[T22.02435] Vast te stellen bestemmingsplan "Vlinderstrik 2022"
Tekst van het document
Bouwregels
6.2.1
Algemeen
Op de in artikel 6, lid 6.1 bedoelde gronden mogen uitsluitend bouwwerken ten dienste van de bestemming worden gebouwd. 6.2.2
Gebouwen
Op of in de in artikel 6, lid 6.1 bedoelde gronden mogen gebouwen worden gebouwd met inachtneming van de volgende regels: a. de oppervlakte mag niet meer bedragen dan 25 m2; b. de bouwhoogte mag niet meer bedragen dan 3 m; 6.2.3
Andere bouwwerken
Op of in de in artikel 6, lid 6.1 bedoelde gronden mogen andere bouwwerken ten dienste van de genoemde bestemmingen worden gebouwd met een maximale bouwhoogte van 3 m, waaronder bruggen, overige kunstwerken en straatmeubilair, mits de verkeersveiligheid gewaarborgd is. 6.3
Specifieke gebruiksregels
6.3.1
Strijdig gebruik
Tot een gebruik strijdig met deze bestemming, zoals bedoeld in Artikel 22, lid 22.1 (Algemene gebruiksregels), wordt gerekend het gebruik van gronden als parkeerplaats voor auto's.
bestemmingsplan "Vlinderstrik 2022" Regels vastgesteld
26
Artikel 7 7.1
Natuur - 1
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Natuur - 1' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. versterking, ontwikkeling en behoud van natuurlijke waarden in de vorm van een kruiden en faunarijk grasland; b. ter plaatse van de aanduiding 'langzaam verkeer': een recreatieve fiets- en wandelverbinding; c. ter plaatse van de aanduiding 'ontsluiting': een ontsluitingsweg ten behoeve van de verkeersontsluiting van de aanliggende percelen, alsmede voor langzaam verkeer, zoals genoemd onder b; d. bij deze bestemming behorende dan wel eraan ondergeschikte voorzieningen uitsluitend in de vorm van onverharde wandelpaden (geen ruiterpaden), extensieve recreatie, water en waterhuishoudkundige voorzieningen. 7.2
Bouwregels
a. op de in artikel 7, lid 7.1 bedoelde gronden mogen uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde ten dienste van de bestemming worden gebouwd, zoals bruggen, duikers, beschoeiingen e.d., met dien verstande dat de bouwhoogte maximaal 2 m mag bedragen, mits de verkeersveiligheid gewaarborgd is; b. in afwijking van het bepaalde onder a is uitsluitend ter plaatse van het bouwvlak een gebouw toegestaan met een maximale bouwhoogte van 3,5 m. 7.3
Afwijken van de bouwregels
7.3.1
Afwijken
Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van de bouwregels voor gebouwen ten dienste van de onder artikel 7, lid 7.1 genoemde functies zoals waterhuishoudkundige voorzieningen en de bouw van gebouwen, zoals een schuilhut of een vogelobservatiehut. 7.3.2
Algemene randvoorwaarden voor afwijken van de bouwregels
Afwijken is slechts mogelijk indien geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de natuurlijke en landschappelijke waarden. Vooraf dient hieromtrent schriftelijk advies te worden ingewonnen bij een ecologisch deskundige. 7.4
Specifieke gebruiksregels
7.4.1
Strijdig gebruik
Tot een gebruik strijdig met deze bestemming, zoals bedoeld in artikel 22, lid 22.1 (Algemene gebruiksregels), wordt gerekend het gebruik van gronden als parkeerplaats voor auto's. 7.4.2
Parkeren
Ten aanzien van parkeren geldt het bepaalde in artikel 26, lid 26.1. 7.5 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van het werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 7.5.1
Verbod
Het is verboden op of boven de in artikel 7, lid 7.1 genoemde gronden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren: bestemmingsplan "Vlinderstrik 2022" Regels vastgesteld
27
a. het aanleggen en/of verharden van gronden, zoals wegen, fiets- en voetpaden en oppervlakteverhardingen; b. het uitvoeren van grondbewerkingen, zoals afgraven, woelen, mengen, diepploegen, ontginnen, bodemverlagen, ophogen of egaliseren van de bodem en aanleggen van (drainage)leidingen; c. het verwijderen van bomen en/of houtgewas, alsmede de verwijdering van bodemvegetaties, riet en andere oevervegetatie; d. het aanleggen of aanbrengen van oeverbeschoeiingen, kaden of aanlegplaatsen; e. het aanleggen van boven- of ondergrondse transport-, energie-, of telecommunicatieleidingen en de daarmee verband houdende constructies, installaties of apparatuur; f. het aanleggen, vergraven, verruimen of dempen van sloten, vijvers en andere wateren. g. het aanleggen van boven- of ondergrondse transport-, energie-, of telecommunicatieleidingen anders dan in de bestemmingsomschrijving is aangegeven, en het aanbrengen van daarmee verband houdende constructies, installaties of apparatuur; h. het verhogen of verlagen van de grondwaterstand. 7.5.2
Uitzonderingen
Het verbod als bedoeld in artikel 7, lid 7.5.1 is niet van toepassing op werken of werkzaamheden die: a. betrekking hebben op normaal onderhoud en beheer ten dienste van de bestemming; b. reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van het van kracht worden van dit plan; c. mogen worden uitgevoerd krachtens een verleende omgevingsvergunning. 7.5.3
Toelaatbaarheid
De in artikel 7, lid 7.5.1 genoemde omgevingsvergunning kan slechts worden verleend indien daardoor de landschappelijke en/of natuurlijke waarden van de gronden niet worden of kunnen worden aangetast, dan wel de mogelijkheden voor herstel van die waarden niet onevenredig worden of kunnen worden verkleind. Vooraf dient hieromtrent schriftelijk advies te worden gevraagd bij een ecologisch deskundige.
bestemmingsplan "Vlinderstrik 2022" Regels vastgesteld
28
Artikel 8 8.1
Natuur - 2
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Natuur - 2' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. versterking, ontwikkeling en behoud van een ecologische verbindingszone in de vorm van rietlanden struweelland alsmede faunapassages; b. ter plaatse van de aanduiding 'langzaam verkeer': een recreatieve fiets- en wandelverbinding; c. bij deze bestemming behorende dan wel eraan ondergeschikte voorzieningen uitsluitend in de vorm van onverharde wandelpaden (geen ruiterpaden), water en waterhuishoudkundige voorzieningen. waterhuishoudkundige voorzieningen. 8.2
Bouwregels
Op de in artikel 8, lid 8.1 bedoelde gronden mogen uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde ten dienste van de bestemming worden gebouwd, zoals bruggen, duikers, beschoeiingen e.d., met dien verstande dat de bouwhoogte maximaal 2 m mag bedragen, mits de verkeersveiligheid gewaarborgd is. 8.3
Afwijken van de bouwregels
8.3.1
Afwijken
Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van de bouwregels voor gebouwen ten dienste van de onder artikel 8.1, lid 8.1 genoemde functies zoals waterhuishoudkundige voorzieningen en de bouw van gebouwen, zoals een schuilhut of een vogelobservatiehut. 8.3.2
Algemene randvoorwaarden voor afwijken van de bouwregels
Afwijken is slechts mogelijk indien geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de natuurlijke en landschappelijke waarden. Vooraf dient hieromtrent schriftelijk advies te worden ingewonnen bij een ecologisch deskundige. 8.4
Specifieke gebruiksregels
8.4.1
Strijdig gebruik
Tot een gebruik strijdig met deze bestemming, zoals bedoeld in artikel 22, lid 22.1 (Algemene gebruiksregels), wordt gerekend het gebruik van gronden als parkeerplaats voor auto's. 8.4.2
Parkeren
Ten aanzien van parkeren geldt het bepaalde in artikel 26, lid 26.1. 8.5 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van het werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 8.5.1
Verbod
Het is verboden op of boven de in artikel 8, lid 8.1 genoemde gronden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren: a. het aanleggen en/of verharden van gronden, zoals wegen, fiets- en voetpaden en oppervlakteverhardingen; b. het uitvoeren van grondbewerkingen, zoals afgraven, woelen, mengen, diepploegen, ontginnen, bodemverlagen, ophogen of egaliseren van de bodem en aanleggen van (drainage)leidingen; c. het verwijderen van bomen en/of houtgewas, alsmede de verwijdering van bodemvegetaties, riet en andere oevervegetatie; bestemmingsplan "Vlinderstrik 2022" Regels vastgesteld
29
d. het aanleggen of aanbrengen van oeverbeschoeiingen, kaden of aanlegplaatsen; e. het aanleggen van boven- of ondergrondse transport-, energie-, of telecommunicatieleidingen en de daarmee verband houdende constructies, installaties of apparatuur; f. het aanleggen, vergraven, verruimen of dempen van sloten, vijvers en andere wateren. g. het aanleggen van boven- of ondergrondse transport-, energie-, of telecommunicatieleidingen anders dan in de bestemmingsomschrijving is aangegeven, en het aanbrengen van daarmee verband houdende constructies, installaties of apparatuur; h. het verhogen of verlagen van de grondwaterstand. 8.5.2
Uitzonderingen
Het verbod als bedoeld in artikel 8, lid 8.5.1 is niet van toepassing op werken of werkzaamheden die: a. betrekking hebben op normaal onderhoud en beheer ten dienste van de bestemming; b. reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van het van kracht worden van dit plan; c. mogen worden uitgevoerd krachtens een verleende omgevingsvergunning. 8.5.3
Toelaatbaarheid
De in artikel 8, lid 8.5.1 genoemde omgevingsvergunning kan slechts worden verleend indien daardoor de landschappelijke en/of natuurlijke waarden van de gronden niet worden of kunnen worden aangetast, dan wel de mogelijkheden voor herstel van die waarden niet onevenredig worden of kunnen worden verkleind. Vooraf dient hieromtrent schriftelijk advies te worden gevraagd bij een ecologisch deskundige.
bestemmingsplan "Vlinderstrik 2022" Regels vastgesteld
30
Artikel 9 9.1
Recreatie - Volkstuin
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Recreatie - Volkstuin' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. volkstuinen; b. bij deze bestemming behorende dan wel eraan ondergeschikte voorzieningen waaronder parkeervoorzieningen, ontsluitingen, erven, paden, overige verhardingen, groen, water en waterhuishoudkundige voorzieningen. 9.2
Bouwregels
9.2.1
Algemeen
Op de in artikel 9.1, lid 5.1 bedoelde gronden mogen uitsluitend bouwwerken ten dienste van de bestemming worden gebouwd. 9.2.2
Gebouwen
a. uitsluitend zijn in de bestemming passende bouwwerken, zoals kweekkassen, sanitaire gebouwtjes, niet voor bewoning bestemde gebouwtjes ten behoeve van onderhoud en beheer, zomede bouwwerken b. Het maximum toegestane bebouwingspercentage per perceel bedraagt 15% met een maximum van 15 m2; 9.2.3
Andere bouwwerken
In de bestemming passende andere bouwwerken zoals bruggen, duikers, steigers, vlonders, keerwanden, beschoeiingen en erfafscheidingen zijn toegestaan, met een maximale hoogte van 3 m. 9.3
Specifieke gebruiksregels
9.3.1
Strijdig gebruik
Tot een gebruik strijdig met deze bestemming, zoals bedoeld in artikel 22, lid 22.1 (Algemene gebruiksregels), wordt in ieder geval verstaan het gebruik van: a. gronden en/of bouwwerken voor permanente bewoning; 9.3.2
Parkeren
Ten aanzien van parkeren geldt het bepaalde in artikel 26, lid 26.1.
bestemmingsplan "Vlinderstrik 2022" Regels vastgesteld
31
Artikel 10 10.1
Tuin
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Tuin' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. tuinen; b. bij deze bestemming behorende dan wel eraan ondergeschikte voorzieningen waaronder parkeervoorzieningen, ontsluitingen, erven, paden, overige verhardingen, voorzieningen van algemeen nut, groen, water en waterhuishoudkundige voorzieningen. 10.2
Bouwregels
10.2.1 Algemeen Op de in artikel 10, lid 10.1 bedoelde gronden mogen uitsluitend bouwwerken ten dienste van de bestemming worden gebouwd. 10.2.2 Bijbehorende bouwwerken Op of in de in artikel 10, lid 10.1 bedoelde gronden mogen geen bijbehorende bouwwerken worden gebouwd. 10.2.3 Andere bouwwerken Er mogen andere bouwwerken worden gebouwd, waarbij geldt dat de bouwhoogte niet meer mag bedragen dan: a. 1 m voor erf- en terreinafscheidingen en andere bouwwerken voor de voorgevelrooilijn; b. 2 m voor erf- en terreinafscheidingen achter de voorgevelrooilijn; c. 3 m voor overige andere bouwwerken achter de voorgevelrooilijn; mits de verkeersveiligheid gewaarborgd is. 10.3
Afwijken van de bouwregels
Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van de bouwregels voor: 10.3.1 Andere bouwwerken De bouw van overige andere bouwwerken voor de voorgevelrooilijn tot 3 m. 10.3.2 Algemene randvoorwaarden voor afwijken van de bouwregels Afwijken is slechts mogelijk mits wordt voldaan aan de voorwaarden zoals bedoeld in artikel 23, lid 23.2. 10.4
Specifieke gebruiksregels
10.4.1 Strijdig gebruik Ten aanzien van het gebruik dat als strijdig met de bestemming wordt aangemerkt, geldt het bepaalde in artikel 22, lid 22.1. 10.4.2 Parkeren Ten aanzien van parkeren geldt het bepaalde in artikel 26, lid 26.1.
bestemmingsplan "Vlinderstrik 2022" Regels vastgesteld
32
Artikel 11 11.1
Verkeer
Bestemmingsomschrijving
11.1.1 Algemeen De voor 'Verkeer' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. lokale en provinciale wegen en straten voor (gemotoriseerd) verkeer; b. bij deze bestemming behorende dan wel eraan ondergeschikte voorzieningen waaronder paden, parkeervoorzieningen, geluidsafschermende en veiligheidsvoorzieningen, voorzieningen van algemeen nut, groen, water, waterhuishoudkundige voorzieningen, overige verhardingen, speelvoorzieningen, bruggen, viaducten en tunnels ten behoeve van kruisende infrastructuur, met uitzondering van verkooppunten voor motorbrandstoffen. 11.2
Bouwregels
11.2.1 Algemeen Op de in artikel 11, lid 11.1 bedoelde gronden mogen uitsluitend bouwwerken ten dienste van de bestemming worden gebouwd. 11.2.2 Gebouwen Op of in de in artikel 11, lid 11.1 bedoelde gronden mogen gebouwen worden gebouwd met inachtneming van de volgende regels: a. de oppervlakte mag niet meer bedragen dan 25 m2; b. de bouwhoogte mag niet meer bedragen dan 3 m. 11.2.3 Andere bouwwerken Op of in de in artikel 11, lid 11.1 bedoelde gronden mogen andere bouwwerken ten dienste van de genoemde bestemmingen worden gebouwd met een maximale bouwhoogte van 3 m, waaronder straatmeubilair, bruggen en overige kunstwerken; mits de verkeersveiligheid gewaarborgd is. 11.3
Afwijken van de bouwregels
11.3.1 Andere bouwwerken Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van de bouwregels voor de bouw van andere bouwwerken waarvan de bouwhoogte niet meer mag bedragen dan 5 m. 11.3.2 Algemene randvoorwaarden voor afwijken van de bouwregels Afwijken is slechts mogelijk mits wordt voldaan aan de voorwaarden zoals bedoeld in artikel 23, lid 23.2. 11.4
Specifieke gebruiksregels
11.4.1 Strijdig gebruik Ten aanzien van het gebruik dat als strijdig met de bestemming wordt aangemerkt, geldt het bepaalde in artikel 22, lid 22.1. 11.4.2 Parkeren Ten aanzien van parkeren geldt het bepaalde in artikel 26, lid 26.1.
bestemmingsplan "Vlinderstrik 2022" Regels vastgesteld
33
Artikel 12 12.1
Verkeer - Erf
Bestemmingsomschrijving
12.1.1 Algemeen De voor 'Verkeer - Erf' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. verkeersvoorzieningen in de vorm van wegen voor verblijf alsmede ter ontsluiting van de aanliggende of nabijgelegen bebouwing en gronden zoals woonstraten, woonerven, paden, langzaam verkeerroutes en pleinen. woonstraten, woonerven en pleinen; b. bij deze bestemming behorende dan wel eraan ondergeschikte voorzieningen waaronder parkeervoorzieningen, geluidsafschermende en veiligheidsvoorzieningen, voorzieningen van algemeen nut, groen, water, waterhuishoudkundige voorzieningen, overige verhardingen, speelvoorzieningen, bruggen, viaducten en tunnels ten behoeve van kruisende infrastructuur, met uitzondering van verkooppunten voor motorbrandstoffen. 12.2
Bouwregels
12.2.1 Algemeen Op de in artikel 12, lid 12.1 bedoelde gronden mogen uitsluitend bouwwerken ten dienste van de bestemming worden gebouwd. 12.2.2 Gebouwen Op of in de in artikel 12, lid 12.1 bedoelde gronden mogen gebouwen worden gebouwd met inachtneming van de volgende regels: a. de oppervlakte mag niet meer bedragen dan 25 m2; b. de bouwhoogte mag niet meer bedragen dan 3 m; c. in afwijking van het bepaalde onder a. en b. mogen uitsluitend er plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - bijgebouwen' bijgebouwen worden gebouwd met een afwijkende maatvoering, met dien verstande dat: 1. de oppervlakte van het bijgebouw ten hoogste 175 m2 bedraagt; 2. de goothoogte ten hoogste 3 m en de bouwhoogte ten hoogste 4,5 m bedraagt.
12.2.3 Andere bouwwerken Op of in de in artikel 12, lid 12.1 bedoelde gronden mogen andere bouwwerken ten dienste van de genoemde bestemmingen worden gebouwd met een maximale bouwhoogte van 3 m, waaronder bruggen, overige kunstwerken en straatmeubilair; mits de verkeersveiligheid gewaarborgd is. 12.3
Specifieke gebruiksregels
12.3.1 Strijdig gebruik Tot een gebruik strijdig met deze bestemming, zoals bedoeld in artikel 22, lid 22.1 (Algemene gebruiksregels), wordt in ieder geval verstaan het gebruik van gronden voor terrassen.
bestemmingsplan "Vlinderstrik 2022" Regels vastgesteld
34
Artikel 13 13.1
Verkeer - Railverkeer
Bestemmingsomschrijving
13.1.1 Algemeen De voor 'Verkeer - Railverkeer' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. een raillijn met bijbehorende sporen, bovenleiding, wissels en overige constructies; b. haltevoorzieningen, zoals wachtruimtes voor passagiers, voorzieningengebouw voor personeel en voorzieningen ten behoeve van de bereikbaarheid van die haltevoorzieningen; c. bij deze bestemming behorende dan wel eraan ondergeschikte voorzieningen waaronder paden, parkeervoorzieningen, geluidsafschermende en veiligheidsvoorzieningen, voorzieningen van algemeen nut, groen, water, waterhuishoudkundige voorzieningen, overige verhardingen, speelvoorzieningen, bruggen, viaducten en tunnels ten behoeve van kruisende infrastructuur, met uitzondering van verkooppunten voor motorbrandstoffen. 13.2
Bouwregels
13.2.1 Algemeen Op of in de in artikel 13, lid 13.1 bedoelde gronden mag uitsluitend worden gebouwd ten dienste van de in artikel 13, lid 13.1 genoemde doeleinden, en met inachtneming van de onderstaande regels: a. de bouwhoogte van de draagconstructie voor de bovenleiding mag niet meer bedragen dan 10 m, gemeten vanaf bovenkant spoor; b. de bouwhoogte van andere bouwwerken, ten behoeve van het railverkeer en bijbehorende haltevoorziening mag niet meer bedragen dan 15 m, gemeten vanaf bovenkant spoor; c. de bouwhoogte van een gebouwde fietsenstalling mag niet meer bedragen dan 3 m1; d. de oppervlakte van gebouwde nutsvoorzieningen mag niet meer bedragen dan 25 m2; e. de bouwhoogte van gebouwde nutsvoorzieningen mag niet meer bedragen dan 3 m, gemeten vanaf bovenkant spoor; f. de bouwhoogte van overige andere bouwwerken mag niet meer bedragen dan 3 m1; mits de verkeersveiligheid gewaarborgd is. 13.3
Afwijken van de bouwregels
13.3.1 Afwijken Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van de bouwregels voor: a. de bouw van haltevoorzieningen met een bouwhoogte van maximaal 3 m en oppervlakte van maximaal 50 m2; b. de bouw van andere bouwwerken waarvan de bouwhoogte niet meer mag bedragen dan 5 m. 13.3.2 Algemene randvoorwaarden voor afwijken van de bouwregels Afwijken is slechts mogelijk mits wordt voldaan aan de voorwaarden zoals bedoeld in artikel 23, lid 23.2. 13.4
Specifieke gebruiksregels
13.4.1 Strijdig gebruik Ten aanzien van het gebruik dat als strijdig met de bestemming wordt aangemerkt, geldt het bepaalde in artikel 22, lid 22.1.
bestemmingsplan "Vlinderstrik 2022" Regels vastgesteld
35
Artikel 14 14.1
Verkeer - Wegverkeer
Bestemmingsomschrijving
14.1.1 Algemeen De voor 'Verkeer - Wegverkeer' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. lokale en provinciale wegen en straten voor (gemotoriseerd) verkeer; b. bij deze bestemming behorende dan wel eraan ondergeschikte voorzieningen waaronder paden, parkeervoorzieningen, geluidsafschermende en veiligheidsvoorzieningen, voorzieningen van algemeen nut, groen, water, waterhuishoudkundige voorzieningen, overige verhardingen, speelvoorzieningen, bruggen, viaducten en tunnels ten behoeve van kruisende infrastructuur, met uitzondering van verkooppunten voor motorbrandstoffen. 14.2
Bouwregels
14.2.1 Algemeen Op de in artikel 14, lid 14.1 bedoelde gronden mogen uitsluitend bouwwerken ten dienste van de bestemming worden gebouwd. 14.2.2 Gebouwen Op of in de in artikel 14, lid 14.1 bedoelde gronden mogen gebouwen worden gebouwd met inachtneming van de volgende regels: a. de oppervlakte mag niet meer bedragen dan 25 m2; b. de bouwhoogte mag niet meer bedragen dan 3 m; 14.2.3 Andere bouwwerken Op of in de in artikel 14, lid 14.1 bedoelde gronden mogen andere bouwwerken ten dienste van de genoemde bestemmingen worden gebouwd met een maximale bouwhoogte van 3 m, waaronder bruggen, overige kunstwerken en straatmeubilair; mits de verkeersveiligheid gewaarborgd is. 14.3
Afwijken van de bouwregels
14.3.1 Andere bouwwerken Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van de bouwregels voor de bouw van andere bouwwerken waarvan de bouwhoogte niet meer mag bedragen dan 5 m. 14.3.2 Algemene randvoorwaarden voor afwijken van de gebruiksregels Afwijken is slechts mogelijk mits wordt voldaan aan de voorwaarden zoals bedoeld in artikel 40, lid 40.2. 14.4
Specifieke gebruiksregels
Ten aanzien van het gebruik dat als strijdig met de bestemming wordt aangemerkt, geldt het bepaalde in artikel 22, lid 22.1.
bestemmingsplan "Vlinderstrik 2022" Regels vastgesteld
36
Artikel 15 15.1
Water
Bestemmingsomschrijving
15.1.1 Algemeen De voor 'Water' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. water en waterhuishoudkundige voorzieningen; b. bij deze bestemming behorende dan wel eraan ondergeschikte voorzieningen, waaronder voorzieningen van algemeen nut, oevers en beschoeiingen; bruggen daaronder niet begrepen. 15.2
Bouwregels
Op de in artikel 15, lid 15.1 bedoelde gronden mogen uitsluitend andere bouwwerken ten dienste van de bestemming worden gebouwd met een maximale bouwhoogte van 1 m; mits de (water)verkeersveiligheid gewaarborgd is. 15.3
Afwijken van de bouwregels
Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van de bouwregels voor: 15.3.1 Bruggen dammen en andere bouwwerken a. de bouw van bruggen, indien dit noodzakelijk is voor de bereikbaarheid van een aanliggend perceel of wenselijk voor de verkeersafwikkeling en mobiliteit én de waterstaatkundige belangen dit gedogen. Alvorens toepassing te geven aan deze bepaling dient advies te worden ingewonnen bij de waterbeheerder en de wegbeheerder. b. de bouw van dammen (al dan niet met duikers), vlonders, aanlegplaatsen en/of kaden, indien de waterstaatkundige belangen dit gedogen. Alvorens toepassing te geven aan deze bepaling dient advies te worden ingewonnen bij de waterbeheerder. c. het bouwen van andere bouwwerken tot een bouwhoogte van maximaal 5 meter, indien de waterstaatkundige belangen dit gedogen. Alvorens toepassing te geven aan deze bepaling dient advies te worden ingewonnen bij de waterbeheerder. 15.3.2 Algemene randvoorwaarden voor afwijken van de bouwregels Afwijken is slechts mogelijk mits wordt voldaan aan de voorwaarden zoals bedoeld in artikel 23, lid 23.2. 15.4
Specifieke gebruiksregels
15.4.1 Strijdig gebruik Tot een gebruik strijdig met deze bestemming, zoals bedoeld in artikel 22, lid 22.1 (Algemene gebruiksregels), wordt in ieder geval verstaan het gebruik van water als ligplaats en/of opslag van boten en andere daarmee gelijk te stellen zaken.
bestemmingsplan "Vlinderstrik 2022" Regels vastgesteld
37
Artikel 16 16.1
Wonen
Bestemmingsomschrijving
16.1.1 Algemeen De voor 'Wonen' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. het bestaande aantal vergunde woningen binnen het bouwvlak, al dan niet in combinatie met een beroep aan huis; b. ter plaatse van de aanduiding 'langzaam verkeer': een recreatieve fiets- en wandelverbinding; c. ter plaatse van de aanduiding 'ontsluiting': een ontsluitingsweg ten behoeve van de verkeersontsluiting van de aanliggende percelen, alsmede voor langzaam verkeer, zoals genoemd onder b; d. bij deze bestemming behorende dan wel eraan ondergeschikte voorzieningen waaronder parkeervoorzieningen, ontsluitingen, erven, paden, overige verhardingen, voorzieningen van algemeen nut, groen, water en waterhuishoudkundige voorzieningen. 16.2
Bouwregels
16.2.1 Algemeen Op de in artikel 16, lid 16.1 bedoelde gronden mogen uitsluitend bouwwerken ten dienste van de bestemming worden gebouwd. 16.2.2 Hoofdgebouwen a. een hoofdgebouw (de woning) mag uitsluitend binnen het aangegeven bouwvlak worden gebouwd; b. de bouwhoogte mag niet meer bedragen dan 7 m. 16.2.3 Dakkapellen Dakkappelen zijn toegestaan voor zover wordt voldaan aan de regels zoals opgenomen in artikel 20, lid 20.3. 16.2.4 Bijbehorende bouwwerken bij hoofdgebouwen a. bij ieder hoofdgebouw mogen bijbehorende bouwwerken op minimaal 1 m achter de voorgevelrooilijn worden gebouwd, waarbij: 1. de bouwhoogte van aangebouwde bijbehorende bouwwerken niet meer mag bedragen dan de hoogte van de eerste bouwlaag van het hoofdgebouw, vermeerderd met 0,4 m tot een maximum van 4 m; 2. de bouwhoogte van vrijstaande bijbehorende bouwwerken niet meer mag bedragen dan 3 m; 3. de afstand van bijbehorende bouwwerken tot de zijdelingse perceelsgrens bij vrijstaande woningen mag niet minder bedragen dan 2 m bedragen, tenzij ten minste 6 m achter de achtergevelrooilijn wordt gebouwd; in dat geval mag de afstand van bijbehorende bouwwerken tot de zijdelingse perceelsgrens ook minder bedragen dan 2 m; b.
in afwijking van het bepaalde onder a mogen aan ieder hoofdgebouw op een afstand van minder dan 1 m achter de voorgevelrooilijn of vóór de voorgevelrooilijn erkers, entrees of tochtportalen worden gebouwd, waarbij: 1. de breedte niet meer mag bedragen dan 60% van de desbetreffende gevel van het hoofdgebouw; 2. de diepte gemeten vanuit het hoofdgebouw niet meer dan 2 meter mag bedragen; 3. de afstand tot het openbaar gebied niet minder dan 2 meter mag bedragen; 4. de bouwhoogte niet meer mag bedragen dan de eerste bouwlaag van het hoofdgebouw, vermeerderd met 0,4 m tot een maximum van 4 m; 5. de oppervlakte niet meer mag bedragen dan 6 m2; c. de hiervoor bedoelde bijbehorende bouwwerken mogen slechts worden gebouwd, indien: bestemmingsplan "Vlinderstrik 2022" Regels vastgesteld
38
1. de maximale oppervlakte van de bijbehorende bouwwerken niet meer bedraagt dan 75 m2, indien de oppervlakte van het perceelsgedeelte met de bestemming 'Wonen', buiten het bouwvlak, minder dan 300 m2 bedraagt; 2. de maximale oppervlakte van de bijbehorende bouwwerken niet meer bedraagt dan 100 m2, indien de oppervlakte van het perceelsgedeelte met de bestemming 'Wonen', buiten het bouwvlak, tussen de 300 en 500 m2 bedraagt; 3. de maximale oppervlakte van de bijbehorende bouwwerken niet meer bedraagt dan 150 m2, indien de oppervlakte van het perceelsgedeelte met de bestemming 'Wonen', buiten het bouwvlak, meer dan 500 m2 bedraagt; en het perceelsgedeelte met de bestemming 'Wonen', buiten het bouwvlak, voor niet meer dan 50% van de oppervlakte wordt bebouwd (bijbehorende bouwwerken én andere bouwwerken). 16.2.5 Andere bouwwerken Er mogen andere bouwwerken worden gebouwd, waarbij geldt dat het perceelsgedeelte met de bestemming 'Wonen', buiten het bouwvlak, voor niet meer dan 50% van de oppervlakte wordt bebouwd (bijbehorende bouwwerken én andere bouwwerken), en waarbij de bouwhoogte niet meer mag bedragen dan: a. 1 m voor erf- en terreinafscheidingen en andere bouwwerken voor de voorgevelrooilijn; b. 2 m voor erf- en terreinafscheidingen achter de voorgevelrooilijn; c. 3 m voor overige andere bouwwerken; mits de verkeersveiligheid gewaarborgd is. 16.3
Afwijken van de bouwregels
16.3.1 Omgevingsvergunning Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van de bouwregels voor: a. de bouw van een kap op een vrijstaand bijbehorend bouwwerk, zoals genoemd in artikel 16, lid 16.2.4 onder a sub 2, op voorwaarden dat: 1. de bouwhoogte niet meer bedraagt dan 5 m; 2. de goothoogte niet meer bedraagt dan 3 m; b. de bouw van bijbehorende bouwwerken op een kortere afstand tot het verlengde van de voorgevel, dan genoemd in artikel 16, lid 16.2.4 onder a in de aanhef; c. de bouw van bijbehorende bouwwerken op een kortere afstand tot de zijdelingse perceelgrens, dan genoemd in artikel 16, lid 16.2.4 onder a sub 3 en 4. d. de bouw van andere bouwwerken zoals borstweringen met een bouwhoogte van maximaal 1 m, gemeten vanaf het betreedbaar oppervlak, op een aangebouwd bijbehorend bouwwerk; e. de bouw van erf- en terreinafscheidingen met een grotere bouwhoogte, dan genoemd in artikel 16, lid 16.2.5; 16.3.2 Algemene randvoorwaarden voor afwijken van de bouwregels Afwijken is slechts mogelijk mits wordt voldaan aan de voorwaarden zoals bedoeld in artikel 23, lid 23.2. 16.4
Specifieke gebruiksregels
16.4.1 Strijdig gebruik Ten aanzien van het gebruik dat als strijdig met de bestemming wordt aangemerkt, geldt het bepaalde in artikel 22, lid 22.1. 16.4.2 Beroep aan huis Ten aanzien van het gebruik voor beroep aan huis geldt het bepaalde in artikel 22, lid 22.2. bestemmingsplan "Vlinderstrik 2022" Regels vastgesteld
39
16.4.3 Parkeren Ten aanzien van parkeren geldt het bepaalde in artikel 26, lid 26.1.
bestemmingsplan "Vlinderstrik 2022" Regels vastgesteld
40
Artikel 17 17.1
Waarde - Archeologie 3
Bestemmingsomschrijving
17.1.1 Algemeen De voor 'Waarde - Archeologie 3' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), primair bestemd voor behoud van de (potentieel) aanwezige archeologische waarden. 17.2
Bouwregels
Op de in artikel 17, lid 17.1 bedoelde gronden is uitsluitend bebouwing toegestaan voor zover geen bouwwerkzaamheden, niet zijnde heiwerkzaamheden, dienen te worden verricht die dieper reiken dan 0.30 m beneden het maaiveld en die een grondoppervlakte bestrijken die groter is dan 100 m2 en tevens wordt voldaan aan de bepalingen van de onderliggende bestemming(en). 17.3
Afwijken van de bouwregels
17.3.1 Afwijken Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van de bouwregels voor de bouw van bouwwerken ten behoeve van de onderliggende bestemming(en). 17.3.2 Randvoorwaarden voor afwijken van de bouwregels De genoemde afwijking bij een omgevingsvergunning kan slechts worden verleend mits: a. door de bouwwerken geen onevenredige afbreuk zal worden gedaan aan de archeologische (verwachtings)waarden van het gebied of een afweging van de in het geding zijnde belangen tot uitkomst heeft dat, onverminderd het elders in het plan bepaalde, een afwijking in alle redelijkheid niet kan worden geweigerd; b. vooraf schriftelijk advies wordt ingewonnen bij een archeologisch deskundige; c. voldaan wordt aan de bepalingen van de onderliggende bestemming(en). In afwijking van het bepaalde onder a en b kan de afwijking bij een omgevingsvergunning worden verleend indien voor de werkzaamheden voortvloeiend uit de bouwaanvraag reeds een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden als bedoeld in artikel 17, lid 17.4 is verleend en voor het overige wordt voldaan aan het bepaalde onder c.
17.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 17.4.1 Verbod Het is verboden op of boven de in artikel 17, lid 17.1.1 genoemde gronden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren: a. het aanleggen en/of verharden van gronden, zoals wegen, fiets- en voetpaden en oppervlakteverhardingen; b. het uitvoeren van grondbewerkingen, zoals afgraven, woelen, mengen, diepploegen, ontginnen, bodemverlagen, ophogen of egaliseren van de bodem en aanleggen van (drainage)leidingen; c. het aanbrengen van diepwortelende beplantingen en/of bomen; d. het op een of andere wijze indrijven van voorwerpen, met uitzondering van heipalen; e. het aanleggen van boven- of ondergrondse transport-, energie-, of telecommunicatieleidingen anders dan in de bestemmingsomschrijving is aangegeven, en het aanbrengen van daarmee verband houdende constructies, installaties of apparatuur; bestemmingsplan "Vlinderstrik 2022" Regels vastgesteld
41
f. het aanleggen, vergraven, verruimen of dempen van sloten, vijvers en andere wateren; g. het aanleggen van geluidswallen; h. het verhogen of verlagen van de grondwaterstand. 17.4.2 Uitzonderingen Het verbod als bedoeld in artikel 17, lid 17.4.1 is niet van toepassing op werken of werkzaamheden die: a. b. c. d.
betrekking hebben op normaal onderhoud en beheer ten dienste van de onderliggende bestemming; reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van het van kracht worden van dit plan; mogen worden uitgevoerd krachtens een verleende omgevingsvergunning; noodzakelijk zijn voor de uitvoering van een bouwplan waarvoor een omgevingsvergunning is verleend, zoals bedoeld in artikel 17, lid 17.2 of lid 17.3; e. betrekking hebben op een grondoppervlakte van minder dan 100 m2 en niet dieper reiken dan 0.30 m beneden het maaiveld en tevens wordt voldaan aan de bepalingen van de onderliggende bestemming(en). 17.4.3 Toelaatbaarheid De in artikel 17, lid 17.4.1 genoemde omgevingsvergunning kan slechts worden verleend indien op basis van een schriftelijk advies van een archeologische deskundige, gebleken is dat de genoemde werken of werkzaamheden dan wel de directe of indirecte gevolgen van deze werken en werkzaamheden niet zullen leiden tot onevenredige aantasting van de archeologisch waarden.
17.4.4 Nadere voorwaarden Voor zover de in artikel 17, lid 17.4.1 genoemde werken of werkzaamheden dan wel de directe of indirecte gevolgen van deze werken en werkzaamheden kunnen leiden tot een verstoring van het archeologisch materiaal kan in afwijking van het bepaalde in artikel 17, lid 17.4.3 de omgevingsvergunning worden verleend indien aan de omgevingsvergunning de volgende nadere voorwaarden worden verbonden: a. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen waardoor de archeologische monumenten in de bodem kunnen worden behouden; b. de verplichting tot het doen van opgravingen; c. de verplichting de werken en werkzaamheden die tot de bodemverstoring leidt, te laten begeleiden door een archeologische deskundige.
bestemmingsplan "Vlinderstrik 2022" Regels vastgesteld
42
Artikel 18 18.1
Waterstaat - Waterkering
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Waterstaat - Waterkering' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), primair bestemd voor: a. waterkering; b. de waterhuishouding. 18.2
Bouwregels
Op de in artikel 18, lid 18.1 bedoelde gronden mogen uitsluitend andere bouwwerken ten dienste van de bestemming worden gebouwd met een maximale bouwhoogte van 1 m. 18.3
Afwijken van de bouwregels
18.3.1 Afwijken Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van de bouwregels voor de bouw van bouwwerken ten behoeve van de andere, voor deze gronden geldende bestemming(en), met inachtneming van de voor de betrokken bestemming(en) geldende (bouw)regels. 18.3.2 Algemene randvoorwaarden voor afwijken van de bouwregels De genoemde afwijkingen bij een omgevingsvergunning kunnen slechts worden verleend, indien de waterstaatsbelangen dit gedogen. Alvorens toepassing te geven aan deze bepaling dient advies te worden ingewonnen bij de waterbeheerder, tenzij de bouwwerken niet direct op of in deze bestemming plaatsvinden. 18.4
Specifieke gebruiksregels
18.4.1 Strijdig gebruik Tot een gebruik strijdig met deze bestemming, zoals bedoeld in artikel 22, lid 22.1 (Algemene gebruiksregels), wordt in ieder geval verstaan het gebruik van water als ligplaats en/of opslag van boten en andere daarmee gelijk te stellen zaken.
bestemmingsplan "Vlinderstrik 2022" Regels vastgesteld