CConstaterende datLansingerland
Koppel je AI →
Document · PDF

[T21.09023] Doorontwikkeling Horti Science Park, TwynstraGudde, 2021

Gemeenteraad 27 januari 2022, gemeente LansingerlandBij agendapunt: Horti Science visie en Uitvoeringsagenda - mogelijke moties en amendementen VVD en D6622.728 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

3.5 Financieel onderzoeksvragen In deze paragraaf worden de onder­ zoeksvragen over financiën beantwoord.

Onderzoeksvraag 17 kosten doorontwikkeling “Wat zijn de kosten voor doorontwikkeling van het Horti Science Park en hoe ziet de businesscase er uit?” Dit komt later aan de orde, bijvoorbeeld op basis van de te kiezen scenario's: Bedrijfsverzamelgebouw/Incubator Horti Science Park. Horti Science Park programmatische aanpak. Thematisch International Business Park.

28

SHBMIIJPJP*'

■V-C^; ţ.iţ

_______

«g

Şfrŵfí ‘Tl

, ui

- Ąi

rV ĩqû'/o f elektrisch.

______

StSSHr ■nu

t. i'Vļ

_____

3.6 Onderzoeksvragen over het werkend krijgen en operationaliseren Voor onderstaande vragen zal eerst vastgesteld moeten worden wat wer­ kend gekregen moet worden. Wij hante­ ren het uitgangspunt form follows func­ tion. Dus, de vorm van de organisatie is afhankelijk van de functies .

Onderzoeksvraag 18 (TG) eerste stappen “Wat zijn de eerste stappen die we moeten zetten?" De eerste stap die gezet moet worden, is de samenwerking met Wageningen University á Research op te zoeken om de mogelijkheden van een incubator te onderzoeken. Dit wordt verder uitgewerkt in de ontwikkelstrategie en komt terug in de aanbevelingen. Daarnaast kan worden ingezet op verkennende gesprekken met Lentiz.

Onderzoeksvraag 19 (TG) partners bij doorontwikkeling “Welke partners hebben we hiervoor nodig? Hoe betrekken we bedrijven? Welke zeggenschap krijgen bedrijven?" Met betrekking tot de incubator zal er een publiek-private financiering nodig zijn. In de ver­ kenning zullen we verschillende partijen polsen inzake hun mogelijke participatie. Logische part­ ners zijn Wageningen University á Research, Lentiz, MRDH, IQ, aangevuld met de provincie en Greenport West-Holland. Daarnaast partijen als YesIDelft en Startlife. Een en ander wordt ook nader uitgewerkt in de ontwikkelstrategie. Ten aanzien van de software zijn het veelal dezelfde partijen die nu betrokken zijn in bij­ voorbeeld het programmabureau Greenport West-Holland, met mogelijk meer focus op start­ ups van andere campussen. Zie ook onderzoeks­ vraag 21.

RAPPORTAGE DOORONTWIKKELING HORTI SCIENCE PARK

29

Onderzoeksvraag 20 (TG) organisatievorm

Onderzoeksvraag 21 (TG) hardware of software

"Welke organisatie- en besturingsvorm is effectief? Wat is de rol van de stakeholders?"

"Moeten we inzetten op verbeteren van de hardware? Of juist van de software?"

Deze vraag is pas echt opportuun als partijen om een substantiële investeringen en risico's wordt gevraagd. Op dat moment moet er een structuur worden ingericht waarin partijen grip kunnen houden op hun investeringen en genomen risi­ co's en tegelijkertijd de op te richten organisatie voldoende mandaat heeft om slagvaardig te zijn. Daar is op dit moment t.a.v. de ruimtelijke of vastgoed investeringen nog geen sprake. Speculeren over de organisatievorm is daarom nog niet zo zinvol. Als trekkende publieke partij is het voor de gemeente Lansingerland wel van belang om een stevige en aantrekkelijke samen­ werkingspartner te zijn door het neerzetten van een goed team en het bouwen van stevige lang­ durige relaties met de belangrijkste stakehol­ ders. Bij Horti Science Park is het verstandig om op bestuurlijk niveau met Wageningen University & Research en/of Lentiz afspraken te maken over de hoe het vervolgproces eruit komt te zien en wat van elkaar verwacht mag worden kwa inzet, besluitvorming en deskundigheid. De MRDH, IQ en de provincie moeten dan meegenomen wor­ den in dit proces, maar zijn in eerste instantie nog geen trekkende partij. Inhoudelijk dient op regelmatige tijden feedback van het bedrijfsle­ ven gevraagd te worden, dit zou dan een geza­ menlijke verantwoordelijkheid moeten zijn van de gemeente, Wageningen University & Research en zo nodig Lentiz.

In de tuinbouw is al veel 'software' aanwezig. In de eerste plaats het programmabureau Greenport WestHolland, maar ook de club van 100 en het start-up programma van zowel Wageningen University & Research (startlife etc.) en de TU Delft (YES!Delft). In het World Horti Center is het ontwikkelprogramma Horti Heroes gevestigd. Horti Heroes is in het kader van dit onderzoek niet gesproken. Het is onze aanbeve­ ling om in het vervolgproces regionale afstem­ ming tussen initiatieven te zoeken door Horti Heroes hierbij te betrekken. Onze conclusie is dat, hoewel wat versnipperd, er een ruim aanbod aan software en governance bestaat. Iets nieuws opzetten lijkt ons niet effectief.

Voor de software en programmering kan het bes­ te bestaande organisaties versterkt of aangevuld worden om activiteiten in het kader van de doorontwikkeling in onder te brengen? Denk daarbij bijvoorbeeld aan het programmabureau Greenport West-Holland, club van 100, YES!Delft, Startlife. Zie ook vraag 21.

30

Een concrete bijdrage die Horti Science Park wel kan leveren aan deze bestaande software is zor­ gen voor meer conversie van deze activiteiten naar business development door het faciliteren van een incubator. Deze incubator zou Horti Science Park dan aantrekkelijker moeten maken als samenwerkingspartner voor start-ups vanbin­ nen, maar vooral ook van buiten de sector. Het primaat van de doorontwikkeling zou wat ons betreft dus moeten liggen op hardware, de incubator. Specifiek rond deze incubator kan vervolgens een programma voor de begeleiding van start-up's en business development worden ontwikkeld. YES!Delft, of Startlife kan als voor­ beeld dienen. Daarnaast is er ook behoefte aan meer samen­ werking op het gebied van bezoeken en profile­ ring. Deze behoefte wordt erkend, maar is voor de door ons geïnterviewde bedrijven niet het meest urgent. In welke mate hier invulling aan kan worden gegeven, moet blijken uit verder onderzoek in een werksessie. Hierbij moet dan ook de rol van bestaande organisaties als wor­ den meegenomen.

3.7 Conclusies Positionering Unique selling point van dit gebied: De aanwezigheid van een wetenschappelijke instelling. Een zeer goede bereikbaarheid. Duidelijk onderscheid type bedrijven. Minder duidelijk onderscheid type bedrijven ten opzichte van Westland, alhoewel vaak wordt gezegd: Lansingerland meer gericht op gewas, Westland meer gericht op techniek. Cross-overs die door de geïnterviewden worden gezien zijn in smart horticulture (sensortechniek, robotisering etc.), health benefits en techniek in het algemeen. Positionering: het Horti Science Park heeft amb­ telijk en bestuurlijk draagvlak in de gemeente, maar in de regio ligt er nog een kans om dit te versterken. Maak daarom duidelijk wat Horti Science Park is, maar ook van wie en voor wie het is. Positioneer Horti Science Park altijd als onderdeel van het ecosysteem van de Greenport West-Holland, of zo nodig op Zuidvleugelniveau. Daarbij is het van belang kennis en kunde te ontsluiten door deze zichtbaar te maken in de gemeente, in de Greenport West-Holland en door de verbinding te leggen met andere sectoren. Het gaat dan verder dan communicatie, want het kan leiden tot nieuw (gezamenlijk) onderzoek, cross­ overs of nieuwe publiek-private initiatieven, noodzakelijk om de concurrentiepositie te behouden en te versterken.

Overweeg om een deel van het programma in het Engels te organi­ seren voor meer aantrekkingskracht op internati­ onaal talent op de grote Zuid-Hollandse campussen.

Beter organiseren: Vanuit de geïnterviewde bedrijven bestaat daarnaast de wens om zich beter te organiseren voor bestaande markten, met name rond de ontvangst van retailers, stu­ denten, scholieren, ngo's en handelsdelegaties. In hoeverre deze wens moet worden omgezet in concrete actie dient nader te worden vastgesteld, evenals of dit een privaat en/of een publiek-privaat initiatief dient te zijn. Beeldkwaliteit: in het algemeen kan de beeld­ kwaliteit en de bewegwijzering en daarmee het imago in het gebied worden verbeterd. Hierbij dient wel rekening gehouden te worden met het no-nonsense karakter van de tuinbouwsector. Ook het verblijfsklimaat kan worden verbeterd, alsmede de loop- en fietsroutes van en naar het station. Marketing: Het is belangrijk om het verhaal van het Oostland te vertellen, met name aan jongeren. Laten zien wat er gebeurt in de sector om jongeren (op langer termijn) te enthousias­ meren voor de sector. Het visualiseren hiervan, door middel van een Future-Map, kan hierbij helpen.

RAPPORTAGE DÓÓRONTWIKKELING HORTI SCIENCE PARK --------

----- 31

Ruimte

Kennis en onderwijs

Vanuit de geïnterviewde bedrijven in Lansingerland bestaat er rond het Horti Science Park geen tastbare extra ruimtevraag gerelateerd aan de tuinbouwsector. De interviews wijzen uit dat er mogelijk wel een bescheiden ruimtevraag vanuit andere type bedrijven, zoals als start-ups, bestaat. Hier kan invulling aan worden gegeven met een bedrijfsverzamelgebouw voor start-ups, inclusief incubator en flexwerkplekken. Een representatieve ontvangstruimte voor buitenlandse delegaties kan hieraan een toevoeging zijn. De beste locatie om dit gebouw te realiseren is op of nabij het terrein van de WUR.

Alle bedrijven geven aan dat de beschikbaarheid van en aantrekkingskracht op geschoolde medewerkers op alle niveaus en voor diverse groene en niet groene opleidingen een probleem is. Er is een, overigens net als in vele andere sectoren, een war on talent. Dit vraagt een gezamenlijk aanpak en er gebeurt ook al veel (maar onvoldoende effectief). Een mogelijk typisch initiatief voor Lansingerland is een betere binding met de lagere en middelbare scholen. Het idee is dan vroegtijdig investeren. Dit heeft voor de middellange termijn effect op instroom van MBO in de buurt en op lange termijn voor mensen uit hbo/wo die die na een aantal jaren van 'wereldlijke omzwervingen' zich weer willen vestigen in gezinsgemeente Lansingerland en zoeken naar een baan in de buurt.

De geinterviewde bedrijven geven aan dat indien dit aanbod eenmaal beschikbaar is - zich ook vraag ontwikkelt vanuit de bestaande bedrijven, en dat deze bedrijven gebruik zullen maken van het bedrijfsverzamelgebouw en/of incubator. Bijvoorbeeld om nieuwe markten, zoals robotisering en health benefits, te verkennen en verder te ontwikkelen. Mogelijk leidt dit in de toekomst wel tot een ruimtelijke vraag. Dus hoewel dat op dit moment is nog niet aan de orde is, dient daar wel (no regret) rekening mee gehouden te worden. Zowel bij de ontwikkeling van het Horti Science Park zelf, als bij de ontwikkeling van de nabijgelegen beschikbare ontwikkelruimte.

Er is een latente behoefte aan een bedrijfs­ verzamelgebouw/incubator als satellietlocatie van start-ups van omliggende campussen en science parks. Of bestaande bedrijven uit Lansingerland hier uiteindelijk gebruik van maken, wordt door hen niet uitgesloten, maar op korte termijn richten zij zich op hun eigen R&D onderzoeken en - faciliteiten. Qua invulling kan mogelijk worden voorzien door de verbouwing (vervanging en uitbreiding faciliteiten) van de WUR te benutten, bijvoorbeeld door de huidige kassen van de WUR te hergebruiken voor start­ ups. Een aandachtspunt is de OV bereikbaarheid. Hoewel de wegbereikbaarheid goed is, is deze qua OV nog onvoldoende voor een incubator. Voortbouwend op de intensieve contacten die Lentiz ontwikkelt met het bedrijfsleven, heeft Lentiz aangegeven op termijn nieuwbouw voor hun school als optie te overwegen en hierover met de gemeente in gesprek te willen. Deze zou dan eerder op het terrein van Bleizo-West komen te staan, dan direct tegen het Horti Science Park aan, zoals dat nu bestaat uit de WUR en Delphy. Daarbij is de vervoerswaarde van een scholen­ gemeenschap aanvullend positief omdat het bestemmingsreizigers aantrekt in plaats van extra forensen richting met name Den Haag. Dus dat zou zowel in kwantitatief als kwalitatief opzicht een positief effect kunnen hebben op de vervoerswaarde.

Tot slot spreekt het voor zich om aansluitend op de gesprekken met Lentiz ook het Dutch Innovation Park te betrekken, als nevenvestiging van de Haagse Hogeschool.

32

Randvoorwaarden

Overig

Voor een 'internationaal toonaangevende positie' gelden op basis van ons onderzoek de volgende randvoorwaarden:

Ten aanzien van de vragen over de financiën en over het werkend krijgen en operationaliseren zal met name in hoofdstuk 4 verder op worden ingegaan. Twee opmerkingen zijn daarbij op voorhand relevant:

De ontwikkeling vindt plaats in de context van het gehele ecosysteem in Greenport West-Holland met profilering die aanvullend is op de totale portfolio aan economische activiteiten. Organisatorisch wordt aangesloten op deze en andere bestaande structuren, c.q. worden bestaande structureren versterkt. Een innovatieklimaat is zowel nodig voor bedrijven die vernieuwen in hun aanbod (product leadership), als bedrijven die concurreren op prijs (operationele excellence). Beide typen zijn dus kennisintensief en Horti Science Park kan de ontwikkeling van die kennis faciliteren.

Ten aanzien van de financiën bestaat breed consensus voor een gefaseerde ontwikkeling met voldoende grip op financiële risico's. In de tuinbouw is al veel 'software' aanwezig (programmabureau Greenport West-Holland, club van 100, Startlife, YESIDelft). Hoewel wat versnipperd, is iets separaat opzetten niet effectief. Wel samenwerken, iets toevoegen of versterken.

Er blijven voldoende ruimtelijke investeringsmogelijkheden of grondposities beschikbaar in de nabijheid van het Horti Science Park voor deze kennisintensieve bedrijven. Dat kan zijn om hun bedrijven te vernieuwen, te vervangen, of schaal te vergroten. Ook moet er ruimte blijven voor scale-ups. Een kwantitatieve onderbouwing van deze behoefte is nodig, tot die tijd valt te overwegen gronden als een no-regret maatregel te reserveren. Er zijn leiders nodig die zich voor lange termijn aan de ambitie van het Horti Science Park kunnen en willen verbinden en zich hiervoor inzetten. Eigenaarschap van de bedrijven bij de doorontwikkeling is (op middellange termijn) randvoorwaardelijk. Om dit te bereiken, is het nodig om een wenkend perspectief te schetsen voor de lange termijn om stakeholders te enthousiasmeren. Het zijn van aantrekkelijk werkgever voor talent op alle niveaus en voor een breed palet aan opleidingen. Beperk de risico's door de doorontwikkeling gefaseerd uit te voeren. Ga ervan uit dat een lange adem nodig is, maar begin klein door van onderaf te starten en bouw dit fasegewijs uit.

RAPPORTAGE DOORONTWIKKELING HORTI SCIENCE PARK

Bij de start van ons onderzoek hebben wij de vraag gesteld: wat is het Horti Science Park nu? Er is geen eenduidige definitie voorhanden. In de praktijk wordt de concentratie van WUR en Delphy aangeduid als het Horti Science Park. Dit onderzoek laat zien dat er kansen zijn om in Lansingerland een plek voor de regio te creëren waar innovatie en business development wordt gefaciliteerd en waar het ondernemerschap van de tuinbouwsector zichtbaar wordt. In dit hoofd­ stuk beschrijven wij de ontwikkelstrategie voor de doorontwikkeling van het Horti Science Park.

| Ambitie De gemeente Lansingerland wil haar kracht als kennisintensieve glastuinbouwgemeente de komende jaren verder ontwikkelen. Hiertoe heeft de gemeente voor het Horti Science Park de volgende ambitie opgesteld:

(g)

34

"In 2030 excelleert het Horti Science Park als ‘internationale hotspot voor fundamentele en toegepaste innova­ tie in de Greenport'. Ondernemers, onderwijsinstellingen en overheden vormen een levendig en effectief eco­ systeem waarin mensen doelgericht samenwerken aan versterking van de economie en aan innovatieve oplos­ singen voor maatschappelijke opga­ ven. Zo wordt de economie in de breedte versterkt, nemen werkgele­ genheid, inkomen en welzijn toe en wordt de gemeente ondernemender, duurzamer en groener.”

"«Sîŝ\v tBKWW

iV.KfK,1

.iii'tóv

jM(

4. Beleid en actieve sturing gericht op R&D, inno­

4.1 Bedrijventerrein of science park? In ons land zijn er vele initiatieven om innovatieve werklocaties te creëren. Soms wordt daarvoor een geheel nieuwe campus ontwikkeld. Een andere route is om een bestaande werklocatie te trans­ formeren tot campus of science park. Daarbij staat de vraag centraal: "Wat zijn de essentiële onderdelen van een campus of science park?”. En: "Wat onderscheid een bedrij­ venterrein van een campus of science park”? Algemeen geldt dat een campus of science park de onderstaande vier onderdelen bevat. Deze vier onderdelen zijn allen nodig om de juiste voor­ waarden te scheppen voor kennisuitwisseling, innovatie en business development:

1.

Een fysieke locatie met hoogwaardige huisves­ ting en gemeenschappelijke faciliteiten (hard­ ware).

2. De aanwezigheid van een kennisinstelling. 3. Het bevorderen van kennisintensieve bedrij­ ven/organisaties en hun onderlinge samenwer­ king.

vatie en de transfer van kennis, mensen en kapitaal naar en tussen de organisaties op de campus (software). Voor innovatieve werklocaties (Campus, Science Park of Innovation District) maken wij onderscheid tussen de 'hardware' en de 'software'. Onder de hardware verstaan wij grond, gebouwen, openbare ruimte en (shared) facilities. Onder de software verstaan we business development, positionering (de keuze voor het concept en de inhoudelijke focus - "Waar is het Horti Science Park van?”), marketing, programmering, innovatieprojecten en sociale en inhoudelijke events. Software is daar­ mee een combinatie van ecosysteemmanagement en campusmanagement. Een voorwaarde voor innovatieve werklocaties als een Campus, Science Park of Innovation District is de aanwezigheid van een afgebakende fysieke locatie als 'kristallisatiepunt': de plek waar partij­ en uit het ecosysteem samenkomen. In Lansingerland is op verschillende bedrijfs­ locaties glastuinbouw gerelateerde expertise aanwezig. Deze bedrijven hebben geïnvesteerd in experience-centers waar hun ondernemerschap en vakmanschap wordt getoond.

RAPPORTAGE DÓÓRONTWIKKELING HORTI SCIENCE PARK

35

Tevens hebben deze bedrijven hun proces van innovatie en business development al op orde. Hierdoor zal het (toekomstig) Horti Science Park niet het énige fysieke ankerpunt zijn waar kennis & innovatie en partijen bij elkaar komen. Meer waarschijnlijk is dat in de toekomst het Horti Science Park en de innovatieve glastuinbouwbe­ drijven meerdere ankerpunten binnen de gemeente vormen, waar per locatie verschillende kennisintensieve activiteiten centraal staan. Deze ankerpunten hebben hun eigen plek in de(zelfde) keten, verschillen in wetenschappelijke aard en kennen een andere mate van volwassenheid (wereldmarktleiders versus start-ups). Daarom past het concept van een 'Innovation District beter op de bestaande geografische situatie (namelijk: verspreid in een gebied) en op de doorontwikkeling van het Horti Science Park dan het concept van een 'campus' (zie Figuur 3). Figuur 3.

Geografische context

Greenport West-Holland

«

4

Innovation Area Lansingerland

HORTI SCIENCE PARK

*

36

••mm»

| Ontwikkelstrategie Bij een campus, waar alle activiteiten op één plek samenkomen, wordt zowel spontane als geplande ontmoeting gefaciliteerd om kennismaking en -uitwisseling te stimuleren. Dit gebeurt via de hardware (bijvoorbeeld een gezamenlijk campus­ restaurant en/of gedeelde sportfaciliteiten) en via de software (bijvoorbeeld netwerkbijeenkomsten, inhoudelijke events, business development, bege­ leiding start up's). Bij een Innovation District komen alle activiteiten niet op één plek samen. Deze geografische spreiding heeft gevolgen voor de financiering van de doorontwikkeling van het Horti Science Park. Want de software-activiteiten worden veelal gefinancierd door de overheden, kennisinstellingen, bedrijven en vastgoedeigenaren. Vastgoedeigenaren dienen hier aan mee te betalen omdat zij profiteren van het bruisende, innovatieve klimaat, waardoor er een continue instroom is van nieuwe huurders: start-up's, MKB, corporates, kennisinstellingen, innovatieprojec­ ten, etc. De software zorgt in belangrijke mate voor de aantrekkelijkheid van de campus én van het vastgoed; daardoor hebben de vastgoedeige­ naren hogere huren en lagere leegstandspercentages. In een Innovation District is - vanwege de verspreiding van het vastgoed - dit aspect niet of nauwelijks van toepasbaar, zeker niet op korte termijn.

Dat betekent dat overheden, bedrijven en kennisinstellingen de financiering van de software moeten dragen. Bestaande instrumenten zijn een BIZ of een ondernemersfonds, maar ook vrijwilli­ ge vorm kan van toepassing zijn. Tot slot is het een optie bij de ontwikkeling van een nieuw businesspark om in het uitgiftecontract een jaarlijkse afdracht op te nemen voor parkmanagement én software/eco-systeem management.

'

Voor het Innovation District van Lansingerland is het vooral de software die de bedrijven en orga­ nisaties verbindt en voor het onderscheidend vermogen en de aantrekkelijkheid van het Innovation District zorgt. Zonder software is er geen sprake van een Innovation District (geen verbinding, geen syner­ gie, geen kennisuitwisseling), maar zijn er alleen geografisch gespreide bedrijven. In onze ogen kan er geen duurzame en succesvolle Innovation District zijn als de software niet (deels) wordt bekostigd door de partijen die er het meeste belang bij hebben: de gevestigde bedrijven.

Vier opties voor de ontwikkelstrategie Voor de doorontwikkeling van het Horti Science Park hebben wij onderstaand model opgesteld (figuur 5). Dit model staat voor de vier mogelijk­ heden voor de doorontwikkeling van het Horti Science Park. Het model maakt onderscheid tus­ sen de ontwikkeling van hardware (x-as) en soft­ ware (y-as). Het model kent vier kwadranten: dat zijn de vier mogelijke ontwikkelstrategieën voor het Horti Science Park. Wij merken op dat het een modelmatige benade­ ring van de werkelijkheid betreft. Een model helpt om overzicht te bieden; het is een versim­ pelde weergave van de complexere werkelijkheid. Een model geeft overzicht en structuur.

RAPPORTAGE DOORONTWIKKELING HORTI SCIENCE PARK

37

Programmabureau Horti Science Park

I

Bundeling & Synergie Innovatieprogramma's

I Coördineren bezoeken

H

Ŝ > 73

HARDWARE

Horti Science Business Park

I I I I

Incubator met programma Coördineren bezoeken Bundeling & Synergie Innovatieprogramma's

HARDWARE Voor de lange termijn gronden beschikbaar houden voor de tuinbouw

I

I Autonome Ontwikkeling

I Bedrijfsverzamelgebouw

> 73

I

Upgrade laan van Mathenesse Fietspad tussen station en Horti Science Park

Figuur 4. Model

dóórontwikkeling

Wij hebben de volgende vier ontwikkelstrategieën voor de dóórontwikkeling van het Horti Science Park gedefinieerd:

Horti Science Park

1. Autonome ontwikkeling (kwadrant 3) Er wordt door de overheden niet actief geïnvesteerd in de doorontwikkeling van het Horti Science Park. Het zijn de bedrijven en kennisinstellingen die een eventuele doorontwikkeling trekken. Het Horti Science Park waarschijnlijk zoals het nu is. De software wordt door bestaande structuren en partijen verzorgd, zoals de innovatieprojecten van het programmabureau Greenport West Holland, WUR en Delphi, zoals dat nu ook al geschiedt.

2. Programmabureau Horti Science Park (kwadrant 4) In deze ontwikkelstrategie wordt inzet op investeringen in software. Er worden geen investeringen in de hardware gedaan door de overheden. Dit betreft met name een programmatische aanpak met als belangrijkste onderdelen: ^

versterking van de profilering van zowel het Horti Science Park als de gemeente,

^

introductie van innovatieprogramma's voor bedrijven (kennisontwikkeling en kennisuitwisseling),

^

verbetering van het faciliteren van zakelijke bezoeken (retailers, studenten, buitenlandse handelsdelegaties en overheden),

•

business development,

^

ecosysteem ontwikkeling en -management,

•

opleidingen,

^

het vroegtijdig interesseren van jongeren voor de sector.

De rol van de overheid is met name faciliterend.

38

een internationaal dansprekend, bruisend Horti Science Business Park

3. Thematisch bedrijventerrein (kwadrant 2) In deze ontwikkelstrategie wordt geïnvesteerd in hardware.

4. Horti Science Business Park (kwadrant 1)

Er wordt niet ingezet op investeringen in software.

Deze ontwikkelstrategie is nodig om de geformuleerde ambitie volledig te realiseren: internationale hotspot voor fundamentele en toegepaste innovatie in de Greenport.

De volgende fysieke maatregelen en investeringen worden gerealiseerd:

In deze ontwikkelstrategie wordt zowel in de hardware als de software geïnvesteerd.

^

(een deel van de) beschikbare bouwkavels en ontwikkelruimte worden (langdurig) bestemd voor de (innovatieve) agro sector.

Deze ontwikkelstrategie combineert de maatregelen van zowel strategie 2 als 3. Daar bovenop wordt een incubator op of nabij de WUR gerealiseerd.

^

er worden fiets- en voetpaden van het station naar WUR en Delphy aangelegd.

^

de openbare ruimte wordt verbeterd.

^

Bewegwijzering.

Er is dan sprake van een thematisch bedrijventerrein, waar geen behoefte of noodzaak is voor een inhoudelijk overkoepelend programma in het kader van kennisontwikkeling en uitwisseling. Ecosysteem ontwikkeling en -management ontbreekt. Er is weinig georganiseerde samenwerking, kennisuitwisseling of synergie.

De bouwkavels en ontwikkelruimte worden bestemd voor de (innovatieve) agro sector, er worden fiets- en voetpaden van het station naar WUR en Delphy aangelegd, de openbare ruimte wordt verbeterd, én er is sprake van actief ecosysteem management (met onder andere business development). Het vergezicht is een internationaal aansprekend, bruisend Horti Science Business Park, waar bedrijven en instellingen economisch en programmatisch verbonden zijn en waar een innovatief vestigingsklimaat heerst. De bedrijven die zich vestigen, hebben bij voorkeur een relatie met WUR, Delphy en de mogelijke incubator. De software wordt in deze ontwikkelstrategie door de operator van de incubator aangestuurd en deels zelf geproduceerd. Het programmabureau is daarmee onderdeel van incubator. De incubator is dé centrale plek van het Horti Science park en het Innovation District

RAPPORTAGE DÓÓRONTWIKKELING HORTI SCIENCE PARK

39

HARDWARE

ONTWIKKELING LENTIZ VESTIGING BEDRIJVEN EN INSTELLINGEN VERBOUWING WUR

INCUBATOR

BEDRIJFSVERZAMELGEBOUW

OPLOPENDE INVESTERING Z GROEI

SOFTWARE

PROGRAMMA INCUBATOR

INNOVATIEPROGRAMMA HORTI SCIENCE PARK

COÖRDINEREN BEZOEKEN

SYNERGIE INNOVATIEPROGRAMMA'S

VERSTERKEN AANTREKKELIJKHEI SECTOR OP JONG TALENT

2040

2020 korte termijn ontwikkelingen

Figuur 5 Te zetten

stappen voor de dóórontwikkeling

lange termijn ontwikkelingen

Welke ontwikkelstrategie te volgen?

Die kunnen dan niet of beperkt worden gehuis­ vest. Kortom, er wordt dan eigenlijk niet voldoen­ de geoogst.

Ons advies is om de ontwikkelstrategie Horti Science Business Park te volgen door zowel in hardware als in software én in de incubator te investeren. In dat geval is de volledige ambitie te realiseren. Dit vergt een investerende en regisse­ rende overheid: dat is nodig om 'het vliegwiel op gang brengen' door overheidsinvesteringen. Zo zal er bijvoorbeeld zonder overheidsinvesterin­ gen en regie geen incubator worden gerealiseerd.

Als alleen wordt geïnvesteerd in hardware (stra­ tegie 'Thematisch Bedrijventerrein'), dan wordt er in feite een uitbreiding van het bedrijventerrein gerealiseerd. De zittende bedrijven zullen hier weinig van profiteren. Daarbij beschikt Lansingerland dan over een minder onderschei­ dend vermogen, door het ontbreken van pro­ grammering. Overigens zijn er in deze strategie nog steeds de bestaande activiteiten van het programmabureau Greenport West Holland, WUR en Delphy.

van het Horti Science Park.

De ontwikkelstrategie 'autonome ontwikkeling' is een optie indien overheden geen budgetten vrij kunnen maken. In feite is dat het voortzetten van de huidige situatie. De tuinbouwsector ontwikkelt zich autonoom verder, vooral door private inves­ teringen. Er is geen actieve bemoeienis van en investeringen door overheden. Als alleen wordt geïnvesteerd in software (strate­ gie 'Programmabureau Horti Science'), en niet in hardware, dan worden er kansen gemist. In feite wordt er dan onvoldoende profijt getrokken van de investeringen in software. Immers, het doel van de software is zorgen voor een levendig, bruisend ecosysteem. Als dat tot stand is gebracht, dan zal er aantrekkingskracht zijn op bedrijven, start-ups en (kennis)instellingen.

40

Stappenplan hardware en software In figuur 5 hebben we globaal de stappen in ontwikkeling hardware en software Horti Science Park weergegeven. Deze worden uitgewerkt in een ontwikkelstrategie. Kernpunt daarbij is dat er consensus bestaat tussen de zittende bedrij­ ven en instellingen en dat de ontwikkeling van het Horti Science Park geleidelijk dient te zijn, zodat investeerders voldoende grip kunnen houden op aangegane (financiële) verplichtingen en voorziene risico's.

Op korte termijn markeert de uitbreiding van de WUR op het Horti Science Park de start van de dóórontwikkeling. De WUR heeft bouwplannen om uit te breiden en bestaande faciliteiten te vervangen. De meekoppelkans bij deze bouw­ plannen is de ontwikkeling van een incubator in de kassen die de WUR vervangt. Bij de start van deze fysieke incubator dient vervolgens een inhoudelijk programma te worden gevormd. Deze stap past bij het uitgangspunt om met bescheiden investeringen en beperkte risico's te beginnen, maar anderzijds is het ook belangrijk om een middel- en langetermijnperspectief te schetsen. Voor de middellange termijn adviseren wij daar­ om de mogelijkheden te onderzoeken wat de behoefte is en de mogelijkheden zijn voor de vestiging van onderwijsinstellingen nabij het station Zoetermeer-Lansingerland en BleizoWest. Potentiële gesprekspartners zijn onder meer Lentiz (mbo) en het Dutch Innovation Park (hbo/Haagse Hogeschool). Voor de lange termijn adviseren wij te onderzoe­ ken in welke mate er vraag kan worden gegene­ reerd naar een Horti Science Business Park voor de (hightech) toeleveranciers. Voor dit langeter­ mijnperspectief is het van belang voldoende ruimte in de nabijheid van de het huidige Horti Science Park te reserveren.

4.2 Incubator Startende ondernemingen zijn belangrijk voor de economie; deze organisaties creëren na hun opstartfase relatief gezien meer werkgelegenheid dan andere bedrijven en zijn ook efficiënter in het ontwikkelen van innovaties. Startende onder­ nemingen zijn echter kwetsbaar; men heeft te maken met zogenaamde liabilities of newness en liabilities of smallness. Daarom kunnen kansrijke start-ups geholpen worden in speciaal daarvoor opgerichte organisaties; zogenaamde incubators.

Incubator - algemeen Een incubator wordt gedefinieerd als een organi­ satie met als belangrijkste doel het ondersteu­ nen van startende ondernemingen in de eerste levensfase. Incubators in Nederland worden in de praktijk voor minimaal de helft met publieke middelen gefinancierd. Een incubator biedt werkplekken en faciliteiten, een groot netwerk rond investeerders, universi­ teiten of contact met overheden of andere stake­ holders. Maar, de ondersteuning bestaat uit meer dan een werkplek of lab: een programmering met inhoudelijke en sociale events, coaching en advies (bijvoorbeeld met betrekking tot Intellectual Property - IP). Een incubator is erop gericht om de groei of ontwikkeling van jonge bedrijven te versnellen. Een andere naam die wordt gebruikt is accelerator. Het Engelse woord incubator is het beste te vertalen als broedma­ chine, of couveuse. Het is een omgeving voor bedrijven die jong en kwetsbaar zijn en snel wil­ len groeien. Incubators en accelerators helpen bedrijven die snel willen groeien. Elk van deze eerste groeifases is belangrijk voor de levensvatbaarheid van de onderneming en goede zorg en begeleiding kan hierbij van grote invloed zijn. Incubators zijn daarom vooral geschikt voor start-ups en scale-ups die in korte tijd veel omzet, medewerkers of marktontwikke­ lingen willen realiseren.

Doel van een incubator voor de initiatiefnemers zijn innovatie en werk­ gelegenheid. Incubators worden vaak gevormd door (semi-)overheden, bedrijven die start-ups adviseren en het onderwijs. Veel ondernemers in start-ups komen direct uit de schoolbanken, waar ze tijdens hun studie een gat in de markt ontdekten. Lokale overheden werken mee omdat deze ondernemers in potentie werkgelegenheid en innovaties realiseren.

RAPPORTAGE DÓÓRONTWIKKELING HORTI SCIENCE PARK

41

Figuur 6. Ontwikkelfasen WUR en incubator.

I Horti Science Park Incubator Valorisatie is naast onderwijs geven en onderzoek doen de derde kerntaak van universiteiten. Valorisatie is het benut­ ten van kennis. Dat betreft maatschappelijke doeleinden, zoals het delen van kennis met een breed publiek op televi­ sie of samenwerking met de overheid, en economische doeleinden, zoals het opzetten van start-ups en het verkrij­ gen van patenten. De WUR geeft onder andere invulling aan de kerntaak valorisatie met haar accelerator StartLife. StartLife faciliteert het bouwen en groeien van Foodtech & Agtech-start-ups. Sinds 2010 heeft StartLife meer dan 400 start-ups gebouwd, ondersteund en gefinancierd, door baanbrekende technologieën op het gebied van voeding en landbouw voort te stuwen en een blijvende impact te creë­ ren. StartLife is een accelerator: de WUR wil geen vastgoed exploiteren; dat betekent dat StartLife geen huisvesting (hardware) aanbiedt, maar dat private partijen dat doen.

Concept TwynstraGudde en KuiperCompagnons

Fase 1 Huidige uidige situatie

Zoals benoemd is de WUR voornemens om uit te breiden en te vervangen op de locatie in Bleiswijk. Hiertoe heeft WUR haar perceel in Bleiswijk vergroot, door grond aan te kopen van een particuliere grondeigenaar uit de tuinbouwsector. Wij zien een meekoppelkans: als WUR gaat uitbreiden en vernieuwen, kan een incubator op het terrein worden gerealiseerd. De WUR staat positief tegenover ons idee. Wij hebben de vrijheid genomen om ons idee voor een incubator op het terrein van de WUR te visualiseren (Figuur 7). In een aantal mogelijk ontwikkelstappen, gebaseerd op initiële gesprekken met de WUR, hebben wij een denkbare ontwikkelrichting geschetst en verbeeld in een aantal stappen.

Fase 2 Stap 1. Ontwikkelen van een nieuwe kas op recent aan­ gekocht terrein ten westen van het huidige complex.

1. Nieuwe kas

Stap 2. Ontwikkelen van een interne as voor voetgangers en verblijf en een externe rondgang voor auto's, parkeren en logistiek. Hiermee ontstaat er een prettige interne groene kwaliteit waarbij de WUR en Delphy sterker gekoppeld worden. Ook stimuleert deze interne kern ontmoeten en samenwerken. In de oude kas aan de zuidoost zijde van het complex van de WUR kunnen de eerste incubators op een­ voudige wijze onderdak krijgen. (Zie inspiratiebeeld) Voldoende gescheiden van de overige activiteiten van de WUR en voldoende aangehaakt indien gewenst om samen te werken, kennis uit te wisselen en valorisatie te stimule­ ren en te ontsluiten. Op de kop van de interne groen as komt een nieuwe ontmoetingsplaats met restauratievoorzieningen en ontmoetingsruimte en werkplekken.

Fase 3 : groene as met incubator 1. Nieuwe kas 2. Entreegebouw met ontmoetingsplekken

42

3. Groene as 41 Experimentele kassen

Planopzet & verkeersstromen

1. Nieuwe kas 2. Entreegebouw met ontmoetingsplekken

3. Groene as 41 Experimentele kassen

4.2 Innovatiecentrum & incubators 5. Kantoor

6. Indoor farm

Fase 4 : aanvullende kantoren en kassen 4.2 Innovatiecentrum & incubators

1. Nieuwe kas 2. Entreegebouw met ontmoetingsplekken

3. Groene as 5. Kantoor

6. Indoor farm 7. Nieuwe kas 7 Indoorfarm

RAPPORTAGE DÓÓRONTWIKKELING HORTI SCIENCE PARK

43

Stap 3. Bij een verdere dóórontwikkeling en meer behoefte aan werkplekken is er de mogelijkheid om aan de noordwest zijde van het complex, aansluitend aan de centrale parkeerplaats verder uit te breiden. Direct daarachter kunnen ook meer vierkant meters test- en onderzoeksruimte voor daglichtloze teelt ontwikkeld worden. Bij een uitbreidingsbehoefte van de incubatoractiviteiten ligt er de mogelijkheid om verder uit te groeien in de oude kassen. Afhankelijk van de ontwikkelingen richting het treinstation zijn er wellicht tegen die tijd mogelijkheden om ook buiten de grenzen van de WUR op te schalen. Te denken valt aan de ontwikkelingen van suc­ cesvolle start-up's die door willen groenen naar scale-up's binnen dit deel van de Greenport. Stap 4. Doorgroeien van de kerntaken van de WUR op eigen terrein en het opschalen en volledig uitplaatsen van de incubators, start-up's en scale-up's binnen een volwassen Innovation District richting Bleizo-west met aanvullende en ondersteunende functies zoals (studentenhuis­ vesting, opleidingsinstituten, commerciële voor­ zieningen, horeca, of kantoorruimte.

| Vraag naar een incubator Is er bestaansrecht voor een incubator? Is er vraag naar? Verschillende geïnterviewde partijen geven in de interviews de huidige ontwikkelingen in de glastuinbouw aan. Zij benoemen dat de techniek steeds meer verweven raakt met de 'groene' glastuinbouwinnovaties. Expertise op teeltinnovaties en gewasbescherming vindt daar­ bij aansluiting bij digitalisering (onder andere autonoom telen), kunstmatige intelligentie en sensortechnologie. De teeltkennis van het Horti Science Park is van­ zelfsprekend geborgd in de WUR en Delphy en is een randvoorwaarde om technologische kennis succesvol te integreren in de glastuinbouw. Dit wordt bijvoorbeeld al benut door een bedrijf uit Delft, dat hun software test in de kassen van Delphy. Dit bedrijf heeft aangegeven behoefte te hebben aan een satellietvestiging in Bleiswijk. Daarnaast constateert YESIDelft dat er op dit moment circa vijf tuinbouw gerelateerde start­ ups actief zijn binnen YESIDelft, waarbij in het licht van bovengenoemde ontwikkelingen de 44

verwachting is dat dit aantal de komende jaren verder gaat groeien. YESIDelft geeft aan dat zij hierdoor ook kansen zien voor een incubator in Bleiswijk. StartLife geeft in het gesprek aan dat niet alle start-ups in Wageningen vanwege specifieke behoefte aan faciliteiten terecht kunnen op de campus. Voor deze start-ups wordt een locatie elders in het land gezocht, waaronder Bleiswijk. Zij geven aan dat start-ups met een kassenvraagstuk goed terecht kunnen in Bleiswijk, omdat hier voldoende vierkante meters beschikbaar zijn. De te vervangen kassen van de WUR zijn daarmee doelmatig voor bedrijven tussen start­ up en scale-up die zoeken naar vierkante meters voor hun proefopstellingen. StartLife geeft aan dat hier behoefte aan is en dat nieuwbouw van kassen voor start-ups (op de campus) veel geld kost. Kanttekening daarbij is wel dat start-ups uit Wageningen de campus waarderen ten opzichte van andere locaties. De geïnterviewde innovatieve glastuinbouwbe­ drijven uit Lansingerland geven aan dat zij voor de kern van hun bedrijfsactiviteiten hun innova­ tieproces op de rit hebben. Daarentegen hebben op innovatie gerichte initiatieven 'aan de randen van hun bedrijfsactiviteiten' niet altijd een plek in het bedrijf. Deze bedrijven willen wel experi­ menteerruimte bieden aan zulke initiatieven voortkomend uit de eigen organisatie.

Een incubator, waarin deze behoefte kan worden vervuld, biedt hiervoor een oplossing. Uitgebreid marktonderzoek behoort niet tot de scope van deze opdracht, maar wij constateren dat er vanuit verschillende kanten een zekere behoefte is naar een incubator op het Horti Science Park. Daarbij is de verwachting dat ont­ wikkelingen op het snijvlak van techniek en teelt de komende jaren meer verweven raken. Het Horti Science Park kan de fysieke locatie worden waarin beide samenkomen. Daarnaast is er voor faciliteiten op campussen of science parken sprake van het 'kip of het ei' dilemma. Wat is eerst nodig? Bedrijfshuisvesting of een bedrijfsverzamelgebouw wordt vaak pas gebouwd als er aantoonbare interesse is van (potentiële) huurders. Vastgoedontwikkelaars krijgen normaliter de realisatie van commercieel vastgoed pas gefinancierd als zij huurcontracten

kunnen overleggen (60X tot 80X voorverhuurd). Bij incubators is dat niet mogelijk. Maar andersom geldt: omdat er geen faciliteiten zijn, komen er geen starters of bedrijven. Daarom geven overhe­ den in de praktijk garanties af om een basis te leggen voor de exploitatie van de incubator. Op de grotere, volwassen campussen in ons land worden bedrijfsverzamelgebouwen gerealiseerd door private ontwikkelaars omdat er een conti­ nue instroom is van starters, kennisinstellingen, MKB en corporates. Die campussen hebben een levendig en volwaardig ecosysteem. Daar is in Lansingerland (nog) geen sprake van. Dat ecosys­ teem moet (deels) nog worden gebouwd. Als operator (centrale entiteit) voor de incubator gaan wij uit van een samenwerking van Startlife en YES!Delft. Beide partijen staan daar positief tegenover. Veel deelnemers aan Startlife komen voort uit TU Delft en TU Eindhoven; de starters nemen deel aan Startlife vanwege de sectorkennis. De incubator wordt idealiter op het terrein van de WUR gerealiseerd. Dan zijn de start-ups onderdeel van het R&D klimaat en kunnen zij gebruik maken van de faciliteiten van de WUR (zoals onderzoekskassen, laboratoriumruimte, bedrijfsrestaurant). In onze visualisatie stellen wij voor om een deel van de huidige onderzoekskas aan te wenden voor de huisvesting van de incubator.

Dat is pas mogelijk als de nieuwe onderzoekskas is gebouwd, waardoor de huidige kas beschikbaar komt. Echter, er is nog geen concreet bouwplan voor de nieuwe kas opge­ steld. De realisatie van de incubator is afhanke­ lijk van het tempo van de WUR. Onze inschatting is, is dat het tenminste nog twee tot drie jaar zal vergen voordat die nieuwe kas is gerealiseerd. Daarom stellen wij voor om te onderzoeken of er, voorafgaande aan de incubator in de kas, draag­ vlak is om een start te maken met tijdelijke huis­ vesting in de nabijheid van de WUR.

Nadere verkenning incubator/ governance Voorgesteld wordt om na besluitvorming over de doorontwikkeling van het Horti Science Park een nadere verkenning naar de ontwikkeling van de incubator uit te voeren, waarbij de volgende onderwerpen - in gezamenlijkheid met de belangrijkste partners - worden uitgewerkt tot een concreet business plan: -4

Programma van eisen huisvesting en locatie Voor de huisvesting gaan wij er vooralsnog van uit dat er circa 200 tot 400 m2 kantoorachtige ruimte benodigd is in fase 1. Bij voorkeur wordt de incubator op het terrein van de WUR gerealiseerd; dan kunnen de start up's gebruik maken van de faciliteiten van de WUR (bijv. labruimte, kantine en onderzoekskassen).

-4

Planning Als de nieuwbouw van de nieuwe onderzoekskas van de WUR te lang op zich laat wachten, kan er voor worden gekozen om de een start te maken in de omgeving van het Horti Science Park middels tijdelijke huisvesting. Dit heeft niet de voorkeur.

-4

Bestuurlijk gesprek WUR nodig Voorafgaande aan de verkenning stellen wij voor dat er een bestuurlijk gesprek met een lid van het college van bestuur van de WUR plaatsvindt, om de uit te voeren verkenning te bespreken en toekomstige besluitvorming af te stemmen. Team/staff In de startfase kan worden volstaan met een centrale entiteit bestaande uit een operating team van circa 3 fte. De operator is een samenwerking van YES!Delft en Startlife. Onderzocht wordt of een juridische entiteit wenselijk is (in dat geval ligt een stichting voor de hand). De directeur van de incubator kan worden gezien als als de 'burgemeester' van het Innovation District. Het team en de directeur fungeren tevens als programmabureau (software).

RAPPORTAGE DOORONTWIKKELING HORTI SCIENCE PARK

45

War on talent

Bezoeken

vanuit elk van de vier dimensies verbindt zich hier de innovatie aan de praktijk

HORTI SCIENCE PARK ‘LIVING LABS'

Greenport West-Holland

Incubator

Positionering In de startperiode ontwikkelt de operator verdienmodellen en innovatieprogrammma's. Tevens zal het team bedrijven verbinden aan deze programma's. Thema's zijn vertical farming, teeltoptimalisatie, artificial intelligence en /digitalisering. De business developers van IQ kunnen een bijdrage leveren in het verbinden van bedrijven aan innovatieprogramma's. Funding De levensvatbaarheid van een incubator is afhankelijk van financiële bijdragen van overheden, zeker in de opstartfase. Omdat de plannen voor de incubator nog concreet moeten worden uitgewerkt, beperken wij ons qua funding tot een globale kostenraming van 300.000,­ - tot 500.000,-- euro per jaar, voor een periode van tenminste drie jaar. In deze startfase ontwikkelt de operator business modellen om te komen tot publiek private financiering. Funding zal hoofdzakelijk van gemeente, WUR, TU Delft, IQ, MRDH en provincie afkomstig zijn. Governance Bij voorkeur zijn de huidige vier opdrachtgevers (gemeente, WUR, IQ en MRDH) wederom gezamenlijk opdrachtgever voor deze nadere verkenning, aangevuld met de TU Delft en de provincie. Er is dan sprake van 'joint fact finding' Tevens stellen wij voor om de organisaties die nu zijn vertegenwoordigd in de huidige stuurgroep 'doorontwikkeling Horti Science Park' (waaronder Delphi) te vragen om sturing te geven aan de nadere verkenning naar de incubator.

Vanzelfsprekend worden de beoogde operators van de incubator, Startlife en YESIDelft, nauw betrokken bij de nadere verkenning Stakeholders, te betrekken bedrijven In overleg met het programmabureau Greenport West Holland, de gemeente, WUR en Delphi zal een lijst van te consulteren bedrijven worden opgesteld.

46

Het resultaat van de nadere verkenning naar de 'incubator Horti Science Park' zal zijn een business case, geschikt voor besluitvorming en geschikt voor realisatie van de incubator.

4.3 Software In het onderzoek van de afgelopen periode zijn tenminste vier vraagstukken gedefinieerd waarop Horti Science Park (mede) een antwoord zou dienen te geven. Wij hebben deze gebundeld volgens het concept van een Living Labs. Met Living Labs bedoelen wij initiatieven waarin overheden, kennisinstellingen, ondernemers, (jonge) bewoners en anderen op lokaal of regionaal niveau gezamenlijk oplos­ singen zoeken voor economische of maatschappelijke vraagstukken. De aard van de werkzaamheden in Living Labs is dat er zowel aandacht is voor technologische als niet technologische thema's (denk daarbij aan gedrag, regulering, organisatie en verdienmodellen).

1.

De 'war on talent': hoe behoud en werf je op korte en lange termijn talent aan je bedrijf.

2.

Het professionaliseren van de inkomende bezoeken: hoe kunnen we bezoeken van ngo's, studenten, klanten of internationale delegaties beter, handiger, effectiever, kwalitatiever maken?

3.

Het opzetten van een incubator met als doel de innova­ tie van de tuinbouw te vergroten en te versnellen: Welk concreet programma hoort daar bij (in samenwerking met YESIDelft, StartLife of een combinatie)? En hoe wordt een dergelijke incubator een pied à terre en ont­ moetingspunt (dus een verbindende factor tussen inno­ vators die elders gevestigd zijn)?

4. Het nader faciliteren van het ecosysteem van Greenport West-Holland: hoe voegt Horti Science Park iets waardevols toe aan datgene wat daar reeds gebeurt, bijvoor­ beeld aan het programmabureau Greenport West-Hol­ land in het algemeen, aan het World Horti Centre, Dutch Fresh Port of YESIDelft én andersom?

We zouden Horti Science Park kunnen zien als de plek waar het experiment en de uitwerking plaatsvinden: vanuit elk van de vier dimensies verbindt zich hier de inno­ vatie aan de praktijk en is te zien, wat werkt en wat niet, wat aantrekkelijk is en wat niet, wat verbetert en wat niet, etcete ra.

Tijdens de werksessie van 8 september presenteren wij dit concept aan de stakeholders en vroegen we aan hen onder welke voorwaarde de vier Living Labs succesvol kunnen zijn en of of dit de goede vier Living Labs zijn. In de bijlage is een verslag van deze avond opgenomen. De conclusie en aanbevelingen van deze avond zijn:

Horti Science Park programma bestaat dan uit een viertal Living Labs: experimentele, soms virtuele, dan weer fysieke ruimtes, waarin zaken kunnen worden beproefd, getoetst aan de werkelijkheid, waarin kan worden samengewerkt door een veelheid aan partijen in een 'veilige' setting. Horti Science Park biedt een permanent prototypische omgeving. Potentieel kan dat ook gekoppeld worden aan de andere ankerpunten in Lansingerland, zoals de experiencecenters van de innovatieve glastuinbouwbedrijven.

De incubator wordt erg interessant gevonden, maar zorg dat het eigenaarschap voor de volgende stap duidelijk is. De gemeente en de WUR zouden initiatiefnemer moeten zijn. Belangrijk is het inzien van de meerwaarde en het onderscheidend vermogen. Dat leidt tot een scherpe en voor andere herkenbare focus.

De meerwaarde van de Living Labs vanuit de vier genoemde perspectieven wordt samen met de deelnemers bepaald. Een voorzet daartoe is:

1.

Bied jong talent inzicht in de aantrekkelijkheid en het innovatieve gehalte van de Nederlandse tuinbouw op korte, maar zeker ook op lange termijn. En krijg anders­ om inzicht in hun ambities en ideeën.

2. Bied bezoekers een kijkje in de keuken van de perma­ nente ontwikkeling van een wereldwijd gerenommeerde sector.

3. Bied de partijen van de Greenport en daarbuiten een beter of extra samenwerkingsvehikel met de academi­ sche wereld als het over innovatie gaat.

4. Bied via de incubator voor bestaande en nieuwe bedrij­ ven van binnen en buiten de sector een op de werke­ lijkheid aangesloten plek, waar via start-ups innovaties uitgeprobeerd worden. Voor de goede orde: Het is in eerste instantie een programma-organisatie en een concept, dat de connectie tussen wetenschap en praktijk verzorgt. In de loop van de tijd kunnen de Living Labs zich (bijvoorbeeld via een pop-up vorm) eventueel doorontwikkelen tot een staande organisatie en een fysieke aanwezigheid. Ook kan gebruik worden gemaakt van bestaande structuren, of iets bestaands worden geoptimaliseerd. Of daaraan publieke functies kunnen of moeten worden toegevoegd, valt in de loop van de tijd te beoordelen. We werken vanuit een gefaseerde aanpak, met grip op (financiële) risico's, naar een steeds rijker en completer concept.

Lentiz speelt een belangrijke rol in de War on Talent. Zij richten zich ook bij uitstek op scholieren, scholen en ondernemers op 'fietsafstand' en bouwen echt aan die relatie. Op Greenport West-Holland niveau zit meer de aandacht voor bijvoorbeeld HBO en WO instellingen. Bij het thema 'bezoeken' bleek dat verdere samenwerking niet als urgent wordt gezien. Het relatief beperkt aantal bedrijven en organisaties dat echt veel mensen ontvangt en lijkt op dit moment voldoende in staat, indien nodig, meer samenwerking te organiseren. In algemene zin geldt voor het Horti Science Park: gebruik wat er reeds is, voeg toe wat ontbreekt en verrijk waar nodig. Dus als er geen duidelijk toegevoegde waarde wordt geleverd op wat reeds gedaan wordt, is het verstandig om op de handen te blijven zitten. De WUR, YesIDelft en Lentiz zijn belangrijke stimulerende partijen 'van buitenaf'. De gemeente zou samen met het lokale management van deze organisaties proposities kunnen ontwikkelen die meerwaarde hebben voor de strategische doelen van die organisaties op concernniveau. De meerwaarde en het onderscheidend vermogen van het Horti Science Park moet zijn op het niveau van Greenport West-Holland, zowel vanuit het perspectief van de tuinbouw als van andere sectoren of organisaties.

| Wijze van samenwerken/governance De essentie van de door ons genoemde Living Labs dat deze op zichzelf kunnen draaien met actieve deelnemers die daadwerkelijk inzet willen plegen. Zowel vanuit een welbegrepen eigenbelang als een verwachting dat samen­ werking leidt tot een beter resultaat. Deelnemers bepalen zelf de voorwaarden en de mate waarin een lab open of exclusief is, of dat er een financiële bijdrage aan verbonden is. Om de inspanningen te richten en verschillende labs te faciliteren kan het helpen als een publieke partij, in dit geval de gemeente, dit ondersteunt.

RAPPORTAGE DÓÓRONTWIKKELING HORTI SCIENCE PARK

47

Delphy HORTICOOP

NX/ VVaylami

Lemkes

Haluco hv CESEEf

CODEMA

■nholland '

university of

HAVECON HortřivItU'Ol řroļcţti

4) Lentiz

Figuur 7

Studie Future-Map

4.4 Eindbeeld De incubator is een stap in een ontwikkeling, die verbinding krijgt met bedrijven en de omgeving. Hoe die toekomst eruit kan zien hebben we hieron­ der beschreven en deels weergeven in figuur 7. Het verdient aanbeveling om deze kaart verder steden­ bouwkundig en visueel uit te werken. Gedurende dit advies was dat nog beperkt mogelijk doordat een aantal ruimtelijke uitgangspunten van de omgeving van het Horti Science Park, onder meer in Bleizo-West, nog wordt bestudeerd de betrokken overheden. Een eerste stap in de doorontwikkeling van het Horti Science Park zou het aantrekkelijker maken van de openbare ruimte kunnen zijn. De huidige situatie rondom het terrein van de WUR en Delphy is niet optimaal voor de doorontwikkeling van het

48

Horti Science Park. De omgeving wordt gedomi­ neerd door logistieke gebouwen en kassencom­ plexen met een omvangrijke maat en schaal. De inrichting van de openbare wegen en het gebrek aan groen, met de doorkruising van de HSL en de aangrensde A12 maken dat dit gebied geen prettige sfeer uitstraalt en creëren, innovatie en samenwer­ ken weinig stimuleert. Ook de langzaamverkeersverbindingen met de kernen en het treinstation laten te wensen over. Een goede en prettige fiets­ en voetgangersverbinding met het station is een voorwaarde voor de verder doorontwikkeling van het Horti Science Park. Door kwaliteit en waarde toe te voegen met een (relatief beperkte) investe­ ring vanuit de gemeente in groen, water, en fiets­ en voetpaden als een landschappelijk raamwerk rondom de direct aanliggende infra en de toekom­ stige ontwikkelingen van Bleizo-west, ontstaat een aantrekkelijk basis voor toekomstig ontwikkeling.

YES! DELFT koPPERT

Innovation Quarter

BAYER U Delft AgTech Institute

START LIFE

^Anthura

Individuele klasse, of teamprestatie?

world

horti center

• •000*10

plantise

itinv.tU.j. by

— '

cemiute

Lansingeriand

,1*"* MBO Oostiand

INNOVATION PARK GREENPORT West-Holland

Te denken valt aan; Het ontwikkelen van een stevige laanbeplanting aan weerszijde van de Laan van Mathenesse, Een vrijliggend fiets- en voetpad, ingebed met hagen en goede openbare verlichting, Binnen de structuur van het gebied een robuuste groenstructuur aanleggen langs de HSL-lijn en langs de A12 en het industrieterrein Lansinghage, Het met hagen en bomen 'inpakken' van de parkeerplaats bij het treinstation. Met bovenstaande ontwikkelingen maken wij dit gebied tegelijkertijd ook toekomstbestendig en klimaatadaptief. Parallel aan deze ontwikkeling rondom het Horti Science park zal ook de WUR samen met Delphy verder transformeren (zie ook

de eerdere beschrijving van de Horti Science Park Incubator ontwikkelingen). Deze eerste stap binnen het geschetste kader van de 'Hardware' ontwikkelingen is een opmaat naar een doorontwikkeling van een volwassen en geïnterneerd Innovation District binnen de Greenport. Hierbijwordt parallel zowel op de locatie van de WUR en Delphy als ook in het openbaar gebied gewerkt aan ruimtelijke en programmatische kwaliteitsverbeteringen De ontwikkelingen op de direct aangrenzende kavels richting het station en in het zicht van de A12 kunnen in de vervolgstappen integraal worden meegenomen.

RAPPORTAGE DOORONTWIKKELING HORTI SCIENCE PARK

49

5.1 Conclusies | Over positionering Naar aanleiding van ons onderzoek hebben wij de volgende conclusies: Uniek aan het cluster in Lansingerland en het Horti Science Park is: a.

De aanwezigheid van een wetenschappelijke instelling

b.

De ligging nabij de A12 corridor.

c.

De vestiging van verschillende bedrijven van wereldformaat zoals Delphy, Koppert, Bayer en Anthura.

d.

Onderdeel van een krachtig ecosysteem in Greenport West-Holland en te midden van andersoortige campussen in ZuidHolland

T.o.v. de andere hotspots in het ecosysteem van Greenport West-Holland constateren wij een:

50

e.

Duidelijk onderscheid qua type bedrijven ten opzichte van Barendrecht (logistiek).

f.

Minder duidelijk onderscheid qua type bedrijven ten opzichte van Westland (Lansingerland meer gericht op gewas, Westland meer gericht op techniek).

De samenwerking tussen de genoemde bedrijven en de kennisinstellingen is nog niet heel intensief is, enkele uitzonderingen daargelaten. De bestaande samenwerkingen zijn vaak van projectmatige of tijdelijke aard. Het Horti Science Park heeft ambtelijk en bestuurlijk draagvlak in de gemeente, maar in de regio ligt er nog een uitdaging om dit te versterken. Maak daarom duidelijk wat Horti Science Park is, maar ook van wie en voor wie het is. Positioneer Horti Science Park altijd als onderdeel van het ecosysteem van de Greenport West-Holland, zo nodig van de Zuidvleugel. Daarbij is het van belang kennis en kunde te ontsluiten door deze zichtbaar te maken in de gemeente, in de Greenport WestHolland en door de verbinding te leggen met andere sectoren. Het gaat dan verder dan communicatie, zodat het kan leiden tot nieuw (gezamenlijk) onderzoek, cross-overs of nieuwe publiek-private initiatieven, noodzakelijk om de concurrentiepositie te behouden en te versterken. Overweeg om een deel van het programma in het Engels te organiseren voor meer aantrekkingskracht op internationaal talent op de andere ZuidHollandse campussen. Een voorwaarde voor innovatieve werklocaties als een campus, science park of een Innovation District is de aanwezigheid van een afgebakende fysieke locatie als ‘kristallisatiepunt': de plek waar partijen uit het ecosysteem samenkomen. In

íaS&ā «sä^sja

nļiļįv' İĮÍXUİ.VJA ĨT 5

1 * V *. *‘ . , * } ii'S Y*

i 1 V*

; ^Tŗçrr

’VÄ

■į___ s

Lansingerland is op verschillende bedrijfslocaties glastuinbouw gerelateerde expertise aanwezig. Deze bedrijven hebben geïnvesteerd in experience-centers waar hun ondernemerschap en vakmanschap wordt getoond. Tevens hebben deze bedrijven hun proces van innovatie en business development al op orde. Hierdoor zal het (toekomstig) Horti Science Park niet het énige fysieke kristallisatie­ punt zijn waar kennis & innovatie en partijen bij elkaar komen. Meer waarschijnlijk is dat in de toekomst het Horti Science Park en de innovatieve glastuinbouwbedrijven meerdere kristallisatiepunt binnen de gemeente vormen, waar per locatie verschillende kennisintensieve activiteiten centraal staan. Deze kristallisatiepunt hebben hun eigen plek in de(zelfde) keten, verschillen in wetenschappelijke aard en kennen een andere mate van volwassenheid (wereldmarktleiders versus start-ups). Daarom past het concept van een 'Innovation District beter op de bestaande geografische situatie (namelijk: verspreid in een gebied) en op de doorontwikkeling van het Horti Science Park dan het concept van een 'campus'.

| Over ruimte en bereikbaarheid De interviews wijzen uit dat er mogelijk een bescheiden ruimtevraag vanuit andere type bedrijven, zoals start-ups, bestaat. Hier kan invulling aan worden gegeven met een bedrijfsverzamelgebouw voor start­ ups, inclusief incubator en flexwerkplekken. Een representatieve ontvangstruimte voor buitenlandse delegaties kan een toevoeging zijn. De beste locatie om dit gebouw te realiseren is op of nabij het terrein van de WUR. De gedachte is dat - indien dit aanbod eenmaal beschikbaar is - zich ook vraag ontwikkelt vanuit de bestaande bedrijven, en dat deze bedrijven gebruik zullen maken van het bedrijfsverzamelgebouw en/of incubator. Deze bedrijven daarom meegenomen te worden in de ontwikkeling van de incubator. Wellicht dat de incubator op lange termijn leidt tot de behoefte bestaat aan een Horti Science Business Park dat kan worden ontwikkeld in Lansingerland/Bleizo-West. Hierbij kan ingespeeld worden op de voordelen op het gebied van bereikbaarheid, zichtlocatie, beschikbare ruimte en de nabijheid van kennisinstellingen. Deze vraag kan nader worden onderzocht in de Horti Science visie. Dit businesspark kan het cluster en het Horti Science Park verstevigen. Een logische interventie is het reserveren van een deel van Bleizo-West voor een tuinbouw gerelateerd business park.

RAPPORTAGE DOORONTWIKKELING HORTI SCIENCE PARK

51

Hoewel de bereikbaarheid (veel) beter is dan in het Westland, is deze qua OV nog onvoldoende voor een incubator. Dit vraagt om investeringen van lokale en regionale overheden. Een eerste stap is om de route van het station richting het Horti Science Park te verbeteren. De ruimtelijke kwaliteit is beperkt en het is ingewikkeld en omslachtig om op veilige wijze van het station naar het Horti Science Park te fietsen of lopen. Een verbetering van de beeldkwaliteit rondom het Horti Science Park en richting het station is wenselijk, ondanks de no-nonsense mentaliteit in de tuinbouw. Denk daarbij aan bewegwijzering of eenvoudige ingrepen ter bevordering van een mooier straatbeeld, of meer samenhang in het gebied.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Lansingerland&id=161ebc86-9587-439f-91f5-5b246092737f