CConstaterende datLansingerland
Koppel je AI →
Document · PDF

[T23.04691] Verkeersonderzoek Merenweg, Bleiswijk. Second opinion Antea.

Commissie Ruimte 12 september 2023, gemeente LansingerlandBij agendapunt: Startnotitie omgevingsplannen Lange Vaart en Merenweg (stukken in map persoonsgegevens en map geheime stukken)19.974 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

ol

antea'group

Rapport

1

Second opinion verkeersonderzoek woningbouwontwikkeling Merenweg Bleiswijk

Antea Group Understanding today.

projectnummer 0484116.100 definitief 7 juli 2023

www.anteagroup.nl

antea'group

Rapport Second opinion verkeersonderzoek woningbouwontwikkeling Merenweg Bleiswijk projectnummer 0484116.100 definitief 7 juli 2023

Auteurs R. Verschelling J. Bout B. Ceylan

Opdrachtgever Gemeente Lansingerland Postbus 1 2650 AA BERKEL EN RODENRIJS

Gecontroleerd J. Hus

datum 7 juli 2023

beschrijving I definitief

vrijgave R. Brandt

datum

7 juli 2023

projectnummer

0484116.100

betreft

Rapport second opinion verkeersonderzoek woningbouwontwikkeling Merenweg Bleiswijk

antea'group

Inhoudsopgave 1.

Inleiding

5

1.1

Aanleiding

5

1.2

Doel second opinion

6

1.3

Leeswijzer

6

2.

Onderzoeksopzet en uitgangspunten

7

2.1

Aanpak

7

2.2

Scope

7

2.3

Gehanteerde uitgangspunten

8

2.3.1 2.3.2

Verkeersmodel Beoordeling Kruispunt N209 - Bleiswijk-Zuid

8 9

2.3.3

Aanvaardbare verkeersintensiteiten naar wegcategorisering

9

3.

Referentiesituatie

11

3.1

Huidige situatie

11

3.2

Autonome ontwikkeling

14

4.

Planontwikkeling

16

4.1

Woningbouwontwikkeling Merenweg

16

4.2

Verkeersgeneratie ontwikkeling Merenweg

16

5.

Effecten varianten wijkontsluiting

17

5.1

Onderzochte varianten

17

5.2 5.3

Niet nader onderzochte varianten Verkeersintensiteiten 2030

19 19

5.4

Verkeersafwikkeling

22

5.5

Verkeersveiligheid

22

5.6

Effect voor openbaar vervoer

23

5.7

Effect voor langzaam verkeer: loop- en fietsroutes

24

5.8

Verkeerskundige voorkeursvariant

24

5.9

Samenhang met vraagstuk aansluiting N209 - Bleiswijk-Zuid

25

6.

Kruispunt N209 - Bleiswijk-Zuid

26

6.1

Kruispuntvarianten

26

6.2

Verkeersafwikkeling 2030

27

6.3

Verkeersveiligheid

28

6.4

Inpasbaarheid

28

6.5

Verkeerskundige voorkeursvariant

29

7.

Vergelijking met resultaten voorgaand onderzoek

30

7.1

Verkeersintensiteiten

30

7.2

Effecten varianten

33

7.3

Vergelijking uitkomsten voorkeursvariant

34

8.

Conclusie en advies

35

8.1

Wijkontsluiting ontwikkellocatie Merenweg

35

8.2

Aansluiting N209 - Bleiswijk-Zuid

35

8.3

Aanbevolen vervolgstappen

36

Bijlage 1: Afbeeldingen onderzochte varianten

37

datum

7 juli 2023

projectnummer

0484116.100

betreft

Rapport second opinion verkeersonderzoek woningbouwontwikkeling Merenweg Bleiswijk

antea'group

Bijlage 2: Verkeersintensiteiten

44

Bijlage 3: Resultaten COCON-berekeningen

46

blad 4 van 47

datum

7 juli 2023

projectnummer

0484116.100

betreft

Rapport second opinion verkeersonderzoek woningbouwontwikkeling Merenweg Bleiswijk

1.

Inleiding

1.1

Aanleiding

antea'group

In Bleiswijk zijn meerdere woningbouwontwikkelingen in voorbereiding. Een van deze ontwikkelingen is de woningbouwlocatie Merenweg, tussen de huidige bebouwing van Bleiswijk en de Merenweg ten zuiden daarvan (zie Figuur 1-1). Het voornemen is om op deze locatie 700 woningen te ontwikkelen.

Figuur 1-1: Situering ontwikkellocatie Merenweg en aansluiting N209 - Bleiswijk-Zuid

Voor de ontwikkeling Merenweg zijn al een Nota van Uitgangspunten en een Masterplan vastgelegd door de raad van de gemeente Lansingerland. In het Masterplan is de ruimtelijke hoofdstructuur van de ontwikkeling vastgelegd (zie Figuur 1-2). Verschillende varianten voor de ontsluitingsstructuur zijn in 2021 door Goudappel onderzocht en met elkaar vergeleken. Hierbij is gebruik gemaakt van het verkeersmodel (V-MRDH, versie 2.8). Op basis van het verkeersonderzoek van Goudappel is het Masterplan vastgelegd: tevens zijn er als gevolg van het onderzoek twee opties voor de zuidelijke aansluiting van Bleiswijk op de N209 vastgelegd. Zowel binnen de samenleving bij bewoners(groepen), als bij de gemeenteraad, leven er zorgen over de impact van de ontwikkeling Merenweg op de verkeersdrukte (verkeersintensiteiten) op de bestaande wegen rondom de ontwikkeling, evenals de zuidelijke ontsluiting van Bleiswijk op de N209. De verkeersafwikkeling bij deze

blad 5 van 47

datum

7 juli 2023

projectnummer

0484116.100

betreft

Rapport second opinion verkeersonderzoek woningbouwontwikkeling Merenweg Bleiswijk

antea'group

ontsluiting wordt op dit moment als slecht ervaren. Vanwege deze zorgen en aandachtspunten zijn er door de raad en bewoners(groepen) naar aanleiding van het verkeersonderzoek van Goudappel een aantal extra varianten aangedragen.

Figuur 1-2: Ruimtelijke hoofdstructuur ontwikkeling. Bron: Masterplan woningbouwlocaties Lange Vaart en Merenweg (dec-2021)

De gemeenteraad heeft vervolgens een motie aangenomen waarin het college is opgeroepen om een second opinion uit te voeren voor het verkeersonderzoek naar de ontsluitingsstructuur van de woningbouwlocatie Merenweg en de zuidelijke aansluiting van Bleiswijk op de N209. Antea Group heeft opdracht gekregen om deze second opinion uit te voeren. In voorliggend document staan de resultaten van de second opinion beschreven.

1.2

Doel second opinion Het doel van de second opinion is tweeledig: In beeld brengen wat de optimale wijkontsluiting van woningbouwlocatie Merenweg is. -

In beeld brengen wat de optimale vorm is voor de zuidelijke aansluiting van Bleiswijk op de N209.

Naast het beoordelen van de eerder onderzochte varianten in het onderzoek van Goudappel, is het doel van de second opinion ook om later aangedragen varianten (door de raad en bewonersgroepen) te onderzoeken.

1.3

Leeswijzer Dit rapport is als volgt opgebouwd: -

In hoofdstuk 2 zijn de onderzoeksopzet en de gehanteerde uitgangspunten uiteengezet; Hoofdstuk 3 bevat een toelichting op de verkeerssituatie in de huidige en autonome situatie;

-

In hoofdstuk 4 wordt de verkeerskundige impact van woningbouwontwikkeling uiteengezet;

-

Hoofdstuk 5 bevat de analyseresultaten van de impact van de varianten voor de wijkontsluiting;

-

In hoofdstuk 6 zijn de analyseresultaten voor de aansluiting N209 - Bleiswijk-Zuid uiteengezet;

-

In hoofdstuk 7 wordt ingegaan op de verschillen met het onderzoek van Goudappel;

-

Tot slot bevat hoofdstuk 8 de conclusies van dit onderzoek en de bijbehorende adviezen.

blad 6 van 47

datum

7 juli 2023

projectnummer

0484116.100

betreft

Rapport second opinion verkeersonderzoek woningbouwontwikkeling Merenweg Bleiswijk

2.

Onderzoeksopzet en uitgangspunten

2.1

Aanpak

antea'group

In dit verkeersonderzoek zijn de volgende stappen gevolgd: 1.

In het startoverleg (14 maart 2023) met de gemeente Lansingerland en een vertegenwoordiging van bewonersgroepen (begeleidingsgroep), zijn de uitgangspunten voor het verkeersonderzoek vastgelegd. In paragraaf 2.3 zijn deze nader uiteengezet. Daarnaast zijn ook de te onderzoeken varianten besproken en vastgelegd. Deze worden in paragraaf 5.1 toegelicht.

2.

Door verkeerskundigen van Antea Group is een locatiebezoek aan de ontsluiting van Bleiswijk-Zuid op de N209 gedaan, tijdens een maatgevend avondspits op 14 maart 2023.

3.

Met behulp van het verkeersmodel van de MRDH (V-MRDH), versie 2.10, zijn de verschillende ontsluitingsvarianten van de woningbouwlocatie Merenweg doorgerekend. Het resultaat hiervan zijn verkeersintensiteiten op de onderzochte wegen voor iedere variant.

4.

De output uit de berekeningen van het verkeersmodel is vervolgens gebruikt om met het programma COCON varianten voor het verkeerslicht (VRI) van de aansluiting N209 - Bleiswijk-Zuid door te rekenen.

5.

De varianten van de ontsluitingsstructuur zijn vervolgens kwalitatief beoordeeld op het vlak van effecten op verkeersveiligheid, OV-haltes en -routes, bereikbaarheid langzaam verkeer (fietsers en voetgangers).

6. 7.

De varianten voor de zuidelijke aansluiting op de N209 zijn beoordeeld op hun impact op de verkeersveiligheid op en rond het kruispunt. De resultaten en bevindingen uit voorgaande stappen zijn in voorliggende rapportage opgenomen. De gemeente Lansingerland en een vertegenwoordiging van bewonersgroepen heeft op de concept versie van deze rapportage een reactie gegeven. Vervolgens zijn de concept resultaten aan bewoners gepresenteerd. Naar aanleiding van de reactie van de gemeente Lansingerland en de begeleidingsgroep is het rapport definitief gemaakt.

2.2

Scope

Ruimtelijke scope Dit verkeersonderzoek concentreert zich op de impact van de woningbouwontwikkeling Merenweg op de doorstroming en verkeersveiligheid op omliggende wegen. Uit de verkeersmodelberekeningen zijn intensiteiten voor alle onderzochte varianten onttrokken voor de wegvakken zoals weergegeven in Figuur 2-1. Nadere analyse van de verkeersafwikkeling van de VRI heeft plaatsgevonden voor het kruispunt N209 - Bleiswijk-Zuid (ter hoogte van wegvak 13 uit Figuur 2-1). De intensiteiten op wegen in de directe omgeving van woningbouwontwikkeling Merenweg zijn getoetst aan de intensiteit die vanuit de categorisering van de weg aanvaardbaar is (meer over deze aanvaardbare intensiteiten in paragraaf 2.3.3).

blad 7 van 47

datum

7 juli 2023

projectnummer

0484116.100

betreft

Rapport second opinion verkeersonderzoek woningbouwontwikkeling Merenweg Bleiswijk

De Hooge Woert

antea'group

Growing Excellence

Peppercultures - Breugen Products B.V.

3 Ľ Jr'ottjú. Korenmolenhoek Oe Hoeislag

A*G van den Bosch

ŕ!ê'5.«'Ĵ!ř

De Túlnenÿ

ţç’ Hoekemdse ' ľoom ; '

RpU^WeKn Ķoornmoltngat',

.posthoekeind

Sportpark Merenveld

Bleiswijkse Zoom

Figuur 2-1: Locaties verkeersintensiteiten uit modelresultaten

Inhoudelijke scope Dit onderzoek richt zich uitsluitend op de verkeerskundige impact van de woningbouwontwikkeling Merenweg op de omliggende wegen en het kruispunt N209 - Bleiswijk-Zuid, namelijk de doorstroming en verkeersveiligheid. Neveneffecten als gevolg van de toe- of afname van verkeersintensiteiten op milieukundige aspecten (zoals luchtkwaliteit en geluidhinder) zijn niet onderzocht. Bij de beoordeling van varianten is in beeld gebracht in hoeverre deze consequenties hebben voor de bestaande lijnvoering en bushaltes. Een analyse naar het verbeteren van het OV en het eventueel aanpassen van de route van de bestaande buslijn is geen onderdeel van deze studie.

2.3

Gehanteerde uitgangspunten

2.3.1

Verkeersmodel In het verkeersonderzoek is gebruik gemaakt van het model V-MRDH, versie 2.10. Deze versie kent kleine updates ten opzichte van het door Goudappel gebruikte model (V-MRDH, versie 2.8). Voor de doorrekening van de verschillende ontsluitingsvarianten van ontwikkeling Merenweg en de aansluiting op de N209 is gebruik gemaakt van het prognosescenario 2030 Hoog. Dit scenario bevat prognoses van verschillende ontwikkelingen in de omgeving, waaronder: ^

A16 Rotterdam; de nieuwe Rijksweg tussen A16/A20 (knooppunt Terbregseplein) en de A13 bij Rotterdam The Hague Airport;

^

Woningbouwontwikkeling Lange Vaart Bleiswijk (200 woningen);

blad 8 van 47

datum

7 juli 2023

projectnummer

0484116.100

betreft

Rapport second opinion verkeersonderzoek woningbouwontwikkeling Merenweg Bleiswijk

^

antea'group

Woningbouwontwikkeling Merenweg Bleiswijk (700 woningen). De onderzochte ontwikkeling is dus al inbegrepen in het verkeersmodel. Ten behoeve van het verkeersonderzoek is wel een verfijning in het verkeersmodel aangebracht om verkeer binnen de voorziene ontsluitingsstructuur evenredig te verdelen (exacte invulling van de percelen met woningaantallen en -typen ligt nog niet vast). Zie hiervoor ook Bijlage 1.

Om ook de autonome situatie voor 2030 (zonder ontwikkeling Merenweg) te kunnen beoordelen, is in het VMRDH een variant op scenario 2030 Hoog gemaakt, waarin de verkeersgeneratie van het plangebied Merenwijk gelijk is aan die van het basisjaar van het verkeersmodel.

De verschillende varianten van de ontsluitingsstructuur zijn in het verkeersmodel verwerkt door wijzigingen te doen in het wegennetwerk van het verkeersmodel. Hierbij is rekening gehouden met de wegencategorisering die voor de wegen in de varianten is voorzien.

Als output is het volgende uit het verkeersmodel onttrokken: ^

Verkeersintensiteiten wegvakken: gezien de mate van onzekerheid die met het toepassen van verkeersmodellen gepaard gaat, zijn de verkeersintensiteiten afgerond op 500-tallen. Bij intensiteiten lager dan 500 mvt1/etmaal, is afgerond op 100-tallen.

^

Verkeersintensiteiten rijrichtingen kruispunt N209 - Bleiswijk-Zuid: dit is gebruikt voor de

^

I/C-verhoudingen2 wegvakken, voor ochtend- en avondspits: indien de I/C verhouding groter is dan

^

Verzadigingsgraad kruispunten, voor ochtend- en avondspits: indien de verzadigingsgraad op een

beoordeling van dit kruispunt (zie ook paragraaf 2.3.2).

0,8, is er sprake van een knelpunt in de verkeersafwikkeling.

kruispunt groter is dan 0,8, is er sprake van een knelpunt in de verkeersafwikkeling.

2.3.2

Beoordeling Kruispunt N209 - Bleiswijk-Zuid De verkeersintensiteiten uit het verkeersmodel, voor ochtend- en avondspits, zijn voor de variant met de zwaarste belasting op het kruispunt N209 - Bleiswijk-Zuid gebruikt in de beoordeling van de afwikkeling van deze VRI. Er is hierbij gebruik gemaakt van het programma COCON 10.0. Naast de verkeersintensiteiten zijn ook de ontruimingstijden hier een belangrijke input. Deze zijn voor de huidige vormgeving van de VRI berekend met behulp van het programma OTTO. Voor de toekomstige vormgevingsvarianten van het kruispunt zijn, waar nodig, ontruimingstijden ingeschat: dit is het geval als er in nieuwe vormgevingsvarianten nieuwe conflicten zijn toegevoegd aan de regeling, of het kruispunt compleet anders vormgegeven is.

Aan de hand van de berekeningsresultaten uit COCON kan worden beoordeeld of de afwikkeling bij de VRI een knelpunt vormt. Dit is het geval als de cyclustijd van de VRI groter is dan 120 seconden (bij 90% verzadiging). Specifiek voor deze situatie is hierbij ook gekeken naar de wachtrijvorming aan de oostzijde van de VRI. Indien deze terugslaat naar het kruispunt met de Hoekeindseweg, is er eveneens een knelpunt op deze tak. De opstellengte op deze oostelijke tak is circa 40 meter.

2.3.3

Aanvaardbare verkeersintensiteiten naar wegcategorisering De varianten voor de wijkontsluiting hebben impact op de verkeersintensiteiten op de wegen binnen het plangebied Merenweg en in de omgeving daarvan. De mate waarin een verkeersintensiteit acceptabel is voor een weg, hangt af van de samenhang tussen de functie, vormgeving en gebruik van een weg. Als deze drie aspecten in balans zijn, is er sprake van een Duurzaam Veilige weg.

In Tabel 2-1 zijn de wegcategorieën nader toegelicht, zoals deze in en rond de woningbouwlocatie Merenweg te vinden zijn. Hierbij zijn ook maximaal aanvaardbare verkeersintensiteiten genoemd, die in dit onderzoek gebruikt worden om de impact van verschillende varianten op verkeersveiligheid en leefbaarheid te toetsen. Er zijn geen (harde) richtlijnen die maximale verkeersintensiteiten voorschrijven. Wel zijn er CROW-richtlijnen voor

1 motorvoertuigen 2 Intensiteit/Capaciteit verhouding

blad 9 van 47

datum

7 juli 2023

projectnummer

0484116.100

betreft

Rapport second opinion verkeersonderzoek woningbouwontwikkeling Merenweg Bleiswijk

antea'group

de inrichting van verschillende wegcategorieën en in praktijk vaak gebruikte intensiteitenwaarden. Het belangrijkste is dat de functie, vormgeving en het gebruik van een weg goed op elkaar zijn afgestemd. Of een weg de intensiteiten op een verkeersveilige manier kan afwikkelen hangt daarmee uiteindelijk ook af van de daadwerkelijke inrichting. Tabel 2-1: Kenmerken wegcategorieën Wegcategorie

Binnen/buiten

Maximum

de bebouwde

snelheid

Indeling rijbaan

Kruispuntvorm

(totaal beide

kom Erftoegangsweg

Binnen de

richtingen) 30 km/h

bebouwde kom Buiten de Binnen de

verzamelfunctie

bebouwde kom

Gemengde rijbaan

Gelijkwaardig

2.000-4.000

Gelijkwaardig

4.000-6.000

Gelijkwaardig

4.000-6.000

auto + fiets 60 km/h

bebouwde kom Erftoegangsweg met

Verkeersintensiteit

Gemengde rijbaan

mvt/etmaal

auto + fiets 30 km/h

Gemengde rijbaan

mvt/etmaal

auto + fiets óf

mvt/etmaal

fietsstroken Gebiedsontsluitingsweg

Binnen de

50 km/h

bebouwde kom

Rijbaanscheiding

VRI, Rotonde of

10.000-20.000

met asmarkering,

voorrangskruispunt

mvt/etm

Rijbaanscheiding

VRI, Rotonde of

Geen bovengrens

met asmarkering,

voorrangskruispunt

vrijliggende fietspaden Buiten de bebouwde kom

80 km/h

vrijliggende fietspaden

blad 10 van 47

datum

7 juli 2023

projectnummer

0484116.100

betreft

Rapport second opinion verkeersonderzoek woningbouwontwikkeling Merenweg Bleiswijk

3.

Referentiesituatie

3.1

Huidige situatie

antea'group

In Figuur 3-1 is de huidige wegcategorisering weergegeven van wegen in en om de ontwikkellocatie Merenweg.

Bietswijk

Legenda Gebiedsontsluitingswee 80 km/h buiten bebouwde kom 50 km/h binnen bebouwde kom

Erftoeganesweg (met verzameifunctìe) 30 km/h binnen bebouwde kom

Erftoegangsweg 60 km/h buiten bebouwde kom 30 km/h binnen bebouwde kom

Figuur 3-1: Wegcategorisering van wegen rond beoogde ontwikkellocatie Merenweg, in de huidige situatie

De huidige vormgeving van de weergegeven wegen sluit aan bij hun functie. Een afwijking hierop is de Hoekeindseweg (zie Figuur 3-2 en Figuur 3-3) tussen de N209 en Lijsterlaan. Deze weg is gecategoriseerd als gebiedsontsluitingsweg (50 km/uur). Hier ontbreekt de asmarkering op de weg. Daarnaast zijn er op de Hoekeindseweg diverse erfaansluitingen van woningen en bedrijven die direct op de weg aansluiten. Dit zijn kenmerken die horen bij een erftoegangsweg. Deze inrichtingskenmerken geven de weg de uitstraling van een mengvorm tussen een gebiedsontsluitingsweg (50 km/uur) en een erftoegangsweg (30 km/uur). Deze inrichting past in een landelijke ontwikkeling rondom de zogenaamde gebiedsontsluitingsweg 30 km/uur, een tussencategorie die momenteel sterk in opmars is en ook in CROW-richtlijnen wordt vastgelegd.

Figuur 3-2: Inrichting Hoekeindseweg (kijkrichting: noord)

Figuur 3-3: Inrichting Hoekeindseweg (kijkrichting: zuid)

blad 11 van 47

datum

7 juli 2023

projectnummer

0484116.100

betreft

Rapport second opinion verkeersonderzoek woningbouwontwikkeling Merenweg Bleiswijk

antea'group

In Tabel 3-1 zijn telresultaten uit september 2022 opgenomen voor meerdere wegvakken in de omgeving van de ontwikkeling. Tevens zijn gegevens uit het verkeersmodel (V-MRDH 2.10) voor het scenario 2022 opgenomen. Tabel 3-1: Verkeersintensiteiten 2022: vergelijking tellingen september en verkeersmodel Weg

tussen

Telling 2022

V-MRDH 2.10, 2022

[mvt/etmaal]

[mvt/etmaal]

blad 12 van 47

datum

7 juli 2023

projectnummer

0484116.100

betreft

Rapport second opinion verkeersonderzoek woningbouwontwikkeling Merenweg Bleiswijk

antea'group

Op basis van de tellingen kan geconcludeerd worden dat - op de wegvakken waar een telling heeft plaatsgevonden - de intensiteit passend is bij de functie van de weg in de huidige situatie. De vergelijking tussen de telwaarden uit 2022 met modelinschattingen voor 2022 brengen daarnaast het volgende aan het licht: ^

In het verkeersmodel wordt het gebruik van de IJsvogellaan ten opzichte van de Nachtegaallaan sterk onderschat. In werkelijkheid (zo blijkt uit de tellingen) wordt de IJsvogellaan door de meeste weggebruikers gebruikt als route om van zuidelijk naar noordelijk Bleiswijk te rijden.

^

De parallelweg van de N209 (zuidelijk van de Merenweg) wordt door het verkeersmodel meer ingeschat als aantrekkelijke ontsluiting van/naar het zuiden dan uit de tellingen blijkt. Het verschil in de huidige situatie is circa 1.000 mvt/etmaal.

^

Het verkeersmodel prefereert voor de noordelijke ontsluiting van Bleiswijk de Heulslootweg boven de Hoefweg. Uit de tellingen blijkt dat dit in de praktijk genuanceerder ligt. Voor dit onderzoek naar woningbouwlocatie Merenweg is deze afwijking echter minder relevant voor de analyses.

Deze afwijkingen van het verkeersmodel ten opzichte van de tellingen worden in de vervolganalyses meegenomen.

Verkeersafwikkeling Bij de schouw van dinsdagavond 14 maart 2023 is geconstateerd dat bij het kruispunt Hoekeindsweg-N209 regelmatig wachtrijvorming ontstaat. Zowel op de Hoekeindseweg als op de N209, zie foto's bij Figuur 3-4. De wachtrijvorming leidt er toe dat het aansluitende kruispunt op de Hoekeindseweg wordt geblokkeerd. Ook bemoeilijkt de wachtrijvorming op de Hoekeindseweg het in- en uitrijden van de erfaansluitingen van de woningen.

blad 13 van 47

datum

7 juli 2023

projectnummer

0484116.100

betreft

Rapport second opinion verkeersonderzoek woningbouwontwikkeling Merenweg Bleiswijk

antea'group

Figuur 3-4: Kruispunt Hoekeindseweg bij aansluiting N209

3.2

Autonome ontwikkeling In Bleiswijk en omgeving vinden de komende jaren (buiten de ontwikkeling Merenweg om) diverse ontwikkelingen plaats die invloed hebben op de verkeersintensiteiten in het gebied. De belangrijkste is hierin de openstelling van de A16 Rotterdam. Voor Lansingerland betekent dit project een directere aansluiting op de Rijksweg via de Ankie Verbeek-Ohrlaan. Veelgebruikte routes binnendoor worden hiermee minder aantrekkelijk, maar de N209 zal meer verkeer trekken omdat deze door de directe aansluiting op de A16 Rotterdam een aantrekkelijkere verbinding wordt. In Tabel 3-2 (volgende pagina) is een vergelijking getrokken tussen prognoses van het verkeersmodel voor de huidige situatie (2022) en de autonome ontwikkeling (2030). Het scenario 2030 Autonoom is het scenario mét toekomstige ontwikkelingen, uitgezonderd woningbouwlocatie Merenweg. Op de N209 rond Bleiswijk zijn duidelijke toenames van verkeersintensiteiten te zien. Het gaat op deze wegvakken om 10%-15% toename van de verkeersbelasting. Dat is overigens niet alleen het gevolg van de A16 Rotterdam, maar ook van andere ruimtelijke (woningbouw)ontwikkelingen in de omgeving en toekomstige algemene demografische en sociale ontwikkelingen. Door de toename van de verkeersbelasting op de N209, neemt de vertraging ook toe.

Het gevolg hiervan is dat het verkeersmodel ook een toename van (sluip)verkeer op de parallelweg van de N209 voorziet. De kanttekening hierbij is wel dat het model het gebruik van deze weg in de huidige situatie overschat. De route binnendoor via de Kooilaan is door het project A16 Rotterdam minder aantrekkelijk geworden: het model geeft aan dat hier in de toekomst minder verkeer rijdt dan in de huidige situatie. Naast de effecten als gevolg van de A16 Rotterdam, is ook het effect van woningbouwontwikkeling Lange Vaart (200 woningen in het noorden van Bleiswijk) merkbaar in de verkeersprognoses. De grootste impact hiervan vindt plaats op de Heulslootweg. Deze berekende autonome situatie is het startpunt voor de verdere analyse naar de verkeerskundige impact van woningbouwontwikkeling Merenweg te Bleiswijk.

blad 14 van 47

datum

7 juli 2023

projectnummer

0484116.100

betreft

Rapport second opinion verkeersonderzoek woningbouwontwikkeling Merenweg Bleiswijk

antea'group

Tabel 3-2: Vergelijking verkeersintensiteiten V-MRDH 2.10, scenario 2022 en 2030 Autonoom [mvt/etmaal] Weg

Tussen

2022

2030

blad 15 van 47

datum

7 juli 2023

projectnummer

0484116.100

betreft

Rapport second opinion verkeersonderzoek woningbouwontwikkeling Merenweg Bleiswijk

4.

Planontwikkeling

4.1

Woningbouwontwikkeling Merenweg

antea'group

Voor de locatie Merenweg worden 700 woningen voorzien. Het voornemen is om deze woningen voor het jaar 2030 te realiseren en zo invulling te geven aan de woningbouwopgave. In het Masterplan woningbouwlocaties Lange Vaart en Merenweg staan meerdere punten die van belang zijn voor de verkeersstudie: ^

De ruimtelijke hoofdstructuur is in het masterplan vastgelegd. Dat wil zeggen: de globale ligging van infrastructuur voor de verschillende verkeersmodaliteiten is ingetekend. Dit is weergegeven in Figuur 4-1. In volgende ruimtelijke procedures vindt nadere uitwerking van hoofdstructuur plaats (exacte vormgeving en ligging van wegen).

Figuur 4-1: Ontsluitingsprincipe ontwikkeling Merenweg zoals opgenomen in Masterplan

^

Er zijn verspreid over het plangebied circa 15 zones aangeduid waar de woningen worden geplaatst (zie Bijlage 1). Het exacte type en prijsklasse van de woningen per zone is nog onbekend.

4.2

Verkeersgeneratie ontwikkeling Merenweg Woningbouwontwikkeling Merenweg is standaard in het verkeersmodel (V-MRDH 2.10) voor prognosejaar 2030 opgenomen, conform het voornemen om 700 woningen te realiseren. De verkeersgeneratie die door het model in dit basisscenario is berekend, is voor het vervolg van deze studie aangehouden. Het gaat om een verkeersgeneratie van 3.300 motorvoertuigen per etmaal. Deze verkeersgeneratie is evenredig over de 15 zones voor woningbouw uit het masterplan verdeeld.

blad 16 van 47

5.

datum

7 juli 2023

projectnummer

0484116.100

betreft

Rapport second opinion verkeersonderzoek woningbouwontwikkeling Merenweg Bleiswijk

antea'group

Effecten varianten wijkontsluiting In dit hoofdstuk is de verkeerskundige impact van de onderzochte varianten wijkontsluiting Merenweg uiteengezet. Eerst worden de verschillende varianten toegelicht. Vervolgens wordt de impact van deze varianten op de verkeersintensiteiten op afzonderlijke wegen (zoals berekend door het verkeersmodel) toegelicht. Hieruit volgen analyses naar de impact op verkeersafwikkeling, verkeersveiligheid, OV en langzaam verkeer. Op basis van de analyses volgt een verkeerskundige voorkeursvariant.

5.1

Onderzochte varianten In totaal zijn 13 varianten voor de wijkontsluiting onderzocht. Deze verschillen op enkele details van elkaar. Het gaat om eerder onderzochte varianten door Goudappel, evenals varianten die door bewoners(groepen) en de gemeenteraad zijn aangedragen. Hier is structuur in aangebracht met een nieuwe benaming van varianten. In Tabel 5-1 is de omschrijving van de hoofdvarianten opgenomen. Figuur 5-1 bevat een vergelijking tussen de schematische weergave van varianten. Voor de leesbaarheid van de varianten is een grote versie van de figuren in bijlage 1 opgenomen. Tabel 5-1: Hoofdvarianten wijkontsluiting Variant

Omschrijving

Variant A

Huidige wegenstructuur, met de volgende wijzigingen: ^

^ Variant B

Opmerkingen Deze variant is als basis voor

Komgrens Merenweg schuift op, ten westen van

vergelijkingen met andere

Götzenhainsingel

varianten gebruikt

Nieuwe binnenplanse ontsluitingsstructuur toegevoegd

Variant A, met de volgende wijzigingen: ^

Knip Hoekeindseweg voor gemotoriseerd verkeer, net ten noorden van aansluiting N209

^

Hoekeindseweg ten noorden van N209 afwaardering naar erftoegangsweg zonder verzamelfunctie (30 km/h)

Variant C

Variant A, met de volgende wijzigingen: ^

Hoekeindseweg ten noorden van aansluiting N209 éénrichtingsverkeer (richting het zuiden)

^

Hoekeindseweg ten noorden van N209 afwaardering naar erftoegangsweg zonder verzamelfunctie (30 km/h)

^

Lijsterlaan afwaardering naar erftoegangsweg (zonder verzamelfunctie)

^ Variant D

Variant A, met de volgende wijzigingen: ^

^ Variant E

Merenweg bij aansluiting N209 voorrang in de bocht

Hoekeindseweg ten noorden van N209 afwaardering

Deze variant (met Hoekeindseweg 50 km/h) was in

naar erftoegangsweg 30 km/h (zonder verzamelfunctie)

het verkeersonderzoek van

Merenweg bij aansluiting N209 voorrang in de bocht

Goudappel de voorkeursvariant

Variant A, met de volgende wijzigingen: ^

Aansluiting plangebied op Nachtegaallaan alleen mogelijk voor niet-gemotoriseerd verkeer (fietspad)

^

Merenweg bij aansluiting N209 voorrang in de bocht

blad 17 van 47

datum

7 juli 2023

projectnummer

0484116.100

betreft

Rapport second opinion verkeersonderzoek woningbouwontwikkeling Merenweg Bleiswijk

antea'group

Figuur 5-1: Schematische weergave hoofdvarianten

Variant D en E hebben daarnaast ook nog een aantal subvarianten, die ook in het onderzoek zijn meegenomen. In Tabel 5-2 zijn deze subvarianten beschreven. Tabel 5-2: Beschrijving subvarianten (variaties op de hoofdvarianten D en E) Subvariant

Omschrijving aanpassingen ten opzichte van hoofdvariant (D respectievelijk E)

Variant D-1

Westelijke weg plangebied ingericht als gebiedsontsluitingsweg 50 km/h, voorrang in de bocht bij kruispunten van deze weg met Lijsterlaan en Merenweg.

Variant D-2

Oostelijke weg plangebied sluit niet aan op Nachtegaallaan, maar direct op de Lijsterlaan (ter hoogte van Putterstraat). Het oostelijke fietspad sluit wel op de Nachtegaallaan aan.

Variant D-3

Merenweg komt direct op de N209 aan te sluiten. Huidige oostzijde van de aansluiting op de N209 komt te vervallen, aansluiting N209 krijgt dus een bajonet-vorm.

Variant D-4

Zowel westelijke als oosteliike wes binnen het plangebied kriisen seen aansluitins op de Lijsterlaan voor gemotoriseerd verkeer. Gemotoriseerd verkeer vanuit het plangebied ontsluit volledig via de Merenweg. Langzaam verkeer kan nog wel via de Lijsterlaan ontsluiten.

blad 18 van 47

datum

7 juli 2023

projectnummer

0484116.100

betreft

Rapport second opinion verkeersonderzoek woningbouwontwikkeling Merenweg Bleiswijk

Variant D-5

antea'group

Naar aanleiding van de concept resultaten van het onderzoek is deze variant toegevoegd. Dit is variant D, maar hierbij blijft de Hoekeindseweg 50 km/h. Deze variant is identiek aan de voorkeursvariant uit het onderzoek van Goudappel.

Variant D+

Deze variant bevat een toekomstperspectief voor de N209: de capaciteit op knellende kruispunten op de N209 is vergroot in het verkeersmodel. Daarnaast is de (sluip)route langs de Rotte in het model onaantrekkelijk gemaakt. De Hoekeindseweg blijft conform de huidige inrichting geconfigureerd.

Variant E-1

Toevoegen van een extra weg in het oostelijke deel van het plangebied, tussen de Götzenhainsingel en de oostelijke ontsluitingsweg van de ontwikkellocatie.

Variant E-2

Naar aanleiding van de concept resultaten van het onderzoek is deze variant toegevoegd. Ten opzichte van variant E is hierbij uitgegaan van de Hoekeindseweg als 30 km/h erftoegangsweg met verzamelfunctie. Daarnaast wordt gebruik van de westelijke planweg gestimuleerd doordat deze bij de kruispunten met de Lijsterlaan en Merenweg voorrang in de bocht heeft.

Niet nader onderzochte varianten Tijdens het onderzoeksproces (intern bij Antea Group) zijn enkele andere varianten besproken. Welke varianten dat zijn staat in Tabel 5-3 beschreven, evenals de reden waarom ze niet nader zijn onderzocht. Om volledig te zijn in de weergave van het onderzoeksproces, is dit op deze wijze in de rapportage opgenomen. Tabel 5-3: Niet nader onderzochte varianten wijkontsluiting Variant

Reden niet nader onderzocht

Oostelijke randweg Bleiswijk (route Kooilaan -

Beperkt oplossend vermogen voor verkeersstromen

Heulslootweg) om noordelijke aansluiting Merenweg op

binnen Bleiswijk, route waarschijnlijk te onaantrekkelijk,

N209 aantrekkelijker te maken.

grote impact op woningen noordoostelijk Bleiswijk omdat inprikkers vanuit Bleiswijk op oostelijke randweg wenselijk zijn.

Westelijke erftoegangsweg plangebied niet aansluiten op

5.3

Variant maakt gebruik van particuliere gronden, tevens

Merenweg, maar direct op Hoekeindseweg (bij kruispunt

dienen meerdere woningen aan de Hoekeindseweg

N209). Verkeer op Merenweg en parallelweg N209 via

geamoveerd te worden om de weg aan te kunnen laten

plangebied naar N209.

sluiten.

Verkeersintensiteiten 2030 In Bijlage 2 zijn de resultaten van de doorrekening van het verkeersmodel te vinden. Voor iedere variant is de verkeersintensiteit in 2030 op de onderzochte wegvakken berekend. In deze paragraaf volgt een analyse op deze kwantitatieve resultaten.

Spreiden versus bundelen van verkeersstromen De belangrijkste verschillen tussen varianten ontstaan omdat sommige varianten gericht zijn op spreiding van verkeersstromen, waar andere meer gericht zijn op het bundelen van de toekomstige verkeersstroom over één weg. In vrijwel alle varianten komt de gespreide/gebundelde verkeersstroom samen bij de zuidelijke aansluiting van Bleiswijk op de N209. De verdeling van verkeer vanuit zuidelijk Bleiswijk (inclusief woningen Merenweg) vindt plaats over de Hoekeindseweg (zuidelijk van Lijsterlaan) en de westelijke en oostelijke weg in het plangebied. De meeste spreiding van verkeersstromen over de drie uitvalswegen van zuidelijk Bleiswijk vindt plaats in varianten A, D, D-2 en D-5. De meeste bundeling vindt plaats in varianten B, C, D-1 en D-4. Andere varianten vinden daarin een tussenweg. De gemene deler van de varianten waarin de meeste spreiding plaatsvindt, is dat alle drie de uitvalswegen redelijk vergelijkbaar zijn ingericht en qua lengte van routes eveneens vergelijkbaar zijn. Varianten gericht op bundeling hebben één duidelijke voorkeursroute, of zijn op een of meer van de uitvalswegen geknipt.

blad 19 van 47

datum

7 juli 2023

projectnummer

0484116.100

betreft

Rapport second opinion verkeersonderzoek woningbouwontwikkeling Merenweg Bleiswijk

antea'group

Wegen waar een onacceptabel hoge intensiteit optreedt In een aantal varianten treedt een intensiteit op die hoger is dan de maximaal aanvaardbare intensiteit voor de wegcategorie (zoals gespecificeerd in Tabel 2-1): ^

Hoekeindseweg, tussen Lijsterlaan en N209: in variant D-4 is de Hoekeindseweg als erftoegangsweg zonder verzamelfunctie (30 km/h) voorzien. Omdat in deze variant de wegen in het plan Merenweg niet worden aangesloten op de Lijsterlaan, wordt al het verkeer vanuit Bleiswijk (en woningen in plan Merenweg die langs de Lijsterlaan komen te liggen) ontsloten via de Hoekeindseweg. Dit heeft tot gevolg dat de verkeersintensiteiten niet meer passend zijn voor een erftoegangsweg zonder verzamelfunctie. De intensiteiten zijn nét passend voor een erftoegangsweg met verzamelfunctie. De Hoekeindseweg kan alternatief in deze variant ook ingericht worden als 50 km/h-weg. Een ander belangrijk tegenargument voor deze variant is dat het kruispunt direct ten oosten van de aansluiting N209 veel zwaarder wordt belast: niet alleen door verkeer dat gebruik maakt van de N209, maar ook gemotoriseerd verkeer tussen het gebied Merenweg en voorzieningen in Bleiswijk (centrum).

^

Westelijke weg in plangebied (noordelijk deel): in variant B treedt hier een te hoge intensiteit op voor een erftoegangsweg met verzamelfunctie. Dit is het gevolg van de knip van de Hoekeindseweg (noordelijk van aansluiting N209) in deze variant, waardoor verkeer tussen Bleiswijk en de N209 gebruik maakt van de westelijke weg in het plangebied.

^

Parallelweg N209 (zuidelijk van Merenweg): in meerdere varianten (B, C, D, D-1, D-2, E-2) treedt hier een te hoge verkeersintensiteit op voor de functie van deze weg. Voor een deel wordt dit veroorzaakt door de overschatting die het model geeft voor het gebruik van deze parallelweg (zie toelichting in paragraaf 3.1). Aan de andere kant is dit ook een aanwijzing dat sommige varianten tot gevolg hebben dat de parallelweg van de N209 een aantrekkelijke route wordt voor verkeer van en naar Bleiswijk, onder meer omdat de zuidelijke aansluiting van Bleiswijk op de N209 vast loopt. Het gebruik van de parallelweg door verkeer van en naar Bleiswijk (en ontwikkellocatie Merenweg) is ongewenst. Het is aan te raden om bij een keuze voor deze varianten mitigerende maatregelen te treffen op de parallelweg, om de weerstand te verhogen en ongewenst sluipverkeer te weren.

^

Lijsterlaan (tussen Hoekeindseweg en Emmastraat): in variant E en E-1 hebben deze de functie van erftoegangsweg met verzamelfunctie. De intensiteit overschrijdt echter de 6.000 mvt/etmaal in deze varianten, omdat de oostelijke planweg niet beschikbaar is voor woningen aan de noordflank van het ontwikkelgebied en de Hoekeindseweg het meest aantrekkelijke alternatief is (snelheid 50 km/h). Deze intensiteiten vormen een risico voor de verkeersveiligheid bij de school aan de Lijsterlaan, maar ook voor overig langzaam verkeer dat in de toekomstige situatie de Lijsterlaan moet oversteken om tussen de nieuwe woonwijk en de rest van Bleiswijk te reizen.

Wegen waar varianten geen onderscheidende impact hebben op de verkeersintensiteit Uit de berekeningen blijkt eveneens dat de impact van de wijkontsluitingsvarianten weinig verschilt in een groot deel van Bleiswijk. De varianten vertonen op de wegen ten noorden van de Lijsterlaan minimale verschillen in de verkeerintensiteit. De verkeersintensiteit op deze wegen blijft tevens passend bij hun functie. Daarom is in de verdere analyse geen aandacht meer besteed aan deze wegvakken. Op de N209 is de impact eveneens vergelijkbaar voor alle varianten. Uitzondering is het wegvak tussen Bleiswijk en de Leeuwenhoekweg. De intensiteit neemt hier in een aantal varianten af, omdat de parallelweg meer wordt gebruikt. Variant D+ heeft tot gevolg dat de intensiteiten op de N209 toenemen, omdat de knelpunten in deze variant worden opgelost. Tenslotte hebben ook weinig varianten impact op de Kooilaan, Götzenhainsingel en de Merenweg tussen deze wegen. Variant D+ heeft tot gevolg dat de Kooilaan minder aantrekkelijk is voor verkeer en de intensiteit dus ook lager ligt. De Götzenhainsingel wordt alleen beïnvloed in variant E-1, waarin er een nieuwe binnenplanse verbinding wordt gelegd tussen de Götzenhainsingel en de oostelijke planweg.

blad 20 van 47

datum

7 juli 2023

projectnummer

0484116.100

betreft

Rapport second opinion verkeersonderzoek woningbouwontwikkeling Merenweg Bleiswijk

antea'group

Bevindingen per variant In Tabel 5-4 zijn de bevindingen per variant over de verkeersintensiteiten samengevat. Tabel 5-4: Bevindingen verkeersintensiteiten per variant Variant Variant A

Bevindingen verkeersintensiteiten De verkeersintensiteiten in variant A zijn, van alle varianten, het meest vergelijkbaar met de autonome situatie (zonder ontwikkeling Merenweg). Verkeer wordt in variant A op een vergelijkbare manier als in de autonome situatie afgewikkeld. Zwaartepunt van verkeersgeneratie ontwikkeling Merenweg wordt via de Merenweg afgewikkeld.

Variant B

De knip op de Hoekeindseweg heeft tot gevolg dat de westelijke planweg te hoog belast wordt voor een erftoegangsweg met verzamelfunctie. De parallelweg van de N209 is in deze variant eveneens aantrekkelijker dan in de autonome situatie, waarbij de kanttekening geplaatst dient te worden dat het verkeersmodel een overschatting geeft van het gebruik van de parallelweg.

Variant C

Het eenrichtingsverkeer heeft beperkt invloed op het gebruik van de Hoekeindseweg en bundeling via andere wegen. De parallelweg van de N209 is in deze variant aantrekkelijker dan in de autonome situatie, waarbij de kanttekening geplaatst dient te worden dat het verkeersmodel een overschatting geeft van het gebruik van de parallelweg.

Variant D

Deze variant richt de spreiding van verkeer meer op de wegen binnen plan Merenweg, de intensiteit op de Hoekeindseweg neemt af volgens het verkeersmodel. De route blijft wel aantrekkelijk voor verkeer. De parallelweg van de N209 is in deze variant aantrekkelijker dan in de autonome situatie, waarbij de kanttekening geplaatst dient te worden dat het verkeersmodel een overschatting geeft van het gebruik van de parallelweg.

Variant D+

Met name de intensiteiten op de N209 nemen toe. Omdat de Hoekeindseweg in deze subvariant uitgaat van 50 km/h, wordt deze vergelijkbaar als in de autonome situatie en variant A belast.

Variant D-1

Deze variant gaat uit van bundeling van al het verkeer over de westelijke planweg en vervolgens de Merenweg. De parallelweg van de N209 wordt in deze variant ook aantrekkelijker, waarbij de kanttekening geplaatst dient te worden dat het verkeersmodel een overschatting geeft van het gebruik van de parallelweg.

Variant D-2

Deze variant heeft tot gevolg dat de oostelijke planweg minder aantrekkelijk wordt dan de westelijke planweg in het ontwikkelgebied. De spreiding van verkeer schuift dus meer naar de westelijke planweg op.

Variant D-3

De routes door het plangebied worden in deze variant aantrekkelijker, omdat de Merenweg directer op de N209 aansluit. De Hoekeindseweg wordt onaantrekkelijk als verbindingsweg naar Bleiswijk, de parallelweg van de N209 is eveneens minder aantrekkelijk in deze variant.

Variant D-4

In deze variant wordt de Hoekeindseweg te zwaar belast voor de beoogde wegcategorie. De Hoekeindseweg wordt namelijk belast door zowel al het verkeer tussen Bleiswijk en de N209, als gemotoriseerd verkeer tussen de nieuwe woonwijk en Bleiswijk.

Variant D-5

Ten opzichte van variant A wijkt deze variant alleen af op het vlak van de voorrangssituatie bij de aansluiting met de N209 (voorrang in de bocht voor de Merenweg). Deze aanpassing heeft in het verkeersmodel zeer beperkte impact. De intensiteiten zijn overeenkomstig die in variant A. Verkeer wordt in deze variant wel meer verleid om via de Merenweg te rijden in plaats van via de Hoekeindseweg.

Variant E

Deze variant gaat uit van de Hoekeindseweg als 50 km/h weg. Het zwaartepunt van de intensiteiten ligt daar. De oostelijke planweg is eveneens minder aantrekkelijk door de knip bij de Nachtegaallaan.

Variant E-1

De extra binnenplanse verbinding naar de Götzenhainsingel heeft als effect dat deze gebruikt wordt als alternatief voor de Götzenhainsingel naar de Merenweg.

Variant E-2

Ten opzichte van variant E, wordt de Hoekeindseweg in deze variant minder aantrekkelijk gemaakt. Meer verkeer wikkelt af via de westelijke planweg. De parallelweg van de N209 wordt in deze variant ook aantrekkelijker, waarbij de kanttekening geplaatst dient te worden dat het verkeersmodel een overschatting geeft van het gebruik van de parallelweg.

Gevoeligheid van het verkeersmodel Het verkeersmodel kent beperkingen, die van invloed zijn op de resultaten. In de resultaten zijn tussen de varianten onderling grote verschillen te zien op de intensiteiten op de Hoekeindseweg. Bijvoorbeeld variant A versus variant D (in variant D blijft een kwart van de verkeersintensiteit over). Dit is het gevolg van de keuze voor de wegcategorie voor de Hoekeindseweg: gebiedsontsluitingsweg 50 km/h in variant A, erftoegangsweg 30 km/h in variant D. Het model is erg gevoelig voor deze keuze: het verkeer kiest de route met de kortste reistijd, ook als deze een langere afstand heeft of onlogisch over komt.

blad 21 van 47

datum

7 juli 2023

projectnummer

0484116.100

betreft

Rapport second opinion verkeersonderzoek woningbouwontwikkeling Merenweg Bleiswijk

antea'group

Het model is dus ongevoelig voor het psychologisch effect van routes. Waar het model voor variant D er vanuit gaat dat een groter deel van het verkeer tussen Bleiswijk en de N209 via de Merenweg rijdt (en minder via Hoekeindseweg), zal dat in de praktijk genuanceerder liggen. De route via de Hoekeindseweg blijft immers bestaan en is ook nog korter in afstand dan de route via de Merenweg. Het is tevens de huidige gewoonte van verkeer om van de Hoekeindseweg gebruik te maken. Het is dus de vraag of verkeer, ondanks afwaardering van de Hoekeindseweg, niet gebruik zal blijven maken van deze weg. Met dus hogere intensiteiten tot gevolg dan de prognose van het model, het model geeft dus een onderschatting van intensiteiten op de Hoekeindseweg in de varianten waar deze afgewaardeerd wordt. Mogelijk worden de intensiteiten in de praktijk zelfs dusdanig hoog, dat dit niet meer passend is bij de beoogde categorie erftoegangsweg. Het model is eveneens zeer beperkt gevoelig voor wijzigende voorrangssituaties (bijvoorbeeld voorrang in de bocht in een aantal varianten). In werkelijkheid zal dit juist wel enige impact hebben op de verkeersstromen, omdat verkeer met behulp van de voorrangsituatie verleid wordt de gewenste route te kiezen.

5.4

Verkeersafwikkeling De relevante kruispunten in het studiegebied zijn met het verkeersmodel getoetst op de kwaliteit van verkeersafwikkeling. Het kruispunt Hoekeindseweg-N209 is uitgebreider onderzocht (dit wordt toegelicht in hoofdstuk 6). Voor de beoordeling van de verkeersafwikkeling is de verzadigingsgraad als maat gehanteerd. Als de verzadigingsgraad op een kruispunt tijdens een maatgevende periode (ochtend- of avondspits) groter is dan 0,8 dan ontstaat wachtrijvorming. De kruispuntvorm voldoet dan niet om het verkeersaanbod vlot te kunnen afwikkelen. Uit de analyse blijkt dat in alle varianten op geen enkel onderzocht kruispunt de verzadigingsgraad de grenswaarde overschrijdt. De voorziene kruispunten voldoen dus in de toekomstige situatie.

5.5

Verkeersveiligheid De varianten zijn eveneens (onder meer op basis van de verkeersintensiteiten) onderzocht op het aspect verkeersveiligheid. In Tabel 5-5 zijn de bevindingen van deze analyse weergegeven. Tabel 5-5: Bevindingen impact verkeersveiligheid van de varianten Variant

Bevindingen verkeersveiligheid

Variant A

Ten opzichte van de huidige situatie verandert er in deze variant weinig. Mits de Merenweg t/m de Götzenhainsingel wordt ingericht als gebiedsontsluitingsweg 50 km/h, zijn de intensiteiten passend bij de wegfunctie.

Variant B

Op de Hoekeindseweg neemt de hoeveelheid verkeer sterk af. Dit zorgt voor een verbeterde verkeersveiligheid, met name voor langzaam verkeer. In het plangebied wordt de verkeersintensiteit te hoog ten opzichte van de wegcategorie, waardoor er risico's ontstaan voor langzaam verkeer. De oversteekbaarheid in het plangebied neemt eveneens af.

Variant C

Vergelijkbaar met variant B; Op de Hoekeindseweg neemt de hoeveelheid verkeer sterk af. Dit zorgt voor een verbeterde verkeersveiligheid, met name voor langzaam verkeer. Aan de andere kant, een hoge toename in verkeer is te zien op de Merenweg en in de nieuwe wijk.

Variant D

De intensiteit op de Hoekeindseweg neemt af volgens het verkeersmodel. Zoals in paragraaf 5.3 toegelicht, blijft de route in de praktijk wel aantrekkelijk voor verkeer, wat een risico kan vormen voor de verkeersveiligheid, omdat de wegcategorie van de weg niet geschikt is voor hoge intensiteiten. De parallelweg van de N209 is in deze variant aantrekkelijker dan in de autonome situatie. Ondanks de overschatting van het verkeersmodel van de intensiteiten op de parallelweg is het aan te raden in deze variant maatregelen te treffen om ongewenst (extra) sluipverkeer in deze variant te voorkomen.

Variant D+

Omdat de Hoekeindseweg in deze subvariant uitgaat van 50 km/h, wordt deze vergelijkbaar als in de autonome situatie en variant A belast. De verkeersveiligheidseffecten zijn dus vergelijkbaar met variant A.

Variant D-1

De parallelweg van de N209 wordt in deze variant aantrekkelijker, wat op die locatie negatieve gevolgen heeft voor de verkeersveiligheid (de intensiteit is niet meer passend bij het wegtype).

Variant D-2

Een aandachtspunt op het vlak van verkeersveiligheid in deze variant is dat er twee kruispunten op korte afstand elkaar opvolgen op de Lijsterlaan. Dit is mogelijk, maar vraagt wel om extra aandacht bij de weggebruiker (zowel gemotoriseerd als langzaam verkeer).

blad 22 van 47

datum

7 juli 2023

projectnummer

0484116.100

betreft

Rapport second opinion verkeersonderzoek woningbouwontwikkeling Merenweg Bleiswijk

Variant D-3

antea'group

Deze variant is niet inpasbaar binnen de beschikbare ruimte. Tevens brengt het oostelijk deel van de aansluiting van de Merenweg op de N209 verkeersveiligheidsrisico's met zich mee. De Hoekeindseweg en parallelweg moeten namelijk zeer dicht op de N209 op de Merenweg worden aangesloten. Dit brengt verkeersveiligheidsrisico's in de verkeersafwikkeling met zich mee.

Variant D-4

In deze variant wordt de Hoekeindseweg te zwaar belast voor de beoogde wegcategorie, waardoor er verkeersveiligheidsrisico's optreden voor langzaam verkeer. De verkeersveiligheidseffecten zijn dus vergelijkbaar met variant A.

Variant D-5

Omdat de Hoekeindseweg in deze subvariant uitgaat van 50 km/h, wordt deze vergelijkbaar als in de autonome situatie en variant A belast.

Variant E

Deze variant gaat uit van de Hoekeindseweg als 50 km/h weg. Er vinden vooral negatieve verkeersveiligheidseffecten plaats op de Lijsterlaan, ter hoogte van de school. De intensiteit is hier hoger dan de maximaal aanvaardbare intensiteit. Dit heeft negatieve effecten op de oversteekbaarheid voor langzaam verkeer: in de toekomst zal na ontwikkeling van de woonwijk op de Lijsterlaan aanzienlijk meer langzaam verkeer oversteken tussen de woonwijk en de rest van Bleiswijk.

Variant E-1

De oversteekbaarheid in het plangebied neemt af als gevolg van deze variant, omdat er een extra verbinding voor gemotoriseerd verkeer (met verzamelfunctie) in het oostelijk deel aanwezig is.

Variant E-2

Ten opzichte van variant E neemt de intensiteit op het meest westelijke deel op de Lijsterlaan af tot een acceptabel niveau. Op het wegvak tussen de westelijke en oostelijke planweg en het kruispunt van de Lijsterlaan met de westelijke planweg blijft de belasting van gemotoriseerd verkeer echter hoog, met risico's voor overstekend langzaam verkeer op deze locatie. Deze risico's zijn hoger dan in varianten waarin maximaal voor spreiding van verkeer gekozen wordt.

5.6

Effect voor openbaar vervoer De onderzochte varianten voor de wijkontsluiting hebben, in veel gevallen, impact op de huidige busroute. Voornamelijk omdat de inrichting van wegen verandert en dus ook de rijsnelheid van de bus. Een langere reistijd maakt de bus minder aantrekkelijk als modaliteit. In Tabel 5-6 staan de bevindingen per variant. Tabel 5-6: Bevindingen impact van varianten op busroutes en bushaltes Variant

Bevindingen busroutes en bushaltes

Variant A

Geen bijzonderheden ten opzichte van de huidige situatie.

Variant B

Het uitgangspunt is dat de bus gebruik kan blijven maken van de geknipte Hoekeindseweg. De route en locatie van haltes blijft gelijk. De rijsnelheid op de Hoekeindseweg gaat wel omlaag naar 30 km/h, waardoor bussen langer doen over de bestaande route.

Variant C

Het uitgangspunt is dat de bus gebruik kan blijven maken van de Hoekeindseweg in de rijrichting die voor de rest van het verkeer niet toegankelijk is. De route en locatie van haltes blijft gelijk. De rijsnelheid op de Hoekeindseweg en een deel van de Lijsterlaan gaat wel omlaag naar 30 km/h, waardoor bussen langer doen over de bestaande route.

Variant D

De rijsnelheid op de Hoekeindseweg gaat omlaag naar 30 km/h, waardoor bussen langer doen over de

Variant D+

Geen bijzonderheden ten opzichte van variant A.

Variant D-1

De rijsnelheid op de Hoekeindseweg gaat omlaag naar 30 km/h, waardoor bussen langer doen over de

bestaande route.

bestaande route. Variant D-2

De rijsnelheid op de Hoekeindseweg gaat omlaag naar 30 km/h, waardoor bussen langer doen over de bestaande route.

Variant D-3

Het uitgangspunt is dat de bus gebruik kan blijven maken van de bestaande aansluiting op de Hoekeindseweg (die niet meer toegankelijk is voor gemotoriseerd verkeer). De bestaande bushalte aan de N209 kan dan ook blijven bestaan (mogelijk wel iets verschoven). De rijsnelheid op de Hoekeindseweg gaat wel omlaag naar 30 km/h, waardoor bussen langer doen over de bestaande route.

Variant D-4

De rijsnelheid op de Hoekeindseweg gaat omlaag naar 30 km/h, waardoor bussen langer doen over de

Variant D-5

Geen bijzonderheden ten opzichte van variant A.

Variant E

Geen bijzonderheden ten opzichte van variant A.

Variant E-1

Geen bijzonderheden ten opzichte van variant A.

Variant E-2

De rijsnelheid op de Hoekeindseweg gaat omlaag naar 30 km/h, waardoor bussen langer doen over de

bestaande route.

bestaande route.

blad 23 van 47

5.7

datum

7 juli 2023

projectnummer

0484116.100

betreft

Rapport second opinion verkeersonderzoek woningbouwontwikkeling Merenweg Bleiswijk

antea'group

Effect voor langzaam verkeer: loop- en fietsroutes Door de ontwikkeling van woningbouwlocatie Merenweg, vinden er meer noord-zuid verplaatsingen in Bleiswijk van voetgangers en fietsers plaats in de toekomstige situatie ten opzichte van de bestaande situatie. Fietsers en voetgangers tussen de nieuwe wijk en het centrum van Bleiswijk dienen ergens de oversteek te maken over de Lijsterlaan (waar in de huidige situatie zeer beperkt oversteken plaatsvinden). Alle varianten gaan uit van eenzelfde (of sterk vergelijkbare) loop- en fietsstructuur. Dit maakt dat de verschillen in de loop- en fietsroutes beperkt zijn in de varianten. Bij een aantal varianten zijn er wel bijzonderheden, zie Tabel 5-7. Tabel 5-7: Bevindingen impact van varianten op loop- en fietsroutes Variant

Bevindingen loop- en fietsroutes

Variant A

Geen bijzonderheden ten opzichte van de huidige situatie.

Variant B

De verkeersintensiteit bij de school aan de Lijsterlaan neemt af, aan de andere kant wordt de westelijke

Variant C

Als gevolg van het eenrichtingsverkeer op de Hoekeindseweg neemt net als in variant C de intensiteit

planweg minder goed oversteekbaar.

ter hoogte van de school aan de Lijsterlaan met vergelijkbare impact op loop- en fietsroutes. Variant D

Geen bijzonderheden ten opzichte van variant A.

Variant D+

Geen bijzonderheden ten opzichte van variant A.

Variant D-1

De westelijke ontsluitingsroute als wijkontsluiting zorgt ervoor dat de maximumsnelheid verhoogd wordt van 30 km/u naar 50 km/h. Dit maakt de weg minder goed oversteekbaar voor langzaam verkeer.

Variant D-2

Zoals onder het punt verkeersveiligheid al benoemd, is de fietsoversteek over de oostelijke planweg een mogelijk veiligheidsrisico voor langzaam verkeer.

Variant D-3

Er vanuit gaande dat de bushalte wel op de huidige locatie bij de N209 kan blijven bestaan, heeft deze variant een voordeel op loop- en fietsroutes van en naar de bushalte, omdat langzaam verkeer over minder drukke wegen (Hoekeindseweg) hoeft over te steken om de bushalte aan de N209 te bereiken.

Variant D-4

In deze variant is lopen en fietsen tussen woningbouwlocatie Merenweg en de rest van Bleiswijk veel aantrekkelijker ten opzichte van de auto dan in andere varianten.

Variant D-5 Variant E

Geen bijzonderheden ten opzichte van variant A. In deze variant is lopen en fietsen tussen woningbouwlocatie Merenweg en de rest van Bleiswijk aantrekkelijker ten opzichte van de auto dan in andere varianten, maar bij de oversteken over de Lijsterlaan is er wel een verkeerveiligheidsrisico door de hoge intensiteit op deze weg.

5.8

Variant E-1

Geen aanvullende bijzonderheden ten opzichte van variant E.

Variant E-2

Geen aanvullende bijzonderheden ten opzichte van variant E.

Verkeerskundige voorkeursvariant Op basis van doorlopen analyses heeft variant D-5 de voorkeur voor de wijkontsluiting van woningbouwlocatie Merenweg. De redenatie achter deze voorkeur is als volgt: ^

Een aantal varianten vallen af omdat ze leiden tot een (te) hoge intensiteit op de Hoekeindseweg (tussen Lijsterlaan en N209) of de nieuwe planweg, namelijk de varianten B en D-4.

^

Varianten E en E-1 kennen een te hoge verkeersintensiteit op de Lijsterlaan, met aanzienlijke verkeersveiligheidsrisico's bij de oversteken voor langzaam verkeer op de Lijsterlaan tot gevolg. Onder andere bij de school vinden in de toekomstige situatie hier meer oversteken plaats dan in de huidige situatie, waardoor dit een knelpunt vormt. In variant E-2 is de intensiteit op het westelijk deel van de Lijsterlaan weliswaar lager, maar op andere delen en kruispunten (bijvoorbeeld bij de westelijke planweg) blijft de te hoge belasting gehandhaafd waardoor ook in deze variant gesproken kan worden van verkeersveiligheidsrisico's.

^

Variant C, D en de subvarianten van variant D kennen een risico voor wat betreft de verkeersveiligheid op de Hoekeindseweg en de parallelweg van de N209 (die wel wordt overschat door het model). Volgens het verkeersmodel wordt de Hoekeindseweg minder aantrekkelijk, maar het is de vraag in hoeverre dit in werkelijkheid zo zal optreden. Het risico is dat verkeer alsnog van de Hoekeindseweg gebruik gaat maken en vervolgens de intensiteit te hoog wordt voor de voorziene wegcategorie.

^

Variant D-5 en A blijven vervolgens het dichtst bij de huidige situatie qua intensiteit en vormgeving van wegen. De intensiteiten in de toekomst blijven binnen de maximaal aanvaardbare waarden gezien de

blad 24 van 47

datum

7 juli 2023

projectnummer

0484116.100

betreft

Rapport second opinion verkeersonderzoek woningbouwontwikkeling Merenweg Bleiswijk

antea'group

voorgenomen wegcategorisering. Variant D-5 kent ten opzichte van variant A het voordeel van de gewijzigde voorrangsituatie bij de aansluiting van de N209 (Merenweg voorrang in de bocht), waardoor verkeer verleid wordt de route via de Merenweg te nemen. In vervolgfasen van de ontwikkeling van woningbouwlocatie Merenweg dient aandacht te zijn voor de nadere invulling van de wegenstructuur (met uitgangspunt variant D-5). Specifiek is er aandacht nodig voor de exacte ligging en vormgeving van wegen. De vormgeving dient de functie, zoals beoogd in variant D-5, uit te stralen. In de ligging van wegen zijn er nog nuances mogelijk om verkeer te verleiden gewenste routes te kiezen.

5.9

Samenhang met vraagstuk aansluiting N209 - Bleiswijk-Zuid Vrijwel alle varianten kennen een vergelijkbare verkeersbelasting op het VRI kruispunt N209 - Bleiswijk-Zuid. Uitzondering hierop is variant D+, waarin de intensiteit op de N209 sterk toeneemt. In deze variant worden namelijk de bestaande knelpunten op de N209 opgelost, waardoor de N209 meer verkeer aantrekt. De conclusie is dan ook dat de keuze voor de wijkontsluiting weinig impact heeft op de bestaande problematiek bij de zuidelijke aansluiting van Bleiswijk op de N209. Hier dient een aparte en structurele oplossing voor gevonden te worden in de configuratie van dit kruispunt. De invulling van de wijkontsluiting heeft hier beperkt invloed op.

blad 25 van 47

datum

7 juli 2023

projectnummer

0484116.100

betreft

Rapport second opinion verkeersonderzoek woningbouwontwikkeling Merenweg Bleiswijk

6.

Kruispunt N209 - Bleiswijk-Zuid

6.1

Kruispuntvarianten

antea'group

Voor het kruispunt N209 - Bleiswijk-Zuid zijn de volgende varianten onderzocht (zie ook Tabel 6-1): ^

Huidige vormgeving;

^

Variant 1: extra rechtdoorgaande rijstrook op de N209 richting het noorden (richting A12);

^

Variant 2: extra linksafstrook op oostelijke tak, naar het zuiden (richting A16);

^

Variant 3: variant 1, aangevuld met een fietsoversteek op het noordelijke deel van de oostelijke tak.

^

Variant 4: bajonetkruispunt conform configuratie in wijkontsluitingsvariant D-3, waarbij de oostelijke

Het zuidelijk deel van de fietsoversteek wikkelt vrij af (met voorrang voor gemotoriseerd verkeer); tak van het kruispunt direct in het verlengde van de Merenweg aansluit. Tabel 6-1: Schematische weergave varianten aansluiting N209 - Bleiswijk-Zuid

Variant Huidige

Schematische weergave

Variant

Schematische weergave

Variant 3

vormgeving

Variant 1

Variant 4

Variant 2

blad 26 van 47

datum

7 juli 2023

projectnummer

0484116.100

betreft

Rapport second opinion verkeersonderzoek woningbouwontwikkeling Merenweg Bleiswijk

antea'group

Net als bij het onderzoek naar de wijkontsluiting, zijn er tijdens het onderzoeksproces meerdere alternatieven naast bovengenoemde varianten op tafel gekomen. Deze zijn niet nader onderzocht, vanwege de in Tabel 6-2 genoemde reden. Omwille van de volledigheid zijn ze wel in deze rapportage vermeld. Tabel 6-2: Niet nader onderzochte varianten zuidelijke ontsluiting Bleiswijk op N209 Variant

Reden niet nader onderzocht

Meerstrooks rotonde

Niet inpasbaar binnen de beschikbare ruimte.

Westelijke tak van huidig kruispunt laten vervallen

Grote omrijdtijden tot gevolg voor lokaal verkeer westelijke parallelweg

Ongelijkvloerse aansluiting N209 verdiepte ligging

6.2

Zeer grote investering, inpasbaarheid twijfelachtig

Verkeersafwikkeling 2030 Om de verkeersafwikkeling op het kruispunt te toetsen, is gekeken naar twee indicatoren. De cyclustijd van de VRI en de wachtrijlengte op de oostelijke tak van de VRI. De beschikbare opstellengte op de oostelijke tak van de VRI is circa 40 meter in de huidige situatie. De verkeersbelasting op de VRI is beperkt afhankelijk van de gekozen variant voor de wijkontsluiting (zie ook paragraaf 5.9). De resulterende cyclustijden uit de COCON analyse zijn weergegeven in Tabel 6-3. Hieruit blijkt dat de huidige situatie duidelijk niet voldoet aan de grenswaarde. Variant 2 heeft onvoldoende oplossend vermogen, want de cyclustijd blijft boven de grenswaarde. Het doorgaand verkeer op de N209 blijft dominant in de regeling, waardoor de extra capaciteit op de oosttak weinig impact heeft. Variant 1 leidt tot een acceptabele cyclustijd: doordat de doorgaande richting op de N209 (dominante richting) meer capaciteit krijgt, kan dit verkeer in een kortere groenfase worden afgewikkeld. Er blijft in de regeling vervolgens meer tijd over om de zijtakken (oostelijke tak) groen te geven. De ingreep in variant 3 (gebaseerd op variant 1) heeft weinig nadere impact op de cyclustijd. De gekozen configuratie voor het bajonetkruispunt (variant 4) is ook passend te maken voor de verkeersafwikkeling. Tabel 6-3: Cyclustijden 2030 voor de onderzochte varianten.

De grenswaarde voor cyclustijd is 120 seconden Variant

Huidige situatie

Cyclustijd ochtendspits

Cyclustijd avondspits

2030

2030 > 240 seconden

240 seconden

92 seconden

84 seconden

Variant 2 - Extra linksaf strook (gecombineerd) naar de A16

210 seconden

> 240 seconden

Variant 3 - Fietsers in de regeling, noordzijde oostelijke tak

92 seconden

84 seconden

Variant 4 - Directe ontsluiting Merenweg op de N209

79 seconden

88 seconden

Variant 1 - Extra rechtdoor gaande strook naar de A12

De wachtrijlengte op de oosttak blijft, ondanks verbeterde cyclustijden in een aantal varianten, een probleem (zo laat Tabel 6-4 zien). Er treedt wel verbetering op bij acceptabele cyclustijden, maar de wachtrijen zullen tot voorbij de Hoekeindseweg blijven terugslaan, onafhankelijk welke variant gekozen wordt. De wachtrij wordt in variant 1 bijvoorbeeld wel gehalveerd. Het blijft een verbetering, maar geen complete oplossing.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Lansingerland&id=7dcd5d05-afc1-4571-a330-769a1655af3f