significante bijdrage kan leveren aan de mogelijkheid voor een lagere parkeereis. Duurzame mobiliteit Voor duurzame mobiliteit komt er een prioriteit te liggen bij een veilige en aantrekkelijke route voor langzaam verkeer. Daarbij dient gezorgd te worden voor een goede infrastructuur van laadpalen voor auto’s en fietsen. Weginrichting De ontwikkeling van Klein Berkeloo laat de mogelijkheid om te kiezen voor een opzet waarbij de ontwikkellocatie zelf nagenoeg gevrijwaard blijft van autoverkeersbewegingen. In een meer traditionele opzet van Klein Berkeloo is het, gelet op de relatief beperkte omvang, denkbaar om uit te gaan van een autoluwe opzet door middel van een erffunctie. Het is belangrijk dat de bereikbaarheid van het winkelcentrum vanuit de ontwikkellocatie goed en veilig geaccommodeerd wordt voor voet­ gangers. Een route via het voetpad van de Westersingel ligt daarvoor het meest voor de hand. Temeer ook omdat het kruisen van het parkeerterrein tussen Klein Berkeloo en het winkelcentrum moet worden vermeden. Immers, het is niet uitgesloten dat dit parkeer­ terrein op termijn onderdeel uitmaakt van een mogelijke toekomstige ontwikkeling. Al dan wel of niet in combinatie met een deel van de commerciële ruimtes aan het Westerwater.

16

Nota van Uitgangspunten Klein Berkeloo, Westersingel 82-94, Berkel en Rodenrijs

Duurzaamheid Speerpunten van het duurzaamheid Speerpunten van het duurzaamheidbeleid van Lansingerland zijn naast energiebesparing en energieopwekking ook circulair werken, klimaatadaptatie en natuurindusief bouwen. In deze thema’s heeft de gemeente een grote eigen verantwoordelijkheid in ruimtelijke ontwikkelingen, nieuwbouw, renovatie en inrichting van de openbare ruimte. In dit hoofdstuk stellen we uitgangspunten voor die we als leidraad hanteren bij deze gebiedsontwikkelingen. Het geeft tevens houvast en consistentie in aanpak en bevorderen van duurzaamheid in onze gemeente. Gegeven de vele raakvlakken die er zijn tussen met name klimaatadaptatie en water is ook het thema water opgenomen in deze standaard. Toekomstbestendig inrichten Doelstelling vanuit duurzaamheid: de locatie wordt ontwikkeld tot een aangename plek om te wonen, een duurzame leefomgeving, met veel groen en water. Het streven is om technische en ecologische kringlopen te sluiten. Energie, grondstoffen en materialen worden circulair ingezet en hoogwaardig (her)gebruikt. Daarnaast is de locatie meer dan gemiddeld voorbereid op hittestress, droogte en hoosbuien als gevolg van klimaatverande­ ring. Omdat sprake is van een woningbouwontwikkeling voor langere termijn, zal steeds het dan geldend gemeentelijk duurzaamheidsbeleid leidend zijn.

Vastgestelde beleidsdoelstellingen duurzaamheid Lansingerland vindt duurzaamheid belangrijk. De basis voor de beleidsdoelstellingen zijn door de raad en soms het college vastgelegd in de volgende stukken: -

Visie Lansingerland Duurzaam, 2018 (Tl 8.08535); Kader duurzame Gebiedsontwikkeling, 2017 (Tl 7.38476); Duurzame inrichting openbare ruimte, DIOR (T18.16396);

-

Convenant Klimaatadaptief bouwen, (september 2019); Ruimtelijke Adaptatiestrategie Lansingerland, 2020; Nota Groenstructuur Lansingerland 2016­ 2026; Manifest Verantwoord Inkopen 2017 - 2022; TransitievisieWarmte.

Wanneer twee doelstellingen in twee verschillende beleidsstukken elkaar tegen spreken dan dient er altijd van de meest ambitieuze doelstelling uitgegaan te worden. Woonmilieu ‘Samen Wonen’ De essentie van het woonmilieu ‘Samen Wonen’ is om de verbinding te versterken. En dit willen we verwezenlijken in een sociaal, energie neutrale en klimaatadaptief woonproject, waar mensen zich verbonden voelen met zichzelf, met elkaar, met de buurt, met de wereld en met natuur en klimaat. We willen een groene gemeenschap creëren, waar bewoners zich thuis voelen, in balans komen, zich gezond voelen, geïnspireerd worden, betrokken zijn, leren en ontwikkelen. Een gemeenschap waar de centrale waarden heersen van in vriendschap en respect met elkaar sámenleven, zorg voor elkaar en voor de buurt, en verantwoord omgaan met energie, grondstoffen, voedsel, natuur en klimaat. Dit zal tot uitdrukking komen in innovatieve architectuur en in het gebruikvan duurzame materialen en technologie. Maar ook in gezamenlijke (buiten)ruimtes, bijvoorbeeld door een gemeenschappelijke klimaat adaptieve en ecologische groene (binnen)tuin. Zelfvoorziening van energie, hergebruik van materialen en water en voedsel uit de buurt, toegankelijkheid en flexibiliteit zijn een belangrijk streven. Op deze manier willen we de uitdagingen van de toekomst aangaan.

KI imaa tadaptat ie Door de invulling Klein Berkeloo neemt de verstedelijking en daarmee de hoeveelheid verharding toe. Meer gebouwmassa en verharding versterken de opwarming van de

17

Nota van Uitgangspunten Klein Berkeloo, Westersingel 82-94, Berkel en Rodenrijs omgeving en kans op overlast door neerslag. In het verdere ontwerp dienen dan ook maat­ regelen ter voorkoming van hittestress en wateroverlast te worden genomen. Maatregelen worden in samenhang, in de openbare ruimte, op de private kavel en aan het woongebouw getroffen. Een gecombineerde ontwerpopgave dus, waarbij de maatregelen elkaar versterken. Deze combinatie komt de klimaatadaptieve kracht van zowel privaat als openbaar terrein ten goede. Met een goed ontwerp leidt dit tot een toekomstbestendige buurt met woon- en leefkwaliteit zonder dat veel uitgeefbare grond moet worden ingeleverd of dure maatregelen dienen te worden toegepast. Provincie ZuidHoUand wil vooroplopen op het gebied van klimaatadaptief bouwen. In 2019 is het Convenant Klimaatadaptief Bouwen onder­ tekend door Lansingerland. Hierop volgend is de Ruimtelijke Adaptatiestrategie Lansingerland vastgesteld. Hierin zijn de eisen per verschillende gebiedstype opgenomen waaraan gehouden dient te worden. Risico’s zonder aanpak van klimaatverandering in stedelijk gebied De schade die in Nederland kan ontstaan door effecten als wateroverlast, droogte en hitte­ stress komt neer op een bedrag van C 77,5 miljard tot 2050 (Klimaatschadeschatter, 2020).

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Lansingerland&id=4b97aafa-ba2b-48a8-833c-2c71ad009406