T21.05413 Leefmilieu Effect Rapportage (L.E.R.) Omgevingsvisie gemeente Lansingerland
Tekst van het document
Maar ook in het buitengebied zet de gemeente in op het verbeteren van de luchtkwaliteit aldaar. Bedrijven behouden echter hun rechten om hun bedrijfsactiviteiten uit te kunnen voeren, maar worden wel in toenemende mate gestimuleerd om zogeheten best beschikbare technieken toe te passen om zo luchtverontreinigende stoffen vroegtijdig in het productieproces af te vangen. Daarnaast heeft de glastuinbouw een akkoord ondertekend (het Afsprakenkader Emisseloze Kas) waarin zij stelt actief de emissies van gewasbeschermingsmiddelen en meststoffen terug te dringen. Het terugdringen van de emissies van meststoffen hebben positief effect op de concentraties (zeer) fijnstof die boven de glastuinbouwgebieden van Lansingerland aanwezig zijn (zie ook figuur 6.2), alsook een positief effect op eventueel geurhinder. Ook heeft Lansingerland een handelingsperspectief ondertekend waarin zij stellen dat biomassa voor glastuinbouw vooral als transitiebron gebruikt kan worden. De bedoeling is echter dat er geen
Blad 28 van 73
Leefmilieuimpactbeoordeling t.b.v. Omgevingsvisie Lansingerland projectnummer 0469513.100 2 juli 2021 Gemeente Lansingerland
biomassacentrales bijkomen en dat de sector opzoek gaat naar alternatieve en duurzamere bronnen van energie die geen luchtverontreinigende emissies hebben.
6.5
Beoordeling De beoordeling van luchtkwaliteit op de vier beoordelingsdomeinen is in de figuur hieronder opgenomen. De toelichting volgt daarna.
De luchtkwaliteit verbetert autonoom. Zonder enig ingrijpen van de gemeente is er positieve trend te herleiden in de technologische vooruitgang. Verkeer stoot minder schadelijke stoffen uit. Bedrijven worden gestimuleerd de best beschikbare technieken toe te passen en vangen grote delen van hun luchtverontreinigende stoffen af. Daarnaast heeft de gemeente zich aangesloten bij het Schone Lucht Akkoord in 2020 waarmee zij zich committeert aan het verbeteren van de luchtkwaliteit door maatregelen door te voeren. Dit heeft een positief effect op het domein ‘gezond en veilig’. Desondanks zijn er nog wel enkele aandachtspunten om mee te geven bij de verdere uitwerking van toekomstig milieubeleid. Deze aanbevelingen zijn opgenomen in paragraaf 6.6. Op de overige drie thema’s blijft de score neutraal. Het aspect luchtkwaliteit heeft geenszins impact op de omgevingskwaliteit, leefbaarheid en/of duurzaamheid zoals de criteria hiervoor in hoofdstuk 3.2 zijn opgenomen.
6.6
Aandachtspunten In deze paragraaf zijn enkele maatregelen opgenomen die bij kunnen dragen aan het verder concretiseren en van de doelstellingen ten aanzien van de luchtkwaliteit. De Omgevingsvisie geeft handvatten maar vult nog niet in op welke manier gemeente Lansingerland haar doelstellingen wil behalen. Onderstaande aandachtspunten kunnen mogelijk hierbij helpen. Voldoen aan de WHO-advieswaarden De gemeente kan haarzelf ten doel stellen om te voldoen aan de advieswaarden die de World Health Organizaton (WHO) heeft opgesteld. Voor luchtkwaliteit betekent dat voor stikstofdioxiden 40 µg/m3 wordt nagestreefd, voor fijnstof 20 µg/m3 en voor zeer fijnstof 10 µg/m3. Geen gevoelige bestemmingen nabij drukke wegen Als gevolg van de intensiteiten op de twee doorgaande provinciale N-wegen (N209 en de N471), beide met intensiteiten boven de 10.000 motorvoertuigen per etmaal, is het raadzaam om gevoelige bestemmingen in de eerste lijn niet toe te staan binnen 100 meter van de weg. Onder gevoelige bestemmingen worden scholen (voor minderjarigen), kinderdagverblijven en
Blad 29 van 73
Leefmilieuimpactbeoordeling t.b.v. Omgevingsvisie Lansingerland projectnummer 0469513.100 2 juli 2021 Gemeente Lansingerland
verzorgings-, verpleeg- en bejaardentehuizen verstaan. Op deze manier wordt eventuele gezondheidsschade voor kwetsbare groepen beperkt. Aanwijzen van milieuzones In toenemende mate wijze gemeenten zogeheten milieuzones aan waarbinnen verouderd gemotoriseerd verkeer niet meer welkom is. Verouderd gemotoriseerd verkeer (diesels, brommers, scooters met tweetaktmotoren) en verkeer zonder (roet)filters emitteren een hoge mate van stikstofdioxiden. Dit leidt lokaal tot hoge concentraties luchtvervuiling. Het aanwijzen van zones waar dergelijke voertuigen niet meer welkom zijn, kan direct leiden tot een verbetering van de luchtkwaliteit. Met name in de centra van de kernen kan dit efficiënt zijn. Opstellen van een milieubeleidsplan De mate van verkeersdruk heeft een directe impact op milieuaspecten als geluid en lucht. Het is raadzaam dit ook als één bundel te beschouwen. Wanneer men ergens de kraan voor verkeer dichtdraait zal daar de geluidsituatie en de luchtkwaliteit direct verbeteren. Het tegenovergestelde is uiteraard het geval wanneer ergens meer verkeer wordt toegestaan. Mogelijkheden om woonbuurten van autoverkeer te ontzien, of om gemotoriseerd verkeer in de centra van de kernen te ontmoedigen, kunnen positief bijdragen aan de luchtkwaliteit ter plaatse. Het is raadzaam om de integrale benadering van verkeer, geluid en luchtkwaliteit te vatten in een milieubeleidsplan.
Blad 30 van 73
Leefmilieuimpactbeoordeling t.b.v. Omgevingsvisie Lansingerland projectnummer 0469513.100 2 juli 2021 Gemeente Lansingerland
7
Externe veiligheid
7.1
Introductie Externe veiligheid gaat over de risico’s voor mens en milieu door opslag en vervoer van gevaarlijke stoffen. Ook dalende/opstijgende vliegtuigen en windturbines kunnen de externe veiligheid beïnvloeden. Activiteiten die dit soort risico’s kunnen veroorzaken moeten goed afgestemd worden op andere kwetsbare functies (scholen, ziekenhuizen, kinderopvangen, woningen, etc.) om zo de risico’s te beperken. Enkele onderwerpen met betrekking tot externe veiligheid zijn hieronder uiteengezet. Ten grondslag aan externe veiligheid liggen enkele wetten: Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi), het Besluit externe veiligheid transport (Bevt), en het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb). In de toekomst verandert externe veiligheid onder de Omgevingswet in ‘Omgevingsveiligheid’. Een toelichting hierop, volgt in de referentiesituatie.
7.2
Huidige situatie en referentiesituatie
7.2.1
Risicovolle inrichtingen Risicovolle inrichtingen komen beperkt voor in Lansingerland. Er zijn enkele LPGtankstations langs doorgaande wegen met een risicocontour. Deze zijn te zien in de figuur hieronder. Het gaat om G.S. Van de IJssel B.V. en om Garage Langelaan B.V. Binnen de risicocontouren zijn in principe geen nieuwe kwetsbare objecten mogelijk. De figuur laat ook enkele kleinere risicovolle inrichtingen zien met een beperkte plaatsgebonden risicocontour. Figuur 7-1: LPG-vulpunten met risicocontouren (blauw) in Berkel en Rodenrijs.
Blad 31 van 73
Leefmilieuimpactbeoordeling t.b.v. Omgevingsvisie Lansingerland projectnummer 0469513.100 2 juli 2021 Gemeente Lansingerland
In het noorden van de gemeente is echter een bedrijf gevestigd met een groot invloedsgebied. Het gaat om het distributiecentrum Hoogvliet langs de A12. Daarnaast is er ten zuiden van de A12 het opslagbedrijf Horticoop B.V. gevestigd. Beide bedrijven zijn BEVI-bedrijven.
Figuur 7-2: Risicovolle inrichtingen met invloedsgebied (rood), PR10-8 (groen) en PR10-6 (zwart).
Daarnaast zijn er enkele kleinere bedrijven die mogelijk met gevaarlijke stoffen werken, maar daar gaat het om kleine hoeveelheden. Hier zijn bij enkelen veiligheidsafstanden (vanwege brand en explosie) tot 50 meter aangekoppeld. Het gaat dan doorgaans om de bovengrondse opslagtank met propaan. De risicovolle inrichtingen met brand- en explosierisico’s liggen grotendeels buiten de bebouwde kom.
7.2.2
Transportroutes gevaarlijke stoffen In Lansingerland is enkel de A12 bij Bleiswijk onderdeel van het Basisnet weg. Hierover zijn transporten van gevaarlijke stoffen toegestaan. Langs deze transportroutes is geen plasbrandaandachtsgebied. Wel geldt voor deze transportroutes een aandachtsgebied voor explosie. Deze contour reikt tot 200 meter aan weerszijde van de infrastructuur. Binnen 80 meter is echter een 100%-letaalzone weergegeven. De figuur hieronder de weg en de veiligheidsafstanden die daar bij horen.
Blad 32 van 73
Leefmilieuimpactbeoordeling t.b.v. Omgevingsvisie Lansingerland projectnummer 0469513.100 2 juli 2021 Gemeente Lansingerland
Figuur 7-3: Basisnet (snelweg A12) met veiligheidsafstanden.
Bij de transporten van gevaarlijke stoffen over de weg wordt onderscheid gemaakt in het type gevaarlijke stof dat over het traject wordt vervoerd. Stofcategorie LF zijn brandbare vloeistoffen, stofcategorie LT zijn toxische vloeistoffen, en GF en GT zijn respectievelijke brandbare en toxische gassen. In de tabel hieronder is weergegeven hoeveel eenheden gevaarlijke stoffen per jaar over het traject wordt vervoerd. Traject Z124 (A12)
LF1 0
LF2 0
LT1 0
LT2 0
GF3 1.500
GT3 0
Er liggen ook enkele transportroutes binnen de gemeente voor de bevoorrading tussen bedrijven en de snelweg. Omdat het lokaal om beperkte aantallen transport gaat (bijv. LPG-transport naar tankstations) zijn deze geen onderdeel van het Basisnet en worden hier andere rekenmethoden voor toegepast om eventuele veiligheidsrisico’s te berekenen.
7.2.3
Buisleidingen In de gemeente Lansingerland liggen meerdere buisleidingen: hogedruk aardgastransportleidingen. Onder de aankomende omgevingswet worden voor deze buisleidingen brandaandachtsgebieden aangewezen waarbinnen mogelijke veiligheidsrisico’s kunnen voordoen (N.B. In de huidige situatie bestaan deze veiligheidsrisico’s ook al). De brandaandachtsgebieden komen overeen met de blauwe lijnen in de figuur hieronder. De buisleidingen hebben dus een invloedsgebied dat reikt tot de grenzen van de 1%-letaalzone (op deze plek komt in theorie 1% van de mensen om bij een calamiteit bij de buisleiding (fakkelbrand)). Met name de zuidzijde van de gemeente, langs Berkel en Rodenrijs (Zuidpolder, Boterland) richting Bergschenhoek, heeft buisleidingen langs bewoond gebied lopen. Ook een gedeelte van de woningen aan de Noordeindseweg hebben te maken met enkele buisleidingen. Op de overige kernen (Bleiswijk) hebben de buisleidingen geen effect.
Blad 33 van 73
Leefmilieuimpactbeoordeling t.b.v. Omgevingsvisie Lansingerland projectnummer 0469513.100 2 juli 2021 Gemeente Lansingerland
Figuur 7-4: Buisleidingen en veiligheidsafstanden zuidzijde gemeente (langs Berkel en Rodenrijs en Bergschenhoek).
Figuur 7-5: Buisleidingen en veiligheidsafstanden noordzijde gemeente (nabij Bleiswijk en buitengebied).
Blad 34 van 73
Leefmilieuimpactbeoordeling t.b.v. Omgevingsvisie Lansingerland projectnummer 0469513.100 2 juli 2021 Gemeente Lansingerland
7.2.4
Overige risicobronnen In de figuur hieronder zijn de overige relevante risicobronnen ten aanzien van externe veiligheid weergegeven. Aan de rand van de gemeente Zoetermeer staan drie windturbines met veiligheidsafstanden. Langs de A12 loopt een hoogspanningslijn. En boven de oostzijde van Bleiswijk en over Bergschenhoek ligt een EV-zone van de aanvliegroute voor Rotterdam-The Hague Airport. (De driehoeken op de kaart zijn de eerder genoemde LPG-tankstations).
Figuur 7-6: Overige risicobronnen externe veiligheid.
7.3
Referentiesituatie In aanloop naar de Omgevingswet wordt ook steeds duidelijker hoe externe veiligheid (dan: Omgevingsveiligheid) onderdeel wordt van ruimtelijke processen. Dit wordt nu gezien als de geldende referentiesituatie. Momenteel worden aandachtsgebieden aangeduid – dit zijn gebieden waarbinnen een potentieel veiligheidsrisico bestaat als gevolg van de aanwezigheid van risicobronnen. Aandachtsgebieden zijn explosie-, brand- en gifwolkaandachtsgebied. Binnen deze aandachtsgebieden worden gemeenten op termijn gevraagd voorschriften op te stellen. Dit kunnen bouwkundige maatregelen zijn of maatregelen n de openbare ruimte die veiligheidsrisico’s zoveel als mogelijk beperken. De aandachtsgebieden staan in de figuur hieronder. Deze zijn echter nog wel aan verandering onderhevig, omdat nog niet alle definitieve aandachtsgebieden zijn vastgesteld (bijvoorbeeld de
Blad 35 van 73
Leefmilieuimpactbeoordeling t.b.v. Omgevingsvisie Lansingerland projectnummer 0469513.100 2 juli 2021 Gemeente Lansingerland
luchthaven en de vliegroutes hebben hierin op het moment van schrijven nog geen plek). Maar vooralsnog geeft dit een indicatief beeld hoe deze aandachtsgebieden ten opzichte van gemeente Lansingerland liggen. De rode contouren zijn brandaandachtsgebieden, de oranje contouren zijn explosieaandachtsgebieden. Daarnaast zijn ook enkele risicovolle inrichtingen los weergegeven.
Figuur 7-7: Aandachtsgebieden (indicatief) ten aanzien van Omgevingsveiligheid onder de Omgevingswet.
7.4
Externe veiligheid in de Omgevingsvisie Eén van de hoofdambities van de Omgevingsvisie is ‘gezond samen leven’, voor alle kernen van de gemeente en in het buitengebied. De Omgevingsvisie stelt dat een gezonde leefomgeving leidt tot een beperking van de gezondheidsrisico’s. Onderdeel van ‘gezond samen leven’ is het aspect veiligheid. Veiligheid is een breed begrip en gaat niet alleen om de externe veiligheid, maar gaat in essentie ook om verkeersveiligheid, water-veiligheid (droge voeten houden), sociale veiligheid op straat. In deze paragraaf wordt gefocust op de externe veiligheid – of ‘omgevingsveiligheid’ onder de aankomende Omgevingswet. De Omgevingsvisie voor Lansingerland stelt dat de gemeente focust op veiligheid, maar in de brede zin van het woord. Externe veiligheid wordt in beperkte mate aangestipt. Er wordt enkel genoemd dat binnen de woonbuurten meer aandacht is voor externe veiligheidsrisico’s dan in het
Blad 36 van 73
Leefmilieuimpactbeoordeling t.b.v. Omgevingsvisie Lansingerland projectnummer 0469513.100 2 juli 2021 Gemeente Lansingerland
buitengebied. Immers, in de woonbuurten kunnen meer slachtsoffers optreden dan in het dunnerbevolkte buitengebied. Bestaande bebouwing Voor de bestaande woonbuurten zal echter niks wijzigen in de veiligheidsrisico’s. De transportroute over de A12, de buisleidingen (hogedruk aardgastransport-leidingen) en de risicovolle inrichtingen zijn er al. Relevanter is te kijken welke van de uitbreidings-locaties van de gemeente te maken krijgen met externe veiligheidsrisico’s en welke maatregelen te treffen zijn deze risico’s zoveel als mogelijk te beperken. Nieuwe ontwikkelingen Er zijn geen ontwikkelingen die te maken krijgen met het explosie- en brandaandachtsgebied rondom de transroute van de A12. De snelweg ligt ver in het buitengebied. Er zijn enkele bedrijfslocaties rondom de snelweg. Dit zijn beperkt kwetsbare objecten waardoor veiligheidsrisico’s in mindere mate een rol spelen. Relevanter zijn de buisleidingen door de gemeente. Er ligt een buisleiding aan de zuidzijde van de gemeente die via de randen van Berkel en Rodenrijs en Bergschenhoek loopt. De twee potentiële woningbouwlocaties in Berkel en Rodenrijs zullen geen effecten hebben als gevolg van deze buisleidingen, maar de twee ontwikkellocaties van Bergschenhoek wel degelijk. De figuur hieronder toont de twee ontwikkelgebieden.
Te zien is dat het brandaandachtsgebied (rood gearceerd) ten dele overlapt met deze potentiële ontwikkellocaties. De 100%-letaliteitgrens is de blauwe stippellijn. Bij een calamiteit met de buisleiding zal binnen die zone een theoretisch aantal van 100% van de aanwezig komen te overlijden. Voor ontwikkelingen binnen de invloedsgebieden van deze buisleiding moet het groepsrisico berekend en verantwoord worden. Voor het brandaandachtsgebied dient de gemeente aanvullende voorschriften op te stellen om de veiligheid te waarborgen
Jacob Marislaan
Wolfend
Figuur 7-8: Overlap brandaandachtsgebieden buisleidingen en twee ontwikkelgebied Bergschenhoek.
Blad 37 van 73
Leefmilieuimpactbeoordeling t.b.v. Omgevingsvisie Lansingerland projectnummer 0469513.100 2 juli 2021 Gemeente Lansingerland
De potentiële ontwikkelingen in Bleiswijk kent geen externe veiligheidsrisico’s. Ook de andere potentiële ontwikkelgebieden worden op geen andere manier belemmerd vanuit het oogpunt van externe veiligheid.
7.5
Beoordeling De beoordeling van externe veiligheid (omgevingsveiligheid) op de vier beoordelingsdomeinen is in de figuur hieronder opgenomen. De toelichting volgt daarna.
Ondanks dat veiligheid een speerpunt in de Omgevingsvisie is, wordt niet duidelijk op welke manier de gemeente invulling gaat geven aan het veranderende omgevingsveiligheidsbeleid. Met name de woningbouwontwikkelingen in Bergschenhoek kent mogelijke veiligheidsrisico’s. Daarnaast is er ook nog een aantal tankstations binnen de bebouwde kom met een LPG-vulpunt. De verwachting is dat het LPG hier wel langzaamaan wordt uitgefaseerd, maar niet duidelijk wordt op welke termijn. De gemeente Lansingerland zal op een latere termijn het beleid en visie omtrent omgevingsveiligheid opzetten. Hierom wordt dit nu voor in de Omgevingsvisie als negatief beoordeeld. In paragraaf 7.6 hierna volgen enkele aandachtspunten ten aanzien van externe veiligheid (omgevingsveiligheid) met aanbevelingen hoe hiermee om te gaan. Op de overige drie thema’s blijft de score neutraal. Het aspect externe veiligheid (omgevingsveiligheid) heeft geenszins impact op de omgevingskwaliteit, leefbaarheid en/of duurzaamheid zoals de criteria hiervoor in hoofdstuk 3.2 zijn opgenomen.
7.6
Aandachtspunten In deze paragraaf zijn enkele maatregelen opgenomen die bij kunnen dragen aan het verder concretiseren en behalen van de doelstellingen ten aanzien van het aspect externe veiligheid (omgevingsveiligheid). De Omgevingsvisie geeft handvatten maar vult nog niet in op welke manier gemeente Lansingerland haar doelstellingen wil behalen. Onderstaande aandachtspunten kunnen mogelijk hierbij helpen. Uitwerken beleid voor voorschriftgebieden binnen aandachtsgebieden (omgevingsveiligheid) Ten aanzien van de aandachtsgebieden voor brand, explosie en gifwolk rondom de rijkswegen en de hogedruk aardgasleidingen is het van belang dat de gemeente deze als voorschriftgebieden aanwijst. Daarnaast is beleid voor omgevingsveiligheid nodig waarin bouwkundige voorschriften worden uitgewerkt voor de omgang met plasbrandscenario. In het beleid omtrent voorschriftengebieden wordt een afweging worden gemaakt over de beleidsafstand waarop bouwkundige
Blad 38 van 73
Leefmilieuimpactbeoordeling t.b.v. Omgevingsvisie Lansingerland projectnummer 0469513.100 2 juli 2021 Gemeente Lansingerland
maatregelen moeten worden ontworpen in een explosieaandachtsgebied. De gemeente geeft hierin aan binnen welke veiligheidsafstanden zij de veiligheid van aanwezigen verantwoord vindt. Mogelijkheid tot saneren risicovolle inrichtingen binnen de kernen Hoewel er weinig risicovolle inrichtingen in de kernen aanwezig zijn, wordt geadviseerd te onderzoeken of het mogelijk is de wel aanwezige risicovolle inrichtingen uit te plaatsen. Een voorbeeld hiervan is het tankstation met LPG-vulpunt in het noorden van de kern Berkel en Rodenrijs, en die aan de lint Noordeinde. In alle gevallen worden de veiligheidsafstanden zoals deze nu gelden gehandhaafd. Nieuwe Brzo-bedrijven worden in de kernen uitgesloten In de woongebieden en potentiële uitbreidingslocaties van de kernen worden geen (nieuwe) Brzobedrijven toegelaten. Deze vormen namelijk in een te groot veiligheidsrisico. Feitelijk is dit het voortzetten van de huidige situatie. Nieuwe risicovolle inrichtingen terughoudend toelaten Nieuwe risicovolle activiteiten mogen ontwikkeld worden en een 10-6 plaatsgebonden risicocontour hebben, mits deze binnen de perceelsgrens blijft en niet conflicteert met de aanwezige en beoogde woonfunctie en andere kwetsbare functies.
Veiligheidsrisico’s worden verantwoord Ten aanzien van de transportroutes voor gevaarlijke stoffen, de buisleidingen en de risicovolle inrichtingen met invloedsgebieden, wordt een verantwoording van het groepsrisico opgesteld. Er dient rekening te worden gehouden met de beschikbaarheid van vluchtroutes, bereikbaarheid voor nood- en hulpdiensten en voldoende bluswatervoorzieningen.
Blad 39 van 73
Leefmilieuimpactbeoordeling t.b.v. Omgevingsvisie Lansingerland projectnummer 0469513.100 2 juli 2021 Gemeente Lansingerland
8
Overige gezondheidsaspecten
8.1
Introductie Het thema ‘gezondheid’ omvat de aspecten die de gezondheid van mensen in het gebied en omgeving bepaalt en/of bevordert. Het gaat daarbij om gezondheidsbescherming tegen milieueffecten, maar ook over de mogelijkheden en maatregelen die gebruikers in het gebied bevorderen (zelf) te bewegen en een gezonde leefstijl na te streven. Gezondheidsbescherming heeft te maken met de externe werking van fenomenen buiten bewoners en gebruikers om. Zij kunnen hier zelf niet actief op aansturen. Naast thema’s als geluidhinder en luchtverontreiniging, die in eerdere paragrafen zijn beschreven, gaat het in deze paragraaf om overige aspecten zoals een cumulatie van milieugezondheidsrisico’s, hittestress en lichthinder.
8.2
Huidige situatie
8.2.1
Milieugezondheidsrisico’s Gemiddeld is zo'n 5 tot 6 % van alle ziekte en sterfte in Nederland toe te schrijven aan milieufactoren. Door luchtvervuiling kunnen mensen astmaklachten krijgen of eerder doodgaan. Omgevingsgeluid kan slecht zijn voor de nachtrust en hart- en vaatziekten veroorzaken of verergeren. De milieugezondheidsrisico’s in Lansingerland verschillen echter per locatie. Algemeen is te zien dat nagenoeg de hele gemeente boven het landelijk gemiddelde ligt. De aanwezigheid van diverse geluidbronnen (wegen, spoorlijnen, luchtvaart en industrie) en de bijbehorende luchtverontreinigende emissies leiden tot een groter risico op gezondheidsklachten door milieufactoren. Autonome ontwikkelingen voor wat betreft de luchtkwaliteit zullen er voor zorgen dat deze beter wordt. Veel van deze bronnen zijn echter bovengemeentelijk van aard, waardoor overleg op diverse schaalniveaus noodzakelijk is.
Figuur 8-1: Milieugezondheidsrisico in percentages (Bron: Atlas Leefomgeving).
Blad 40 van 73
Leefmilieuimpactbeoordeling t.b.v. Omgevingsvisie Lansingerland projectnummer 0469513.100 2 juli 2021 Gemeente Lansingerland
Te zien is dat de wegen een relevante bijdrage hebben aan het milieugezondheidsrisico. In het noorden leidt voor de A12 tot een toename van gezondheidsrisico’s. In het zuiden is dit deels wegverkeer, maar in grotere mate ook het vliegverkeer van Rotterdam-The Hague Airport. Langs deze bronnen ligt het milieugezondheidsrisico aanmerkelijk hoger dan het landelijk gemiddelde van 5-6 %. In het buitengebied liggen de milieugezondheidsrisico’s juist weer lager dan het landelijk gemiddelde.
8.2.2
Hittestress Het zogenaamde stedelijk hitte-eiland effect ontstaat in versteende en stedelijke gebieden waar hitte op warme dagen niet of nauwelijks kan ontsnappen. De versteende oppervlaktes houden, in tegenstelling tot groen en water, veel warmte vast. Zeker als door bebouwing de windsnelheden relatief laag blijven. Het stedelijk hitte-eilandeffect heeft een grote uitwerking op de gezondheid van de inwoners, zeker in combinatie met extremere weersomstandigheden als gevolg van klimaatverandering. Mensen (en dieren) kunnen in extreme gevallen de warmte niet kwijt. Dat leidt tot diverse lichamelijk klachten, zoals slechtere nachtrust, ademhalingsproblemen en onwelwording. Maar ook indirect heeft het gevolgen: de arbeidsproductiviteit vermindert, de druk op hulpdiensten neemt toe en is er een toename in ziekte-overdragende insecten en zomersmog. De figuur hierna laat het stedelijk hitte-eilandeffect in Lansingerland zien. Te zien is dat de bewoonde kernen een lichte verhoging van temperaturen laten zien. Dit is niet verwonderlijk. De belangrijkste hoofdoorzaken bij de verhoogde temperaturen in de kernen zijn de aanwezigheid van steen en het ontbreken van groen. De hoogste toename van temperaturen zijn echter in de kassengebieden. Hier kan de temperatuur op warme dagen wel oplopen tot meer dan 2 graden Celsius ten opzichte van het gemiddelde.
Het glas van de glastuinbouw zorgt op deze gebieden voor reflectie van zonlicht en het absorberen van warmte. Warmte kan hier nauwelijks ontsnappen.
Figuur 8-2: Stedelijk hitte-eilandeffect (Bron: Atlas Leefomgeving, 2021).
Blad 41 van 73
Leefmilieuimpactbeoordeling t.b.v. Omgevingsvisie Lansingerland projectnummer 0469513.100 2 juli 2021 Gemeente Lansingerland
8.2.3
Lichthinder Stedelijke gebieden zijn ’s avonds en ’s nachts vaak continu verlicht. Dit is afkomstig van snelwegen, kantoren, bedrijven, woningen, sportvelden, straatverlichting en auto’s. Kunstmatige verlichting maakt het mogelijk om ’s avonds en ’s nachts langer actief te zijn, bijvoorbeeld sporten of uitgaan. Daarnaast draagt het bij aan verkeersveiligheid en sociale veiligheid. In de nacht zijn er ook economische activiteiten, zoals transport en reclame. Continue nachtelijke verlichting in stedelijke gebieden heeft ook een keerzijde. Slaap en donkerte zijn essentieel voor het biologische ritme van mens en dier. Als er ’s nachts continue veel licht aanwezig is kan dit tot slaapverstoring leiden. Er ontstaat lichthinder als sprake is van ongemak als gevolg van overmatige belichting. De hemelhelderheid wordt bepaald door de verlichting in de wijde omgeving en bepaalt de mate van duisternis in een punt, als er geen directe verlichting in de buurt is, de hemelhelderheid wordt uitgedrukt in het aantal zichtbare sterren op een onbewolkte nacht. De figuur met de hemelhelderheid laat zien dat de gemeente Lansingerland (maar ook de buurgemeenten) in een zeer verlicht gebied ligt, waar slechts grotendeels tussen de 10 en 35 sterren te zien zijn op een heldere nacht. Ter vergelijking: op de Veluwe of de Waddenzee zijn er op een heldere nacht meer dan 4.000 sterren zichtbaar.
De logische oorzaak van de lichtuitstraling zijn is de glastuinbouw die het overgrote deel van het buitengebied van Lansingerland rijk is.
Figuur 8-3: Lichthinder uitgedrukt in zichtbare sterren (Bron: RIVM).
8.3
Referentiesituatie De referentiesituatie voor de overige gezondheidsthema’s zal geen verbetering laten zien ten opzichte van de huidige situatie. De milieugezondheidsrisico’s nemen toe door het autonoom groeiende verkeer. Er komt hierdoor in theorie meer geluidhinder en, ondanks de beoogde technologische ontwikkelingen voor verbrandingsmotoren en de trend dat er meer elektrische
Blad 42 van 73
Leefmilieuimpactbeoordeling t.b.v. Omgevingsvisie Lansingerland projectnummer 0469513.100 2 juli 2021 Gemeente Lansingerland
voertuigen op de weg zullen zijn, neemt ook de luchtkwaliteit licht af als gevolg van het toenemende verkeer. Daarnaast zorgt gebiedsontwikkelingen, verstening en een gebrek aan een duidelijk visie op het groen-blauwe raamwerk in de gemeente voor een verdere toename van het stedelijk hitteeilandeffect met hittestress als gevolg. Meer mensen zullen meer warmte ervaren. Vooral in het buitengebied waar de glastuinbouw gevestigd is, zal de hittestress toenemen als hier geen maatregelen worden getroffen. Immers, meer zonuren op glas resulteert in een grotere absorptie van warmte en warmte-uitstraling. Ook de uitstraling van licht van de kassen en de bijkomende lichthinder zal geenszins afnemen zonder ingrijpende maatregelen.
8.4
Gezondheid in de Omgevingsvisie Milieugezondheidsrisico’s De milieugezondheidsrisico’s houden direct verband met de algehele staat van de milieusituatie in de gemeente. Hiervoor is in de hoofdstukken hiervoor (H5 t/m H8) al een uitgebreid verhaal opgesteld over verkeer en vervoer, geluidhinder, luchtkwaliteit en externe veiligheid. Duidelijk is dat de luchtkwaliteit autonoom verbetert, maar dat voor de overige milieuaspecten een andere verdiepingsslag nodig is in de Omgevingsvisie om aan de ambitie ‘gezond samen leven’ te kunnen voldoen. Hittestress Hittestress wordt in de Omgevingsvisie als één van de grotere problemen van de klimaatverandering de komende jaren aangeduid. Immers, de temperaturen nemen per jaar toe en het aantal (extreem) hete dagen neemt ook toe. Dit heeft gezondheidseffecten als gevolg, zoals slaaptekort, hart- en vaatziekten, stress, etc. De Omgevingsvisie stelt dat alle toekomstige ontwikkelingen het hoofd bieden aan onder andere hittestress. Hittestress wordt één-op-één verweven in (aankomend) gemeentelijk beleid, zoals het Omgevingsplan, het Waterplan, het gemeentelijk Rioleringsplan, Groenstructuurplan, etc. Dit betekent dat bij nieuwe ontwikkelingen voldoende oppervlaktewater, groen en materialen die minder warmte absorberen worden toegepast. Lichthinder Het aspect ‘lichthinder’ komt geenszins terug in de Omgevingsvisie.
Het is gezien de aard van de gemeente ook lastig hier eenduidig en uitvoerbaar beleid op te maken. Zowel de bestaande woningen als de nieuwe ontwikkelingslocaties komen per definitie in een gebied terecht waar de lichtemissies alom vertegenwoordigd zijn.
8.5
Beoordeling De beoordeling van de overige gezondheidsthema’s op de vier beoordelingsdomeinen is in de figuur hieronder opgenomen. De toelichting volgt daarna.
Blad 43 van 73
Leefmilieuimpactbeoordeling t.b.v. Omgevingsvisie Lansingerland projectnummer 0469513.100 2 juli 2021 Gemeente Lansingerland
Het behalen van de ambitie ‘gezond en veilig’ wordt in dit geval licht-negatief beoordeeld. Enerzijds ligt er een uitdaging bij de gemeente Lansingerland om het gezondheidsbeleid verder uit te werken (zie ook de aandachtspunten uit de hoofdstukken Geluid, Luchtkwaliteit, Externe Veiligheid). Hier werd negatief op de ambitie ‘gezond en veilig’ gescoord. Anderzijds committeert zij zich wel aan het oplossen en tegengaan van de gevolgen van hittestress. Dit is in essentie positief, maar vraagt nog wel een inspanning dit ook te borgen in de genoemde beleidsstukken. De ambitie om de omgevingskwaliteit te verbeteren in Lansingerland wordt hier licht-positief gescoord. Dit houdt direct verband met de mogelijkheden die het aanpakken van hittestress heeft in de openbare ruimte. Het toevoegen van (meer) groen en het robuust maken van watersystemen leidt tot een verbetering van de openbare ruimte. Dit leidt tot een betere omgevingskwaliteit. Op de overige twee thema’s blijft de score neutraal. Het aspect overige gezondheidsaspecten heeft geenszins impact op de leefbaarheid en/of duurzaamheid zoals de criteria hiervoor in hoofdstuk 3.2 zijn opgenomen.
8.6
Aandachtspunten In deze paragraaf zijn enkele maatregelen opgenomen die bij kunnen dragen aan het verder concretiseren en behalen van de doelstellingen ten aanzien van de gezondheid in brede zin. De Omgevingsvisie geeft handvatten maar vult nog niet in op welke manier gemeente Lansingerland haar doelstellingen wil behalen. Onderstaande aandachtspunten kunnen mogelijk hierbij helpen. De milieugezondheidsrisico’s worden aangepakt op basis van de eerder benoemde aandachtspunten uit de hoofdstukken verkeer en vervoer (H5), geluid (H6), luchtkwaliteit (H7) en externe veiligheid (omgevingsveiligheid) (H8). Hitteplan tegen hittestress Het is raadzaam om samen met beheerders van groen, beheerders van de stedelijke infrastructuur en gezondheidsspecialisten (bijv. GGD) procedures afspreken om problemen bij hitte te voorkomen, waaronder het ontwikkelen van een lokaal hitteplan. Mogelijk maatregelen ter beperking van hittestress bestaan uit: Vergroenen van de buitenruimte, daken en gevels, tevens ter bevordering van hemelwateropvang. De aanwezigheid van bomen werkt daarbij extra verkoelend Hittebestendig bouwen en inrichten als eis meegeven bij het ontwerpen van nieuwe gebouwen (bijv. naast vergroenen, beperken van steen en reflecterend glas in gebouwen) en de buitenruimte (bijv.
naast vergroenen, wegdekken die minder warmte absorberen, watervoorzieningen het plangebied in trekken en voldoende watertappunten)
Blad 44 van 73
Leefmilieuimpactbeoordeling t.b.v. Omgevingsvisie Lansingerland projectnummer 0469513.100 2 juli 2021 Gemeente Lansingerland
Natuurlijke koeling van woningen, bijv. veranda’s en zonneschermen in plaats van airconditioning
Onderzoeken naar mogelijke maatregelen ter beperking van lichthinder Lichthinder is een wezenlijke hinderbron binnen Lansingerland. Het kassengebied draagt hier grotendeels aan bij. De gemeente kan onderzoeken, in samenwerking met de glastuinbouwsector, welke mogelijkheden er zijn om lichtuitstraling – met name gedurende de avond- en nachturen – te minimaliseren.
Blad 45 van 73
Leefmilieuimpactbeoordeling t.b.v. Omgevingsvisie Lansingerland projectnummer 0469513.100 2 juli 2021 Gemeente Lansingerland
9
Bodem
9.1
Introductie De overheid werkt aan beleid voor duurzaam gebruik van de bodem. De bodemkwaliteit moet geschikt zijn voor de beoogde functie. De gemeentelijke rol wat betreft bodem is om te zorgen dat er bij het vaststellen van ruimtelijke plannen wordt getoetst of het huidige of toekomstige gebruik van de bodem afgestemd kan worden op de aanwezige bodemkwaliteit. Daarnaast wordt de ondergrond steeds belangrijker (voor bijvoorbeeld ondergronds bouwen, bodemenergie, CO2- en gasopslag) en zal deze dan ook in ruimtelijke besluiten een plaats krijgen.
9.2
Huidige situatie De kwaliteit van de bodem is afhankelijk van de gebruikshistorie van de grond. Voor de gemeente Lansingerland geldt dat er enkele locaties zijn met lichte verontreinigingen. Afhankelijk van ontwikkelingen binnen die gebieden is nader onderzoek wenselijk in het geval er in de bodem wordt geroerd. Het onderstaande figuur geeft voor de gemeente de bodemkwaliteit (zoals deze bekend was in 2010) weer.
Blad 46 van 73
Leefmilieuimpactbeoordeling t.b.v. Omgevingsvisie Lansingerland projectnummer 0469513.100 2 juli 2021 Gemeente Lansingerland
Daarnaast heeft de gemeente Lansingerland een bommenkaart waar mogelijk verdachte locaties voor niet-gesprongen explosieven op staan. Binnen de kernen zijn geen grote locaties verdacht, enkel drie kleinere gebiedjes in Berkel en Rodenrijs. De grote verdachte locaties worden gevonden langs de A12 in het noorden van de gemeente. De figuur hieronder toont de verdachte locaties in het rood (en de (beperkt) vrijgegeven gebieden in de overige kleuren).
Figuur 9-1: Bommenkaart Lansingerland (Bron: Saricon, 2013).
9.3
Referentiesituatie De landelijke trend is dat de bodemkwaliteit in toenemende mate verbetert. Zeker in historisch bebouwde gebieden – waar de bodemkwaliteit doorgaans matig (licht tot sterk) verontreinigd is – neemt de kwaliteit van de bodem toe bij transformaties en herstructureringen. Uiteraard is dit geen gegeven. Verontreinigingen blijven met name in historische kernen vaak aanwezig doordat in deze gebieden terughoudend met nieuwe ontwikkelingen wordt omgegaan. Het uitgangspunt is dan ook dat de referentiesituatie voor de Omgevingsvisie overeen komt met de huidige situatie zoals deze nu bekend is in de bodem.
9.4
Bodem in de Omgevingsvisie De Omgevingsvisie spreekt de ambitie uit om samen met lokale tuinders en bedrijven de bodemkwaliteit te verbeteren. Daarnaast wordt ingezet op warmtewinning in de ondergrond als bijdrage aan de energietransitie. De gemeente wil een zorgvuldige afweging maken van gebruik en bescherming van de bodem en ondergrond en het structureel onderdeel maken van ruimtelijke planprocessen.
Blad 47 van 73
Leefmilieuimpactbeoordeling t.b.v. Omgevingsvisie Lansingerland projectnummer 0469513.100 2 juli 2021 Gemeente Lansingerland
9.5
Beoordeling De beoordeling van bodem op de vier beoordelingsdomeinen is in de figuur hieronder opgenomen. De toelichting volgt daarna.
Het verbeteren van de bodemkwaliteit zorgt voor een impuls van de omgevingskwaliteit, deze is daarom als positief beoordeeld. Vervuiling van de ondergrond kan namelijk een risico vormen voor het woon- en leefklimaat, met name in bestaande en beoogde woonwijken. Bij het realiseren van de beoogde uitbreidingslocaties is een goede bodemkwaliteit een basisvoorwaarde. Dit betekent dat eventueel vervuilde gronden hier sowieso gesaneerd dienen te worden. Daarnaast zijn mogelijke verdachte locaties op niet-gesprongen explosieven in Berkel en Rodenrijs beperkt en zullen ook deze gebieden bij toekomstige ontwikkelingen verder onderzocht worden. Energiebronnen in de ondergrond leveren een versnelling in de energietransitie, zoals al aan de orde is bij de meerdere geothermiebronnen die momenteel in bedrijf zijn. De mate waarin de ondergrond een bijdrage kan leveren aan de energiebehoefte dient grootschalig verder onderzocht te worden, zeker in relatie met grondwaterstanden en mogelijkheden om gebruik te maken van de thermische ladingen in de ondergrond. De gemeente zich committeert wel aan de ambities voor duurzaamheid in relatie tot de ondergrond. Deze is daarom positief beoordeeld. Met de andere domeinen heeft het aspect bodem geen raakvlakken, deze zijn daarom neutraal gescoord.
9.6
Aandachtspunten In deze paragraaf zijn enkele maatregelen opgenomen die bij kunnen dragen aan het verder concretiseren en uitwerken van het geluidbeleid. De Omgevingsvisie geeft handvatten maar vult nog niet in op welke manier gemeente Lansingerland haar doelstellingen wil behalen. Onderzoeken bodemkwaliteit bij realisatie gevoelige functies Bij het aanleggen van gevoelige functies, bijv. de uitbreidingslocaties, dient de bodemkwaliteit geschikt te zijn voor de beoogde functie. Het is daarom belangrijk vooraf de bodem zorgvuldig te onderzoeken en waar nodig te saneren. Kijk bij planprocessen ook verder dan bodemkwaliteit, maar ook naar andere processen in de ondergrond (bijv. warmtewinning en kabels en leidingen). Opstellen van een Ondergrondvisie Onder de Omgevingswet schuift het beheer van de ondergrond van de provincie naar de gemeente. Het is belangrijk dat de gemeente een visie heeft op wat het mogelijk wil maken in de ondergrond en welke beschermingsregimes benodigd zijn ten behoeve van ontwikkeling aan de oppervlakte.
Blad 48 van 73
Leefmilieuimpactbeoordeling t.b.v. Omgevingsvisie Lansingerland projectnummer 0469513.100 2 juli 2021 Gemeente Lansingerland
10
Water en klimaatadaptatie
10.1
Introductie In dit hoofdstuk wordt ingegaan op het milieuaspect water. Het aspect gaat bijvoorbeeld over de effecten van de Omgevingsvisie op de waterveiligheid en waterkwaliteit. Daarnaast vormt het relatief nieuwere aspect klimaatadaptatie een bijzonder aandachtspunt. In dit hoofdstuk wordt in beeld gebracht in hoeverre de Omgevingsvisie effecten heeft op de wateraspecten en welke aanbevelingen er zijn om het doelbereik van de ambities voor water verder te behalen.
10.2
Huidige situatie
10.2.1
Waterveiligheid en oppervlaktewater De gemeente Lansingerland ligt zowel in het Hoogheemraadschap van Delfland (het westelijke deel) als het Hoogheemraadschap Schieland en Krimpenerwaard (het oostelijke deel). In de gemeente zijn geen primaire waterkeringen gelegen, wel regionale keringen, bijv. langs de Rotte of het Bergingsgebied Bergboezem Berkel. In de polders zijn veel watergangen gelegen.
Figuur 10-1: Waterkeringen en oppervlaktewater in het westelijke deel van de gemeente. Bron: Legger Hoogheemraadschap van Delfland.
Blad 49 van 73
Leefmilieuimpactbeoordeling t.b.v. Omgevingsvisie Lansingerland projectnummer 0469513.100 2 juli 2021 Gemeente Lansingerland
Figuur 10-2: Waterkeringen in het oostelijke deel van de gemeente. Bron: Legger waterkeringen Hoogheemraadschap van Schieland en de Krimpenerwaard.
10.2.2
Waterkwaliteit De waterkwaliteit is in Nederland de afgelopen decennia flink verbeterd. Desondanks is de kwaliteit altijd nog aan verbetering onderhevig. Hiervoor zijn richtlijnen opgesteld in de Kader Richtlijn Water (KRW). Hierin staan van maatregelen opgenomen die de waterkwaliteit in veel gebieden in Nederland nog verder verbeterd. De huidige kwaliteit van het oppervlaktewater in de gemeente Lansingerland is nog steeds ontoereikend in de meeste waterlopen. De waterkwaliteit van de Rotte en Rottemeren is beoordeelt als slecht, dit waterlichaam ligt deels binnen de gemeentegrenzen.
Blad 50 van 73
Leefmilieuimpactbeoordeling t.b.v. Omgevingsvisie Lansingerland projectnummer 0469513.100 2 juli 2021 Gemeente Lansingerland
Figuur 10-3: Ecologische kwaliteit van oppervlaktewater. Bron: Atlas Leefomgeving.
10.2.3
Klimaatadaptatie Wateroverlast kan ook ontstaan bij hevige neerslag. Dit speelt voornamelijk in stedelijke gebieden waar veel verharding aanwezig is. Hemelwater kan daar niet of onvoldoende infiltreren in de bodem en blijft daardoor ‘op straat staan’. Onderstaand figuur toont de waterdiepte bij een bui van 70 mm per 2 uur, dat ongeveer eens in de honderd jaar voorkomt. Op sommige plaatsen kan meer dan 15-20 mm water op straat blijven staan. Dit kan leiden tot overlast door het onderlopen van kelders of parkeergarages of doordat wegen onbegaanbaar worden.
Blad 51 van 73
Leefmilieuimpactbeoordeling t.b.v. Omgevingsvisie Lansingerland projectnummer 0469513.100 2 juli 2021 Gemeente Lansingerland
Figuur 10-4: Maximale waterdiepte bij een extreme bui met 70 mm neerslag in 2 uur (1:100). Bron: Klimaateffectatlas.
10.3
Referentiesituatie Door klimaatverandering neemt de hevigheid van neerslag toe wat kan leiden tot wateroverlast. Tegelijkertijd nemen risico’s door droogte toe doordat de periodes van droogte langer en heviger worden. In het westen van de gemeente is de overstromingskans het hoogst. Door langdurige periodes van droogte dalen de grondwaterstanden. Voor agrarische gebieden kan dit leiden tot gewasderving, voor natuurgebieden leidt dit tot risico op natuurbranden. Ook kan droogtegevoelige (vochtminnende) natuur verloren gaan door langdurige structurele watertekorten. Dalende grondwaterstanden vergroten de doorluchting van de bodem, wat bij bodembelasting door bebouwing of zware voertuigen kan leiden tot inklinking van de bodem (bodemdaling). Dalende grondwaterstanden kunnen ook leiden tot problemen in stedelijk gebied. Als de grondwaterstand daalt kunnen funderingen droog komen te staan. Bij houten funderingen kan dit leiden tot paalrot.
Blad 52 van 73
Leefmilieuimpactbeoordeling t.b.v. Omgevingsvisie Lansingerland projectnummer 0469513.100 2 juli 2021 Gemeente Lansingerland
Figuur 10-5: Overstromingskans in 2050. Bron: Klimaateffectatlas.
Figuur 10-6: Droogtestress in 2050. Bron: Klimaateffectatlas.
Blad 53 van 73
Leefmilieuimpactbeoordeling t.b.v. Omgevingsvisie Lansingerland projectnummer 0469513.100 2 juli 2021 Gemeente Lansingerland
10.4
Water in de Omgevingsvisie In de Omgevingsvisie spreekt de gemeente de ambitie uit om Lansingerland klimaat-proof te maken. Alle ontwikkelingen moeten het hoofd bieden aan risico’s zoals overstromingen, wateroverlast door piekbuien, hittestress en droogte. Een klimaat-proof Lansingerland in 2050 wordt volgens de visie bereikt door in te zetten op een groene gemeente en een robuust watersysteem. Een helder beeld van lokale risico’s vormt hiervoor de basis. Bij de nieuwe ontwikkelingen wordt gebruik gemaakt van klimaatbestendige inrichtingsprincipes. Omdat meer dan 60% van het bebouwd oppervlak in eigendom is van private partijen, houdt het klimaatbestendig maken van de gemeente niet op bij de overheid. Samenwerking is essentieel en daarbij moeten maatregelen ook gezocht worden in de private ruimte. Lansingerland stimuleert bewoners en bedrijven hun tuinen te vergroenen. Bij nieuwe ontwikkelingen wordt ingezet op het versterken van groen- en waterstructuren en voldoende groen en waterbergende mogelijkheden, waar mogelijk versterkt met ondergrondse of gebouwgebonden maatregelen zoals groene of blauwe daken, groene gevels en ondergrondse waterberging. Klimaatadaptatie wordt hiermee geïntegreerd in het gemeentelijk beleid. In dit stadium van de Omgevingsvisie worden nog geen concrete normen vastgelegd (bijv.
een minimale hoeveelheid groen en water) voor de hele gemeente op te nemen. Dat gebeurt wel in afstemming met de initiatiefnemer van nieuwe ontwikkelingen. Het lukt nu niet om voldoende regenwater in het gebied vast te houden om periodes van droogte op te vangen. Om de waterstand en kwaliteit op peil te houden, wordt door de waterschappen water ingelaten. We zetten in op het behouden, versterken en ontwikkelen van een robuuste groen- en waterstructuur. Een sterk glastuinbouwcluster heeft daarnaast een duurzaam klimaatbestendig watersysteem nodig. Voor de glastuinbouw in het Oostland draait dit om het voorkomen van wateroverlast en watertekort, een goede waterkwaliteit, faciliteiten voor waterzuivering en de beschikbaarheid van gietwater. Ook wil de gemeente er samen met lokale tuinders en bedrijven voor zorgen dat de waterkwaliteit van een goed niveau is. De manier hoe dit zal gebeuren is echter nog onduidelijk. Dit zal nader moeten worden vastgelegd in een beleidsstuk over water en klimaatadaptatie.
10.5
Beoordeling De beoordeling van water op de vier beoordelingsdomeinen is in de figuur hieronder opgenomen. De toelichting volgt daarna.
Blad 54 van 73
Leefmilieuimpactbeoordeling t.b.v. Omgevingsvisie Lansingerland projectnummer 0469513.100 2 juli 2021 Gemeente Lansingerland
De Omgevingsvisie zet sterk in op het integreren van klimaatadaptie in het beleid. Het creëren van een robuust watersysteem heeft een positief effect op de omgevingskwaliteit, het voorkomt bijv. wateroverlast en hittestress. Daarnaast stelt Lansingerland haarzelf de ambitie de waterkwaliteit te verbeteren, hoewel in dit stadium nog niet helder is op welke wijze dit zal gebeuren. Wel worden er meer groenstructuren aangelegd bij nieuwe ontwikkelingen bij die positief bijdragen aan een goede afwatering en het verbeteren van de waterkwaliteit. De waterveiligheid verandert in principe niet met de Omgevingsvisie, waardoor de ambitie ‘gezond en veilig’ neutraal blijft. Het klimaatbestendig inrichten van de leefomgeving betekent ook meervoudig ruimtegebruik (denk aan groene daken). Ook het robuust maken van het watersysteem en het toekomstbestendig maken van de afwatering, leidt tot een positieve beoordeling in het domein duurzaamheid. Het aspect water heeft geen raakvlakken met het domein leefbaarheid en is daarom hier neutraal gescoord.
10.6
Aandachtspunten Kaders stellen voor de omgang met water De gemeente stelt haarzelf als doel het watersysteem robuust te maken en om de waterkwaliteit te verbeteren. Om te borgen dat dit ook werkelijk gebeurt in de toekomst, is het raadzaam een kaderstellend document (bijv. een beleidsstuk met betrekking tot water) op te stellen om hier handen en voeten aan te geven. Een voorbeeld van dergelijk op te nemen maatregelen en doelen kunnen bestaan uit: Bij toename van verharding moet 15% als nieuw oppervlaktewater worden aangelegd. Een bui van 80 mm/uur mag niet tot schade aan bebouwing en infrastructuur leiden. Bij een bui van 20 mm/uur mag er geen water op straat blijven staan. Minimaal 90% en liefst 100% van de neerslag moet in de bodem worden geïnfiltreerd. Dit komt neer op 15 mm berging voor de verharding. Aanvullende watergerelateerde maatregelen ter bevordering van het groen Het verwijderen van verharding draagt positief bij aan klimaatadaptatie, groenbeleving en de beleving van water. Mogelijkheden hiertoe zijn het vervangen van verharding door groen elementen met waar mogelijk waterdoorlatende tegels, wadi’s en groene oevers. Klimaatadaptatie en watercompensatie bij uitbreidingslocaties Nieuwe ontwikkelingen kunnen zorgen voor extra verharding. Het borgen van voldoende waterberging en klimaatadaptieve maatregelen is daarom een aandachtspunt.
Samenwerking met waterschappen en private partijen De gemeente Lansingerland is verdeeld over twee waterschappen. Bij het halen van de ambities met betrekking tot waterveiligheid – en kwaliteit en klimaatadaptatie is goede samenwerking essentieel. Het is daarbij belangrijk overeenstemming te bereiken over concrete maatregelen die benodigd zijn. Dit is ook van belang bij de samenwerking met de glastuinbouw en ontwikkelende partijen van uitbreidingslocaties.
Blad 55 van 73
Leefmilieuimpactbeoordeling t.b.v. Omgevingsvisie Lansingerland projectnummer 0469513.100 2 juli 2021 Gemeente Lansingerland
11
Ecologie
11.1
Introductie In dit hoofdstuk wordt ingegaan op het milieuaspect ecologie. Het aspect ecologie gaat over effecten van de Omgevingsvisie op planten en dieren. Bij ontwikkelingen bestaat altijd de mogelijkheid dat belangrijke natuurwaarden worden verstoord en mogelijk zelfs worden vernietigd. In dit hoofdstuk wordt in beeld gebracht in hoeverre de Omgevingsvisie effecten heeft op ecologie.
11.2
Huidige situatie
11.2.1
Natura 2000 Binnen het grondgebied van de gemeente Lansingerland liggen geen Natura 2000-gebieden, wel zijn verschillende Natura 2000-gebieden in de omgeving gesitueerd. De natuurgebieden ‘Broekvelden, Vettenbroek & Polder Stein’, ‘De Wilck’, ‘Boezems Kinderdijk’ en ‘Donkse Laagten’ zijn niet stikstofgevoelig. De Natura 2000-gebieden ‘Meijendel & Berkheide’, ‘Westduinpark & Wapendal’ en ‘Solleveld & Kapittelduinen’ bij de Noordzeekust zijn wel stikstofgevoelig, deze liggen respectievelijk op circa 13, 15 en 16 kilometer. Ten oosten ligt verder het stikstofgevoelige Natura 2000-gebied ‘Nieuwkoopse Plassen & De Haeck’ op circa 13 km.
Figuur 11-1: Natura 2000-gebieden in de omgeving van de gemeente.
Blad 56 van 73
Leefmilieuimpactbeoordeling t.b.v. Omgevingsvisie Lansingerland projectnummer 0469513.100 2 juli 2021 Gemeente Lansingerland
11.2.2
Natuurnetwerk Nederland In het zuidwesten van de gemeente zijn gronden gelegen die behoren tot het Natuurnetwerk Nederland (NNN). Het betreft natuur- en recreatiegebied Schieveen. Dit gebied loopt door richting het westen in de gemeente Rotterdam. Bij de N209 is verder nog een ecologische verbindingszone gelegen, in het Triangelpark.
Figuur 11-2: NNN-gebieden in en in de directe omgeving van de gemeente.
11.2.3
Biodiversiteit Op de kaart wordt voor heel Nederland de geschatte soortendiversiteit per kilometerhok in klassen weergegeven, op basis van gegevens van de laatste 10 jaar uit de Nationale Databank Flora en Fauna. De zeven belangrijkste en best onderzochte soortgroepen zijn hierin samengenomen (vaatplanten, amfibieën, reptielen, vissen, dagvlinders, libellen en vogels). In de kaart is gecorrigeerd voor het effect dat er niet op elke locatie even intensief wordt waargenomen. De kaart geeft relatieve en geen absolute soortenaantallen in klassen weer, waardoor relatief soortenrijke gebieden worden onderscheiden van relatief soortenarme gebieden op basis van de zeven belangrijke soortgroepen. De meest soortenrijke gebieden liggen in het zuidwesten van de gemeente, hier ligt ook het NNNgebied. Relatief soortenarme gebieden in deze kaart zegt niets over het wel of niet voorkomen van beschermde soorten onder de Wet natuurbescherming.
Blad 57 van 73
Leefmilieuimpactbeoordeling t.b.v. Omgevingsvisie Lansingerland projectnummer 0469513.100 2 juli 2021 Gemeente Lansingerland
Figuur 11-3: Geschatte soortendiversiteit per kilometerhok in de gemeente (Bron: NDFF).
11.3
Referentiesituatie Gezien de hoge mate van bescherming vormen de Natura 2000-gebieden in de omgeving een vaststaand gegeven in de autonome situatie, hetzelfde geldt voor de NNN-gebieden. Door natuurherstel en het schoner worden van verkeer worden natuurwaarden naar verwachting versterkt. Stikstofdepositie van de bestaande woningen en bedrijven vormt geen belemmering, aangezien dit is opgenomen in de achtergrondconcentratie. De gemeente heeft (nog) geen uitgebreid beleidskader of uitwerkingsagenda voor groen. Hiermee blijft de referentiesituatie verder in principe gelijk aan de huidige situatie.
11.4
Ecologie in de Omgevingsvisie Natura 2000 Natura 2000-gebieden liggen op ruime afstand van gemeente Lansingerland. Dit betekent niet dat stikstofeffecten van ontwikkelingen in gemeente Lansingerland niet kunnen reiken tot in deze gemeente, maar hiervoor is veel meer nodig dan wanneer Natura 2000 nabij zou liggen. Meer woningen of werkgelegenheid in de gemeente kan leiden tot meer verkeersbewegingen. Verkeer stoot stikstof uit (in de vorm van NO2 of NH3) en verkeersbewegingen gaan soms wel langs natuur. Bij een grote hoeveelheid verkeer kan dit tot bijdragen leiden op natuur. Uit de huidige Omgevingsvisie is niet op te maken hoe groot de ontwikkelingen zijn en waar deze precies
Blad 58 van 73
Leefmilieuimpactbeoordeling t.b.v. Omgevingsvisie Lansingerland projectnummer 0469513.100 2 juli 2021 Gemeente Lansingerland
plaatsvinden. Effecten zijn hierom nog niet te bepalen. Andere effecten dan stikstofeffecten zijn door de grote afstand niet te verwachten. Natuurnetwerk Nederland In de gemeente is alleen in het uiterste zuidwesten van de gemeente, ten westen van de Bovenvaart Natuurnetwerk Nederland aanwezig. Ook nabij de Zestienhovenweg is Natuurnetwerk Nederland (NNN) gelegen. De ambities in de Omgevingsvisie kunnen mogelijk effecten hebben op dit gebied, maar omdat de ambities niet uitgewerkt zijn, zijn werkelijke effecten niet te bepalen. De effecten die kunnen optreden, kunnen betrekking hebben op verstoring door verlichting, verstoring door trilling, optische verstoring en/of verdroging. Het NNN-gebied langs de Bovenvaart is tevens aangewezen als stiltegebied. Er kan worden in dit stadium niet uitgesloten worden dat ontwikkelingen leiden tot wezenlijke effecten op de rust en stilte in deze gebieden. Bij het huidige concretiseringsniveau is niet duidelijk welke effecten bestaan op NNN- en stiltegebieden. Gemeentelijk groen Gemeentelijk groen is voornamelijk te vinden langs de Rottemeren en het (Hoge/Lage) Bergsche Bos. Tevens wordt het Annie M.G. Smidtpark door groen gekarakteriseerd. Verder is er een aantal wegen en lanen te vinden in de gemeente met karakteristieke bomenrijen.
Dergelijke begroeiing kan verstoord raken bij woningbouwontwikkelingen zoals beschreven in de Omgevingsvisie, maar in de Omgevingsvisie worden tevens ambities genoemd die kunnen bijdragen aan het versterken van groenblauwe structuren. Een voorbeeld hiervan zijn de realisatie en versterking van groenblauwe corridors. Deze routes moeten zorgen voor herkenbaarheid van de wandel en fietspaden, aantrekkelijk en een bijdrage aan een prettig leefklimaat. Bovendien moeten ze bijdragen aan goede verbindingen voor planten en dieren. Een verdere concretisering hoe deze groenblauwe structuren eruit komen te zien ontbreekt echter. Biodiversiteit In het hart van de gemeente is een lage mate van biodiversiteit. Dit komt enerzijds doordat de kernen Berkel en Rodenrijs en Bergschenhoek een stedelijk landschap vertegenwoordigen waar vooral ruimte is voor stadsbewonende soorten. Daarbuiten wordt een groot deel van het buitengebied gekenmerkt door glastuinbouw, alwaar dier- en plantensoorten ook in mindere mate aanwezig zijn. De Omgevingsvisie ziet toe op het versterken van het bestaand groen en door het realiseren van groenblauwe corridors tussen de kernen en naar het de recreatieve groengebieden in het oosten nabij de Rotte. Aan de randen van de gemeente, voornamelijk langs de Rotte en in het zuidwesten van de gemeente langs de Bovenvaart, is er wel een grotere mate van soortendiversiteit.
Potentiële positieve effecten op de biodiversiteit heeft het toepassen van verschillende zaaimengsels, het handhaven van ecologische vormen van beheer en het toevoegen van natuurinclusieve maatregelen, zoals insectenhotels en nestgelegenheden voor vogels en vleermuizen. Ook het ervoor zorgen dat de juiste voedselbronnen aanwezig zijn voor de gewenste soorten heeft in potentie een positief effect. Ontwikkelingen kunnen effect hebben op de soortendiversiteit, bijvoorbeeld door de doorkruising van de habitats of doordat bij (her)ontwikkeling mogelijk beschermde soorten (maar ook nietbeschermde soorten) worden aangetast. De Wet natuurbescherming ziet toe op het beschermen van de soorten die in die wet zijn opgenomen. Er zal bij elke ontwikkeling rekenschap gegeven moeten worden aan (beschermde) soorten en de wijze van omgang hiermee wanneer deze werkelijk worden aangetroffen.
Blad 59 van 73
Leefmilieuimpactbeoordeling t.b.v. Omgevingsvisie Lansingerland projectnummer 0469513.100 2 juli 2021 Gemeente Lansingerland
11.5
Beoordeling De beoordeling van het milieuaspect ecologie op de vier beoordelingsdomeinen is in de figuur hieronder opgenomen. De toelichting volgt daarna.
Te zien is dat ecologie op ‘gezond en veilig’, ‘omgevingskwaliteit’ en op ‘leefbaarheid’ licht-positief scoort. Dit komt omdat in de Omgevingsvisie de ambities wordt uitgesproken meer groen toe te voegen, bestaand groen op kwaliteit te houden en om bestaande woongebieden (ten dele) te vergroenen. Dit leidt voor inwoners van Lansingerland tot meer beschikbaar groen om te recreëren en te bewegen, hetgeen een positief effect op de gezondheid en het welbehagen heeft. Daarnaast is meer groen een impuls om de omgevingskwaliteit. Daarnaast is een algehele verbetering van de gezondheid en het beter bereikbaar van maken van (openbaar) groen een aanleiding om ook ‘leefbaarheid’ een licht-positieve score toe te kennen. Een volwaardig positieve score op deze ambities wordt echter enigszins getemperd door enkele onderdelen waar nog wel een concretiseringsslag in gemaakt kan worden. Dit wordt hieronder toegelicht. Het algemene beeld is dat natuur (in vorm van Natura 2000) op verre afstand is gelegen van de gemeente. Enige effecten zouden kunnen optreden door stikstof, voornamelijk afkomstig van (toekomstig) verkeer of van bedrijvigheid. Indien het verkeer in de toekomst afneemt of schoner wordt is een positief effect te verwachten. Andere effecten zijn niet te verwachten.
Op Natuurnetwerk Nederland bestaan mogelijke effecten indien gekozen wordt te ontwikkelen langs de Rottemeren of in het uiterste zuidwesten van de gemeente langs de Bovenvaart. Op het gebied van verstoring door verlichting, trilling, optische verstoring of verdroging zijn geen effecten te verwachten indien elders in de gemeente ontwikkelingen plaatsvinden. Net als voor NNNgebieden, bevinden de groenstructuren zich voornamelijk aan de randen van de gemeente. De Rottemeren en het (Hoge/Lage) Bergsche bos worden door groen gekenmerkt. Bovendien bevinden zich in de gemeente karakteristieke bomenrijen. Bij ontwikkelingen kunnen deze karakteristieke elementen verloren gaan. Tot slot kunnen ontwikkelingen effecten hebben op biodiversiteit. Ook voor de biodiversiteit geldt dat deze het hoogst is aan de randen van de gemeente. De plek van ontwikkelingen zorgt voor een negatieve of neutrale beoordeling. Maatregelen kunnen resulteren in een positief effect indien deze bijdragen aan een vergroting van de biodiversiteit.
11.6
Aandachtspunten In deze paragraaf zijn enkele maatregelen opgenomen die bij kunnen dragen aan het verder concretiseren en behalen van de doelstellingen ten aanzien van de gezondheid in brede zin. De
Blad 60 van 73
Leefmilieuimpactbeoordeling t.b.v. Omgevingsvisie Lansingerland projectnummer 0469513.100 2 juli 2021 Gemeente Lansingerland
Omgevingsvisie geeft handvatten maar vult nog niet in op welke manier gemeente Lansingerland haar doelstellingen wil behalen. Onderstaande aandachtspunten kunnen mogelijk hierbij helpen. Minimaal behoud van bestaande kwaliteit groen Er wordt geadviseerd om als minimale ondergrens voor het ecologisch- en verblijfsgroen de bestaande kwaliteit hiervan als uitgangspunt te nemen. De bestaande kwaliteit mag niet verloren gaan en ook niet achteruit gaan. Opstellen van een groenblauw raamwerk Het verder concretiseren van de doelstellingen ten aanzien van ecologie (in combinatie met water) maakt het mogelijk om heldere ambities te stellen. De uitwerkingsmogelijkheden en plannen zouden in een groen-blauw raamwerk kunnen landen. Hiermee kan de gemeente Lansingerland invullen wat zij wil bereiken met het gemeentelijk groen en hoe zij invullingen wil geven aan de noodzaak tot verbeteren van de biodiversiteit en het bevorderen van de gezondheid van haar inwoners. Bij elke ontwikkeling wordt nader onderzocht of er beschermde soorten aanwezig zijn Er wordt geadviseerd dat een natuuronderzoek zinvol is voorafgaand aan verwijderen bebouwing en begroeiing. Voorafgaande aan dergelijke werkzaamheden moet volledig inzicht bestaan in de aanwezigheid van en effecten op beschermde soorten, zodat indien nodig maatregelen genomen kunnen worden.
Aanbevolen wordt om de controle ruim voorafgaand aan de geplande werkzaamheden uit te voeren, zodat rekening gehouden kan worden met de doorlooptijd van het onderzoek (sommige onderzoeken dienen een jaar rond te worden uitgevoerd) en zodat eventuele maatregelen tijdig genomen kunnen worden. Extra aandacht gaat in dezen uit naar broedvogels en vleermuizen. Maar ook de andere soorten op de rode lijst van de Wet natuurbescherming zijn relevant. Natuurinclusief bouwen Bij elke ontwikkeling met potentie voor natuurinclusief bouwen (nieuwbouw en renovatie) dient onderzocht te worden of natuurinclusief bouwen kan worden toegepast. Hierbij gaat het vaak om relatief kleine en goedkope ingrepen, die verblijfsplekken creëren voor verschillende dieren in het stedelijk landschap. Te denken valt aan het integreren van nestkasten en zorgen voor verblijfplekken voor vleermuizen en nestgelegenheid voor huismus, gierzwaluw en andere gebouwbewonende soorten. Of het realiseren van groene daken, groene inrichting etc. Per ontwikkeling wordt de stikstofdepositie in beeld gebracht Voor elk vergunningplichtig project wordt op projectniveau een stikstofonderzoek uitgevoerd. Dit moet aantonen dat de ontwikkeling geen significant nadelige gevolgen heeft voor Natura 2000gebieden.