[T23.04619] Bijlagenboek verantwoordingsdocument woningbouwlocaties Lange Vaart en Merenweg
Tekst van het document
3/5
locaties voor appartementengebouwen. Er is naar zijn opvatting niet unaniem de wens uitgesproken voor een andere plek voor de appartementengebouwen dan het masterplan toelaat. Door grondeigenaren/bewoners van de Merenweg wordt gevraagd waarom er niet in gesprek gegaan wordt over bepaalde keuzes in het masterplan als niet iedereen zich hierin kan vinden. De participatie voorafgaand aan het vaststellen van het masterplan heeft met een beperkte groep belanghebbenden plaatsgevonden. Zo wordt over de bouwhoogtes steeds gezegd dat de kaders van het masterplan niet ter discussie staan. Jeroen zegt dat hij zich goed voor kan stellen dat dit ongemakkelijk is. Het heeft ermee te maken dat de gemeenteraad bij de vaststelling van het masterplan al bepaalde kaders heeft vastgesteld en in het participatieplan heeft opgenomen dat die kaders niet opnieuw ter discussie staan. In het huidige participatieproces staan de moties centraal die bij de vaststelling van het masterplan zijn aangenomen. Dat neemt niet weg dat er in het participatieproces met proefverkavelingen en presentaties van BPD en 3B Wonen aandacht is besteed aan de bouwhoogte van appartementengebouwen. De bouwhoogte van appartementengebouwen was wel nadrukkelijk onderwerp van gesprek in het participatieproces voorafgaand aan de vaststelling van het masterplan. Dit wordt bevestigd door omwonenden van de Lange Vaart.
De gemeenteraad heeft verschillende keuzes gemaakt voor beide locaties. Pieter wijst erop dat ook wanneer onderwerpen in het huidige participatieproces niet ter discussie stonden, hierover wel kan worden ingesproken bij de gemeenteraad. De gemeenteraad beslist en kan eerdere standpunten heroverwegen als daartoe aanleiding wordt gezien. Een grondeigenaar van de Lange Vaart merkt op dat in de startnotitie de keuze gemaakt wordt om nu alleen het ‘laaghangende fruit’ in ontwikkeling te brengen. Er wordt een knip gemaakt, waardoor voor 2/3 van het plangebied wel de mogelijkheid tot ontwikkeling wordt geboden en voor 1 /3 van het plangebied niet. De maatschappelijke waarde van woningbouwontwikkeling ontbreekt. Verzocht wordt in het op te stellen omgevingsplan het aantal woningen in het toekomstig te ontwikkelen linkerdeel vast te leggen. Jeroen antwoordt dat hij hierover advies heeft ingewonnen, maar dat gelet op alle onzekerheden van het linkerdeel (termijn, financiële haalbaarheid, medewerking grondeigenaren) het voorstel is dit niet mee te nemen in het op te stellen omgevingsplan. De kaders uit het masterplan blijven van toepassing, bij de omgevingsvisie 2.0 kan de gemeenteraad het linkerdeel als toekomstige woningbouw aanduiden.
Bij het opstellen van het omgevingsplan worden de milieuaspecten nader in beeld gebracht om te kijken of er toch nog percelen uit het linkerdeel toegevoegd kunnen worden aan de eerste fase van de ontwikkeling. De gemeenteraad neemt uiteindelijk de beslissing over de wijze waarop de Lange Vaart wordt ontwikkeld en welke rol de gemeente daarin neemt. Het is duidelijk dat de voorgestelde ontwikkelstrategie consequenties heeft voor het linkerdeel. Wanneer mensen zich hierin niet kunnen vinden, kan hierover worden ingesproken worden bij de raad. Er wordt opgemerkt dat de kaders uit het masterplan in het bijzonder slecht uitpakken voor een woning centraal in het plangebied Merenweg. Deze woning kan volgens de getoonde proefverkaveling aan twee kanten omgeven worden door appartementengebouwen van 5 lagen. Jeroen Goes geeft aan dat de exacte positie van de appartementengebouwen nader bepaald dient te worden. Het masterplan werkt met zones, waarbinnen geschoven kan worden. Jeroen Koch bevestigt dit, maar voegt ook toe dat het stedenbouwkundig niet onlogisch is om hogere appartementengebouwen centraal in het gebied te realiseren. Vanuit de omwonenden van de Lange Vaart wordt de suggestie gedaan om in te spreken bij de gemeenteraad en aan te geven dat de 5-laags appartementen dusdanig in de zone worden gepositioneerd dat de hinder hiervan beperkt blijft.
4/5
Gevraagd wordt hoe er invloed uitgeoefend kan worden op de plaatsing van de appartementengebouwen. Jeroen antwoordt dat we van grof naar fijn gaan. In het masterplan en de startnotitie worden de hoofdlijnen vastgelegd. In dit stadium is het ook wenselijk om voldoende flexibiliteit te houden. In de startnotitie is ook de participatie voor de vervolgfase beschreven. Parallel aan het opstellen van de omgevingsplannen worden ook de stedenbouwkundige plannen voor de eerste fases uitgewerkt (en later per deelgebied). In overleg met eigenaren, omwonenden, ontwikkelaar en gemeente vindt dan het gesprek plaats over de invulling van de kaders uit het masterplan. Vervolgproces Het projectteam zal beide documenten afronden en eind augustus voorleggen aan het college. Na instemming door het college, wordt de startnotitie in september ter vaststelling voorgelegd aan de gemeenteraad. Het besluitvormingstraject bij de gemeenteraad ziet er als volgt uit: Beeldvorming 6 september Presentatie aan commissie Ruimte Oordeelsvorming 12 september Bespreking in de commissie Ruimte Besluitvorming 28 september Stemming in de gemeenteraad Al deze vergaderingen zijn openbaar. Bij de commissie en gemeenteraad is het, na vooraf aanmelden bij de griffie, mogelijk om in te spreken. Pieter vraagt wat een realistische termijn is voor de start bouw als de gemeenteraad besluit dat er gebouwd gaat worden.
Jeroen geeft aan dat hij verwacht dat er op zijn vroegst in 2025 gestart kan worden met de bouw. De procedure voor het opstellen van een omgevingsplan neemt ongeveer een jaar in beslag. Evaluatie Dit participatieproces is aangewezen als pilot door de gemeenteraad in het kader van het nieuwe participatiebeleid. Na de besluitvorming over de startnotitie vindt er een evaluatie van het proces plaats. Er wordt nog gekeken in welke vorm dit plaatsvindt. Alle participanten worden hierover geïnformeerd. Afsluiting Pieter dankt eenieder voor hun aanwezigheid/inbreng tijdens de participatiebijeenkomsten. Hij spreekt zijn waardering uit voor het feit dat iedereen met respect voor elkaars standpunten heeft deelgenomen aan de bijeenkomsten.
Nadere informatie Team Domein Email Postbus 1 2650 AA Lansingerland www.lansingerland.nl
Projectteam woningbouw Bleiswijk Gebiedsopgaven Ruimte & Economie woningbouwbleiswijk@lansingerland.nl
5/5
Cl
^ncļetci^íacfite te ond erzoeken v6:ìrlC(^^r’^\L;^iei;cint(^r^ IVI^rí-en^eg
Lansingerland
'V. Door participĉìnten
42
Varianten voor second opinion verkeersonderzoek voor woningbouwproject Merenweg Bijdrage van bewonersgroep omgeving zuidelijke Nachtegaallaan d.d. 14 november 2022
Inhoud 1. 2. 3. 4. 5.
Inleiding Verbetering doorstroming zuidelijke aansluiting N209 Varianten voor de ontsluiting van de nieuwe wijk in de bouwlocatie Merenweg Ontbrekende wegen en straten Conclusies en aanbevelingen
1. Inleiding In in de vergadering van de gemeenteraad van Lansingerland van 27 januari 2022 werd tijdens de behandeling van het Masterplan woningbouwlocaties Lange Vaart en Merenweg in Bleiswijk een motie aangenomen, waarin het college werd opgeroepen om: « Een second opinion uit te laten voeren naar ontsluiting van de woningbouwlocatie aan de Merenweg en de aansluiting van Bleiswijk op de N209. « In deze second opinion alle genoemde varianten van inwoners te betrekken « In deze second opinion de ontsluiting de N209 te betrekken « De second opinion met spoed en onafhankelijk van de al uitgevoerde onderzoeken uit te laten voeren. Hoewel nog niet volledig overtuigd van de in de motie genoemde onafhankelijkheid van de al uitgevoerde onderzoeken, als het uitgangspunt van de second opinion het bestaande rapport van Goudappel Cofeng moet zijn, presenteert de bewonersgroep wonend in en rond het zuidelijke deel van de Nachtegaallaan, verder ook wel aangeduid als “korte Nachtegaallaan”, in dit document enige punten die zouden moeten worden meegenomen bij deze second opinion. Het bevat drie delen: 1. Een voorstel voor verbetering van de doorstroming van de zuidelijke aansluiting op de N209. 2.
Voorstellen voor ontsluitingswegen voor de nieuwe wijk, waarbij rekening wordt gehouden met de eveneens toegedachte functie van ontsluiting van de overige wijken van Bleiswijk richting N209 via de Merenweg. 3. De locaties waar volgens ons de grootste toename van de verkeersdruk is te verwachten ten gevolge van de ontsluiting van de nieuwe wijk, maar die men deels was “vergeten” op te nemen in het oorsponkelijke verkeersonderzoek van Goudappel Cofeng.
2. Verbetering doorstroming zuidelijke aansluiting N209
De fietsers, die de afslag naar de N 209 kruisen, hebben geen voorrang , maar krijgen (en soms nemen) die voorrang wel met als gevolg, dat het verkeerslicht i.v.m. even geen verkeersstroom weer op rood springt. Ons voorstel is de oversteek naar de verkeerslichten te verleggen, zodat het fietsverkeerslicht afgestemd kan worden op het rood voor het autoverkeer. De vernauwing voor de opstelstroken kan dan verdwijnen, zodat er geen vermenging meer is van verkeer voor linksaf en rechtsaf en beide afslagen goed bereikbaaren langer zijn. Het verkeer op de Hoekeindseweg zou verplicht rechtsaf naar de N 209 moeten gaan, zodat links voorbijrijden naar de Merenweg of parallelweg van de N 209 niet meer is toegestaan.
Af^eelding 1: Opties in oorspronkeIiįke verkeersplan
Afbeelding 2: Met verkeersregeling voor fietsers
3. Varianten voor de ontsluiting van de nieuwe wijk in de bouwlocatie Merenweg 3.1 Inleiding In het oorspronkelijke masterplan zijn voor de ontsluiting van het Merenweggebied twee wegen in noord-zuid richting gepland, een oostelijke vanaf het einde van de Nachtegaallaan naar de Merenweg en een westelijke vanaf de Lijsterlaan ter hoogte van de Leeuwerikstraat eveneens naar de Merenweg.
Aï
MnsdCiroor potImhot MimiilfcM
'í Zí f'í,'!.. '■.■'V S'.'' .-'í
.
^
''' - *
í řŗ
"J..:-*: V'
'
''
: '.•/■Jŵ'' 't í A
J į n' ' ŕ'í'Ai
V
J lîĵ ĩ I * ^ ' É ':4ř ĩ'mĩ Lr:, y
fūn(íluitingEM«g Sű ttnvjur
90 km/uur
Erfto«į;ângsiAiËj mELveriam^nunctle ĴOkm/ULir
Mcrenweg - vanart ū, 1
Erfto«ŭ3nsEiAiËE ĵOkm/uuī
ĜO knyuur
Fielspra
Voetpad
FleLsstrBBt
DoDdlopsnd {Butol
Afbeelding 3: Ontsluitingsplan voor bouwlocatie Merenweg
Omdat er inde spits bij het kruispunt bij de N209 waar Merenweg en Hoekeindseweg samenkomen regelmatig opstoppingen zijn, doordat verkeer afkomstig van beide wegen tegelijkertijd de N209 op wil, worden in het oorspronkelijke rapport van Goudappel Cofeng vier en in de latere definitieve versie zes varianten voorgesteld, om de doorstroming bij dit kruispunt te verbeteren. Behalve variant 4.2, waarbij de oostelijke ontsluitingsweg alleen aansluit op de Merenweg en doodloopt bij de Nachtegaallaan, gaan ze allemaal uit van het in de bovenstaand figuur afgebeelde stratenplan. Het enige verschil tussen deze varianten is de situatie aan het einde van de Hoekeindseweg bij bovengenoemde kruising. De oplossingen berusten op het omleiden van het verkeer uit andere wijken van Bleiswijk, dat nu via de Edisonlaan, IJsvogellaan of Nachtegaallaan, Lijsterlaan en Hoekeindseweg naar de N209 gaat, over een of beide ontsluitingswegen naar de Merenweg om zo verder te gaan naar de N209 (varianten 2.1, 3.1 en 4.1). Dit leidt met name bij de varianten 2.1 en 3.1 tot een hoge verkeersdruk op en overlast voor de omwonenden aan de korte Nachtegaallaan. Niet expliciet vermeld, maar wel reeds bij de plannen inbegrepen, is het idee om de IJsvogellaan en de Lijsterlaan autoluw te maken.
Het verkeer uit andere wijken, dat nu verdeeld over de IJsvogellaan en de Nachtegaallaan rijdt om via de Lijsterlaan en Hoekeindseweg de N209 te bereiken, moet geconcentreerd over de Nachtegaallaan om dan via de oostelijke ontsluitingsweg en de Merenweg naar de N209 te gaan. Op de tekentafel ziet dit er heel mooi en logisch uit, echter IJsvogellaan, Lijsterlaan en Hoekeindseweg zijn wijkontsluitingswegen, zowel naar functie als ontwerp. Ze zijn breder en hebben fietsstroken of in het geval van de Hoekeindseweg zelfs een gescheiden fietspad. Daarentegen zijn zowel de noordelijke als de zuidelijke Nachtegaallaan aangelegd als erfontsluitingsweg, smaller, geen fietsstroken en met parkeerfunctie, ook dwars op de
weg. Ook zijn er 6 doodlopende, onopvallende zijwegen zonder uitritconstructie of voorrangsregeling. Juist de Nachtegaallaan wordt door scholieren veel gebruikt/overgestoken op weg naar school, de gymzaal aan het Kievitspad en de bibliotheek aan de Nachtegaallaan. De scholen aan de Lijsterlaan en IJsvogellaan grenzen met de gesloten kant aan deze straten, maar hun ingangen liggen aan de zijstraten, De meeste kinderen komen binnendoor naar school. Om deze Nachtegaallaan nu als wijkontsluitingsweg te gaan gebruiken lijkt ons een minder goed idee en het is ons nog niet duidelijk welk probleem hiermee zou worden opgelost. De door Goudappel Cofeng voor een aantal varianten voorspelde verkeersdrukken komen gevaarlijk dicht bij de 4000 mvt/etmaal, die als maximaal toelaatbaar worden geacht voor een erfontsluitingsweg. De gebruikte modellen bevatten echter aannames en onzekerheden, dus in de echte wereld zouden ze er makkelijk overheen kunnen gaan. Ook bij de Hoefweg bleek er een afwijking te zijn tussen door het model voorspelde waardes en recente metingen. Het Goudappel Cofeng rapport bevat geen enkele indicatie over de nauwkeurigheid van de gebruikte aannames en de daardoor beinvloedde berekeningsresultaten.
Verder zijn er partijen, die vinden, dat als er in het Langevaartgebied minder gebouwd mag worden door restricties wat betreft de bouwhoogte en/of aantal woningen per hectare, dit maar gecompenseerd moeten worden in het Merenweggebied, ondanks het feit, dat het aantal daar te bouwen woningen door de gemeemteraad duidelijk is gemaximeerd op 700. Mocht dit onverhoopt toch gebeuren, dan zal de verkeersintensiteit toenemen en mogelijk groter worden dan men toelaatbaar acht. Ook zou men toekomstgericht moeten denken. Merenweg en Lange Vaart zijn de laatste gebieden in Bleiswijk waar nog gebouwd kan worden. Mocht er in de toekomst behoefte zijn aan meer woningen, dan zal men bestaande wijken moeten gaan verdichten, waardoor er ook meer verkeer zal ontstaan. Nu al op de rand gaan zitten van wat qua capaciteit mogelijk is, leidt in de toekomst ongetwijfeld tot problemen, die nu voorkomen hadden kunnen worden. Wij stellen drie varianten voor, naast variant 4.2, die voor de bewonersgroep korte Nachtegaallaan natuurlijk de voorkeur heeft.
3.2 Varianten voorgesteld door bewonersgroep korte Nachtegaallaan 3.2.1 Ontwerp westelijke ontsluitingsweg als wijkontsluitingsweg. In de nieuw te bouwen wijk is nog alles mogelijk. Ontwerp daarom de westelijke ontsluitingsweg als wijkontsluitingsweg en laat deze op zo’n manier aansluiten op de Lijsterlaan, dat duidelijk is, dat dit de doorgaande route is. Als voorbeeld kan het noordelijke deel van de Groene Loper dienen en de manier waarop deze aansluit op de Jan van der Heijdenstraat. Gebruik deze weg om het verkeer uit andere wijken via de Merenweg naar de N209 te laten gaan. Dit zou kunnen in combinatie met elk van de varianten uit het Goudappel Cofeng rapport.
Afbeelding 4: Voorbeeld doorgaande route met bocht bij Groene Loper f Jan vd Heijdenstraat
3.2.2 Verleg aansluiting oostelijke ontsluitingsweg naar westkant van de tochtsloot
Nachtegaallaan
Verleg de oostelijke ontsluitingsweg naar de andere kant van de tochtsloot, zodat deze uitkomt op de Lijsterlaan ter hoogte van de Putterstraat en laat de oorspronkelijke oostelijke ligging van het fietspad uitkomen op de korte Nachtegaallaan, zodat er recht de Lijsterlaan overgestoken kan worden. Het fietspad aan de andere kant van de sloot door laten lopen heeft als nadeel, dat de scholieren eerst de autoweg moeten oversteken, vervolgens rechtsaf moeten en dan op de kruising linksaf de Nachtegaallaan op gaan, hetgeen gevaarlijker is. Ze komen deze autoweg voor de tweede keer tegen of ze rijden niet om en nemen toch de zuidelijke Nachtegaallaan. De voordelen van aansluiting bij de Putterstraat zijn, dat het verkeer uit de andere wijken niet meer rechtdoor kan racen vanaf de noordelijke Nachtegaallaan naar de oostelijke ontsluitingsweg en zich gelijkmatiger over beide ontsluitingswegen zal verdelen, fietsers veilig gescheiden van het gemotoriseerde verkeer de nieuwe wijk kunnen verlaten en de zuidelijke Nachtegaallaan gewoon een rustige erfontsluitingsweg blijft voor de bewoners van de Nachtegaallaan en Buizerdstraat. Desnoods als fietsstraat om het fietsen te accentueren en te bevorderen.
De t-kruising wordt wel een hele kruising, maar spaart een flessenhals bij de overgang oostelijke ontsluitingsweg 7 Nachtegaallaan uit.In onderstaande figuur is deze variant getekend samen met de “doorgaande bocht” uit ons vorige voorstel. Ook is er zo een aansluiting mogelijk op de weg achter de toekomstige seniorenwoningen parallel aan de Lijsterlaan. Ook deze variant zou kunnen worden gecombineerd met alle varianten uit het Goudappel Cofeng rapport, met en zonder autoluwe IJsvogellaan, met uitzondering natuurlijk van 4.2, waarbij de oostelijke ontsluitingsweg alleen op de Merenweg aansluit.
Afbeelding 5: Aansluiting oostelijke ontsluitingsweg op Lijsterlaan en voorbeeld "doorgaande weg” bocht
3.2.3 Maak extra ontsluitingsweg in oost-west richting aansluitend op Götzenhainsingel Om de ontsluiting van het oostelijke deel van de nieuwe wijk te verbeteren zou overwogen kunnen worden om een of beide in Oost-West richting lopende erfontsluitingswegen door te trekken naar de Götzenhainsingel. Het oostelijke deel van de nieuwe wijk blijft anders over rond 300 meter aan drie zijden ingesloten en is moeilijker bereikbaar voor hulpdiensten. Ook hoeven bewoners dan niet om te rijden als ze naar de sportvelden willen o.a. om vanaf daar te zorgen voor groepsvervoer naar uitwedstrijden. Deze variant kan ook weer worden gecombineerd met alle varianten uit het Goudappel Cofeng rapport, met name variant 4.2.
Afbeelding 6: Extra ontsluiting(en) in Oost-West richting op de Götzenhainsingel
4. Ontbrekende wegen en straten In het rapport van Goudappel Cofeng ontbreken cijfers voor de met de modellen berekende verkeersdruk voor een aantal wegen en straten, waar juist de grootste toename van de verkeersintensiteit zou zijn te verwachten. Enkele zijn in de latere definitieve versie alsnog toegevoegd. Het gaat om: 1. Zuidelijke deel van de Nachtegaallaan tussen Buizerdstraat en Lijsterlaan, later wel toegevoegd. Hier zal niet alleen verkeer van en naar de nieuw te bouwen wijk Merenweg over heen komen, maar ook het grootste deel van al het verkeer dat vanuit de meeste wijken van Bleiswijk via de nieuwe wijk in zuidelijke richting de N209 op wil. 2. Leeuwerikstraat en zuidelijke deel van de Groene Loper voor de aansluiting met de Terrastuin. Hier zal het verkeer vanuit het westelijke deel van de nieuwe wijk van en naar de voorzieningen in het centrum van het dorp overheen gaan. 3. Plevierstraat en Terrastuin. Hier zal het verkeer vanuit het oostelijke deel van de nieuwe wijk van en naar de voorzieningen in het centrum van het dorp overheen gaan. 4. Zuidelijke deel van de Groene Loper tussen Terrastuin en Plaats. Op deze niet al te brede straat zal het verkeer van 2) en 3) samenkomen. 5. Noordelijke deel van de Nachtegaallaan, later wel toegevoegd, waar volgens de oorspronkelijke plannen ook vrijwel al het verkeer, dat nu over de IJsvogellaan rijdt, over heen moet. 6.
Emmastraat. Staat wel genoemd in het rapport, maar de bijgevoegde kaart wekt de indruk, dat het om de Leeuwerikstraat gaat. Beide moeten in de rapportage worden opgenomen.
Jumbo
^^enbiirgweg
Superkids fashion' Kruisbergen, PrgjecT Realisatie Laurens woonzorglocetle, De Tuinen
"«nif,,,.
í
ļHans vsn Straalen Tweewielers
Openbarįĝasísschool
COBSlXļflį^enk
Katholieke Basisschool (KBS) Oosthoek
De Nũordhoek'
Maison DAM'
Afbeelding 7: Locaties waar de grootste toenames in verkeersintensiteit zijn te verwachten
5. Conclusies en aanbevelingen Het Goudappel Cofeng rapport bevat een paar hiaten. Het is niet voor niets, dat de gemeenteraad om een second opinion verzocht. Hierin zouden wij graag de volgende punten in zien worden meegenomen: 1. De door ons voorgestelde variant voor het verbeteren van het kruispunt met de N209 2. De door ons voorgestelde varianten voor de ontsluiting van de nieuwe wijk in het Merenweggebied 3. Resultaten voor alle straten en wegen waar logischerwijs grote veranderingen in de verkeersintensiteit zijn te verwachten. 4. Eerlijke presentatie van de resultaten met een vergelijking met de huidige situatie gebaseerd op de onlangs verichte verkeerstellingen i.p.v met uitkomsten van modelberekeningen waarbij al stilzwijgend een ander, niet expliciet genoemd plan is geïmplementeerd. Bewoners hebben anders geen mogelijkheid zich een idee te vormen over wat er gaat veranderen. 5. Berekeningen met en zonder autoluw gemaakte IJsvogellaan. Ons was niets bekend over dit plan met nogal ingrijpende gevolgen voor de verkeersintensiteit op de Nachtegaallaan. 6. Een indicatie van de nauwkeurigheid van de modelberekeningen. In het Goudappel Cofeng rapport worden alle waardes afgerond op tientallen, maar wij hebben ernstige twijfels of de mogelijke afwijking slechts ± 5 mvt/etmaal bedraagt.
Namens de Bewonersgroep Korte Nachtegaallaan e.o.
Cl
Lansingerland
3. Uit\zraag seìcond opinion verke^r^ond^rzoek Merenweg
53
Inhoud van de opdracht Het uit te voeren verkeersonderzoek geeft antwoord op de volgende onderzoeksvragen: 1. 2.
Wat is de meest optimale wijkontsluiting (auto/fiets) van de woningbouwlocatie Merenweg? Wat is de meest optimale aansluiting (auto/fiets) vanuit Bleiswijk-Zuid op de N209?
Hieronder worden deze onderzoeksvragen nader uitgewerkt. Onderzoeksvraag 1 (wijkontsluiting) 1) Geef uw advies/visie over de meest optimale wijkontsluiting (auto/fiets) van de woningbouwlocatie Merenweg: i) Beoordeel in dat kader of de in het masterplan (pagina 44-46 van bijlage 7) opgenomen wijkontsluiting (auto/fiets) voor de woningbouwlocatie Merenweg de meest optimale is. ii) Indien dit naar uw mening niet het geval is werk dan uw meest optimale alternatief (een stuks) uit in een schetsontwerp. iii) Onderbouw uw bevindingen en eventueel alternatief (een stuks) aan de hand van de criteria bereikbaarheid/doorstroming en verkeersveiligheid en toon de betrouwbaarheid van uw resultaten aan. 2) Onderbouw/verklaar aan de hand van eigen onderzoek eventuele afwijkingen van uw bevindingen ten opzichte van het eerdere verkeersonderzoek van Goudappel. 3) Maak de effecten van uw keuzes op nabijgelegen wegen en de mate van aanvaardbaarheid daarvan inzichtelijk aan de hand van de criteria bereikbaarheid/doorstroming en verkeersveiligheid. 4) Bepaal hiervoor op voorhand voor de relevante omliggende wegen de maximaal aanvaardbare intensiteit op deze wegen (met andere woorden: de capaciteit) in relatie tot bereikbaarheid/doorstroming, verkeersveiligheid, wegcategorie-/wegfunctie en materialisatie in de huidige situatie.
5) Onderzoek alle eerder door Goudappel onderzochte varianten (bijlage 9). Dit zijn de varianten: a) Ontsluiting Merenweg 0.1 b) Ontsluiting Merenweg 2.1 c) Ontsluiting Merenweg 3.1 d) Ontsluiting Merenweg 4.1 e) Ontsluiting Merenweg 4.2 (Daarbij geen rekening houden met het in deze variant aan de westzijde van de watergang ingetekende fietspad) f) Ontsluiting Merenweg 4.3 6) Onderzoek alle in november 2022 aangeleverde extra te onderzoeken varianten (bijlagen 19 en 20). Dit zijn de varianten: a) Ontwerp de westelijke ontsluitingsroute door het plangebied als wijkontsluitingsweg in het verlengde van de Lijsterlaan waarbij de hoofdrichting afbuigt richting de Merenweg, in combinatie met parallelwegen (Groene Loper in Bleiswijk is hiervan een voorbeeld). b) Verleg de aansluiting van de oostelijke ontsluitingsweg naar de westkant van de tochtsloot, zodat de ontsluiting niet via de Nachtegaallaan loopt. Met andere woorden: parallel aan de Nachtegaallaan aan de andere kant van de sloot. Fietsers kunnen in deze variant wel gebruik maken van de Nachtegaallaan. c) Maak een extra ontsluitingsweg in oost-west richting aansluitend op Götzenhainsingel, met eventueel daarbij ook een aansluiting op de Buizerdstraat (verlengde IJsvogellaan), eventueel met eenrichtingsverkeer. d) Een rechtstreekse aansluiting van de Merenweg op de N209, in het verlengde van de Merenweg.
7)
Onderzoek de variant zoals beschreven in het ingetrokken amendement 'Langzaam verkeersverbinding tussen locatie Merenweg en Lijsterlaan/Nachtegaallaan/Götzenhainsingel/Hoekeindseweg'. 8) Onderzoek eventueel ook eigen nog niet eerder onderzochte of aangedragen varianten. 9) Beoordeel alle onderzochte varianten op de volgende effecten: a) Bereikbaarheid/doorstroming en I/C verhouding en geef daarbij een duiding van de resultaten (bijvoorbeeld wat betekent 1000 mvt/etm voor een weg?) b) Verkeersveiligheid c) Invloed op busroutes, ligging bushaltes, looproutes en fietsroutes 10) Geef in uw onderzoeksrapport advies over de volgende punten/opties: a) De maximaal acceptabele verkeersintensiteit/intensiteitsgroei op bestaande wegen b) Het aantal aansluitingen en de locaties daarvan op de Lijsterlaan c) Het aantal aansluitingen op de Merenweg d) Het aantal aansluitingen op de Götzenhainsingel e) Sturingsmiddelen om de routekeuze te beïnvloeden naar de N209: " Voorrangsregeling Hoekeindseweg/Hoekeindseweg/Merenweg (bij kruising N209), en wie heeft dan voorrang) " Eenrichtingsverkeer Hoekeindseweg, tussen Lijsterlaan en N209. Richting noord of richting zuid. " Afsluiten Hoekeindseweg. f) Spreiden via meerdere bestaande/nieuwe wegen of juist bundelen.
Onderzoeksvraag 2 (aansluiting N209) 11) Geef uw advies/visie over de meest optimale aansluiting (auto/fiets) van de woningbouwlocatie Merenweg vanuit Bleiswijk-Zuid op de N209: i) Beoordeel of de in het masterplan (pagina 47 van bijlage 7) opgenomen voorstel tot aansluiting (auto/fiets) van Bleiswijk-Zuid op de N209 de meest optimale is ii) Indien dit naar uw mening niet het geval is werk dan uw meest optimale alternatief (een stuks) uit in een schetsontwerp. iii) Onderbouw uw bevindingen en eventueel alternatief aan de hand van de criteria bereikbaarheid/doorstroming en verkeersveiligheid en toon de betrouwbaarheid van uw resultaten aan. 12) Onderbouw/verklaar aan de hand van eigen onderzoek eventuele afwijkingen van uw bevindingen ten opzichte van het eerdere verkeersonderzoek van Goudappel. 13) Maak de effecten van uw keuzes op nabijgelegen wegen en de mate van aanvaardbaarheid daarvan inzichtelijk aan de hand van de criteria bereikbaarheid/doorstroming en verkeersveiligheid. 14) Onderzoek de eerder door Goudappel onderzochte varianten (bijlage 9). Dit zijn de varianten: a) Een extra rechtdoorgaande strook richting de A12 b) Een extra linksafstrook richting de A16 15) Onderzoek de in november 2022 aangeleverde extra te onderzoeken varianten (bijlagen 19 en 20).
Dit zijn de varianten: a) Een rechtstreekse aansluiting van de Merenweg op de N209, in het verlengde van de Merenweg. b) Verbetering doorstroming zuidelijke aansluiting N209. 16) Onderzoek eventueel ook eigen nog niet eerder onderzochte of aangedragen varianten. 17) Geef in uw onderzoeksrapport advies over de volgende punten/opties: a) De maximaal aanvaardbare wachttijd/wachtrijlengte bij de verkeerslichten. b) Een veilige fietsoversteek (noord/zuid) ten oosten van de kruising met de N209.
Bijlage 4
Programma van eisen
In deze Bijlage is het Programma van eisen opgenomen. Van Inschrijver wordt verwacht dat hij de eisen accepteert door de akkoordverklaring (bijlage 1) te ondertekenen en bij te voegen bij de Inschrijving. Nummer
Algemene eisen
A-1.
De inschrijver heeft voorafgaand aan het uit te voeren verkeersonderzoek kennis genomen van de volgende informatie en vastgestelde ruimtelijke uitgangspunten (zie bijlagen bij deze aanbesteding): -
-
A-2.
Nota van Uitgangspunten ‘Woningbouwontwikkeling Lange Vaart en Merenweg in Bleiswijk’ (bijlage 6). Masterplan ‘woningbouwlocaties Lange Vaart en Merenweg’ (bijlage 7). Participatieplan ‘woningbouwlocaties Lange Vaart en Merenweg, Bleiswijk’ (bijlage 8). Verkeersonderzoek ‘Woningbouw Merenweg en Lange Vaart’ van Goudappel (bijlage 9). Verkeerstellingen najaar 2021, meetpuntenkaart werkdaggemiddelde (bijlage 10). Verkeerstellingen najaar 2022, meetpuntenkaart werkdaggemiddelde (bijlage 11). Verkeerstellingen najaar 2021 en 2022, excelbestand (bijlage 12). De aangenomen motie ‘Second opinion ontsluiting woningbouwlocatie Merenweg’ (bijlage 13). De aangenomen motie ‘N209 in relatie met masterplannen Lange Vaart en Merenweg’ (bijlage 14). De aangenomen motie ‘Lijsterlaan bestemmen voor passende seniorenwoningen (koop en huur) en versnelde realisatie’ (bijlage 15). Het aangenomen amendement ‘Fasering bouw afhankelijk van maatregelen N209’ (bijlage 16). Het ingetrokken amendement ‘Langzaam verkeersverbinding tussen locatie Merenweg en Lijsterlaan/Nachtegaallaan/Götzenhainsingel/Hoekeindseweg’ (bijlage 17). De verworpen motie ‘Ontzie Nachtegaallaan en leg ontsluiting van nieuwbouwwijk Merenweg aan de andere kant van het water’ (bijlage 18). De aangedragen variant met een rechtstreekse aansluiting vanaf de Merenweg op de N209 (bijlage 19).
De aangedragen varianten van de bewonersgroep omgeving zuidelijke Nachtegaallaan (bijlage 20). Mobiliteitsvisie Lansingerland 2040, ‘Een nieuw eLan’ slim, veilig & duurzaam (bijlage 21).
Buiten de scope voor dit onderzoek: -
Onderzoek naar het verbeteren van openbaar vervoer en het aanpassen van de route van de bestaande buslijn behoort niet tot de scope. Tenzij de door u geadviseerde ontsluitingsstructuur dit technisch noodzakelijk maakt. Met dien verstande dat de Bushalte Lijsterlaan de best gebruikte bushalte van Bleiswijk is en daarom moet blijven worden aangedaan.
-
A-3.
Belangrijke ruimtelijke uitgangspunten voor dit onderzoek -
A-4.
200 woningen op locatie Lange Vaart. 700 woningen op locatie Merenweg. Ontsluiten op bestaand onderliggend wegennet van Bleiswijk.
Randvoorwaarden voor dit onderzoek -
A-5.
De wijkontsluiting van de woningbouwlocatie Lange Vaart en de aansluiting van Bleiswijk-Noord op de N209 maken geen onderdeel uit van de opdracht.
Evenredige verdeling van het (nieuwe) verkeer op het bestaande wegennet. Geen enkele bestaande weg wordt geconfronteerd met een dermate hoge verkeersbelasting dat dit tot problemen voor de bereikbaarheid/doorstroming en verkeersveiligheid leidt (objectief onderbouwd).
In aanvulling op onze Algemene Inkoopvoorwaarden geldt het volgende: De adviseur is jegens de opdrachtgever aansprakelijk voor zijn toerekenbare tekortkoming. Voor zover nakoming niet reeds blijvend onmogelijk is, vindt dit slechts toepassing met inachtneming van de wettelijke regeling van verzuim van de schuldenaar. Maakt de adviseur bij de vervulling van de opdracht gebruik van een andere persoon, dan is de adviseur op gelijke wijze aansprakelijk als voor zijn eigen tekortkomingen. Ingeval van een toerekenbare tekortkoming is de door de adviseur te vergoeden schade beperkt tot een bedrag gelijk aan driemaal de advieskosten met een maximum van C 2.500.000.
Nummer
Uitvoeringseisen
U-1.
Voorafgaand aan het verkeersonderzoek vindt een startoverleg plaats met het beoordelingsteam.
U-2.
De concept eindrapportage van het verkeersonderzoek wordt gepresenteerd tijdens een participatiebijeenkomst met de stakeholders uit het participatieplan ‘Woningbouwlocaties Lange Vaart en Merenweg in Bleiswijk’. Een eenmalige revisie van de conceptversie naar de definitieve versie is onderdeel van uw totale aanbieding.
U-3.
Het eindrapport moet uiterlijk 30 juni 2023 gereed zijn.
U-4.
Er vinden geen afzonderlijke gesprekken plaats met de gemeente of stakeholders gedurende het onderzoek.
U-5.
U maakt gebruik van het verkeersmodel V-MRDH 2.10 ten behoeve van modelstudies, met dien verstande dat naast de modelstudies ook de effecten van
varianten op basis van verkeerstellingen moeten worden beredeneerd, óf er moet een nieuwe 0-situatie worden vastgesteld, gebaseerd op recente verkeerstellingen (herkalibratie). Mocht V-MRDH 3.0 inmiddels beschikbaar zijn, dan geniet deze modelversie de voorkeur aangezien deze opnieuw is gekalibreerd in het basisjaar 2019 op basis van gemeentelijke verkeerstellingen. U-6.
U maakt gebruik van Cocon voor kruispuntberekeningen.
U-7.
U gaat zelf schouwen op locatie of voert tellingen/cameraobservatie uit om eventuele ontbrekende informatie aan te vullen. Alle kosten die u hiervoor maakt zijn onderdeel van uw totale aanbieding.
Cl
Lansingerland
^. F^ćĴinflet en briesf omwon^nden/eicļ^naren ľo1egi"(Eìin\atie3cj
59
Beste bewoners in het gebied Lijsteriaan/Mërenweg I i
I
Wilt u ook serieus genomen worden? r^ 'f ŕ f '.r*
Wilt u een flat voor uw neus? Wilt u een verkeersinfarct voor de deur? Wilt u (meer) flats in het gebied Lijsterlaaf/Merenweg omdat ze daar langs de Lange Vaart geen trek in hebben?
s*
\y
Als u dit NIET wilt, meldt u aan voor de partièipatieavond op 17 januari a.s. om 20:00 uur in het Gemeentehuis van Lansingenand Aanmelden op WoningbouwBleiswiik(5)Lansiñgerland.nl I
De gemeente werkt nu voor twee mogelijke bouwlocaties aan een bestemmingsplan. Dit zijn de 2 vastgestelde programma's: - max 700 woningen aan het dorp, tussen de Lijsterlaan en de Merenweg (Bleiswijk-Zuid). Eerst gesproken over 500, toen 500-600, nu op 700 als max.. - max 200 woningen achter het industrieterrein, tussen de Korenmolenweg en de Lange Vaart (Bleiswijk-Noord). Het Masterplan stelt als eerste eis behoud van het dorpse karakter. Voor beide locatie gold de eis van maximaal 5 bouwlagen hoog en minimaal 50% onder een bepaald prijsniveau (betaalbaar) waarvan de helft (dus 25%) sociale woningbouw moet zijn. Niemand vindt overigens 5-hoog dorps, maar "enkele" hoogbouw past volgens het Masterplan toch in Bleiswijk Namens de omwonenden levert, vanaf december vorig jaar, voor elk gebied een participatiegroep inspraak. Voor ons gebied is dit echter maar een klein groepje.
-Wist u van zo’n participatiegroep vanuit ons gebied? -Wist u dat. onder druk van de omworrenden van de Lange Vaart, de gemeenteraad al akkoord is gegaan met het verlagen van de bouwhoogte daar naar maximaal 3 bouwlagen? -Wist u dat, onder dezelfde druk, in de lopende participatie, nu ook gesproken wordt 50 woningen van het programma van de Lange Vaart over te hevelen naar ons gebied? -Wist u dat er nog 50 woningen bij proppen tussen de Lijsterlaan en de Merenweg, dus verder verhogen naar 750 woningen, in strijd is met de door de gemeenteraad vastgestelde uitgangspunten? En dat dit er nu in de participatie ambtelijk toch wordt ingefoeveld onder, het mom van "onderzoek naar mogelijkheden van uitwisseling tussen beide programma's"? -Wist u dat in dit onzichtbare “onderzoek" de volgende stap is dan de verplichte 25 % sociale woningbouw, die de Lange Vaart niet wil, ook maar te verplaatsen naar ons gebied? -Wist u dat het financieel tekort op de Lange Vaart door dit "onderzoek naar uitwisselen” ook verschoven kan worden en dan "opgelost" wordt door een goedkopere bouw in ons gebied? -Wist u dat er dan nog meer hoogbouw bijkomt. In ons gebied.. Maar galerijflats horen níet thuis in Bleiswijk.
- Lijken de twee bouwlokaties na alle schuifacties dan nog op elkaar? Past Bleiswijk-Zuid dan nog wel bij Bleiswijk? -Wist U dat wij nu ai ‘s morgens, door het ontoereikende kruispunt, ons gebied niet uit kunnen naar de N209?. Ja, dat weet u, want u ervaart dat en dat dit steeds erger en gevaarlijker wordt. Bewoners langs de Hoekeindseweg kunnen hun erf niet eens af en op het kruispunt ontstaan nu al steeds vaker chaotische taferelen. -Maar weet u dat het aanloggen van een nieuw kruispunt met voldoende ontsluiting voor bouwverkeer vanaf volgende jaar, en aansluitend zo’n 1.000 extra auto’s, nog niet in het plan zit? -Wist u dat deze belangrijke voorwaarde van eerst een goede ontsluiting op de N209 als te bespreken onderwerp uit dit participatieproces geschreven is? . -Vindt u hoogbouw en extra flats van 5-hoog In ons gebied, om de bewoners van het Lange Vaart gebied verder te plezieren, passen bij het dorpse karakter en een gelijke behandeling?
Wordt het niet tijd dat ook de veel grotere groep omwonenden van Lijsterlaan, Hoekeindseweg, Merenweg, het zogenoemde “Merenweggebied”, zich eens laat horen?
Aan het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Lansingerland t.a.v. wethouder mw. Titia Cnossen
Gemeente Lansingerland 01 Inkomende Post d.d. 06/02/2023
Aan de ambtelijke trekkers van het project woningbouw Merenweggebied t.a.v. projectmanager Jeroen Koch en assistent projectmanager Monique Paauwe
I23.02195
Bleiswijk, 30 januari 2023
Geachte college en geachte ambtelijke trekkers.
De bewoners en direct omwonenden van het projectgebied Lijsterlaan-Hoekeindseweg-MerenwegGotzenhainsingel-Buizerdstraat Bleiswijk zijn bijeengekomen en hebben het ongenoegen en de grote zorg uitgewisseld, die breed leeft over de ontwikkeling naar een nieuw bestemmingsplan Z omgevingsplan voor dit gebied. Wij ervaren en vrezen dat dit ongenoegen en deze grote zorg, door meerdere oorzaken, onvoldoende duidelijk worden in het lopende participatieproces. Daardoor mist dit proces zijn doel en ondergraaft het de mogelijkheid om op basis van een goed en totaal inzicht voorspoedig, en in een keer, een passend bestemmingsplan/ omgevingsplan voor dit gebied op te stellen. Een goede start, weet iedereen, is een vereiste om daadwerkelijk en tijdig tot de bouw van de hier geplande maximaal 700 woningen te komen. De gemeente heeft een participatieproces ingericht voor beide projecten waarin uitgenodigde partijen hun zegje kunnen doen op wat wordt voorgelegd. Een logboek van de uitkomsten wordt bijgehouden. Met de partijen, betrokken bij beide gebieden, wordt echter verschillend om gegaan. Voor het project Merenweggebied waren daarbij tot heden relatief weinig omwonenden betrokken en zijn anderen afgehaakt.
Wat ons daarbij zeer grote zorgen baart is dat de visie en inbreng van de bewoners vanuit dit gebied en de grote groep omwonenden, op deze wijze niet of summier zichtbaar wordt, de betrokkenen niet echt bereikt en niet tot hen doordringt. Daarnaast groeit de indruk dat een wijziging in de planontwikkeling, in de richting die juist niemand in en rond het plangebied wil, onaangekondigd en terloops wordt ingevoerd en deze wijziging zo wellicht straks in het dossier als "in de participatie besproken zaak" gepresenteerd wordt. Wij willen daarover met u in gesprek en geven voor alle duidelijkheid hieronder aan wat door alle bewoners en omwonenden als prioriteit en essentieel wordt aangegeven. Dit moeten niet worden weggeschreven of genegeerd, maar besproken en zichtbaar zijn voorde gemeenteraad die daar straks, volledig geïnformeerd in een volledige afweging, over moet kunnen besluiten. Het gaat om de toekomst van het dorp en van alle bewoners van Bleiswijk. Ook de nieuwe bewoners. 1. Eerst de ontsluiting oplossen, dan pas bouwen. leder ervaart dat de huidige ontsluiting aan de zuidkant niet meer voldoet en het 's morgens, tussen de middag en 's avonds standaard steeds verder het dorp in dicht staat en tot chaotische en levensgevaarlijke taferelen leidt.
Voordat bouwverkeer hieraan kan worden toegevoegd, laat staan de auto's en ander verkeer behorend bij de ambitie van 700 woningen, moet hier een ontsluiting zijn aangelegd die dit aankan. Dit is zo duidelijk en essentieel voor dit plan dat dit niet
buiten beeld kan worden weggeschreven als een onderdeel van de participatie van een ander project, de gehele N209 van Rotterdam tot de A12, die bovendien van een heel andere orde en tijdslijn is. Dit is zo overduidelijk en essentieel dat dit geen verdere toelichting behoeft, maar dient wel als randvoorwaarde te worden gepresenteerd. 2. Gelijke behandeling van het Merenweggebied in plaats van studeren op afwenteling. Wij gunnen de bewoners bij de Lange Vaart hun succes op hun onvoorziene actie in de laatste raadsvergadering, pal voor de verkiezingen. De gevolgen van deze plotse wijziging van het eerder door de raad vastgestelde uitgangspunt van de maximale bouwhoogte voor beide mogelijke bouwlocaties, zorgt nu, naar verluid, voor problemen en hoofdbrekens bij een goede inrichting van het Lange Vaartgebied van de daar geplande 200 woningen. Dit mag nu echter niet worden afgewenteld op de bewoners, omwonenden, grondeigenaren en toekomstige bewoners van het Merenweggebied! Het telkens verhoogde, maar nu vastgestelde maximum aantal woningen van 700 voor het Merenweggebied mag niet nog een keer worden opgehoogd. Om voor 500 extra woningen, die hier oorspronkelijk en tot voor kort gepland waren, een goede ontsluiting te maken, is al een heel zware te realiseren opgave voor de gemeente en de provincie. Niet alleen het nieuwe Merenweggebied gaat op slot, maar heel Bleiswijk daarachter.
Voor beide locaties geldt daarnaast de eis van een evenwichtig programma, wat door de gemeenteraad is vastgesteld op 25% sociale woningbouw 25% in het bereikbare segment (betaalbaar) 50% in het hoge segment en 40% van de woningen gelijkvloers. De uitkomst van het onderzoek was dat dit bij beide potentiële locaties zou kunnen en daarom is niet, zoals bedoeld, 1 locatie gekozen, maar worden nu beide locaties verder onderzocht. Een aangenomen motie, in de zelfde raadsvergadering als waar de bouwhoogte plots veranderd werd voor de Lange Vaart, om te onderzoeken of er mogelijkheden of scenario's zijn voor uitwisseling tussen bouwprogramma's is op zich erg vaag. Deze motie is volstrekt geen besluit of kader om op basis daarvan deze vastgestelde kernuitgangspunten voor beide locaties te wijzigen. Noch de vastgestelde uitgangspunten, noch het masterplan voor beide locaties is gewijzigd na het aannemen van deze motie en de vraag is zeer of je na onderzoek tot dergelijke wijzigingen kan en zal komen. Als, naast de vele andere obstakels, ook de financiële haalbaarheid van bouwen op de strook langs de Lange Vaart door onder meer deze wijziging lastiger zou worden, zal men dit primair binnen deze locatie moeten oplossen of heroverwegen.
De indruk die wij krijgen, is echter dat op basis van deze motie, in stilte, als oplossing naar mogelijkheden van afwenteling van de sociale woningbouw, meer hoogbouw, en financiële tekorten naar de locatie Merenweg wordt gezocht en voorbereid. Dat is volstrekt onacceptabel. Met de grondeigenaren en projectontwikkelaars van het Langevaart gebied wordt voortdurend gesproken collectief en individueel. In de recente brief van het college aan de raad d.d. 11 januari staat dat met de grondeigenaren uit beide gebieden maandelijks wordt gesproken. Dat klopt niet voor het Merenweggebied. Nog geen enkel collectief of individueel gesprek is daarvoor georganiseerd. Grondeigenaren hebben dit bij herhaling, ook publiekelijk, naar u geúit, dat zulk overleg met hen geheel niet plaatsvindt. Stop met deze schijn van voorkeursbehandeling van de Lange Vaart en benader en behandel iedereen gelijk. Dat zelfde geldt voor de financiële consequenties. Elke bouwlocatie in Lansingerland moet, als voor ontwikkeling daarvan wordt gekozen, aan de eisen van een business case voldoen inclusief de financiële onderbouwing; dus zo veel mogelijk zijn eigen broek ophouden. Lange Vaart en
Merenweg zijn gescheiden gebieden, liggen kilometers ver van elkaar af en hebben in geen enkel opzicht met elkaar te maken. Zij passen niet in 1 bestemmingsplan en de voortgang van beide locaties zal alleen maar gegijzeld worden als u deze in 1 bestemmingsplan zou willen opnemen. Er worden nu verschillen in uitgangspunten gemaakt en de verschillen tussen beide bouwlocaties worden ook planmatig alleen maar groter. Kernpunt is dat door het proppen van de Lange Vaart in het bestemmingsplan voor het Merenweggebied "uitwisselen" een eufemisme en dekmantel wordt van het Merenweggebied als afvoerput gebruiken van wat men aan de Lange Vaart niet wil. Lusten naar het ene gebied en de lasten naar het andere. Wees transparant en eerlijk en maak voor beide locaties een eigen bestemmingsplan.
3. Verlaag de maximale bouwhoogte Als gezegd gunnen wij de huidige bewoners langs de Korenmolenweg hun succes met het amendement op het masterplan om het aantal bouwlagen daar plots te verlagen van 5 naar 3 bouwlagen. Maar vanwege het behoud van het dorpse karakter past dit ook, en juist nog veel meer, voor het Merenweggebied dat direct aan het bestaande dorp vastzit. Alleen al uit oogpunt van consequent zijn en om de titel van het Masterplan waar te maken, zou de raad ditmoeten heroverwegen en ook voor het Merenweggebied een maximale bouwhoogte van 3 bouwlagen, veel beter passend bij Bleiswijk, moeten voorschrijven. Van projectontwikkelaars en bouwers horen wij daarnaast dat vijf bouwlagen helemaal niet hoeft om het plan rendabel te maken. Vier bouwlagen, waarbij de bovenste laag teruggetrokken is, hier, kan, zelfs bij deze aantallen, prima op beide locaties. Een lift die nodig is voor de doelgroep, past dan nog goed. Het visuele verschil in aanzicht en de uitstraling van zo'n type hoogbouw kunnen aanzienlijk minder slecht zijn dan vijf massieve vierkante bouwlagen. Ook is de schaduwschade bij deze bouw voor alle bewoners duidelijk minder.
Als er al op beide locaties toch beperkt hoogbouw zou moeten komen, wat wij een inbreuk blijven vinden op het dorpse karakter, zeker in het Merenweggebied, lijkt, met behoud van het vereiste groen en water, een inperking tot maximaal vier bouwlagen waarbij de bovenste laag teruggetrokken gebouwd wordt, het maximum.
Voortgang Het gehele proces duurt al zeer lang waarbij niemand gebaat is. Om tot een gelijke behandeling en ieder geval een beter evenwicht te komen, lichten wij onze observaties die tot deze zorgen leiden graag toe. Indien het klopt dat u overweegt de komende participatiebijeenkomst te laten vervallen, is die datum wellicht geschikt om met ons hierover te spreken. Willen wij tot goede en tijdige woningbouw voor de groep waarom het allemaal begonnen is, komen, is dat hard nodig. Dit kan bij ons in het gebied, maar dat stemmen wij dan graag met u af.
Met vriendelijke groet.
Bewoners en omwonenden
Cl
l-anc:ļ^ Vaíart
Lansingerland
V). Avd\zies ontwikkelstrategie
65
ADVIESRAPPORT ONTWIKKELSTRATEGIE LANGE VAART BEECKK RUIMTEMAKERS 8i STAD KWADRAAT
OPDRACHTGEVER: GEMEENTE LANSINGERLAND
)
kwadraat
DOCUMENTATIEPÂGINA OpdrachtgeverĮs):
Gemeente Lansingerland
RUIMTE MAKEN MET KARAKTER BEECKK Arnhem
Titel rapport:
Adviesrapport ontwikkelstrategie Lange Vaart BEECKK Ruimtemakers & Stadkwadraat
Rotterdam Eindhoven Postbus 1113
Rapporttype:
Definitief
5602 BC Eindhoven 040 255 63 55
Datum:
4 mei 2023
Contactpersoon
Jeroen Koch, projectleider en Arjan Reverdink, ambtelijk opdrachtgever
inforabeeckk.com www.beeckk.com
opdrachtgever(s):
Projectteam:
Lieve van den Boogaard (BEECKK) en Bart Oomens (Stadkwadraat)
Foto voorpagina
Bron: Masterplan woningbouwlocaties Lange Vaart en Merenweg, december 2021
INHOUDSOPGAVE 1. Doel en Opgave 1.1 Aanleiding en achtergrond
1 1
1.2 Doel
1
1.3 Aanpak
2
1.4 Leeswijzer
2
2. Toelichting op de theorie: onze kapstok 2.1 Samenwerken in gebiedsontwikkeling
4 4
2.2 Ontwikkelstrategie vanuit gemeentelijk perspectief
5
2.3 Ontwikkelstrategie vanuit wensen grondeigenaren
6
2.4 Resumé
6
3. De gesprekken: startpunt en uitkomsten
7
3.1 Startpunt voor gesprekken
7
3.2 De gesprekken
8
4. Advies voor een haalbare ontwikkelstrategie
11
4.1 Adviezen ontwikkelstrategie
11
4.2 Vervolg stappen: uitwerking en vastlegging
14
4.3 Samenvattend
15
DOEL EN OPGAVE BEECKK en Stadkwadraat hebben samen met de grondeigenaren, middels individuele gesprekken en gezamenlijke bijeenkomsten, onderzocht of een
1.1 Aanleiding en achtergrond
gedragen ontwikkelstrategie voor het gebied mogelijk is.
De gemeenteraad heeft op 24 februari 2022 het Masterplan Woningbouwlocaties Lange Vaart en Merenweg vastgesteld. Op deze locaties
1.2 Doel
wordt de ontwikkeling van woningen beoogd in een divers programma. Het gebied de Lange Vaart kenmerkt zich door versnipperd eigendom en diverse
Doel van het advies is het verkennen van een haalbare ontwikkelstrategie
type partijen met elk eigen wensen en kaders. De gemeente heeft zelf ook een
voor de Lange Vaart in Bleiswijk, inclusief kansen en risico's. Dit leidt tot
aanzienlijke grondpositie in het gebied. De huidige eigendomsverdeling staat
duidelijkheid over het vervolgproces en vervolgacties voor de grondeigenaren
een optimale verkaveling van het volledige gebied in de weg. Een plotgewijze
(inclusief de gemeente) in het gebied. Daarnaast draagt dit advies bij aan
(eigendom gestuurde) ontwikkeling ligt daarmee niet voor de hand.
onderbouwde besluitvorming door het bestuur van de gemeente Lansingerland, over het vervolg.
In december 2022 heeft de gemeente Lansingerland BEECKK Ruimtemakers en Stadkwadraat gevraagd om tot een advies te komen voor een haalbare ontwikkelstrategie voor de Lange Vaart.
Dit advies vormt een basis voor de (financiële) vertaling naar een haalbaar vervolg, maar ook als start en aanjager van de verdere samenwerking met de grondeigenaren.
1.3 Aanpak Als start hebben we met de gemeente de belangrijkste doelen, kaders en uitgangspunten voor de ontwikkeling van de Lange Vaart besproken. Via individuele gesprekken met de grondeigenaren hebben we eisen en wensen opgehaald, en verkend of en hoe de eigenaren zich kunnen vinden in de voorliggende methodiek en uitgangspunten. Door middel van twee plenaire sessies zijn alle eigenaren geïnformeerd en betrokken. Tijdens die twee sessies zijn ook de conclusies getoetst. De kaders voor het plan, de eigendomsverhoudingen en de wensen en eisen van grondeigenaren (inclusief de gemeente), vormen samen de basis voor het opstellen van een haalbare ontwikkelstrategie. Waarbij 'haalbaarheid' breder is gedefinieerd dan enkel financiële haalbaarheid. Ook ruimtelijke haalbaarheid en samenwerking zijn hierin bijvoorbeeld een belangrijke factor.
1.4 Leeswijzer Deze notitie start met een 'theoretische' inleiding over de elementen die wij gebruiken om tot een ontwikkelstrategie te komen en hoe wij deze elementen wegen. Daarna gaan we in op de voorbereiding en uitvoering van de gevoerde gesprekken en wat daar is opgehaald. Dit vormt de basis om de ontwikkeling van de Lange Vaart te beoordelen en tot een passende ontwikkelstrategie te komen. We benoemen daarin ook de kansen en risico's en welke vervolgstappen wij voor ons zien, zodat een weloverwogen keuze gemaakt kan worden over het vervolg en duidelijkheid kan worden geboden aan alle betrokkenen over dat vervolg.
.,. -v,
ĩmM.
miŕ:h
•įíK!»'^“i*“ř:iľ‘‘î?
TOELICHTING OP DE THEORIE: ONZE KAPSTOK
2.1 Samenwerken in gebiedsontwikkeling GebledsontwIkkeLIngen komen niet van de grond zonder samenwerking. De vorm van samenwerken is echter geen gegeven; het is een uitkomst van maatwerk (project, Locatie, partij, inhoudelijk specifiek) en wetteLijke kaders waarbij het doel van de gebiedsontwikkeling centraal staat. Gebiedsontwikkeling is, in de kern, een Langlopend proces met complexe vraagstukken en diverse partijen met diverse belangen die op één Lijn moeten worden gebracht. Dit proces kan worden opgedeeLd in vier opvolgende fasen (zie ook figuur 1): 1.
Initiatieffase
2.
HaaLbaarheidsfase
3.
Realisatiefase
4.
Exploitatie- en beheerfase
die de gemeente wenst, wil en kan innemen is van invloed op hoe de De initiatieffase is met het vaststellen van het Masterplan
samenwerking tussen (publieke en private) partijen wordt vormgegeven. De
woningbouwlocaties Lange Vaart en Merenweg afgerond. De komende fase
onderstaande figuren geven deze denkrichtingen schematisch weer.
wordt de haalbaarheid onderzocht in de definiëring van het plan, de
De "markt" is hierin een breed begrip waaronder in dit geval de
uitwerking van de stedenbouwkundige verkaveling en de voorbereiding van de
grondeigenaren vallen die deels professionele partijen zijn en deels
realisatie zoals de planologische beslissing. Parallel hieraan moet 1) worden
particuliere eigenaren betreffen.
onderzocht wat een haalbare ontwikkelstrategie is en 2) of en in welke vorm
Rolneming
er met de grondeigenaren kan worden samengewerkt. De haalbaarheidsfase
Inzet van beleid en wijze van handelen Actief
is pas afgerond als met de betrokken partijen (grondeigenaren) contractuele Conditioneren/ perspectief bieden
afspraken zijn gemaakt in een anterieure overeenkomst of anderszins duidelijkheid is over de verzekering van het kostenverhaal. Pas als hier
Fadliteren
CcXreëren
COnśolideren
Produceren
duidelijkheid over is kan en mag de gemeente een planologische beslissing
Risicodragende samenwerking
Zelf RO kaders maken en kostenverhaal fadliteren
nemen waarin de huidige bestemming omgezet wordt naar woningbouw (Wro, afdeling 6.4 artikelen 6.12 en verder).
2.2 Ontwikkelstrategie vanuit gemeentelijk perspectief De ontwikkel- en samenwerkingsstrategie bepaalt het wat en het hoe in een gebiedsontwikkeling. De kenmerken van een ontwikkeling (eigendomsverhouding, betrokken partijen, haalbaarheid, fasering etc.) geven richting aan de ontwikkelstrategie voor een ontwikkeling. Daarnaast spelen hierbij organisatorische kenmerken: de kennis, kunde en capaciteit aanwezig bij de gemeente, maar ook het belang dat de gemeente hecht aan de daad werkelijke realisatie van de plannen. Tenslotte gaat het ook om de financiële slagkracht en de bereidheid financieel risico te dragen als gemeente. De rol
Markti nitiatief
Overheidsinitiatief
Toetsen RO kaders/ kostenverhaal
Strategische aankopen
Facilitair « Belang van de gemeente
Privaat handelen en ínzet grond bel eidsinstrunienten
» Actief
Figuur 2: rolneming en handelen van de gemeente in gebiedsontwikkeling
Een actieve of facilitaire houding van de gemeente bij een gebiedsontwikkeling heeft invloed op de mate waarin de gemeente regie kan voeren en risico zal dragen. Een actieve rolneming van de gemeente zorgt voor een meer risicodragende rol, vaak doordat de gemeente (een deel van de) gronden zelf in eigendom heeft en/of wil verwerven, en de grondexploitatie geheel of gedeeltelijk voor haar rekening en risico uitvoert. Een faciliterende houding vermindert het risicoprofiel voor de gemeente,
maar betekent ook dat gemeente minder sturingsmogelijkheden heeft en
2.4 Resumé
hoogstens een compensatie voor gemaakte kosten krijgt. De gemeente laat dan de grondverwerving, grondwerkzaamheden (bijvoorbeeld bouw- en woonrijp maken) en gronduitgifte over aan andere partijen waardoor het
Om tot een haalbare en realistische ontwikkelstrategie te komen kan de
grootste deel van het risico door de andere partijen gedragen wordt en ook de
onderstaande drie-eenheid niet los van
rendementen van de ontwikkeling naar zich toetrekken. Risico en rendement
elkaar worden bezien:
gaan in de praktijk nu eenmaal samen.
1.
Grondeigendom en houding grondeigenaren (wat kunnen en willen
2.3 Ontwikkelstrategìe vanuit wensen grondeigenaren
zij o.a. in relatie tot zelfrealisatie); 2.
gemeente; 3.
De grondeigenaren zijn de belangrijkste partij voor de gemeente om een (deze) gebiedsontwikkeling te kunnen realiseren, wanneer de gemeente niet alle gronden in eigendom heeft. Eigendom en ontwikkelrechten zijn aan
Gewenste en haalbare (regie)rol
Ruimtelijke en financiële kaders van de ontwikkeling. Figuur 3: De drie-eenheid voor een realistische ontwikkelstrategie
elkaar gekoppeld. Naast de inhoud van de beoogde ontwikkeling en de (gewenste) rolneming van de gemeente gaat het ook om de wensen en
Deze drie-eenheid en de opties daarbinnen bepalen welk speelveld je als
mogelijkheden van de grondeigenaren. Hier ligt ook de kern van de vraag die
gemeente hebt. Punt 1 is onderzocht in de verschillende gesprekken met de
de gemeente aan ons heeft gesteld: onderzoek met de grondeigenaren in het
grondeigenaren, punt 2 in gesprek met de gemeente en punt 3 zal nadere
gebied de mogelijkheden en kom op basis daarvan tot een advies ten aanzien
uitwerking vragen in het vervolgtraject, waarin de uitkomsten ook ruimtelijk
van een realistische en haalbare ontwikkelstrategie voor de Lange Vaart om
vertaald moeten worden in een stedenbouwkundige opzet als uitwerking van
verder uit te werken in de komende periode.
het globale kader zoals verwoord in het Masterplan. In hoofdstuk 3 worden de uitkomsten van de gesprekken beschreven, in hoofdstuk 4 hebben we, mede aan de hand van deze achtergronden, de ontwikkelstrategie uitgewerkt aan de hand van vier adviezen aan de gemeente Lansingerland.
DE GESPREKKEN: STARTPUNT EN UITKOMSTEN 2.
Samenwerking en "gelijke monniken gelijke kappen" methodiek
De gemeente heeft de voorkeur voor samenwerking met de grondeigenaren
3.1 Startpunt voor gesprekken
boven de inzet van publiekrechtelijk grondbeleid instrumentarium. Het feit dat
De gemeente heeft drie kaders mee gegeven die als startpunt/uitgangspunt
ontwikkeling, en dit niet op het hele gebied is gelegd, is in lijn met deze keuze.
alleen Wvg1 is gevestigd op één perceel, dat essentieel is voor de
gelden om in gesprek te gaan met de eigenaren en de onderzoeken op welke
De gemeente is hierin op zoek naar een eerlijke verdeling van kosten en baten
manier met de eigenaren kan worden samengewerkt. Deze kaders zijn:
voor alle grondeigenaren in het gebied. We noemen dit de methodiek van 'gelijke monniken gelijke kappen', waarin alle grondeigenaren naar rato van
1.
Ruimtelijk en programmatisch kader: Masterplan
hun grondeigendom meedelen in het resultaat van de herontwikkeling naar
Het Masterplan is een belangrijk kader, vastgesteld door de Raad. Hierin
woningbouw. De rol die een grondeigenaar hierin voor zichzelf ziet staat open
worden uitgangspunten benoemd ten aanzien van een globale ruimtelijke
en kan en mag per grondeigenaar verschillen.
opzet en programmatische kaders die gelden.
1 Wet voorkeursrecht gemeente: Een voorkeursrecht geeft aan de gemeente het eerste recht van koop, waarbij een eigenaar zijn grond eerst aan de gemeente moet aanbieden. De overheid beslist of zij de grond al dan niet wil kopen.
3.
^
Integrale ontwikkeling gebied en optimaal plan
Tenslotte hecht de gemeente veel waarde aan een integrale ontwikkeling van
We gaan uit van een aanpak gebaseerd op samen, transparantie en gelijkwaardigheid.
het gebied, waarin gezocht wordt naar de meest optimale kavelindeling binnen de kaders van het Masterplan in het totale plangebied, waarbij de
Deze uitgangspunten zijn met de grondeigenaren gedeeld en besproken
perceelsgrenzen niet leidend zouden moeten zijn.
tijdens de eerste plenaire sessie in december 2022. Daarna hebben we via individuele gesprekken met de grondeigenaren
Als start voor de gesprekken hebben we bovenstaande vertaald naar de
onderzocht of dit tot een haalbare en realistische ontwikkelstrategie kan
volgende principes en uitgangspunten:
leiden. De uitkomst van de gesprekken bepaalt welke opties er zijn voor een
^
Een optimaal plan vanuit ruimtelijke kwaliteit binnen de kaders van het
haalbare ontwikkelingsstrategie. Zoals al eerder benoemd gaat het daarbij
Masterplan;
om zowel ruimtelijk en financieel haalbaar, maar ook
^
Eigendomsgrenzen zijn niet leidend;
samenwerkingsmogelijkheden en planning spelen een rol.
^
Zoektocht naar een eerlijke verdeling tussen kosten en baten. Daarnaast maakt het voor een eigenaar in deze methodiek (volgens Gelijke
3.2 De gesprekken
monniken gelijke kappen) niet uit wat er op zijn/haar grond komt, alle eigenaren delen naar rato van hun inbreng kosten en baten. o
o
o
^
Zekerheid over bepaalde ontwikkelrechten naar rato van
Op 25 januari en 13 februari 2023 hebben de individuele gesprekken
grondeigendom, ongeacht of er nu openbare ruimte dan wel
plaatsgevonden met de grondeigenaren. Hierin hebben we de eisen en
uitgeefbaar gebied op de kavel wordt getekend en welke
wensen opgehaald van de grondeigenaren, de eigendomsgrenzen getoetst en
(on)mogelijkheden het Masterplan voor dat perceel biedt.
de onderliggende methodiek toegelicht. Belangrijke vraag voor een haalbare
Bijdrage aan planontwikkeling en aanleg openbare ruimte
ontwikkeling is of de eigenaren zich kunnen vinden in de methodiek en
(kostenverhaal) naar financiële draagkracht van het aandeel in
uitgangspunten, en bereid zijn mee te doen met het vervolg op basis van die
de ontwikkeling.
methodiek (en eventueel onder welke voorwaarden). De opbrengst van de
Rollen grondeigenaar liggen nog niet vast en zijn een keuze voor
gesprekken is per gesprek getoetst bij de grondeigenaren via mail. De
de grondeigenaar (zelfrealisatie, grondverkoop, samenwerking