[T22.04687] Bestemmingsplan Buitengebied Bleiswijk 1e part. herziening Vastgesteld
Tekst van het document
Gemeente Lansingerland Bestemmingsplan “Buitengebied Bleiswijk, 1e partiële herziening Hoefweg 184-186”
24 augustus 2022
Vast te stellen
Gemeente Lansingerland Bestemmingsplan “Buitengebied Bleiswijk, 1e partiële herziening Hoefweg 184-186”
Vast te stellen
INHOUD: -
TOELICHTING PLANREGELS VERBEELDING
Identificatiecode: NL.IMRO.1621.BP0171H01-VAST Werknummer KuiperCompagnons: 620.116.80 Datum: 24 augustus 2022
KuiperCompagnons
Gemeente Lansingerland Domein Ruimte en Economie
Concept Voorontwerp Inspraak en vooroverleg Ontwerp Terinzagelegging Vaststelling
Procedureoverzicht datum document 16 september 2020 16 december 2020 24 december 2020 t/m 20 januari 2021 20 mei 2022 26 mei 2022 t/m 7 juli 2022 24 augustus 2022
Projectleider gemeente: Projectleider KuiperCompagnons:
Dhr. Erwin Zwijnenburg Dhr. Rogier Begheyn
Opmerkingen
TOELICHTING
Inhoudsopgave van de toelichting 1
Inleiding
1
1.1 1.2 1.3 1.4 1.5
Aanleiding en doel van het plan Bij het plan behorende stukken Ligging en begrenzing plangebied Voorgaand bestemmingsplan Leeswijzer
1 1 1 1 2
2
Planbeschrijving
3
2.1 2.2 2.3
Bestaande situatie Ruimtelijke ontwikkeling Juridische aspecten
3 3 7
3
Beleidskader
10
3.1 3.2 3.3 3.4
Rijksbeleid Provinciaal beleid Gemeentelijk beleid Conclusies
10 10 10 18
4
Natuur en landschap
19
4.1 4.2 4.3
Kader Onderzoek Conclusie
19 20 23
5
Water
24
5.1 5.2 5.3
Kader Onderzoek Conclusie
24 27 29
6
Archeologie en cultuurhistorie
30
6.1 6.2.
Archeologie Cultuurhistorie
30 32
7
Milieu
34
7.1 7.2 7.3 7.4. 7.5 7.6 7.7 7.8 7.9
Algemeen M.e.r.-beoordeling Bodemkwaliteit Akoestische aspecten Luchtkwaliteit Milieuzonering Externe veiligheid Overige belemmeringen Duurzaamheid
34 34 34 35 36 38 39 40 41
8
Uitvoerbaarheid
43
8.1 8.2 8.3
Economische uitvoerbaarheid Maatschappelijke uitvoerbaarheid Handhavingsaspecten
43 43 43
9
Procedure
45
9.1 9.2
Voorbereidingsfase Ontwerpfase
45 45
Bijlagen bij de toelichting Stikstofdepositie-onderzoek bestemmingsplan “Buitengebied Bleiswijk, 1e partiële herziening Hoefweg 184-186”, KuiperCompagnons, 5 mei 2022 Bijlage 2: Geluid in de omgeving ten gevolge van de herontwikkeling van Dammes BV, Peutz, 23 oktober 2020 Bijlage 3: Archeologisch vooronderzoek, Vestigia, 2 december 2020 Bijlage 4: Duurzaamheidseisen vrije kavels gemeente Lansingerland Bijlage 5: Verkennend bodemonderzoek, Terra Milieu, 11 december 2020 Bijlage 6: Quickscan flora en fauna i.h.k.v. bouwwerkzaamheden Hoefweg 184-186 te Bleiswijk, NWC, september 2020 Bijlage 7: Aanvullend onderzoek naar vleermuizen Hoefweg 184-186 te Bleiswijk, NWC, oktober 2021 Bijlage 8: M.e.r. beoordelingsbesluit, Lansingerland, 25 april 2022 Bijlage 9: Nota inspraak en overleg en staat van wijzigingen bestemmingsplan Buitengebied Bleiswijk, 1e part.herz. Hoefweg 184-186, Lansingerland, 17 mei 2022 Bijlage 10: Nota zienswijzen en staat van wijzigingen bestemmingsplan Buitengebied Bleiswijk, 1e partiele herziening Hoefweg 184-186, gemeente Lansingerland, 6 september 2022 Bijlage 1:
Afbeelding 1.1: Globale ligging en begrenzing plangebied
1
1
Inleiding
1.1
Aanleiding en doel van het plan Het plan voorziet in de herontwikkeling van het perceel. Het plan omvat het verplaatsen van het kantoorgebouw en de realisatie van een loods voor de stalling van 5 vrachtwagens. Het huidige kantoorgebouw bevindt zich op de hoek van Hoefweg 186/Anjerweg, en ligt vrij dicht op de weg. Vanuit het oogpunt van verkeersveiligheid is een verplaatsing gewenst. De beoogde ontwikkeling voorziet in nieuwbouw op de gronden ten zuiden van de Hoefweg 184, waarbij middels stedenbouwkundige randvoorwaarden de ruimtelijke kwaliteit ter plaatse zal worden behouden en versterkt. Om de herontwikkeling aan de Hoefweg mogelijk te maken, dient de vigerende bestemming in overeenstemming gebracht te worden met de gewenste toekomstige situatie. Hiertoe dient voor de locatie een nieuw bestemmingsplan te worden opgesteld.
1.2
Bij het plan behorende stukken Het bestemmingsplan “Bestemmingsplan “Buitengebied Bleiswijk, 1e partiële herziening Hoefweg 184-186” bestaat uit bestemmingen en regels. De bestemming van de gronden is geometrisch bepaald1 door middel van lijnen, coderingen en arceringen. In de bestemmingen zijn regels ten aanzien van het bouwen en het gebruik opgenomen. Het plan gaat vergezeld van deze toelichting. In de toelichting worden de keuzes die zijn gemaakt bij het opstellen van de geometrische plaatsbepaling en de regels verantwoord en verduidelijkt. Vervolgens wordt hierin de uitvoerbaarheid van het plan aangetoond.
1.3
Ligging en begrenzing plangebied Het plangebied is gelegen aan de Hoefweg, ten noorden van de kern Bleiswijk. Globaal wordt het plangebied begrensd door: De Anjerweg aan de noordzijde; De Hoefweg aan de oostzijde; De bestaande woning Anjerweg 2 en een kwekerij ten westen; Agrarische gronden en een watergang aan de zuidzijde. Afbeelding 1.1 geeft de globale ligging en begrenzing van het plangebied weer.
1.4
Voorgaand bestemmingsplan Ter plaatse van het plangebied vigeert, totdat het voorliggende bestemmingsplan in werking treedt, het bestemmingsplan “Buitengebied Bleiswijk”, dat op 20 april 2017 door de gemeenteraad van Lansingerland is vastgesteld. Op grond van het vigerende bestemmingsplan kent het plangebied de bestemmingen ‘Bedrijf’ en ‘Agrarisch – Glastuinbouw’. Op de bedrijfsbestemming is grotendeels de functieaanduiding ‘bedrijfswoning uitgesloten’ opgenomen. Daarnaast zijn op het plangebied de dubbelbestemmingen ‘Waarde - Archeologie - 3’ en ‘Waarde - Archeologie – 6’ gelegen.
1
Geografische coördinaten volgens het Rijksdriehoekstelsel bepalen de ligging van een bestemming. Met gebruikmaking van de coördinaten kan exact de plaats van een object in een gebied worden bepaald.
Bestemmingsplan “Buitengebied Bleiswijk, 1e partiële herziening Hoefweg 184-186” Toelichting Vast te stellen, 24 augustus 2022
2
Afbeelding 1.2: uitsnede vigerend bestemmingsplan ‘Buitengebied Bleiswijk’ (het plangebied is rood omkaderd).
Strijdigheid met het bestemmingsplan “Buitengebied Bleiswijk” Het bestaande kantoorpand is gelegen op gronden met een bedrijfsbestemming. Dit bouwvlak moet worden wegbestemd. De beoogde nieuwbouw is gelegen op gronden die zijn aangewezen als glastuinbouwgebied. De ontwikkeling past daardoor niet binnen de huidige juridischplanologische regeling. Dit betekent dat de bestemmingen ‘Bedrijf’ en ‘Agrarisch – Glastuinbouwgebied’ moeten worden omgezet. 1.5
Leeswijzer In hoofdstuk 2 wordt een beschrijving van de beoogde ontwikkeling gegeven en wordt ingegaan op de bestaande situatie. Ook wordt de wijze van bestemmen nader toegelicht. Vervolgens wordt de beoogde ontwikkeling in hoofdstuk 3 getoetst aan het beleid van het Rijk, provincie en de gemeente Lansingerland. In de hoofdstukken 4, 5 en 6 wordt achtereenvolgens ingegaan op de aspecten ‘Natuur en landschap’, ‘Water’ en ‘Archeologie en cultuurhistorie’. In hoofdstuk 7 wordt ingegaan op diverse sectorale milieuaspecten. In hoofdstuk 8 wordt ingegaan op de maatschappelijke en economische uitvoerbaarheid van het plan. In hoofdstuk 9 wordt tot slot de bestemmingsplanprocedure beschreven.
Bestemmingsplan “Buitengebied Bleiswijk, 1e partiële herziening Hoefweg 184-186” Toelichting Vast te stellen, 24 augustus 2022
3
2
Planbeschrijving
2.1
Bestaande situatie De Hoefweg 184 bevindt zich aan de N209 (Hoefweg), een drukke verkeersweg en een belangrijke entree voor de dorpskern van Bleiswijk. Het huidige kantoorgebouw is gesitueerd op enkele meters van deze verkeersweg; een plek die onwenselijk is om redenen van verkeersveiligheid en die de functionaliteit van het perceel belemmert. Bij nieuwbouw van het kantoorgebouw op een locatie elders op het perceel ontstaat er de kans om de functionaliteit van het perceel te vergroten, de verkeersveiligheid te verbeteren en om de ruimtelijke kwaliteit van dit deel van Bleiswijk een impuls te geven. De Hoefweg is een historisch lint en daarnaast een drukke verkeerweg. De hoge verkeersintensiteit heeft ervoor gezorgd dat het wegprofiel van de Hoefweg niet meer overeenkomt met het oorspronkelijke, voor veel linten kenmerkende wegprofiel. Daarnaast heeft de hoge verkeersintensiteit van deze weg ervoor gezorgd dat veel woonbebouwing in de loop der tijd een bedrijfsmatige functie heeft gekregen en dat er op veel percelen kantoor- danwel bedrijfsgebouwen bij zijn geplaatst met een afwijkende vormgeving en uitstraling. Deze ontwikkelingen hebben ervoor gezorgd dat de oorspronkelijke karakteristiek van het historische lint de Hoefweg onder druk is komen te staan.
Afbeelding 2.1: luchtfoto van de bestaande situatie (het plangebied is rood omkaderd).
2.2
Ruimtelijke ontwikkeling Het plan omvat het verplaatsen van het kantoorgebouw en de realisatie van een loods voor de stalling van 5 vrachtwagens. Het resterende deel van het perceel wordt dan gebruikt voor het parkeren van de vrachtwagens en manoeuvreerruimte. Het huidige kantoorpand wordt met de herziening van het bestemmingsplan wegbestemd. Afbeeldingen 2.2 en 2.3 geven de beoogde situatie weer.
Bestemmingsplan “Buitengebied Bleiswijk, 1e partiële herziening Hoefweg 184-186” Toelichting Vast te stellen, 24 augustus 2022
4
Afbeelding 2.2: Doorsnede nieuwe situatie plangebied.
Afbeelding 2.3: Impressiebeeld nieuwe situatie plangebied.
2.2.1 Beleid De stedenbouwkundige randvoorwaarden zijn gebaseerd op de beleidsuitgangspunten zoals die zijn vastgelegd in de nota Cultuurhistorie Plus (vastgesteld april 2012)
Bestemmingsplan “Buitengebied Bleiswijk, 1e partiële herziening Hoefweg 184-186” Toelichting Vast te stellen, 24 augustus 2022
5
Nota Cultuurhistorie Plus In deze nota is het onderliggende ‘verhaal’ over de ruimtelijke geschiedenis van Lansingerland beschreven. Dit is gedaan aan de hand van gebiedsbeschrijvingen en analyses van de min of meer historische gebiedstypen zoals het historische polderlint de Hoefweg. De nota de onderligger op basis waarvan het ruimtelijke kwaliteitsbeleid in Lansingerland wordt gevoerd. Wie die ruimtelijke geschiedenis van de gemeente kent, zal de voorwaarden bij nieuwe ingrepen beter begrijpen. Daarnaast wordt ook de samenhang tussen de verschillende disciplines van het ruimtelijk kwaliteitsbeleid, zoals ruimtelijk beleid en stedenbouw, beleid ten aanzien van het landschap, welstandsbeleid, monumentenbeleid duidelijker. De nota is beleidsgericht. Alle in de gemeente voorkomende gebiedstypen zijn beschreven, vervolgens zijn ordenende principes en dragende ruimtelijke kwaliteiten benoemd. Op grond daarvan worden de beleidsmatige omgangsvormen aangegeven, onderverdeeld naar de verschillende instrumenten die de gemeente kan inzetten voor het ruimtelijk kwaliteitsbeleid. De nota geeft de kwaliteitsdragers die ingezet dienen te worden bij nieuwe ontwikkelingen.
Afbeelding 2.4: Schematische tekening historische polderlinten (afkomstig uit de Nota cultuurhistorie Plus).
Kijkend naar de historische bebouwing dan kan hierbij een onderscheid gemaakt worden tussen boerderijbebouwing en overige bebouwing (waaronder arbeiderswoningen); de grotere boerderijbebouwing (waaronder de schuren) staan traditioneel gezien haaks op de weg en de kleine woonbebouwing (zoals de vooroorlogse arbeiderswoningen) staan traditioneel gezien meestal evenwijdig aan de weg). Ordenende principes historische polderlinten (waaronder de Hoefweg; blz 40 Nota Cultuurhistorie Plus); • noord-zuid door de gemeente lopende bebouwingslinten, bestaande uit wegvaartbebouwing parallel aan elkaar, met individuele toegangsbrug per perceel • opvallend hoogteverschil tussen hoger gelegen weg-vaart-bebouwing en de lager gelegen droogmakerijen erachter • doorzicht vanaf de weg op de achtergelegen lagere gebieden • bebouwing aan één of twee zijden van weg en vaart. Zeer kenmerkend asymmetrisch dwarsprofiel merendeels bestaand uit bebouwingslint – weg – vaart – bebouwingslint. • De oudste bebouwing staat aan de weg, de bebouwing aan de overzijde takt op de weg aan via toegangsbruggen over de vaart.
Bestemmingsplan “Buitengebied Bleiswijk, 1e partiële herziening Hoefweg 184-186” Toelichting Vast te stellen, 24 augustus 2022
6
• • • •
aan de ene kant van de weg geeft de langgerekte vaart continuïteit, met zicht over de vaart. Aan de andere kant de rooilijn. Oudere huizen staan in de rooilijn, elders wordt die doorgezet door de erfafscheidingen, die per pand kunnen verschillen vrijstaande bebouwing, naar de kern toe dichter op elkaar binnen het lint een grote diversiteit aan - vooral individuele – bebouwing volume, kaprichting, materiaalgebruik en kleur van de bebouwing variëren
2.2.2 Stedenbouwkundige randvoorwaarden Bij de herontwikkeling van locatie ‘Hoefweg 184’ is het herkenbaar houden/maken van het historische lint de Hoefweg het uitgangspunt. Om dit te kunnen waarborgen, zijn een aantal stedenbouwkundige randvoorwaarden opgesteld. Het kantoorgebouw dient aan te sluiten bij het karakter van de nog aanwezige historische bebouwing langs de Hoefweg. Belangrijk is daarbij de positionering en de oriëntatie van het kantoorgebouw; deze dient vergelijkbaar te zijn met die van andere (historische) bebouwing zoals men die traditioneel langs de Hoefweg aantreft. Dit kan met een historiserende -maar ook op een meer eigentijdse- benadering. De stedenbouwkundige randvoorwaarden zijn hieronder opgesomd. • Het kantoorgebouw volgt de bestaande verkavelingsrichting en is georiënteerd op de Hoefweg. • Het kantoorgebouw heeft een eenvoudige hoofdvorm en een rechthoekige plattegrond. • Het kantoorgebouw is maximaal 16 meter breed en maximaal 20 meter lang. • Bouwhoogte kantoorgebouw is maximaal 7 meter. • Afstand tot de perceelsgrens aan de voorzijde is minimaal 20 meter. Afstand tot de perceelsgrens aan de zijkant en de achterzijde is minimaal 6 meter. • Kleuren zijn terughoudend en afgestemd op de aangrenzende historische boerderij. • Materialen en detaillering worden zo gekozen dat veroudering en weersinvloeden geen negatieve gevolgen hebben voor het uiterlijk.
2.2.3 Grondophoging Het zuiden van het plangebied ligt op circa 3,8 m -NAP. Het plangebied ligt in het noorden hoger. De locatie van de nieuwbouw zal met 1,2 m worden opgehoogd om de grondslag op de bouwlocatie op hetzelfde niveau te krijgen als het momenteel bebouwde noordelijke deel van het plangebied. De ophoging is nodig voor een terrein zonder hoogteverschil. Dat is praktischer voor de bedrijfsvoering en vereist geen aanvullende technische maatregelen.
2.2.4 Ontsluiting en parkeren Ontsluiting De voorgenomen ontwikkeling voorziet in de realisatie van een nieuw kantoorpand met loods en de sloop van het oude kantoorpand. Het perceel wordt net als in de bestaande situatie ontsloten via de Anjerweg. Het nieuwe kantoorpand krijgt een grotere omvang dan het huidige pand. Tevens wordt er een nieuwe loods gerealiseerd. De oppervlakte van het nieuwe kantoorgebouw wordt 420m2. Het oude kantoorpand van circa 190 m2 wordt gesloopt. Er wordt dus 230 m2 kantoorruimte toegevoegd. Tevens wordt er een loods van 712 m2 gerealiseerd. In tabel 2.1 en 2.2 is een overzicht gegeven van de (maximale) bestaande en toekomstige verkeersgeneratie. Hierbij is uitgegaan van de beschikbare CROWnormen en betreffen weekdagen.
Bestemmingsplan “Buitengebied Bleiswijk, 1e partiële herziening Hoefweg 184-186” Toelichting Vast te stellen, 24 augustus 2022
7
Tabel 2.1: overzicht verkeersgeneratie bestaande situatie
Kantoor, zonder baliefunctie
Norm ‘Buitengebied’ 9.6 per 100 m2 bvo
Oppervlakte
Verkeersgeneratie
190 m2
18,2
Oppervlakte
Verkeersgeneratie
420 m2 712 m2
40.3 40,6
Tabel 2.2: overzicht verkeersgeneratie toekomstige situatie
Kantoor, zonder baliefunctie Loods bedrijf arbeidsextensief/ bezoekersextensief Totaal
Norm ‘Buitengebied’ 9.6 per 100 m2 bvo 5,7 per 100 m2 bvo
80,9
De verkeersgeneratie neemt maximaal met 62,7 verkeersbewegingen per dag toe. De capaciteit van de Hoefweg en de omliggende wegen zijn afdoende is om het extra verkeer vanwege het nieuwe kantoorpand en loods te verwerken. Een mobiliteitsonderzoek is dan ook niet nodig. Parkeren In de huidige situatie wordt het parkeren op eigen terrein opgelost. Ook in de toekomstige situatie wordt het parkeren op eigen terrein opgelost. Er zijn 19 parkeerplaatsen benodigd, zie tabel 2.3. Op het terrein worden circa 25 parkeerplaatsen gerealiseerd. Dit is ruim voldoende voor de geringe uitbreiding. Tevens worden er op het terrein voldoende parkeerplaatsen voor de vrachtwagens gerealiseerd. Daarbij komt dat de meeste vrachtwagenparkeerplaatsen doordeweeks niet bezet zijn omdat de chauffeurs onderweg zijn. Tabel 2.3: overzicht parkeernorm
kantoor, zonder baliefunctie Loods bedrijf arbeidsextensief/ bezoekersextensief Totaal
2.3
Norm ‘Rest Lansingerland’ 2,6 per 100 m2 bvo 1,1 per 100 m2 bvo
Oppervlakte
Parkeerplaatsen
420 m2 712 m2
11 8 19
Juridische aspecten
2.3.1 Inleiding Voorliggend bestemmingsplan is opgesteld conform de gemeentelijke standaard, met inachtneming van de bepalingen die zijn opgenomen in de Regeling standaarden ruimtelijke ordening (Rsro), zoals de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen (SVBP2012) en het coderingssysteem Informatiemodel Ruimtelijke Ordening (IMRO). In dit hoofdstuk wordt ingegaan op de wijze waarop de regels en verbeelding van voorliggend plan zijn opgebouwd.
Bestemmingsplan “Buitengebied Bleiswijk, 1e partiële herziening Hoefweg 184-186” Toelichting Vast te stellen, 24 augustus 2022
8
2.3.2 Bestemmingsmethodiek Het uitgangspunt voor dit bestemmingsplan is dat de wenselijke, illegale activiteiten worden gelegaliseerd en geordend. Daarnaast worden de onwenselijke, illegale activiteiten gesaneerd. Voor de gronden waarvan het gebruik niet wijzigt, wordt zoveel mogelijk aangesloten op het vigerende bestemmingsplan. Het bestemmingsplan heeft als doel om de toekomstige situatie zo concreet mogelijk vast te leggen en weinig ruimte te laten voor een flexibele invulling of interpretatie. Dit om te voorkomen dat wederom een ongewenste situatie ontstaat. Voor de juridische regeling is aangesloten op het vigerende plan en het handboek van de gemeente Lansingerland, aangevuld met specifieke regelingen. Bij de opzet van het plan is gekozen voor de eindbestemming ‘Bedrijf’. 2.3.3 Regels De regels bestaan uit vier hoofdstukken: • Inleidende regels (hoofdstuk 1) • Bestemmingsregels (hoofdstuk 2) • Algemene regels (hoofdstuk 3) • Overgangs- en slotregels (hoofdstuk 4) Hierna wordt een korte toelichting gegeven op de in het plan voorkomende artikelen. Hoofdstuk 1 Inleidende regels In dit hoofdstuk is een aantal begrippen verklaard, dat wordt gebruikt in de regels. Dit voorkomt dat er bij de uitvoering van het plan onduidelijkheden ontstaan over de uitleg van bepaalde regelingen.
Daarnaast is het artikel "Wijze van meten” opgenomen waarin bepaald is hoe de voorgeschreven maatvoering in het plan gemeten moet worden. Hoofdstuk 2 Bestemmingsregels In dit hoofdstuk zijn de in het plan voorkomende bestemmingen geregeld. In ieder artikel is per bestemming bepaald welk gebruik van de gronden is toegestaan en welke bouwregels er gelden. Hierna volgt een toelichting per artikel. Bedrijf Bedrijven, niet zijnde agrarische bedrijven, zijn als ‘Bedrijf’ bestemd. In beginsel zijn alleen bedrijven uit milieucategorie 1 en 2 van de Staat van Bedrijfsactiviteiten toegestaan. Bedrijfsgebouwen zijn binnen de opgenomen bouwvlakken toegestaan tot een goot- en bouwhoogte, zoals die op de verbeelding per perceel is weergegeven. Deze bestemming is toegekend aan het gehele plangebied. Hierbinnen is een extra bouwvlak opgenomen waar het nieuwe kantoorpand en loods voor de stalling van vrachtwagens gebouwd wordt. De oppervlakte van het om te zetten perceel met de bestemming Agrarisch naar Bedrijf is ca. 3.650 m2. Een aanduiding ‘bedrijfswoning uitgesloten’ is over het bouwvlak opgenomen om een bedrijfswoning ter plaatse uit te sluiten. Ter plaatse van de functieaanduiding ‘transportbedrijf’ zijn de gronden tevens bestemd voor een transportbedrijf.
Waarde – Archeologie 3 en 6 De gebieden met een archeologische verwachtingswaarde zijn conform de gemeentelijke archeologische beleidskaart bestemd als ‘Waarde – Archeologie’. Binnen de dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie 3’ geldt, dat bij bodemingrepen groter dan 100 m2 en dieper dan 0,3 meter onder het maaiveld, archeologische beoordeling en mogelijk nader onderzoek dient te worden uitgevoerd. Een en ander hangt samen met de maat en omvang van een bouwwerk in relatie tot mogelijk reeds aanwezige verstoring van de bodem. Binnen de dubbelbestemming Bestemmingsplan “Buitengebied Bleiswijk, 1e partiële herziening Hoefweg 184-186” Toelichting Vast te stellen, 24 augustus 2022
9
‘Waarde – Archeologie 6’ geldt dit voor bodemingrepen groter dan 1.000 m2 en dieper dan 2,5 meter onder het maaiveld. Waterstaat – Waterkering De dubbelbestemming ‘Waterstaat – Waterkering’ is opgenomen voor de beschermingszone langs de N209 (primaire regionale waterkering). Bouwwerken en het uitvoeren van werken binnen deze bestemming mogen slechts worden opgericht/uitgevoerd, indien de belangen van de waterkering dat toelaten. Dit is ter beoordeling van het Hoogheemraadschap. Hoofdstuk 3 Algemene regels In hoofdstuk 3 worden enkele algemene regels gegeven, zoals de anti-dubbeltelregel. Ook worden algemene gebruiksregels gegeven. Daarnaast worden enkele algemene afwijkings- en wijzigingsregels gegeven die de flexibiliteit van het plan vergroten. Hoofdstuk 4 Overgangs- en slotregels In het overgangsrecht is een regeling opgenomen voor bebouwing en gebruik dat al bestond bij het opstellen van het plan, maar dat strijdig is met de opgenomen regeling. Onder bepaalde voorwaarden mag deze strijdige bebouwing en/of strijdig gebruik worden voortgezet of gewijzigd. In de slotregel is de officiële naam van het plan bepaald. Onder deze naam kan het bestemmingsplan worden aangehaald. 2.3.4 Geometrische plaatsbepaling / verbeelding Voor het verbeelden van de geometrisch bepaalde bestemmingen is een ondergrond uit de Basisregistratie Grootschalige Topografie (BGT) gebruikt.
Dit bestand is opgebouwd in coördinaten in het stelsel van de Rijksdriehoeksmeting, of kortweg Rijksdriehoekscoördinaten (ook wel: RD-coördinaten). Dit zijn de coördinaten die in Nederland worden gebruikt als grondslag voor onder meer geografische aanduidingen, waarbij de exacte locatie van een gebied wordt vastgelegd. In het plan is met behulp van lijnen, coderingen en arceringen aan gronden een bepaalde bestemming toegekend. Binnen een bestemmingsvlak zijn met aanduidingen nadere regels aangegeven. Op een afdruk van de geometrische plaatsbepaling, de verbeelding, zijn alle bestemmingen en aanduidingen naast elkaar zichtbaar. De gegevens zijn digitaal raadpleegbaar. Via de digitale portal waarop het plan wordt gepubliceerd kan, door te klikken op een bepaalde locatie, de bijbehorende bestemmingsregeling worden opgeroepen.
Bestemmingsplan “Buitengebied Bleiswijk, 1e partiële herziening Hoefweg 184-186” Toelichting Vast te stellen, 24 augustus 2022
10
3
Beleidskader
3.1
Rijksbeleid Het Rijk heeft haar ruimtelijk beleid vastgelegd in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) en het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro). De leidende gedachte van het rijksbeleid is ruimte maken voor groei en beweging, waarbij het Rijk zich vooral concentreert op decentralisatie. De verantwoordelijkheid wordt verplaatst van Rijksniveau naar provinciaal en gemeentelijk niveau. In het rijksbeleid (SVIR en Barro) worden dan ook geen specifieke uitspraken gedaan met betrekking tot het voorliggende plangebied. Wel dient getoetst te worden aan de ladder voor duurzame verstedelijking. Nieuwe Ladder voor Duurzame Verstedelijking Op 1 juli 2017 is de Nieuwe Ladder voor Duurzame Verstedelijking in werking getreden (artikel 3.1.6 lid twee en drie Bro). De nieuwe Ladder is ten opzichte van de voorgaande Ladder vereenvoudigd. De drie treden zijn komen te vervallen en er is een nieuwe bepaling toegevoegd. De Laddertoets geldt alleen voor plannen die een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maken. Onder een nieuwe stedelijke ontwikkeling wordt verstaan: ‘ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen’.
Toetsing aan de nieuwe Ladder houdt in dat een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt een beschrijving bevat van de behoefte aan die ontwikkeling, en, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien. Indien een bestemmingsplan wijzigingsbevoegdheden of uitwerkingsplichten bevat, kan bij het moederplan worden bepaald dat de Laddertoets zich niet richt op het moederplan, maar onderdeel dient te zijn van het wijzigings- of uitwerkingsplan. Voorgenomen ontwikkeling voorziet in de sloop van een bestaand kantoorpand en de realisatie van een nieuw pand. De aanleiding van deze ontwikkeling is een onveilige verkeerssituatie ter plaatse van het huidige kantoorpand. Het betreft vervangende nieuwbouw op hetzelfde bedrijfsperceel. Het kantoor wordt in de toekomstige situatie mogelijk (beperkt) groter dan het huidige kantoor. Dit wordt niet aangemerkt als een nieuwe stedelijke ontwikkeling. De Ladder voor Duurzame Verstedelijking is dan ook niet van toepassing.
3.2
Provinciaal beleid Omgevingsbeleid Zuid-Holland Op 20 februari 2019 heeft de provincie Zuid-Holland het Omgevingsbeleid vastgesteld. Het Omgevingsbeleid van Zuid-Holland omvat al het provinciale beleid voor de fysieke leefomgeving. Het bestaat uit twee kaderstellende instrumenten: de Omgevingsvisie en de Omgevingsverordening. Tevens is het Omgevingsprogramma op 7 augustus 2021 in werking getreden. Daarnaast zijn in het Omgevingsbeleid operationele doelstellingen opgenomen, zodat zichtbaar is hoe de provincie zelf invulling geeft aan de realisatie van haar beleid. Deze operationele doelstellingen maken onderdeel uit van verschillende uitvoeringsprogramma’s en –plannen, zoals het programma Ruimte en het programma Mobiliteit. Met het Omgevingsbeleid van Zuid-Holland streeft de provincie naar een optimale wisselwerking tussen gewenste ruimtelijke ontwikkelingen en een goede leefomgevingskwaliteit. Uit de
Bestemmingsplan “Buitengebied Bleiswijk, 1e partiële herziening Hoefweg 184-186” Toelichting Vast te stellen, 24 augustus 2022
11
provinciale opgaven worden samenhangende beleidskeuzes gemaakt, die doorwerken naar uitvoeringsprogramma’s en naar regels in de verordening. De ruimtelijke hoofdstructuur maakt met een integraal kaartbeeld inzichtelijk hoe de strategische beleidskeuzes uit de Omgevingsvisie ruimtelijk samenkomen. Omgevingsvisie en Omgevingsverordening Zuid-Holland Door het samenvoegen van verschillende beleidsplannen voor de fysieke leefomgeving sorteert de provincie voor op de Omgevingswet. De Omgevingswet verplicht het Rijk, de provincies en gemeenten een omgevingsvisie te maken. De provinciale Omgevingsvisie bestaat uit de volgende onderdelen: • Een beschrijving en kaartbeelden van de ruimtelijke hoofdstructuur; • De ontwikkelrichting van het omgevingsbeleid: ambities en sturing • Een beschrijving van de omgevingskwaliteit van Zuid-Holland, waaronder de provinciale inzet voor het verbeteren van de ruimtelijke kwaliteit; • De samenhangende beleidskeuzes voor de fysieke leefomgeving. Ad. 1 Ruimtelijke hoofdstructuur
Bestemmingsplan “Buitengebied Bleiswijk, 1e partiële herziening Hoefweg 184-186” Toelichting Vast te stellen, 24 augustus 2022
12
Ad. 2 Omgevingsbeleid: ambities en sturing Toekomstige beleidsvernieuwing biedt kansen voor verbeteringen in Zuid-Holland. De provincie heeft hiervoor 7 vernieuwingsambities geformuleerd. Deze ambities dienen als stip op de horizon: 1. Samen werken aan Zuid-Holland: inwoners, organisaties en bedrijven in een vroeg stadium betrekken bij besluiten. 2. Bereikbaar Zuid-Holland: efficiënt, veilig en duurzaam over weg, water en spoor. 3. Schone energie voor iedereen: op zoek naar schone energie, haalbaar en betaalbaar voor iedereen. 4. Een concurrerend Zuid-Holland: diversiteit, de economische kracht van Zuid-Holland 5. Versterken natuur in Zuid-Holland: een aantrekkelijk landelijk gebied draagt bij aan de kwaliteit van de leefomgeving. 6. Sterke steden en dorpen in Zuid-Holland: versnellen van de woningbouw met behoud van ruimtelijke en sociale kwaliteit. 7. Gezond en veilig Zuid-Holland: beschermen en bevorderen van een gezonde, veilige leefomgeving. Ad. 3 Omgevingskwaliteit Centraal doel van het integrale omgevingsbeleid is het verbeteren van de omgevingskwaliteit. Onder ‘omgevingskwaliteit’ wordt verstaan: het geheel aan kwaliteiten die de waarde van de fysieke leefomgeving bepalen. Ofwel een samenvoeging van ruimtelijke kwaliteit (belevingswaarde, gebruikswaarde en toekomstwaarde) en milieukwaliteit (gezondheid en veiligheid).
De omgevingskwaliteit bestaat uit de unieke kwaliteiten van Zuid-Holland, het toepassen van de leefomgevingstoets (beleidscyclus en monitoring) en een nadere uitwerking van het provinciale beleid. Dit laatste gebeurt door middel van een ‘kwaliteitskaart’ en bijbehorende ‘richtpunten ruimtelijke kwaliteit’. Kwaliteitskaart, richtpunten en gebiedsprofielen De provincie geeft richting en ruimte aan een optimale wisselwerking tussen ruimtelijke ontwikkelingen en omgevingskwaliteit. In de gehele provincie, zowel in het stedelijk gebied als in het landelijk gebied, beoogt het kwaliteitsbeleid een ‘ja, mits-beleid’: ruimtelijke ontwikkelingen zijn mogelijk, met behoud of versterking van de ruimtelijke kwaliteit. Het ruimtelijk kwaliteitsbeleid bestaat uit een viertal kwaliteitskaarten (de laag van de ondergrond, de laag van de cultuur- en natuurlandschappen, de laag van de stedelijke occupatie en de laag van de beleving), samengevat in één integrale kwaliteitskaart, bijbehorende richtpunten en een aantal bepalingen in de verordening. Ontwikkelingen moeten rekening houden met deze richtpunten. De kwaliteiten zijn uitgewerkt in de gebiedsprofielen. Het plangebied is opgenomen in drie van de vier kwaliteitskaarten. In de laag van de ondergrond is het plangebied aangeduid als ‘Veencomplex – oude zeeklei’ en ‘Veencomplex – Veen’.
Richtpunt is dat ontwikkelingen een bijdrage leveren aan een duurzame waterhuishouding. Ontwikkelingen in het veenlandschap dragen zorg voor behoud van het veen en zijn met name bij de diepe veenpakketten gericht op het beperken van de bodemdaling. Voorgenomen ontwikkeling maakt de sloop en nieuwbouw van een kantoorgebouw mogelijk en de realisatie van een loods. Dit heeft geen negatief effect op een duurzame waterhuishouding en het veenlandschap. In de laag van de cultuur- en natuurlandschappen is het plangebied deels aangeduid als ‘Lint’. Relevante richtpunten voor voorgenomen ontwikkeling zijn: • Linten blijven linten als onderscheidende bebouwingsvorm in het gebied. Bestemmingsplan “Buitengebied Bleiswijk, 1e partiële herziening Hoefweg 184-186” Toelichting Vast te stellen, 24 augustus 2022
13
• Linten behouden hun lineaire karakter, waarbij de achterzijde van de bebouwing een direct contact met het landschap heeft en de voorzijde aan de openbare weg of waterloop grenst. • Bij nieuwe ontwikkelingen zijn de huidige korrel, profiel, transparantie en respect voor historische gaafheid van een lint richtinggevend. • Bij grootschalige ontwikkelingen blijft het lint herkenbaar als bebouwingsvorm. Dit betekent dat op gepaste afstand van het lint gebouwd wordt, waarbij het landschap, het lint en de nieuwe ontwikkeling bepalend zijn voor deze afstand. Het lint behoudt zijn eigen gezicht. De ontwikkeling past binnen de bestaande gebiedsidentiteit, voorziet geen wijziging op structuurniveau en past bij de aard en schaal van het gebied. De verplaatsing van het kantoorgebouw (en de bouw van een loods achter het nieuwe kantoorgebouw) voldoet aan de provinciale richtpunten “linten blijven linten”. Het plan tast de openheid van het lint niet aan en de huidige korrel, profiel en transparantie blijven gehandhaafd. Ook toont het bouwplan respect voor de historische gaafheid van het lint. Onder de richtpunten van het ‘Glastuinbouwgebied’ wordt hier verder op ingegaan. In de laag van de stedelijke occupatie is het projectgebied aangeduid als ‘‘Stads- en dorpsranden’, ‘Glastuinbouwgebied’ en ‘Bouwwerken voor energieopwekking’.
De ‘Stads- en dorpsranden’ heeft het richtpunt dat voor de voorgenomen ontwikkeling bijdraagt aan het realiseren van een rand met passende overgangskwaliteit (front, contact of overlap). Nieuwe vormen van energie zullen steeds meer het landschap beïnvloeden. Diverse nieuwe energiedragers zijn bouwwerken die, afhankelijk van locatie, vorm en grootte, matige tot grote invloed op het landschap kunnen hebben. Richtpunt bij ‘Bouwwerken voor energieopwekking’ is: • Bij de plaatsing van nieuwe bouwwerken voor energieopwekking zal een beeldkwaliteitsparagraaf inzicht moeten geven in de effecten, invloed en aanvaardbaarheid van deze bouwwerken op de (wijde) omgeving. Richtpunten voor het ‘Glastuingebied’ zijn: • Nieuwe glastuinbouwgebieden worden zoveel mogelijk binnen of in aansluiting op bestaande glastuinbouwgebieden geconcentreerd. • Nieuwe ontwikkelingen in de glastuinbouw sluiten aan bij bestaande landschappelijk structuren en dragen waar mogelijk bij aan versterking van de groenblauwe structuur. • Ontwikkelingen aan de rand van een glastuinbouwgebied dragen bij aan het realiseren van een rand met passende overgangskwaliteit (front, contact of overlap). Dit plan maakt gebruik van de afwijkingsbevoegdheid op grond van artikel 6.15 lid 4 van de Omgevingsverordening. In dit artikel is bepaald dat de begrenzing van het glastuinbouwgebied in beperkte mate kan worden aangepast.
Daarbij rekening houdend met de lokale omstandigheden en bestaande bedrijven en functies, anders dan glastuinbouwbedrijven en openlucht tuinbouwbedrijven, mits aangetoond is dat geen onevenredige aantasting plaatsvindt van de omvang en bruikbaarheid van het glastuinbouwgebied. Onderstaande onderbouwing geeft aan dat dit plan geen onevenredige aantasting veroorzaakt en binnen het ruimtelijke kwaliteit past. De onderbouwing is met de provincie afgestemd. Plan staat de herstructurering van de glastuinbouw niet in de weg De Overbuurtse Polder is een modern glastuinbouwgebied met een regelmatige verkaveling en grote korrelgrootte. Herstructurering ligt daar voorlopig niet voor de hand. Dat neemt niet weg dat mogelijke toekomstige herstructurering gefrustreerd mag worden. Door de ligging aan de
Bestemmingsplan “Buitengebied Bleiswijk, 1e partiële herziening Hoefweg 184-186” Toelichting Vast te stellen, 24 augustus 2022
14
rand van het glastuinbouwgebied staat het plan eventuele herstructurering echter niet in de weg. Afbeelding 3.1 illustreert dat. De lijn geeft aan wat de huidige begrenzing van de glasopstanden zijn. Het perceel bij de glastuinbouw trekken zou ook niet logisch zijn omdat er dan geen modern vierkant/rechthoekig perceel kan ontstaan.
Afbeelding 3.1: illustratie huidige begrenzing glasopstanden.
Aan de oostzijde van de blauwe lijn zijn al veel andere functies gelegen. Herstructurering naar die zijde ligt dan niet voor de hand (onder meer te kostbaar). Herstructurering is eerder aan de orde door het samenvoegen van glastuinbouwpercelen aan de westzijde van de blauwe lijn. Plan beperkt de bedrijfsvoering van de omliggende glastuinbouwbedrijven niet Het plan omvat de (her)bouw van een kantoorgebouw en de bouw van een vrachtwagengarage (loods). De rest van het perceel wordt gebruikt voor het stallen van vrachtwagens (in de weekenden) en manoeuvreerruimte. Het zijn geen (gevoelige) functies die de bedrijfsvoering van de omliggende glastuinbouwbedrijven beperken. De afstand tussen de te bouwen loods en het glastuinbouwbedrijf is minimaal 10 meter en is voldoende om schaduwwerking te voorkomen. Ruimtelijke kwaliteit De Hoefweg is een historisch lint en daarnaast een drukke verkeersweg. De hoge verkeersintensiteit heeft ervoor gezorgd dat het wegprofiel van de Hoefweg niet meer overeenkomt met het oorspronkelijke, voor veel linten kenmerkende wegprofiel. Daarnaast heeft de hoge verkeersintensiteit van deze weg ervoor gezorgd dat veel woonbebouwing in de loop der tijd een bedrijfsmatige functie heeft gekregen en dat er op veel percelen kantoor- dan wel bedrijfsgebouwen bij zijn geplaatst met een afwijkende vormgeving en uitstraling. Deze ontwikkelingen
Bestemmingsplan “Buitengebied Bleiswijk, 1e partiële herziening Hoefweg 184-186” Toelichting Vast te stellen, 24 augustus 2022
15
hebben ervoor gezorgd dat de oorspronkelijke karakteristiek van het historische lint De Hoefweg onder druk is komen te staan. Uitgangspunt bij de herontwikkeling van de locatie is het herkenbaar houden/maken van het historische lint De Hoefweg. Het kantoorgebouw dient aan te sluiten bij het karakter van de nog aanwezige historische bebouwing langs de Hoefweg. Belangrijk daarbij is de positionering en de oriëntatie het kantoorgebouw; deze dient vergelijkbaar te zijn met die van andere (historische) bebouwing zoals men die langs de Hoefweg aantreft. Dit kan met een historiserende, maar ook op een meer eigentijdse benadering. Het plan voldoet aan de stedenbouwkundige randvoorwaarden die wij hebben opgesteld: • • • • • •
Het gebouw volgt de bestaande verkavelingsrichting en is georiënteerd op de Hoefweg; Het gebouw heeft een eenvoudige hoofdvorm en een rechthoekige plattegrond; De maatvoering van het gebouw sluit aan bij aangrenzende bebouwing in het lint; Er wordt voldoende afstand gehouden tot de perceelsgrenzen; De kleuren zijn terughoudend en afgestemd op de aangrenzende historische boerderij; Materialen en detaillering zijn zo gekozen dat veroudering en weersinvloeden geen negatieve gevolgen hebben voor het uiterlijk.
Conclusie De ontwikkeling past binnen de bestaande gebiedsidentiteit, voorziet geen wijziging op structuurniveau en past bij de aard en schaal van het gebied. De verplaatsing van het kantoorgebouw (en de bouw van een loods achter het nieuwe kantoorgebouw) voldoet aan de provinciale richtpunten “linten blijven linten”. Het plan tast de openheid van het lint niet aan en de huidige korrel, profiel en transparantie blijven gehandhaafd. Ook toont het bouwplan respect voor de historische gaafheid van het lint. Het plan bevat een verbetering van de ruimtelijke kwaliteit ter plaatse door: • • •
sloop van het bestaande kantoorpand met laagwaardige uitstraling, heel dicht op de parallelweg, door een passend gebouw met een hoogwaardige duurzame uitstraling; verbetering van de groenstructuur ten zuiden en westen van het perceel (perceelsgrenzen); verbetering van de verkeersveiligheid.
Zoals in paragraaf 2.2. beschreven, zijn er stedenbouwkundige randvoorwaarden opgesteld. Zo moet het nieuwe kantoorpand passen in de historische lintbebouwing. De oppervlakte van het om te zetten perceel met de bestemming Agrarisch naar Bedrijf is ca. 3.650 m2 en betreft een incourante kavel voor de glastuinbouw. De ligging, maatvoering (smalle stroken) en vorm maken dat dit restperceel niet geschikt is voor functies in de glastuinbouw. Tevens is met de provincie afgestemd dat er op grond van artikel 6.15 lid 4 van de Omgevingsverordening wordt afgeweken van het glastuingebied. De overige richtpunten hebben gezien de kleinschalige omvang van de ontwikkeling geen doorwerking. De ontwikkeling is daarmee in lijn met de provinciale kwaliteitskaart.
Ad. 4 Beleidskeuzes De provincie heeft 12 provinciale opgaven gedefinieerd, die elk bestaan uit samenhangende beleidskeuzes. Deze beleidskeuzes werken door naar uitvoeringsprogramma’s en regels in de verordening. Hieronder zijn de voor het plangebied relevante opgaven uiteengezet. Gezondheid en veiligheid Zorgen voor een gezonde en veilige leefomgeving en het beperken van hinder.
Bestemmingsplan “Buitengebied Bleiswijk, 1e partiële herziening Hoefweg 184-186” Toelichting Vast te stellen, 24 augustus 2022
16
Ruimte en verstedelijking Zorgen voor een zorgvuldig ruimtegebruik en een compact, samenhangend en kwalitatief hoogwaardig bebouwd gebied. De voorgenomen ontwikkeling voorziet in de ontwikkeling van een gezonde en veilige leefomgeving. De diverse relevante milieuaspecten worden in hoofdstuk 7 verder uiteengezet en afgewogen. Door het bestaande kantoorgebouw te slopen en elders op het perceel opnieuw te bouwen, waarbij de verkeersveiligheid verbeterd wordt en de bebouwing beter aansluit op de lintbebouwing, wordt zorgvuldig omgegaan met het ruimtegebruik en voorziet de ontwikkeling in een kwalitatieve verbetering van de bebouwing. Voorgenomen ontwikkeling draagt dus bij aan sommige provinciale opgaven en vormt geen belemmering voor de andere provinciale opgaven. Programma Ruimte Het Programma ruimte is parallel aan de Omgevingsvisie en de Omgevingsverordening opgesteld. Het Programma ruimte bevat een nadere invulling en operationalisering van ruimtelijk relevante onderdelen van de Omgevingsvisie. Het is enerzijds een beleidsdocument, namelijk uitwerking van de beleidsbeslissingen, en anderzijds gericht op uitvoering. Het document is toegespitst op de thema’s Bebouwde ruimte en mobiliteit, Landschap, groen en erfgoed en Water, bodem en energie. Ten aanzien van het voorliggende plangebied worden geen specifieke uitspraken gedaan in het Programma Ruimte.
Conclusie De voorgenomen ontwikkeling past binnen het provinciale beleid. Het beleid van de provincie Zuid-Holland vormt zodoende geen belemmering voor de ontwikkeling.
3.3
Gemeentelijk beleid Omgevingsvisie Lansingerland De afgelopen jaren hebben inwoners, ondernemers en partners meegedacht over wat voor gemeente Lansingerland in 2040 wil zijn. Die opbrengst is vertaald in de Omgevingsvisie 1.0. De visie geeft antwoord op de vraag wat de uitdagingen zijn voor Lansingerland en welke keuzes er in de toekomst gemaakt worden voor een verbonden, vindingrijk en gezond Lansingerland. Op thema’s zoals wonen, duurzaamheid, mobiliteit, kwaliteit van leefomgeving en gezondheid. Hieronder zijn de ambities opgenomen zoals opgenomen in de Omgevingsvisie 1.0. Verbonden in de metropool • Goed bereikbaar en moderne mobiliteitsvormen: inzetten op moderne, duurzame en schone vervoersmogelijkheden. • Toekomstbestendige omgeving: komen tot een omgeving die klimaatadaptief en natuurinclusief is ingericht. • Sterke ruimtelijke structuren en ruime groengebieden: beschermen van groengebieden, water en historische en landschappelijke structuren. Vindingrijk en ondernemend • Home of Horti Science: mogelijk maken van kennisontwikkeling/innovatie en plek voor nieuwe mogelijkheden in de glastuinbouwsector.
• Slimme verduurzaming: aanjagen van de energietransitie en circulaire economie via elektriciteitsopwekking, duurzame warmte en nieuwe materiaalstromen • Lokaal en regionaal werken en ondernemen: bevorderen van een goed vestigings- en ondernemersklimaat, werkgelegenheid en een gezonde middenstand.
Bestemmingsplan “Buitengebied Bleiswijk, 1e partiële herziening Hoefweg 184-186” Toelichting Vast te stellen, 24 augustus 2022
17
Gezond samen leven • Sterke samenleving met oog voor mensen: realiseren van een gelukkige en samenleving waar iedereen mee doet. • Ontwikkelen met karakter: ontwikkelen van voldoende duurzame woningen die passen bij de woningbehoeften. • Gezonde levensstijl in een passende omgeving: stimuleren van sociale en maatschappelijke veiligheid, positieve gezondheid en het beperken van gezondheidsrisico’s Op verschillende locaties is de gemeente druk bezig met het ontwikkelen van nieuwe woongebieden, of is de gemeente de mogelijkheden hiervoor aan het onderzoeken. In de kernen wil de gemeente voorzien in de woonbehoefte van jongeren, gezinnen en ouderen uit Lansingerland en de regio. Op de korte termijn ligt de nadruk op de ontwikkeling van Westpolder/Bolwerk en Wilderszijde. Metrostations Westpolder en Rodenrijs zijn locaties met (beperkte) kansen voor knooppuntontwikkeling. Het plangebied is in de omgevingsvisie aangeduid als ‘lange linten’ waarbij de karakteristieke elementen van belang zijn. In paragrafen 2.2.1 en 2.2.2 is aangegeven hoe om wordt gegaan met de karakteristieke elementen van het lint. Welstandsnota Het welstandsbeleid dat in de welstandsnota (vastgesteld d.d. 26 april 2012) wordt uiteengezet, is bedoeld om de ruimtelijke kwaliteit van de gemeente Lansingerland te behouden en te stimuleren.
Elk bouwplan moet, zowel op zichzelf, als in relatie tot zijn omgeving voldoen aan de redelijke eisen van welstand, volgens criteria die zijn vastgesteld in de gemeentelijke welstandsnota. Bovendien mogen bestaande bouwwerken niet in ernstige mate in strijd zijn met redelijke eisen van welstand, ook weer volgens de criteria in de welstandsnota. Alleen als de gemeenteraad een gebied of een object als ‘welstandsvrij’ aanwijst, vervalt de preventieve welstandsbepaling. In Lansingerland wil de gemeente echter bij een deel van de vrije gebieden een vangnet behouden in de vorm van een paar summiere criteria om excessen te voorkomen. Gesproken wordt daarom van ‘vrij met excessenregeling’. Het welstandsbeleid van Lansingerland is uitgewerkt op basis van vier welstandsniveaus: • welstandsvrij; • vrij met excessenregeling; • licht; • bijzonder.
Bestemmingsplan “Buitengebied Bleiswijk, 1e partiële herziening Hoefweg 184-186” Toelichting Vast te stellen, 24 augustus 2022
18
Afbeelding 3.3: Uitsnede welstandsnota Lansingerland. Het plangebied is rood omkaderd.
Het onderhavig plangebied kent het welstandsniveau ‘vrij met excessenregeling’. Bij dit welstandsniveau zijn enkele minimale welstandscriteria van toepassing. In tegenstelling tot de geheel vrije gebieden acht de gemeente het in deze gebieden van belang om minimaal toezicht uit te oefenen, gericht op het voorkomen van uitwassen. In het kader van de omgevingsvergunningprocedure worden bouwplannen getoetst aan het welstandsbeleid van de gemeente Langsingerland. 3.4
Conclusies De sloop en nieuwebouw van het kantoorpand past binnen de beleidskaders van het Rijk en de provincie. Het bestaande kantoorpand past niet direct aan de Hoefweg. Deze wordt gesloopt en hiervoor komt een beter in het lint passend gebouw voor terug. Het historische lint wordt versterkt doordat de nieuwe bebouwing hierop zal aansluiten. Derhalve wordt de ontwikkeling passend geacht binnen de kaders van de gemeentelijke structuurvisie. Gelet op het voorgaande past het voorliggende bestemmingsplan binnen de kaders van het Rijks-, provinciaal- en gemeentelijk beleid.
Bestemmingsplan “Buitengebied Bleiswijk, 1e partiële herziening Hoefweg 184-186” Toelichting Vast te stellen, 24 augustus 2022
19
4
Natuur en landschap
4.1
Kader
4.1.1 Wet natuurbescherming Op 1 januari 2017 is de Wet natuurbescherming (Wnb) in werking getreden. Deze wet vervangt drie oude wetten: de Natuurbeschermingswet 1998 (gebiedsbescherming: Natura 2000), de Flora- en faunawet (soortenbescherming) en de Boswet (kapvergunningen). Soorten Voor ruimtelijke ingrepen die resulteren in overtreding van één of meer artikelen van de Wnb moet ontheffing worden aangevraagd. Voor een aantal soorten geldt daarenboven het beschermingsregime van de Europese Vogel- en Habitatrichtlijn. Voor werkzaamheden die uit een bestemmingsplan voortvloeien dient voor de start van die werkzaamheden ontheffing te worden aangevraagd indien beschermde soorten voorkomen. Bij de vaststelling van het plan dient duidelijk te zijn of en in hoeverre een ontheffing kan worden verkregen. Voor alle in de wet genoemde diersoorten (inclusief vogels) geldt dat het verboden is individuen van deze soorten (opzettelijk) te doden of te vangen. Bovendien is het verboden nesten (en eieren) en (vaste) voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren opzettelijk te beschadigen of te vernielen dan wel weg te nemen. Voor de in de wet genoemde plantensoorten geldt dat het verboden is exemplaren in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen.
In de Wnb worden drie beschermingsregimes onderscheiden voor beschermde soorten. Voor de eerste twee regimes gelden aanvullende verbodsbepalingen. 1. Het beschermingsregime Vogelrichtlijn (Vrl), dat van toepassing is op van nature in Nederland in het wild levende vogels van soorten als bedoeld in artikel 1 van de Vrl. Met betrekking tot deze vogelsoorten geldt dat het - aanvullend aan de bovengenoemde verbodsbepalingen - verboden is vogels opzettelijk te storen, behalve als de storing niet van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de desbetreffende vogelsoort. Ruimtelijke inrichting of ontwikkeling en dwingende redenen van groot openbaar belang zijn geen reden om ontheffing te verlenen. Ontheffing is uitsluitend toegestaan op basis van de ontheffingsgronden die in de Vrl zijn genoemd. Overigens is het, indien geen ontheffing nodig is, volgens de huidige interpretatie van de wet wel verplicht rekening te houden met het broedseizoen van vogels. Voor sommige vogelsoorten met vaste verblijfplaatsen geldt dat deze vaste verblijfplaatsen en het essentiële leefgebied jaarrond beschermd zijn. 2. Het beschermingsregime Habitatrichtlijn (Hrl), dat van toepassing is op soorten van bijlage IV bij de Hrl, bijlage I en II bij het Verdrag van Bern en bijlage I bij het Verdrag van Bonn.
Met betrekking tot deze soorten is het - aanvullend aan de bovengenoemde verbodsbepalingen - verboden dieren opzettelijk te verstoren. Ontheffing wordt voor ruimtelijke inrichting of ontwikkeling alleen verleend indien: • er geen andere bevredigende oplossing is, en • geen afbreuk wordt gedaan aan de gunstige staat van instandhouding van de soort, en • sprake is van één van de volgende (bij ruimtelijke ontwikkeling relevante) belangen: o de bescherming van wilde flora en fauna of natuurlijke habitats, of o de volksgezondheid, de openbare veiligheid of andere dwingende redenen van groot openbaar belang, met inbegrip van redenen van sociale of economische aard en voor het milieu wezenlijk gunstige effecten. 3. Het beschermingsregime Andere Soorten, dat van toepassing is op soorten van de bijlage behorende bij artikel 3.10 van de Wnb. Ontheffing is alleen mogelijk indien: • er geen andere bevredigende oplossing is, en Bestemmingsplan “Buitengebied Bleiswijk, 1e partiële herziening Hoefweg 184-186” Toelichting Vast te stellen, 24 augustus 2022
20
•
indien geen afbreuk wordt gedaan aan de gunstige staat van instandhouding van de soort.
Er is echter geen ontheffing nodig indien gewerkt wordt volgens een geldige gedragscode die van toepassing is op de betreffende soort(en). Vaak is daarnaast ecologische begeleiding en een ecologisch werkprotocol nodig bij de uitvoering van werkzaamheden. De provincies kunnen voor het beschermingsregime Andere Soorten een algemene vrijstelling verlenen voor onder meer ruimtelijke inrichting of ontwikkeling van gebieden. In Lansingerland is de provincie Zuid-Holland het bevoegd gezag voor de Wnb. In dit geval is die bevoegdheid gemandateerd aan de Omgevingsdienst Haaglanden. Indien nesten, (vaste) voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van soorten niet (kunnen) worden ontzien, is ontheffing noodzakelijk. Ontheffing is niet benodigd indien de functionaliteit van de nesten, (vaste) voortplantingsplaatsen of rustplaatsen gegarandeerd wordt (het beschadigen en vernielen wordt voorkomen door maatregelen of er zijn voldoende alternatieven). Ten slotte is altijd de algemene zorgplicht van toepassing, die inhoudt dat een ieder voldoende zorg in acht neemt voor alle inheemse dieren en planten en hun directe leefomgeving (artikel 1.11 van de Wnb). Concreet betekent dit dat bij ruimtelijke ontwikkeling gezorgd moet worden dat dieren niet gedood worden en dat planten verplant worden.
Ook dient gelet te worden op bijvoorbeeld de voortplantingsperiode van amfibieën en de zoogperiode van zoogdieren. 4.1.2 Natura 2000 De Wnb ziet op de bescherming van Natura 2000-gebieden (Vrl- en Hrl-gebieden). Voor ieder Natura 2000-gebied zijn instandhoudingsdoelstellingen opgesteld voor één of meerdere soorten en/of habitats. Voor ruimtelijke ontwikkelingen binnen de Natura 2000-gebieden en tevens voor ontwikkelingen daarbuiten die van invloed kunnen zijn (door ‘externe werking’) op die beschermde natuurgebieden, gelden (strenge) restricties. Voor activiteiten of projecten die schadelijk zijn voor de beschermde natuur geldt een vergunningplicht. Middels een ‘habitattoets’ dient te worden onderzocht of een activiteit (significante) negatieve effecten op de instandhoudingsdoelstellingen voor Natura 2000-gebieden veroorzaakt. De uitkomsten van de habitattoets dienen te worden beoordeeld door het bevoegd gezag. 4.1.3 Natuurnetwerk Nederland en overige bos- en natuurgebieden Natuurnetwerk Nederland Het Natuurnetwerk Nederland (NNN) is het Nederlands netwerk van bestaande en nieuw aan te leggen natuurgebieden (de voormalige Ecologische Hoofdstructuur / EHS). Het netwerk moet natuurgebieden beter verbinden met elkaar en met het omringende agrarisch gebied.
Het doel van het NNN is de instandhouding en ontwikkeling van natuurgebieden om daarmee een groot aantal soorten en ecosystemen te laten voortbestaan. Sinds 2014 zijn de provincies het eerste verantwoordelijke bevoegde gezag voor het NNN (daarvoor was dat de rijksoverheid). De provincies hebben in een verordening regelgeving vastgelegd ten aanzien van het NNN. 4.2
Onderzoek Soortenbescherming De ontwikkeling voorziet in het wegbestemmen van het bestaande kantoorpand. Dit pand wordt gesloopt. Op het perceel is daarnaast een groene wal aanwezig. Om te kunnen voorzien in de realisatie van het nieuwe kantoorpand is het (gedeeltelijk) verwijderen van deze wal noodzakelijk. De kans bestaat dat in het plangebied beschermde planten- en / of diersoorten voorkomen. Er is in het kader van de Wet natuurbescherming is een quickscan uitgevoerd. De quickscan is als bijlage 6 opgenomen. Hieronder zijn de conclusies beschreven.
Bestemmingsplan “Buitengebied Bleiswijk, 1e partiële herziening Hoefweg 184-186” Toelichting Vast te stellen, 24 augustus 2022
21
Grondgebonden zoogdieren Het plangebied is mogelijk geschikt als functionele leefomgeving voor kleine marterachtigen. Echter zijn kleine marterachtigen zoals de Bunzing, de Wezel, en de Hermelijn in Zuid-Holland vrijgesteld van de Wet natuurbescherming. Het plangebied ligt niet in de verspreidingsgebieden van grote marterachtigen zoals de Steenmarter en de Boommarter. Hierdoor zijn er vanuit de Wet natuurbescherming geen verdere verplichtingen ten aanzien van grondgebonden zoogdieren, dan alleen zorgplicht. Vogels met een vaste verblijfplaats Er zijn geen nesten van kraaiachtigen of verblijfplaatsen van vogels met een vaste verblijfplaats aangetroffen in het plangebied. Het plangebied zou daarnaast geen onderdeel kunnen uitmaken van de functionele leefomgeving van soorten zoals de Huismus, aangezien er geen geschikte holtes en/of openingen in de bebouwing aanwezig zijn die kunnen dienen als verblijfplaats voor deze soort. De bouwwerkzaamheden zullen geen negatieve effecten opleveren op de functionele leefomgeving, waardoor er vanuit de Wet natuurbescherming geen verdere verplichtingen voor deze soorten bestaan, dan alleen zorgplicht. Herpetofauna Tijdens het veldbezoek zijn er geen individuen van strikt beschermde amfibiesoorten waargenomen. Daarnaast biedt het plangebied ook geen geschikt leefgebied voor deze soorten.
Vanuit de Wet natuurbescherming zijn er geen verplichtingen behalve de zorgplicht. Tijdens het veldbezoek zijn er exemplaren van de Muurhagedis (Podarcis muralis) waargenomen. Deze soort is in Nederland beschermd onder de Wet natuurbescherming. De werkzaamheden in het plangebied kunnen een negatief effect hebben op de individuen en het leefgebied van de Muurhagedis. Om het leefgebied van de aanwezige Muurhagedispopulatie te beschermen dient bij afbraak van de aanwezige stenen muur, die waarschijnlijk het leefgebied vormt voor deze soort, een alternatieve schuilplaats te worden gerealiseerd. Deze alternatieve schuilplaats zou gerealiseerd kunnen worden door de muur elders op het plangebied te plaatsen. De aanwezige populatie van de Muurhagedis dient uit de actuele verblijfplaats weggevangen te worden en in de alternatieve verblijfplaats te worden uitgezet. Deze handelingen dienen door een ecologisch medewerker uitgevoerd te worden. Vleermuizen De aanwezigheid van vaste verblijfplaatsen van vleermuizen kan niet uitgesloten worden. Daarnaast is er een mogelijkheid dat vleermuizen het plangebied gebruiken als foerageergebied en/of vliegroute. De bouwwerkzaamheden kunnen hierdoor een negatief effect hebben op het foerageergebied en/of vliegroute. Om deze redenen is aanvullend vleermuisonderzoek uitgevoerd. Het aanvullend onderzoek is opgenomen al bijlage 7.
Uit het onderzoek blijkt dat het plangebied door vleermuizen gebruikt wordt om te foerageren en als vliegroute. De groenstructuren worden veelal gebruikt om te foerageren maar ook als verbinding tussen andere foerageergebieden. Wanneer deze groenstructuren aangetast worden zal de essentiële functie als foerageergebied en vliegroute verkleind worden en/of verdwijnen. Hierdoor dient er, wanneer de groenstructuren aangetast worden, een ontheffing aangevraagd te worden en zullen mitigerende en compenserende maatregelen getroffen worden. Voor het struweel langs het perceel wordt er geadviseerd om zoveel mogelijk vegetatie te behouden en de werkzaamheden enkel bij daglicht en bij voorkeur in de winterperiode uit te voeren. Ook is het raadzaam om tijdens de werkzaamheden en in de nieuwe situatie zo min mogelijk verlichting te gebruiken en om maatregelen te nemen waardoor (licht)verstoring van de dieren zoveel mogelijk voorkomen wordt. Voorbeelden hiervan zijn het gebruik van amberkleurige verlichting en lichtbronnen die naar beneden gericht zijn.
Bestemmingsplan “Buitengebied Bleiswijk, 1e partiële herziening Hoefweg 184-186” Toelichting Vast te stellen, 24 augustus 2022
22
Overige soorten Voor alle vogelsoorten geldt dat ze beschermd zijn in de broedperiode. Nesten waarop gebroed wordt mogen niet verstoord worden waardoor de werkzaamheden buiten het broedseizoen uitgevoerd dienen te worden (soortspecifiek) of na een nadere ecologische controle. Het wordt aanbevolen om, ook als er geen ontheffing aangevraagd dient te worden, tijdens de werkzaamheden te werken volgens een eerder opgesteld ecologisch werkprotocol en de werkzaamheden te laten begeleiding door een ecologisch deskundige. Zorgplicht Tenslotte geldt voor alle plant- en diersoorten (ook de onbeschermde) de zorgplicht. Deze houdt in dat mogelijke nadelige gevolgen voor planten en dieren, voor zover redelijk, zoveel mogelijk vermeden moeten worden. Manieren om aan de zorgplicht te voldoen zijn bijvoorbeeld: • Er wordt gelegenheid gegeven aan amfibieën en grondgebonden zoogdieren, die tijdens de werkzaamheden worden gevonden, te vluchten of zich te verplaatsen naar een schuilplaats buiten het bereik van de werkzaamheden. Dit gebeurt door onder andere vegetatie of bodemmateriaal (takken, stronken, steenhopen) gefaseerd te verwijderen; • in verband met verstoring van aanwezige dieren worden de werkzaamheden zoveel mogelijk overdag uitgevoerd. Gebiedsbescherming De ontwikkellocatie is niet gelegen op gronden die zijn aangewezen als Natuurnetwerk Nederland (NNN).
Er gaat dan ook geen oppervlakte aan NNN-gebied verloren. Stikstof De locatie ligt op grote afstand van Natura 2000-gebieden (Natura 2000- gebieden ‘De Wilck’ en ‘Broekvelden, Vettenbroek & Polder Stein’ bevatten geen stikstofgevoelige habitats of leefgebieden van soorten.) Natura 2000-gebieden ‘Meijendel & Berkheide’ en ‘Nieuwkoopse Plassen & De Haeck’ bevatten wel stikstofgevoelige habitats en leefgebieden. Deze stikstofgevoelige habitats en leefgebieden liggen op minimaal 16 kilometer afstand van de locatie. Door de uitspraak van de Raad van State van eind mei 2019 is het nu echter voor ieder project nodig uit te sluiten dat negatieve effecten, als gevolg van onder andere stikstofdepositie, optreden. De Wet stikstofreductie en natuurverbetering is op 1 juli 2021 in werking getreden. Via het Besluit stikstofreductie en natuurverbetering, waarin de stikstofwet verder is uitgewerkt, geldt per 1 juli een vrijstelling voor bouw-, aanleg- en sloopactiviteiten omdat de emissies tijdelijk en beperkt zijn. De aanlegfase hoeft niet langer te worden berekend. Een berekening voor de gebruiksfase blijft wel nodig. Door KuiperCompagnons is een stikstofdepositie-onderzoek uitgevoerd. Het onderzoek is als bijlage 1 opgenomen. Hieronder zijn de resultaten beschreven.