CConstaterende datLansingerland
Koppel je AI →
Document · PDF

[T23.01847] Vast te stellen bestemmingsplan “Dorpsstraat 5-7 Bleiswijk (De Snip)”

Commissie Ruimte 9 mei 2023, gemeente LansingerlandBij agendapunt: Vaststelling bestemmingsplan “Dorpsstraat 5-7 Bleiswijk (De Snip)" (zienswijzen in map persoonsgegevens)26.816 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

De watertoets is het proces van vroegtijdig informeren, adviseren en beoordelen van waterhuishoudkundige aspecten in ruimtelijke plannen en besluiten. Het doel van dit instrument is waarborgen dat de waterhuishoudkundige doelstellingen expliciet in beschouwing worden genomen als het gaat om waterhuishoudkundige relevante ruimtelijke plannen en besluiten. Uitvoering van de watertoets betekent in feite dat de gemeente en de waterbeheerder samenwerken bij het uitwerken van ruimtelijke plannen, zodat

Bestemmingplan “Dorpsstraat 5-7 Bleiswijk (De Snip)" Vaststelling 12-4-2023

23

problemen in het gebied zelf en de omgeving worden voorkomen. De watertoets is sinds 2003 verankerd in het Besluit ruimtelijke ordening en hiermee verplicht voor alle ruimtelijke plannen en besluiten. In 2008 is het NBW geactualiseerd met als doel de watersystemen in 2015 op orde te krijgen, met name op het gebied van wateroverlast en watertekort. Kaderrichtlijn water De KRW geeft een kader voor de bescherming van de ecologische en chemische kwaliteit van oppervlaktewater en grondwater. Zo dienen alle waterlichamen in 2015 een “goede ecologische toestand” (GET) te hebben bereikt en dienen sterk veranderende c.q. kunstmatige wateren in 2015 een “goed ecologisch potentieel” (GEP) te hebben bereikt. De chemische toestand dient in 2015 voor alle wateren (natuurlijk en kunstmatig) goed te zijn. Waterbeheer 21e eeuw (WB21) In september 2000 heeft de commissie Waterbeheer 21e eeuw advies uitgebracht over het toekomstig waterbeheer in Nederland. Belangrijk onderdeel van WB21 is het uitgangspunt van ruimte voor water. Er mag geen afwenteling plaatsvinden. Berging moet binnen het stroomgebied plaatsvinden. Dit betekent onder andere het aanwijzen en instandhouden van waterbergingsgebieden. Daarnaast wordt verdroging bestreden en worden watertekorten verminderd. Provinciaal beleid

Regionaal waterplan Zuid-Holland 2016-2021 In het Regionaal Waterplan wordt verwezen naar de Visie Ruimte en Mobiliteit, vastgesteld op 7 juli 2014. Provinciale staten van Zuid-Holland hebben echter op 20 februari 2019 nieuw beleid vastgesteld, namelijk het Omgevingsbeleid. In het Omgevingsbeleid is al het bestaande provinciale beleid voor de fysieke leefomgeving samengevoegd in een Omgevingsvisie en een Omgevingsverordening. Het waterbeleid komt op diverse plekken voor in de Omgevingsvisie Zuid-Holland en Omgevingsverordening Zuid-Holland. In de Omgevingsverordening zijn voor bestemmingsplannen in hoofdstuk 6 instructieregels opgenomen. Hier komen onder andere de Keur, legger en peilbesluit aan bod. Verder wordt in het Regionaal Waterplan Zuid-Holland 2016-2021 verwezen naar de Voortgangsnota KRW en het Provinciaal Waterplan 2010 2015. Voortgangsnota KRW In de Voortgangsnota Europese Kaderrichtlijn Water 2016-2021, vastgesteld op 14 oktober 2015, zijn de doelen en maatregelen voor waterkwaliteit van grond- en oppervlaktewater vastgelegd. Deze nota fungeert als een regionaal waterplan conform de Waterwet, voor het thema waterkwaliteit. Provinciaal Waterplan 2010 - 2015 Een aantal onderdelen van het Provinciaal Waterplan 2010 - 2015 blijft ongewijzigd van kracht. Dit heeft betrekking op een onderdeel van waterveiligheid, water en natuur en vismigratie.

Waterbeheerder en gemeentelijk beleid

Waterbeheerprogramma 2022-2027 Het hoogheemraadschap van Schieland en de Krimpenerwaard is verantwoordelijk voor het waterbeheer in het gebied tussen Zoetermeer, Gouda, Schoonhoven en Rotterdam. Op 26 januari 2022 heeft het algemeen bestuur van het hoogheemraadschap het Waterbeheerprogramma 2022-2027 vastgesteld. In het Waterbeheerprogramma worden de ambities van het hoogheemraadschap voor de komende jaren weergegeven. Het hoogheemraadschap gaat voor droge voeten en schoon water. Dit

Bestemmingplan “Dorpsstraat 5-7 Bleiswijk (De Snip)" Vaststelling 12-4-2023

24

doen ze door te werken aan een klimaatbestendig en duurzaam waterbeheer. Ze werken hiervoor samen met inwoners, bedrijven en overheden. Ze zorgen voor veilige dijken, voldoende en schoon water en zuiveren het afvalwater. De komende jaren willen ze extra aandacht schenken aan de volgende thema’s: ^ Een veilige en aantrekkelijke leef- en werkomgeving voorbereid op de verandering van het klimaat; ^ Een duurzaam waterschap voor de wereld van morgen; ^ Water en waterschap als onderdeel van de samenleving. Waterberging bij ruimtelijke ontwikkelingen In de nota "Waterberging bij ruimtelijke ontwikkelingen" (Nota waterkwantiteitsbeheer, vastgesteld op 26 juni 2007 en aangevuld op 7 september 2007) is het beleid geformuleerd over de waterberging bij ruimtelijke ontwikkelingen. Samenvattend betekent het beleid het volgende: 1. 2.

aan ontwikkelingen die resulteren in een toename van het verharde oppervlak van minder dan 500 m2 worden geen waterbergingseisen gesteld; bij de overige ontwikkelingen wordt aan de hand van de eigenschappen van het gebied vastgesteld hoeveel aanvullende waterberging benodigd is.

Keur en Legger Alle handelingen of werkzaamheden in de nabijheid van watergangen en waterschapswegen vallen onder de regels van de ‘Keur van Schieland en de Krimpenerwaard’. In deze verordening van het Hoogheemraadschap zijn gebods- en verbodsbepalingen opgenomen om de water-staatsbelangen veilig te stellen. In de meeste gevallen zal een vergunning moeten worden verleend door het Hoogheemraadschap. De Legger van het Hoogheemraadschap is een register waarin functie, afmetingen en onderhoudsplichtigen van waterkeringen en bijbehorende beschermingszones, wateren (zoals sloten en vaarten) en bijbehorende beschermingszones (onderhoudsstroken), waterbergingen en natuurvriendelijke oevers vastgelegd zijn. Ook geeft de Legger de ligging van waterkeringen, wateren, waterbergingen en natuurvriendelijke oevers aan, zodat duidelijk is waarop de Keur van toepassing is. Waterplan Lansingerland Op 29 april 2010 is het visiedeel van het Waterplan vastgesteld. Het doel van het Waterplan is het maken van afspraken, waarmee een robuust, veilig en duurzaam watersysteem gerealiseerd kan worden. Dit watersysteem moet voldoen aan landelijke en Europese normen en moet gebaseerd zijn op een gezamenlijke visie van gemeente en hoogheemraadschappen. Onderdelen hiervan zijn: ^ • •

een samenhangende beschouwing van de ambities, ruimtelijke ontwikkelingen (water)problemen; een integrale (ruimtelijke) visie op het grondwater, oppervlaktewater en de riolering; een concreet maatregelenpakket voor de realisatie van maatregelen.

en

De doelgroep van het stedelijk Waterplan bestaat uit bestuurders (van de gemeente en de hoogheemraadschappen), bewoners, beleidsmakers en beheerders. Het Waterplan heeft geen wettelijke status, maar fungeert als koepelplan en integraal kader voor afspraken over water maatregelen tussen gemeente en hoogheemraadschappen. Voor de periode 2016 - 2017 is gezamenlijk een uitvoeringsprogramma vastgesteld. Gemeentelijk rioleringsplan 2021-2025 De gemeente is verantwoordelijk voor de inzameling en het transport van afval- en hemelwater en heeft ook een zorgplicht voor het grondwater. Met dit Gemeentelijk Rioleringsplan 2021-2025 legt de

Bestemmingplan “Dorpsstraat 5-7 Bleiswijk (De Snip)" Vaststelling 12-4-2023

25

gemeente het rioleringsbeleid van Lansingerland voor de komende planperiode vast. Daarnaast wordt een doorkijk gemaakt naar de toekomst. 6.2.

Onderzoek

Hieronder volgt de inhoudelijke toetsing van het plan aan de verschillende ‘waterthema’s’, zoals die beschreven staan in de Handreiking Watertoets. Toetsing aan deze thema’s levert de watertoets op. Oppervlaktewatersysteem

In het plangebied ligt een duiker die verbonden is met een watergangen. Deze duiker wordt in de nieuwe situatie gehandhaafd. Wel wordt deze duiker opnieuw aangelegd I aangepast aan de nieuwe situatie. Dit zal nog met het waterschap worden afgestemd. Waterberging

In het vigerende bestemmingsplan is het plangebied bestemd als “Gemengd”. Het gehele plangebied mag planologisch gezien verhard worden. Omdat het planologisch toegestaan is het plangebied in de huidige situatie te verharden, vindt er geen (planologische) verslechtering plaats. In de feitelijke situatie is het plangebied dan ook grotendeels verhard. Alleen aan de randen is wat begroeiing aanwezig. Het verhard oppervlak is in de toekomstige situatie vergelijkbaar met de huidige situatie. Watercompensatie is dan ook niet nodig. De watergang wordt weliswaar iets korter, maar blijft met een duiker verbonden, waardoor het oppervlak van het water niet zal wijzigen. Veiligheid

Het plangebied ligt voor een klein deel binnen een beschermingszone van een waterkering. Voor dit deel is de dubbelbestemming “Waterstaat - Waterkering” opgenomen. Er wordt deels binnen de beschermingszone gebouwd. Voor de bouw dient een watervergunning aangevraagd te worden bij het waterschap. Riolering

Het plangebied voorziet in een gemeentelijk gescheiden rioleringssysteem (droogweerafvoer (DWA)en hemelwaterafvoer (HWA)-stelsel). Afvalwater zal worden afgevoerd via het DWA-riool. Hemelwater dat op de wegen en parkeerverharding valt, wordt via het HWA-stelsel ingezameld en afgevoerd naar het oppervlaktewater. Waar mogelijk wordt verhard oppervlak afgekoppeld. Volksgezondheid

Door het afkoppelen van hemelwater van de DWA worden vuilwateroverstorten (in de omgeving) tegengegaan. De risico’s van watergerelateerde ziekten en plagen worden hierdoor geminimaliseerd. Waterkwaliteit

Het toepassen van niet-uitloogbare bouwmaterialen voorkomt dat het hemelwater, dat wordt afgekoppeld naar het oppervlaktewater, wordt vervuild. In verband hiermee worden eisen gesteld aan de bij de daken, goten en leidingen te gebruiken materialen. Er mogen geen (sterk) uitloogbare materialen zoals koper, lood, zink, teerhoudende dakbedekking of geïmpregneerde beschoeiingen gebruikt worden op delen die met hemelwater in contact komen, zoals de dakbedekking, goten en pijpen of er moet voorkomen worden dat deze materialen kunnen uitlogen (bijvoorbeeld door het coaten van loodslabben). Afkoppeling van hemelwater zorgt ervoor dat het aantal riooloverstorten laag is. Ook dit komt de waterkwaliteit (in de omgeving) ten goede. Beheer en onderhoud

Het beheer en onderhoud van het inzamelings- en transportstelsel van afvalwater, kortom de riolering, ligt bij de gemeente tot aan het eindgemaal dat in beheer is van het Hoogheemraadschap van Schieland en de Krimpenerwaard. Het hoogheemraadschap is verantwoordelijk voor het transport vanuit het eindgemaal tot en met afvalwaterzuiveringsinstallatie en de zuivering van het aangeleverde afvalwater. Bestemmingplan “Dorpsstraat 5-7 Bleiswijk (De Snip)" Vaststelling 12-4-2023

26

Het beheer en onderhoud van primaire watergangen ligt bij het Hoogheemraadschap van Schieland en de Krimpenerwaard. Het beheer en onderhoud van de secundaire watergangen ligt bij de grondeigenaar. Indien de gemeente Lansingerland grondeigenaar is, zal langs de watergangen een onderhoudsstrook worden aangelegd. Als dat niet mogelijk is, worden de watergangen varend onderhouden. Dan worden de watergangen ingericht op varend onderhoud; de doorvaartbreedte varieert dan tussen 2,00 meter en 10,00 meter (met uitzondering van de duiker). Grondwater en (zoet)watertekort

Aan grondwater en zoetwater wordt geen wijziging verwacht. De grondwaterstand verandert met de beoogde bebouwing niet. Eventuele ondergrondse constructies worden waterdicht gemaakt. Klimaatadaptatie

In de afgelopen jaren is steeds meer aandacht gekomen voor klimaatverandering. Naast de overheid kunnen ook particuliere initiatieven bijdragen aan het klimaatbestendiger inrichten van het terrein door creatieve, simpele en efficiënte oplossingen om water of watervasthoudende maatregelen toe te passen. In ieder geval zal open verharding ter plekke van de parkeerplaatsen op eigen terrein worden toegepast en zal het hoogste dak van het gebouw worden voorzien van begroeiing zodat waterbergingscapaciteit ontstaat. 6.3.

Conclusie

Het aspect water vormt geen belemmering voor dit plan. In het kader van het wettelijk vooroverleg wordt de ruimtelijke onderbouwing aan het Hoogheemraadschap voorgelegd.

Bestemmingplan “Dorpsstraat 5-7 Bleiswijk (De Snip)" Vaststelling 12-4-2023

27

7.

MILIEUASPECTEN

7.1.

M.e.r-beoordeling

Het voorkómen van aantasting van het milieu is van groot maatschappelijk belang. Het is daarom zaak om het milieubelang volwaardig in de besluitvorming te betrekken. Om hier in de praktijk vorm aan te geven is het instrument milieueffectrapportage of te wel m.e.r. ontwikkeld. De m.e.r.-beoordeling is een instrument met als hoofddoel het milieubelang volwaardig te laten meewegen bij de voorbereiding en vaststelling van plannen en besluiten. Het voornemen bestaat om de bestaande bebouwing binnen het plangebied te slopen om plaats te maken voor nieuwbouw. De nieuwbouw krijgt mogelijk een gemengd programma, bestaande uit bescheiden daghoreca en zorgwoningen deels op de begane grond en deels op de 1e verdieping. Op de bovenliggende verdiepingen zijn appartementen voor senioren en zorgwoningen voorzien. De ontwikkeling kan worden aangemerkt als een stedelijk ontwikkelingsproject zoals voorkomend in de eerste kolom van de D-lijst horende bij het Besluit m.e.r. (categorie 11.2). Hoewel de verschillende drempelwaardes (kolom 2) niet worden overschreden, dient evenwel een vormvrije m.e.r.-beoordeling te worden opgesteld. Dit dient plaats te vinden aan de hand van drie criteria: ^ •

Kenmerken van het project; Plaats van het project;

^

Kenmerken van het potentiële effect.

Dit kan niet meer uitsluitend in de vorm van een paragraaf in de ruimtelijke onderbouwing. Er is een ‘aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling’ opgesteld. Deze is opgenomen als bijlage 7. Hierover is op 15 november 2022 door de gemeente een besluit genomen. Dit besluit is opgenomen als bijlage 12. 7.2.

Akoestische aspecten Kader

Op grond van artikel 74 Wgh bevindt zich aan weerszijden van een weg een zone waarbinnen akoestisch onderzoek moet worden uitgevoerd. Voordat nieuwe woningen binnen deze zone kunnen worden geprojecteerd dient te worden onderzocht of aan de normen van de Wgh wordt voldaan. De zonebreedte is afhankelijk van het aantal rijstroken en van de aard van de omgeving (stedelijk of buitenstedelijk gebied). De definities van stedelijk en buitenstedelijk gebied zijn opgenomen in artikel 1 Wgh. Deze definities luiden: - stedelijk gebied: het gebied binnen de bebouwde kom (bepaald door komgrensborden) met uitzondering van het gebied binnen de zone van een autoweg of autosnelweg; - buitenstedelijk gebied: het gebied buiten de bebouwde kom en het gebied binnen de bebouwde kom dat is gelegen binnen de zone van een autoweg of autosnelweg. De voorkeursgrenswaarde voor nieuwe woningen is vastgelegd in de Wgh. Indien de geluidbelasting hoger is dan de voorkeursgrenswaarde moeten er maatregelen worden getroffen om hieraan alsnog te kunnen voldoen. Blijkt dat niet mogelijk te zijn of op zwaarwegende bezwaren te stuiten van stedenbouwkundige, verkeerskundige, landschappelijke of financiële aard dan is het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Lansingerland bevoegd tot het vaststellen van hogere waarden.

Bestemmingplan “Dorpsstraat 5-7 Bleiswijk (De Snip)" Vaststelling 12-4-2023

28

Onderzoek

Voorgenomen ontwikkeling voorziet in de realisatie van woningen, welke worden gekenmerkt als geluidsgevoelig object, waardoor akoestisch onderzoek benodigd is. De ontwikkellocatie is niet gelegen in een vanuit de Wet geluidhinder gezoneerde weg. In het kader van een goede ruimtelijke ordening dient er wel onderzoek plaats te vinden naar de omliggende 30 km/u wegen meegenomen, zoals de Dorpsstraat. Het onderzoek is opgenomen als bijlage 5. Hieronder zijn de resultaten beschreven. Uit de resultaten blijkt het verkeer op de Dorpsstraat een geluidsbelasting veroorzaakt die hoger is dan de voorkeursgrenswaarde. Een overschrijding is alleen aan de orde op het bouwdeel met een maximale bouwhoogte van 8 m aan de zijde van de Dorpsstraat. De geluidsbelasting inclusief de reductie ex artikel 110g Wgh bedraagt maximaal 51 dB. Omdat de geluidsbelasting door het verkeer op de Dorpsstraat (30 km-weg) hoger is dan de voorkeursgrenswaarde moet bij de aanvraag van een omgevingsvergunning de karakteristieke geluidwering van de gevels worden getoetst aan de eisen uit het Bouwbesluit. De reductie van 5 dB ex artikel 110g Wgh mag in die toetsing niet worden toegepast zodat de input voor deze berekening 56 dB bedraagt. Er is tevens akoestisch onderzoek uitgevoerd naar met betrekking tot de geluiduitstraling van het terras van de horecafunctie die binnen dit bestemmingplan mogelijk gemaakt worden.

Het onderzoek is opgenomen als bijlage 10. Uit de uitgevoerde berekening blijkt dat voldaan kan worden aan de geluidgrenswaarden, onder de voorwaarden dat: ^ ^ ^

Het terras is maximaal 10 uur in de dagperiode in gebruik, tussen 09.00 en 19.00 uur. Maximaal 14 stoelen op het overdekte terras en 42 stoelen op het terras in de buitenlucht geplaatst worden, dus in totaal 56 stoelen. Aan de noordzijde van het terras een scherm geplaatst is van 1,5 meter hoog op het moment dat het terras feitelijk in bedrijf is.

Conclusie

Op grond van het bovenstaande blijkt dat het aspect geluid voor deze ruimtelijke procedure geen belemmering oplevert. 7.3.

Luchtkwaliteit Kader

Het onderzoek naar luchtkwaliteit wordt uitgevoerd op grond van hoofdstuk 5, titel 5.2 ‘Luchtkwaliteitseisen’ van de Wet milieubeheer. De titel 5.2 ‘Luchtkwaliteitseisen’ is beter bekend als de Wet luchtkwaliteit. De kern van de Wet luchtkwaliteit is het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL). Het NSL is een bundeling maatregelen op regionaal, nationaal en internationaal niveau die de luchtkwaliteit verbeteren en waarin alle ruimtelijke ontwikkelingen/projecten zijn opgenomen die de luchtkwaliteit in belangrijke mate verslechteren. Het doel van de NSL is om overal in Nederland te voldoen aan de Europese normen voor de luchtverontreinigende stoffen. Voor wegverkeer zijn st kstofdioxide (NO2), fijnstof (PM10) en zeer fijn stof (PM2,5) de belangrijkste stoffen. De in de Wet luchtkwaliteit gestelde norm voor NO2 en PM10 jaargemiddelde grenswaarde is voor beide stoffen 40 gg/m3. Daarnaast mag de PM10 24 uurgemiddelde grenswaarde van 50 gg/m3 maximaal 35 keer per jaar worden overschreden. De jaargemiddelde grenswaarde voor zeer fijnstof (PM2,5) bedraagt 25 gg/m3.

Bestemmingplan “Dorpsstraat 5-7 Bleiswijk (De Snip)" Vaststelling 12-4-2023

29

Met het van kracht worden van het NSL zijn de tijdstippen waarop moet worden voldaan aan de jaargemiddelde grenswaarden NO2 en PM10 aangepast. Voor PM10 is dat 11 juni 2011 en 1 januari 2015 voor NO2. De grenswaarde voor PM2,5 is vanaf 1 januari 2015 van toepassing. Naast de introductie van het NSL is het begrip ‘niet in betekenende mate bijdragen’ (NIBM) een belangrijk onderdeel van de Wet luchtkwaliteit. Een project draagt NIBM bij aan de verslechtering van de luchtkwaliteit als de NO2 en PM10 jaargemiddelde concentraties niet meer toenemen dan 1,2 pg/m3. In dat geval is de ontwikkeling als NIBM te beschouwen. Een ruimtelijke ontwikkeling vindt volgens de Wet luchtkwaliteit doorgang als ten minste aan één van de volgende voorwaarden is voldaan: de ontwikkeling is opgenomen in het NSL; de ontwikkeling wordt aangemerkt als een NIBM-project; de gestelde grenswaarden in bijlage 2 van de Wet luchtkwaliteit worden niet overschreden; projectsaldering kan worden toegepast. Onderzoek

Voor het aspect luchtkwaliteit moet worden nagegaan of de voorgenomen ontwikkeling past binnen de normen van titel 5.2 ‘Luchtkwaliteitseisen’ van de Wet milieubeheer van belang. Deze titel is beter bekend als de Wet luchtkwaliteit. De betreffende ontwikkeling is een ontwikkeling die niet zonder meer is aan te merken als een ontwikkeling die past binnen de term ‘niet in betekenende mate’ (NIBM) bijdragen aan de verslechtering van de luchtkwaliteit. Om deze reden is onderzoek noodzakelijk naar het effect op de concentraties van de luchtverontreinigende stoffen. Voor dit onderzoek is de verkeersaantrekkende werking van de (nieuwe) functies relevant. In paragraaf 7.4 is de verkeersaantrekkende werking reeds bepaald. De totale ontwikkeling leidt tot maximaal 8 extra motorvoertuigbewegingen op een gemiddelde werkdag ten opzichte van de huidige situatie. Hierbij is uitgegaan van een percentage van 5% vrachtverkeer. Middels de NIBM-rekentool kan op een snelle en eenvoudige manier bepaald worden of er sprak is van een project dat 'niet in betekenende mate' (NIBM) bijdraagt aan de verslechtering van de luchtkwaliteit.

Worst-case berekening voor de bijdrage van het extra verkeer als gevolg van een plan op de luchtkwaliteit Jaar van planrealisatie

2022

Extra voertuigbewegingen (weekdaggemiddelde)

8

Aandeel vrachtverkeer

5.0%

NO2 in pg/m^

0.01 0.00

Extra verkeer als gevolg van het plan

Maximale bijdrage extra verkeer

PM10 in pg/m^ Grens voor "Niet In Betekenende Mate" in pg/m^

Conclusie De bijdrage van het extra verkeer is niet in betekenende mate; geen nader onderzoek nodig Afbeelding 7.1: NIBM-tool

Bestemmingplan “Dorpsstraat 5-7 Bleiswijk (De Snip)" Vaststelling 12-4-2023

1.2

30

Uit de berekening m.b.v. de NIBM-tool blijkt dat het plan als 'NIBM' kan worden aangemerkt. De voorliggende ontwikkeling draagt dan ook niet in betekende mate bij aan een verslechtering van de luchtkwaliteit. Daarmee is toetsing aan de grenswaarden luchtkwaliteit niet nodig en wordt voldaan aan de Wet luchtkwaliteit. Goede ruimtelijke ordening (NSL-monitoringstool) In het kader van een goede ruimtelijke ordening zijn ter plaatse van de locatie de concentraties NO2 (stikstofdioxide) en PM10 en PM2,5(fijn stof) inzichtelijk gemaakt, op basis van NSL-monitoringstool. In afbeelding 4.2 zijn de jaargemiddelde concentraties NO2, PMioen PM2.5 weergegeven voor het peiljaar

2020. Uit de afbeelding blijkt dat de jaargemiddelde concentraties NO2, PMioen PM2,5 ruimschoots onder de normen van de jaargemiddelde concentraties van 40 pg/m^ (NO2 en PMio)en 25 pg/m^ (PM2,5) blijven. -

"" I -h

.V

1

^

v a»

'

« ĵ

‘'ĩ # ę t 1

!

»1

, 11

H

•v

1

f -

J

\\.

1

s

1 . z

l

, i :

i

1

^

í

1 ^

ľi

.

i (

t * ; ^

i. Z

i •-

j "

1 1

1 1 Z

,

L

z

*'

Rekenpunten

Verterg

ld

N02

PNIO

PMIO ov«rschrİ|dlo9^ag4n

PM3.5 P9Zm3

3a8r

l294Sã74

19 S

17.8

6 2

10.6

2020

1S948366

19.5

17.8

Ĝ.2

10.6

3020

12948367

19.4

17.8

8.2

10.8

20Ž0

LS94836S

19.4

17.8

8.2

10.8

2020

1S948373

19.5

17.8

6.2

10.8

2020

15948365

19.3

17.8

6.2

10.6

2020

1S948349

19 3

17.8

6.2

10.6

2020

Afbeelding 7.2: Jaargemiddelde concentraties NOs, PMioen

*

1

peiljear 2020 met de globale ligging van het plangebied.

Conclusie Het aspect luchtkwaliteit vormt gezien het bovenstaande geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling. 7.4.

Verkeer en parkeren Ontsluiting en verkeersgeneratie Het perceel wordt net als in de bestaande situatie ontsloten via de Dorpsstraat. Het plangebied was voorheen in gebruik als servicepunt van de gemeente Lansingerland ('De Snip’) en had daarnaast de functie van een buurt- en dorpscentrum. In tabel 7.1 en 7.2 is een overzicht gegeven van de bestaande en toekomstige verkeersgeneratie. Hierbij is uitgegaan van de beschikbare CROW-normen en betreffen weekdagen. Tabel 7.1: overzicht verkeersgeneratie bestaande situatie Functie CROW-norm

Opp./ aantal

Verkeersgeneratie min.

Buurt en dorpscentrum

12,4-14,8 per 100 m^ bvo

930 m2

Bestemmingplan ^'Dorpsstraat 5-7 Bleiswijk (De Snip)'' Vaststelling 12-4-2023

max. 115,3

137,6

31

Tabel 7.2: overzicht verkeersgeneratie toekomstige situatie Functie CROW-norm

Opp./ aantal

Verkeersgeneratie min.

max.

Zorgwonen (serviceflat)

2,1-2,8 per woning

11

23,1

30,8

Aanleunwoningen (huur appartement goedkoop)

3,2-4,0 per woning

10

32,0

40,0

Servicepunt (kar)toor met baliefunctie)

12,4-14,8 per 100 m^ bvo

40 m^

5,0

6,0

Medisch centrum

16,1-20,2 per behandelkamer 8,2-13,0 per 100

1 kamer

16,1

20,2

90 m^

7,4

11,7

24,0-36,0 per 100

100 m2

24,0 107,6

36,0 144,7

Museum Lunchroom TOTAAL

Hoewel het er op dit moment op lijkt dat het museum en servicepunt niet in die directe hoedanigheid terugkomen in het te realiseren pand, zal een soortgelijke maatschappelijke functie mogelijk blijven. Voor deze maatschappelijke functie is uitgegaan van de CROW-norm voor verkeersgeneratie horend bij een bibliotheek. Deze functies hebben een overeenkomstige culturele aard. Een bibliotheek zal echter vaker bezocht worden, waardoor de hoeveelheid verkeer overschat wordt. De grootte van het museum is echter beperkt waardoor de absolute overschatting beperkt is. Voor de lunchroom is uitgegaan van een turnover van 2 á 3 per dag. De parkeernorm betreft 6 parkeerplaatsen per 100 m^. Met 2 bewegingen per turnover levert dit een verkeersgeneratie van circa 24-36 verkeersbewegingen per dag. In vergelijking met het huidige gebruik blijñ de verkeersaantrekkende werking nagenoeg gelijk. Er zullen maximaal 8 extra verkeersbewegingen optreden als gevolg van de ontwikkeling. De capaciteit van de Dorpsstraat en de omliggende wegen zijn afdoende om het extra verkeer vanwege de nieuwe ontwikkeling te verwerken. Een mobiliteitsonderzoek is dan ook niet nodig. Parkeren Parkeerbehoeñe De parkeerbehoeñe als gevolg van de ontwikkeling dient in principe op eigen terrein opgevangen te worden. Bij het bepalen van de parkeernorm is gebruik gemaakt van het gemeentelijke parkeerbeleid.

Leidend hierin is de 'Nota Parkeernormen Lansingerland (2014)'. Het plangebied is in het gemeentelijke parkeerbeleid aangewezen als 'Rest Lansingerland'. Deze parkeernormennota voorziet niet in parkeernormen voor alle functies. Daarvoor wordt gebruik gemaakt van de parkeernormen uit de ASW (CROW). Voor de voorziene functies worden de volgende parkeernormen aangehouden, daarbij gelden het museum en de gemeentebalie als zodanig als maatschappelijke functie: Functie Parkeernorm Zorgwonen (serviceflat) Appartementen van 64 m2 tot 74 m^ (middendure huur) Gemeentebalie (servicepunt) Medisch centrum Museum Horeca (lunchroom)

0,6 per woning 1,4 per woning 3,7 per 100 m^ bvo 5,5 per 100 m^ bvo 3,7 per 100 m^ bvo 6,0 per 100 m^ bvo

Bestemmingplan ^'Dorpsstraat 5-7 Bleiswijk (De Snip)'' Vaststelling 12-4-2023

32

Aanwezigheidspercentages Op basis van deze normen kan de totale parkeerbehoefte berekend worden. In bijlage 8 is dit gedaan op basis van de huidige gegevens. Echter is de totale parkeerbehoefte, gezien de variëteit in functies, niet op elk moment van de dag aanwezig. Verschillende functies zijn bijvoorbeeld ’s avonds gesloten, terwijl de bewoners dan wel thuis zijn. Overdag is er sprake van een omgekeerd effect. Daarom mogen parkeerplaatsen dubbel worden geteld. Het CROW biedt een handreiking in de vorm van aanwezigheidspercentages. Bij het toepassen van de aanwezigheidspercentages op de huidige gegevens (zie bijlage 8) komt naar voren dat voor dit plan de zaterdag middag het maatgevende moment is. Op dit moment is er sprake van de hoogste parkeerbehoefte. Salderen Doordat er sprake is van een verbouwing en het huidige pand al een parkeerbehoefte bezit, mag worden gesaldeerd. Dit houdt in dat de parkeerbehoefte die in de huidige situatie in de openbare ruimte wordt opgevangen ook aan de ontwikkeling toegekend mag worden. Dat mag echter alleen voor de momenten waarop het huidige pand al een parkeerbehoefte heeft (zie bijlage 8). In de werkdag-ochtend kan daarom niet worden gesaldeerd. Beschikbare parkeerplaatsen De inrichting van de openbare ruimte is ten tijde van het opstellen van dit bestemmingsplan nog niet volledig uitgewerkt.

Dit moet bij de aanvraag omgevingsvergunning beschikbaar zijn om de vergunning te toetsen op de parkeerbehoefte. Op basis van het huidige plan worden 24 parkeerplaatsen gerealiseerd (16 op het achterterrein en 8 aan de oostzijde van het gebouw). Daarnaast wordt de aansluiting van het parkeerterrein naar de Dorpsstraat gewijzigd, dit heeft tot gevolg dat het parkeerterrein kan worden geoptimaliseerd. Daardoor ontstaan 2 extra parkeerplaatsen in de openbare ruimte. Deze kunnen worden meegerekend in de parkeerbalans van dit plan. Het parkeeraanbod betreft 26 parkeerplaatsen. Conclusie Zoals in bijlage 8 is terug te zien ontstaat op basis van de huidige gegevens een parkeeroverschot van minimaal (30,6-27,2) = 3,4 parkeerplaatsen. Dit houdt in dat de parkeerbalans sluitend is. 7.5.

Bedrijven en milieuzonering Kader

Voor het behoud en de verbetering van de kwaliteit van de woon- en leefomgeving is een juiste afstemming tussen de verschillende voorkomende functies noodzakelijk. Daarbij wordt gebruik gemaakt van een milieuzonering die uitgaat van richtinggevende afstanden tussen hinderlijke functies (in de vorm van gevaar, geluid, geur, stof) en gevoelige functies. In de brochure “Bedrijven en Milieuzonering” van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) (versie 2009) zijn deze richtafstanden opgenomen. Van deze richtafstanden kan gemotiveerd worden afgeweken. Onderzoek

Bij een ruimtelijke onderbouwing dient voor nieuwe situaties rekening te worden gehouden met de richtafstanden van de VNG-handreiking ‘Bedrijven en Milieuzonering’. Deze VNG-richtafstanden hebben betrekking op de aspecten geur, stof, geluid en gevaar. In de VNG-publicatie wordt onderscheid gemaakt tussen de omgevingstypen “rustige woonwijk I rustig buitengebied” en “gemengd gebied”. In het geval van het omgevingstype “gemengd gebied” mag de richtafstand met één afstandsstap worden verkleind. Het plangebied ligt in een winkelstraat met verschillende functies en voorzieningen. Het grootste gedeelte van de Dorpsstraat kent de bestemming ‘Gemengd’ of ‘Centrum’. Gezien de mate van

Bestemmingplan “Dorpsstraat 5-7 Bleiswijk (De Snip)" Vaststelling 12-4-2023

33

functiemenging, is hier sprake van gebiedstype ‘gemengd gebied’. De ontwikkeling voorziet daarnaast ook in de toevoeging van een gemengd programma. Wonen is in de huidige situatie ook al mogelijk. Verder worden met dit plan geen hogere milieucategorieën mogelijk gemaakt. Conclusie

Vanuit het aspect bedrijven en milieuzonering gelden geen belemmeringen voor de voorgenomen ontwikkeling. 7.6.

Bodem Kader

Wet bodembescherming De Wet bodembescherming (Wbb) voorziet in maatregelen indien sprake is van ernstige bodemverontreiniging. Het doel van de Wbb is in de eerste plaats het beschermen van de (land- of water-)bodem zodat deze kan worden benut door mens, dier en plant, nu en in de toekomst. Via de Wbb heeft de Rijksoverheid de mogelijkheid algemene regels te stellen voor de uitvoering van werken, het transport van stoffen en het toevoegen van stoffen aan de bodem. Ontwikkelingen kunnen pas plaatsvinden als de bodem, waarop deze ontwikkelingen gaan plaatsvinden, geschikt is of geschikt is gemaakt voor het beoogde doel. Bij nieuwbouwactiviteiten dient de bodemkwaliteit door middel van onderzoek in beeld te zijn gebracht. In het algemeen geldt dat nieuwe bestemmingen bij voorkeur op een schone bodem dienen te worden gerealiseerd. Besluit bodemkwaliteit Het doel van het Besluit bodemkwaliteit (2008) is de bodem beter te beschermen en meer ruimte te bieden voor nieuwe bouwprojecten. Ook geeft het besluit gemeenten en provincies meer verantwoordelijkheid om de bodem te beheren. Het Bouwstoffenbesluit (Bsb) is opgenomen in het Besluit bodemkwaliteit.

Relatie Wabo, Wbb en Woningwet (Ww) De inwerkingtreding van de Wabo heeft ook effect op de Wbb en de Woningwet (Ww) gehad: in de Wabo is aangegeven dat in de plaats van de aanhoudingsgrond (uit de Ww) een afstemmingsregeling wordt opgesteld waarbij de inwerkingtreding van de omgevingsvergunning wordt afgestemd op de acties ten aanzien van de bodemverontreiniging. Voorts geldt ten aanzien van de bodem dat de Woningwet gemeenten verplicht in hun bouwverordening voorschriften omtrent het tegengaan van bouwen op verontreinigde bodem op te nemen. Die voorschriften moeten in elk geval betrekking hebben op het verrichten van onderzoek naar aard en mate van verontreiniging van de bodem, op de aard en omvang van dat onderzoek en op inrichting van het op te stellen onderzoeksrapport. Gemeentelijk bodembeleid De gemeentelijke Bodemkwaliteitskaart geeft een beeld van de diffuse bodemkwaliteit (ook wel achtergrondkwaliteit genoemd) van de gemeente. In het daaraan gekoppelde Bodembeheerplan is aangegeven welke regels gelden met betrekking tot grondverzet binnen de gemeente. Ook moet in dat kader rekening worden gehouden met de door gemeente Lansingerland vastgestelde bodembeleidsnotitie, als het gaat om grensoverschrijdend grondverzet. Het plangebied ligt in een gebied met de aanduiding “1. (Lint)bebouwing voor 1930”. Onderzoek

Uitgangspunt is dat bij ontwikkelingen de bodemkwaliteit geschikt is voor de toekomstige functie.

Bestemmingplan “Dorpsstraat 5-7 Bleiswijk (De Snip)" Vaststelling 12-4-2023

34

Het terrein is grotendeels verhard met beton (pand). Het terrein om het pand is grotendeels verhard met klinkers. Volgens beschikbare informatie (bodemloket.nl en digitale informatie DCMR Milieudienst Rijnmond) hebben in het verleden geen activiteiten plaatsgevonden die (bodem)verontreiniging zouden kunnen veroorzaken. Op basis van de beschikbare informatie zijn in het verleden geen (bodem)onderzoeken uitgevoerd ter plaatse van de onderzoekslocatie. Wel zijn in de nabij omgeving (straal van 25 meter) diverse onderzoeken uitgevoerd. Op basis van informatie uit de onderzoeken in de nabije omgeving, wordt de locatie als verdacht aangemerkt. Daarnaast is er een voormalige gedempte watergang aanwezig op de locatie.

Verkennend bodemonderzoek Door Aveco de Bondt is een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd op de locatie gelegen aan de Dorpsstraat 5-7 te Bleiswijk. Het verkennend bodemonderzoek is opgenomen als bijlage 1. Het doel van het onderzoek is het vastleggen van de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem van de onderzoekslocatie en te verifiëren of deze vanuit een milieuhygiënische oogpunt een belemmering vormt voor de voorgenomen herontwikkeling. Zintuiglijke waarnemingen In de bovengrond van de onderzoekslocatie zijn overwegend bijmengingen met baksteen aangetroffen. Daarnaast zijn plaatselijk bijmengingen met puin aangetroffen. In de ondergrond zijn geen bijmengingen aangetroffen. Tijdens veldwerkzaamheden zijn geen aanwijzingen gevonden voor het bestaan van een ondergrondse tank op de locatie. Grond Uit het uitgevoerde bodemonderzoek is gebleken dat de ondergrond op één plaats een sterke verontreiniging aan som-PAK en een matig verontreiniging aan lood bevat. In de overige grondmonsters zijn maximaal licht verhoogde gehalten aangetroffen. Grondwater In het ondiepe grondwater is een lichte verontreiniging aan barium gemeten. Nader onderzoek Gezien de onderzoeksresultaten is er (mogelijk) sprake van een geval van ernstige bodem­ verontreiniging. Er is nader onderzoek uitgevoerd met als doel om de aangetroffen verontreiniging horizontaal en verticaal af te perken.

Het nader onderzoek is opgenomen als bijlage 2. Tijdens nader onderzoek is de verontreiniging aangetoond ter plaatse van boring 100 en 104 vanaf maaiveld tot maximaal 1,0 m-mv. De verontreiniging is hiermee afgeperkt. Het betreft een geval van ernstige bodemverontreiniging met een geschatte omvang van circa 80 m3. De gevalscontour is niet afgeperkt. Deze loopt waarschijnlijk door in aanliggende percelen. Het is aannemelijk dat het geval van ernstige bodemverontreiniging niet spoedeisend is. Aanbevolen wordt om voor de handelwijze rondom deze verontreiniging een BUS-melding op te stellen en deze ter goedkeuring in te dienen bij het bevoegd gezag. De grond is geanalyseerd op PFAS en voldoet indicatief aan klasse Wonen (lokaal tevens klasse Landbouw).

Bestemmingplan “Dorpsstraat 5-7 Bleiswijk (De Snip)" Vaststelling 12-4-2023

35

Beoordeling gemeente Naar aanleiding van het verkennend en aanvullend bodemonderzoek heeft de gemeente Lansingerland een memo opgesteld. Deze memo is opgenomen als bijlage 3. De gemeente is van mening dat het geval van ernstige bodemverontreiniging niet spoedeisend is. Om die reden kan een deelsanering worden uitgevoerd. Qua functies zijn er geen substantiële wijzigingen voorzien. Bebouwing blijft bebouwing en verharding blijft verharding. Grondverzet zal naar verwachting zeer beperkt zijn. De sanerende maatregel kan derhalve bestaan uit het duurzaam afdekken van de verontreiniging. Dit kan voorafgaand aan de werkzaamheden middels een BUS-melding worden gemeld en dient nadien middels een BUS-evaluatie geëvalueerd te worden.

Conclusie

Een deel van het plangebied dient gesaneerd (duurzaam afdekken van de verontreiniging) te worden. Vanuit het aspect bodem gelden geen belemmeringen voor de voorgenomen ontwikkeling. 7.7.

Externe veiligheid Kader

Externe veiligheid richt zich op het beheersen van activiteiten die een risico voor de omgeving kunnen opleveren, zoals transportrisico’s en risico’s die kunnen optreden bij de productie, het vervoer en de opslag van gevaarlijke stoffen in inrichtingen. Bij de (her)inrichting van een gebied bepaalt de externe veiligheidssituatie mede de ruimtelijke (on)mogelijkheden. In het kader van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) gelezen in samenhang met de regels omtrent externe veiligheid moet worden onderzocht of er sprake is van aanwezigheid van risicobronnen in de nabijheid van de locatie waarop het Wro besluit betrekking heeft en dienen het plaatsgebonden risico (PR) en het groepsrisico (GR), en de eventuele toename hiervan, beoordeeld te worden. Plaatsgebonden risico Het PR is de kans per jaar dat een persoon op een bepaalde plaats overlijdt als rechtstreeks gevolg van een ongeval met gevaarlijke stoffen, indien hij onafgebroken en onbeschermd op die plaats zou verblijven. Het PR wordt weergegeven met risicocontouren rondom een inrichting of langs een vervoersas. De normstelling heeft de status van een grenswaarde die niet overschreden mag worden. Voor kwetsbare objecten wordt in zowel bestaande als nieuwe situaties het niveau van 10-® per jaar als grenswaarde gehanteerd. Nieuwe beperkt kwetsbare objecten zijn alleen toegestaan onder een gewichtige motivering.

Bestaande beperkt kwetsbare objecten zijn toegestaan binnen de PR 10-® contour. Groepsrisico Het GR kan worden beschouwd als de maat van maatschappelijke ontwrichting in geval van een calamiteit (en drukt dus de kans per jaar uit dat een groep mensen van minimaal 10 personen overlijdt als rechtstreeks gevolg van een calamiteit). De normstelling heeft de status van een oriënterende waarde. Deze waarde is geen vastgestelde wettelijke norm. Voor het bevoegd gezag geldt met betrekking tot het GR wel een verantwoordingsverplichting. Verantwoording groepsrisico Binnen het invloedsgebied geldt dat voor ieder ruimtelijk plan groepsrisicoverantwoording verplicht is. Een verantwoording is een kwalitatieve beschrijving over de waarde van het groepsrisico, maatregelen, zelfredzaamheid en bestrijdbaarheid. Het advies van de regionale brandweer speelt hierbij een belangrijke rol. Bij complexe projecten ligt doorgaans een proces van overleg met veiligheidsdeskundigen ten grondslag.

Bestemmingplan “Dorpsstraat 5-7 Bleiswijk (De Snip)" Vaststelling 12-4-2023

36

Regelgeving transport van gevaarlijke stoffen over wegen, water en spoor In 2015 is het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt) in werking getreden. In het Bevt staan regels voor de ruimtelijke inrichting rond wegen, waterwegen en spoorwegen met vervoer van gevaarlijke stoffen. Het Bevt hanteert een vaste grens van 200 meter, vanaf de buitenrand van de transportroute, waarbuiten in principe geen beperkingen hoeven te worden gesteld aan het ruimtegebruik. Buiten de 200 meter is een verantwoording niet noodzakelijk. Wel geldt dat bij ruimtelijke ontwikkelingen die nieuwe kwetsbare of beperkt kwetsbare objecten mogelijk maken buiten de 200 meter, in de toelichting aandacht moet worden gegeven aan de aspecten bestrijdbaarheid en zelfredzaamheid. Ten aanzien van de verantwoordingsplicht groepsrisico wordt, net als in het Besluit externe veiligheid buisleidingen onderscheid gemaakt tussen een volledige verantwoording en een beperkte verantwoording van het groepsrisico. Een volledige verantwoording kan bovendien achterwege blijven indien kan worden aangetoond dat: a. het groepsrisico, niet hoger is dan 0,1 maal de oriëntatiewaarde voor het groepsrisico, of; b. het groepsrisico, gelet op de redelijkerwijs te verwachten verandering van de dichtheid van personen, met niet meer dan 10% toeneemt en; c.

de oriëntatiewaarde, gelet op de dichtheid van personen, niet wordt overschreden. Indien sprake is van een volledige verantwoording dienen maatregelen ter beperking van het GR, alternatieve ruimtelijke ontwikkelingen met een lager GR en mogelijkheden en voorgenomen maatregelen ter beperking van de omvang van een calamiteit te worden overwogen. Een beperkte verantwoording houdt wel rekening met de effecten van een calamiteit en vindt alleen plaats als het plangebied binnen het invloedsgebied (effectgebied) van transportassen is gelegen. In het Bevt zijn tevens plasbrandaandachtsgebieden (PAG) benoemd voor transportroutes. Een PAG is een zone, waarbinnen een aanvullende verantwoording noodzakelijk is met betrekking tot het al dan niet nemen maatregelen om de effecten van een plasbrand te beperken en de zelfredzaamheid van personen. Onderzoek

Externe veiligheid gaat over de invloed van het transport of opslag van gevaarlijke stoffen op de omgeving. Op basis van de risicokaart bevinden zich in de omgeving van het plangebied echter geen risicobronnen, waardoor onderzoek niet benodigd is. Rotterdam The Hague Airport

Het plangebied is buiten de relevante risicocontouren en het verantwoordingsgebied van luchthaven “Rotterdam The Hague Airport” gelegen (zie afbeelding 7.3). Vanuit deze risicobron gelden daarmee geen belemmeringen voor het plan.

Bestemmingplan “Dorpsstraat 5-7 Bleiswijk (De Snip)" Vaststelling 12-4-2023

37

Afbeelding 7.3.: PR-contouren Rotterdam The Hague Airport.

Conclusie

Vanuit het aspect externe veiligheid gelden geen belemmeringen voor de voorgenomen ontwikkeling. 7.8.

Duurzaamheid Kader

Nationaal klimaatbeleid In 2013 zijn er in het ‘Energieakkoord voor duurzame groei’ reeds afspraken gemaakt over energiebesparing, stimuleren van duurzame energie en werkgelegenheid tussen de overheid, vakbonden, werkgevers en milieuorganisaties. Tijdens de klimaattop in Parijs in 2016 hebben 197 landen, waaronder Nederland, zich gecommitteerd aan het terugdringen van de uitstoot van broeikasgassen en de opwarming van de aarde te beperken tot maximaal 2 graden met 1,5 graad als streefwaarde. In de Klimaatwet (2019) is vastgelegd dat broeikasgasuitstoot (ten opzicht van 1990) met respectievelijk 49 procent in 2030 en 95 procent in 2050 verminderd moeten worden. Daarnaast moeten er in 2050 een volledig CO2-neutrale elektriciteitsproductie zijn. In het Klimaatakkoord dat op 26 juni 2019 door het kabinet is gepresenteerd staan afspraken met verschillende sectoren om de uitstoot van broeikasgassen tegen te gaan en de doelen uit de Klimaatwet te kunnen halen. Deze afspraken zijn ingedeeld per sector: elektriciteit, gebouwde omgeving, industrie, landbouw en landgebruik, en mobiliteit. Zo is voor de gebouwde omgeving afgesproken dat in 2030 1,5 miljoen bestaande woningen verduurzaamd zijn, en in 2050 7 miljoen woningen en 1 miljoen gebouwen van het aardgas af zijn. Hierbij is een centrale rol weggelegd voor gemeentes, en wordt een wijkgerichte aanpak gehanteerd.

Wet Voortgang Energie Transitie Op 1 juli 2018 is de Wet Voortgang Energie Transitie (VET) in werking getreden. Deze Wijzigingswet heeft een aantal aanpassingen doorgevoerd in de Gaswet en de Elektriciteitswet. Door de wijziging van de Gaswet mag een netbeheerder geen aardgasaansluiting meer verzorgen voor nieuwbouw. De aansluitplicht is dus vervallen, waarmee nieuwbouw niet meer aangesloten kan worden op het aardgasnet. Een belangrijk aandachtspunt is dat dit alleen geldt voor kleinverbruikers. Kleinverbruikers Bestemmingplan “Dorpsstraat 5-7 Bleiswijk (De Snip)" Vaststelling 12-4-2023

38

hebben een gasmeter tot en met G25 (een doorlaat-waarde tot en met 40 m^ per uur). Veel grotere kantoorpanden en bedrijven hebben een grotere aansluiting en hebben dus nog steeds recht op een aardgasaansluiting. Daarnaast biedt de Wet VET het college de ruimte om gebieden aan te wijzen waar netbeheerders geen nieuwe aardgasaansluitingen meer mogen verzorgen. Van deze bevoegdheid mag alleen gebruik worden gemaakt als er is voorzien in alternatieve voorzieningen. Dit heeft echter alleen invloed op kleingebruikers. Voor grootverbruikers vervalt het recht op een gasaansluiting hiermee dus niet. De wetgeving biedt ook ruimte aan het college van B&W om bij zwaarwegende redenen van algemeen belang uitzonderingen te maken en toch in een gasaansluiting te voorzien. BENG Voor alle nieuwbouw, zowel woningbouw als utiliteitsbouw, geldt dat vergunningaanvragen vanaf 1 januari 2021 moeten voldoen aan de eisen voor Bijna Energieneutrale Gebouwen (BENG). Die eisen vloeien voort uit het Energieakkoord voor duurzame groei en uit de Europese Energy Performance of Buildings Directive (EPBD). De energieprestatie bij BENG wordt bepaald aan de hand van 3 individueel te behalen eisen: 1. de maximale energiebehoefte in kWh per m2 gebruiksoppervlak per jaar (kWh/m2.jr); 2. het maximale primair fossiel energiegebruik, eveneens in kWh per m2 gebruiksoppervlak per jaar (kWh/m2.jr); 3.

het minimale aandeel hernieuwbare energie in procenten (%). Convenant klimaatadaptief bouwen Zuid Holland In oktober 2018 heeft een groot aantal partijen in Zuid-Holland het Convenant Klimaatadaptief Bouwen ondertekend, waaronder provincie, gemeenten, waterschappen, bouwbedrijven, maatschappelijke organisaties, financiers en projectontwikkelaars. Het doel van het convenant is het verminderen van wateroverlast, hittestress, droogte en bodemdaling en het vergroten van de biodiversiteit. Met het convenant is de ambitie vastgelegd dat nieuwbouwlocaties in Zuid-Holland zoveel mogelijk klimaatadaptief worden gebouwd, zodat ze bestand zijn tegen de gevolgen van klimaatverandering. De urgentie hiervan is ingegeven door het Deltaprogramma in combinatie met de grote bouwopgave in Zuid-Holland. Klimaatverandering heeft grote impact op de leefomgeving en het aantal weersextremen neemt toe. Zuid-Holland staat daarnaast voor een grote woning-bouwopgave, tot 2025 zijn er in de provincie 100.000 nieuwe woningen nodig. De procesafspraken uit het convenant zijn vervolgens vertaald in een ‘Minimaal Programma van Eisen’, dat op 13 september 2019 aan de Deltacommissaris is overhandigd. Dit programma dient als voorlopige maatregel, totdat een instrumentarium ontwikkeld is waarmee de klimaat-bestendigheid van nieuwbouwprojecten kan worden beoordeeld.

Het programma biedt praktische en concrete eisen die partijen in Zuid-Holland kunnen gebruiken om op korte termijn nieuwbouwplannen klimaatbestendig te ontwikkelen. Het is bedoeld om vooraf ruimtelijke plannen en ontwerpen aan te toetsen. De eisen zijn ingedeeld in zes thema’s: Wateroverlast; Droogte; Hitte; Bodemdaling; Biodiversiteit; Overstromingen. Hierbij is eveneens een Leidraad klimaatadaptief bouwen opgesteld. Dit dient als hulpmiddel ter ondersteuning bij het concretiseren van de klimaatambities en het beoordelen van de gebiedsontwikkeling op de zes klimaatthema’s. In de leidraad worden de thema’s inhoudelijk uitgewerkt. De thema’s zijn verbonden door de vaste stappen in het proces. De leidraad bestaat uit twee delen. Het eerste deel beschrijft per thema welke stappen genomen moeten worden om de ambities vast te leggen in eisen en te beoordelen. Het tweede geeft meer context aan en toelichting op het geheel. Lansingerland Duurzaam (Duurzaamheidsvisie) Bestemmingplan “Dorpsstraat 5-7 Bleiswijk (De Snip)" Vaststelling 12-4-2023

39

De gemeente Lansingerland heeft de ambitie vastgesteld om in 2050 een CO2-neutrale gemeente te zijn. Hiertoe is de duurzaamheidsvisie ‘Lansingerland duurzaam’ opgesteld, die op 18 juli 2019 door de gemeenteraad is vastgesteld. Door een inzet op de thema’s energietransitie, circulaire economie en klimaatadaptatie wil de gemeente ook voor de toekomst de kwaliteit van wonen en onze aantrekkelijke leefomgeving behouden en de impact op het milieu en het klimaat te minimaliseren. Dat betekent de overgang van fossiele bronnen naar energie uit her- nieuwbare bronnen, gesloten grondstofkringlopen met een zo hoog mogelijk behoud van waar- de en de aanpassing aan klimaatverandering om de negatieve effecten hiervan op te vangen, zodat een zekere mate van klimaatbestendigheid ontstaat. Daarbij geeft de gemeente zelf het goede voorbeeld, maar vraagt de gemeente ook iets van andere partijen. Kader Duurzame Gebiedsontwikkeling In het Kader Duurzame Gebiedsontwikkeling (DGO) zijn de richtlijnen aangegeven voor alle ruimtelijke nieuwbouwprojecten, op de drie focusthema’s energie, circulaire grondstoffen en klimaatadaptatie. Per thema zijn de minimale criteria voor de te realiseren duurzaamheidsprestaties aangegeven. Daarbij is een ‘aanvullend niveau’ en ‘verbeterd aanvullend niveau’ aangegeven.

Hoewel het gaat om een richtlijn, dient per ontwikkelingsproject te worden bekeken (in de planontwikkeling of bijvoorbeeld een anterieure overeenkomst) hoe wordt aangesloten bij de in het DGO genoemde criteria en duurzaamheidsmaatregelen. Daarbij dient het ‘verbeterd aanvullend niveau’ het streven te zijn, maar tenminste op het minimale niveau tel worden ontwikkeld. Onderzoek en Conclusie

Voor wat betreft de nieuwe woningen wordt in ieder geval toepassing gegeven aan de wettelijke verplichtingen op het gebied van duurzaamheid. De huidige bebouwing wordt gesloopt en hiervoor komt nieuwe bebouwing in de plaats. De ontwikkelaar houdt middels de volgende uitgangspunten rekening met duurzaamheid. -

De sloop van het huidige pand wordt uitgevoerd door een sloopbedrijf met een duurzaamheidscertificaat, waarbij hergebruik en circulariteit van materialen zoals; puin (t.b.v. beton en asfalt), metalen en hout geborgd zijn.

-

Bij de bouw wordt gewerkt met gescheiden afvalstromen, waarbij het afval tenminste in drie fracties wordt verzameld en afgevoerd.

-

Het gehele gebouw wordt gasloos uitgevoerd en voldoet ook aan de BENG-normen (Bijna Energie Neutraal Gebouw).

-

De woningen zijn uitgevoerd met een balansventilatiesysteem met warmteterugwinning (wtw) dat optimale warmteterugwinning en een energiebesparing garandeert. De PV zonnepanelen op het dak dragen bij aan de stroomvoorziening voor de aansturing van de WTW installatie en pompen.

-

De woningen zijn uitgevoerd met vloerverwarming waarmee ’s zomers de vloer gekoeld kan worden om de temperatuuroverschrijding in de zomermaanden te nivelleren. De hoogwaardig geïsoleerde beglazing in de buitenkozijnen is tevens zonwerend uitgevoerd.

-

De verwarming, koeling en ventilatie van de zorgwoningen worden centraal aangestuurd, waardoor een efficiënt energieverbruik wordt gerealiseerd.

-

De buitenpuien van de publieksruimten zijn terugliggend uitgevoerd zodat de zoninstraling tot een minimum beperkt is, en de koellast beperkt wordt.

-

Het platte dak van het noordelijk gebouwdeel wordt als groen dak uitgevoerd ter vergroting van het wateraccumulerend vermogen en de bestrating van de private parkeergelegenheid op het binnenterrein wordt van open bestrating voorzien om de wateropname te vergroten en daarmee de klimaatbestendigheid van de ontwikkeling te verbeteren.

Bestemmingplan “Dorpsstraat 5-7 Bleiswijk (De Snip)" Vaststelling 12-4-2023

40

7.9.

Overige belemmeringen Naast de hiervoor beschreven milieuaspecten kunnen er nog andere belemmeringen in of nabij het plangebied aanwezig zijn die van invloed kunnen zijn op de planvorming. Het gaat bijvoorbeeld om de aanwezigheid van straalpaden, beschermingszones en dergelijke. Planologisch relevante kabels en leidingen In of in de directe nabijheid van het voorliggende plangebied zijn geen planologisch relevante kabels en/of leidingen aanwezig. Toetsingsvlakken Luchtverkeersleiding Nederìand Ten zuidwesten van het plangebied ligt luchthaven “Rotterdam The Hague Airport”. Ten behoeve van de luchtverkeersbeveiliging van deze luchthaven zijn technische installaties en systemen op en in de omgeving van het luchtvaartterrein aanwezig. Deze zogenaamde Communicatie, Navigatie en Surveillance (CNS)-infrastructuur maakt gebruik van radiogolven die uitgezonden en/of ontvangen worden door antennesystemen. Obstakels, zowel vast (gebouwen, windmolens, et cetera) als mobiel (bouwkranen, heistellingen, et cetera) vormen in potentie een bedreiging voor de goede werking van de apparatuur omdat ze de uitgezonden radiosignalen kunnen verstoren.

Afbeelding 7.4.: uitsnede kaart ìoeisingsvìakken ÌLS 24'. Het piangebied is tn rood giobaai aarìgegeven.

Verstoring van de apparatuur maakt de CNS apparatuur mínder betrouwbaar of zelfs geheel onbruikbaar waardoor direct de veiligheid van het luchtverkeer wordt beïnvloed. Het is daarom in het belang van de veiligheid van de luchtvaart om alles in het werk te stellen om de diverse systemen tegen verstorende obstakels te beschermen. Aan de hand van de internationale burgerluchtvaartcriteria dient beoordeeld te worden of de voorgenomen bouwplannen en werktuigen van invloed zijn op de correcte werking van CNS-hulpmiddelen.

Bestemnvngpian “Dorpsstraat 5-7 Bìeiswijk (De Snipy Vaststeliing 12-4-2023

41

Binnen het plangebied bevindt zich geen toetsingsvlak van de CNS-apparatuur (zie afbeelding 7.4). Het opnemen van een beschermende regeling is derhalve niet noodzakelijk.

VOR/DME Het plangebied bevindt zich binnen het toetsingsvlak behorende bij de VOR/DME RTM (Rotterdam). Een VOR (VHF Omni-Directional Radiorange) geeft een vliegtuig koersinformatie en een DME (Distance Measuring Equipment) geeft een vliegtuig afstandsinformatie. Het toetsingsvlak van de VOR/DME kent een 600 m vrije straal gemeten vanaf de basis van de antenne op maaiveldhoogte. Binnen deze straal van 600 m geldt een toetsingshoogte van 0 m; elk op te richten object kan verstoring veroorzaken. Vanaf het 0 meter vlak loopt het toetsingsvlak trechtervormig omhoog tot een hoogte van 47,66 m (NAP) op een afstand van 3 km (zie onderstaande afbeelding 7.5). Het plangebied is gelegen binnen de toetsingshoogte 46,07 meter van het toetsingsvlak VOR/DME. Er wordt geen nieuwe bebouwing mogelijk gemaakt met een hoogte die het toetsingsvlak kan doorsnijden.

Afbeekiing 7.5.: toetsingsvlak VOR/DME. Het plangebied is in rood globaal aangegeven.

Bestemmingplan ^'Dorpsstraat 5-7 Bleiswijk (De Snip)'' Vaststelling 12-4-2023

42

Invliegfunnel

Bij de luchthaven Rotterdam The Hague Airport hoort een aanvliegroute (invliegfunnel). In verband met de vliegveiligheid geldt er binnen de aanvliegroute een hoogtebeperking voor gebouwen en andere bouwwerken. Het plangebied ligt niet binnen de aanvliegroute van Rotterdam The Hague Airport, zoals blijkt uit de afbeelding ‘uitsnede kaart invliegfunnel’ (afbeelding 7.6). Het is daarom niet noodzakelijk dat er voor de invliegfunnel een beschermende regeling in het plan wordt opgenomen.

Afbeelding 7.6.: uitsnede kaart hoogtebeperkingen invliegfunnel Rotterdam The Hague Airport. Het plangebied is in rood aangegeven.

Akoestiek

Bij de luchthaven “Rotterdam The Hague Airport” speelt ook het aspect geluid een rol. De maatgevende contour, waarbinnen geen geluidgevoelige objecten (zoals woningen) mogen worden gerealiseerd, is weergegeven middels de zogenaamde 35 KE-contour. Deze 35 KE-contour valt niet over het onderhavige plangebied (zie afbeelding 7.7) en levert derhalve geen beperkingen op.

Afbeelding 7.7.: uitsnede kaart KE-contouren Rotterdam The Hague Airport. Het plangebied valt buiten de afbeelding.

Bestemmingplan “Dorpsstraat 5-7 Bleiswijk (De Snip)" Vaststelling 12-4-2023

44

8.

UITVOERBAARHEID

8.1

Economische uitvoerbaarheid

Bij de voorbereiding van een bestemmingsplan dient op grond van artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) in de plantoelichting minimaal inzicht te worden gegeven in de economische uitvoerbaarheid van het plan. Tevens dient, indien sprake is van ontwikkelingen waarvoor de gemeente redelijkerwijs kosten moet maken, bijvoorbeeld voor de aanleg van voorzieningen van openbaar nut, en de plankosten, deze moeten worden verhaald op de initiatiefnemer c.q. ontwikkelaar. Een en ander dient te worden vastgelegd in privaatrechtelijke overeenkomsten met iedere grondeigenaar. Als er met een grondeigenaar geen overeenkomst is gesloten en het kostenverhaal niet anderszins is verzekerd, dient een exploitatieplan te worden opgesteld welke tegelijkertijd met het bestemmingsplan moet worden vastgesteld. Tussen

de

initiatiefnemer

en

de

gemeente

is

een

samenwerkingsovereenkomst

en

realisatieovereenkomst opgesteld waardoor het kostenverhaal is verzekerd. Gezien het bovenstaande wordt de economische uitvoerbaarheid van het plan voldoende gewaarborgd geacht. 8.2

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

Dit bestemmingplan voorziet in het toevoegen van verschillende voorzieningen en woning aan de dorpskern van Bleiswijk. De voorgenomen ontwikkeling draagt dus bij aan het versterken van de dorpskern. Ook draagt de voorgenomen ontwikkeling bij aan het verminderen van het woningentekort. Deze ontwikkeling is passend binnen de ruimtelijk kaders van de gemeente, waaronder het uitgangspunt om de bestaande ruimte beter in te richten en de kwaliteit van de leefomgeving te verbeteren. Daarmee wordt verondersteld dat er voldoende draagvlak is. Bovendien is het plan op 27 juni 2018 en op 6 oktober 2021 gepresenteerd aan belangstellenden. Ook is zowel door de gemeente als door de ontwikkelaar meerdere keren met een aantal direct omwonenden één op één gesproken over dit plan. Bovendien wordt in de bestemmingsplanprocedure de mogelijkheid geboden om zienswijzen in te dienen (zie ook hoofdstuk 9 van deze toelichting). Gezien het bovenstaande wordt de maatschappelijke uitvoerbaarheid van het plan voldoende gewaarborgd geacht. 8.3

Handhavingsaspecten

Het bestemmingsplan is bindend voor zowel de overheid als de burger. De primaire verantwoordelijkheid voor controle en handhaving ligt bij de gemeente. Handhaving kan worden omschreven als elke handeling die erop gericht is de naleving van regelgeving te bevorderen of een overtreding te beëindigen. Het doel van handhaving is om de duurzame bescherming van mens en omgeving te waarborgen. Binnen het kader van het bestemmingsplan heeft regelgeving met name betrekking op de Wet ruimtelijke ordening (Wro), de Woningwet (Ww) en de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo). Bij overtreding van deze regelgeving moet gedacht worden aan bouwen zonder omgevingsvergunning voor het bouwen, bouwen in afwijking van een verleende vergunning, het handelen zonder of in afwijking van een noodzakelijke vergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerken zijnde, en voor werkzaamheden (de vroegere aanlegvergunning) en het gebruik van gronden en opstallen in strijd met de gebruiksregels van het bestemmingsplan of een afwijking. De handhaafbaarheid van een bestemmingsplan is met name afhankelijk van het draagvlak van de regels onder de burgers en van de duidelijkheid van de regels.

Bestemmingplan “Dorpsstraat 5-7 Bleiswijk (De Snip)" Vaststelling 12-4-2023

45

Bij het opstellen van dit nieuwe bestemmingsplan zijn de gronden vrij gedetailleerd bestemd. Binnen de bestemmingen is daarmee relatief veel rechtszekerheid en is daarmee weinig kans op interpretatieverschillen. Ook zijn de verbeelding, de regels en de toelichting zodanig op elkaar afgestemd dat interpretatieproblemen en problemen met betrekking tot de uitvoering zo veel mogelijk worden voorkomen.

Bestemmingplan “Dorpsstraat 5-7 Bleiswijk (De Snip)" Vaststelling 12-4-2023

46

9.

PROCEDURE

9.1

Voorbereidingsfase Vooraankondiging

Op grond van artikel 1.3.1 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) dient voorafgaand aan een procedure van een bestemmingsplan, waarin een ruimtelijke ontwikkeling wordt gefaciliteerd, een vooraankondiging te worden gepubliceerd waarin de gemeente aangeeft een bestemmingsplan voor te bereiden. Overleg

Conform artikel 3.1.1. van het Bro dienen burgemeester en wethouders bij de voorbereiding van een bestemmingsplan overleg te plegen met de besturen van betrokken gemeenten en waterschappen en met de Rijks- en provinciale diensten die betrokken zijn bij de zorg voor de ruimtelijke ordening of belast zijn met de behartiging van belangen welke in het plan in het geding zijn. In dit kader is het voorontwerpbestemmingsplan voor advies toegezonden aan onderstaande instanties. ^ ^ ^ ^ ^ • • •

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Lansingerland&id=f9a84c7e-6195-4cfe-91c0-806e6643e0d6