CConstaterende datLansingerland
Koppel je AI →
Document · PDF

[T22.06560] Vast te stellen bestemmingsplan "Noordeindseweg 368"

Gemeenteraad 26 januari 2023, gemeente LansingerlandBij agendapunt: Vaststelling bestemmingsplan "Noordeindseweg 368”, te Berkel en Rodenrijs21.840 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Gemeente Lansingerland Bestemmingsplan "Noordeindseweg 368”

18 november 2022

Vast te stellen

Gemeente Lansingerland Bestemmingsplan "Noordeindseweg 368"

Vast te stellen Inhoud: •

TOELICHTING

•

PLANREGELS

•

VERBEELDING

Identificatiecode: NL.IMRO.1621. BP0215-VAST Werknummer: 622.125.70 Datum: 18-11-2022 KuiperCompagnons BV Rotterdam

Gemeente Lansingerland Team Omgevingsrecht

Procedureoverzicht Datum Voorontwerp

24 mei 2022

Ontwerp

13 september 2022

Terinzagelegging

22 september 2022 t/m 3 november 2022

Vast te stellen

18 november 2022

Vastgesteld

Document

Opmerkingen

TOELICHTING

Inhoudsopgave van de toelichting

1

Inleiding

1

1.1 1.2 1.3 1.4 1.5

Aanleiding en doel van het plan Ligging en begrenzing plangebied Vigerend bestemmingsplan Bij het plan behorende stukken Leeswijzer

1 1 1 2 3

2

Planbeschrijving

4

2.1 2.2 2.3

Bestaande situatie Ontwikkelingen Juridische aspecten

4 4 4

3

Beleidskader

7

4

Natuur en landschap

8

5

Water

9

6

Archeologie en cultuurhistorie

10

7

Milieu

11

7.1

Algemeen

11

8

Uitvoerbaarheid

12

8.1 8.2 8.3

Economische uitvoerbaarheid Maatschappelijke uitvoerbaarheid Handhavingsaspecten

12 12 12

9

Procedure

14

9.1 9.2 9.3

Voorbereidingsfase Ontwerpfase Vaststellingsfase

14 14 14

Bijlagen bij de toelichting: Bijlage 1: Gemeente Lansingerland (13 september 2022) Nota vooroverleg en staat van wijzigingen – Bestemmingsplan “Noordeindseweg 368”, Berkel en Rodenrijs

Afbeelding 1.1: Globale ligging van het plangebied in de omgeving (plangebied is rood omcirkeld). Bron: Google Earth.

Afbeelding 1.2: Globale begrenzing van het plangebied (plangebied is wit omkaderd). Bron: Google Earth.

1

1

Inleiding

1.1

Aanleiding en doel van het plan Op 27 juni 2013 is het bestemmingsplan “Lint Noord” vastgesteld. Dit plan betrof een wettelijk verplichte actualisatie van het voorgaande juridisch-planologische kader voor het noordelijke deel van het lint van Berkel en Rodenrijs, waarin de bestaande functies in het gebied van een passende juridische regeling zijn voorzien. Bij deze actualisatie is aan het perceel aan de Noordeindseweg 368 een agrarische bestemming toegekend. Al in 1998 is echter conform artikel 19.1 van de Wet op de Ruimtelijke Ordening (oud) een vergunning verleend voor een woning op het perceel. Daarbij is de voormalige boerderij geheel gesloopt en vervangen door een nieuwe woning met een bijbehorende schuur. In het bestemmingsplan “Lint Noord” zijn deze bestaande woning en het bijgebouw op de verbeelding wel juist ingetekend, maar is voor het perceel abusievelijk nog een agrarische bestemming opgenomen. Deze kennelijke omissie is tijdens de procedure niet gesignaleerd. Om deze omissie te herstellen en de bestemmingsregeling voor het perceel weer in lijn te brengen met de vergunde en bestaande situatie, is het voorliggende bestemmingsplan opgesteld. Daarbij wordt de vigerende agrarische bestemming gewijzigd in de bestemmingen ‘Wonen’ en ‘Tuin’, conform de verleende vergunning.

Omdat het feitelijk gaat om een passende bestemmingsregeling voor een bestaande situatie zoals dat beoogd was met het bestemmingsplan “Lint Noord”, wordt zoveel mogelijk aangesloten bij de systematiek van dat plan.

1.2

Ligging en begrenzing plangebied Het plangebied ligt ten noorden van de kern Berkel en Rodenrijs in het lint aan de Noordeindseweg. Het plangebied omvat het perceel Noordeindseweg 368. Het perceel bevindt zich in het lint tussen de Noordeindseweg 372 en 366. De bestaande woning en het erf zijn verder terug gelegen ten opzichte van de Noordeindseweg, en bevinden zich achter de eerstelijnsbebouwing van het lint. Het terrein is bereikbaar via een toegangsweg die tussen de woningen Noordeindseweg 366 en 372 door loopt. Aan de noordkant wordt het begrensd door het perceel aan de Noordeindseweg 372, en bevindt zich ter hoogte van de bestaande woning een kavel bestaande uit grasland. Ten oosten van het plangebied bevindt zich een braakliggend perceel, omringd door glastuinbouw, waar voorheen ook kassen aanwezig waren. Het plangebied wordt aan de zuidkant begrensd door verschillende kassen en (bedrijfs)bebouwing aan de Noordeindseweg 366 en 360. De Noordeindseweg begrenst het plangebied aan de westzijde. De globale ligging en begrenzing van het plangebied is in afbeelding 1.1 en 1.2 weergegeven.

1.3

Vigerend bestemmingsplan Ter plaatse van het plangebied vigeert momenteel het bestemmingsplan “Lint Noord”, dat door de gemeenteraad van Lansingerland is vastgesteld op 27 juni 2013. In dat bestemmingsplan is het voorliggende plangebied bestemd als ‘Agrarisch’ en ‘Agrarisch – Weide’. Hierbinnen zijn voor de bestaande woning en het bijgebouw bouwvlakken opgenomen. Daaraan zijn maatvoeringsaanduidingen toegekend en aan de woning ook de functieaanduiding ‘bedrijfswoning’. Het westelijk deel van het plangebied, ter plaatse van de toegangsweg, kent de bestemming ‘Agrarisch –

Bestemmingsplan “Noordeindseweg 368” Toelichting Vast te stellen – 18 november 2022

2

Weide’. Verder is aan het hele plangebied de dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie 2’ toegekend en aan een strook aan de westkant de dubbelbestemming ‘Waterstaat – Waterkering’. Afbeelding 1.3 toont een uitsnede van het vigerende bestemmingsplan. Gronden met de bestemming ‘Agrarisch’ zijn bestemd voor verschillende agrarische activiteiten, en ter plaatse van de aanduiding ‘bedrijfswoning' tevens voor één agrarische bedrijfswoning. Deze bestemming komt niet overeen met de bestaande situatie. De agrarische functie van het perceel is niet langer aanwezig. Conform de in 1998 verleende vergunning is de voormalige boerderij gesloopt en zijn de nieuwe woning en schuur gerealiseerd. De woning en het bijgebouw zijn in het vigerende bestemmingsplan juist ingetekend, wat betreft de situering van de bouwvlakken en de maatvoering. Per abuis is aan het perceel echter de agrarische bestemming toegekend, waar voor de nieuwe bestaande situatie een woon- en tuinbestemming passend is.

Afbeelding 1.3: uitsnede verbeelding vigerend bestemmingsplan “Lint Noord” (2013). Het voorliggende plangebied is rood omkaderd.

1.4

Bij het plan behorende stukken Het bestemmingsplan “Noordeindseweg 368” bestaat uit bestemmingen en regels. De bestemming van de gronden is geometrisch bepaald1 door middel van lijnen, coderingen en arceringen. In de bestemmingen zijn regels ten aanzien van het bouwen en het gebruik opgenomen. Het plan gaat vergezeld van deze toelichting. In de toelichting worden de keuzes die zijn gemaakt bij het

1

Geografische coördinaten volgens het Rijksdriehoekstelsel bepalen de ligging van een bestemming. Met gebruikmaking van de coördinaten kan exact de plaats van een object in een gebied worden bepaald.

Bestemmingsplan “Noordeindseweg 368” Toelichting Vast te stellen – 18 november 2022

3

opstellen van de geometrische plaatsbepaling en de regels verantwoord en verduidelijkt. Vervolgens wordt hierin de uitvoerbaarheid van het plan aangetoond.

1.5

Leeswijzer Deze toelichting bestaat uit negen hoofdstukken. Gezien de aard van dit bestemmingsplan, wordt op de meeste onderdelen hooguit beknopt ingegaan. Na deze inleiding geeft hoofdstuk 2 een korte beschrijving van het plan en de juridische aspecten. De hoofdstukken 3 tot en met 7 bevatten achtereenvolgens de beleidskaders en diverse sectorale en milieuaspecten. Omdat dit bestemmingsplan alleen voorziet in een herstel en geen nieuwe ontwikkelingen mogelijk maakt, zijn deze hoofdstukken beknopt. Hoofdstuk 8 gaat vervolgens in op de economische en maatschappelijke uitvoerbaarheid en handhaving. Tenslotte wordt in het laatste hoofdstuk de procedure rondom dit bestemmingsplan nader toegelicht.

Bestemmingsplan “Noordeindseweg 368” Toelichting Vast te stellen – 18 november 2022

4

2

Planbeschrijving

2.1

Bestaande situatie Het plangebied ligt in het bebouwingslint van de Noordeindseweg en Noordeindsevaart. Dit betreft een oud bebouwingslint met een gevarieerde ruimtelijke structuur. Het bebouwingsbeeld van het lint wordt afwisselend bepaald door woningen, oude boerderijen en verspreide bedrijfsbebouwing en -percelen. De Noordeindsevaart en Noordeindseweg hebben de basis gevormd voor het ontstaan van het lint, en begrenzen het plangebied aan de westzijde. Door de bebouwing tussen de Noordeindseweg en Noordersingel ten westen van het plangebied is sprake van een dubbel bebouwingslint. De voormalige boerderij die op het perceel aanwezig was is al in 1998 gesloopt. Conform de verleende vergunning is vervolgens een nieuwe woning met een bijbehorende schuur als bijgebouw gerealiseerd. De woning bevindt zich in het noordwesten van het woonerf. Ten zuiden en zuidoosten van de woning staan twee bijgebouwen. Het gebouw ten zuiden van de woning betreft een schuur met daarin een zwembad. De gronden rondom de gebouwen zijn in gebruik als tuin. Het erf wordt omringd door watergangen. De toegang tot het erf bevindt zich aan de westzijde, waar een toegangsweg richting de Noordeindseweg loopt.

2.2

Ontwikkelingen Dit bestemmingsplan voorziet niet in nieuwe ontwikkelingen. Al in 1998 is voor de bestaande woning en het bijgebouw een vergunning verleend, conform artikel 19.1 WRO. Deze nieuwe bestaande situatie is abusievelijk niet juist meegenomen in het bestemmingsplan “Lint Noord” uit 2013. Voor de woning en het bijgebouw zijn wel passende bouwvlakken en maatvoeringen opgenomen, maar aan het perceel is nog een agrarische in plaats van woonbestemming toegekend. Om deze omissie te herstellen is het voorliggende bestemmingsplan opgesteld.

2.3

Juridische aspecten

2.3.1 Inleiding Het voorliggende bestemmingsplan “Noordeindseweg 368” is zoveel mogelijk opgesteld conform de gemeentelijke standaard, met inachtneming van de bepalingen die zijn opgenomen in de Regeling standaarden ruimtelijke ordening (Rsro), zoals de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen (SVBP2012) en het coderingssysteem Informatiemodel Ruimtelijke Ordening (IMRO). In dit hoofdstuk wordt ingegaan op de wijze waarop de regels en verbeelding van voorliggend plan zijn opgebouwd.

2.3.2 Planmethodiek Het uitgangspunt van dit bestemmingsplan is het herstellen van de geconstateerde omissie in het vigerende bestemmingsplan “Lint Noord” (2013) voor het perceel aan de Noordeindseweg 368. Doel is het opnemen van een passende bestemmingsregeling voor de nieuwe bestaande en vergunde situatie, zoals dat feitelijk al beoogd was met het vigerende bestemmingsplan. In dat licht wordt zoveel mogelijk aangesloten bij de systematiek van “Lint Noord”, voor vergelijkbare woonpercelen in het lint. Bij de opzet van dit bestemmingsplan is zodoende gekozen voor een redelijk gedetailleerde wijze van bestemmen. Hierbij zijn eindbestemmingen, een bouwvlak en functieen maatvoeringsaanduidingen opgenomen aansluitend bij de bestaande situatie. Voor de woning

Bestemmingsplan “Noordeindseweg 368” Toelichting Vast te stellen – 18 november 2022

5

en het zuidelijke bijgebouw zijn de situering en maatvoering van de vigerende bouwvlakken toereikend. De agrarische bestemming is gewijzigd in een woon- en tuinbestemming. Aan de bouwvlakken en het achtererf is de bestemming ‘Wonen’ toegekend, het voorerfgebied (tot 1 m achter de voorgevel) krijgt de bestemming ‘Tuin’.

2.3.3 Regels De regels bestaan uit vier hoofdstukken: • Inleidende regels (hoofdstuk 1); • Bestemmingsregels (hoofdstuk 2); • Algemene regels (hoofdstuk 3); • Overgangs- en slotregels (hoofdstuk 4). Hierna wordt een korte toelichting gegeven op de in het plan voorkomende artikelen. Hoofdstuk 1 Inleidende regels In dit hoofdstuk is een aantal begrippen verklaard, dat wordt gebruikt in de regels. Dit voorkomt dat er bij de uitvoering van het plan onduidelijkheden ontstaan over de uitleg van bepaalde regelingen. Daarnaast is het artikel "Wijze van meten” opgenomen waarin bepaald is hoe de voorgeschreven maatvoering in het plan gemeten moet worden. Hoofdstuk 2 Bestemmingsregels In dit hoofdstuk zijn de in het bestemmingsplan voorkomende bestemmingen geregeld: ‘Tuin’, ‘Wonen’, ‘Waarde – Archeologie 1’, ‘Waarde – Archeologie 2’ en ‘Waterstaat – Waterkering’. In ieder artikel is per bestemming bepaald welk gebruik van de gronden is toegestaan en welke bouwregels er gelden. Hierna volgt een korte toelichting per bestemming. Tuin De voor 'Tuin' aangewezen gronden zijn bestemd voor tuinen, erven en ongebouwde parkeervoorzieningen en opritten behorende bij de op de aangrenzende gronden gesitueerde bestemmingen.

Waar gronden met de bestemming ‘Wonen’ ook gebruikt mogen worden voor tuinen en erven, is deze bestemming opgenomen voor gronden waar hoofdzakelijk tuin is toegestaan, en bouwmogelijkheden zeer beperkt zijn. Aansluitend bij de bestemmingssystematiek in de omgeving is deze bestemming opgenomen voor het voorerfgebied – de gronden tussen de woning en de Noordeindseweg. Wonen De bestemming ‘Wonen’ is opgenomen voor de bestaande woning en het bijgebouw, en het achtererfgebied. De gronden met de bestemming ‘Wonen’ mogen worden gebruikt voor woningen, al dan niet in combinatie met aan huis verbonden beroepen, tuinen, erven, parkeervoorzieningen, opritten en water. Binnen de bestemming is een bouwvlak opgenomen ten behoeve van de bestaande woning. Het zuidelijke vigerende bouwvlak is gewijzigd in de functieaanduiding ‘bijgebouwen’ conform de systematiek in de omgeving. De situering en maatvoering van de vigerende bouwvlakken is hiervoor overgenomen. Dit betekent voor de woning een goot- en bouwhoogte van 4 en 9 m en voor het bijgebouw van 3 en 7 m. Waarde – Archeologie 1 en 2 (dubbelbestemmingen) De gronden die zijn bestemd met de dubbelbestemmingen ‘Waarde – Archeologie 1’ en ‘Waarde – Archeologie 2’ zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor behoud van de (potentieel) aanwezige archeologische waarden.

Deze dubbelbestemmingen zijn onverminderd overgenomen uit het vigerende bestemmingsplan. Waterstaat – Waterkering (dubbelbestemming) De gronden die zijn bestemd met de dubbelbestemming ‘Waterstaat – Waterkering’ zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor a) waterkering, en/of b) Bestemmingsplan “Noordeindseweg 368” Toelichting Vast te stellen – 18 november 2022

6

de waterhuishouding. De dubbelbestemming geldt voor een strook evenwijdig aan de Noordeindsevaart, en is ongewijzigd overgenomen uit het vigerende bestemmingsplan. Hoofdstuk 3 Algemene regels In hoofdstuk 3 worden enkele algemene regels gegeven, zoals de anti-dubbeltelregel. Ook worden algemene gebruiksregels gegeven en wordt gesteld dat bestaande bouwwerken, die niet voldoen aan de regels in het plan, als toelaatbaar mogen worden beschouwd. Verder zijn enkele algemene afwijkings- en wijzigingsregels opgenomen die de flexibiliteit van het plan vergroten. Daarnaast is een voorwaardelijke bepaling opgenomen met betrekking tot parkeren. Daarmee wordt het paraplubestemmingsplan ‘Parapluherziening parkeernormering Lansingerland’, dat op 30 maart 2017 is vastgesteld, in de bestemmingsregeling opgenomen. Hierin is bepaald dat bij het bouwen of wijzigen van het gebruik, binnen het plangebied dient te worden voorzien in voldoende parkeergelegenheid. Daarbij wordt gebruik gemaakt van het geldende gemeentelijke parkeerbeleid. Momenteel is dit vastgelegd in de ‘Nota parkeren Gemeente Lansingerland’ (2014). Indien de parkeernota in de toekomst wordt herzien, wordt getoetst aan de rechtsopvolger(s) hiervan.

Hoofdstuk 4 Overgangs- en slotregels In het overgangsrecht is een regeling opgenomen voor bebouwing en gebruik dat al bestond bij het opstellen van het plan, maar dat strijdig is met de opgenomen regeling. Onder bepaalde voorwaarden mag deze strijdige bebouwing en/of strijdig gebruik worden voortgezet of gewijzigd. In de slotregel is de officiële naam van het plan bepaald. Onder deze naam kan het bestemmingsplan worden aangehaald.

2.3.4 Geometrische plaatsbepaling / verbeelding Voor het verbeelden van de geometrisch bepaalde bestemmingen is een BGT-ondergrond (in combinatie met de Basisregistratie Kadaster (BRK)) gebruikt. Dit bestand is opgebouwd in coördinaten in het stelsel van de Rijksdriehoeksmeting, of kortweg Rijksdriehoekscoördinaten (ook wel: RD-coördinaten). Dit zijn de coördinaten die in Nederland worden gebruikt als grondslag voor onder meer geografische aanduidingen, waarbij de exacte locatie van een gebied wordt vastgelegd. In het plan is met behulp van lijnen, coderingen en arceringen aan gronden een bepaalde bestemming toegekend. Binnen een bestemmingsvlak zijn met aanduidingen nadere regels aangegeven. Op een afdruk van de geometrische plaatsbepaling, de verbeelding, zijn alle bestemmingen en aanduidingen naast elkaar zichtbaar. De gegevens zijn digitaal raadpleegbaar. Via de digitale portal waarop het plan wordt gepubliceerd kan, door te klikken op een bepaalde locatie, de bijbehorende bestemmingsregeling worden opgeroepen.

Bestemmingsplan “Noordeindseweg 368” Toelichting Vast te stellen – 18 november 2022

7

3

Beleidskader Dit bestemmingsplan maakt geen nieuwe ontwikkelingen mogelijk. Het voorziet uitsluitend in het herstel van een omissie in de vigerende bestemmingsregeling voor het perceel aan de Noordeindseweg 368. Voor de bestaande woning en het bijgebouw is al in 1998 een vergunning verleend. Deze nieuwe bestaande situatie is in het vigerende bestemmingsplan “Lint Noord” (2013) per abuis niet meegenomen. Dit bestemmingsplan voorziet zodoende alleen in een herbestemming van de feitelijke, legale situatie. Daarmee wordt de verleende vergunning verwerkt in een passende bestemmingsregeling, zoals dat al bij het vigerende bestemmingsplan beoogd was. In het kader van de vergunningverlening is de ontwikkeling destijds al getoetst aan de relevante beleidskaders. Een nieuwe toetsing is voor dit bestemmingsplan dan ook niet aan de orde.

Bestemmingsplan “Noordeindseweg 368” Toelichting Vast te stellen – 18 november 2022

8

4

Natuur en landschap Dit bestemmingsplan maakt geen nieuwe ontwikkelingen mogelijk, maar voorziet alleen in een herbestemming van een bestaande legale situatie. Er vinden dan ook geen nieuwe werkzaamheden of activiteiten plaats die een effect kunnen hebben op beschermde soorten of gebieden. De relevante aspecten met betrekking tot natuur en landschap zijn in het kader van de verleende vergunning al beoordeeld. Een afweging in het kader van dit bestemmingsplan is dan ook niet aan de orde.

Bestemmingsplan “Noordeindseweg 368” Toelichting Vast te stellen – 18 november 2022

9

5

Water Dit bestemmingsplan maakt geen nieuwe ontwikkelingen mogelijk, maar voorziet alleen in een herbestemming van een bestaande legale situatie. Er is dan ook geen sprake van nieuwe activiteiten of werkzaamheden die van invloed zijn op de waterhuishouding. De relevante wateraspecten zijn in het kader van de verleende vergunning al beoordeeld. Een afweging in het kader van dit bestemmingsplan is dan ook niet aan de orde. De vigerende dubbelbestemming ‘Waterstaat – Waterkering’ langs de Noordeindsevaart die aan de westkant binnen het plangebied valt, is onverminderd overgenomen.

Bestemmingsplan “Noordeindseweg 368” Toelichting Vast te stellen – 18 november 2022

10

6

Archeologie en cultuurhistorie Dit bestemmingsplan maakt geen nieuwe ontwikkelingen mogelijk, maar voorziet alleen in een herbestemming van een bestaande legale situatie. Er vinden dan ook geen nieuwe werkzaamheden plaats die een effect kunnen hebben op archeologische of cultuurhistorische waarden. De relevante aspecten met betrekking tot archeologie en cultuurhistorie zijn in het kader van de verleende vergunning al beoordeeld. Een afweging in het kader van dit bestemmingsplan is dan ook niet aan de orde. De vigerende dubbelbestemmingen ‘Waarde – Archeologie 1’ en ‘Waarde – Archeologie 2’ zijn onverminderd overgenomen.

Bestemmingsplan “Noordeindseweg 368” Toelichting Vast te stellen – 18 november 2022

11

7

Milieu

7.1

Algemeen Dit bestemmingsplan maakt geen nieuwe ontwikkelingen mogelijk, maar voorziet alleen in een herbestemming van een bestaande legale situatie. In het kader van de verleende vergunning zijn de diverse milieuaspecten in relatie tot de ontwikkeling al beschouwd en afgewogen. Een nadere toetsing van dit bestemmingsplan aan de milieuaspecten is dan ook niet benodigd.

Bestemmingsplan “Noordeindseweg 368” Toelichting Vast te stellen – 18 november 2022

12

8

Uitvoerbaarheid

8.1

Economische uitvoerbaarheid Bij de voorbereiding van een bestemmingsplan dient op grond van artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) in de plantoelichting minimaal inzicht te worden gegeven in de economische uitvoerbaarheid van het plan. Tevens is met de inwerkingtreding van de Wet ruimtelijke ordening de verplichting ontstaan om, indien sprake is van ontwikkelingen waarvoor de gemeente redelijkerwijs kosten moet maken, bijvoorbeeld voor de aanleg van voorzieningen van openbaar nut, en de plankosten, deze moeten worden verhaald op de initiatiefnemer c.q. ontwikkelaar. Een en ander dient te worden vastgelegd in privaatrechtelijke overeenkomsten met iedere grondeigenaar. Als er met een grondeigenaar geen overeenkomst is gesloten en het kostenverhaal niet anderszins is verzekerd, dient een exploitatieplan te worden opgesteld die tegelijkertijd met het bestemmingsplan moet worden vastgesteld. Met dit bestemmingsplan wordt alleen een omissie in het vigerende bestemmingsplan hersteld. Plankosten worden daarom niet verhaald en worden gedragen door de gemeente. De economische uitvoerbaarheid van het plan is zodoende voldoende gewaarborgd.

8.2

Maatschappelijke uitvoerbaarheid Dit bestemmingsplan maakt geen nieuwe ontwikkelingen mogelijk. Een al in 1998 verleende vergunning was per abuis niet in het vigerende bestemmingsplan “Lint Noord” uit 2013 meegenomen. Die omissie wordt met dit bestemmingsplan hersteld. Daarmee wordt enkel de bestaande, legale situatie alsnog voorzien van een passende bestemmingsregeling. Gezien het bovenstaande wordt het plan maatschappelijk uitvoerbaar geacht. Evenwel wordt het ontwerpbestemmingsplan ter inzage gelegd, waarbij de mogelijkheid geboden wordt om zienswijzen op het plan in te dienen (zie ook hoofdstuk 9 van deze toelichting).

8.3

Handhavingsaspecten Het bestemmingsplan is bindend voor zowel de overheid als de burger. De primaire verantwoordelijkheid voor controle en handhaving ligt bij de gemeente. Handhaving kan worden omschreven als elke handeling die erop gericht is de naleving van regelgeving te bevorderen of een overtreding te beëindigen. Het doel van handhaving is om de duurzame bescherming van mens en omgeving te waarborgen. Binnen het kader van het bestemmingsplan heeft regelgeving met name betrekking op de Wet ruimtelijke ordening en de Woningwet. Bij overtreding van deze regelgeving moet gedacht worden aan bouwen zonder omgevingsvergunning voor het bouwen, bouwen in afwijking van een verleende vergunning, het handelen zonder of in afwijking van een noodzakelijke vergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerken zijnde, en voor werkzaamheden (de vroegere aanlegvergunning) en het gebruik van gronden en opstallen in strijd met de gebruiksregels van het bestemmingsplan of een afwijking. Er zijn twee vormen handhaving te onderscheiden: preventieve en repressieve handhaving. De handhaafbaarheid van een wijzigingsplan is met name afhankelijk van het draagvlak van de regels onder de burgers en van de duidelijkheid van de regels. Vertaling naar bestemmingsregeling De bestemmingsregeling wordt afgestemd op de al bestaande, vergunde situatie.

Daarbij zijn de algemene flexibiliteitsbepalingen uit het vigerende bestemmingsplan overgenomen. De verbeel-

Bestemmingsplan “Noordeindseweg 368” Toelichting Vast te stellen – 18 november 2022

13

ding, de regels en de toelichting zijn, tot slot, zodanig op elkaar afgestemd dat interpretatieproblemen en problemen met betrekking tot de uitvoering zo veel mogelijk worden voorkomen.

Bestemmingsplan “Noordeindseweg 368” Toelichting Vast te stellen – 18 november 2022

14

9

Procedure

9.1

Voorbereidingsfase Overleg Conform artikel 3.1.1 van het Bro dienen burgemeester en wethouders bij de voorbereiding van een bestemmingsplan overleg te plegen met de besturen van betrokken gemeenten en waterschappen en met de rijks- en provinciale diensten die betrokken zijn bij de zorg voor de ruimtelijke ordening of belast zijn met de behartiging van belangen die in het plan in het geding zijn. In dit kader is het voorontwerp voor advies toegezonden aan de belanghebbende instanties. De volgende vooroverlegpartners zijn benaderd voor een reactie op het plan: Veiligheidsregio Rotterdam Rijnmond, Hoogheemraadschap van Delfland, DCMR en provincie Zuid-Holland. De ontvangen overlegreacties zijn samengevat en beantwoord in een Nota vooroverleg, die als bijlage 1 bij deze toelichting is gevoegd. De overlegreacties hebben geen aanleiding gegeven tot het aanpassen van het voorontwerpbestemmingsplan.

9.2

Ontwerpfase Op de voorbereiding van een bestemmingsplan is artikel 3.8 Wro (gelezen in samenhang met afdeling 3.4 Awb) van toepassing. De kennisgeving van het ontwerpbesluit tot vaststelling van het bestemmingsplan is in het Gemeenteblad geplaatst en ook via elektronische weg gebeurd. Tevens dient de kennisgeving te worden toegezonden aan die diensten van Rijk en provincie die belast zijn met de behartiging van belangen die in het plan in het geding zijn, het waterschap en belanghebbende gemeenten. Het ontwerpbestemmingsplan heeft van 22 september tot en met 3 november 2022 gedurende zes weken ter inzage gelegen. Binnen deze termijn is eenieder in de gelegenheid gesteld schriftelijk en/of mondeling een zienswijze op het plan in te dienen. Ook zijn de stukken met de kennisgeving aan de eerder genoemde diensten en instanties toegezonden (artikel 3:13 Awb) en is aangegeven waar de (digitale) stukken te vinden zijn (elektronische kennisgeving). Tijdens deze termijn zijn geen zienswijzen op het ontwerpbestemmingsplan ingediend. Ook zijn er geen ambtshalve wijzigingen in het plan doorgevoerd.

9.3

Vaststellingsfase Na de termijn van terinzagelegging dient de gemeenteraad te beslissen omtrent de vaststelling van het bestemmingsplan. Tegen een besluit omtrent vaststelling staat rechtsreeks beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (ABRvS). De termijn om beroep in te dienen bij de ABRvS vangt aan met ingang van de dag nadat het vaststellingsbesluit ter inzage is gelegd. Direct na de beroepstermijn treedt, indien tijdens de beroepstermijn geen verzoek om voorlopige voorziening is ingediend, het plan in werking.

Bestemmingsplan “Noordeindseweg 368” Toelichting Vast te stellen – 18 november 2022

BIJLAGEN BIJ DE TOELICHTING

Bijlage 1 Gemeente Lansingerland (13 september 2022) Nota vooroverleg en staat van wijzigingen – Bestemmingsplan “Noordeindseweg 368”, Berkel en Rodenrijs

Nota vooroverleg en staat van wijzigingen Bestemmingsplan “Noordeindseweg 368”, Berkel en Rodenrijs

Identificatiecode: NL.IMRO.1621.BP0215-VONT Datum: 13 september 2022 Corsanummer: T22.04521

Inhoudsopgave 1 Overlegreacties 1.1 Inleiding 1.2 Overlegreacties en gemeentelijke reactie en conclusie per overlegreactie 1.3 Eindconclusie overleg 2 Ambtshalve wijzigingen 2.1 Inleiding en conclusie

Blz. 3. 3. 3. 3. 4. 4.

Pagina 2 van 4 T22.04521 Nota vooroverleg en staat van wijzigingen bestemmingsplan “Noordeindseweg 368”

1. Overlegreacties 1.1 Inleiding Overeenkomstig artikel 3.1.1 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is op 20 juni 2022 gelegenheid tot overleg geboden met betrekking tot het voorontwerpbestemmingsplan. Hiervoor zijn de relevante instanties per mail benaderd. Het Hoogheemraadschap van Delfland en de provincie Zuid-Holland zijn per E-formulier benaderd. Hieronder vindt u een weergave van deze overlegreacties en een eindconclusie (§ 1.3). 1.2 Overlegreacties en gemeentelijke reactie en conclusie per overlegreactie De volgende vooroverlegpartners zijn benaderd voor een reactie op het plan: 1. Veiligheidsregio Rotterdam Rijnmond; 2. Hoogheemraadschap van Delfland; 3. DCMR; 4. Provincie Zuid-Holland. Ten behoeve van het vooroverleg met de Provincie Zuid-Holland is het E-formulier aanbieden ruimtelijke plannen ingevuld. Dit E-formulier stelt vragen en de daarop gegeven antwoorden geven inzicht in de vraag of het ruimtelijke plan mogelijk strijdig is met het provinciaal beleid en dus door de provincie bekeken moet worden. Uit de ingevulde antwoorden blijkt dat het ruimtelijke plan niet hoeft te worden toegezonden. Daarom wordt er geconcludeerd dat er geen strijdigheid is met provinciaal beleid en dat de provincie geen opmerkingen heeft met betrekking tot het bestemmingsplan.

De DCMR heeft laten weten dat er geen milieuhygiënische belemmeringen zijn die de vaststelling in de weg staan. Er is namelijk sprake van een bestaande situatie, waarbij al wordt ‘gewoond’ te midden van een aantal omliggende bedrijven. Pas bij een (her)ontwikkeling zal er een oordeel over het woon – en leefklimaat moeten worden gegeven. De overlegreactie (T22.04522) wordt ter kennisgeving aangenomen. Ook de Veiligheidsregio Rotterdam Rijnmond heeft laten weten dat er met betrekking tot dit plan geen relevante fysieke veiligheidsaspecten zijn geconstateerd. Het aspect externe veiligheid is voor de ontwikkeling geen belemmering. Deze overlegreactie (T22.04525) wordt ook ter kennisgeving aangenomen. Het Hoogheemraadschap van Delfland stemt met voorontwerp van het bestemmingsplan in en laat weten dat het omzetten van de bestemming het waterbelang niet raakt. Er worden hierdoor geen nieuwe ontwikkelingen mogelijk gemaakt, die van invloed op de waterhuishouding kunnen zijn. Deze overlegreactie (T22.04524) wordt ook ter kennisgeving aangenomen. 1.3 Eindconclusie overleg De overlegreacties geven geen aanleiding tot het aanpassen van het voorontwerp

Pagina 3 van 4 T22.04521 Nota vooroverleg en staat van wijzigingen bestemmingsplan “Noordeindseweg 368”

2. Ambtshalve wijzigingen 2.1 Inleiding en conclusie Op basis van een ambtshalve beoordeling van het voorontwerp wijzigingsplan “Noordeindseweg 368” zijn op een aantal onderdelen punten geconstateerd die gewijzigd/verbeterd kunnen worden. 1. Wijziging Alle persoonsgegevens zijn verwijderd uit het bestemmingsplan Motivering Vanwege de AVG 2. Wijziging In artikel 3 en 4 is toegevoegd dat voor parkeren het bepaalde geldt in artikel 10, lid 10.6. Motivering Zo wordt aangesloten bij de 'Nota Parkeren Lansingerland' en de 'Nota Parkeernormen gemeente Lansingerland'. 3. Wijziging In de regels is artikel 7.6 ‘Afwijken van de specifieke gebruiksregels’ verwijderd Motivering Op het betreffende perceel is er geen mogelijkheid om water te gebruiken als ligplaats voor boten. 4. Wijziging In de regels is artikel 9.3 ‘Aanvullende werking Bouwverordening’ verwijderd Motivering Dit artikel is niet van toepassing op het betreffende perceel.

Pagina 4 van 4 T22.04521 Nota vooroverleg en staat van wijzigingen bestemmingsplan “Noordeindseweg 368”

REGELS

Noordeindseweg 368

2

Inhoudsopgave

Regels

3

Hoofdstuk 1 Artikel 1 Artikel 2

Inleidende regels Begrippen Wijze van meten

5 5 13

Hoofdstuk 2 Artikel 3 Artikel 4 Artikel 5 Artikel 6 Artikel 7

Bestemmingsregels Tuin Wonen Waarde - Archeologie 1 Waarde - Archeologie 2 Waterstaat - Waterkering

15 15 17 23 25 27

Hoofdstuk 3 Artikel 8 Artikel 9 Artikel 10 Artikel 11 Artikel 12 Artikel 13

Algemene regels Antidubbeltelregel Algemene bouwregels Algemene gebruiksregels Algemene afwijkingsregels Algemene wijzigingsregels Algemene procedureregels

29 29 30 32 35 37 38

Hoofdstuk 4 Artikel 14 Artikel 15

Overgangs- en slotregels Overgangsrecht Slotregel

39 39 40

Bestemmingsplan “Noordeindseweg 368” Regels Vast te stellen – 18 november 2022

3

Regels

Bestemmingsplan “Noordeindseweg 368” Regels Vast te stellen – 18 november 2022

4

Bestemmingsplan “Noordeindseweg 368” Regels Vast te stellen – 18 november 2022

5

Hoofdstuk 1 Inleidende regels Artikel 1 1.1

Begrippen

plan:

het bestemmingsplan "Noordeindseweg 368" van de gemeente Lansingerland. 1.2

bestemmingsplan:

de geometrisch bepaalde planobjecten als vervat in het GML-bestand NL.IMRO.1621.BP0215-VAST met de bijbehorende regels en bijlagen.

Verdere begrippen in alfabetische volgorde: 1.3

aan- en uitbouw:

een uitbreiding van het hoofdgebouw die qua afmetingen ondergeschikt is aan het hoofdgebouw en in functioneel opzicht deel uitmaakt van het hoofdgebouw. 1.4

aanduiding:

een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden; 1.5

aanduidingsgrens:

de grens van een aanduiding indien het een vlak betreft; 1.6

achtergevel:

de gevel exclusief de aan- en uitbouwen aan deze gevel, aan de achterzijde van een gebouw; 1.7

achtergevelrooilijn:

de denkbeeldige lijn die buitenwerks strak loopt langs de achtergevel van een gebouw tot aan de perceelsgrenzen; 1.8

ambachtelijk en/of verzorgend bedrijf:

1. een bedrijf voor de uitoefening van producerende en/of verzorgende ambachten, met uitzondering van detailhandelsambachten, garagebedrijven en andere autoverzorgende bedrijven, waar – voor een belangrijk deel in handwerk – goederen worden vervaardigd, verwerkt, bewerkt, geïnstalleerd of hersteld, voornamelijk direct ten behoeve van de uiteindelijke gebruiker en/of verbruiker en welke wordt gekenmerkt door hetgeen is vermeld onder 2; 2. een bedrijf waarvan de uitoefening plaats heeft onder (één van) de volgende omstandigheden: a. het productieproces, wordt grotendeels “met de hand” of althans niet in hoofdzaak geautomatiseerd, of met behulp van werktuigen die door energiebronnen buiten de menselijke arbeidskracht worden aangedreven, uitgevoerd; b. voor zover van laatstbedoelde werktuigen gebruik wordt gemaakt zijn deze als ondergeschikt te beschouwen aan de menselijke handvaardigheid. Bedrijven welke zich richten op persoonlijke of zakelijke dienstverlening zoals kapsalons, wasserettes, kantoren al dan niet met baliefunctie, worden hieronder niet begrepen;

Bestemmingsplan “Noordeindseweg 368” Regels Vast te stellen – 18 november 2022

6

1.9

ander bouwwerk:

een bouwwerk, geen gebouw zijnde; 1.10

antennedrager:

een antennemast of andere constructie bedoeld voor de bevestiging van een antenne; 1.11

antenne-installatie:

een installatie bestaande uit een antenne, een antennedrager, de bedrading en de al dan niet in een techniekkast opgenomen apparatuur, met de daarbij behorende bevestigingsconstructie; 1.12

archeologische waarde:

de aan een gebied toegerekende waarde in verband met de kennis en de studie van de in dat gebied voorkomende overblijfselen van menselijke aanwezigheid of activiteit uit het verleden; 1.13

architectonische waarde:

de authentieke kenmerken in de uiterlijke verschijningsvorm van een gebouw uit een bepaalde kunsthistorische stijlperiode of een bouwvorm welke karakteristiek is aan een gebouw uit een streek, waarbij gelet wordt op onder meer de uitwendige hoofdvorm van een gebouw op basis van een aan een bepaald gebruik gekoppelde bouwvorm; 1.14

bebouwing:

één of meer gebouwen en/of bouwwerken, geen gebouwen zijnde. 1.15

bebouwingspercentage:

het percentage van de oppervlakte van een bestemmings- of bouwvlak dat mag worden bebouwd. 1.16

bedrijf aan huis:

het, onder voorwaarden, uitoefenen van bedrijfsmatige activiteiten aan huis: 

 

die in de als bijlage 2 bij deze regels opgenomen "Staat van Bedrijfsactiviteiten voor aan huis gebonden bedrijven en beroepen" zijn aangeduid als categorie 1, of daarmee gelijk kunnen worden gesteld wat betreft de gevolgen voor de omgeving; geen horeca of detailhandel zijnde; en die geen sterke publieksaantrekkende werking hebben;

in de woning en de daarbij behorende aan- en uitbouwen en bijgebouwen, met behoud van de woonfunctie; 1.17

bedrijfsmatige activiteiten:

een activiteit, gericht op het bedrijfsmatig voortbrengen, vervaardigen, bewerken, opslaan, installeren en/of herstellen van goederen dan wel het bedrijfsmatig verlenen van diensten, aan huis verbonden beroepen daaronder niet begrepen; 1.18

bedrijfswoning:

een woning in of bij een gebouw of op een terrein, slechts bedoeld voor (het huishouden van) een persoon, wiens huisvesting daar gelet op de bestemming van het gebouw of terrein noodzakelijk is;

Bestemmingsplan “Noordeindseweg 368” Regels Vast te stellen – 18 november 2022

7

1.19

bedrijfsmatige werkruimte:

een werkruimte waarbinnen beroeps- of bedrijfsmatig diensten worden verleend - geen dienstverlenend bedrijf zijnde - en ambachtelijke en/of verzorgende bedrijvigheid plaatsvindt, overwegend door middel van handwerk, waarbij de aard (qua milieuplanologische hinder) en omvang van de bedrijfsactiviteiten zodanig is dat deze activiteiten in een woning kunnen worden uitgeoefend en de activiteiten geen onevenredige afbreuk doen aan het woon- en leefmilieu in de directe omgeving; 1.20

beroep aan huis:

het beroepsmatig uitoefenen van in hoofdzaak niet-publieksaantrekkende en kleinschalige activiteiten op administratief, juridisch, medisch, therapeutisch, educatief, kunstzinnig, ontwerptechnisch, maatschappelijk of daarmee gelijk te stellen gebied, in de woning en de daarbij behorende aan- en uitbouwen en bijgebouwen, met behoud van de woonfunctie; 1.21

beroepsmatige activiteiten:

het beroepsmatig verlenen van diensten op administratief, juridisch, medisch, therapeutisch, educatief, kunstzinnig, ontwerptechnisch, maatschappelijk of hiermee gelijk te stellen gebied, die door de aard (qua milieuplanologische hinder) en de omvang in een woning en daarbij behorende gebouwen, met behoud van de woonfunctie kunnen worden uitgeoefend en de activiteiten geen onevenredige afbreuk doen aan het woon- en leefmilieu in de directe omgeving; 1.22

beroepsmatige werkruimte:

een werkruimte waarbinnen beroepsmatig diensten worden verricht op administratief, juridisch, medisch, therapeutisch, educatief, kunstzinnig, ontwerptechnisch, maatschappelijk of hiermede naar de aard gelijk te stellen beroep dat door zijn aard en omvang zodanig is dat deze activiteiten in een woning kunnen worden uitgeoefend en de activiteiten geen onevenredige afbreuk doen aan het woon- en leefmilieu in de directe omgeving; 1.23

bestaand bouwwerk:

een bouwwerk dat op het moment van inwerkingtreding van het plan bestaat of wordt gebouwd, dan wel nadien kan worden gebouwd krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen, waarvoor de aanvraag voor het tijdstip van inwerkingtreding is ingediend, tenzij in de regels anders is bepaald; 1.24

bestaand gebruik:

het gebruik dat op het moment van de inwerkingtreding van het bestemmingsplan bestaat en in overeenstemming is met het voorheen geldend planologische regime; 1.25

bestemmingsgrens:

de grens van een bestemmingsvlak; 1.26

bestemmingsvlak:

een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming; 1.27

bijgebouw:

een al dan niet vrijstaand bijgebouw niet voor bewoning bestemd gebouw, dat in functioneel opzicht en qua afmeting ondergeschikt is aan een op hetzelfde bouwperceel gelegen hoofdgebouw;

Bestemmingsplan “Noordeindseweg 368” Regels Vast te stellen – 18 november 2022

8

1.28

bouwen:

het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk, alsmede het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen van een standplaats; 1.29

bouwgrens:

de grens van een bouwvlak; 1.30

bouwlaag, laag:

de begane grond of een verdieping van een gebouw, een onderhuis en een zolder worden hier niet onder begrepen; 1.31

bouwperceel:

een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten; 1.32

bouwperceelgrens:

de grens van een bouwperceel; 1.33

bouwvlak:

een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken geen gebouwen zijnde zijn toegelaten; 1.34

bouwwerk:

elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, die hetzij direct hetzij indirect met de grond is verbonden, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond; 1.35

carport:

een overkapping ten behoeve van het stallen van auto's zonder tot de constructie behorende wanden; 1.36

cultuurhistoriedeskundige:

een door burgemeester en wethouders aan te wijzen deskundige op het gebied van de cultuurhistorie; 1.37

cultuurhistorische waarde:

de aan een bouwwerk eigen zijnde waarde in verband met de herkenbaarheid van de in het verleden ontstane elementen van het bouwwerk in relatie tot de geschiedkundige ontwikkeling van het gebied. Architectonische waarde wordt hieronder mede begrepen; 1.38

detailhandel:

het bedrijfsmatig te koop aanbieden, waaronder begrepen, het uitstallen ten verkoop, verkopen en/of leveren van goederen aan diegenen die die goederen kopen voor gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit Onder detailhandel wordt niet begrepen webwinkels waar geen sprake is van uitstallen ten verkoop en geen sprake is van het ter plaatse leveren en afhalen van goederen; 1.39

detailhandelsbedrijf:

Bestemmingsplan “Noordeindseweg 368” Regels Vast te stellen – 18 november 2022

9

een bedrijf dat zich richt op detailhandelsactiviteiten eventueel met bijbehorend kantoor, magazijn of ambacht; 1.40

dienstverlening:

het bedrijfsmatig verlenen van diensten, waarbij het publiek rechtstreeks (al dan niet via een balie) te woord wordt gestaan en geholpen, waaronder een uitzendbureau, een bankfiliaal, een makelaar, een reisbureau, een kapsalon en een apotheek; 1.41

eengezinswoning:

een complex van ruimten dat blijkens zijn indeling en inrichting bestemd is voor de huisvesting van één huishouden; 1.42

erf:

het al dan niet bebouwde perceel, of een gedeelte daarvan, dat direct is gelegen bij een (hoofd)gebouw en dat in feitelijk opzicht is ingericht ten dienste van het gebruik van dat (hoofd)gebouw; 1.43

erfafscheiding:

overige andere bouwwerken die een verticale afscheiding vormen en welke al dan niet op de erfgrens zijn geplaatst; zoals schuttingen, muren en terrasschermen; 1.44

erfbebouwing:

de bij een hoofdgebouw behorende aan- en uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen; 1.45

escortbedrijf:

het bedrijfsmatig, of in omvang alsof die bedrijfsmatig is, aanbieden van prostitutie door natuurlijke personen, groep van personen en/of rechtspersonen, die op een andere plaats dan in de bedrijfsruimte wordt uitgeoefend; 1.46

gebouw:

elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt; 1.47

geldende grenswaarde:

de krachtens de Wet geluidhinder geldende maximaal toegestane geluidbelasting; 1.48

geluidsgevoelig object:

een geluidsgevoelige gebouw, terrein en/of ruimte zoals gedefinieerd in de Wet geluidhinder; 1.49

hogere grenswaarde:

de krachtens de Wet geluidhinder vastgestelde hogere maximaal toegestane geluidbelasting; 1.50

hoofdgebouw:

een gebouw, dat op een bouwperceel door zijn aard, constructie of afmetingen dan wel gelet op de bestemming of functie, als het belangrijkste bouwwerk op een bouwperceel valt aan te merken en waarin de hoofdfunctie ingevolge de bestemming is of wordt ondergebracht; 1.51

horeca:

Bestemmingsplan “Noordeindseweg 368” Regels Vast te stellen – 18 november 2022

10

een bedrijf, dat is gericht op het verstrekken van nachtverblijf, op het ter plaatse nuttigen en/of afhalen van voedsel en dranken en/of op het exploiteren van zaalaccommodatie. In deze regels wordt de volgende indeling in categorieën aangehouden: 1. Horecabedrijven met geen of beperkte invloed op de woon- en leefomgeving, waaronder: a. daghoreca: winkelondersteunende horecabedrijven, die als regel dezelfde openingstijden hebben als winkels en zich richten op het winkelend publiek, zoals croissanteries, ijssalons, tearooms en daarmee gelijk te stellen bedrijven; b. avondhoreca: restaurants, bedrijven die zich in hoofdzaak richten op het ter plaatse nuttigen en/of afhalen van ter plaatse bereide etenswaren en voor gebruik ter plaatse verstrekken van alcoholische dranken, waarvan de sluitingstijd voor middernacht ligt. 2. Nachthoreca: horecabedrijven die zich richten op het verstrekken van dranken voor gebruik ter plaatse en/of gelegenheid bieden voor dansen en waarvan de sluitingstijd na middernacht ligt, waaronder cafés, bars, partycentra, dancings, discotheken en daarmee gelijk te stellen bedrijven; 3. Verblijfshoreca: horecabedrijven die zich in hoofdzaak richten op het verstrekken van nachtverblijf en waarbij het verstrekken van voedsel en dranken (daaraan) ondergeschikt is, zoals hotels en pensions; 1.52

kampeermiddel:

een tent, een tentwagen, een kampeerauto of caravan, dan wel enig ander onderkomen en enig ander voertuig of gewezen voertuig of gedeelte daarvan, voor zover geen bouwwerk zijnde, waarvoor ingevolge de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht een omgevingsvergunning is vereist, een en ander voor zover deze onderkomens of voertuigen geheel of ten dele blijvend of tijdelijk zijn bestemd of opgericht dan wel worden of kunnen worden gebruikt voor recreatief nachtverblijf; 1.53

kantoor:

een gebouw of een deel van een gebouw welke door haar indeling en inrichting kennelijk is bestemd om uitsluitend te worden gebruikt voor administratieve en daarmee gelijk te stellen werkzaamheden (al dan niet met een baliefunctie); waaronder een advocatenkantoor; 1.54

kap:

een dakafdekking van een gebouw waarbij bij een horizontale projectie ten minste 65% van het gebouw wordt afgedekt met hellende dakvlakken; 1.55

kunstwerk:

een in bouwkundige zin, door mensenhanden gemaakt (civiel technisch) bouwwerk, zoals onder andere aquaducten, bruggen, dijken, tunnels en viaducten; 1.56

landschappelijke waarde:

waarden in landschappelijk-esthetische en geomorfologische zin; 1.57

milieucategorie:

een aan een bedrijfsactiviteit toegekende categorie volgens de in bijlage 1 bij de regels opgenomen "Staat van Bedrijfsactiviteiten algemeen"; 1.58

onderkomen:

een voor verblijf geschikt, al dan niet aan hun bestemming onttrokken, voer- of vaartuig, ark, woonboot, kampeermiddel en soortgelijke verblijfsmiddelen, voor zover deze niet als bouwwerk zijn aan te merken; Bestemmingsplan “Noordeindseweg 368” Regels Vast te stellen – 18 november 2022

11

1.59

overkapping:

een kapconstructie over een ruimte of ander bouwwerk, met maximaal twee gesloten wanden, al dan niet tot de constructie behorend; 1.60

paardenbak:

een buitenrijbaan ten behoeve van paardrijdactiviteiten, al dan niet voorzien van een zandbed en/of een omheining; 1.61

peil:

a. voor een gebouw of ander bouwwerk, waarvan de hoofdtoegang/voorgevel op maximaal 10 m van de bestemming 'Verkeer' of 'Verkeer - Wegverkeer' van de Noordeindseweg ligt: de hoogte van de Noordeindseweg, waarbij dit peil zich uitstrekt tot een zone van ten hoogste 3 m achter de achtergevelrooilijn van een op bedoeld perceel aangegeven bouwvlak, mits het een aanbouw aan een (bedrijfs)woning betreft; b. voor een gebouw of ander bouwwerk, waarvan de hoofdtoegang/voorgevel op de kruin van de dijk langs de Noordeindsevaart ligt: de hoogte van de kruin van de dijk, waarbij dit peil zich uitstrekt tot een zone van ten hoogste 3 m achter de achtergevelrooilijn van een op bedoeld perceel aangegeven bouwvlak, mits het een aanbouw aan een (bedrijfs)woning betreft; c. voor een gebouw of ander bouwwerk, dat opgericht wordt op een perceel grenzend aan de Noordersingel: de hoogte van de Noordersingel; d. voor een gebouw of ander bouwwerk dat niet valt onder de bovengenoemde definities, maar waarvan de hoofdtoegang/voorgevel grenst dan wel gelegen is in een zone van 6 m grenzend aan een weg, niet zijnde de Noordeindseweg of Noordersingel: de hoogte van die weg.

Indien het betreffende perceel een verhang kent, strekt dit peil zich uit tot een zone van ten hoogste 3 m achter de achtergevelrooilijn van een op bedoeld perceel aangegeven bouwvlak, mits het een aanbouw aan een (bedrijfs)woning betreft; e. voor een gebouw of ander bouwwerk dat niet valt onder de bovengenoemde definities: de gemiddelde hoogte van het aansluitende maaiveld; één en ander voor zover in deze regels niet anders is bepaald; 1.62

perceel:

gronden die bij elkaar horen, omdat zij aan elkaar grenzen en in het gebruik een eenheid vormen, doordat zij uitsluitend bij hetzelfde bedrijf, dezelfde woning of dezelfde instelling behoren; 1.63

perceelsgrens:

de grens van een perceel; 1.64

prostitutie:

het zich beschikbaar stellen voor het verrichten van seksuele handelingen met een ander tegen vergoeding; 1.65

seksinrichting:

een voor het publiek toegankelijke, besloten ruimte waarin bedrijfsmatig, of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig is, seksuele handelingen worden verricht of vertoningen van erotisch pornografische aard plaatsvinden. Onder een seksinrichting wordt in elk geval verstaan: 1. een prostitutiebedrijf, waaronder begrepen een erotische massagesalon; Bestemmingsplan “Noordeindseweg 368” Regels Vast te stellen – 18 november 2022

12

2. een seksbioscoop of sekstheater; hieronder wordt verstaan een inrichting of daarmee gelijk te stellen gelegenheid waarin vertoningen van erotische en/of pornografische aard worden gegeven; 3. een seksautomatenhal, hieronder wordt verstaan een inrichting of daarmee gelijk te stellen gelegenheid waarin door middel van automaten filmvoorstellingen en/of liveshow van erotische en/of pornografische aard kunnen worden gegeven; 4. een seksclub of parenclub; al dan niet in combinatie met elkaar; 1.66

sekswinkel:

een voor het publiek toegankelijke, besloten ruimte waarbinnen detailhandel in goederen van erotisch-pornografische aard plaatsvindt; 1.67

standplaats:

plaats waar iemand of iets staat, verblijft of werkt; 1.68

straatmeubilair:

al dan niet zijnde bouwwerken ten behoeve van openbare (nuts)voorzieningen, zoals: 1. verkeersgeleiders, verkeersborden, lichtmasten, zitbanken en bloembakken; 2. telefooncellen, abri's, kunstobjecten, gedenktekens, speeltoestellen en draagconstructies voor reclame; 3. kleinschalige bouwwerken ten behoeve van (openbare) nutsvoorzieningen met een inhoud van ten hoogste 50 m³ en een bouwhoogte van ten hoogste 3 m, waaronder begrepen voorzieningen ten behoeve van telecommunicatie, energievoorziening en brandkranen; 4. afvalinzamelsystemen; 1.69

voorgevel:

de gevel of gevels, exclusief de aan- en uitbouwen aan deze gevel, die georiënteerd is (zijn) op het openbaar gebied; 1.70

voorgevelrooilijn:

de denkbeeldige lijn die buitenwerks strak loopt langs de voorgevel van het oorspronkelijke gebouw tot aan de perceelsgrenzen; 1.71

Wet geluidhinder:

de geldende wet houdende regels inzake het voorkomen of beperken van geluidhinder; 1.72

woning:

een complex van ruimten, dat blijkens zijn indeling en inrichting bestemd is voor de huisvesting van één huishouden; 1.73

zijgevelrooilijn:

de bouwgrens evenwijdig aan de zijgevel van een gebouw; 1.74

zolder:

een gedeelte van een gebouw waarvan de oppervlakte, voor zover de hoogte groter is dan 1,50 meter, niet meer bedraagt dan 50% van de oppervlakte van de onderliggende laag.

Bestemmingsplan “Noordeindseweg 368” Regels Vast te stellen – 18 november 2022

13

Artikel 2

Wijze van meten

Bij toepassing van deze regels wordt als volgt gemeten: 2.1

de afstand tussen bouwwerken onderling:

waar deze afstand het kleinst is, inclusief ondergeschikte bouwdelen; 2.2

de afstand van een bouwwerk tot een perceelsgrens:

vanaf het dichtst bij de perceelsgrens gelegen punt van het gebouw tot die perceelsgrens op 1 meter boven peil en haaks op de perceelsgrens, inclusief ondergeschikte bouwdelen; 2.3

de bebouwde oppervlakte:

van een (bouw)perceel, een bouwvlak of ander terrein, buitenwerks en neerwaarts geprojecteerd, als het totaal van de grondoppervlakten van alle op het terrein gelegen gebouwen en andere bouwwerken; 2.4

de bouwhoogte van een bouwwerk:

vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een bouwwerk geen gebouw zijnde, met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes, en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen; 2.5

de breedte (lengte of diepte) van een gebouw:

tussen (de lijnen getrokken door) de buitenzijde van de gevels en/of het hart van de scheidsmuren (op 1 meter boven peil). Wanneer de gevels niet evenwijdig lopen of verspringen wordt het gemiddelde genomen van de kleinste en grootste maat; 2.6

de brutovloeroppervlakte:

binnenwerks als het totaal van alle oppervlakten ten dienste van kantoren, winkels en/of bedrijven, met inbegrip van de daarbij behorende magazijnen en overige dienstruimten; 2.7

de dakhelling:

langs het dakvlak ten opzichte van het horizontale vlak; 2.8

de goothoogte van een bouwwerk:

vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot, c.q. de druiplijn, het boeibord, of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel; 2.9

de oppervlakte van een bouwwerk:

tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk; 2.10

de inhoud van een bouwwerk:

tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidingsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen.

Bestemmingsplan “Noordeindseweg 368” Regels Vast te stellen – 18 november 2022

14

2.11

de verkoopvloeroppervlakte:

binnenwerks als het totaal van alle oppervlakten van ruimten welke rechtstreeks ten dienste staan van de detailhandelsactiviteiten en voor publiek toegankelijk zijn; kantoren, magazijnen en overige dienstruimten worden hieronder niet begrepen.

Bestemmingsplan “Noordeindseweg 368” Regels Vast te stellen – 18 november 2022

15

Hoofdstuk 2 Bestemmingsregels Artikel 3 3.1

Tuin

Bestemmingsomschrijving

De voor 'Tuin' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. tuinen, erven en ongebouwde parkeervoorzieningen behorende bij de op de aangrenzende gronden gesitueerde bestemmingen; b. ontsluitingswegen ten behoeve van de ontsluiting van het perceel; c. water en waterhuishoudkundige voorzieningen.

3.2

Bouwregels

3.2.1

Algemeen

Op de in lid 3.1 bedoelde gronden mogen uitsluitend bouwwerken ten dienste van de bestemming worden gebouwd.

3.2.2

Gebouwen en overkappingen

Op of in de in lid 3.1 bedoelde gronden mogen geen gebouwen, carports of andere overkappingen worden gebouwd met uitzondering van een erker, entree- of tochtportaal, waarbij geldt dat: a. de afstand tot de grens van het openbaar gebied niet minder mag bedragen dan 2 m; b. de diepte, gemeten vanuit de gevellijn, niet meer mag bedragen dan 1,5 m voor een erker en 2 m voor een entree- of tochtportaal; c. de totale grondoppervlakte niet meer mag bedragen dan 6 m2; d. de breedte niet meer mag bedragen dan 60% van de breedte van de betreffende gevel van de woning; e. de bouwhoogte niet meer mag bedragen dan de eerste bouwlaag van de woning, vermeerderd met 0,3 m tot een maximum van 4 m.

3.2.3

Andere bouwwerken

Er mogen andere bouwwerken worden gebouwd, waarbij buiten het bouwvlak de bouwhoogte niet meer mag bedragen dan: a. 1 m voor erf- en terreinafscheidingen en overige andere bouwwerken voor de voorgevelrooilijn; b. 2 m voor erf- en terreinafscheidingen achter de voorgevelrooilijn; c. 3 m voor overige andere bouwwerken achter de voorgevelrooilijn.

3.3

Nadere eisen

Burgemeester en wethouders kunnen nadere eisen stellen aan de afmeting en positie van gebouwen en andere bouwwerken, ten behoeve van het behoud of het herstel van het doorzicht naar het achterland.

Bestemmingsplan “Noordeindseweg 368” Regels Vast te stellen – 18 november 2022

16

3.4

Afwijken van de bouwregels

Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van de bouwregels voor:

3.4.1

Andere bouwwerken

De bouw van overige andere bouwwerken voor de voorgevelrooilijn tot 3 m.

3.4.2

Voorwaarden

De genoemde afwijkingen bij een omgevingsvergunning kunnen slechts worden verleend mits: a. de geluidsbelasting op de gevel van geluidsgevoelige gebouwen niet hoger zal zijn dan de daarvoor geldende grenswaarde uit de Wet geluidhinder of de vastgestelde hogere grenswaarde; b. geen onevenredige aantasting plaatsvindt van: 1. de kwaliteit van de openbare ruimte, zoals een samenhangend straat- en bebouwingsbeeld; 2. de verkeersveiligheid; 3. de sociale veiligheid; 4. het aantal parkeervoorzieningen; 5. de functionele en ruimtelijke structuur, zoals aansluiting op (structurele) groenelementen en waterelementen; 6. de bebouwingsmogelijkheden, gebruiksmogelijkheden en/of bezonning van de aangrenzende gronden en bouwwerken; 7. het milieu.

3.5

Specifieke gebruiksregels

3.5.1

Parkeren

Ten aanzien van parkeren geldt het bepaalde in artikel 10, lid 10.6.

Bestemmingsplan “Noordeindseweg 368” Regels Vast te stellen – 18 november 2022

17

Artikel 4

Wonen

4.1

Bestemmingsomschrijving

4.1.1

Algemeen

De voor 'Wonen' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. één woning binnen het daarvoor aangegeven bouwvlak, al dan niet in combinatie met een aan huis verbonden beroep; b. tuinen en erven; c. parkeervoorzieningen; d. water.

4.1.2

Specifiek

Ter plaatse van de aanduiding 'bijgebouwen' zijn de gronden tevens bedoeld voor een bijgebouw.

4.2

Bouwregels

4.2.1

Algemeen

Op de in lid 4.1 bedoelde gronden mogen uitsluitend bouwwerken ten dienste van de bestemming worden gebouwd.

4.2.2

Hoofdgebouwen

a. een hoofdgebouw (de woning) mag uitsluitend binnen het aangegeven bouwvlak worden gebouwd; met dien verstande dat: b. voor zover binnen een bouwvlak bestaande woningen aanwezig zijn, mag het aantal woningen binnen dit vlak niet worden vergroot of verkleind; c. voor zover binnen een bouwvlak of een gedeelte daarvan de aanduiding 'maximale goot- en bouwhoogte (m)' is aangegeven mogen de goot- en bouwhoogte niet meer bedragen dan ter plaatse van die aanduiding is aangegeven.

4.2.3

Dakkapellen

De goothoogte van een dakkapel - gebouwd aan het voordakvlak of een ander naar het openbaar toegankelijk gebied gekeerd zijdakvlak van het hoofdgebouw - wordt buiten beschouwing gelaten voor zover voldaan wordt aan de volgende voorwaarden: a. b. c. d.

In het dakvlak waarop de dakkapel is voorzien, is nog geen dakkapel aanwezig; de hellingshoek van het dakvlak waarop de dakkapel is voorzien bedraagt minimaal 30 graden; de afstand van de bovenzijde boeiboord of daktrim tot de daknok bedraagt minimaal 0,5 m; de afstand van de voet van de dakkapel tot de verdiepingsvloer minimaal 0,5 m en bedraagt maximaal 1 m; e. de afstand van de zijkant van een dakkapel tot de binnenkant van de scheidingsmuur/-muren en/of de zijdelingse dakrand(en) bedraagt minimaal 1 m; f. de breedte van de dakkapel bedraagt maximaal 3 m; g. de hoogte van de dakkapel bedraagt maximaal 1, 75 m, gemeten vanaf de voet van de dakkapel tot de bovenzijde boeiboord of daktrim; Bestemmingsplan “Noordeindseweg 368” Regels Vast te stellen – 18 november 2022

18

h. de dakkapel is plat afgedekt.

4.2.4

Aanbouwen, bijgebouwen en overkappingen (inclusief garageboxen)

a. bij iedere woning mogen aan de achtergevel van de woning aanbouwen, bijgebouwen en overkappingen worden gebouwd, waarbij: 1. de diepte gemeten uit de achtergevelrooilijn van de woning niet meer dan 3 m mag bedragen; 2. de bouwhoogte niet meer mag bedragen dan de hoogte van de eerste bouwlaag van de woning, vermeerderd met 0,3 m tot een maximum van 4 m; b. bij iedere woning mogen aan de zijgevel aanbouwen, bijgebouwen en overkappingen worden gebouwd, waarbij: 1. de diepte gemeten uit:  de achtergevelrooilijn van de woning niet meer dan 3 m mag bedragen;  de zijgevelrooilijn van de woning niet meer dan 3 m mag bedragen; 2. de afstand:  achter de voorgevelrooilijn van de woning minimaal 1 m zal bedragen;  tot de zijdelingse perceelsgrens minimaal 2 m zal bedragen, indien deze grenst aan het openbaar gebied;  tot de zijdelingse perceelsgrens bij vrijstaande woningen minimaal 2 m zal bedragen;  tot de zijdelingse perceelsgrens van bij de woning behorende bijgebouwen minimaal 3 m zal bedragen; 3. de bouwhoogte niet meer mag bedragen dan de hoogte van de eerste bouwlaag van de woning vermeerderd met 0,3 m tot een maximum van 4 m; c. bij iedere woning mogen vrijstaande bijgebouwen en/of overkappingen worden gebouwd, waarbij: 1. de bouwhoogte niet meer dan 3 m mag bedragen, gemeten ten opzichte van het aansluitende terrein; 2.

indien achter de achtergevelrooilijn wordt gebouwd mag de afstand van de vrijstaande bijgebouwen en/of overkappingen tot de achtergevelrooilijn van de woning niet minder dan 6 m bedragen; 3. indien op het zijerf wordt gebouwd zal de afstand van de vrijstaande bijgebouwen en/of overkappingen:  achter de voorgevelrooilijn van de woning minimaal 1 m bedragen;  tot de zijdelingse perceelsgrens minimaal 1 m bedragen;  tot de zijdelingse perceelsgrens bij vrijstaande woningen minimaal 2 m bedragen;  tot de zijdelingse perceelsgrens van bij de woning behorende bijgebouwen minimaal 3 m bedragen;  tot de (verlengde) zijgevel ten minste 3 m bedragen;  tot de zijdelingse perceelsgrens minimaal 2 m bedragen, indien deze grenst aan het openbaar gebied; d. de gebouwen en overkappingen als bedoeld onder a, b en c mogen slechts worden gebouwd, indien: 1. de maximale grondoppervlakte van de gebouwen en overkappingen niet meer bedraagt dan 75 m2, indien de oppervlakte van het perceelsgedeelte met de bestemming 'Wonen', buiten het bouwvlak, minder dan 300 m2 bedraagt; 2. de maximale grondoppervlakte van de gebouwen en overkappingen niet meer bedraagt dan 75 m2, indien de oppervlakte van het perceelsgedeelte met de bestemming 'Wonen', buiten het bouwvlak, tussen de 300 m2 en 500 m2 bedraagt; 3.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Lansingerland&id=1210a2b9-b904-42c8-855a-888cff079663