[T23.02784] TL en Regels Vast te stellen bestemmingsplan Noorderseingel ten noorden 58
Tekst van het document
De ontwikkeling heeft nauwelijks verkeersaantrekkende werking en valt ruimschoots binnen de categorie ‘NIBM’, die is vrijgesteld van toetsing aan de grenswaarden. De ontwikkeling draagt niet in betekenende mate bij aan de concentratie luchtverontreinigende stoffen.
Worst-case berekening voor de bijdrage van het extra verkeer als gevolg van een plan op de luchtkwaliteit Jaar van planrealisatie
2022
Extra voertuigbewegingen (weekdaggemiddelde)
92
Aandeel vrachtverkeer
10,0%
Extra verkeer als gevolg van het plan
Maximale bijdrage extra verkeer
NO2 in pg/m
3
PM10 in pg/m3 Grens voor "Niet In Betekenende Mate" in pg/m3
0,12 0,02 1,2
Conclusie De bijdrage van het extra verkeer is niet in betekenende mate; geen nader onderzoek nodig
Conclusie Het aspect luchtkwaliteit vormt geen belemmering voor de uitvoering van dit plan. 4.1.6
Externe veiligheid Het aspect externe veiligheid betreft het risico op een ongeval waarbij een gevaarlijke stof aanwezig is. Deze gevaarlijke stoffen kennen twee verschillende bronnen. Dit zijn de stationaire bronnen (bijv. chemische fabriek, lpg-vulpunt) en de mobiele bronnen Bestemmingsplan “Noordersingel ten noorden van 58” Toelichting Vastgesteld 30
(bijv. route gevaarlijke stoffen). Er wordt onderscheid gemaakt tussen de kans op een ramp en het aantal mogelijke slachtoffers. Er wordt bij externe veiligheid onderscheid gemaakt in plaatsgebonden risico en groepsrisico. Het plaatsgebonden risico mag in principe nergens groter zijn dan 1 op 1 miljoen (of wel 10"6). Dit is de kans dat een denkbeeldig persoon, die zich een jaar lang perma nent op de betreffende plek bevindt (de plek waarvoor het risico is uitgerekend), dode lijk verongelukt door een ongeval. Elke ruimtelijke ontwikkeling wordt getoetst aan het plaatsgebonden risico van 10"6 als grenswaarde. Het groepsrisico geeft de kans aan dat in één keer een groep mensen die zich in de omgeving van een risicosituatie bevindt, dodelijk door een ongeval wordt getroffen. Het groepsrisico legt een relatie tussen de kans op een ramp en het aantal mogelijke slachtoffers. Bij het groepsrisico is het dan ook niet een contour die bepalend is, maar het aantal mensen dat zich gedurende een bepaalde periode binnen de effectafstand van een risicovolle activiteit ophoudt. Welke kans nog acceptabel geacht wordt, is af hankelijk van de omvang van de ramp. Toetsing Om de haalbaarheid van het plan aan te kunnen tonen is onderzoek verricht naar de aanwezigheid van stationaire en mobiele bronnen in de omgeving van het plangebied. Door SAB is een quick scan externe veiligheid uitgevoerd10.
Dit onderzoek is als bijla ge 2 aan de toelichting toegevoegd. De belangrijkste conclusies zijn navolgend weer gegeven. De navolgende afbeelding bevat een fragment van de risicokaart Nederland. De glo bale ligging van het plangebied is aangeduid met een rood kader.
10 Quick scan externe veiligheid Noordersingel ten noorden van 58, te Berkel en Rodenrijs, SAB, 22 maart 2019, kenmerk 180207. Bestemmingsplan “Noordersingel ten noorden van 58' Toelichting Vastgesteld 31
Uitsnede uit risicokaart externe veiligheid met aanduiding ontwikkellocatie (Bron: www.risicokaart. nl)
Aan de hand van de risicokaart is de omgeving van het plangebied geïnventariseerd op het gebied van risicobronnen. Stationaire bronnen Op circa 850 meter ten noorden van de ontwikkellocatie bevindt zich een stationaire risicobron. Het gaat om het adres Pastoor Verburghweg 2 waar Garage Langelaan B.V. is gevestigd. Volgens de gegevens van de risicokaart heeft de installatie een plaatsge vonden risicocontour (PR 10-6) van 15 meter. Gezien de afstand van circa 850 meter ten opzichte van de ontwikkellocatie, vormt deze risicobron geen belemmering. Mobiele bronnen In de omgeving van de ontwikkellocatie kunnen verschillende mobiele bronnen voor vervoer van gevaarlijke stoffen aanwezig zijn. Hierbij gaat het om hogedrukaardgasleidingen en vervoer van gevaarlijke stoffen over weg, water en spoor. Buisleidingen Er bevindt zich ten noorden van de ontwikkellocatie, op ongeveer 320 meter, een hoofdtransportbuisleiding. Het betreft concreet een NPM-leiding, die beheerd wordt door Pipeline Control. De leiding transporteert CO2 en heeft een werkdruk van 22 bar en diameter van 26 inch. De leiding heeft een belemmeringenstrook van 4 meter aan weerszijden. Binnen de 1% letaliteitscontour van 40 meter aan weerszijden gelden ei sen bij (her)ontwikkeling van gebouwen aan de zelfredzaamheid van personen. De lo-
Bestemmingsplan “Noordersingel ten noorden van 58” Toelichting Vastgesteld 32
catie is ruim buiten deze contour gelegen. Er gelden daarom geen bijzondere eisen en een nadere onderbouwing kan achterwege blijven. Transport over weg, water en spoor Aan de hand van het Basisnet Weg, Basisnet water, Basisnet Spoor, en de risicokaart zijn de omliggende (spoor/water)wegen verkend. Hieruit blijkt dat er in de nabije om geving van de locatie geen gevaarlijk transport plaats vindt. Een nader onderzoek is daarom niet noodzakelijk. Conclusie
Het groepsrisico hoeft niet verder te worden verantwoord, omdat de ontwikkellocatiebuiten het invloedsgebied van de aangegeven risicobronnen ligt. De planontwikkeling heeft daardoor geen effect op het groepsrisico. Het aspect externe veiligheid vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van het plan.
4.2 Omgevingsaspecten 4.2.1
Water Er is een groot aantal beleidsstukken dat betrekking heeft op de waterhuishouding. Hieronder wordt één en ander uiteengezet. Europees en Rijksbeleid Nationaal Waterplan 2016-2021 Het Nationaal Waterplan 2016-2021 is de opvolger van het Nationaal Waterplan 2009 2015 en vervangt dit plan én de partiële herzieningen hiervan. Het NWP is op 10 de cember 2015 door de minister van Infrastructuur en Milieu en de staatssecretaris van Economische Zaken vastgesteld. Op basis van de Waterwet is het Nationaal Waterplan voor de ruimtelijke aspecten te vens een structuurvisie. Het NWP is zelfbindend voor het Rijk. Het Rijk is in Nederland verantwoordelijk voor het hoofd-watersysteem. In het Nationaal Waterplan legt het Rijk onder meer de strategische doelen voor het waterbeheer vast. Het kabinet speelt proactief in op de verwachte klimaatveranderingen op lange ter mijn, om overstromingen te voorkomen. Binnen de planperiode gaan realistische maatregelen in uitvoering die een antwoord bieden op de opgaven voor de korte ter mijn en voldoende mogelijkheden openlaten om op langere termijn verdere stappen te zetten. Het kabinet sluit daarmee aan bij de resultaten van het Deltaprogramma.
Met dit Nationaal Waterplan voldoet Nederland aan de Europese eisen die voortvloeien uit de Kaderrichtlijn Water (KRW), de Richtlijn Overstromingrisico’s (ROR) en de Kader richtlijn Mariene Strategie (KMS). Waterwet De Waterwet regelt het beheer van de waterkeringen, het oppervlaktewater en het grondwater, verbetert de samenhang tussen waterbeleid en ruimtelijke ordening en zorgt voor een eenduidige bestuurlijke procedure en daarbij behorende rechtsbe scherming voor besluiten. De Waterwet dient als paraplu om de Kaderrichtlijn Water Bestemmingsplan “Noordersingel ten noorden van 58" Toelichting Vastgesteld 33
(KRW) te implementeren en geeft ruimte voor implementatie van toekomstige Europe se richtlijnen. De waterschappen krijgen een nieuwe bevoegdheid voor het verlenen van vergunnin gen voor grondwateronttrekkingen, bemalingen en infiltraties, met uitzondering van onttrekkingen voor drinkwater, koude en warmteopslag en grote industriële onttrekkin gen van meer dan 150.000 m3Zjaar. Gemeenten krijgen verdergaande taken en be voegdheden in het kader van de zorgplicht voor het inzamelen van afvalwater in de ri olering en voor hemelwater en grondwater. Nationaal Bestuursakkoord Water (actueel) In het Nationaal Bestuursakkoord Water (NBW) is het kabinetsstandpunt over het wa terbeleid in de 21e eeuw vastgelegd. De hoofddoelstellingen zijn: het waarborgen van het veiligheidsniveau bij overstromingen en het verminderen van wateroverlast. Daar bij wordt de voorkeur gegeven aan ruimtelijke maatregelen boven technische maatre gelen. In het NWB is ook de watertoets als procesinstrument opgenomen. De watertoets is het proces van vroegtijdig informeren, adviseren en beoordelen van waterhuishoudkundige aspecten in ruimtelijke plannen en besluiten. Het doel van dit instrument is waarborgen dat de waterhuishoudkundige doelstellingen expliciet in beschouwing worden genomen als het gaat om waterhuishoudkundige relevante ruimtelijke plannen en besluiten.
Uitvoering van de watertoets betekent in feite dat de gemeente en de waterbeheerder samenwerken bij het uitwerken van ruimtelijke plannen, zodat pro blemen in het gebied zelf en de omgeving worden voorkomen. De watertoets is sinds 2003 verankerd in het Besluit ruimtelijke ordening en hiermee verplicht voor alle ruim telijke plannen en besluiten. In 2008 is het NWB geactualiseerd met als doel de wa tersystemen in 2015 op orde te krijgen, met name op het gebied van wateroverlast en watertekort. Kaderrichtlijn water De KRW geeft een kader voor de bescherming van de ecologische en chemische kwaliteit van oppervlaktewater en grondwater. Zo dienen alle waterlichamen in 2015 een “goede ecologische toestand” (GET) te hebben bereikt en dienen sterk verande rende c.q. kunstmatige wateren in 2015 een “goed ecologisch potentieel”(GEP) te hebben bereikt. De chemische toestand dient in 2015 voor alle wateren (natuurlijk en kunstmatig) goed te zijn. Waterbeheer 21e eeuw (WB21) In september 2000 heeft de commissie Waterbeheer 21e eeuw advies uitgebracht over het toekomstig waterbeheer in Nederland. Belangrijk onderdeel van WB21 is het uitgangspunt van ruimte voor water. Er mag geen afwenteling plaatsvinden. Berging moet binnen het stroomgebied plaatsvinden. Dit betekent onder andere het aanwijzen en instandhouden van waterbergingsgebieden.
Daarnaast wordt verdroging bestreden en worden watertekorten verminderd.
Bestemmingsplan “Noordersingel ten noorden van 58” Toelichting Vastgesteld 34
Provinciaal beleid Regionaal waterplan Zuid-Holland 2016-2021 In het Regionaal Waterplan wordt verwezen naar de Visie Ruimte en Mobiliteit, vast gesteld op 7 juli 2014. Provinciale staten van Zuid-Holland hebben echter op 20 fe bruari 2019 nieuw beleid vastgesteld, namelijk het Omgevingsbeleid. In het Omge vingsbeleid is al het bestaande provinciale beleid voor de fysieke leefomgeving samengevoegd in een Omgevingsvisie en een Omgevingsverordening. Het waterbeleid komt op diverse plekken voor in de Omgevingsvisie Zuid-Holland en Omgevingsverordening Zuid-Holland. In de Omgevingsverordening zijn voor bestem mingsplannen in hoofdstuk 6 instructieregels opgenomen. Hier komen onder andere de Keur, legger en peilbesluit aan bod. Verder wordt in het Regionaal Waterplan Zuid-Holland 2016-2021 verwezen naar de Voortgangsnota KRW en het Provinciaal Waterplan 2010 - 2015. Voortgangsnota KRW In de Voortgangsnota Europese Kaderrichtlijn Water 2016-2021, vastgesteld op 14 ok tober 2015, zijn de doelen en maatregelen voor waterkwaliteit van grond- en opper vlaktewater vastgelegd. Deze nota fungeert als een regionaal waterplan conform de Waterwet, voor het thema waterkwaliteit. Provinciaal Waterplan 2010 - 2015 Een aantal onderdelen van het Provinciaal Waterplan 2010 - 2015 blijft ongewijzigd van kracht.
Dit heeft betrekking op een onderdeel van waterveiligheid, water en natuur en vismigratie. Waterbeheerder en gemeentelijke beleid Waterbeheerprogramma 2022-2027 Het hoogheemraadschap van Schieland en de Krimpenerwaard is verantwoordelijk voor het waterbeheer in het gebied tussen Zoetermeer, Gouda, Schoonhoven en Rot terdam. Op 26 januari 2022 heeft het algemeen bestuur van het hoogheemraadschap het Waterbeheerprogramma 2022-2027 vastgesteld. In het Waterbeheerprogramma worden de ambities van het hoogheemraadschap voor de komende jaren weergege ven. Het hoogheemraadschap gaat voor droge voeten en schoon water. Dit doen ze door te werken aan een klimaatbestendig en duurzaam waterbeheer. Ze werken hier voor samen met inwoners, bedrijven en overheden. Ze zorgen voor veilige dijken, vol doende en schoon water en zuiveren het afvalwater. De komende jaren willen ze extra aandacht schenken aan de volgende thema’s: - een veilige en aantrekkelijke leef- en werkomgeving voorbereid op de verandering van het klimaat; - een duurzaam waterschap voor de wereld van morgen; - water en waterschap als onderdeel van de samenleving.
Bestemmingsplan “Noordersingel ten noorden van 58” Toelichting Vastgesteld 35
Waterberging bij ruimtelijke ontwikkelingen In de nota “Waterberging bij ruimtelijke ontwikkelingen” (Nota waterkwantiteitsbeheer, vastgesteld op 26 juni 2007 en aangevuld op 7 september 2007) is het beleid gefor muleerd over de waterberging bij ruimtelijke ontwikkelingen. Samenvattend betekent het beleid het volgende: 1 Aan ontwikkelingen die resulteren in een toename van het verharde oppervlak van minder dan 500 m2 worden geen waterbergingseisen gesteld; 2 Bij de overige ontwikkelingen wordt aan de hand van de eigenschappen van het gebied vastgesteld hoeveel aanvullende waterberging benodigd is. Keur en Legger Alle handelingen of werkzaamheden in de nabijheid van watergangen en waterschapswegen vallen onder de regels van de ‘Keur van Schieland en de Krimpenerwaard’. In deze verordening van het Hoogheemraadschap zijn gebods- en verbods bepalingen opgenomen om de waterstaatsbelangen veilig te stellen. In de meeste gevallen zal een vergunning moeten worden verleend door het Hoogheemraadschap. De Legger van het Hoogheemraadschap is een register waarin functie, afmetingen en onderhoudsplichtigen van waterkeringen en bijbehorende beschermingszones, wate ren (zoals sloten en vaarten) en bijbehorende beschermingszones (onderhoudsstroken), waterbergingen en natuurvriendelijke oevers vastgelegd zijn.
Ook geeft de Leg ger de ligging van waterkeringen, wateren, waterbergingen en natuurvriendelijke oevers aan, zodat duidelijk is waarop de Keur van toepassing is. Strategische Samenwerkingsagenda Water In juli 2021 wordt de Strategische Samenwerkingsagenda Water vastgesteld door ons College, door het Hoogheemraadschap van Delfland en het Hoogheemraadschap Schieland en de Krimpenerwaard. De Strategische Samenwerkingsagenda Water vervangt het Waterplan uit 2010. Naast de reguliere taken in het waterbeheer zoals waterkwaliteit, kwantiteit en veiligheid, worden nu ook de nieuwe thema’s zoals klimaatadaptatie, woningbouwopgave, duurzaamheid en de omgevingswet opgepakt. De samenwerking moet leiden tot een robuust, klimaatbestendig watersysteem en een hogere kwaliteit van de fysieke leefomgeving in Lansingerland. Gemeentelijk Rioleringsplan 2021-2025 De gemeente is verantwoordelijk voor de inzameling en het transport van afval- en hemelwater en heeft ook een zorgplicht voor het grondwater. Met dit Gemeentelijk Ri oleringsplan 2021-2025 legt de gemeente het rioleringsbeleid van Lansingerland voor de komende planperiode vast. Daarnaast wordt een doorkijk gemaakt naar de toe komst.
Toetsing Het onderhavige plan leidt in vergelijking met de voormalige situatie, waarbij de locatie vrijwel geheel was bebouwd en verhard met een kassencomplex, tot een aanzienlijke verbetering voor de waterhuishouding. Er is namelijk aanzienlijk minder bebouwing en verharding en bovendien wordt in de groen/blauwe zone aan de zuidzijde van het plangebied voorzien in een groenstructuur en een nieuwe waterpartij waarin hemelwa ter kan worden opgevangen. Het voorliggende inrichtingsplan is door de initiatiefne
Bestemmingsplan “Noordersingel ten noorden van 58” Toelichting Vastgesteld 36
mer afgestemd met het Hoogheemraadschap, en heeft ook de goedkeuring van het Hoogheemraadschap. Hieronder is aangegeven welk effect het ruimtelijk plan heeft op de waterhuishouding heeft, waarbij de nadruk ligt op de volgende onderwerpen. Veiligheid en waterkeringen Voorafgaand aan het voorontwerpplan heeft initiatiefnemer veelvuldig contact gehad met het hoogheemraadschap over de mogelijkheden en de daarvoor noodzakelijke maatregelen voor de bouw van woningen in de kernzone van de veendijk langs de Noordeindsevaart. Dit heeft ertoe geleid dat er een structurele kadeverbetering plaatsvindt bij de bouw van de woningen, waardoor wel in de kernzone van de veen dijk kan worden gebouwd. Op deze manier is de locatie van de bouwvlakken bepaald. In de overleggen zijn gemeente, initiatiefnemer en het hoogheemraadschap overeen gekomen dat de aanheling van de dijk met het achterland in terrassen mag worden uitgevoerd om een ruimtelijke aanvaardbare aansluiting te realiseren. De mogelijkhe den vanuit de Delflandse beleidsregels was één van de voorwaarden van de gemeen te om aan de ontwikkeling mee te werken. De omgevingsvergunning van de woningen wordt aangevraagd door particulieren, waarin de structurele kadeverbetering moet worden opgenomen in het constructieve ontwerp van de woning.
Voorkomen van wateroverlast/waterhuishouding Het is bekend dat voor het dempen en graven van oppervlaktewater een watervergunning nodig is en ook dat er minstens net zoveel oppervlaktewater moet worden gegraven als er wordt gedempt. Overigens wordt er in de planvorming geen water ge dempt, er wordt alleen substantieel wateroppervlak toegevoegd. Voor de aanleg van het water wordt een keurvergunning aangevraagd bij het hoogheemraadschap waarbij de diameter van de duikers tussen de waterpartijen wordt aangegeven, zodat de wa terkwaliteit kan worden gewaarborgd. Woningen zullen hun hemelwater (HWA) lozen op het oppervlaktewater, parkeren wordt uitgevoerd in halfopen bestrating en bergingen worden uitgevoerd met grasda ken. Zo wordt het hemelwater zoveel mogelijk in het plangebied vastgehouden. Het terrein wordt niet opgehoogd waardoor er geen negatieve effecten zijn op de buurpercelen. Grondwater Vanuit de sonderingen is gebleken dat het grondwater meer dan twee meter onder het maaiveld is gelegen. Hieruit valt te verwachten dat er geen problemen zijn met grond water. Wel moet bij nieuwbouw rekening worden gehouden met de grondwaterstand bij niet onderheide woningen in de omgeving. Onderhoud en bagger De beschermingszone langs de watergangen en de waterkering aan de randen van het plangebied blijven vrij van obstakels en blijven bereikbaar voor onderhoud vanaf de openbare weg.
Voor de nieuw te graven waterpartijen zal het onderhoud varend Bestemmingsplan “Noordersingel ten noorden van 58” Toelichting Vastgesteld 37
worden uitgevoerd door de op te richten beheervereniging van de toekomstige bewo ners. Klimaatadaptatie Voorafgaand aan het voorontwerpplan heeft de initiatiefnemer een overeenkomst ge sloten met de gemeente, waarin onder andere klimaatadaptieve maatregelen zijn vastgelegd. Deze maatregelen zijn vermeld in g 2.2.5. Conclusie Het aspect water leidt niet tot belemmeringen voor onderhavig bestemmingsplan. 4.2.2
Archeologie Wettelijk kader Door de ondertekening van het Verdrag van Malta (Valletta, 1992) heeft Nederland zich verplicht tot het beschermen van het archeologisch erfgoed. Uitgangspunt van het verdrag is het archeologische erfgoed waar mogelijk te behouden. Het Verdrag van Malta is op 21 december 2006 geïmplementeerd en in Nederland in de Erfgoedwet opgenomen. Op basis van deze wet geldt de verplichting om bij de vaststel ling van een bestemmingsplan en bij het bestemmen van de in het plan begrepen grond, rekening te houden met de in de grond aanwezige dan wel te verwachten ar cheologische monumenten. Archeologische beleidskaart De gemeente Lansingerland heeft een archeologische beleidskaart opgesteld. Hieruit blijkt dat het plan vrijwel geheel gelegen is binnen zone VI ‘vrijstelling 1000 m2 Ã 2,5 m -mv’. Op hiernavolgende kaart is het plangebied globaal aangeduid. Daarnaast zijn zeer kleine delen langs de oostzijde van het plangebied gelegen in de zone III ‘vrijstel ling 100 m2 Ã 0,3 m -mv’. Op navolgende kaart is dat gezien de schaal niet goed waarneembaar.
Legenda Archeologische beleidskaart gemeente Lansingerland 2016 Zon* Zon*
vrt)»t*tllng > 0 m2 A 0.3 m 'Mv
Zon* II; vnļst*lllng » 50 m2 A 0.3 m -Mv Zon* III: vrijstoINng > 100 m2 i 0.3 m •Mv Zon* IV: vrljsMIllng > 500 m2 i 0.3 m -Mv Zon* V; vrl|st*lling » 500 m2 A 1.0 m -Mv Zon* VI; vn)st*liing tOOO m2 A 2.5 m -Mv
CD Lanslng*r1and I Ond«rzo*ksg*b4*d*n
Uitsnede uit archeoiogische beleidsadvieskaart met aanduiding plangebied
Bestemmingsplan “Noordersingel ten noorden van 58” Toelichting Vastgesteld 38
Onderzoek Er is een archeologisch bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek uitge voerd voor onderhavig plan11, verkennende en deels karterende fase. Dit onderzoek is als bijlage 5 bij deze toelichting gevoegd. Het doel van het archeologische bureauonderzoek was het opstellen van een gespeci ficeerde archeologische verwachting voor het plangebied. Op basis van de land schappelijke ligging op een veenrestdijk met in de ondergrond getijdeafzettingen (laagpakket van Wormer) en daaronder gelegen rivierafzettingen uit het begin van het Holoceen (Formatie van Echteld) heeft het plangebied met name een middelhoge verwachting voor resten uit de periode Vroeg- en Midden Neolithicum op grote diepte en een hoge verwachting voor een bijgebouw in het noordoosten van een ten noorden van het plangebied gelegen erf uit de Nieuwe tijd (18e en 19e eeuw) vanaf het maai veld. Voor de overige perioden en afzettingen geldt een lage verwachting. Vervolgens is deze verwachting getoetst door middel van een inventariserend veldon derzoek, verkennende fase en deels karterende fase ter hoogte van de noordoostelij ke zone met een hoge verwachting voor de Nieuwe tijd. Uit het booronderzoek is ge bleken dat onder een 0,3 tot 1,3 m dikke laag veen (Formatie van Nieuwkoop) oude getijdeafzettingen voorkomen (Laagpakket van Wormer) tot minimaal 4 m -mv.
VroegHolocene rivierafzettingen zijn niet waargenomen binnen 4 m -mv. Tot 4 m -mv heeft het plangebied geen middelhoge verwachting voor resten uit het Vroeg- en MiddenNeolithicum. Onder de 0,3 tot 1,3 m dikke veenlaag aan het maaiveld komen ongerijp te oude getijdeafzettingen voor zonder vegetatieniveaus. De lage verwachting uit het bureauonderzoek voor de periode Laat-Neolithicum tot en met Late-Middeleeuwen wordt hiermee bevestigd. Voor Nieuwe tijd had enkel de noordoosthoek van het plangebied een hoge verwach ting door de aanwezige bebouwing op de minuut. Het veldonderzoek in het westen van het plangebied heeft ook duidelijk gemaakt dat de bodemkundige omstandighe den te nat waren voor bewoning en in het zuidoosten is er sprake is van diepere ver storingen waardoor er geen archeologische resten uit de Nieuwe tijd verwacht wor den. In het zuidoosten zijn tevens karterende boringen gezet, waarbij geen archeologische indicatoren aangetroffen zijn. In het noordoosten is er sprake van een intacte bodemopbouw met veraard veen in de bovengrond en archeologische indica toren in de vorm van Nieuwetijds aardewerk in één van de karterende boringen. Hier blijft de hoge verwachting uit het bureauonderzoek voor een bijgebouw van het erf waarvan de kern ten noorden van het plangebied is gelegen intact.
Op grond van de aangetroffen archeologische indicatoren en het voorkomen van his torische bebouwing op de kadastrale minuut kan er een vindplaats uit de Nieuwe tijd voorkomen in het noordoosten van het plangebied. Deze kunnen worden aangetast bij bodemgrepen die dieper reiken dan 0,3 m beneden maaiveld aan de teen van de dijk. De kern van de vindplaats met de hoogste informatiewaarde ligt echter ten noorden van het plangebied. Het verwachte bijgebouw van deze vindplaats (met een lagere in-
11 Bureauonderzoek en Inventariserend Veldonderzoek, verkennende en deels karterende fa se Noordersingel tussen 58 en 58a te Berkel en Rodenrijs Gemeente Lansingerland, KSP Archeologie, 4 februari 2019, kenmerk 2542-7490. Bestemmingsplan “Noordersingel ten noorden van 58" Toelichting Vastgesteld 39
formatiewaarde) ligt onder het dijklichaam aan de oostzijde van het plangebied dat niet wordt aangetast tot in het archeologische niveau en de dijk heeft en behoudt haar waterkerende functie, waardoor onderzoek niet mogelijk is. De zone waar eventueel nader archeologisch onderzoek in het kader van deze ingrepen voor de nieuwbouw mogelijk zou zijn, betreft een zone met een nog lagere informatiewaarde over de vind plaats, mogelijk enkele losse grondsporen. Om die reden adviseert KSP Archeologie geen vervolgonderzoek. Conclusie Het onderwerp archeologie werpt geen belemmeringen op. Dit aspect vormt geen be lemmering bij onderhavig plan. De archeologische dubbelbestemmingen blijven ge handhaafd, omdat in het onderzoek tot 2 meter onder maaiveld is geboord. De even tuele archeologie zit dieper dan 2,5 m in de grond op deze plek. Dus voor de beoogde (woningbouw)ontwikkeling is nader onderzoek niet noodzakelijk, omdat beoogd wordt niet dieper dan 2 meter onder maaiveld te bouwen of bodemwerkzaamheden uit te voeren. 4.2.3
Cultuurhistorie Inleiding Door de wijziging van artikel 3.1.6, tweede lid, onderdeel a van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) moeten naast de in de grond aanwezige of te verwachten monumenten ook cultuurhistorische waarden worden meegewogen bij het vaststellen van bestem mingsplannen. Toetsing De gemeente Lansingerland heeft de ambitie om uit te groeien tot een aantrekkelijke parkstad waarin het goed wonen, werken en recreëren is. Om die ambitie te verwe zenlijken voert de gemeente een uitgesproken ruimtelijk kwaliteitsbeleid. Als onder deel van het ruimtelijk kwaliteitsbeleid is de Nota Cultuurhistorie Plus (vastgesteld d.d. 26 april 2012) opgesteld. Uit de Nota Cultuurhistorie plus blijkt dat de Noordeindseweg is aangewezen als bij zonder historisch polderlint. Kenmerkend aan dit lint is dat er oorspronkelijk aan de oostkant van de Noordeindseweg boerderijen zijn gebouwd. Vanaf het midden van de 19de eeuw werden westelijk van de vaart vooral tuinderswoningen gebouwd, veelal met een toegangsbrug. Het lint heeft het oorspronkelijke karakter goed behouden. Langs de Noordeindseweg is er nog relatief veel tussenruimte tussen de bebouwing. Aan de westkant grenzen nu achter de vaart aangelegde nieuwbouwwijken aan het lint. Deze bebouwing is niet op het lint georiënteerd, een brug ontbreekt dan ook.
Parallel aan de Noordeindseweg loopt de Noordersingel als historische ‘onderweg’. Hierlangs staan individuele woonhuizen en series arbeiderswoningen. Ook hier zijn nieuwe woongebieden ontwikkeld waarin de Noordersingel grotendeels wordt opge nomen. Aan de Noordeindseweg staan relatief veel historische boerderijen, soms met een nieuwe functie. Daartussen staan (historische) woonhuizen, bedrijfsgebouwen, nieuw bouw en een gemaal. Een groot aantal panden zijn op de gemeentelijke monumenten lijst geplaatst. Naar het noorden toe is meer bedrijfsbebouwing aanwezig in de vorm van loodsen en kassen. Soms is nieuwbouw, bijvoorbeeld villa’s, in series gebouwd. Bestemmingsplan “Noordersingel ten noorden van 58” Toelichting Vastgesteld 40
Conclusie Onderhavig plangebied bevindt zich ten westen van de vaart en de Noordeindseweg. De ontwikkeling betreft de aanleg van een klein aantal woningen. De nieuwe wonin gen worden goed ingepast in het bebouwingslint. Zo sluiten de woningen qua maat, schaal en uitstraling aan bij de omliggende bebouwing. Tevens is er bij de situering en maatvorming rekening gehouden met het doorzicht vanaf de Noordeindseweg naar de Noordersingel en andersom, met name door het zuidelijke deel van het plangebied onbebouwd te laten. Aangezien er verder geen Rijksmonumenten, gemeentelijke monumenten en ook geen zogenaamde cultuurhistorisch waardevolle objecten binnen het plangebied aan wezig zijn, is een doorvertaling naar dit plan niet nodig. Wel bevindt zich aan de oost zijde van het plangebied, aan de overkant van de Noordeindseweg, aan de Noordeindseweg 314 een woonhuis met een status als gemeentelijk monument. On derhavig plan zal geen invloed hebben op dit gemeentelijk monument. Het aspect cultuurhistorie vormt geen belemmering voor onderhavige ontwikkeling. 4.2.4
Flora en fauna Algemeen Bij ruimtelijke ontwikkelingen moet rekening gehouden worden met de aanwezige na tuurwaarden in en om het plangebied. Voordat ontwikkelingen mogen plaatsvinden, dient eerst een onderzoek uitgevoerd te worden in het kader van de Natuurbescher mingswet (gebiedsbescherming), de Flora- en faunawet (soortenbescherming) en eventuele andere betrokken natuurregelgeving. Vanaf 1 januari 2017 is de nieuwe Wet natuurbescherming in werking getreden. Deze wet vervangt de Flora- en faunawet, de Natuurbeschermingswet 1998 en de Boswet. Wet natuurbescherming Bij ruimtelijke ingrepen moet rekening gehouden worden met de aanwezige natuur waarden van het plangebied. Bescherming in het kader van de natuurwet- en regelge ving is op te delen in gebieds- en soortenbescherming. Bij gebiedsbescherming zijn de Wet natuurbescherming en provinciale verordeningen van toepassing. De provin cies beschermen via provinciale verordening waardevolle natuurgebieden zoals het Natuurnetwerk Nederland, weidevogelgebied en ganzenfoerageergebied. Daarnaast kunnen natuurgebieden of andere gebieden die essentieel zijn voor het behoud van bepaalde flora en fauna, aangewezen worden als Europees vogelrichtlijn- en/of habitatrichtlijngebied (Natura 2000). De verplichtingen uit de Vogel- en Habitatrichtlijn zijn in Nederland opgenomen in de Wet natuurbescherming.
Ook de bescherming van in dividuele plant- en diersoorten is geregeld in deze wet.
Bestemmingsplan “Noordersingel ten noorden van 58' Toelichting Vastgesteld 41
Toetsing Door SAB is ten behoeve van dit project een quick scan flora en fauna12 uitgevoerd waarbij het plangebied is onderzocht. Dit onderzoek is als bijlage 3 bij deze toelichting gevoegd. In de quick scan is onderzocht of er beschermde natuurwaarden, volgens de nu geldende natuurwet- en regelgeving, aan- of afWezig zijn in het plangebied. Ook is nagegaan of de ruimtelijke ontwikkeling die mogelijk wordt gemaakt, negatieve effec ten kan hebben op beschermde natuur buiten het plangebied. Navolgend is een sa menvatting van de bevindingen uit dit onderzoek weergegeven. Gebiedsbescherming Uit het onderzoek blijkt dat er geen Natura 2000-gebieden in de omgeving van het plangebied liggen. Door de grote afstand tot Natura 2000-gebied en de aard van de ontwikkeling zijn ver storingen op voorhand uitgesloten. De stikstofemissie van of door het gebruik van de locatie ten opzichte van de huidige bestemming (agrarisch met kas) zal veeleer lager zijn dan dat deze toeneemt. Daarnaast heeft de DCMR voor een aantal locaties aan de rand van de gemeente Lansingerland berekend met een AERIUS-berekening hoeveel woningen minimaal ge realiseerd kunnen worden zonder dat de depositie op Natura 2000-gebieden groter is dan 0,00 mol/ha/jaar. Dit is opgenomen in notitie Stikstofdepositie woningbouw Lan singerland13 die als bijlage 16 bij de toelichting is opgenomen.
De conclusie daaruit is dat, uitgaande van een ‘worst-case’ scenario voor de bouw van woningen, er binnen de gemeentegrenzen van Lansingerland te allen tijde 45 woningen kunnen worden gerealiseerd zonder dat dit een depositie groter dan 0,00 mol/ha/jaar op stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden veroorzaakt. Nader onderzoek in de vorm van een voortoets Wet natuurbescherming is daarom niet nodig. Uit het onderzoek blijkt tevens dat het plangebied niet in het Natuurnetwerk Nederland of andere provinciaal beschermde natuur ligt. De bescherming van deze gebieden staan de ontwikkelingen in het plangebied niet in de weg. Soortenbescherming Volgens de verspreidingsgegevens van de Nationale Databank Flora en Fauna en andere verspreidingsgegevens komen verschillende soorten vleermuizen, vogelsoor ten met jaarrond beschermde nesten en amfibieën in de omgeving van het plangebied voor. Door het uitgevoerde veldbezoek in het plangebied is duidelijk geworden dat en kele essentiële elementen van beschermde diersoorten niet op voorhand kunnen wor den uitgesloten in het plangebied. Daarnaast kan de boom direct ten noorden van het plangebied verblijfplaatsen van vleermuizen bevatten (ruige dwergvleermuis, gewone grootoorvleermuis, rosse vleer
12 Quick scan natuur, Berkel en Rodenrijs, Noordersingel ten noorden van 58, SAB, kenmerk 180207, 22 maart 2019. 13 Notitie stikstofdepositie woningbouw Lansingerland, DCMR, documentnummer 22275893, 6 december 2019. Bestemmingsplan “Noordersingel ten noorden van 58” Toelichting Vastgesteld 42
muis en watervleermuis). Vleermuizen en rugstreeppad zijn habitatrichtlijnsoorten, waarvoor de verboden van artikel 3.5 van de Wet natuurbescherming gelden. Waar nu de vijver ligt is ook in de toekomst water beoogd. Mogelijk blijft de vijver daarom geschikt leefgebied voor de rugstreeppad. Wanneer het terrein uit bouwterrein bestaat wordt ook dit geschikt habitat voor de rugstreeppad. Wanneer het terrein door de rugstreeppad wordt gekoloniseerd bestaat de kans dat deze worden gedood bij werkzaamheden op het terrein. Nader onderzoek is daarom noodzakelijk. Wanneer de soort wordt aangetroffen, zijn mitigerende maatregelen noodzakelijk en moet er moge lijk ontheffing van de Wet natuurbescherming worden aangevraagd. In het plangebied is onderzoek14 verricht naar de aanwezigheid van essentiële ele menten voor het leefgebied van de rugstreeppad. Dit onderzoek is als bijlage 17 bij deze toelichting gevoegd. Tijdens de veldbezoeken zijn geen rugstreeppadden waar genomen. Op basis van de onderzoeksinspanning is het redelijkerwijs uit te sluiten dat de rugstreeppad gebruik maakt van het plangebied. Onderzoek naar mogelijk aanwezige verblijfplaatsen van vleermuizen is enkel nodig wanneer kappen van de boom ten noorden van het plangebied noodzakelijk is of wanneer verstoring van de mogelijk aanwezige verblijfplaatsen niet uitgesloten kan worden.
Verstoring kan bijvoorbeeld plaatsvinden wanneer er een schutting of haag direct bij de boom wordt geplaatst die uitvliegmogelijkheden van vleermuizen kan blokkeren. Minimaal moet een afstand tot het begin van de kruin worden aangehou den voor het plaatsen van hoge objecten (> 1,5 meter). Ook sterke verlichting die op de boom schijnt kan een eventuele verblijfplaats verstoren. Broedperiode Van alle van nature in Nederland in het wild levende vogels mag het nest tijdens het broeden (van start van nestbouw tot en met het uitvliegen van de jongen) niet worden beschadigd of vernield. De periode waarin de meeste vogelsoorten broeden, loopt globaal van half maart tot half augustus, maar ook broedgevallen buiten deze periode zijn gewoon beschermd. Uit het onderzoek blijkt dat in en direct rond het plangebied vogels kunnen gaan broe den. Daarom wordt geadviseerd om de geplande ruimtelijke ontwikkeling buiten de broedperiode te starten. Op deze manier worden geen in gebruik zijnde nesten be schadigd of vernield. Ook zullen vogels in en direct rond het plangebied geen nest bouwen, omdat te veel verstoring aanwezig is. Indien de werkzaamheden echt in de broedperiode gestart moeten worden, is nader onderzoek naar broedende vogels noodzakelijk.
Kort voor de start van de werkzaam heden dient dan door een ecoloog met kennis van vogels door middel van één veldbezoek onderzocht te worden of broedende vogels in en direct rond het plangebied aanwezig zijn. Als deze niet aanwezig zijn, kunnen de werkzaamheden starten. Als wel een broedende vogel aanwezig is, mogen de werkzaamheden niet starten. Er
14 Nader onderzoek Wet Natuurbescherming, Berkel en Rodenrijs, Noordersingel ten noorden van 58, SAB, kenmerk 190207, 4 september 2019. Bestemmingsplan “Noordersingel ten noorden van 58" Toelichting Vastgesteld 43
dient dan met een ecoloog met kennis van vogels naar een oplossing gezocht te wor den. Zorgplicht Iedereen dient voldoende zorg in acht te nemen voor alle natuur en in het wild levende dieren, planten en hun directe leefomgeving, overeenkomstig artikel 1.11 van de Wet natuurbescherming. Dit houdt in elk geval in dat iedereen die weet dat hij schade aan natuur gaat veroorzaken door een bepaalde handeling, hij deze handeling daarom niet uitvoert, of maatregelen neemt om schade aan de natuur door de handeling zoveel mogelijk te voorkomen. Probeer bijvoorbeeld bij de ruimtelijke ingreep zoveel mogelijk bomen, struiken en overig groen te behouden. Werken buiten de winterperiode voor komt dat dieren die in winterrust zijn verstoord of gedood worden. Wanneer verlichting wordt geplaatst, probeer uitstraling van licht naar de omgeving zoveel mogelijk te be perken, om verstoring van diersoorten te voorkomen. Dit kan bijvoorbeeld door ver lichting te beperken tot die plekken waar licht noodzakelijk is, lage en gericht armatu ren te gebruiken in plaats van rondstralende armaturen en lampen goed te richten. Bescherming houtopstanden Bij deze ruimtelijke ontwikkeling wordt geen houtopstand geveld waarop de regels van de Wet natuurbescherming van toepassing zijn. De bescherming van houtopstanden vormt dan ook geen beperking voor de beoogde ruimtelijke ontwikkeling.
Conclusie Uit het verrichte onderzoek blijkt dat het plan geen effecten heeft op beschermde na tuurgebieden. De toe te voegen woningen vallen binnen het minimaal te realiseren aantal woningen dat gerealiseerd kan worden zonder dat de depositie op Natura 2000-gebieden groter is dan 0,00 mol/ha/jaar. Een verstoring van de vleermuizen is niet aan de orde omdat de boom in het noordoosten van het plangebied niet zal wor den gekapt. 4.2.5
Verkeer en parkeren Verkeer Alle woningen worden ontsloten middels een nieuwe interne ontsluitingsweg. Deze nieuwe ontsluitingsweg sluit op één plaats aan op de Noordersingel. Als onderhavig plan (gelegen binnen de rest bebouwde kom, en weinig verstedelijkt) wordt getoetst aan de CROW-richtlijnen (publicatie 317) ontstaat het volgende beeld Woningtype
Categorie
3 vrijstaande woningen aan de zijde van de Noordeindsevaart 2 twee onder een kap wo ningen Noordersingel 4 rijwoningen in boerderijgebouw 3 woningen gestapeld in boerderijgebouw Totaal
Koop, vrijstaand
Twee onder een kap Koop, tus sen/hoek Koop, eta ge/goedkoop
Verkeersnorm (max rest bebouwde kom weinig verstedelijkt) 8,6
Verkeersgeneratie
25,8
8,2
16,4
7,8
31,2
6,0
18,0 91,4
Bestemmingsplan “Noordersingel ten noorden van 58” Toelichting Vastgesteld 44
Het verkeer zal toenemen met ongeveer 90 motorvoertuigen per dag. Het extra ver keer dat het plan met zich meebrengt is inpasbaar in het verkeersbeeld van de Noordersingel. Parkeren Parkeren dient volledig op eigen terrein te worden opgelost. In de regels van het be stemmingsplan is vastgelegd dat bij het bouwen op grond van de bestemming moet worden voorzien in voldoende parkeergelegenheid overeenkomstig de geldende ge meentelijke parkeernota. Momenteel is dat de ‘Nota parkeernormen Gemeente Lansingerland’ (2014). Uitgangspunt voor nieuwe ontwikkelingen is dat deze parkeer plaatsen op eigen terrein worden gerealiseerd. Als onderhavig plan (gelegen binnen bestaand stedelijk gebied, dus binnen de be bouwde kom) hieraan wordt getoetst ontstaat het volgende beeld: Woningtype 3 vrijstaande woningen aan de zijde van de Noordeindsevaart 2 twee onder een kap woningen Noordersingel 4 rijwoningen in boerderijgebouw 3 woningen gestapeld in boerderijgebouw Totaal
Categorie Koop, vrijstaand
Parkeernorm 2,2 pp/w
Aantal 6,6 pp
Twee onder een kap Koop, tus sen/hoek Koop, eta ge/goedkoop
2,1 pp/w
4,2 pp
1,9 pp/w
7,6 pp
1,6 pp/w
4,8 pp 23,2 pp
Binnen onderhavig plan worden 22 parkeerplaatsen gerealiseerd in mandelig gebied (deze zijn allemaal ook toegankelijk voor bezoekers). Daarnaast worden bij de drie vrijstaande woningen twee parkeerplaatsen naast elkaar op eigen terrein gerealiseerd. Volgens de parkeernota tellen deze mee voor 1,7 parkeerplaatsen, dus 3x 1,7 = 5,1 parkeerplaatsen. Hiermee wordt voldaan aan de parkeernorm. In het bestemmingsplan wordt gewaarborgd dat er wordt voorzien in voldoende par keerplaatsen door een voorwaardelijke verplichting voor parkeren overeenkomstig het Paraplubestemmingsplan parkeernormering Lansingerland. Conclusie Het aspect “verkeer en parkeren” vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van het plan.
Bestemmingsplan “Noordersingel ten noorden van 58' Toelichting Vastgesteld 45
4.2.6
Kabels, leidingen en telecommunicatie-installaties Wet- & regelgeving en beleid Onder de grond liggen netwerken van kabels en leidingen voor onder andere nuts voorzieningen, (tele)communicatie en riolering. Graafwerkzaamheden in de openbare weg voor de uitbreiding en/ of onderhoud van deze werken mogen alleen gebeuren met vergunning en/of instemming van de gemeente. Toetsing Ter plaatse van het plangebied bevinden zich geen kabels en/of leidingen die een planologische bescherming genieten. Ook bevinden zich in de omgeving van het plan geen telecommunicatie-installaties. Conclusie Dit aspect leidt niet tot belemmeringen.
4.2.7
Luchthaven “Rotterdam The Hague Airport” Toetsingsvlakken Luchtverkeersleiding Nederland Ten behoeve van de luchtverkeersbeveiliging van luchthaven “Rotterdam The Hague Airport” zijn technische installaties en systemen op en in de omgeving van het lucht vaartterrein aanwezig. Deze zogenaamde Communicatie, Navigatie en Surveillance (CNS)-infrastructuur maakt gebruik van radiogolven die uitgezonden en/of ontvangen worden door antennesystemen. Obstakels, zowel vast (gebouwen, windmolens, et ce tera) als mobiel (bouwkranen, heistellingen, et cetera) vormen in potentie een bedrei ging voor de goede werking van de apparatuur omdat ze de uitgezonden radiosigna len kunnen verstoren. Verstoring van de apparatuur maakt de CNS apparatuur minder betrouwbaar of zelfs geheel onbruikbaar waardoor direct de veiligheid van het luchtverkeer wordt beïn vloed. Het is daarom in het belang van de veiligheid van de luchtvaart alles in het werk te stellen om de diverse systemen tegen verstorende obstakels te beschermen. Aan de hand van de internationale burgerluchtvaartcriteria dient beoordeeld te worden of de voorgenomen bouwplannen en werktuigen van invloed zijn op de correcte werking van CNS-hulpmiddelen.
Bestemmingsplan “Noordersingel ten noorden van 58” Toelichting Vastgesteld 46
Toetsingsvlak CNS-apparatuur Het plangebied bevindt zich juist buiten toetsingsvlak van de CNS-apparatuur, zie na volgende afbeelding. Het is daarom niet noodzakelijk dat er voor de toetsingsvlakken een beschermende regeling in het plan wordt opgenomen.
Afbeelding: toetsingsvlakken ILS 24 met het plangebied t.h.v. de zwarte ster
VOR/DME Het plangebied bevindt zich ook buiten het toetsingsvlak behorende bij de VOR/DME RTM (Rotterdam). Een VOR (VHF Omni-Directional Radiorange) geeft een vliegtuig koersinformatie en een DME (Distance Measuring Equipment) geeft een vliegtuig afstandsinformatie. Invliegfunnel Bij de luchthaven “Rotterdam The Hague Airport” hoort een aanvliegroute (invliegfun nel). In verband met de vliegveiligheid geldt er binnen de aanvliegroute een hoogtebeperking voor gebouwen en andere bouwwerken. Omdat het voorliggende plangebied niet binnen de aanvliegroute is gelegen, is een hoogtebeperking niet aan de orde. Geluid Bij de luchthaven “Rotterdam The Hague Airport” speelt ook het aspect ‘geluid’ een rol. De maatgevende contour, waarbinnen geen geluidgevoelige bebouwing (zoals woningen) mag worden gerealiseerd, is weergegeven middels de zogenaamde 35 KEcontour. Voorliggend plangebied is gelegen buiten de geluidszones van de luchtha ven. Er gelden ten aanzien van geluidhinder als gevolg van de luchthaven binnen voorliggend plangebied geen restricties. Conclusie De Luchthaven “Rotterdam The Hague Airport” leidt niet tot belemmeringen.
Bestemmingsplan “Noordersingel ten noorden van 58” Toelichting Vastgesteld 47
4.3
Duurzaamheid
4.3.1
Kader Duurzaam bouwen Duurzaam bouwen staat voor het ontwikkelen en beheren van de gebouwde omge ving met respect voor mens en milieu zodat kan worden voorzien in de behoefte van de huidige generatie zonder dat voor toekomstige generaties de mogelijkheid wordt ontnomen om ook in hun behoeften te kunnen voorzien. Duurzaam bouwen is daar mee onderdeel van de kwaliteit van de gebouwde omgeving. Gemeentelijk beleid De gemeente Lansingerland heeft de ambitie vastgesteld om in 2050 een CO2neutrale gemeente te zijn. Om dit te bereiken is de duurzaamheidsvisie ‘Lansingerland duurzaam’ opgesteld, die op 18 juni 2019 door de gemeenteraad is vastgesteld. Door inzet op de thema’s energietransitie, circulaire economie en klimaatadaptatie wil de gemeente ook voor de toekomst de kwaliteit van wonen en de aantrekkelijke leefom geving behouden en de impact op het milieu en het klimaat te minimaliseren. Dat be tekent de overgang van fossiele bronnen naar energie uit hernieuwbare bronnen, ge sloten grondstofkringlopen met een zo hoog mogelijk behoud van waarde en de aanpassing aan klimaatverandering om de negatieve effecten hiervan op te vangen, zodat een zekere mate van klimaatbestendigheid ontstaat. Daarbij geeft de gemeente zelf het goede voorbeeld, maar vraagt de gemeente ook iets van andere partijen.
4.3.2
Afweging en conclusie Voor wat betreft de nieuwe woningen wordt in ieder geval toepassing gegeven aan de wettelijke verplichtingen op het gebied van duurzaamheid. Daarnaast zal het gemeen telijk duurzaamheidsbeleid bij het definitieve ontwerp van de woningen in acht worden genomen. Bij onderhavig plan zijn de duurzaamheidsaspecten uitgewerkt en beschre ven in paragraaf 2.2.5. Er wordt voor het overige verwezen naar deze paragraaf.
Bestemmingsplan “Noordersingel ten noorden van 58' Toelichting Vastgesteld 48
5 5.1
Juridische toelichting Inleiding Voorliggend bestemmingsplan is opgesteld conform de gemeentelijke standaard, met inachtneming van de bepalingen die zijn opgenomen in de Regeling standaarden ruimtelijke ordening (Rsro), zoals de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen (SVBP) en het coderingssysteem Informatiemodel Ruimtelijke Ordening (IMRO). In dit hoofdstuk wordt ingegaan op de wijze waarop de regels en verbeelding van voorlig gend plan zijn opgebouwd.
5.2
Planmethodiek
5.2.1
Bestemmingsmethodiek Ten aanzien van de bestemmingsmethodiek is aangesloten op het handboek van de gemeente Lansingerland. In dit handboek zijn modelplanregels opgenomen voor de meest voorkomende bestemmingen binnen de gemeente. Voor het tekenen van de verbeelding en het opstellen van de planregels is naast het handboek aansluiting ge zocht met het nu vigerende bestemmingsplan “Lint Noord”.
5.2.2
Regels De regels bestaan uit vier hoofdstukken: Inleidende regels (hoofdstuk 1) - Bestemmingsregels (hoofdstuk 2) - Algemene regels (hoofdstuk 3) - Overgangs- en slotregels (hoofdstuk 4) -
Hierna wordt een korte toelichting gegeven op de in het plan voorkomende artikelen. Hoofdstuk 11nleidende regels In dit hoofdstuk is een aantal begrippen verklaard, dat wordt gebruikt in de regels. Dit voorkomt dat er bij de uitvoering van het plan onduidelijkheden ontstaan over de uitleg van bepaalde regelingen. Daarnaast is het artikel "Wijze van meten” opgenomen waarin bepaald is hoe de voorgeschreven maatvoering in het plan gemeten moet worden. Hoofdstuk 2 Bestemmingsregels In dit hoofdstuk zijn de in het plan voorkomende bestemmingen geregeld. In ieder arti kel is per bestemming bepaald welk gebruik van de gronden is toegestaan en welke bouwregels er gelden. Onder de bestemmingsomschrijving is aangegeven voor welke functies de gronden bestemd zijn. Voor sommige functies is een functieaanduiding opgenomen. In de bouwregels zijn de bebouwingsmogelijkheden bepaald.
Bestemmingsplan “Noordersingel ten noorden van 58” Toelichting Vastgesteld 49
Hierna volgt een toelichting per artikel. Enkelbestemmingen Groen Voor de gronden die niet behoren tot de woonpercelen, de ontsluiting daarvan en het aanwezige of benodigde water in het plangebied is de bestemming ‘Groen’. Ter plaat se gelden beperkte bouwmogelijkheden. Er mag alleen gebouwd worden ten dienste van de bestemming. Tuin De bestemming “Tuin” is opgenomen voor de voortuinen bij de twee-onder-één-kapen de vrijstaande woningen. Met een aanduiding is aangegeven dat onder voorwaar den een erker mag worden gebouwd bij de twee-onder-één-kap-woningen. Een deel van de zijtuinen heeft ook deze bestemming gekregen, vaak in combinatie met de aanduiding ‘specifieke bouwaanduiding uitgesloten - bouwwerken’. Enerzijds is de gedaan om geen bouwwerken mogelijk te maken binnen de richtafstand van 30 m van het bedrijf ten noorden van het plangebied. Anderzijds is dit gedaan omdat de Noordeindseweg en Noordersingel zijn gelegen in een historisch lint. De doorzichten naar het achterliggende gebied zijn hierbij van groot belang voor het karakter van het lint. Het opnemen van de tuinbestemming met aanduiding op de plaatsen waar het doorzicht niet door de bestemming ‘Groen’ wordt gegarandeerd, beoogt bij te dragen aan het behoud van het doorzicht naar het achterland. Verkeer De gronden voor de ontsluiting en parkeren zijn als ‘Verkeer’ bestemd.
Binnen deze bestemming is een adequate inrichting van de verkeers- en parkeerruimte mogelijk. Ook groenvoorzieningen zijn binnen deze bestemming mogelijk. Water Het bestaande en het aan te leggen water dat noodzakelijk is voor de ontwikkeling van het plangebied zijn als ‘Water’ bestemd. Wonen Deze bestemming is opgenomen voor de beoogd woningen. De woningen dienen te worden gebouwd binnen de aangegeven bouwvlakken. Met diverse aanduidingen is aangegeven welke verschijningsvorm van de woningen is toegestaan en welke speci fieke voorwaarden gelden. Binnen en buiten het bouwvlak is erfbebouwing toegestaan, mits achter het verlengde van de voorgevel en voldaan wordt aan de daarbij gestelde regels. Dubbelbestemmingen Dubbelbestemmingen regelen een bijzonder (algemeen) belang dat eerst afgewogen moet worden alvorens de onderliggende bestemming mag worden toegepast. Er gel den in die gevallen dus twee bestemmingen, waarbij de dubbelbestemming voor gaat op de onderliggende bestemming. Voor zover dubbelbestemmingen samenvallen gel den de regels van beide dubbelbestemmingen.
Bestemmingsplan “Noordersingel ten noorden van 58” Toelichting Vastgesteld 50
Waarde - Archeologie 3 en 6 De gebieden met een archeologische verwachtingswaarde zijn conform de gemeente lijke archeologische beleidskaart bestemd als ‘Waarde - Archeologie’. Binnen de dubbelbestemming ‘Waarde - Archeologie 3’ geldt, dat bij bodemingrepen groter dan 100 m2 en dieper dan 0,3 meter onder het maaiveld, archeologische beoordeling en moge lijk nader onderzoek dient te worden uitgevoerd. Een en ander hangt samen met de maat en omvang van een bouwwerk in relatie tot mogelijk reeds aanwezige verstoring van de bodem. Binnen de dubbelbestemming ‘Waarde - Archeologie 6’ geldt dit voor bodemingrepen groter dan 1.000 m2 en dieper dan 2,5 meter onder het maaiveld. Waterstaat - Waterkering De dubbelbestemming ‘Waterstaat - Waterkering’ is opgenomen voor de bescher mingszone langs de Noordeindse vaart. Bouwwerken en het uitvoeren van werken binnen deze bestemming mogen slechts worden opgericht/uitgevoerd, indien de be langen van de waterkering dat toelaten. Dit is ter beoordeling van het Hoogheemraad schap. Hoofdstuk 3 Algemene regels In hoofdstuk 3 worden enkele algemene regels gegeven, zoals de anti-dubbeltelregel. Verder worden algemene gebruiksregels gegeven en enkele algemene afwijkingsregels gegeven die de flexibiliteit van het plan vergroten.
Hoofdstuk 4 Overgangs- en slotregels In het overgangsrecht is een regeling opgenomen voor bebouwing en gebruik dat al bestond bij het opstellen van het plan, maar dat strijdig is met de opgenomen regeling. Onder bepaalde voorwaarden mag deze strijdige bebouwing en/of strijdig gebruik worden voortgezet of gewijzigd. In de slotregel is de officiële naam van het plan be paald. Onder deze naam kan het bestemmingsplan worden aangehaald.
5.3
Geometrische plaatsbepaling I verbeelding Voor het verbeelden van de geometrisch bepaalde bestemmingen is een BGTNondergrond gebruikt. Dit bestand is opgebouwd in coördinaten in het stelsel van de Rijksdriehoeksmeting, of kortweg Rijksdriehoekscoördinaten (ook wel: RDcoördinaten). Dit zijn de coördinaten die in Nederland worden gebruikt als grondslag voor onder meer geografische aanduidingen, waarbij de exacte locatie van een gebied wordt vastgelegd. In het plan is met behulp van lijnen, coderingen en arceringen aan gronden een bepaalde bestemming toegekend. Binnen een bestemmingsvlak zijn met aanduidingen nadere regels aangegeven. Op een afdruk van de geometrische plaats bepaling, de verbeelding, zijn alle bestemmingen en aanduidingen naast elkaar zicht baar. De gegevens zijn digitaal raadpleegbaar. Via de digitale portal waarop het plan wordt gepubliceerd kan, door te klikken op een bepaalde locatie, de bijbehorende bestemmingsregeling worden opgeroepen.
Bestemmingsplan “Noordersingel ten noorden van 58” Toelichting Vastgesteld
51
6
Economische haalbaarheid Het voorliggende plan wordt gerealiseerd op particulier initiatief. De kosten die ge paard gaan met de kosten voor ontwikkeling en inrichting van het plangebied zijn voor rekening van de initiatiefnemer. Door middel van een anterieure overeenkomst met de gemeente is vastgelegd dat de gemeentelijke kosten die verband houden met de ruimtelijke ontwikkeling en mogelijke planschade op de initiatiefnemer worden ver haald. Door de initiatiefnemer is een planschadeverhaalovereenkomst gesloten met de gemeente. Het vaststellen van een exploitatieplan is niet noodzakelijk.
Bestemmingsplan “Noordersingel ten noorden van 58' Toelichting Vastgesteld
52
7 Maatschappelijke uitvoerbaarheid 7.1
Inspraak en overleg Het voorontwerpwijzigingsplan heeft in het kader van de gemeentelijke inspraakveror dening vier weken ter inzage gelegen. Dit wijzigingsplan is in het kader van artikel 3.1.1 Bro voorgelegd aan de overleginstanties. De reacties zijn samengevat en van een antwoord voorzien in de Nota inspraak en overleg15 die als bijlage 19 is toegevoegd. Eén van de wijzigingen die voortkomen uit de inspraak is dat het voorontwerpwijzigingsplan als bestemmingsplan in procedure wordt gebracht.
7.2
Zienswijzen Op de procedure is afdeling 3.4 Algemene wet bestuursrecht van toepassing. In dat kader wordt het ontwerpbestemmingsplan voor zes weken ter inzage gelegd vanaf 1 september 2022. Gedurende de ter inzage termijn kon een ieder zienswijzen op het ontwerpbestemmingsplan indienen. Tegen het ontwerpbestemmingsplan zijn vier zienswijzen ingediend. De zienswijzen zijn samengevat en van een antwoord voorzien in de Nota zienswijze die als bijlage 20 is toegevoegd.
7.3
Conclusie De zienswijzen hebben geleid tot het toevoegen van regels om het toepassen van do ve gevels op de meest noordelijke gevels te borgen. Daarnaast is het plangebied iets aangepast aan de zuidzijde.
15 Nota inspraak en overleg en staat van wijzigingen bestemmingsplan “Noordersingel ten noorden van 58, gemeente Lansingerland, 23 augustus 2022. Bestemmingsplan “Noordersingel ten noorden van 58' Toelichting Vastgesteld
53
Bijlagen
INHOUDSOPGAVE VAN BIJLAGEN BIJ DE TOELICHTING
Bijlage 1 Bijlage 2 Bijlage 3 Bijlage 4 Bijlage 5 Bijlage 6 Bijlage 7 Bijlage 8 Bijlage 9 Bijlage 10 Bijlage 11 Bijlage 12 Bijlage 13 Bijlage 14 Bijlage 15 Bijlage 16 Bijlage 17 Bijlage 18 Bijlage 19 Bijlage 20 Bijlage 21 Bijlage 22 Bijlage 23 Bijlage 24
Memo quick scan bedrijven en milieuzonering, SAB, 25 juli 2022 Memo quick scan externe veiligheid, SAB, 22 maart 2019 Quick scan natuur, SAB, 22 maart 2019 Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai, SAB, 25 juli 2022 Archeologisch bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek, KSP Archeologie, 4 februari 2019 Verkennend bodem- en asbestonderzoek, Rouwmaat groep, 2 april 2019 Advies inspraakreacties Van der Voort en Ton Greeve Groen bedrijven en milieuzonering, DCMR Milieudienst Rijnmond, 17 juli 2019 Onderzoek luchtkwaliteit hoveniersbedrijf Ton Greeve Groen, M+P Oostar, 15 januari 2020 Geuronderzoek hoveniersbedrijf Ton Greeve Groen, M+P Oostar, 5 juni 2020 Akoestisch onderzoek hoveniersbedrijf Ton Greeve Groen, M+P Oostar, 9 februari 2021 Memo geluidsberekening nieuwe verkaveling bouwplan naast hoveniersbedrijf Ton Greeve Groen, M+P Oostar, 6 april 2021 Geuronderzoek hoveniersbedrijf Ton Greeve Groen, M+P Oostar, 9 april 2021 Eindsituatie bodemonderzoek, van der Helm milieubeheer, 18 maart 2014 Resultaten grondwateronderzoek (monitoring), van der Helm milieubeheer, 2 september 2019 Advies DCMR bodemonderzoek, Milieudienst Rijnmond, 24 oktober 2019 Stikstofdepositie woningbouw, Milieudienst Rijnmond, 6 december 2019 Nader onderzoek Wet natuurbescherming, SAB, 4 september 2019 M.e.r.-beoordelingsbesluit, college B&W gemeente Lansingerland, 23 augustus 2022 Nota inspraak en
overleg en staat van wijzigingen bestemmingsplan, gemeente Lansingerland, 23 augustus 2022 Nota zienswijzen en staat van wijzigingen bestemmingsplan Noordersingel ten noorden van 58, april 2023 Onderbouwing zichtlijn, 17 januari 2023 Memo parkeerdruk, 24 januari 2023 Advies van de DCMR Akoestisch onderzoek, 20 april 2023 Besluit hogere waarden Wet geluidhinder, gemeente Lansingerland, 9 mei 2023
Bijlage 1 Memo quick scan bedrijven en milieuzonering, SAB, 25 juli 2022
adviseurs in ruimtelijke ontwikkeling
memo aan:
Gemeente Lansingerland
van:
SAB
kenmerk:
180207
datum:
25 juli 2022
betreft:
Quick scan bedrijven en milieuzonering Noordersingel ten noorden van 58, te Berkel en Rodenrijs
Inleiding Ten noorden van Noordersingel 58 te Berkel en Rodenrijs bevindt zich een onbebouwd weiland. Het voornemen bestaat om op deze locatie woningen te realiseren. Dit voornemen is echter niet mogelijk op grond van de ter plaatse geldende juridisch-planologische kaders. Daarom zal aan de hand van een nieuw bestemmingsplan de planologische procedure doorlopen worden waarin aangetoond wordt dat de voorgenomen ontwikkeling haalbaar is en er sprake is van een goede ruimtelijke ordening. Eén van de aspecten die onderdeel uitmaakt van een goede ruimtelijke ordening is bedrijven en milieuzonering. In voorliggende memo wordt dit aspect in relatie tot de haalbaarheid van het voornemen nader beschouwd.
VNG-publicatie Bedrijven en Milieuzonering Indien door middel van een plan of project nieuwe milieugevoelige functies mogelijk worden gemaakt, zoals woningen, moet worden aangetoond dat deze niet worden gerealiseerd binnen de hinderzone van omliggende bedrijven. Anderzijds mogen bedrijven in de directe omgeving van de ontwikkelingslocatie niet negatief worden beïnvloed door de ontwikkelingen die met een plan mogelijk worden gemaakt. Wat betreft de aanbevolen richtafstanden tussen functies met een milieuzone en gevoelige functies is de VNG-publicatie als leidraad voor milieuzonering gebruikt1. In de VNG-publicatie zijn richtafstanden voor diverse omgevings- en gebiedstypen opgenomen. Het gaat onder andere om de volgende omgevings- en gebiedstypen: ‘rustige woonwijk’, ‘rustig buitengebied’ en ‘gemengd gebied’. In een rustige woonwijk en een rustig buitengebied komen vrijwel geen andere functies dan de woonfunctie voor. Gemengde gebieden betreffen gebieden die langs hoofdinfrastructuur liggen en/of gebieden met matige tot sterke functiemenging. In een dergelijk gebied komen direct naast woningen andere functies voor, zoals winkels, maatschappelijke voorzieningen, horeca en kleine bedrijven. Ook lintbebouwing in het buitengebied met overwegend agrarische en andere bedrijvigheid kan als gemengd gebied worden beschouwd.
1
VNG-publicatie ‘Bedrijven en Milieuzonering’, 2009
pagina 1 van 7
correspondentíeac
| Postbus479 | 68Ũ0ALArnhem | contac
| 7:0263576911 | E; lnfo@sab.nl | www.sab.nl | KvK Arnhem: 09122123
iiezoekadres Arnhem | Frombergdwarsstraat 54 | 6814 DZ Arnhem | neľ'r.ekadreř .‘-irì^terdam 1 Jacob Bontlusplaats 9 I 1018 LL Amsterdam
adviseurs in ruimtelijke ontwikkeling
In de VNG-publicatie zijn voor het bepalen van de richtafstanden de volgende uitgangpunten gehanteerd: - het betreft ‘gemiddeld’ moderne bedrijfsactiviteiten met gebruikelijke productieprocessen en voorzieningen; - de richtafstanden hebben betrekking op de omgevingstypen ‘rustige woonwijk’ en ‘rustig buitengebied’. Bij het omgevingstype ‘gemengd gebied’ kan worden uitgegaan van kortere afstanden (verlaging met één afstandsstap); - de richtafstanden bieden in beginsel ruimte voor normale groei van de bedrijfsactiviteiten; - bij activiteiten met ruimtelijk duidelijk te onderscheiden deelactiviteiten (zoals productie, opslag, kantoren, parkeerterreinen) kunnen deze deelactiviteiten desgewenst als afzonderlijk te zoneren activiteiten worden beschouwd, bijvoorbeeld bij ligging van de activiteit binnen zones met een verschillende milieucategorie. De richtafstanden lopen op naar mate sprake is van een bedrijf in een hogere milieucategorie. Zoals bij de uitgangspunten voor de richtafstanden is gesteld, kan bij het type gemengd gebied de richtafstand zonder dat dit ten koste gaat van het woon- en leefklimaat met één afstandsstap worden verlaagd (dus van bijvoorbeeld 50 naar 30 meter voor milieucategorie 3.1).