CConstaterende datLansingerland
Koppel je AI →
Document · PDF

[T22.06560] Vast te stellen bestemmingsplan "Noordeindseweg 368"

Gemeenteraad 26 januari 2023, gemeente LansingerlandBij agendapunt: Vaststelling bestemmingsplan "Noordeindseweg 368”, te Berkel en Rodenrijs21.840 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

de maximale grondoppervlakte van de gebouwen en overkappingen niet meer bedraagt dan 150 m2, indien de oppervlakte van het perceelsgedeelte met de bestemming 'Wonen', buiten Bestemmingsplan “Noordeindseweg 368” Regels Vast te stellen – 18 november 2022

19

het bouwvlak, meer dan 500 m2 bedraagt; 4. en het perceelsgedeelte met de bestemming 'Wonen', buiten het bouwvlak, voor niet meer dan 50% van de oppervlakte wordt bebouwd en minimaal 35 m 2 onbebouwd en onoverdekt blijft; e. in afwijking van het bepaalde onder a tot en met d is ter plaatse van de aanduiding 'bijgebouwen' een bijgebouw toegestaan, waarvan de maximale grondoppervlakte niet meer mag bedragen dan de bestaande grondoppervlakte, en de bouw- en goothoogte niet meer mag bedragen dan ter plaatse middels de aanduiding 'maximale goot- en bouwhoogte (m)' is aangegeven dan wel de bestaande bouw- en goothoogte voor zover die aanduiding niet is aangegeven.

4.2.5

Andere bouwwerken

Er mogen andere bouwwerken worden gebouwd, waarbij buiten het bouwvlak de bouwhoogte niet meer mag bedragen dan: a. 1 m voor erf- en terreinafscheidingen en andere bouwwerken voor de voorgevelrooilijn; b. 2 m voor erf- en terreinafscheidingen achter de voorgevelrooilijn; c. 3 m voor overige andere bouwwerken.

4.3

Nadere eisen

Burgemeester en wethouders kunnen nadere eisen stellen aan de afmeting en positie van gebouwen en andere bouwwerken, ten behoeve van het behoud of het herstel van het doorzicht naar het achterland.

4.4

Afwijken van de bouwregels

Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van de bouwregels voor:

4.4.1

Aanbouwen, bijgebouwen en overkappingen (inclusief garageboxen)

a. de bouw van een vrijstaand bijgebouw en/of overkapping op een kortere afstand tot de achtergevelrooilijn van de woning indien de diepte van het perceel gemeten uit de achtergevelrooilijn van de woning minder dan 9 m bedraagt; b. de bouw van een kap op een aanbouw, waarbij: 1. de dakhelling niet meer mag bedragen dan de dakhelling van de bijbehorende woning; 2. de goothoogte niet meer mag bedragen dan de hoogte van de eerste bouwlaag van de bijbehorende woning; 3. de bouwhoogte niet meer mag bedragen dan de goothoogte van de bijbehorende woning; c. de bouw van een kap op een vrijstaand bijgebouw, op voorwaarde dat: 1. de bouwhoogte niet meer bedraagt dan 5 m; 2. de goothoogte niet meer bedraagt dan 3 m; d. de bouw van andere bouwwerken zoals borstweringen met een hoogte van maximaal 1 m, gemeten vanaf het betreedbaar oppervlak, op een aanbouw.

4.4.2

Voorwaarden

De genoemde afwijkingen bij een omgevingsvergunning kunnen slechts worden verleend mits:

Bestemmingsplan “Noordeindseweg 368” Regels Vast te stellen – 18 november 2022

20

a. de geluidsbelasting op de gevel van geluidsgevoelige gebouwen niet hoger zal zijn dan de daarvoor geldende grenswaarde uit de Wet geluidhinder of de vastgestelde hogere grenswaarde; b. geen onevenredige aantasting plaatsvindt van: 1. de kwaliteit van de openbare ruimte, zoals een samenhangend straat- en bebouwingsbeeld; 2. de verkeersveiligheid; 3. de sociale veiligheid; 4. het aantal parkeervoorzieningen; 5. de functionele en ruimtelijke structuur, zoals aansluiting op (structurele) groenelementen en waterelementen; 6. de bebouwingsmogelijkheden, gebruiksmogelijkheden en/of bezonning van de aangrenzende gronden en bouwwerken; 7. het milieu; c. de verkeersaantrekkende werking hiervan in overeenstemming is met de functie en vormgeving van de wegen in de nabije omgeving; d. op een goede wijze in de parkeerbehoefte wordt voorzien.

4.5

Specifieke gebruiksregels

4.5.1

Strijdig gebruik

Tot een gebruik, strijdig met deze bestemming, zoals bedoeld in artikel 10, wordt in ieder geval gerekend het gebruik van: a. gronden en/of bouwwerken voor de uitoefening van een aan huis verbonden bedrijf.

4.5.2

Beroep aan huis

Tot een gebruik strijdig met deze bestemming, zoals bedoeld in artikel 10, wordt gerekend het gebruik van gedeelten van de woning, aanbouwen en/of bijgebouwen voor een beroep aan huis, voor zover niet aan de volgende randvoorwaarden wordt voldaan: a. de woonfunctie dient in overwegende mate gehandhaafd te blijven (met name ingeval de beroepsmatige werkruimte in het hoofdgebouw wordt gerealiseerd); b. de beroepsmatige activiteiten dienen te geschieden door degene die op het perceel woonachtig is; c. de totale brutovloeroppervlakte mag per perceel niet meer dan 25% bedragen met een maximum van 50 m²; d. er mag geen onevenredige afbreuk worden gedaan aan het woon- en leefmilieu in de omgeving; e. in de omgeving mag geen onevenredige toename van de verkeersbelasting optreden; f. er mogen geen vergunningplichtige activiteiten ingevolge de Wet milieubeheer/Wet algemene bepalingen omgevingsrecht plaatsvinden; g. er mogen geen detailhandelsactiviteiten plaatsvinden; h. op eigen terrein dient te worden voorzien in de eigen parkeerbehoefte, naast het oorspronkelijk aantal parkeerplaatsen op eigen terrein voor de woonfunctie; i.

binnen de bestemming worden uitsluitend functies toegestaan met een maximale milieucategorie 1 zoals bedoeld in Bijlage 2 Staat van Bedrijfsactiviteiten voor aan huis gebonden bedrijven en beroepen, voor zover de bedrijven in de bedoelde lijst niet zijn doorgehaald.

4.5.3

Parkeren

Ten aanzien van parkeren geldt het bepaalde in artikel 10, lid 10.6. Bestemmingsplan “Noordeindseweg 368” Regels Vast te stellen – 18 november 2022

21

4.6

Afwijken van de gebruiksregels

4.6.1

Bedrijf aan huis

Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van de gebruiksregels voor het gebruik van gedeelten van de woning, aanbouwen en/of bijgebouwen voor de uitoefening van een bedrijf aan huis, mits: a. de woonfunctie in overwegende mate blijft gehandhaafd; b. de effecten van het bedrijf / de bedrijfsactiviteiten geen onevenredige afbreuk doen aan het woonen leefmilieu in de directe omgeving, zoals: 1. ambachtelijke en/of verzorgende bedrijven genoemd in milieucategorie 1 van de als bijlage 2 bij deze planregels opgenomen “Staat van bedrijfsactiviteiten voor aan huis gebonden bedrijven en beroepen”, voor zover de bedrijven in de bedoelde lijst niet zijn doorgehaald, of daarmee naar de aard (qua milieuplanologische hinder) gelijk te stellen bedrijven/bedrijfsactiviteiten; 2. bedrijven/bedrijfsactiviteiten die, op basis van de Wet milieubeheer/Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, niet vergunningplichtig zijn; c. de totale brutovloeroppervlakte per perceel niet meer dan 25% bedraagt met een maximum van 50 m²; d. de bedrijfsactiviteiten geschieden door degene die op het perceel woonachtig is; e. het bedrijf / de bedrijfsactiviteiten geen verkeersaantrekkende werking hebben; f. op eigen terrein wordt voorzien in de eigen parkeerbehoefte naast het oorspronkelijk aantal parkeerplaatsen op eigen terrein voor de woonfunctie; g.

er detailhandelsactiviteiten mogen plaatsvinden, op voorwaarde dat: 1. er sprake is van detailhandel in goederen die ter plaatse worden vervaardigd; 2. het detailhandel betreft als ondergeschikt en niet zelfstandig onderdeel van de bedrijfsvoering; 3. de detailhandel geen onevenredige afbreuk doet aan het voorzieningenniveau binnen de gemeente.

4.6.2

Detailhandel bij beroep aan huis

Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van de gebruiksregels voor het medegebruik van een beroepsmatige werkruimte bij woningen voor detailhandelsactiviteiten, op voorwaarde, dat: a. er sprake is van detailhandel in goederen die ter plaatse worden vervaardigd; b. het detailhandel betreft als ondergeschikt en niet zelfstandig onderdeel van de bedrijfsvoering; c. de detailhandel geen onevenredige afbreuk doet aan het voorzieningenniveau binnen de gemeente.

4.6.3

Voorwaarden

De genoemde afwijkingen bij een omgevingsvergunning kunnen slechts worden verleend mits: a. de geluidsbelasting op de gevel van geluidsgevoelige gebouwen niet hoger zal zijn dan de daarvoor geldende grenswaarde uit de Wet geluidhinder of de vastgestelde hogere grenswaarde; b. geen onevenredige aantasting plaatsvindt van: 1. de kwaliteit van de openbare ruimte, zoals een samenhangend straat- en bebouwingsbeeld; 2. de verkeersveiligheid; Bestemmingsplan “Noordeindseweg 368” Regels Vast te stellen – 18 november 2022

22

3. de sociale veiligheid; 4. het gewenste voorzieningenniveau; 5. de functionele en ruimtelijke structuur, zoals aansluiting op (structurele) groenelementen en waterelementen; 6. de bebouwingsmogelijkheden, gebruiksmogelijkheden en/of bezonning van de aangrenzende gronden en bouwwerken; 7. het milieu; c. de verkeersaantrekkende werking in overeenstemming is met de functie en vormgeving van de wegen in de nabije omgeving; d. voorzien wordt in de (extra) parkeerbehoefte.

Bestemmingsplan “Noordeindseweg 368” Regels Vast te stellen – 18 november 2022

23

Artikel 5 5.1

Waarde - Archeologie 1

Bestemmingsomschrijving

De voor 'Waarde - Archeologie 1' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor behoud van de (potentieel) aanwezige archeologische waarden.

5.2

Bouwregels

Op de in lid 5.1 bedoelde gronden is uitsluitend bebouwing toegestaan voor zover geen bouwwerkzaamheden dienen te worden verricht die dieper reiken dan 0,50 m beneden het maaiveld en die een grondoppervlakte bestrijken die groter is dan 100 m 2 en tevens wordt voldaan aan de bepalingen van de onderliggende bestemming(en).

5.3

Afwijken van de bouwregels

5.3.1

Afwijken

Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van de bouwregels voor de bouw van bouwwerken ten behoeve van de onderliggende bestemming(en).

5.3.2

Voorwaarden

De genoemde afwijkingen bij een omgevingsvergunning kunnen slechts worden verleend mits: a. door de bouwwerken geen onevenredige afbreuk zal worden gedaan aan de archeologische (verwachtings)waarden van het gebied of een afweging van de in het geding zijnde belangen tot uitkomst heeft dat, onverminderd het elders in het plan bepaalde, een b. afwijking in alle redelijkheid niet kan worden geweigerd; c. vooraf schriftelijk advies wordt ingewonnen bij de betreffende archeologisch deskundige; d. voldaan wordt aan de bepalingen van de onderliggende bestemming(en). In afwijking van het bepaalde onder a en b kan de afwijking bij een omgevingsvergunning worden verleend indien voor de werkzaamheden voortvloeiend uit de bouwaanvraag reeds een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden als bedoeld in lid 5.4 is verleend en voor het overige wordt voldaan aan het bepaalde onder c.

5.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 5.4.1

Verbod

Het is verboden op of boven de in lid 5.1 genoemde gronden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren: a. het aanleggen en/of verharden van gronden, zoals wegen, fiets- en voetpaden en oppervlakteverhardingen van meer dan 100 m2; b. het uitvoeren van grondbewerkingen, zoals afgraven, woelen, mengen, diepploegen, ontginnen, bodemverlagen, ophogen of egaliseren van de bodem en aanleggen van (drainage)leidingen; Bestemmingsplan “Noordeindseweg 368” Regels Vast te stellen – 18 november 2022

24

c. het aanbrengen van diepwortelende beplantingen en/of bomen; d. het op een of andere wijze indrijven van voorwerpen, met uitzondering van heipalen; e. het aanleggen van boven- of ondergrondse transport-, energie-, of telecommunicatieleidingen anders dan in de bestemmingsomschrijving is aangegeven, en het aanbrengen van daarmee verband houdende constructies, installaties of apparatuur; f. het aanleggen, vergraven, verruimen of dempen van sloten, vijvers en andere wateren; g. het aanleggen van geluidswallen; h. het verhogen of verlagen van de grondwaterstand.

5.4.2

Uitzonderingen

Het verbod als bedoeld in lid 5.4.1 is niet van toepassing op werken of werkzaamheden die: a. betrekking hebben op normaal onderhoud en beheer ten dienste van de onderliggende bestemming; b. reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van het van kracht worden van dit plan; c. mogen worden uitgevoerd krachtens een verleende omgevingsvergunning; d. noodzakelijk zijn voor de uitvoering van een bouwplan waarvoor een omgevingsvergunning is verleend, zoals bedoeld in 5.3; e. betrekking hebben op een grondoppervlakte van minder dan 100 m 2 en tevens wordt voldaan aan de bepalingen van de onderliggende bestemming(en).

5.4.3

Toelaatbaarheid

De in lid 5.4.1 genoemde omgevingsvergunning kan slechts worden verleend indien op basis van een schriftelijk advies van een archeologische deskundige, gebleken is dat de genoemde werken of werkzaamheden dan wel de directe of indirecte gevolgen van deze werken en werkzaamheden niet zullen leiden tot onevenredige aantasting van de archeologische waarden.

5.4.4

Nadere voorwaarden

Voor zover de in lid 5.4.1 genoemde werken of werkzaamheden dan wel de directe of indirecte gevolgen van deze werken en werkzaamheden kunnen leiden tot een verstoring van het archeologisch materiaal kan in afwijking van het bepaalde in 5.4.3 de omgevingsvergunning worden verleend indien aan de omgevingsvergunning de volgende nadere voorwaarden worden verbonden: a. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen waardoor de archeologische monumenten in de bodem kunnen worden behouden; b. de verplichting tot het doen van opgravingen; c. de verplichting de werken en werkzaamheden die tot de bodemverstoring leidt, te laten begeleiden door een archeologische deskundige.

Bestemmingsplan “Noordeindseweg 368” Regels Vast te stellen – 18 november 2022

25

Artikel 6 6.1

Waarde - Archeologie 2

Bestemmingsomschrijving

De voor 'Waarde - Archeologie 2' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor behoud van de (potentieel) aanwezige archeologische waarden.

6.2

Bouwregels

Op de in lid 6.1 bedoelde gronden is uitsluitend bebouwing toegestaan voor zover geen bouwwerkzaamheden dienen te worden verricht die dieper reiken dan 0,30 m beneden het maaiveld en die een grondoppervlakte bestrijken die groter is dan 500 m 2 en tevens wordt voldaan aan de bepalingen van de onderliggende bestemming(en).

6.3

Afwijken van de bouwregels

6.3.1

Afwijken

Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van de bouwregels voor de bouw van bouwwerken ten behoeve van de onderliggende bestemming(en).

6.3.2

Voorwaarden

De genoemde afwijkingen bij een omgevingsvergunning kunnen slechts worden verleend mits: a. door de bouwwerken geen onevenredige afbreuk zal worden gedaan aan de archeologische (verwachtings)waarden van het gebied of een afweging van de in het geding zijnde belangen tot uitkomst heeft dat, onverminderd het elders in het plan bepaalde, een b. afwijking in alle redelijkheid niet kan worden geweigerd; c. vooraf schriftelijk advies wordt ingewonnen bij de betreffende archeologisch deskundige; d. voldaan wordt aan de bepalingen van de onderliggende bestemming(en). In afwijking van het bepaalde onder a en b kan de afwijking bij een omgevingsvergunning worden verleend indien voor de werkzaamheden voortvloeiend uit de bouwaanvraag reeds een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden als bedoeld in lid 6.4 is verleend en voor het overige wordt voldaan aan het bepaalde onder c.

6.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 6.4.1

Verbod

Het is verboden op of boven de in lid 6.1 genoemde gronden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren: a. het aanleggen en/of verharden van gronden, zoals wegen, fiets- en voetpaden en oppervlakteverhardingen van meer dan 500 m2; b. het uitvoeren van grondbewerkingen, zoals afgraven, woelen, mengen, diepploegen, ontginnen, bodemverlagen, ophogen of egaliseren van de bodem en aanleggen van (drainage)leidingen; Bestemmingsplan “Noordeindseweg 368” Regels Vast te stellen – 18 november 2022

26

c. het aanbrengen van diepwortelende beplantingen en/of bomen; d. het op een of andere wijze indrijven van voorwerpen, met uitzondering van heipalen; e. het aanleggen van boven- of ondergrondse transport-, energie-, of telecommunicatieleidingen anders dan in de bestemmingsomschrijving is aangegeven, en het aanbrengen van daarmee verband houdende constructies, installaties of apparatuur; f. het aanleggen, vergraven, verruimen of dempen van sloten, vijvers en andere wateren; g. het aanleggen van geluidswallen; h. het verhogen of verlagen van de grondwaterstand.

6.4.2

Uitzonderingen

Het verbod als bedoeld in lid 6.4.1 is niet van toepassing op werken of werkzaamheden die: a. betrekking hebben op normaal onderhoud en beheer ten dienste van de onderliggende bestemming; b. reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van het van kracht worden van dit plan; c. mogen worden uitgevoerd krachtens een verleende omgevingsvergunning; d. noodzakelijk zijn voor de uitvoering van een bouwplan waarvoor een omgevingsvergunning is verleend, zoals bedoeld in 6.3; e. betrekking hebben op een grondoppervlakte van minder dan 500 m 2 en tevens wordt voldaan aan de bepalingen van de onderliggende bestemming(en).

6.4.3

Toelaatbaarheid

De in lid 6.4.1 genoemde omgevingsvergunning kan slechts worden verleend indien op basis van een schriftelijk advies van een archeologische deskundige, gebleken is dat de genoemde werken of werkzaamheden dan wel de directe of indirecte gevolgen van deze werken en werkzaamheden niet zullen leiden tot onevenredige aantasting van de archeologische waarden.

6.4.4

Nadere voorwaarden

Voor zover de in lid 6.4.1 genoemde werken of werkzaamheden dan wel de directe of indirecte gevolgen van deze werken en werkzaamheden kunnen leiden tot een verstoring van het archeologisch materiaal kan in afwijking van het bepaalde in 6.4.3 de omgevingsvergunning worden verleend indien aan de omgevingsvergunning de volgende nadere voorwaarden worden verbonden: a. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen waardoor de archeologische monumenten in de bodem kunnen worden behouden; b. de verplichting tot het doen van opgravingen; c. de verplichting de werken en werkzaamheden die tot de bodemverstoring leidt, te laten begeleiden door een archeologische deskundige.

Bestemmingsplan “Noordeindseweg 368” Regels Vast te stellen – 18 november 2022

27

Artikel 7 7.1

Waterstaat - Waterkering

Bestemmingsomschrijving

De voor 'Waterstaat - Waterkering' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor: a. waterkering; b. de waterhuishouding.

7.2

Bouwregels

Op de in lid 7.1 bedoelde gronden mogen uitsluitend andere bouwwerken ten dienste van de bestemming worden gebouwd met een maximale bouwhoogte van 1 m.

7.3

Nadere eisen

Burgemeester en wethouders kunnen nadere eisen stellen aan de afmeting en positie van andere bouwwerken, ten behoeve van het behoud of het herstel van het doorzicht naar het achterland.

7.4

Afwijken van de bouwregels

7.4.1

Afwijken

Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van de bouwregels voor de bouw van bouwwerken ten behoeve van de andere, voor deze gronden geldende bestemming(en), met inachtneming van de voor de betrokken bestemming(en) geldende (bouw)regels.

7.4.2

Algemene randvoorwaarden voor afwijken van de bouwregels

De genoemde afwijkingen bij een omgevingsvergunning kunnen slechts worden verleend, indien de waterstaatsbelangen dit gedogen. Alvorens toepassing te geven aan deze bepaling dient advies te worden ingewonnen bij de waterbeheerder.

7.5

Specifieke gebruiksregels

7.5.1

Strijdig gebruik

Tot een gebruik, strijdig met deze bestemming, zoals bedoeld in artikel 10, wordt in ieder geval gerekend het gebruik van water als ligplaats en/of opslag van boten en overige zaken.

7.5.2

Vergunning

Voor werkzaamheden aan of in deze bestemming, niet behorende tot het normale onderhoud, dient een vergunning te worden aangevraagd bij de waterbeheerder.

Bestemmingsplan “Noordeindseweg 368” Regels Vast te stellen – 18 november 2022

28

7.6 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerken zijnde, of van werkzaamheden 7.6.1

Verbod

Het is verboden op of in de in lid 7.1 bedoelde gronden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, uit te voeren: a. het uitvoeren van grondbewerkingen, zoals afgraven, woelen, mengen, diepploegen, ontginnen, bodemverlagen, ophogen of egaliseren van de bodem; b. het graven, vergraven, vergroten alsmede het dempen van watergangen en waterpartijen; c. het aanbrengen van oppervlakteverhardingen; d. het verhogen of het verlagen van de grondwaterstand; e. het aanleggen van paardenbakken; f. het aanleggen van geluidswallen; g. het aanbrengen van diepwortelende beplanting en/of bomen.

7.6.2

Uitzonderingen

Het bepaalde in lid 7.6.1 is niet van toepassing: a. op normale onderhoudswerkzaamheden gericht op en noodzakelijk voor de instandhouding van het onderhavige plangebied.

7.6.3

Toelaatbaarheid

De in lid 7.6.1 genoemde vergunning kan slechts worden verleend indien de cultuurhistorische waarden van de gronden niet onevenredig wordt geschaad door de voorgenomen werken en werkzaamheden. Aan een omgevingsvergunning kunnen voorwaarden worden verbonden in het belang van de bescherming van het karakteristieke, cultuurhistorische en landschappelijke waarden van het dijklichaam.

7.6.4

Advies

Alvorens te beslissen omtrent een omgevingsvergunning als bedoeld in lid 7.6.1 wordt door burgemeester en wethouders schriftelijk advies ingewonnen bij de waterbeheerder en de Commissie Ruimtelijke Kwaliteit.

Bestemmingsplan “Noordeindseweg 368” Regels Vast te stellen – 18 november 2022

29

Hoofdstuk 3 Algemene regels Artikel 8

Antidubbeltelregel

Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.

Bestemmingsplan “Noordeindseweg 368” Regels Vast te stellen – 18 november 2022

30

Artikel 9 9.1

Algemene bouwregels

Bestaande bouwwerken

Bouwwerken, welke niet voldoen aan het bepaalde in de bouwregels, zijn toegestaan en mogen worden herbouwd voor zover deze rechtsgeldig zijn gebouwd of een rechtsgeldige bouwtitel hebben op het tijdstip van ter inzage legging van het ontwerp van dit plan. De bestaande, afwijkende maatvoering geldt dan als maximale maatvoering.

9.2

Ondergeschikte bouwdelen

9.2.1

Hoogte

Bij de toepassing van het bepaalde ten aanzien van goot- en bouwhoogten worden ondergeschikte bouwdelen van bouwwerken, zoals schoorstenen, antennes, liftopbouwen, opbouwen voor technische systemen, zonnepanelen en daarmee gelijk te stellen onderdelen waarvan de overschrijding van de goot- en/of bouwhoogte niet meer bedraagt dan 1 meter of 10%, buiten beschouwing gelaten.

9.2.2

Bouw- en bestemmingsgrenzen

Bij de toepassing van het bepaalde ten aanzien van het bouwen binnen bouw-, bestemmings- en aanduidingsgrenzen en bij de bepaling van het bebouwde oppervlakte worden ondergeschikte bouwdelen van bouwwerken, zoals: a. plinten, pilasters, luifels, kozijnen, gevelversieringen, balkons, brandtrappen, ventilatiekanalen, uitspringende schoorsteenwanden, gevel- en kroonlijsten, overstekende daken en daarmee gelijk te stellen onderdelen waarvan de overschrijding van de bouwgrens of de bestemmingsgrens niet meer bedraagt dan 0,5 meter; b. luifels bij winkels waarvan de overschrijding van de bouwgrens of de bestemmingsgrens niet meer dan 1 meter bedraagt; buiten beschouwing gelaten.

9.2.3

Bestaande ondergeschikte bouwdelen

Bouwwerken, welke niet voldoen aan het bepaalde in lid 9.2.1 en 9.2.2, zijn toegestaan voor zover deze rechtsgeldig zijn gebouwd of een rechtsgeldige bouwtitel hebben op het tijdstip van ter inzage legging van het ontwerp van dit plan. De bestaande, afwijkende maatvoering geldt dan als maximale maatvoering.

9.3

Nadere eisen

Burgemeester en wethouders kunnen nadere eisen stellen aan de plaats en de afmetingen van de bouwwerken ten behoeve van: a. b. c. d.

de kwaliteit van de openbare ruimte, zoals een samenhangend straat- en bebouwingsbeeld; de verkeersveiligheid; de sociale veiligheid; het behoud van parkeervoorzieningen;

Bestemmingsplan “Noordeindseweg 368” Regels Vast te stellen – 18 november 2022

31

e. de functionele en ruimtelijke structuur, zoals aansluiting op (structurele) groen- en waterelementen; f. de bebouwingsmogelijkheden, gebruiksmogelijkheden en/of bezonning van de aangrenzende gronden en bouwwerken; g. het milieu.

Bestemmingsplan “Noordeindseweg 368” Regels Vast te stellen – 18 november 2022

32

Artikel 10 10.1

Algemene gebruiksregels

Bestaand gebruik

Het gebruik van gronden dat niet voldoet aan de gebruiksregels, niet zijnde bouwregels, van dit plan is toegestaan en mag worden voortgezet, mits wordt voldaan aan de volgende voorwaarden: a. het gebruik bestond ten tijde van de terinzagelegging van het ontwerp van dit plan; b. het gebruik in overeenstemming is met het voorheen geldend planologische regime; c. de omvang van het gebruik niet mag worden vergroot.

10.2

Gebruik van onbebouwde gronden

10.2.1 Algemeen verbod Het is verboden de in het plan begrepen gronden voor zover en zo lang zij onbebouwd blijven te gebruiken voor doeleinden, die in strijd zijn met de in het plan gegeven bestemmingen.

10.2.2 Specifiek verbod Onverminderd het bepaalde in lid 10.2.1 is het in elk geval verboden de gronden te gebruiken voor: a. het storten of lozen van puin, vuil of andere vaste of vloeibare afvalstoffen; b. het opslaan van goederen, zoals vaten, kisten, bouwmaterialen, werktuigen, machines of onderdelen hiervan; c. het opslaan van onklare voer- en vaartuigen of onderdelen hiervan; d. het opslaan van vuurwerk; e. prostitutie; f. een seksinrichting; g. het plaatsen of geplaatst houden van onderkomens.

10.2.3 Uitzonderingen Het bepaalde in lid 10.2.2 is niet van toepassing op: a. vormen van gebruik als bedoeld in lid 10.2.2, die verenigbaar zijn met het doel waarvoor de grond ingevolge de bestemming, de bestemmingsomschrijving en/of de overige regels mag worden gebruikt; b. het opslaan van bouwmaterialen, puin en specie in verband met normaal onderhoud, dan wel ter verwezenlijking van de bestemming.

10.3

Gebruik van bouwwerken

10.3.1 Algemeen verbod Het is verboden de in het plan begrepen bouwwerken te gebruiken voor doeleinden, die in strijd zijn met de in het plan gegeven bestemmingen.

10.3.2 Specifiek verbod Onverminderd het bepaalde in lid 10.3.1 is het in ieder geval verboden: Bestemmingsplan “Noordeindseweg 368” Regels Vast te stellen – 18 november 2022

33

a. woningen te gebruiken voor/als beroeps- of bedrijfsmatige werkruimte, zulks met uitzondering van het bepaalde in artikel 4 aangaande het (mede)gebruik van woningen als beroepsmatige werkruimte; b. een vrijstaand bijgebouw en/of garagebox voor bewoning; c. de in het plan toegestane bouwwerken te gebruiken voor prostitutie en/of als seksinrichting; d. vuurwerk op te slaan; e. de bouwwerken, welke zijn opgericht na een door het bevoegd gezag verleende omgevingsvergunning, te gebruiken voor andere doeleinden dan waarvoor de omgevingsvergunning werd verleend; f. de bouwwerken waarvan het gebruik slechts mogelijk was na een door het bevoegd gezag verleende omgevingsvergunning, te gebruiken voor andere doeleinden dan waarvoor de omgevingsvergunning werd verleend.

10.4

Ondergeschikte bouwdelen

Voor zover het gebruik van ondergeschikte bouwdelen zoals bedoeld in lid 9.2 niet past binnen de desbetreffende bestemming, worden deze gebruiksregels buiten beschouwing gelaten.

10.5

Afwijken van de algemene gebruiksregels

10.5.1 Afwijken Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van de algemene gebruiksregels voor: a. het gebruik van een deel van (bedrijfs)woningen, vrijstaande en / of aangebouwde bijgebouwen voor / als bedrijfsmatige werkruimten, mits; 1. de woonfunctie in overwegende mate blijft gehandhaafd; 2. de effecten van het bedrijf / de bedrijfsactiviteiten geen onevenredige afbreuk doen aan het woon- en leefmilieu in de directe omgeving, zoals:  ambachtelijke en/of verzorgende bedrijven genoemd in milieucategorie 1 van de in als bijlage 2 bij deze planregels opgenomen “Staat van bedrijfsactiviteiten voor aan huis gebonden beroepen en bedrijven”, voor zover de bedrijven in de bedoelde lijst niet zijn doorgehaald, of daarmee naar de aard (qua milieuplanologische hinder) gelijk te stellen bedrijven/bedrijfsactiviteiten;  bedrijven/bedrijfsactiviteiten die, op basis van de Wet milieubeheer/Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, niet vergunningplichtig zijn; 3. de totale brutovloeroppervlakte per woning niet meer dan 25% bedraagt met een maximum van 50 m²; 4. de bedrijfsactiviteiten geschieden door degene die op het perceel woonachtig is; 5. het bedrijf / de bedrijfsactiviteiten geen verkeersaantrekkende werking hebben; 6. op eigen terrein wordt voorzien in de eigen parkeerbehoefte naast het oorspronkelijk aantal parkeerplaatsen op eigen terrein voor de woonfunctie; 7.

er detailhandelsactiviteiten mogen plaatsvinden op voorwaarde dat:  er sprake is van detailhandel in goederen die ter plaatse worden vervaardigd;  het detailhandel betreft als ondergeschikt en niet zelfstandig onderdeel van de bedrijfsvoering;  de detailhandel geen onevenredige afbreuk doet aan het voorzieningenniveau binnen de gemeente. b. het medegebruik van (bedrijfs)woningen voor detailhandel in beroepsmatige werkruimten, op voorwaarde, dat: Bestemmingsplan “Noordeindseweg 368” Regels Vast te stellen – 18 november 2022

34

1. er sprake is van detailhandel in goederen die ter plaatse worden vervaardigd; 2. het detailhandel betreft als ondergeschikt en niet-zelfstandig onderdeel van de bedrijfsvoering; 3. de detailhandel geen onevenredige afbreuk doet aan de distributiestructuur binnen de gemeente waarmee met name dient te worden gelet op het kernwinkelgebied.

10.6

Voorwaardelijke verplichting parkeren

a. Een omgevingsvergunning voor het bouwen, het uitbreiden of het wijzigen van de functie van gebouwen en gronden, wordt slechts verleend indien binnen het plangebied wordt voorzien in voldoende parkeergelegenheid overeenkomstig de 'Nota Parkeren Lansingerland' en 'Nota Parkeernormen gemeente Lansingerland', die op 27 februari februari 2014 zijn vastgesteld en op 29 april 2014 in werking zijn getreden, of de rechtsopvolger(s) daarvan, tenzij de aard en omvang van de omgevingsvergunning voor het bouwwerk en/of de uitbreiding en/of wijziging van het gebruik van bouwwerken en/of gronden niet leidt tot extra parkeerbehoefte. b. Het bepaalde onder a is niet van toepassing indien op basis van advies van een verkeerskundige blijkt dat er op andere wijze is/wordt voorzien in voldoende parkeergelegenheid, of het voldoen aan het geldende gemeentelijke parkeerbeleid door bijzondere omstandigheden op overwegende bezwaren stuit.

Bestemmingsplan “Noordeindseweg 368” Regels Vast te stellen – 18 november 2022

35

Artikel 11 11.1

Algemene afwijkingsregels

Afwijken

Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van deze regels ten behoeve van: a. het bouwen van niet voor bewoning bestemde bouwwerken ten dienste van het openbaar nut en de waterhuishouding, zoals gasdrukregelstations, duikers, keermuren en bruggen, gemalen, wachthuisjes, telefooncellen en transformatorhuisjes, waarvan de bouwhoogte niet meer dan 4 m en de inhoud niet meer dan 75 m3 mag bedragen; b. het bouwen van niet voor bewoning bestemde bouwwerken van kunstobjecten, waarvan de bouwhoogte niet meer dan 5 m mag bedragen; c. overschrijding van bouwgrenzen, niet zijnde bestemmingsgrenzen, maatvoeringsgrenzen en overige aanduidingen, indien bij definitieve uitmeting of verkaveling blijkt dat deze afwijking in het belang van een juiste verwezenlijking van het plan redelijk, gewenst of noodzakelijk is en de structuur van het bestemmingsplan niet wordt aangetast. De overschrijdingen mogen echter niet meer dan 3 m bedragen en het bouwvlak mag met niet meer dan 10% worden vergroot; d. het afwijken van de voorgeschreven maatvoering van bouwwerken en wegprofielen (waaronder goothoogte, bouwhoogte, grondoppervlakte, onderlinge afstand, afstand tot perceelsgrenzen) met ten hoogste 10%; e.

het afwijken van de voorgeschreven maatvoering voor ondergeschikte bouwdelen zoals bepaald in artikel Algemene bouwregels, 9.2 onder a, waarbij de overschrijding van de bouwgrens of de bestemmingsgrens niet meer bedraagt dan 3 meter; f. de bouw van antennemasten voor communicatiedoeleinden, waarbij de bouwhoogte niet meer dan 45 m mag bedragen, op voorwaarde dat bij doorsnijding van een toetsingsvlak van ILS 24 advies dient te worden ingewonnen bij de Luchtverkeersleiding Nederland (of diens rechtsopvolger) over het effect op de goede werking van de betreffende apparatuur, en waarbij het beleid gericht is op: 1. een landschappelijke, stedenbouwkundige en architectonische inpassing van deze voorzieningen waarbij geldt dat geen onevenredige afbreuk mag plaatsvinden van de visuele kwaliteit van gebouw en omgeving en landschappelijke gebieden, open landschappen en monumenten zoveel mogelijk vrij moeten blijven van bebouwing; 2. een situering bij voorkeur bij sportcomplexen, op of aan de randen van bedrijventerreinen, aan de randen van woonwijken en in de tussengebieden tussen woonwijken en bedrijventerreinen; 3. een maximale “site-sharing” en gebruik van bijvoorbeeld hoogspanningsmasten, tenzij dit redelijkerwijs niet mogelijk is; g. de bouw van andere bouwwerken tot 15 m; h.

de bouw van een paardenbak voor hobbymatig gebruik bij een (bedrijfs)woning, mits aan de volgende voorwaarden wordt voldaan: 1. er is ten hoogste één paardenbak per (bedrijfs)woning toegestaan; 2. de oppervlakte van de paardenbak bedraagt maximaal 800 m2; 3. de afstand van een paardenbak tot (bedrijfs)woningen van derden bedraagt ten minste 30 meter; 4. de afstand van een paardenbak tot de bestemming 'Verkeer' bedraagt ten minste 5 m; 5. de afstand van een paardenbak tot de Noordeindsevaart bedraagt ten minste 10 m; 6. de afstand van een paardenbak tot een perceelsgrens dan wel een watergang welke niet aan het openbaar gebied grenst bedraagt ten minste 1 m; 7. schuurtjes, lichtmasten en andere aan de paardenbak verwante bouwwerken zijn niet toegestaan; Bestemmingsplan “Noordeindseweg 368” Regels Vast te stellen – 18 november 2022

36

8. in afwijking van het bepaalde onder 8. mag een afrastering/omheining worden gebouwd; 9. in afwijking van het bepaalde onder 8. zijn aan de paardenbak verwante bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zoals stapmolens, toegestaan, mits zij binnen de paardenbak worden gebouwd; 10. de bouwhoogte van de afrastering/omheining en van andere aan de paardenbak verwante bouwwerken mag niet meer dan 1,5 meter bedragen.

11.2

Voorwaarden

De genoemde afwijkingen bij een omgevingsvergunning kunnen slechts worden verleend mits: a. de geluidsbelasting op de gevel van geluidsgevoelige gebouwen niet hoger zal zijn dan de daarvoor geldende grenswaarde uit de Wet geluidhinder of de vastgestelde hogere grenswaarde; b. geen onevenredige aantasting plaatsvindt van: 1. de kwaliteit van de openbare ruimte, zoals een samenhangend straat- en bebouwingsbeeld; 2. de verkeersveiligheid; 3. de sociale veiligheid; 4. het aantal parkeervoorzieningen; 5. de functionele en ruimtelijke structuur, zoals aansluiting op (structurele) groenelementen en waterelementen; 6. de bebouwingsmogelijkheden, gebruiksmogelijkheden en/of bezonning van de aangrenzende gronden en bouwwerken; 7. het milieu.

Bestemmingsplan “Noordeindseweg 368” Regels Vast te stellen – 18 november 2022

37

Artikel 12 12.1

Algemene wijzigingsregels

Algemeen

Burgemeester en wethouders zijn, overeenkomstig het bepaalde in artikel 3.6 lid 1 onder a van de Wet ruimtelijke ordening, bevoegd het plan te wijzigen, indien de wijziging betrekking heeft op: a. het bouwen van niet voor bewoning bestemde bouwwerken ten dienste van het openbaar nut en de waterhuishouding met een inhoud van ten hoogste 150 m 3 en een bouwhoogte van ten hoogste 6 m dit voor zover deze op grond van het bepaalde in artikel 11 niet kunnen worden gebouwd; b. een andere situering en/of begrenzing van bestemmingsvlakken, bouwvlakken en/of aanduidingen, indien bij de uitvoering van het plan mocht blijken dat verschuivingen in verband met ingekomen bouwaanvragen nodig zijn ter uitvoering van een bouwplan op voorwaarde, dat de oppervlakte van het betreffende bestemmingsvlak dan wel bouwvlak met niet meer dan 20% zal worden gewijzigd; c. het wijzigen van de per aanduiding of in de planregels gegeven maten en afmetingen met ten hoogste 20%, indien, in verband met ingekomen bouwaanvragen, deze wijzigingen nodig of wenselijk zijn.

12.2

Dubbelbestemmingen en aanduidingen

Burgemeester en wethouders zijn, overeenkomstig het bepaalde in artikel 3.6 van de Wet op de ruimtelijke ordening, bevoegd het plan te wijzigen, indien de wijziging betrekking heeft op: a. het toevoegen van de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie' met een ander volgnummer, indien uit nader archeologisch onderzoek is gebleken dat sprake is van een gebied met hoge oudheidkundige waarden die gehandhaafd dienen te blijven; b. het verwijderen van de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie 1' indien uit nader archeologisch onderzoek is gebleken dat niet langer sprake is van een gebied met oudheidkundige waarden dan wel nadat er sprake is van opgravingen en documentatie waardoor de planologische bescherming niet langer gehandhaafd hoeft te blijven. Alvorens toepassing te geven aan deze regel winnen burgemeester en wethouders advies in bij de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, de provinciale archeoloog of bij een ter zake deskundige instantie; c. het toevoegen van de aanduiding 'cultuurhistorische waarden', indien op basis van nadere inventarisatie zulks gewenst is. Alvorens toepassing te geven aan deze regel winnen burgemeester en wethouders advies in bij een deskundige op cultuurhistorisch gebied; d. het wijzigen van de bestemmingen ten behoeve van de aanleg van een (ondergrondse) leiding van welke aard dan ook.

Alvorens toepassing te geven aan deze regel winnen burgemeester en wethouders advies in bij de leidingbeheerder en, indien nodig, een andere deskundige instantie inzake de veiligheid van leidingen, zoals de DCMR.

Bestemmingsplan “Noordeindseweg 368” Regels Vast te stellen – 18 november 2022

38

Artikel 13 13.1

Algemene procedureregels

Procedureregels bij nadere eisen

Een beslissing omtrent het stellen van nadere eisen wordt niet genomen dan nadat belanghebbenden gedurende twee weken, na publicatie van het voornemen tot het stellen van nadere eisen in een van overheidswege uitgegeven blad of een dag-, nieuws- of huis-aan-huisblad, in de gelegenheid zijn gesteld schriftelijk zienswijzen tegen die voorgenomen nadere eisen bij burgemeester en wethouders in te dienen.

Bestemmingsplan “Noordeindseweg 368” Regels Vast te stellen – 18 november 2022

39

Hoofdstuk 4 Overgangs- en slotregels Artikel 14 14.1

Overgangsrecht

Overgangsrecht bouwwerken

a. Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een (omgevings)vergunning, en afwijkt van het plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot, 1. gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd; 2. na het teniet gaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is teniet gegaan; b. Het bevoegd gezag kan eenmalig in afwijking van het bepaalde onder a., een omgevingsvergunning verlenen voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk met maximaal 10%; c. Het bepaalde onder a. is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, maar zijn gebouwd in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat plan.

14.2

Overgangsrecht gebruik

a. Het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet; b. Het is verboden het met het bestemmingsplan strijdige gebruik, bedoeld onder a., te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind; c. Indien het gebruik, bedoeld onder a., na het tijdstip van inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten; d. Het bepaalde onder a. is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan.

Bestemmingsplan “Noordeindseweg 368” Regels Vast te stellen – 18 november 2022

40

Artikel 15

Slotregel

Deze regels worden aangehaald als: Regels van het bestemmingsplan "Noordeindseweg 368".

Bestemmingsplan “Noordeindseweg 368” Regels Vast te stellen – 18 november 2022

BIJLAGEN BIJ DE REGELS

Bijlage 1 Staat van Bedrijfsactiviteiten algemeen

0 1 3 4 5 6 7

8 0 2 3 4 5 6 0 1 2 0 1 2 3 4 5 0 1 2 0 1 2 0 1 2 0

151 152 152 152 152 152 152 1531 1531 1531 1532, 1533 1532, 1533 1532, 1533 1532, 1533 1532, 1533 1532, 1533 1541 1541 1541 1542 1542 1542 1543 1543 1543 1551

nummer

15 151 151 151 151 151 151 151

VERVAARDIGING VAN VOEDINGSMIDDELEN EN DRANKEN Slachterijen en overige vleesverwerking: - slachterijen en pluimveeslachterijen - bewerkingsinrichting van darmen en vleesafval - vleeswaren- en vleesconservenfabrieken: p.o. > 1000 m² - vleeswaren- en vleesconservenfabrieken: p.o. <= 1000 m² - vleeswaren- en vleesconservenfabrieken: p.o. <= 200 m² - loonslachterijen - vervaardiging van snacks en vervaardiging van kant-en-klaar-maaltijden met p.o. < 2.000 m² Visverwerkingsbedrijven: - conserveren - roken - verwerken anderszins: p.o.> 1000 m² - verwerken anderszins: p.o. <= 1000 m² - verwerken anderszins: p.o. <= 300 m² Aardappelprodukten fabrieken: - vervaardiging van aardappelproducten - vervaardiging van snacks met p.o. < 2.000 m² Groente- en fruitconservenfabrieken: - jam - groente algemeen - met koolsoorten - met drogerijen - met uienconservering (zoutinleggerij) Vervaardiging van ruwe plantaardige en dierlijke oliën en vetten: - p.c. < 250.000 t/j - p.c. >= 250.000 t/j Raffinage van plantaardige en dierlijke oliën en vetten: - p.c. < 250.000 t/j - p.c. >= 250.000 t/j Margarinefabrieken: - p.c. < 250.000 t/j - p.c. >= 250.000 t/j Zuivelprodukten fabrieken:

OMSCHRIJVING

0 0 0 10 10 10 30 10 10 10 10 10 10 30 50 10 10 10 10

200 300 300 100 50 300 50 50 50 100 300 300 200 300 200 300 100 200

0 0 0 0 0 0

50

100 300 100 50 30 50

AFSTANDEN IN METERS

STOF

SBI-CODE

GEUR

Staat van bedrijfsactiviteiten voor bedrijventerrein

200 C 300 C Z

100 C 300 C Z

100 C 300 C Z

100 C 100 C 100 C 200 C 100 C

200 C 50

100 C 50 C 50 C 50 30

50

100 C 100 C 100 C 50 C 50 50

GELUID

LIJST 1 - ACTIVITEITEN

30 R 50 R

100 R 200 R

30 R 50 R

10 10 10 30 10

50 R 50 R

30 0 30 30 10

10

50 R 50 R 50 R 30 10 10

GEVAAR

Bijlage 1 Richtafstandenlijsten

GROOTSTE AFSTAND 200 300

200 300

200 300

100 100 100 300 300

300 50

200 300 300 D 100 50

50

100 D 300 100 50 50 50

4.1 4.2

4.1 4.2

4.1 4.2

3.2 3.2 3.2 4.2 4.2

4.2 3.1

4.1 4.2 4.2 3.2 3.1

3.1

3.2 4.2 3.2 3.1 3.1 3.1

CATEGORIE

definitief 29-12-2006

2 - cacao- en chocoladefabrieken vervaardigen van chocoladewerken met p.o. < 2.000 m² 4 - Suikerwerkfabrieken met suiker branden 5 - Suikerwerkfabrieken zonder suiker branden: p.o. > 200 m² Deegwarenfabrieken 0 Koffiebranderijen en theepakkerijen: 2 - theepakkerijen Vervaardiging van azijn, specerijen en kruiden Vervaardiging van overige voedingsmiddelen Bakkerijgrondstoffenfabrieken 0 Soep- en soeparomafabrieken: 1 - zonder poederdrogen

1584 1584 1584 1585 1586 1586 1587 1589 1589.1 1589.2 1589.2

0 1 2

0 1 2 0 3 5 6

0 0

- melkprodukten fabrieken v.c. < 55.000 t/j - melkprodukten fabrieken v.c. >= 55.000 t/j - overige zuivelprodukten fabrieken Consumptie-ijsfabrieken: p.o. > 200 m² - consumptie-ijsfabrieken: p.o. <= 200 m² Meelfabrieken: - p.c. >= 500 t/u - p.c. < 500 t/u Grutterswarenfabrieken Zetmeelfabrieken: - p.c. < 10 t/u - p.c. >= 10 t/u Veevoerfabrieken: - drogerijen (gras, pulp, groenvoeder, veevoeder) cap. < 10 t/u water - mengvoeder, p.c. < 100 t/u - mengvoeder, p.c. >= 100 t/u Vervaardiging van voer voor huisdieren Broodfabrieken, brood- en banketbakkerijen: - v.c. < 2500 kg meel/week - v.c. >= 2500 kg meel/week Banket, biscuit- en koekfabrieken Suikerfabrieken: Verwerking cacaobonen en vervaardiging chocolade- en suikerwerk:

1551 1551 1551 1552 1552 1561 1561 1561 1561 1562 1562 1562 1571 1571 1571 1571 1572 1581 1581 1581 1582 1583 1584

nummer

3 4 5 1 2 0 1 2

OMSCHRIJVING AFSTANDEN IN METERS

30 30 30 30 10 30 30 50 10

100 300 100 50 100 200 200 200 100

10 30 10

100 50 100 100

300 200 300 200 30 100 100

50 100

100 50 100

200 100 50 200 300

0 0 50 0 0

50 100 50 50 10

STOF

SBI-CODE

GEUR

Staat van bedrijfsactiviteiten voor bedrijventerrein

50

30 50 50 50

50 50 50 10

30 C 100 C 100 C

200 C 200 C 300 C Z 200 C

200 C 300 C Z

300 C Z 200 C 200 C

100 C 300 C Z 300 C 100 C 30

GELUID

LIJST 1 - ACTIVITEITEN

R R R R

10

10 10 30 50 R

30 30 R 30 R 10

10 30 30

30 30 50 R 30

30 R 50 R

100 R 50 R 50

50 50 50 50 0

GEVAAR

Bijlage 1 Richtafstandenlijsten

GROOTSTE AFSTAND 100

100 200 200 D 200

100 300 100 50

30 100 100

300 200 300 200

200 300

300 200 200 D

100 300 300 100 30

3.2

3.2 4.1 4.1 4.1

3.2 4.2 3.2 3.1

2 3.2 3.2

4.2 4.1 4.2 4.1

4.1 4.2

4.2 4.1 4.1

3.2 4.2 4.2 3.2 2

CATEGORIE

definitief 29-12-2006

1589.2 1589.2 1591 1592 1592 1592 1596 1597 1598 16 16 160 17 17 171 172 172 172 173 174, 175 1751 176, 177 18 18 181 183 19 19 191 192 193 20 20 2010.1 2010.2

nummer

2 - met poederdrogen Bakmeel- en puddingpoederfabrieken Destilleerderijen en likeurstokerijen 0 Vervaardiging van ethylalcohol door gisting: 1 - p.c. < 5.000 t/j 2 - p.c. >= 5.000 t/j Bierbrouwerijen Mouterijen Mineraalwater- en frisdrankfabrieken - VERWERKING VAN TABAK Tabakverwerkende industrie - VERVAARDIGING VAN TEXTIEL Bewerken en spinnen van textielvezels 0 Weven van textiel: 1 - aantal weefgetouwen < 50 2 - aantal weefgetouwen >= 50 Textielveredelingsbedrijven Vervaardiging van textielwaren Tapijt-, kokos- en vloermattenfabrieken Vervaardiging van gebreide en gehaakte stoffen en artikelen - VERVAARDIGING VAN KLEDING; BEREIDEN EN VERVEN VAN BONT Vervaardiging kleding van leer Bereiden en verven van bont; vervaardiging van artikelen van bont - VERVAARDIGING VAN LEER EN LEDERWAREN (EXCL. KLEDING) Lederfabrieken Lederwarenfabrieken (excl. kleding en schoeisel) Schoenenfabrieken - HOUTINDUSTRIE EN VERVAARDIGING ARTIKELEN VAN HOUT, RIET, KURK E.D. Houtzagerijen 0 Houtconserveringsbedrijven:

OMSCHRIJVING

50 50 30 30 50 30 50 0

30

50 10 30 0 0 30 10

0 10

30 10 10

50

300 200 300 200 300 300 300 10

200

10 10 10 50 10 100 0

30 50

300 50 50

0

100

100 30 50

50 10

100 300 50 50 200 50

100

50 C

200 C 300 C 100 C 100 C 100

50 50 200 C

Z

AFSTANDEN IN METERS

STOF

SBI-CODE

GEUR

Staat van bedrijfsactiviteiten voor bedrijventerrein

GELUID

LIJST 1 - ACTIVITEITEN

R

R R R

50 R

10 10 10

0 10

0 50 10 10 10 10

30

30

30 50 50 30 50

50 R 30 30

GEVAAR

Bijlage 1 Richtafstandenlijsten

GROOTSTE AFSTAND 100

300 50 D 50

50 50

100 300 50 50 200 50

100

200

200 300 300 300 100

300 200 300

3.2

4.2 3.1 3.1

3.1 3.1

3.2 4.2 3.1 3.1 4.1 3.1

3.2

4.1

4.1 4.2 4.2 4.2 3.2

4.2 4.1 4.2

CATEGORIE

definitief 29-12-2006

2010.2 2010.2 202 203, 204, 205 203, 204, 205 21 21 2111 2112 2112 2112 2112 212 2121.2 2121.2 2121.2 22 22 2221 2222 23 23 2320.1 2320.2 2320.2 2320.2 233 24 24 2411 2412 2413 2413 2414.1 2414.1

nummer

1 - met creosootolie 2 - met zoutoplossingen Fineer- en plaatmaterialenfabrieken 0 Timmerwerkfabrieken, vervaardiging overige artikelen van hout 1 Timmerwerkfabrieken, vervaardiging overige artikelen van hout, p.o. < 200 m2 - VERVAARDIGING VAN PAPIER, KARTON EN PAPIER- EN KARTONWAREN Vervaardiging van pulp 0 Papier- en kartonfabrieken: 1 - p.c. < 3 t/u 2 - p.c. 3 - 15 t/u 3 - p.c. >= 15 t/u Papier- en kartonwarenfabrieken 0 Golfkartonfabrieken: 1 - p.c. < 3 t/u 2 - p.c. >= 3 t/u - UITGEVERIJEN, DRUKKERIJEN EN REPRODUKTIE VAN OPGENOMEN MEDIA Drukkerijen van dagbladen Drukkerijen (vlak- en rotatie-diepdrukkerijen) - AARDOLIE-/STEENKOOLVERWERK. IND.; BEWERKING SPLIJT-/KWEEKSTOFFEN Aardolieraffinaderijen A Smeeroliën- en vettenfabrieken B Recyclingbedrijven voor afgewerkte olie C Aardolieproduktenfabrieken n.e.g. Splijt- en kweekstoffenbewerkingsbedrijven - VERVAARDIGING VAN CHEMISCHE PRODUKTEN 0 Vervaardiging van industriële gassen: Kleur- en verfstoffenfabrieken 0 Anorg. chemische grondstoffenfabrieken: 1 - niet vallend onder "post-Seveso-richtlijn" A0 Organ. chemische grondstoffenfabrieken: A1 - niet vallend onder "post-Seveso-richtlijn"

OMSCHRIJVING AFSTANDEN IN METERS

30 30 30 30 30

100 30 50 100 30 30 30

0 0

100 0 0 0 10

0 30 10

200 10 100 0 0

200 50 100 200 30 30 50

30 30

1500 50 300 300 10

200 100 300

STOF

SBI-CODE

GEUR

Staat van bedrijfsactiviteiten voor bedrijventerrein

200 C

300 C

200 C

1500 C Z 100 100 200 100

100 C 100

100 C 200 C Z

50 C 200 C Z 300 C Z 100 C

200 C

50 50 100 100 50

GELUID

LIJST 1 - ACTIVITEITEN

R R R R

R R R R

300 R

300 R

200 R

1500 30 50 50 1500

10 10

30 R 30 R

30 50 100 30

50 R

10 10 10 0 0

GEVAAR

Bijlage 1 Richtafstandenlijsten

GROOTSTE AFSTAND 300 D

300 D

200 D

1500 100 300 300 D 1500 D

100 100

100 200

50 200 300 100

200

200 50 100 100 50

4.2

4.2

4.1

6 3.2 4.2 4.2 6

3.2 3.2

3.2 4.1

3.1 4.1 4.2 3.2

4.1

4.1 3.1 3.2 3.2 3.1

CATEGORIE

definitief 29-12-2006

B0 Methanolfabrieken: B1 - p.c. < 100.000 t/j B2 - p.c. >= 100.000 t/j 0 Vetzuren en alkanolenfabrieken (niet synth.): 1 - p.c. < 50.000 t/j 0 Landbouwchemicaliënfabrieken: Verf, lak en vernisfabrieken 0 Farmaceutische grondstoffenfabrieken: 1 - p.c. < 1.000 t/j 0 Farmaceutische produktenfabrieken: 1 - formulering en afvullen geneesmiddelen Zeep-, was- en reinigingsmiddelenfabrieken Parfumerie- en cosmeticafabrieken 0 Lijm- en plakmiddelenfabrieken: 1 - zonder dierlijke grondstoffen Fotochemische produktenfabrieken A Chemische kantoorbenodigdhedenfabrieken B Overige chemische produktenfabrieken n.e.g. Kunstmatige synthetische garen- en vezelfabrieken - VERVAARDIGING VAN PRODUKTEN VAN RUBBER EN KUNSTSTOF Rubberbandenfabrieken 0 Loopvlakvernieuwingsbedrijven: 1 - vloeropp. < 100 m2 2 - vloeropp. >= 100 m2 Rubber-artikelenfabrieken 0 Kunststofverwerkende bedrijven: 1 - zonder fenolharsen 2 - met fenolharsen 3 - productie van verpakkingsmateriaal en assemblage van kunststofbouwmaterialen -

- VERVAARDIGING VAN GLAS, AARDEWERK, CEMENT-, KALK- EN GIPSPRODUKTEN 0 Glasfabrieken: 1 - glas en glasprodukten, p.c. < 5.000 t/j

26 261 261

nummer

2414.1 2414.1 2414.1 2414.2 2414.2 242 243 2441 2441 2442 2442 2451 2452 2462 2462 2464 2466 2466 247 25 25 2511 2512 2512 2512 2513 252 252 252 252 26

OMSCHRIJVING AFSTANDEN IN METERS

30 10 10 100 30 10 10 10 30 30

50 10 50 10 50 50 30

300 200 50 300 300 100 50 50 200 300

300 50 200 100 200 300 50

30

0

300

30

0 0

100 200

STOF

SBI-CODE

GEUR

Staat van bedrijfsactiviteiten voor bedrijventerrein

100

100 100 50

30 100 50

300 C

100 100 50 100 C 300 C

50 200 C 50 C

200 C

200 C

200 C

200 C 300 C Z

GELUID

LIJST 1 - ACTIVITEITEN

R R R R

30

100 R 200 R 30

30 50 R 50 R

100 R

50 50 50 200 200

50 R 100 R 50 R

300 R

300 R

100 R

100 R 200 R

GEVAAR

Bijlage 1 Richtafstandenlijsten

GROOTSTE AFSTAND 100

200 300 50

50 200 100 D

300

100 100 50 200 D 300

50 300 300

300

300 D

300

200 300

3.2

4.1 4.2 3.1

3.1 4.1 3.2

4.2

3.2 3.2 3.1 4.1 4.2

3.1 4.2 4.2

4.2

4.2

4.2

4.1 4.2

CATEGORIE

definitief 29-12-2006

261 261 2615 262, 263 262, 263 264 264 2651 2652 2652 2653 2653 2661.1 2661.1 2661.1 2661.2 2661.2 2661.2 2662 2663, 2664 2663, 2664 2663, 2664 2665, 2666 2665, 2666 2665, 2666 267 267 267 267 2681 2682 2682 2682 2682 2682

nummer

2 - glas en glasprodukten, p.c. >= 5.000 t/j 3 - glaswol en glasvezels, p.c.< 5.000 t/j Glasbewerkingsbedrijven 0 Aardewerkfabrieken: 2 - vermogen elektrische ovens totaal >= 40 kW A Baksteen en baksteenelementenfabrieken B Dakpannenfabrieken 0 Cementfabrieken: 0 Kalkfabrieken: 1 - p.c. < 100.000 t/j 0 Gipsfabrieken: 1 - p.c. < 100.000 t/j 0 Betonwarenfabrieken: 1 - zonder persen, triltafels en bekistingtrille 2 - met persen, triltafels of bekistingtrillers, p.c. < 100 t/d 0 Kalkzandsteenfabrieken: 1 - p.c. < 100.000 t/j 2 - p.c. >= 100.000 t/j Mineraalgebonden bouwplatenfabrieken 0 Betonmortelcentrales: 1 - p.c. < 100 t/u 2 - p.c. >= 100 t/u 0 Vervaardiging van produkten van beton, (vezel)cement en gips: 1 - p.c. < 100 t/d 2 - p.c. >= 100 t/d 0 Natuursteenbewerkingsbedrijven: 1 - zonder breken, zeven en drogen: p.o. > 2.000 m² 2 - zonder breken, zeven en drogen: p.o. <= 2.000 m² 3 - met breken, zeven of drogen, v.c. < 100.000 t/j Slijp- en polijstmiddelen fabrieken A0 Bitumineuze materialenfabrieken: A1 - p.c. < 100 t/u B0 Isolatiematerialenfabrieken (excl. glaswol): B1 - steenwol, p.c. >= 5.000 t/j B2 - overige isolatiematerialen

OMSCHRIJVING AFSTANDEN IN METERS

100 100 30 50 200 200

200 200 100 100 50 200 50 50 200 50 200 30 30 100 30 100 200 100

30 300 10 30 30 50

30 30 10 10 10 30 50 10 30 10 30 10 10 10 10 300 100 200

STOF

SBI-CODE

GEUR

Staat van bedrijfsactiviteiten voor bedrijventerrein

Z

Z

Z

300 C Z 100 C

100

100 50 300 50

100 300

100 300

100 300 100

200 300

200

200

100 200 200

300 C Z 100 50

GELUID

LIJST 1 - ACTIVITEITEN

30 50

30

0 0 10 10

50 R 200 R

100 R 50 R

30 30 30

30 30

30 R

30 R

30 30 100 R

50 R 30 10

GEVAAR

Bijlage 1 Richtafstandenlijsten

GROOTSTE AFSTAND 300 200

300

100 D 50 300 50 D

100 300

100 300

100 300 100

200 300

200

200

100 200 200

300 300 50

4.2 4.1

4.2

3.2 3.1 4.2 3.1

3.2 4.2

3.2 4.2

3.2 4.2 3.2

4.1 4.2

4.1

4.1

3.2 4.1 4.1

4.2 4.2 3.1

CATEGORIE

definitief 29-12-2006

2682 2682 2682 27 27 271 271 272 273 273 274 274 274 2751, 2752 2751, 2752 2753, 2754 2753, 2754 28 28 281 281 281 281 281 2821 2821 2822, 2830 284 284 284 2851 2851 2851 2851 2851

nummer

C Minerale produktenfabrieken n.e.g. D0 Asfaltcentrales: p.c.< 100 ton/uur D1 - asfaltcentrales, p.c. >= 100 ton/uur - VERVAARDIGING VAN METALEN 0 Ruwijzer- en staalfabrieken: 2 - p.c. >= 1.000 t/j 0 IJzeren- en stalenbuizenfabrieken: 0 Draadtrekkerijen, koudbandwalserijen en profielzetterijen: 1 - p.o. < 2.000 m2 A0 Non-ferro-metaalfabrieken: A1 - p.c. < 1.000 t/j B0 Non-ferro-metaalwalserijen, -trekkerijen e.d.: 0 IJzer- en staalgieterijen/ -smelterijen: 1 - p.c. < 4.000 t/j 0 Non-ferro-metaalgieterijen/ -smelterijen: 1 - p.c. < 4.000 t/j - VERVAARD. VAN PRODUKTEN VAN METAAL (EXCL. MACH./TRANSPORTMIDD.) 0 Constructiewerkplaatsen: 1 - gesloten gebouw 1a - gesloten gebouw, p.o. < 200 m2 2 - in open lucht, p.o. < 2.000 m2 3 - in open lucht, p.o. >= 2.000 m2 0 Tank- en reservoirbouwbedrijven: 1 - p.o. < 2.000 m2 Vervaardiging van verwarmingsketels, radiatoren en stoomketels A Stamp-, pers-, dieptrek- en forceerbedrijven B Smederijen, lasinrichtingen, bankwerkerijen e.d. B1 Smederijen, lasinrichtingen, bankwerkerijen e.d., p.o. < 200 m2 0 Metaaloppervlaktebehandelingsbedrijven: 1 - algemeen 10 - stralen 11 - metaalharden 12 - lakspuiten en moffelen

OMSCHRIJVING

50 50 100

1000

30 100

50 50

30 30 50 200 50 30 30 30 30 50 200 50 30

50 100 200

1500

30 100

100 100

30 30 30 50 30 30 10 50 30 50 30 30 100

100 200 100 100

300 200 200 100 50

100 50 200 300

300 C

300 C

300

300

Z

1500 C Z

100 200 300 Z

AFSTANDEN IN METERS

STOF

SBI-CODE

GEUR

Staat van bedrijfsactiviteiten voor bedrijventerrein

GELUID

LIJST 1 - ACTIVITEITEN

50 30 50 50 R

30 R 30 30 30 10

30 10 30 30

30 R

30 R

30 R

30

300 R

50 30 50

GEVAAR

Bijlage 1 Richtafstandenlijsten

GROOTSTE AFSTAND 100 200 D 100 D 100 D

300 200 200 100 D 50 D

100 50 200 300

300

300

300

300

1500

100 D 200 300

3.2 4.1 3.2 3.2

4.2 4.1 4.1 3.2 3.1

3.2 3.1 4.1 4.2

4.2

4.2

4.2

4.2

6

3.2 4.1 4.2

CATEGORIE

definitief 29-12-2006

29 29 29 29 29 30 30 30 31 31 311 312 313 314 315 3162 32 32 321 t/m 323 3210

2851 2851 2851 2851 2851 2851 2851 2851 2852 2852 287 287 287 287

nummer

-

0 1 2 3 A -

VERVAARDIGING VAN AUDIO-, VIDEO-, TELECOM-APPARATEN EN -BENODIGDH. Vervaardiging van audio-, video- en telecom-apparatuur e.d. Fabrieken voor gedrukte bedrading

VERVAARDIGING VAN OVER. ELEKTR. MACHINES, APPARATEN EN BENODIGDH. Elektromotoren- en generatorenfabrieken Schakel- en installatiemateriaalfabrieken Elektrische draad- en kabelfabrieken Accumulatoren- en batterijenfabrieken Lampenfabrieken Koolelektrodenfabrieken

Kantoormachines- en computerfabrieken

VERVAARDIGING VAN MACHINES EN APPARATEN Machine- en apparatenfabrieken: - p.o. < 2.000 m2 - p.o. >= 2.000 m2 - met proefdraaien verbrandingsmotoren >= 1 MW VERVAARDIGING VAN KANTOORMACHINES EN COMPUTERS

2 - scoperen (opspuiten van zink) 3 - thermisch verzinken 4 - thermisch vertinnen 5 - mechanische oppervlaktebehandeling (slijpen, polijsten) 6 - anodiseren, eloxeren 7 - chemische oppervlaktebehandeling 8 - emailleren 9 - galvaniseren (vernikkelen, verchromen, verzinken, verkoperen ed) 1 Overige metaalbewerkende industrie 2 Overige metaalbewerkende industrie, inpandig, p.o. <200m2 A0 Grofsmederijen, anker- en kettingfabrieken: A1 - p.o. < 2.000 m2 B Overige metaalwarenfabrieken n.e.g. B Overige metaalwarenfabrieken n.e.g.; inpandig, p.o. <200 m2

OMSCHRIJVING

30 50

200 200 100 100 200 1500

30

0 10

30 10 10 30 30 300

10

30 30 30

50 30 30

30 30 30

30 50 50

50 50 50 50 10 10 50 30 30 30

50 100 100 30 50 50 100 30 10 10

50 50

30 30 200 100 30 1000 C Z

30

100 200 300

200 100 50

100 100 100 100 100 100 100 100 100 50

Z

AFSTANDEN IN METERS

STOF

SBI-CODE

GEUR

Staat van bedrijfsactiviteiten voor bedrijventerrein

GELUID

LIJST 1 - ACTIVITEITEN

30 30

50 50 100 R 50 300 R 200 R

10

30 30 30

30 30 10

30 R 50 50 30 30 30 50 R 50 30 10

GEVAAR

Bijlage 1 Richtafstandenlijsten

GROOTSTE AFSTAND 50 D 50

200 200 200 D 100 300 1500

30

100 D 200 D 300 D

200 100 50

100 D 100 100 100 100 100 100 100 100 D 50 D

3.1 3.1

4.1 4.1 4.1 3.2 4.2 6

2

3.2 4.1 4.2

4.1 3.2 3.1

3.2 3.2 3.2 3.2 3.2 3.2 3.2 3.2 3.2 3.1

CATEGORIE

definitief 29-12-2006

VERVAARDIGING VAN TRANSPORTMIDDELEN (EXCL. AUTO'S, AANHANGWAGENS) Scheepsbouw- en reparatiebedrijven: - houten schepen - kunststof schepen - metalen schepen < 25 m Wagonbouw- en spoorwegwerkplaatsen: - algemeen - met proefdraaien van verbrandingsmotoren >= 1 MW Vliegtuigbouw en -reparatiebedrijven: - zonder proefdraaien motoren Rijwiel- en motorrijwielfabrieken Transportmiddelenindustrie n.e.g.

35 351 351 351 351 352 352 352 353 353 354 355 36 36 361 361 362 363 364 365 3661.1 3661.2

- VERVAARDIGING VAN MEUBELS EN OVERIGE GOEDEREN N.E.G. 1 Meubelfabrieken 2 Meubelstoffeerderijen b.o. < 200 m2 Fabricage van munten, sieraden e.d. Muziekinstrumentenfabrieken Sportartikelenfabrieken Speelgoedartikelenfabrieken Sociale werkvoorziening Vervaardiging van overige goederen n.e.g.

0 1 2 3 0 1 2 0 1

- VERVAARDIGING VAN MEDISCHE EN OPTISCHE APPARATEN EN INSTRUMENTEN A Fabrieken voor medische en optische apparaten en instrumenten e.d. VERVAARDIGING VAN AUTO'S, AANHANGWAGENS EN OPLEGGERS 0 Autofabrieken en assemblagebedrijven 1 - p.o. < 10.000 m2 2 - p.o. >= 10.000 m2 Carrosseriefabrieken Aanhangwagen- en opleggerfabrieken Auto-onderdelenfabrieken -

nummer

33 33 33 34 34 341 341 341 3420.1 3420.2 343 35

OMSCHRIJVING AFSTANDEN IN METERS

30 10 30

50 30 30

50 10 10 10 10 10 30 10

30 30

50 50

50 0 30 30 30 30 0 30

30 50 100

10 30 10 10 10

100 200 100 30 30

30 100 50

0

30

STOF

SBI-CODE

GEUR

Staat van bedrijfsactiviteiten voor bedrijventerrein

100 10 10 30 50 50 30 50

200 100 100

100 300

50 100 200

Z

200 C 300 Z 200 200 100

30

GELUID

LIJST 1 - ACTIVITEITEN

R

R R R

30 0 10 10 30 30 0 30

30 30 R 30

30 30 R

10 50 R 30

30 50 30 30 30

0

GEVAAR

Bijlage 1 Richtafstandenlijsten

GROOTSTE AFSTAND 100 D 10 30 30 50 50 30 50 D

200 100 100 D

100 300

50 100 200

200 D 300 200 200 100

30

3.2 1 2 2 3.1 3.1 2 3.1

4.1 3.2 3.2

3.2 4.2

3.1 3.2 4.1

4.1 4.2 4.1 4.1 3.2

2

CATEGORIE

definitief 29-12-2006

40 40 40 40 40 40 40 40 40 40 40 40 41 41 41 41 41 41 41 41 45 45 45

37 37 372 372 372 372 40 40 40 40 40

nummer

- VOORBEREIDING TOT RECYCLING A0 Puinbrekerijen en -malerijen: A1 - v.c. < 100.000 t/j B Rubberregeneratiebedrijven C Afvalscheidingsinstallaties - PRODUKTIE EN DISTRIB. VAN STROOM, AARDGAS, STOOM EN WARM WATER A0 Elektriciteitsproduktiebedrijven (electrisch vermogen >= 50 MWe) A4 - kerncentrales met koeltorens B0 bio-energieinstallaties electrisch vermogen < 50 MWe: - covergisting, verbranding en vergassing van mest, slib, GFT en reststromen B1 voedingsindustrie B2 - vergisting, verbranding en vergassing van overige biomassa C0 Elektriciteitsdistributiebedrijven, met transformatorvermogen: C1 - < 10 MVA C2 - 10 - 100 MVA C3 - 100 - 200 MVA C4 - 200 - 1000 MVA D0 Gasdistributiebedrijven: D1 - gascompressorstations vermogen < 100 MW D5 - gasontvang- en -verdeelstations, cat. D E0 Warmtevoorzieningsinstallaties, gasgestookt: E1 - stadsverwarming - WINNING EN DITRIBUTIE VAN WATER A0 Waterwinning-/ bereiding- bedrijven: A2 - bereiding met chloorbleekloog e.d. en/of straling B0 Waterdistributiebedrijven met pompvermogen: B1 - < 1 MW B2 - 1 - 15 MW B3 - >= 15 MW - BOUWNIJVERHEID 0 Bouwbedrijven algemeen: b.o. > 2.000 m²

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Lansingerland&id=1210a2b9-b904-42c8-855a-888cff079663