[T23.06409] Bestemmingsplan Urban Logistics Campus A12 (ULC A12)
Tekst van het document
4.13
Bezonning
In opdracht van Next Level zijn door Veldman Architecten met behulp van het programma Schaduwsimulator twee bezonningsstudies uitgevoerd. Voor het plangebied is een interactieve schaduwsimulator gemaakt op basis van een 3D model van de bestaande en geplande situatie (zie Bijlage 20 en Bijlage 21). In de eerste bezonningstudie is uitgegaan van een bouwhoogte van maximaal 16.5 meter in relatie met woonfuncties in de directe omgeving; in de tweede bezonningsstudie gewerkt met een bouwhoogte van maximaal 25 meter. In deze studies is getoetst aan zowel de lichte als strenge TNO-norm: »
»
Lichte TNO-norm voor voldoende bezonning in de woonkamer: omliggende woningen dienen te voldoen aan ten minste 2 mogelijke bezonningsuren per dag, in de periode van 19 februari - 21 oktober (gedurende 8 maanden), op 0,75 meter hoogte boven de vloer op het midden van de gevel bij een minimale zonstand van 10 graden. Strenge TNO-norm voor goede bezonning in de woonkamer: omliggende woningen dienen te voldoen aan ten minste 3 mogelijke bezonningsuren per dag, in de periode 21 januari - 22 november
76
Urban Logistics Campus A12 (ULC A12) (vastgesteld)
(gedurende 10 maanden), op 0,75 meter hoogte boven de vloer op het midden van de gevel bij een minimale zonstand van 10 graden.
Conclusie In deze studies is een aantal meetpunten gemaakt, voornamelijk op aangrenzende woonfuncties. Uit het onderzoek blijkt dat de geplande ontwikkeling invloed heeft op 4 woonfuncties, Hoefweg 190 t/m 196. Voor alle meetpunten zijn geen bomen en/of planten meegenomen in de berekening. Op basis van de bezonningsstudies kan worden geconcludeerd dat de geplande nieuwbouw geen onevenredige schaduwhinder zal opleveren voor omliggende woonfuncties en voldoet aan zowel de lichte als zware TNO-norm. Per bouwhoogte zijn hieronder voor de relevante adressen de conclusies gespecificeerd: Bij een maximale bouwhoogte van 16,5 meter: Hoefweg 190 en 192 Hoefweg 190 en 192 hebben nagenoeg een gelijke uitkomst. In de maanden september t/m maart is er een afname van het aantal zonuren van 0,3 uur per dag meetbaar. Dit is een afname van ongeveer 5%. Hierbij moet opgemerkt worden dat wij geen bomen en planten hebben meegenomen in de berekening en dat deze afname alleen merkbaar is direct na zonsopkomst. In de praktijk kan het goed zijn dat er geen verschil merkbaar zal zijn. Voor beide meetpunten geldt dat deze ruim voldoen aan beide TNO-normen. Hoefweg 194 en 196 Hoefweg 194 en 196 liggen iets verder weg van de geplande situatie en doordat deze meer naar het noorden zijn gelegen, hebben deze woonfuncties minder last van minder zonuren tijdens zonsopkomst.
Voor meetpunt 3 geldt dat er in de maanden oktober t/m februari nog een afname is van 0,3 uur per dag en voor meetpunten 4 is er in de maanden november t/m januari eveneens een afname van het aantal zonuren van 0,3 uur per dag gemeten. Ook hier is op te merken dat wij geen plan en bomen hebben meegetekend in ons 3D model, en dat de afname enkel is op het moment van zonsopkomst. Voor beide meetpunten geldt dat deze ruim voldoen aan beide TNO-normen. Bij een maximale bouwhoogte van 25 meter: Hoefweg 190 en 192 Hoefweg 190 en 192 hebben nagenoeg een gelijke uitkomst. In de maanden augustus t/m april is er een afname van het aantal zonuren van 0,5-0,8 uur per dag gemeten. Dit is een afname van ongeveer 10%. Echter is deze afname alleen merkbaar direct na zonsopkomst. Volgens de alternatieve TNO-meetwijze zal er geen effect zijn op de woningen. Voor beide meetpunten geldt, conform deze meetwijze, dat er geen schaduwhinder ondervonden zal worden en wordt hiermee (ruim) voldaan aan de TNO-normen. Hoefweg 194 en 196 Hoefweg 194 en 196 zijn iets verder van de geplande situatie gelegen en hebben daarom minder last van minder zonuren tijdens zonsopkomst. Voor Hoefweg 194 geldt dat er in de maanden oktober t/m februari een afname is van gemiddeld 0,5 zonuren per dag. Voor Hoefweg 196 is er in de maanden november t/m januari eveneens een afname van gemiddeld 0,5 zonuren per dag.
Volgens de alternatieve TNO-meetwijze zal er geen effect zijn op deze woningen. Voor beide meetpunten geldt dat er geen schaduwhinder ondervonden zal worden en dat er (ruim) voldaan wordt aan de TNO-normen.
77
Urban Logistics Campus A12 (ULC A12) (vastgesteld)
4.14 Stedenbouwkundige inpassing Om het bedrijventerrein in te passen in de omgeving is een masterplan opgesteld, waarin ambities en uitganspunten vertaald zijn naar ruimtelijke randvoorwaarden en kwaliteitsregels (zie Bijlage 1). Het masterplan is in september 2022 gewijzigd vastgesteld.
Ruimtelijke identiteit Het bedrijventerrein Klappolder bevindt zich ten noorden van de kern Bleiswijk. Aan weerszijden heeft het bedrijventerrein zich ontwikkeld tot enerzijds een kassengebied en anderzijds bedrijfsbebouwing. In de huidige situatie heeft deze bebouwing nog steeds een herkenbare identiteit van een eerste en tweedelijnsbebouwing. De eerstelijnsbebouwing bestaat, over het algemeen, uit een kleinschalige (woon/werk-) bebouwing in een overwegend groene setting. Daarachter ligt de betreffende tweedelijnsbebouwing met de grote schaal van kassen en bedrijven. De rafelige rand langs het lint van de Hoefweg herhaalt zich aan de zijde van de Rotte. De overgang tussen recreatiegebied en bedrijventerrein is niet overal geslaagd, waardoor de achterzijde van het bedrijventerrein zichtbaar blijft vanaf de Rotte. Voor het behoud van de ruimtelijke identiteit wordt er waarde gehecht aan het versterken van de volgende structuren: * » »
de maat, schaal en groene uitstraling van de zone met eerstelijnsbebouwing langs de N209; de leesbaarheid van de horizontale slagen met watergangen en boomstructuren tussen de verschillende bedrijventerreinen; de maat, schaal en groene overgang naar het landschap van het natuurrecreatiegebied van de Rotte.
Programma van eisen De ambities voor het ULC-A12 overschrijden de huidige kaders van het bestemmingsplan Klappolder. Het is daarom voor alle partijen (gemeente, eigenaren en omgeving) goed om voor het gehele terrein een nieuw ruimtelijk en juridisch kader te scheppen. Daarvoor is door zowel Next Level als de gemeente een Programma van Eisen opgesteld. NEXT LEVEL Uitgangspunten De basis gebouw opzet bestaat uit zoveel mogelijk geschakelde bouwmassa omdat dit: 1. 2.
De verhuurflexibiliteit naar gebruikers vergroot. Zorgt voor een duurzame bezetting van de gebouwen en een goede samenwerking tussen partijen in het gebouw. Door meer samengevoegde bouwmassa te creëren is er tevens minder inzet van bouwmaterialen en installaties nodig omdat dit in een grotere bouwmassa slimmer en efficiënter kan worden opgezet.
Verder zijn er eisen opgenomen ten aanzien van modelaire units, type gebruikers en het buitenterrein. GEMEENTE Programma De gemeente steekt met haar programma in op een modern logistiek bedrijventerrein van en voor de toekomst met aandacht voor: 1. 2. 3.
optimalisatie en flexibiliteit meervoudig grond gebruik duurzaamheid (economisch, fysiek, milieu en sociaal)
78
Urban Logistics Campus A12 (ULC A12) (vastgesteld)
De gemeente noemt in het programma verder nog de volgende aandachtspunten: nader te bepalen acties en onderzoeken (voor de lintzone), verkeer, ruimtelijke inpassing, een gezond werk- en leefklimaat en beeldkwaliteit. Voor de ruimtelijke inpassing is er een specifieke focus op de zijde van de N209, de zijde van de Rotte en de randen (Noord en Zuid) van het plangebied.
Ruimtelijke kaders en bereikbaarheid Aan de voorzijde (de lintzone) is in het masterplan voorlopig ruimte gereserveerd voor een duurzame verkeersoplossing, waar naast de gronden van Next Level c.s., ook de terreinen van Greenparc Bleiswijk en de Chrysantenweg ontsloten zijn op de N209. Voor deze ontsluiting zijn nog verschillende varianten in onderzoek. Uitgaande van een goede, gebundelde ontsluiting voor de gehele Klappolder, komt de rooilijn van het bedrijventerrein ULC-A12 gelijk te liggen met de voorgevel van de huidige Zalando. De nieuwe secundaire ontsluiting van de bedrijventerreinen ligt gebundeld achter de eerstelijnsbebouwing.
I I E
I
ļlĮdļ
(ursdiJKbàbating
Figuur 35: Toekomstige groene ontwikkeling
Leesbaarheiden beeldkwaliteit De optimalisatie van het bedrijventerrein ULC-A12 betekent een toename aan bedrijvigheid en daarmee ook een toename aan verkeer en parkeren. De optimalisatie betekent wel een verder standaardisering, uniformiteit en daarmee schaalvergroting van de bebouwing ten opzicht van de huidige optimalisatie. Om deze optimalisatie te kunnen combineren
79
Urban Logistics Campus A12 (ULC A12) (vastgesteld)
met kwaliteit, zijn de volgende beeldkwaliteitskaders meegegeven: » » »
»
» » *
meervoudig ruimtegebruik: het parkeren voor werknemers en bezoekers wordt gebouwd uitgevoerd boven de docks. alternatieve mobiliteit: naast een optimale bereikbaarheid voor gemotoriseerd verkeer is er openbaar vervoer en een veilige, vrijliggende fietsroute. leesbaarheid: de entrees naar de parkeerdecks zijn evenredig verdeeld en duidelijk herkenbaar vanaf de toegangsweg. Ze worden eenduidig gecombineerd met de positionering van het bedrijfslogo van het bedrijf. beeld: de kantoorruimten liggen op de verdieping van het parkeren. Ze zijn zoveel mogelijk geclusterd aan de hoeken van het hoofdvolume of evenredig verdeeld langs de gevel. De locaties van de kantoorruimte zijn herkenbaar. Daarnaast vraagt de voorgevel van het hoofdvolume een aanvullende beeldkwaliteit en herkenbaarheid. groen: elke mogelijke kans voor inpassing van groen en groene gevels wordt benut. de landschappelijke overgang naar het recreatiegebied van de Rotte is een gezamenlijke inspanning over de grenzen heen van Next Level cs. en recreatieschap.
gţţHihqHdţnvencwrţļtrŭinţnen
Figuur 36: Toekomstige beeldkwaliteit van het bedrijventerrein
Meervoudig ruimtegebruik en bouwhoogte De huidige maximaal toegestane hoogte van 16,5 meter is een optimale basishoogte voor een logistiek bedrijventerrein. Aan de zijde van het recreatieschap van de Rotte begrenst de molenbiotoop van de Molenviergang aan de Rotte de hoogte van de bedrijfsbebouwing aan de zijde van Rotte tot 10 meter. Extra ruimte voor optimalisatie en beeldkwaliteit Een extra hoogte over het geheel van het bedrijventerrein ULC-A12 biedt onvoldoende meerwaarde ten opzichte van de te verwachten zichthinder voor met name de Rotte. Aan de voorzijde van het bedrijventerrein - aan de Hoefweg achter het lint - biedt een extra maat in hoogte wél een meerwaarde. De visie voor de ULC A12 gaat uit van een basis bebouwing met een hoogte van 16,5 meter (10 meter vanuit de molen) met de mogelijkheid aan de zijde van de Hoefweg voor een hoogteaccent van maximaal 25 meter. In het Masterplan zijn uiteindelijk twee varianten onderzocht, die bij een eventueel initiatief verder uitgewerkt kunnen worden. Door de gemeente Lansingerland is gekozen voor toepassing van enkel de variant waarbij er een basis van 16,5 meter is met één groter accent van maximaal 25 meter op de kop van het bedrijventerrein aan de Hoefweg (zie figuur 37).
80
Urban Logistics Campus A12 (ULC A12) (vastgesteld)
Figuur 37: Zoeklocatie voor potentiële verhoging tot 25 meter (rode vlak)
Figuur 38: Één beeldbepalend hoogtegebaar als beelddrager voor ULC A12
4.15 Verkeer en parkeren Het ontwikkelen van een bestaande of nieuwe locatie vraagt naast een goede ruimtelijke afweging over functie, vormgeving en inpassing ook om het in beeld brengen van de verkeerseffecten. Bij een nieuw bestemmingsplan, een bestemmingsplanwijziging of een omgevingsvergunning voor het gebruiken van gronden en bouwwerken in strijd met het bestemmingsplan wordt gesteld dat de effecten van de ontwikkeling voor verkeer goed moeten worden onderbouwd. De onderbouwing van de verkeersaspecten speelt mee bij de beoordeling van het plan. Hierbinnen ligt de nadruk op de effecten van de ontwikkeling op de verkeersafwikkeling en parkeren (bereikbaarheid), de verkeersveiligheid en de verkeershinder (leefbaarheid). Deze aspecten zijn onderzocht in de verkeerstoets die door Arcadis in augustus 2022 is opgesteld (Bijlage 22).
Verkeersstructuur Gemotoriseerd verkeer De ontsluiting voor gemotoriseerd verkeer van het bedrijventerrein Klappolder vindt plaats via een met verkeerslichten geregelde aansluiting op de N209. Aan zowel de boven- als de onderzijde van het plangebied ULC A12 komt een doodlopende tweerichtingsweg te liggen die beide aan de westelijke zijde ontsluiten richting de N209. Beide wegen zullen met een nader te bepalen kruispuntvorm worden aangesloten op de bestaande Hoefweg. De wegen krijgen een rijbaan van 6,5 meter en worden geclassificeerd als gebiedsontsluitingswegen binnen
81
Urban Logistics Campus A12 (ULC A12) (vastgesteld)
de bebouwde kom met een snelheidsregime van 50 km/uur.
Langzaam verkeer Het bedrijventerrein Klappolder is bereikbaar met de fiets/ brommer via de Hoefweg. Vanwege de ligging in een hoog arbeidspotentieel gebied wordt verwacht dat werknemers met de fiets/brommer zullen komen. In de huidige situatie ontbreken fietsvoorzieningen grotendeels op het bedrijventerrein. In het plangebied van ULC A12 is in het ruimtebeslag van de infrastructuur rekening gehouden met een vrijliggend fietspad van 3,5 meter breed welke zal aansluiten op de bestaande fietsvoorzieningen. Om het langzame verkeer een veilige oversteek te bieden over de N209, is er tussen de busstations op de N209 een voetgangersbrug gesitueerd met fietsgoot. De oversteek sluit aan op de bestaande fietsvoorzieningen op de Klappolder. Bij een nadere uitwerking van de ontsluitingswegen op het bedrijventerrein is het van belang dat veilige oversteekfaciliteiten worden gerealiseerd voor fietsers zodat de bedrijven vanaf de fietsstructuur veilig kunnen worden bereikt. Vanwege het ontbreken van trottoirs kunnen voetgangers op de Klappolder gebruik maken van de fietsstructuur. Openbaar vervoer Het plangebied is goed te bereiken met het openbaar vervoer. In de spits rijdt hier elke 10 minuten een bus, buiten de spits elke 20 minuten. Direct aan de voorzijde bij de N209, is een bushalte gelegen.
Vanwege de ligging in een hoog arbeidspotentieel gebied wordt verwacht dat ook werknemers met het openbaar vervoer komen. Om het gebruik van het openbaar vervoer te stimuleren, is het aan te bevelen om middels een mobiliteitsplan in te zetten om de last-mile te faciliteren. De loopafstanden vanaf de halte naar het plangebied zijn namelijk met max. 900 meter relatief lang. Calamiteitenverkeer Het plangebied is goed bereikbaar in geval van calamiteiten. Hulpdiensten kunnen het gebied via het kruispunt N209-Hoefweg bereiken. Eventueel kan het gebied in het geval van een calamiteit op dit kruispunt N209 ook bereikt worden via het kruispunt N209-Heulslootweg. Initiatiefnemer is voornemens om op het terrein van het Spruitjesgebouw, gelegen aan de oostkant van het plangebied, ten alle tijde een noord-zuid verbinding beschikbaar zijn te stellen welke gebruikt kan worden als calamiteitenweg. Daardoor zijn alle panden in het plangebied van twee kanten bereikbaar.
82
Urban Logistics Campus A12 (ULC A12) (vastgesteld)
Verkeersgeneratieontwikkeling Toekomstige situatie Het bedrijventerrein Klappolder ondervindt de laatste jaren grootschalige gebiedstransformaties welke invloed hebben op de verkeersgeneratie van het gebied. Daarnaast zijn nog enkele lege plots te vinden op het bedrijventerrein waarvan niet bekend is of en op welke wijze deze zijn opgenomen in het regionale verkeersmodel V-MRDH (versie 2.10). Het is daardoor is niet met zekerheid te stellen wat het huidig gebruik is van de omliggende wegen en hoe het gebruik in de toekomst zal zijn. Om de impact van de ontwikkeling van plangebied ULC A12 goed te kunnen beoordelen, is daarom naast de plantonwikkeling ULC A12, ook de verkeersgeneratie van het gehele bedrijventerrein bepaald. De uitgangspunten van deze berekeningen zijn terug te vinden in Bijlage 22. Totale verkeersgeneratie van het bestemmingsplan Klappolder inclusief de ontwikkeling van plangebied ULC A12 per gebied is weergegeven in tabel 12. In Bijlage 22 is een kaart met de gebieden opgenomen. Tabel 12: Verkeersgeneratie plangebied weekdag in mtv/etmaal
Gebied
Totaal m2 BVO
Totaal aanial arbeídspiaatsen
Verkeersgeneratie werkdag
1 (ULC-
251 952
3.547
7.090
2
127 200
1.S36
3.670
3
50.000
667
1.330
4
46.400
689
1.380
5
30.600
455
910
6
11.200
166
330
7
17.015
253
710
8
10.000
149
300
9
276.900
139
280
Woningen
47 (aantal)
8,6 (ncnn: voertuigbewegingen per woning)
400
Kantoor 2.520 (zonder bal iefu notie)
72
140
Totaal
7.970
16.550
A12)
De totale, gemiddelde, verkeersgeneratie van het totale bedrijventerrein Klappolder op een werkdag bevat 16.550 mvt/etmaal. De totale verkeersgeneratie van plangebied ULC A12 van het nieuwe programma per saldo en het te handhaven programma bedraagt gemiddeld ca. 7.090 mvt/etm. Dit betreft een gemiddelde toename van hetgeen planologisch mogelijk is op basis van bestemmingsplan Klappolder van 710 mvt/etm. op een werkdag. Verdeling intensiteiten Al het verkeer vanaf plangebied ULC A12 ontsluit richting het westen. Het verkeer verdeelt zich dus gelijk (50/50) over noord en zuid. De meeste oostelijke plot (plot 5) bevat ongeveer 20% van het totale BVO. Er is vanuit gegaan dat 20% van de totale verkeersgeneratie vanaf het oosten naar het westen rijdt. De inrichting van de aansluiting van het plangebied ULC A12 terrein op de bestaande infrastructuur is nog niet bekend, daarom is uitgegaan van de huidige infrastructuur waar het verkeer ten westen van het plangebied ULC A12 het terrein op komt rijden, en het terrein aan de noordwestzijde weer verlaat.
83
Urban Logistics Campus A12 (ULC A12) (vastgesteld)
Figuur 40: Verdeling verkeer over wegennet Klappolder + intensiteiten; Werkdag; Toekomstige situatie met plangebied ULC A12
Kwaliteit doorstroming bedrijventerrein Klappolder Op basis van figuur 40 en de toetsingswaarde (19.500 mvt/etmaal en voor de overige wegen op het bedrijventerrein 6.000 mvt/etmaal), wordt geconcludeerd dat op geen enkel wegvak de toetsingswaarde wordt benaderd of overschreden. De wegen op het bedrijventerrein Klappolder hebben voldoende capaciteit om de berekende intensiteiten in de toekomstige situatie met plangebied ULC A12. Kwaliteit doorstroming kruispunt N209 - Hoefweg De doorstroming van het kruispunt N209/ Klappolder voor de toekomstige situatie is doorgerekend door middel van een Cocon berekening. Op basis van de resultaten wordt geconcludeerd dat het huidige kruispunt N209 - Hoefweg voldoende capaciteit heeft om de berekende intensiteiten in de toekomstige situatie met plangebied ULC A12 te faciliteren.
Parkeren Voor parkeren geldt voor het plangebied geldt dat voorzien moet worden in voldoende parkeergelegenheid overeenkomstig de 'Nota Parkeren Lansingerland' en de 'Nota Parkeernormen gemeente Lansingerland'. Voor een ontwikkeling als ULC A12 geldt in deze nota een parkeernorm van 1,1 parkeerplaatsen per 100 m2 BVO. Echter, in overleg met de gemeente Lansingerland is de parkeernorm 0,5 per 100 m2 BVO gehanteerd. Deze parkeernorm is ook toegepast bij de eerdere vergunning voor de nieuwbouw op perceel B2270 (voormalig spruitjesveld), onderdeel van deze planontwikkeling (voor een onderbouwing voor het afwijken van de parkeernorm, zie Bijlage 22). Het parkeren dient binnen het plangebied opgevangen te worden. In onderstaande tabel is de hoeveelheid gewenste hoeveelheid parkeerplaatsen weergegeven.
84
Urban Logistics Campus A12 (ULC A12) (vastgesteld)
Tabel 13: Parkeerbehoefte plangebied ULC-A12
Soort
Totaal m2 BVO
Kencijfer per 100 m2 BVO
Aantal parìteerptaatsen
Totaal
251.952
0,5
1.260
Op basis van het programma en de parkeernormering volgens het beleid van de gemeente Lansingerland zijn er voor het plangebied 1.260 parkeerplaatsen nodig. Dubbelgebruik is hierbij niet aan de orde. De parkeerplaatsen worden boven de laaddocks gesitueerd zoals weergegeven in figuur 41.
Figuur 41: Principe oplossing parkeren
Gezien het feit dat gekozen is voor een krappere parkeernorm dan beschreven in de gemeentelijke parkeernota, is het aan te bevelen de parkeersituatie na planrealisatie te monitoren en indien nodig extra parkeerplaatsen aan te leggen.
Verkeerveiligheid kruispunt N209 - Hoefweg Behalve de beoordeling van de doorstroming van het kruising N209 - Hoefweg, is ook een verkeerstechnische toets uitgevoerd om de verkeersveiligheid van dit kruispunt te beoordelen. Deze toets beoordeelt waar momenteel verkeerstechnische knelpunten in de verkeerssituatie aanwezig zijn welke bij de vorming van de ontwikkelingsplannen kunnen worden geoptimaliseerd. Hierbij wordt opgemerkt dat de geconstateerde knelpunten reeds in de huidige situatie aanwezig zijn, maar door de verkeerstoename door de ontwikkeling van ULC A12 worden versterkt. In de toets wordt geconcludeerd dat op het gebied van de verkeersveiligheid verbeteringen nodig zijn. Deze verbeterpunten hebben veelal te maken met de weginrichting: het wegbeeld geeft niet duidelijk weer welke snelheid gereden kan worden, of het bedrijventerrein binnen of buiten de kom is gelegen en of het openbaar of eigen terrein betreft. Ook ontbreekt een veilige fietsoversteek en in de huidige situatie een veilige route voor langzaam verkeer vanaf de Klappolder richting de bushalte. Verder wordt het wegbeeld in de omgeving druk door overbodige (en onofficiële) wegmarkering en borden. Mogelijke oplossingsrichtingen voor deze knelpunten zijn te vinden in Bijlage 22 en dienen separaat aan de planontwikkeling van ULC A12 onderzocht te worden.
Conclusie Het plangebied UCL A12 zal aan de noord- en zuidzijde voorzien worden van een nieuwe ontsluitingsweg. Deze weginfrastructuur zal tevens voorzien in vrijliggende fietspaden. Daarmee wordt een veilige en robuuste infrastructuur worden verkregen. Het plangebied ULC A12 kent een verwachte toename van de verkeersgeneratie van 710 mvt/emaal op een werkdag. Deze toename kan zonder problemen verwerkt worden op het wegennet van de Klappolder, alsmede goed worden afgewikkeld op het kruispunt N209 - Hoefweg. Aanvullende maatregelen om de doorstroming van het verkeer op dit kruispunt te verbeteren, naar aanleiding van de ontwikkeling van ULC-A12 zijn dus niet nodig. Er zijn 1.260 parkeerplaatsen nodig om te voldoen aan de parkeervraag van plangebied ULC A12. De parkeerplaatsen mogen alleen worden aangelegd op eigen terrein en zullen worden gerealiseerd boven de laaddocks.
85
Urban Logistics Campus A12 (ULC A12) (vastgesteld)
Het kruispunt N209 - Hoefweg kent diverse verkeersveiligheidsknelpunten welke in de huidige situatie reeds aanwezig zijn. Als gevolg van de toename van het verkeer door de ontwikkeling van ULC A12, worden deze knelpunten verzwaard. Om deze verkeersveiligheidsknelpunten op te lossen zijn aanpassingen aan de infrastructuur tussen het kruispunt met de N209 en het plangebied ULC-A12 nodig. Deze aanpassingen zijn echter plan overstijgend en dienen separaat aan de planontwikkeling van ULC A12 onderzocht te worden. Vanuit het aspect verkeer zijn voorgenomen ontwikkelingen daarmee toelaatbaar.
4.16
Kabels en leidingen
In december 2020 is er een Quickscan kabels en leidingen uitgevoerd door Antea Group (zie Bijlage 23). De Quickscan is bijgewerkt middels een aanvullende rapport, uitgevoerd op 20 mei 2022. In beide Quickscans was destijds geconcludeerd dat er in het plangebied verschillende kabels en leidingen aanwezig zijn die een belemmering vormen voor de gewenste ontwikkeling. Hierbij moet worden opgemerkt dat het hierbij om leidingen aan de west- en oostzijde van het totale plangebied gaat en dat de exacte invulling van de ontwikkeling op dat moment nog niet vaststond. In augustus 2022 heeft Arcadis deze Quickscan aangevuld met extra informatie over de gevolgen van deze kabels en leidingen voor de voorgenomen ontwikkeling zoals die nu is opgenomen in het voorliggende bestemmingsplan (Bijlage 23).
Aanwezige netbeheerders In het plangebied zijn diverse kabels, leidingen en overige voorzieningen gelegen (zie figuur 42). De kabels en leidingen behoren tot de volgende netbeheerders en mediums: * * » » * »
NV Nederlandse GasUnie West KPN B.V. Eurofiber Nederland B.V. Ziggo B.V. Stedin Netbeheer B.V Dunea N.V.
Figuur 42: overzicht van de kabels en leidingen in het plangebied
Voor de verschillende kabels en leidingen van deze netbeheerders en mediums zijn in het onderzoek diverse criteria, eisen en voorzorgsmaatregelen genomen (zie Bijlage 23) . Met deze maatregelen wordt voorkomen dat er negatieve effecten zijn op de ruimtelijke ordening.
86
Urban Logistics Campus A12 (ULC A12) (vastgesteld)
Aanwezige netbeheerdersdirect buiten het plangebied Buiten het plangebied zijn de volgende netbeheerders en mediums aanwezig welke zijn opgenomen in de Klic aanvraag: » * » » * * » »
Relined Verizon Nederland BV OCAP Co2 BV Secundair Eneco Warmtenetten BV Nederland LPG BV Liader NV Pac 2Ai68G2 Gemeente Zuidplas Netbeheerders die zich binnen het plangebied bevinden, bevinden zich ook buiten het plangebied.
Overige aandachtspunten Als de weginfra rondom het plangebied aangepast moet worden en of de ontsluitende weginfra aan de westzijde, heeft dit grote gevolgen voor de kabels en leidingen. In de Quickscan van 2020 (Bijlage 23) is te lezen om welke kabels en leidingen dit gaat.
Conclusie De planontwikkeling van het gebied is ten aanzien van eventuele aanpassingen van de bestaande kabels en leidingen haalbaar. Bij verdere ontwikkeling van het gebied, dient conform Crow500 (Richtlijn schade voorkomen aan kabels en leidingen) contact opgenomen te worden met de netbeheerders om de exacte plannen af te stemmen. Aan de westzijde, buiten het plangebied, liggen veel kabels en leidingen. Als de toegangswegen naar het plangebied aangepast moeten worden, zijn deze kabels en leidingen een belangrijk aandachtspunt.
4.17
Duurzaamheid
Duurzaamheid is een centraal thema binnen de voorgenomen ontwikkeling van de ULC A12. In het masterplan is er ingegaan op de duurzaamheidsambities die zowel door de initiatiefnemer als de gemeente gesteld zijn. De ULC A12 dient bij te dragen aan de ontwikkeling van een toekomstbestendige omgeving waarin klimaatadaptatie, natuurinclusiviteit en circulariteit leidend zijn. Duurzaamheidsmaatregelen zijn in het masterplan uiteengezet doormiddel van verschillende uitgangspunten. Ten eerste dient het bedrijventerrein, ten opzichte van de huidige situatie, verbeterd te worden op het gebied van ecologie. In de bestaande situatie is er een onvoldoende duurzame inpassing van ecologie. In de toekomst dient er aan de voorzijde nagedacht te worden over de inpassing van grote groenzones of verbindingszones voor flora en fauna. Tevens dient er aandacht besteed te worden aan landschappelijke inpassing en de bestaande natuurwaarden. In de toekomstige ontwikkeling van de ULC A12 zijn er ambities gesteld in het Masterplan om zoveel mogelijk groen in te passen, in bijvoorbeeld het hekwerk tussen de ontsluitingsweg en de bedrijventerreinen, aan de gevels en waar mogelijk ook op het dak. Aan de zijde van de N209 wordt het groenkarakter van de lintenzone behouden en aan de zijde van de Rotte wordt een duidelijke groenkadering ingericht met duurzaam en natuurinclusief groen.
De randen aan de noord- en zuidzijden hebben een robuuste landschappelijke groenstructuur met minimaal 15 m groen langs de watergangen. Deze groenstructuur bestaat uit toekomstbestendig groen met waar mogelijk natuurvriendelijke oevers. Om doorgaande groenstructuren te realiseren wordt vanuit het Masterplan geadviseerd om ook over de (eigendoms-)grenzen heen te kijken en samen te werken waar groen en water elkaar kunnen versterken. Een voorbeeld hiervan is de maatregel waar de bestaande beplantingsen bomenstructuur langs de watergangen waar nodig worden opgeschoond van dood hout en versterkt worden tot gebiedseigen groenstroken tussen lint en het recreatielandschap. De ambities op het gebied van droogte- en waterstress worden meegenomen door het afkoppelen van
87
Urban Logistics Campus A12 (ULC A12) (vastgesteld)
hemelwater. Hiervoor wordt een robuust hemelwatersysteem aangelegd. In het Masterplan wordt gestreefd naar een systeem waar water wordt opgevangen in daken. Tevens zijn er ambities gesteld om een bijdrage te leveren aan het voorkomen en verminderen van hittestress. Voor de daken van de bedrijven geldt ook een duurzame ambitie. Zo zijn de daken inzetbaar voor zonne-energie, hemelwater, groen en mogelijk ook als buitenruimte voor werknemers. Waarschijnlijk levert de energie van de zonnepanelen meer energie op dan het terrein zelf nodig heeft dus wordt er gekeken in hoeverre ook de omgeving hiervan kan profiteren door te leveren aan andere bedrijven of met een elektrisch laadstation voor personen- en vrachtverkeer in de lintzone. Op het gebied van deze klimaatadaptatie sluit de ontwikkeling de ULC A12 aan op de klimaatambities die opgesteld zijn door de gemeente Lansingerland. De gemeente zet zich in op een verbonden, vindingrijk en gezond Lansingerland in 2040. De gewenste maatregelen voor wat betreft klimaat, hittestress, waterstress en droogtestress zijn echter vooralsnog onvoldoende concreet uitgewerkt binnen de gemeente en worden bij een verdere uitwerking van het masterplan alsnog meegegeven aan de ontwikkelende partijen en getoetst.
88
Urban Logistics Campus A12 (ULC A12) (vastgesteld)
Hoofdstuk 5
5.1
Planopzet
Inleiding
Het bestemmingsplan is een juridisch bindend plan dat bestaat uit een verbeelding (plankaart) en regels en gaat vergezeld van een toelichting. De verbeelding en de regels vormen het juridisch bindende deel van het bestemmingsplan, waarbij de regels de gebruiks- en bouwmogelijkheden van de gronden regelen en de verbeelding de rol heeft van visualisering van de bestemmingen en aanduidingen. De toelichting heeft geen bindende werking, maar heeft wel een belangrijke functie bij de weergave, verantwoording en onderbouwing van het bestemmingsplan en als uitleg bij de verbeelding en regels. De Wet ruimtelijke ordening (Wro) bepaalt dat het bestemmingsplan langs elektronische weg beschikbaar wordt gesteld. Dit brengt met zich mee dat het bestemmingsplan digitaal uitwisselbaar en op vergelijkbare wijze moet worden gepresenteerd. Met het oog hierop stellen de Wro en de onderliggende regelgeving eisen waaraan het bestemmingsplan moet voldoen. Zo bevat de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen 2012 (SVBP 2012) bindende afspraken waarmee bij het maken van bestemmingsplannen rekening moet worden gehouden. De SVBP 2012 kent (onder meer) hoofdgroepen van bestemmingen, een lijst met functie- en bouwaanduidingen, gebiedsaanduidingen en een verplichte opbouw van de planregels en het renvooi.
Voorliggend bestemmingsplan is opgesteld in overeenstemming met de SVBP 2012 en wordt op de voorgeschreven wijze digitaal beschikbaar gesteld.
5.2
Plansystematiek
Het voorliggend bestemmingsplan is opgesteld om de ontwikkelingen zoals beschreven in hoofdstuk 2 juridisch-planologisch mogelijk te maken. De regels en de verbeelding zijn zodanig opgesteld dat de bouw- en gebruiksmogelijkheden daarvoor een juridisch kader bieden. De regels van het bestemmingsplan bestaan conform de SVBP 2012 uit de volgende onderdelen: 1. 2. 3. 4.
inleidende regels; bestemmingsregels; algemene regels; overgangs- en slotregels.
5.2.1
Hoofdstuk1: inleidende regels
Hoofdstuk 1 omvat de begripsbepalingen (artikel 1) en de wijze van meten (artikel 2). In de begripsbepalingen worden omschrijvingen gegeven van diverse in het bestemmingsplan gebruikte begrippen/termen. De begripsbepalingen zijn opgenomen om interpretatieverschillen te voorkomen. Artikel 2 bevat technische regelingen met betrekking tot het bepalen van oppervlakten, percentages, hoogte, diepte, breedte en dergelijke. Hiermee kan op een eenduidige manier toepassing worden gegeven aan de regels.
5.2.2
Hoofdstuk2: bestemmingsregels
In dit hoofdstuk zijn de in het bestemmingsplan opgenomen bestemmingen opgenomen (enkel- en dubbelbestemmingen). De opbouw van de bestemmingen is conform SVBP 2012 als volgt (waarbij word opgemerkt dat een specifieke bestemming niet alle genoemde elementen hoeft te bevatten): » » *
bestemmingsomschrijving; bouwregels; nadere eisen;
89
Urban Logistics Campus A12 (ULC A12) (vastgesteld)
* afwijken van de bouwregels; » specifieke gebruiksregels; » afwijken van de gebruiksregels; » omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden; * omgevingsvergunning voor het slopen van een bouwwerk; » wijzigingsbevoegdheid. De in het plangebied aanwezige bestemmingen zijn met bestemmingsvlakken op de verbeelding aangegeven. Het bestemmingsvlak geeft aan waar een bepaald gebruik is toegestaan. Ook kunnen aanduidingen die betrekking hebben op het gebruik (functieaanduidingen) zijn opgenomen. Middels deze functieaanduidingen is een specifiek gebruik ter plaatse bestemd of uitgesloten. Daarnaast wordt in de regels per bestemming bepaald waar en onder welke voorwaarden gebouwen mogen worden gebouwd. Dit wordt eventueel met een bouwvlak en aanduidingen die betrekking hebben op de maatvoering (maximale goot- en of bouwhoogte op de verbeelding aangeven. In de volgende paragraaf worden de in het plan opgenomen bestemmingen per bestemming nader beschreven.
5.2.3
Hoofdstuk3: algemene regels
Algemene regels zijn bepalingen die gelden voor meerdere bestemmingen, dan wel een algemene strekking hebben. Deze bestaan uit de volgende onderdelen: »
»
* » *
*
*
anti-dubbeltelregel: deze regel is opgenomen om te voorkomen dat, wanneer volgens een bestemmingsplan bepaalde gebouwen en bouwwerken niet meer dan een bepaald deel van een bouwperceel mogen beslaan, het overgebleven terrein nog eens meetelt bij het toestaan van een ander gebouw of bouwwerk, waaraan een soortgelijke eis wordt gesteld; algemene bouwregels: hier zijn algemene regels ten aanzien van het ondergronds bouwen opgenomen met bijbehorende maatvoering. Daarnaast zijn regels opgenomen ten aanzien van bestaande afstanden en andere maten ingeval van strijdigheid met de nieuwe bestemmingsregels. Ook is hierin geregeld wanneer overschrijding van bouw- en bestemmingsgrenzen door ondergeschikte bouwdelen is toegestaan; algemene gebruiksregels: in deze regels is opgenomen welke vormen van gebruik in ieder geval als strijdig gebruik worden beschouwd; algemene aanduidingsregels: hier zijn regels opgenomen, die van toepassing zijn ter plaatse van enkele in het plan opgenomen gebiedsaanduidingen; algemene afwijkingsregels: deze regels geven het bevoegd gezag de bevoegdheid om met een omgevingsvergunning af te wijken van de regels van dit bestemmingsplan ten behoeve van nietingrijpende gebruiks- en/of bouwactiviteiten.
De criteria, die bij toepassing van de afwijkingsbevoegdheid in acht moeten worden genomen, zijn daarbij aangegeven; algemene wijzigingsregels: deze regels geven het bevoegd gezag de bevoegdheid om bestemmingen te wijzigen ten behoeve van kleine overschrijdingen van bestemmingsgrenzen. De criteria, die bij toepassing van de wijzigingsbevoegdheid in acht moeten worden genomen, zijn daarbij aangegeven. algemene procedureregels: hierin zijn de procedureregels voor de nadere eisenregeling opgenomen.
5.2.4
Hoofdstuk4: overgangs- en slotregels
Dit hoofdstuk bevat het voor elk bestemmingsplan verplichte overgangsrecht voor bouwen en gebruik en de slotregel met daarin de citeertitel van de planregels.
5.3
Bestemmingen
Voorliggend bestemmingsplan bestaat uit de volgende (dubbel)bestemmingen.
90
Urban Logistics Campus A12 (ULC A12) (vastgesteld)
5.3.1
Bedrijventerrein
Voor het grootste deel van het plangebied geldt de bestemming 'Bedrijventerrein'. De als zodanig aangewezen gronden zijn bestemd voor bedrijven, waarbij een maximale milieucategorie is voorgeschreven. Daarbij is een onderscheid gemaakt in bedrijven (waaronder mede begrepen logistieke bedrijven en distributiecentra) tot en met milieucategorie 3.1, bedrijven tot en met milieucategorie 3.2 en bedrijven in milieucategorie 4.1. Verder zijn toegelaten bestaande nutsbedrijven en bij deze bestemming behorende voorzieningen, zoals parkeervoorzieningen, bedrijfsgebonden kantoren, niet-bedrijfsgebonden kantoren, duurzame energievoorzieningen en verzamelpunten van duurzame energievoorzieningen alsmede energieopdaadpunten.
Ondergeschikt zijn bovendien toegestaan: » afhaalpunten voor afhalen van goederen voor non-food; » een showroom inclusief daaraan gerealeerde groothandel ten dienste van de toegestane bedrijven; » in- en uitritten; * laad- en losvoorzieningen; » wegen; » bruggen ten behoeve van kruisend verkeer; » erven en terreinen; * groenvoorzieningen; » nutsvoorzieningen; » water, waterhuishoudkundige voorzieningen en waterbergingen; » blusvoorzieningen; * geluidsafschermende voorzieningen; met de daarbij behorende bouwwerken, waaronder straatmeubilair, bruggen, duikers en/of dammen en overige kunstwerken, die wat betreft aard en afmetingen passen bij en ten dienste staan van de bestemming, werken en werkzaamheden. Als bijlage bij de planregels is een Staat van bedrijfsactiviteiten opgenomen. In deze lijst zijn bedrijven opgenomen tot en met milieucategorie 4.2. Bedrijven in deze categorie zijn toegelaten mits deze bedrijven in uitstraling en planologische impact gelijkwaardig zijn aan de bedrijven die ter plekke bij recht zijn toegestaan. De bedrijfsgebouwen zijn uitsluitend binnen het bouwvlak toegelaten. Daarbij dienen de op de verbeelding aangegeven maatvoeringen in acht te worden genenomen.
5.3.2
Groen
De gronden op de kaart aangegeven met de bestemming "Groen” zijn bestemd voor groenvoorzieningen en bij deze bestemming behorende dan wel eraan ondergeschikte voorzieningen waaronder ontsluitingen, (fiets)paden, nutsvoorzieningen, water en waterhuishoudkundige voorzieningen. Tevens is de bestaande zendmast met bijbehorend gebouw geregeld.
5.3.3
Verkeer
De in het plangebied voorkomende wegen en openbare parkeerplekken zijn voorzien van de bestemming ‘Verkeer’. Binnen de bestemming kan medewerking worden verleend aan een herinrichting /herprofilering en zijn onder andere groenvoorzieningen alsmede waterberging en watergangen mogelijk. Binnen deze bestemming zijn de bouwmogelijkheden zeer beperkt.
91
Urban Logistics Campus A12 (ULC A12) (vastgesteld)
5.3.4
Water
De gronden op de kaart aangegeven met de bestemming "Water" zijn bestemd voor de waterhuishouding (waterafvoer, wateraanvoer en waterberging) met de daarbij behorende bouwwerken.
5.3.5
Leiding - Gas
De dubbelbestemming "Leiding - Gas" beschermt de aanwezige gasleiding in het plangebied, incl. de aanwezige beschermingszone.
5.3.6
Leiding - Water
De dubbelbestemming "Leiding - Water" beschermt de aanwezige waterleiding in het plangebied, incl. de aanwezige beschermingszone.
5.3.7
Waarde - Archeologie - 6
De dubbelbestemming "Waarde - Archeologie 6" beschermt de archeologische waarden in het plangebied. Bij ingrepen in de bodem is in verschillende gevallen een aanvullende omgevingsvergunning nodig.
5.3.8
Water - Waterkering
De dubbelbestemming "Waterstaat - Waterkering" beschermd de aan de westelijke zijde gelegen regionale waterkering. Binnen deze dubbelbestemming is ook de beschermingszone opgenomen. In basis blijven de gronden vrij van obstakels.
5.4
Gebiedsaanduidingen
Het plangebied wordt deels overlapt door een tweetal gebiedsaanduidingen, de 'veiligheidszone - leiding' en de 'vrijwaringszone - molenbiotoop'.
5.4.1
veiligheidszone - leiding
Deze zone is opgenomen aansluitend aan de bestaande hogedruk aardgasleidingen. Binnen deze veiligheidzone zijn geen nieuwe kwetsbare en beperkt kwetsbare objecten toegestaan. Onder voorwaarden kan hiervan worden afgeweken ten behoeve van beperktt kwetsbare objecten.
5.4.2
vrijwaringszone - Molenbiotoop
Op de gronden binnen met deze aanduiding zijn hoogtebeperkingen opgenomen in verband met de nabijgelegen historische windmolen.
92
Urban Logistics Campus A12 (ULC A12) (vastgesteld)
Hoofdstuk 6
6.1
Uitvoerbaarheid
Maatschappelijke uitvoerbaarheid
De procedures voor vaststelling van een bestemmingsplan zijn door de wetgever geregeld. Aangegeven is dat tussen gemeente en verschillende instanties waar nodig overleg over het plan moet worden gevoerd alvorens een ontwerpplan ter visie gelegd kan worden. Pas daarna wordt de wettelijke procedure met betrekking tot vaststelling van het bestemmingsplan opgestart (artikel 3.8 Wro).
6.1.1
Participatie
Voor de herontwikkeling van de ULC A12 heeft de gemeente Lansingerland een participatieplan ontwikkeld, dat lopende het inhoudelijke proces ter informatie naar de gemeenteraad is gestuurd. In dit participatieplan zijn de door te lopen participatieprocessen uiteengezet. In het participatieplan is opgenomen dat relevante stakeholders de kans krijgen om betrokken te worden bij het proces door middel van klankbordgroepen. Overige stakeholders worden geinformeerd en waar nodig gefaciliteerd, met het oog op de creatie van een gelijkwaardig speelveld. Voorafgaand aan het vooroverleg van het voorontwerp-bestemmingsplan is de directe omgeving ook geïnformeerd middels een informatieve nieuwsbrieven en verschillende informatiebijeenkomsten waar de omgeving in de gelegenheid is gesteld vragen te stellen. De verslagen, inclusief logboek, van de informatiebijeenkomsten zijn opgenomen in Bijlage 24. De eerste informatiebijeenkomst heeft plaatsgevonden op 14 juli 2021. Tijdens deze digitale informatiebijeenkomst zijn de omwonenden en stakeholders gevraagd input te leveren voor het ontwikkelplan. Van deze eerste informatiebijeenkomst is geen naslagwerk beschikbaar gesteld. De tweede digitale informatiebijeenkomst heeft plaatsgevonden op 11 januari 2022, waar omwonenden en stakeholders nogmaals input hebben gegeven op het ontwikkelplan en tevens ook op het stedenbouwkundig plan.
Er zijn verschillende vragen gesteld, de meest voorkomende vragen hadden betrekking op thema's als ontsluiting, flora en fauna en planologische procedures. Op 6 juli 2022, zowel fysiek als digitaal, een informatiebijeenkomst waarbij omwonenden, stakeholders en de gemeenteraad de laatste input heeft geleverd voor het ontwikkelplan, stedenbouwkundig plan en Masterplan. De informatiebijeenkomst vond plaats op het gemeentehuis van Lansingerland. Tijdens deze informatiebijeenkomst hebben verschillende projectleden een presentatie gegeven over het plan en zijn er actiepunten uitgezet binnen de Klankbordgroep. Op 14 oktober 2022 is een e-mailbericht verzonden aan de bewoners waarin de beantwoording is opgenomen van de openstaande vragen van de bijeenkomst op 11 januari 2022. Tot slot is op 16 augustus 2023 de aankondiging uitgegaan dat het ontwep bestemmingsplan terinzage wordt gelegd vanaf 24 augustus 2023. Na iedere informatiebijeenkomst hebben de aanwezigen het verslag toegezonden gekregen. Oerige belangstellenden worden geïnformeerd over de voortgang van het project via de website en digitale nieuwsbrieven. Ook krijgen zij via de website de gelegenheid vragen te stellen en hun mening te geven of actief aan te haken in het proces.
93
Urban Logistics Campus A12 (ULC A12) (vastgesteld)
6.1.2
Vooroverleg
Op grond van artikel 3.1.1. van het Besluit ruimtelijke ordening is het bestuursorgaan dat is belast met de voorbereiding van een bestemmingsplan verplicht om daarbij overleg te plegen met de besturen van betrokken gemeenten, waterschappen en diensten van provincie en Rijk die betrokken zijn bij de zorg voor de ruimtelijke ordening. De volgende instanties zijn verzocht om een reactie: » » * » » » * » » » * » » » * . » » * » »
Provincie Zuid-Holland * Veiligheidsregio Rotterdam-Rijnmond * DCMR * Hoogheemraadschap van Schieland en de Krimpenerwaard * Stedin BV (Eneco netbeheer) N.V. Nederlandse Gasunie * VWS Pipeline Control Luchtverkeersleiding NL/CNS-radio-apparatuur Rotterdam The Hague airport TenneT Gemeente Zoetermeer Natuur- en Vogelwacht Rotta * Stichting Zuid-Hollands Landschap LTO Noord Glaskracht Milieufederatie Zuid-Holland KPN * Stichting Molenviergang Tweemanspolder Kamer van Koophandel Den Haag Ondernemend 3B Klankbordgroep ULC A12 * Eigenaren en andere rechthebbenden in het plangebied *
Van de instanties met een * is een reactie ontvangen. De ingekomen reacties van voorstaande instanties zijn voorzien van een gemeentelijk antwoord en opgenomen in de Nota vooroverleg (zie Bijlage 25). De reacties zijn, voor zover ruimtelijk relevant, in het ontwerp bestemmingsplan verwerkt.
6.1.3
Zienswijzen
Op de voorbereiding om een besluit omtrent de aanpassingen is de in artikel 3.8 Wro geregelde procedure van toepassing, dat wil zeggen dat het ontwerp gedurende zes weken ter inzage dient te liggen, waarbinnen eenieder zijn zienswijze kenbaar kan maken. Het ontwerp bestemmingsplan Urban Logistics Campus A12 (ULC A12) heeft van 24 augustus 2023 tot en met 4 oktober 2023 voor een ieder ter inzage gelegen, waarbij de gelegenheid is geboden om binnen deze termijn zienswijzen met betrekking tot het ontwerp kenbaar te maken. Tegen het ontwerpbestemmingsplan zijn vier zienswijzen ingediend. Alle zienswijzen zijn ingediend binnen eerdergenoemde termijn en vanuit deze overweging dus ontvankelijk. De ingekomen zienswijzen zijn voorzien van een gemeentelijke reactie en opgenomen in de Nota zienwijzen (zie Bijlage 26).
6.2
Economische uitvoerbaarheid
Gelet op artikel 3.1.6 lid 1, sub f Besluit ruimtelijke ordening (Bro) dient bij de voorbereiding van een bestemmingsplan onderzoek plaats te vinden naar de (economische) uitvoerbaarheid van het plan. Wat dit betreft zijn de de aspecten kostenverhaal en planschade relevant. Wanneer een bouwplan, zoals gedefinieerd in artikel 6.2.1 Besluit ruimtelijke ordening (Bro), mogelijk wordt gemaakt, dient conform artikel 6.12 Wet ruimtelijke ordening (Wro) een exploitatieplan te worden opgesteld. Deze eis geldt niet als het kostenverhaal anderszins is verzekerd.
94
Urban Logistics Campus A12 (ULC A12) (vastgesteld)
De voorgenomen ontwikkeling van het bedrijventerrein ULC A12 met diverse bedrijfsgebouwen betreft een plan in het kader van de Grondexploitatiewet. De kosten voor voorgenomen uitbreiding komen volledig voor rekening van deze initiatiefnemer. Voor alle kosten geldt dat deze zijn gedekt. De gemeente heeft op 15 augustus 2023 met de initiatiefnemer een anterieure overeenkomst gesloten, waarin de eventueel te maken kosten zullen worden verrekend. Onderdeel hiervan is in ieder geval een planschadeovereenkomst. De strekking van dergelijke planschadeovereenkomst is dat de door derden geleden schade geheel (of gedeeltelijk) voor rekening komt van de initiatiefnemer, omdat de schade voortvloeit uit het op zijn of haar verzoek ten behoeve van een planontwikkeling wijzigen van het bestemmingsplan of verlenen van een omgevingsvergunning. Met het sluiten van een anterieure overeenkomst is de financieel-economische uitvoerbaarheid anderszins gewaarborgd. Er kan derhalve geconstateerd worden dat het project voor de gemeente Lansingerland geen financiële consequenties heeft en voor de gemeente budgettair neutraal zal verlopen en dat de uitvoerbaarheid is verzekerd.
95
Urban Logistics Campus A12 (ULC A12) (vastgesteld)
96
Urban Logistics Campus A12 (ULC A12) (vastgesteld)
Bijlagen bij de toelichting
97