CConstaterende datLansingerland
Koppel je AI →
Document · PDF

[T24.00954] BP Westersingel 82-94 Regels en Toelichting

Commissie Ruimte 9 april 2024, gemeente LansingerlandBij agendapunt: Vaststelling bestemmingsplan "Westersingel 82-94" te Berkel en Rodenrijs30.587 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

Westersingel 82 - 94

bestemmingsplan Westersingel 82 - 94

Inhoudsopgave

Vaststellingsbesluit

5

Toelichting

7

Hoofdstukl 1.1 1.2 1.3 1.4 1.5

Hoofdstuk2 2.1 2.2 2.3 2.4

Milieu

Algemeen Akoestische aspecten Bedrijven en milieuzonering Bodem Duurzaamheid Externe veiligheid Luchtkwaliteit Overige belemmeringen Strategische m.e.r.-beoordeling

Hoofdstuk8 8.1 8.2

Archeologie en cultuurhistorie

Kader Onderzoek Conclusie

Hoofdstuk7 7.1 7.2 7.3 7.4 7.5 7.6 7.7 7.8 7.9

Water

Kader Onderzoek Conclusie

Hoofdstuk6 6.1 6.2 6.3

Natuur en landschap

Kader Onderzoek Conclusie

Hoofdstuk5 5.1 5.2 5.3

Beleidskaders

Rijksbeleid Provinciaal beleid Gemeentelijk beleid

Hoofdstuk4 4.1 4.2 4.3

Planbeschrijving

Ontstaansgeschiedenis Bestaande situatie Ruimtelijke ontwikkeling Juridische aspecten

Hoofdstuk3 3.1 3.2 3.3

Inleiding

Aanleiding en doel van het plan Bij het plan behorende stukken Ligging en begrenzing plangebied Voorgaand bestemmingsplan Leeswijzer

8 8 8 9 10

11 11 11 12 15

18 18 20 25

29 29 30 32

33 33 34 36

37 37 37 38

39 39 39 41 44 46 48 50 51 51

Uitvoerbaarheid

53

Financiële uitvoerbaarheid Maatschappelijke uitvoerbaarheid

53 53

Bijlagen Bijlage 1 Bijlage 2

2

8

55 Nota van Uitgangspunten Stikstofdepositieberekening

56 80

Inhoudsopgave (vastgesteld)

bestemmingsplan Westersingel 82 - 94 Bijlage 3 Bijlage 4 Bijlage 5 Bijlage 6 Bijlage 7 Bijlage 8 Bijlage 9 Bijlage 10 Bijlage 11 Bijlage 12 Bijlage 13 Bijlage 14

Quickscan ecologie Watertoets Akoestisch onderzoek Verkennend bodemonderzoek 6672A Verkennend bodemonderzoek 6106A Nader bodemonderzoek toegangsweg Nader bodemonderzoek 6672 Aanmeldnotitie mer-beoordelingsbesluit Nota vooroverleg Nota zienswijzen en staat van wijzigingen Concept raadsbesluit

Regels

105 144 160 204 283 364 408 488 489 490 502 503

505

Hoofdstukl

Inleidende regels

506

Artikel 1 Artikel 2

Begrippen Wijze van meten

506 511

Hoofdstuk2

Bestemmingsregels

512

Artikel 3 Artikel 4 Artikel 5 Artikel 6 Artikel 7 Artikel 8

Groen Tuin Tuin - Parkeren Verkeer Water - Oeverzone Wonen

512 513 514 515 516 518

Hoofdstuk3

Algemene regels

519

Artikel 9 Artikel 10 Artikel 11 Artikel 12 Artikel 13 Artikel 14

Anti-dubbeltelregel Algemene bouwregels Algemene gebruiksregels Algemene afwijkingsregels Algemene wijzigingsregels Algemene procedureregels

519 520 521 523 525 526

Hoofdstuk4

Overgangs- en Slotregels

527

Artikel 15 Artikel 16

Overgangsrecht Slotregel

527 528

Inhoudsopgave (vastgesteld)

3

bestemmingsplan Westersingel 82 - 94

4

(vastgesteld)

bestemmingsplan Westersingel 82 - 94

Vaststellingsbesluit

Vaststellingsbesluit (vastgesteld)

5

bestemmingsplan Westersingel 82 - 94

6

Vaststellingsbesluit (vastgesteld)

bestemmingsplan Westersingel 82 - 94

Toelichting

Toelichting (vastgesteld)

7

bestemmingsplan Westersingel 82 - 94

Hoofdstuk 1 1.1

Inleiding

Aanleiding en doel van het plan

Voorliggend plan voorziet in de herontwikkeling van de gronden gelegen aan de Westersingel te Berkel en Rodenrijs (gemeente Lansingerland), in de directe nabijheid van het winkelcentrum. Kadastraal is het plangebied bekend onder de nummers 6672 en 6106 sectie A van de kadastrale gemeente Berkel en Rodenrijs. Het bestemmingsplan biedt ruimte aan de ontwikkeling van 20 woningen. Om de kaders van de ontwikkeling vast te leggen heeft de gemeente een Nota van Uitgangspunten (hierna: NvU) opgesteld. De NvU is op 30 juni 2022 vastgesteld. Hierin zijn enkele uitgangspunten op het gebied van verkeer, stedenbouw en woningbouwprogramma vastgelegd. De NvU is als Bijlage 1 toegevoegd aan onderhavig bestemmingsplan. Op basis van de NvU is het (stedenbouwkundig)ontwerp nader uitgewerkt. De woningbouwontwikkeling past niet binnen de mogelijkheden van het vigerende bestemmingsplan. Met dit nieuwe bestemmingsplan Westersingel 82 - 94 wordt de gewijzigde opzet in juridisch-planologische zin mogelijk gemaakt.

1.2

Bij het plan behorende stukken

Het bestemmingsplan Westersingel 82 - 94 bestaat uit bestemmingen en regels. De bestemming van de gronden is geometrisch bepaald door middel van lijnen, coderingen en arceringen. In de bestemmingen zijn regels ten aanzien van het bouwen en het gebruik opgenomen. Het plan gaat vergezeld van deze toelichting. In de toelichting worden de keuzes die zijn gemaakt bij het opstellen van de geometrische plaatsbepaling en de regels verantwoord en verduidelijkt. Vervolgens wordt hierin de uitvoerbaarheid van het plan aangetoond.

1.3

Ligging en begrenzing plangebied

Het plangebied is gelegen aan de Westersingel te Berkel en Rodenrijs (gemeente Lansingerland), in de directe nabijheid van het winkelcentrum. Ter plaatse heeft in het verleden een kas gestaan. De gronden zijn sinds de sloop braakliggend. Ten oosten van het plangebied zijn woningen gelegen, welke via een erftoegangsweg worden ontsloten. Deze weg, Westerwater, loopt van de Westersingel, nabij de Boerhaavestraat, door het plangebied. Ten zuiden grenst het plangebied aan een parkeerterrein (Westerplein), waar in hoofdzaak het bezoekersparkeren van de nabij gelegen winkels plaatsvindt. Figuur 1.0: weergave plangebied binnen de gemeente.

8

Toelichting (vastgesteld)

bestemmingsplan Westersingel 82 - 94

1.4

Voorgaand bestemmingsplan

Ter plaatse van het plangebied is het bestemmingsplan “Centrum Berkel en Rodenrijs” geldend. Dit plan is op 15 april 2013 vastgesteld door de gemeenteraad van Lansingerland. Tevens vigeert ter plaatse het bestemmingsplan “Parapluherziening parkeernormering Lansingerland”, dat is vastgesteld op 30 maart 2017, het voorbereidingsbesluit "Hyperscale datacenters", vastgesteld op 8 november 2022 en het bestemmingsplan "Paraplubestemmingsplan "Biosmassa", vastgesteld op 23 februari 2023. Het plangebied heeft de bestemming 'Agrarisch'. Parallel aan de Westersingel kent het kadastrale perceel 6672 tevens de enkelbestemmingen 'Verkeer' en 'Water'. Tevens kent een deel de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie 3'. Onderstaand figuur betreft een weergave van de verbeelding behorende bij het bestemmingsplan “Centrum Berkel en Rodenrijs”. Figuur 1.2: weergave verbeelding vigerende bestemmingsplan (bron: QGIS).

Toelichting (vastgesteld)

9

bestemmingsplan Westersingel 82 - 94

De beoogde woonfunctie is niet binnen de bestemming 'Agrarisch", 'Verkeer" en niet binnen 'Water' toegestaan. Binnen deze gronden mogen eveneens geen gebouwen gebouwd worden. De ontwikkeling past daardoor niet binnen de huidige juridisch-planologische regeling. Dit betekent dat de bestemming moet worden omgezet naar een woonbestemming. Voorliggend plan voorziet in deze juridisch planologische regeling.

1.5 » » » » » » » » »

10

Leeswijzer Hoofdstuk 1: Inleiding; Hoofdstuk 2: Planbeschrijving; Hoofdstuk 3: Beleidskaders; Hoofdstuk 4: Natuur en Landschap; Hoofdstuk 5: Water; Hoofdstuk 6: Archeologie en cultuurhistorie; Hoofdstuk 7: Milieu; Hoofdstuk 8: Juridische vormgeving; Hoofdstuk 9: Uitvoerbaarheid.

Toelichting (vastgesteld)

bestemmingsplan Westersingel 82 - 94

Hoofdstuk 2 2.1

Planbeschrijving

Ontstaansgeschiedenis

Voordat, vanaf de vroege middeleeuwen, het gebied rond Berkel en Rodenrijs werd ontgonnen, bestond het gebied uit een nat en drassig veenmoeras. Vanaf circa 900 na Christus werd het gebied bewoond. Er ontstond een lang bebouwingslint, de huidige Rodenrijseweg / Noordeindseweg, van ruim 8 kilometer lengte. Aan dit lint ontstonden verscheidene kleine kernen, waaronder Berkel en Rodenrijs (Berkel was een kern in het gebied Rodenrijs en de twee namen zijn derhalve vanaf het begin met elkaar verbonden). Van oorsprong was Berkel en Rodenrijs een agrarische gemeente. Het centrumgebied van Berkel en Rodenrijs (het plangebied), is ontstaan aan het lint en vormt het oudste gedeelte van Berkel en Rodenrijs. In de omgeving van de woonkernen werd het gebied gaandeweg verkaveld. Het veen werd later afgegraven voor de productie van turf, waardoor er veel veenplassen ontstonden. In de 18e eeuw werd een aantal gebieden rondom Berkel en Rodenrijs drooggemalen en ingepolderd. De kern van Berkel en Rodenrijs bleef tot en met 1945 kleinschalig en agrarisch van aard. Na de oorlog verstedelijkte de kern echter langzamerhand door de aanleg van bedrijventerreinen en nieuwe woongebieden. Als eerste uitbreiding werd de Oranjebuurt gerealiseerd, gelegen ten noorden van het oude centrum en onderdeel uitmakende van het plangebied.

In de jaren ’60 en ’70 van de vorige eeuw werden meer grootschalige wijken zoals de Sterrenwijk, de Weidevogelbuurt en de Bomen- en Struikenbuurt gerealiseerd. In de Vierde Nota op de Ruimtelijke Ordening Extra (VINEX) is Berkel en Rodenrijs aangewezen als uitbreidingslocatie. De wijken Meerpolder en Westpolder/Bolwerk zijn deels al gerealiseerd, deels nog in aanbouw. Om het voorzieningenniveau in de kern Berkel en Rodenrijs op peil te houden en tevens de centrumpositie van Berkel en Rodenrijs in de regio te behouden en te versterken, heeft de voormalige gemeente Berkel en Rodenrijs in de afgelopen jaren een begin gemaakt met een modernisering van het centrumgebied. Verdere uitbreiding van de centrumvoorzieningen is gewenst en zal in de komende jaren worden gerealiseerd. Behoud van een compact kernwinkelgebied en het afstemmen van de voorzieningen op de vraag uit de omgeving staan daarbij centraal.

2.2

Bestaande situatie

Ruimtelijke karakteristiek De historische kern van Berkel en Rodenrijs wordt gekenmerkt door een organische opbouw en menging van functies. Het middelpunt van het gebied is de dorpskerk. Naast de Dorpskerk is een begraafplaats gelegen. Ten westen hiervan ligt het historische lint Rodenrijseweg / Noordeindseweg en Westersingel, dat nog altijd gedeeltelijk de ruimtelijke uitstraling van Berkel en Rodenrijs bepaalt. De bebouwing langs dit dubbele lint kenmerkt zich door een gevarieerde gevelkarakteristiek en detaillering. Typerend is de oriëntatie van de bebouwing: de oude boerderijen zijn meestal schuin op de weg georiënteerd en de nieuwbouw vrijwel overal haaks. Het lint maakt een overwegend groene indruk, wat te danken is aan grote monumentale bomen, tuinen en open grasveldjes tussen de bebouwing in. Echter is de Westersingel in de loop der jaren verdicht door de bouw van diverse appartementencomplexen. In het plangebied worden de karakteristieken van het lint met name gevormd door het water dat ten westen van de Rodenrijseweg / Noordeindseweg ligt. De percelen die ten oosten van dat water liggen, zijn veelal bereikbaar via bruggetjes vanaf de Rodenrijseweg / Noordeindseweg. Rondom het centrumgebied zijn vooral woongebieden aanwezig.

De bebouwing heeft hier een kleinschalig karakter; veelal bestaande uit één, twee bouwlagen met een dwars- of langskap en tussen de verschillende panden een sterke verticale geleding. In de omgeving van de Johan van Oldenbarneveltlaan is de woonbebouwing gesitueerd in een ruim opgezette omgeving waarbij veel woningen een voortuin hebben.

Bestaande situatie Het plangebied is gelegen nabij het winkelcentrum Berkel en Rodenrijs en het perceel wordt aan de zuid-oostzijde begrenst door bebouwing en de Noordeindseweg. Aan de noord-westzijde grenst het perceel aan de Westersingel. Het perceel, is kadastraal bekend onder nummer 6672 en 7186 nummer

Toelichting (vastgesteld)

11

bestemmingsplan Westersingel 82 - 94

A van de kadastrale Berkel en Rodenrijs. Het gebied is braakliggend en in gebruik als weiland. Rondom staan woningen en is een parkeerterrein gelegen voor de bezoekers van het winkelcentrum. Het een en ander is weergegeven op onderstaand figuur. Figuur 2.0: Weergave plangebied in de omgeving.

Het plangebied bevindt zich op een strategische plek in de ruimtelijke structuur van Lansingerland: onderdeel van de historische lint structuur en dicht bij de oorspronkelijke kern van Berkel en Rodenrijs. Vanaf de ontwikkeling (11de eeuw) van Berkel en Rodenrijs langs het polderlint, verdicht de bebouwing zich rond de kerk op de donk. De plek waar nu de dorpskerk staat (Kerksingel 1). Het gebied rond de donk kreeg een ringgracht en eigen polderpeil en vormt het huidige winkelcentrum van Berkel en Rodenrijs. Een restant van de ringgracht is nog te vinden bij de Centrumpassage in het winkelcentrum. Het lint vindt haar oorsprong in de ontginningsas van waaruit het veengebied werd ontwaterd. De ontginningsbasis, of het polderlint, functioneert tegelijkertijd als weg, waarlangs in de 12de en 13de eeuw boerderijen werden gebouwd. De Westersingel is ontstaan tussen 1910 en 1930 en dient als ‘onderweg’ van het polderlint om achter de tuinderijen te komen en het transport van landbouwproducten te bespoedigen. De bebouwing in het lint ligt ‘op de eerste rij’, de tuinderijen (later onder glas) liggen daarachter en soms ertussen. De huizen aan de Vogelaarstraat tussen Westersingel en Noordeindseweg werden in dezelfde tijd gebouwd. Het is een van de eerste uitbreidingen van Berkel en in de polder.

Aan het lint ontstaat een divers beeld van functies en bebouwing wat in contrast staat met het beeld van de tuinderserven met de repeterende maat van de akkers en kassen die een sterke eenheid vormen en een meer formele inrichting kent

2.3

Ruimtelijke ontwikkeling

Uit de verschillende beleidskaders blijkt dat ontwikkeling van de locatie, met haar specifieke ligging in het dubbellint, vanuit een breed perspectief dient te worden ontworpen. De transformatie van het gebied is immers een middel om bij te dragen aan verbetering van de stedenbouwkundige kwaliteit van het lint en voegt ruimtelijke kwaliteit toe die recht doet aan de cultuurhistorische waarde. Vanuit het brede perspectief gelden de volgende uitgangspunten: »

»

*

12

De Westersingel is nadrukkelijk geïntegreerd als ruimtelijke identiteitsdrager van de ontwikkeling: bebouwing staat als gevarieerde losse korrel aan het lint, geschakelde bebouwing aan het lint is ook denkbaar; De ontwikkeling in het ‘tussengebied’, tussen Westersingel en Noordeindseweg, heeft een sterk repeterend karakter en vormt een sterke eenheid, en staat in contrast met de bebouwing aan het lint; Het hoger gelegen dijkprofiel van de Noordeindseweg (achterkanten van de bebouwing) blijft

Toelichting (vastgesteld)

bestemmingsplan Westersingel 82 - 94

»

zichtbaar; De ontwikkeling is complementair aan (maar niet in conflict met) de ontwikkeling Berkel Centrum West: in plaats van ‘klein stedelijk’ streven we hier een dorpse uitstraling na.

In de NvU zijn uitgangspunten geformuleerd, aangezien uit de verschillende beleidskaders blijkt dat de ontwikkeling van de locatie met haar specifieke ligging in het dubbellint, vanuit een breed perspectief dient te worden beschouwd. De ontwikkeling van het plangebied (rood) en het perspectief waarbinnen de opgave ruimtelijk moet worden beschouwd (groen) is op onderstaand figuur weergegeven. Figuur 2.1: Weergave plangebied in de omgeving.

De zichtlijnen die behouden dienen te blijven zijn geborgd in onderhavig bestemmingsplan door bouwvlakken vast te leggen op de verbeelding. Het omliggende terrein van het plangebied betreft o.a. een parkeerterrein zonder bebouwingsmogelijkheden, waardoor het water onderdeel uit blijft maken van de zichtlijnen binnen het bredere perspectief waarin de ontwikkeling beschouwd dient te worden. Onderhavig bestemmingsplan biedt ruimte aan de ontwikkeling van 20 woningen. Bij de erftoegangsweg van het hof worden evenwijdig aan de Westersingel appartementen beoogd in één blok waarin vijf sociale huurappartementen gerealiseerd kunnen worden. De maximale bouwhoogte daarvan bedraagt 7 meter. Daarnaast wordt één vrijstaande vrije sector koopwoning beoogd met een maximale bouwhoogte van 8,5 meter. Naast de vrijstaande woning wordt één blok middeldure koop appartementen beoogd met een maximale bouwhoogte van 7 meter. Achter de bebouwing langs de Westersingel worden negen vrije sector koopwoningen beoogd, die haaks staan op de bebouwing aan de Westersingel. Deze woningen hebben rondom een gezamenlijke tuin gesitueerd. Deze gronden zijn als 'Groen' bestemd, en hierbinnen is geen bebouwing toegestaan. De maximale bouwhoogte van deze negen vrije sector woningen betreft 7,5 meter. Door deze situering van de woonblokken is invulling gegeven aan de uitgangspunten zoals geformuleerd in de NvU.

Op het openbaar terrein worden 20 parkeerplaatsen gerealiseerd. Daarnaast zijn de vrije sector koopwoningen voorzien van parkeerplaatsen op eigen terrein. Hier wordt in navolgende paragraaf nader op ingegaan. Figuur 2.2 Situering bouwblokken binnen het plangebied.

Toelichting (vastgesteld)

13

bestemmingsplan Westersingel 82 - 94

Autoparkeernormen De gemeente Lansingerland heeft op 30 maart 2017 het bestemmingsplan “Parapluherziening parkeernormering Lansingerland” vastgesteld. Met het verdwijnen van de grondslag voor het toetsen aan stedenbouwkundige aspecten in de gemeentelijke bouwverordeningen, is het wenselijk op een andere wijze te voorzien in een toetsingskader voor parkeren. Met het parapluplan wordt voor het gehele gemeentelijke grondgebied voorzien in een kader waaraan ontwikkelingen kunnen worden getoetst op parkeeraspecten. De parapluherziening legt de koppeling met de “Nota parkeernormen gemeente Lansingerland 2014”. Het plan voorziet in de aanleg van 19 parkeerplaatsen in het openbaar gebied. Deze parkeerplaatsen zijn bestemd voor de sociale en middeldureappartementen aan de Westersingel. Voor de grondgebonden woningen binnen het plangebied geldt dat deze voorzien zijn van twee parkeerplaatsen op eigen terrein waardoor geconcludeerd wordt dat het plan voldoet aan de geldende parkeernormering. Het een en ander is weergegeven in onderstaand tabel.

Type

Aantal

P-norm

Parkeren op eigen terrein

Koop, huis, vrijstaand

1

1,9

2

Koop, huis, twee onder een kap

4

1,8

8

Koop, tussen/hoek

5

1,6

10

Koop, appartement, midden

5

1,5

14

Openbaar

7,5

Toelichting (vastgesteld)

bestemmingsplan Westersingel 82 - 94

Huur, appartement, goedkoop

5

1,1

5,5

Bezoek

20

0,3

6

Totaal

20

20

19

Verkeersgeneratie en ontsluiting In Lansingerland is het OV-aanbod naar de centra van de diverse kernen niet dusdanig dat het autobezit gebruik er door wordt beïnvloed. Daarom wordt voor alle kernen uitgegaan van de kencijfers voor de ‘rest bebouwde kom’ en daarnaast zijn de kencijfers voor ‘buitengebied’ relevant. Kencijfers voor ‘centrumgebieden’ en ‘schil-ïoverloopgebieden’ zijn niet relevant voor de gemeente Lansingerland. Geen van de kernen heeft namelijk een (stads)centrum met een hoger aanbod en hogere kwaliteit van alternatieve vervoerswijzen dan de rest van de kern. Uitgaande van het CROW-kencijfer voor de gemeente Lansingerland die kan worden aangemerkt als ‘matig stedelijk’ en het gebied dat ligt in ‘rest bebouwde kom’ geldt een verkeersgeneratie van minimaal 132 en maximaal 153. De bestaande wegenstructuur kan een toename van dit aantal motorvoertuigbewegingen zonder problemen afwikkelen. Dit aspect staan niet aan vaststelling van het bestemmingsplan in de weg. Aan de zuidzijde van het plangebied, ter plaatse van het perceel dat kadastraal bekend staat onder nummer 6106, bevindt zich in de huidige situatie een erftoegangsweg. De woningen aan de Noordeindseweg (nummers 3, 3a, 3b, 3c, 5, 5a, 5b en 5c) mogen in de bestaande situatie gebruik maken van deze weg middels een erfdienstbaarheid.

De regels die gelden voor dit zakelijk recht wordt als gevolg van het plan waar voorliggend bestemmingsplan ruimte aan biedt niet geschonden.

2.4

Juridische aspecten

2.4.1

Inleiding

Voorliggend bestemmingsplan is opgesteld conform de gemeentelijke standaard, met inachtneming van de bepalingen die zijn opgenomen in de Regeling standaarden ruimtelijke ordening (Rsro), zoals de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen (SVBP) en het coderingssysteem Informatiemodel Ruimtelijke Ordening (IMRO). In dit hoofdstuk wordt ingegaan op de wijze waarop de regels en verbeelding van voorliggend plan zijn opgebouwd.

2.4.2

Planmethodiek

Het bestemmingsplan heeft als doel om de toekomstige situatie zo concreet mogelijk vast te leggen, maar toch flexibiliteit te behouden voor het beoogd bouwplan. Voor de juridische regeling is aangesloten op het vigerende plan en het handboek van de gemeente Lansingerland, aangevuld met specifieke regelingen. Bij de opzet van het plan is gekozen voor de eindbestemming 'Wonen'.

2.4.3

Regels

De regels bestaan uit vier hoofdstukken: » » * »

Inleidende regels (hoofdstuk 1) Bestemmingsregels (hoofdstuk 2) Algemene regels (hoofdstuk 3) Overgangs- en slotregels (hoofdstuk 4)

Hierna wordt een korte toelichting gegeven op de in het plan voorkomende artikelen.

Hoofdstuk1 Inleidende regels In dit hoofdstuk is een aantal begrippen verklaard, dat wordt gebruikt in de regels. Dit voorkomt dat er bij

Toelichting (vastgesteld)

15

bestemmingsplan Westersingel 82 - 94

de uitvoering van het plan onduidelijkheden ontstaan over de uitleg van bepaalde regelingen. Daarnaast is het artikel "Wijze van meten” opgenomen waarin bepaald is hoe de voorgeschreven maatvoering in het plan gemeten moet worden.

Hoofdstuk2 Bestemmingsregels In dit hoofdstuk zijn de in het plan voorkomende bestemmingen geregeld. In ieder artikel is per bestemming bepaald welk gebruik van de gronden is toegestaan en welke bouwregels er gelden. Hierna volgt een toelichting per artikel.

Groen De collectieve groene zone tussen de woningen is bestemd als 'Groen'. Hierbinnen zijn geen bebouwingsmogelijkheden toegestaan.

Tuin De tuinen van de woningen grenzend aan de collectieve groene zone zijn bestemd als tuin. Deze gronden dienen niet te worden beschouwd als 'erf in de zijn van artikel 1 van bijlage II behorende bij het Besluit omgevingsrecht, zoals dat artikel luidt op het moment van de datum van inwerkingtreding van dit plan.

Tuin - parkeren Binnen deze bestemming zijn parkeerplaatsen en tuinen toegestaan behorend bij de aangrenzende bestemming.

Verkeer Deze gronden zijn bestemd voor woonstraten, woonerven en pleinen waar auto’s niet zijn toegestaan. Binnen de bestemmingen zijn parkeervoorzieningen mogelijk.

Water - Overzone De waterbestemming is opgenomen voor de in het plangebied aanwezige (hoofd)watergangen. Hier mogen geen gebouwen worden opgericht.

Wonen De bestemming ‘Wonen’ is opgenomen voor de beoogde woningen. De gronden met de bestemming ‘Wonen’ mogen worden gebruikt voor woningen, al dan niet in combinatie met aan huis verbonden beroepen. Binnen de bestemming is een bouwvlak opgenomen waarbinnen een maximale bouwhoogte geldt. Zowel grondgebonden als gestapelde woningen zijn toegestaan. Gestapelde woningen zijn echter uitsluitend toegestaan ter plaatse van de aanduiding 'gestapeld', deze aanduiding is opgenomen ter plaatse van de beoogde appartementengebouwen. Binnen de bestemming 'Wonen' zijn maximaal 20 woningen toegestaan, waarvan maximaal 10 woningen gestapeld.

Hoofdstuks Algemene regels In hoofdstuk 3 worden enkele algemene regels gegeven, zoals de anti-dubbeltelregel. Ook worden algemene gebruiksregels gegeven. Daarnaast worden enkele algemene afwijkings- en wijzigingsregels gegeven die de flexibiliteit van het plan vergroten.

Hoofdstuk4 Overgangs- en slotregels In het overgangsrecht is een regeling opgenomen voor bebouwing en gebruik dat al bestond bij het opstellen van het plan, maar dat strijdig is met de opgenomen regeling. Onder bepaalde voorwaarden mag deze strijdige bebouwing en/of strijdig gebruik worden voortgezet of gewijzigd. In de slotregel is de officiële naam van het plan bepaald. Onder deze naam kan het bestemmingsplan worden aangehaald.

16

Toelichting (vastgesteld)

bestemmingsplan Westersingel 82 - 94

2.4.4

Geomterische plaatsbepaling I verbeelding

Voor het verbeelden van de geometrisch bepaalde bestemmingen is een ondergrond uit de Basisregistratie Grootschalige Topografie (BGT) gebruikt. Dit bestand is opgebouwd in coördinaten in het stelsel van de Rijksdriehoeksmeting, of kortweg Rijksdriehoekscoördinaten (ook wel: RDcoördinaten). Dit zijn de coördinaten die in Nederland worden gebruikt als grondslag voor onder meer geografische aanduidingen, waarbij de exacte locatie van een gebied wordt vastgelegd. In het plan is met behulp van lijnen, coderingen en arceringen aan gronden een bepaalde bestemming toegekend. Binnen een bestemmingsvlak zijn met aanduidingen nadere regels aangegeven. Op een afdruk van de geometrische plaatsbepaling, de verbeelding, zijn alle bestemmingen en aanduidingen naast elkaar zichtbaar. De gegevens zijn digitaal raadpleegbaar. Via de digitale portal waarop het plan wordt gepubliceerd kan, door te klikken op een bepaalde locatie, de bijbehorende bestemmingsregeling worden opgeroepen.

Toelichting (vastgesteld)

17

bestemmingsplan Westersingel 82 - 94

Hoofdstuk 3 3.1

Beleidskaders

Rijksbeleid

Het kader voor een bestemmingsplan wordt gevormd door diverse nationale, provinciale, regionale, en (deel)gemeentelijke nota's. Dit beleid stelt planologische en bestuurlijke beleidskaders (randvoorwaarden) aan de ruimtelijke (on)mogelijkheden voor het plangebied waarmee rekening moet worden gehouden. In dit hoofdstuk wordt voor het plangebied het relevante algemene beleid beknopt samengevat.

3.1.1

Nationale Omgevingsvisie (NOVI)

Nederland staat voor een aantal urgente opgaven, die zowel lokaal, regionaal, nationaal als wereldwijd spelen. Het betreffen opgaven op het gebied van klimaatverandering, energietransitie, circulaire economie, bereikbaarheid en woningbouw. Deze opgaven kunnen niet los van elkaar worden opgelost maar moten in samenhang bekeken worden. Met de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) geeft het Rijk een langetermijnvisie op de toekomst en de ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland. In de NOVI zijn de opgaven als volgt ingedeeld: » » » »

ruimte maken voor klimaatadaptatie en energietransitie; verduurzamen van de economie en behouden van groeipotentieel; sterker en leefbaarder maken van steden en regio's; toekomstbestendig ontwikkelen van landelijk gebied.

Relatie tot het plangebied De Nationale Omgevingsvisie heeft een hoog abstractieniveau en bevat zodoende alleen concreet beleid Voor een achttal, middels een zorgvuldig selectieproces aangewezen, NOVI-gebieden (zoals de havengebieden van Rotterdam en Amsterdam). Passend bij de NOVI-prioriteiten is het Rijk van plan in deze specifieke gebieden een extra impuls te geven aan grote transities en extra steun te geven aan de aanpak van grote, integrale fysieke opgaven die belangrijk zijn voor Nederland. Het gebied waar dit bestemmingsplan op ziet, betreft niet één van de door het Rijk aangewezen gebieden en kent vanuit de NOVI derhalve geen concreet beleid. Dit bestemmingsplan biedt wel de ruimte voor een ontwikkeling waarbij een bijdrage kan worden geleverd aan onder meer het versterken en verduurzamen van de gemeente Lansingerland.

Conclusie De beoogde ontwikkeling is niet in strijd met de NOVI, die gekenmerkt wordt door een hoog abstractie en schaalniveau. De kenmerken van het bouwplan zijn in lijn met de beleidskeuzen en de bijbehorende prioritering. Het beoogde plan levert bovendien een bijdrage aan enkele relevante nationale belangen.

3.1.2

Besluit algemene regels ruimtelijke ordening

Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro), vastgesteld op 22 augustus 2011, geconsolideerde versie 1 december 2020, voorziet in de juridische borging van het nationaal ruimtelijk beleid. Het bevat regels die doorwerken op gemeentelijk niveau, en dus relevant zijn voor bestemmingsplannen. Voorbeelden van zaken die geregeld zijn in het Barro zijn rijksvaarwegen, hoofdwegen, kustfundament en buisleidingen van nationaal belang.

Relatie tot het plangebied Net als de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte kenmerkt het Barro zich tot een hoog abstractieniveau en is het beleid alleen aan de orde op specifieke locaties (bijvoorbeeld in de mainports of nabij de kust) of bij specifieke projecten (zoals het project 'Randstad 380 kV'). Het plangebied ligt niet in een dergelijk gebied en bevat ook geen grootschalige ontwikkelingen die opgenomen zijn in het Barro. Om die reden bevat het Barro geen concreet beleid voor het plangebied.

Conclusie De beoogde ontwikkeling is niet in strijd met het Barro.

18

Toelichting (vastgesteld)

bestemmingsplan Westersingel 82 - 94

3.1.3

Besluit ruimtelijke ordening (2012)

De ladder voor duurzame verstedelijking is per 1 oktober 2012 als motiveringseis in het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) opgenomen (artikel 3.1.6 lid 2). De Ladder voor duurzame verstedelijking is ingericht voor een zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij alle ruimtelijke en infrastructurele besluiten waardoor de ruimte in stedelijke gebieden optimaal benut wordt. De Ladder geldt bij stedelijke ontwikkeling zoals bedrijventerreinen, kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen voor onderwijs, zorg, cultuur, bestuur, indoorsport en leisure. In het bestemmingsplan moet een motivatie worden opgenomen of er aan de hand van de duurzaamheidsladder gekeken is of het project past bij de regionale behoefte en/of de functies binnenstedelijk kunnen worden gerealiseerd. Het Bro bepaalt dat voor onder meer bestemmingsplannen de treden van de Ladder moeten worden doorlopen. Het doen van de Ladder voor duurzame verstedelijking is een goede ruimtelijke ordening in de vorm van een optimale benutting van de ruimte in stedelijke gebieden. De Ladder voor duurzame verstedelijking is per 1 juli 2017 gewijzigd. De Ladder is aangepast om de in de praktijk ervaren knelpunten op te lossen en de onderzoekslasten te verminderen. De effectiviteit van het instrument blijft behouden.

Het uitgangspunt is dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling voorziet in een behoefte en in beginsel in bestaand stedelijk gebied wordt gerealiseerd. Het doel is (en blijft) een zorgvuldig gebruik van de ruimte en het tegengaan van overprogrammering en de negatieve ruimtelijke gevolgen van leegstand.

Relatie tot het plangebied De ontwikkeling die dit bestemmingsplan mogelijk maakt ligt binnen bestaand stedelijk gebied. Het plan voorziet in de realisatie van maximaal 20 woningen. Het programma voorziet zowel in sociale huur als middeldure koop appartementen. Daarnaast worden ruimte geboden aan de realisatie van grondgebonden woningen. De regio kent begin 2019 een woningtekort van circa 23.800 woningen. Tezamen met de groeiende regionale woningbehoefte tot 2030 ontstaat een woningbehoefte van circa 68.500 woningen. De plancapaciteit voor de regio voorziet in circa 61.800 woningen tot 2030, waardoor een tekort ontstaat van 6.700 woningen. De woningmarkt van Rotterdam en Lansingerland kent een grote verbondheid. Bijna een kwart van de mensen die zich vestigen in Lansingerland komt uit Rotterdam. Deze trend zal zich in de toekomst voortzetten of zelfs uitbreiden. De woningprijzen in grote steden zoals Rotterdam en Den Haag zijn in vergelijking met gemeenten zoals Lansingerland erg hoog, en stijgen nog altijd. Deze blijvende druk op de woningmarkt in grote steden zorgt ervoor dat randgemeenten meer populariteit winnen. Door de ligging van Lansingerland en dankzij de goede verbindingen met Den Haag en Rotterdam, is Langsingerland een interessant vestigingsgebied voor huishoudens die door de flinke prijsstijgingen in de grote steden niet meer landen in Den Haag of Rotterdam.

Het nieuwbouwplan dat met het bestemmingsplan wordt mogelijk gemaakt draagt bij aan de woningbouwopgave die binnen de regio en gemeente Lansingerland. Het braakliggende terrein binnen het bestaand stedelijk gebied wordt getransformeerd tot woningbouwlocatie.

Conclusie De ontwikkeling is voorzien binnen het stedelijk gebied. Er bestaat een tekort aan woningen in de gemeente en binnen regio, waar het programma dat middels onderhavig bestemmingsplan wordt mogelijk gemaakt, aan bijdraagt. Er is zowel behoefte aan grondgebonden woningen als appartementen, waar onderhavig bestemmingsplan ruimte aan biedt Geconcludeerd kan worden dat voorliggend plan voldoet aan de voorwaarden voor duurzame verstedelijking. De Ladder voor duurzame verstedelijking is hiermee succesvol doorlopen.

Toelichting (vastgesteld)

19

bestemmingsplan Westersingel 82 - 94

3.2

Provinciaal beleid

Op 20 februari 2019 heeft de provincie Zuid-Holland het Omgevingsbeleid vastgesteld. Het Omgevingsbeleid van Zuid-Holland omvat al het provinciale beleid voor de fysieke leefomgeving. Het bestaat uit twee kaderstellende instrumenten: de Omgevingsvisie en de Omgevingsverordening. Met het Omgevingsbeleid van Zuid-Holland streeft de provincie naar een optimale wisselwerking tussen gewenste ruimtelijke ontwikkelingen en een goede leefomgevingskwaliteit. Uit de provinciale opgaven worden samenhangende beleidskeuzes gemaakt, die doorwerken naar uitvoeringsprogramma’s en naar regels in de verordening. De ruimtelijke hoofdstructuur maakt met een integraal kaartbeeld inzichtelijk hoe de strategische beleidskeuzes uit de Omgevingsvisie ruimtelijk samenkomen.

3.2.1

Omgevingsvisie Zuid-Holland

Door het samenvoegen van verschillende beleidsplannen voor de fysieke leefomgeving sorteert de provincie voor op de Omgevingswet. De Omgevingswet verplicht het Rijk, de provincies en gemeenten een omgevingsvisie te maken. De provinciale Omgevingsvisie bestaat uit de volgende onderdelen: * » » *

Een beschrijving en kaartbeelden van de ruimtelijke hoofdstructuur De ontwikkelrichting van het omgevingsbeleid: ambities en sturing Een beschrijving van de omgevingskwaliteit van Zuid-Holland, waaronder de provinciale inzet voor het verbeteren van de ruimtelijke kwaliteit; De samenhangende beleidskeuzes voor de fysieke leefomgeving.

Ad. 2 Omgevingsbeleid: ambities en sturing De ambitie van de provincie is een slim, schoon en sterk Zuid-Holland. De provincie gaat uit van zes richtinggevende ambities, waarbinnen een aantal opgaven zijn geformuleerd: 1. 2. 3. 4. 5. 6.

Naar een klimaatbestendige delta Naar een nieuwe economie: the next level Naar een levendige meerkernige metropool Energievernieuwing Best bereikbare provincie Gezonde en aantrekkelijke leefomgeving

Ad. 3 Omgevingskwaliteit Centraal doel van het integrale omgevingsbeleid is het verbeteren van de omgevingskwaliteit. Onder ‘omgevingskwaliteit’ wordt verstaan: het geheel aan kwaliteiten die de waarde van de fysieke leefomgeving bepalen. Ofwel een samenvoeging van ruimtelijke kwaliteit (belevingswaarde, gebruikswaarde en toekomstwaarde) en milieukwaliteit (gezondheid en veiligheid). De omgevingskwaliteit bestaat uit de unieke kwaliteiten van Zuid-Holland, het toepassen van de leefomgevingstoets (beleidscyclus en monitoring) en een nadere uitwerking van het provinciale beleid. Dit laatste gebeurt door middel van een ‘kwaliteitskaart’ en bijbehorende ‘richtpunten ruimtelijke kwaliteit’.

Kwaliteitskaart, richtpunten en gebiedsprofielen De provincie geeft richting en ruimte aan een optimale wisselwerking tussen ruimtelijke ontwikkelingen en omgevingskwaliteit. In de gehele provincie, zowel in het stedelijk gebied als in het landelijk gebied, beoogt het kwaliteitsbeleid een ‘ja, mits-beleid’: ruimtelijke ontwikkelingen zijn mogelijk, met behoud of versterking van de ruimtelijke kwaliteit. Het ruimtelijk kwaliteitsbeleid bestaat uit een viertal kwaliteitskaarten (de laag van de ondergrond, de laag van de cultuur- en natuurlandschappen, de laag van de stedelijke occupatie en de laag van de beleving), samengevat in één integrale kwaliteitskaart, bijbehorende richtpunten en een aantal bepalingen in de verordening. Ontwikkelingen moeten rekening houden met deze richtpunten. De kwaliteiten zijn uitgewerkt in de gebiedsprofielen. Het plangebied behoort niet tot een provinciaal gebiedsprofiel en/of een beschermingscategorie. Conform de provinciale kwaliteitskaart 'de laag van de ondergrond' is het plangebied aangeduid als ‘Veencomplex - oude zeeklei’. Richtpunt is dat ontwikkelingen een bijdrage leveren aan een duurzame

20

Toelichting (vastgesteld)

bestemmingsplan Westersingel 82 - 94

waterhuishouding. Voorgenomen ontwikkeling maakt de realisatie van 20 woningen mogelijk. Dit heeft geen negatief effect op een duurzame waterhuishouding van de droogmakerijen. In de laag van culuur- en natuurlandschappen is een minimaal deel van het plangebied aangewezen als 'linten'. Als richtpunt geldt dat linten als lint een onderscheidende bebouwingsvorm in het gebied blijven en hun lineare karakter behouden. Het plan is in hier niet van invloed op en voldoet aan het richtpunt. In de laag van stedelijke occupatie is het plangebied aangewezen als 'steden en dorpen' en 'bouwwerken voor energie-opwekking'. Figuur 3.0 Uitsnede laag van stedelijke occupatie (bron: kwaliteitskaart provincie Zuid - Holland).

Lrīag van de stedelījke occupatie Ruimtelijke reservering wegennetwerk Ruimtelijke reservering vaarA/egennelvŕerk

‘

Rijksweg Provinciale weg Spoorlijn Sted elijke wate rstru ctu ur ir d icatīef Stedetijke groenstructuur indicatief Historisch centrum, historische kern Stedetijk centrumgebied Stads- en dorpsrand (200 meter)

s

Glastuinbouwgebied Verb líjfs re creati egsb ied Watergebonden bedrijventerrein Steden en dorpen Water aís structuurdrager Plangebied

Steden kenmerken zich als de identiteit van de plek (historische, culturele, toeristische en ruimtelijke kenmerken), de geografische strategische ligging in het stedelijk netwerk en de aanwezige en nieuwe economische dragers maken van iedere stad en ieder centrum in het systeem een unieke plek met een eigen (ruimtelijke) karakteristiek. Een brede waaier aan woon- en werkmilieus is een belangrijke voorwaarde voor een aantrekkelijk vestigingsklimaat. Als herstructurering, transformatie of verdichting plaatsvindt binnen de stad, dan draagt dit bij aan de versterking van de ruimtelijke karakteristiek. Richtpunten zijn: » »

» » » » * »

Hoogteaccenten (waaronder hoogbouw) vallen zoveel mogelijk samen met centra (zwaartepunten) en interactiemilieus in de stedelijke structuur. Daar waar hoogbouw niet samenvalt met “zwaartepunten” in de stedelijke structuur geeft een beeldkwaliteitsparagraaf inzicht in de effecten, invloed en aanvaardbaarheid van hoogbouw op de (wijde) omgeving. Ontwikkelingen dragen bij aan versterking van de stedelijke groen- en waterstructuur. Een nieuwe uitbreidingswijk bouwt voort op het bestaande stads- en dorpsgebied en versterkt de overgangskwaliteit van de stadsrand (zie stads- en dorpsranden). Cultuurhistorisch waardevolle gebouwen en stedenbouwkundige patronen worden behouden door ze waar mogelijk een functie te geven die aansluit bij de behoeften van deze tijd. Het eigen karakter van het historisch centrum wordt versterkt. Historische centra en kernen blijven ervaarbaar vanuit het omringende gebied. Bij bedrijventerreinen krijgt de beeldkwaliteit van de randen, een goede ontsluiting en de samenhang met de omgeving extra aandacht.

De beoogde ontwikkeling betreft het realiseren van woningen waar voorheen een stuk grasland gesitueerd is geweest en het plangebied is gelegen in de directe nabijheid van het winkelcentrum Berkel

Toelichting (vastgesteld)

21

bestemmingsplan Westersingel 82 - 94

en Rodenrijs. Nieuwe vormen van energie zullen steeds meer het landschap beïnvloeden. Diverse nieuwe energiedragers zijn bouwwerken die, afhankelijk van locatie, vorm en grootte, matige tot grote invloed op het landschap kunnen hebben. Richtpunt bij ‘Bouwwerken voor energieopwekking’ is: »

Bij de plaatsing van nieuwe bouwwerken voor energieopwekking zal een beeldkwaliteitsparagraaf inzicht moeten geven in de effecten, invloed en aanvaardbaarheid van deze bouwwerken op de (wijde) omgeving.

De richtpunten hebben gezien de kleinschalige omvang van de ontwikkeling geen doorwerking. Er worden geen bouwwerken voor energieopwekking gerealiseerd. De ontwikkeling is daarmee in lijn met de provinciale kwaliteitskaart. Het plan kan beschouwd worden als een inpassingsontwikkeling aangezien bestaande structuren en kwaliteiten van de omgeving niet tot nauwelijks veranderen. Uitgangspunt is dat bij inpassing een ontwikkeling volledig past binnen de richtpunten. Bij de voorgenomen ontwikkeling in het plangebied wordt aan de van toepassing zijnde relevante richtpunten voldaan. Hierdoor ontstaat geen strijdigheid met het provinciaal beleid en past het plan binnen de provinciale Omgevingsvisie.

Ad 4. Beleidskeuzes De provincie heeft 12 provinciale opgaven gedefinieerd, die elk bestaan uit samenhangende beleidskeuzes. Deze beleidskeuzes werken door naar uitvoeringsprogramma’s en regels in de verordening. Hieronder zijn de voor het plangebied relevante opgaven uiteengezet.

Gezondheid en veiligheid Zorgen voor een gezonde en veilige leefomgeving en het beperken van hinder.

Ruimte en verstedelijking Zorgen voor een zorgvuldig ruimtegebruik en een compact, samenhangend en kwalitatief hoogwaardig bebouwd gebied. De voorgenomen ontwikkeling voorziet in de ontwikkeling van een gezonde en veilige leefomgeving en zorgvuldig ruimtegebruik. De diverse relevante milieuaspecten worden in hoofdstuk 7 verder uiteengezet en afgewogen In de Omgevingsvisie wordt tevens de beleidskeuze beschreven dat de provincie het duurzaam beschermen, benutten en beheren van de bodem en de ondergrond, zowel door middel van haar eigen beleid als door het beïnvloeden van dat van andere overheden bevordert. Het gaat hier om het beschermen en beheren van de kwaliteit van het bodem-grondwatersysteem in relatie tot het verantwoord aanbrengen, beheren en afbouwen van functies in de ondergrond. De provincie zet voor deze beleidskeuze in op: » » *

het optimaal benutten en beheren van bodem en ondergrond; het beschermen en beheren van het bodem- en grondwatersysteem; de nazorg van stortplaatsen in het kader van de Wet Milieubeheer.

Bodem- en grondwaterverontreinigingen zijn een risico voor mensen en biodiversiteit. Een goede chemische bodemkwaliteit is de basis voor een gezonde leefomgeving en een voorwaarde voor ruimtelijke en economische ontwikkelingen in een gebied. In paragraaf 7.4 van voorliggend plan wordt nader ingegaan op de bodemkwaliteit van het plangebied. Hieruit blijkt dat er, milieuhygiënisch gezien, geen belemmeringen aanwezig zijn voor de voorgenomen herinrichting van het grasland naar wonen met tuin.

Conclusie De voorgenomen ontwikkeling past binnen het provinciale beleid. Het beleid van de provincie Zuid-Holland vormt zodoende geen belemmering voor de ontwikkeling.

22

Toelichting (vastgesteld)

bestemmingsplan Westersingel 82 - 94

3.2.2

Omgevingsverordening Zuid-Holland

Per 15 maart 2022 is, naast de Omgevingsvisie, ook de Zuid-Hollandse Omgevingsverordening in werking getreden. De inhoud van de omgevingsvisie is voor een groot deel leidend voor de inhoud van de omgevingsverordening. In de verordening van provinciale staten van Zuid-Holland zijn de regels opgenomen voor het beschermen en benutten van de fysieke leefomgeving. Aan deze regels moeten ruimtelijke plannen van de gemeenten voldoen. Enkele relevante speerpunten uit de omgevingsverordening zijn de regels voor ruimtelijke kwaliteit en het toepassen van de ladder voor duurzame verstedelijking. Voor de ladder voor duurzame verstedelijking geldt overigens dat deze op basis van landelijke regelgeving niet van toepassing is, maar dat de provincie de bevoegdheid heeft nadere regels te stellen met betrekking tot de onderbouwing van de (regionale) behoefte, hetgeen de provincie Zuid-Holland in haar verordening heeft gedaan. Om te kunnen bepalen of een ruimtelijke ontwikkeling passend is, is vooral de ruimtelijke impact van belang. Hoe groot die ruimtelijke impact is wordt in specifieke gevallen bepaald aan de hand van gebiedsprofielen en door onderscheid te maken in drie soorten ontwikkeling: inpassing, aanpassing en transformatie.

Gelet op het uitgangspunt dat de ruimtelijke kwaliteit als gevolg van ontwikkeling per saldo niet afneemt, dient de toetsing aan ruimtelijke kwaliteit een integraal onderdeel te vormen van de planvorming en afweging.

Relatie tot ontwikkeling Er zijn diverse regels uit de Omgevingsverordening waar de voorgenomen ontwikkeling aan moet voldoen. Een samenvatting van deze regels met de relevante voorwaarden voor de voorgenomen ontwikkeling is onderstaand weergegeven.

Artikel 6.9 Ruimtelijke kwaliteit 5. Een bestemmingsplan kan voorzien in een ruimtelijke ontwikkeling onder de volgende voorwaarden: a.

de ruimtelijke ontwikkeling past binnen de bestaande gebiedsidentiteit, voorziet geen wijziging op structuurniveau, past bij de aard en schaal van het gebied en voldoet aan de relevante richtpunten ruimtelijke kwaliteit, waardoor de ruimtelijke kwaliteit per saldo ten minste gelijk blijft. In dit geval is er sprake van inpassen;

Artikel 6.10 Stedelijke ontwikkelingen: 1. Een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, voldoet aan de volgende eisen: a. de toelichting van het bestemmingsplan gaat in op de toepassing van de ladder voor duurzame verstedelijking overeenkomstig artikel 3.1.6, tweede, derde en vierde lid van het Besluit ruimtelijke ordening; b. Indien in de behoefte aan de stedelijke ontwikkeling niet binnen bestaand stads- en dorpsgebied kan worden voorzien en voor zover daarvoor een locatie groter dan 3 hectare nodig is, wordt gebruik gemaakt van grote buitenstedelijke bouwlocaties waarvan de plaats geometrisch is bepaald en verbeeld op kaart 19 in bijlage II en wordt rekening gehouden met de voor deze locaties opgenomen gegevens en criteria in bijlage X. 2. Een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling met de functie wonen mogelijk maakt voorziet in voldoende sociale huurwoningen. Onder voldoende wordt in ieder geval verstaan wat hierover is vastgelegd in de geldende door Gedeputeerde Staten aanvaarde regionale woonvisie. 3. Gedeputeerde staten kunnen bij de aanvaarding van een regionale visie aangeven in hoeverre de ladder voor duurzame verstedelijking op regionaal niveau geheel of gedeeltelijk is doorlopen.

In de toelichting van het bestemmingsplan kan in dat geval worden verwezen naar de regionale visie bij de beschrijving van de behoefte aan een nieuwe stedelijke ontwikkeling, als bedoeld in artikel 3.1.6, tweede lid, van het Besluit ruimtelijke ordening. 4. Gedeputeerde staten kunnen een regionale visie voor wonen of bedrijventerreinen vaststellen. Een bestemmingsplan bevat geen bestemmingen die in strijd zijn met de door gedeputeerde staten vastgestelde regionale visie.

Toelichting (vastgesteld)

23

bestemmingsplan Westersingel 82 - 94

Artikel 6.27a Risico's van klimaatverandering Op grond van artikel 6.27a geldt dat in een bestemmingsplan rekening gehouden wordt met de gevolgen van de risico's van klimaatverandering tenminste voor zover het betreft de risico's ten aanzien van: a. wateroverlast door overvloedige neerslag; b. overstroming; c. hitte; d. droogte; alsmede de effecten van de bovengenoemde risico's op het risico van bodemdaling. Voor zover risico's zich voordoen wordt rekening gehouden met het zo veel mogelijk voorkomen en beperken, via maatregelen of voorzieningen, dan wel het gericht aanvaarden van deze risico's. In paragraaf 7.5 van onderhavig plan wordt nader ingegaan op het aspect duurzaamheid. In hoofdstuk 5 wordt ingegaan op de aspecten wateroverlast, overstroming, hitte en droogte. Vooruitlopend op deze paragrafen kan geconcludeerd worden dit artikel niet aan vaststelling van onderhavig plan in de weg staat.

Artikel 6.10b Parkeernorm sociale huur 1. 2.

Een bestemmingsplan dat voorziet in nieuwe sociale huurwoningen hanteert een parkeernorm van maximaal 0,7 autoparkeerplaats per sociale huurwoning. In afwijking van het eerste lid kan een andere parkeernorm worden gehanteerd, als de gemeente op de lokale situatie afgestemde regels of beleid voor parkeren heeft vastgesteld.

Onderhavig bestemmingsplan biedt ruimte aan de realisatie van sociale huurwoningen. Aangezien de gemeente beschikt overeen eigen parkeernota, zoals nader is beschreven in paragraaf 2.3, hoeft niet voldaan te worden aan de norm van 0,7 parkeerplaatsen per sociale huurwoning. Ruimtelijke kwaliteit Het huidige ruimtelijk kwaliteitsbeleid richt zich vooral op het landelijk gebied. De verbindingtussen stad en land is echter een aandachtspunt dat ook middels een sterker samenhangend ruimtelijk kwaliteitsbeleid een impuls kan krijgen. Met de verdichtingsopgave en de verstedelijkingsstrategie die de provincie heeft, is het van belang dat die verstedelijking integraal plaats vindt, vanuit het uitgangspunt dat de ruimtelijke kwaliteit wordt versterkt. Het voorgaande betekent dat het stedelijk landschap een duidelijke plek krijgt in het ruimtelijk kwaliteitsbeleid, eveneens met bijbehorende richtpunten. De richtpunten zijn ingedeeld naar de sturende driedeling: in acht nemen, rekening houdenmet en betrekken bij. Hiermee kan de provincie vooral sturen op hoe een ontwikkeling een plek krijgt (en dus niet op of en waar een ontwikkeling een plek krijgt). In ieder geval gelden een aantal algemene richtpunten: » » » »

»

De meeste verstedelijkte landschappen zijn niet meer kenmerkend door het onderliggende landschapstype, maar door de tijdsgeest waarin de stedenbouwkundige structuur ontworpen is. Onderliggende landschapskenmerken en cultuurhistorische elementen en - lijnen in het stedelijk weefsel maken de steden uniek en 'leesbaar'. Zij helpen bij de oriëntatie. Ontwikkelingen dragen bij aan de karakteristieke kenmerken/identiteit van stad, kern of dorp. Het bundelen van economische kansen rondom toplocaties en tegelijkertijd het beter benutten van bestaande werklocaties voor een divers portfolio aan werk- en woonmilieus met oog op functiemenging en ruimte voor bedrijvigheid in de stad. Nieuwe ontwikkelingen dienen bij te dragen aan het tegengaan van bodemdaling.

Daarnaast zijn er specifieke richtpunten, waarbij de volgende specifiek op onderhavig project van toepassing zijn: * » *

24

Verstedelijking vindt vooral binnen bestaand stads- en dorpsgebied (BSD) en binnen invloedsgebied van hoogwaardig openbaar vervoer (HOV) plaats. Hoogteaccenten (waaronder hoogbouw) vallen zoveel mogelijk samen met centra (zwaartepunten) en interactiemilieus in de stedelijke structuur. Nieuwe ontwikkelingen sluiten aan bij bestaande landschappelijk structuren en dragen waar mogelijk bij aan versterking van de stedelijke groenblauwe structuur. Daarbij gaat het ook om de recreatieve kwaliteit en de bijdrage aan klimaatbestendigheid en de biodiversiteit.

Toelichting (vastgesteld)

bestemmingsplan Westersingel 82 - 94

Aan artikel 6.9 en de relevante richtpunten voor ruimtelijke kwaliteit voor het stedelijk landschap dient te worden voldaan. Omdat in onderhavige situatie sprake is van een ontwikkeling die naar aard en schaal past binnen de identiteit van de omgeving, is ook onder het nieuwe regime sprake van 'inpassen'. Een dergelijke ontwikkeling heeft in beginsel een beperkte ruimtelijke impact op gebiedskwaliteiten en vraagt daarmee om geen of weinig provinciale inmenging. Daarnaast is er binnen het plan oog voor duurzaamheid, klimaatadaptie en biodiversiteit. Die aspecten worden in navolgende paragrafen behandeld en beschouwd. Verstedelijking Uitgangspunt van de ‘ladder voor duurzame verstedelijking’ is dat gebouwd wordt naar behoefte. De provincie streeft ernaar dat aanbod en vraag, zoals in kwantitatieve als in kwalitatieve zin met elkaar in overeenstemming zijn. Regionale afstemming is hierbij nodig. Vanuit een oogpunt van zorgvuldig ruimtegebruik is het ongewenst nieuwe ontwikkelingen toe te laten als sprake is van overaanbod. De ladder voor duurzame verstedelijking komt aan bod in paragraaf 3.1.3 Besluit ruimtelijke ordening (2012). Gebleken is gebleken dat een grote behoefte bestaat aan nieuwe woningen binnen de regio Rotterdam en meer specifiek binnen de gemeente Lansingerland, waartoe het plangebied behoort.

Dat betekent dat er vanuit de provincie in zijn algemeenheid geen beperkingen worden opgelegd aan voorgenomen woningbouwontwikkeling. Geconcludeerd kan worden dat het provinciaal beleid niet aan vaststelling van het plan in de weg staat. Optimalisatie woningbouwplannen In de Omgevingsverordening worden nieuwe regels opgenomen over de dichtheid en verscheidenheid van woningbouw, parkeernormen voor sociale huurwoningen en parkeernormen voor stationsomgevingen. De provinciale parkeernormen geldt niet voor gemeenten die zelf al specifiek parkeerbeleid hebben vastgesteld, gebaseerd op eigen data over de lokale situatie en eigen overwegingen. De gemeente Lansingerland kent specifiek parkeerbeleid. Hierop wordt is paragraaf 2.3.1 nader op ingegaan. De opgenomen parkeernorm in de nieuwe Omgevingsverordening is gelet op voorgaande niet van toepassing. In onderhavige toelichting bij het bestemmingsplan is in paragraaf 3.1.3 Besluit ruimtelijke ordening (2012) De Ladder voor duurzame verstedelijking gemotiveerd. Hiermee wordt voldaan aan artikel 6.10 van de Omgevingsverordening Zuid-Holland. Zoals reeds is geconstateerd, past de beoogde ruimtelijke ontwikkeling binnen de aard en schaal van het gebied en voldoet het aan de richtpunten. Hiermee wordt voldaan aan de Omgevingsvisie en Omgevingsverordening.

Er is namelijk sprake van een inpassingsontwikkeling, omdat de ontwikkeling past binnen de gebiedsidentiteit (binnen bestaand stads en dorpsgebied en grenzend aan een bestaande woonwijk en winkelcentrum).

Conclusie Geconcludeerd kan worden dat het plan in lijn is met de Omgevingsverordening Zuid - Holland.

3.3

Gemeentelijk beleid

3.3.1

Omgevingsvisie Lansingerland

In de omgevingsvisie beschrijft de gemeente Lansingerland wat voor gemeente zij in de toekomst willen zijn. De visie geeft antwoord op de vraag wat de uitdagingen zijn voor Lansingerland en welke keuzes er in de toekomst gemaakt worden voor een verbonden, vindingrijk en gezond Lansingerland. Op thema’s zoals wonen, duurzaamheid, mobiliteit, kwaliteit van leefomgeving en gezondheid. De gemeenteraad heeft op 24 februari 2022 de omgevingsvisie vastgesteld. In de omgevingsvisie worden de volgende ambities benoemd: »

Verbonden in de metropool 1. Goed bereikbaar en moderne mobiliteitsvormen: inzetten op moderne, duurzame en schone vervoersmogelijkheden. 2. Toekomstbestendige omgeving: komen tot een omgeving die klimaatadaptief en natuurinclusief is ingericht.

Toelichting (vastgesteld)

25

bestemmingsplan Westersingel 82 - 94

3.

»

»

Sterke ruimtelijke structuren en ruime groengebieden: beschermen van groengebieden, water en historische en landschappelijke structuren. Vindingrijk en ondernemend 1. Home of Horti Science: mogelijk maken van kennisontwikkeling/innovatie en plek voor nieuwe mogelijkheden in de glastuinbouwsector. 2. Slimme verduurzaming: aanjagen van de energietransitie en circulaire economie via elektriciteitsopwekking, duurzame warmte en nieuwe materiaalstromen 3. Lokaal en regionaal werken en ondernemen: bevorderen van een goed vestigings- en ondernemersklimaat, werkgelegenheid en een gezonde middenstand. Gezond samen leven 1. Sterke samenleving met oog voor mensen: realiseren van een gelukkige en samenleving waar iedereen mee doet. 2. Ontwikkelen met karakter: ontwikkelen van voldoende duurzame woningen die passen bij de woningbehoeften. 3. Gezonde levensstijl in een passende omgeving: stimuleren van sociale en maatschappelijke veiligheid, positieve gezondheid en het beperken van gezondheidsrisico’s.

Bij inbreidingslocaties en (her)ontwikkelingen wordt het woningbouwprogramma afgestemd, waarbij de gemeente rekening houdt met identiteit, woningbehoefte, differentiatie, leefbaarheidsen duurzaamheidsdoelstellingen en financiële haalbaarheid.

Relatie tot het plangebied De ontwikkeling die middels dit bestemmingsplan wordt mogelijk gemaakt sluit aan op de bestaande woongebieden binnen de gemeente evenals het winkelcentrum Berkel en Rodenrijs. Bij de planuitwerking wordt ingezet op een groene invulling, waardoor het bijdraagt aan de ambitie om klimaatadaptieve nieuwbouw te realiseren. Zodoende is het initiatief passend binnen de voorgenoemde uitgangspunten van de Omgevingsvisie.

3.3.2

Woonvisie 2021 - 2025

De huidige woningvoorraad van Lansingerland bestaat vooral uit eengezinswoningen. Van de in totaal 24.245 woningen zijn ca. 20.000 woningen eengezinswoningen (83%). De bestaande woningvoorraad is daarmee geschikt voor gezinnen, maar niet passend voor de groeiende groep emptynesters/ senioren en de groep jongvolwassenen. Deze twee groepen bestaan nu uit 12.266 huishoudens waarvan een groot deel emptynesters en senioren nu in een eengezinswoning woont. In de woonvisie is omschreven dat er in totaal tot 2040 behoefte is aan 4.160 eengezinswoningen en ruim 4.170 gelijkvloerse woningen. De behoefte (tot 2040) aan sociale huurwoningen is 2.145, verdeeld in 770 eengezinswoningen en 1.375 gelijkvloerse woningen.

Missie en visie De gemeente Lansingerland staat - samen met haar partners - voor een groene, gezonde en (sociaal) duurzame leefomgeving, waar alle inwoners veilig en prettig kunnen wonen, werken, recreëren en zich verplaatsen. Daar hoort een woningaanbod bij dat past bij de gewenste sociale en demografische opbouw van de samenleving, met behoud van ons woonmilieu en historische en culturele waarden. Rekening houdend met bovenstaande missie en de bevindingen uit de vorige hoofstukken richt de gemeente zich in de Woonvisie op drie pijlers. Pijler 1- Een plek voor iedereen Lansingerland wil iedereen een plek kunnen bieden. Dit betekent dat de gemeente de komende jaren extra aandacht hebben voor de lage- en middeninkomens én senioren. Om verder een krachtige samenleving te kunnen blijven zijn, is het belangrijk dat de gemeente daarnaast ook werken aan sterke schouders en aandacht hebben voor groepen die gebaat zijn met bijzondere woonvormen. Lansingerland wil namelijk een gemeente zijn waar alle inwoners zoveel als mogelijk kunnen wonen in een voor hen passende woning. Pijler 2- Fijn en toekomstbestendig wonen Om fijn en toekomstbestendig te kunnen wonen is het belangrijk dat de gemeente rekening houdt met

26

Toelichting (vastgesteld)

bestemmingsplan Westersingel 82 - 94

dat wat Lansingerland als woonmilieu sterk maakt, en hetgeen er moet worden ontwikkeld om in de krachtige samenleving te voorzien. Woningbouwontwikkelingen worden afgestemd af op het karakter van de gemeente en de gewenste samenstelling van de samenleving. Pijler 3- Wonen in verbondenheid Wonen wordt niet gezien als een los thema, maar wordt sterk verbonden aan thema’s zoals economie, mobiliteit, duurzaamheid en de sociale- en fysieke leefomgeving, die samenkomen in het Toekomstperspectief. Wonen levert een bijdrage aan de sociale verbondenheid in een wijk of buurt.

Relatie tot het plangebied Onderhavig bestemmingsplan biedt ruimte aan de realisatie van grondgebonden woningen en appartementen. Het betreft zowel sociale huur- als middeldure koopappartementen. Het betreft een programma waar binnen de gemeente behoefte aan bestaat. Het plan biedt ruimte aan maximaal 20 woningen. Het ontwerp gaat uit van vijf sociale huurappartementen en vijf middeldure koopappartementen. Daarnaast worden in totaal 10 vrije sector koopwoningen beoogd binnen het plangebied. Het betreft één vrijstaande woningen aan de Westersingel tussen de twee appartementenblokken en negen gelegen aan het groene binnenhof.

3.3.3

Nota parkeren Laningerland en Nota parkeernormen

In deze nota zijn de hoofdlijnen voor het auto- en fietsparkeerbeleid voor de periode 2013-2020 vastgelegd. Dit beleid is nog steeds vigerend. De parkeernota vloeit voort uit het “Visiedocument verkeer en vervoer 2009-2020”, dat gaat voor duurzame bereikbaarheid en inzet op milieuvriendelijke vervoerwijzen, ketenmobiliteit en mobiliteitsmanagement. Uniformering van de parkeernormen voor de kernen van Lansingerland en het behoedzaam uitbreiden van parkeergelegenheid in verband met openbaar groen en buitenspeelruimte is de ambitie. Bij het auto- en fietsparkeren moet telkens gezocht worden naar de juiste balans tussen bereikbaarheid, leefbaarheid en economie. Daarnaast wordt ingezet op het verleiden van de verkeersdeelnemer om ook gebruik te maken van andere vervoerswijzen dan de auto, zoals de fiets en het openbaar vervoer om de bereikbaarheid en leefbaarheid te bevorderen. Waar mogelijk wordt ruimte geboden voor de auto, maar tegelijkertijd wordt fietsgebruik gestimuleerd door goede parkeervoorzieningen in centra en bij het OV.

Relatie tot het plangebied In paragraaf 2.3.1 Verkeersaspecten is het aspect reeds beschouwd.

3.3.4

Welstandsnota

Het welstandsbeleid dat in de welstandsnota (vastgesteld d.d. 26 april 2012) wordt uiteengezet, is bedoeld om de ruimtelijke kwaliteit van de gemeente Lansingerland te behouden en te stimuleren. Elk bouwplan moet, zowel op zichzelf, als in relatie tot zijn omgeving voldoen aan de redelijke eisen van welstand, volgens criteria die zijn vastgesteld in de gemeentelijke welstandsnota. Bovendien mogen bestaande bouwwerken niet in ernstige mate in strijd zijn met redelijke eisen van welstand, ook weer volgens de criteria in de welstandsnota. Alleen als de gemeenteraad een gebied of een object als ‘welstandsvrij’ aanwijst, vervalt de preventieve welstandsbepaling. In Lansingerland wil de gemeente echter bij een deel van de vrije gebieden een vangnet behouden in de vorm van een paar summiere criteria om excessen te voorkomen. Gesproken wordt daarom van ‘vrij met excessenregeling’. Het welstandsbeleid van Lansingerland is uitgewerkt op basis van vier welstandsniveaus: » » * »

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Lansingerland&id=9948a980-7c2b-46ef-9f9d-56318ed86dcf