CConstaterende datLansingerland
Koppel je AI →
Document · PDF

[T21.07502] Was/wordt Verordening Sociaal Domein 2021/2022

Commissie Samenleving 11 november 2021, gemeente LansingerlandBij agendapunt: Verordening sociaal domein 202232.309 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

Artikel 4:5 Artikel 4.1.2

Artikel 4:5 Oproep personen Het college is bevoegd om ten behoeve van het onderzoek de inwoner of bij gebruikelijke hulp de personen die tot de leefeenheid van de inwoner behoren: a. uit te nodigen in persoon te verschijnen op een door het college te bepalen plaats en tijdstip en hem te bevragen; b. op een door het college te bepalen plaats en tijdstip door één of meer daartoe aangewezen deskundigen te doen bevragen; voor zover dit van belang is voor de beoordeling van de aanspraak op een maatwerkvoorziening

Artikel 4.1.2 Onderzoek (…) 2. De gemeente is ook bevoegd om onderzoek te doen naar de mogelijke beschikbaarheid van gebruikelijke hulp door huisgenoten en daarvoor huisgenoten van de inwoner uit te nodigen of te laten onderzoeken door een (of meerdere) deskundige(n), voor zover dit noodzakelijk is voor de vaststelling van het recht op een maatwerkvoorziening.

Artikel 4:6 Artikel 4.1.4

Artikel 4:6 Beschikking 1. In de beschikking tot verstrekking van een maatwerkvoorziening, wordt aangegeven of deze als voorziening in natura of als persoonsgebonden budget wordt verstrekt en op welke wijze bezwaar tegen de beschikking kan worden gemaakt. 2. Bij het verstrekken van een maatwerkvoorziening in natura vermeldt de beschikking in ieder geval: a. welke maatwerkvoorziening verstrekt wordt en wat het beoogde resultaat daarvan is; b. de ingangsdatum, de omvang en duur van de verstrekking; c. de kostprijs van de voorziening; d. of een bijdrage in de kosten verschuldigd is. 3. Bij het verstrekken van een maatwerkvoorziening in de vorm van

Artikel 4.1.4 Beschikking 1. In de beschikking tot verstrekking van een maatwerkvoorziening wordt aangegeven of deze als voorziening in natura of als persoonsgebonden budget wordt verstrekt. 2. Bij het verstrekken van een maatwerkvoorziening in natura vermeldt de beschikking in ieder geval: a. welke maatwerkvoorziening verstrekt wordt en wat het beoogde resultaat daarvan is; b. de ingangsdatum, de omvang en duur van de verstrekking; c. welke leverancier de ondersteuning zal leveren; d. hoe de voorziening verstrekt wordt en wat hierbij van de inwoner wordt verwacht; e. de kostprijs van de voorziening; en f. of een bijdrage in de kosten verschuldigd is. 3. Bij het verstrekken van een maatwerkvoorziening in de vorm van persoonsgebonden budget vermeldt de beschikking in ieder geval:

T21.07502

persoonsgebonden budget vermeldt de beschikking in ieder geval: a. aan welk resultaat het persoonsgebonden budget kan worden besteed; b. welke kwaliteitseisen gelden voor de besteding van het persoonsgebonden budget; c. wat de hoogte van het persoonsgebonden budget is en hoe dit tot stand is gekomen; d. de ingangsdatum, de omvang en duur van de verstrekking; e. de wijze van verantwoording van de besteding van het persoonsgebonden budget, en f. of een bijdrage in de kosten verschuldigd is.

Artikel 4.4.1

Niet opgenomen in Verordening Sociaal Domein 2021

a.

4.

het beoogde resultaat waarvoor het persoonsgebonden budget is toegekend; b. de ingangsdatum, de omvang en duur van de verstrekking; c. wat de hoogte van het persoonsgebonden budget is en hoe dit tot stand is gekomen; d. wie de ondersteuningsverlener is die de ondersteuning zal leveren; e. de termijn waarbinnen het pgb moet worden aangewend; f. de wijze van verantwoording van de besteding van het persoonsgebonden budget; en g. of een bijdrage in de kosten verschuldigd is. Als met de beschikking wordt besloten tot het (gedeeltelijk) afwijzen van de gevraagde maatwerkvoorziening of de gewenste verstrekkingsvorm van een pgb, dan bevat de beschikking de grond(en) waarop deze (gedeeltelijke) afwijzing is gebaseerd.

Paragraaf 4.4 Aanvullende voorwaarden persoonsgebonden budget Artikel 4.4.1 Verzoek 1. Om in aanmerking te kunnen komen voor een pgb dient de inwoner bij de aanvraag om een maatwerkvoorziening tevens een pgb plan, en als de voorzienig bestaat uit een dienst tevens een recente VOG van de directe zorgverlener(s), in te dienen. 2. Op het moment dat de aanvraag gaat over het verlengen van een bestaande indicatie in de vorm van een dienst dan dient bij het verzoek ook het bijgehouden zorgplan te worden ingediend.

Artikel 4:7 Artikel 4.4.2

T21.07502

Artikel 4:7 Persoonsgebonden budget 1. Om voor een pgb in aanmerking te komen dient de inwoner in een persoonlijk pgbplan toe te lichten dat een maatwerkvoorziening in de vorm van een pgb aantoonbaar tot een goede, doelmatige en effectieve ondersteuning leidt en dat zorg in natura niet passend is. De inwoner maakt hiermee een bewuste keuze voor het pgb. 2. Indien voldaan wordt aan de voorwaarden onder lid 1 kan het pgb aangewend worden als beloning aan iemand in het sociale

Artikel 4.4.2 Pgb plan 1. Om voor een pgb in aanmerking te komen dient de inwoner in een persoonlijk pgb-plan toe te lichten dat een maatwerkvoorziening in de vorm van een pgb aantoonbaar tot een goede, doelmatige en effectieve ondersteuning leidt. De inwoner maakt hiermee een bewuste keuze voor het pgb. 2. Het pgb plan bevat in elk geval de volgende punten: a. de reden waarom de inwoner in aanmerking wil komen voor een pgb; b. een beschrijving van de ondersteuning of voorziening die de inwoner in wil kopen;

3.

4.

5.

6.

7.

8.

T21.07502

netwerk indien de zorg de gebruikelijke hulp overstijgt. Het tarief voor een pgb: a. is gebaseerd op de frequentie van de in te zetten ondersteuning en/of het resultaat, en hangt af van de uitvoering. Er wordt rekening gehouden met een verschil tussen professionele inzet (beroepsmatig) en nietprofessionele inzet (informele hulp); b. is toereikend om effectieve en kwalitatief goede ondersteuning in te kopen, en; c. bedraagt ten hoogste de kostprijs van de in de betreffende situatie goedkoopst passende maatwerkvoorziening in natura. In het geval de maatwerkvoorziening een hulpmiddel betreft wordt het bedrag aangevuld met een bedrag voor het onderhoud gedurende de duur van de verstrekking. De hoogte van het pgb voor dienstverlening is opgebouwd uit verschillende kostencomponenten zoals salaris, vervanging tijdens vakantie, verzekeringen en reiskosten; Een pgb dient door de inwoner binnen drie maanden na toekenning te worden aangewend ten behoeve van het resultaat waarvoor het is verstrekt. De hoogte van het pgb is afhankelijk van de persoon die de dienstverlening uitoefent. Het tarief: a. is gebaseerd op de frequentie van de in te zetten ondersteuning en hangt af van de uitvoering b. er wordt rekening gehouden met een verschil tussen gediplomeerde en nietprofessionele inzet; c. is toereikend om effectieve en kwalitatief goede ondersteuning in te kopen, en; d.

bedraagt ten hoogste de kostprijs van de in de betreffende situatie goedkoopst adequate maatwerkvoorziening in natura. pgb bedragen worden jaarlijks geïndexeerd, afgerond op hele euro’s: a. Niet professionele hulpverlening: overeenkomstig de ontwikkelingen van

c.

3.

de naam van de beoogde ondersteuningsverlener of aanbieder; d. een toelichting op de keuze voor deze aanbieder en/of ondersteuningsverlener; e. de kosten die de leverancier/ondersteuningsverlener in rekening brengt, uitgedrukt in aantal eenheden en tarief; f. de wijze waarop de inwoner, conform het model van de SVB, een contract aangaat met de Pgb-aanbieder; g. de wijze waarop de kwaliteit van de ondersteuning is gewaarborgd; h. de wijze waarop de ondersteuningsverlener wordt aangestuurd in de praktijk; i. de wijze waarop de zorg wordt gecontroleerd; j. de wijze waarop een juiste administratie wordt bijgehouden; k. hoe omgegaan wordt met geconstateerde onjuistheden; en l. hoe de continuïteit van de ondersteuning is gewaarborgd op het moment dat er zich een calamiteit voordoet. In aanvulling op het tweede lid bevat het pgb plan in elk geval de volgende punten indien aanspraak wordt gemaakt op het formele pgbtarief: a. Een uitdraai uit het handelsregister van de leverancier; en b. Een bewijs van verzekering tegen beroeps- en/of bedrijfsaansprakelijkheid van de leverancier.

Artikel 4:7 lid 3 t/m 6 zijn in artikel 4.4.4 en artikel 4.4.7 terug te vinden.

de consumentenprijsindex van het CBS (peildatum oktober van het lopende jaar). b. Professionele hulpverlening: volgens indexatiepercentages die contractueel zijn vastgelegd in contracten voor zorg in natura, gebaseerd op het OVA percentage (Overheidsbijdrage in de Arbeidskostenontwikkeling peildatum juli). c. pgb voorzieningen: overeenkomstig de ontwikkelingen van de consumentenprijsindex van het CBS (peildatum oktober van het lopende jaar). Artikel 4.4.3

T21.07502

Niet opgenomen in Verordening Sociaal Domein 2021

Artikel 4.4.3 Beheer 1. Om in aanmerking te komen voor een Pgb dient de inwoner in staat te zijn de taken als budgethouder op zich te nemen. Dit betekent dat hij: a. In staat is aan te geven welke ondersteuning hij nodig heeft aan de ondersteuningsverlener/leverancier; b. Geen problematische schulden heeft; c. Geen ernstige verslavingsproblematiek heeft; d. Geen verstandelijke beperking, een ernstig psychiatrisch ziektebeeld of een cognitieve stoornis heeft; e. Geen aangetoonde fraude heeft gepleegd in de afgelopen vier jaar; en f. De Nederlandse taal in woord en geschrift voldoende beheerst. 2. Indien de inwoner niet over de in het eerste lid genoemde vaardigheden beschikt dan kan iemand uit het netwerk van de inwoner het beheer van het pgb op zich nemen. Dit kan een wettelijk vertegenwoordiger of gemachtigde zijn. In aanvulling op de in het eerste lid genoemde voorwaarden dient deze persoon: a. Een recente VOG te overleggen; b. Regelmatig een bezoek aan de inwoner te brengen en zo de ondersteuning ter plekke te controleren (er moet sprake zijn van voldoende nabijheid in de vorm van fysieke aanwezigheid en tijd); c. In staat tot communicatie met de inwoner; d. Geen financiële vordering op de inwoner te hebben; en

3.

e. Niet dezelfde persoon te zijn als de beoogde ondersteuningsverlener en geen nauwe band hebben met de beoogd ondersteuningsverlener waardoor er een belangenconflict zou kunnen optreden. Een inwoner krijgt maximaal twee keer de mogelijkheid om iemand uit zijn netwerk als bedoeld in het tweede lid aan te dragen. Indien geen geschikte derde wordt aangedragen, zal de aanvraag voor ondersteuning in de vorm van een Pgb worden afgewezen.

Artikel 4.4.4

Artikel 4:7, lid 3 t/m 5 3. Het tarief voor een pgb: a. is gebaseerd op de frequentie van de in te zetten ondersteuning en/of het resultaat, en hangt af van de uitvoering. Er wordt rekening gehouden met een verschil tussen professionele inzet (beroepsmatig) en nietprofessionele inzet (informele hulp); b. is toereikend om effectieve en kwalitatief goede ondersteuning in te kopen, en; c. bedraagt ten hoogste de kostprijs van de in de betreffende situatie goedkoopst passende maatwerkvoorziening in natura. 4. In het geval de maatwerkvoorziening een hulpmiddel betreft wordt het bedrag aangevuld met een bedrag voor het onderhoud gedurende de duur van de verstrekking. 5. De hoogte van het pgb voor dienstverlening is opgebouwd uit verschillende kostencomponenten zoals salaris, vervanging tijdens vakantie, verzekeringen en reiskosten;

Artikel 4.4.4 Uitgangspunten vaststellen Pgb budget 1. Het tarief voor een pgb: a. Is voor een dienst gebaseerd op de frequentie van de in te zetten ondersteuning en/of het resultaat, en hangt af van de ondersteuningsverlener. Er wordt rekening gehouden met een verschil tussen formele inzet (gediplomeerd en beroepsmatig) en informele inzet (uit het netwerk van de inwoner); b. is toereikend om effectieve en kwalitatief goede ondersteuning in te kopen; en c. bedraagt ten hoogste de kostprijs van de in de betreffende situatie goedkoopst passende maatwerkvoorziening in natura. 2. In het geval de maatwerkvoorziening een hulpmiddel betreft wordt het bedrag aangevuld met een bedrag voor het onderhoud gedurende de duur van de verstrekking. 3. De hoogte van het pgb voor dienstverlening is opgebouwd uit verschillende kostencomponenten zoals salaris, vervanging tijdens vakantie, verzekeringen en reiskosten.

Artikel 4:8 Artikel 4.4.5

Artikel 4:8 Hoogte Persoonsgebonden budget 1. Niet-professionele hulpverleners Hulpverleners die als niet-professioneel worden aangemerkt en mensen uit het sociaal netwerk krijgen het volgende tarief: a. Individuele begeleiding: € 13,00 per uur; b. Kortdurend verblijf: maximaal € 32,00 per etmaal (tegemoetkoming in de kosten)

Artikel 4.4.5 Hoogte Pgb budget 1. Hulpverleners die als niet-professioneel worden aangemerkt en mensen uit het sociaal netwerk krijgen het volgende informele tarief: a. Individuele begeleiding: € 13,00 per uur; b. Kortdurend verblijf: maximaal € 32,00 per etmaal (tegemoetkoming in de kosten) c. Hulp bij het huishouden: € 13,00 per uur 2. De bedragen voor een pgb voor een hulpmiddel worden bepaald als tegenwaarde van het hulpmiddel dat de aanvrager op dat moment

T21.07502

Hulp bij het huishouden: € 13,00 per uur Hulpmiddelen De bedragen voor een pgb voor een hulpmiddel worden bepaald als tegenwaarde van het hulpmiddel dat de aanvrager op dat moment ontvangen zou hebben als het in natura zou zijn verstrekt. Was dat een niet nieuwe voorziening geweest, dan wordt de tegenwaarde daarop gebaseerd met een looptijd gelijk aan de verkorte afschrijvingstermijn, rekening houdend met onderhoud en verzekering. Was de naturaverstrekking een nieuwe voorziening geweest, dan wordt de tegenwaarde daarop gebaseerd, rekening houdend met een eventueel door de gemeente te ontvangen korting en rekening houdend met onderhoud en verzekering. Het pgb voor een sportrolstoel of andere sportvoorziening is mede bestemd als tegemoetkoming in aanschaf, het onderhoud, de reparaties en de aanpassingen van de voorziening voor een periode van 3 jaar en bedraagt maximaal € 3.146. Tenzij de aanvrager kan aantonen dat dit bedrag niet kostendekkend is, in dat geval is sprake van maatwerk. Verhuizing Het pgb voor een verhuizing bedraagt maximaal € 2.706. Tenzij de aanvrager kan aantonen dat dit bedrag niet kostendekkend is, in dat geval is sprake van maatwerk. Toegankelijk maken woning Het pgb dat maximaal verstrekt wordt voor het toegankelijk maken van een woning bedraagt € 2.967.

Tenzij de aanvrager kan aantonen dat dit bedrag niet kostendekkend is, in dat geval is sprake van maatwerk. Tijdelijke huisvesting In de gemeente Lansingerland worden de werkelijke kosten van huur van de door betrokkene bewoonde woning vergoed voor zover het de meerkosten betreft. Vervoerskosten c.

2.

3.

4.

5.

6.

T21.07502

3.

4.

5.

6.

7.

8.

ontvangen zou hebben als het in natura zou zijn verstrekt. Was dat een niet nieuwe voorziening geweest, dan wordt de tegenwaarde daarop gebaseerd met een looptijd gelijk aan de verkorte afschrijvingstermijn, rekening houdend met onderhoud en verzekering. Was de naturaverstrekking een nieuwe voorziening geweest, dan wordt de tegenwaarde daarop gebaseerd, rekening houdend met een eventueel door de gemeente te ontvangen korting en rekening houdend met onderhoud en verzekering. Het pgb voor een sportrolstoel of andere sportvoorziening is mede bestemd als tegemoetkoming in aanschaf, het onderhoud, de reparaties en de aanpassingen van de voorziening voor een periode van 3 jaar en bedraagt maximaal € 3.146. Tenzij de aanvrager kan aantonen dat dit bedrag niet kostendekkend is, in dat geval is sprake van maatwerk. Het pgb voor een verhuizing bedraagt maximaal € 2.706. Tenzij de aanvrager kan aantonen dat dit bedrag niet kostendekkend is, in dat geval is sprake van maatwerk. Het pgb dat maximaal verstrekt wordt voor het toegankelijk maken van een woning (bezoekbaar maken) bedraagt € 2.967. Tenzij de aanvrager kan aantonen dat dit bedrag niet kostendekkend is, in dat geval is sprake van maatwerk. Het pgb bedraagt voor een vervoersvoorziening maximaal: a. Taxikostenvergoeding € 2.016 per jaar b.

Rolstoeltaxikostenvergoeding € 2.486 per jaar Tenzij de aanvrager aantoont dat dit niet kostendekkend is. Het pgb voor noodzakelijke aanpassingen en in aanmerking komende kosten voor een eigen auto, of wanneer het een minderjarige betreft de auto van zijn ouder, bedraagt 100% van de noodzakelijke kosten op basis van de goedkoopste compenserende voorziening. Het Pgb voor een woonvoorziening in de vorm van een woningsanering welke blijkens een medisch advies noodzakelijk is wegens huisstof- of huismijtallergie, astma of chronische bronchitis, bedraagt maximaal de goedkoopst adequaatste optie uit de Nibud prijzenlijst.

Het pgb bedraagt voor een vervoersvoorziening maximaal: a. Taxikostenvergoeding € 2.016 per jaar b. Rolstoeltaxikostenvergoeding € 2.486 per jaar Tenzij de aanvrager aantoont dat dit niet kostendekkend is. 7. Aanpassingen eigen auto of wanneer het minderjarigen betreft, de auto van de ouders Het pgb voor noodzakelijke aanpassingen en in aanmerking komende kosten voor een eigen auto bedraagt 100% van de noodzakelijke kosten op basis van de goedkoopste compenserende voorziening. 8. Aanpassing van een scootmobiel en rolstoel Het pgb bedraagt 100% van de noodzakelijke kosten op basis van de goedkoopste compenserende voorziening. Onder de noodzakelijke kosten worden ook verstaan de kosten van verzekering, onderhoud, reparatie en stalling. 9. Indien de woonvoorziening bestaat uit een woningsanering welke blijkens een medisch advies noodzakelijk is wegens huisstof- of huismijtallergie, astma of chronische bronchitis, dan bedraagt de financiële tegemoetkoming maximaal de goedkoopst adequaatste optie uit de Nibud prijzenlijst. Artikel 4.4.6

Niet opgenomen in Verordening Sociaal Domein 2021

Artikel 4.4.6 Niet in het tarief 1. De gemeente verstrekt geen Pgb voor bemiddelings- of administratiekosten of een combinatie hiervan, in verband met de aanvraag of uitvoering van het Pgb, of een combinatie hiervan, al dan niet in combinatie met de kosten van de Pgb-beheerder. 2. Het Pgb bevat geen vrij besteedbaar deel.

Artikel 4.4.7

Artikel 4:7, lid 6 6. Een pgb dient door de inwoner binnen drie maanden na toekenning te worden aangewend ten behoeve van het resultaat waarvoor het is verstrekt.

Artikel 4.4.7 Gebruik pgb 1. Een Pgb moet door de inwoner binnen drie maanden na toekenning worden aangewend ten behoeve van het resultaat waarvoor het is verstrekt, tenzij hier in de beschikking een andere termijn voor wordt vastgesteld. 2. Het is niet toegestaan om minder uren zorg in te kopen omdat de zorgverlener een hoger uurtarief hanteert.

T21.07502

3.

Tenzij het gaat om een incidenteel Pgb, wordt het Pgb verstrekt via de SVB. De zorgverlener kan de kosten declareren bij de SVB, nadat deze zijn goedgekeurd door de beheerder.

Artikel 4.4.8

Niet opgenomen in Verordening Sociaal Domein 2021

Artikel 4.4.8 Zorgplan 1. Een inwoner die er voor kiest om een maatwerkvoorziening in de vorm van een dienst door middel van een Pgb te verzilveren moet binnen drie maanden na toekenning een zorgplan inleveren dat hij samen met de ondersteuningsverlener heeft opgesteld. De inwoner en zijn ondersteuningsverlener tonen hiermee aan dat de ondersteuning veilig en cliëntgericht wordt verstrekt. 2. Het zorgplan bevat in elk geval de volgende punten: a. welke leverancier de zorg gaat verlenen; b. wie de directe ondersteuningsverlener(s) is; c. wat de deskundigheid is van de directe ondersteuningsverlener(s); d. wie de directe ondersteuningsverlener(s) kan vervangen bij afwezigheid; e. welke doelen behaald moeten worden; f. welke concrete acties ingezet worden om de gestelde doelen te bereiken; g. de prognose; h. waar en wanneer de ondersteuning gaat plaatsvinden. 3. De inwoner en de ondersteuningsverlener zorgen voor een periodieke evaluatie van het zorgplan en zorgen dat het plan, door het bijhouden en vastleggen van wijzigingen, actueel blijft.

Artikel 4.4.9

Niet opgenomen in Verordening Sociaal Domein 2021

Artikel 4.4.9 Weigering pgb 1. De gemeente wijst het verzoek om een pgb af als: a. De ondersteuning die de inwoner met het Pgb wenst in te kopen naar het oordeel van de gemeente niet van voldoende kwaliteit is en dus veilig, doeltreffend, doelmatig en cliëntgericht is. De kwaliteit van de ondersteuning wordt getoetst door middel van het Pgb plan en een eventueel zorgplan. Daarnaast dient de uitvoerder van de ondersteuning te beschikken over een adequate zorgopleiding en een recente VOG;

T21.07502

2.

Artikel 4.4.10

Artikel 4:9 Artikel 4.5.1

T21.07502

b. Niet in voldoende mate zal bijdragen aan het bereiken van het in het ondersteuningsplan opgenomen beoogde resultaat; c. Het beheer niet voldoende is geborgd; of d. Er druk is uitgeoefend om de dienstverlening, in welke vorm dan ook, van deze persoon of organisatie te betrekken. Een Pgb is alleen mogelijk indien naar het oordeel van de gemeente wordt voldaan aan alle voorwaarden om in aanmerking te komen voor een Pgb. Het niet voldoen aan de voorwaarden heeft tot gevolg dat de gemeente de aanvraag van de inwoner voor ondersteuning in de vorm van een Pgb afwijst.

Niet opgenomen in Verordening Sociaal Domein 2021

Artikel 4.4.10 Opschorting betaling uit het pgb 1. De gemeente kan de Sociale verzekeringsbank gemotiveerd verzoeken te beslissen tot een gehele of gedeeltelijke opschorting van betalingen uit het pgb voor ten hoogste dertien weken als er ten aanzien van een cliënt een ernstig vermoeden is gerezen dat sprake is van een omstandigheid als bedoeld in artikel 2.3.10, eerste lid, onder a, d of e, van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015. 2. De gemeente stelt de inwoner aan wie het pgb is verstrekt schriftelijk op de hoogte van een verzoek als bedoeld in het eerste of tweede lid.

Paragraaf 4.3 Bijdrage in de kosten

Paragraaf 4.5 Bijdrage in de kosten

Niet opgenomen in Verordening Sociaal Domein 2021

Artikel 4.5.1 Bijdrage in de kosten van algemene voorzieningen Inwoners die woonachtig zijn in de zelfstandige woningen van woonzorglocatie Laurens Huize Sint Petrus zijn een bijdrage in de kosten van maximaal € 19,00 per maand verschuldigd voor huishoudelijke ondersteuning.

Artikel 4:9 Bijdrage in de kosten van maatwerkvoorzieningen of pgb’s 1. Een inwoner is een bijdrage in de kosten verschuldigd voor een maatwerkvoorziening of pgb, zolang de inwoner van de maatwerkvoorziening gebruik maakt of gedurende de periode waarvoor het pgb wordt verstrekt. 2. De bijdragen voor maatwerkvoorzieningen of pgb zijn gelijk aan de kostprijs, tot aan

Artikel 4.5.2 Bijdrage in de kosten van maatwerkvoorzieningen of pgb’s 1. Een inwoner is een bijdrage in de kosten verschuldigd voor een maatwerkvoorziening of pgb, zolang de inwoner van de maatwerkvoorziening gebruik kan maken of gedurende de periode waarvoor het pgb wordt verstrekt. 2. De bijdragen voor maatwerkvoorzieningen of pgb zijn gelijk aan de kostprijs, tot aan ten hoogste

3.

4.

5.

Artikel 4:10 Artikel 4.2.1

T21.07502

ten hoogste €19,00 per maand per huishouden, tenzij overeenkomstig artikel 2.4.1a, vijfde lid, van de wet of hoofdstuk 3 van het Uitvoeringsbesluit Wmo 2015 geen of lagere eigen bijdrage is verschuldigd. Een inwoner is een bijdrage verschuldigd in de kosten voor het gebruik van collectief vervoer, bestaande uit een opstaptarief van € 0,96 (per enkele reis) en een bedrag van € 0,14 per kilometer. In afwijking van het eerste lid is geen eigen bijdrage verschuldigd voor de volgende maatwerkvoorzieningen: a. Rolstoelen b. Een maatwerkvoorziening in natura of een persoonsgebonden budget ten behoeve van een woningaanpassing voor een minderjarige inwoner tot het achttiende levensjaar. c. onderhoud en reparatie voor een voorziening d. Niet AOW-gerechtigde meerpersoonshuishoudens. Voor deze groep is de eigen bijdrage op nihil gesteld. e. De maatwerkvoorziening arbeidsmatige dagbesteding voor inwoners met een indicatie beschut werk die op de wachtlijst staan voor een beschutte werkplek. f. De maatwerkvoorziening Wmobegeleiding groep met het doel activering naar re-integratie voor bijstandsgerechtigde inwoners voor een begeleidingstraject van maximaal 116 dagdelen, onafhankelijk van de duur genoemd in de indicatie. g. De verhuiskostenvergoeding De kostprijs van een maatwerkvoorziening in natura is bepaald door de contractuele afspraken tussen de gemeente en de aanbieder.

3.

4.

5.

6.

€19,00 per maand per huishouden, tenzij overeenkomstig artikel 2.1.4a, vijfde lid, van de Wmo 2015 of hoofdstuk 3 van het Uitvoeringsbesluit Wmo 2015 geen of lagere eigen bijdrage is verschuldigd. Een inwoner is een bijdrage verschuldigd in de kosten voor het gebruik van collectief vervoer, bestaande uit een opstaptarief van € 0,96 (per enkele reis) en een bedrag van € 0,14 per kilometer. In afwijking van het eerste lid is geen eigen bijdrage verschuldigd voor de volgende maatwerkvoorzieningen: a. Rolstoelen. b. Een maatwerkvoorziening in natura of een persoonsgebonden budget ten behoeve van een woningaanpassing voor een minderjarige inwoner tot het achttiende levensjaar. c. Onderhoud en reparatie voor een voorziening. d. Niet AOW-gerechtigde meerpersoonshuishoudens. Voor deze groep is de eigen bijdrage op nihil gesteld. e. De maatwerkvoorziening arbeidsmatige dagbesteding voor inwoners met een indicatie beschut werk die op de wachtlijst staan voor een beschutte werkplek. f. De maatwerkvoorziening Wmo-begeleiding groep met het doel activering naar reintegratie voor bijstandsgerechtigde inwoners voor een begeleidingstraject van maximaal 116 dagdelen, onafhankelijk van de duur genoemd in de indicatie. g. De verhuiskostenvergoeding. De kostprijs van een maatwerkvoorziening in natura is bepaald door de contractuele afspraken tussen de gemeente en de aanbieder.

De kostprijs van een Pgb is gelijk aan het budget dat beschikbaar is gesteld.

Paragraaf 4.4 Kwaliteit en veiligheid

Paragraaf 4.2 Kwaliteit en veiligheid

Artikel 4:10 Kwaliteitseisen maatschappelijke ondersteuning 1. Aanbieders zorgen voor een goede kwaliteit van voorzieningen door:

Artikel 4.2.1 Kwaliteitseisen maatschappelijke ondersteuning 1. De voorzieningen die worden ingezet voor maatschappelijke ondersteuning moeten van goede

a.

2.

3.

4.

voldoende deskundigheid van beroepskrachten; b. afstemming van de ondersteuning op de persoonlijke situatie van de cliënt; c. afstemming van de ondersteuning op andere vormen van zorg en hulp; d. erop toe te zien dat beroepskrachten tijdens hun werkzaamheden handelen in overeenstemming met de professionele standaard. Het college kan nadere regels stellen over verdere eisen aan de kwaliteit van voorzieningen, eisen met betrekking tot de deskundigheid van beroepskrachten daaronder begrepen. Onverminderd andere handhavingsbevoegdheden ziet het college toe op de naleving van deze eisen door periodieke overleggen met de aanbieders, een jaarlijks klantervaringsonderzoek en het zo nodig in overleg met de inwoner ter plaatse controleren van de geleverde voorzieningen. Voor de kwaliteitseisen op begeleiding, dagbesteding en hulp bij het huishouden, hanteren we de kwaliteitseisen van GGD Haaglanden. GGD Haaglanden voert het toezicht op de kwaliteitseisen van deze voorzieningen uit.

kwaliteit zijn. Daarom moet er in elk geval voldaan worden aan de volgende eisen: a. voldoende deskundigheid bij de ondersteuningsverleners; b. afstemming van de ondersteuning op de persoonlijke situatie van de inwoner; c. afstemming van de ondersteuning op andere vormen van zorg en hulp; en d. handelen in overeenstemming met de professionele standaard door ondersteuningsverleners tijdens hun werkzaamheden. 2. De gemeente kan nadere regels stellen over verdere eisen aan de kwaliteit van voorzieningen. 3. Onverminderd andere handhavingsbevoegdheden ziet de gemeente toe op de naleving van deze eisen door periodieke overleggen met de aanbieders, een jaarlijks klantervaringsonderzoek en het zo nodig ter plaatse controleren van de geleverde voorzieningen. 4. Voor de kwaliteitseisen op begeleiding, dagbesteding en hulp bij het huishouden, hanteren we de kwaliteitseisen van GGD Haaglanden, zoals vastgelegd in Kwaliteits-standaard Wmo (herziene versie december 2019). GGD Haaglanden voert het toezicht op de kwaliteitseisen van deze voorzieningen uit.

Artikel 4.2.2

Niet opgenomen in Verordening Sociaal Domein 2021

Artikel 4.2.2 Veiligheidseisen maatschappelijke ondersteuning 1. Voor de veiligheid van de inwoner dienen ondersteuningsverleners te voldoen aan de voor de functie vereiste deskundigheid, vaardigheden en wettelijke eisen. Zij dienen te beschikken over een gelet op de beperkingen en ondersteuningsbehoefte relevante opleiding en een recente VOG. Ook dient men als professional verzekerd te zijn tegen beroeps- en/of bedrijfsaansprakelijkheid. 2. De gemeente werkt de in het eerste lid bedoelde eisen verder uit in haar beleid en in de contracten met leveranciers.

Artikel 4:11 Artikel 4.2.3

Artikel 4:11 Verhouding prijs en kwaliteit levering voorziening door derden 1. Het college houdt in het belang van een goede prijs-kwaliteitverhouding bij de vaststelling van de tarieven die het hanteert

Artikel 4.2.3 Verhouding prijs en kwaliteit levering voorziening door derden De gemeente houdt in het belang van een goede prijskwaliteitverhouding bij de vaststelling van de tarieven

T21.07502

Artikel 4:12 Artikel 4.2.4

T21.07502

voor door derden te leveren diensten, in ieder geval rekening met: a. de aard en omvang van de te verrichten taken; b. de voor de sector toepasselijke CAOschalen in relatie tot de zwaarte van de functie; c. een redelijke toeslag voor overheadkosten; d. een voor de sector reële mate van nonproductiviteit van het personeel als gevolg van verlof, ziekte, scholing en werkoverleg; en e. kosten voor bijscholing van personeel, f. de marktprijs van de voorziening, g. indexatie van de reële prijs voor het leveren van een dienst h. de eventuele extra taken die in verband met de voorziening van de leverancier worden gevraagd, zoals:  aanmeten, leveren en plaatsen van de voorziening;  instructie over het gebruik van de voorziening;  onderhoud van de voorziening, en verplichte deelname in bepaalde samenwerkingsverbanden.

die het hanteert voor door derden te leveren diensten, in ieder geval rekening met: a. de aard en omvang van de te verrichten taken; b. de voor de sector toepasselijke CAO-schalen in relatie tot de zwaarte van de functie; c. een redelijke toeslag voor overheadkosten; d. een voor de sector reële mate van nonproductiviteit van het personeel als gevolg van verlof, ziekte, scholing en werkoverleg; e. kosten voor bijscholing van personeel; f. de marktprijs van de voorziening; g. indexatie van de reële prijs voor het leveren van een dienst; en h. de eventuele extra taken die in verband met de voorziening van de leverancier worden gevraagd, zoals:  aanmeten, leveren en plaatsen van de voorziening;  instructie over het gebruik van de voorziening;  onderhoud van de voorziening, en  verplichte deelname in bepaalde samenwerkingsverbanden.

Artikel 4:12 Meldingsregeling calamiteiten en geweld 1. Het college treft een regeling voor het melden van calamiteiten en geweldsincidenten bij de levering van een voorziening door een aanbieder en heeft daartoe een toezichthouder als bedoeld in artikel 6.1 van de wet aangewezen. 2. Aanbieders melden iedere calamiteit en ieder geweldsincident dat zich heeft voorgedaan bij de verstrekking van een voorziening onverwijld aan de toezichthouder. 3. De toezichthouder doet onderzoek naar de calamiteiten en geweldsincidenten en adviseert het college over het voorkomen van verdere calamiteiten en het bestrijden van geweld.

Artikel 4.2.4 Meldingsregeling calamiteiten en geweld 1. De gemeente treft een regeling voor het melden van calamiteiten en geweldsincidenten bij de levering van een voorziening door een aanbieder en heeft daartoe een toezichthouder als bedoeld in artikel 6.1 Wmo 2015 aangewezen. 2. Aanbieders melden iedere calamiteit en ieder geweldsincident dat zich heeft voorgedaan bij de verstrekking van een voorziening onverwijld aan de toezichthouder. 3. De toezichthouder doet onderzoek naar de calamiteiten en geweldsincidenten en adviseert de gemeente over het voorkomen van verdere calamiteiten en het bestrijden van geweld.

Artikel 4:13 Artikel 4.6.1

Paragraaf 4.5 Waardering en ondersteuning

Paragraaf 4.6 Waardering en ondersteuning van

van mantelzorgers

mantelzorgers

Artikel 4:13 Waardering en ondersteuning mantelzorgers 1. Het college draagt zorg voor een blijk van waardering voor mantelzorgers en voor de ondersteuning van mantelzorgers ter voorkoming van overbelastingdoor advies, ondersteunende diensten, respijtzorg en emotionele steun. 2. Het college kan bij nadere regeling regels stellen over op welke wijze zorg wordt gedragen voor de blijk van waardering voor mantelzorgers en de ondersteuning van mantelzorgers in de gemeente.

Artikel 4.6.1 Waardering en ondersteuning mantelzorgers 1. De gemeente zorgt jaarlijks voor een blijk van waardering voor mantelzorgers. 2. Het blijk van waardering wordt door de gemeente bepaald na overleg met het steunpunt mantelzorg en dient te passen binnen het daarvoor verstrekte budget. 3. De gemeente kan bij nadere regeling regels stellen over op welke wijze waarop zorg wordt gedragen voor de blijk van waardering voor mantelzorgers in de gemeente en hoe hier een beroep op kan worden gedaan.

4.6.2

Niet opgenomen in Verordening Sociaal Domein 2021

4.6.2 Ondersteuning Mantelzorgers 1. De gemeente zorgt voor de ondersteuning van mantelzorgers ter voorkoming van overbelasting door advies, ondersteunende diensten, respijtzorg en emotionele steun. 2. De gemeente kan bij nadere regeling regels stellen over op welke wijze zorg wordt gedragen voor de ondersteuning van mantelzorgers in de gemeente.

Artikel 4:14 Artikel 4.7.1

Paragraaf 4.6 Klachten, medezeggenschap

Paragraaf 4.7 Klachten en medezeggenschap

en inspraak Artikel 4:14 Klachtregeling 1. Aanbieders dienen te beschikken over een regeling voor de afhandeling van klachten van inwoners ten aanzien van maatwerkvoorzieningen. 2. Onverminderd andere handhavingsbevoegdheden ziet het college toe op de naleving van deze eisen door periodieke overleggen met de aanbieders en een jaarlijks cliëntervaringsonderzoek.

Artikel 4:15 Artikel 4.7.2

T21.07502

Artikel 4:15 Medezeggenschap 1. Aanbieders dienen te beschikken over een regeling voor de medezeggenschap van cliënten over voorgenomen besluiten van de aanbieder die voor de gebruikers van belang zijn ten aanzien van maatwerkvoorzieningen.

Artikel 4.7.1 Klachtregeling 1. Aanbieders dienen te beschikken over een regeling voor de afhandeling van klachten van inwoners ten aanzien van maatwerkvoorzieningen. 2. Onverminderd andere handhavingsbevoegdheden ziet de gemeente toe op de naleving van deze eisen door periodieke overleggen met de aanbieders en een jaarlijks cliëntervaringsonderzoek.

Artikel 4.7.2 Medezeggenschap 1. Aanbieders dienen te beschikken over een regeling voor de medezeggenschap van cliënten over voorgenomen besluiten van de aanbieder die voor de gebruikers van belang zijn ten aanzien van maatwerkvoorzieningen.

2.

Artikel 4:15a

Onverminderd andere handhavingsbevoegdheden ziet het college toe op de naleving van deze eisen door periodieke overleggen met de aanbieders en een jaarlijks cliëntervaringsonderzoek.

Paragraaf 4.7 Blijverslening

2.

Onverminderd andere handhavingsbevoegdheden ziet de gemeente toe op de naleving van deze eisen door periodieke overleggen met de aanbieders en een jaarlijks cliëntervaringsonderzoek.

Niet opgenomen in de herschreven versie

Artikel 4:15a Begrippen In deze paragraaf wordt verstaan onder: a. aanvrager: een woningeigenaar die een aanvraag voor een Blijverslening doet. Bij twee of meer eigenaren gelden deze gezamenlijk als aanvrager. b. Blijverslening: een lening die, na toewijzing door het college, door SVn kan worden verstrekt aan een aanvrager ten behoeve van de financiering van de door het college aanvaarde werkelijke kosten van de maatregelen, die worden getroffen in de woning ten behoeve van een (toekomstige) zorgvraag van de inwoner. c. maatregelen: maatregelen en voorzieningen gericht op woningaanpassing. d. SVn: Stichting Stimuleringsfonds Volkshuisvesting Nederlandse gemeenten, statutair gevestigd te Hoevelaken en kantoorhoudende te Amersfoort, financiële dienstverlener, geregistreerd onder AFM– vergunningnummer 12013647. e. werkelijke kosten: de kosten van materialen en werkzaamheden voor zover noodzakelijk voor het treffen van maatregelen, eventueel vermeerderd met de bijkomende kosten voor het verkrijgen van de Blijverslening en de kosten van door een deskundig vakbedrijf terzake van deze maatregelen in rekening gebrachte arbeidsuren en verminderd met de van derden ontvangen of nog te ontvangen tegemoetkomingen (subsidies) in deze kosten. Artikel 4:15b

T21.07502

Artikel 4:15b Blijverslening en toepassingsbereik 1. Het college kan de consumptieve of hypothecaire verstrekking van een Blijverslening voorlopig toewijzen aan een aanvrager, die blijkens zijn aanvraag voldoet aan de volgende voorwaarden.

Niet opgenomen in de herschreven versie

a.

2.

3.

De aanvrager is een woningeigenaar met een zorgvraag die aanpassing van de woning vereist of een woningeigenaar die de woning levensloopbestendig wil maken. b. Ten minste een van de aanvragers van een Blijverslening die consumptief wordt verstrekt is jonger dan 76 jaar op het moment van het indienen van de aanvraag Blijverslening. c. De aanvrager bewoont de woning waarvoor een Blijverslening wordt aangevraagd zelf. Het college kan de consumptieve of hypothecaire verstrekking van een Blijverslening voorlopig toewijzen, indien de aanvraag betrekking heeft op realiseerbare maatregelen die aantoonbaar bijdragen aan het aanpassen van de woning aan een zorgvraag of het levensloopbestendig maken van een woning. Het college kan de voorwaarden in dit artikel in lid 1 onder a en in lid 2 nader uitwerken.

Artikel 4:15c

Artikel 4:15c Budget voor Blijversleningen 1. Het budget voor de uitkering van Blijversleningen bedraagt € 75.375,- per jaar. 2. Het college kent alleen Blijversleningen toe voor zover het vastgestelde budget hiervoor toereikend is.

Niet opgenomen in de herschreven versie

Artikel 4:15d

Artikel 4:15d Hoogte Blijverslening 1. Het college verstrekt Blijversleningen consumptief met een hoogte van minimaal € 2.500,- en maximaal € 10.000,-. 2. Het college verstrekt Blijversleningen hypothecair met een hoogte van minimaal € 2.500,- en maximaal € 30.000,-.

Niet opgenomen in de herschreven versie

Het college bepaalt of er bij de Blijverslening die hypothecair wordt verstrekt een deel aflossingsvrij is toegestaan. Artikel 4:15e

T21.07502

Artikel 4:15e Gronden voor afwijzing van een aanvraag of het intrekken van een toewijzing 1. Het college wijst een aanvraag af of trekt een toewijzingsbesluit Blijverslening in, indien:

Niet opgenomen in de herschreven versie

a.

2.

Artikel 4:16 Artikel 4.8.1

T21.07502

Er niet is voldaan aan de bij of krachtens deze verordening gestelde voorschriften en/of bepalingen. b. Het budget niet toereikend is om de aanvraag te honoreren. c. Er niet is voldaan aan de voorschriften en/of bepalingen van SVn, zoals die op het moment van aanbieden door SVn zijn opgenomen in de dan geldende SVn Informatiemap, die door SVn wordt uitgereikt aan de aanvrager bij het sluiten van de overeenkomst van geldlening. d. SVn een negatieve krediettoets uitbrengt. e. De Blijverslening is toegekend of vastgesteld op grond van onjuiste gegevens. f. De aanvraag bij het college is ingediend ná het treffen van de maatregelen. Het college onderzoekt uit het oogpunt van rechtmatigheid, al dan niet steekproefsgewijs, de besteding van de Blijverslening.

Paragraaf 4.8 Slotbepalingen

Paragraaf 4.8 Nadere uitwerking

Artikel 4:16 Nadere regels en hardheidsclausule 1. In gevallen, de uitvoering van deze verordening betreffend, waarin dit onderdeel niet voorziet, beslist het college. 2. Het college kan nadere regels stellen over de uitvoering van dit onderdeel. 3. Het college kan in bijzondere gevallen ten gunste van de inwoner afwijken van de bepalingen van dit onderdeel indien toepassing van dit onderdeel tot onbillijkheden van overwegende aard leidt.

Artikel 4.8.1 Nadere regels stellen 1. In gevallen, de uitvoering van deze verordening betreffend, waarin dit hoofdstuk niet voorziet, beslist de gemeente op basis van de individuele situatie. 2. De gemeente kan nadere regels stellen over de uitvoering van dit hoofdstuk.

Was-wordt-tabel Wijziging Hoofdstuk 5 Jeugdhulp Toelichting In de ‘nieuwe tekst’ zijn de woorden en zinnen waaraan iets verandert, cursief gezet. Weglatingen in de ‘oude tekst’ zijn doorgehaald.

Artikel 5:1

Bestaande tekst

Nieuwe tekst

Artikel 5:1 Begrippen In dit hoofdstuk wordt verstaan onder: a. ouder: ouder, stiefouder of een ander die een jeugdige als behorend tot zijn gezin verzorgt en opvoedt, niet zijnde een pleegouder; b. individuele voorziening: op de jeugdige of zijn ouders toegesneden voorziening als bedoeld in artikel 5:2, tweede lid; c. voorliggende voorziening: voorliggende voorziening als bedoeld in artikel 5:2, eerste lid; d. pgb: persoonsgebonden budget als bedoeld in artikel 8:1:1 van de wet, zijnde een door het college verstrekt budget aan een jeugdige of zijn ouders, dat hen in staat stelt de jeugdhulp die tot de individuele voorziening behoort van derden te betrekken; e. wet: Jeugdwet.

Niet opgenomen in de herschreven versie

Paragraaf 5.3 Voorwaarden jeugdhulpvoorziening Artikel 5:2 Artikel 5.3.1

T21.07502

Artikel 5:2 Vormen van jeugdhulp 1. De volgende voorzieningen zijn in ieder geval beschikbaar: a. preventieve diensten ten behoeve van opgroeien en opvoeden, zoals: 1) informatie, advies en training 2) jeugdgezondheidszorg 3) opvoedondersteuning b. lichte ambulante jeugd- en opvoedhulp 2. De volgende individuele voorzieningen zijn in ieder geval beschikbaar: a. GGZ Basis

Artikel 5.3.1 Vormen van jeugdhulp 1. De volgende algemene voorzieningen zijn in ieder geval beschikbaar: a. preventieve diensten ten behoeve van opgroeien en opvoeden, zoals: 1) informatie, advies en training 2) jeugdgezondheidszorg 3) opvoedondersteuning b. lichte ambulante jeugd- en opvoedhulp 2. De volgende individuele voorzieningen zijn in ieder geval beschikbaar: a. GGZ Basis

b. Diagnose en behandeling ernstig enkelvoudige dyslexie c. Begeleiding Ambulant d. Behandeling Groep e. Behandeling Individueel f. Dagbesteding g. Kortdurend Verblijf h. Vervoer i. A: Pleegzorg j. B1: Opname k. B2: Gesloten Jeugdhulp l. B3: Opname met behandeling m. B4: Gedwongen opname n. C1: Langdurig verblijf Gezinshuis o. C2: Langdurig Verblijf Training Zelfstandig Wonen p. C3: Langdurig verblijf Open Residentieel q. D: Steun, hulp of behandeling r. E: Ambulante hulpverlening in thuissituatie s. F: Crisishulp t. G: Opt-Out ivm privacyverklaring GRJR u. H: Laag frequente medicatie v. Onderwijszorgarrangement w. Pak je kans

b. Diagnose en behandeling ernstig enkelvoudige dyslexie c. Begeleiding Ambulant d. Behandeling Groep e. Behandeling Individueel f. Dagbesteding g. Kortdurend Verblijf h. Vervoer i. Pleegzorg j. Opname k. Gesloten Jeugdhulp l. Opname met behandeling m. Gedwongen opname n. Langdurig verblijf Gezinshuis o. Langdurig Verblijf Training Zelfstandig Wonen p. Langdurig verblijf Open Residentieel q. Steun, hulp of behandeling r. Ambulante hulpverlening in thuissituatie s. Crisishulp t. Laag frequente medicatie controle u. Onderwijszorgarrangement v. Pak je kans

Paragraaf 5.1 Procedure Artikel 5:3 Artikel 5.1.4

T21.07502

Artikel 5:3 Toegang Jeugdhulp 1. Het college zorgt voor de inzet van Jeugdhulp via de toegang (zie hoofdstuk 2). 2. Het college zorgt voor de inzet van jeugdhulp na een verwijzing door de huisarts, medisch specialist of jeugdarts naar een jeugdhulpaanbieder, als en voor zover genoemde jeugdhulp-aanbieder van oordeel is dat inzet van jeugdhulp nodig is. 3. Het college zorgt voor inzet van de jeugdhulp die de rechter of de gecertificeerde instelling nodig acht bij de uitvoering van een kinderbeschermingsmaatregel, die de rechter, het openbaar ministerie, de selectiefunctionaris, de inrichtingsarts of de directeur van de justitiële inrichting nodigachten bij de uitvoering van een strafrechtelijke beslissing, of die de gecertificeerde instelling nodig acht bij de uitvoering van jeugdreclassering.

Artikel 5.1.4 Alternatieve route 1. De gemeente zorgt voor de inzet van jeugdhulp na een verwijzing door de huisarts, medisch specialist of jeugdarts naar een jeugdhulpaanbieder, als en voor zover genoemde jeugdhulp-aanbieder van oordeel is dat inzet van jeugdhulp nodig is. 2. De gemeente zorgt voor inzet van de jeugdhulp die de rechter of de gecertificeerde instelling nodig acht bij de uitvoering van een kinderbeschermingsmaatregel, die de rechter, het openbaar ministerie, de selectiefunctionaris, de inrichtingsarts of de directeur van de justitiële inrichting nodig achten bij de uitvoering van een strafrechtelijke beslissing, of die de gecertificeerde instelling nodig acht bij de uitvoering van jeugdreclassering. 3. De gemeente informeert huisartsen, medisch specialisten en jeugdartsen welke jeugdhulp bij welke aanbieder gecontracteerd is dan wel waar deze informatie beschikbaar is.

4.

5.

6.

Artikel 5.1.5 nieuw

Het college informeert huisartsen, medisch specialisten en jeugdartsen welke jeugdhulp bij welke aanbieder gecontracteerd is dan wel waar deze informatie beschikbaar is. Als de jeugdige of zijn ouders na een verwijzing door huisarts, medisch specialist of jeugdarts kiezen voor een aanbieder van jeugdhulp die geen contract of subsidierelatie met de gemeente heeft en het college soortgelijke jeugdhulp wel kan laten leveren door een jeugdhulpaanbieder waarmee de gemeente een contract of subsidierelatie heeft, vergoedt het college deze andere keuze niet. De verwijzing van huisarts, medisch specialist of jeugdarts is maximaal 1 jaar geldig.

Niet opgenomen in Verordening Sociaal Domein 2021

4.

5.

Als de inwoner of zijn ouders na een verwijzing door huisarts, medisch specialist of jeugdarts kiezen voor een aanbieder van jeugdhulp die geen contract of subsidierelatie met de gemeente heeft en de gemeente soortgelijke jeugdhulp wel kan laten leveren door een jeugdhulpaanbieder waarmee de gemeente een contract of subsidierelatie heeft, vergoedt de gemeente deze andere keuze niet. De inwoner kan wel een Pgb aanvragen. De verwijzing van een huisarts, medisch specialist of jeugdarts is maximaal 1 jaar geldig.

Artikel 5.1.5 Afwijking procedure De gemeente kan op basis van artikel 2.4.3 afwijken van de in deze paragraaf beschreven procedure.

Paragraaf 5.2 Kwaliteit en veiligheid Artikel 5.2.1 nieuw

T21.07502

Niet opgenomen in Verordening Sociaal Domein 2021

Artikel 5.2.1 Kwaliteitseisen jeugdhulp 1. De voorzieningen die worden ingezet voor het bieden van jeugdhulp moeten van goede kwaliteit zijn. Daarom moet er in elk geval voldaan worden aan de volgende eisen: e. voldoende deskundigheid bij de hulpverleners; f. afstemming van de ondersteuning op de persoonlijke situatie van de inwoner en het gezin; g. afstemming van de ondersteuning op andere vormen van zorg en ondersteuning; en h. handelen in overeenstemming met de professionele standaard door de jeugdhulpverleners tijdens hun werkzaamheden. 2. De gemeente kan nadere regels stellen over verdere eisen aan de kwaliteit van jeugdhulp. 3. Onverminderd andere handhavingsbevoegdheden en de verantwoordelijkheid van de Inspectie gezondheidszorg en jeugd en de Inspectie Openbare Orde en Veiligheid, ziet de gemeente toe op de naleving van deze eisen door periodieke overleggen met de aanbieders, een jaarlijks klantervaringsonderzoek en het zo nodig ter

plaatse controleren van de geleverde voorzieningen. Artikel 5.2.2 nieuw

Niet opgenomen in Verordening Sociaal Domein 2021

Artikel 5.2.2 Veiligheidseisen jeugdhulp 1. Voor de veiligheid van de inwoner dienen jeugdhulpverleners te voldoen aan de voor de functie vereiste deskundigheid, vaardigheden en wettelijke eisen. Zij dienen te beschikken over een gelet op de hulpvraag adequate zorgopleiding en een recente VOG. Ook dient men als professional verzekerd te zijn tegen beroepsen/of bedrijfsaansprakelijkheid en te beschikken over een SKJ-registratie of BIG-registratie. 2. De gemeente werkt de in het eerste lid bedoelde eisen verder uit in haar beleid en in de contracten met leveranciers.

Paragraaf 5.3 Voorwaarden jeugdhulpvoorziening Artikel 5.3.2 nieuw

Niet opgenomen in Verordening Sociaal Domein 2021

Artikel 5.3.2 Toegang algemene voorziening Een algemene voorziening is rechtstreeks toegankelijk zonder voorafgaand onderzoek als bedoeld in artikel 2.2.3.

Artikel 5:4 Artikel 5.3.7

Artikel 5:4 Algemene criteria voor het toekennen van individuele voorzieningen 1. Een jeugdige komt in aanmerking voor een individuele voorziening voor zover het college heeft vastgesteld dat de jeugdige geen of slechts ten dele een oplossing voor zijn hulpvraag kan vinden: a. op eigen kracht, al dan niet met zijn ouders of andere personen uit zijn netwerk; of b. door gebruik te maken van een overige voorziening; of c. door gebruik te maken van de mogelijkheden in het kader van andere voorliggende voorzieningen of regelgeving. 2. Het college zet de goedkoopst adequate individuele voorziening in. 3. Het college vergoedt jeugdhulp niet met terugwerkende kracht.

Artikel 5.3.7 Algemene criteria voor het toekennen van individuele voorzieningen 1. Geen individuele voorziening wordt verstrekt: k. als de hulpvrager volgens het woonplaatsbeginsel uit de Jeugdwet geen recht heeft op jeugdhulp van de gemeente Lansingerland; l. voor zover de inwoner en/of zijn ouders op eigen kracht, met mantelzorg of met hulp van andere personen uit zijn sociale netwerk de hulpvraag kan wegnemen; m. voor zover voor de hulpvraag een voorziening op grond van een andere wettelijke bepaling bestaat en/of afgesloten aanvullende verzekering, waardoor sprake is van een voorliggende voorziening; n. als het een jeugdhulpvoorziening betreft waarover de inwoner al beschikt vóór de aanvraag, tenzij er alsnog een aanvraag is gedaan binnen 30 dagen nadat er over de voorziening wordt beschikt of kan worden beschikt en de noodzaak van de voorzieningen redelijkerwijs nog is vast te stellen;

T21.07502

o.

2.

voor zover de inwoner met gebruikmaking van algemene voorzieningen de beperkingen kan wegnemen; en/of p. als de inwoner of een derde niet of onvoldoende meewerkt aan het onderzoek als bedoeld in artikel 4.1.2 terwijl deze medewerking noodzakelijk is voor de beoordeling van het recht op de voorziening. Bij de beoordeling van de eigen kracht als bedoeld in het eerste lid onder b neemt de gemeente de primaire verantwoordelijkheid van ouders om hun kind de noodzakelijke jeugdhulp te bieden tot uitgangspunt. Dit betekent dat er alleen een individuele voorziening wordt verstrekt als ouders niet over de noodzakelijke competenties beschikken om de inwoner de benodigde jeugdhulp te kunnen bieden of hier vanwege overbelasting (tijdelijk) niet toe in staat zijn.

Paragraaf 5.1 Procedure Artikel 5:5 Artikel 5.1.1

T21.07502

Artikel 5:5 Aanvraag individuele voorziening 1. Een aanvraag voor een individuele voorziening wordt ingediend door middel van ondertekening van het in artikel 2:4, tweede lid genoemde ondersteuningsplan waarin naast het gespreksverslag een ondersteuningsplan is opgenomen. 2. Een aanvraag voor een individuele voorziening kan ook via een daartoe ter beschikking gesteld aanvraagformulier worden ingediend. 3. In afwijking van het eerste en tweede lid, kan het college in het dringende belang van de cliëntbesluiten om een individuele voorziening ambtshalve te verstrekken indien en zolang het niet mogelijk is dat hiervoor door of namens de cliënt een aanvraag wordt ingediend. 4. De cliënt ontvangt een beschikking op een aanvraag voor een individuele voorziening waaruit concreet blijkt welke voorziening in natura of als pgb aan de cliënt wordt verstrekt; of op welke gronden deze wordt geweigerd. 5. Het bepaalde in lid 4 is van overeenkomstige toepassing indien de cliënt in het gesprek uitdrukkelijk kenbaar heeft gemaakt zich niet te kunnen verenigen met

Artikel 5.1.1 Melding en aanvraag 1. Een melding om in aanmerking te komen voor jeugdhulp, wordt ingediend op de manier zoals beschreven in artikel 2.1.1. 2. Een aanvraag om in aanmerking te komen voor jeugdhulp, wordt ingediend op de manier zoals beschreven in artikel 2.3.1. 3. De gemeente kan in het dringende belang van de inwoner besluiten om ambtshalve een jeugdhulpvoorziening te verstrekken als en voor zolang het niet mogelijk is dat hiervoor door of namens de inwoner een aanvraag wordt ingediend. 4. Als de aanvraag betrekking heeft op een inwoner die jonger is dan 12 jaren, of die ouder is dan 12 jaren en niet in staat is tot een redelijke waardering van zijn belangen, dan wordt de aanvraag ingediend door diens wettelijke vertegenwoordiger. In artikel 5.1.3 is de beschikking, zoals voorheen in artikel 5:9 geregeld, terug te vinden.

een beslissing op het gebied van basis-hulp zoals bedoeld in artikel 5.2, eerste lid. Artikel 5.1.2 nieuw

Niet opgenomen in Verordening Sociaal Domein 2021

Artikel 5.1.2 Onderzoek 1. Het onderzoek volgens artikel 2.3 van de Jeugdwet wordt uitgevoerd op de manier zoals beschreven in paragraaf 2.2. 2. De gemeente is ook bevoegd om onderzoek te doen naar de eigen mogelijkheden van de ouders van de inwoner door hen uit te nodigen of te laten onderzoeken door een (of meerdere) deskundige(n), voor zover dit noodzakelijk is voor de vaststelling van het recht op jeugdhulp. 3. Als de inwoner aangeeft een Pgb te willen ontvangen dan is de gemeente ook bevoegd om onderzoek te doen naar de beoogde ondersteuningsverlener/leverancier. 4. Als de inwoner een derde als Pgb-beheerder wil machtigen, dan zal de gemeente deze Pgbbeheerder in het onderzoek betrekken en daarmee minstens eenmaal een gesprek voeren voordat over het verzoek tot verstrekking van een voorziening in de vorm van een Pgb wordt beslist.

Artikel 5:6

Artikel 5:6 Overige toegangsmogelijkheden jeugdhulp (vervallen)

Niet opgenomen in de herschreven versie. In artikel 5.1.4 is de alternatieve route, zoals voorheen geregeld in artikel 5:3, terug te vinden.

Artikel 5:7

Artikel 5:7 Spoedeisende ondersteuning Het college kan in spoedeisende gevallen, daaronder begrepen de gevallen waarin terstond opvangnoodzakelijk is, al dan niet in verband met risico’s voor de veiligheid als gevolg van huiselijk geweld, na een melding besluiten om onverwijld en zo nodig ambtshalve, een tijdelijke individuele voorziening te verstrekken in afwachting van de uitkomst van het onderzoek, bedoeld in artikel 2:3 of de aanvraag van cliënt. Indien er sprake is van spoedeisende jeugdhulp, treft het college zo spoedig mogelijk een passende tijdelijke individuele voorziening en vraagt het college zo nodig een spoedmachtiging gesloten jeugdhulp als bedoeld in artikel 6:1:3, juncto artikel 6:1:8, van de Jeugdwet.

Niet opgenomen in de herschreven versie. De spoedprocedure is terug te vinden in artikel 2.4.3. lid 1.

Paragraaf 5.3 Voorwaarden jeugdhulpvoorziening Artikel 5:8:1 Artikel 5.3.3

T21.07502

Artikel 5:8:1 Verlening arrangementen individuele voorzieningen jeugdhulp 1. Het college verleent een individuele voorziening binnen een arrangement van

Artikel 5.3.3 Uitgangspunten individuele voorzieningen

één of meerdere van de volgende resultaatgebieden: a. ondersteunen van het sociaal en persoonlijk functioneren; b. herstel, vermindering, stabilisatie stoornis jeugdige; c. opvoeding, versterken mogelijkheden ouders. 2. Het college zet de volgende ondersteuningselementen in wanneer deze aanvullend nodig zijn om de in het eerste lid genoemde resultaten te bereiken: a. vervangende opvoeding; b. dagbehandeling of dagbesteding; c. mantelzorgondersteuning. 3. Het college kan daarnaast zorgdragen voor een individuele voorziening in de vorm van een vervoersvoorziening voor het vervoer van een jeugdige van en naar de locatie waar de jeugdhulp wordt geboden, indien deze voorziening noodzakelijk is in verband met een medische noodzaak of beperkingen in de zelfredzaamheid. 4. Het college stelt de omvang van de voorziening, bedoeld in het eerste lid, en de ondersteunings-elementen, bedoeld in het tweede lid, vast in de intensiteitstreden “beperkt”, “midden” of “intensief”, dan wel een combinatie daarvan, afhankelijk van de omvang van de ondersteuningsbehoefte en de zorgzwaarte van de cliënt.

1.

2.

3.

4.

5.

6.

De gemeente verleent een individuele voorziening binnen een arrangement van één of meerdere van de volgende resultaatgebieden: a. ondersteunen van het sociaal en persoonlijk functioneren; b. herstel, vermindering, stabilisatie stoornis bij de inwoner; c. opvoeding, versterken mogelijkheden ouders. De gemeente zet de volgende ondersteuningselementen in wanneer deze aanvullend nodig zijn om de in het eerste lid genoemde resultaten te bereiken: a. vervangende opvoeding; b. dagbehandeling of dagbesteding; De gemeente kan daarnaast zorgdragen voor een individuele voorziening in de vorm van een vervoersvoorziening voor het vervoer van een inwoner van en naar de locatie waar de jeugdhulp wordt geboden, indien deze voorziening noodzakelijk is in verband met een medische noodzaak of beperkingen in de zelfredzaamheid. De gemeente stelt de omvang van de voorziening, bedoeld in het eerste lid, en de ondersteuningselementen, bedoeld in het tweede lid, vast in de intensiteitstreden “beperkt”, “midden” of “intensief”, dan wel een combinatie daarvan, afhankelijk van de omvang van de ondersteuningsbehoefte en de zorgzwaarte van de inwoner. De voorzieningen die worden verstrekt dienen veilig te zijn voor de inwoner en zijn omgeving en mogen de gezonde ontwikkeling niet belemmeren.

Zij zijn afgestemd op de individuele, reële behoefte van de inwoner en de eventuele andere voorzieningen waarover de inwoner beschikt of kan beschikken. De voorziening wordt verstrekt voor de periode die nodig is om het gewenste resultaat te bereiken en voor zolang de inwoner valt onder de doelgroep van de Jeugdwet.

Artikel 5:8:2

Artikel 5:8:2 Algemene criteria individuele voorziening voor jeugdhulp (vervallen)

Niet opgenomen in de herschreven versie

Artikel 5:8:3 Artikel 5.3.4

Artikel 5:8:3 Aanvullende criteria voor het resultaatgebied sociaal en persoonlijk functioneren Een jeugdige kan in aanmerking komen voor een individuele voorziening binnen het resultaatgebied sociaal en persoonlijk

Artikel 5.3.4 Aanvullende uitgangspunten voor het resultaatgebied sociaal en persoonlijk functioneren Een inwoner kan in aanmerking komen voor een individuele voorziening binnen het resultaatgebied sociaal en persoonlijk functioneren als hij in het

T21.07502

functioneren als hij in het dagelijks functioneren beperkingen ondervindt in relatie tot een of meerdere van de volgende aspecten en de gebruikelijke hulp door de ouders hier niet in kan voorzien: a. het krijgen of behouden van structuur of regie; b. het aanleren van praktische vaardigheden; c. het behoud of de vergroting van de zelfstandigheid; d. het aanleren van sociale vaardigheden; e. het langdurig ondersteunen bij zijn functioneren en het al dan niet deels overnemen hiervan; f. het leren omgaan met zijn beperkingen.

dagelijks functioneren beperkingen ondervindt in relatie tot een of meerdere van de volgende aspecten: a. het krijgen of behouden van structuur of regie; b. het aanleren van praktische vaardigheden; c. het behoud of de vergroting van de zelfstandigheid; d. het aanleren van sociale vaardigheden; e. het langdurig ondersteunen bij zijn functioneren en het al dan niet deels overnemen hiervan; en/of f. het leren omgaan met zijn beperkingen.

Artikel 5:8:4 Artikel 5.3.5

Artikel 5:8:4 Aanvullende criteria voor het resultaatgebied herstel, vermindering, stabilisatiestoornis jeugdige Een jeugdige kan in aanmerking komen voor een individuele voorziening binnen het resultaatgebied herstel, vermindering, stabilisatie stoornis jeugdige, als er bij hem in relatie tot één of meerdere van de volgende aspecten aanwijzingen zijn voor een tijdelijke of blijvende stoornis of beperking, of delict gedrag als gevolg van een stoornis of beperking waarvoor behandeling noodzakelijk is. a. het nodig hebben van diagnostiek als onderdeel van behandeling; b. het blijk geven van een behoefte aan stabilisering, vermindering, behandeling en opheffing van de stoornis of beperking en het leren omgaan hiermee; c. het verbeteren of stabiliseren van het functioneren van de jeugdige in één of meerdere domeinen zoals gezin en vrije tijd; d. het verlagen van recidiverisico.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Lansingerland&id=4bec0da3-7db7-41f6-b248-32e8af976a27