CConstaterende datLansingerland
Koppel je AI →
Document · PDF

[T21.09023] Doorontwikkeling Horti Science Park, TwynstraGudde, 2021

Gemeenteraad 27 januari 2022, gemeente LansingerlandBij agendapunt: Horti Science visie en Uitvoeringsagenda - mogelijke moties en amendementen VVD en D6622.728 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Eindrapportage Doorontwikkelin

SCIEN 17 SEPTEMBER 2021

IN OPDRACHT VAN GEMEENTE LANSINGERLAND, WAGENINGEN UNIVERSITY

b RESEARCH,

Gregor Heemskerk MichieL Cappendijk Jesse WermeLink Wouter Vos Stephanie Erwin

MRDH EN INNOVATIONQUARTER

KUIPER

COMPAGNONS

J ' 'ĩľ'-i' V*- '

.ï

2

ja Aanleiding en vraagstelling De gemeente Lansingerland wil haar kracht als kennisintensieve glastuinbouwgemeente de komende jaren ver­ der ontwikkelen. Hiertoe heeft de ge­ meente voor het Horti Science Park de volgende ambitie opgesteld:

“ín 2030 excelleert het Horti Science Park als ‘internationale hotspot voor fundamentele en toegepaste innova­ tie in de Greenport'. Ondernemers, onderwijsinstellingen en overheden vormen een levendig en effectief eco­ systeem waarin mensen doelgericht samenwerken aan versterking van de economie en aan innovatieve oplos­ singen voor maatschappelijke opga­ ven. Zo wordt de economie in de breedte versterkt, nemen werkgele­ genheid, inkomen en welzijn toe en wordt de gemeente ondernemender, duurzamer en groener.”

Om hier invulling aan te geven heeft de Gemeente Lansingerland samen met Wageningen University & Research, Metropoolregio Rotterdam Den Haag en InnovationQuarter (hierna: de opdrachtgevers) TwynstraGudde en KuiperCompagnons gevraagd te adviseren hoe bovenstaande ambitie kan worden gerealiseerd. De meegegeven doelstelling is:

Het verkrijgen van inzicht in welke kansen - vanuit economisch en maatschappelijk perspectief bijdragen aan de ontwikkeling van het Horti Science Park”. TwynstraGudde heeft samen met KuiperCompagnons vervolgens onderzoek gedaan naar de aspecten die hier mee te maken hebben. Deze aspecten betreffen: positionering, ruimtelijke behoefte, kennis & onderwijs, rand­ voorwaarden, financiën en operationalisering. De bevindingen hiervan zijn terug te vinden in het hoofdstuk 'Beantwoording Onderzoeksvragen' en in hoofdstuk 5.1 'Conclusies'. In deze samenvattingen richten wij ons tot het advies op basis van deze bevindingen en conclu­ sies. Dit advies bestaat uit vier onderdelen in volgorde van prioriteit. De onderdelen betreffen twee meekoppelkansen, een werkwijze en tot slot nog een aantal overige aanbevelingen.

RAPPORTAGE DÓÓRONTWIKKELING HORTI SCIENCE PARK

3

Kans 1 ontwikkelen en realiseren incubator Op korte termijn markeert de uitbreiding van de WUR op het Horti Science Park de start van de doorontwikkeling. De WUR heeft namelijk bouwplannen om uit te breiden en bestaande faciliteiten te ver­ vangen. De meekoppelkans bij deze bouw­ plannen is de ontwikkeling van een incuba­ tor in de huidige kassen, die de WUR op termijn vervangt. Bij de start van deze fy­ sieke incubator dient vervolgens een in­ houdelijk programma te worden gevormd. Deze stap past bij het uitgangspunt om met bescheiden investeringen en beperkte risico's te beginnen. Specifiek rond deze incubator kan vervolgens een programma voor de begeleiding van start-up's en busi­ ness development worden ontwikkeld. YES!Delft, of Startlife kan als voorbeeld dienen. Werk het idee voor de incubator uit in een nadere verkenning. Voer hiervoor eerst het bestuurlijk gesprek met de WUR. Onze er­ varing is dat overheden vaak met investe­ ringen het vliegwiel op gang krijgen om bedrijven aan te trekken in de doorontwik­ keling van een campus. Maar in onze ogen kan er geen duurzaam en succesvol Inno­ vation District zijn als de software niet (deels) wordt bekostigd door de partijen die er het meeste belang bij hebben: de gevestigde bedrijven. De incubator wordt idealiter op het terrein van de WUR gerealiseerd.

Dan zijn de start­ ups onderdeel van het R&D klimaat en kunnen zij gebruik maken van de facilitei­ ten van de WUR (zoals onderzoekskassen, laboratoriumruimte, bedrijfsrestaurant). In onze visualisatie stellen wij voor om een deel van de huidige onderzoekskas aan te wenden voor de huisvesting van de incuba­ tor. Dat is pas mogelijk als de nieuwe on­ derzoekskas is gebouwd, waardoor de hui­ dige kas beschikbaar komt. Echter, er is nog geen concreet bouwplan voor de nieu­ we kas opgesteld. De realisatie van de in­ cubator is afhankelijk van het tempo van

4

de WUR. Onze inschatting is, is dat het ten­ minste nog twee tot drie jaar zal vergen voordat die nieuwe kas is gerealiseerd. Daarom stellen wij voor om te onderzoeken of er, voorafgaande aan de incubator in de kas, draagvlak is om een start te maken met tijdelijke huisvesting in de nabijheid van de WUR Als operator (centrale entiteit) voor de incubator gaan wij uit van een samenwer­ king van Startlife en YES!Delft. Beide partij­ en staan daar positief tegenover. Veel deel­ nemers aan Startlife komen voort uit TU Delft en TU Eindhoven; de starters nemen deel aan Startlife vanwege de sectorkennis. Betrek ook andere stakeholders binnen het ecosysteem van de Greenport West-Hollandin het vervolgproces. Indien de verkenning naar de incubator positief is, geef het opstellen van het inno­ vatieprogramma en de positionering van Horti Science Park als opdracht mee aan het team van de incubator.

Kans 2 ontwikkelen en realiseren onderwijsaanbod Voor de middellange termijn adviseren wij de mogelijkheden te onderzoeken wat de behoefte is en de mogelijkheden zijn voor de vestiging van onderwijsinstellingen na­ bij het station Zoetermeer-Lansingerland en Bleizo-West. Potentiële gesprekspart­ ners zijn Lentiz (mbo) en het Dutch Innova­ tion Park (hbo/Haagse Hogeschool). Mogelijk dat op die plek ook meerwaarde gecreëerd kan worden voor het bedienen van de vraag naar talent van de distributie­ bedrijven langs de A12 op mbo niveau. Voor het talent dat actief is op scienceparken en campussen in de nabij omgeving, kan beter worden ingespeeld op en samen­ gewerkt met initiatieven van Greenport West-Holland met bijvoorbeeld de TU Delft. De ontwikkeling van de incubator kan dat proces versterken. Communicatie in de taal, mn Engels, van die campus vergemak­ kelijkt het contact.

Investeerder in Lansingerland in een duurza­ me relatie tussen jonge mensen en de tuin­ bouw. Voor deze talenten 'op fietsafstand' biedt samenwerking met Lentiz de meeste kans, want hoewel de urgentie en het eige­ naarschap bij individuele bedrijven hoog is, is het ingewikkeld om dit collectief op te pakken.

Werkwijze Om de genoemde kansen te realiseren advi­ seren wij de ontwikkelstrategie 'Horti Science Business Park' te volgen: internationale hot­ spot voor fundamentele en toegepaste inno­ vatie in de Greenport. In deze ontwikkelstra­ tegie wordt zowel in de hardware als de software geïnvesteerd, en er wordt een in­ cubator op of nabij de WUR gerealiseerd. De bouwkavels en ontwikkelruimte worden be­ stemd voor de (innovatieve) agro sector, er worden fiets- en voetpaden van het station naar WUR en Delphy aangelegd, de openbare ruimte wordt verbeterd, én er is sprake van actief ecosysteem management (met onder andere business development).

Overige aanbevelingen Voor de lange termijn adviseren wij de poten­ tie van Horti Science mee te nemen in de ontwikkeling van Bleizo-West door tenminste een deel van de gronden van Bleizo West te reserveren voor Horti Science en te onder­ zoeken in welke mate er vraag kan worden ontwikkeld naar een Horti Science Business Park voor de (hightech) toeleveranciers. Stel extra ambtelijke capaciteit beschikbaar voor de uitvoering van de ontwikkelstrategie voor de doorontwikkeling van het Horti Science Park, waarbij wij in eerste instantie uitgaan van tenminste 0,5 fte voor de aansturing van de hardware (inclusief incubator) en 0,5 fte voor de aansturing van de software. Make or buy. Wij geven de gemeente in over­ weging om na te denken over de vraag in hoeverre het de gemeente zelf dient te zijn die alle stappen om te komen tot de ambitie uitvoert, of dat er in meer of mindere mate onderdelen worden uitbesteed, bijvoorbeeld aan partners zoals het programmabureau Greenport West Holland, Startlife, YesIDelft of Innovation Quarter.

Het vergezicht is een internationaal aanspre­ kend, bruisend Horti Science Business Park, waar bedrijven en instellingen economisch en pro­ grammatisch verbonden zijn en waar een inno­ vatief vestigingsklimaat heerst. De bedrijven die zich vestigen, hebben bij voorkeur een relatie met WUR, Delphy en de mogelijke incubator. De software wordt in deze ontwikkelstrategie door de operator van de incubator aange­ stuurd en deels zelf geproduceerd. Het pro­ grammabureau is daarmee onderdeel van incubator. De incubator is dé centrale plek van het Horti Science Park en voegt waarde toe aan het Innovation District. Daarmee le­ vert Lansingerland een belangrijke en onder­ scheidende bijdrage aan het ecosysteem van de Greenport West-Holland, YESIDelft, Startlife en de Club van 100. Wij adviseren de stappen te zetten voor de doorontwikkeling van het Horti Science Park conform figuur 8 in het hoofdstuk 5.2 'Aanbe­ velingen' met een zowel korte termijn acties als lange termijn ontwikkelingen.

RAPPORTAGE DOORONTWIKKELING HORTI SCIENCE PARK

5

De oorsprong van alle dingen is klein CICERO

Vw»,,-* ,

i*

a

1 2 3 4 5

Managementsamenvatting

3

Opdracht en aanpak

8

1.1 Inleiding 1.2 Opdracht, doelstelling en afbakening 1.3 Aanpak

8 10 11

Visie op campussen en science parks

12

2.1 Werkend krijgen doorontwikkeling Horti Science Park 2.2 Volg de agenda van het bedrijfsleven 2.3 Definieer het ecosysteem 2.4 Governance en financiering van campussen en science parks 2.5 Profilering van het Horti Science Park 2.6 Betekenis overheden in de doorontwikkeling

12 13 14 15 15 16

Beantwoording onderzoeksvragen

18

3.1 Positionering 3.2 Ruimte 3.3 Kennis en onderwijs 3.4 Randvoorwaarden 3.5 Financieel onderzoeksvragen 3.6 Onderzoeksvragen over het werkend krijgen en operationaliseren 3.7 Conclusies

18 24 27 28 28 29 31

Ontwikkelstrategie

34

4.1 Bedrijventerrein of science park? 4.2 Incubator 4.3 Software 4.4 Eindbeeld

34 41 46 48

Conclusies en aanbevelingen

50

5.1 Conclusies 5.2 Aanbevelingen

50 54

BIJLAGE I - Onderzoeksvragen

56

RAPPORTAGE DOORONTWIKKELING HORTI SCIENCE PARK

Opdracht en aanpa 1.1 Inleiding De gemeente Lansingerland vervult als glastuinbouwgemeente een relevante rol binnen de Greenport West-Holland. Het glastuinbouwcluster in Lansingerland bestaat uit zowel productiebedrijven als kennisintensieve bedrijven, waarvan enkele wereldmarktleiders. Daarnaast zijn met Delphy en de Wageningen Universiteit & Research Glastuinbouw (WUR) twee toonaangevende kennis­ instellingen gevestigd in de gemeente. Deze kennisinstellingen vormen op dit moment samen het Horti Science Park. Elk van deze partijen in de keten leveren hun bijdrage aan vraagstukken rond voedsel en sierteeltproducten.

Enerzijds is de verwachting dat de wereldbevol­ king groeit van 7,7 miljard naar 9,7 miljard in 2050. Ook neemt de vraag naar plantaardig voed­ sel tot 2050 met 60% toe. Anderzijds verandert ook de kwalitatieve vraag naar voedsel. Consumenten en overheden hechten steeds meer belang aan de smaak, houdbaarheid, voedselveiligheid en voedingswaarde van hun voedsel. 1

1 Marcelis š Poot, 2020 2 Gemeente Lansingerland Position Paper Greenport 2015-2018

8

Tegelijkertijd vormen trends en ontwikkelingen op zowel lokaal als mondiaal schaalniveau een mogelijke bedreiging voor het bestaansrecht van de sector. De opkomst van bijvoorbeeld OostEuropese landen en China in de primaire sector en in de landbouwtechnologie zorgt ervoor dat de internationale concurrentie toeneemt. Dichter bij huis vormen ontwikkelingen in de lokale arbeidsmarkt een mogelijke bedreiging voor de sector. Ervaren werknemers zullen uitstromen en familiebedrijven kennen niet altijd opvolging. Ook is er beperkte instroom van jonge en vol­ doende gekwalificeerde werknemers.2

Cţ ' V-ů*

-

- -T,

-

m.

jf- —ļ

De gemeente Lansingerland wil haar kracht als kennisintensieve glastuinbouwgemeente de komende jaren verder ontwikkelen. Hiertoe heeft de gemeente voor het Horti Science Park de volgende ambitie opgesteld:

"In 2030 excelleert het Horti Science Park als ‘internationale hotspot voor fundamentele en toegepaste innova­ tie in de Greenport'. Ondernemers, onderwijsinstellingen en overheden vormen een levendig en effectief eco­ systeem waarin mensen doelgericht samenwerken aan versterking van de economie en aan innovatieve oplossingen voor maatschappelijke opgaven. Zo wordt de economie in de breedte versterkt, nemen werk­ gelegenheid, inkomen en welzijn toe en wordt de gemeente onderne­ mender, duurzamer en groener."

—Pv—Įi__ l

r ^

RAPPORTAGE DÓÓRONTWIKKELING HORTI SCIENCE PARK

9

Delphy

Figuur 1

Aanduiding directe omgeving Horti Science Park

1.2 Opdracht, doelstelling en afbakening Gemeente Lansingerland, Wageningen University á Research, Metropoolregio Rotterdam Den Haag en InnovationQuarter (hierna: de opdrachtgevers) hebben TwynstraGudde en Kuiper Compagnons gevraagd advies te geven hoe bovenstaande ambitie kan worden behaald.

3 Bestuurlijke opdracht - Doorontwikkeling Horti Science Park

10

De meegegeven doelstelling van onder­ havig onderzoek is: het verkrijgen van inzicht in welke kansen - vanuit econo­ misch en maatschappelijk perspectief bijdragen aan de ontwikkeling van het Horti Science Park. Daarbij zijn door de opdrachtgevers onderzoeks­ vragen opgesteld op verschillende aspecten die van belang worden geacht bij de doorontwikkeling van het Horti Science Park3. Deze aspecten betreffen: positionering, ruimtelijke behoefte, kennis á onderwijs, randvoorwaarden, financiën en operationalisering. Bij de beantwoording van de onderzoeksvragen in hoofdstuk 3 worden deze aspecten behandeld.

-j

TG ŭ KC BUREAU STUDIE INTERVIEWS □o a SUBLIMEERSESSIE

ONTWIKKELSTRATEGIE EN BEANTWOORDING ONDERZOEKSVRAGEN WERKSESSIES

Het huidige Horti Science Park (zie Figuur 1) bestaat, zoals genoemd, op dit moment uit de vestigingen van Delphy en de WUR in Bleiswijk. Het aspect van ruimtelijke ontwikkeling binnen dit onderzoek richt zich dan ook op deze locatie en haar directe omgeving. Tegelijkertijd is het (toekomstig) Horti Science Park onderdeel van het ecosysteem van de Greenport, waartoe ook de innovatieve glastuinbouwbedrijven in Lansingerland behoren. De scope van dit onder­ zoek met betrekking tot het toekomstig ecosys­ teem is daardoor breder dan het Horti Science Park zelf.

Figuur 2.

1.3 Aanpak

Aanpak onderzoek

Binnen dit onderzoek zijn vijf fasen doorlopen, zie hiervoor Figuur 2. Middels de bureaustudie in fase één is kennis opgedaan over context, beleid en trends en ontwikkelingen. Vervolgens zijn in fase twee partijen (voornamelijk (semi-) overhe­ den, bedrijfsleven, onderwijs en belangenorgani­ saties) geïnterviewd op basis van de vastgestelde onderzoeksvragen (zie bijlagen)4. De opgedane kennis uit de eerste twee fasen is in de derde fase een stap verder gebracht middels een sublimeersessie met TwynstraGudde en KuiperCompagnons. In deze sessie zijn relevante vraagstukken en ontwikkelkansen uitgewerkt die in fase vier met rele­ vante partijen nader zijn onderzocht. In de laatste fase zijn alle opgedane kennis en de voortvloei­ ende kansen verwerkt in een ontwikkelstrategie, waarvan de eindrapportage, inclusief beantwoor­ ding van de onderzoeksvragen, nu voor u ligt.

4 Een groot aantal partijen is betrokken of geïnterviewd bij dit onderzoek, te weten: InnovationQuarter, MRDH, Gemeente Lansingerland, Wageningen University â Research (Bleiswijk), Wageningen University â Research (Wageningen), Provincie Zuid-Holland, Greenport West-Holland, Tuinbouwjongeren Oostland, Honest AgTech, Bayer, Delphy, Anthura, Koppert Biological Systems, Bunnik Plants, Gemeente Westland, Hogeschool InHolland, MBO Lentiz Oostland, YES!Delft en TUDelft AgTech Institute

RAPPORTAGE DÓÓRONTWIKKELING HORTI SCIENCE PARK

11

In dit hoofdstuk beschrijven we onze visie op campussen en science parks. Dit hoofdstuk vormt daarmee het denkkader en de context voor onze analyse, denkstappen en advies. Onze visie op campussen en science-parks bestaat uit de 6 onderdelen, die gaan over:

Het werkend krijgen van een campus of science park De agenda van het bedrijfsleven Het ecosysteem De governance en financiering De profilering De betekenis en rol van overheden

12

21 Werkend krijgen doorontwikkeling Horti Science Park In Hoofdstuk 1.1 en 1.2 staan de ambitie voor het Horti Science Park en de doelstelling van het huidige onderzoek beschreven. Middels het verkrijgen van inzicht in welke kansen bijdragen aan de ontwikkeling van het Horti Science Park, beogen wij de ambitie (de stip op de horizon) verder te kunnen concretiseren. Daarbij vinden wij het van belang om u advies te geven over hoe u de ambitie voor de doorontwikkeling van het Horti Science Park kunt realiseren. Hierom voegen wij een aantal onderzoeksvragen toe, zie hiervoor de bijlagen.

ty-.ï

ļ-

'I

įt-

A,

Ş t aW

Dat betekent dat wij ons niet alleen verdiepen in de ambitie, maar deze vertalen naar positio­ nering, samenwerking, financiering, programme­ ring en besturing van het Horti Science Park. Om dit succesvol te doen, is onze focus om die ambi­ tie concreet te maken. Niet genoegen nemen met intenties, maar adviseren hoe u een aantrekkelij­ ke samenwerkingspartner wordt voor investeer­ ders en financiers. Hoewel dit soms een complex proces is, komen hiermee wel de echte sterkten en kansen naar boven en legt het bedreigingen en zwaktes bloot.

2.2 Volg de agenda van het bedrijfsleven Lansingerland heeft een sterk Greenportgerelateerd bedrijfsleven. Als onderdeel van het ecosysteem van de Greenport West-Holland behoren deze ondernemers tot het meest inno­ vatieve glastuinbouwcluster ter wereld en spelen zij een grote rol in de optimalisering van produc­ tietechnieken, veredeling van en wereldhandel in groenten, fruit, bloemen en planten. Maar geen enkel concurrentievoordeel is eeuwigdurend en het is voor deze bedrijven een kernvraag hoe zij haar koppositie denken te behouden. Voor het versterken van dit ecosysteem is het daarom van belang om de zogenaamde 'agenda van het bedrijfsleven' te volgen. Ofwel: waar ligt het belang van de bedrijven, waarin willen zij investeren, wat past bij hun productontwikkeling en bedrijfsvoering, wat is hun toekomstagenda? Collectieve agenda's en visies zoals het Nationaal Tuinbouwakkoord of Feeding á Greening RAPPORTAGE DÓÓRONTWIKKELING HORTI SCIENCE PARK

13

Megacities bieden hiervoor een goede context, maar uiteindelijk komt de meeste investeringskracht van individuele bedrijven. Gaan bedrijven investeren in voedsel en gezondheid, werken aan vertical farming of gaat de agenda van het bedrijfsleven een hele andere kant op? Bijvoorbeeld door nog meer DNA-technieken te gebruiken als CRISPR-Cas in de verdeling, of door het management van kassen op afstand te gaan doen met meet- en regeltechnieken (growing as a service). En kunnen bedrijven deze ontwik­ kelingen dan zelf oppakken of is hiervoor collec­ tiviteit en samenwerking nodig? En is deze dan publiek-privaat, zoals in topsectorprojecten als Bollenrevolutie 4.0, of privaat-privaat, zoals bij GenNovation. Onze ervaring is dat overheden vaak met inves­ teringen het vliegwiel op gang krijgen om bedrij­ ven aan te trekken in de doorontwikkeling van een campus of science park. Wanneer voor bedrijven - na de aanloopfase van de start van een campus of park - duidelijk wordt wat de focus is, wat de campus of science park voor hen kan betekenen en wat het risico is, stappen ze pas in. Dit gebeurt dus alleen wanneer campus­ sen en science parks aansluiten op hún agenda (de 'agenda van het bedrijfsleven') en de over­ heidsinvesteringen er toe doen.

De bedrijven uit Lansingerland, waarvan een aantal betrokken is in deze opdracht, kunnen kennis delen over het verbeteren van valorisatie van kennis en de gewenste interventies of acqui­ sities (bedrijven, onderwijs, bereikbaarheid) die daar het meest aan bijdragen. Ook geeft de agenda van het bedrijfsleven vaak helder aan waar ze een campus of science park juist niet voor nodig hebben en welke alternatieve plek ook of zelfs beter voldoen aan hun agenda. Wij richten ons op de specifieke meerwaarde voor bedrijven op deze plek. Bedrijven leveren dus waardevolle input voor het bepalen van de concrete acties die nodig zijn voor het versterken van het ecosysteem.

14

2.3 Definieer het ecosysteem Clusters ontstaan vaak heel lokaal door het samenwerken en specialiseren van lokaal-economische bedrijvigheid. De partijen en condities die bijdragen aan het stimuleren van economi­ sche activiteiten vormen samen het ecosysteem. In de loop van de tijd wordt door samenwerking in triple helix èn door specialisatie de innovatieen concurrentiekracht van een regio versterkt. Onderdeel van de clusters zijn zogenaamde innovatienetwerken: bedrijven werken daarin, met ondersteuning van kennis- en adviesorganisaties en overheid, aan ontwikkeling en toepassing van nieuwe technologie. Als we naar Lansingerland en de regio kijken, beslaat het gehele ecosys­ teem meerdere gespecialiseerde clusters. Binnen de tuinbouw zijn dat bijvoorbeeld ver­ schillende schakels in de keten, of specialismes als glasgroenten, bloemen, planten of bollen. Buiten de tuinbouw is er ook een relevant kennis ecosysteem zoals het Leiden Bio Science Park met het Naturalis Biodiversty Center of Hogeschool Leiden of de TU Delft met veel ken­ nis over robotisering. Tot slot is er een specifiek internationaal ecosysteem met veel internatio­ naal opererende bedrijven. De campus of het science park vormt de fysieke basis van een gespecialiseerd cluster - het kris­ tallisatiepunt - en kan niet succesvol zijn zonder dat dynamische en levendige cluster.

Daarom is het van belang het kennis- en innovatie-ecosysteem van het werkgebied van het Horti Science Park te kennen en te versterken. Vanuit het per­ spectief van het Horti Science Park is een belangrijke vraag hoe ze haar eigen ecosysteem/ innovatienetwerk afbakent. Dat kan geografisch, maar ook op basis van sectoren, of type techno­ logie dat gebruikt wordt. Deze afbakening is niet per se hard, maar biedt een kader voor het rich­ ten van inspanningen en het doen van investe­ ringen. Wanneer een samenwerking met een ander cluster wordt beoogd, is het bovendien belangrijk om vast te stellen of er een goed evenwicht is tussen halen en brengen en dus een wederzijds belang is voor samenwerking. Ook kijken wij steeds naar de agenda van het bedrijfsleven van die andere clusters en of het te verwachten is dat dit leidt tot samenwerking met organisaties uit of investeringen in Horti Science Park.

2.4 Governance en financiering van campussen en science parks Governance en financiering is nodig voor het operationaliseren van interventies en acties om het kennis- en innovatie-ecosysteem te ver­ sterken. Campussen en science parks worden gekenmerkt door enerzijds de hardware en anderzijds de software. Bij hardware gaat het om de fysieke plek; gebouwen, openbare ruimte en voorzieningen zoals horeca, onderwijs- en onder­ zoeksfaciliteiten. Terwijl software juist zorgdraagt voor wat er op de campus en in de gebouwen gebeurt door middel van start-up programma's, business development, acquisitie van bedrijven, valorisatie van kennis, marketing en branding, maar ook sociale activiteiten. Via de software wordt de ontmoeting tussen de triple helix partijen versterkt; er is sprake van een ecosys­ teem binnen het cluster en met andere clusters, versterkt met de contacten die bedrijven nu al onderling hebben en met de Greenports, Wageningen Universiteit & Research, de TU Delft of de Erasmus Universiteit. Wanneer er geen sprake is van een sterk ecosys­ teem, dan heeft een campus of science park niet het gewenste effect en is de investeringsbereid laag. Mogelijk kunnen dan functies worden toe­ gevoegd zoals incubators of een bedrijfsverza­ melgebouw. Een andere mogelijkheid is dan te investeren op het gebied van de governance en financiering van de software.

Een goed voorbeeld daarvan is de club van 100 van Wageningen Universiteit en Research met toonaangevende bedrijven uit de sector. Om te bepalen waar Horti Science Park het beste actie op kan ondernemen, is het nodig dat de huidige situatie, context en ambitie in kaart zijn gebracht, zodat duidelijk is wat de kansen, bedreigingen en mogelijk verbe­ teringen zijn. Tenslotte zijn de governance en financiering het middel om een bepaald doel te bereiken; het versterken van het verdien- en innovatievermogen en het versterken van het kennis- en innovatie-ecosysteem in de gemeente Lansingerland in het algemeen.

2.5 Profilering van het Horti Science Park Wij constateren dat steden en regio's een duide­ lijk afgebakend profiel willen ontwikkelen om zo bedrijven en talent aan te trekken en de econo­ mische positie van de regio of stad te versterken. In tegenstelling tot bijvoorbeeld de Brainport, wordt Zuid-Holland gekenmerkt door een diver­ siteit aan sterke profielen, vertegenwoordigd door verschillende campussen en clusters. In onze optiek is deze diversiteit aan clusters een kracht die moet worden gekoesterd en zijn er samenwerkingskansen op het gebied van organisatie, acquisitie en financiering. Hiervoor zijn ook al verschillende initiatieven zoals de samenwerking tussen de TU Delft, Erasmus Universiteit Rotterdam en Rijksuniversiteit Leiden in de zogenaamde Greenport-Hub. In welke mate het Horti Science Park zich apart moet positioneren of zich juist als onderdeel van een groter geheel moeten positioneren is een belangrijke vraag. Deze vraag wordt beantwoord door na te denken over wat de belangrijkste partijen zijn met wie het Horti Science Park wil samenwerken en vanuit welke positie zij voor die partijen de meest aantrekkelijke samenwerkings­ partner is. Daarnaast is positionering binnen het Greenport ecosysteem belangrijk.

In onze adviespraktijk zien wij overigens naast bovenstaande, meer rationele afweging, dat trots voor het eigen gebied of de eigen sector vaak een rol speelt bij het bepalen van de positione­ ring. Wij vinden dat een belangrijke waarde, omdat trots een drijvende kracht is om te komen tot resultaat. Bij het bepalen van de positione­ ring is het daarom ook belangrijk om die trots een plek te geven. Als externe adviseurs is het daarbij tegelijkertijd onze rol om steeds een spiegel voor te houden en daarbij de vraag te stellen welk deel van die trots is gebaseerd op kracht en welk deel op een wens. Op die wijze ontstaat een goed evenwicht tussen trots en kracht en tussen halen en brengen.

RAPPORTAGE DÓÓRONTWIKKELING HORTI SCIENCE PARK

15

2.6 Betekenis overheden in de dóórontwikkeling Voor het Horti Science Park is allereerst de gemeente Lansingerland van belang, omdat zij via het bestemmingsplan de ruimtelijke mogelijkheden voor de doorontwikkeling van het Horti Science Park bepaald en daarnaast belang heeft bij de hoogwaardige werkgelegen­ heid, ondersteunend aan veel tuinbouwbedrijven in de gemeente Lansingerland. Daarnaast heeft de gemeente Lansingerland ook een belangrijke rol bij de ontwikkeling van omliggende terreinen zoals Bleizo-West. Het station LansingerlandZoetermeer speelt hier een sleutelrol in en daarmee zijn ook de MRDH en de provincie ZuidHolland overheden die in elk geval op ruimtelijk, financieel en infrastructureel gebied belangrijk zijn voor de doorontwikkeling (van de hardware) van het Horti Science Park. Ook op rijksniveau zijn er mogelijkheden voor ondersteuning. Zo heeft het Nationaal Campussen Overleg, waar Wageningen Campus ook deel van uitmaakt, dit jaar gepleit voor het landelijk (rijks) investeren in het fysieke aspect van innovatie-ecosystemen. En ook voor de Economic Board Zuid-Holland is het 'uitbouwen van kennis- en innovatie-ecosystemen rond cam­ pussen' één van de vijf systeeminterventies die zij willen inzetten. Ook InnovationQuarter speelt hier een belangrijke rol in.

16

De gemeente Lansingerland faciliteert verder mede dat de belangen van het Horti Science Park als onderdeel van het tuinbouwbedrijfsleven in Lansingerland voldoende geborgd wordt in samenwerkingsorganisaties als Greenport WestHolland en op landelijk niveau in Greenports Nederland. Dit zijn investeringen in de software van het ecosysteem met veel ontmoetingen, projecten, events en initiatieven. Voor de kennisinstellingen zijn tot slot overhe­ den van belang voor investeringen in toegepast wetenschappelijk onderzoek. De rijksoverheid is daarvoor een belangrijke partner, naast ZuidHolland. Topsectorprojecten worden vaak door onderzoekers van Wageningen Universiteit & Research in Bleiswijk uitgevoerd. Ideeën voor deze projecten ontstaan vaak in bestaande Triple-Helix netwerken. Daarnaast kunnen nieuwe overheidseisen op het gebied van milieu, waterkwaliteit of energie leiden tot de noodzaak van een andere bedrijfsvoering en de noodzaak tot innovatie om bijvoorbeeld teeltsystemen fundamenteel aan te passen.

Het uitbouwen van kennis­ en innovatieecosystemen rond campussen

JEfí&t'. V.Vv

RTAGE D 'ORoNTWí

RTI SCIENCE PAI

17

3

In dit hoofdstuk worden de onderzoeksvragen beantwoord, zoals deze door de opdrachtgevers zijn gesteld, aangevuld door vragen van TwynstraGudde uit het Plan van Aanpak.

De beantwoording van de onderzoeksvragen is gedaan op basis van literatuuronderzoek, meer dan 20 interviews, overleg in project- en stuur­ groep en aanvullende gesprekken met betrokken partijen. De te interviewen personen zijn vastge­ steld in afstemming met de gemeente Lansingerland, mede gebaseerd op de gesprek­ ken en de stakeholderanalyse. De beantwoording van de onderzoeksvragen is de analytische basis voor hoofdstuk 4: de ontwikkelstrategie van dit advies. Een aantal onderzoeksvragen die met de ontwikkelstrategie te maken hebben, worden daarom in hoofdstuk alleen op hoofdlijnen behandeld en zullen in hoofdstuk 4 van het advies uitgebreider aan bod komen. Het betreft met name de financiële vragen, de vragen over het werkend krijgen en operationaliseren. Per thema worden de onderzoeksvragen beant­ woord. De nummers corresponderen met de nummers uit de tenderleidraad. Aanvullende vragen, opgesteld door TwynstraGudde en KuiperCompagnons, zijn aangemerkt met 'TG'.

18

3.1 Positionering In deze paragraaf worden de onderzoeksvragen over de positionering beantwoord.

Onderzoeksvraag 1 over USP's "Welke unieke en onderscheidende eigenschappen kent het innovatieve cluster in Lansingerland en in het bijzonder het Horti Science Park? Hoe kunnen zijn elkaar versterken?" Toegevoegd aan deze vraag is de component: uniek ten opzichte van wat of wie?

Mil

S3» s

Samenvattend USP's:

1.

De aanwezigheid van een wetenschappelijke instelling.

2. De ligging nabij de A12 corridor. 3. Duidelijk onderscheid type bedrijven ten op­ zichte van Barendrecht (logistiek).

4. Minder duidelijk onderscheid type bedrijven ten opzichte van Westland (Lansingerland meer gericht op gewas, Westland meer ge­ richt op techniek). Uniek aan het cluster in Lansingerland is de vestiging van twee kennisinstellingen (Delphy en de WUR) op het Horti Science Park en de vestiging van verschillende bedrijven van wereld­ formaat in de gemeente, zoals Koppert, Bayer en Anthura. Deze bedrijven prijken bovenaan de toplijsten en zijn individueel krachtige proposi­ ties binnen het cluster. In het Westland en Barendrecht bevinden zich ook veel wereld­ spelers in de tuinbouw, maar de wetenschappe­ lijke aard van de WUR is onderscheidend voor het Horti Science Park en daarmee voor Lansingerland. Daarbij constateren we dat er over het algemeen weinig intensieve samenwer­ king is tussen de genoemde bedrijven en de kennis­ instellingen, enkele uitzonderingen daargelaten. De bestaande samenwerkingen zijn vaak van tijdelijke aard (zie verder onderzoeksvraag 6).

Daarnaast is het cluster, en het Horti Science Park in het bijzonder, uniek gelegen ten opzichte van het mobiliteits-knooppunt, waar de A12, het treinstation Zoetermeer-Lansingerland, de randstadrail en de ZoRo-lijn samenkomen. De ligging nabij dit knooppunt en daarmee de bereikbaar­ heid van de haven en van Schiphol wordt door de geïnterviewden erkend als onderscheidende eigenschap ten opzichte van het Westland. Fiets en OV-verbindingen verdienen wel verbetering. Qua type business wordt Lansingerland gety­ peerd als gericht op de ontwikkeling van de teelt en kwaliteit van sierteelt en voedsel (veredeling, gewasbescherming, nieuwe teelten), terwijl het Westland meer gericht is op productie, (kas)techniek en toelevering. Qua kennisontwikkeling en innovatie is het Westland actiever in de techniek, terwijl Lansingerland meer is gericht op teeltontwikkeling. Daarbij wordt voor het Horti Science Park het belang van het aanbrengen van focus door de geïnterviewden benadrukt. Op basis van de aanwezige expertisegebieden en kennis dient het profiel tot stand te komen. Tot slot valt op dat de geïnterviewden naast ver­ schillen ten opzichte van het Westland, ook veel verwevenheid zien.

RAPPORTAGE DÓÓRONTWIKKELING HORTI SCIENCE PARK

19

Onderzoeksvraag 2 over crossovers

Onderzoeksvraag 3 kansen op welk schaalniveau?

"Welke (cross)sectorale concepten en kansen biedt dóórontwikkeling van het Horti Science Park op thema's als kunstmatige intelligentie, robotise­ ring, autonoom telen, teelttechniek, vertical farming, energietransitie, innovatiezones, belichting en duur­ zaam watergebruik?"

"Gelet op het greenportkarakter van Lansingerland. Welke maat­ schappelijke en economische kansen biedt doorontwikkeling van het Horti Science Park gemeentelijk, regionaal, nationaal en internationaal?"

Een afgebakende focus is essentieel voor elke campus of science park. Het huidige innovatieve cluster in de gemeente, inclusief Delphy en de WUR, pioniert binnen de glastuinbouw wereld­ wijd. Ook het regionale kennisecosysteem van de innovatieve glastuinbouw wordt steviger. Innovaties die hun oorsprong vinden buiten de glastuinbouwsector worden toegepast in de innovatieve glastuinbouw, waaronder kunst­ matige intelligentie, robotisering en digitalise­ ring. Kennis van de tuinbouw wordt daardoor in toenemende mate verbonden met kennis van de techniek. Onder andere het regionale programma AgriTech zet hier op in. Alle in deze vraag genoemde sectoren zijn in één of meer gesprekken spontaan genoemd. Het meest gehoord zijn: smart horticulture: sensortechniek, datagedreven teelt, automatisering, robotisering (toepassing in de praktijk), teeltmanagement, gewasoptimali­ satie, monitoring, health benefits. Daarnaast verbinding met financiële dienstverlening en techniek in het algemeen. Mogelijk partners om deze cross-overs mee te bewerkstelligen zijn de nabijgelegen campussen en clusters van bijvoorbeeld Delft, Leiden, maar ook het dichterbij gelegen Dutch Innovation Park in Zoetermeer. Tot slot moet uiteraard ook niet de brede kennisbasis vergeten worden van Wageningen University & Research in Wageningen zelf.

20

Gemeentelijk: Horti Science Park is een van de parels binnen de gemeente, maar uit de inter­ views blijkt niet de verwachting dat Horti Science Park hèt kristallisatiepunt wordt. Belangrijk is om de investeringen die de bedrijven doen in hun ontvangstruimtes of experiencecenters te hono­ reren en te verbinden. Wat onderscheidend is, is dat de organisaties op het Horti Science Park dienstverlenend zijn en de overige bedrijven meer gericht zijn op hun eigen keten. Regionaal: In de regio en binnen het ecosysteem van de Greenport West-Holland zijn drie hotspots te onderscheiden, bestaande uit het Horti Science Park (Bleiswijk), Dutch Fresh Port (Barendrecht), en het World Horti Center (Naaldwijk). Het Horti Science Park zal zich met haar eigen propositie moeten profileren, die zich onderscheidt van, maar wel complementair is aan andere clusters in de Greenport. Nationaal: Gewenste positionering is: het ecosys­ teem van de Greenport West Holland heeft drie innovatie hotspots die complementair zijn: World Horti Center, Dutch Fresh Port en Horti Science Park. Het World Horti Center richt zich voorname­ lijk op technologische innovaties en de Dutch Fresh Port focust op vers en logistiek. Het Horti Science Park richt zich op teeltinnovaties, vertical farming en artificial intelligence.

Internationaal: Op internationaal niveau heeft afzonderlijke profilering van het Horti Science Park weinig toegevoegde waarde, maar zal het onderdeel moeten zijn van een nationale Greenport of in sommige gevallen zelfs landbouwportfolio. De meerwaarde van een locatie als het Horti Science Park kan wel een

onderscheidende eigenschap zijn om internatio­ nale bedrijven aan te trekken. Daarvoor is wel een onderscheidend profiel nodig dat zowel kan gaan over het Horti Science Park zelf, maar zeker ook over de specifieke aard van de glastuinbouw­ bedrijven in Lansingerland. Innovation Quarter zou dan een dergelijke concrete propositie kun­ nen ondersteunen via hun business developers. De verwachting is dat de internationale voedselmarkt dynamisch en groeiend is. Het wereldvoedselvraagstuk blijft in de komende decennia vragen om innovaties in gewas en techniek. Hierin liggen maatschappelijke en economische kansen voor het Horti Science Park. Hoe de markt voor sierteeltproducten zich ontwikkelt, is niet ter sprake gekomen tijdens de interviews. Deze markt is wereldwijd veel kleiner dan voedsel, maar de positie van Nederland hierin is zeer sterk en kent vergelijkbare exportcijfers.

Onderzoeksvraag 4 over andere regionale Science Parken "Hoe verhoudt de dóórontwikkeling van het Horti Science Park zich tot de verschillende Science Parks in de regio?" Er is een latente vraag bij de verschillende scien­ ce parken voor samenwerking met de tuinbouw in het algemeen. Dit blijkt uit het groeiend aantal initiatieven onder de vlag van het programmabu­ reau Greenport West-Holland. Hierbij ligt het initiatief tot dusver vooral bij de tuinbouw. Om kennis en start-up initiatieven te interesseren voor de tuinbouw zal dit waarschijnlijk ook zo blijven en het is zaak om talent en start-ups te interesseren om hun inzet te richten op de tuinbouw. Start-ups zullen echter niet snel de bestaande grote campussen met hun sterke eco­ systemen verlaten; daar zit het talent en is er zekerheid op veel ondersteuning en dienstverle­ ning (YES!Delft, huisvesting, etc.). Wel is er moge­ lijk behoefte aan satellietvestigingen zoals een bedrijfsverzamelgebouw waar deze bedrijven dicht bij de plek waar praktijkonderzoek wordt

gedaan, kunnen werken in het hart van het clus­ ter. OV bereikbaarheid is daarbij een aandachts­ punt, die is op dit moment slecht. Een ander aandachtspunt is taal. Veel talent spreekt geen Nederlands, waardoor zij niet of minder snel onderdeel wil uitmaken van het Greenport net­ werk. Een Engelstalig programma is mogelijk een kritieke randvoorwaarde om kennis en talent uit die andere Science Parken aan te spreken. Kortom, ontwikkel een Engelstalig programma gericht op een aantal krachtige Science Parken of campussen in de omgeving. Onderzocht kan wor­ den of dat programma bestaat uit netwerkbijeenkomsten, projecten, beurzen, of onderzoeksbud­ getten. Het bundelen van bestaande initiatieven in het Engels zou een eerste stap kunnen zijn. Een tweede interventie kan zijn het verder onderzoeken van de haalbaarheid van een incubator/bedrijfsverzamelgebouw ten behoeve van satellietvestigingen van start- en scale-ups. Bij voorkeur in combinatie met een aantal gedeelde diensten. YES!Delft kan een rol spelen bij de doorontwikkeling van de software van het Horti Science Park en het verbinden van het regionale ecosysteem. YES!Delft heeft een regionale focus en laat deze focus zien door de opening van locaties in Rotterdam en Den Haag. Aandachtspunt hierbij is een mogelijk spanningsveld tussen de Wageningen University & Research en de TU Delft.

De zoektocht is hoe beiden elkaar kunnen versterken.

RAPPORTAGE DÓÓRONTWIKKELING HORTI SCIENCE PARK

21

Onderzoeksvraag 5 taken en verantwoordelijk­ heden "Welke taken en verantwoordelijk­ heden kennen de verschillende partijen bij de dóórontwikkeling van het Horti Science Park?" Om deze vraag goed te beantwoorden is een geografische afbakening van het Horti Science Park voorwaardelijk. Indien het specifiek gaat om het terrein rondom de WUR en Delphy, dan zijn met name deze twee van belang voor de doorontwikkeling, omdat uit de interviews geen manifeste ruimtelijke vraag bestaat van bestaande bedrijven van buiten om hier op de korte of middellange termijn te inves­ teren. Samen met de gemeente kan bijvoorbeeld gekeken worden naar meekoppelkansen met investeringen van deze organisaties in de nabije toekomst. De WUR heeft als universiteit meerdere wettelij­ ke kerntaken. Naast onderwijs en onderzoek is valorisatie de derde kerntaak van een universi­ teit. Het faciliteren en genereren van start-ups hoort bij deze kerntaak, bijvoorbeeld door het ontwikkelen en faciliteren van ondernemerschap, coaching, het organiseren van specifieke pro­ gramma of het helpen bij funding voor start- of scale-ups. Wel blijft het lastig voor een universi­ teit om voldoende en geschikt vastgoed te heb­ ben en te financieren voor start-ups, omdat het financieren van vastgoed voor derden niet is toegestaan met overheidsgelden.

Wo

s 22

Buiten de 'enge' grenzen van het Horti Science Park, bestaat er mogelijk wel een ruimtelijke vraag op lange termijn, maar daar dient dan aan­ vullend onderzoek naar te worden gedaan in bij­ voorbeeld de Horti Science visie. Bijvoorbeeld om de vraag te beantwoorden of een deel van BleizoWest gereserveerd moet blijven voor Horti Science Park.

Tot slot hebben meerdere geïnterviewden aange­ geven dat zij niet streven naar nieuwe organisa­ ties en de voorkeur hebben bij de aansluiting bij bestaande gremia (club van 100, programmabu­ reau Greenport West-Holland, YESIDelft, etc.), waarbij voorkomen dient te worden dat er een ambtelijke structuur wordt ingepast in dergelijke organisaties .

Onderzoeksvraag 6 (TG) schaal waarop stakeholders actief zijn "Wat is de schaal waarop de stake­ holders actief zijn, hoe definiëren zij hun regio of ecosysteem?" De geïnterviewde bedrijven vormen samen geen economisch direct verbonden groep, omdat hun producten en diensten verschillende markten bedienen. Dit is een mogelijke verklaring voor de geringe samenwerking tussen de deze bedrijven. Dat wil zeggen, veel R&D-activiteiten vinden plaats onder het dak van het eigen bedrijf en onderzoek vindt plaats met eigen onderzoekers en eigen faciliteiten. In feite kan worden gecon­ stateerd dat de geïnterviewde bedrijven uit Lansingerland het vraagstuk van innovatie zelf of inhouse hebben georganiseerd; daar hebben zij een triple helix samenwerking op het niveau van Horti Science Park niet voor nodig. Wel wordt door de geïnterviewde bedrijven genoemd dat naast deze meer formele samenwerking ook informele ontmoeting leidt tot knowledge spil­ lovers, of kennisoverdracht. Daarnaast hebben de toonaangevende bedrijven vaak een eigen experience center, waar duizen­ den bezoekers per jaar worden ontvangen. Het faciliteren van die bezoekers zou mogelijk beter gefaciliteerd kunnen worden. Controle op wie het bedrijf binnenkomt, is key en men let scherp op of concurrenten niet onbedoeld een podium krijgen.

Toch kan het helpen als er bijvoorbeeld een professioneel standaardprogramma wordt ontwikkeld. Variërend van een online omgevin tot iets praktisch als een een 'HortiDubbeldekkerbus' die door het gebied rijdt.

Doelgroepen kunnen zijn: Klanten die verschillende bedrijven op een dag willen bezoeken (concurrentiegevoelig). Talent, scholieren en studenten (gezamenlijk belang). NGO's en politici (gezamenlijk belang). Buitenlandse missies (meestal gezamenlijk belang).

Onderzoeksvraag 7 (TG) behouden koppositie "Hoe denkt het bedrijfsleven haar koppositie te behouden?" Aantrekken van talent en enthousiasmeren van de jeugd Geen enkele industrie heeft zekerheid op behoud van zijn positie, zo ook de tuinbouw niet. Het behouden en aantrekken van de beste mensen is randvoorwaardelijk om de huidige positie te behouden en verder uit te bouwen. Jonge mensen uit de regio kiezen niet voor de tuinbouwsector. Hier ligt een taak voor de triple helix samenwer­ king om jongeren vroegtijdig te enthousiasme­ ren. Ook kan meer gehaald worden uit het talent dat actief is op science parken en campussen in de nabij omgeving. De aantrekkingskracht op talent uit Wageningen en agrarische hogescholen is wel goed (en ook logisch). Internationale concurrentie De internationale concurrentie neemt toe, zowel in afzet als innovatie. In concurrerende landen groeit de opbrengst per vierkante meter en is er een groter areaal beschikbaar voor productie. Op de middellange termijn bestaat het risico dat bulkteelten verdwijnen uit Nederland, indien deze kleiner zijn dan 300 hectare. Het ontwikke­ len van nieuwe teelten met hoge marges is een voorwaarde voor Nederland om concurrerend te blijven. Intensief onderzoek in eigen beheer is hiervoor van groot belang en indien hier gemeenschappelijke voorzieningen nodig zijn,

bijvoorbeeld in het Horti Science Park, ligt er een gezamenlijke opgave deze te financieren en realiseren. Op de lange termijn is er een dispuut in hoeverre (teelt)kennis kan worden geautoma­ tiseerd en gerobotiseerd in autonome kassen. Teeltkennis is nu nog een echt concurrentievoor­ deel binnen de Nederlandse Greenport. Venture Capital Door schaalvergroting zal meer extern vermogen de sector invloeien, maar de verwachting is dat venture capital geen logische weg is. Geïnterviewden geven wel aan dat de Verenigde Staten met inhaalslag komen, omdat dat land een traditie heeft om zeer risicovol te investeren in technologie.

Onderzoeksvraag 8 (TG) hoe wordt het ecosysteem van het Horti Science afgebakend? Bedrijven zijn trots op hun roots in Lansingerland en zijn verbonden met Lansingerland. Ze zetten zich soms wat af tegen het Westland, maar zien bovenal dat ze onderdeel uitmaken van hetzelfde ecosysteem dat geografisch kan worden afgeba­ kend tot Greenport West-Holland, zonder dat deze grens hard is. Daarnaast heeft het Horti Science Park vanwege haar wetenschappelijke competentie ook meerwaarde bij het valoriseren van wetenschappelijke kennis van nabijgelegen campussen zoals in Delft of Leiden.

Onderzoeksvraag 9 (TG) agenda niet tuinbouw bedrijfsleven "Biedt de agenda van het bedrijfs­ leven van andere regionale clusters aanknopingspunten voor samenwer­ king met het Horti Science Park?" De agenda van het bedrijfsleven van andere clus­ ters biedt zeker aanknopingspunten bij het Horti Science Park. De gedachte daarbij is dat

RAPPORTAGE DÓÓRONTWIKKELING HORTI SCIENCE PARK

23

bedrijven uit het ecosysteem van bijvoorbeeld de TU Delft of uit het Life Science cluster uit Leiden op die plek innovaties ontwikkelen voor de tuin­ bouw. Het is dan niet de verwachting dat deze bedrijven hun hoofdvestiging verplaatsen naar het Horti Science Park. Hun kennisbasis voor wat zij doen zit namelijk in hun eigen ecosysteem en bijvoorbeeld de TU Delft heeft een grotere aan­ trekkingskracht op hoogopgeleid talent met een technische interesse. Echter, zodra innovaties vanuit het theoretische stadium naar het prakti­ sche getild wordt, of wordt opgeschaald, hebben dit soort bedrijven behoefte om dichter op de markt te zitten voor praktijkproeven. De moge­ lijkheid om dan een nevenlocatie te kunnen vestigen in bijvoorbeeld het Horti Science Park is dan een bruikbare faciliteit. Het aanbod dient niet alleen te bestaan uit hardware, of een werk­ plek, maar ook uit software (programmering). Organisaties als YES!Delft, Startlife, Club van 100 en het programmabureau Greenport WestHolland kunnen daarin een rol spelen. Daarnaast is een goede vraag of er enige vorm van samenwerking of meerwaarde kan worden gecreëerd met de vele distributiebedrijven langs de A12. Het is gebleken dat dit reeds gebeurt bij de ontwikkeling van MBO onderwijs in Lansingerland die middenkader of vakmensen opleidt voor deze bedrijven. Dit is een mooie springplank voor verdere samenwerking.

In welke mate de geconstateerde behoefte ook materieel is in de vorm van ruimtevraag, is op grond van dit onderzoek nog geen harde uit­ spraak te doen en zal vervolgonderzoek nodig zijn, op basis van een concrete propositie van het Horti Science Park.

Onderzoeksvraag 10 (TG) relatie andere clusters “Wat hebben andere clusters in Zuid-Holland nodig van tuinbouw/ Horti Science Park?” Zie onderzoeksvraag 4: over andere regionale science parks

24

3.2 Ruimte In deze paragraaf worden de ruimtelijke onderzoeksvragen beantwoord.

Onderzoeksvraag 11 ruimtelijke functies “Welke ruimtelijke functies (waaron­ der incubators) en vestigingsfactoren zijn randvoorwaardelijk voor het suc­ cesvol doorontwikkelen van het Horti Science Park en welke beeldkwaliteitseisen gelden voor nieuwe ruim­ telijke functies?” In het algemeen is bij de zes door ons geïnterviewde bedrijven in Lansingerland géén of beperkt ruimtelijke behoefte om te investeren; de strategie richt zich dan meer op organische groei of groei binnen het bestaande bedrijf. De bedrijven sluiten echter ook weer niet uit dat indien er een incubator is, dit toch een meerwaarde kan hebben voor hen. Zoals genoemd bij onderzoeksvraag 4 is er mogelijk behoefte aan een bedrijfsverzamelgebouw/incubator als satellietlocatie van start-ups. Hoewel de bereikbaarheid beter is dan in het Westland, is deze qua OV nog onvoldoende voor een incubator. Dit vraagt om investeringen van lokale en regionale overheden. Voortbouwend op het voorgaande punt: in de ruimtelijke behoefte voor een bedrijfsverzamelgebouw/incubator kan mogelijk worden voorzien door de verbouwing (vervanging en uitbreiding faciliteiten) van de WUR te benutten. Hier liggen meekoppelkansen, bijvoorbeeld door oude kassen van de WUR te hergebruiken voor start-ups. Er is duidelijk geen behoefte aan een tweede variant van het World Horti Center.

Het bedrijfsleven noemt dit en onderstreept dat zij zelf ontvangstruimte hebben en (in samenwerking) ontvangstprogramma's

moeten organiseren. Complementariteit van het Horti Science Park aan het WHC dient te worden nagestreefd. Wellicht dat er op lange termijn behoefte bestaat aan een Horti Science Business Park dat kan worden ontwikkeld in Lansingerland/ Bleizo-West. Hierbij kan ingespeeld worden op de voordelen op het gebied van bereikbaarheid, zichtlocatie, beschikbare ruimte en de nabijheid van kennisinstellingen. Deze vraag kan nader worden onderzocht in de Horti Science visie. Dit businesspark kan het cluster en het Horti Science Park verstevigen. Ten aanzien van de beeldkwaliteit: Ondanks de no-nonsense mentaliteit in de tuinbouw, is een verbetering van de beeldkwaliteit wenselijk. Denk daarbij aan bewegwijzering of eenvoudige ingrepen ter bevordering van een mooier straatbeeld, of meer samenhang in het gebied. Qua marketing is er wel een spanningsveld tussen de overkoepelende marketing van Horti Science Park en de kracht van het eigen merk (bijvoorbeeld Bayer, Delphy, Wageningen University á Research). De marketing van het Horti Science Park zal in deze altijd ondersteunend moeten zijn. Organisaties willen grip willen houden op hun eigen merk en alleen als de som evident meer is dan de som der delen Horti Science Park integreren in hun eigen merk.

Naarmate de organisatie groter is met een zeer sterke reputatie, zoals Wageningen University á Research, zal dat complexer zijn, dan bij een kleinere organisatie.

Onderzoeksvraag 12 vervoerwaarde station Lansingerland-Zoetermeer "Hoe verhoudt de dóórontwikkeling van het Horti Science Park zich tot de vervoerswaarde van het station Lansingerland-Zoetermeer, vertramming van de ZoRo lijn, A12 corridor en het project Bleizo-West?"

Op de korte termijn is er weinig effect te ver­ wachten op de vervoerswaarde van het station Lansingerland-Zoetermeer. De ruimtelijke vraag die op grond van onze interviews is geconsta­ teerd, is nu nog beperkt om een reëel effect te hebben op de vervoerswaarde. Wel is geconstateerd dat de route van het station richting het Horti Science Park verbeterd dient te worden. De ruimtelijke kwaliteit is beperkt en het is ingewikkeld om op veilige wijze van het station naar het Horti Science Park te fietsen of lopen. Een potentieel positief effect op de vervoers­ waarde op de middellange termijn zou een vesti­ ging van een school kunnen zijn. Deze zou dan eerder op het terrein van Bleizo-West komen te staan dan direct tegen het Horti Science Park aan, zoals dat nu bestaat uit de WUR en Delphy. In elk geval heeft Lentiz aangegeven deze optie te overwegen en hierover met de gemeente in gesprek te willen. Daarnaast is vlakbij het Dutch Innovation Park waar zowel de Haagse Hogeschool als mboRijnland actief zijn met circa 800 studen­ ten en scholieren. Daarbij is de vervoerswaarde van een scholen­ gemeenschap aanvullend positief omdat het bestemmingsreizigers aantrekt in plaats van extra forensen richting met name Den Haag. Dus dat zou zowel in kwantitatief als kwalitatief opzicht een positief effect kunnen hebben op de vervoerswaarde.

RAPPORTAGE DÓÓRONTWIKKELING HORTI SCIENCE PARK

25

Op de lange termijn is de vraag wat de relatie van het Horti Science Park wordt met BleizoWest. Ons uitgangspunt is dat Bleizo-West een dergelijk goede ligging heeft dat elk type bedrij­ venterrein een succes wordt, dus ook als het tuinbouwgerelateerd is. De verwachting is dat de verschillen qua vervoerswaarde tussen de ver­ schillende type bedrijventerreinen beperkt zijn en overeenkomen met de eerdere inschattingen uit het rapport "Ontwikkeling Bleizo West” van TwynstraGudde uit 2019, inclusief het effect op de vertramming op de ZoRolijn.

Station

IN OVATION Onderzoeksvraag 13 (TG) relatie Bleizo-West “Wat is de relatie met Bleizo-West en andere omliggende gebieden?"

•t|HniU!»ii3ll Bleizo-West staat op dit moment economisch en qua identiteit relatief los van Lansingerland. Dit wordt door meerdere geïnterviewden als jammer of een gemiste kans gezien. Mogelijke interventies zijn het reserveren van een deel van Bleizo-West voor een tuinbouw gerelateerd business park of onderzoek of er verbinding gemaakt kan worden tussen de distributiebedrijven en de tuinbouw (als goede buur). Inzet van een deel van Bleizo-West ten behoeve van de Greenport in het algemeen en Horti Science Park in het bijzonder, is wenselijk. Dat kan zijn ruimte voor een incubator/bedrijfsverzamelgebouw, tot het realiseren van een thematisch internationaal bedrijfspark of een school. Ontwikkeling van Bleizo-West of het gehele knooppunt kan ertoe leiden dat de vervoerswaarde omhoog gaat en de mogelijkheden van OV richting Horti Science Park verbeteren. Op het gebied van duurzaamheid zouden er verbindingen kunnen worden gemaakt met de tuinbouwbedrijven, bijvoorbeeld warmtelevering. De ruimtelijke kwaliteit en de verbinding vanuit Bleizo-West, in het bijzonder met het station, is voorwaardelijk in de relatie tussen Bleizo-West en Horti Science Park. 26

Het nabijgelegen Dutch Innovation Park biedt voor het Horti Science Park een kans voor samenwerking op IT vraagstukken.

Relatie andere gebieden: Aan de zuidkant zijn de huidige grote glastuinbouwbedrijven gevestigd. Bij de ontwikkeling van het Horti Science Park is het inspelen op de investeringen die deze bedrijven hebben gedaan in bijvoorbeeld experience of ontvangstruimte van belang. Gestimuleerd moet worden dat deze investeringen (in hardware) gehonoreerd worden. Voorkomen moet worden dat het Horti Science park daar mee gaat concurreren. De relatie met de A12 corridor is vanuit Horti Science Park beperkt. Wel is daar behoefte aan goed opgeleid middenkader, waar regionale mbo en hbo opleidingen in kunnen voorzien. Dat kan het profiel van de school breder maken en een betere (financiële) basis voor investeringen in een modern schoolgebouw.

Onderzoeksvraag 14 (TG) ruimtelijke kaders en grondposities “Wat zijn de ruimtelijke mogelijk­ heden en kaders voor de dóór­ ontwikkeling van het Horti Science Park en wat zijn de grondposities?" De gronden van het Horti Science Park zijn in bezit van de zittende bedrijven. Het naastgelegen perceel is in eigendom van een particuliere grondeigenaar uit de tuinbouwsector. De gronden van Bleizo-West en de gronden ten noorden van de WUR zijn in handen van een gemeenschappelijke regeling, waar Lansingerland een van de deelnemers aan is. De toekomstige functie of invulling van de niet bebouwde gronden is nog niet bekend. De gemeente staat open om mee te denken als deze gronden ten goede komen aan de doorontwikkeling van Horti Science Park. Recent heeft de WUR twee hectare grond gekocht van een particuliere grondeigenaar uit de tuin­ bouwsector, direct naast de WUR. De WUR wil hier uitbreiden, maar de aangekochte grond dient er ook voor dat de WUR operationeel kan blijven tijdens de vervanging en vernieuwing van het huidig bedrijf. De conclusie is dat er op dit moment nog vol­ doende niet bebouwde grond is die ingezet kan worden voor de doorontwikkeling van het Horti Science Park. Het is verstandig om met de grondeigenaren te verkennen waar gemeen­ schappelijke en tegengestelde belangen liggen t.a.v.

de doorontwikkeling van het Horti Science Park en te sturen op het in elk geval vrijhouden van een gedeelte van deze gronden t.b.v. de doorontwikkeling van het Horti Science Park.

3.3 Kennis en onderwijs In deze paragraaf worden de onderzoeksvragen over kennis en onderwijs beantwoord.

Onderzoeksvraag 15 waardevolle onderwijs­ concepten “Welke onderwijsconcepten dragen bij aan het succesvol doorontwikke­ len van het Horti Science Park?" De verbinding en aantrekkingskracht op agra­ risch en groen onderwijs is op alle niveaus goed, maar is wel een tekort en daarmee een 'war on talent'. Deze relatie moet dus bestendigd worden. De mbo en hbo scholen in de regio zoeken inten­ sieve samenwerking met bedrijven voor onder andere (afstudeer)stages. Vanuit deze scholen is mogelijk behoefte aan een ontmoetingsplek, experimenteerruimte of praktijk- en projectruim­ te op het Horti Science Park. Onderwijs haakt aan bij de doorontwikkeling Horti Science Park als bedrijven ook aanhaken. Maar het omgekeerde kan ook waar zijn. Door de geïnterviewden wordt genoemd dat het MBO Westland in het World Horti Center goed werkt. Ondanks dat duidelijk is geworden uit de reacties van de geïnterviewden dat er geen 'tweede' World Horti Center hoeft komen in Lansingerland, is het wel denkbaar en gewenst dat het mbo-onderwijs zich hier verder ontwikkelt. Gezien de beperkte reikwijdte van een mbo-school, scholieren komen op de fiets of met de bus, wordt concurrentie ten opzichte van het MBO Westland niet gezien.

Het is daarom verstandig als de gemeente in overleg gaat met bestaande mbo-scholen over de behoefte en mogelijkheden voor een nieuwe locatie nabij bijvoorbeeld het station Lansingerland-Zoetermeer.

RAPPORTAGE DOORONTWIKKELING HORTI SCIENCE PARK

27

De verbinding met talent van andere universitei­ ten is nog zwak. Er is een mismatch waar te nemen tussen de vraag en aanbod op de arbeidsmarkt. Bedrijven geven aan dat het aan­ trekken van mensen van verschillende opleidingstypen een probleem vormt. De tuinbouw zou de samenwerking met de TU Delft, Erasmus en Leiden, die is ingezet in het kader van Greenport West-Holland, kunnen intensiveren. Mogelijk dient het programma ook in het Engels mogelijk te worden gemaakt om een grotere groep (academisch) talent te interesseren. Voortgezet onderwijs en Lansingerland als woon­ stad voor gezinnen: we observeren in de reacties van bedrijven dat op dit moment de tuinbouw (te) weinig onder de aandacht wordt gebracht in het primaire en het voortgezet onderwijs in de gemeente Lansingerland. De verbondenheid van jonge mensen met de tuinbouw wordt gemist. Een idee is nu: investeer in die relatie. Dat kan op korte termijn effect hebben op de instroom in het groen mbo, dan wel andere voor de tuinbouw relevantie mbo-opleidingen. Op lange termijn is de gedachte dat nadat jonge mensen met een HBO/WO-opleiding de zeven wereldzeeën hebben bevaren, ze zich met een jong gezin of anderszins willen vestigen in Lansingerland en op dat moment ook een carrière bij een van de glastuinbouwbouwbedrijven overwegen.

Dan wordt de kracht van Lansingerland als woon­ omgeving voor gezinnen gecombineerd met de kracht van mooie bedrijven.

3.4 Randvoorwaarden In deze paragraaf worden de onder­ zoeksvragen over de randvoorwaarden beantwoord.

Onderzoeksvraag 16 kritische succesfactoren “Wat zijn de kritische succesfactoren voor een internationaal toonaan­ gevend Horti Science Park?"

De ontwikkeling vindt plaats in de context van het gehele ecosysteem in Greenport WestHolland met profilering die aanvullend is op de totale portfolio aan economische activiteiten. Organisatorisch wordt aangesloten op bestaande structuren, c.q. worden bestaande structureren versterkt. Er blijven voldoende grondposities beschikbaar. Mensen die zich voor lange termijn aan de ambitie van het Horti Science Park willen verbinden en zich hiervoor inzetten. Eigenaarschap van de bedrijven bij de doorontwikkeling is (op middellange termijn) randvoorwaardelijk. Schets een wenkend perspectief voor de lange termijn. Ga voor de lange adem en niet alleen voor de quick wins Begin klein door van onderaf te bouwen en reuring te creëren en bouw dit uit. Stel ook steeds een begroting op en zoek partners om mede te financieren.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Lansingerland&id=161ebc86-9587-439f-91f5-5b246092737f