[T23.01587] Rapport windenergie in Lansingerland
Tekst van het document
Windenergie in Lansingerland Statusrapport
Mei 2023 T23.01587
Inhoud 1 2. 3.
Samenvattend overzicht alternatieve locaties........................................................................ 3 Inleiding...................................................................................................................... 5 Afspraken windconvenant Lansingerland .............................................................................. 5 3.1. Inzet tot nu toe ...................................................................................................... 5 3.2.
4.
Provinciale en gemeentelijke beleidskaders windenergie .......................................................... 8 4.1. Provinciaal beleid windenergie ................................................................................... 8 4.2.
5.
6.
7.
Samenhang met RES en Convenant ............................................................................... 7
Gemeentelijk beleid windenergie ................................................................................ 9
Technische en beleidsmatige haalbaarheid windenergie Bleizo-West .......................................... 10 5.1. Toetsing windenergie op Bleizo-West provinciaal beleid .................................................. 10 5.2.
Toetsing gemeentelijk beleid ................................................................................... 11
5.3.
Hoogtebeperkingen ............................................................................................... 12
5.4.
Plan MER module Energietransitie .............................................................................. 13
5.5.
Commerciële interesse ........................................................................................... 17
5.6.
Conclusie ............................................................................................................ 17
Alternatieve locaties: toetsing technische en beleidsmatige haalbaarheid ................................... 17 6.1. Beschrijving alternatieve locaties voor windenergie ........................................................ 17 6.2.
Toetsing provinciaal beleid ...................................................................................... 18
6.3.
Toetsing gemeentelijk beleid ................................................................................... 21
6.4.
Hoogtebeperkingen ............................................................................................... 23
6.5.
Plan MER Module Energietransitie .............................................................................. 23
6.6.
Invloed alternatieve locaties op ontwikkelperspectief Bleizo-West...................................... 26
6.6
Commerciële interesse ........................................................................................... 29
Conclusie kansrijkheid/haalbaarheid alternatieve locaties ...................................................... 29 7.1. Conclusie ............................................................................................................ 29 7.2.
Mogelijk vervolg ................................................................................................... 31
2
1
Samenvattend overzicht alternatieve locaties Turbinepositie 1
Turbinepositie 2
Turbinepositie 3
Beleid provincie Zoekgebied windenergie in
Binnen zoekgebied
Buiten zoekgebied. Wijziging verordening
omgevingsverordening Ruimtelijke samenhang
Aansluiting bij lijnelementen grootschalige
Buiten zoekgebied. Wijziging verordening nodig
nodig Geen lijnopstelling van min. 3, samenhangend
Geen lijnopstelling van min. 3, samenhangend
Geen lijnopstelling van min. 3, samenhangend
cluster of andere ruimtelijke samenhang. Geen
cluster of andere ruimtelijke samenhang.
cluster of andere ruimtelijke samenhang
samenhang met turbines Lansinghage
Geen samenhang met turbines Lansinghage
Geen samenhang met turbines Lansinghage
Aansluiting A12, bedrijventerrein
Aansluiting A12
Aansluiting A12, bedrijventerrein
infrastructuur Groene Hart
Voldoet niet aan voorwaarden voor plaatsing in Groene Hart. Provincie ondersteunt
geen uitbreiding van zoekgebieden in Groene Hart. Cultuurhistorisch landschap
Nabij afstandsnormen molenbiotopen
Nabij afstandsnormen molenbiotopen
Beschermingscategorieën m.b.t. groene
Niet passend i.v.m. beschermingsgebied
Niet passend i.v.m. beschermingsgebieden
buffers en recreatie
groene buffer (cat. 2)
groene buffer en recreatie (cat. 2)
Geen lijnopstelling of andere ruimtelijke
Geen lijnopstelling of andere ruimtelijke
Geen lijnopstelling of andere ruimtelijke
samenhang
samenhang
samenhang
Aansluiting lijnelementen grootschalige
Aansluiting A12, hoogspanningsleidingen,
Aansluiting A12, hoogspanningsleidingen en
Aansluiting A12, hoogspanningsleidingen,
infrastructuur (A12),
railinfrastructuur en bedrijventerrein
railinfrastructuur.
railinfrastructuur en bedrijventerrein
Beleid gemeente Ruimtelijke samenhang
hoogspanningsleidingen, railinfrastructuur.
Geen samenhang met grootschalig
Voorkeur grootschalige bedrijventerreinen
bedrijventerrein of kassengebied
of kassengebied Impact omwonenden / maatschappelijk
Nabij inwoners Kruisweg, buiten harde
Nabij inwoners Kruisweg, buiten harde
draagvlak
richtafstanden. Waarschijnlijk overschrijding
richtafstanden. Mogelijk overschrijding van
norm slagschaduw. Geen draagvlak bij deze
norm slagschaduw. Geen draagvlak bij deze
inwoners.
inwoners.
Bescherming kwetsbaar landschap: natuur
In recreatiegebied Rottemeren, waar
In recreatiegebied Rottemeren, waar
en recreatiegebieden
windturbines zijn uitgesloten. Significant
windturbines zijn uitgesloten. Significant
Niet in landschapspark Rottemerengebied
negatief effect op kwetsbaar landschap.
negatief effect op kwetsbaar landschap.
3
Geen negatieve impact op ontwikkeling
Sterke hinder op ontwikkelgebied Bleizo-West
Bleizo-West
door slagschaduw, geluid en externe veiligheid
Buurgemeenten
Nabij (kwetsbaar landschap in) gemeente
Nabij (kwetsbaar landschap in) gemeente
Zuidplas, windturbines daar uitgesloten
Zuidplas, windturbines daar uitgesloten
Tot ca. 190m. tiphoogte is de kans op
Tot ca. 190m. tiphoogte is de kans op
Tot ca. 190m. tiphoogte is de kans op
ontheffing ‘redelijk tot groot’. Nader
ontheffing ‘redelijk tot groot’. ‘Redelijk tot
ontheffing ‘redelijk tot groot’. Nader
onderzoek nodig. Turbine met een tiphoogte
kleine’ kans op acceptatie van een turbine
onderzoek nodig. Turbine met een tiphoogte
van 220m. technisch niet mogelijk.
met 220m. tiphoogte. Nader onderzoek nodig
van 220m. technisch niet mogelijk.
De business case voor solitaire turbines met
De business case voor solitaire turbines met
De business case voor solitaire turbines met
beperkte hoogte is zeer ingewikkeld. Lager
beperkte hoogte is zeer ingewikkeld. Lager
beperkte hoogte is zeer ingewikkeld. Lager
rendement mogelijk acceptabel voor
rendement mogelijk acceptabel voor
rendement mogelijk acceptabel voor
energiecoöperatie
energiecoöperatie
energiecoöperatie
Mogelijkheid financiële participatie Hoogvliet
Mogelijkheid financiële participatie bewoners
Mogelijkheid gebiedsfonds recreatieve
en inwoners
Kruisweg en andere inwoners van
ontwikkeling Rottemeren.
Lansingerland
Mogelijkheid financiële participatie bewoners
Technisch/commercieel Hoogtebeperkingen
Inschatting commerciële interesse
Kansen financiële participatie
Kruisweg en andere inwoners van Lansingerland PlanMER Broedvogels en niet-broedvogels
Gestuwde vogeltrek
Externe veiligheid
Risico op vernietiging essentieel leefgebied van
Niet tot nauwelijks kansrijk. Ernstige
Niet tot nauwelijks kansrijk. Ernstige verstoring
beschermde soorten, verstoring, sterfte.
verstoring en sterfte van beschermde
en sterfte van beschermde soorten. Effecten
Mitigatie danwel compensatie zijn
soorten. Effecten waarschijnlijk niet
waarschijnlijk niet voldoende te mitigeren of te
waarschijnlijk nodig.
voldoende te mitigeren of te compenseren
compenseren
Risico vernietiging leefgebied, verstoring,
Risico vernietiging leefgebied, verstoring,
Risico vernietiging leefgebied, verstoring,
sterfte
sterfte
sterfte
Niet kansrijk i.v.m. externe veiligheid. Binnen
Binnen richtafstanden van objecten. Nader
Binnen richtafstanden van objecten. Nader
harde afstandsnormen. Sluit aan bij oordeel
onderzoek nodig.
onderzoek nodig.
Aantasting waardevolle cultuurhistorische
Aantasting waardevolle cultuurhistorische
landschappen
landschappen
TenneT. Landschappelijke inpassing
Overige planMER categorieën
1
1 Natura 2000 gebieden en stikstofoverschrijding, Natuurnetwerk Nederland (NNN), Overige gebieden (weidevogel- ganzenrust- en stiltegebieden), Vleermuizen, Geluid, Woningbouwlocaties, Inpassing
energie-infrastructuur, Drinkwatergebieden 4
2. Inleiding In de visie Lansingerland Duurzaam is de ambitie opgenomen om in 2050 volledig CO2-neutraal te zijn, waarbij minimaal 25% van het elektriciteitsverbruik lokaal opgewekt wordt. Daarom stimuleert de gemeente Lansingerland de opwek van diverse vormen van duurzame elektriciteit. Middels gebiedsgerichte aanpakken stimuleren we zon op dak, we informeren inwoners en faciliteren hen met bijvoorbeeld de duurzaamheidslening. Ook spannen wij ons reeds enkele jaren in voor de realisatie van windenergie binnen de gemeentegrenzen. Op deze manier leveren we een bijdrage de doelstellingen in onze visie, het klimaatakkoord en RES. De aanwezigheid van een TenneT-hoogspanningsstation en hoogspanningslijnen, rail- en weginfrastuctuur, kwetsbare landschappen en de hoogtebeperking vanuit Rotterdam The Hague Airport, maken de locaties voor windenergie in Lansingerland moeilijk te ontwikkelen. Er zijn diverse onderzoeken en beleidsstudies gedaan naar de haalbaarheid van windenergie. Dit rapport bevat de voornaamste uitkomsten, vertaald in kansen en belemmeringen. Daarnaast schetst het nog bestaande onzekere factoren.
3. Afspraken windconvenant Lansingerland Voor Bleizo-West, Prisma en het noordelijk deel van de Overbuurtsche polder gelden al langere tijd regionale afspraken voor de realisatie van 12 MW windenergie, als onderdeel van 150 MW waarover de gemeenten in de voormalige stadsregio Rotterdam, provincie en maatschappelijke partners in 2012 een convenant hebben gesloten. Het gaat hierbij om een inspanningsverplichting, het convenant bevat geen juridisch afdwingbare afspraken. In 2020 zijn deze afspraken verlengd tot en met 2025. Wij noemden als voorwaarde voor deze hernieuwde deelname aan het convenant dat wij een deskundige onafhankelijke partij onderzoek laten doen naar de juridische en feitelijke plaatsings(on)mogelijkheden voor windenergie in onze gemeente, waarvan de uitkomsten richting geven aan onze verdere inspanningen.
3.1.
Inzet tot nu toe
In de periode tussen 2021 en nu zijn vele stappen ondernomen op het gebied van windenergie. Samenvattend is dat onder andere: ondernomen stappen
2012
Ondertekening windconvenant 20 partijen in de voormalige Stadsregio Rotterdam spreken af zich in te spannen in totaal 150 MW opgesteld vermogen aan windenergie mogelijk te maken in de regio. Lansingerland tekent voor een inspanningsverplichting voor de realisatie van 12MW windenergie.
2014
Convenantspartners constateren dat opgave niet gerealiseerd wordt Provincie Zuid-Holland en convenantsgemeenten constateren dat de aangewezen zoekgebieden onvoldoende kansrijk zijn om doelstelling te behalen.
2015
Startdocument planMER Provinciale aanzet om te komen tot (nieuwe) concrete windlocaties in de regio, volgend uit de afspraken die gemaakt zijn in het windconvenant.
5
2016
Lansingerland stelt Routekaart windenergie vast Routekaart schetst processtappen voor realisatie windenergie in Lansingerland.
2017
Beleidsvorming provincie Zoeklocaties in provinciaal ruimtelijk beleid verankerd: op verzoek van Lansingerland zal primair in het gebied Prisma-Bleizo-Overbuurtsche Polder gezocht worden naar mogelijkheden voor windenergie, voor dit gebied heeft Lansingerland een planMER uit laten voeren. In haar VRM heeft de provincie windenergie op deze locatie planologisch mogelijk gemaakt.
2017
Bestuursovereenkomst windenergie Om realisatie te versnellen tekenen PZH en Lansingerland de bestuursovereenkomst realisatie windopgave Lansingerland. Hiermee wordt de bevoegdheid voor de realisatie van windparken van ten minste 5MW overgedragen aan gemeente Lansingerland. Lansingerland tekent bestuursovereenkomst met kanttekening voor Bleizo-West: In 2018 wordt vervoersknoop Lansingerland Zoetermeer geopend, de daarmee samenhangende gebiedsontwikkeling ter versterking van de vervoersknoop en de beschikking over de benodigde gronden daarvoor zijn van cruciaal belang. Windturbines op Bleizo-West voor gemeenteraad van Lansingerland mogelijk op voorwaarde dat dit past in de voorgestane gebiedsontwikkeling
2017 – 2018
Beleidsvorming gemeente Gemeente Lansingerland stelt Beleids- en Toetskader windenergie vast waarin de ruimtelijke en maatschappelijke randvoorwaarden voor een windontwikkeling zijn neergelegd.
2016 - 2018
Marktconsultatie en draagvlakpeiling Lansingerland neemt het initiatief om aan de hand van zogenoemde ‘Ontwikkeltafels’ martkpartijen, lokale ondernemers en inwoners met elkaar te verbinden en de ontwikkelmogelijkheden voor een windontwikkeling in kaart te brengen. Windenergie is een vast onderdeel van de gesprekken die we met ondernemers voeren over gronduitgifte in het zoekgebied.
2018
Martkpartijen trekken zich terug Marktpartijen van verschillende lopende initiatieven binnen het zoekgebied trekken zich terug. Ontwikkelaars constateren dat de realisatie van windenergie binnen het zoekgebied niet haalbaar is. Technische beperkingen en beperkt plaatsingspotentieel zorgen voor onvoldoende rentabiliteit. Met name de nabijheid van het TenneT 380KV station, electriciteitsinfrastructuur en de nabijheid van RTHA belemmeren de realisatie.
2018
Lansingerland informeert het college van GS Lansingerland informeert het college van GS over het terugtrekken van de marktpartijen en constateert dat de doelstelling i.h.k.v. het convenant lastig te realiseren valt. Aangekondigt wordt dat Lansingerland de mogelijkheden buiten het huidige zoekgebied gaat onderzoeken.
2018
Bestuursovereenkomst A12 Corridor In verband met groot aanbod aan bedrijfsoppervlak in de regio verzoekt provincie Zuid-Holland de gemeente Lansingerland om Bleizo-West uit de ontwikkeling te halen. Door het pauzeren van de gebiedsontwikkeling van Bleizo-West wordt ook de realisatie van windenergie binnen het ontwikkelgebieb bemoeilijkt. 6
2020
Ondertekening verlenging windconvenant Het convenant loopt eind 2020 af. In Lansingerland zijn de mogelijkheden voor wind (mede door hoogtebeperking a.g.v. vliegroutes) zeer beperkt. We willen ons echter blijven inspannen, en ondertekenen dus de verlenging van de afspraken tot eind 2025, op voorwaarde dat de uitkomsten van een haalbaarheidsonderzoek leidend zullen zijn voor de verdere inspanningen.
2020 – 2021
Haalbaarheidsonderzoek alternatieve windlocaties Een gemeentebreed onderzoek verschaft een actueel beeld van mogelijke windlocaties in Lansingerland en mogelijke alternatieven voor de locaties gelegen in het zoekgebied. Op basis van de onderzoeksresulaten zien we mogelijkheden op een drietal locaties. Deze locaties bespreken we met onze convenantspartners en provincie.
3.2.
Samenhang met RES en Convenant
Regionale Energiestrategie Rotterdam Den-Haag 1.0 In Regionale Energiestrategie Rotterdam Den-Haag 1.0 (RES 1.0) zijn alle potentiële windlocaties uit het ‘Convenant realisatie windenergie Stadsregio Rotterdam’ meegerekend als pijplijnproject in het regionale bod van 2,8 – 3,2 TWh. Daarnaast zijn er extra zoeklocaties gedefinieerd met een omvang van 28 turbines van 5,6MW (1,2 TWh). Deze zoeklocaties beperken zich door veiligheids- en milieubeperkingen voornamelijk rondom rijkswegen. Door hier locaties met conflicterend ruimtelijk beleid uit te filteren ontstaat een lijst met resterende locaties. De locaties die hierbij in Lansingerland overblijven corresponderen met de alternatieve locaties in hoofdstuk 5 van dit rapport.
Figuur 3.1: Projectcategorieën in RES1.0
De RES 1.0 bevat een afwegingskader met 4 frames: o impact op de ruimtelijke kwaliteit van het landschap; o de haalbaarheid, bijvoorbeeld op onderwerpen als veiligheid , milieu of de huidige functie van het landschap; o het (maatschappelijk) draagvlak, dat samenhangt met de omvang van de elektriciteitsproductie met windturbines en / of zonnepanelen en de bijbehorende maatschappelijke kosten; o de impact op het net. De kansrijkheid per locatie wordt in dit rapport afgewogen langs de eerste drie afwegingslijnen van de RES. Gezien de uitkomsten is het op dit moment niet doelmatig geacht om de netimpact nader te onderzoeken. 7
In juni 2021 is de RES 1.0 door de gemeenteraad van Lansingerland vastgesteld. Daarmee committeert Gemeente Lansingerland zich aan een inspanningsverplichting om de gestelde ambities te behalen. In RES 1.0 is geen werkwijze beschreven hoe wordt omgegaan met locaties die niet realiseerbaar blijken.
4. Provinciale en gemeentelijke beleidskaders windenergie 4.1.
Provinciaal beleid windenergie
De provincie heeft haar beleid m.b.t. windenergie voornamelijk vastgelegd in de Omgevingsvisie, Omgevingsprogramma en Omgevingsverordening. De laatste versie hiervan is vastgesteld in februari 2023. De meest relevante passages zijn hieronder weergegeven: Omgevingsvisie – De provincie biedt ruimtelijk mogelijkheden voor windenergie. Mede door de grote omvang en ruimtelijke invloed van moderne windturbines is het van belang om deze geconcentreerd te plaatsen in daarvoor geschikte gebieden en versnippering over de hele provincie te voorkomen. De ruimtelijke uitgangspunten zijn daarbij dat windenergie passend is langs grootschalige infrastructuur (snelwegen), op grote bedrijventerreinen of op de grote scheidslijnen tussen land en water; de randen van de Zuid-Hollandse eilanden. Windturbines plaatsen we ‘daar waar het waait’ (eilanden), ‘daar waar energie gevraagd wordt’ (industrie) en ‘daar waar ze aan kunnen sluiten bij grote landschappelijke structuren’ (grootschalige overgangen land-water, grote lijnvormige (infra)structuren). De voorkeur wordt gegeven aan enkelvoudige lijnopstellingen en clusters, in samenhang met en evenwijdig aan de betreffende infrastructuur en scheidslijnen. Omgevingsprogramma – De provincie zet zich in om de met gemeenten en rijk gemaakte afspraken voor windenergie op land te realiseren.
De locaties waar de provincie plaatsing van windturbines toestaat, zijn opgenomen in de omgevingsverordening. De opgenomen locaties zijn geschikt voor het creëren van een lijnopstelling of cluster aansluitend aan technische infrastructuur, grootschalige bedrijvigheid of grootschalige scheidslijnen land/water. Voor een aantal locaties is dat binnen de locatie zelf mogelijk voor anderen niet. Op die locaties is de lijn te creëren in samenhang met bestaande windturbines of andere nog te realiseren locaties voor windenergie. Bij de ontwikkeling van locaties moet nadrukkelijk naar deze samenhang worden gezocht. Ook moet de mogelijke interferentie met andere of bestaande locaties voor windenergie worden onderzocht. Aandachtspunten bij de locatie Prisma/Bleizo/Overbuurtsche polder: Het ontzien van meest oostelijke en zuidelijk deel leidt tot beperking effect aantal gevoelige objecten (geluid en slagschaduw); Vanuit landschappelijk oogpunt samenhang met de bestaande turbines op Lansinghage Conform de besluitvorming in Provinciale Staten ondersteunt de provincie in deze fase de uitwerking van zoekgebieden voor wind in het Groene Hart niet.
Omgevingsverordening – Artikel 6.28 Windenergie van de omgevingsverordening regelt dat een bestemmingsplan alleen nieuwe windturbines toelaat op gronden binnen de locaties voor windenergie, waarvan de plaats geometrisch is bepaald en verbeeld op kaart 16. In het bestemmingsplan kan de 8
begrenzing van de in het eerste lid bedoelde locaties in beperkte mate worden aangepast, rekening houdend met de lokale omstandigheden.
Figuur 4.1: Uitsnede Omgevingsverordening Provincie Zuid-Holland, kaart 16 Windenergie
4.2.
Gemeentelijk beleid windenergie
De gemeente heeft haar windbeleid vastgelegd in een Routekaart en een Toetskader. De meest relevante passages staan hieronder beschreven: Routekaart (T16.06594) De ruimtelijke en maatschappelijke aanvaardbaarheid moeten concreet uitgewerkt worden. Daarbij zijn een tweetal uitgangspunten leidend: 1. De landschappelijke impact van windmolenopstellingen reduceren we zoveel als mogelijk. Dit betekent dat windturbines in Lansingerland: - Niet in of bij een kwetsbaar landschap (bv recreatie of natuur) staan, - Aansluiten bij lijnelementen van technische infrastructuur (zoals (spoor) wegen en grote wateren), - Bij voorkeur worden gerealiseerd in (enkelvoudige) lijnopstellingen, - Bij voorkeur worden gerealiseerd op grote bedrijventerreinen of glastuinbouwarealen van minstens >50 hectare en - Geen grootschalige scheidslijnen tussen land en water creëren. 2. Er is een goede balans tussen lusten en lasten voor omwonenden en inwoners/bedrijven van Lansingerland. In de ideale situatie ziet het college dat inwoners en bedrijven de te realiseren windturbines (deels) gezamenlijk exploiteren waardoor de opbrengsten van windenergie (deels) terugvloeien naar de lokale samenleving. Dit is een wezenlijk aspect in de realisatie van windenergie. Door de deelneming van inwoners aan de windturbines is de betrokkenheid bij en het 9
draagvlak voor windenergie groter en ziet men ook direct en concreet de lasten vertaald in positieve lokale resultaten. Gemeentelijk Beleids- en Toetskader (I18.018810) De gemeente Lansingerland kiest er niet voor windenergie rechtstreeks in het bestemmingsplan te regelen. Zij kiest met dit beleids- en toetskader voor een stelsel waarbij steeds apart over elk windinitiatief besloten wordt. Dit om zoveel mogelijk te kunnen sturen op de ruimtelijke en de landschappelijke inpassing, de betrokkenheid van de omgeving en de verdere verduurzaming van Lansingerland. Daartoe zijn meerdere principes uitgewerkt, waaronder: in de gemeente gaan wij voor 12 MW aan windenergie; de gemeente heeft de rol van facilitator in het proces; wij gaan voor een zo groot mogelijk evenwicht tussen de lusten en de lasten en een goede landschappelijke en ruimtelijke inpassing staan centraal; direct omwonenden moeten altijd mee kunnen profiteren van een windproject. De realisatie van windturbines is alleen mogelijk op voorwaarde dat dat dit past in de voorgestane gebiedsontwikkeling voor Hoefweg-Noord (Prisma) en –Zuid (Bleizo). Bij de ontwikkeling van het beleid was het ontwikkelperspectief voor Bleizo-West nog niet bekend en vastgesteld. Dit is inmiddels bekend. Daarom is de impact van turbinepositie 1 op ontwikkelgebied Bleizo-West onderzocht (T23.02298).
Daarin wordt geconcludeerd dat er hinder is door geluid, slagschaduw en externe veiligheid op het ontwikkelgebied. Zie paragraaf 6.5 voor een nadere uitwerking van deze analyse. De initiatiefnemer houdt rekening met de verschillende belangen van bedrijven en omwonenden Kruisweg, Zoetermeer, Klappolder en Overbuurtsche Polder. Binnen het zoekgebied wordt primair buiten de afstand van 650 meter van Kruisweg locaties voor windturbines gezocht c.q. gerealiseerd. Als onverhoopt toch binnen een afstand van 650 meter een windturbine gepland wordt, zal niet het college maar de gemeenteraad het planologisch besluit daarvoor nemen.
5. Technische en beleidsmatige haalbaarheid windenergie Bleizo-West 5.1.
Toetsing windenergie op Bleizo-West provinciaal beleid
Zoekgebied windenergie Bleizo-West maakt in het provinciaal omgevingsbeleid onderdeel uit van het zoekgebied voor windenergie. Dit maakt de realisatie van windenergie op Bleizo-West beleidsmatig mogelijk. Ruimtelijke samenhang Ruimtelijke samenhang door het creëren van een lijnopstelling of cluster op Bleizo-West is in potentie mogelijk. Door technische belemmeringen op het gebied van externe veiligheid wordt dit echter bemoeilijkt, zie hiervoor 7.3. Ook zal er onderzoek gedaan moeten worden naar de interferentie met bestaande windmolens op Lansinghage in de gemeente Zoetermeer.
10
Beleid provincie Zoekgebied windenergie
Binnen zoekgebied
Ruimtelijke samenhang
Technische belemmeringen maken lijnopstelling of cluster lastig te realiseren
Aansluiting bij lijnelementen
Aansluiting A12, bedrijventerrein
grootschalige infrastructuur
5.2.
Toetsing gemeentelijk beleid
Impact op omwonenden Met name de inwoners van Kruisweg bevinden zich relatief dichtbij Bleizo-West. Bleizo-West bevindt zich buiten de beleidsmatige afstandsnorm van 650m. Daarbij moet worden opgemerkt dat deze afstandsnorm in 2018 is opgesteld op basis van de toen gangbare turbinehoogtes. Er wordt niet voorzien in hoe dit geïnterpreteerd moet worden bij de huidige gangbare types met hogere tiphoogte. De analyse naar invloed van alternatieve turbinepositie 1 op Bleizo-West laat zien dat deze turbine invloed heeft op Kruisweg op het gebied van geluid en slagschaduw. Afhankelijk van de specifieke turbinelocatie kan hiervan ook sprake zijn bij de realisatie van windenergie op Bleizo-West, hier is aanvullend onderzoek voor nodig. In een eerste reactie op dit onderzoek geeft het bestuur van bewonersvereniging Kruisweg aan zich zorgen te maken hierover. Voorgestane gebiedsontwikkeling Bleizo-West: PROEFtuin Bleizo Gedurende de looptijd van het convenant realisatie windenergie heeft de gemeente Lansingerland het standpunt ingenomen dat windenergie moet opgaan in de gebiedsontwikkeling van Prisma/Bleizo. Voor het ontwikkelgebied Bleizo-West is daarbij sinds 2015 tevens gewezen op de komst van multimodaal station Lansingerland-Zoetermeer, geopend in 2018. In 2018 tekende Lansingerland en de provincie Zuid-Holland de bestuursovereenkomst windenergie.
Hierin commiteert Lansingerland zich opnieuw aan de inspanningsverplichting in lijn met het convenant wind op land. Voorwaarde voor de realisatie van windenergie op Bleizo-West hierin is voor de gemeente Lansingerland dat windenergie moet passen bij de voorgestane gebiedsontwikkeling van Bleizo-West. Op 28 oktober 2021 hebben de gemeenteraden van Zoetermeer en Lansingerland een Ontwikkelperspectief voor Bleizo-West vastgesteld, PROEFtuin genaamd, met daarin de ambitie voor een alternatieve gebiedsontwikkeling van 4.000-6.000 woningen gecombineerd met 100.000 toto 150.000 m2 vloeroppervlak voor bedrijvigheid en dagelijkse voorzieningen (T21.06706). Met name de ambitie om woningen te bouwen in dit gebied, maakt dat windenergie beleidsmatig niet meer mogelijk is. Gemeente Zoetermeer De gemeente Zoetermeer is mede-aandeelhouder van GR-Bleizo, de privaatrechtelijk eigenaar van de gronden van Bleizo-West. De gemeente Zoetermeer heeft vastgesteld dat zij geen windenergie willen realiseren op Bleizo-West. Realisatie van windenergie binnen het ontwikkelgebied vraagt nadrukkelijk om afstemming en overeenstemming met de gemeente Zoetermeer.
11
Bleizo-West Beleid Lansingerland Ruimtelijke samenhang
Technische belemmeringen maken lijnopstelling of cluster lastig te realiseren
Niet in of bij kwetsbaar landschap van natuur of recreatie. Niet in landschapspark Rottemerengebied Aansluiting lijnelementen technische
Aansluiting A12, hoogspanningsleidingen,
infrastructuur (A12),
railinfrastructuur en bedrijventerrein
hoogspanningsleidingen, railinfrastructuur. Voorkeur grootschalige bedrijventerreinen of kassengebied. Geen grootschalige scheidslijn tussen land en water creëren Omwonenden moeten mee kunnen
Kansen voor financiële participatie omgeving
profiteren Impact omwonenden / maatschappelijk draagvlak Passendheid met voorgestane
Ontwikkelperspectief PROEFtuin Bleizo maakt
gebiedsontwikkeling Bleizo-West
realisatie van windenergie op Bleizo-West onmogelijk
Buurgemeenten
De gemeenteraad van Zoetermeer heeft een raadsbesluit vastgesteld waarin windenergie op Bleizo-West wordt uitgesloten. De gemeente Zoetermeer is, via GR-Bleizo, mede-eigenaar van het ontwikkelgebied.
5.3.
Hoogtebeperkingen
Uit het onderzoek naar plaatsingsmogelijkheden binnen de gemeente bleek dat een of meerdere zogenaamde toetsvlakken vanuit de luchthaven Rotterdam The Hague Airport de gehele gemeente beslaan en windturbines deze zouden doorkruisen. Om deze reden is door adviesbureau To70 een aeronautische quick scan uitgevoerd naar de hoogtebeperkingen op Bleizo-West (T23.02773). Uit deze quick scan blijkt dat windturbines van 220m op Bleizo-West twee belangrijke toetsvlakken doorkruisen. De kans voor ontheffing blijkt uit het onderzoek respectievelijke redelijk-klein en klein. De kans op acceptatie van een turbine tot ca. 190 meter tiphoogte wordt ‘redelijk tot groot’ ingeschat. Daadwerkelijke toetsing zal bij een specifiek initiatief moeten worden uitgevoerd door: - Toetsing verstoring VOR door luchtverkeersleiding Nederland (LVNL) - Toetsing verstoring radars door Ministerie van Defensie/LVNL/TNO - Toetsing door Inspectie Leefomgeving & Transport Deze drie instanties dienen hun goedkeuring te verlenen.
12
Figuur 5.1: conflicterende toetsvlakken uit aeronautische quick scan
5.4.
Plan MER module Energietransitie
In 2022 heeft de provincie de module Energietransitie van het provinciale Omgevingsbeleid gewijzigd. Voor deze wijziging van het Omgevingsbeleid is een planMER uitgevoerd. Het planMER richt zich op de onderdelen zon en wind van de herziening en daarbij specifiek op de aanpak voor de verdere uitwerking van de zoekgebieden uit de zeven RES’en voor zon en wind in het Omgevingsprogramma. In dit planMER is enkel het zoekgebied voor windenergie uit de RES Rotterdam Den Haag langs de A12 meegenomen. De drie alternatieve locaties bevinden zich in dit RES-zoekgebied voor windenergie en maken dus onderdeel uit van het provinciale beleid. In het planMER is niet de hele zoeklocatie voor windenergie Prisma-Bleizo-WestOverbuurtsche Polder meegenomen. Deze was immers al in 2017 in de vorige partiële herziening voor windenergie in de Rotterdamse regio onderzocht en opgenomen in de provinciale Omgevingsverordening. In het planMER zijn de verschillenden milieueffecten voor de zoekgebieden voor zon en wind geanalyseerd. De analyses resulteren per aspect in een effectbeoordeling in de vorm van kaarten die aangeven in hoeverre de zoekgebieden vanuit milieuperspectief kansrijk zijn. Voor het onderzoeken naar de haalbaarheid van windenergie is gekeken naar het volledige ontwikkelgebied van Bleizo-West.
Hiermee verschilt deze analyse van onderstaande analyse van de alternatieve locaties waarbij specifieke turbinelocaties zijn onderzocht. Voor de realisatie van windenergie op Bleizo-West vormen de beperkingen op het gebied van externe veiligheid de grootste belemmeringen. Hieronder wordt daarom eerst uitgebreider in op dit aspect. Externe Veiligheid Externe veiligheid gaat over het beheersen van risico’s voor mensen die zich in de nabijheid van risicobronnen (zoals windturbines) bevinden. Hierbij wordt onderscheid gemaakt tussen vastgelegde afstandscriteria en adviesafstanden zoals gehanteerd door beheerders (zoals TenneT). Onderstaand totaalbeeld van de haalbaarheid van windenergie binnen het ontwikkelgebied van Bleizo-West geeft toont de cumulatie van categorieën op het gebied van externe veiligheid. Het ontwikkelgebied in op de kaart in zwart omlijnd. Hierop is de zien dat het gebied waarbinnen de realisatie van windenergie kansrijk is beperkt is. Aan de Zuidzijde van de A12 is, in het midden van het ontwikkelgebied een klein gebied waarbinnen windenergie als kansrijk wordt beschouwd. Daarbuiten vormen de aanwezigheid van met name buisleidingen en hoogspanningsleidingen aanzienlijke belemmeringen voor realisatie van windenergie.
Aan de noordzijde van de A12 is de realisatie van windenergie voor een belangrijk deel niet kansrijk door de nabijheid van infrastructuur en kwetsbare objecten. Binnen dit gebied blijft een klein gebied over waar de realisatie van windenergie kansrijk is.
13
Figuur 5.2: Externe veiligheid Kansrijk: De als kansrijk beoordeelde vlakken voldoen aan de afstandscriteria voor externe veiligheid Kansrijk te maken: De vlakken kansrijk te maken geven aan dat er sprake is van overlap met adviesafstanden voor buisleidingen en hoogspanningsverbindingen en met de toetsings- en restrictievlakken die gelden vanuit de burgerluchtvaart en luchtmacht. Deze gebieden dienen bij voorkeur vermeden te worden vanuit milieuperspectief. Niet tot nauwelijks kansrijk: De als niet kansrijk beoordeelde gebieden (donkerpaars) zijn waarschijnlijk uitgesloten voor plaatsing van windturbines, vanwege veiligheidswetgeving. Deze (delen van de) zoekgebieden voldoen niet aan de grenswaarde van kwetsbare objecten en wettelijke normafstanden voor vaarwegen, spoorwegen, wegen en risico-inrichtingen of kunnen bij het falen van windturbines (bijvoorbeeld mastbreuk of afworp van een wiek) rampen veroorzaken door schade aan buisleidingen of chemische installaties (zoals opslagtanks). Hierdoor zijn windturbines op deze locaties dus waarschijnlijk niet vergunbaar. Buisleidingen: Voor buisleidingen met gevaarlijke stoffen geldt een veiligheidsadvies van 241m vanaf de hartlijn. Omdat hier geen vastgelegd veiligheidscriterium voor geldt, wordt overschrijding van de adviesafstand aangeduid als ‘kansrijk te maken’.
In het ontwikkelgebied van Bleizo-West hebben ondergrondse buisleidingen, met name aan de zuidzijde van de A12 een grote impact op de haalbaarheid van windenergie. Inpasbaarheid van winenergie binnen het afstandsadvies vraagt om extra onderzoek en overleg met de beheerder.
14
Hoogspanningsleidingen Voor hoogspanningsleidingen geldt een veiligheidsadvies van 241m vanaf de buitenste lijn. Omdat hier geen vastgelegd veiligheidscriterium voor geldt, wordt overschrijding van de adviesafstand aangeduid als ‘kansrijk te maken’. In het ontwikkelgebied van Bleizo-West hebben hoogspanningsleidingen en de nabijheid van het TenneT 380KV station een grote impact op de haalbaarheid van windenergie. In bovenstaande overzicht uit het MER bestaat het grootste gedeelte van de ‘kansrijk’ te maken gebied uit strijdigheid van het afstandsadvies ten aanzien van hoogspanningsleidingen. Inpassing van windenergie in de nabijheid van hoogspanningsleidingen of het 380KV station vraagt om nader onderzoek en afstemming met TenneT. In 2017 heeft TenneT aan Lansingerland gemeld dat het 380KV en de verbonden infrastructuur van groot belang is voor de leveringszekerheid in de regio. Bij uitval van electriciteitsinfrastructuur rondom Bleizo-West wordt de energievoorziening van meer dan 2.5 miljoen huishoudens getroffen. TenneT geeft daarbij aan dat zij de plaatsing van windturbines in de buurt van hun eigendommen alleen toe kunnen staan als de faalfrequentie niet toeneemt, een invloed van 0%. Eerdere initiatieven van windenergie op en rond Bleizo-West zijn met name hierdoor afgevallen. Kwetsbare bebouwing Onder kwetsbare bebouwing vallen o.a.
woningen, scholen, en gebouwen waarin doorgaans grote aantallen personen gedurende een groot gedeelte van de dag aanwezig zijn zoals grote bedrijven. Deze categorie heeft een grote impact op de haalbaarheid van windenergie op Bleizo-West ten noorden van de A12. Hiervan wordt een groot gedeelte uitgesloten vanwege veiligheidswetgeving, realisatie van windenergie hierbinnen is niet kansrijk. Spoor Voor spoorwegen en lightrail-verbindingen geldt een wettelijke afstandsnorm van 83m vanaf het hart van de spoorbaan. Het ontwikkelgebied van Bleizo-West wordt doorsneden door verschillende spoorwegverbindingen. Binnen de afstandsnorm is realisatie van windenergie is niet kansrijk. Wegen Voor spoorwegen en lightrail-verbindingen geldt een wettelijke afstandsnorm van 74m vanaf de rand van de weg. Het ontwikkelgebied van Bleizo-West wordt doorsneden door de A12. Het gebied binnen de afstandsnorm van 74M vanaf de rand van de weg valt, realisatie van windenergie hierbinnen is niet kansrijk Overige onderzoeksaspecten plan MER: Voor de toetsing van de technische haalbaarheid van windenergie op Bleizo-West is er zoals gezegd geen sprake van specifiek gedefinieerde turbineposities. Vanwege de omvang van het ontwikkelgebied en is het gebied in onderstaande analyse opgedeeld in Bleizo Hoefweg Noord, het ontwikkelgebied ten noorden van de A12, en Bleizo Hoefweg Zuid, ten zuiden van de A12.
15
Bleizo Hoefweg Noord
Bleizo Hoefweg Zuid
Natura 2000-gebieden en stikstofoverschrijding Natuurnetwerk Nederland (NNN) Overige gebieden (weidevogel-, ganzenrusten stiltegebieden) Broedvogels en niet-
Risico op vernietiging
Risico op vernietiging essentieel
broedvogels
essentieel leefgebied van
leefgebied van beschermde
beschermde soorten,
soorten, verstoring, sterfte.
verstoring, sterfte. Mitigatie
Mitigatie danwel compensatie zijn
danwel compensatie zijn
waarschijnlijk nodig.
waarschijnlijk nodig. Gestuwde vogeltrek
Risico vernietiging leefgebied,
Risico vernietiging leefgebied,
verstoring, sterfte. Mitigatie
verstoring, sterfte. Mitigatie
danwel compensatie zijn
danwel compensatie zijn
waarschijnlijk nodig.
waarschijnlijk nodig.
Gebied grotendeels niet
Slechts klein gedeelte niet kansrijk
kansrijk door de nabijheid van
door de nabijheid van woonkernen.
Vleermuizen Geluid
woonkernen binnen 300m. Woningbouw
Hierbij is nog geen rekening
Hierbij is nog geen rekening
gehouden met het
gehouden met het
Ontwikkelperspectief
Ontwikkelperspectief
Inpassing energieinfrastructuur Drinkwatergebieden Landschappelijke inpassing
Broedvogels en niet-broedvogels De kleuren geven het risico weer op sterfte door aanvaring met de windturbine. Dit is gebaseerd op kaarten van populaties van verschillende vogelsoorten. Om daadwerkelijk vast te stellen of plaatsing van windturbines een negatief effect heeft op vogels en vleermuizen is nader onderzoek per soort op specifieke locaties nodig. Gestuwde vogeltrek Risico’s zijn weergegeven op basis van kaarten waarop vogeltrek in beeld is gebracht. Om daadwerkelijk vast te stellen of plaatsing van windturbines op deze locatie een negatief effect heeft op vogels en vleermuizen is nader onderzoek per soort op specifieke locaties nodig. De locaties worden geduid als ‘kansrijk te maken’. Geluid In het MER worden geen berekeningen gemaakt voor geluid. In plaats daarvan wordt gerekend met afstandsvuistregels: de beoordeling van de zoekgebieden voor wind gebeurt op basis van de mate waarin de 16
zoekgebieden voor wind binnen of buiten de vuistregelafstand van 500m (woonkernen) en 300m (individuele woningen) liggen. Aan de noordzijde van de A12 valt een aanzienlijk gebied binnen de vuistregel van 300m nabij woonbebouwing buiten woonkern valt, realisatie van windenergie hierbinnen is niet kansrijk. Woningbouw Vanwege de grote woningbouwopgave in de provincie Zuid-Holland zijn voor dit MER mogelijke overlappingen tussen woningbouwlocaties en zoekgebieden voor zon en wind onderzocht. Hierbij is gekeken naar zogenaamde 3ha woningbouwlocaties. Dit zijn de woningbouwlocaties die groter zijn 3 hectare, zijn gelegen buiten bestaand stads- en dorpsgebied en zijn opgenomen in de provinciale Omgevingsverordening in de vorm van een kaart met ‘stippen’ van 3ha. Hierdoor is er in de MER geen rekening gehouden met de voorgestane woningbouw op Bleizo-West.
5.5.
Commerciële interesse
Het zoekgebied voor windenergie is sinds 2012 openbaar. Het gebied in Lansingerland is een van de weinige locaties in de regio waar ontwikkeling mogelijk zou zijn. In de periode 2017-2018 hebben wij meerdere ontwikkeltafels met ondernemers en twee ontwikkelaars van windenergie georganiseerd. Vanwege de complexiteit, het lage aantal turbines, de beperkte hoogte en lage ontwikkelpotentie van de locatie hebben deze ontwikkelaars zich uiteindelijk teruggetrokken. Daarna hebben zich geen andere geïnteresseerde ontwikkelaars gemeld. Dit sluit aan bij onderzoeken het algemene beeld in de markt. Er is weinig tot geen animo voor de ontwikkeling van solitaire turbines, zeker met een beperkte hoogte. Deze kennen een beperkt rendement en project- en aansluitkosten kunnen niet over meerdere turbines worden verdeeld. Energiecoöperaties kunnen vaak een lager rendement accepteren dan commerciële ontwikkelaars. Het is onbekend of deze locaties interessant zijn voor de coöperatie. Bovenstaande bevindingen blijven echter tijdsafhankelijk. Onder andere variaties in energieprijzen, grondstofprijzen etc. beïnvloeden de business case.
5.6.
Conclusie
In de afgelopen jaren is er veel onderzoek uitgevoerd naar de realisatie van windenergie binnen het zoekgebied en op Bleizo-West. Uitgebreide gesprekken met marktpartijen hebben geleid tot diverse initiatieven maar deze zijn door technische belemmeringen op niets uitgelopen. De beperkte kansrijkheid voor de realisatie van windenergie komt voornamelijk voort uit externe veiligheidsfactoren. Het vastgestelde ontwikkelperspectief PROEFtuin Bleizo vormt daarbij de belangrijkste beleidsmatige belemmering, de gebiedsontwikkeling nabij station Lansingerland-Zoetermeer is daarmee niet mee te combineren met windenergie.
6. Alternatieve locaties: toetsing technische en beleidsmatige haalbaarheid 6.1.
Beschrijving alternatieve locaties voor windenergie
Gezien de complexiteit binnen het zoekgebied heeft Gemeente Lansingerland een gemeentebreed haalbaarheidsonderzoek uit laten voeren naar technisch mogelijke alternatieve plaatsingslocaties van windturbines (T21.02744). Het grootste gedeelte van de met dit onderzoek geïdentificeerde locaties acht de gemeente om landschappelijke en maatschappelijke redenen onhaalbaar (BW2100156). Dit betreft 17
bijvoorbeeld locaties in het Hoge Bergsche Bos of nabij woonkernen. Drie locaties, allen gelegen in de A12 zone, zijn aangewezen voor nader onderzoek. De meest westelijke locatie (groen in de kaart hieronder) ligt binnen het zoekgebied in de waterpartij tussen de A12 / HSL / Hoogvliet (hierna ‘Hoogvliet locatie’). Op deze locatie is de turbinetype van 145m. mogelijk, maar de 220m. variant niet. De tweede locatie (blauw) ligt direct ten noorden van de A12 in het agrarisch gebied Rottezoom (hierna ‘Rottezoom locatie’). Beide types worden hier niet uitgesloten. De derde locatie (rood) ligt in het water van het Rottemerengebied direct grenzend aan bedrijventerrein Klappolder, direct ten zuiden van de A12 (hierna ‘Klappolder locatie’). Op deze locatie is de 220m. variant niet mogelijk.
Figuur 6.1: De drie alternatieve turbineposities
6.2.
Toetsing provinciaal beleid
Voor de realisatie van windenergie is het provinciaal omgevingsbeleid zoals uiteengezet in paragraaf 4.1 van toepassing. Tevens zijn in de omgevingsverordening landschappelijke beschermingsgebieden aanwezen. Omdat turbineposities 2 en 3 in dergelijke gebieden zijn gepositioneerd, is ook het beleid hieromtrent relevant.
18
Figuur 6.2: Uitsnede omgevingsverordening Provincie Zuid-Holland (in werking per 1 februari 2023) Artikel 6.2.2: Categorie 2 – Groene buffer Binnen groene buffers zijn ruimtelijke ontwikkelingen mogelijk voor zover dit geen grootschalige ontwikkelingen behelzen en de bufferfunctie blijkens een afdoende motivering niet onevenredig wordt verstoord. In de motivering worden de volgende kwaliteiten betrokken: - de functie van het gebied als tegenhanger van de stedelijke verdichting en stedelijke dynamiek; - de identiteit die het gebied verleent aan de nabij gelegen stedelijke omgeving; - de bescherming die het gebied biedt tegen grootschalige stedelijke ontwikkeling; - de recreatieve gebruiks- en belevingswaarde en de contrastkwaliteit met het stedelijk gebied.
Categorie 2 – Recreatiegebied Een bestemmingsplan voor een locatie binnen recreatiegebied waarvan de plaats geometrisch is bepaald en verbeeld op kaart 14 in bijlage II, kan voorzien in nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen voor zover: - de ontwikkeling geen beperking oplevert voor de openbare toegankelijkheid van het gebied, rekening houdend met het huidige gebruik van het gebied; - de ontwikkeling gericht is op de vergroting van de diversiteit en de kwaliteit van het recreatiegebied en ook de recreatieve waarde van het gebied zal versterken; - de ontwikkeling past bij de uitstraling en het recreatieve gebruik van het gebied; - de ontwikkeling bijdraagt aan de samenhang tussen binnenstedelijke en buitenstedelijke groen- en waterstructuren; - de ontwikkeling zo mogelijk gekoppeld wordt aan recreatie knooppunten en cultuurhistorisch erfgoed. Artikel 6.2.8: Cultureel Erfgoed - (Bijzondere) Molenbiotoop Molenbiotopen vormen een belangrijk zichtelement in het Nederlandse landschap. Een bestemmingsplan nabij een molenbiotoop dient daarom te voldoen aan voorwaarden met betrekking tot windvang en het zicht 19
op de molen. Binnen een cirkel van 400 meter zijn hoogtebeperkingen van toepassing. Molen 3 van de molenviergang in Zuidplas bevindt zich het dichtst bij turbinepositie 3. Op 400 meter afstand mag hier tot 2,8 meter boven NAP worden gebouwd. Turbinepositie 3 bevindt zich binnen een straal van 400-500 meter hiervandaan en valt dus buiten de formele contour van 400 meter. Gezien de beperkte toegestane bouwhoogte op 400 meter afstand is het echter de vraag of binnen geringe afstand wel een bouwwerk van 100+ meter kan verrijzen. Om deze reden hanteert de provincie in de MER een richtafstand van 1000 meter. Daar vallen zowel positie 2 als 3 binnen. Dit zou nader moeten worden getoetst door de provincie. Op circa 400-500 meter van turbinepositie 2 bevindt zich ook een molen met de status van rijksmonument (Rottedijk 19. Monumentnummer: 9631). In lijn met bovenstaande afstandsnormen zal nader moeten worden onderzocht of realisatie van een windturbine op deze afstand toegestaan is. Turbinepositie 1
Turbinepositie 2
Turbinepositie 3
Beleid provincie Zoekgebied voor
Binnen zoekgebied
windenergie
Wijziging verordening
Wijziging verordening
nodig
nodig
Ruimtelijke
Geen lijnopstelling van
Geen lijnopstelling van
Geen lijnopstelling van
samenhang
min. 3, cluster of
min. 3, cluster of andere
min. 3, cluster of andere
andere ruimtelijke
ruimtelijke samenhang.
ruimtelijke samenhang
samenhang. Geen
Te grote afstand voor
Te grote afstand voor
samenhang met turbines
samenhang met turbines
samenhang met turbines
Lansinghage
Lansinghage
Lansinghage
Aansluiting bij
Aansluiting A12,
Aansluiting A12
Aansluiting A12,
lijnelementen
bedrijventerrein
bedrijventerrein
grootschalige infrastructuur Groene Hart
Voldoet niet aan voorwaarden voor plaatsing in Groene Hart (lijn/cluster). Provincie ondersteunt geen uitbreiding van zoekgebieden in Groene Hart.
Beschermingscategorie
Niet passend. Geen
Niet passend. Geen
2 – Groene buffer
grootschalige
grootschalige
ontwikkeling, dient aan
ontwikkeling, dient aan
te sluiten bij groene
te sluiten bij groene
bufferfunctie
bufferfunctie
Beschermingscategorie
Niet passend. O.a. geen
2 – Recreatie
versterking van uitstraling van recreatieve functie
Cultuurhistorisch
Nabij afstandsnormen
Nabij afstandsnormen
landschap
molenbiotopen
molenbiotopen
20
6.3.
Toetsing gemeentelijk beleid
Impact omwonenden / maatschappelijk draagvlak Met name de inwoners van Kruisweg bevinden zich relatief dichtbij de alternatieve locaties. Alle drie de alternatieve locaties bevinden zich buiten de beleidsmatige afstandsnorm van 650m. Daarbij moet worden opgemerkt dat deze afstandsnorm in 2018 is opgesteld op basis van de toen gangbare turbinehoogtes. Er wordt niet voorzien in hoe dit geïnterpreteerd moet worden bij de huidige gangbare types met hogere tiphoogte. De analyse naar invloed van turbinepositie 1 op Bleizo-West laat zien dat deze turbine invloed heeft op Kruisweg op het gebied van geluid en slagschaduw. Op het gebied van geluid blijft dit binnen de norm van 47 dB Lden. Op het gebied van slagschaduw laat dit onderzoek zien dat de Kruisweg slagschaduw zal ervaren, waarbij dit voor een deel van het gebied buiten de formele norm zal vallen. Hiervoor zouden stilstandvoorziening en/of aanpassingen aan de gebouwen mogelijk noodzakelijk zijn om de overlast te beperken. In een eerste reactie op dit onderzoek geeft het bestuur van bewonersvereniging Kruisweg aan zich zorgen te maken hierover. Daarnaast leven er vragen over mogelijke overlast door obstakelverlichting op windturbines. Er is bij deze inwoners geen draagvlak voor windturbines op deze locaties.
Koersdocument landschapspark Rottemeren Het Recreatieschap Rottemeren heeft in het document ‘Ruimte voor een groenblauwe toekomst’ het kader en de koers voor het recreatieve landschapspark Rottemeren opgenomen. Dit bevat ook bepalingen over grootschalige energieopwekking: “Grootschalige energieopwekking geeft het beeld van een geïndustrialiseerd landschap en sluit niet aan bij de koers en ambities voor de Rottemeren. Daarom wordt ervoor gekozen geen grootschalige complexen van zonnevelden en windmolenparken in het landschapspark toe te laten. Er wordt wel, waar mogelijk, gestreefd naar het leveren van kleinschalige bijdragen aan de energietransitie, passend bij de schaal van het landschap en bijdragend aan de ambities van de Rottemeren. Zoals wilgenplantages voor biomassa, kleinschalige individuele windmolens, zonnepanelen op daken van bestaande bebouwing en warmte-koude opslag in de bodem en het water.” Grootschalige windturbines passen derhalve niet binnen de koers voor het landschapspark Rottemeren. Nabijheid Gemeente Zuidplas Gemeente Zuidplas heeft vastgesteld dat zij geen ruimte zien voor windenergie binnen de gemeentegrenzen. Wij nemen deze factor mee in de overweging, aangezien met name posities 2 en 3 nabij de gemeentegrens zijn. De turbineposities bevinden zich op korte afstand van gebieden in deze gemeente met hoge recreatieve en cultuurhistorische waarde.
Ook buurgemeente Zoetermeer heeft besloten geen ruimte voor windenergie te zien, anders dan de drie bestaande turbines.
21
Turbinepositie 1
Turbinepositie 2
Turbinepositie 3
Beleid Lansingerland Ruimtelijke samenhang
Geen lijnopstelling of
Geen lijnopstelling of
Geen lijnopstelling of
andere ruimtelijke
andere ruimtelijke
andere ruimtelijke
samenhang
samenhang
samenhang
Niet in of bij kwetsbaar
In recreatiegebied
In recreatiegebied
landschap van natuur of
Rottemeren, waar
Rottemeren, waar
recreatie.
windturbines zijn
windturbines zijn
Niet in landschapspark
uitgesloten. Significant
uitgesloten. Significant
Rottemerengebied
negatief effect op
negatief effect op
kwetsbaar landschap.
kwetsbaar landschap.
Aansluiting
Aansluiting A12,
Aansluiting A12,
Aansluiting A12,
lijnelementen
hoogspanningsleidingen,
hoogspanningsleidingen
hoogspanningsleidingen,
technische
railinfrastructuur en
en railinfrastructuur.
railinfrastructuur en
infrastructuur (A12),
bedrijventerrein
Geen samenhang met
bedrijventerrein
hoogspanningsleidingen,
grootschalig
railinfrastructuur.
bedrijventerrein of
Voorkeur grootschalige
kassengebied
bedrijventerreinen of kassengebied. Geen grootschalige scheidslijn tussen land en water creëren Omwonenden moeten
Kansen voor financiële
Kansen voor financiële
Kansen voor financiële
mee kunnen profiteren
participatie omgeving
participatie omgeving /
participatie omgeving /
gebiedsfonds
gebiedsfonds
Impact omwonenden /
Nabij inwoners Kruisweg,
Nabij inwoners Kruisweg,
maatschappelijk
buiten harde
buiten harde
draagvlak
richtafstanden.
richtafstanden. Mogelijk
Turbinepositie 1 geeft
overschrijding van normen
slagschaduwoverlast,
slagschaduw. Geen
overschrijding van norm is
draagvlak bij deze
waarschijnlijk. Geen
inwoners.
draagvlak bij deze inwoners.
Passendheid met
Sterke impact op
voorgestane
ontwikkelgebied Bleizo-
gebiedsontwikkeling
West door slagschaduw,
Bleizo-West
geluid en externe veiligheid
Buurgemeenten
Nabij Gemeente
Nabij Zuidplas
Zuidplas (kwetsbaar
(kwetsbaar landschap),
landschap),
windturbines daar
windturbines daar
uitgesloten
uitgesloten
22
6.4.
Hoogtebeperkingen
Uit het onderzoek naar plaatsingsmogelijkheden binnen de gemeente bleek dat een of meerdere zogenaamde toetsvlakken vanuit de luchthaven Rotterdam The Hague Airport de gehele gemeente beslaan en windturbines deze zouden doorkruisen. Om deze reden is door adviesbureau To70 een aeronautische quick scan uitgevoerd voor de drie alternatieve locaties (T23.02773). Uit deze quick scan blijkt dat drie toetsvlakken worden doorkruist. Dit adviesbureau maakte een inschatting van de kans op acceptatie.
Figuur 6.3: conflicterende toetsvlakken uit aeronautische quick scan De kans op acceptatie van een turbine tot circa 190m. tiphoogte wordt ‘redelijk tot groot’ ingeschat. De kans op acceptatie van een turbine met 220m. tiphoogte wordt ‘redelijk tot klein’ ingeschat. Dit model is alleen mogelijk op turbinepositie 2. Daadwerkelijke toetsing zal bij een specifiek initiatief moeten worden uitgevoerd door: - Toetsing verstoring VOR door luchtverkeersleiding Nederland (LVNL) - Toetsing verstoring radars door Ministerie van Defensie/LVNL/TNO - Toetsing door Inspectie Leefomgeving & Transport Deze drie instanties dienen hun goedkeuring te verlenen. Turbinepositie 1 Hoogtebeperkingen
Turbinepositie 2
Turbinepositie 3
Tot ca. 190m. tiphoogte is de
Tot ca. 190m. tiphoogte is
Tot ca. 190m. tiphoogte is
kans op ontheffing ‘redelijk tot
de kans op ontheffing
de kans op ontheffing
groot’. Nader onderzoek nodig.
‘redelijk tot groot’. Nader
‘redelijk tot groot’. Nader
Turbine met een tiphoogte van
onderzoek nodig.
onderzoek nodig. Turbine
220m. technisch niet mogelijk.
‘Redelijk tot kleine’ kans
met een tiphoogte van
op acceptatie van een
220m. technisch niet
turbine met een tiphoogte
mogelijk.
van 220m.
6.5.
Plan MER Module Energietransitie
In het planMER zijn de verschillenden milieueffecten voor de zoekgebieden voor zon en wind geanalyseerd. De analyses resulteren per aspect in een effectbeoordeling in de vorm van kaarten die aangeven in hoeverre de zoekgebieden vanuit milieuperspectief kansrijk zijn. Daarbij worden de volgende classificaties gehanteerd: (Redelijk) kansrijk Matig kansrijk tot kansrijk te maken Niet tot nauwelijks kansrijk De beoordeling van het zoekgebied voor windenergie uit de RES Rotterdam Den Haag voor de verschillende aspecten is weergegeven in Tabel 1. 23
Turbinepositie 1
Turbinepositie 2
Turbinepositie 3
Natura 2000-gebieden en stikstofoverschrijding
Natuurnetwerk Nederland (NNN) Overige gebieden (weidevogel-, ganzenrust- en stiltegebieden) Broedvogels en niet-
Risico op vernietiging
Niet tot nauwelijks kansrijk.
Niet tot nauwelijks
broedvogels
essentieel leefgebied
Ernstige verstoring en sterfte
kansrijk. Ernstige
van beschermde
van beschermde soorten.
verstoring en sterfte van
soorten, verstoring,
Effecten waarschijnlijk niet
beschermde soorten.
sterfte. Mitigatie danwel
voldoende te mitigeren of te
Effecten waarschijnlijk
compensatie zijn
compenseren
niet voldoende te
waarschijnlijk nodig.
mitigeren of te compenseren
Gestuwde vogeltrek
Risico vernietiging
Risico vernietiging leefgebied,
Risico vernietiging
leefgebied, verstoring,
verstoring, sterfte
leefgebied, verstoring,
sterfte
sterfte
Vleermuizen Geluid Woningbouw Externe veiligheid
Niet kansrijk i.v.m.
Binnen richtafstanden van
Binnen richtafstanden
veiligheid,
objecten
van objecten
Aantasting waardevolle
Aantasting
cultuurhistorische
waardevolle
landschappen
cultuurhistorische
waarschijnlijk niet vergunbaar. Sluit aan bij oordeel TenneT. Inpassing energieinfrastuctuur Drinkwatergebieden Landschappelijke inpassing
landschappen
Korte toelichting op oranje en rode thema’s: Broedvogels en niet-broedvogels De kleuren geven het risico weer op sterfte door aanvaring met de windturbine. Dit is gebaseerd op kaarten van populaties van verschillende vogelsoorten. Om daadwerkelijk vast te stellen of plaatsing van windturbines een negatief effect heeft op vogels en vleermuizen is nader onderzoek per soort op specifieke locaties nodig.
24
Rood geeft aan: Het zoekgebied ligt (deels) in een concentratiegebied van beschermde soorten en leidt daardoor mogelijk tot sterfte, verstoring en/of verlies van essentieel leefgebied. De effecten zijn waarschijnlijk niet voldoende te mitigeren of compenseren. Oranje geeft aan: Er is een risico op vernietiging van essentieel leefgebied van beschermde soorten, of verstoring en/of sterfte van individuen. Mitigatie dan wel compensatie zijn waarschijnlijk nodig. Gestuwde vogeltrek Risico’s zijn weergegeven op basis van kaarten waarop vogeltrek in beeld is gebracht. Om daadwerkelijk vast te stellen of plaatsing van windturbines op deze locatie een negatief effect heeft op vogels en vleermuizen is nader onderzoek per soort op specifieke locaties nodig. De locaties worden geduid als ‘kansrijk te maken’. Externe veiligheid Mogelijke risico’s rond een windturbine zijn mastbreuk, het afbreken van de gondel en de afworp van een wiek. De hoogte van het risico hangt af van veel factoren (afstand tot de windturbine, faalkans van de windturbine, aantal mensen aanwezig, et cetera). Maar ook wordt het risico bepaald door vervolgscenario's die bij het afwerpen van een wiek kunnen optreden. Als een andere risicobron (bedrijf of buisleiding) geraakt wordt door een afgeworpen wiek kunnen soms grotere effecten ontstaan dan de schade die door de wiek zelf wordt veroorzaakt.
Er is gerekend met een tabel van standaard afstanden tot verschillende bronobjecten. Deze afstanden hangen af van de grootte van de model. Turbinepositie 1 is beoordeeld als “niet kansrijk” (rood) en is waarschijnlijk niet vergunbaar vanwege veiligheidswetgeving. Positie 2 en 3 zijn bestempeld als “kansrijk te maken”. Deze locaties voldoen niet aan de adviesafstanden voor buisleidingen en hoogspanningsverbindingen. Deze gebieden dienen bij voorkeur vermeden te worden vanuit milieuperspectief. N.b. De geïdentificeerde belemmeringen sluiten ook aan bij het signaal dat TenneT ons heeft gegeven. TenneT toetste de risico’s van turbinepositie 1 (en twee posities buiten scope van dit onderzoek). Zij kunnen in principe niet instemmen met ontwikkeling van windenergie op deze locaties door het veiligheidsrisico m.b.t. de hoogspanningsinfrastructuur. Nader onderzoek zou moeten uitwijzen of deze risicokans tot nul kan worden gereduceerd. Landschappelijke inpassing Rode gebieden sluiten niet goed aan bij de plaatsingsvisie en/of liggen binnen de directe invloedssfeer van geselecteerde cultuurhistorische landschappen, zoals molenbiotopen. Positie 2 en 3 worden daarbij als ‘niet tot nauwelijks kansrijk’ bestempeld. Zie hiervoor bovenstaande analyse van de passendheid binnen provinciaal beleid.
Gezien de grote bouwhoogte hanteert de provincie een richtafstand van 1000 meter, in plaats van de formele norm van 400 meter in het provinciale omgevingsbeleid. Ontwikkelperspectief Bleizo-West geen onderdeel van MER Bij de MER-uitkomsten voor de alternatieve locaties moet worden opgemerkt dat hierbij geen rekening is gehouden met het ontwikkelperspectief PROEFtuin voor Bleizo-West. Met name alternatieve locatie 1 bevindt zich vrij dicht op het Bleizo-gebied en heeft in ieder geval negatieve invloed op dit gebied als het gaat om geluid, externe veiligheid en slagschaduw. De volgende paragraaf bevat een nadere analyse.
25
6.6.
Invloed alternatieve locaties op ontwikkelperspectief Bleizo-West
Alternatieve positie 1 bevindt zich nabij ontwikkelgebied Bleizo-West. Om deze reden is in 2022 onderzoek gedaan naar de effecten van de realisatie van een potentiële turbine op deze locatie op het ontwikkelgebied (T23.02298). Hierbij zijn geluid, slagschaduw en externe veiligheidsrisico’s beoordeeld. Er is gerekend met twee (relatief stille) turbinetypes, met een tiphoogte van 180 en 220 meter. Dit hoofdstuk bevat een samenvatting. Zie het onderzoeksrapport voor een meer volledige beschrijving. Alleen de variant van 180 meter tiphoogte wordt hier beschreven, aangezien het type met 220 meter tiphoogte om technische redenen uitgesloten is op deze locatie. Voor de vaststelling van milieunormen voor windturbines in het Activiteitenbesluit en –regeling had het Rijk een plan-MER moeten uitvoeren. Aangezien dit niet is gebeurd, is de procedure voor de totstandkoming van deze normen niet correct doorlopen. Deze normen mogen dus niet zonder meer worden gebruikt. Per project kan het bevoegd gezag nu, onder voorwaarden, een norm opstellen als wordt besloten over een ruimtelijk plan voor windturbines. In dit hoofdstuk wordt vooralsnog uitgegaan van de normen die staan beschreven in het Activiteitenbesluit milieubeheer.
Geluid Voor het onderwerp geluid zijn berekeningen uitgevoerd conform het Reken- en meetvoorschrift windturbines. De wettelijke geluidsnormen waar een windinitiatief aan moet voldoen, zijn 47 dB L den en 41 dB Lnight. Lden staat voor Level day, evening, night, ofwel het tijdgewogen jaargemiddelde geluidniveau in de dag, avond en nachtperiode. In de praktijk is de 47 dB Lden norm normaal gezien het meest bepalend. Het onderzoek is gedaan op basis van een relatief stil windturbine type met een tiphoogte van 180 meter. Indien andere type turbines zouden worden geplaatst, kan dat een vergroting van de hindergebieden betekenen. In deze analyse is alleen gerekend met het geluid van de windturbine. Er is dus geen rekening gehouden met cumulatie van bestaande geluidsbronnen, zoals de nabijgelegen rijksweg A12, spoorlijn, metrolijn en windpark Lansinghage. De norm voor geluidsgevoelige objecten zoals woningen is 47 dB L den; de oranje cirkel in onderstaande figuur. Binnen dit gebied zijn aanvullende maatregelen nodig, zoals een of meerdere dove gevels. Onderstaande figuur geven de geluidsbelastingscontouren van de turbine weer. Alleen de geluidsbelasting van de turbine overschrijdt de norm voor een beperkt stuk van het ontwikkelgebied. In verband met cumulatie met de andere aanwezige geluidsbronnen zal dit een belangrijk aandachtspunt vormen.