[T21.10016] Vast te stellen bestemmingsplan Rottezoom, 2e partiële herziening tussen Kruisweg 30-44
Tekst van het document
GEMEENTE
Lansingerland
Bestemmingsplan Rottezoom, 2e part. herz. Kruisweg tussen 30 en 44
- 7
r.'fÄ
* Tm 24 02 2022 -
-
r
vastgesteld
Gemeente Lansingerland Bestemmingsplan Rottezoom, 2e part. herz. Kruisweg tussen 30 en 44
vastgesteld
Identificatiecode: NL.IMRO.1621.BP0094H02-VAST Werknummer: Datum: 24-02-2022
Adviesbureau Rho adviseurs voor leefruimte
Gemeente Lansingerland Team Omgevingsrecht
3
Inhoudsopgave
Toelichting Hoofdstuk 1
Het plan
9
1.1
Aanleiding
9
1.2
Huidige situatie en omgeving
9
1.3
Toekomstige situatie
10
1.4
Vigerend bestemmingplan
11
1.5
Leeswijzer
12
Hoofdstuk 2
Ruimtelijk beleidskader
13
2.1
Inleiding
13
2.2
Provinciaal beleid
13
2.3
Gemeentelijk beleid
15
Hoofdstuk 3
Sectorale aspecten
19
3.1
Inleiding
19
3.2
Vormvrije mer-beoordeling
19
3.3
Water
20
3.4
Mobiliteit
23
3.5
Weg- en railverkeerslawaai
24
3.6
Bedrijven en milieuzonering
25
3.7
Externe veiligheid
27
3.8
Ecologie
31
3.9
Luchtkwaliteit
34
3.10
Bodem
35
3.11
Archeologie en cultuurhistorie
36
3.12
Kabels en leidingen
38
3.13
Eindconclusie
38
Hoofdstuk 4
Juridische planbeschrijving
39
4.1
Bestemmingsplansystematiek
39
4.2
Inleidende regels
39
4.3
Bestemmingsregels
40
4.4
Algemene regels
41
4.5
Overgangs- en slotregels
41
Hoofdstuk 5
Uitvoerbaarheid
43
5.1
Economische uitvoerbaarheid Maatschappelijke uitvoerbaarheid
43
5.2
Rho adviseurs voor leefruimte
43
401372.20200329
4
Bijlagen bij de toelichting Bijlage 1
Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling
Bijlage 2
M.e.r.-beoordelingsbesluit
Bijlage 3
Akoestisch onderzoek
Bijlage 4
Ontwerpbesluit hogere waarden Wgh
Bijlage 5
Advies VRR
Bijlage 6
Quick scan beschermde natuurwaarden
Bijlage 7
Memo broedvogelcontrole
Bijlage 8
Stikstofdepositie Lansingerland
Bijlage 9
Verkennend bodemonderzoek
Bijlage 10
Aanvullend asbestonderzoek
Bijlage 11
Archeologisch vooronderzoek
Bijlage 12
Archeologisch proefsleuvenonderzoek
Bijlage 13
Nota inspraak en vooroverleg
Rho adviseurs voor leefruimte
401372.20200329
5
Regels Hoofdstuk 1
Inleidende regels
75
Artikel 1
Begrippen
75
Artikel 2
Wijze van meten
78
Hoofdstuk 2
Bestemmingsregels
79
Artikel 3
Agrarisch - Weide
79
Artikel 4
Groen
80
Artikel 5
Tuin
81
Artikel 6
Verkeer - Verblijfsgebied
82
Artikel 7
Wonen
83
Artikel 8
Waterstaat - Waterkering
87
Hoofdstuk 3
Algemene regels
89
Artikel 9
Antidubbeltelregel
89
Artikel 10
Algemene aanduidingsregels
90
Artikel 11
Algemene bouwregels
91
Artikel 12
Algemene gebruiksregels
92
Artikel 13
Algemene afwijkingsregels
95
Artikel 14
Algemene wijzigingsregels
97
Artikel 15
Algemene procedureregels
98
Artikel 16
Overige regels
99
Hoofdstuk 4
Overgangs- en slotregels
101
Artikel 17
Overgangsrecht
101
Artikel 18
Slotregel
102
Bijlagen bij de regels Bijlage 1
Rho adviseurs voor leefruimte
Staat van Bedrijfsactiviteiten
401372.20200329
6
Rho adviseurs voor leefruimte
401372.20200329
Toelichting
Rho adviseurs voor leefruimte
401372.20200329
9
Hoofdstuk 1
1.1
Het plan
Aanleiding
Initiatiefnemer is voornemens 4 woningen te ontwikkelen op de weide aan de Kruisweg, tussen nummer 44 en 30. Woningbouw is volgens het vigerende bestemmingsplan 'Rottezoom' niet mogelijk. Het plangebied heeft de bestemming 'Agrarisch - Weide', zie figuur 1.1. Verder liggen binnen het plangebied de dubbelbestemmingen 'Waterstaat - Waterkering' en 'Waarde - Archeologie - 1'. Met het onderhavige bestemmingsplan wordt de bouw van 4 nieuwe woningen juridisch-planologisch mogelijk gemaakt. 'V.VVV,
A/.VMV.
4- 4- 4-4-4-
4- /4- 4- 4- 4- -I4- 4-4-44-4--K 4- 4- 4-4-44- 4- 4- 4- 4- 4- 4- + +İ 4-4--T 4- 4-4-4P4-4-4-4-4-4-4-4-44 4-4-4[4- +144- 4- 4-4-44-4-4-4-4-4-4-4--H 4- 4- 4-4-4-H4-4-4-4-4-4-4- 4- f 4-4-4-4-4+ + + + +J+4-+/-I--I4- 4-4-44-4-4-4--H4-4- + 4 4-4-44- Į+ 4-/4- 4- 4-4-44-4-4-4-4-4-4-4--H 4- 4- 4-4-44-4-4-4-4-4-4-4-4- Ĩ+ + + + + 4 4-4-4-4^, 4- 4- 4- 4- 4-1 tttttttt 4-4-4--IP+ + 4-4-4r4-4-4-4-4-4-4-4-44-Į + -H4-4-4-4-4-4-4-44- 4- 4- 4- 4-4-4'-r +J 4-'^4-v^?' + 4-4-4-4-4-4-4-
4^'V'V'V V"VUVUVUV' V"VUVUV'
+ I+
İ+ +İ
4" +Ĵ + I+ + 4" +Į
M- +
■H +J ■H +İ+ +J
mw+y tr 4- 4-
+++++++++ + + + + + + + + +f P- + + + + + + + + V“VuVuV“‘4-j +++++++++ V'V' +++++++++ 'V“V' ++++++++ v^+y+^K ++++++++ + + + + + + + ;4-v4-v lİ. 'I' 'l' 'l-ļ'- 'l+ŗ+^+^+^+^+ ' ++++ + + + + + +Z+ + + + + + + + -1/+ + + 'V'V' +^+y+^+^+^+^+^+v+v+ƒ + + + + + + + + + + + + + + +t ;4-v4-v + + +1+ + + 4į4- + + +++ v^+y+^+^+^+^+^+^+^+y4 ± + ± + ± + ± tįy+^v^+^V' ;4-v4-' ++++++++ -İ7+ + + H- J+ + + +1+ +^+y+^+v + + + + + + + +I +Į + + + 4V + -K /+J+^+^+Ţ+^/+^ v^+y+^+^+^'V^v^v^v ++++++++
Figuur 1.1: Plangebied binnen het vigerende bestemmingsplan 'Rottezoom'.
1.2
Huidige situatie en omgeving
Het plangebied is gelegen binnen Bleiswijk en het buurtschap Kruisweg. De Kruisweg is een oude ontginningsas door het karakteristieke polderlandschap van Zuid-Holland. Het oorspronkelijke veenlandschap is vanuit deze as ontgonnen en geschikt gemaakt voor agrarische activiteiten. Doordat deze ontginningsassen de basis vormden voor menselijke activiteiten zijn er langs deze assen diverse dorpen en ontstaan, waaronder Bleiswijk en Bergschenhoek. In het noordwesten ligt Zoetermeer. In het oosten is Moerkapelle gelegen.
Rho adviseurs voor leefruimte
401372.20200329
10
Het plangebied ligt tussen de Kruisweg en de N209 (Nieuwe Hoefweg), met aan de noordzijde van het plangebied. In de huidige situatie is de locatie in gebruik als weide en is dus volledig onverhard. De locatie heeft een grondoppervlakte van circa 7.260 m2. įgjBMļŕ
llU; Į
i
å
r'-’ v
Figuur 1.2: Bovenaanzicht plangebied in de huidige situatie.
1.3
Toekomstige situatie
Het planvoornemen is de realisatie van 4 nieuwbouw woningen. Elke woning wordt voorzien van twee parkeerplaatsen, zodat op eigen terrein geparkeerd kan worden. Achter het plangebied loopt een erftoegangsweg die de achterzijden van de woningen ontsluit. De parkeerplaatsen worden via de Kruisweg en de achterliggende erftoegangsweg ontsloten. De ontwikkeling past hiermee in het gebiedsprofiel van het lint de Kruisweg.
Rho adviseurs voor leefruimte
401372.20200329
11
Mandelig gebruik, •echt van overpad
14000
Kavel A 1000 m2
140 DO
3500
onbebouwd uitzichtgebied
p Kavel 3 1000 m2
Kavel C
1000 m2
Kave D 1800 m2
fUM paattfJį-I f-i, UiMCten bijiňtSėaitig ŪúawfilM.
\-------------
Kruisweg "
Pod Begat * 150mm tov. kruin van de weg
- \----------------- rm-------------------------------- ^---- '—~7~ Figuur 1.3: Verkaveling gezien vanaf de Kruisweg.
1.4
Vigerend bestemmingplan
Ter plaatse van het voorliggende plangebied vigeert, totdat het voorgaande bestemmingsplan in werking treedt, het bestemmingsplan 'Rottezoom', dat op 27 september 2012 door de gemeenteraad van Lansingerland is vastgesteld. Op de locatie ligt de bestemming 'Agrarisch - Weide' en de dubbelbestemmingen 'Waarde - Archeologie - 1' en 'Waterstaat - Waterkering'. Gronden met de bestemming 'Agrarisch - Weide' zijn bestemd voor kleine weides voor onder andere schapen, boomgaarden, volkstuinen en speelvoorzieningen. Op deze gronden mag enkel een schuurtje ten behoeve van schapen worden gerealiseerd. In het bestemmingsplan was een wijzigingsbevoegdheid (Wro-zone-wijzigingsgebied-7) op deze locatie opgenomen voor de realisatie van 4 woningen. Door de eventuele ontwikkeling van de aanleg van de parallelstructuur van de A12 (aansluiting Lange Rottelaan op de N209) heeft de provincie Zuid-Holland via een reactieve aanwijzing deze wijzigingsbevoegdheid verwijderd uit het bestemmingsplan 'Rottezoom'. Deze parallelstructuur is niet meer aan de orde, hierdoor is de beoogde ontwikkeling weer mogelijk. De dubbelbestemming voor archeologie beschermt de archeologische waarden die mogelijk in de grond aanwezig zijn. Hier geldt dat uitsluitend bebouwing is toegestaan die niet dieper reiken dan 0,5 meter beneden maaiveld en die een grondoppervlakte bestrijken die niet groter dan 100 m2 is.
Indien deze maten worden overschreden dient er eerst archeologisch onderzoek te worden verricht. De dubbelbestemming 'Waterstaat - Waterkering' zorgt voor de bescherming van de functie van de waterkering (Kruisweg).
Rho adviseurs voor leefruimte
401372.20200329
12
Voor het gehele plangebied is de Parapluherziening parkeernormering Lansingerland van toepassing, die onherroepelijk is vastgesteld op 30 maart 2017. Via dit bestemmingsplan zijn voor nieuwe ontwikkelingen op het gebied van bouwen en/of gebruiken de geldende parkeernormen in heel Lansingerland van toepassing verklaard. Strijdigheden De functie wonen is op dit moment niet toegestaan op de locatie. Hiervoor wordt het onderhavige bestemmingsplan opgesteld.
1.5
Leeswijzer
Hoofdstuk 2 van dit wijzigingsplan bevat het relevante beleidskader. Hoofdstuk 3 geeft een overzicht van relevant onderzoek naar onder andere milieuaspecten. Een toelichting op de juridische regeling van het plan is opgenomen in hoofdstuk 4. De uitvoerbaarheid komt aan de orde in hoofdstuk 5.
Rho adviseurs voor leefruimte
401372.20200329
13
Hoofdstuk 2
2.1
Ruimtelijk beleidskader
Inleiding
Het plan dient getoetst te worden aan het vigerend rijks-, provinciaal en gemeentelijk beleid. Hieronder is dit beleid nader beschreven. Gezien de kleinschalige aard van het plan, is dit onderdeel beperkt gehouden. Er geldt geen specifiek rijks- of regionaal beleid voor het plan.
2.2
Provinciaal beleid
2.2.1 Omgevingsvisie Zuid-Holland (geconsolideerde versie april 2019) Verstedelijking en wonen De provincie voorziet op regionaal niveau, samen met gemeenten, marktpartijen en woningbouwcorporaties, in voldoende en passende woningen voor de verschillende doelgroepen, waaronder de doelgroepen van het huurbeleid. Hierbij gaat de voorkeur uit naar nieuwe woningbouw binnen bestaand stads- en dorpsgebied en georiënteerd op hoogwaardig openbaar vervoer. De provincie is terughoudend over het toevoegen van nieuwe woningbouwlocaties buiten bestaand stads en dorpsgebied en vraagt om de bodemdalingsgevoeligheid van een gebied expliciet mee te wegen. De provincie heeft de ambitie om alle woningen in Zuid-Holland in 2035 CO2-neutraal en vóór 2050 klimaatrobuust ingericht en ingepast te laten zijn. Nieuwe woningen dragen bij aan een aantrekkelijke woon- en leefomgeving in Zuid-Holland. Nieuwe woningen zijn energieneutraal of leveren energie en zijn toegerust op de gevolgen van klimaatverandering (heftige regenbuien, perioden van droogte en hittestress) en bodemdaling. Gemeenten maken in samenspraak met de provincie regionale woonvisies en regionale woningbouwprogramma's waarin de bovengenoemde doelstellingen zijn uitgewerkt. Toetsing Het lint is in de Omgevingsvisie niet aangemerkt als stads- en dorpsgebied.
Het gebied is echter wel onderdeel van het bestaand stedelijk gebied als bedoeld in artikel 1.1.1 van het Besluit ruimtelijke ordening. Het gaat immers om een perceel met een stedelijke functie die aan drie zijden wordt omsloten door andere stedelijke functies. Het toevoegen van woningen binnen het bestaand stedelijk gebied van Bleiswijk past binnen het provinciale beleid. 2.2.2 Omgevingsverordening Zuid-Holland (geconsolideerde versie april 2019) Het provinciaal beleid wordt planologisch geborgd door de Omgevingsverordening. Hierin is onder andere de Ladder voor duurzame verstedelijking juridisch geborgd. Verder zijn regels gesteld ten aanzien van (nieuwe) functies. Afdeling 6.2 van de Omgevingsverordening heeft betrekking op bestemmingsplannen.
Rho adviseurs voor leefruimte
401372.20200329
14
Eén van de speerpunten van het provinciaal ruimtelijk beleid is om de bebouwde ruimte beter te benutten, door herstructurering, intensivering en/of transformatie van het stedelijk gebied. Tegelijkertijd is er het streven om de leefkwaliteit van die bebouwde ruimte te verbeteren. Toetsing Het gebied is op de kwaliteitskaart (behorend bij de Omgevingsvisie Zuid-Holland) aangemerkt als dorpsrand. Ontwikkelingen aan de stads- of dorpsrand dragen bij aan het realiseren van een rand met passende overgangskwaliteit (front, contact of overlap).
Figuur 2.1: Uitsnede kwaliteitskaart (behorend bij Omgevingsvisie Zuid-Holland). Er is sprake van inpassing. Het lint Kruisweg is gelegen in het gebiedsprofiel Bentwoud, Rottemeren en Zuidplas van de provincie Zuid-Holland. Het gebiedsprofiel is de regionale vertaling van de kwaliteitskaart en vormt het vertrekpunt voor de gewenste ruimtelijke kwaliteit. De ontwikkeling past in het gebiedsprofiel, waarin het gebied is aangemerkt als lint. Transformaties in het lint moeten aansluiten bij de bestaande korrel, het profiel en de transparantie van het lint. De bestaande kavelopbouw moet daarbij zoveel mogelijk als uitgangspunt worden genomen. Ladder voor duurzame verstedelijking Uitgangspunt van de strategie voor de bebouwde ruimte is betere benutting van het bestaand stads- en dorpsgebied (BSD). Stedelijke ontwikkeling vindt daarom primair plaats binnen BSD. Niet alle vraag naar wonen en werken kan en hoeft te worden opgevangen binnen BSD. De ladder voor duurzame verstedelijking, zoals opgenomen in het Besluit ruimtelijke ordening (Bro), bevat het handelingskader. De provincie heeft de ladder voor duurzame verstedelijking ook opgenomen in de verordening, om het provinciaal belang bij toepassing van deze ladder te benadrukken.
Dit biedt de provincie de mogelijkheid om enkele begrippen die voor meerdere uitleg vatbaar zijn, te verduidelijken voor de specifieke Zuid-Hollandse situatie. De ladder zoals opgenomen in het Bro is een motiveringseis voor de toelichting van het bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt. Om een vrijblijvend karakter te vermijden, heeft de ladder zoals opgenomen in de verordening daarom niet alleen betekenis voor de toelichting van het bestemmingsplan maar ook voor de inhoud.
Rho adviseurs voor leefruimte
401372.20200329
15
Toetsing De ontwikkeling bestaat uit de ontwikkeling van 4 woningen en is al in het gemeentelijke woningbouwprogramma meegenomen dat regionaal is afgestemd. De beoogde ontwikkeling wordt niet gezien als een nieuwe stedelijke ontwikkeling en hoeft daarom niet getoetst te worden aan de ladder voor duurzame verstedelijking. 2.2.3 Conclusie De beoogde ontwikkeling is niet in strijd met het provinciaal beleid.
2.3
Gemeentelijk beleid
2.3.1 Structuurvisie Lansingerland De gemeente Lansingerland heeft op 18 februari 2010 een structuurvisie vastgesteld voor het gemeentelijk grondgebied. Aanleiding voor deze structuurvisie is de fusie van de drie gemeenten Berkel en Rodenrijs, Bergschenhoek en Bleiswijk. Lansingerland geeft in deze structuurvisie een toekomstbeeld en de ontwikkelingsrichting voor de gemeente tot 2025. Uit deze structuurvisie volgt dat onderhavig plangebied is aangewezen voor het 'behoud cultuurhistorisch waardevolle karakter linten'. De linten zijn belangrijke dragers van de identiteit van Lansingerland. Behoud en versterking van het cultuurhistorisch waardevolle karakter van de linten is uitgangspunt. Dit houdt onder andere in dat de diversiteit aan functies, bebouwingsvormen en de openheid/doorzichten behouden moeten blijven. Daar waar functies zijn gevestigd die qua aard of schaal als niet meer passend moeten worden beschouwd, is ontwikkeling en of transformatie mogelijk. Ontwikkelingen moeten passen bij de schaal en de maat van het lint. Transformatie is geen doel op zich maar een middel om bij te dragen aan verbetering van de stedenbouwkundige kwaliteit van het lint. In de structuurvisie Lansingerland is ten aanzien van de linten het volgende bepaald: De linten zijn belangrijke dragers van de identiteit van Lansingerland.
Behoud en versterking van het cultuurhistorisch waardevolle karakter van de linten is uitgangspunt. Dit houdt onder andere in dat de diversiteit aan functies, bebouwingsvormen en de openheid behouden moeten blijven. Daar waar functies zijn gevestigd die qua aard of schaal als niet meer passend moeten worden beschouwd, is ontwikkeling of transformatie mogelijk. Ontwikkelingen moeten passen bij de schaal en maat van het lint. Transformatie is geen doel op zich maar een middel om bij te dragen aan verbetering van de ruimtelijke kwaliteit van het lint. De Kruisweg is aangemerkt als landelijk lint. Het is daarom van belang dat nieuwe ontwikkelingen in samenhang met de lintstructuur en landschappelijke structuur plaatsvinden. Een belangrijke kwaliteit is de transparantie van het lint; de doorzichten op het open landschap. Ontwikkeling van locaties in het lint moeten bijdragen aan de instandhouding en waar mogelijk de versterking van die kwaliteit. Dit zal zich manifesteren door de situering en maatvoering van bebouwing, de landschappelijke structuur en eenheid en relatie van het hele perceel met de lintstructuur. Milieurandvoorwaarden In de structuurvisie Lansingerland zijn verschillende relatief grootschalige ontwikkelingen opgenomen zoals de realisatie van nieuwe woonwijken, bedrijventerreinen en infrastructurele ingrepen.
In veel gevallen zijn deze ontwikkelingen reeds vastgelegd in bestemmingsplannen, waar nodig in combinatie met een m.e.r.(-beoordeling). Wanneer projecten zijn vastgelegd in een bestemmingsplan, worden deze in het kader van dit planMER niet als nieuwe ontwikkelingen beschouwd, maar zijn deze onderdeel van de referentiesituatie. De belangrijkste milieurandvoorwaarden betreffen bodem en water, ecologie, landschap, cultuurhistorie en archeologie, luchtkwaliteit, geluid, externe veiligheid en de hoogspanningsverbinding.
Rho adviseurs voor leefruimte
401372.20200329
16
Binnen het aspect geluid wordt ingegaan op Rotterdam Airport. Ten aanzien van Rotterdam Airport gelden een 35- en 20 Ke-contour. Binnen de 35 Ke-contour is geen geluidsgevoelige bebouwing toegestaan. Binnen de 20 Ke-contour mag slechts herstructurering en intensivering van bestaand bebouwd gebied plaatsvinden. Daarnaast zijn slechts uitbreidingen toegestaan voor zover deze zijn aangewezen binnen het provinciaal beleid. Toetsing De inpassing van 4 woningen past bij de maat en schaal van het lint. Daarnaast zijn de woningen niet binnen een Ke-contour gelegen, waardoor dit ook geen belemmering vormt voor de ontwikkeling. 2.3.2 Gebiedsvisie Kruisweg De locatie valt onder het deelgebied dorpsbebouwing. In dit gebied wordt uitgegaan van grondgebonden woningen. Hierbij kan worden gedacht aan rijwoningen (maximaal vier aaneengesloten), twee-onder-één-kap, en vrijstaande woningen. Bij de uitwerking is het wenselijk te streven naar een mix van deze types om zodoende aan te sluiten bij het gevarieerde beeld ter plaatse. Het parkeren dient opgelost te worden op eigen terrein. Toetsing De nieuw te bouwen woningen zullen bestaan uit vrijstaande woningen. Iedere woning wordt voorzien van twee parkeerplaatsen, zodat op eigen terrein kan worden geparkeerd. Hierbij wordt dus aangesloten op de Gebiedsvisie Kruisweg.
2.3.3 Woonvisie Lansingerland 2015-2020 De gemeente Lansingerland wil met de voorliggende Woonvisie Lansingerland 2015-2020 voor in elk geval zes jaren haar visie en beleid uitdragen op het vlak van woningen, woonomgeving, woningbouw en doelgroepen van woonbeleid. Daarbij vindt aansluiting plaats met de overkoepelende missie van de gemeente om zorg te willen dragen voor een gevoel van welbevinden bij iedere inwoner op het terrein van wonen, werken en recreëren in Lansingerland. Uit deze woonmissie volgen drie beleidsdoelen: 1. behouden/vergroten van keuzevrijheid en een gevarieerd woningaanbod ('voor alle inwoners, met een gevarieerd woningaanbod, passend bij de sociale en demografische opbouw van de samenleving'); 2. bieden van gevarieerde en veilige woonmilieus waarbij we het dorpse en landelijke karakter bekrachtigen ('veilig en prettig kunnen wonen'); 3. versterken van een duurzame woon- en leefomgeving ('bouwen aan een groene en duurzame leefomgeving, met behoud van historische en culturele waarden'). Toetsing Het realiseren van 4 nieuwe woningen aan het lint de Kruisweg draagt bij aan een gevarieerder woningaanbod binnen de gemeente. Daarnaast kent het gebied een dorps woonmilieu. De woningen worden 0 op de meter, gasloos en duurzaam in materiaalgebruik. Hiermee sluiten ze aan op de Woonvisie Lansingerland.
Rho adviseurs voor leefruimte
401372.20200329
17
2.3.4 Nota Cultuurhistorie Plus (2012) Deze nota geeft de basis voor ruimtelijke kwaliteitsbeleid binnen de gemeente. De Kruisweg is aangemerkt als historisch polderlint. De polderlinten bestaan altijd uit een weg met boezemvaart erlangs en met bebouwing aan een of twee kanten. Van een duidelijke rooilijn is geen sprake. De bebouwing is heel divers. Het gaat om boerderijen, tuinderswoningen, allerlei soorten woonhuizen en bedrijfsgebouwen. Volume, kaprichting, materiaalgebruik en kleur van de bebouwing variëren.
Toetsing Het realiseren van 4 nieuwe woningen aan het lint de Kruisweg is niet in strijd met de Nota Cultuurhistorie Plus. 2.3.5 Parapluherziening parkeernormering Lansingerland Op 30 maart 2017 is de Parapluherziening Parkeernormering Lansingerland vastgesteld. Via deze parapluherziening worden voor nieuwe ontwikkelingen op het gebied van bouwen en/of gebruiken de geldende parkeernormen in heel Lansingerland van toepassing verklaard. De regeling is overgenomen in het voorliggende bestemmingsplan. Toetsing Voor de locatie wordt rekening gehouden met de parkeernormen zoals opgenomen in de Parapluherziening parkeernormering Lansingerland.
Rho adviseurs voor leefruimte
401372.20200329
18
Rho adviseurs voor leefruimte
401372.20200329
19
Hoofdstuk 3
3.1
Sectorale aspecten
Inleiding
In dit hoofdstuk worden de voor dit wijzigingsplan relevante milieuaspecten beschreven. Het plan maakt een bestemmingswijziging mogelijk. Dit hoofdstuk bevat de uitkomsten van de benodigde onderzoeken met de daarbij behorende conclusies.
3.2
Vormvrije mer-beoordeling
Toetsingskader In onderdeel C en D van de bijlage bij het Besluit m.e.r. is aangegeven welke activiteiten in het kader van het omgevingsvergunning plan-m.e.r.-plichtig, project-m.e.r.-plichtig of m.e.r.-beoordelingsplichtig zijn. Voor deze activiteiten zijn in het Besluit m.e.r. drempelwaarden opgenomen. Indien een activiteit onder de drempelwaarden blijft, dient alsnog een vormvrije m.e.r.-beoordeling uitgevoerd te worden, waarbij onderzocht dient te worden of de activiteit belangrijke nadelige gevolgen heeft voor het milieu, gelet op de omstandigheden als bedoeld in bijlage III van de EEG-richtlijn milieueffectbeoordeling. Deze omstandigheden betreffen de kenmerken van het project, de plaats van het project en de kenmerken van de potentiële (milieu)effecten. Onderzoek In het Besluit milieueffectrapportage is opgenomen dat de aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject m.e.r.-beoordelingsplichtig is in gevallen waarin de activiteit betrekking heeft op een oppervlakte van 100 hectare of meer, of een aaneengesloten gebied en 2000 of meer woningen omvat (Besluit milieueffectrapportage, bijlage onderdeel D11.2). De beoogde ontwikkeling bestaat uit de realisatie van 4 grondgebonden woningen. De beoogde ontwikkeling blijft daarmee ruim onder de drempelwaarde.
Gelet op de kenmerken van het plan, zoals het kleinschalige karakter in vergelijking met de drempelwaarden uit het Besluit m.e.r, de locatie van het plan en de kenmerken van de potentiële effecten zullen geen belangrijke negatieve milieugevolgen optreden. Dit blijkt ook uit de (vormvrije) mer-beoordeling die in bijlage 1 is opgenomen. Voor dit bestemmingsplan is dan ook geen mer-procedure of mer-beoordelingsplicht noodzakelijk conform het Besluit m.e.r (zie ook collegebesluit d.d. 1 juli 2021 in bijlage 2). Conclusie Er zullen geen belangrijke negatieve milieugevolgen optreden als gevolg van de ontwikkeling. Voor dit bestemmingsplan is dan ook geen mer-procedure of mer-beoordelingsplicht noodzakelijk conform het Besluit m.e.r.
Rho adviseurs voor leefruimte
401372.20200329
20
3.3
Water
Waterbeheer en watertoets De initiatiefnemer dient in een vroeg stadium overleg te voeren met de waterbeheerder over een ruimtelijke planvoornemen. Hiermee wordt voorkomen dat ruimtelijke ontwikkelingen in strijd zijn met duurzaam waterbeheer. Het plangebied ligt binnen het beheersgebied van het Hoogheemraadschap Schieland en de Krimpenerwaard, verantwoordelijk voor het waterkwantiteits- en waterkwaliteitsbeheer. Bij het tot stand komen van het plan wordt overleg gevoerd met de waterbeheerder over deze waterparagraaf. De opmerkingen van de waterbeheerder worden vervolgens verwerkt in deze waterparagraaf. Beleid duurzaam stedelijk waterbeheer Op verschillende bestuursniveaus zijn de afgelopen jaren beleidsnota's verschenen aangaande de waterhuishouding, allen met als doel een duurzaam waterbeheer (kwalitatief en kwantitatief). Deze paragraaf geeft een overzicht van de voor het plangebied relevante nota's, waarbij het beleid nader wordt behandeld.
Europees: » Kaderrichtlijn Water (KRW) Nationaal: » Nationaal Waterplan (NW) » Nationaal Bestuursakkoord Water (NBW) » Waterwet Provinciaal: » Provinciaal Waterplan » Provinciale Structuurvisie » Provinciale Omgevingsverordening Hoogheemraadschapsbeleid Het beleid van het Hoogheemraadschap van Schieland en de Krimpenerwaard (verder HHSK) is vastgelegd in het waterbeheerplan HHSK 2016-2021, de Keur van Schieland en de Krimpenerwaard, peilbesluiten en de leggers. De beschikbaarheid van voldoende, schoon water is bovendien onmisbaar voor de glastuinbouw, melkveehouderij en industrie en van groot belang voor recreatie en natuur. Veilig en aangenaam wonen, werken en recreëren, vereist een voortdurende zorg voor het waterbeheer. Dit valt allemaal onder het beheer van HHSK. In het waterbeheerplan van HHSK 2016-2021 staan de vier waterschapstaken of -programma's centraal: I. veilig en bewoonbaar (waterveiligheid), II. voldoende, schoon en aantrekkelijk water (watersysteem), III. gezuiverd water (afvalwaterketen en emissies), en IV. veilige wegen (wegen). Huidige situatie Algemeen Het plangebied betreft een weide. Het plangebied is onverhard. Bodem en grondwater Volgens de Bodemkaart van Nederland bestaat de bodem ter plaatse uit lichte klei met een homogeen profiel. Er is sprake van grondwater trap Vb.
Dat wil zeggen dat de gemiddelde hoogste grondwaterstand varieert van 0,25 tot 0,40 meter onder maaiveld en de gemiddelde laagste grondwaterstand meer dan 1,2 meter onder maaiveld is gelegen.
Rho adviseurs voor leefruimte
401372.20200329
21
Waterkwantiteit Binnen het plangebied is geen oppervlaktewater aanwezig. In het westen, tussen de Hoefweg en het plangebied, is een watergang gelegen. In het oosten, langs de Kruisweg, is ook een watergang gelegen. Watersysteemkwaliteit en ecologie Het oppervlaktewater langs de Kruisweg is aangewezen als KRW-waterlichaam. Dit water staat aangemerkt als de Vaart Bleiswijk. Dit is een kunstmatig water. In 2015 is een peiling gehouden voor de waterkwaliteit en ecologische toestand. De chemische toestand voldeed, terwijl de totale biologische toestand ontoereikend was. De ecologische toestand of het potentieel was ontoereikend. Veiligheid en waterkeringen Het plangebied is deels gelegen binnen de kernzone (en beschermingszone) van een regionale waterkering, zie figuur 3.1. Het planvoornemen is het bouwen van 4 nieuwe woningen, waarbij 3 woningen binnen deze kernzone wordt gebouwd. Voor de bouw van de woningen in de kering wordt een watervergunning aangevraagd.
Figuur 3.1: Plangebied en nabijgelegen waterkering. Afvalwaterketen en riolering Het plangebied is aangesloten op het gemeentelijke rioleringssysteem.
Rho adviseurs voor leefruimte
401372.20200329
22
Toekomstige situatie Algemeen Ten opzichte van de huidige situatie zal het verhard oppervlak toenemen. Tabel 3.1: Overzicht toename verhard oppervlak Verhard oppervlak Toename Woningen 600 m2 Overig verhard oppervlak (weg) 660 m2 Tuinverharding (501^) 1.390 m2 Totaal 2.650 m2 Het aanbrengen van meer dan 500 m2 verharding is vergunningplichtig op grond van de Keur van Hoogheemraadschap van Schieland en de Krimpenerwaard. Bij een toename van verhard oppervlak wordt neerslag versneld afgevoerd. Om te voorkomen dat de versnelde afvoer in de toekomst tot overlast leidt, dient de toename van verhard oppervlak te worden gecompenseerd door middel van waterberging. Het Hoogheemraadschap houdt rekening met deze onzekerheden door een minimale en een maximale norm toe te passen op de waterbergingseis ter compensatie van de verhardingstoename. Voor alle ruimtelijke ontwikkelingen geldt dat de compensatie-eis ligt tussen 5'^ en 20'^ van de netto verhardingstoename in het plangebied. Aan de noordkant van het plangebied is recent een waterpartij met 470 m2 uitgebreid ten behoeve van de watercompensatie. Naar verwachting is hiermee in voldoende watercompensatie voorzien. Watersysteemkwaliteit en ecologie Ter voorkoming van diffuse verontreinigingen van water en bodem geldt een verbod op het toepassen van zink, lood, koper en PAK's-houdende bouwmaterialen.
Afvalwaterketen en riolering Conform de Kennisbank Stedelijk water en vigerend Hoogheemraadschapsbeleid is het voor nieuwbouw gewenst een gescheiden rioleringsstelsel aan te leggen zodat schoon hemelwater niet bij een rioolzuiveringsinstallatie terecht komt. Afvalwater wordt aangesloten op de bestaande gemeentelijke riolering. Voor hemelwater wordt de volgende voorkeursvolgorde aangehouden: » hemelwater vasthouden voor benutting, » (in-) filtratie van afstromend hemelwater, » afstromend hemelwater afvoeren naar oppervlaktewater, » afstromend hemelwater afvoeren naar AWZI. Waterbeheer Voor aanpassingen aan het bestaande watersysteem dient bij het Hoogheemraadschap vergunning te worden aangevraagd op grond van de "Keur". Dit geldt dus bijvoorbeeld voor het graven van nieuwe watergangen, het aanbrengen van een stuw of het afvoeren van hemelwater naar het oppervlaktewater. In de Keur is ook geregeld dat een beschermingszone voor watergangen en waterkeringen in acht dient te worden genomen. Dit betekent dat binnen de beschermingszone niet zonder ontheffing van het Hoogheemraadschap gebouwd, geplant of opgeslagen mag worden. De genoemde bepaling beoogt te voorkomen dat de stabiliteit, het profiel en/of de veiligheid wordt aangetast, de aan- of afvoer en/of berging van water wordt gehinderd dan wel het onderhoud wordt gehinderd. Ook voor het onderhoud gelden bepalingen uit de "Keur".
Het onderhoud en de toestand van de (hoofd)watergangen worden tijdens de jaarlijkse schouw gecontroleerd en gehandhaafd.
Rho adviseurs voor leefruimte
401372.20200329
23
Conclusie Het plangebied is deels gelegen binnen de kernzone van een regionale waterkering. Voor de bouw van de woningen binnen deze zone is vergunning van het Hoogheemraadschap van Schieland en de Krimpenerwaard vereist. Omdat het verhard oppervlak met meer dan 500 m2 toeneemt, is watercompensatie verplicht. Hierin is reeds voorzien. Het aspect water belemmert het planvoornemen dan ook niet.
3.4
Mobiliteit
Ontsluiting woningen De woningen ontsluiten op de Kruisweg. De achterzijdes van de percelen zijn te bereiken via een private weg, zie figuur 1.3. De Kruisweg is gecategoriseerd als erftoegangsweg binnen de bebouwde kom en kent een maximum snelheid van 30 km/h. De weg heeft geen doorgaande functie en loopt in zuidelijke richting dood. In noordelijke richting sluit de Kruisweg aan op de Dwarslaan. Vanaf hier wordt verder ontsloten richting Moerkapelle of de N209 (Nieuwe Hoefweg). De fietser deelt op de Kruisweg de weg met het overige verkeer. In noordelijke richting kan de fietser, via de Achterlaan, aansluiten op een vrijliggend fietspad parallel aan de Prismalaan Oost. Voor de fietser is de Kruisweg in zuidelijke richting niet doodlopend en kan aangesloten worden op een fietsnetwerk in verschillende richtingen. De meest nabijgelegen openbaarvervoerhalte is de bushalte Bleiswijk, Prismalaan Oost. Hier zijn busverbindingen naar Den Haag Centraal en Zoetermeer. Vanaf NS-station Bleiswijk-Zoetermeer zijn er treinverbindingen richting Den Haag Centraal en Utrecht. Parkeren Het parkeren voldoet aan de 'Parupluherziening parkeernormering Lansingerland uit 2017' van de gemeente Lansingerland. Het parkeren bij de nieuwe woningen wordt opgelost op eigen terrein.
Hiervoor is, ten behoeve van de bewoners zelf, op eigen terrein is per woning ruimte gereserveerd voor twee parkeerplaatsen aan de Kruisweg en twee parkeerplaatsen aan de achterzijde. De parkeerplaatsen worden ingericht naar behoefte van de toekomstige bewoners. De weg aan de achterzijde wordt verbreed, zodat hier voldoende parkeergelegenheid voor bezoekers is. Parkeren rechtstreeks op de Kruisweg is onwenselijk en wordt om die reden niet gestimuleerd. Het bouwverkeer parkeert tijdelijk op de gronden van de ontwikkeling aan de Kruisweg 44. Verkeersgeneratie Op basis van een ligging in rest bebouwde kom en een matig stedelijke gemeente bedraagt de verkeersgeneratie 8,2 mvt/etmaal per woning (Toekomstbestendig parkeren, CROW publicatie 381). De toename aan verkeer bedraagt 32,8 mvt/etmaal. De ontsluitende verkeersstructuur heeft voldoende capaciteit om het verkeer ten gevolge van de nieuwe woningen op een goede en veilige manier af te wikkelen. Conclusie Het aspect mobiliteit staat de realisatie van het plan niet in de weg.
Rho adviseurs voor leefruimte
401372.20200329
24
3.5
Weg- en railverkeerslawaai
Toetsingskader Langs alle wegen - met uitzondering van 30 km/h-wegen en woonerven - en spoorlijnen bevinden zich op grond van de Wet geluidhinder (Wgh) geluidszones waarbinnen de geluidshinder vanwege de weg getoetst moet worden: » De breedte van de geluidszones langs wegen is afhankelijk van het aantal rijstroken en van binnen of buiten stedelijke ligging. » De zonebreedte van spoorwegen is afhankelijk van de hoogte van het vastgestelde Geluidproductieplafond (GPP) en wordt gemeten uit de kant van de buitenste spoorstaaf. Bij het mogelijk maken van nieuwe geluidsgevoelige functies binnen de zones van een weg of spoorweg dient te worden getoetst aan de normen van de Wgh. Voor de geluidsbelasting aan de buitengevels van woningen binnen de wettelijke geluidszone van een (spoor)weg gelden bepaalde voorkeursgrenswaarden en uiterste grenswaarden. De geluidshinder wordt berekend aan de hand van de Europese dosismaat Lden (L day-evening-night). Deze dosismaat wordt weergegeven in dB. De waarde vertegenwoordigt het gemiddelde geluidsniveau over een etmaal. In bepaalde gevallen is vaststelling van een hogere waarde mogelijk.
Hogere grenswaarden kunnen alleen worden verleend, nadat is onderbouwd dat maatregelen om de geluidsbelasting aan de gevel van geluidsgevoelige bestemmingen terug te dringen onvoldoende doeltreffend zijn, dan wel overwegende bezwaren ontmoeten van stedenbouwkundige, verkeerskundige, vervoerskundige, landschappelijke of financiële aard. Deze hogere grenswaarde mag de uiterste grenswaarde niet te boven gaan. De gemeente Lansingerland heeft hogere waardenbeleid vastgesteld waarin voorwaarden zijn vastgelegd. Tabel 3.2: Relevante grenswaarden woningen Voorkeursgrenswaarde Wegverkeerslawaai 48 dB Railverkeerslawaai
55 dB
Uiterste grenswaarde 53 dB buitenstedelijk 63 dB binnenstedelijk 68 dB
De geluidswaarde binnen de woningen (binnenwaarde) dient in alle gevallen te voldoen aan de in het Bouwbesluit neergelegde norm van 33 dB voor wegverkeer en van 35 dB voor railverkeer. Onderzoek Vanwege de ligging in de geluidzone van verschillende wegen is een akoestisch onderzoek naar weg- en spoorweglawaai uitgevoerd, zie bijlage 3. Uit het onderzoek blijkt dat : » Geluidreducerende maatregelen aan de bron of in de overdracht zijn redelijkerwijs niet mogelijk en stuiten op overwegende bezwaren van onder andere technische en financiële aard. Hogere waarden nodig zijn voor de volgende bronnen: a. Rijksweg A12: 53 dB; b. Nieuwe Hoefweg N209: 53 dB; c. Spoorweg HSL en traject Zoetermeer-Gouda: 58 dB. » De gecumuleerde geluidbelasting ten gevolge van deze wegen en spoorwegen bedraagt ten hoogste 60 dB. » Uitgaande van nieuwbouweisen uit het Bouwbesluit 2012 resulteert dit in een ten hoogste benodigde karakteristieke gevelgeluidwering van minimaal 27 dB. Dit is 7 dB beter dan de minimaal vereiste geluidwering en is goed te realiseren met de juiste geluidwerende maatregelen. Deze maatregelen worden in latere fases bij het ontwerp van de woningen ten behoeve van de aanvraag omgevingsvergunning bepaald.
Rho adviseurs voor leefruimte
401372.20200329
25
»
Volgens de omgevingsdienst en gemeente is een volledige geluidluwe zijde vereist op elke verdieping met verblijfsruimten. Er kan een gelijkwaardige kwaliteit worden gerealiseerd met behulp van plaatselijke gebouwgebonden schermen aan de buitenzijde van te openen ramen. De oriëntatie van de geluidluwe gevel mag per woonlaag verschillen, mits die gevel over de volledige breedte van de woning aanmerkbaar is en/of ingericht wordt als geluidluwe gevel. Ter borging kan dit als volgt opgenomen worden in de planregels van het bestemmingsplan en/of als voorschrift aan het besluit hogere waarden: ''Elke woonlaag met een verblijfsruimte moet beschikken over een volledige geluidluwe zijde. De geluidluwe zijde mag per woonlaag anders georiënteerd zijn (vrije keuze bewoner /ontwikkelaar). Als de gekozen geluidluwe zijde niet van nature volledig geluidluw is over de volle breedte van die woonlaag dienen alle te openen ramen in niet-geluidluwe-delen van die gevel te worden voorzien van een plaatselijk geluidreducerend scherm aan de buitenzijde van het te openen raam. Dit geldt alleen voor verblijfsruimten zoals woonkamers, eetkeukens en slaapkamers en dus niet voor badkamers, bergingen, verkeersruimten en onbenoemde zolders.'' » Hiermee wordt voldaan aan de aanvullende voorwaarden uit het geluidbeleid van de gemeente met betrekking tot de aanwezigheid van geluidluwe gevels en buitenruimte.
Conclusie Het aspect geluidhinder vormt geen belemmering voor het onderhavige voornemen. Het laten vaststellen van hogere waarden is voor de woningen wel noodzakelijk. Het ontwerpbesluit hogere waarden is tegelijkertijd met het ontwerpbestemmingsplan ter inzage gelegd. In de regels van dit bestemmingsplan is bepaald dat het gebruik voor wonen uitsluitend is toegestaan als is aangetoond dat wordt voldaan aan de voorkeursgrenswaarden uit de Wet geluidhinder, dan wel de hogere waarden (en bijbehorende voorwaarden) uit het besluit hogere waarden (zie ook besluit hogere waarden in bijlage 4). Omdat volgens het gemeentelijk beleid verblijfsruimten aan een geluidluwe gevel moeten worden gesitueerd, worden in verband hiermee voorschriften aan het besluit hogere waarden verbonden.
3.6
Bedrijven en milieuzonering
Toetsingskader In het kader van een goede ruimtelijke ordening is het van belang dat bij de aanwezigheid van bedrijven in de omgeving van milieugevoelige functies zoals woningen: » ter plaatse van de woningen een goed woon- en leefmilieu kan worden gegarandeerd; » rekening wordt gehouden met de bedrijfsvoering en milieuruimte van de betreffende bedrijven. Om in de belangenafweging tussen bedrijvigheid en gevoelige functies de milieuaspecten in voldoende mate mee te nemen, wordt in de milieuonderbouwing van de beoogde ontwikkeling gebruik gemaakt van de VNG-uitgave 'Bedrijven en milieuzonering' (2009). In deze uitgave is een lijst van bedrijfstypen opgenomen, waarin voor een groot aantal bedrijfstypen en -activiteiten richtafstanden ten opzichte van een 'rustige woonwijk/rustig buitengebied' worden vermeld. Zoals ook in de VNG-publicatie is aangegeven en in vaste jurisprudentie is bevestigd, kan voor het omgevingstype 'gemengd gebied' worden afgeweken van deze richtafstanden. Onderzoek In de omgeving van het plangebied zijn diverse bedrijven gevestigd. Kruisweg 17-19 Aan de overzijde van de Kruisweg (17-19) is het bedrijf ELM gevestigd. Het bedrijf richt zich op de verkoop en reparatie van grondverzetmachines en landbouwmachines. Een groothandel in machines en apparaten valt volgens de genoemde VNG-publicatie in categorie 3.2. Geluid is het maatgevende aspect.
Rho adviseurs voor leefruimte
401372.20200329
26
Uitgaande van het gebiedstype 'rustige woonwijk' bedraagt de richtafstand 100 meter, in 'gemengd gebied' bedraagt de richtafstand 50 meter. De afstand wordt gemeten van de grens van de bedrijfsbestemming tot de meest nabij gelegen gevels van de woningen. In dit geval kan gezien de functiemenging langs de Kruisweg en de ligging op korte afstand van de hoofdinfrastructuur in principe worden uitgegaan van de richtafstand van 50 meter. De dichtstbijzijnde woning ligt op een afstand van circa 58 meter en ligt hiermee buiten de richtafstand. Kruisweg 54 Aan de Kruisweg 54 is een bedrijfspand aanwezig dat momenteel slechts gedeeltelijk wordt gebruikt. Ter plaatse is volgens het vigerende bestemmingsplan de vestiging van bedrijven uit maximaal milieucategorie 2 toegestaan. Ter plaatse is echter als specifieke vorm van bedrijf tevens de activiteit 'Timmerwerkfabrieken, vervaardiging overige artikelen van hout' toegestaan uit maximaal milieucategorie 3.1. Voor dergelijke kleinschalige timmerwerkfabrieken dient rekening te worden gehouden met een richtafstand van 50 meter voor geluid en 30 meter voor stof, uitgaande van het gebiedstype 'rustige woonwijk'. In 'gemengd gebied' bedraagt de richtafstand voor geluid 30 meter en voor stof 10 meter.
In dit geval kan gezien de functiemenging langs de Kruisweg en de ligging op korte afstand van de hoofdinfrastructuur in principe worden uitgegaan van de richtafstand van 30 meter. Het plangebied ligt op een afstand van circa 70 meter van dit bedrijf en ligt hiermee buiten de richtafstand. Greenpoint Aan de overzijde van de N209, op een afstand van circa 65 meter, ligt het multi-fuel tankstation Greenpoint. In de VNG-richtlijn is een multi-fuel tankstation (Greenpoint) niet opgenomen. Voor de meeste aspecten van een Greenpoint is de milieubelasting vergelijkbaar met een regulier tankstation. Het plangebied ligt buiten de richtafstanden (30 meter). Het aspect veiligheid kan vanwege de aanwezigheid van andere brandstoffen afwijken van een regulier tankstation, dit aspect is nader toegelicht in paragraaf 3.7. Bedrijvenpark Prisma en overige bedrijven Aan de overzijde van de N209 is het bedrijvenpark Prisma in ontwikkeling. In de milieuzonering en de daaraan gekoppelde toelaatbaarheid van bedrijfsactiviteiten is rekening gehouden met de woningen aan de Kruisweg.
Hoewel gezien de functiemening in het gebied langs de Kruisweg en de ligging op korte afstand van de hoofdinfrastructuur (en het daarmee samenhangende verhoogde achtergrondniveau) uit zou mogen worden gegaan van de richtafstanden die gelden binnen het omgevingstype 'gemengd gebied', zijn in het bestemmingsplan Hoefweg-Noord de volledige richtafstanden (gebiedstype 'rustige woonwijk') gehanteerd. Ook de nieuwe woningen binnen het plangebied voldoen aan deze afstanden. Ook binnen het horecacluster bij de entree van het bedrijvenpark worden geen activiteiten toegestaan die kunnen leiden tot milieuhinder ter plaatse van de woningen aan de Kruisweg. Snackbars, cafetaria's en restaurants vallen volgens de genoemde VNG-publicatie in categorie 1, waarbij sprake is van een richtafstand van 10 meter. De afstand tot de beoogde woningen bedraagt meer dan 50 meter. Gezien de verschillende aanwezige horecagelegenheden en de mogelijkheden voor de vestiging van zwaardere bedrijven op het bedrijventerrein Hoefweg-Noord in combinatie met de overheersende windrichting, zou binnen het plangebied cumulatief sprake kunnen zijn van een zekere geurbelasting. Gezien de afstand van de woningen tot de omliggende bedrijven zal echter geen sprake zijn van een onaanvaardbare situatie.
Rho adviseurs voor leefruimte
401372.20200329
27
Kruisweg 30 In het zuiden grenst het plangebied aan het perceel Kruisweg 30. Volgens het vigerende bestemmingsplan Rottezoom heeft dit perceel een woonbestemming met specifieke bouwaanduiding voor een paardenstal en een paardenbak. Tevens staat op dit perceel een mestopslag. De paarden op dit perceel worden hobbymatig gehouden en niet "in een omvang alsof zij bedrijfsmatig is". De omvang van zowel het perceel als de dierstapel is beperkt. De stal biedt ruimte aan 3 paarden, maar dit aantal is niet te allen tijde aanwezig. De paarden, stal en paardenbak worden gebruikt door de bewoner en niet gebruikt voor commerciële doeleinden (geen verhuur). Er wordt af en toe een paard gefokt. Ook dit duidt niet direct op een winstoogmerk, de paarden worden namelijk niet altijd verkocht. De paardenbak is onverlicht en wordt maximaal enkele uren van de dag gebruikt door de bewoner, waardoor er geen sprake is van continuïteit of langdurige hinder. Ten opzichte van (verblijven voor) paarden die hobbymatig worden gehouden gelden geen vaste afstanden. De mestopslag is circa 10 m3. Zolang er 10 m3 of minder dierlijke of andere organische vaste meststoffen worden opgeslagen, wordt dit niet gezien als inrichting en gelden er geen afstandseisen. Conclusie Omliggende bedrijven worden door de realisatie van de woningen niet in de bedrijfsvoering beperkt.
Ter plaatse van de woningen is sprake van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat.
3.7
Externe veiligheid
Toetsingskader Bij ruimtelijke plannen dient ten aanzien van externe veiligheid naar verschillende aspecten te worden gekeken, namelijk: » bedrijven waar activiteiten plaatsvinden die gevolgen hebben voor de externe veiligheid; » vervoer van gevaarlijke stoffen over wegen, spoor, water of door buisleidingen. Voor zowel bedrijvigheid als vervoer van gevaarlijke stoffen zijn twee aspecten van belang, te weten het plaatsgebonden risico (PR) en het groepsrisico (GR). Het PR is de kans per jaar dat een persoon dodelijk wordt getroffen door een ongeval, indien hij zich onafgebroken (dat wil zeggen 24 uur per dag gedurende het hele jaar) en onbeschermd op een bepaalde plaats zou bevinden. Het PR wordt weergegeven met risicocontouren rondom een inrichting dan wel infrastructuur. Het GR drukt de kans per jaar uit dat een groep van minimaal een bepaalde omvang overlijdt als direct gevolg van een ongeval waarbij gevaarlijke stoffen betrokken zijn. De norm voor het GR is een oriëntatiewaarde. Het bevoegd gezag heeft een verantwoordingsplicht als het GR toeneemt en/of de oriëntatiewaarde overschrijdt. Risicovolle inrichtingen Het Besluit externe veiligheid inrichtingen (hierna: Bevi) geeft een wettelijke grondslag aan het externe veiligheidsbeleid rondom risicovolle inrichtingen.
Het doel van het besluit is de risico's waaraan burgers in hun leefomgeving worden blootgesteld vanwege risicovolle inrichtingen tot een aanvaardbaar minimum te beperken. Op basis van het Bevi geldt voor het PR een grenswaarde voor kwetsbare objecten en een richtwaarde voor beperkt kwetsbare objecten. Beide liggen op een niveau van 10-6 per jaar. Bij de vaststelling van een bestemmingsplan moet aan deze normen worden voldaan, ongeacht of het een bestaande of nieuwe situatie betreft. Het Bevi bevat geen grenswaarde voor het groepsrisico (GR). Wel geldt op basis van het Bevi een verantwoordingsplicht ten aanzien van het GR in het invloedsgebied rondom de inrichting. De in het externe veiligheidsbeleid gehanteerde norm voor het GR geldt daarbij als oriëntatiewaarde. Deze verantwoordingsplicht geldt zowel in bestaande als in nieuwe situaties.
Rho adviseurs voor leefruimte
401372.20200329
28
Vervoer van gevaarlijke stoffen Per 1 april 2015 is het Besluit externe veiligheid transportroutes (BEVT) en de regeling Basisnet in werking getreden. Het BEVT vormt de wet- en regelgeving, en de concrete uitwerking volgt in het Basisnet. Het Basisnet beoogt voor de lange termijn (2020, met uitloop naar 2040) duidelijkheid te bieden over het maximale aantal transporten van, en de bijbehorende maximale risico's die het transport van gevaarlijke stoffen mag veroorzaken. Het Basisnet is onderverdeeld in drie onderdelen: Basisnet Spoor, Basisnet Weg en Basisnet Water. Het BEVT en het bijbehorende Basisnet maakt bij het PR onderscheid in bestaande en nieuwe situaties. Voor bestaande situaties geldt een grenswaarde voor het PR van 10-5 per jaar ter plaatse van kwetsbare en beperkt kwetsbare objecten en een streefwaarde van 10-6 per jaar. Voor nieuwe situaties geldt de 10-6 waarde als grenswaarde voor kwetsbare objecten, en als richtwaarde bij beperkt kwetsbare objecten. In het Basisnet Weg en het Basisnet Water zijn veiligheidsafstanden (PR 10-6 contour) opgenomen vanaf het midden van de transportroute. Tevens worden in het Basisnet de plasbrandaandachtsgebieden benoemd voor transportroutes. Het Basisnet vermeldt dat op een afstand van 200 m vanaf de rand van het tracé in principe geen beperkingen hoeven te worden gesteld aan het ruimtegebruik.
Er geldt een oriënterende waarde voor het groepsrisico en onder voorwaarden een verantwoordingsplicht tot 200 m binnen de transportroute. Onderzoek Risicorelevante bedrijven Volgens de informatie op de provinciale risicokaart is in de omgeving van het plangebied een risicorelevante inrichting aanwezig. Het betreft het distributiecentrum van Hoogvliet ten zuidwesten van het plangebied. Uit de QRA voor het distributiecentrum blijkt dat het plangebied buiten de PR 10-6-contour en de PR 10-8-contour is gelegen. Het invloedsgebied bedraagt 1.189 meter. Het plangebied bevindt zich in het invloedsgebied. Het groepsrisico ligt ruimschoots onder de oriëntatiewaarde. De beoogde ontwikkeling is met 4 woningen beperkt te noemen. Hierdoor zal het groepsrisico niet significant toenemen. Deze inrichting leidt niet tot ruimtelijke beperkingen ter plaatse van de woningbouwlocatie. Ten zuidwesten van het plangebied bevindt zich risicovolle inrichting Greenpoint waar sprake is van een LNG-installatie met daarbij een CNG-installatie. In het kader van de aanvraag omgevingsvergunning is een risicoanalyse uitgevoerd. Hieruit blijkt dat het plangebied zich niet in de PR 10-6-contour bevindt. Wel bevindt het plangebied zich in het invloedsgebied. Uit het onderzoek blijkt tevens dat het groepsrisico onder de oriëntatiewaarde ligt. De beoogde ontwikkeling is relatief gering en betreft 4 woningen.
Hierdoor zal het groepsrisico niet significant toenemen. Vanwege de ligging in het invloedsgebied van een tweetal inrichtingen dient een beknopte verantwoording te worden opgesteld, waarin nader wordt ingegaan op de bestrijdbaarheid, bereikbaarheid en zelfredzaamheid. Deze verantwoording is verderop in deze paragraaf opgenomen. Andere inrichtingen liggen op dermate grote afstand van het plangebied dat deze niet relevant zijn. Vervoer van gevaarlijke stoffen In de omgeving van het plangebied vindt vervoer van gevaarlijke stoffen plaats over de A12 (afstand tot plangebied circa 500 m). Uit de gegevens uit het Basisnet weg blijkt dat de A12 ter hoogte van het plangebied een PR 10-6-contour heeft van 0 meter en geen plasbrandaandachtszone kent. Het groepsrisico ligt in de huidige situatie meer dan een factor 10 onder de oriëntatiewaarde. Omdat het plangebied op meer dan 200 meter van de A12 is gelegen, hoeven volgens het Basisnet geen beperkingen worden gesteld aan het ruimtegebruik. Er kan worden volstaan met een beknopte verantwoording. Omdat voor de A12 de PR 10-6-contour niet buiten de weg is gelegen, vormt het plaatsgebonden risico geen knelpunt voor de beoogde woningbouwontwikkeling.
Rho adviseurs voor leefruimte
401372.20200329
29
Gezien de aard en omvang van de ontwikkeling zal daarnaast geen sprake zijn van relevante gevolgen voor de hoogte van het groepsrisico. Ook over de N209, direct ten westen van het plangebied, vindt vervoer van gevaarlijke stoffen plaats. Het invloedsgebied wordt bepaald door stofcategore LT2 en bedraagt 880 meter. Het plangebied bevindt zich op circa 30 meter van de weg en bevindt zich in het invloedsgebied. In de Handleiding Risicoanalyse Transport (HART) zijn vuistregels opgenomen waarmee inzicht kan worden gegeven in de risicosituatie langs transportroutes zoals de N209. De beoogde realisatie betreft 4 woningen. In de Handleiding populatieservice wordt voor een woonfunctie groter dan 60 m2 het kental van 2,4 personen per woning gehanteerd. Dit geeft een populatie van 10 personen. Uit onderzoeken die in het verleden zijn uitgevoerd in het kader van de verbreding van de weg (meer zuidelijk gelegen deel van de N209) en de groepsverantwoording voor bestemmingsplan Hoefweg-Korenmolenweg blijkt dat over de N209 per jaar 106 transporten van GF3 plaatsvindt. Verder blijkt dat er geen sprake is van een PR 10-6-contour en dat ook geen sprake is van een overschrijding van de oriëntatiewaarde van het groepsrisico. Er hoeft daarom slechts getoetst te worden of er sprake is van een toename van meer dan 10% van de oriëntatiewaarde door de beoogde ontwikkeling.
In de HART worden de onderstaande vuistregels gehanteerd voor de toetsing van 10% van de oriëntatiewaarde voor een weg buiten de bebouwde kom (80 km/uur). »
Wanneer de vervoersstroom gevaarlijke stoffen in tankwagens (bulkvervoer) stoffen bevat uit de categorieën LT3, GT4 of GT5 (ongeacht de aantallen) pas dan RBM II toe. Wanneer GF3 minder is dan de drempelwaarde in Tabel 1-6 (eenzijdige bebouwing) of in Tabel 1-7 (tweezijdige bebouwing) wordt 10% van de oriëntatiewaarde niet overschreden.
»
Tabel 1-7 Drempelwaarden GF3-vervoer voor overschrijding 10“A, van de oriënta tiewaarde, weg buiten bebouwde kom, tweezijdige bebouwing. Afstand tot de as van de weg Dicht heid /ha
10
20
30
40
50
60
70
80
90
100
125
150
175
200
10
8660
13190
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
20
2170
3300
5680
10740
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
30
960
1470
2520
4770
7160
9170
10390
11590
13590
-
-
-
-
-
40
540
820
1420
2680
4030
5160
5850
6520
7640
8520
13760
-
-
-
50
350
530
910
1720
2580
3300
3740
4170
4890
5450
8810
-
-
-
60
240
370
630
1190
1790
2290
2600
2900
3400
3790
6120
10300
-
-
70
180
270
460
880
1310
1680
1910
2130
2500
2780
4490
7570
-
-
80
140
210
360
670
1010
1290
1460
1630
1910
2130
3440
5790
11490
-
90
110
160
280
530
800
1020
1150
1290
1510
1680
2720
4580
9080
-
100
90
130
230
430
640
820
940
1040
1220
1360
2200
3710
7360
12670
200
20
30
60
110
160
210
230
260
310
340
550
930
1840
3170
300
10
10
30
50
70
90
100
120
140
150
240
410
820
1410
400
10
10
10
30
40
50
60
70
80
90
140
230
460
790
500
3
10
10
20
30
30
40
40
50
50
90
150
290
510
600
2
4
10
10
20
20
30
30
30
40
60
100
200
350
700
2
3
5
10
10
20
20
20
20
30
40
80
150
260
800
1
2
4
10
10
10
10
20
20
20
30
60
110
200
900
1
2
3
10
10
10
10
10
20
20
30
50
90
160
1000
1
1
2
4
10
10
10
10
10
10
20
40
70
130
Figuur 3.2 Drempelwaarden GF3-vervoer voor overschrijding 10% van de oriëntatiewaarde, weg buiten bebouwde kom, tweezijdige bebouwing.
Rho adviseurs voor leefruimte
401372.20200329
30
Over het betreffende wegvak wordt geen LT3, GT4 of GT5 vervoerd. Hierdoor kunnen de vuistregels worden toegepast. De afstand tot de N209 bedraagt circa 30 meter en het GF3-vervoer bedraagt 106 per jaar. Uit de tabel in figuur 3.2 blijkt dat bij deze afstand en hoeveelheid vervoer de 10% wordt overschreden bij een dichtheid van 100 personen per hectare. In de Handleiding Risicoberekeningen Bevt - Bijlage, versie 1.2, 11 januari 2017 wordt geconcludeerd dat voor de uitkomst van de groepsrisicoberekening het voldoende is om de bevolkingsdichtheid te inventariseren tot 300 meter van de as van de weg. Op een afstand van 300 meter bevinden zich woonwijken en industriegebieden. Volgens de Publicatiereeks gevaarlijke stoffen 1 (december 2003) is de bevolkingsdichtheid voor (rustige) woonwijken 25 personen per hectare en voor industriegebieden (personeeldichtheid midden) 40 personen per hectare. Hieruit kan worden geconcludeerd dat het groepsrisico niet met meer dan 10% zal toenemen. De afstand is voldoende en het aantal personen laag. De beoogde ontwikkeling leidt niet tot een groepsrisico dat de oriëntatiewaarde overschrijdt en het groepsrisico neemt niet met meer dan 10% van de oriëntatiewaarde toe. Ook heeft de weg geen PR 10-6-contour. Wel dient het groepsrisico in een beknopte verantwoording inzichtelijk te worden gemaakt.
Beknopte verantwoording groepsrisico Bestrijdbaarheid en bereikbaarheid Voor zowel de bereikbaarheid en bestrijdbaarheid van 'dagelijkse incidenten', zoals brand of wateroverlast, als voor calamiteiten op het gebied van externe veiligheid, is het van belang dat de bereikbaarheid voor de hulpdiensten en bluswatervoorzieningen voldoende geborgd zijn. De bestrijdbaarheid is afhankelijk van de inzetbaarheid van hulpverleningsdiensten. De brandweer moet in staat zijn om hun taken goed uit te kunnen voeren om daarmee verdere escalatie van een incident te voorkomen. Hierbij kan gedacht worden aan het voldoende/adequaat aanwezig zijn van aanvalswegen en bluswatervoorzieningen. Het plangebied wordt ontsloten via de Kruisweg. Deze weg sluit aan op het verdere wegennetwerk van Bleiswijk. Het wegennetwerk biedt vluchtmogelijkheden in verschillende richtingen, waardoor altijd van de bron af kan worden gevlucht. Het gedegen netwerk komt de bestrijdbaarheid ten goede. Zelfredzaamheid In de toekomstige situatie zullen 4 woningen worden gerealiseerd. De aanwezige kinderen en ouderen worden gezien als verminderd zelfredzame personen. De mogelijkheden voor zelfredzaamheid bestaan globaal uit schuilen en ontvluchten. Als gevolg van een incident met toxische stoffen over de weg en bij risicovolle inrichtingen geldt dat een toxische wolk zich snel kan ontwikkelen en verplaatsen.
Dit effect is vaak niet zichtbaar. Zelfredzaamheid in deze scenario's is alleen mogelijk als er tijdig alarmering plaatsvindt en gebouwen geschikt zijn om enkele uren te schuilen. Denk hierbij aan het sluiten van ramen en deuren en met name het uitschakelen van (mechanische) ventilatiesystemen. Hiermee worden de aanwezigen beschermd tegen de blootstelling aan toxische gassen. Daarnaast dienen, in het kader van effectieve zelfredzaamheid, de gebruikers van de objecten door risicocommunicatie te worden geïnstrueerd over de risico's en de mogelijke maatregelen die zij kunnen nemen. De alarmering van de aanwezigen wordt momenteel nog gerealiseerd middels het waarschuwings- en alarmeringssysteem (WAS). Dit systeem wordt de komende jaren uitgefaseerd. Het waarschuwingssysteem wordt vervangen door een totaal pakket aan alarmeringsmiddelen, waaronder de calamiteitenzenders, de sirenes, crisis.nl, NL-Alert en het gebruik van sociale media. In het kader van het vooroverleg is het plan voor advies voorgelegd aan de Veiligheidsregio Rotterdam-Rijnmond (VRR). Het advies van de VRR is opgenomen in bijlage 5. Dit advies wordt opgevolgd.
Rho adviseurs voor leefruimte
401372.20200329
31
Conclusie Vanuit het oogpunt van externe veiligheid zijn er geen belemmeringen voor de vaststelling van het bestemmingsplan.
3.8
Ecologie
Toetsingskader Wet natuurbescherming Met de Wnb zijn alle bepalingen met betrekking tot de bescherming van natuurgebieden en dier- en plantensoorten samengebracht in één wet. De Wnb implementeert diverse Europeesrechtelijke regelgeving, zoals de Vogelrichtlijn en de Habitatrichtlijn in de Nederlandse wetgeving. Gebiedsbescherming De Wnb kent diverse soorten natuurgebieden, te weten: » Natura-2000 gebieden; » Natuurnetwerk Nederland (NNN). Natura-2000 gebieden De Minister van Economische Zaken (EZ) wijst gebieden aan die deel uitmaken van het Europese netwerk van natuurgebieden: Natura 2000. Een dergelijk besluit bevat de instandhoudingsdoelstellingen voor de leefgebieden van vogelsoorten (Vogelrichtlijn) en de instandhoudingsdoelstellingen voor de natuurlijke habitats en habitats van soorten (Habitatrichtlijn). Een bestemmingsplan dat afzonderlijk of in combinatie met andere plannen of projecten significante gevolgen kan hebben voor een Natura 2000-gebied, kan uitsluitend vastgesteld worden indien uit een passende beoordeling de zekerheid is verkregen dat het plan, onderscheidenlijk het project de natuurlijke kenmerken van het gebied niet zal aantasten.
Indien deze zekerheid niet is verkregen, kan het plan worden vastgesteld, indien wordt voldaan aan de volgende drie voorwaarden: » alternatieve oplossingen zijn niet voor handen; » het plan is nodig om dwingende redenen van groot openbaar belang, met inbegrip van redenen van sociale of economische aard, en » de nodige compenserende maatregelen worden getroffen om te waarborgen dat de algehele samenhang van het Natura 2000-netwerk bewaard blijft. De bescherming van deze gebieden heeft externe werking, zodat ook ingrepen die buiten deze gebieden plaatsvinden verstoring kunnen veroorzaken en moeten worden getoetst op het effect van de ingreep op soorten en habitats. Natuurnetwerk Nederland (NNN) Gebieden die deel uitmaken van het Natuurnetwerk Nederland (NNN) worden aangewezen in de provinciale verordening. Voor dit soort gebieden geldt het 'nee, tenzij' principe, wat inhoudt dat binnen deze gebieden in beginsel geen nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen mogen plaatsvinden. Soortenbescherming In de Wnb wordt een onderscheid gemaakt tussen: » soorten die worden beschermd in de Vogelrichtlijn; » soorten die worden beschermd in de Habitatrichtlijn; » overige soorten. De Wnb bevat onder andere verbodsbepalingen ten aanzien van het opzettelijk vernielen of beschadigen van nesten, eieren en rustplaatsen van vogels als bedoeld in artikel 1 van de Vogelrichtlijn.