CConstaterende datLansingerland
Koppel je AI →
Document · PDF

[T24.00346] Toelichting bestemmingsplan Hoekeindseweg 147

Commissie Ruimte 5 maart 2024, gemeente LansingerlandBij agendapunt: Bestemmingsplan Hoekeindseweg 147 Bergschenhoek27.979 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

Lansìngerland Gemeente Lansingerland Bestemmingsplan “Hoekeindseweg 147”

8 december 2023

Ontwerp

Gemeente Lansingerland Bestemmingsplan “Hoekeindseweg 147”

Vast te stellen

INHOUD: -

TOELICHTING PLANREGELS VERBEELDING

Identificatiecode: NL. IMRO. 1621.BP0186-VAST Werknummer KuiperCompagnons: 623.146.30 Datum: 6 december 2023

KUIPER

COMPAGNONS

Gemeente Lansingerland Team Ruimtelijk en Economisch Strategie

1e concept Voorontwerp Inspraak Vooroverleg Ontwerp Terinzagelegging Vaststelling

Procedureoverzicht datum document 6 februari 2019 10 september 2019 26 september t/m 23 oktober 2019 17 september t/m 28 oktober 2019 4 februari 2020 13 februari 2020 t/m 25 maart 2020 2 februari 2024

Projectleider gemeente: Projectleider KuiperCompagnons:

Dhr. P. (Peter) Bos Mw. F.M. (Frederique) Fresen

Opmerkingen

TOELICHTING

Inhoudsopgave van de toelichting

1

Inleiding

1

1.1 1.2 1.3 1.4 1.5

Aanleiding en doel van het plan Bij het plan behorende stukken Ligging en begrenzing plangebied Voorgaand bestemmingsplan Leeswijzer

1 1 1 1 2

2

Planbeschrijving

3

2.1 2.2 2.3

Bestaande situatie Ruimtelijke ontwikkeling Juridische aspecten

3 3 6

3

Beleidskader

9

3.1 3.2 3.3 3.4

Rijksbeleid Provinciaal beleid Gemeentelijk beleid Conclusies

9 10 10 18

4

Natuur en landschap

19

4.1 4.2 4.3

Kader Onderzoek Conclusie

19 20 24

5

Water

25

5.1 5.2 5.3

Kader Onderzoek Conclusie

25 28 33

6

Archeologie en cultuurhistorie

34

6.1 6.2.

Archeologie Cultuurhistorie

34 35

7

Milieu

38

7.1 7.2 7.3 7.4. 7.5 7.6 7.7 7.8 7.9

Algemeen M.e.r.-beoordeling Bodemkwaliteit Akoestische aspecten Luchtkwaliteit Milieuzonering Externe veiligheid Overige belemmeringen Duurzaamheid

38 38 38 39 39 42 43 43 46

8

Uitvoerbaarheid

48

8.1 8.2 8.3

Economische uitvoerbaarheid Maatschappelijke uitvoerbaarheid Handhavingsaspecten

48 48 48

9

Procedure

50

9.1 9.2

Voorbereidingsfase Ontwerpfase

50 50

Bijlagen bij de toelichting Bijlage 1: Bijlage 2: Bijlage 3: Bijlage 4: Bijlage 5: Bijlage 6:

Quick scan natuurwetgeving bouwplan Hoekeindseweg 147 Bergschenhoek, Groenteam, d.d. 3 december 2019 Advies omzetting bedrijfswoningen aan HEW 143 en 145 naar plattelandswoningen, DCMR, d.d 11 juli 2019 Nota inspraak en overleg en staat van wijzigingen bestemmingsplan “Hoekeindse­ weg 147”, Gemeente Lansingerland, 4 februari 2020 M.e.r.-beoordelingsbesluit Hoekeindseweg 147, Bergschenhoek, Gemeente Lansingerland, 4 februari 2020 Aerius-berekeningen Hoekeindseweg 147, Bergschenhoek, KuiperCompagnons, d.d. 5 december 2023 Update 2023 Quick scan flora & fauna, bouwplan Hoekeindseweg 147 Bergschen­ hoek, Groenteam, d.d. 14 november 2023

Afbeelding 1.1: globale ligging en begrenzing plangebied

1

1

Inleiding

1.1

Aanleiding en doel van het plan Op het perceel aan de Hoekeindseweg 147 te Bergschenhoek heeft een integrale controle plaats­ gevonden door de DCMR, brandweer, politie en de gemeente Lansingerland. Tijdens deze con­ trole zijn diverse overtredingen geconstateerd. Op het terrein is bebouwing opgericht waarvoor geen omgevingsvergunning is verleend en verder vinden er bedrijvigheid en activiteiten plaats die in strijd zijn met het vigerende bestemmingsplan. Het doel van het voorliggende bestemmingsplan is het legaliseren van de wenselijke illegale ac­ tiviteiten door deze positief te bestemmen. Dit plan biedt een ruimtelijk kader voor hetgeen in de toekomstige situatie is toegestaan. Daarnaast biedt het bestemmingsplan een kader voor de ge­ wenste inrichting van het perceel.

1.2

Bij het plan behorende stukken Het bestemmingsplan “Hoekeindseweg 147” bestaat uit bestemmingen en regels. De bestem­ ming van de gronden is geometrisch bepaald1 door middel van lijnen, coderingen en arceringen. In de bestemmingen zijn regels ten aanzien van het bouwen en het gebruik opgenomen. Het plan gaat vergezeld van deze toelichting. In de toelichting worden de keuzes die zijn gemaakt bij het opstellen van de geometrische plaatsbepaling en de regels verantwoord en verduidelijkt. Vervol­ gens wordt hierin de uitvoerbaarheid van het plan aangetoond.

1.3

Ligging en begrenzing plangebied Het plangebied is gelegen aan de Hoekeindseweg, aan de noordoostzijde van de kern Berg­ schenhoek. Het perceel is gelegen aan de rand van diverse grootschalige glastuinbouwcom­ plexen. Globaal wordt het plangebied begrensd door: De Hoekeindseweg aan de zuidoostzijde; Bestaande agrarische percelen en bedrijfspercelen aan de zuidwest-, noordwest- en noordoostzijde. Afbeelding 1.1 geeft de globale ligging en begrenzing van het plangebied weer.

1.4

Voorgaand bestemmingsplan Ter plaatse van het plangebied vigeert, totdat het voorliggende bestemmingsplan in werking treedt, het bestemmingsplan “Oosteindsepolder en Warmoeziersweg”, dat op 26 september 2013 door de gemeenteraad van Lansingerland is vastgesteld. Op grond van het vigerende bestemmingsplan kent het volledige plangebied de bestemming ‘Agrarisch - Glastuinbouw’. Een groot deel van het kassencomplex kent daarnaast ook de aan­ duiding ‘caravanstalling’ waardoor het op deze gronden tevens is toegestaan om caravans te stallen. Het meest zuidoostelijke deel van het plangebied kent de dubbelbestemming ‘Waarde - Arche­ ologie 1 ’. Ten slotte loopt door het plangebied ook een waterleiding. Deze is bestemd als ‘Leiding - Water’.

1 Geografische coördinaten volgens het Rijksdriehoekstelsel bepalen de ligging van een bestemming. Met gebruikmaking van de coördinaten kan exact de plaats van een object in een gebied worden bepaald.

Bestemmingsplan “Hoekeindseweg 147' Toelichting Vastgesteld, december 2023

2

Afbeelding 1.2: uitsnede vigerend bestemmingsplan 'Oosteindsepolder en Warmoeziersweg’ (het plangebied is rood omkaderd).

Strijdigheid met het bestemmingsplan “Oosteindsepolder en Warmoeziersweg” Uit de controle is gebleken dat een aantal activiteiten die in het plangebied plaatsvinden niet passen binnen het vigerende bestemmingsplan. Bovendien is ook bebouwing opgericht in strijd met de bouwregels van het bestemmingsplan. De gronden met de bestemming ‘Agrarisch - Glas­ tuinbouw’ zijn bestemd voor glastuinbouwbedrijf en voorzieningen van algemeen nut behorende bij de glastuinbouwbedrijven. Daarnaast is er een aantal ondergeschikte voorzieningen mogelijk. In een groot deel van het kassencomplex vindt opslag van caravans plaats. Op het achterste deel van deze kassen is de aanduiding ‘caravanstalling’ echter niet opgenomen. De opslag van de caravans is daar in strijd met het bestemmingsplan. Daarnaast vinden er nog meer activiteiten plaats, die qua aard en schaal niet passen bij hetgeen in de vigerende bestemming beoogd is. 1.5

Leeswijzer In hoofdstuk 2 wordt een beschrijving van de beoogde ontwikkeling gegeven en wordt ingegaan op de bestaande situatie. Ook wordt de wijze van bestemmen nader toegelicht. Vervolgens wordt de beoogde ontwikkeling in hoofdstuk 3 getoetst aan het beleid van het Rijk, provincie en de gemeente Lansingerland. In de hoofdstukken 4, 5 en 6 wordt achtereenvolgens ingegaan op de aspecten ‘Natuur en landschap’, ‘Water’ en ‘Archeologie en cultuurhistorie’. In hoofdstuk 7 wordt ingegaan op diverse sectorale milieuaspecten. In hoofdstuk 8 wordt ingegaan op de maatschap­ pelijke en economische uitvoerbaarheid van het plan. In hoofdstuk 9 wordt tot slot de bestem­ mingsplanprocedure beschreven.

Bestemmingsplan “Hoekeindseweg 147' Toelichting Vastgesteld, december 2023

3

2

Planbeschrijving

2.1

Bestaande situatie Op de percelen aan de Hoekeindseweg 147 worden verschillende bedrijfsactiviteiten uitgeoefend. In afbeelding 2.1 is een luchtfoto van de bestaande situatie weergegeven. In de kassen, die een groot deel van het plangebied bestrijken, zijn caravans gestald en vindt bovendien de opslag van diverse goederen plaats. Tussen deze kassen en de Hoekeindseweg en op de binnenplaats vindt momenteel opslag van diverse materialen en containers plaats.

Afbeelding 2.1: luchtfoto van de bestaande situatie (het plangebied is rood omkaderd).

In het gebied dat voor de kassen ligt, vinden veel verschillende activiteiten plaats. Aan weerszij­ den van de inrit aan de Hoekeindseweg zijn ten slotte twee bedrijfswoningen met tuin gelegen. 2.2

Ruimtelijke ontwikkeling

2.2.1 Programma Dit bestemmingsplan biedt een ruimtelijk kader voor de toekomstige inrichting van het perceel. In opdracht van en in samenwerking met de gemeente is een notitie ‘kavelindeling en beeldkwaliteit’ opgesteld. Deze notitie heeft gediend als uitgangspunt bij het opstellen van dit bestemmingsplan en is als bijlage bij de regels gevoegd. In dit document is een impressie van de wenselijke situatie weergegeven en zijn uitgangspunten bij herstructurering van de kavel geformuleerd. In afbeelding 2.2 en 2.3 is een impressie van de gewenste toekomstige situatie en het eindbeeld weergegeven.

Afbeelding 2.2: impressie van de gewenste toekomstige situatie.

Bestemmingsplan “Hoekeindseweg 147' Toelichting Vastgesteld, december 2023

4

Afbeelding 2.3: uitsnede impressie van de gewenste toekomstige situatie met toepassing van de wijzigingsbevoegdheid en met de locatie van de slagboom (in het rood).

Om tot het gewenste eindbeeld te komen, wordt gebruik gemaakt van een gefaseerde aanpak, bestaande uit twee fases. Fase één richt zich op het wijzigen van huidige opslag in containers in nieuwe kasachtige bebouwing, gesitueerd in een toekomstgericht ruimtelijk raamwerk. Fase twee voorziet in een verdere uitbreiding van de bebouwingsmogelijkheden. Fase twee is pas mogelijk nadat fase één correct is afgerond en na toepassing van de wijzigingsbevoegdheid.

Afbeelding 2.4: overzicht van de voorgenomen fases.

Om het gebied te ordenen zijn aan de noordkant van de ontsluitingsweg, tussen de kassen en de Hoekeindseweg, drie vlakken met de bedrijfsbestemming opgenomen. Ook ten zuiden van de ontsluitingsweg wordt een nieuw vlak met de bedrijfsbestemming opgenomen (fase 1). Deze wor­ den aan één zijde begrensd door de ontsluitingsweg en aan de drie andere zijden door groen. Ter borging van de veiligheid wordt op de ontsluitingsweg een slagboom geplaatst waarmee het achterste terreindeel kan worden afgesloten. De locatie van deze slagboom is op de verbeelding aangeduid met een functieaanduiding ‘slagboom’. Hieraan is een voorwaardelijke verplichting gekoppeld: het gebouw op terreindeel mag niet eerder in gebruik worden genomen dan nadat de slagboom is gerealiseerd. Achter de kassen en door verbreding van de perceelsloten langs het plangebied wordt de beno­ digde waterberging ten behoeve van de uitbreidingsmogelijkheden gerealiseerd. De verharde gronden achter het complex worden anders ingericht en zullen groener worden vormgegeven. Hier wordt ruimte gereserveerd ten behoeve van parkeervoorzieningen. De parkeernorm voor de toekomstige ontwikkeling en de bestaande caravanstalling is in samen­ spraak met de gemeente vastgesteld. De parkeerplaatsen liggen deels tussen de bestaande en toekomstige bebouwing geconcentreerd en deels langs toekomstige ontsluitingen.

Ook wordt het aanduidingsgebied ‘caravanstalling’ uitgebreid. Bij de vaststelling van het vige­ rende plan lag een deel van het kassencomplex, waarin reeds caravanstalling plaatsvond, nog in het provinciale glastuinbouwbedrijvengebied. Hierdoor was het opnemen van de aanduiding nog niet mogelijk. Inmiddels heeft de provincie, mede op verzoek van de eigenaar en de gemeente, de ligging van het glastuinbouwgebied aangepast, zodanig dat het gedeelte waarop de aandui­ ding ‘caravanstalling’ ontbrak buiten het glastuinbouwgebied is gelaten. Ter plaatse van het kan­ toortje behorend bij de caravanstalling wordt de functieaanduiding ‘bemiddeling in caravans’

Bestemmingsplan “Hoekeindseweg 147' Toelichting Vastgesteld, december 2023

5

toegevoegd. Detailhandel en/of bedrijfsmatige verkoop (bijvoorbeeld door een exploitant of door de eigenaar van dit perceel) is hier uitgesloten: enkel particuliere verkoop door de eigenaar van een caravan zelf is toegestaan. De bedrijfswoningen die gelegen zijn aan de Hoekeindseweg 143 en 145 worden middels dit bestemmingsplan omgezet van bedrijfswoning naar plattelandswoning. In fase twee is voorzien in de realisatie van twee extra bedrijfsgebouwen. Ook is het mogelijk een bijzonder kopgebouw te realiseren waardoor optimaal gebruik gemaakt wordt van de zichtbaar­ heid van de locatie, zie afbeelding 2.3.

2.2.2 Ruimtelijke inpassing Een belangrijke aanleiding voor het opstellen van dit bestemmingsplan is de ruimtelijke kwaliteit van het perceel in de huidige situatie. Zoals eerder is aangegeven vinden allerlei activiteiten plaats op de gronden voor de kassen. Momenteel is dit grotendeels in strijd met het juridischplanologisch kader en is de ruimtelijke inpassing van de activiteiten niet (concreet) vastgelegd in het vigerende bestemmingsplan. In het kader van herinrichting van het perceel aan de Hoekeind­ seweg 147 is ook aandacht besteed aan de beeldkwaliteit van de toekomstige situatie. Landschappelijke inpassing. Het plangebied ligt op een belangrijke zichtlocatie. Wanneer men het plangebied vanaf de N209 nadert, heeft men vrij zicht op het plangebied en de activiteiten die hier plaats vinden. Om deze reden is het belangrijk om de ontwikkeling in het plangebied goed in te passen. In de notitie Hoekeindseweg 147, Kavelindeling en beeldkwaliteit zijn een aantal eisen opgenomen die terug komen in de indicatieve verkaveling en vervolgens is vastgelegd in het bestemmingsplan. Deze zijn: -

Het plan dient integraal en kwalitatief goed ontworpen te worden, waarbij de landschappe­ lijke structuren versterkt worden; De zichtlijn in het hart van het plangebied dient landschappelijke ingekaderd te worden; Door de toevoeging van bomen en beplanting worden de ecologische structuur en water­ zuivering verbeterd; De wateropgave dient integraal meegenomen te worden en aan te sluiten op de bestaande structuren en natuurlijk vormgegeven te worden. De oevers dienen ecologisch en natuurlijk vormgegeven te worden.

Deze eisen zijn hard en zijn daarom ook vertaald in het bestemmingsplan. De toe te voegen bedrijfsbestemmingen worden omsloten door groenstructuren die bestemd zijn als ‘Groen’. De realisatie en instandhouding van een landschappelijke inkadering van de zichtlijn en de oevers is geborgd middels voorwaardelijke verplichtingen. De aanleg en instandhouding van de beno­ digde waterberging is ook geregeld door middel van een voorwaardelijke verplichting. Deze notitie is bijgevoegd als bijlage 3 bij de regels. Beeldkwaliteit In het kader van de beeldkwaliteit is door Van Hees tuin- en landschapsarchitectuur in samen­ werking met de gemeente de notitie Hoekeindseweg 147, Welstandscriteria beeldkwaliteit opge­ steld. Deze notitie is bijgevoegd als bijlage 4 bij de regels. Bij de aanvraag van de omgevingsvergunning zal het uiteindelijke bouwplan getoetst worden aan de criteria uit de notitie. Hiermee is een goede inpassing van de toekomstige bebouwing verzekerd.

Bestemmingsplan “Hoekeindseweg 147' Toelichting Vastgesteld, december 2023

6

2.2.3 Ontsluiting en parkeren Ontsluiting De ontsluiting van de diverse bedrijven vindt ook in de toekomstige situatie plaats via de ontsluitingsweg in het midden van het plangebied. De aantakking op de Hoekeindseweg blijft ook be­ houden en vanaf hier wordt het verkeer via de Hoekeindseweg en vervolgens de N209 verder afgewikkeld. De eerste fase voorziet slechts in de ordening van de bedrijfsactiviteiten, het saneren van de illegale activiteiten en het aanbrengen van een ruimtelijk raamwerk. De eerste fase zorgt niet voor een toename van de verkeersaantrekkende werking. De tweede fase voorziet wél in een toename van de verkeersaantrekkende werking. Bij de uitwerking van de wijzigingsbevoegdheid dient aan­ getoond te worden dat de toename aan verkeer niet tot problemen leidt. Parkeren In de huidige situatie wordt het parkeren op eigen terrein opgelost. Ook in de toekomstige situatie wordt het parkeren op eigen terrein opgelost. Dit parkeren vindt plaats op verschillende plaatsen. Voor, achter en op de binnenplaats van het kassencomplex worden parkeervoorzieningen gere­ aliseerd. Naast deze voorzieningen wordt het in de toekomstige situatie ook mogelijk om te par­ keren in de aangegeven groenstroken tussen de bedrijfsbestemming en langs de ontsluitingsas, met uitzondering van de oeverzones.

Voor de diverse functies binnen het plangebied geldt een bijzondere parkeernorm die als voorwaardelijke verplichting is vastgelegd in de regels. 2.3

Juridische aspecten

2.3.1 Inleiding Voorliggend bestemmingsplan is opgesteld conform de gemeentelijke standaard, met inachtne­ ming van de bepalingen die zijn opgenomen in de Regeling standaarden ruimtelijke ordening (Rsro), zoals de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen (SVBP2012) en het coderings­ systeem Informatiemodel Ruimtelijke Ordening (IMRO). In dit hoofdstuk wordt ingegaan op de wijze waarop de regels en verbeelding van voorliggend plan zijn opgebouwd. 2.3.2 Bestemmingsmethodiek Het uitgangspunt voor dit bestemmingsplan is dat de wenselijke, illegale activiteiten worden ge­ legaliseerd en geordend. Daarnaast worden de onwenselijke, illegale activiteiten gesaneerd. Voor de gronden waarvan het gebruik niet wijzigt, wordt zoveel mogelijk aangesloten op het vigerende bestemmingsplan. Het bestemmingsplan heeft als doel om de toekomstige situatie zo concreet mogelijk vast te leg­ gen en weinig ruimte te laten voor een flexibele invulling of interpretatie. Dit om te voorkomen dat wederom een ongewenste situatie ontstaat. Voor de juridische regeling is aangesloten op het vigerende plan en het handboek van de ge­ meente Lansingerland, aangevuld met specifieke regelingen. Bij de opzet van het plan is gekozen voor de eindbestemmingen ‘Agrarisch’, ‘Agrarisch - Glastuinbouw’, ‘Bedrijf’, ‘Groen’, ‘Verkeer’, ‘Water’, ‘Leiding - Water’ en ‘Leiding - CO2’.

2.3.3 Regels De regels bestaan uit vier hoofdstukken: ^ Inleidende regels (hoofdstuk 1) ^ Bestemmingsregels (hoofdstuk 2)

Bestemmingsplan “Hoekeindseweg 147' Toelichting Vastgesteld, december 2023

7

^ »

Algemene regels (hoofdstuk 3) Overgangs- en slotregels (hoofdstuk 4)

Hierna wordt een korte toelichting gegeven op de in het plan voorkomende artikelen. Hoofdstuk 11nleidende regels In dit hoofdstuk is een aantal begrippen verklaard, dat wordt gebruikt in de regels. Dit voorkomt dat er bij de uitvoering van het plan onduidelijkheden ontstaan over de uitleg van bepaalde rege­ lingen. Daarnaast is het artikel "Wijze van meten” opgenomen waarin bepaald is hoe de voorge­ schreven maatvoering in het plan gemeten moet worden. Hoofdstuk 2 Bestemmingsregels In dit hoofdstuk zijn de in het plan voorkomende bestemmingen geregeld. In ieder artikel is per bestemming bepaald welk gebruik van de gronden is toegestaan en welke bouwregels er gelden. Hierna volgt een toelichting per artikel. Agrarisch Het gebied waarop de ontwikkeling van fase twee is voorzien, kent de bestemming ‘Agrarisch’. Binnen deze bestemming is ten behoeve van de ontwikkeling van de volgende fase een wijzigingsbevoegdheid opgenomen. Hierdoor is het mogelijk om in de toekomst meer bebouwingsmogelijkheden ten behoeve van bedrijvigheid te realiseren. Agrarisch - Glastuinbouw De gronden waarop het bestaande kassencomplex is gelegen en de gronden achter dit complex zijn bestemd als ‘Agrarisch - Glastuinbouw’. Het huidige gebruik is leidend geweest voor de ge­ bruiksmogelijkheden binnen deze bestemming.

Hierbij is aanvullend de functieaanduiding ‘par­ keerterrein’ opgenomen voor de voorgenomen parkeervoorziening achter en in het midden van de kassen. Om het illegale gebruik van een deel van de kassen voor caravanstalling te legaliseren is de bestaande functieaanduiding ‘caravanstalling’ vergroot. De locatie waar bemiddeling in ca­ ravans plaatsvindt is aangeduid als ‘specifieke vorm van agrarisch - bemiddeling in caravans'. Hier zijn de gronden uitsluitend bestemd voor particuliere verkoop van caravans die ter plaatse van de aanduiding 'caravanstalling' zijn gestald. Detailhandel en/of bedrijfsmatige verkoop is niet toegestaan. Daarnaast zijn de gronden, waarop de bestaande bedrijfswoningen staan, ook be­ stemd als ‘Agrarisch - Glastuinbouw’. De woningen aan de Hoekeindseweg 143 en 145 zijn voor­ zien van de aanduiding ‘specifieke vorm van agrarisch - plattelandswoning’ en worden hierdoor omgezet van bedrijfswoning naar plattelandswoning. Bedrijf Deze bestemming is toegekend aan drie vlakken aan de noordkant van de ontsluitingsweg tussen de kassen en de Hoekeindseweg en een deel van de gronden ten zuiden van de ontsluitingsweg. Groen De bestemming ‘Groen’ is toegekend aan de gronden rondom de bedrijfsbestemmingen en de onbebouwde gronden aan de Hoekeindseweg.

Voor deze gronden is middels de functieaandui­ ding ‘parkeerterrein uitgesloten’ geregeld dat op deze gronden geen parkeervoorzieningen mo­ gen worden gerealiseerd. Op de overige gronden is dit wel toegestaan. Verkeer De huidige ontsluitingsweg is bestemd als ‘Verkeer’. Daarnaast zijn ook de gronden voor het kassencomplex, waarop parkeren is voorzien, zodanig bestemd, aangevuld met de aanduiding ‘parkeerterrein’. Halverwege de toegangsweg is de aanduiding ‘slagboom’ opgenomen, waarbij via een voorwaardelijke verplichting is geregeld dat de caravanstalling en bedrijfsbebouwing op het perceel pas in gebruik mogen worden genomen nadat de slagboom is gerealiseerd.

Bestemmingsplan “Hoekeindseweg 147' Toelichting Vastgesteld, december 2023

8

Water De bestemming ‘Water’ is toegekend aan de gronden met bestaand water en de gronden waar de (toekomstige) watercompensatie is voorzien. Ook de voorziene natuurvriendelijke oevers zijn gelegen binnen deze bestemming. Leiding - CO2 Voor de aanwezige leiding voor CO2 is de dubbelbestemming ‘Leiding - CO2’ opgenomen. Deze dubbelbestemming waarborgt een ongestoorde ligging van de leiding en daarmee tevens de ex­ terne veiligheid. Leiding - Water Voor de in het plangebied gelegen (hoofd)watertransportleiding is de dubbelbestemming ‘Leiding - Water’ opgenomen. Deze dubbelbestemming waarborgt een ongestoorde ligging van de leiding. Tot slot zijn voorwaardelijke verplichtingen opgenomen voor de landschappelijke invulling van de zichtlijn en de oevers. Bovendien is ook een voorwaardelijke verplichting opgenomen voor de benodigde waterberging en het parkeren. Hoofdstuk 3 Algemene regels In hoofdstuk 3 worden enkele algemene regels gegeven, zoals de anti-dubbeltelregel. Ook wor­ den algemene gebruiksregels gegeven. Daarnaast worden enkele algemene afwijkings- en wijzigingsregels gegeven die de flexibiliteit van het plan vergroten. Hoofdstuk 4 Overgangs- en slotregels In het overgangsrecht is een regeling opgenomen voor bebouwing en gebruik dat al bestond bij het opstellen van het plan, maar dat strijdig is met de opgenomen regeling.

Onder bepaalde voor­ waarden mag deze strijdige bebouwing en/of strijdig gebruik worden voortgezet of gewijzigd. In de slotregel is de officiële naam van het plan bepaald. Onder deze naam kan het bestemmings­ plan worden aangehaald. 2.3.4 Geometrische plaatsbepaling I verbeelding Voor het verbeelden van de geometrisch bepaalde bestemmingen is een ondergrond uit de Ba­ sisregistratie Grootschalige Topografie (BgT) gebruikt. Dit bestand is opgebouwd in coördinaten in het stelsel van de Rijksdriehoeksmeting, of kortweg Rijksdriehoekscoördinaten (ook wel: RDcoördinaten). Dit zijn de coördinaten die in Nederland worden gebruikt als grondslag voor onder meer geografische aanduidingen, waarbij de exacte locatie van een gebied wordt vastgelegd. In het plan is met behulp van lijnen, coderingen en arceringen aan gronden een bepaalde bestem­ ming toegekend. Binnen een bestemmingsvlak zijn met aanduidingen nadere regels aangegeven. Op een afdruk van de geometrische plaatsbepaling, de verbeelding, zijn alle bestemmingen en aanduidingen naast elkaar zichtbaar. De gegevens zijn digitaal raadpleegbaar. Via de digitale portal waarop het plan wordt gepubli­ ceerd kan, door te klikken op een bepaalde locatie, de bijbehorende bestemmingsregeling wor­ den opgeroepen.

Bestemmingsplan “Hoekeindseweg 147' Toelichting Vastgesteld, december 2023

9

3

Beleidskader

3.1

Rijksbeleid Nationale Omgevingsvisie (NOVI) Ook in de toekomst moet Nederland een gezonde en aantrekkelijke leefomgeving bieden en eco­ nomisch kunnen floreren. Daarom is het van belang om inzicht te hebben in de opgaven waar Nederland voor staat. De druk op de ruimte, de leefomgeving, vraagt voortdurend om afweging van verschillende belangen. Ook internationale ontwikkelingen, de invloed van technologie en de groeiende verschillen tussen regio's vragen om snellere, creatieve en integrale afwegingen. Het klimaat verandert en er moet zorgvuldiger worden omgaan met energiebronnen en grondstoffen. Ook daaruit vloeien nieuwe opgaven. In aanloop naar de Omgevingswet is op 11 september 2020 één rijksvisie op de leefomgeving vastgesteld: de Nationale Omgevingsvisie (NOVI). Uitgangs­ punt in de nieuwe aanpak is dat ingrepen in de leefomgeving niet los van elkaar plaatsvinden, maar in samenhang. De NOVI schetst een duurzaam toekomstperspectief voor de leefomgeving in Nederland in 2050. Dit toekomstperspectief voor Nederland is: - Een klimaatbestendige delta; - Duurzaam, concurrerend en circulair; - Kwaliteit van leven in stad en dorp; - Nabijheid en betrouwbare verbindingen; - Veilig en gezond, herkenbaar en natuurlijk. Het realiseren van een fysieke leefomgeving die dit toekomstperspectief mogelijk maakt, is een gezamenlijke verantwoordelijkheid van alle overheden.

In de NOVI benoemt het Rijk 21 nationale belangen voor het omgevingsbeleid, inclusief de opgaven en de rol van het Rijk in het realiseren van deze opgaven. Deze opgaven komen samen in vier prioriteiten. Deze prioriteiten vormen complexe, omvangrijke en dringende opgaven die voortkomen uit of samenhangen met grote transities. Deze prioriteiten zijn: 1. Naar een duurzame en concurrerende economie; 2. Naar een klimaatbestendige en klimaatneutrale samenleving; 3. Naar een toekomstbestendige en bereikbare woon- en werkomgeving; 4. Naar een waardevolle leefomgeving. Deze vier opgaven kunnen alleen in samenhang verder worden gebracht wanneer aandacht is voor thema's die hier dwars doorheen lopen, zoals omgevingskwaliteit, gezondheid, cultuurhisto­ rie, klimaatadaptatie, water, bodem, (nationale) veiligheid en milieukwaliteit. Hierbij worden drie inrichtingsprincipes gehanteerd die helpen om in een specifieke casus of ge­ bied bij botsende belangen een zorgvuldige weging tussen nationale belangen te maken. Die inrichtingsprincipes zijn: 1. Combineren boven enkelvoudig; 2. Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal; 3. Afwentelen voorkomen. De komst van de Omgevingswet maakt het mogelijk om het beleid en aanpak rondom de gezonde leefomgeving steviger te verankeren, rekening houdend met de samenstelling van de wijk en de behoeften van inwoners.

Gemeenten krijgen onder de Omgevingswet namelijk meer ruimte voor lokaal maatwerk doordat taken worden gedecentraliseerd. Volgens het Rijk is een gezonde leef­ omgeving een omgeving waar inwoners zich prettig voelen, die uitnodigt tot gezond gedrag en zo min mogelijk negatieve invloed heeft op de gezondheid. Voor gemeenten is onder andere de 'Handreiking Gezonde Gemeente' door het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport op­ gesteld om te ondersteunen bij het sturen op een gezonde fysieke en sociale leefomgeving.

Bestemmingsplan “Hoekeindseweg 147' Toelichting Vastgesteld, december 2023

10

De NOVI is zelfbindend voor het Rijk. De rijksoverheid zet er wel op in dat provincies en gemeen­ ten bij het vaststellen van hun eigen omgevingsvisies rekening houden met wat er in de NOVI staat. Doorwerking in het plangebied Voorliggend plangebied komt niet specifiek aan bod in de nationale omgevingsvisie. Ladder voor duurzame verstedelijking (Besluit ruimtelijke ordening) Op grond van het Besluit ruimtelijke ordening (artikel 3.1.6 lid twee en drie) dienen plannen, waarin nieuwe stedelijke ontwikkelingen mogelijk gemaakt worden, getoetst te worden aan de Ladder voor duurzame verstedelijking. Onder een nieuwe stedelijke ontwikkeling wordt verstaan: ‘ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhan­ del, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen’. Toetsing aan de Ladder houdt in dat een plan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt een beschrijving bevat van de behoefte aan die ontwikkeling, en, indien het plan die ont­ wikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet bin­ nen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien.

Indien een bestemmingsplan wijzigingsbevoegdheden of uitwerkingsplichten bevat, kan bij het moederplan worden bepaald dat de Laddertoets zich niet richt op het moederplan, maar onder­ deel dient te zijn van het wijzigings- of uitwerkingsplan. Voorgenomen ontwikkeling voorziet in de realisatie van ontwikkelingen in twee fases. In de eerste fase worden de illegale bedrijfsactiviteiten gesaneerd en wordt een ruimtelijk raamwerk aange­ bracht. De eerste fase voorziet daarmee niet in een verandering van het planologisch ruimtebe­ slag. De ontwikkeling ziet toe op dezelfde gronden. Daarnaast is geen sprake van functiewijzi­ ging. Het bestemmingsplan voorziet in herschikking van de bedrijfsactiviteiten en het saneren van de illegale activiteiten. Hierbij worden geen zwaardere activiteiten mogelijk gemaakt en worden zelfs sommige huidige activiteiten wegbestemd. In de uitspraak ABRvS 1 juni 2016, ECLI:NL:RVS:2016:1503 doet de Afdeling uitspraak over wanneer sprake is van een stedelijke ontwikkeling. Hierbij wordt verwezen naar het huidige en toekomstige planologisch beslag op de ruimte en in hoeverre het plan, in vergelijking met het voorgaande plan, voorziet in een functiewijziging. Gelet op het bovenstaande kan voor dit be­ stemmingsplan worden gesteld dat in fase één niet voorzien is in een nieuwe stedelijke ontwik­ keling. Hierdoor is geen laddertoets benodigd.

In fase twee is wel sprake van een nieuw planologisch ruimtebeslag én functiewijziging. Voor deze fase geldt wel een ladderverplichting. Deze onderbouwing is gekoppeld aan de wijzigingsbevoegdheid voor deze fase. Bij wijziging van de bestemming van deze gronden dient de ladder­ toets doorlopen worden. Dit is ook als voorwaarde opgenomen in de wijzigingsregels. 3.2

Provinciaal beleid

Omgevingsbeleid Zuid-Holland Op 20 februari 2019 heeft de provincie Zuid-Holland haar ‘Omgevingsbeleid’ vastgesteld. Het omgevingsbeleid omvat al het provinciale beleid voor de fysieke leefomgeving in Zuid-Holland. Het bestaat uit drie hoofdinstrumenten: de omgevingsvisie, het omgevingsprogramma en de omgevingsverordening. De omgevingsvisie schetst de beleidskaders; de strategische ambities, be­ leidsdoelen en -keuzes voor de toekomst van de fysieke leefomgeving van Zuid-Holland. In het omgevingsprogramma zijn deze nader uitgewerkt in maatregelen die de provincie treft. De omgevingsverordening stelt de juridische kaders; instructieregels voor andere overheden en direct werkende regels voor burgers en bedrijven. De provincie wijzigt de verschillende onderdelen

Bestemmingsplan “Hoekeindseweg 147' Toelichting Vastgesteld, december 2023

11

wanneer daartoe aanleiding is; de laatste herziening is op 2 december 2022 geconsolideerd in werking getreden. Met het Omgevingsbeleid van Zuid-Holland streeft de provincie naar een optimale wisselwerking tussen gewenste ruimtelijke ontwikkelingen en een goede leefomgevingskwaliteit. Uit de provin­ ciale opgaven worden samenhangende beleidskeuzes gemaakt, die doorwerken naar uitvoeringsprogramma’s en naar regels in de verordening. De ruimtelijke hoofdstructuur maakt met een integraal kaartbeeld inzichtelijk hoe de strategische beleidskeuzes uit de Omgevingsvisie ruimte­ lijk samenkomen. Omgevingsvisie Zuid-Holland De omgevingsvisie van Zuid-Holland biedt een strategische blik op de lange(re) termijn en bevat de hoofdzaken van het te voeren integrale beleid voor de gehele fysieke leefomgeving van de provincie Zuid-Holland. De provinciale Omgevingsvisie bestaat uit de volgende onderdelen: ^ Een beschrijving en kaartbeelden van de ruimtelijke hoofdstructuur; ^ De ontwikkelrichting van het omgevingsbeleid: ambities en sturing ^ Een beschrijving van de omgevingskwaliteit van Zuid-Holland, waaronder de provinci­ ale inzet voor het verbeteren van de ruimtelijke kwaliteit; ^ De samenhangende beleidskeuzes voor de fysieke leefomgeving.

Ambities, beleidsdoelen en beleidskeuzes Naast de algemene sturingsfilosofie en een analyse van de huidige situatie van Zuid-Holland, schetst de provincie in de omgevingsvisie haar toekomstgerichte beleid in zeven provinciale vernieuwingsambities: 1. Samen werken aan Zuid-Holland: inwoners, organisaties en bedrijven in een vroeg stadium betrekken bij besluiten. 2. Bereikbaar Zuid-Holland: efficiënt, veilig en duurzaam over weg, water en spoor. 3. Schone energie voor iedereen: op zoek naar schone energie, haalbaar en betaalbaar voor iedereen. 4. Een concurrerend Zuid-Holland: diversiteit, de economische kracht van Zuid-Holland. 5. Versterken natuur in Zuid-Holland: een aantrekkelijk landelijk gebied draagt bij aan de kwa­ liteit van de leefomgeving. 6. Sterke steden en dorpen in Zuid-Holland: versnellen van de woningbouw met behoud van ruimtelijke en sociale kwaliteit. 7. Gezond en veilig Zuid-Holland: beschermen en bevorderen van een gezonde, veilige leef­ omgeving. Deze zeven vernieuwingsambities zijn geconcretiseerd in 18 beleidsdoelen, die omschrijven aan welke maatschappelijke opgaven de provincie werkt. De beleidsdoelen zijn vervolgens uitgewerkt in beleidskeuzes. Ad. 1 Ruimtelijke hoofdstructuur De essentie en samenhang van de verschillende ruimtelijke keuzes uit de omgevingsvisie, is gevat in de ruimtelijke hoofdstructuur.

Opgebouwd uit verschillende kaartbeelden, vormt de ruimtelijke hoofdstructuur een integraal kaartbeeld dat inzichtelijk maakt hoe de strategische be­ leidskeuzes van de provincie ruimtelijk samenkomen. Afbeelding 3.1 geeft de ruimtelijke hoofd­ structuur van Zuid-Holland weer.

Bestemmingsplan “Hoekeindseweg 147' Toelichting Vastgesteld, december 2023

12

o

J

7.S

l«9enda Stede)ijke

- IBovenireglonaal HOV-nel

SwdHijk rfntntmļjebied

k Ontbrekende vhakel íboveníregianaal HOV net

Siedäijke dynamiek

* (lntet)natloitaal wegennet

Krm

'' Ontbrekende vchnkel (Intnlnatmnaal vmgmnel

Heçtotefn

{Bovenireglonaal wegennet

Hawcnmdutfrtepi rompim

Ontbrrkefìdr vhnkel (bovrnlwgianaal wegennet

UastuinboiMqebted

{trace indicatief)

e

HOV knooppunt

B

Loçjrâtíek avetUappurit

- {6oven)reglonaal vaarwegennet

B Science Park O

Keraikcentrum

■Uoilandicbappen

Mainpon Rotterdam

Vieen landschappen

f(r Cüeenpori Westland Oosiiand

ļ KivleideRalandschappen

Ŷ

Greenport Boskoop

_ Water fíoeVwut;

t

Cireenpoit BoMensiieek

ţ

Grwnport AîWvnrer

Studleione kustontwikkeling

:::::: Natuurgebied -w SirdrIIjkr antwilifc

' van bovmreg. bclarsg

■4* Luchthawen

. . . Belangrijk weidevogetgetMd

■a Grootschalige kicatieswśrsdenergli

**«** Kroonjuweel cuburrel erfgoed CiToene buffer

Afbeelding 3.1: ruimtelijke hoofdstructuur Zuid-Holland

Ad. 2 Omgevingsbeleid: ambities en sturing De ambitie van de provincie is een slim, schoon en sterk Zuid-Holland. De provincie gaat uit van zes richtinggevende ambities, waarbinnen een aantal opgaven zijn geformuleerd: 1. 2. 3. 4.

Naar een klimaatbestendige delta Naar een nieuwe economie: the next level Naar een levendige meerkernige metropool Energievernieuwing

Bestemmingsplan “Hoekeindseweg 147' Toelichting Vastgesteld, december 2023

13

5. 6.

Best bereikbare provincie Gezonde en aantrekkelijke leefomgeving

Ad. 3 Omgevingskwaliteit Centraal doel van het integrale omgevingsbeleid is het verbeteren van de omgevingskwaliteit. Onder ‘omgevingskwaliteit’ wordt verstaan: het geheel aan kwaliteiten die de waarde van de fy­ sieke leefomgeving bepalen. Ofwel een samenvoeging van ruimtelijke kwaliteit (belevingswaarde, gebruikswaarde en toekomstwaarde) en milieukwaliteit (gezondheid en veiligheid). De omgevingskwaliteit bestaat uit de unieke kwaliteiten van Zuid-Holland, het toepassen van de leefomgevingstoets (beleidscyclus en monitoring) en een nadere uitwerking van het provinciale beleid. Dit laatste gebeurt door middel van een ‘kwaliteitskaart’ en bijbehorende ‘richtpunten ruim­ telijke kwaliteit’. Kwaliteitskaart, richtpunten en gebiedsprofielen De provincie geeft richting en ruimte aan een optimale wisselwerking tussen ruimtelijke ontwikkelingen en omgevingskwaliteit. In de gehele provincie, zowel in het stedelijk gebied als in het landelijk gebied, beoogt het kwaliteitsbeleid een ‘ja, mits-beleid’: ruimtelijke ontwikkelingen zijn mogelijk, met behoud of versterking van de ruimtelijke kwaliteit.

Het ruimtelijk kwaliteitsbeleid bestaat uit een viertal kwaliteitskaarten (de laag van de ondergrond, de laag van de cultuur- en natuurlandschappen, de laag van de stedelijke occupatie en de laag van de beleving), samengevat in één integrale kwaliteitskaart, bijbehorende richtpunten en een aantal bepalingen in de verordening. Ontwikkelingen moeten rekening houden met deze richt­ punten. De kwaliteiten zijn uitgewerkt in de gebiedsprofielen. Doorwerking in het plangebied Het plangebied is opgenomen in twee van de vier kwaliteitskaarten. In de laag van de ondergrond is het noordwestelijk deel van het plangebied aangeduid als ‘Veencomplex - oude zeeklei’. Richt­ punt is dat ontwikkelingen een bijdrage leveren aan een duurzame waterhuishouding. Voorgeno­ men ontwikkeling heeft geen significante effecten op de waterhuishouding en voorziet feitelijk in het herschikken en ordenen van activiteiten zonder (negatief) effect op de waterhuishouding. De voorgeschreven verkaveling en principes zorgen juist voor een bijdrage aan een duurzame wa­ terhuishouding. Bij uitbreiding wordt de gevolgen beperkt door toepassing van watercompensatie. Het plangebied is opgenomen in twee van de vier kwaliteitskaarten. In de laag van de ondergrond is het noordwestelijk deel van het plangebied aangeduid als ‘Veencomplex - oude zeeklei’.

Richt­ punt is dat ontwikkelingen een bijdrage leveren aan een duurzame waterhuishouding. Voorgeno­ men ontwikkeling heeft geen significante effecten op de waterhuishouding en voorziet feitelijk in het herschikken en ordenen van activiteiten zonder (negatief) effect op de waterhuishouding. De voorgeschreven verkaveling en principes zorgen juist voor een bijdrage aan een duurzame wa­ terhuishouding. Bij uitbreiding wordt de gevolgen beperkt door toepassing van watercompensatie. Het zuidoostelijk deel van het plangebied is aangeduid als ‘Veencomplex - veen’. Ontwikkelingen in deze dit landschap dienen zorg te dragen voor behoud van het veen en dienen met name bij de diepe veenpakketten gericht te zijn op het beperken van de bodemdaling. In dit deel van het plangebied zijn de ontwikkelmogelijkheden zeer beperkt waardoor aantasting van de veenpak­ ketten niet aan de orde is. In de laag van de cultuur- en natuurlandschappen is een klein deel van het plangebied, in het zuiden, aangeduid als ‘Linten’. Dit betreft het deel dat grens aan de Hoekeindseweg. Richtpunten hierbij zijn gericht op het behoud van karakter en verschijningsvorm. In dit deel van het plangebied zijn geen ontwikkelingen voorzien. Ook bij de realisatie wordt rekening gehouden met dit lint.

Zo blijkt een deel tussen de weg en de toekomstige bebouwing onbebouwd en groen waardoor het karakter en de verschijningsvorm van het lint niet wordt aangetast.

Bestemmingsplan “Hoekeindseweg 147' Toelichting Vastgesteld, december 2023

14

Voor het gebied waarin onderhavige locatie is gelegen is geen gebiedsprofiel opgesteld. Hier kan en hoeft dan ook niet aan getoetst te worden. Ad. 4 Beleidskeuzes De provincie heeft 12 provinciale opgaven gedefinieerd, die elk bestaan uit samenhangende be­ leidskeuzes. Deze beleidskeuzes werken door naar uitvoeringsprogramma’s en regels in de ver­ ordening. Hieronder zijn de voor het plangebied relevante opgaven uiteengezet. Ruimte en verstedelijking Zorgen voor een zorgvuldig ruimtegebruik en een compact, samenhangend en kwalitatief hoog­ waardig bebouwd gebied. Bodem en ondergrond Zorgen voor een duurzaam, veilig en efficiënt gebruik van bodem en ondergrond. Energievoorziening Bevorderen van een betrouwbare, duurzame en efficiënte energievoorziening met een minimale uitstoot van broeikasgassen. Voorliggend bestemmingsplan biedt een nieuw juridisch-planologisch kader voor een bedrijfster­ rein waarop illegale activiteiten (op basis van het vigerende bestemmingsplan) plaatsvinden en waar sprake is een ongeordende situatie. Dit bestemmingsplan moet ervoor zorgen dat het ge­ bied meer kwaliteit krijgt. Daarmee wordt aangesloten bij de opgave om een compact, samen­ hangend en kwalitatief hoogwaardig gebied na te streven. Daarnaast zijn de relevante leidingen meegenomen bij de planvorming. Leidingen die een be­ scherming behoeven zijn van een passende dubbelbestemming voorzien.

Dit draagt bij aan een veilig gebruik van bodem en ondergrond. Ten slotte wordt bij de voorgenomen ontwikkeling ingespeeld op een duurzame en efficiënte energievoorziening. Op de toekomstige gebouwen is de realisatie van zonnepanelen mogelijk. Bij de situering hiervan is rekening gehouden met het rendement. De ontwikkeling draagt op deze manier bij een aan een duurzame energievoorziening. Omgevingsverordening Zuid-Holland In de Omgevingsverordening is het plangebied aangeduid voor de activiteiten ‘nazorg gesloten stortplaatsen’, ‘bodemsanering’, ‘flora en fauna’, ‘provinciale wegen en ‘hoofd fietsroutes en hoofd wandelroutes’ en ‘geitenhouderij’. In het plangebied is geen sprake van stortplaatsen of een geitenhouderij. Daarnaast is geen sprake van activiteiten aan een provinciale weg. Deze activiteiten zijn daarom niet relevant. Voor de aspecten bodem en flora en fauna wordt in hoofdstuk 7 een nadere onderbouwing geleverd. In de Omgevingsverordening is in het plangebied ook de aanduiding ontgrondingen op land en in regionale wateren opgenomen. Er is geen sprake van ontgrondingen waarop een verbod geldt binnen in dit bestemmingsplan. Daarnaast is het plangebied gelegen in een gebied met een waterkwantiteitsnorm en waterschap­ pen en is in het zuidoosten van het plangebied de zone van een regionale waterkering gelegen.

In hoofdstuk 5 wordt uiteengezet hoe met het aspect water wordt omgegaan. In de beschermings­ zone van de waterkering zijn geen ontwikkelingen voorzien. Omgevingsprogramma Zuid-Holland Het Omgevingsprogramma Zuid-Holland is parallel aan de omgevingsvisie en omgevingsveror­ dening opgesteld. Het omgevingsprogramma bevat een nadere invulling en operationalisering

Bestemmingsplan “Hoekeindseweg 147' Toelichting Vastgesteld, december 2023

15

van ruimtelijk relevante onderdelen van de omgevingsvisie. In het Omgevingsprogramma staat beschreven welke maatregelen de provincie treft om de visie waar te maken. Het Omgevingspro­ gramma geeft bijvoorbeeld aan voor welke initiatieven subsidies worden verleend en aan welke provinciale wegen wordt gewerkt. Het Omgevingsprogramma is een overzicht van alle maatrege­ len inclusief de onderliggende activiteiten. Ten aanzien van het voorliggende plangebied worden geen specifieke uitspraken gedaan in het omgevingsprogramma. 3.3

Gemeentelijk beleid Omgevingsvisie Lansingerland: verbonden, vindingrijk en gezond Vooruitlopend op de Omgevingswet, heeft de gemeente Lansingerland gewerkt aan een omge­ vingsvisie. De ‘Omgevingsvisie Lansingerland: verbonden, vindingrijk en gezond’ is op 24 februari 2022 door de gemeenteraad vastgesteld. Daarmee vervangt de omgevingsvisie de gemeentelijke structuurvisie uit 2010. De omgevingsvisie beschrijft wat voor gemeente Lansingerland in de toekomst wil zijn. De Om­ gevingsvisie schets de gewenste ontwikkelingen voor thema’s als wonen, werken, recreëren, na­ tuur, duurzaamheid, mobiliteit, cultuurhistorie, ruimtelijke kwaliteit en gezondheid. In 2040 is Lan­ singerland, nog meer dan nu, verbonden, vindingrijk en gezond. Om dat voor elkaar te krijgen moeten strategische keuzes gemaakt worden en het beleid voor de fysieke leefomgeving worden bepaald. Dit is, samen met de opbrengst uit een uitvoerig participatietraject waarin inwoners, ondernemers en partners hebben meegedacht, vertaald in een ‘omgevingsvisie 1.0’. In de Omgevingsvisie Lansingerland staan de volgende ambities centraal: ^ Verbonden in de metropool o Goed bereikbaar en moderne mobiliteitsvormen: inzetten op moderne, duur­ zame en schone vervoersmogelijkheden. o Toekomstbestendige omgeving: komen tot een omgeving die klimaatadaptief en natuurinclusief is ingericht.

o Sterke ruimtelijke structuren en ruime groengebieden: beschermen van groengebieden, water en historische en landschappelijke structuren. ^ Vindingrijk en ondernemend o Home of Horti Science: mogelijk maken van kennisontwikkeling/innovatie en plek voor nieuwe mogelijkheden in de glastuinbouwsector. o Slimme verduurzaming: aanjagen van de energietransitie en circulaire econo­ mie via elektriciteitsopwekking, duurzame warmte en nieuwe materiaalstro­ men o Lokaal en regionaal werken en ondernemen: bevorderen van een goed vestigings- en ondernemersklimaat, werkgelegenheid en een gezonde midden­ stand. • Gezond samen leven o Sterke samenleving met oog voor mensen: realiseren van een gelukkige en samenleving waar iedereen mee doet. o Ontwikkelen met karakter: ontwikkelen van voldoende duurzame woningen die passen bij de woningbehoeften. o Gezonde levensstijl in een passende omgeving: stimuleren van sociale en maatschappelijke veiligheid, positieve gezondheid en het beperken van ge­ zondheidsrisico’s

Doorwerking in het plangebied In de Omgevingsvisie Lansingerland is het plangebied aangewezen als glastuinbouw van wereld­ formaat. Voor gebieden die niet langer doelmatig zijn voor glastuinbouw wordt ruimte gemaakt voor functieverandering. Dit biedt ruimte voor bedrijven die op een andere manier betrokken zijn in de sector en maakt de ontwikkeling in het voorliggende bestemmingsplan mogelijk. Het

Bestemmingsplan “Hoekeindseweg 147' Toelichting Vastgesteld, december 2023

16

plangebied valt in de aanduidingen ‘De lange linten’ en ‘Linten en buurtschappen’ onder het thema landschap en wonen. Omgevingsvisie Lansingerland: verbonden, vindingrijk en gezond Gemeente Lansingerland structuurvisie vastgesteld (2022-02-24) PLEKINFO

DOCUMENTEN

KENMERKEN

Kaart 4: Omgevingsvisiekaart

G asĩuinbouw van wereldformaat Thema: bedrijven

Gebiedsbegrenzing: exact Linten en buurtschappen Thema: wonen Gebiedsbegrenzing: exact

Afbeelding 3.2: uitsnede kaart Omgevingsvisie Lansingerland (de ligging van het plangebied is globaal rood omkaderd).

Glastuinbouwgebied De gemeente zet in op een modern en duurzaam glastuinbouwcluster, met innovatieve glastuin­ bouwbedrijven en bedrijven die op andere manieren betrokken zijn bij de sector, zoals onderzoek en ontwikkeling. Daarnaast wordt ingezet op het behoud en kwaliteitsverbetering van bestaande bedrijventerreinen. Voor alle locaties geldt dat de gemeente inzet op een passende manier van slimme verduurzaming. Het energiesysteem, onze afvalstromen en de economie worden duur­ zaam en circulair. Ruimtelijke structuren in het glastuinbouwgebied worden verbeterd door groene bermen en zomen te accentueren. Ook is er specifiek aandacht voor het versterken van de oost-west groenstructuren die door het glastuinbouwgebied lopen. Waar mogelijk worden oe­ vers natuurvriendelijk gemaakt. In de huidige situatie is het plangebied niet in gebruik als glastuinbouwgebied. Met dit bestem­ mingsplan wordt het perceel voorzien van een passende bestemmingsregeling in lijn met het feitelijk gebruik. Wel zijn er verplichtingen gesteld aan de ruimtelijke inrichting van het perceel, waarmee wordt bijgedragen aan de uitgangspunten voor het gebied. Het plan dient integraal en kwalitatief goed ontworpen te worden, waarbij de landschappelijke structuren versterkt worden.

De oevers worden ecologisch en natuurlijk vormgegeven en de oost-weststructuren in het glas­ tuinbouwgebied worden met de inrichting van het perceel niet aangetast. Linten en buurtschappen Aan de zijde van de provinciale weg is het plangebied onderdeel uit van ‘De Lange Linten’. De linten zijn belangrijke identiteitsdragers maar ze zijn ook altijd in ontwikkeling. Daarbinnen is er ruimte voor initiatieven zolang de kenmerkende structuur, opbouw, samenhang en doorzichten naar het open landschap niet aangetast worden. Bij voorkeur worden deze kenmerken versterkt. Met de ontwikkeling van het bedrijfsperceel zijn aan de Hoekeindseweg geen ingrijpende wijzi­ gingen voorzien die de structuur van het lint aantasten. Door middel van beeldkwaliteit- en welstandseisen wordt richting gegeven aan een passende inrichting van de kavel aan het lint. De

Bestemmingsplan “Hoekeindseweg 147' Toelichting Vastgesteld, december 2023

17

bebouwing wordt vanuit de lintstructuur terughoudend vormgegeven, waardoor hier de land­ schappelijke structuur leidend is en overgaat in een meer bebouwde structuur op het terrein. Ook wordt de zichtlijn in het hart van het plan landschappelijk ingekaderd. Gezien voorgaande past het plan binnen de kaders van de Omgevingsvisie Lansingerland. Welstandsnota Het welstandsbeleid dat in de welstandsnota (vastgesteld d.d. 26 april 2012) wordt uiteengezet, is bedoeld om de ruimtelijke kwaliteit van de gemeente Lansingerland te behouden en te stimu­ leren. Elk bouwplan moet, zowel op zichzelf, als in relatie tot zijn omgeving voldoen aan de rede­ lijke eisen van welstand, volgens criteria die zijn vastgesteld in de gemeentelijke welstandsnota. Bovendien mogen bestaande bouwwerken niet in ernstige mate in strijd zijn met redelijke eisen van welstand, ook weer volgens de criteria in de welstandsnota. Alleen als de gemeenteraad een gebied of een object als ‘welstandsvrij’ aanwijst, vervalt de preventieve welstandsbepaling. In Lansingerland wil de gemeente echter bij een deel van de vrije gebieden een vangnet behouden in de vorm van een paar summiere criteria om excessen te voorkomen. Gesproken wordt daarom van ‘vrij met excessenregeling’.

Het welstandsbeleid van Lansingerland is uitgewerkt op basis van vier welstandsniveaus: ^ welstandsvrij; • vrij met excessenregeling; • licht; ^ bijzonder. I I I

I Welstandsvrij I Vrij met excessenregeling I Licht Bijzonder

I:: 11 Ontwikkelingsgebied I. Transformatiegebied Llİ-LI Woonwijken vrij met excessenregeling

Afbeelding 3.3: Uitsnede welstandsnota Lansingerland. Het plangebied is blauw omkaderd.

Bestemmingsplan “Hoekeindseweg 147' Toelichting Vastgesteld, december 2023

18

Doorwerking in het plangebied Het onderhavig plangebied valt binnen het gebiedstype ‘Woon- en werklinten in het glastuinbouw­ gebied’ en kent de welstandsniveaus ‘bijzonder’, ‘licht’ en ‘welstandsvrij’. Het grootste deel van het plangebied is daarnaast aangeduid als transformatiegebied. In het gebied met een bijzonder welstandsniveau worden geen ontwikkelingen mogelijk gemaakt. Binnen de overige welstands­ niveaus zijn wel ontwikkelingen voorgenomen. In het kader van de omgevingsvergunningprocedure worden bouwplannen getoetst aan het welstandsbeleid van de gemeente Lansingerland. Voor de ontwikkeling, die in dit bestemmingsplan mogelijk wordt gemaakt, is de notitie Hoekeindseweg 147, Welstandscriteria beeldkwaliteit opgesteld. In de regels wordt geborgd dat ontwikke­ lingen moeten voldaan aan de in deze notitie gestelde eisen. Daarnaast wordt deze notitie ook vastgesteld als aanvulling op de welstandsnota. 3.4

Conclusies De herstructurering van het bedrijfsperceel past binnen de beleidskaders van het Rijk. Op basis van het provinciaal beleid is het plangebied aangemerkt als verspreid glas buiten glastuinbouw­ gebied. Voor dit gebied wordt ingezet op een goede overgangskwaliteit. De herstructurering van het terrein en de verbetering van de ruimtelijke kwaliteit sluiten aan bij deze doelstelling. In de Omgevingsvisie Lansingerland wordt transformatie van glastuinbouw dat niet doelmatig voor glastuinbouw is naar bedrijven voorzien. De voorgenomen ontwikkeling sluit aan op de uit­ gangspunten van de Omgevingsvisie. Gelet op het voorgaande past het voorliggende bestemmingsplan binnen de kaders van het Rijks­ beleid, provinciaal beleid en gemeentelijk beleid.

Bestemmingsplan “Hoekeindseweg 147' Toelichting Vastgesteld, december 2023

19

4

Natuur en landschap

4.1

Kader

4.1.1 Wet natuurbescherming Op 1 januari 2017 is de Wet natuurbescherming (Wnb) in werking getreden. Deze wet vervangt drie oude wetten: de Natuurbeschermingswet 1998 (gebiedsbescherming: Natura 2000), de Flora- en faunawet (soortenbescherming) en de Boswet (kapvergunningen). Soorten Voor ruimtelijke ingrepen die resulteren in overtreding van één of meer artikelen van de Wnb moet ontheffing worden aangevraagd. Voor een aantal soorten geldt daarenboven het bescher­ mingsregime van de Europese Vogel- en Habitatrichtlijn. Voor werkzaamheden die uit een be­ stemmingsplan voortvloeien dient voor de start van die werkzaamheden ontheffing te worden aangevraagd indien beschermde soorten voorkomen. Bij de vaststelling van het plan dient dui­ delijk te zijn of en in hoeverre een ontheffing kan worden verkregen. Voor alle in de wet genoemde diersoorten (inclusief vogels) geldt dat het verboden is individuen van deze soorten (opzettelijk) te doden of te vangen. Bovendien is het verboden nesten (en eie­ ren) en (vaste) voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren opzettelijk te beschadigen of te vernielen dan wel weg te nemen. Voor de in de wet genoemde plantensoorten geldt dat het ver­ boden is exemplaren in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzame­ len, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen.

In de Wnb worden drie beschermingsregimes onderscheiden voor beschermde soorten. Voor de eerste twee regimes gelden aanvullende ver­ bodsbepalingen. 1. Het beschermingsregime Vogelrichtlijn (Vrl), dat van toepassing is op van nature in Neder­ land in het wild levende vogels van soorten als bedoeld in artikel 1 van de Vrl. Met betrekking tot deze vogelsoorten geldt dat het - aanvullend aan de bovengenoemde verbodsbepalingen - ver­ boden is vogels opzettelijk te storen, behalve als de storing niet van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de desbetreffende vogelsoort. Ruimtelijke inrichting of ontwikkeling en dwingende redenen van groot openbaar belang zijn geen reden om ontheffing te verlenen. Ontheffing is uitsluitend toegestaan op basis van de ontheffingsgronden die in de Vrl zijn ge­ noemd. Overigens is het, indien geen ontheffing nodig is, volgens de huidige interpretatie van de wet wel verplicht rekening te houden met het broedseizoen van vogels. Voor sommige vogelsoor­ ten met vaste verblijfplaatsen geldt dat deze vaste verblijfplaatsen en het essentiële leefgebied jaarrond beschermd zijn. 2. Het beschermingsregime Habitatrichtlijn (Hrl), dat van toepassing is op soorten van bijlage IV bij de Hrl, bijlage I en II bij het Verdrag van Bern en bijlage I bij het Verdrag van Bonn.

Met betrekking tot deze soorten is het - aanvullend aan de bovengenoemde verbodsbepalingen - ver­ boden dieren opzettelijk te verstoren. Ontheffing wordt voor ruimtelijke inrichting of ontwikkeling alleen verleend indien: ^ er geen andere bevredigende oplossing is, en ^ geen afbreuk wordt gedaan aan de gunstige staat van instandhouding van de soort, en ^ sprake is van één van de volgende (bij ruimtelijke ontwikkeling relevante) belangen: o de bescherming van wilde flora en fauna of natuurlijke habitats, of o de volksgezondheid, de openbare veiligheid of andere dwingende redenen van groot openbaar belang, met inbegrip van redenen van sociale of economische aard en voor het milieu wezenlijk gunstige effecten. 3. Het beschermingsregime Andere Soorten, dat van toepassing is op soorten van de bijlage behorende bij artikel 3.10 van de Wnb. Ontheffing is alleen mogelijk indien: ^ er geen andere bevredigende oplossing is, en

Bestemmingsplan “Hoekeindseweg 147' Toelichting Vastgesteld, december 2023

20

^

indien geen afbreuk wordt gedaan aan de gunstige staat van instandhouding van de soort.

Er is echter geen ontheffing nodig indien gewerkt wordt volgens een geldige gedragscode die van toepassing is op de betreffende soort(en). Vaak is daarnaast ecologische begeleiding en een ecologisch werkprotocol nodig bij de uitvoering van werkzaamheden. De provincies kunnen voor het beschermingsregime Andere Soorten een algemene vrijstelling verlenen voor onder meer ruimtelijke inrichting of ontwikkeling van gebieden. In Lansingerland is de provincie Zuid-Holland het bevoegd gezag voor de Wnb. In dit geval is die bevoegdheid ge­ mandateerd aan de Omgevingsdienst Haaglanden. Indien nesten, (vaste) voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van soorten niet (kunnen) worden ontzien, is ontheffing noodzakelijk. Ontheffing is niet benodigd indien de functionaliteit van de nesten, (vaste) voortplantingsplaatsen of rust­ plaatsen gegarandeerd wordt (het beschadigen en vernielen wordt voorkomen door maatregelen of er zijn voldoende alternatieven). Ten slotte is altijd de algemene zorgplicht van toepassing, die inhoudt dat een ieder voldoende zorg in acht neemt voor alle inheemse dieren en planten en hun directe leefomgeving (artikel 1.11 van de Wnb). Concreet betekent dit dat bij ruimtelijke ontwikkeling gezorgd moet worden dat dieren niet gedood worden en dat planten verplant worden.

Ook dient gelet te worden op bijvoor­ beeld de voortplantingsperiode van amfibieën en de zoogperiode van zoogdieren. 4.1.2 Natura 2000 De Wnb ziet op de bescherming van Natura 2000-gebieden (Vrl- en Hrl-gebieden). Voor ieder Natura 2000-gebied zijn instandhoudingsdoelstellingen opgesteld voor één of meerdere soorten en/of habitats. Voor ruimtelijke ontwikkelingen binnen de Natura 2000-gebieden en tevens voor ontwikkelingen daarbuiten die van invloed kunnen zijn (door ‘externe werking’) op die be­ schermde natuurgebieden, gelden (strenge) restricties. Voor activiteiten of projecten die schade­ lijk zijn voor de beschermde natuur geldt een vergunningplicht. Middels een ‘habitattoets’ dient te worden onderzocht of een activiteit (significante) negatieve effecten op de instandhoudingsdoel­ stellingen voor Natura 2000-gebieden veroorzaakt. De uitkomsten van de habitattoets dienen te worden beoordeeld door het bevoegd gezag. 4.1.3 Natuurnetwerk Nederland en overige bos- en natuurgebieden Natuurnetwerk Nederland Het Natuurnetwerk Nederland (NNN) is het Nederlands netwerk van bestaande en nieuw aan te leggen natuurgebieden (de voormalige Ecologische Hoofdstructuur / EHS). Het netwerk moet natuurgebieden beter verbinden met elkaar en met het omringende agrarisch gebied.

Het doel van het NNN is de instandhouding en ontwikkeling van natuurgebieden om daarmee een groot aantal soorten en ecosystemen te laten voortbestaan. Sinds 2014 zijn de provincies het eerste verantwoordelijke bevoegde gezag voor het NNN (daarvoor was dat de rijksoverheid). De provin­ cies hebben in een verordening regelgeving vastgelegd ten aanzien van het NNN. 4.2

Onderzoek Soortenbescherming In 2019 heeft Groenteam een quick scan Natuurwetgeving uitgevoerd. In 2023 is de quick scan opnieuw uitgevoerd en zijn de resultaten vanwege de verstreken tijd herijkt. De vernieuwde rap­ portage hiervan is te raadplegen in bijlage 6 van de toelichting. Hieronder worden beknopt de conclusies van de actuele quick scan uiteengezet. In samenhang tussen literatuuronderzoek en veldverkenning met habitatbeoordeling kunnen de volgende conclusies worden getrokken:

Bestemmingsplan “Hoekeindseweg 147' Toelichting Vastgesteld, december 2023

21

Vaatplanten Ontheffingsplichtige planten kunnen in het werkgebied op basis van verspreiding op voorhand worden uitgesloten. Zoogdieren Grondgebonden soorten Ontheffingsplichtige soorten kunnen op basis van verspreiding worden uitgesloten. Bij uitvoering is tevens aandacht vereist voor mogelijk aanwezige ‘andere soorten’ waarop de wettelijke zorg­ plicht van toepassing is. Vleermuizen Vleermuizen vereisen nadere controle op gebruiksmogelijkheden in eventueel te kappen bomen en te verwijderen kleinschalige opstallen. Inspectie van de te verwijderen opstallen maakt duide­ lijk dat deze over geen enkele potentie beschikken voor vleermuisverblijf: deels geheel ontoegan­ kelijk (containers) en deels geheel ongeschikt door systeembouw. Er zijn géén te verwijderen structuren aanwezig welke wellicht een functie zouden kunnen hebben als vaste vliegroute voor vleermuizen. Broedvogels Jaarrond beschermde nesten Er zijn in het werkgebied géén houtopstanden met jaarrond beschermde nesten aanwezig terwijl ook in de bomen langs de randen dergelijke nesten ontbreken. Voorts hebben de opstallen geen potenties hebben voor Gierzwaluw of Grote gele kwikstaart. Broedende vogels Overige broedende vogels kunnen tijdens het broedseizoen worden verwacht in bomen en strui­ ken en langs watergangen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Lansingerland&id=e5a55a12-1a51-4560-b8cc-20332d9cb0e6