[T23.01847] Vast te stellen bestemmingsplan “Dorpsstraat 5-7 Bleiswijk (De Snip)”
Tekst van het document
GEMEENTE
Lansìngerland
Bestemmingplan Dorpsstraat 5-7 Bleiswijk (De Snip) 99
12 april 2023
Vast te stellen
Gemeente Lansingerland Bestemmingplan “Dorpsstraat 5-7 Bleiswijk (De Snip) 9Ĩ
Vast te stellen
INHOUD: -
TOELICHTING REGELS VERBEELDING
Werknummer: 621.138.90 Datum: 12 april 2023 Identificatiecode: NL.İMR0.1621.BP0202-VAST
KulperCompagnons
Gemeente Lansingerland Domein Ruimte en Economie
Procedureoverzicht datum Concept Voorontwerp Ontwerp Definitief
4 december 2021 21 april 2022 16 november 2022 12 april 2023
document
Opmerkingen
TOELICHTING
Inhoudsopgave van de toelichting
1.
Inleiding
1
1.1. 1.2. 1.3. 1.4. 1.5.
Aanleiding en doel van het plan Bij het plan behorende stukken Ligging en begrenzing plangebied Voorgaand bestemmingsplan “Centrum Bleiswijk” Leeswijzer
1 1 1 1 2
2.
Planbeschrijving
3
2.1. 2.2 2.3
Bestaande situatie Ruimtelijke ontwikkeling Juridische aspecten
3 3 3
3.
Beleidskader
6
3.1. 3.2. 3.3. 3.4.
Rijksbeleid Provinciaal beleid Gemeentelijk beleid Conclusie
6 7 11 14
4.
Archeologie en cultuurhistorie
15
4.1. 4.2.
Archeologische waarden Cultuurhistorie
15 17
5.
Natuur
19
5.1. 5.2. 5.3.
Kader Onderzoek Conclusies
19 20 21
6.
Water
22
6.1. 6.2. 6.3.
Wettelijk kader Onderzoek Conclusie
22 25 26
7.
Milieuaspecten
27
7.1. 7.2. 7.3. 7.4. 7.5. 7.6. 7.7. 7.8. 7.9.
M.e.r-beoordeling Akoestische aspecten Luchtkwaliteit Verkeer en parkeren Bedrijven en milieuzonering Bodem Externe veiligheid Duurzaamheid Overige belemmeringen
27 27 28 30 32 33 35 37 40
8.
Uitvoerbaarheid
44
8.1 8.2 8.3
Economische uitvoerbaarheid Maatschappelijke uitvoerbaarheid Handhavingsaspecten
44 44 44
9.
Procedure
46
9.1 9.2 9.3
Voorbereidingsfase Ontwerpfase Vaststellingsfase
46 46 47
Bijlage 1: Bijlage 2: Bijlage 3: Bijlage 4: Bijlage 5: Bijlage 6: Bijlage 7: Bijlage 8: Bijlage 9: Bijlage 10:
Verkennend bodemonderzoek Dorpsstraat 5-7 te Bleiswijk, Aveco de Bondt, 11 juni 2019 Nader bodemonderzoek Dorpsstraat 5-7 te Bleiswijk, Aveco de Bondt, 10 januari 2020 Memo verontreinigingssituatie Dorpsstraat 5-7 te Bleiswijk, gemeente Lansingerland, 14 januari 2020 Flora- en faunaonderzoek Dorpsstraat 5, 7, 9 en 9a Bleiswijk, ABOMilieuconsult B.V., 23 november 2021 Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai, KuiperCompagnons, 22 maart 2022 Stikstofdepositie-onderzoek bestemmingsplan “Dorpsstraat 5-7 Bleiswijk (De Snip)”, KuiperCompagnons, 6 maart 2023 Aanmeldnotitie m.e.r.-beoordeling, KuiperCompagnons, 1 februari 2022 Parkeerbalans De Snip Bleiswijk, Lansingerland, 3 maart 2022 Archeologisch vooronderzoek, Vestigia, 20 januari 2022 Akoestisch onderzoek terrasgeluid Dorpsstraat 5-7, KuiperCompagnons, 22
Bijlage 13:
april 2022 Nader onderzoek flora en fauna, Dorpsstraat 5 t/m 9A te Bleiswijk, ABOMilieuconsult B.V., 13 september 2022 M.e.r.-beoordelingsbesluit “Dorpsstraat 5-7 Bleiswijk (De Snip)”, 15 november 2022 Stedenbouwkundige onderbouwing De Snip, Gemeente Lansingerland,
Bijlage 14:
22 november 2021 Nota van Zienswijzen en Staat van wijzigingen bestemmingsplan “Dorpsstraat
Bijlage 11: Bijlage 12:
Bijlage 15: Bijlage 16:
5-7 Bleiswijk (De Snip), 4 april 2023 BEA rapportage de Snip Bleiswijk 5 lindes, Copijn Boomspecialisten, 17-08 2022 Notitie 3 Bloklindes, aanvulling BEA De Snip, Copijn Boomspecialisten, 17 februari 2023
Afbeelding 1.1: Globale ligging plangebied (bron luchtfoto: Google Maps)
Afbeelding 1.2: Globale liggirìg en begrenzing plangebied (het plangebied is wit omkaderd)
Afbeelding 1.3: Concrete ligging en begrenzing plangebied (het plangebied is rood omkaderd)
1
1.
INLEIDING
1.1.
Aanleiding en doel van het plan
Het voornemen bestaat om aan de Dorpsstraat 5-7 (bekend als ‘De Snip’) in Bleiswijk nieuwbouw te realiseren. Het gebouw omvat een zorginstelling met 11 zorgwoningen en daarnaast op de begane grond een aantal voorzieningen en op de verdiepingen 10 appartementen voor senioren. Voor de voorzieningen op de begane grond wordt gedacht aan bescheiden daghoreca en een gezondheidscentrum. Op dit moment vigeert het bestemmingsplan ‘Centrum Bleiswijk' (vastgesteld 29 november 2012). De ontwikkeling is gelegen in het westen van de kern Bleiswijk. In het vigerende bestemmingsplan kent de locatie grotendeels de bestemming ‘Gemengd’ en voor het overige deel de bestemming ‘Verkeer’. De ontwikkeling past niet (geheel) binnen de in het vigerende bestemmingsplan toegestane functies en bouwmogelijkheden. Om de voorgenomen ontwikkeling mogelijk te maken wordt een nieuw bestemmingsplan opgesteld. 1.2.
Bij het plan behorende stukken
Het bestemmingsplan “Dorpsstraat 5-7 Bleiswijk (De Snip)” bestaat uit bestemmingen en regels. De bestemming van de gronden is geometrisch bepaald door middel van lijnen, coderingen en arceringen. In de bestemmingen zijn regels ten aanzien van het bouwen en het gebruik opgenomen. Het plan gaat vergezeld van deze toelichting. In de toelichting worden de keuzes die zijn gemaakt bij het opstellen van de geometrische plaatsbepaling en de regels verantwoord en verduidelijkt. Vervolgens wordt hierin de uitvoerbaarheid van het plan aangetoond. 1.3.
Ligging en begrenzing plangebied
De ontwikkeling is gelegen in het westen van de kern Bleiswijk. Het plangebied wordt globaal begrensd door: ^ de woning aan de Dorpsstraat 15 ten noorden; ^ een watergang en de woning aan de Dorpsstraat 9 en 9a ten oosten; ^ de Dorpsstraat en een parkeerterrein ten westen; ^ een parkeerterrein ten zuiden. In afbeeldingen 1.1, 1.2 en 1.3 is de ligging van het plangebied aangegeven. 1.4.
Voorgaand bestemmingsplan “Centrum Bleiswijk”
Het bestemmingsplan “Centrum Bleiswijk” is door de gemeenteraad van Lansingerland vastgesteld op 29 november 2012. Het plangebied is momenteel grotendeels bestemd als “Gemengd” met een gebiedsaanduiding 'bovenland'. Het andere deel van het plangebied is bestemd als “Verkeer”. Tevens ligt er een dubbelbestemming “Waarde - Archeologie 2” over het plangebied. Ook ligt de dubbelbestemming “Waterstaat - Waterkering” deels over het plangebied. Strijdigheid met het bestemmingsplan
De ontwikkeling past niet (geheel) binnen de in het vigerende bestemmingsplan toegestane functies en bouwmogelijkheden. Zo zijn in het vigerende bestemmingsplan onder andere daghoreca en zorgwoningen niet toegestaan. Ook het bouwvolume van de voorgenomen ontwikkeling wijkt af van de mogelijkheden binnen het vigerende bestemmingsplan. Om de voorgenomen ontwikkeling mogelijk te maken is een nieuw bestemmingsplan benodigd.
Bestemmingplan “Dorpsstraat 5-7 Bleiswijk (De Snip)" Vaststelling 12-4-2023
2
Afbeelding 1.3.: Uitsnede verbeelding bestemmingsplan ^Centrum Bleiswijk^ met de globale ligging van het plangebied
1.5.
Leeswijzer
De toelichting is als volgt opgebouwd: Hoofdstuk 2 geeft een beschrijving van de huidige situatie in het gebied en wordt de voorgenomen ontwikkeling beschreven. Daarnaast is de juridische toelichting op de regels opgenomen; Hoofdstuk 3 bevat een beschrijving van het beleidskader; Hoofdstuk 4 bevat een inventarisatie van de cultuurhistorische en archeologische waarden; Hoofdstuk 5 bevat een inventarisatie van de aanwezigheid van flora en fauna; Hoofdstuk 6 bevat een inventarisatie van het water; Hoofdstuk 7geeft een beschrijving van een aantal milieuaspecten, waaronder geluidhinder, luchtkwaliteit, bodemkwaliteit en externe veiligheid; Hoofdstuk 8 en 9 gaan nader in op de uitvoerbaarheid en de procedure van het plan.
Bestemmingplan “Dorpsstraat 5-7 Bleiswijk (De Snip)" Vaststelling 12-4-2023
3
2.
PLANBESCHRIJVING
2.1.
Bestaande situatie
De ontwikkeling is gelegen in het westen van de kern Bleiswijk. Voorheen was het gebouw in gebruik als bibliotheek, servicepunt van de gemeente Lansingerland (‘De Snip’) en huisvesting van de Oudheidkundige Vereniging en Museum Bleiswijk (OVMB). In de tijdelijke situatie is geen bibliotheek meer aanwezig en is als tijdelijke invulling een spellenwinkel gevestigd. Het plangebied wordt ontsloten via de Dorpsstraat en heeft aan de randen diverse parkeerplaatsen. Achter de bebouwing ligt een watergang.
Afbeelding 2.1: Streetview vanaf de Dorpsstraat (bron: Google streetview).
2.2
Ruimtelijke ontwikkeling
Het voornemen bestaat om de bestaande bebouwing binnen het plangebied te slopen om plaats te maken voor nieuwbouw. De nieuwbouw krijgt een gemengd programma, waarbij gedacht wordt aan bescheiden daghoreca en een gezondheidscentrum op de begane grond. Daarnaast komen er een aantal zorgwoningen op de begane grond. De bovenverdiepingen bestaan uit twee delen. In het eerste deel wordt op de eerste verdieping eveneens in zorgwoningen voorzien. In het andere deel van de bovenverdiepingen zijn appartementen voor senioren voorzien. De zorgwoningen en de appartementen krijgen een eigen trappenhuis. De zorgwoningen en de ouderenwoningen zijn wel door middel van een loopbrug op de eerste verdieping met elkaar verbonden. Vanwege de centrale ligging van De Snip in de historische kern van Bleiswijk - aan een plein nabij het voormalige gemeentehuis (thans Zorghotel) en op een plek waar het profiel van de Dorpsstraat versmald en het winkelgedeelte begint - is het belangrijk dat de beoogde nieuwbouw recht doet aan de cultuurhistorische structuur van het dorpscentrum zoals die zijn benoemd in de Nota Cultuurhistorie Plus. In een aparte notitie is beschreven op welke manier bij deze gebiedsontwikkeling rekening is gehouden met deze aspecten. Deze notitie is opgenomen als bijlage 13. 2.3
Juridische aspecten 2.3.1 Inleiding
Voorliggend bestemmingsplan is opgesteld conform de gemeentelijke standaard, met inachtneming van de bepalingen die zijn opgenomen in de Regeling standaarden ruimtelijke ordening (Rsro), zoals de
Bestemmingplan “Dorpsstraat 5-7 Bleiswijk (De Snip)" Vaststelling 12-4-2023
4
Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen (SVBP2012) en het coderingssysteem Informatiemodel Ruimtelijke Ordening (IMRO). In dit hoofdstuk wordt ingegaan op de wijze waarop de regels en verbeelding van voorliggend plan zijn opgebouwd. 2.3.2 Bestemmingsmethodiek
Het uitgangspunt voor dit bestemmingsplan is dat de wenselijke, illegale activiteiten worden gelegaliseerd en geordend. Daarnaast worden de onwenselijke, illegale activiteiten gesaneerd. Voor de gronden waarvan het gebruik niet wijzigt, wordt zoveel mogelijk aangesloten op het vigerende bestemmingsplan. Voor de juridische regeling is aangesloten op het vigerende plan en het handboek van de gemeente Lansingerland, aangevuld met specifieke regelingen. Bij de opzet van het plan is gekozen voor de eindbestemming ‘Gemengd’. 2.3.3 Regels
De regels bestaan uit vier hoofdstukken: Inleidende regels (hoofdstuk 1) Bestemmingsregels (hoofdstuk 2) Algemene regels (hoofdstuk 3) Overgangs- en slotregels (hoofdstuk 4) Hierna wordt een korte toelichting gegeven op de in het plan voorkomende artikelen. Hoofdstuk 11nleidende regels In dit hoofdstuk is een aantal begrippen verklaard, dat wordt gebruikt in de regels. Dit voorkomt dat er bij de uitvoering van het plan onduidelijkheden ontstaan over de uitleg van bepaalde regelingen. Daarnaast is het artikel "Wijze van meten” opgenomen waarin bepaald is hoe de voorgeschreven maatvoering in het plan gemeten moet worden. Hoofdstuk 2 Bestemmingsregels In dit hoofdstuk zijn de in het plan voorkomende bestemmingen geregeld. In ieder artikel is per bestemming bepaald welk gebruik van de gronden is toegestaan en welke bouwregels er gelden. Hierna volgt een toelichting per artikel. Gemengd De voor 'Gemengd' aangewezen gronden zijn bestemd voor zorgwoningen. Tevens zijn uitsluitend op de begane grond daghoreca categorie 1a en maatschappelijke voorzieningen mogelijk. Reguliere woningen zijn uitsluitend op de verdiepingen mogelijk. Bij deze bestemming behorende dan wel eraan ondergeschikte voorzieningen waaronder parkeervoorzieningen, ontsluitingen, erven, paden, overige verhardingen, voorzieningen van algemeen nut, groen, water en waterhuishoudkundige voorzieningen zijn ook toegestaan.
Tevens zijn uitstekende delen aan gebouwen toegelaten krachtens een aangrenzende bouwbestemming binnen deze bestemming. Ook is er een 'specifieke bouwaanduiding overbouwing' opgenomen waardoor overbouwingen toegestaan zijn. Tot slot is voor het terras een functieaanduiding ‘terras’ opgenomen. Uitsluitend binnen deze aanduiding is een terras toegestaan. Om geluidsoverlast van het terras te voorkomen is tevens de functieaanduiding ‘specifieke vorm van horeca - verplicht terrasscherm’ opgenomen. Verkeer Voor alle doorgaande wegen, voet- en fietspaden en verblijfsgebieden is de bestemming 'Verkeer' van toepassing. Binnen deze bestemming zijn ook functies ondergeschikt aan de verkeersbestemming
Bestemmingplan “Dorpsstraat 5-7 Bleiswijk (De Snip)" Vaststelling 12-4-2023
5
mogelijk, zoals groenvoorzieningen, speelvoorzieningen en parkeerplaatsen. Binnen de bestemming ‘Verkeer’ mogen uitsluitend bouwwerken ten dienste van de bestemming worden gebouwd. Tot slot is voor het terras een functieaanduiding ‘terras’ opgenomen. Uitsluitend binnen deze aanduiding is een terras toegestaan. Waarde - Archeologie 2 De gebieden met een archeologische verwachtingswaarde zijn conform de gemeentelijke archeologische beleidskaart bestemd als ‘Waarde - Archeologie 2’. Binnen de dubbelbestemming ‘Waarde - Archeologie 2’ geldt, dat bij bodemingrepen groter dan 50 m2 en dieper dan 0,3 meter onder het maaiveld, archeologische beoordeling en mogelijk nader onderzoek dient te worden uitgevoerd. Een en ander hangt samen met de maat en omvang van een bouwwerk in relatie tot mogelijk reeds aanwezige verstoring van de bodem. Waterstaat - Waterkering De dubbelbestemming ‘Waterstaat - Waterkering’ is opgenomen voor de beschermingszone binnen het plangebied. Bouwwerken en het uitvoeren van werken binnen deze bestemming mogen slechts worden opgericht/uitgevoerd, indien de belangen van de waterkering dat toelaten. Dit is ter beoordeling van het Hoogheemraadschap van Schieland en de Krimpenerwaard. Hoofdstuk 3 Algemene regels In hoofdstuk 3 worden enkele algemene regels gegeven, zoals de anti-dubbeltelregel. Ook worden algemene gebruiksregels gegeven.
Daarnaast worden enkele algemene afwijkings- en wijzigingsregels gegeven die de flexibiliteit van het plan vergroten. Hoofdstuk 4 Overgangs- en slotregels In het overgangsrecht is een regeling opgenomen voor bebouwing en gebruik dat al bestond bij het opstellen van het plan, maar dat strijdig is met de opgenomen regeling. Onder bepaalde voorwaarden mag deze strijdige bebouwing en/of strijdig gebruik worden voortgezet of gewijzigd. In de slotregel is de officiële naam van het plan bepaald. Onder deze naam kan het bestemmingsplan worden aangehaald. 2.3.4 Geometrische plaatsbepaling I verbeelding
Voor het verbeelden van de geometrisch bepaalde bestemmingen is een ondergrond uit de Basisregistratie Grootschalige Topografie (BGT) gebruikt. Dit bestand is opgebouwd in coördinaten in het stelsel van de Rijksdriehoeksmeting, of kortweg Rijksdriehoekscoördinaten (ook wel: RDcoördinaten). Dit zijn de coördinaten die in Nederland worden gebruikt als grondslag voor onder meer geografische aanduidingen, waarbij de exacte locatie van een gebied wordt vastgelegd. In het plan is met behulp van lijnen, coderingen en arceringen aan gronden een bepaalde bestemming toegekend. Binnen een bestemmingsvlak zijn met aanduidingen nadere regels aangegeven. Op een afdruk van de geometrische plaatsbepaling, de verbeelding, zijn alle bestemmingen en aanduidingen naast elkaar zichtbaar. De gegevens zijn digitaal raadpleegbaar. Via de digitale portal waarop het plan wordt gepubliceerd kan, door te klikken op een bepaalde locatie, de bijbehorende bestemmingsregeling worden opgeroepen.
Bestemmingplan “Dorpsstraat 5-7 Bleiswijk (De Snip)" Vaststelling 12-4-2023
6
3.
BELEIDSKADER
3.1.
Rijksbeleid Nationale Omgevingsvisie (NOVI)
Naar verwachting treedt de Omgevingswet in 2022 in werking. De Omgevingswet bundelt alle huidige wetten over de leefomgeving. Daarbij hoort ook één Rijksvisie op de leefomgeving: de Nationale Omgevingsvisie (NOVI). Op 11 september 2020 is de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) vastgesteld. In Nederland staan we voor een aantal urgente opgaven, die zowel lokaal, nationaal als wereldwijd spelen. Denk aan de opgaven op het gebied van klimaatverandering, energietransitie, circulaire economie, bereikbaarheid en woningbouw. Deze opgaven zullen Nederland flink veranderen. Door goed in te spelen op deze veranderingen kan Nederland vooroplopen en kansen verzilveren. Met de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) geeft het Rijk een langetermijnvisie op de toekomst en de ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland. In de NOVI zijn deze maatschappelijke opgaven samengevat in vier prioriteiten: ^ ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie ^ duurzaam economisch groeipotentieel; ^ sterke en gezonde steden en regio’s ^ toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro)
Het Rijk legt met het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro), de nationale ruimtelijke belangen juridisch vast. Enerzijds betreft het de belangen die reeds in de (ontwerp-) AMvB Ruimte uit 2009 waren opgenomen en anderzijds is het Barro aangevuld met onderwerpen uit de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR). Het besluit is op 30 december 2011 in werking getreden. Onderwerpen waarvoor het Rijk ruimte vraagt zijn de mainportontwikkeling van Rotterdam, bescherming van de waterveiligheid in het kustfundament en in en rond de grote rivieren, bescherming en behoud van de Waddenzee en enkele werelderfgoederen, zoals de Beemster, de Nieuwe Hollandse Waterlinie en de Stelling van Amsterdam en de uitoefening van defensietaken. Bij besluit van 28 augustus 2012 (in werking getreden op 1 oktober 2012) is het Barro aangevuld met de ruimtevraag voor de onderwerpen hoofdinfrastructuur (reserveringen voor hoofdwegen en landelijke spoorwegen en vrijwaring rond Rijksvaarwegen), de elektriciteitsvoorziening, het regime van de herijkte ecologische hoofdstructuur en waterveiligheid (bescherming van primaire waterkeringen en bouwbeperkingen in het IJsselmeergebied). Ook is bij besluit van 28 augustus 2012 het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) aangepast. In het Bro is de ladder voor duurzame verstedelijking (duurzaamheidsladder) opgenomen.
Als gevolg van deze wijziging zijn gemeenten en provincies verplicht om in de toelichting van een ruimtelijk besluit de duurzaamheidsladder op te nemen, wanneer een zodanig besluit een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt. Ladder voor duurzame stedelijke ontwikkeling
De Laddertoets geldt alleen voor plannen die een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maken. Onder een nieuwe stedelijke ontwikkeling wordt verstaan: ‘ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen’.
Bestemmingplan “Dorpsstraat 5-7 Bleiswijk (De Snip)" Vaststelling 12-4-2023
7
Toetsing aan de Ladder houdt in dat een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt een beschrijving bevat van de behoefte aan die ontwikkeling, en, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien. Indien een bestemmingsplan een uitwerkingsplicht bevat, kan bij het moederplan worden bepaald dat de Laddertoets zich niet richt op de toelichting bij het moederplan, maar op de toelichting bij het uitwerkings- en wijzigingsplan. Voor toetsing aan ‘De ladder voor stedelijke ontwikkeling’ geldt dat er sprake moet zijn van een stedelijke ontwikkeling. Of er sprake is van een stedelijke ontwikkeling wordt bepaald door de aard en omvang van de ontwikkeling, in relatie tot de omgeving. Voor wonen geldt, dat voor woningbouwlocaties vanaf twaalf woningen sprake is van een stedelijke ontwikkeling die Ladderplichtig is. De Laddertoets moet alleen worden uitgevoerd wanneer de stedelijke ontwikkeling ‘nieuw’ is. Het plan kan worden aangemerkt als een stedelijke ontwikkeling. De achterliggende reden van deze ontwikkeling is om voor de zorg zo dicht mogelijk op de 1e lijns zorgverlening te gevestigd in het naastliggende Medisch Hart Bleiswijk.
De behoefte van de voorgenomen ontwikkeling dient onderzocht te worden omdat er meer dan 12 woningen gerealiseerd gaan worden, namelijk 11 zorgwoningen en 10 appartementen voor senioren. Uit de Woonvisie 2021-2025 (gebaseerd op Stec-onderzoek) blijkt dat er behoefte is aan zorgwoningen en woningen voor senioren. Daarnaast ligt het voorliggende plangebied in bestaand stads- of dorpsgebied. Op basis van deze punten wordt voldaan aan de ladder voor duurzame verstedelijking. 3.2.
Provinciaal beleid Omgevingsbeleid Zuid-Holland
Op 20 februari 2019 heeft de provincie Zuid-Holland het Omgevingsbeleid vastgesteld. Het Omgevingsbeleid van Zuid-Holland omvat al het provinciale beleid voor de fysieke leefomgeving. Het bestaat uit twee kaderstellende instrumenten: de Omgevingsvisie en de Omgevingsverordening. Daarnaast zijn in het Omgevingsbeleid operationele doelstellingen opgenomen, zodat zichtbaar is hoe de provincie zelf invulling geeft aan de realisatie van haar beleid. Deze operationele doelstellingen maken onderdeel uit van verschillende uitvoeringsprogramma’s en -plannen, zoals het programma Ruimte en het programma Mobiliteit. Met het Omgevingsbeleid van Zuid-Holland streeft de provincie naar een optimale wisselwerking tussen gewenste ruimtelijke ontwikkelingen en een goede leefomgevingskwaliteit. Uit de provinciale opgaven worden samenhangende beleidskeuzes gemaakt, die doorwerken naar uitvoeringsprogramma’s en naar regels in de verordening. De ruimtelijke hoofdstructuur maakt met een integraal kaartbeeld inzichtelijk hoe de strategische beleidskeuzes uit de Omgevingsvisie ruimtelijk samenkomen. Omgevingsvisie en Omgevingsverordening Zuid-Hoiiand Door het samenvoegen van verschillende beleidsplannen voor de fysieke leefomgeving sorteert de provincie voor op de Omgevingswet. De Omgevingswet verplicht het Rijk, de provincies en gemeenten een omgevingsvisie te maken.
De provinciale Omgevingsvisie bestaat uit de volgende onderdelen: ^ Een beschrijving en kaartbeelden van de ruimtelijke hoofdstructuur; ^ De ontwikkelrichting van het omgevingsbeleid: ambities en sturing ^ Een beschrijving van de omgevingskwaliteit van Zuid-Holland, waaronder de provinciale inzet voor het verbeteren van de ruimtelijke kwaliteit; ^ De samenhangende beleidskeuzes voor de fysieke leefomgeving.
Bestemmingpian “Dorpsstraat 5-7 Bieiswijk (De Snip)" Vaststelling 12-4-2023
8
Ad. 1
Ruimtelijke hoofdstructuur
STedĉlIJkŵĵ^lűrnârĵ'dâ
------- {Boven^nsglofiadl HOV-nec
St^dcliļkc^ntrurnqgţiieiiii
é—y
SiädälIJkä-dyr^mlĖk
OntbrTkeíľdewhţilwl (bovínlTĢqirxiīMil HW ni?t {IntsrżTiadcinůâl vveçiâniiet
Kern
* = = ' ÍJnttjrrkļ^dc-whnM (inţerĵnņtiņnnņl iMrgenrtN
HËÇļlDkern
{ücvenĵreglofiâal wegennet
l-hvcnindid^riorl-ronplr^
Onthrrkrfidr-Brhnkí’l {bnvf'nļ-rf'girmAnl wrļí’nnrf
ÜlastuinbūLrhvgsbiĉd
{iracf indicâUsfj {InKir^tinnnal vdnrwrgrfiTKt
ŵ
HũVknūūppunc
B
LGçjiïi[İL!k DwriJtigpunl
----ļBcsven^reglūfiaalvaarviçgenrtEi: Ë4ĵ[uwd-jjn
IS Seiefvee P^rk o
KĖ■ľlni&<lân[^u^^
K1fï[ldl>d&<:l1ap|:ï«rl
Mťìinncrt fţoÇterdarn
Vewiandļchappeo
^
Gi
RŕMlĉidċJialái^klhâpptìi'i
Ŷ
GrwnportSoikooTi
ţ
űrKľiĮXirtĖidlIeTiãtľËiãk
ļ
Greenport AnlsrTirTľr
Wâůtland Oŭi-iland
____ Watpr ízoeP’^řoui:!' ä[udlĠ2ūnŕküs.Tūrilv,iiri:kËİlng
i::!!: tätuurg^blŕd ^
^tcdrlijkf nntwiktrlirigvuānitr'ŲnnbrŕŲmrc'g. birhng
!Sp3SS fîcrrrvitirgrhíŗťl
Ludittiavën
BelangrijkMŕidŕVũgetg«tied
Grr3aľbrK;iliç]i:? 10^1110?: windrn4!rgir
Kroor.juft'řipiculturrřļl rrFgof’d
Groene buffer iMī^m
(InLLTlnAltonaďl hiOV-m^
Afbeelding 3.1: Ruimtelijke hoofdstructuur Zuid-Holland
Bestemmingplan “Dorpsstraat 5-7 Bleiswijk (De Snip) Vaststelling 12-4-2023
9
Ad. 2 Omgevingsbeleid: ambities en sturing De ambitie van de provincie is een slim, schoon en sterk Zuid-Holland. De provincie gaat uit van zes richtinggevende ambities, waarbinnen een aantal opgaven zijn geformuleerd: 1. 2. 3. 4. 5. 6.
Naar een klimaatbestendige delta Naar een nieuwe economie: the next level Naar een levendige meerkernige metropool Energievernieuwing Best bereikbare provincie Gezonde en aantrekkelijke leefomgeving
Ad. 3 Omgevingskwaliteit Centraal doel van het integrale omgevingsbeleid is het verbeteren van de omgevingskwaliteit. Onder ‘omgevingskwaliteit’ wordt verstaan: het geheel aan kwaliteiten die de waarde van de fysieke leefomgeving bepalen. Ofwel een samenvoeging van ruimtelijke kwaliteit (belevingswaarde, gebruikswaarde en toekomstwaarde) en milieukwaliteit (gezondheid en veiligheid). De Omgevingskwaliteit bestaat uit de unieke kwaliteiten van Zuid-Holland, het toepassen van de leefomgevingstoets (beleidscyclus en monitoring) en een nadere uitwerking van het provinciale beleid. Dit laatste gebeurt door middel van een ‘kwaliteitskaart’ en bijbehorende ‘richtpunten ruimtelijke kwaliteit’. Kwaliteitskaart, richtpunten en gebiedsprofielen De provincie geeft richting en ruimte aan een optimale wisselwerking tussen ruimtelijke ontwikkelingen en omgevingskwaliteit. In de gehele provincie, zowel in het stedelijk gebied als in het landelijk gebied, beoogt het kwaliteitsbeleid een ‘ja, mits-beleid’: ruimtelijke ontwikkelingen zijn mogelijk, met behoud of versterking van de ruimtelijke kwaliteit.
Het ruimtelijk kwaliteitsbeleid bestaat uit een viertal kwaliteitskaarten (de laag van de ondergrond, de laag van de cultuur- en natuurlandschappen, de laag van de stedelijke occupatie en de laag van de beleving), samengevat in één integrale kwaliteitskaart, bijbehorende richtpunten en een aantal bepalingen in de verordening. Ontwikkelingen moeten rekening houden met deze richtpunten. De kwaliteiten zijn uitgewerkt in de gebiedsprofielen. Het plangebied is opgenomen in twee van de vier kwaliteitskaarten. In de laag van de ondergrond is het plangebied aangeduid als ‘Veencomplex - Veen’. Ontwikkelingen in het veenlandschap dragen zorg voor behoud van het veen en zijn met name bij de diepe veenpakketten gericht op het beperken van de bodemdaling. De ondergrond wordt door de voorgenomen ontwikkeling niet aangepast waardoor het plan geen (negatief) effect heeft op het veen. In de laag van de stedelijk occupatie is voor het plangebied aanduiding ‘Steden en dorpen’ opgenomen.
Richtpunten hiervoor zijn: ^ Ontwikkelingen dragen bij aan de karakteristieke kenmerken/identiteit van stad, kern of dorp; ^ Ontwikkelingen dragen bij aan versterking van de stedelijke groen- en waterstructuur; ^ Cultuurhistorisch waardevolle gebouwen en stedenbouwkundige patronen worden behouden door ze waar mogelijk een functie te geven die aansluit bij de behoeften van deze tijd; ^ Het eigen karakter van het historisch centrum wordt versterkt; ^ Historische centra en kernen blijven ervaarbaar vanuit het omringende gebied.
Bestemmingplan “Dorpsstraat 5-7 Bleiswijk (De Snip)" Vaststelling 12-4-2023
10
De geplande ontwikkeling sluit qua bouwhoogte, maat en schaal aan op de al in de omgeving aanwezige bebouwing en door de nieuwbouw op te delen in een hoger en een lager bouwvolume wordt aansluiting gezocht bij de pandsgewijze ruimtelijke structuur van de historische dorpskern van Bleiswijk. In de laag van de cultuur- en natuurlandschappen en in de laag van de beleving is voor het plangebied geen aanduiding opgenomen. Ad. 4 Beleidskeuzes De provincie heeft 12 provinciale opgaven gedefinieerd, die elk bestaan uit samenhangende beleidskeuzes. Deze beleidskeuzes werken door naar uitvoeringsprogramma’s en regels in de verordening. Hieronder zijn voor het plangebied de relevante opgaven uiteengezet. Landschep en cultuurhistorie Beschermen, versterken en beleefbaar maken van de kwaliteit van het landschap, cultuurhistorische waarden en natuurlijke karakteristieken van de leefomgeving. Gezondheid en veiligheid Zorgen voor een gezonde en veilige leefomgeving en het beperken van hinder. Ruimte en verstedelijking Zorgen voor een zorgvuldig ruimtegebruik en een compact, samenhangend en kwalitatief hoogwaardig bebouwd gebied. Wonen Bevorderen van de beschikbaarheid van voldoende passende woningen in een aantrekkelijke leefomgeving, aansluitend op de behoeften van verschillende doelgroepen. De voorgenomen ontwikkeling voorziet in de ontwikkeling van een gezonde en veilige leefomgeving.
De diverse relevante milieuaspecten zijn in hoofdstukken 4,5,6 en 7 uiteengezet en afgewogen. Voorgenomen ontwikkelingen dragen bij aan de provinciale opgaven. Omgevingsverordening
De Zuid-Hollandse Omgevingsverordening (ZHOV) is 15 december 2021 vastgesteld door Provinciale Staten. Hiermee is een belangrijke stap gezet in de voorbereiding op de komst van de Omgevingswet. In de ZHOV zijn de regels over de fysieke leefomgeving van de provincie opgenomen. In de verordening staat aangegeven wat wel en niet is toegestaan. De regels gaan gelden vanaf de inwerkingtreding van de Omgevingswet en zijn een voortzetting van de regels die onder het huidige recht gelden. De Omgevingswet en daarmee ook de ZHOV zullen op zijn vroegst op 1 oktober 2022 in werking treden. Programma Ruimte provincie Zuid-Holland
Het programma Ruimte is parallel aan de Omgevingsvisie en de Omgevingsverordening opgesteld. Het programma Ruimte bevat een nadere invulling en operationalisering van ruimtelijk relevante onderdelen van de Omgevingsvisie. Het is enerzijds een beleidsdocument, namelijk uitwerking van de beleidsbeslissingen, en anderzijds gericht op uitvoering. Het document is toegespitst op de thema’s Bebouwde ruimte en mobiliteit, Landschap, groen en erfgoed en Water, bodem en energie. Op basis van het programma dient voor plannen die voorzien in een stedelijke ontwikkeling een toelichting op de ladder voor duurzame verstedelijking worden gegeven. Aan de ladder voor duurzame verstedelijking is in 3.1 aandacht besteed. De herstructurering van dit perceel past binnen het provinciale beleid. Het beleid van de provincie ZuidHolland vormt zodoende geen belemmering voor de ontwikkeling. Bestemmingplan “Dorpsstraat 5-7 Bleiswijk (De Snip)" Vaststelling 12-4-2023
11
3.3.
Gemeentelijk beleid Omgevingsvisie Lansingerland: verbonden, vindingrijk en gezond
Vooruitlopend op de Omgevingswet, heeft de gemeente Lansingerland gewerkt aan een omgevingsvi sie. De ‘Omgevingsvisie Lansingerland: verbonden, vindingrijk en gezond’ is op 24 februari 2022 door de gemeenteraad vastgesteld. Daarmee vervangt de omgevingsvisie de gemeentelijke structuurvisie uit 2010. De omgevingsvisie beschrijft wat voor gemeente Lansingerland in de toekomst wil zijn. De Omge vingsvisie schets de gewenste ontwikkelingen voor thema’s als wonen, werken, recreëren, natuur, duurzaamheid, mobiliteit, cultuurhistorie, ruimtelijke kwaliteit en gezondheid. In 2040 is Lansingerland, nog meer dan nu, verbonden, vindingrijk en gezond. Om dat voor elkaar te krijgen moeten strategische keuzes gemaakt worden en het beleid voor de fysieke leefomgeving worden bepaald. Dit is, samen met de opbrengst uit een uitvoerig participatietraject waarin inwoners, ondernemers en partners hebben meegedacht, vertaald in een ‘omgevingsvisie 1.0’. In de Omgevingsvisie Lansingerland staan de volgende ambities centraal: ^ Verbonden in de metropool o Goed bereikbaar en moderne mobiliteitsvormen: inzetten op moderne, duurzame en schone vervoersmogelijkheden. o Toekomstbestendige omgeving: komen tot een omgeving die klimaatadaptief en natuurinclusief is ingericht.
o Sterke ruimtelijke structuren en ruime groengebieden: beschermen van groengebieden, water en historische en landschappelijke structuren. • Vindingrijk en ondernemend o Home of Horti Science: mogelijk maken van kennisontwikkeling/innovatie en plek voor nieuwe mogelijkheden in de glastuinbouwsector. o Slimme verduurzaming: aanjagen van de energietransitie en circulaire economie via elektriciteitsopwekking, duurzame warmte en nieuwe materiaalstromen o Lokaal en regionaal werken en ondernemen: bevorderen van een goed vestigings- en ondernemersklimaat, werkgelegenheid en een gezonde middenstand. • Gezond samen leven o Sterke samenleving met oog voor mensen: realiseren van een gelukkige en samenleving waar iedereen mee doet. o Ontwikkelen met karakter: ontwikkelen van voldoende duurzame woningen die passen bij de woningbehoeften. o Gezonde levensstijl in een passende omgeving: stimuleren van sociale en maatschappelijke veiligheid, positieve gezondheid en het beperken van gezondheidsrisico’s Op verschillende locaties is de gemeente druk bezig met het ontwikkelen van nieuwe woongebieden, of is de gemeente de mogelijkheden hiervoor aan het onderzoeken. In de kernen wil de gemeente voorzien in de woonbehoefte van jongeren, gezinnen en ouderen uit Lansingerland en de regio. Op de korte termijn ligt de nadruk op de ontwikkeling van Westpolder/Bolwerk en Wilderszijde.
Metrostations Westpolder en Rodenrijs zijn locaties met (beperkte) kansen voor knooppuntontwikkeling. Het plangebied is aangeduid als ‘Linten en buurtschappen’. De bebouwingslinten bepalen het oorspronkelijke karakter van Lansingerland. Ze blijven belangrijk voor de ruimtelijke structuur en de ervaring van het landschap. De voorgenomen ontwikkeling past binnen deze aanduiding. De bestaande (verouderde) bebouwing wordt gesloopt. Hiervoor komt nieuwbouw voor in de plaats die aansluit op de dorpskern van Bleiswijk. Tevens is het plangebied aangeduid als ‘vitale centra’. Het is van belang dat
Bestemmingplan “Dorpsstraat 5-7 Bleiswijk (De Snip)" Vaststelling 12-4-2023
12
de economie op de lokale schaal vitaal blijft. Hierbij is aandacht nodig voor de invloed van digitalisering en online winkelen op het type en de vorm van fysieke winkels en voorzieningen. Dit zet druk op het functioneren van de centra, lokale werkgelegenheid, het woongenot van de inwoners en levendigheid. Het gemengd programma van de voorgenomen ontwikkeling, waarbij gedacht wordt aan bescheiden daghoreca en een gezondheidscentrum op de begane grond zal bijdragen aan de fysieke voorzieningen. Toekomstvisie Lansingerland op weg naar 2040
In de Toekomstvisie Lansingerland heeft de gemeente haar doelstellingen voor de periode tot 2040 geformuleerd. Deze visie dient als kader voor de gemeentelijke structuurvisie. De gemeente Lansingerland wil in 2040 het volgende hebben bereikt: ^ •
De woningvoorraad sluit aan op de bevolkingssamenstelling; Het woningaanbod is voldoende gedifferentieerd;
^ ^ ^ ^ ^ ^ ^ ^
Er zijn veel levensloopbestendige woningen; Werken en wonen zijn beter gemengd door invoer van de bestemming 'werken'; Na 2020 is de bebouwde kom niet verder uitgebreid; Vanaf 2020 vindt herstructurering van oudere woonwijken plaats; Duurzaamheid in de woonwijken is verbeterd; Leefbaarheid in de wijken is verbeterd door meer onbestemd en openbaar (gebruiken)groen; Veiligheid in de woonwijken is gewaarborgd en waar nodig verbeterd; Lokale voorzieningen zijn uitgebreid.
Het wensbeeld is dat Lansingerland uitgroeit tot een suburbane gemeente met een meervoudige functionaliteit wonen, werken en recreëren. Ondanks de sterke groei en de veranderende bevolkingssamenstelling onderscheidt Lansingerland zich als groenstedelijke gemeente van de stedelijke omgeving. Dit onderscheid ontstaat door de ruimtelijke structuur, de karakteristieke kernen, het rijke verenigingsleven en moderne en ruim opgezette woonwijken in een groene omgeving. Berkel en Rodenrijs en Bergschenhoek zullen naar elkaar groeien en een dubbelkern vormen.
Bestemmingplan “Dorpsstraat 5-7 Bleiswijk (De Snip)" Vaststelling 12-4-2023
13
Rui mite lijke ontwikkeling tot 2040 g4tar«d 'M
no
Vhninļtwwi" ţAíwiktrlinļ row WįiipļįptfwWTO l[ļį^įį|ļiĮļfTįm 3CW JiļrţM nUrrItfi nn Ihļfyntiffim H4C INÉludr^KJWirt/bH ?DŪI i^ĮWf-nmmikc mO
JW ūtnŕyġļhotfif WOi CUwiftbíi*ŕ 2OĨ0 Him 119*1 M i Hr I rilffî4r4tMr441
Tľ «iVi bţhWliļ
PI i.rţ
CiiTiiinLtíffĮi hooMwTf Qvrf^w*ţwti
'
fUcrwIlnr ^«tiniirii
Afbeelding 3.2 toekomstvisie Lansingerland en plangebied (zwarte cirkel)
Het plangebied is aangeduid als “Stedelijk gebied vnl wonen 2008”. De voorgenomen draagt hierbij mee door naast verschillende voorzieningen ook woonvoorzieningen toe te voegen aan de dorpskern. Woonvisie 2021-2025: Een plek voor iedereen
De gemeente Lansingerland wil de komende twintig jaar meer betaalbare en gelijkvloerse woningen realiseren. Dat is de belangrijkste uitkomst van de Woonvisie 2021-2025 die de gemeenteraad heeft vastgesteld. Uit het document komt naar voren dat de woningmarkt meer dan ooit om sturing vraagt. Zo maakt de vergrijzende bevolking meer gelijkvloerse woningen noodzakelijk. Verder zijn er ook meer betaalbare woningen voor bijvoorbeeld starters nodig. Naast deze behuizing blijft er ook nog steeds vraag naar eengezinswoningen. Lansingerland voorziet tot 2040 een bouwopgave van ongeveer 11.000 woningen, zowel voor de lokale als regionale woonbehoefte. Tegelijk maakt Lansingerland zich hard voor behoud van haar groene omgeving in de Metropoolregio Rotterdam Den Haag. Bij nieuwbouwontwikkelingen worden afspraken gemaakt over het aandeel betaalbaar waaronder sociaal en het aandeel gelijkvloerse woningen. Bij kleine(re) ontwikkellocaties (zoals voorliggend plangebied) geldt maatwerk. Daarbij wordt gestreefd naar een aandeel betaalbaar en gelijkvloerse Bestemmingplan “Dorpsstraat 5-7 Bleiswijk (De Snip)" Vaststelling 12-4-2023
14
woningen, mits dit passend is binnen het project en de omgeving. Hiermee worden niet alleen verschillende doelgroepen bediend maar wordt ook de doorstroming op gang geholpen. Met de voorgenomen ontwikkeling worden 21 woningen gerealiseerd, waarvan 11 zorgwoningen. De overige woningen zijn bedoeld voor senioren. Hiermee wordt tegemoet gekomen aan de Woonvisie en draagt de ontwikkeling bij aan de doorstroming op de woningmarkt. Tevens is er aandacht besteed aan het thema duurzaamheid, waarbij de woningen in ieder geval niet meer aangesloten worden op het gasnet. 3.4.
Conclusie
In dit plan wordt de bouw van verschillende voorzieningen en woningen mogelijk gemaakt. De ontwikkeling past gezien het voorgaande binnen de kaders van Rijks-, provinciaal- en/of gemeentelijk beleid.
Bestemmingplan “Dorpsstraat 5-7 Bleiswijk (De Snip)" Vaststelling 12-4-2023
15
4.
ARCHEOLOGIE EN CULTUURHISTORIE
4.1.
Archeologische waarden Erfgoedwet
In de Erfgoedwet uit 2016 is vastgelegd hoe met ons erfgoed wordt omgegaan, wie welke verantwoordelijkheden daarbij heeft en hoe het toezicht daarop wordt uitgeoefend. Overbodige regels zijn geschrapt en de verantwoordelijkheid voor de bescherming van het cultureel erfgoed ligt waar mogelijk bij het erfgoedveld zelf. Onderdelen van de Monumentenwet die de fysieke leefomgeving betreffen, worden overgeheveld naar de Omgevingswet die naar verwachting in 2022 van kracht wordt. Voor deze onderdelen is een overgangsregeling in de Erfgoedwet opgenomen voor de periode 2016 2022. Het gaat daarbij om de volgende zaken: -
Vergunningen tot wijziging, sloop of verwijdering van rijksmonumenten Verordeningen, bestemmingsplannen, vergunningen en ontheffingen archeologie Bescherming van stads- en dorpsgezichten
op het gebied van
Cultuurhistorische Hoofdstructuur Zuid-Holland
De provincie Zuid-Holland hanteert het beleidsinstrument “Cultuurhistorische Hoofdstructuur ZuidHolland (CHS)”. In de CHS heeft de provincie bestaande en mogelijk te verwachten archeologische waarden in beeld gebracht. In het bijbehorende “Beleidskader Cultuurhistorische Hoofdstructuur ZuidHolland” zijn per waarderingscategorie algemene beleidsuitgangspunten geformuleerd. De waardering zoals vastgelegd in de cultuurhistorische hoofdstructuur geldt als uitgangspunt van beleid. Archeologische beleidsadvieskaart
Op 7 maart 2017 is de geactualiseerde Beleidsnota Archeologie Lansingerland in werking getreden. De gemeente beschikt al sinds maart 2013 over een vastgesteld archeologisch beleid. Daarmee heeft de gemeente Lansingerland op doeltreffende wijze invulling gegeven aan haar archeologische taak en de daarbij horende verantwoordelijkheden. Dit beleid is op enkele punten herzien. Vooral wat betreft de archeologische beleidskaart was deregulering mogelijk. Teveel gebieden hadden een hoge archeologische verwachting, terwijl uit archeologisch onderzoek bleek dat deze verwachting naar laag of afwezig kon worden bijgesteld. Op basis van deze geactualiseerde nota kan worden bepaald wat de verwachtingswaarde van een bepaald gebied is.
Bestemmingplan “Dorpsstraat 5-7 Bleiswijk (De Snip)" Vaststelling 12-4-2023
16
Afbeelding 4.1. Uitsnede archeologische beleidsadvieskaart gemeente Ĺansingerland (versie d.d. 07-03-2017), waarbij het plangebied globaal (zwart) is aangegeven.
Onderzoek Het plangebied kent in het vigerende bestemmingsplan de dubbelbestemming Waarde-Archeologie 2\ Archeologisch onderzoek is noodzakelijk bij bodem ingrepen met een verstoringsdiepte van meer dan 30 cm en een verstoringsoppervlakte van meer dan 50 m^. De beoogde ontwikkeling overschrijdt deze criteria, waardoor onderzoek noodzakelijk is. Door Vestigia Archeologie Å Cultuurhistoríe is een archeologisch vooronderzoek uitgevoerd. Het onderzoek is opgenomen als bijlage 9. Hieronder zijn de resultaten beschreven. Het plangebied ligt in de historische kern van Bleiswijk, waar in ieder geval al vanaf de 17e eeuw sprake is geweest van bebouwing, maar mogelijk nog eerder. Ondanks de verstoringen door de huidige bebouwing is het mogelijk om onder de bestaande bebouwing nog resten van bebouwing of bewoning aan te treffen uit de Late Middeleeuwen/Nieuwe tijd. Het gaat dan met name om funderingen, muurresten of vloeren die bij de bouw en sloop van de huidige en vorige gebouwen mogelijk in de grond zijn achtergebleven, dieper gelegen resten zoals beer- of waterputten, of afval- en ophogingspakketten. Deze resten kunnen mogelijk informatie opleveren omtrent de vroege bewoning van Bleiswijk. De eerste verstorende ingreep op het terrein bestaat uit de sloop van de bestaande bebouwing. Daarna zal een appartementencomplex op het terrein verrijzen.
De kans dat met de geplande werkzaamheden een behoudenswaardige archeologische vindplaats wordt geschaad moet als groot worden ingeschat. Vestigia Archeologie S Cultuurhistorie adviseert op basis van het uitgevoerde bureauonderzoek om vervolgonderzoek in de vorm van een archeologische begeleiding uit te voeren bij de sloop van de huidige bebouwing onder maaiveld. De bovengrondse sloop kan zonder begeleiding worden uitgevoerd, maar bij het verwijderen van de vloeren en funderingen dient wel een archeoloog aanwezig te zijn. Op basis hiervan kan een inschatting worden gemaakt of ook bíj het uitgraven van de bouwkuip nog een begeleiding noodzakelijk is, of dat bij de bouw/sloop van de voorgaande bebouwing reeds alle resten verloren zijn gegaan.
Bestemmingplan ^'Dorpsstraat 5-7 Bleiswijk (De Snip)'' Vaststelling 12-4-2023
17
Het is aan het bevoegd gezag, de gemeente Lansingerland, om op basis van dit rapport en het hierin geformuleerde advies een besluit te nemen ten aanzien van eventueel vervolgonderzoek of het beëindigen van het archeologisch onderzoeksproces. Ook wanneer het plangebied op enig moment op basis van de resultaten van archeologisch onderzoek wordt vrijgegeven voor de voorgenomen ontwikkelingen, blijft de meldingsplicht archeologische toevalsvondst of waarneming van kracht (Erfgoedwet, artikel 5.10 Archeologische toevalsvondst). Conclusie
De kans dat met de geplande werkzaamheden een behoudenswaardige archeologische vindplaats wordt geschaad moet als groot worden ingeschat. Er wordt geadviseerd een vervolgonderzoek uit te voeren. 4.2.
Cultuurhistorie Nota Cultuurhistorie Plus - Lansingerland
De gemeente Lansingerland heeft de ambitie om uit te groeien tot een aantrekkelijke parkstad waarin het goed wonen, werken en recreëren is. Om die ambitie te verwezenlijken voert de gemeente een uitgesproken ruimtelijk kwaliteitsbeleid. Als onderdeel van het ruimtelijk kwaliteitsbeleid is de Nota Cultuurhistorie Plus (vastgesteld d.d. 26 april 2012) opgesteld. Waar mogelijk moeten de uitgangspunten uit de Nota worden vertaald in een juridische regeling in het bestemmingsplan. Cultuurhistorische Hoofdstructuur Zuid-Holland
De provincie Zuid-Holland hanteert het beleidsinstrument “Cultuurhistorische Hoofdstructuur ZuidHolland (CHS)”. In de CHS heeft de provincie bestaande en mogelijk te verwachten archeologische waarden in beeld gebracht. In het bijbehorende “Beleidskader Cultuurhistorische Hoofdstructuur ZuidHolland” zijn per waarderingscategorie algemene beleidsuitgangspunten geformuleerd. De waardering zoals vastgelegd in de cultuurhistorische hoofdstructuur geldt als uitgangspunt van beleid. Onderzoek en conclusie
In de Nota Cultuurhistorie Plus is het plangebied aangeduid als “Historische kernen”. Bij de ontwikkeling van het plangebied wordt het benutten van de cultuurhistorische gegevens als mogelijkheid gezien om het karakter van de historische kern te versterken. Er is tevens getoetst aan de Cultuurhistorische kaart van de provincie Zuid-Holland. De Dorpsstraat en de watergang aan de achterzijde zijn aangemerkt als ‘Historisch landschappelijke lijnen’. De gronden waarop het plangebied ligt, bestaan uit oude zeeafzettingen met veen. De voorgenomen ontwikkeling sluit qua vorm en omvang aan bij de omgeving. Er is hoofdzakelijk rekening gehouden met de (historische) stedenbouwkundige lijnen zoals aangegeven door de gemeente, waaronder de rooilijn met de naburige woning (Dorpsstraat 15). Verder heeft de architect beoogd het plein - dat gevormd wordt door de parkeerplaats en openbare weg - tot een vierkant plein te vormen. Er is voldoende rekening gehouden met de historische landschappelijke lijnen. Om deze redenen gelden er vanuit het aspect cultuurhistorie geen belemmeringen voor dit plan. Het plan is door de gemeente getoetst aan de uitgangspunten van de Nota Cultuurhistorie Plus.
Hieruit blijkt dat de gebiedsontwikkeling van de Snip op een zorgvuldige manier rekening houdt met de ruimtelijke karakteristiek van de Dorpskern van Bleiswijk en in het bijzonder de punten zoals die zijn benoemd in de Nota Cultuurhistorie Plus. ^ Er wordt in het plan uitgegaan van een pandsgewijze opzet die bestaat uit twee aparte bouwvolumes met elk hun eigen vormgeving en volumeopbouw. De ontwikkeling past hierdoor goed bij het individuele karakter van de bebouwing in de historische dorpskern van Bleiswijk.
Bestemmingplan “Dorpsstraat 5-7 Bleiswijk (De Snip)" Vaststelling 12-4-2023
18
^ •
^ ^
^
De voorziene maximale goot- en bouwhoogtes zijn veelvuldig gerealiseerd en voorzien in de kern van Bleiswijk. Op het perceel aanwezige cultuurhistorische elementen (zoals de overkluisde watergang en de historische leilindes) blijven behouden en de geplande nieuwbouw is er qua positionering op afgestemd. Bestaande hoogteverschillen op maaiveldniveau (als gevolg van de dijk en de watergang) blijven in stand en worden niet aangetast. Qua programma is er sprake van functiemenging (een belangrijke historische ruimtelijke karakteristiek van de dorpskern van Bleiswijk) met een publiek programma op de begane grond en woonfunctie daarboven. De strenge criteria uit de welstandsnota blijven gelden en bieden voldoende richtlijnen om ervoor te zorgen dat de bestemmingsplan vastgelegde bouwvolumes qua architectuur en vormgeving(o.a. gevelontwerp en materialisering) goed passen bij het hoge kwaliteitsniveau van de historische dorpskern van Bleiswijk.
Er zijn binnen het plangebied geen monumenten aanwezig en het plangebied is geen beschermd dorpsgezicht. Wel zijn in het plangebied vijf monumentale zomerlindes aanwezig en drie bloklindes. Daarnaast wordt de watergang in het plangebied ook als cultuurhistorisch waardevol element gezien. De bomen maken deel uit van de hoofdstructuur ‘groen’ en hebben eveneens een cultuurhistorische waarde. De nieuwbouw houdt rekening met op de planlocatie aanwezige cultuurhistorisch waardevolle elementen te weten de watergang, de vijf monumentale leilindes en drie bloklindes (zie bijlagen 15 en 16). De voorgenomen ontwikkeling past dan ook binnen de kaders van de Nota Cultuurhistorie Plus.
Bestemmingplan “Dorpsstraat 5-7 Bleiswijk (De Snip)" Vaststelling 12-4-2023
19
5.
NATUUR
5.1.
Kader Wet natuurbescherming
Op 1 januari 2017 is de Wet natuurbescherming (Wnb) in werking getreden. Deze wet vervangt drie oude wetten: de Natuurbeschermingswet 1998 (gebiedsbescherming: Natura 2000), de Flora- en faunawet (soortenbescherming) en de Boswet (kapvergunningen). Soorten
Voor ruimtelijke ingrepen die resulteren in overtreding van één of meer artikelen van de Wnb moet ontheffing worden aangevraagd. Voor een aantal soorten geldt daarenboven het beschermingsregime van de Europese Vogel- en Habitatrichtlijn. Voor werkzaamheden die uit een bestemmingsplan voortvloeien dient voor de start van die werkzaamheden ontheffing te worden aangevraagd indien beschermde soorten voorkomen. Bij de vaststelling van het plan dient duidelijk te zijn of en in hoeverre een ontheffing kan worden verkregen. Voor alle in de wet genoemde diersoorten (inclusief vogels) geldt dat het verboden is individuen van deze soorten (opzettelijk) te doden of te vangen. Bovendien is het verboden nesten (en eieren) en (vaste) voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren opzettelijk te beschadigen of te vernielen dan wel weg te nemen. Voor de in de wet genoemde plantensoorten geldt dat het verboden is exemplaren in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen. In de Wnb worden drie beschermingsregimes onderscheiden voor beschermde soorten. Voor de eerste twee regimes gelden aanvullende verbodsbepalingen.
Ten slotte is altijd de algemene zorgplicht van toepassing, die inhoudt dat een ieder voldoende zorg in acht neemt voor alle inheemse dieren en planten en hun directe leefomgeving (artikel 1.11 van de Wnb). Concreet betekent dit dat bij ruimtelijke ontwikkeling gezorgd moet worden dat dieren niet gedood worden en dat planten verplant worden. Ook dient gelet te worden voortplantingsperiode van amfibieën en de zoogperiode van zoogdieren.
op bijvoorbeeld
de
Natura 2000
De Wnb ziet op de bescherming van Natura 2000-gebieden (Vrl- en Hrl-gebieden). Voor ieder Natura 2000-gebied zijn instandhoudingsdoelstellingen opgesteld voor één of meerdere soorten en/of habitats. Voor ruimtelijke ontwikkelingen binnen de Natura 2000-gebieden en tevens voor ontwikkelingen daarbuiten die van invloed kunnen zijn (door ‘externe werking’) op die beschermde natuurgebieden, gelden (strenge) restricties. Voor activiteiten of projecten die schadelijk zijn voor de beschermde natuur geldt een vergunningplicht. Middels een ‘habitattoets’ dient te worden onderzocht of een activiteit (significante) negatieve effecten op de instandhoudingsdoelstellingen voor Natura 2000-gebieden veroorzaakt. De uitkomsten van de habitattoets dienen te worden beoordeeld door het bevoegd gezag. Natuurnetwerk Nederland
Het Natuurnetwerk Nederland (NNN) is het Nederlands netwerk van bestaande en nieuw aan te leggen natuurgebieden (de voormalige Ecologische Hoofdstructuur / EHS). Het netwerk moet natuurgebieden beter verbinden met elkaar en met het omringende agrarisch gebied. Het doel van het NNN is de instandhouding en ontwikkeling van natuurgebieden om daarmee een groot aantal soorten en ecosystemen te laten voortbestaan. Sinds 2014 zijn de provincies het eerste verantwoordelijke bevoegde gezag voor het NNN (daarvoor was dat de rijksoverheid). De provincies hebben in een verordening regelgeving vastgelegd ten aanzien van het NNN.
Bestemmingplan “Dorpsstraat 5-7 Bleiswijk (De Snip)" Vaststelling 12-4-2023
20
5.2.
Onderzoek Soortenbescherming
De ontwikkeling voorziet in de sloop van de bestaande bebouwing. Een quickscan in het kader van de Wet natuurbescherming is daarom benodigd. Door ABO-Milieuconsult is een quickscan flora en fauna uitgevoerd. De quickscan is opgenomen als bijlage 4. Hieronder zijn de resultaten van de quickscan beschreven. Grondgebonden zoogdieren Tijdens het veldbezoek zijn geen beschermde soorten zoogdieren, of sporen hiervan, aangetroffen. Deze worden gezien de biotoop ook niet verwacht in de toekomst. Voor eventueel aanwezige algemene zoogdieren geldt de zorgplicht. Vaatplanten Beschermde vaatplanten zijn tijdens het veldbezoek niet aangetroffen. Er zijn geen varens op de muren aangetroffen. De meeste beschermde planten zijn afhankelijk van een zeer specialistisch biotoop. Geconstateerd is dat het biotoop in het plangebied hiervoor niet geschikt is. Geconcludeerd kan worden dat de aanwezige vaatplanten geen beschermde status hebben en ontwikkelingen niet in de weg staan. Vogels Het plangebied heeft geen functie voor broedvogels waarvan het nest jaarrond beschermd is. In het gebied zijn geen (overblijfselen van) jaarrond beschermde nesten aangetroffen. Huismussen zijn in het gebied niet gesignaleerd, noch doet het plangebied dienst als (essentiële) foerageerplaats of schuilplaats voor huismussen. Voor gierzwaluw geldt hetzelfde.
Vanwege het aanwezige groen is het niet uit te sluiten dat algemene soorten in het plangebied of binnen de verstorende invloedsfeer gaan broeden. De Wet natuurbescherming biedt bescherming aan alle van nature in Nederland in het wild levende vogels van soorten als bedoeld in artikel 1 van de Vogelrichtlijn. De nestbescherming geldt voor alle in gebruik zijn de nesten gedurende het broedseizoen en voor een beperkt aantal soorten jaarrond. Voor het broedseizoen geldt geen vaste periode, globaal wordt uitgegaan van half maart tot eind augustus in verband met de mogelijke aanwezigheid van watervogels, met name meerkoet. Amfibieën en reptielen Reptielen kunnen op basis van verspreidingsgegevens en biotoop worden uitgesloten. Voor de rugstreeppad geldt dat geschikt land- en waterhabitat ontbreekt. Vanwege de afwezigheid van de beschermde rugstreeppad, zijn nader onderzoek naar het voorkomen van de rugstreeppad en maatregelen met betrekking tot de rugstreeppad niet noodzakelijk. Voor eventueel aanwezige algemene soorten geldt de zorgplicht. Vissen In de sloot grenzend aan het plangebied komen algemene soorten vissen voor. Beschermde soorten komen niet voor. Voor algemene soorten geldt: - Werkzaamheden in de watergangen dienen zoveel als mogelijk uitgevoerd te worden in de maanden september en oktober (na de voortplantingsperiode en vóór de winterrust van vissen en amfibieën).
- Werkzaamheden in watergangen kunnen alleen plaatsvinden als zowel de watertemperatuur als de luchttemperatuur boven het vriespunt en beneden de 25°C liggen en wanneer geen sprake is van ijsvorming. - Bagger dat vrijkomt tijdens werkzaamheden dient gecontroleerd te worden op aanwezigheid van dieren (amfibieën en vissen). Indien dieren worden aangetroffen, dienen deze teruggeplaatst te
Bestemmingplan “Dorpsstraat 5-7 Bleiswijk (De Snip)" Vaststelling 12-4-2023
21
worden in een geschikt leefgebied in de nabije omgeving, waar geen werkzaamheden zullen plaatsvinden. Overige beschermde soorten Tijdens het veldbezoek is vastgesteld dat het biotoop ongeschikt is voor beschermde soorten libellen en vlinders, vanwege het ontbreken van poeltjes of waardplanten voor ei-afzetting. Met beschermde ongewervelde diersoorten hoeft op grond van biotoop geen rekening gehouden te worden. Maatregelen met betrekking tot deze soortgroepen hoeven niet te worden genomen. Vleermuizen Uit bureaustudie en biotooptoets is naar voren gekomen dat het mogelijk is dat met de plannen vaste rust- en verblijfplaatsen worden aangetast van de in de Wet natuurbescherming beschermde soorten vleermuizen. Nader onderzoek naar vleermuizen is uitgevoerd om hier uitsluitsel over te kunnen geven. Het nader onderzoek is opgenomen als bijlage 11. Hieronder zijn de resultaten beschreven. Het nader onderzoek heeft aangetoond dat er geen vleermuizen in het plangebied verblijven. Het plangebied is geen essentieel foerageergebied en maakt ook geen deel uit van een vaste vliegroute van vleermuizen. Er zijn daarom door de voorgenomen werkzaamheden geen effecten op vleermuizen te verwachten. Bomen Daarnaast is ook een Bomen Effect Analyse (BEA) uitgevoerd naar de aanwezige zomerlindes en bloklindes (zie hoofdstuk 4.2).
Tijdens de ontwikkelingen in het plangebied zullen deze bomen beschermd worden conform de aanbevelingen in de BEA. Gebiedsbescherming
Het plangebied ligt niet in of binnen de invloedssfeer (straal van 3 km) van een Natura 2000-gebied of van een ander natuurgebied dat onder de bescherming van de Wet natuurbescherming valt. Daarnaast maakt het plangebied geen onderdeel uit van een Nationaal Landschap en/of het NatuurNetwerk Nederland (NNN). Op grond van het onderzoek zijn negatieve effecten door de geplande kapwerkzaamheden op Natura 2000 en NNN uitgesloten. Nader onderzoek is niet noodzakelijk. Stikstof
Door KuiperCompagnons is een stikstofdepositie-onderzoek uitgevoerdHet onderzoek is opgenomen als bijlage 6 bij de toelichting. Uit het onderzoek blijkt dat met zekerheid kan worden gesteld dat geen sprake is van een toename van de stikstofdepositie binnen stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden door het gebruik of de aanleg van de voorgenomen ontwikkeling. Dit betekent dat significant negatieve effecten op de instandhouding van die gebieden kunnen worden uitgesloten en dat de Wet natuurbescherming niet leidt tot belemmeringen voor de ontwikkelingen in dit project. 5.3.
Conclusies
Uit de quickscan blijkt dat het plangebied potentieel geschikt is voor vleermuizen. Aanvullend onderzoek wordt uitgevoerd om hier uitsluitsel over te geven. Verder veroorzaakt de voorgenomen ontwikkeling geen toename van de stikstofdepositie ter plaatse van stikstofgevoelige habitats binnen Natura 2000gebieden.
Bestemmingplan “Dorpsstraat 5-7 Bleiswijk (De Snip)" Vaststelling 12-4-2023
22
6.
WATER
6.1.
Wettelijk kader
Er is een groot aantal beleidsstukken dat betrekking heeft op de waterhuishouding. Hieronder wordt één en ander uiteengezet. Europees en Rijksbeleid
Nationaal Waterplan 2016-2021 Het Nationaal Waterplan 2016-2021 is de opvolger van het Nationaal Waterplan 2009-2015 en vervangt dit plan én de partiële herzieningen hiervan. Het NWP is op 10 december 2015 door de minister van Infrastructuur en Milieu en de staatssecretaris van Economische Zaken vastgesteld. Op basis van de Waterwet is het Nationaal Waterplan voor de ruimtelijke aspecten tevens een structuurvisie. Het NWP is zelfbindend voor het Rijk. Het Rijk is in Nederland verantwoordelijk voor het hoofd- watersysteem. In het Nationaal Waterplan legt het Rijk onder meer de strategische doelen voor het waterbeheer vast. Het kabinet speelt proactief in op de verwachte klimaatveranderingen op lange termijn, om overstromingen te voorkomen. Binnen de planperiode gaan realistische maatregelen in uitvoering die een antwoord bieden op de opgaven voor de korte termijn en voldoende mogelijkheden openlaten om op langere termijn verdere stappen te zetten. Het kabinet sluit daarmee aan bij de resultaten van het Deltaprogramma. Met dit Nationaal Waterplan voldoet Nederland aan de Europese eisen die voortvloeien uit de Kaderrichtlijn Water (KRW), de Richtlijn Overstromingrisico's (ROR) en de Kaderrichtlijn Mariene Strategie (KMS).
Waterwet De Waterwet regelt het beheer van de waterkeringen, het oppervlaktewater en het grondwater, verbetert de samenhang tussen waterbeleid en ruimtelijke ordening en zorgt voor een eenduidige bestuurlijke procedure en daarbij behorende rechtsbescherming voor besluiten. De Waterwet dient als paraplu om de Kaderrichtlijn Water (KRW) te implementeren en geeft ruimte voor implementatie van toekomstige Europese richtlijnen. De waterschappen krijgen een nieuwe bevoegdheid voor het verlenen van vergunningen voor grondwateronttrekkingen, bemalingen en infiltraties, met uitzondering van onttrekkingen voor drinkwater, koude en warmteopslag en grote industriële onttrekkingen van meer dan 150.000 m^/jaar. Gemeenten krijgen verdergaande taken en bevoegdheden in het kader van de zorgplicht voor het inzamelen van afvalwater in de riolering en voor hemelwater en grondwater. Nationaal Bestuursakkoord Water (actueel) In het Nationaal Bestuursakkoord Water (NBW) is het kabinetsstandpunt over het waterbeleid in de 21e eeuw vastgelegd. De hoofddoelstellingen zijn: het waarborgen van het veiligheidsniveau bij overstromingen en het verminderen van wateroverlast. Daarbij wordt de voorkeur gegeven aan ruimtelijke maatregelen boven technische maatregelen. In het NBW is ook de watertoets als procesinstrument opgenomen.