CConstaterende datLansingerland
Koppel je AI →
Document · PDF

[T22.02435] Vast te stellen bestemmingsplan "Vlinderstrik 2022"

Gemeenteraad 30 juni 2022, gemeente LansingerlandBij agendapunt: Vaststellen bestemmingsplan "Vlinderstrik 2022"22.457 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

5.2

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

Met dit bestemmingsplan wordt een actualisatie van het vigerend bestemmingsplan mogelijk gemaakt. De bestaande situatie wordt op een adequate manier vastgelegd. Aangenomen wordt dat er geen overwegende bezwaren bestaan tegen dit bestemmingsplan aangezien er geen ontwikkelingen mogelijk worden gemaakt. Bovendien wordt in de bestemmingsplanprocedure de mogelijkheid geboden om zienswijzen in te dienen (zie ook hoofdstuk 6 van deze toelichting). Gezien het bovenstaande wordt de maatschappelijke uitvoerbaarheid van het plan voldoende gewaarborgd geacht.

5.3

Handhavingsaspecten

Inleidend Het bestemmingsplan is bindend voor zowel de overheid als de burger. De primaire verantwoordelijkheid voor controle en handhaving ligt bij de gemeente. Handhaving kan worden omschreven als elke handeling die erop gericht is de naleving van regelgeving te bevorderen of een overtreding te beëindigen. Het doel van handhaving is om de duurzame bescherming van mens en omgeving te waarborgen. Binnen het kader van het bestemmingsplan heeft regelgeving met name betrekking op de Wet ruimtelijke ordening (Wro), de Woningwet (Ww) en de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo). Bij overtreding van deze regelgeving moet gedacht worden aan bouwen zonder omgevingsvergunning voor het bouwen, bouwen in afwijking van een verleende vergunning, het handelen zonder of in afwijking van een noodzakelijke vergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerken zijnde, en voor werkzaamheden (de vroegere aanlegvergunning) en het gebruik van gronden en opstallen in strijd met de gebruiksregels van het bestemmingsplan of een afwijking. De handhaafbaarheid van een bestemmingsplan is met name afhankelijk van het draagvlak van de regels onder de burgers en van de duidelijkheid van de regels. Vertaling naar bestemmingsregeling Bij het opstellen van dit nieuwe bestemmingsplan zijn de gronden vrij gedetailleerd bestemd maar met nog wel de nodige flexibiliteit.

De regels zijn zo duidelijk mogelijk geformuleerd waarmee weinig kans bestaat op interpretatieverschillen. Hiermee is het ontstaan van onduidelijke situaties en daarmee bestemmingsplan "Vlinderstrik 2022" Regels vastgesteld

38

mogelijke handhavingssituaties zo veel mogelijk voorkomen.

bestemmingsplan "Vlinderstrik 2022" Regels vastgesteld

39

Hoofdstuk 6 6.1

Procedure

Voorbereidingsfase

Vooraankondiging Op grond van artikel 1.3.1 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) dient voorafgaand aan een bestemmingsplanprocedure, waarin een ruimtelijke ontwikkeling mogelijk wordt gemaakt, een vooraankondiging te worden gepubliceerd waarin de gemeente aangeeft een bestemmingsplan voor te bereiden. Deze vooraankondiging heeft voor dit plan plaatsgevonden op 10 november 2021.

Overleg Conform artikel 3.1.1. van het Bro dienen burgemeester en wethouders bij de voorbereiding van een bestemmingsplan overleg te plegen met de besturen van betrokken gemeenten en waterschappen en met de Rijks- en provinciale diensten die betrokken zijn bij de zorg voor de ruimtelijke ordening of belast zijn met de behartiging van belangen welke in het plan in het geding zijn. In het kader van het opstellen van de nota van uitgangspunten zijn diverse stakeholders reeds geconsulteerd. De ontvangen reacties zijn meegenomen in de nota, hetgeen ten grondslag ligt aan voorliggend bestemmingsplan. Het bestemmingsplan is ter advisering aangeboden aan de vooroverlegpartners.

Inspraak Het voorontwerpbestemmingsplan is, conform de gemeentelijke inspraakverordening, voorafgaand aan de formele bestemmingsplanprocedure voor inspraak vrijgegeven. Gedurende de inspraaktermijn is eenieder in de mogelijkheid gesteld schriftelijke en/of mondeling te reageren op het bestemmingsplan. Het voorontwerpbestemmingsplan heeft 4 weken ter inzage gelegen.

6.2

Ontwerpfase

Na afronding van de inspraakprocedure en het vooroverleg wordt de formele bestemmingsplanprocedure gestart. De aanpassingen die volgen uit de inspraakreacties en de overlegreacties zijn verwerkt in het ontwerpbestemmingsplan. Ook zijn de ambtshalve wijziging doorgevoerd, die in de ‘Nota inspraak en overleg en staat van wijzigingen bestemmingsplan “Bijlage 1” zijn opgenomen. Op de voorbereiding van een bestemmingsplan is artikel 3.8 Wro (gelezen in samenhang met afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht) van toepassing. De kennisgeving van het ontwerpbesluit tot vaststelling van het bestemmingsplan is in het Gemeenteblad geplaatst en is ook via elektronische weg gedaan. Tevens dient de kennisgeving te worden toegezonden aan die diensten van Rijk en provincie die belast zijn met de behartiging van belangen die in het plan in het geding zijn, aan het waterschap en aan belanghebbende gemeenten. Het ontwerpbestemmingsplan heeft van 3 maart 2022 tot en met 13 april 2022 gedurende zes weken ter inzage gelegen. Binnen deze termijn is eenieder in de gelegenheid gesteld schriftelijk en/of mondeling een zienswijze op het plan in te dienen. Ook is in de kennisgeving aan de eerder genoemde diensten en instanties aangegeven waar de (digitale) stukken te vinden zijn (elektronische kennisgeving). Tijdens deze termijn zijn 0 zienswijzen tegen het ontwerpbestemmingsplan ingediend.

bestemmingsplan "Vlinderstrik 2022" Regels vastgesteld

40

6.3

Vaststellingsfase

Na de termijn van terinzagelegging dient de gemeenteraad te beslissen omtrent de vaststelling van het bestemmingsplan. Tegen het besluit tot vaststelling staat beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Direct na de beroepstermijn treedt, indien tijdens de beroepstermijn geen verzoek om voorlopige voorziening is ingediend, het plan in werking.

bestemmingsplan "Vlinderstrik 2022" Regels vastgesteld

Bestemmingsplan “Vlinderstrik 2022”

30 juni 2022

Vastgesteld

Gemeente Lansingerland Bestemmingsplan “Vlinderstrik 2022”

Vastgesteld

INHOUD: -

TOELICHTING PLANREGELS VERBEELDING

Identificatiecode: NL.IMRO.1621.BP0200-VAST Werknummer: Datum: 30 juni 2022

Adviesbureau Wissing Ruimtelijke Denkers B.V.

Gemeente Lansingerland

Vlinderstrik 2022

2

Inhoudsopgave

Bijlagen toelichting

3

Bijlage 1

5

Nota van inspraak en overleg

bestemmingsplan "Vlinderstrik 2022" Regels vastgesteld

3

Bijlagen toelichting

bestemmingsplan "Vlinderstrik 2022" Regels vastgesteld

4

bestemmingsplan "Vlinderstrik 2022" Regels vastgesteld

5

Bijlage 1 Nota van inspraak en overleg

bestemmingsplan "Vlinderstrik 2022" Regels vastgesteld

Nota inspraak en overleg bestemmingsplan Vlinderstrik 2022

Identificatiecode: NL.IMRO.1621.BP0200-VONT Team Omgevingsrecht Versienummer: 1.0 Datum: 15 februari 2022 Corsanummer: T22.00399

T22.00399

Inhoudsopgave 1 Inspraak........................................................................................................ 3 1.1 Inleiding ................................................................................................. 3 1.2 Procedure ............................................................................................... 3 2 Overlegreacties............................................................................................... 4 2.1 Inleiding ................................................................................................. 4 2.2 Overlegreacties en gemeentelijke reactie en conclusie per overlegreactie ................. 4 3 Ambtshalve wijziging ........................................................................................ 7 3.1 Inleiding ................................................................................................. 7 3.2 Ambtshalve wijziging en motivering ................................................................ 7

Pagina 2/7

T22.00399

1

Inspraak

1.1

Inleiding Het voorontwerpbestemmingsplan heeft in het kader van de gemeentelijke inspraakverordening 4 weken ter inzage gelegen. Overeenkomstig het bepaalde in de Verordening Interactieve Beleidsvorming, Inspraak en Burgerinitiatief maakt het college van burgemeester en wethouders ter afronding van de inspraakprocedure een eindverslag op. Het eindverslag bevat een overzicht van de gevolgde inspraakprocedure (§ 1.2).

1.2

Procedure In het Gemeenteblad van 10 november 2021 is bekend gemaakt dat met ingang van 11 november 2021 het voorontwerpbestemmingsplan tot en met 8 december 2021 ter inzage lag op www.ruimtelijkeplannen.nl. Gedurende deze termijn werd een ieder in de gelegenheid gesteld schriftelijke inspraakreacties op het voornoemde voorontwerpbestemmingsplan in te dienen. Er zijn geen inspraakreacties ingediend.

Pagina 3/7

T22.00399

2

Overlegreacties

2.1

Inleiding Overeenkomstig artikel 3.1.1 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is gelegenheid tot overleg geboden met betrekking tot het voorontwerpbestemmingsplan. Hiervoor zijn de volgende instanties benaderd met het verzoek voor 9 december 2021 te reageren: Provincie Zuid-Holland Rijkswaterstaat Zuid-Holland Groene Boog Gemeente Rotterdam Veiligheidsregio Rotterdam-Rijnmond Hoogheemraadschap van Delfland Dunea Duin en Water Stedin B.V. Pipeline control N.V. Nederlandse Gasunie Luchtverkeersleiding NL/CNS-radioapparatuur Natuurmonumenten Natuur- en vogelwacht Rotta Hieronder vindt u een weergave van de overlegreacties en de gemeentelijke reactie op deze overlegreacties, waarbij gemotiveerd wordt aangegeven op welke punten al dan niet tot aanpassing van het bestemmingsplan wordt overgegaan (§ 2.2). Van de volgende instanties is een reactie ontvangen dat zij geen (inhoudelijke) op- of aanmerkingen op het plan hebben: Dunea, per mail van 5 november 2021 (I22.00244) Rotta, per mail van 23 november 2021 (I22.00245) VRR, per mail van 29 november 2021 (I22.00246) Provincie Zuid-Holland, e-formulier van 4 november 2021 (I22.00249) Reactie Deze reacties worden voor kennisgeving aangenomen.

2.2

Overlegreacties en gemeentelijke reactie en conclusie per overlegreactie De ontvangen inhoudelijke overlegreacties zijn hieronder (ambtshalve) kort samengevat en voorzien van een gemeentelijk commentaar en conclusie. 1. Luchtverkeersleiding NL/CNS-radioapparatuur per mail van 24 november 2021 (I22.00239) Samenvatting Op het plangebied van het voorontwerpbestemmingsplan zijn diverse toetsingsvlakken behorende bij de cns apparatuur van LVNL van toepassing. Verwezen wordt naar het toetsingsvlak behorende bij het ILS (Instrument Landing System) van baan 24. Gezien de

Pagina 4/7

T22.00399

hoofdfunctie (Natuur) en de vastlegging van de bestaande situatie in het voorontwerpbestemmingsplan wordt in het voorontwerpbestemmingsplan niet verwezen naar het belang van de toetsingsvlakken behorende bij de cns apparatuur opgesteld op en nabij RTHA. Echter, in artikel 23 (Algemene afwijkingsregels), onder paragraaf 23.1 (Afwijken), onder lid f en g, wordt de mogelijkheid geboden om een omgevingsvergunning aan te vragen voor een antennemast met een maximale hoogte van 45 meter (lid f) en de bouw van andere bouwwerken tot maximaal 15 meter (lid g). Hiervoor geldt dat bij doorsnijding van het toetingsvlak van ILS 24 advies moet worden ingewonnen bij LVL over het effect van uitvoering van de plannen op de correcte werking van betreffende apparatuur. LVNL verzoekt daarom om rekening te houden met het toetsingsvlak behorende bij ILS 24 en het benodigd advies van LVNL, indien van toepassing in het kader van de afwijkingsregels. Reactie en conclusie In hoofdstuk 4 wordt ingegaan op het toetsingsvlak bij ILS 24. Artikel 23.1 lid f en g worden geschrapt. Artikel 23.1 lid f bevat onder 1 al de bepaling dat antennemasten bij voorkeur niet in open landschappen worden gerealiseerd. Het is dan ook niet voorstelbaar dat er binnen de Vlinderstrik een antennemast van 45 meter gerealiseerd wordt. Ook andere bouwwerken van 15 meter hoog (artikel 23.1 lid g) is ongewenst in het gebied.

2. Natuurmonumenten per mail van 9 december 2021 (I22.00241) Samenvatting Natuurmonumenten mist in de toelichting van het bestemmingsplan informatie over de beleidsaanleiding (Project Mainport Ontwikkeling Rotterdam) en het over Definitief Ontwerp/Inrichtingsplan voor het gebied, dat in 2014 bestuurlijk is vastgesteld. Natuurmonumenten heeft een tekstsuggestie meegegeven om te verwerken in de toelichting. Reactie en conclusie Het is goed om te context en voorgeschiedenis van de ontwikkeling goed te verwoorden in de toelichting van het bestemmingsplan. We hebben de tekstsuggestie verwerkt in paragraaf 3.4.5 van de toelichting.

3.

Hoogheemraadschap van Delfland

per mail van 7 december 2021 (I22.00240) Samenvatting In het plan is het waterbelang onvoldoende geborgd en is nog onvoldoende invulling gegeven aan de uitgangspunten van goed waterbeheer, zoals vermeld in de Handreiking watertoets voor gemeenten. De meest actuele versie deze handreiking is te vinden op de website van het hoogheemraadschap: www.hhdelfland.nl/regelen/watertoets ruimtelijke-plannen/.

Pagina 5/7

T22.00399

In hoofdstuk 3.3. is abusievelijk beschreven dat het plan in het gebied van het Hoogheemraadschap van Schieland en de Krimpenerwaard ligt. Verzocht wordt dit te corrigeren en de waterparagraaf op het beleid van het Hoogheemraadschap van Delfland te richten. Reactie en conclusie De waterparagraaf (paragraaf 3.3) is aangepast aan de hand van de handreiking van het Hoogheemraadschap van Delfland. De aanpassing is afgestemd met de contactpersoon bij het Hoogheemraadschap.

Pagina 6/7

T22.00399

3

Ambtshalve wijziging

3.1

Inleiding Op basis van een ambtshalve beoordeling van het voorontwerpbestemmingsplan zijn op een aantal onderdelen punten geconstateerd die aangepast of geactualiseerd moeten worden. Het betreft diverse redactionele aanpassingen in de plantoelichting en regels die niet uitputtend worden opgesomd. Daarnaast heef zich nog een ontwikkeling voorgedaan in het plangebied die leidt tot onderstaande ambtshalve wijziging.

3.2

Ambtshalve wijziging en motivering Wijziging Er is op 6 juli 2021 een vergunning verleend (kenmerk 290332) voor de realisatie van een nieuw fietspad tussen het bestaande fietspad en de Rodenrijseweg. Dit fietspad wordt met de functieaanduiding “langzaam verkeer” op de verbeelding weergegeven. Motivering Voor de aanvraag omgevingsvergunning zijn diverse onderzoeken uitgevoerd. Ook heeft het Hoogheemraadschap van Delfland een watergunning verstrekt. De vergunning is onherroepelijk en kan daarom verwerkt worden in het bestemmingsplan.

Pagina 7/7

Bestemmingsplan “Vlinderstrik 2022”

30 juni 2022

Vastgesteld

Gemeente Lansingerland Bestemmingsplan “Vlinderstrik 2022”

Vastgesteld

INHOUD: -

TOELICHTING PLANREGELS VERBEELDING

Identificatiecode: NL.IMRO.1621.BP0200-VAST Werknummer: Datum: 30 juni 2022

Adviesbureau Wissing Ruimtelijke Denkers B.V.

Gemeente Lansingerland

Vlinderstrik 2022

2

Inhoudsopgave

Regels

3

Hoofdstuk 1 Artikel 1 Artikel 2

Inleidende regels Begrippen Wijze van meten

5 5 16

Hoofdstuk 2 Artikel 3 Artikel 4 Artikel 5 Artikel 6 Artikel 7 Artikel 8 Artikel 9 Artikel 10 Artikel 11 Artikel 12 Artikel 13 Artikel 14 Artikel 15 Artikel 16 Artikel 17 Artikel 18

Bestemmingsregels Agrarisch Agrarisch - Glastuinbouw Bedrijf Groen Natuur - 1 Natuur - 2 Recreatie - Volkstuin Tuin Verkeer Verkeer - Erf Verkeer - Railverkeer Verkeer - Wegverkeer Water Wonen Waarde - Archeologie 3 Waterstaat - Waterkering

17 17 19 23 25 26 28 30 31 32 33 34 35 36 37 40 42

Hoofdstuk 3 Artikel 19 Artikel 20 Artikel 21 Artikel 22 Artikel 23 Artikel 24 Artikel 25 Artikel 26

Algemene regels Anti-dubbeltelregel Algemene bouwregels Algemene aanduidingsregels Algemene gebruiksregels Algemene afwijkingsregels Algemene wijzigingsregels Algemene procedureregels Overige regels

43 43 44 46 47 50 51 53 54

Hoofdstuk 4 Artikel 27 Artikel 28

Overgangs- en Slotregels Overgangsrecht Slotregel

55 55 56

bestemmingsplan "Vlinderstrik 2022" Regels vastgesteld

3

Regels

bestemmingsplan "Vlinderstrik 2022" Regels vastgesteld

4

bestemmingsplan "Vlinderstrik 2022" Regels vastgesteld

5

Hoofdstuk 1 Artikel 1 1.1

Inleidende regels

Begrippen

Plan:

het bestemmingsplan 'Vlinderstrik 2022' met identificatienummer NL.IMRO.1621.BP0200-VAST van de gemeente Lansingerland. 1.2

Bestemmingsplan:

de geometrisch bepaalde planobjecten met de bijbehorende regels en de daarbij behorende bijlagen.

Verdere begrippen in alfabetische volgorde: 1.3

Aanduiding:

een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden. 1.4

Aanduidingsgrens:

de grens van een aanduiding indien het een vlak betreft. 1.5

Achtergevel:

de van de weg gekeerde gevel van een gebouw, exclusief aangebouwde bijbehorende bouwwerken, die parallel of nagenoeg parallel loopt aan de voorgevel. 1.6

Achtergevelrooilijn:

de lijn waarin de achtergevel van een gebouw is gelegen alsmede het verlengde daarvan. 1.7

Afhaalpunt:

een locatie waar consumenten de goederen af kunnen halen die zij via internet of via andere communicatiemiddelen hebben besteld, inclusief bijbehorende logistiek en opslag, zonder dat sprake is van uitstalling of het te koop aanbieden van goederen. 1.8

Agrarisch(e) bedrijf/bedrijvigheid:

een bedrijf dat/bedrijvigheid die uitsluitend of overwegend is gericht op het bedrijfsmatig voortbrengen van producten door het telen van gewassen en/of het houden van dieren met uitzondering van een paardenhouderij, een manege en een paardenfokkerij. 1.9

Ambachtelijk en/of verzorgend bedrijf:

1. een bedrijf voor de uitoefening van producerende en/of verzorgende ambachten, met uitzondering van detailhandelsambachten, garagebedrijven en andere autoverzorgende bedrijven, waar - voor een belangrijk deel in handwerk - goederen worden vervaardigd, verwerkt, bewerkt, geïnstalleerd of hersteld, voornamelijk direct ten behoeve van de uiteindelijke gebruiker en/of verbruiker en welke wordt gekenmerkt door hetgeen is vermeld onder 2; 2. een bedrijf waarvan de uitoefening plaats heeft onder (één van) de volgende omstandigheden: het productieproces, wordt grotendeels "met de hand" of althans niet in hoofdzaak geautomatiseerd, of met behulp van werktuigen die door energiebronnen buiten de menselijke arbeidskracht worden aangedreven, uitgevoerd; bestemmingsplan "Vlinderstrik 2022" Regels vastgesteld

6

voor zover van laatstbedoelde werktuigen gebruik wordt gemaakt zijn deze als ondergeschikt te beschouwen aan de menselijke handvaardigheid. Bedrijven welke zich richten op persoonlijke of zakelijke dienstverlening zoals kapsalons, wasserettes, kantoren al dan niet met baliefunctie, worden hieronder niet begrepen. 1.10

Ander bouwwerk:

een bouwwerk, geen gebouw zijnde. 1.11

Aquacultuur:

de kweek van schaal- en schelpdieren, vis, zouttolerante gewassen en andere aquatische producten en aquatische organismen. 1.12

Archeologisch deskundige:

een door burgemeester en wethouders aan te wijzen deskundige op het gebied van de archeologie. 1.13

Archeologische waarde:

de aan een gebied toegerekende waarde in verband met de kennis en de studie van de in dat gebied voorkomende overblijfselen van menselijke aanwezigheid of activiteit uit het verleden. 1.14

Automatenhal:

een bedrijf dat in hoofdzaak bestaat uit het bieden van gelegenheid voor het spelen met gokkasten en spelletjesautomaten. 1.15

Bebouwing:

één of meer gebouwen en/of bouwwerken geen gebouwen zijnde. 1.16

Bebouwingspercentage:

het percentage van de oppervlakte van een bestemmings- of bouwvlak dat mag worden bebouwd; in de regels van de desbetreffende bestemming is aangegeven over welke oppervlakte het percentage berekend dient te worden. 1.17

Bed & breakfast:

een aan een woning ondergeschikte toeristisch-recreatieve voorziening, niet zijnde een zelfstandige wooneenheid, gericht op het bieden van een mogelijkheid tot overnachting en het serveren van ontbijt, voor een kortdurend verblijf (waaronder ook zakelijk toerisme). Onder een Bed & Breakfast wordt niet verstaan: overnachting, noodzakelijk in verband met het verrichten van tijdelijke of seizoensgebonden werkzaamheden en/of arbeid; permanente kamerverhuur. 1.18

Bedrijf aan huis:

het, onder voorwaarden, uitoefenen van bedrijfsmatige activiteiten aan huis: die in de als Bijlage 1 bij deze regels opgenomen Staat van Bedrijfsactiviteiten zijn aangeduid als milieucategorie 1, voor zover de bedrijven in de bedoelde lijst niet zijn doorgehaald, of daarmee gelijk kunnen worden gesteld wat betreft de gevolgen voor de omgeving; en geen horeca of detailhandel zijnde; en geen sterke publieksaantrekkende werking hebben in de woning en de bijbehorende bouwwerken, met behoud van de woonfunctie. bestemmingsplan "Vlinderstrik 2022" Regels vastgesteld

7

1.19

Bedrijfsgebonden kantoor:

het gedeelte van een bedrijf waarbinnen administratieve en daarmee gelijk te stellen bedrijfsactiviteiten ten behoeve van dat bedrijf worden uitgeoefend. 1.20

Bedrijfsgebouw:

een gebouw, geen kas zijnde, dat blijkens zijn indeling en inrichting kennelijk is bestemd om te worden gebruikt als bedrijfsruimte voor de uitoefening van een of meer bedrijfsactiviteiten. 1.21

Bedrijfsmatige activiteiten:

een activiteit, gericht op het bedrijfsmatig voortbrengen, vervaardigen, bewerken, opslaan, installeren en/of herstellen van goederen dan wel het bedrijfsmatig verlenen van diensten, aan huis verbonden beroepen daaronder niet begrepen. 1.22

Bedrijfsmatige werkruimte:

een werkruimte waarbinnen beroeps- of bedrijfsmatig diensten worden verleend - geen dienstverlenend bedrijf zijnde - en ambachtelijke en/of verzorgende bedrijvigheid plaatsvindt, overwegend door middel van handwerk, waarbij de aard (qua milieuplanologische hinder) en omvang van de bedrijfsactiviteiten zodanig is dat deze activiteiten in een woning kunnen worden uitgeoefend en de activiteiten geen onevenredige afbreuk doen aan het woon- en leefmilieu in de directe omgeving. 1.23

Bedrijfsvloeroppervlakte:

de totale oppervlakte van alle bouwlagen van kantoren, winkels en/of bedrijven met inbegrip van de daartoe behorende magazijnen en overige dienstruimten, zoals werkkasten, kantine, toiletten en douches. 1.24

Bedrijfswoning:

een woning in of bij een gebouw of op een terrein, slechts bedoeld voor (het huishouden van) een persoon, die verbonden is aan het ter plaatse gevestigde bedrijf. 1.25

Beroep aan huis:

het beroepsmatig uitoefenen van in hoofdzaak niet publieksaantrekkende en kleinschalige activiteiten op administratief, juridisch, medisch, therapeutisch, educatief, kunstzinnig, ontwerptechnisch, maatschappelijk (waaronder gastouderopvang) of daarmee gelijk te stellen gebied, in de woning en de bijbehorende bouwwerken, met behoud van de woonfunctie. 1.26

Beroepsmatige activiteiten:

het beroepsmatig verlenen van diensten op administratief, juridisch, medisch, therapeutisch, educatief, kunstzinnig, ontwerptechnisch, maatschappelijk of daarmee gelijk te stellen gebied, die door de aard (qua milieuplanologische hinder) en de omvang in een woning en behorende gebouwen, met behoud van de woonfunctie kunnen worden uitgeoefend en de activiteiten geen onevenredige afbreuk doen aan het woon- en leefmilieu in de directe omgeving. 1.27

Beroepsmatige werkruimte:

een werkruimte waarbinnen beroepsmatig diensten worden verricht op administratief, juridisch, medisch, therapeutisch, educatief, kunstzinnig, ontwerptechnisch, maatschappelijk of hiermede naar de aard gelijk te stellen beroep dat door zijn aard en omvang zodanig is dat deze activiteiten in een woning kunnen worden uitgeoefend en de activiteiten geen onevenredige afbreuk doen aan het woon- en leefmilieu in de directe omgeving. bestemmingsplan "Vlinderstrik 2022" Regels vastgesteld

8

1.28

Bestaand bouwwerk:

een bouwwerk dat op het moment van inwerkingtreding van het plan bestaat of wordt gebouwd, dan wel nadien kan worden gebouwd, krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen, waarvoor de aanvraag voor het tijdstip van inwerkingtreding van dit plan is ingediend, tenzij in de regels anders is bepaald. 1.29

Bestaand gebruik:

het gebruik dat op het moment van de inwerkingtreding van het bestemmingsplan bestaat en in overeenstemming is met het voorheen geldende planologisch regime; dan wel het gebruik dat is toegestaan krachtens een (omgevings)vergunning, waarvoor de aanvraag voor het tijdstip van inwerkingtreding van dit plan is ingediend, tenzij in de regels anders is bepaald. 1.30

Bestemmingsgrens:

de grens van een bestemmingsvlak. 1.31

Bestemmingsvlak:

een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming. 1.32

Bijbehorend bouwwerk:

uitbreiding van een hoofdgebouw dan wel functioneel met een zich op hetzelfde perceel bevindend hoofdgebouw verbonden, daar al dan niet tegen aangebouwd gebouw, of ander bouwwerk, met een dak. 1.33

Bouwen:

het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk, alsmede het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen van een standplaats. 1.34

Bouwgrens:

de grens van een bouwvlak. 1.35

Bouwlaag, laag:

de begane grond of een verdieping van een gebouw, een onderhuis en een zolder worden hier niet onder begrepen. 1.36

Bouwperceel:

een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten. 1.37

Bouwperceelgrens:

de grens van een bouwperceel. 1.38

Bouwvlak:

een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken geen gebouwen zijnde zijn toegelaten. 1.39

Bouwwerk:

elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, die hetzij direct hetzij indirect met de grond is verbonden, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond. bestemmingsplan "Vlinderstrik 2022" Regels vastgesteld

9

1.40

Centrale sorteerinrichting:

een onderdeel van een glastuinbouwbedrijf, waar ook wordt geteeld, waar structureel grote hoeveelheden producten van elders op een locatie worden gesorteerd en/of verpakt en/of andere producten, dan op het bedrijf zelf worden geteeld, worden gesorteerd en/of verpakt en/of het assortiment of partijen worden aangevuld met reeds gesorteerde en verpakte producten van elders. 1.41

Cultuurhistorische waarde:

de aan een bouwwerk of object eigen zijnde waarde in verband met de herkenbaarheid van de in het verleden ontstane elementen van het bouwwerk in relatie tot de geschiedkundige ontwikkeling van het gebied. Architectonische waarde wordt hieronder mede begrepen. 1.42

Dagrecreatie:

recreatief gebruik zonder overnachting. 1.43

Daknok:

hoogste punt van een schuin dak. 1.44

Dakterras:

een niet door wanden omsloten bouwlaag op de eerste of hogere verdieping van een hoofdgebouw of bijbehorend bouwwerk, dat door wijze van afwerking geschikt is gemaakt om te worden gebruikt als buitenruimte. 1.45

Dakvoet:

laagste punt van een schuin dak. 1.46

Detailhandel:

het bedrijfsmatig te koop aanbieden (waaronder uitstalling ten verkoop), verkopen, verhuren en leveren van goederen aan personen die die goederen kopen of huren voor gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit. Onder detailhandel wordt niet begrepen een afhaalpunt en een webwinkel. 1.47

Dienstverlening:

het bedrijfsmatig verlenen van diensten, waarbij het publiek rechtstreeks (al dan niet via een balie) te woord wordt gestaan en geholpen, waaronder een uitzendbureau, een bankfiliaal, een makelaar, een reisbureau, een kapsalon en een apotheek. 1.48

Ecologisch deskundige:

een door burgemeester en wethouders aan te wijzen deskundige op het gebied van de ecologie. 1.49

Erf:

het al dan niet bebouwde perceel, of een gedeelte daarvan, dat direct is gelegen bij een hoofdgebouw en dat in feitelijk opzicht is ingericht ten dienste van het gebruik van dat hoofdgebouw. 1.50

Erfafscheiding:

schuttingen, muren, terrasschermen en andere gebouwde verticale afscheidingen welke al dan niet op de erfgrens zijn geplaatst.

bestemmingsplan "Vlinderstrik 2022" Regels vastgesteld

10

1.51

Escortbedrijf:

het bedrijfsmatig, of in omvang alsof die bedrijfsmatig is, aanbieden van prostitutie door natuurlijke personen, groep van personen en/of rechtspersonen, die op een andere plaats dan in de bedrijfsruimte wordt uitgeoefend. 1.52

Extensieve recreatie:

vormen van recreatie die in hoofdzaak zijn gericht op natuur-en landschapsbeleving door middel van al dan niet aangelegde en aanwezige voorzieningen, waarbij de recreatie geen specifiek beslag legt op de ruimte, zoals wandel-, ruiter-en fietspaden en picknickplaatsen 1.53

Gastouderopvang:

commerciële kinderopvang in een gezinssituatie door een ander dan de ouders in de woning waar de gastouder zijn hoofdverblijf heeft. 1.54

Gebouw:

elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt. 1.55

Geldende grenswaarde:

de krachtens de Wet geluidhinder geldende maximaal toegestane geluidbelasting. 1.56

Geluidsgevoelig object:

een geluidsgevoelig gebouw, terrein en/of ruimte zoals gedefinieerd in de Wet geluidhinder. 1.57

Gietwatersilo:

een onoverdekt bouwwerk voor de opvang en bewaring van hemelwater. 1.58

Glastuinbouwbedrijf:

een agrarisch bedrijf dat is gericht op het voortbrengen van producten door middel van het duurzaam en intensief telen van gewassen geheel met behulp van kassen en de daarbij behorende apparatuur en installaties. 1. Meldingsplichtig glastuinbouwbedrijf: een glastuinbouwbedrijf dat valt onder de Wet milieubeheer, maar meldingsplichtig is en valt onder het Activiteitenbesluit. 2. Vergunningsplichtig glastuinbouwbedrijf een glastuinbouwbedrijf dat valt onder artikel 8.1 van de Wet milieubeheer. 1.59

Grondgebonden agrarisch bedrijf:

een veehouderij-, akkerbouw-, tuinbouw-, kwekerij- of fruitteeltbedrijf, dat functioneel geheel of hoofdzakelijk afhankelijk is van de ter plaatse bij het bedrijf behorende grond als agrarisch productiemiddel; waarbij niet bedoeld is grond die is bebouwd met een kas en/of klimaathal. Een paardenhouderij, manege en paardenfokkerij worden niet gerekend tot dit begrip. 1.60

Hobbymatige activiteiten:

geen beroeps- of bedrijfsmatige activiteiten en/of activiteiten die als beroeps- of bedrijfsmatig kunnen worden verondersteld.

bestemmingsplan "Vlinderstrik 2022" Regels vastgesteld

11

1.61

Hogere grenswaarde:

de krachtens de Wet geluidhinder vastgestelde hogere maximaal toegestane geluidbelasting. 1.62

Hoofdgebouw:

een gebouw, of gedeelte daarvan, dat noodzakelijk is voor de verwezenlijking van de geldende of toekomstige bestemming van een perceel en, indien meer gebouwen op het perceel aanwezig zijn, gelet op die bestemming het belangrijkst is. 1.63

Huishouden:

Persoon of groep personen die onderling een huishouden voert / voeren, waarbij sprake is van onderlinge verbondenheid en continuïteit in de samenstelling ervan. 1.64

Huisvesting van arbeidsmigranten:

Tijdelijke dan wel permanente voorzieningen ten behoeve van de huisvesting van arbeidsmigranten, die hun hoofdverblijf elders hebben, niet bedoeld voor recreatieve doeleinden (al dan niet in de vorm van kamerverhuur). 1.65

Hybride bedrijven:

een bedrijf dat in nauw verband staat met de glastuinbouwsector, waar kassen onderdeel van zijn, maar dat mede gekenmerkt wordt door andersoortige activiteiten zoals laboratoria, kantoor en demonstratieruimten. 1.66

Kamerverhuur:

een woonfunctie voor het verschaffen van een (tijdelijk) nachtverblijf aan meer dan één huishouden, waarbij de bewoners samen één of meer gezamenlijke ruimtes of toegangen delen. 1.67

Kampeermiddel:

een tent, een tentwagen, een kampeerauto of caravan, dan wel enig ander onderkomen en enig ander voertuig of gewezen voertuig of gedeelte daarvan, voor zover geen bouwwerk zijnde, waarvoor ingevolge de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht een omgevingsvergunning is vereist, een en ander voor zover deze onderkomens of voertuigen geheel of ten dele blijvend of tijdelijk zijn bestemd of opgericht dan wel worden of kunnen worden gebruikt voor recreatief nachtverblijf. 1.68

Kantoor:

een gebouw of een deel van een gebouw welke door haar indeling en inrichting kennelijk is bestemd om uitsluitend te worden gebruikt voor administratieve en daarmee gelijk te stellen werkzaamheden (al dan niet met een baliefunctie), waaronder een advocatenkantoor. 1.69

Kap:

een dakafdekking van een gebouw waarbij bij een horizontale projectie ten minste 65% van het gebouw wordt afgedekt met hellende dakvlakken. 1.70

Kas en/of klimaathal:

een bouwwerk grotendeels bestaand uit een permanente opstand van glas of ander lichtdoorlatend materiaal, voor het kweken of telen van gewassen.

bestemmingsplan "Vlinderstrik 2022" Regels vastgesteld

12

1.71

Kunstwerk:

een in bouwkundige zin, door mensenhanden gemaakt (civiel technisch) bouwwerk, zoals onder andere aquaducten, bruggen, dijken, tunnels en viaducten. 1.72

Manege:

een bedrijf dat geheel of overwegend gericht is op het lesgeven in paardrijden aan derden en daarvoor paarden en/of pony's houdt, zulks in combinatie met een of meer van de volgende activiteiten of voorzieningen: het in pension houden van paarden en pony's, ondergeschikte niet-zelfstandige horeca (kantine, foyer en dergelijke), verenigingsaccommodatie en het houden van wedstrijden of andere evenementen gerelateerd aan de hippische sport. 1.73

Milieucategorie:

een aan een bedrijfsactiviteit toegekende categorie volgens de in de bijlage bij de regels opgenomen Staat van Bedrijfsactiviteiten. 1.74

Onderhuis:

een complex van ruimten met een hoogte van ten hoogste 1.50 meter ten opzichte van het peil welke gesitueerd is onder de eerste bouwlaag van een gebouw en als zodanig niet wordt aangemerkt als bouwlaag. 1.75

Onderkomen:

een voor verblijf geschikt, al dan niet aan hun bestemming onttrokken, voer- of vaartuig, ark, woonboot, kampeermiddel en soortgelijke verblijfsmiddelen, voor zover deze niet als bouwwerk zijn aan te merken. 1.76

Openbaar gebied:

openbaar toegankelijk gebied: weg als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder b, van de Wegenverkeerswet 1994, alsmede pleinen, parken, plantsoenen, openbaar water en ander openbaar gebied dat voor publiek algemeen toegankelijk is, met uitzondering van wegen uitsluitend bedoeld voor de ontsluiting van percelen door langzaam verkeer. 1.77

Overkapping:

een kapconstructie over een ruimte of ander bouwwerk met maximaal twee gesloten wanden (al dan niet tot de constructie behorend). 1.78

Paardenhouderij/-pension:

het bedrijfsmatig, niet op agrarische productie gericht, houden en stallen van paarden en pony's, met als ondergeschikte activiteit het fokken, africhten, trainen en berijden van paarden en pony's. 1.79

Peil:

a. voor een gebouw, waarvan de hoofdtoegang aan een weg grenst of op ten hoogste 1 m afstand van die weg ligt: de hoogte van de weg; b. voor een gebouw, waarvan de hoofdtoegang niet aan de weg grenst of op meer dan 1 m afstand van die weg ligt: de gemiddelde hoogte van het aansluitende afgewerkte terrein ter plaatse van de hoofdtoegang; c. voor een ander bouwwerk: de hoogte van de weg waaraan het bouwwerk is gelegen of, indien het bouwwerk niet direct aan de weg is gelegen, de gemiddelde hoogte van het aansluitende afgewerkte terrein d. indien wordt gebouwd in of aan een dijk, waterkering of in gebieden waar het peil op een perceel een bestemmingsplan "Vlinderstrik 2022" Regels vastgesteld

13

verhang kent van meer dan 1 m: 1. indien de hoofdtoegang van het hoofdgebouw aan de weg grenst of op ten hoogste 1 m afstand van die weg ligt: de hoogte van de weg, waarbij dit peil zich uitstrekt tot een zone van ten hoogste 4 m achter de achtergevelrooilijn van een op bedoeld perceel aangegeven hoofdgebouw, mits het een aangebouwd bijbehorend bouwwerk aan het hoofdgebouw betreft; 2. indien de hoofdtoegang van het hoofdgebouw niet aan de weg grenst of op meer dan 1 m afstand van die weg ligt: het peil wordt bepaald door de gemiddelde hoogte van het aansluitende afgewerkt terrein; 3. voor vrijstaande bijbehorende bouwwerken wordt het peil bepaald door de gemiddelde hoogte van het aansluitende afgewerkt terrein. Een en ander voor zover in deze regels niet anders is bepaald. 1.80

Perceel:

zie 'bouwperceel'. 1.81

Perceelsgrens:

zie 'bouwperceelgrens'. 1.82

Prostitutie:

het zich beschikbaar stellen voor het verrichten van seksuele handelingen met een ander tegen vergoeding. 1.83

Recreatie:

vormen van recreatief (mede)gebruik van een gebied door middel van al dan niet aangelegde en aanwezige voorzieningen, waarbij de recreatie in de openlucht plaatsvindt en geen specifiek beslag legt op de ruimte, zoals wandel-, ruiter- en fietspaden, vis- en picknickplaatsen en strandjes. 1.84

Recreatief gebruik:

gebruik van gronden voor dagrecreatieve en sportieve voorzieningen, zoals speelweiden en veldsporten. 1.85

Recreatiewoning:

een gebouw, woonkeet, stacaravan of een ander bouwwerk al dan niet op wielen, dat één of meerdere woning(en) bevat, niet voor permanente bewoning bestemd is/zijn en dat gedurende het hele jaar gebruikt kan worden door personen die elders een vaste woon- of verblijfplaats hebben, hetgeen onder meer kan blijken uit het feit dat zij elders zijn ingeschreven in de administratie als bedoeld in de wet Gemeentelijke Basis Administratie. 1.86

Seksinrichting:

een voor het publiek toegankelijke, besloten ruimte waarin bedrijfsmatig, of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig is, seksuele handelingen worden verricht of vertoningen van erotisch pornografische aard plaatsvinden. Onder een seksinrichting wordt in elk geval verstaan: 1. een prostitutiebedrijf, waaronder begrepen een erotische massagesalon; 2. een seksbioscoop of sekstheater; hieronder wordt verstaan een inrichting of daarmee gelijk te stellen gelegenheid waarin vertoningen van erotische en/of pornografische aard worden gegeven; 3. een seksautomatenhal, hieronder wordt verstaan een inrichting of daarmee gelijk te stellen gelegenheid waarin door middel van automaten filmvoorstellingen en/of liveshow van erotische en/of pornografische aard kunnen worden gegeven; 4. een seksclub of parenclub; bestemmingsplan "Vlinderstrik 2022" Regels vastgesteld

14

al dan niet in combinatie met elkaar. 1.87

Sekswinkel:

een voor het publiek toegankelijke, besloten ruimte waarbinnen detailhandel in goederen van erotisch-pornografische aard plaatsvindt. 1.88

Showroom:

een ruimte welke uitsluitend is bestemd en ingericht voor de uitstalling van goederen. 1.89

Standplaats:

plaats waar iemand of iets staat, verblijft of werkt. 1.90

Straatmeubilair:

al dan niet zijnde bouwwerken ten behoeve van openbare (nuts)voorzieningen, zoals: 1. verkeersgeleiders, verkeersborden, lichtmasten, zitbanken en bloembakken; 2. telefooncellen, abri's, kunstobjecten, gedenktekens, speeltoestellen en draagconstructies voor reclame; 3. kleinschalige bouwwerken ten behoeve van (openbare) nutsvoorzieningen met een inhoud van ten hoogste 50 m3 en een bouwhoogte van ten hoogste 3 m, waaronder begrepen voorzieningen ten behoeve van telecommunicatie, energievoorziening en brandkranen; 4. afvalinzamelsystemen. 1.91

Terras:

een buiten een gebouw gelegen gebied, waar zitgelegenheid kan worden geboden en waar tegen vergoeding dranken worden geschonken en/of etenswaren verstrekt. 1.92

Verblijfsrecreatie:

recreatie met overnachting in ruimten, waarbij het recreatieve gebruik een bestendig karakter draagt, zoals bij een logeergebouw, pension of recreatiewoning of bij kampeermiddelen die langer dan gedurende het kampeerseizoen een standplaats innemen op hetzelfde terrein, door personen die elders een vaste woon- of verblijfplaats hebben, hetgeen onder meer kan blijken uit het feit dat zij elders zijn ingeschreven in de administratie als bedoeld in de wet Gemeentelijke Basis Administratie. 1.93

Voorgevel:

de naar de weg of naar het openbaar gebied gekeerde gevel van een gebouw, exclusief aangebouwde bijbehorende bouwwerken, of, indien het een gebouw betreft met meer dan één naar de weg of het openbaar gebied gekeerde gevel, de gevel die door zijn aard, functie, constructie dan wel gelet op de uitstraling ervan als belangrijkste gevel kan worden aangemerkt. 1.94

Voorgevelrooilijn:

op een perceel, waarop een hoofdgebouw aanwezig is of mag worden gebouwd: de denkbeeldige lijn(en) die buitenwerks strak loopt/lopen langs de op het openbaar toegankelijk gebied gerichte gevel(s) van het oorspronkelijke hoofdgebouw tot aan de perceelsgrenzen; op een perceel, waarop meerdere gebouwen aanwezig zijn of mogen worden gebouwd, zonder dat er sprake is van een hoofdgebouw: de denkbeeldige lijn(en) die buitenwerks strak loopt/lopen langs de op het openbaar gebied gerichte gevel(s) van het gebouw dat het dichtst bij het openbaar toegankelijk gebied is gelegen.

bestemmingsplan "Vlinderstrik 2022" Regels vastgesteld

15

1.95

Warmtekrachtkoppeling/-centrale:

bouwwerk met generator die het mogelijk maakt bij de opwekking van elektriciteit vrijgekomen warmte te benutten. 1.96

Warmwater(opslag)tank/-silo:

een ander bouwwerk voor de opslag/buffering van warm water. 1.97

Waterbassin/-silo:

een voorziening, al dan niet een bouwwerk zijnde, ten behoeve van de opslag/buffering van water 1.98

Waterhuishoudkundige voorzieningen:

voorzieningen die nodig zijn ten behoeve van een goede wateraanvoer, waterafvoer, waterberging en waterkwaliteit, waaronder duikers, stuwen, gemalen, inlaten en voorzieningen ten behoeve van berging en infiltratie van hemelwater. 1.99

Webwinkel:

het al dan niet hobbymatig dan wel bedrijfsmatig verkopen van goederen via internet, waarbij de goederen elders worden bezorgd en er geen sprake is van een voor het publiek toegankelijke winkelruimte of showroom. 1.100

Wet geluidhinder:

de geldende wet houdende regels inzake het voorkomen of beperken van geluidhinder. 1.101

Woning:

een complex van ruimten, dat blijkens zijn indeling en inrichting bestemd is voor de huisvesting van in beginsel één huishouden. 1.102

Wooneenheden:

een woning, woonwagen of bedrijfswoning met bijbehorende gebouwen. 1.103

Zijgevelrooilijn:

de bouwgrens evenwijdig aan de zijgevel van een gebouw. 1.104

Zolder:

een gedeelte van een gebouw waarvan de oppervlakte, voor zover de hoogte groter is dan 1,50 meter, niet meer bedraagt dan 50% van de oppervlakte van de onderliggende laag.

bestemmingsplan "Vlinderstrik 2022" Regels vastgesteld

16

Artikel 2

Wijze van meten

Bij toepassing van deze regels wordt als volgt gemeten: 2.1

De afstand tussen bouwwerken onderling:

waar deze afstand het kleinst is, exclusief ondergeschikte bouwonderdelen. 2.2

De afstand van een bouwwerk tot een perceelsgrens:

vanaf het dichtst bij de perceelsgrens gelegen punt van het gebouw tot die perceelsgrens op 1 meter boven peil en haaks op de perceelsgrens, exclusief ondergeschikte bouwonderdelen. 2.3

De bebouwde oppervlakte:

van een (bouw)perceel, een bouwvlak of ander terrein, buitenwerks en neerwaarts geprojecteerd, als het totaal van de (grond)oppervlakten van alle op het terrein gelegen gebouwen en andere bouwwerken. 2.4

De bouwhoogte van een bouwwerk:

vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een bouwwerk geen gebouw zijnde, exclusief ondergeschikte bouwonderdelen. 2.5

De breedte (lengte of diepte) van een gebouw:

tussen (de lijnen getrokken door) de buitenzijde van de gevels en/of het hart van de scheidsmuren (op 1 meter boven peil). Wanneer de gevels niet evenwijdig lopen of verspringen wordt het gemiddelde genomen van de kleinste en grootste maat. 2.6

De bedrijfsvloeroppervlakte:

binnenwerks als het totaal van alle vloeroppervlakten ten dienste van kantoren, winkels en/of bedrijven, met inbegrip van de daarbij behorende magazijnen en overige dienstruimten. 2.7

De dakhelling:

langs het dakvlak ten opzichte van het horizontale vlak. 2.8

De goothoogte van een bouwwerk:

vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot, c.q. de druiplijn, het boeibord, of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel. Een dakkapel die voldoet aan de voor dakkapellen gestelde voorschriften in deze regels, dient los te worden gezien van de goothoogte van het hoofdgebouw. 2.9

De oppervlakte van een bouwwerk:

tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk. 2.10

De inhoud van een bouwwerk:

tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidingsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen.

bestemmingsplan "Vlinderstrik 2022" Regels vastgesteld

17

Hoofdstuk 2 Artikel 3

Bestemmingsregels

Agrarisch

3.1

Bestemmingsomschrijving

3.1.1

Algemeen

De voor 'Agrarisch' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. b. c. d.

grondgebonden agrarische bedrijven c.q. grondgebonden agrarische bedrijfsactiviteiten; agrarisch landschapsbeheer; verkoop producten uit eigen bedrijf; bij deze bestemming behorende dan wel eraan ondergeschikte voorzieningen waaronder weilanden en landbouwgronden, parkeervoorzieningen, ontsluitingen, erven, paden, overige verhardingen, voorzieningen van algemeen nut, groen, water en waterhuishoudkundige voorzieningen.

3.2

Bouwregels

3.2.1

Algemeen

Op de in artikel 3, lid 3.1 bedoelde gronden mogen uitsluitend andere bouwwerken ten dienste van de bestemming worden gebouwd. 3.2.2

Andere bouwwerken

a. de bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen bedraagt maximaal 1 m; mits de verkeersveiligheid gewaarborgd is. 3.3

Afwijken van de bouwregels

Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van de bouwregels voor: 3.3.1

Andere bouwwerken

a. de bouw van erf- en terreinafscheidingen met een maximale bouwhoogte van 3 m, mits: 1. dit aantoonbaar bedrijfsmatig, waaronder begrepen de beveiliging, noodzakelijk is; 2. het een volledig open hekwerk betreft, zodanig dat het zicht op het voorterrein vanaf de openbare weg behouden blijft. 3.3.2

Algemene randvoorwaarden voor afwijken van de bouwregels

Afwijken is slechts mogelijk mits wordt voldaan aan de voorwaarden zoals bedoeld in Artikel 23 lid 23.2. 3.4

Specifieke gebruiksregels

3.4.1

Strijdig gebruik

Tot een gebruik strijdig met deze bestemming, zoals bedoeld in Artikel 22 lid 22.1 (Algemene gebruiksregels), wordt in ieder geval verstaan het gebruik van: a. gronden en/of bouwwerken voor het bedrijfsmatig vervaardigen, verwerken en/of herstellen van goederen en/of producten, uitgezonderd goederen en/of producten afkomstig van het betrokken agrarisch bedrijf; b. gronden en/of bouwwerken voor het verkopen of ter verkoop aanbieden van goederen en/of producten, uitgezonderd de verkoop of het ter verkoop aanbieden van agrarische producten afkomstig van het betrokken agrarisch bedrijf; c. gronden en/of bouwwerken voor de stalling van caravans;

bestemmingsplan "Vlinderstrik 2022" Regels vastgesteld

18

3.4.2

Parkeren

Ten aanzien van parkeren geldt het bepaalde in artikel 26, lid 26.1.

bestemmingsplan "Vlinderstrik 2022" Regels vastgesteld

19

Artikel 4

Agrarisch - Glastuinbouw

4.1

Bestemmingsomschrijving

4.1.1

Algemeen

De voor 'Agrarisch - Glastuinbouw' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. volwaardige glastuinbouwbedrijven voor alle typen glastuinbouwteelt (waaronder groenten, bloemen en planten, substraat, belicht en niet-belicht), met de daarbij behorende kassen en/of klimaathallen, of andere opstallen van glas/lichtdoorlatend materiaal, alsmede bedrijfsgebouwen waaronder bedrijfsgebonden kantoren, stookhuizen en/of ketelhuizen, warmtekrachtkoppelingen, warmwateropslagtanks, gietwatersilo's, waterbassins en overige waterbergingen, centrale sorteerinrichtingen; b. hybride bedrijven als onderdeel van glastuinbouwbedrijven waar ook wordt geteeld; c. voorzieningen van algemeen nut behorende bij de glastuinbouwbedrijven als bedoeld in sub a, met uitzondering van verkoop- c.q. uitgiftepunten voor motorbrandstoffen; d. bij deze bestemming behorende dan wel eraan ondergeschikte voorzieningen waaronder parkeervoorzieningen, ontsluitingen, erven, paden, overige verhardingen, voorzieningen van algemeen nut, groen, water en waterhuishoudkundige voorzieningen. 4.1.2

Bedrijfsgebonden kantoren

Bedrijfsgebonden kantoren maken onderdeel uit van een bedrijfsgebouw waarbij per glastuinbouwbedrijf de bedrijfsvloeroppervlakte voor kantoren niet meer mag bedragen dan 10% van de totale bedrijfsvloeroppervlakte aan bedrijfsgebouwen, met een maximum van 750 m2. 4.2

Bouwregels

4.2.1

Algemeen

Op de in artikel 4, lid 4.1 bedoelde gronden mogen uitsluitend bouwwerken ten dienste van de bestemming worden gebouwd. 4.2.2

Bedrijfsgebouwen, niet zijnde kassen

a. bedrijfsgebouwen mogen uitsluitend worden gebouwd binnen het bestemmingsvlak en beslaan een maximum bedrijfsvloeroppervlak van 10% van een glastuinbouwbedrijf; b. de afstand tussen een bedrijfswoning en bedrijfsgebouwen bedraagt minimaal 6 en maximaal 30 m; c. de bouwhoogte van de bedrijfsgebouwen bedraagt maximaal 11 m; d. de afstand tussen bedrijfsgebouwen en een (bedrijfs)woning van derden bedraagt minimaal 10 m; e. de afstand van bedrijfsgebouwen tot de perceelsgrens(zen) naar de openbare weg bedraagt ten minste: 1. 10 m, indien het een hoofdontsluiting betreft; 2. 5 m, in overige gevallen; f. de afstand van bedrijfsgebouwen tot de perceelsgrens(zen) en/of andere bestemmingen dient ten minste 5 m te bedragen; 4.2.3

Kassen

a. de bouwhoogte van de kassen bedraagt maximaal 6 m; b. de afstand tussen kassen en een (bedrijfs)woning van derden bedraagt minimaal 10 m; c. de afstand van kassen tot de perceelsgrens(zen) naar de openbare weg bedraagt ten minste: 1. 10 m, indien het een hoofdontsluiting betreft; 2. 5 m, in overige gevallen; mits de verkeersveiligheid gewaarborgd is; bestemmingsplan "Vlinderstrik 2022" Regels vastgesteld

20

d. de afstand van kassen tot de perceelsgrens(zen) en/of andere bestemmingen dient ten minste 1 m te bedragen. 4.2.4

Andere bouwwerken

a. de bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen bedraagt maximaal 1 m; b. de bouwhoogte van damwanden bedraagt maximaal 1,50 m; c. de maximale bouwhoogte van warmwater(opslag)tanks en warmtekrachtkoppelingen, bedraagt 15 m; d. de maximale bouwhoogte van gietwatersilo's bedraagt 15 m, waarbij de maximale bouwhoogte niet hoger is dan de bouwhoogte van de overige bebouwing; e. de maximale bouwhoogte van waterbassins bedraagt 4 m; f. de afstand van warmwater(opslag)tanks, warmtekrachtkoppelingen, en gietwatersilo's tot de perceelsgrens(zen) naar de openbare weg bedraagt ten minste: 1. 10 m, indien het een hoofdontsluiting betreft; 2. 5 m, in overige gevallen; g. de afstand van warmwater(opslag)tanks, warmtekrachtkoppelingen, en gietwatersilo's tot de perceelsgrens(zen) en/of andere bestemmingen moet(en) ten minste 5 m bedragen; h. de afstand van warmwater(opslag)tanks en/of warmtekrachtkoppelingen tot een (bedrijfs)woning van derden moet ten minste 60 m bedragen; i. warmwater(opslag)tanks, warmtekrachtkoppelingen en/of gietwatersilo's moeten achter het verlengde van de voorgevel van het primaire bedrijfsgebouw gebouwd worden, zodanig dat het bouwwerk een (ondergeschikt) onderdeel uitmaakt van en een eenheid vormt met het primaire bedrijfsgebouw; j.

warmtekrachtkoppelingen en warmwater(opslag)tanks en/of andere bedrijfsmatige bouwwerken voor energieproductie, met als doel energie te produceren (en/of de verkoop daarvan) voor meerdere glastuinbouwbedrijven, mogen alleen worden gebouwd, mits: 1. deze als zodanig aantoonbaar noodzakelijk zijn in bedrijfsmatig opzicht; 2. niet meer dan een ondergeschikt gedeelte van het bedrijfsinkomen wordt gehaald uit de verkoop van energie aan derden; 3. de aldus opgewekte warmte voor ten minste 95% nuttig voor de glastuinbouwondernemingen wordt toegepast. k. de bouwhoogte van overige andere bouwwerken, geen overkappingen zijnde, bedraagt maximaal 3 m; mits de verkeersveiligheid gewaarborgd is. 4.2.5

Centrale sorteerinrichtingen

a. centrale sorteerinrichtingen mogen alleen gevestigd worden in bedrijfsgebouwen van glastuinbouwbedrijven waar ook wordt geteeld; b. het parkeren, laden en lossen in verband met de centrale sorteerinrichting dient geheel op eigen terrein plaats te vinden; c. bedrijfsgebouwen waarin een centrale sorteerinrichting zal worden gevestigd zijn gelegen aan de hoofdinfrastructuur; d. indien het onder c gestelde niet mogelijk is, dan zijn bedrijfsgebouwen waarin een centrale sorteerinrichting zal worden gevestigd toegestaan aan een zijweg of aan een parallelweg van de hoofdinfrastructuur, mits deze zijweg of parallelweg een minimale breedte heeft van 6 m. 4.2.6

Hybride bedrijven

De andersoortige activiteiten van hybride bedrijven, zoals laboratoria, kantoor en demonstratieruimten, mogen alleen gevestigd worden in bedrijfsgebouwen van glastuinbouwbedrijven waar ook wordt geteeld.

bestemmingsplan "Vlinderstrik 2022" Regels vastgesteld

21

4.3

Afwijken van de bouwregels

Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van de bouwregels voor: 4.3.1

Bedrijfsgebouwen, niet zijnde kassen

a. het vergroten van het maximaal bedrijfsvloeroppervlak aan bedrijfsgebouwen tot een maximum van 20% van een glastuinbouwbedrijf; b. het verkleinen van de afstand van bedrijfsgebouwen tot een (bedrijfs)woning van derden tot 5 meter, mits, aangetoond wordt dat dit niet leidt tot milieuhinder voor de (bedrijfs)woning van derden; c. het verkleinen van de afstand van bedrijfsgebouwen tot de perceelsgrens(zen) (naar de openbare weg, niet zijnde een hoofdontsluiting) en/of andere bestemmingen, mits: 1. dit niet leidt tot negatieve gevolgen in het kader van de milieuwetgeving; 2. de verkeersveiligheid gewaarborgd is; 3. de ruimtelijke kwaliteit gewaarborgd blijft, dit ter beoordeling van de stedenbouwkundige; d. het verkleinen of vergroten van de afstand tussen een bedrijfswoning en bedrijfsgebouwen, mits: 1. dit niet leidt tot negatieve gevolgen in het kader van de milieuwetgeving; 2. de ruimtelijke kwaliteit gewaarborgd blijft en de bedrijfswoning en/of bedrijfsgebouwen, toekomstige reconstructie, bestaande bedrijvigheid of andere ruimtelijke opgaven (onder andere waterberging en wegen) niet in de weg staat. 4.3.2

Kassen

a. het verkleinen van de afstand van kassen tot een (bedrijfs)woning van derden tot 5 m, mits, aangetoond wordt dat dit niet leidt tot milieuhinder voor de (bedrijfs)woning van derden; b. het verkleinen van de afstand van kassen tot de perceelsgrens(zen) (naar de openbare weg, niet zijnde een hoofdontsluiting) en/of andere bestemmingen, mits: 1. dit niet leidt tot negatieve gevolgen in het kader van de milieuwetgeving; 2. de verkeersveiligheid gewaarborgd is; 3. de ruimtelijke kwaliteit gewaarborgd blijft, dit ter beoordeling van de stedenbouwkundige. 4.3.3

Andere bouwwerken

a. het bouwen van een terreinafscheiding met een maximale bouwhoogte van 3 m, mits: 1. dit aantoonbaar bedrijfsmatig, waaronder begrepen de beveiliging, noodzakelijk is; 2. het een volledig open hekwerk betreft, zodanig dat het zicht op het voorterrein vanaf de openbare weg behouden blijft. 4.3.4

Algemene randvoorwaarden voor afwijken van de bouwregels

Afwijken is slechts mogelijk mits wordt voldaan aan de voorwaarden zoals bedoeld in artikel 23, lid 23.2. 4.4

Specifieke gebruiksregels

4.4.1

Strijdig gebruik

Tot een gebruik strijdig met deze bestemming, zoals bedoeld in artikel 22, lid 22.1 (Algemene gebruiksregels), wordt in ieder geval verstaan het gebruik van: a. van gronden en/of bouwwerken voor het bedrijfsmatig vervaardigen, verwerken en/of herstellen van goederen en/of producten, uitgezonderd goederen en/of producten afkomstig van het betrokken glastuinbouwbedrijf; b. van gronden en/of bouwwerken voor het verkopen of ter verkoop aanbieden van goederen en/of producten, uitgezonderd de verkoop of het ter verkoop aanbieden van agrarische producten afkomstig van het betrokken glastuinbouwbedrijf. c. van gronden en/of bouwwerken voor de stalling van caravans;

bestemmingsplan "Vlinderstrik 2022" Regels vastgesteld

22

4.4.2

Bedrijfsgebonden kantoren

Bedrijfsgebonden kantoren maken onderdeel uit van een bedrijfsgebouw waarbij per glastuinbouwbedrijf de bedrijfsvloeroppervlakte voor kantoren niet meer mag bedragen dan 10% van de totale bedrijfsvloeroppervlakte aan bedrijfsgebouwen, met een maximum van 750 m2. 4.4.3

Parkeren

Ten aanzien van parkeren geldt het bepaalde in artikel 26, lid 26.1. 4.5

Afwijken van de gebruiksregels

Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van de gebruiksregels voor: 4.5.1

Aquacultuur

het gebruik van bedrijfsgebouwen en kassen ten behoeve van aquacultuur als ondergeschikt onderdeel van de glastuinbouwfunctie, mits: a. aantoonbaar sprake is van een gesloten systeem; b. niet meer dan een ondergeschikt gedeelte van het bedrijfsinkomen wordt gehaald uit de verkoop van aquatische producten en aquatische organismen; c. vrachtwagens op eigen terrein kunnen keren of er een in- en een uitgang aanwezig zijn, waardoor het keren niet noodzakelijk is; d. er wordt voldaan aan de parkeernorm volgens de betreffende regelgeving; e. dit geen (milieu)hinder, gevaar of schade veroorzaakt voor aangrenzende gronden en/of bouwwerken. 4.5.2

Hybride bedrijven

het vestigen van een zelfstandig hybride bedrijf, mits: a. dit schaalvergroting, reconstructie of een andere ontwikkeling met een, in enigerlei vorm, positieve uitwerking op de glastuinbouw(gebied) niet in de weg staat; b. vrachtwagens op eigen terrein kunnen keren of er een in- en een uitgang aanwezig zijn, waardoor het keren niet noodzakelijk is; c. er wordt voldaan aan de parkeernorm volgens de betreffende regelgeving; d. dit geen (milieu)hinder, gevaar of schade veroorzaakt voor aangrenzende gronden en/of bouwwerken. 4.5.3

Bedrijfsgebonden kantoren

het vergroten van het bedrijfsvloeroppervlakte aan bedrijfsgebonden kantoren waarbij per glastuinbouwbedrijf de bedrijfsvloeroppervlakte maximaal 20% van de totale bedrijfsvloeroppervlakte aan bedrijfsgebouwen is, met een maximum van 1000 m2, mits deze oppervlakte als zodanig ook aantoonbaar noodzakelijk is in bedrijfsmatig opzicht. 4.5.4

Algemene randvoorwaarden voor afwijken van de gebruiksregels

Afwijken is slechts mogelijk mits wordt voldaan aan de voorwaarden zoals bedoeld in artikel 23, lid 23.2.

bestemmingsplan "Vlinderstrik 2022" Regels vastgesteld

23

Artikel 5

Bedrijf

5.1

Bestemmingsomschrijving

5.1.1

Algemeen

De voor 'Bedrijf' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. bedrijfsactiviteiten zoals opgenomen in lid 5.1.2; b. bij deze bestemming behorende dan wel eraan ondergeschikte voorzieningen waaronder parkeervoorzieningen, ontsluitingen, erven, paden, overige verhardingen, voorzieningen van algemeen nut, groen, water en waterhuishoudkundige voorzieningen. 5.1.2

Specifiek

a. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van bedrijf - 1' uitsluitend een loods ten behoeve van opslag; b. ter plaatse van de aanduiding 'transportbedrijf': erf en werkterrein behorende bij het aangrenzende transportbedrijf. 5.2

Bouwregels

5.2.1

Algemeen

Op de in artikel 5, lid 5.1 bedoelde gronden mogen uitsluitend bouwwerken ten dienste van de bestemming worden gebouwd en andere bouwwerken 5.2.2

Gebouwen

a. ter plaatse van de aanduiding 'bedrijf -1' is uitsluitend de bestaande loods binnen het bouwvlak toegestaan; b. ter plaatse van de aanduiding 'transportbedrijf' zijn geen gebouwen toegestaan. 5.2.3

Andere bouwwerken

Bij ieder hoofdgebouw mogen andere bouwwerken worden gebouwd, waarbij de bouwhoogte niet meer mag bedragen dan: a. 1 m voor erf- en terreinafscheidingen en andere bouwwerken voor de voorgevelrooilijn; b. 2 m voor erf- en terreinafscheidingen achter de voorgevelrooilijn; c. 3 m voor overige andere bouwwerken; mits de verkeersveiligheid gewaarborgd is. 5.3

Afwijken van de bouwregels

Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van de bouwregels voor: 5.3.1

Andere bouwwerken

a. het bouwen van een terreinafscheiding met een maximale bouwhoogte van 3 m, mits: 1. dit aantoonbaar bedrijfsmatig, waaronder begrepen de beveiliging, noodzakelijk is; 2. het een volledig open hekwerk betreft, zodanig dat het zicht op het voorterrein vanaf de openbare weg behouden blijft; b. het bouwen van vlaggenmasten en oriëntatie- en/of reclamezuilen tot een bouwhoogte van 11 m. 5.3.2

Algemene randvoorwaarden voor afwijken van de bouwregels

Afwijken is slechts mogelijk mits wordt voldaan aan de voorwaarden zoals bedoeld in artikel 23, lid 23.2.

bestemmingsplan "Vlinderstrik 2022" Regels vastgesteld

24

5.4

Specifieke gebruiksregels

5.4.1

Strijdig gebruik

Ten aanzien van het gebruik dat als strijdig met de bestemming wordt aangemerkt, geldt het bepaalde in artikel 22, lid 22.1. 5.4.2

Parkeren

Ten aanzien van parkeren geldt het bepaalde in artikel 26, lid 26.1.

bestemmingsplan "Vlinderstrik 2022" Regels vastgesteld

25

Artikel 6

Groen

6.1

Bestemmingsomschrijving

6.1.1

Algemeen

De voor 'Groen' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. groenvoorzieningen; b. bij deze bestemming behorende dan wel eraan ondergeschikte voorzieningen waaronder ontsluitingen, geluidsafschermende voorzieningen, speelvoorzieningen, paden, overige verhardingen, voorzieningen van algemeen nut, water en waterhuishoudkundige voorzieningen; 6.2

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Lansingerland&id=1bb4ef31-c9ed-4bf5-9779-5f8884dbabe6